Olimpia Splendid Bi2 SLIR NAKED Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Olimpia Splendid Bi2 SLIR NAKED (256 pagina’s), behorend tot de categorie Niet gecategoriseerd. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 26 mensen en kreeg gemiddeld 4.9 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Olimpia Splendid Bi2 SLIR NAKED of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Olimpia Splendid |
| Categorie: | Niet gecategoriseerd |
| Model: | Bi2 SLIR NAKED |
Handleiding Olimpia Splendid Bi2 SLIR NAKED – volledige tekst
Bi2 Air TRNLELPTFRENITAANWIJZINGEN VOOR DE INSTALLATIE, HET GEBRUIK EN HET ONDERHOUDMANUAL DE INSTALAÇÃÕ INSTRUÇÕES DE USO E MANUTENÇÃÕMODE D’EMPLOI ET D’ENTRETIENINSTRUCTION FOR USE AND MAINTENANCEISTRUZIONI PER USO E MANUTENZIONEESDEINSTRUCCIONES PARA EL USO Y EL MANTENIMIENTOHINWEISE FÜR DIE VERWENDUNG UND PFLEGE
WAARSCHUWINGENΠΡΟΕΙΔΟΠΟΙΗΣΕΙΣNLEL1. Het apparaat mag gebruikt worden door kinderen van 8 jaar of ouder en door personen met verminderde lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke bekwaamheden, of zonder ervaring of de benodigde kennis, op voorwaarde dat ze onder toezicht staan, of nadat ze instructies over het veilige gebruik van het apparaat ontvangen hebben en de gevaren die daaraan inherent zijn begrepen hebben. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. 2. De reiniging en het onderhoud die door de gebruiker uitgevoerd moeten worden mogen niet uitgevoerd worden door kinderen zonder toezicht. 3. De installatie, eerste inwerkingstelling en de volgende onderhoudsfasen, met uitzondering van de reiniging of het wassen van het luchtlter, mogen uitsluitend door bevoegd en bekwaam personeel worden verricht.
Aangezien de ventilatorconvectoren/-radiatoren in een installatie ingebouwd worden, moet de overeenstemming van deze specieke installatie overeenkomstig de toepasselijke reglementen en wetten door de installateur worden gecontroleerd en gewaarborgd. 4. Laat de beschadigde voedingskabel vervangen door de fabrikant of diens servicecentrum of een technicus met soortgelijke bekwaamheid om risico’s te vermijden. 5. Om ieder risico op elektrocutie te voorkomen, moet de elektrische voeding losgekoppeld worden, alvorens ongeacht welke onderhoudsingreep op het apparaat uit te voeren. 6. Voor de correcte werking van het apparaat moeten de minimumafstanden en de aanwijzingen in acht genomen worden die in deze handleiding staan (zie afbeelding 2). 1.
c - Demontage elektrisch schakelbord. 122. 8. d - Demontage warmtewisselaar. 122. 9 - VULLEN VAN DE INSTALLATIE. 122. 10 - AFLATEN VAN LUCHT TIJDENS HET VULLEN VAN DE INSTALLATIE. 122. 11 - ELEKTRISCHE AANSLUITING. 132. 11. a - Conguratie. 132. 11. b - Ingang aanwezigheidscontact. 142. 12 - AANSLUITING MET DRAADBEDIENING B0736 OF MODBUS VAN DERDEN. 142. 12. a - Montage en aansluitingen voor modellen met console en inbouwmodellen. 152. 13 - VERBINDING MET SIOS CONTROL. 152. 14 - SOFTWARECONFIGURATIE VAN DE KAART. 153 - GEBRUIK VAN HET APPARAAT. 183. 1 - SYMBOLEN EN TOETSEN BEDIENINGSPANEEL. 183. 2 - SYMBOLEN EN TOETSEN AFSTANDSBEDIENING. 183. 3 - GEBRUIK VAN DE AFSTANDSBEDIENING. 193. 3. a - De batterijen plaatsen. 193. 4 - VERVANGING VAN DE BATTERIJEN. 193. 5 - GEBRUIK VAN HET APPARAAT. 203. 5. a - Inschakeling/uitschakeling apparaat. 203. 6 - AUTOMATISCH KOELEN/VERWARMEN. 203.
NEDERLANDSNL - 2 VERWIJDERING Het symbool op het product of de verpakking geeft aan dat het niet bij het normale huisvuil mag worden gestopt, maar naar een erkend inzamelbedrijf voor de recycling van elektrische en elektronische apparatuur moet worden gebracht. Door het product op passende wijze te verwijderen helpt u mogelijke schadelijke gevolgen voor het milieu en de gezondheid als gevolg van een ongeschikte verwijdering van het product vermijden. Informeer bij de gemeente, de plaatselijke afvalverwijderingsdienst of de winkel waar het product aangeschaft is naar meer informatie over de recycling van dit product. Dit voorschrift is uitsluitend geldig binnen EU-lidstaten. 3. 8 - VENTILATIE. 213. 8. a - Werking op maximumsnelheid. 213. 8. b - Werking op AUTOMATISCHE snelheid. 213. 9 - WERKING ‘S NACHTS. 223. 10 - BETEKENIS VAN DE KNIPPERSIGNALEN EN DE WERKING VAN DE LEDS. 223.
Bi2 Air TRNEDERLANDSNL - 3 0 - ADVIES0.1 - ALGEMENE INFORMATIE Wij wensen u eerst en vooral te bedanken omdat u de voorkeur hebt gegeven aan een door ons geproduceerd apparaat. Dit is een voorbehouden document, volgens de wetsbepalingen, met een verbod op verveelvoudiging of overdracht aan derden zonder uitdrukkelijke toestemming van de fabrikant. Het apparaat kan worden bijgewerkt en daarom andere details vertonen dan aangeduid, zonder gevolgen voor de teksten in deze handleiding.
GEVAARLIJKE ELEKTRISCHE SPANNING Signaleert aan het betrokken personeel dat de beschreven handeling elektrocutiegevaar kan veroorzaken indien de veiligheidsnormen niet in acht worden genomen.Inhoudsop-gaveINHOUDSOPGAVE De pagina “NL-1” bevat de inhoudsopgave van deze handleidingILLUSTRATIESDe illustraties zijn gegroepeerd op de eerste pagina's van de handleiding
NEDERLANDSNL - 40.3 - ALGEMEEN ADVIES ALGEMEEN GEVAAR Signaleert aan het betrokken personeel dat de beschreven handeling risico’s inhoudt voor lichamelijke schade indien de veiligheidsnormen niet in acht worden genomen. GEVAAR HOGE TEMPERATUREN Signaleert aan het betrokken personeel, dat de beschreven handeling risico’s inhoudt voor brandwonden door contact met zeer hete componenten, indien de veiligheidsnormen niet in acht worden genomen. OPGELET Duidt aan dat het servicepersoneel met het apparaat moet omgaan, in overeenstemming met de installatiehandleiding. ALS ELEKTRISCHE APPARATUUR WORDT GEBRUIKT,MOETEN DE BASISVEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN STEEDS WORDEN GEVOLGD OM HET RISICO OP BRAND, ELEKTRISCHE SCHOKKEN EN ONGEVALLEN TE BEPERKEN, INCLUSIEF HET VOLGENDE: 1.
Dit is een voorbehouden document, volgens de wetsbepalingen, met een verbod op verveelvoudiging of overdracht aan derden zonder uitdrukkelijke toestemming van OLIMPIA SPLENDID. De machines kunnen worden bijgewerkt en daarom andere details vertonen dan aangeduid, zonder gevolgen voor de teksten in deze handleiding. 2. Lees deze handleiding aandachtig door alvorens een handeling (installatie, gebruik, onderhoud) te verrichten en leef de aanwijzingen van de verschillende hoofdstukken aandachtig na. 3. Bewaar deze handleiding nauwgezet voor naslag. 4. Verwijder het verpakkingsmateriaal en controleer of het apparaat intact is. Het verpakkingsmateriaal kan een mogelijk gevaar vormen. Houd het daarom buiten bereik van kinderen. 5.
DE FABRIKANT KAN NIET AANSPRAKELIJK WORDEN GESTELD VOOR SCHADE AAN PERSONEN OF ZAKEN, VOORTVLOEIEND UIT HET NIET IN ACHT NEMEN VAN DE NORMEN, AANWEZIG IN DEZE HANDLEIDING. 6. De fabrikant behoudt zich het recht voor om de modellen op elk gewenst moment te wijzigen, waarbij de essentiële eigenschappen die in deze handleiding beschreven zijn behouden blijven.
Bi2 Air TRNEDERLANDSNL - 5 7. De garantie vervalt in het geval van installaties die verricht worden zonder dat de waarschuwingen van deze handleiding in acht worden genomen en gebruik buiten de voorgeschreven temperatuurlimieten. Bij de installatie van de unit moet gewaarborgd worden dat de achterkant van het apparaat niet bereikbaar is. 8. Tijdens de montage, en bij iedere onderhoudsingreep, is het nodig de voorzorgsmaatregelen in acht te nemen die vermeld worden in deze handleiding en die op de etiketten in of op het apparaat staan en moeten ook alle voorzorgsmaatregelen getro?en worden die door het gezonde verstand ingegeven worden en opgelegd worden door de Veiligheidsvoorschriften die van kracht zijn in het land van installatie. 9. Gebruik uitsluitend originele onderdelen van OLIMPIA SPLENDID voor de vervanging van componenten. 10.
Koppel de elektrische voeding niet los tijdens de werking. Brand- of elektrocutiegevaar. 11. Voordat het apparaat elektrisch aangesloten wordt, moet gecontroleerd worden of de gegevens die op het plaatje staan overeenkomen met die van het elektrische distributienet. Het stopcontact moet met een aarding uitgerust zijn. 12. Installeer het apparaat volgens de instructies van de fabrikant. Een verkeerde installatie kan persoonlijk letsel, dierenleed of materiële schade veroorzaken waarvoor de fabrikant niet aansprakelijk gesteld kan worden. 13. Laat de stekker installeren door professioneel bekwaam personeel. Laat door dit personeel controleren of de doorsnede van de kabel geschikt is voor het vermogen dat door het apparaat opgenomen wordt. Doorgaans wordt afgeraden om adapters en/of verlengsnoeren te gebruiken.
Mocht het gebruik daarvan toch noodzakelijk zijn, dan moeten ze conform de van kracht zijnde veiligheidsvoorschriften zijn en mag het stroomdebiet (A) ervan niet lager zijn dan het maximum debiet van het apparaat. 14. Gebruik het apparaat niet: - met natte of vochtige handen; - op blote voeten. 15.
Trek niet aan de voedingskabel of aan het apparaat zelf om het van de elektrische voeding los te koppelen. 16. Raak de elektrische voeding niet aan met natte handen. 17. De voedingskabel niet sterk doorbuigen, verdraaien, eraan trekken of beschadigen. 18. Sluit op geen enkele wijze de luchtin- en luchtuittrederoosters af. 19. Steek geen onbekende voorwerpen in de roosters voor luchtinlaat en luchtuitlaat aangezien het risico op elektrische schokken, brand of beschadigingen van het apparaat bestaat.
NEDERLANDSNL - 6 20. Plaats de hoofdschakelaar op “uit” en sluit de waterkraantjes als water lekt. Neem onmiddellijk contact op met de technische klantendienst van OLIMPIA SPLENDID of met professioneel bekwaam personeel. Probeer het probleem niet zelfstandig te verhelpen. 21. De demontage, reparaties of omschakeling die uitgevoerd wordt door iemand die niet daartoe geautoriseerd is, kan ernstige schade veroorzaken en de garantie van de fabrikant annuleren. 22. Gebruik het apparaat niet bij defecten of een slechte werking, als de elektrische beschadigd is, of als het apparaat gevallen is of op enige andere wijze beschadigd is. Schakel het apparaat uit, koppel de elektrische voeding los en laat deze door professioneel bekwaam personeel controleren. 23. Het apparaat niet demonteren of wijzigingen erop aanbrengen. 24. Het is extreem gevaarlijk het apparaat zelf te repareren. 25.
Afhankelijk van de werking is een te hoge of te lage temperatuur schadelijk voor de gezondheid en wordt hierdoor zinloos veel energie verspild. Vermijd de langdurige directe aanraking met de luchtstroom. Vermijd dat de ruimte te lang gesloten blijft. Open de ramen regelmatig om een correcte luchtverversing te waarborgen. 26. Het is verboden om het apparaat te reinigen voordat het van het elektriciteitsnet is losgekoppeld door de hoofdschakelaar van de installatie op “uit” te draaien. 27. Het is verboden om de veiligheidsinrichtingen of regelmechanismen zonder toestemming of aanwijzingen van de fabrikant van het apparaat te wijzigen. 28. Het is verboden om met de voeten op het apparaat te gaan staan en/of om er voorwerpen op aan te brengen. 29. De uitwendige onderdelen van het apparaat kunnen temperaturen hoger dan 70°C bereiken. PAS GOED OP OM DE AANRAKING TE VERMIJDEN.
De ventilatorconvectoren/-radiatoren OLIMPIA SPLENDID stemmen overeen met de Europese Richtlijnen:• Laagspanningsrichtlijn 2014/35/EU• EMC-richtlijn (elektromagnetische compatibiliteit) 2014/30/EU. • RoHS-richtlijn 2011/65/EG. Aangezien de ventilatorconvectoren/-radiatoren in een installatie ingebouwd worden, moet de overeenstemming van deze specieke installatie overeenkomstig de toepasselijke reglementen en wetten door de installateur worden gecontroleerd en gewaarborgd.
Bi2 Air TRNEDERLANDSNL - 70. 4 - EIGENLIJK GEBRUIK • Deze apparaten zijn gemaakt voor de klimaatregeling en/of verwarming van ruimtes en moeten gebruikt worden op een wijze die met hun prestatie-eigenschappen overeenstemt. • Dit apparaat is alleen bestemd voor huishoudelijk gebruik of gelijkaardig gebruik. • Een oneigenlijk gebruik van het apparaat, met eventuele schade die berokkend wordt aan mensen, voorwerpen of dieren, ontheft OLIMPIA SPLENDID van iedere vorm van aansprakelijkheid. 1 - BESCHRIJVING VAN HET APPARAAT (Afb. 1)Dit assortiment ventilatorconvectoren/-radiatoren zijn opgedeeld in twee basistypen, SL en SLR. Elk type is verkrijgbaar in diverse maten en met diverse prestaties. SL ventilatorconvector voor horizontale of verticale installaties. SLR ventilatorradiator met stralingspaneel voor verticale installaties. 1.
Dragende structuur gemaakt van elektrisch verzinkt plaatstaal met een hoge bestendigheid. 2. Warmtewisselaar gemaakt van koperen leidingen en aluminium ribben. Schroefdraadaansluitingen eurokonus 3/4, overeenkomstig de nieuwe voorschriften op het gebied van de communautaire standaardisatie. De warmtewisselaar is voorzien van een sensor die de watertemperatuur meet. 3. Elektronisch bedieningspaneel4. Ventilatiegedeelte bestaande uit een tangentiële ventilator van kunststof met kruislings geplaatste schoepen (voor een hoge geruisloosheid) op trillingsdempende steunen van EPDM, statisch en dynamisch uitgebalanceerd, direct bevestigd op de aandrijfas. 5. Borstelloze Dc-elektromotor met laag verbruik met resinaat ribben gemonteerd op trillingsdempende steunen van EPDM. 6. Keerap voor intredelucht7.
Condensopvangreservoir voor verticale installatie van ABS, eenvoudig demonteerbaar voor reinigingswerkzaamheden. 8. Stralingspaneel Hoogefciënt, aangesloten op een warmtewisselaar met warm water (versie SLR). Het watergedeelte is voorzien van een calostat-ventiel die vermijdt dat koud water het paneel kan binnenstromen. 9.
Bi2 Air TRNEDERLANDSNL - 92 - INSTALLATIE2. 1 - PLAATSING VAN DE UNITInstalleer de unit niet:- in direct zonlicht;- in de nabijheid van warmtebronnen;- in vochtige ruimtes en omgevingen waarin ze met water in aanraking kan komen;- in ruimtes waarin oliedampen aanwezig zijn WAARSCHUWING Het veronachtzaming van de aangeduide normen, waardoor een slechte werking van de apparatuur kan optreden, ontheft het bedrijf OLIMPIA SPLENDID van elke vorm van garantie en van eventuele schade, veroorzaakt aan personen, dieren of zaken. Controleer of:a. De muur waar de unit op geïnstalleerd zal worden een geschikte structuur en geschikt draagvermogen heeft;b. In dit deel van de muur geen leidingen of elektriciteitskabels aanwezig zijn;c. De muur perfect vlak is;d. Een ruimte zonder obstakels aanwezig is zodat de in- en uittredelucht vrijuit kan circuleren;e.
De muur waar de unit op geïnstalleerd zal worden (het liefst) een buitenmuur is zodat de condens naar buiten kan worden afgevoerd. Zorg voor een geschikte condensafvoerleiding als dit niet het geval is. f. De luchtstroom bij een installatie op hoogte niet direct op mensen is gericht. g. Het apparaat moet in een dergelijke positie worden geïnstalleerd dat het normale en buitengewone onderhoud eenvoudig kunnen worden verricht en de toegang tot de ontluchtingsventielen, die via het rooster aan de bovenkant aan de aansluitingzijde bereikt kunnen worden, niet wordt verhinderd. 2. 2 - INSTALLATIEMODUSDe volgende beschrijvingen van de verschillende montagestappen en de aanverwante tekeningen verwijzen naar een machine met de aansluitingen links. De beschrijvingen gelden ook voor de montage van machines met aansluitingen rechts. In dit geval moeten de handelingen echter worden gespiegeld. 2.
Koppel de connector display-bedieningskaart los. 2. 4 - INSTALLATIE AAN MUUR OF VERTICAAL OP DE VLOERRaadpleeg de instructies die met de specieke kit zijn geleverd voor de montage van de poten in het geval van een installatie op de grond met poten. a. Gebruik de geleverde boormal (afknippen over de stippellijnen) en geef op de muur de positie aan van de twee bevestigingsbeugels (afb. 4). b. Boor de gaten met een geschikte boorbeitel en breng de pluggen (T) aan, 2 per beugel (afb. 4). c. Bevestig de twee beugels (S) (afb. 5). Draai de schroeven niet te strak aan zodat de beugels met een waterpas kunnen worden afgesteld (afb. 6).
NEDERLANDSNL - 10d. Draai de twee beugels (S) denitief vast door de vier schroeven volledig vast te draaien. e. Controleer de stabiliteit van de beugels door ze met de hand omhoog en omlaag en naar links en naar rechts te verplaatsen. f. Monteer de unit. Controleer of de unit correct aan de beugels wordt gehaakt en stabiel is (afb. 7). g. Raadpleeg de paragraaf “2. 14 Conguratie” voor de conguratie van het elektronische gedeelte. 2. 5 - HORIZONTALE INSTALLATIE AAN PLAFOND (alleen voor versies zonder stralingselement)a. Gebruik de boormal en geef op het plafond de positie aan van de twee bevestigingsbeugels en de twee schroeven aan de achterkant. b. Boor de gaten met een geschikte boorbeitel en breng de pluggen (T) aan, 2 per beugel (afb. 8). c. Bevestig de twee beugels (S) (afb. 8). Draai de schroeven niet te strak aan. d.
Schuif de machine in de twee beugels, houd haar op de plaats en draai de twee schroeven (V) vast in de pluggen aan de achterkant, aan elke zijde een (afb. 8). e. Het wordt aanbevolen om de unit op passende wijze te laten hellen naar de afvoerleiding, zodat het water eenvoudig kan wegstromen (afb. 8). f. Draai de 6 bevestigingsschroeven denitief vast. g. Raadpleeg de paragraaf “2. 14 Conguratie” voor de conguratie van het elektronische gedeelte. Voor deze installatie zijn de kits horizontale condensopvangreservoir als accessoire verkrijgbaar. 2. 6 - WATERAANSLUITINGEN2. 6. a - LeidingdiameterDe verplichte binnendiameter van de waterleidingen verschilt per model:2. 6. b - AansluitigenDe ontwerper is verantwoordelijke voor de keuze en de afmeting van de waterleidingen en moet daarbij de technische voorschriften en de toepasselijke wetgevingen naleven. Voor de aansluitingen (afb. 9):a.
• De waterleidingen en de aansluitingen moeten thermisch zijn geïsoleerd • Vermijd dat de leidingen slechts gedeeltelijk worden geïsoleerd. • Draai de aansluitingen niet te strak vast om schade aan de isolatie te vermijden. Maak de schroefdraadaansluitingen waterdicht met hennep en groene pasta. Het gebruik van teon wordt aanbevolen als antivriesmiddel in het watercircuit aanwezig is. 2. 7 - CONDENSAFVOERDe condensafvoerleiding moet een passende afmeting hebben (binnendiameter van de leiding minimaal 16 mm). De leiding moet zodanig zijn aangebracht dat deze altijd een bepaalde helling vertoont die nooit kleiner is dan 1%. De afvoerleiding moet direct worden aangesloten op een van de afvoerreservoirs onderaan op de rechterschouder, onder de wateraansluitingen, afhankelijk van het type installatie hoog op de muur of met console.
Bi2 Air TRNEDERLANDSNL - 11- Laat, indien mogelijk, de condens direct wegvloeien naar een regengoot of een afvoer voor “wit water”. - Bij de afvoer naar het riool wordt aanbevolen om een sifon aan te leggen om te vermijden dat nare geuren de ruimtes kunnen instromen. De bocht van de sifon moet lager zijn aangebracht dan het condensopvangreservoir. - Als de condens naar een recipiënt afgevoerd wordt, moet deze recipiënt open zijn en mag de leiding niet worden ondergedompeld in het water om adhesie en tegendruk, die het correct wegvloeien kunnen verhinderen, te vermijden. - Monteer een pomp (accessoire) als een niveauverschil overschreden moet worden waardoor de condens niet goed kan wegstromen. Raadpleeg in dit geval de specieke aanwijzingen van de kit voor de condensafvoerpomp.
Aan het einde van de installatie wordt aanbevolen om de condens correct te laten wegstromen door het zeer langzaam (ongeveer 1/2 l water in 5 tot 10 minuten) in het opvangreservoir te gieten. 2. 7. a - Montage van de condensafvoer in de verticale versie (afb. 10)a. Sluit de afvoeraansluiting (15) van het condensopvangreservoir aan op een leiding (16) voor het wegstromen van de vloeistof. b. Draai de aansluiting correct vast. c. Controleer of een verlengstuk (17) aanwezig is en correct is geïnstalleerd (alleen voor de modellen SLR/SL 200-400-600-800-1000). 2. 7. b - Montage van de condensafvoer in de horizontale versie (afb. 11)Raadpleeg de instructies van de optionele kit voor de montage van het horizontale reservoir in de versies SL (niet stralend). a. Snij de voorgesneden zone (18) uit onder de zijde met de condensafvoerleiding. b. Plaats het zijpaneel weer terug.
• Controleer of de machine perfect waterpas of iets hellend in de richting van de condensafvoer is geïnstalleerd; • Isoleer de in- en uittredeleidingen op passende wijze tot aan de opening van de machine om te vermijden dat condens buiten het opvangreservoir kan druppelen; • Isoleer de condensafvoerleiding van het reservoir over de hele lengte. 2. 8 - ROTATIE AANSLUITINGENDe beschreven handelingen en de aanverwante afbeeldingen verwijzen naar een machine met de aansluitingen links, waarvan de aansluitingen naar rechts moeten worden gedraaid. In het geval dat u beschikt over een machine met de aansluitingen rechts die naar links gedraaid moeten worden, gelden dezelfde handelingen, maar moeten de afbeeldingen worden gespiegeld. Gebruik de specieke optionele kit voor de aansluiting van de elektrische componenten. 2. 8. a - Demontage paneel met spiraal (afb. 12 -13)a.
Verwijder de luchtlters (19) aan de onderzijde;b. Draai de bevestigingsschroeven van het voorpaneel (9) los en demonteer het door het van de haken aan de bovenkant los te trekken;c. Verwijder het isolatiemateriaal van de bovenzijde van de warmtewisselaar (12);d. Draai de verdeelleiding aan de intrede aan de bovenkant (23) lose. Draai de verdeelleiding aan de uittrede aan de onderkant (24) los;f. Verwijder het paneel met de spiraal (25).
NEDERLANDSNL - 122. 8. b - Demontage stralingspaneel (alleen SLR) (afb. 14)a. Demonteer alle collectoren (26). 2. 8. c - Demontage elektrisch schakelbord (afb. 15)a. Demonteer het elektrische schakelbord (26) door de betreffende schroeven los te draaien. b. Monteer het elektrische schakelbord (26) opnieuw op de tegengestelde zijde van het apparaat met de betreffende schroeven (26a). c. Demonteer het condensopvangreservoir (7). d. Hermonteer het aan de andere zijde met de specieke bevestigingsschroeven (7a). 2. 8. d - Demontage warmtewisselaar (afb. 16-17)a. Draai de vier schroeven (27a) los die de warmtewisselaar vastzetten;b. Verwijder de warmtewisselaar (27);c. Verwijder het verlengstuk (17) van het middelste reservoir (alleen voor de modellen SLR/SL 200-400-600-800-1000);d. Verwijder de dop (17a) van de condensafvoeropening aan de andere zijde;e.
Draai de schroef (27b) voor de bevestiging van het middelste condensopvangreservoir los. Breng het reservoir aan de andere zijde aan zodat de aansluitopening voor het verlengstuk uit de structuur steekt. Zet het reservoir vast met de eerder losgedraaide schroef (27b) (alleen voor de modellen SLR/SL 200-400-600-800-1000); f. Breng het verlengstuk (17) (voor de modellen SLR/SL 200-400-600-800-1000) weer aan en breng aan de andere zijde de dop (17a) aan (voor de modellen SLR/SL 1100-1400-1600);g. Open de voorgesneden zeskantige openingen in het isolatiemateriaal aan de rechterzijde en sluit de zeskantige openingen aan de linkerzijde met isolatiemateriaal af;h. Draai de warmtewisselaar (27) om zodat de aansluitingen aan de andere zijde zijn geplaatst en breng hem weer in de machine aan;i. Draai alle bevestigingsschroeven (27a) van de onderste warmtewisselaar vast.
9 - VULLEN VAN DE INSTALLATIEControleer tijdens het starten van de installatie of de afsluiter op de watergroep geopend is. Druk met de specieke dop op de stopper van de afsluiter om deze te openen als de elektrische voeding ontbreekt en de thermische afsluiter eerder al gevoed werd. 2. 10 - AFLATEN VAN LUCHT TIJDENS HET VULLEN VAN DE INSTALLATIEa. Open alle (handbediende of automatische) afsluiters van de installatie;b. Begin met het vullen door het waterkraantje voor het vullen van de installatie langzaam open te draaien;c. Draai bij de modellen SL in verticale positie met een schroevendraaier aan het ontluchtingsventiel van de bovenaan geplaatste warmtewisselaar (28) (afb.
18) Draai bij de modellen SLR met stralingspaneel met een schroevendraaier aan het ontluchtingsventiel aan de zijkant van de warmtewisselaar en aan het handbediende ontluchtingsventiel van het stralingspaneel (29) (afb. 18-19). d. Draai alle ontluchtingsventielen van het apparaat dicht zodra er water uit begint te stromen en blijf het systeem vullen tot de nominale waarde van de installatie is bereikt. De waterdichtheid van de pakkingen controleren. Het wordt aanbevolen om deze handeling te herhalen nadat het apparaat een aantal uur heeft gewerkt en om regelmatig de druk in de installatie te controleren.
Bi2 Air TRNEDERLANDSNL - 132. 11 - ELEKTRISCHE AANSLUITING Controleer of de elektrische voeding van de units is losgekoppeld en de installaties, waar de apparatuur op aangesloten zal worden, overeenstemmen met de toepasselijke normen voordat een willekeurige elektrische aansluiting wordt verricht. Volg de onderstaande aanwijzingen voor de installatie zonder stekker:- Gebruik een stekker met een minimumdoorsnede van 3G 0,75- Gebruik een aardegeleider die minstens 20 mm langer is dan de geleiders die onder stoom staan. - Sluit de aarding aan op de desbetreffende aansluitklem. - Trek aan de geleiders om na te gaan of ze correct zijn aangesloten en zet ze met de specieke kabelklem vast. Raadpleeg de spanning en het stroomverbruik die op het plaatje op de unit vermeld zijn voor de juiste afmeting van de beveiligingen.
De aansluiting van het apparaat MOET overeenstemmen met de Europese en nationale voorschriften en MOET worden beschermd door een aardlekschakelaar van 30 mA. De aansluiting op het elektriciteitsnet kan verricht worden met een vaste aansluiting of een stekker en MOET altijd zijn voorzien van een omnipolaire schakelaar met een opening van de contacten van minstens 3mm (het liefst met zekeringen) die overeenstemt met de normen IEC EN. Het apparaat moet correct geaard worden om de veiligheid ervan te kunnen waarborgen. Legenda elektrisch schema (afb. 20)H2 WatertemperatuurmeterAIR LuchttemperatuurmeterM1 VentilatormotorM2 FlapmotorY1Magneetklep water 230V~ 50Hz, max.
10WF1 ZekeringL FasegeleiderX6 Veiligheidscontact rooster (niet gebruikt)N NulgeleiderS2 AanwezigheidscontactA Ingang aanwezigheidscontact of Modbus-lijn (Geel)B Ingang aanwezigheidscontact of Modbus-lijn (Oranje)D1 DisplayCR Afstandsbediening2. 11. a - ConguratieDe elektronische kaart moet gecongureerd worden naar aanleiding van het type installatie en op basis an bepaalde voorkeuren voor de werking van de machine. De drie schakelaars J1, J2 en J3, getoond in afb.
20a-20b, moeten worden ingesteld zoals op de volgende pagina is beschreven:J1. ON: tijdens de werking ‘s nachts werkt de verwarming uitsluitend met straling en natuurlijke convectie, zonder ventilatie. In alle andere gevallen schakelt de ventilator uit als de verwarming een temperatuur heeft bereikt die ongeveer 1°C afwijkt van de gewenste temperatuur; vervolgens werkt de verwarming enkel met straling en natuurlijke convectie, tot de ingestelde temperatuur is bereikt. J1. OFF: bij apparaten zonder stralingspaneel werkt de verwarming altijd met geforceerde convectie en is de ventilatie ook tijdens de werking ‘s nachts geactiveerd (op lagere snelheid). J2. ON: tijdens het koelen is de ventilator gevoed, ook als de ingestelde omgevingstemperatuur is bereikt. J2. OFF: tijdens het koelen wordt de ventilator uitgeschakeld zodra de ingestelde omgevingstemperatuur is bereikt.
NEDERLANDSNL - 14J3. ON: bij apparaten die voor een 2-pijps installatie bestemd zijn is de kaart ingesteld voor het beheer van een enkele waterklep, voor zowel de zomerstand (koelen) als de winterstand (verwarming). J3. OFF: bij apparaten die voor een 4-pijps installatie bestemd zijn is de kaart ingesteld voor het beheer van twee waterkleppen, één voor de zomerstand (koelen) en één voor de winterstand (verwarming). De drie schakelaars kunnen in alle mogelijke combinaties worden geplaatst aangezien de respectievelijke functies onafhankelijk van elkaar werken. Bij elke inschakeling toont het display 5 seconden de codering die hoort bij de instelling van de interne schakelaars:D1 C0 C1 C2 C3 C4 C5 C6 C7J1 OFF OFF OFF OFF ON ON ON ONJ2 OFF OFF ON ON OFF OFF ON ONJ3 OFF ON OFF ON OFF ON OFF ON2. 11.
b - Ingang aanwezigheidscontactHet potentiaalvrije contact van een eventuele aanwezigheidssensor (niet geleverd) kan worden aangesloten op de aansluitklemmen “A” en “B” (afb. 20) van het interne klemmenbord. Het apparaat wordt gedeactiveerd als dit contact sluit (in de fabriek is deze functie ingesteld op stand-by). Op aanvraag van de klant kan deze functie in de fabriek of door een erkend servicecentrum worden aangepast, zodat de geselecteerde omgevingstemperatuur bij het sluiten van het contact automatisch wordt verhoogd (bij het koelen) of verlaagd (bij het verwarmen) met een specieke waarde “Economy-functie”. De ingang kan niet parallel worden aangesloten op de ingang van andere kaarten. Gebruik echter aparte contacten. Gebruik een kabel met dubbele isolatie, een minimale doorsnede van 2x0,5 mm2 en een lengte van maximaal 20 m voor de aansluiting van de aanwezigheidssensor.
12 - AANSLUITING MET DRAADBEDIENING B0736 OF MODBUS VAN DERDEN- Sluit de kabels afkomstig van de verbinding “A B” van de bediening B0736 met de betreffende draden aan op de elektrische verbindingsstrook die aangesloten is op het deksel van het schakelbord, neem daarbij de polariteit in acht, geel kabeltje “A” en oranje kabeltje “B”, en sluit de verst geplaatste unit af met de geleverde weerstand van 120 Ohm. - Activeer de conguratie Remote (paragraaf “2. 14”, conguratieparameter “CF”). - Alle bedieningen “ ” worden uitgeschakeld en elke keer dat ze geactiveerd worden, wordt “rE” op het display weergegeven. - De aanduiding “ ” geeft de gekozen werking aan, terwijl de aanduidingen “ ”, “ A ”, “ ” en “ ” de ingestelde ventilatiesnelheden aangeven. - Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van de bediening B0736 voor de werking en de instellingen.
Bi2 Air TRNEDERLANDSNL - 152. 12. a - Montage en aansluitingen voor modellen met console en inbouwmodellenSluit de schakelkast met de eerder verwijderde schroeven als de aansluitingen en eventuele conguratie zijn verricht. Plaats het voorpaneel terug en zorg er daarbij voor dat de connector van het display is aangesloten. Zet het voorpaneel vast met de schroeven en plaats de machine onder spanning. - De afstandsbediening wordt uitgeschakeld als de unit gecongureerd is voor de besturing op afstand. - Met de besturing op afstand kan de ap niet worden aangestuurd. - In deze modus wordt de luchtmeter op de ventilatorconvector niet in beschouwing genomen. 2.
13 - VERBINDING MET SIOS CONTROL - Sluit de kabels afkomstig van de verbinding “A B” van de SIOS CONTROL met de betreffende draden aan op de elektrische verbindingsstrook die aangesloten is op het deksel van het schakelbord, neem daarbij de polariteit in acht, en sluit de verst geplaatste unit af met de geleverde weerstand van 120 Ohm. - Activeer de conguratie Autonoom (paragraaf “2. 14”, conguratieparameter “CF”). - Stel het ASCII-protocol in als SIOS CONTROL met B0863 werkt, ofwel RTU als SIOS CONTROL zonder B0863 werkt (paragraaf “2. 14”, conguratiepa-rameter “bU”). - Stel het adres in. Elk apparaat dat op dezelfde BUS aangesloten is, moet een eigen adres hebben (paragraaf “2. 14”, conguratieparameter “Ad”). - Volg de aanwijzingen van de vorige paragrafen voor de montage van de aansluitingen. 2. 14 - SOFTWARECONFIGURATIE VAN DE KAARTGa als volgt te werk:a.
Sluit de elektrische voeding aan en controleer of het apparaat in een andere stand dan stand-by is geplaatst. b. Druk de toetsen “ ” (T2) en “ ” (T1) op het bedieningspaneel tegelijkertijd minstens 5 seconden in tot u een geluidssignaal hoort. c. Op het display wordt de referentie van de parameter weergegeven d. Scrol met de toets “ ” of “ ” (T1) tot de gewenste parameter weergegeven wordte.
Scrol de lijst met parameters met de toets “ ” of “ ” (T1): CF -> bU -> Ad -> Fa -> Po -> co -> CF -> …f. Open de waarde met een druk op de toets “ ” (T2)g. Laat de toets los en druk de toets “ ” (T2) langer dan 3 seconden in om de waarde te wijzigen (het display knippert)h. Scrol de mogelijke waarden van de parameters met een druk op de toets “ ” of “ ” (T1)i. Bevestig de waarde met een druk op de toets “ ” (T3)j. Sluit de conguratie af met een druk op de toets “ ” (T3) of wacht 20 seconden. Schakel de voedingsspanning van het systeem uit en weer in om de unit met de nieuwe conguratie op te starten.
NEDERLANDSNL - 16ID Voornaam Beschrijving Toegestane waardenCF Conguratie Congureer het soort besturingAU: Zelfstandig rE: Op afstandbU Bus-protocolVoor de conguratie van het gebruikte type busAS: ASCIIrt: RTUAd Adres van de unitVoor de instelling/wijziging van het adres van de unit (een hexadecimale waarde invoeren)00 -> FF (255)Fa Type fancoilVoor de selectie van het type fancoil _0: Zonder ap (200-1000)_1: Alle versies (1100-1400-1600)_2: Met ap (200-1000)Po InstallatiepositieVoor de selectie van de plaats waar de fancoil geïnstalleerd isuP: montage aan het plafonddO: montage op de vloercoCompensatie omge-vingstemperatuurVoor de keuze van de te gebruiken compensatiewaarde-5: 5bU – BUS-protocol: Modicon Modbus type ASCII Modicon Modbus type RTUBaudrate = 9600 Baudrate = 9600databits = 7 databits = 8stopbit = 1 stopbit = 1pariteit = ja pariteit = neeAd - Adres van de unit:Indien nodig kan het adres van de unit worden gewijzigd.
Op deze manier wordt de antivriesbeveiliging ook gewaarborgd als het apparaat in stand-by is geplaatst.3.2 - SYMBOLEN EN TOETSEN AFSTANDSBEDIENING (Afb.B)
Bi2 Air TR25NEDERLANDSNL - 193.3 - GEBRUIK VAN DE AFSTANDSBEDIENINGDe met het apparaat geleverde afstandsbediening is op dergelijke wijze ontworpen dat ze buitengewoon stevig is en uitstekend werkt. Desondanks moet ze voorzichtig worden gebruikt. Vermijd: • de blootstelling aan regen, giet geen vloeistoffen over de toetsen en laat de afstandsbediening niet in het water vallen; • dat de afstandsbediening valt op of stoot tegen harde oppervlakken, • de blootstelling aan direct zonlicht, • dat bij het gebruik tussen de afstandsbediening en het apparaat geen obstakels aanwezig zijn.
Bovendien: • kunnen storingen optreden als in dezelfde ruimte andere apparaten met een afstandsbediening gebruikt worden (tv, stereo-installaties, enz.); • kunnen elektronische en uorescentielampen de communicatie tussen de afstandsbediening en het apparaat storen, • moeten de batterijen verwijderd worden als de afstandsbediening lange tijd niet wordt gebruikt.3.3.a - De batterijen plaatsen Om de batterijen correct te plaatsen:a. Verwijder het klepje van het batterijvak (Afb.25).b. Breng de batterijen in het batterijvak aan (Afb.25). Houd u nauwgezet aan de polariteit die op de bodem van het batterijvak is aangegeven.c. Sluit het klepje goed af (Afb.25).3.4 - VERVANGING VAN DE BATTERIJEN Gebruik altijd nieuwe batterijen.
Als oude batterijen worden gebruikt of batterijen van een ander type kan dit een slechte werking van de afstandbediening veroorzaken.- Voor de afstandsbediening zijn twee droge alkalinebatterijen vereist van 1,5V (type AAA) (Afb.25).
NEDERLANDSNL - 203. 5 - GEBRUIK VAN HET APPARAATHandel als volgt om het apparaat te gebruiken. 3. 5. a - Inschakeling/uitschakeling apparaatSchakel de hoofdschakelaar in als de elektrische voeding van een hoofdschakelaar is voorzien. a. Druk de toets “ ” (T2) 2 seconden in om de ventilatorconvector/-radiator in/uit te schakelen. b. Het apparaat kan in-/uitgeschakeld worden met een druk op de toets “B1” op de afstandsbediening. Alle timers worden gereset als het apparaat uitgeschakeld is. De status ‘stand-by’ wordt aangegeven als geen enkel lichtsignaal aanwezig is. In dit geval werkt het apparaat dus niet. In deze modus waarborgt de bediening een antivriesbeveiliging. De magneetklep heet water wordt geactiveerd, de ventilatormotor gaat op minimumsnelheid werken en op het display wordt de code “AF” weergegeven als de omgevingstemperatuur daalt tot onder 5°C. 3.
6 - AUTOMATISCH KOELEN/VERWARMENAls deze regeling ingesteld is, kan de bediening automatisch de koel- of verwarmingsmodus kiezen naar aanleiding van het verschil tussen de door de gebruiker ingestelde temperatuur en de omgevingstemperatuur. a. Activeer/deactiveer deze functie door de toets “T3” voor de selectie van het koelen/verwarmen 10 seconden ingedrukt te houden tot de blauwe en rode symbolen (A5) afwisselend worden weergegeven. Deze instelling blijft behouden, ook bij een stroomstoring. b. Controleer vervolgens of de unit de modus alleen koelen (blauwe aanduiding “A5” aan), ventilator (blauwe en rode aanduidingen uit) of alleen verwarmen (rode aanduiding “A5” aan) afwisselt als de ingestelde temperatuur wijzigt. In deze modus is de compensatie van de gelezen omgevingstemperatuur uitgeschakeld. Deze instelling kan uitsluitend op het paneel op de machine worden verricht.
Activeer/deactiveer deze functie door de toets “T3” voor de selectie van het koelen/verwarmen 10 seconden ingedrukt te houden tot de blauwe en rode symbolen (A5) afwisselend worden weergegeven. Deze instelling blijft behouden, ook bij een stroomstoring. b. Druk de toets “T3” 2 seconden in om cyclisch de modi koelen (blauwe led), verwarmen (rode led) of ventilatie (rode en blauwe leds uit) te selecteren. Met de afstandsbedieninga. Selecteer deze functie door op de toets “B2” te drukken tot het symbool alleen verwarmen (10) of alleen koelen (11) op de afstandsbediening weergegeven wordt. De afstandsbediening kan niet worden gebruikt om de instelling van handbediend te wijzigen naar automatisch.
Bi2 Air TRNEDERLANDSNL - 213. 8 - VENTILATIE In deze modus verricht het apparaat geen enkele handeling aan de temperatuur of de luchtvochtigheid in de ruimte, maar laat het de lucht uitsluitend circuleren. Op de machinea. Druk de toets “T3” 2 seconden in om cyclisch de modi koelen (blauwe led), verwarmen (rode led) of ventilatie (rode en blauwe leds uit) te selecteren. b. In deze modus is de interne ventilator altijd ingeschakeld en kan op elk gewenst moment de gewenste ventilatorsnelheid worden geselecteerd met een druk op de specieke toets “T2”. De gewenste temperatuur, die op de automatische snelheid van de ventilator van invloed is, kan uitsluitend op de machine worden geselecteerd: hoe groter het verschil tussen de gewenste temperatuur en de omgevingstemperatuur, hoe hoger de ventilatorsnelheid is. Deze volgende ventilatorsnelheden zijn mogelijk.
MAXIMUM MINIMUM AUTOMATISCHMet de afstandsbedieninga. Selecteer deze modus door de toets “B2” in te drukken tot de twee symbolen koelen (10) en verwarmen (11) niet langer branden. b. In deze modus is de interne ventilator altijd ingeschakeld en kan op elk gewenst moment de gewenste ventilatorsnelheid worden geselecteerd met een druk op de specieke toets “B6”. In de modus ventilatie blijft de magneetklep uitgeschakeld. De ventilator wordt echter geactiveerd op de ingestelde snelheid. 3. 8. a - Werking op maximumsnelheid Op de machinea. Selecteer deze modus door de toets “ ” (T2) meerdere keren in te drukken tot de aanduiding (A4) gaat branden. b. Deze modus biedt onmiddellijk het maximale vermogen, zowel tijdens het koelen als het verwarmen (de ventilatormotor wordt altijd geactiveerd op de maximumsnelheid). Met de afstandsbedieninga.
Selecteer deze modus door de toets “ ” (T2) meerdere keren in te drukken tot de aanduiding (A3) gaat branden. b. In deze modus wordt de ventilatorsnelheid volledig automatisch geregeld tussen een minimum- en maximumwaarde, al naargelang of de ruimte moet worden gekoeld of verwarmdMet de afstandsbedieninga. Selecteer deze modus door de toets “B6” meerdere keren in te drukken tot de aanduiding (5) gaat branden.
NEDERLANDSNL - 223. 9 - WERKING ‘S NACHTS Op de machinea. Selecteer deze modus door de toets “ ” (T2) meerdere keren in te drukken tot de aanduiding (A1) gaat branden. b. De functie wordt automatisch gedeactiveerd als de ventilatiesnelheid wordt aangepast met de toets “” (T2). Met de afstandsbedieninga. Selecteer deze modus door de toets “B11” in te drukken tot de aanduiding (7) gaat branden. b. Deactiveer de functie met een druk op de toets “B11” om de ventilatiesnelheid te kunnen aanpassen. Als deze functie geactiveerd is, wordt de interne ventilator automatisch beheerd door het apparaat en wordt de ingestelde omgevingstemperatuur automatisch aangepast zoals hieronder is beschreven:• na een uur verlaagd met 1°C en na 2 uur met nog een graad in de verwarmingsmodus;• na een uur verhoogd met 1°C en na 2 uur met nog een graad in de koelmodus.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Olimpia Splendid Bi2 SLIR NAKED stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Niet gecategoriseerd Olimpia Splendid
Handleiding Niet gecategoriseerd
Nieuwste handleidingen voor Niet gecategoriseerd