Novy 1811 ONE Handleiding

Novy Kookplaat 1811 ONE

Bekijk gratis de handleiding van Novy 1811 ONE (52 pagina’s), behorend tot de categorie Kookplaat. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 86 mensen en kreeg gemiddeld 4.9 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Novy 1811 ONE of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/52
NL Gebruiksaanwijzing p. 2
FR Mode d’emploi p. 13
DE Bedienungsanleitung p. 24
EN Operating Instructions p. 35
1811

Beoordeel deze handleiding

4.9/5 (3 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Novy
Categorie: Kookplaat
Model: 1811 ONE

Handleiding Novy 1811 ONE – volledige tekst

INHOUDSOPGAVE1 ALGEMENE INFORMATIE 32 VEILIGHEID 3 2.1 Voorzorgsmaatregelen voor gebruik van het toestel 3 2.2 Gebruik van het apparaat 3 2.3 Voorzorgsmaatregelen tegen beschadiging 3 2.4 Voorzorgsmaatregelen bij defect van het apparaat 4 2.5 Andere voorzorgsmaatregelen 43 BESCHRIJVING VAN HET TOESTEL 4 3.1 Technische kenmerken van de inductiekookplaat 4 3.2 Principe van inductie 4 3.3 Geluiden bij inductie 4 3.4 Globaal overzicht 5 3.5 Bedieningspaneel kookplaat 54 GERBUIK VAN HET TOESTEL 5 4.1 Toetsen en slider bediening 5 4.2 Bediening van de kookplaat 5 4.2.1 In- en uitschakelen 5 4.2.2 Pandetectie 6 4.2.3 Aanduiding restwarmte 6 4.2.4 Power functie en Super Power functie 6 4.2.5 Timer functie 6 4.2.6 Programmeren van de aankookautomaat 7 4.2.7 Stop & Go Functie 7 4.2.8 Herhalingsfunctie 7 4.2.9 Warmhoudfunctie 8 4.2.10 Bridge Functie 8 4.2.11 Grill functie 8 4.2.12 Vergrendeling van het bedieningspaneel 8 4.3 Bediening van de ventilatietoren 8 4.3.1 In en uitschakelen en naloopfunctie 8 4.3.2 Vermogensniveau verhogen en verlagen 8 4.3.3 Lage stand afzuiging 8 4.3.4 Auto-stop 9 4.3.5 Concentratie van de ventilatie 9 4.4 Reinigingsindicaties 9 4.4.1 Reinigingsindicatie vetfilters 9 4.4.2 Reinigingsindicatie Monoblock recirculatiefilter (alleen bij recirculatie) 95 KOOKADVIES 96 ONDERHOUD 10 6.1 Onderhoud van de kookplaat 10 6.2 Uitnemen van de ventilatietoren en reservoir legen 10 6.3 Reinigen van de vetfilters 10 6.4 Terugplaatsen van de ventilatietoren 11 6.5 Reinigen van het Monoblock recirculatiefilter (alleen bij recirculatie) 117 KLEINE STORINGEN VERHELPEN 11 7.1 Meldingen bij de kookplaat 11 7.2 Meldingen bij de afzuiging 12 7.3 Overig 12Maattekening 45

NL 31 ALGEMENE INFORMATIE• Lees aandachtig de gebruiksaanwijzing en de mon-tage instructie vóór de installatie en ingebruikname van dit toestel. Hierin vind u belangrijke informatie voor de montage en gebruik van het toestel. • Dit toestel is enkel geschikt voor huishoudelijk ge-bruik. • Controleer de staat van het toestel en het montage-materiaal zodra u ze uit de verpakking haalt. Neem het toestel met zorg uit de verpakking. Gebruik geen scherpe messen om de verpakking te openen. In-stalleer het toestel niet indien het beschadigd is en richt u in dat geval tot NOVY. • Bewaar deze handleiding zorgvuldig en geef deze door aan de persoon die het toestel eventueel na u gebruikt. • Recyclage van de transportverpakking en het oude toestel. Dit toestel is beschermd door verpakking. De gebruikte materialen zijn niet schadelijk voor het milieu en geschikt voor recyclage.

Opteer voor een milieuvriendelijke afvoer van de verpakking. Uw ap-paraat bevat tevens vele recycleerbare materialen. Daarom dienen gebruikte apparaten van ander afval te worden gescheiden. De recyclage van de appara-ten die door uw fabrikant wordt georganiseerd wordt op deze manier onder de beste omstandigheden uitgevoerd, overeenkomstig de Europese richtlijn 2002/96/CE betreffende elektrisch en elektronisch afval. Informeer bij uw gemeente of bij uw verkoper naar de dichtstbijzijnde inzamelplaats voor uw oude apparaten. In deze gebruiksaanwijzing wordt gewerkt met een aantal symbolen. Hieronder vind u de betekenis van deze symbolen. Symbool Betekenis ActieIndicatie Toelichting van een indicatie op het toestel. Waarschuwing Dit symbool duidt op een belangrijke tip of een gevaarlijke situatie. Leef deze instructie na om letsel en materiële schade te voorkomen. 2 VEILIGHEID2.

• De kookplaat dient niet als ondergrond of werkvlak gebruikt te worden. • De veiligheid wordt enkel verzekerd wanneer het apparaat volgens de vereiste voorschriften op een aardleiding is aangesloten. • Gebruik geen verlengkabel voor de aansluiting op het elektrische net. 2. 2 Gebruik van het apparaat• Voor het eerste gebruik poets de glasplaat met een vochtige doek en droog het af. Gebruik geen detergent, deze kan op het glas een blauwachtige waas doen verschijnen. • Metalen voorwerpen zoals messen, vorken, lepels en deksels mogen niet geplaatst worden op het gla-zen kookoppervlak omdat deze dan heet kunnen worden. • Verzeker u ervan dat geen enkele elektrische kabel van een vast of los apparaat met het warme kook-vlak of met een warme kookpot in contact komt. • Gebruik enkel geschikte kookpotten/ pannen. An-dere materialen kunnen smelten of ontbranden.

• Bedek het apparaat nooit met een doek of een be-schermblad. Het zou kunnen verhitten en ontvlam-men. • Schakel de warmtebron na gebruik steeds uit. • Waak steeds over bereidingen die oliën en vetten bevatten want deze kunnen vlug vlam vatten. • Magnetisch gevoelige voorwerpen (creditcards, in-formatica diskettes, rekenmachines) mogen zich niet in de onmiddellijke nabijheid van het functionerende apparaat bevinden. • Pas op voor brandwonden tijdens en na het gebruik van het apparaat. • Kinderen jonger dan 8 jaar, personen van wie de psychische en of mentale capaciteit vermindert zijn en personen van wie de kennis onaangepast is, kun-nen dit toestel enkel onder toezicht gebruiken of in-dien zij opgeleid zijn om dit toestel te gebruiken in veilige omstandigheden.

• Dit toestel is niet geschikt voor gebruik door perso-nen (inclusief kinderen) met verminderd lichamelijke, zintuiglijke waarneming of geestelijke vermogens of gebrek aan kennis en ervaring, tenzij zij begeleiding of instructies krijgen over het gebruik van het toestel door een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid.

• Kinderen moeten zodanig begeleid worden dat het zeker is dat zij niet gaan spelen met het toestel. 2. 3 Voorzorgsmaatregelen tegen beschadiging• Beschadigde kookpotten of kookpotten met ruwe bodem (niet geëmailleerd gietijzer) kunnen het glas beschadigen. • De aanwezigheid van zand of andere schuurmateri-alen kunnen het glas beschadigen. • Laat geen voorwerpen (zelfs kleine) op het glas val-len. • Vermijd het stoten van kookpotten tegen de rand van het glas. • Verzeker u ervan dat de ventilatie van het apparaat verloopt volgens de instructies van de fabrikant. • Plaats of laat geen lege kookpotten op de kookplaat. • Vermijd het contact van suiker, synthetische stoffen of aluminiumfolie met de hete zones. Deze stoffen.

NL 4kunnen tijdens het afkoelen het vitro keramische op-pervlak doen barsten of aantasten: schakel het ap-paraat uit en verwijder ze onmiddellijk van de nog hete zones (opgepast: risico voor brandwonden) • Risico van brand. Geen voorwerpen op de kookplaat leggen. • Plaats nooit een warme kookpot op de bedienings-zone. • Indien er onder het inbouwapparaat een lade is, zorg dan voor een voldoende afstand (2 cm) tussen de inhoud van de lade en de onderkant van het ap-paraat teneinde een goede ventilatie te verzekeren. • Leg geen ontvlambare voorwerpen (bijv. sprays) in de lade onder de kookplaat. Eventuele bestekbak-ken dienen in warmtebestendig materiaal te zijn uit-gevoerd. 2. 4 Voorzorgsmaatregelen bij defect van het appa-raat• Bij het vaststellen van een defect, het apparaat uit-zetten en de elektrische toevoer uitschakelen.

• Schakel onmiddellijk de elektrische stroom van het apparaat uit indien er een barst of spleet in het vitro keramische glas is en verwittig de dienst na verkoop. • De herstellingen dienen enkel door gespecialiseerd personeel te worden uitgevoerd. In geen geval het apparaat zelf openen. • WAARSCHUWING: Als het glazen kookoppervlak gebroken is, schakel het toestel uit om een moge-lijke elektrische schok te voorkomen. 2. 5 Andere voorzorgsmaatregelen• Zorg ervoor dat de kookpot steeds in het midden van de kookzone staat. De bodem van de kookpot moet de kookzone zoveel mogelijk bedekken. • Een magnetisch veld kan elektronische apparatuur beïnvloeden. Personen die een pacemaker dragen doen er goed aan eerst de verdeler of een arts te raadplegen. • Gebruik geen synthetische of aluminium kookpan-nen: deze kunnen op de nog hete zones smelten. • Vuur nooit blussen met water.

Het gebruik van niet geschikte potten en pan-nen of van verwijderbare accessoires om potten, niet geschikt voor inductie, op te warmen, valt niet onder de garantie voorwaarden. De fabrikant kan niet verant-woordelijk gehouden worden voor beschadigingen aan de kookplaat en haar omgeving die hiervan het gevolg kunnen zijn. 3 BESCHRIJVING VAN HET TOESTELHet toestel is een inductiekookplaat met geïntegreerde werkblad afzuiging. De inductiekookplaat beschikt over 4 kookzones met in het midden van de kookplaat de ventilatietoren die voor het verwijderen van de kook-dampen zorgt. De werking van de kookplaat en van de afzuiging wor-den apart van elkaar bedient. Verderop in deze ge-bruiksaanwijzing vind u de uitleg van de bediening van het apparaat. 3. 1 Technische kenmerken van de inductiekook-plaatType 1811Total vermogen 7400 WEnergieverbruik van de kook-plaat EChob**187.

4 Wh/kgZone 220 x 180 mmDetectie kookpan Ø 100 mmNormaal* 2100 WMet Power* 2600 WSuper Power* 3700 WKookgerei ** Ø 150 mmEnergieverbruik ECcw** 182. 8 Wh/kgKookgerei ** Ø 180 mmEnergieverbruik ECcw** 190. 6 Wh/kgKookgerei ** Ø 210 mm (x2)Energieverbruik ECcw** 188. 1 Wh/kg* het vermogen kan variëren in functie van de afmetin-gen en het materiaal van de kookpotten** berekend volgens de methoden voor het meten van de gebruikseigenschappen(EN 60350-2)3. 2 Principe van inductieOnder elke kookzone bevindt zich een inductiespoel. Wanneer deze in werking is, produceert ze een vari-abel elektromagnetisch veld dat op zijn beurt induc-tiestroom produceert in de magnetische bodem van de kookpot. Hierdoor verwarmt de kookpot die op de kookzone staat.

Uiteraard zijn aangepaste kookpotten vereist: • Aanbevolen zijn alle metalen kookpotten met mag-netische basis (eventueel met een magneet te con-troleren) zoals: gietijzeren ketel, zwarte ijzeren pan, geëmailleerde metalen kookpotten, in inox met mag-netische bodem, … • Uitgesloten zijn alle kookpotten in koper, inox, alumi-nium, glas, hout, keramiek, aardewerk, inox zonder magnetische bodem… De inductie kookzone houdt onmiddellijk rekening met de afmeting van de gebruikte kookpot. Is de diameter te klein dan werkt de kookpot niet. De diameter varieert in functie van de diameter van de kookzone. Wanneer de kookpot niet aan de kookplaat aangepast is, blijft het symbool [ U ] branden. 3. 3 Geluiden bij inductieBij gebruik van een inductiekookplaat kunnen in het kookgerei allerlei geluiden ontstaan.

Deze geluiden zijn afhankelijk van constructie en het materiaal van de bo-dem van het kookgerei. BrommenDit treedt op als u kookt op een hogere vermogens-stand, en wordt veroorzaakt door de hoeveelheid energie die van de kookplaat naar het kookgerei wordt gestuurd. Het geluid verdwijnt of is zachter als u de kookplaat op een lagere stand instelt.

NL 5KnetterenDit geluid ontstaat als het kookgerei uit verschillende materiaallagen is gemaakt. Het geluid wordt veroor-zaakt door trillingen in de aanraakvlakken van de ver-schillende materiaallagen. FluitenDergelijke geluiden treden over het algemeen op bij kookgerei dat is samengesteld uit verschillende ma-teriaallagen, en als twee aangrenzende kookzones gelijktijdig op de maximale instelling worden gebruikt. Het fluitende geluid verdwijnt of is zachter als u de kookplaat op een lagere stand instelt. KlikkenBij lage vermogensstanden kunnen bij elektronische schakelingen klikgeluiden optreden. ZoemenEr kan een zoemend geluid ontstaan als de ventilator wordt ingeschakeld. Deze ventilator koelt de elektro-nica als u de kookplaat intensief gebruikt. Ook nadat u de kookplaat heeft uitgeschakeld, blijft de ventilator doorlopen als de temperatuur te hoog is. 3.

Het aanraken van de toets zet de functie in werking. Deze activering wordt weergegeven door een lichtje, een aflezing en/of een geluidssignaal. Niet op meerdere toetsen tegelijk duwen bij normaal gebruik.

Voor de selectie van het vermogen volstaat het om met uw vinger over de slider te glijden net onder de witte led aanduiding. U heeft ook de rechtstreekse toegang tot een bepaald niveau door met uw vinger het ge-wenste niveau rechtstreeks te selecteren4. 2 Bediening van de kookplaat4. 2. 1 In- en uitschakelenIn- en uitschakelen van de kookplaat:Actie Bedieningspaneel DisplayInschakelen Druk op [ O/I ] en 2 -sec blijven duwen[ wit LED licht op bij O/I ]Uitschakelen Druk op [ 0/I] geen of [ H ].

NL 6In- en uitschakelen van een kookzone:Actie Bedieningspaneel DisplayInstellen Glijden over de “SLIDER“ [ 0 ] tot [ 9 ](Sterktere-geling)naar rechts of linksUitschakelen Glijden tot [ 0 ] over de “SLIDER“[ 0 ] of [ H ]Indien binnen de 20 seconden geen regeling is uitge-voerd, valt de elektronica terug op de wachtpositie. 4. 2. 2 PandetectieDeze kookplaat is uitgerust met een interactief contro-lesysteem dat het gebruik van de kookplaat nog ver-eenvoudigd. Wanneer u een pan op de ingeschakelde kookplaat plaatst, wordt deze automatisch gedetec-teerd. Bovendien krijgt u een indicatie [ 0 ] welke slider u dient te gebruiken voor de desbetreffende zone. De detectie van de pan verzekert een optimale veilig-heid. De inductiekookplaat werkt niet:• Indien er geen pan op de kookzone staat of wanneer de pan ongeschikt is voor inductie.

In dit geval is het onmogelijk het vermogen op te voeren en het sym-bool [ U ] verschijnt op het display. Wanneer een pan op de kookzone wordt geplaatst verdwijnt de [ U ]. • De werking wordt onderbroken wanneer tijdens het koken de pan van de kookzone wordt genomen. Het symbool [ U ] verschijnt op het display. De [ U ] ver-dwijnt wanneer de kookpot terug op het kookvlak wordt geplaatst. Het koken gaat door op het voor-dien gekozen vermogen. Schakel de kookzone uit na gebruik. De pandetectie [ U ] blijft dan niet actief. 4. 2. 3 Aanduiding restwarmteAls na het uitzetten van de kookzones of het volledig uitzetten van de kookplaat, de kookzones nog warm zijn, wordt dit aangegeven door [ H ]. Het symbool [ H ] verdwijnt wanneer de kookzones zonder gevaar kunnen aangeraakt worden.

Zolang het lampje van de restwarmte blijft branden, de kookzo-nes niet aanraken en geen enkel warmtegevoelig voor-werp op de kookzones plaatsen. Gevaar voor brand of brandwonden. 4. 2. 4 Power functie en Super Power functieDe Power functie [ P ] en Super Power [ ] verlenen aan de gekozen kookzone een opgevoerd vermogen.

Indien deze functie geactiveerd is, werken deze kook-zones gedurende 10 minuten met een aanmerkelijk ho-ger vermogen. Power is ontworpen om bijvoorbeeld snel grote hoe-veelheden water te verwarmen, zoals bij de bereiding van pasta.

In- en uitschakelen van Power:Actie Bedieningspaneel DisplayPower in-schakelenTot het einde van de « SLIDER » glijden of meteen op het einde van de “SLIDER” duwen[ P ]Power uit-schakelenGlijden over de “SLI-DER“[ 9 ] naar [ 0 ]In- en uitschakelen van Super Power:Actie Bedieningspaneel DisplayPower in-schakelenTot het einde van de « SLIDER » glijden of met-een op het eindevan de “SLIDER” duwen[ P ]Super Power in-schakelenDruk opnieuw einde van de “SLIDER” [ en P ] Super Po-wer uitscha-kelen Glijden over de “SLIDER“ [ P ] naar [ 0 ]Power uit-schakelenGlijden over de “SLIDER“ [ 9 ] naar [ 0 ] Beheer van het maximaal vermogen:De kookplaat is opgedeeld in 2 afzonderlijke verwar-mingszones, elke zone met een maximaal vermogen.

Als deze vermogensgrens bij het inschakelen van een hoge kookstand of de powerfunctie wordt overschre-den, reduceert het powermanagement de kookstand van de bijbehorende module-kookzone. De aanwijzing van deze kookzone knippert eerst, daarna wordt de maximaal mogelijke kookstand constant getoond. Gekozen kookzoneAndere kookzone (bijvoorbeeld: kookniveau 9 )[ P ] wordt weergegeven[ 9 ] wordt tot [ 8 ] gereduceerd en knippertHet is mogelijk om met booster (of dubbel booster) meerdere kookzones tegelijkertijd te activeren, hiervoor is het noodzakelijk om de zones door elkaar te gebrui-ken (AB). 4. 2. 5 Timer functieDe timerfunctie kan voor alle kookzones tegelijk ge-bruikt worden en dit met verschillende tijdsaanduidin-gen ( van 0 tot 99 minuten ) voor iedere zone.

NL 7Regeling of wijziging van de kooktijd:Actie Bedieningspaneel DisplaySelecteer het vermo-genOver « SLIDER »glijden“ [ 1 ] tot [ P ]Selecteer de timerdruk tegelijkertijd op [ - ] en [ + ] van de timer en eventueel nogmaals tegelijkertijd indrukken tot de zandloper van de desbetreffende zone oplichtzandloper van de zone licht opDuurtijd ver-minderendruk op [ - ] van de timer [ 60 ] gaat naar 59…Duurtijd verlengendruk op [ + ] van de timer de tijd ver-lengtNa enkele seconden knippert de led [ min ] niet meer. De tijd is geselecteerd en het aftellen begint.

Uitschakelen van de timerfunctie:Actie Bedieningspaneel DisplaySelecteer de timerTegelijkertijd drukken op [ - ] en [ + ] van de timer tot de gewenste zandlo-per oplichtde tijd wordt weergege-venStop de timerblijf op [ - ] van de timer drukken[ 000 ]Indien verschillende timers geactiveerd zijn, dient deze handeling enkele keren herhaald te worden. Gebruik van de timer zonder koken:De timer kan ook als onafhankelijke kookwekker wor-den gebruikt zonder dat een kookzone wordt gescha-keld. Indien de kooktafel wordt uitgeschakeld loopt de onafhankelijke kookwekker nog verder tot het einde van de ingestelde tijd.

Actie Bedieningspaneel DisplayDe kook-plaat inschake-len druk op [ 0/I ] [ 0 ]Selecteer de timerdruk tegelijkertijd op [ - ] en [ + ] van de timer [ 000 ]Duurtijd ver-minderendruk op [ - ] van de timer [ 60 ] gaat naar 59…Duurtijd verlengendruk op [ + ] van de timer de tijd ver-lengtNa enkele seconden knippert de led [min] niet meer. De tijd is geselecteerd en het aftellen begint. Automatisch uitschakelen op het einde van de kooktijd:Zodra de geselecteerde kooktijd afgelopen is, gaat de Anzeige knipperen [ 000 ], er klinkt een geluidssignaal en de kookzone stopt. Om het geluids-signaal en het knipperen te stoppen drukt u op [ - ] of [ + ] van de timer. 4. 2. 6 Programmeren van de aankookautomaatAlle kookzones zijn uitgerust met een aankookauto-maat.

De kookzone functioneert eerst een zekere tijd op volle kracht en vermindert dan automatisch tot het gekozen vermogen. Programmeren van de aankookautomaat:Actie Bedieningspaneel DisplayHet vermo-gen kiezen(vb. « 7 »)over de “SLIDER glijden tot [ 7 ] en 3sec blijven duwen[ 7 ] knippert met [ A ]Stopzetten van de aankookautomaat:Actie Bedieningspaneel DisplayHet vermo-gen kiezenGlijden over de “SLIDER“ [ 0 ] tot [ 9 ]4. 2. 7 Stop & Go FunctieDeze functie onderbreekt de activiteit van de kookplaat tijdelijk en laat een herstart met dezelfde instellingen toe. Aan- en uitzetten van Stop & Go:Actie Bedieningspaneel DisplayStop & Go aanzettenDruk op [ II ] [ II ] ver-schijntStop & Go uitzettenduw op [ II ]duw op de geanimeerde « SLIDER »geanimeerde « SLIDER »de vorige instellingenverschijnen4. 2.

8 HerhalingsfunctieNa het uitzetten van de kookplaat ( 0/I ) is het mogelijk de laatst gekozen instellingen te herhalen:• Staat van alle kookzones (vermogen)• Minuten en seconden van de geprogrammeerde kookzones door de timers• Functie “automatisch koken”• WarmhoudfunctieDe herhalingsprocedure is als volgt:• Duw op de toets [ 0/I ]• Duw op [ II ] voor het knipperen stopt. De vorige instellingen zijn opnieuw Betätigungf4. 2. 9 WarmhoudfunctieDeze functie maakt het mogelijk een temperatuur van 42°C, 70°C of 94°C te bereiken en automatisch te be-houden. Dit voorkomt dat vloeistoffen overlopen en dat uw ge-rechten aan de bodem van de kookpot gaan kleven.

NL 8Aanzetten, stopzetten van de Warmhoudfunctie:Actie Bedieningspaneel DisplayActiveer warmhou-den 42°Cdruk 1 maal op [ Warm-houd toets ] [ U ] en led [ ]Activeer warmhou-den 70°Cdruk 2 maal op [ Warm-houd toets ][ U ] en led [ ]Activeer warm-houden 94°Cdruk 3 maal op [ Warm-houd toets ] [ U ] en led [ ]Warmhoud-functie stoppen over de « SLIDER » glijden [ 0 ] tot [ 9 ]of op [ Warmhoud toets ] drukken tot [ 0 ] [ 0 ] tot [ 9 ] [ 0 ]De maximale duur van het warmhouden is 2 uur. 4. 2. 10 Bridge FunctieDeze functie laat toe om de 2 linker en 2 rechter zones te koppelen tot 2 grote zones. Deze functie kan manu-eel of automatisch geactiveerd wanneer een grote pot/pan op het kookoppervlak wordt gezet.

Actie Bedieningspaneel DisplayKookplaat aanzettenSelecteer [ 0/I ] [ 0 ]Manueel bridge activerentegelijkertijd op [ Warm-houd toets ] duwen van de 2 te combineren zones[ 0 ] et [ ]Bridge ver-hogen over de « SLIDER » glijden tot het gewenste vermogen[ 1 tot 9 ]Bridge stop-zetten tegelijkertijd op [ Warm-houd toets ] duwen van de 2 gecom-bineerde zones[ 0 ]4. 2. 11 Grill functieMet deze functie kan het optimale gebruik van de grill-plaat met het combineren van twee zones en gebruik van de juiste vermogens. Actie Bedieningspaneel DisplayActiveer de kookplaatDruk toets [ 0/I ] zet de grillplaat op de 2 zones naar gebruiken[ 0 ][ ] knip-perenActiveer de Grill Toets tegelijkertijd op de«SLIDER» van de 2 kookzones [ ]Verhoog de GrillstandSchuif op de “SLIDER” wat de slider aangeeft vermogen op deSLIDER”Stop de Grill Druk tegelijkertijd op de«SLIDER» van de 2 kookzones [ 0 ]4. 2.

12 Vergrendeling van de bedieningOm te vermijden dat een selectie van de kookplaat wordt gewijzigd, bijvoorbeeld bij het poetsen van het glas, kan de bediening worden vergrendeld (behalve de toets aan/uit [ 0/I ]).

Actie Bedieningspaneel DisplayKookplaat vergrende-lenvinger gedurende 6s op [] houden led vergren-deling licht opKookplaat ontgrende-lenvinger gedurende 6s op [] houden led vergren-deling gaat uit4. 3 Bediening van de ventilatietoren4. 3. 1 In en uitschakelen en naloopfunctie LET OP: bij het inschakelen van de afzuiging komt au-tomatisch de toren in het midden van de inductiekook-plaat omhoog. Zorg dat er niets op deze toren staat. Actie Bedieningspaneel DisplayInschakelen druk op [ ] en 2 seconden blijven drukkenwit led licht opNaloopfunc-tie druk op [ ] wit led knip-pertUitschakelen druk op [ ]geen indi-catieNaloopfunctie: De nalooptijd is standaard 30 minuten. Gedurende deze 30 minuten kan de afzuiging nog de aanwezige geurtjes en kookdampen uit de keuken ver-wijderen. Maak dus gebruik van deze nalooptijd. Na 30 minuten schakelt de motor uit. 4. 3.

2 Vermogensniveau verhogen en verlagenActie Bedieningspaneel DisplayInschakelen druk op [ ] en 2 seconden blijven drukkenwit led licht opVermogen verhogendruk op [ + ] witte leds gaan inten-ser branden (totaal 4 leds)Vermogen verlagendruk op [ - ] witte leds gaan minder intens branden tot dat deze helemaal uit zijn4. 3. 3 Lage stand afzuigingMet de toets [symbool] kan gekozen worden voor een vast ingesteld vermogen, waarbij de toren op een laag niveau blijft. Deze functie zou gebruikt kunnen worden voor bijvoorbeeld het koken van een ei.

NL 9Actie Bedieningspaneel DisplayInschakelen druk op [ ] en 2 seconden blijven drukkenUitschakelen druk op [ ] 4. 3. 4 Auto-stopOm te vermijden dat de afzuiging aan zou blijven staan, wordt de motor automatisch na 3 uur uitgeschakeld (enkel indien tijdens die 3 uur de bediening niet werd gewijzigd). 4. 3. 5 Concentratie van de ventilatieIndien u slecht op één zijde van de kookplaat kookt, kunt u de verwijdering van de dampen concentreren op die zijde. Met behulp van de schakelaar kunt u de dampverwijdering concentreren op de linker of rechter-zijde. Zo wordt de efficiëntie van het toestel nog ver-hoogd. 4. 4 Reinigingsindicaties4. 4. 1 Reinigingsindicatie vetfilters Indicatie: Witte led naast gaat brandenNa 20 kookuren knippert het witte led naast het sym-bool. Volg de reinigingsinstructies op welke beschreven staan in het hoofdstuk Reiniging.

Na het reinigen en het terug plaatsen van de vetfilters, reset de reinigingsindicatie. Reset: druk gedurende 3 seconden op de toets4. 4. 2 Reinigingsindicatie Monoblock recirculatiefil-ter (alleen bij recirculatie) Indicatie: Witte led naast gaat brandenNa 200 kookuren brandt de witte led op naast het sym-bool (Deze indicatie geeft aan dat het Monoblock recirculatiefilter geregenereerd dient te worden. Volg de reinigingsinstructies op welkebeschreven staan in het hoofdstuk Reiniging. Na het regenereren en het terugplaatsen van het Mono-block recirculatiefilter, dient u reinigingsindicatie weer op te starten. Reset: druk gedurende 3 seconden op de toets. Indien deze programmering niet wordt uitgevoerd, wordt de programmering automatisch ingesteld na 10 keer inschakelen van de afzuiging.

De fabrikanten vermelden of hun producten geschikt zijn voor inductie. Om u ervan te verzekeren of de kookpotten geschikt zijn: • Giet een beetje water in een kookpot en plaats deze op een inductie kookzone ingesteld op [ 9 ]. Het wa-ter moet binnen enkele seconden opwarmen. • Houd een magneet tegen de bodem van de kook-pot. De magneet moet blijven plakken. Sommige kookpotten zoemen wanneer ze op een in-ductie kookzone geplaatst worden. Dit wil niet zeggen dat het apparaat defect is en het beïnvloedt geenszins het functioneren. Afmetingen van de kookpottenDe kookzones passen zich in zekere mate automatisch aan de diameter van de kookpot aan. De bodem van deze kookpot dient wel een minimum diameter te heb-ben in functie van de diameter van de gekozen kook-zone. Plaats de kookpot goed in het midden van de kookzone teneinde een optimaal rendement van uw kooktafel te verkrijgen.

NL 106 REINIGING EN ONDERHOUD Volg alle instructies zoals beschreven in het hoofdstuk Veiligheid Controleer voorafgaand de reiniging of de koo-plaat volledig uitgeschakeld is en de kookzones afgekoeld zijn. Volg onderstaande reinigingsinstructies voor een langere levensduur en optimale werking van het toestel6. 1 Onderhoud van de kookplaat Laat het apparaat eerst afkoelen, anders is er risico op brandwonden. Gebruik in geen geval toestellen die met “stoom” of met “druk” werken. Geen voorwerpen gebruiken die het vitrokerami-sche glas kunnen beschadigen, zoals een schuur-spons, schuurmiddel en agressieve reinigingsmid-delen. Reinigen glas kookplaatVeeg het oppervlak schoon met een vochtige doek of spons met eventueel wat afwasmiddel (het beste tel-kens na gebruik). Daarna wrijft u de kookplaat met een droge doek of met keukenpapier droog.

Let er altijd op dat alle doeken die u gebruikt proper zijn, zodat kras-sen op het oppervlak vermeden worden. Voor hardnekkige vlekkenSterke verontreinigingen en vlekken (kalkvlekken, pa-relmoerachtig glanzende vlekken) kunt u het best ver-wijderen als de kookplaat nog lauwwarm is. Gebruik hiervoor gebruikelijke reinigingsmiddelen en reinigings-methode. Indien dit echter niet zou volstaan kunt u ge-bruik maken van een specifiek reinigingsproduct voor het reinigen van vitrokeramisch glas (bv vitroclen)Overgekookte spijzen eerst met een natte doek in-weken en vervolgens de vuilresten met een speciale glasschraper voor keramische kookplaten verwijderen. Daarna de kookplaat reinigen zoals onder punt 2 be-schreven. Ingebrande suiker en gesmolten kunststof verwijdert u meteen – in nog hete toestand – met een glasschraper. Daarna de kookplaat reinigen zoals onder punt 2 be-schreven.

Zandkorrels, die eventueel bij het aardappelen schillen of sla schoonmaken op de kookplaten vallen, kunnen bij het verschuiven van pannen krassen veroorzaken. Let er dus op dat er geen zandkorrels op het oppervlak blijven liggen.

Kleurveranderingen van de kookplaat hebben geen in-vloed op de werking en de stevigheid van de vitroke-ramiek. Het gaat hierbij niet om een beschadiging van de kookplaat, maar om niet verwijderde en daarom in-gebrande resten. Glanzende plekken ontstaan door slijtage van de pan-bodem, in het bijzonder bij het gebruik van kookservies met een aluminiumbodem of door ongeschikte reini-gingsmiddelen. Ze kunnen alleen maar moeizaam met gebruikelijke reinigingsmiddelen worden verwijderd. Eventueel de reiniging meermaals herhalen. Door het gebruik van agressieve reinigingsmiddelen en door schurende panbodems wordt het decor in de loop van de tijd afgeschuurd en er ontstaan donkere vlek-ken. Gebruik de kookplaat niet als een werkblad of om ma-terialen op te leggen. Til de pannen/ potten altijd op en schuif deze niet over de glasplaat 6.

2 Uitnemen van de ventilatietoren en reservoir le-genIndien er water in de aanzuigopening is gekomen, wordt dit opgevangen in een uitneembaar reservoir (in-houd van 150ml). • Druk op de toets [ symbool ] zodat de toren omhoog gaat. • Neem de toren aan de zijkanten met 2 handen vast. De toren niet enkel aan het glas naar omhoog trek-kenZodra de toren verwijderd wordt van de kookplaat gaan de 4 witte led’s knipperen. Plaats de toren niet op de kookplaat. In de opening ziet u het uitneembare water reservoir. Neem het waterreservoir eruit en maak deze weer leeg. Indien dit reservoir vol is zal het terecht komen in het overstroom reservoir (200ml). Dit kan met een doek weer drooggemaakt worden. Mocht ook het over-stroom reservoir vol zijn geraakt, komt het overtollige water onderin de een bak terecht (100ml). Dit kan met een doek drooggemaakt worden.

Het is ook mogelijk om een schuif aan de onderzijde van het toestel te ope-nen om zo het water te verwijderen. 6. 3 Reinigen van de vetfiltersNa 20 kookuren brandt de witte led op naast het sym-bool. Neem de aanzuigtoren uit de kookplaat zoals beschreven staat bij 6. 2.

NL 11Draai het glas een kwartslag naar rechts en het glas kan van de toren los genomen worden. In de binnenzijde van de toren ziet u direct de 2 metalen vetfilters. De filter kan als volgt gereinigd worden:• In de vaatwasmachine• Handmatig: Dompel de filter in een oplossing van kokend water, waaraan een ontvettend afwasmiddel is toegevoegd. Spoel vervolgens de filters onder de kraan met warm water uit en laat ze daarna drogen. Indien de bovenvermelde instructies niet worden uitgevoerd, ontstaat er door een te sterke vervuiling, kans op brandgevaar. Na het reinigen:• Plaats de filters en het glas terug op de toren. • Plaats de toren terug in de opening. • Druk gedurende 3 seconden op de toets. 6. 4 Terugplaatsen van de ventilatietorenPlaats het uitneembare water reservoir en de ventilatie-toren terug op de voorziene plaats in het midden van de kookplaat.

De ventilatietoren wordt mooi magne-tisch op zijn plaats gehouden. Druk nu op de toets zodat de toren naar beneden gaat en initialiseert. De 4 leds stoppen met knipperen na deze procedure. 6. 5 Reinigen van het Monoblock recirculatiefilter (alleen bij recirculatie)Indien gekozen is voor recirculatie is het toestel aan-gesloten op een uitblaasbox met een Monoblock recir-culatiefilter. Het Monoblock recirculatiefilter kan tot 12 maal toe ge-regenereerd worden. Regenereren van het Monoblock recirculatiefilter:• De Monoblock kan tot 12 maal toe geregenereerd worden. Dit gebeurt in de oven. • Plaats de filter gedurende 1 uur in een oven op 120°C. Voorzie voldoende verluchting in de ruimte waar de oven staat, er kunnen geuren vrijkomen. Bij het bakken van bepaalde vissoorten, kan er geur vrijkomen. Beste oplossing is het meteen regenere-ren van de filter.

1 Meldingen bij de kookplaatDe kookplaat of de kookzone werkt niet:• de kookplaat is slecht op het elektrisch net aange-sloten• de veiligheidszekering is gesprongen • kijk na of de vergrendeling niet is ingeschakeld• de tiptoetsen zijn met water of vet bespat• er staat een voorwerp op de tiptoetsenHet symbool [ U ] licht op:• er staat geen kookpot op de kookzone • de kookpot is niet geschikt voor inductie • de diameter van de bodem van de kookpot is te klein in vergelijking met de kookzoneHet symbool [ E ] licht op:• Het elektronisch systeem is ontregeld. • Ontkoppel de kookplaat en sluit opnieuw aan.

• Doe beroep op de dienst na verkoop Een enkele zone of alle zones vallen uit:• de veiligheid is in werking getreden • deze treedt in werking wanneer u vergeten heeft een kookzone uit te schakelen • de veiligheid treedt eveneens in werking wanneer één of meerdere tiptoetsen bedekt zijn • een kookpan is leeg en de bodem is oververhit • de kookplaat beschikt eveneens over een automa-tische vermindering van het vermogen en van een automatische uitschakeling bij oververhittingDe ventilator blijft doorwerken na het uitzetten van de kooktafel:• dit is geen defect, de ventilator beveiligt zo de elek-tronische apparatuur • de ventilator stopt vanzelf. De bediening van automatisch koken treedt niet in werking:• de kookzone is nog warm [ H ]• het maximum kookniveau staat aan [ 9 ]• het kookniveau werd aangezet met de toets [ - ]. Het symbool [ U ] licht op:• Zie hoofdstuk “Warmhouden“.

Het symbool [ II ] licht op:• Zie hoofdstuk “Stop&Go“. Het symbool [ ] of [ Er03 ] licht op:• Een voorwerp of vloeistof bedekt de toetsen van de bediening. Het symbool verdwijnt van zodra de toet-sen vrijgemaakt of afgekuist zijn.

NL 12Het symbool [ E2 ]licht op:• De kooktafel is oververhit, laat afkoelen, daarna kunt u ze weer terug inschakelen.Het symbool [ E8 ]licht op:• De luchttoevoer van de ventilator is afgesloten. Maak deze vrij.Het symbool [ U400 ]licht op:• De kooktafel werd niet goed aan het netwerk aange-sloten. Kijk de aansluiting na.Het symbool [ Er47 ]licht op:• De kooktafel werd niet goed aan het netwerk aange-sloten. Kijk de aansluiting na.Indien één van deze foutmeldingen blijft verschijnen, kunt u de dienst na verkoop contacteren.7.2 Meldingen bij de afzuigingVier knipperende witte leds:• De aanzuigtoren is niet juist geplaatst in de opening. Plaats de aanzuigtoren juist of maak de magneten aan de onderzijde van de aanzuigtoren schoon en vetvrij.De afzuigkap zuigt niet goed af. Wat kan dit probleem veroorzaken?• Controleer het vetfilter. Respecteer de reinigingsindi-catie.

Het filter dient gemiddeld één maal in de twee weken gereinigd te worden om de dampen goed door te laten.• Controleer de luchttoevoer in de woning. Zodra de afzuigkap aangezet wordt, dient er luchttoevoer aanwezig te zijn d.m.v. roosters in de ramen open te zetten of een raam open te zetten.• Controleer het kanaal op verstoppingen of vernau-wingen waardoor de lucht niet goed afgevoerd kan worden.7.3 OverigStoring: In geval van storing, aarzel niet om onze Her-steldienst te contacteren:Voor België: Tel.: 056/36.51.02Voor Frankrijk: Tel.: 03.20.94.06.62Voor Duitsland: Tel.: 0511.54.20.771Voor alle andere landen: uw lokale installateur of Novy in België: +32 (0)56/36.51.02Voor een goede en vlotte afhandeling is het noodza-kelijk dat de Hersteldienst weet welk type apparaat u heeft.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Novy 1811 ONE stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden