Nimarine NF15 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Nimarine NF15 (38 pagina’s), behorend tot de categorie Buitenboordmotor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 32 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Nimarine NF15 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/38
gebruikers
handleiding
buitenboordmotor
F9.9 / F15

Beoordeel deze handleiding

4.7/5 (9 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Nimarine
Categorie: Buitenboordmotor
Model: NF15

Handleiding Nimarine NF15 – volledige tekst

Belangrijke aanwijzingen Aan de eigenaarDank dat u voor ons merk en product hee gekozen. Deze handleiding bevat informae voor de correcte bediening, onderhoud en zorg van de buitenboordmotor. Maak u vertrouwd met deze eenvoudige instruces, dat gee de zekerheid dat u het meeste plezier aan uw buitenboordmotor belee. Wanneer u nog aanvullende vragen hee, neem dan contact op met uw dealer. Belangrijke informae wordt benadrukt op de volgende manieren: Dit symbool gee een poteneel gevaarlijke situae aan. LET OP! WEES OPLETTEND! UW VEILIGHEID KAN IN GEVAAR ZIJN!

WaarsChuWingWanneer een WAARSCHUWING genegeerd wordt, kan dat ernsg letsel of zelfs dodelijke gevolgen hebben voor de degene die de buitenmotor bedient, een omstander of degene die de buitenboordmotor repareert of inspecteert.leT OPLET OP gee aan dat er speciale maatregelen genomen moeten worden om, mogelijke, motorschade te voorkomen.OPMerkingEen OPMERKING gee belangrijke informae om bepaalde procedures makkelijker of duidelijker te maken.Om een lange levensduur te garanderen is het van belang om de instruces en aanwijzingen in de handleiding nauwleend te volgen. Het niet volgen van de handleiding en instruces kan motorschade en het vervallen van de garane als gevolg hebben.OPMerkingDe F9.9/15 buitenboordmotor en de standaard aanwezige accessoires zijn gebruikt als uitgangspunt voor de uitleg en illustraes in deze handleiding.

1Het serienummer van de buitenboordmotorHet serienummer van de buitenboordmotor is ingeslagen op het label aan de linkerkant van de motor klembeugel. SN = Serial Number, verder is het type, vermogen en gewicht aangegeven. Noteer het serienummer op onderstaande aeeldingen, deze is noodzakelijk voor de idencae van de motor en vergemakkelijkt het bestellen van onderdelen.1. Serienummer (SN = Serial Number)Serienummer van de motorHet serienummer van motor is ingeslagen op het aluminium motorcarter.Serienummer van de motor:Verklaring van de fabrikantDeze buitenboordmotor voldoet aan de vereisten zoals gesteld in Direcve 2003/44/EC aan de uitstoot van uitlaatgassen en geluidsproduce. De in deze handleiding aangeboden installae- en onderhoudsinstruces garanderen, indien uitgevoerd, dat deze buitenboordmotor aan de gestelde eisen zal voldoen:1.

3Onderdelen losse brandstoank1. Brandstoank2. Brandstofaansluing3. venlaeschroef4. Brandstofmeter WaarsChuWingGebruik de losse brandstoank uitsluitend jdens het varen en niet als brandstofopslag.Afstandsbediening1. Bedieningshendel2. Vergrendelknop neutraalstand3. Handgashendel4. Startschakelaar5. Noodstopschakelaar6. Stelknop frice gashendelBedieningshendel afstandbedieningDruk de vergrendelknop voor de neutraalstand in en beweeg de bedieningshendel voorwaarts uit de neutraalstand om de vooruit stand in te schakelen. Trek de hendel uit de neutraalstand achteruit om de stand achteruit in te schakelen. De motor zal staonair blijven draaien totdat de hendel ca 35° (een weerstand wordt voelbaar) verplaatst wordt. Wanneer de hendel verder verplaatst wordt zal de motor beginnen te accelereren.1. Neutraal ‘’N’’2. Vooruit ‘’F’3. Achteruit ‘’R’’4. Schakelbeweging5.

4Vergrendelknop neutraalstandOm uit de stand neutraal te kunnen schakelen, moet eerst de vergrendelknop ingetrokken worden.1. Vergrendelknop neutraalstandHandgashendelOm gas te kunnen geven zonder dat in de stand vooruit of achteruit geschakeld wordt, moet de bedieningshendel van de afstandbediening in de neutraal stand staan en vervolgens de handgashendel omhoog worden getrokken.OPMerkingDe handgashendel kan alleen gebruikt worden wanneer de bedieningshendel in de stand neutraal staat. De bedieningshendel kan alleen gebruik worden wanneer de handgashendel gesloten is.1. Handgashendel geheel open2. Handgashendel geheel geslotenAlgemene informae

46 51,5Overbrengingsverhouding 27 : 13 (2,08) 27 : 13 (2,08)Schakelpatroon F - N - R F - N - ROntstekingssysteem CDI CDIKoelsysteem waterkoeling waterkoelingStartsysteem handmag/elektrisch handmag/elektrischWijze van trimmentrim en lt handmag instelbaartrim en lt handmag instelbaarInhoud brandstoank (liter)Standaard 12 24Ope 24Bediening afstandbediening afstandbediening1.2.2 Brandstof instrucesBrandstof instrucesAanbevolen brandstof:Wanneer de buitenboordmotor ‘’pingelt’’, gebruik dan een ander merk brandstof of ongelode super benzine. Wanneer overwegend gelode benzine gebruikt wordt, dienen de kleppen en klepbediening na 100 draaiuren gecontroleerd te worden.Euro95 ongelode benzine.Wanneer deze niet verkrijgbaar is,dan super benzine gebruiken.

6 WaarsChuWing• Rook niet bij het tanken, houd afstand van vonken, open vuur en andere ontstekingshaarden• Zet de buitenboordmotor af voor het tanken• Vul alleen brandstof bij in een goed gevenleerde ruimte. Losse brandstoanks buiten de boot vullen• Mors geen brandstof. Veeg gemorste brandstof direct weg met een droge doek• Vul niet te veel brandstof bij• Draai na het tanken de tankdop stevig dicht• Wanneer u benzine ingeslikt hee, overmag benzinedamp ingeademd hee of benzine in de ogen gekregen hee direct medische hulp inschakelen• Wanneer benzine op de huid gemorst wordt, deze direct met zeep en water verwijderen.

Draag geen kleding waar benzine op gemorst is• Laat het benzinevulstuk op de trechter of tankopening rusten om elektrostasche vonken te vermijdenleT OPGebruik uitsluitend verse, schone benzine die in schone benzinetanks opgeslagen is geweest en niet vervuild is met water of andere verontreinigende stoen. 1. 2. 3 MotorolieAanbevolen motorolie: WaarsChuWing• Start de motor nooit wanneer het oliepeil te laag is. Ernsge motorschade kan het gevolg zijn. • Controleer aljd eerst het oliepeil voordat de motor gestart wordt. leT OPAlle viertakt buitenboordmotoren worden vanaf de fabriek geleverd zonder motorolie. 1. 2. 4 Keuze van de schroefDe prestaes van iedere buitenboordmotor zijn in grote mate aankelijk van de juiste schroef. Een verkeerde schroef hee niet alleen een negaeve invloed op de prestaes, maar kan ook ernsge motorschade veroorzaken.

Deze buitenboordmotor is voorzien van een schroef die voor een breed inzetbereik geschikt is, maar uw dealer kan adviseren welke schroef voor uw toepassing de beste is. In het algemeen is voor zware belasngen een kleine spoed beter geschikt, omdat hiermee beter het juiste toerental kan worden bereikt. Een schroef met een grotere spoed is weer beter geschikt voor een lage belasng.

7Gebruik2. Gebruik2. 1. InstallaePlaats de buitenboordmotor op de kiellijn van de boot. Voor boten zonder kiel of met een asymmetrische romp kan uw dealer advies geven. 1. KiellijnOPMerkingControleer de posie van de buitenboordmotor met een maximaal beladen boot. Controleer met slliggende boot of de buitenboordmotor dan niet zo laag hangt, dat de uitlaat van het koelwater onder water staat of dat golven over de buitenboordmotor kunnen slaan. WaarsChuWing• Een te hoog vermogen voor de boot kan ernsge instabiliteit tot gevolg hebben. Gebruik geen buitenboordmotor met meer vermogen dan het maximum toegestane vermogen waarvoor de boot goedgekeurd is. Is dit maximale vermogen niet bekend, neem dan contact op met de producent van de boot. • Verkeerd geïnstalleerde buitenboordmotoren kunnen gevaar en letsel veroorzaken.

Buitenboordmotoren dienen door de dealer of door een ervaren technicus geplaatst te worden. Wanneer u de motor zelf plaatst, moet u eerst in de juiste procedures door een ervaren technicus onderricht worden• De hier gegeven informae is uitsluitend ter informae bedoeld. Het is onmogelijk om volledige instruces te geven voor iedere mogelijke combinae van boot en buitenboordmotor. 2. 1. 1 SpiegelhoogteOm uw boot zo eciënt mogelijk te laten varen, moet de romp- en motorweerstand in het water zo laag mogelijk zijn. De hoogte van de spiegel en de posie van de buitenboordmotor hebben een grote invloed op deze weerstand. Wanneer de buitenboordmotor te hoog geplaatst wordt, dan kan dat slip van de schroef en een te hoog toerental veroorzaken. Hierdoor ontstaat vermogens- en stuwverlies en oververhing.

OPMerkingDe opmale plaatsingshoogte van de buitenboordmotor hangt af van de combinae van buitenboordmotor en boot en het gebruik van de boot. Door de motor op verschillende hoogtes te plaatsen kunt u testen welke posie de beste resultaten gee. Neem contact op met de producent van de boot voor de juiste plaatsingshoogte.

8Gebruik2.1.2 Plaatsen van de buitenboordmotor1. Draai de klemschroeven gelijkmag stevig vast. Controleer regelmag of de klemschroeven nog vast zien, omdat deze door motortrillingen los kunnen gaan zien. WaarsChuWingDe buitenboordmotor kan van plaats verschuiven of zelfs van de spiegel vallen wanneer de klemschroeven los gaan zien. Dit kan verlies van controle over de boot of zelfs ernsg letsel veroorzaken. Verzeker u ervan dat de klemschroeven vast zien en controleer de klemschroeven ook regelmag onder het varen.2. Wanneer de buitenboordmotor is voorzien van een oog voor een veiligheidskabel, gebruik dit dan om een veiligheidskabel of keng aan vast te maken. Bevesg het andere eind van de kabel of keng aan een stevig punt op de boot.

Wanneer de buitenboordmotor per ongeluk los van de spiegel raakt, zorgt deze veiligheidskabel of keng ervoor dat de buitenboordmotor niet geheel in het water valt en zinkt.3. Zeker de klembeugel op de spiegel met de klemschroeven. Vraag uw dealer om uitleg indien nodig. WaarsChuWingGebruik schroeven, moeren en onderlegringen op de juiste manier. Maak een proefvaart wanneer alle schroeven zijn aangedraaid en controleer na aoop of ze nog vast zien.2.2 InloopperiodeUw nieuwe buitenboordmotor hee een inloopperiode nodig waarbinnen de verschillende onderdelen op elkaar in kunnen slijten.leT OPHet niet opvolgen van de instruces voor de inloopperiode kan ernsge motorschade en een verkorte levensduur als gevolg hebben.Belast de buitenboordmotor 1. Gedurende het eerste draaiuur: Laat de motor maximaal 2.000 tpm. draaien, dit is ongeveer halfgas.2.

92.3 Controles voor het gebruikBrandstof• Verzeker u ervan dat u over genoeg brandstof voor de vaart beschikt.• Verzeker u ervan dat er geen brandstof lekkages zijn en dat de ruimte goed gevenleerd is.• Controleer of de brandstoeidingen vast zien.• Verzeker u ervan dat de brandstoank op een stabiele, rechte ondergrond staat en dat de brandstoeiding niet gedraaid of geknikt zit en niet langs scherpe oppervlakken schuurt.Bedieningsorganen• Controleer of het gashendel en de stuurinrichng goed funconeren voor het starten • De bediening ervan moet soepel gaan, mag niet blijven hangen of te veel vrije speling hebben• Controleer of er geen losse of gebroken verbindingen zijn• Controleer de werking van de starter en stopknop wanneer de buitenboordmotor in het water hangt WaarsChuWing• Start de motor niet wanneer deze niet in het water hangt.

Oververhing en ernsge motorschade kunnen het gevolg zijn.• Controleer de motor en de motorophanging• Controleer of er geen losse of beschadigde verbindingen zijn• Controleer de schroef op schadeControle van het motoroliepeilZet de buitenboordmotor recht op (niet gekanteld)Controleer het motoroliepeil met de peilstok. Het niveau moet tussen de beide merktekens liggen. Vul olie bij wanneer het niveau onder het onderste merkteken ligt. Nooit meer vullen dan tot het hoogste merkteken, te veel olie moet afgetapt worden.1. Oliepeilstok2. Maximaal niveau3. Minimaal niveauleT OPSchuif de oliepeilstok aljd geheel in zijn houder voor het peilen.Gebruik

102.4 Brandstof tanken WaarsChuWingBenzine en benzinedampen zijn zeer brandbaar en explosief. Houd afstand van vonken, sigareen, open vuur en andere ontstekingsbronnen.1. Draai de tankdop los.2. Vul zorgvuldig de tank.3. Sluit de tank zorgvuldig met de tankdop. Veeg gemorste brandstof weg.2.5 Starten van de motor1. Draai de venlaeschroef op de tankdop 2 tot drie slagen los. Verbind de brandstoeiding, let op een goede aansluing.2. Knijp in de balgpomp, waarbij de uitgaande zijde naar boven moet wijzen, totdat deze stevig aanvoelt.3. Plaats de bedieningshendel in de stand neutraal. Gebruik

11OPMerkingDe startblokkering zorgt er voor dat de motor alleen in de stand neutraal gestart kan worden.4. Bevesg het veiligheidskoord aan een stevige plaats op uw kleding of aan een arm of been. Plaats vervolgens het borgingsplaatje in de noodstopschakelaar. WaarsChuWing• Bevesg het veiligheidskoord niet aan een deel van de kleding dat makkelijk kan afscheuren. Let er op dat het veiligheidskoord niet verstrikt raakt, waardoor het niet meer kan funconeren. • Voorkom dat het veiligheidskoord ongewild los schiet jdens normaal gebruik. Wanneer het motorvermogen weg valt kan de boot onbestuurbaar worden en abrupt snelheid verliezen. Dit kan er voor zorgen dat personen en voorwerpen in de boot naar voren geslingerd worden.5. Draai de startschakelaar naar de ‘’ON’’ posie. 1. Chokeknop6.

Trek de chokeknop volledig uit.leT OP• Het is niet nodig om de chokeknop uit te trekken bij een warme motor.• Wanneer de chokeknop uitgetrokken blij onder het varen, zal de motor onregelmag lopen of sl vallen.7. Draai de startschakelaar naar de ‘’START’’ posie en houd de schakelaar maximaal 5 seconden vast in deze posie.8. Laat zodra de motor aangeslagen is, de startschakelaar los zodat deze terug kan draaien naar de ‘’ON”” posie. WaarsChuWing• Draai de startschakelaar nooit naar de ‘’START’’ posie bij een draaiende motor.• Laat de startmotor nooit langer dan 5 seconden draaien. Wanneer de startmotor voortdurend langer dan 5 seconden gebruikt wordt, zal de accu snel ontladen raken, waarna de motor niet meer gestart kan worden. Ook kan de startmotor beschadigd raken.

122.6 Warm draaien van de motor1. Warm de motor circa 3 minuten lang na het starten op door maximaal 1/5 of minder gas te geven. Wanneer dit nagelaten wordt, zal de levensduur van de motor afnemen.OPMerkingControleer of er water uit de wateruitlaat stroomt. WaarsChuWing• Wanneer de chokeknop uitgetrokken blij onder het varen, zal de motor afslaan.• Bij temperaturen van -5 °C of lager, de chokeknop na het starten volledig uitgetrokken laten voor ongeveer 30 seconden.2. Controleer of er een constante waterstroom uit de koelwaterafvoer stroomt. WaarsChuWing• Wanneer er geen water uit de uitlaat stroomt terwijl de motor draait, kan deze oververhit raken met ernsge motorschade als gevolg. • Stop in dat geval onmiddellijk de motor en controleer of de waterinlaat geblokkeerd is en maak deze vrij. Wanneer dat niet het geval is, neem dan contact met uw dealer op.Gebruik

132.7 Schakelen WaarsChuWingVerzeker u ervan voor het schakelen, dat er zich geen zwemmers of obstakels in de nabijheid bevinden. leT OPSluit aljd eerst het gas, zodat de motor staonair loopt voordat u van vooruit naar achteruit schakelt en viceversa.2.7.1. Vooruit Trek de vergrendelknop voor de neutraalstand in en beweeg het bedieningshendel met een stevige,snelle beweging naar voren in de vooruit posie.2.7.2. Achteruit WaarsChuWingWanneer u achteruit vaart, doe dat dan langzaam. Geef niet meer dan half gas. De kans bestaat dat de boot onstabiel raakt en niet meer onder controle kan worden gehouden, met een mogelijk ongeval als gevolg. 1. Controleer of de kantelblokkeerhevel in de blokkeerstand staat.2. Trek de vergrendelknop voor de neutraalstand in en beweeg het bedieningshendel met een stevige, snelle beweging naar achteren in de achteruit posie.Gebruik

142.8 Motor uitzeenOPMerkingLaat de motor enkele minuten staonair lopen of de boot met lage snelheid varen voordat de motor afgezet wordt om deze eerst af te koelen. Het wordt niet aanbevolen om de motor nadat er met hoge snelheid is gevaren, direct af te zeen.1. Draai de startschakelaar naar de ‘’OFF’’posie.Procedure2. Draai venlaeschroef op de tankdop dicht. 3. Koppel de brandstoeiding af.OPMerkingDe buitenboordmotor kan ook afgezet worden door aan het veiligheidskoord te trekken waardoor het borgingsplaatje uit de noodstopschakelaar schiet. Draai daarna de startschakelaar naar de ‘’OFF’’,Gebruik

2.10 Kantelen van de buitenboordmotorWanneer de motor gestopt wordt of wanneer de boot in ondiep water afgemeerd wordt, moet de buitenboordmotor omhoog gekanteld worden, zodat deze de bodem niet kan raken en om de schroef en staartstuk te beschermen tegen zout water corrosie. WaarsChuWingVerzeker u ervan dat er geen omstanders zijn wanneer de buitenboordmotor omhoog gekanteld wordt en dat er geen lichaamsdelen bekneld raken tussen de motor en de klembeugel.Gebruik

172.10.2 Omlaag kantelen1. Plaats de blokkeervergrendeling in de blokkeerposie.2. Trek de buitenboordmotor iets omhoog tot deze automasch ontgrendelt.3. Laat de buitenboordmotor vervolgens geleidelijk zakken en plaats de blokkeerhevel in de neerwaartse posie.2.11 Gebruik onder afwijkende omstandigheden 2.11.1 Gebruik in ondiep water De buitenboordmotor kan ook gedeeltelijk omhoog gekanteld worden voor gebruik in ondiep water. WaarsChuWing• Plaats de bedieningshendel in de neutraal posie voordat u gaat varen in ondiep water of wanneer de buitenboordmotor omhoog gekanteld moet worden.• Plaats de buitenboordmotor zo snel als de omstandigheden dat toelaten weer in de normale gebruiksposie.leT OPDe inlaat voor het koelwater mag nooit boven het wateroppervlak uitstekend bij het varen in ondiep water. Oververhing of ernsge motorschade kan het gevolg zijn.

183. OnderhoudGeregeld onderhoud is noodzakelijk om uw buitenboordmotor in goede condie te houden. WaarsChuWing• Zet aljd de motor af voordat er onderhoud uitgevoerd wordt, tenzij anders voorgeschreven.• Deze werkzaamheden dienen uitgevoerd te worden door uw ociële dealer of een daartoe gekwaliceerde technicus.leT OPGebruik uitsluitend originele onderdelen of kwalitaef gelijkwaardige onderdelen.3.1. Smering3.2 Bougie schoonmaken en afstellenDe bougie moet regelmag gecontroleerd en schoongemaakt worden omdat de motorhie en afzengen de bougie langzaam eroderen. Indien nodig vervangen door een bougie van het voorgeschreven type.Voordat u de bougie monteert, moet eerst de elektrodeafstand gemeten worden met behulp van een voelmaat. Stel zo nodig de juiste afstand in.Gebruik aljd een nieuwe pakking en reinig het pasvlak van de bougie op de cilinderkop bij de montage van de bougie.

193.3. Controle van het brandstofsysteem1. Controleer de brandstoeidingen op scheuren en lekkage. Wanneer er een defect gevonden wordt, moet dit onmiddellijk door de dealer verholpen worden. WaarsChuWing• Controleer regelmag op brandstoekkages• Wanneer een brandstoek is geconstateerd, moet dit door een gekwaliceerde technicus gerepareerd worden.2. Controleer regelmag het brandstolter. Maak het schoon wanneer er zich verontreinigingen in bevinden.3.3.1. Brandstolter schoonmaken1. Verwijder de moer van het brandstolter (indien aanwezig)2. Draai het lterdeksel los, vang vrijkomende benzine op in een poetslap.3. Verwijder het lterelement en was het uit in schone benzine en laat het drogen. Controleer het lterelement en de O-ring van het lterdeksel, vervang indien nodig. Wanneer er water in de brandstof aangetroen wordt moet de losse brandstoank schoongemaakt worden. 4.

Filterdeksel 3. O-ring 2. Filterelement 1. Filterhuis4. Plaats het lterelement in het lterdeksel. Zorg dat de O-ring goed in het lterdeksel zit. Schroef het lterdeksel stevig vast op het lterhuis.5. Plaats het lterhuis terug op de steun en controleer de posie van de brandstofslangen. Start de motor en controleer het lter en de brandstofslangen op lekkages.Onderhoud

203.4 Controle staonair toerentalVoor deze controle is een toerenteller noodzakelijk. De resultaten kunnen verschillen aankelijk van het gegeven of de test zijn uitgevoerd in een tesank of met de buitenboordmotor in het water.1. Start de motor en laat deze warm draaien in de neutraal stand, totdat de motor soepel loopt.2. Controleer of het staonair toerental 950 ± 50 tpm. bedraagt. WaarsChuWingHet staonaire toerental kan alleen gecontroleerd en afgesteld worden met de motor op bedrijfstemperatuur. Wanneer de motor te koud is zal het staonair toerental hoger dan normaal liggen. Wanneer u het staonair toerental niet goed kunt vaststellen of problemen hee met de instelling daarvan, neem dan contact op met uw dealer.3.5 Motorolie verversen WaarsChuWing• Ververs de motorolie niet direct nadat de motor afgezet is.

De olie is heet en kan brandwonden veroorzaken.• Verzeker u ervan dat de buitenboordmotor stabiel bevesgd is aan een spiegel of motorsteun.leT OP• Ververs de motorolie na de eerste 10 draaiuren, daarna iedere 100 uur of iedere 6 maanden om versnelde motorslijtage te voorkomen.• Ververs de motorolie wanneer deze nog warm, maar niet heet is.1. Plaats de buitenboordmotor in een rechte, vercale posie.2. Houd een opvangbak klaar met voldoende capaciteit om de motorolie op te vangen. Draai de aapplug los en vang de motorolie op in de opvangbak. Verwijder vervolgens de olievulplug. Laat de motorolie geheel weglopen. Veeg gemorste motorolie direct op.3. Plaats een nieuwe pakkingring over de aapplug. Smeer de pakkingring licht in met motorolie voor de montage en draai de aapplug vast.4. Vul de voorgeschreven hoeveelheid motorolie bij via de vulopening. Plaats de olievuldop.5.

Start de motor en controleer op lekkages.6. Zet de motor af en wacht 3 minuten. Controleer nogmaals het oliepeil en verzeker u ervan dat het peil tussen het onderste en bovenste merkteken valt.Onderhoud

21leT OPVervers de motorolie vaker wanneer de buitenboordmotor onder zware omstandigheden gebruikt wordt zoals bij het slepend vissen (trolling).3.6 Kabels en stekkers controlerenControleer of iedere massakabel goed vast zit en of alle stekkers goed bevesgd zijn.3.7 Controle op lekkagesControleer of er geen uitlaatgas of koelwaterlekkages zijn uit de verbindingen tussen de uitlaat, cilinderkop en cilinder. Controleer op olielekkages.leT OPGa bij het vaststellen van een lekkage aljd naar uw dealer.3.8 Controle van de schroef WaarsChuWing• Voor de controle, inspece, montage en demontage van de schroef moet eerst de bougiekap (-pen) van de bougie (-s) afgenomen worden.

Plaats bovendien de schakelhevel in de stand neutraal, zet de hoofdschakelaar op ‘’OFF’’ en neem de sleutel uit het contactslot, verwijder het veiligheidskoord uit de noodstopschakelaar.• Gebruik nooit uw hand om de schroef vast of tegen te houden bij het vastzeen of losmaken van de schroefmoer. Plaats een houten blok tussen de ancavitaeplaat en de schroef om deze te blokkeren.1. Inspecteer ieder schroelad op slijtage en erosie door cavitae en andere schade.2. Controleer de schroefas en spiebanen op schade3. Controleer de splitpen op schade4. Controleer of er zich geen vislijnen rond de schroefas bevinden5. Controleer de afdichng van de schroefas op lekkageOnderhoud

223.8.1 Schroef demonteren1. Spiebaan uitvoeringen2. Buig de splitpen recht en trek deze met een tang los3. Verwijder de schroefmoer, onderlegring en afstandsbus (indien aanwezig)4. Neem de schroef en de vulring los van de schroefas. 1. Splitpen 2. Schroefmoer 3. Onderlegring 4. Schroef 5. Afstandbus3.8.2 Schroef monteren WaarsChuWing• Verzeker u er van dat de afstandsbus geplaatst is voordat u de schroef monteert, anders kan er schade aan het staartstuk en het schroeuis ontstaan.• Gebruik aljd en nieuwe splitpen en buig de uiteinden om te voorkomen dat de schroef los komt te zien en verloren kan gaan.1. Breng waterbestendig, corrosiewerend vet aan op de schroefas.2. Plaats eerst de afstandsbus en vervolgens de schroef op de schroefas.3. Plaats de onderlegring. Draai de schroefmoer zodanig vast dat er geen speling voelbaar is wanneer de schroef op de as heen en weer bewogen wordt.4.

Draai de schroefmoer in lijn met het splitpen gat in de schroefas. Plaats een nieuwe splitpen en buig de uiteinden daarvan zorgvuldig om.3.9 Staartstukolie verversen WaarsChuWing• Verzeker u ervan dat de buitenboordmotor stevig bevesgd is aan een spiegel of motorsteun. Wanneer de motor valt kan dit ernsg letsel veroorzaken.• Kom nooit onder de buitenboordmotor wanneer deze zich in de gekantelde posie bevindt, ook niet wanneer het kantelblokkeermechanisme in werking is. Wanneer de motor valt kan dit ernsg letsel veroorzaken.1. Zorg er voor dat de motor recht hangt, zodat dat de aapplug zich op het laagst mogelijk punt bevindt.2. Plaats een opvangbak met voldoende capaciteit onder het staartstuk.3. Draai de olieaapplug los.1. Vul/aapplug2.

234. Verwijder de olieniveau plug zodat alle olie vrij kan weglopen. leT OP• Controleer de afgewerkte staartstukolie. Wanneer de olie melkachg is, betekent dit dat er water bijgekomen is, wat tot schade kan leiden. Ga naar uw dealer om de pakkingen van het staartstuk te laten controleren.5. Spuit verse olie via aap-/vulplug in het staartstuk. 6. Plaats de olieniveau plug terug zodra de verse olie uit de opening van de olieniveau plug begint te lopen. Gebruik een nieuwe pakkingring. 7. Plaats ten sloe de aap-/vulplug en draai deze vast.3.10 Brandstoank schoonmaken WaarsChuWing• Houd afstand tot vonken, sigareen, open vuur en ander ontstekingsbronnen wanneer u de brandstoank schoonmaakt.• Maak de brandstoank schoon in de buitenlucht of in een goed gevenleerde ruimte.1. Leeg de brandstoank in en daarvoor geschikte container.2.

Giet een kleine hoeveelheid geschikt schoonmaakmiddel in de tank. Bevesg de tankdop en schudt de tank. Giet daarna de tank volledig leeg.3. Trek de brandstooppeling uit de brandstoank.4. Maak het lter schoon en laat het drogen.5. Vervang de pakking door een nieuwe. Installeer de brandstooppeling en draai de schroeven stevig vast.3.11 Controle en vervanging van de anodesControleer regelmag de anodes. Maak het oppervlak ervan schoon. Neem voor het vervangen van de anodes contact op met uw dealer.leT OPVerf de anodes nooit, daardoor werken ze niet meer en kan versnelde corrosie van het de motor optreden.3.12 Controle afdekkapControleer de passing van de afdekkap doordeze met twee handen heen en weer te duwen.Wanneer de afdekkap los zit, kan uw dealer dezerepareren.Onderhoud

243.13 OnderhoudschemaDe frequene van het onderhoud kan aangepast worden aan het gebruik van de buitenboordmotor. De onderstaande tabel dient hiervoor als algemene leidraad.

Raadpleeg de betreende hoofdstukken voor de onderhoudsprocedures die u zelf kunt uitvoeren.OPMerkingWanneer de buitenboordmotor gebruikt wordt in zout, troebel of modderig water, moet deze na ieder gebruik met schoon water gespoeld worden.Het l symbool gee aan dat u deze handeling (desgewenst) zelf kunt uitvoerenHet ¡ symbool gee aan dat deze handeling door de dealer uitgevoerd moet worden Onderdeel AceEerste Iedere10 uur(1 maand)50 uur(3 maanden)100 uur(6 maanden)200 uur(1 jaar)Anode(s) Controleren/vervangenl/¡ l/¡Waterkanalen Reinigenl lKlembeugel ControlerenlBrandstolter(in de ingebouwde tank)Controle/reinigen¡Brandstofsysteem Controlel l lBrandstoank(ingebouwde tank)Controle/reinigen¡Staartstukolie Verversenl lStaonair toerental Controlerenl/¡ l/¡Schroef/splitpen Controleren/vervangenl lSchakelmechanisme Controleren/afstellen¡Thermostaat Controleren/afstellen¡Gashendel/gaskabel/afstellingControleren/afstellen¡WaterpompReinigen/afstellen/vervangen ¡Motorolie Controleren/verversenl lBougie(s)Controleren/afstellen/vervangenl lDistribueriem Controleren/vervangen ¡ ¡KlepspelingUitlaatpoort/Controleren/afstellen¡ ¡spruitstuk Controleren/vervangen¡Onderhoud

25Vervoer en opslag4. Vervoer en opslag 4. 1 VervoerDe buitenboordmotor moet vervoerd en opgeslagen worden in de normale vercale posie. Wanneer er onvoldoende afstand is tot de weg in deze posie, mag de buitenboordmotor alleen in de gekantelde posie vervoerd worden wanneer de buitenboordmotor voorzien wordt van extra daarvoor bedoelde ondersteuning. leT OPGebruik de kantelblokkeerinrichng niet jdens het vervoer van de buitenboordmotor. Door de bewegingen jdens het transport kan de vergrendeling losschieten. WaarsChuWingBegeef u nooit onder de buitenboordmotor. Wanneer de motor valt kan dit ernsg letsel veroorzaken. leT OPGebruik de kantelblokkeerinrichng niet jdens het vervoer van de buitenboordmotor aan de boot. Door de bewegingen jdens het transport kan de vergrendeling losschieten.

Wanneer de buitenboordmotor niet in de normale posie vervoerd kan worden, gebruik dan een extra ondersteuning om de motor in de gekantelde posie te vervoeren. OPMerkingLeg een handdoek of andere bescherming onder de buitenboordmotor om schade te voorkomen. 4. 2. OpslagWanneer de buitenboordmotor voor een langere periode (2 maanden of langer) opgeslagen moet worden, moeten deze procedures uitgevoerd worden om schade te voorkomen. Het is te adviseren om de buitenboordmotor door een ociële dealer te laten servicen voordat deze opgeslagen wordt. Als eigenaar kunt u, met een minimale hoeveelheid gereedschap, de volgende procedures zelf uitvoeren:leT OP• Houd de buitenboordmotor in een vercale posie bij transport en opslag.

Wanneer de buitenboordmotor op zijn zijkant verplaatst of opgeslagen moet worden, tap dan alle motorolie volledig af en leg de motor op een handdoek of andere bescherming. • Leg de buitenboordmotor niet op zijn kant, voordat al het koelwater volledig is weggelopen. • Sla de buitenboordmotor op in een droge, goed gevenleerde ruimte en niet in direct zonlicht. 1.

26Vervoer en opslag 2. Laagste waterniveau 1. Waterniveau5. Vul de tank met schoon zoet water tot boven de an-cavitaeplaat.leT OPWanneer het waterniveau zich onder de an-cavitaeplaat bevindt, of wanneer de hoeveelheid water onvoldoende is, kan ernsge motorschade optreden.6. Start de motor. Spoel het koelsysteem door. Spoel het systeem en breng tegelijkerjd preserveringsolie in de cilinder(s) aan, dit is noodzakelijk om inwendige roestvorming te voorkomen. WaarsChuWing• Raak geen elektrische onderdelen aan wanneer de motor gestart wordt of jdens het gebruik ervan.• Houd handen, haar en kleding vrij van het vliegwiel en andere draaiende delen van de motor wanneer deze loopt.7. Laat de motor enkele minuten in de neutraal stand met verhoogd staonair toerental draaien.8.

Spuit preserveringsolie in de carburateur(s) of in het daarvoor bedoelde gaatje van de luchilterkast, vlak voordat de motor afgezet wordt. 9. Wanneer geen preserveringsolie beschikbaar is, laat de motor dan met verhoogd staonair toerental lopen totdat de brandstof op is en de motor stopt.10. Wanneer er geen preserveringsolie voorhanden is, draai dan de bougie(s) los. Giet vervolgens een theelepel schone motorolie in de cilinder(s). Draai de motor handmag enige keren rond. Bevesg de bougie(s) weer.11. Laat de brandstoank volledig leeg lopen.leT OPSla de brandstoank op in een droge, goed gevenleerde ruimte en niet in direct zonlicht.4.3 Doorspoelen van de motorSpoel de motor bij voorkeur door nadat deze net gelopen hee voor het beste resultaat.leT OPNooit doorspoelen met in werking zijnde motor.

Dit kan de waterpomp beschadigen en ernsge motorschade door oververhing als gevolg hebben.1. Zet de motor af en draai het koppelstuk voor de aansluing van een tuinslang los van de aansluing aan de onderzijde van de afdekkap. 1. Aansluing 2. Koppelstuk voor een tuinslang

272. Plaats het koppelstuk op een tuinslang, sluit de tuinslang aan op een waterkraan.3. Draai de waterkraan open, de motor moet uit staan, en laat het water ongeveer 15 minuten door de koelwaterkanalen van de motor lopen. Sluit vervolgens de waterkraan en maak de tuinslang los.4. Wanneer het doorspoelen klaar is, het koppelstuk weer op de aansluing vastzeen. Controleer of het koppelstuk goed vast zit.leT OPZorg er voor dat het koppelstuk niet los op de aansluing zit of dat de slang jdens het normale gebruik los hangt. Koelwater kan dan uit het koppelstuk lopen inplaats van door de koelwaterkanalen waardoor de motor oververhit kan raken.

Verzeker u ervan dat het koppelstuk goed vastgezet wordt na het doorspoelen.OPMerkingWanneer het doorspoelen uitgevoerd wordt met de buitenboordmotor in het water, kan de buitenboordmotor beter geheel uit het water gekanteld worden voor een beter resultaat.5. Probleemen oplossen 5.1.AanvaringsschadeWanneer de buitenboordmotor een object onder water raakt, volg dan de volgende procedure.1. Zet onmiddellijk de motor af.2. Controleer alle onderdelen op schade. Controleer ook of de boot beschadigd is.3. Ongeacht of er schade geconstateerd wordt: vaar direct met lage snelheid naar de dichtstbijzijnde haven.4.

Laat uw dealer de buitenboordmotor controleren voordat u deze weer in gebruik neemt.5.2 Zekering vervangenWanneer de zekering doorgeslagen is bij de uitvoering met elektrische starter, moet de zekeringhouder geopend worden en de doorgeslagen zekering vervangen worden door een nieuwe van hetzelfde amperage. WaarsChuWingGebruik het voorgeschreven type zekering. Een verkeerd type of het gebruik van een stuk ijzerdraad kan voor een veel te hoge stroom zorgen, met mogelijk schade aan het elektrisch systeem en brandgevaar als gevolg. 1. ZekeringhouderOPMerkingNeem contact op met uw dealer wanneer de zekering weer direct doorslaat na het vervangen.Problemen oplossen

285.3 Starnrichng werkt nietWanneer het startmechanisme niet funconeert kan de buitenboordmotor met de volgende noodprocedure gestart worden. WaarsChuWing• Gebruik deze procedure alleen in noodgevallen en uitsluitend om terug naar de haven te kunnen varen voor reparae.• Bij deze noodprocedure werkt de veiligheidsblokkering voor het schakelmechanisme niet meer. Verzeker u ervan dat de schakelhevel in de stand neutraal staat, anders zou de boot onverhoopt kunnen wegvaren met als mogelijk gevolg een ongeval.• Verzeker u ervan dat er niemand achter u staat wanneer u aan het startkoord trekt. • Een onbeschermd niet afgedekt vliegwiel kan zeer gevaarlijk zijn. Houd losse kleding en andere objecten vrij van de motor wanneer u deze start. Gebruik de noodprocedure en het noodstartkoord uitsluitend volgens de hier beschreven procedure.

Raak het vliegwiel of andere bewegende delen niet aan wanneer de motor loopt. Installeer het startmechanisme of de afdekkap niet wanneer de motor loopt.• Raak de ontstekingsspoel, bougiekabel, bougiekap of enig ander elektrisch onderdeel aan bij het starten of bedienen van de motor. U kunt mogelijk een elektrische schok krijgen.Noodstart procedure van de buitenboordmotor1. Verwijder de afdekkap.2. Ontkoppel de kabel van de startblokkering en de choke kabel.3. Verwijder drie bouten en neem het startmechanisme los.4. Volg de startprocedure, zie 2.5 voor meer informae.5. Plaats de knoop van het startkoord in de uitsparing van het starterhuis en wind het koord met de klok mee om het huis.6. Trek rusg aan het koord totdat een weerstand voelbaar is.7. Trek het koord nu hard achteruit om de motor te starten. Herhaal indien nodig.Problemen oplossen

295. 4 WaterschadeWanneer de motor per ongeluk geheel onder water is gekomen, moet deze direct door uw dealer behandeld worden omdat anders vrijwel onmiddellijk interne corrosie zal gaan optreden. Procedure:1. Was de buitenkant schoon met zoet water. 2. Verwijder de bougie(s) en draai de motor met de bougieopening naar beneden om al het aanwezige water via de bougiegaten uit de cilinder(s) te laten lopen. 3. Tap de brandstof van de carburateur, brandstofslangen en brandstolter af. Tap de motorolie geheel af. 4. Vul de motor met verse motorolie. 5. Start de motor en giet tegelijkerjd motor of preserveringsolie in de bougiegaten en de carburateur. 6. Breng de motor zo snel mogelijk naar de dealer. leT OPProbeer niet om de buitenboordmotor te starten, voordat deze geheel is gecontroleerd. 5.

5 Storingen zoekenStarter werkt niet Oorzaak AceDefecte starteronderdelen Neem contact op met uw dealerDe schakelhevel staat niet in neutraal Schakel in neutraalAccucapaciteit onvoldoende Gebruik een accu met de voorgeschreven capaciteitAccu aansluing los of gecorrodeerd Aansluingen vastzeen en/of schoonmakenDoorgeslagen zekering startrelaisVind de oorzaak van de te zware belasng, vervang de zekering door een van het juiste typeMotor slaat niet aan, starter werktOorzaak AceTank leeg Vul brandstof bijBrandstof vervuild of oud Vul tank met verse brandstofBrandstolter verstopt Vervang of reinig het lterBrandstofpomp defect Neem contact op met uw dealerBougie(s) vervuild of verkeerd type Controleer de bougie (s), reinig of vervang met het correcte typeBougiekap niet goed geplaatst Bougiekap juist monterenKabels van de ontsteking beschadigd of maken slechte verbinding Controleer kabels en verbindingen.

Vervang zonodigOntstekingsunit of delen daarvan defect Neem contact op met uw dealerVeiligheidskoord en het borgplaatje niet aangesloten Bevesg het borgplaatje en koordInwendige motorschade Neem contact op met uw dealerMotor loopt onregelmag en valt soms slOorzaak AceBougie vet of van het verkeerde type Controleer de bougie, reinig of vervang met het juiste typeBrandstofsysteem geblokkeerd Controleer of er geen brandstoeidingen gedraaid of geknikt zijnBrandstof oud Vul de tank met verse brandstof. Brandstolter verstopt Reinig of vervang het lter. Ontsteking bedrading beschadigd Controleer alle kabels en verbindingen,Slechte verbindingen Vervang gebroken kabelsElektrodeafstand van de bougie niet correct Controleer en stel zo nodig bij. Problemen oplossen.

Motor verliest vermogenOorzaak AceSchroef beschadigd Repareer of vervang de schroefMotor niet op de juiste hoogte op de spiegel geplaatst Plaats de motor op de correcte hoogteAangroei op het onderwaterschip Onderwaterschip schoonmakenSchroefas omwikkeld met wier of andere obstruces Verwijder wier en andere materialenBougie vervuild of verkeerd type Controleer, reinig of vervang door het juiste type bougieBrandstofsysteem geblokkeerd Controleer op geknikte of afgeknepen brandstofslangenBrandstolter verstopt Reinig of vervang het lter. Brandstof oud Vul de tank met verse brandstof. Elektrode-afstand van de bougie niet correct Controleer en stel zo nodig bijBedrading van de ontsteking beschadigd of slecht aangesloten Controleer alle kabels op breuk en slijtage.

Verkeerde type motorolie Ververs en vervang door correcte type motorolieThermostaat verstopt of funconeert niet goed Neem contact op met uw dealerBrandstofpomp werkt niet goed Neem contact op met uw dealer. Venlaeschroef op de tankdop gesloten Draai de venlaeschroef openBenzineslang niet goed aangesloten Sluit de slang correct aanBougie van verkeerd type Vervang door een bougie van het voorgeschreven typeDe motor trilt extreemOorzaak AceSchroef beschadigd Repareer of vervang de schroefSchroefas beschadigd Neem contact op met uw dealerSchroefas omwikkeld met wier of andere obstruces Verwijder wier en andere materialenBouten en moeren motorbevesging los Draai bouten en moeren aan.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Nimarine NF15 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden