Nibe SHB10-6 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Nibe SHB10-6 (88 pagina’s), behorend tot de categorie Warmtepomp. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 27 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Nibe SHB10-6 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Nibe |
| Categorie: | Warmtepomp |
| Model: | SHB10-6 |
Handleiding Nibe SHB10-6 – volledige tekst
De CE-mar-kering is vereist voor de meeste producten die in de EU worden ver-kocht, ongeacht de plaats waar ze worden geproduceerd.IP21 betekent dat voorwerpen met een diameter groter dan of gelijk aan 12,5 mm niet kunnen binnen-dringen, waardoor schade wordt veroorzaakt, en dat het product be-schermd is tegen verticaal vallende waterdruppels.Het apparaat mag worden ge-bruikt door kinderen ouder dan 8 jaar en personen met verminder-de fysieke, zintuiglijke of mentale vermogens die geen ervaring of kennis hebben van de werking ervan, indien zij onder toezicht staan van of geïnstrueerd zijn in het veilig gebruik ervan en indien zij de gevaren van het gebruik er-van begrijpen. Het apparaat mag niet worden gebruikt als speel-goed.
De reiniging en het basis-onderhoud van het apparaat mo-gen niet door kinderen zonder toezicht worden uitgevoerd.Wij behouden ons het recht voor om ontwerpwijzigingen aan te brengen.©NIBE-BIAWAR 2021Deze handleiding bevat installa-tie- en onderhoudsprocedures voor specialisten.BELANGRIJKDit symbool duidt op een gevaar voor een apparaat of persoon.AANDACHTDit symbool geeft belang-rijke informatie over waar u op moet letten bij het ge-bruik van het apparaat.ADVIESDit symbool geeft instructies aan voor een eenvoudige hantering van het product.Hoofdstuk 1 | Belangrijke informatieSerienummer SHB10(PF3)Serienummer van de software(PF4)Het serienummer bevindt zich in het binnenste gedeelte van de SHB 10, onder het bedieningspaneel en be-staat uit 14 cijfers.
5SHB10 Hoofdstuk 1 | Belangrijke informatieAfvalverwerkingDe verpakking moet wor-den afgevoerd door de in-stallateur die het product heeft geïnstalleerd of door een speciale afvalverwer-kingsinstallatie.
Onjuiste verwijdering van het pro-duct door de gebruiker kan leiden tot administratieve sancties in over-eenstemming met de geldende re-gelgeving.Producten die aan het einde van hun levenscyclus zijn gekomen, mogen niet samen met het normale huisvuil Beschrijving Opmerkingen -Ha ndt ekeningDatumVerwarmingsmediumSpoelen van de installatieOntluchting van de installatieMembraanvatRoetfilterVeiligheidsklepAfsluitkleppenDruk van het verwarmingssysteemAansluiting zoals weergegeven in het schemaSysteem lektestWarm waterAfsluitkleppenMengklepVeiligheidsklepStroomvoorzieningCommunicatie aansluitingBeveiliging van het circuitBeveiliging, binnenunitBeveiliging van het gebouwTemperatuursensor temperatuursensorRuimtesensorEnergie-intensiteitsmetersNoodstopAardlekschakelaar Instellen van de noodthermostaatmodusOverigeVerbonden metGoedkeuring van de installatieHet verwarmingssysteem moet voor de inwerkingtreding goedgekeurd worden.
De goedkeuring moet worden uitgevoerd door een persoon met de juiste kwalificaties. Vul de kaart in de gebruiksaanwijzing in door de installatiegegevens in te voeren.Checklistworden verwijderd. U moet ze naar een speciale afvalverwerkingsinstal-latie of naar een dealer brengen die dergelijke diensten aanbiedt.
6SHB10 2 Levering en bedieningVervoerBeschikbare modellenCompatibiliteitMontageDe SHB10 binnenunit moet verticaal of horizontaal op de achterwand worden getransporteerd en opgeborgen, display naar boven. De opslagruimte moet droog zijn. De SHB10 kan verticaal in het gebouw worden ge-bracht of voorzichtig op de achterwand van de behui-zing worden geplaatst met het display naar boven. 1. Plaats de meegeleverde montage hanger horizon-taal tegen de muur. Nivelleer de hanger met een waterpas. Markeer de boorpunten voor de gaten. • De SHB10 is uitgerust met een hanger voor wandmontage. Voor de opstelling van de monta-gegaten zie onderstaande figuur. • De SHB10 moet worden opgehangen aan wan-den met voldoende draagkracht om het gewicht van de gevulde binnenunit te dragen. • Aangezien de SHB10 een condensafvoer heeft, moet de locatie van de binnenunit een afvoer naar het riool hebben.
BELANGRIJKHang het SHB10-unit aan de muur met behulp van de meegeleverde hanger. Het apparaat mag alleen verticaal worden geïnstalleerd. Hoofdstuk 2 | Levering en bedieningSHB10 binnenunit kan samenwerken met Split type buitenunits. Compatibele warmtepompen NIBE SPLIT:Externe unit CompatibiliteitAMS 10-6 SHB10-6 / SHB10-6 EMAMS 10-8 SHB10-12 / SHB10-12 EMAMS 10-12AMS 10-16 SHB10-16 / SHB10-16 EMMeer informatie over de NIBE SPLIT-warmtepompen vindt u op www. nibe. eu en in de betreffende monta-ge- en gebruiksaanwijzing. In het hoofdstuk Accessoires kunt u de lijst met ac-cessoires bekijken die gebruikt kunnen worden met de SHB10. 130 mm 130 mm2. Boor gaten op de gemarkeerde punten. 3. Schroef de wandbevestigingen aan de wand met de bijgeleverde expansiebouten en -schroeven. 4. Installeer de SHB10 op de bevestigde hanger. 5. Stel het apparaat af met de onderste stelschroeven.
AANDACHTDe noppen die aan de inrichting zijn bevestigd, worden beoordeeld op basis van het draagvermogen en het materiaal van de wand waaraan de inrichting wordt opgehangen.
Indien nodig worden zij vervangen door andere die aan de voorschriften voldoen. AANDACHTWanneer de SHB 10 horizontaal wordt opgeslagen of getransporteerd met het display naar boven, mogen er geen apparaten/elementen bovenop het apparaat worden opgeslagen. Dit kan schade aan het apparaat veroorzaken. In SHB10 units kunnen we de volgende modellen on-derscheiden:• SHB10 -6 - apparaat ontworpen om samen te wer-ken met de AMS 10-6 buitenmodule. • SHB10-12 - apparaat ontworpen om samen te werken met de AMS 10-8 en AMS 10-12 buiten-module. • SHB10-16 - apparaat ontworpen om samen te werken met de AMS 10-16 buitenmodule. • SHB10-6 EM - apparaat ontworpen om samen te werken met de AMS 10-6 buitenmodule (met ge-integreerde energiemeter). • SHB10-12 EM- apparaat ontworpen om samen te werken met de AMS 10-8 en AMS 10-12 buiten-module (met geïntegreerde energiemeter).
7SHB10Geleverde componentenDe SHB10 kan worden geïnstalleerd in elke ruimte die beschermd is tegen een temperatuurdaling onder 0°C om bevriezing van het verwarmingsmedium bij langdurige stroomuitval te voorkomen. Laat 800 mm vrij e ruimte aan de voorkant van de binnenunit. Alle onderhoudswerkzaamheden aan de SHB10 kunnen vanaf de voorzij de worden uitgevoerd.1. Verwij der de schroeven van de onderrand van de afdekking 1 .2. Kantel de afdekking aan de onderzij de, waarbij u er vooral op let dat u de aansluitkabels niet be-schadigt en vervolgens maak dan de aardschake-laar van de voorste afdekking los.3.
20 cm43AANDACHTNa het terugplaatsen van het deksel is het essentieel om de aardschakelaar aan te sluiten.• Hanger (1 st.)• Bevestigingspinnen en -bouten (3 st.)• Veiligheidsgroep (1 st.)• Externe temperatuursensor (1 st.)• Interne temperatuursensor (1 st.)• Inductielus (3 st.) (ALLEEN SHB10 EM)• Jumper voor 230V aansluiting (1 st.)• Temperatuursensor BT(3 st.)• Installatie- en bedieningshandleiding
11SHB104 PijpaansluitingenAlgemene informatieDe leidingen moeten worden uitgevoerd in overeen-stemming met de geldende normen en richtlijnen. De buisafmetingen mogen niet kleiner zijn dan de aanbevolen buisdiameter, volgens onderstaande ta-bel. Om de aanbevolen luchthoeveelheid te bereiken, moet elke installatie echter individueel worden gedi-mensioneerd. Het systeem kan samenwerken met lage en middel-hoge temperatuurverwarmingssystemen. De aanbe-volen temperatuur van het verwarmingsmedium met de minimale ontwerpbuiten temperatuur DOT mag niet hoger zijn dan 55°C in de toevoer- en 45°C in het retourcircuit van het verwarmingssysteem, waarbij de SHB10 in staat is om zelfs 70°C te bereiken met het gebruik de hulpverwarming. Overtollig medium dat uit de veiligheidsklep stroomt, moet via een kanaal naar het rioleringsnet worden af-gevoerd.
De overloopbuis van de veiligheidsklep moet over de gehele lengte een helling naar de afvoer heb-ben en moet tegen bevriezing worden beschermd. Voor een maximaal systeemrendement adviseren wij de SHB10 zo dicht mogelijk bij de buitenunit van de warmtepomp te installeren. De SHB10 unit is niet uitgerust met afsluitkleppen voor de verwarming. Om het latere onderhoud te vergemakkelijken, moeten afsluitkleppen buiten de binnenunit worden geïnstalleerd. De SHB10 unit kan worden aangesloten op een cen-traal verwarmings-, koel- en warmwatersysteem. Het is essentieel om de veiligheidsgroep op de XL11 aan-sluiting te installeren.
Bij het gebruik van een privé-bron kan een extra waterfilter nodig zijn. BELANGRIJKIn de installatie voor de SHB10-unit moet een roetfilter worden gebruikt dat bestemd is voor verwarmings-systemen. Het filter beschermt het apparaat tegen vervuiling. BELANGRIJKDe leidingen moeten voor het aansluiten van de bin-nenunit worden doorgespoeld, zodat eventuele ver-ontreinigingen de elementen niet beschadigen. BELANGRIJKZet de schakelaar (SF1) op de regelaar pas op "I" of "" als de verwarmingscircuits in de installatie gevuld zijn met verwarmingsmedium. Het niet naleven van het bovenstaande kan leiden tot schade aan veel onderde-len van de SHB10 unit. Minimale installatiestroomDe instalatie moet ten minste zo groot zijn dat het bij 100% werking van de circulatiepomp de minimale ontdooiingsstroom kan verwerken, zie tabel.
BELANGRIJKEen verkeerd gedimensioneerd verwarmingssysteem kan leiden tot beschadiging en storing van het appa-raat en het systeem. De SHB10 is uitgerust met een 12 I membraanvat. De drukinstelling van het expan-sievat moet worden gedimen-sioneerd volgens de maximale hoogte (H) tussen het vat en het hoogste verwarmingsele-ment, zie figuur. Een begindruk van 0,5 bar (5 mvp) betekent De capaciteit van het membraanvat moet ten min-ste 5% van de totale capaciteit van het systeem uit-maken. De SHB10-apparaten zijn uitgerust met een 12-liter-membraanvat. Als de capaciteit van het in-gebouwde membraanvat onvoldoende is, moet een extra membraanvat worden ingebouwd dat aan de volgende eisen voldoet. Voorbeeldtabel:Totaal volume [l] (externe module en verwarmingssysteem)Opslagcapaciteit[I],membraanvat500 12+13750 12+231000 12+38MembraanvatHeen maximaal toegestaan hoogteverschil van 5 m.
12 SHB10 Als de fabrieksbegindruk in het membraanvat te laag is, kan deze worden verhoogd door deze via het in-gebouwde klep te vullen. Voer de begindruk van het membraanvat in de checklist op pagina 5 in. Elke verandering in de begindruk beïnvloedt het ver-mogen van het membraanvat om de volumetoename van het verwarmingsmedium op te vangen.BELANGRIJKOm een minimum aan ongestoorde doorstroming in het verwarmingssysteem te bereiken, moeten pas-sende hydraulische oplossingen (bijv. ontlastklep, hy-draulische koppeling, parallelle buffer of open verwar-mingscircuits) worden gebruikt. Let erop dat u altijd de minimaal vereiste installatiestroom aanhoudt - zie hoofdstuk "Minimale installatiestroom".Bu?ervatMinimaal volume van het verwarmings-systeemVoor een warmtepompinstallatie is een voldoende volume aan verwarmingsmedium (ca.
10l/kW nomi-naal warmtepompvermogen) en een minimale, onge-stoorde doorstroming nodig.Als er onvoldoende verwarmingsmedium in het sys-teem aanwezig is, moet een extra buffervat worden gebruikt om ervoor te zorgen dat het systeem vol-doende capaciteit heeft, zie het hoofdstuk "Mini-mumvolumes van het verwarmingssysteem".Onvoldoende stroming in het cv-systeem veroorzaakt een storing in het warmtepompsysteem en kan lei-den tot productbeschadiging of -storing.AMS 10 6 8 12 16Minimaal volume van het ver-warmingssysteem tijdens het verwarmen/koelen50l 80l 100l 150BELANGRIJKDe in deze installatie- en gebruiksaanwijzing gebruik-te term "verwarmingssysteem" betekent een verwar-mings- of koelsysteem dat wordt gevoed met warm of koud koelmiddel uit de SHB10 unit voor verwarming of koeling.Hoofdstuk 4 | Pijpaansluitingen
13SHB10Aansluiting van de binnenunitAansluiting van het verwarmingssysteemDe SHB10-unit wordt geleverd met een druppelslang om het condensaat uit de lekbak aan de onderkant van de SHB10 af te voeren. Sluit de slang aan op het WM1-aansluitstuk. Dit zorgt ervoor dat al het con-densaat van het apparaat wordt afgevoerd, waardoor het risico op schade tot een minimum wordt beperkt. Indien nodig kan de slang worden verlengd of ver-vangt. Tussen de AMS 10 buitenmodule en de SHB10 bin-nenunit moeten koelmiddel circulatiepijpen worden geïnstalleerd. De installatie moet worden uitgevoerd in overeenstemming met de geldende normen en richtlijnen. De pijpaansluitingen worden aan de onderzijde van het apparaat gemaakt, met uitzondering van de vei-ligheidsgroep. • Alle benodigde veiligheidsvoorzieningen en afsl-uitkleppen moeten zo dicht mogelijk bij de SHB10 worden geïnstalleerd.
• Indien nodig moeten er ontluchtingskleppen wor-den gemonteerd. • De veiligheidsgroep van het verwarmingscircuit moet op de aansluiting XL 11 worden geïnstal-leerd. Om de vorming van luchtbellen te voorko-men, moet de bypasspijp over de gehele lengte van het veiligheidsklep schuin staan en tegen mogelijke bevriezing worden beschermd. • Bij aansluiting op een systeem (waarbij alle radi-atoren/vloerverwarmingscircuits voorzien zijn van thermostatische kranen of magneetventielen) moeten geschikte hydraulische oplossingen wor-den gebruikt om het minimale ongestoorde de-biet in het verwarmingssysteem te bereiken (bijv. ontlastklep, hydraulische koppeling, parallelle buffer of open verwarmingscircuits). Let erop dat u altijd de minimaal vereiste systeemdoorstro-ming en het minimaal vereiste volume aanhoudt - zie hoofdstuk “Minimale systeemdoorstroming” en “Buffervat”.
Verwijderen van condensaatAansluiting van koelmiddel circulatiepij-pen (niet meegeleverd)LHLHAMS 10AMS 10AANDACHTDirect aan de leiding die koud water naar de tapwa-tertank voert, moet een geschikte veiligheidsklep wor-den geïnstalleerd, die de tank tegen overmatige druk beschermt. AANDACHTDe buitenunit, in de fabriek gevuld met koudemid-del, maakt het mogelijk om koelleidingen (maat L) te gebruiken tussen de buitenunit en de binnenunit, gemeten met een leidinglengte L=15m. De maximaal toegestane lengte van de koelleidingen kan 30 meter bedragen, maar hiervoor moet het koelmiddel aan het systeem worden toegevoegd. SHB10SHB10Hoofdstuk 4 | PijpaansluitingenVoor het correct bijvullen van het koelmiddel, zie hoofdstuk "Vullen van het systeem met koelmiddel". Beperkingen• Maximale pijplengte aan beide zijden, L6, L8, L12: 30 m. • Maximaal hoogteverschil (H): 7 m.
• AMS 10-6 / AMS 10-8: Verwijder het zijpaneel van de AMS 10 tijdens de installatie om de toegang te vergemakkelijken. KlemkoppelingenUitbreiding:Uitwerpen:VoorkantTe verwijderen elementen• AMS 10-12 / AMS 10-16: Verwijder het knock-out ge-deelte van het externe paneel op de AMS 10 waar de pijpen moeten worden gelegd. Op de volgende afbeelding ziet u de selecteerbare pijpuitgangen. • Zorg ervoor dat er geen water of vuil in de koe-laansluitingsleidingen terechtkomt. Verontreini-ging van de leidingen kan de warmtepomp be-schadigen. • -Buig de pijpen met een maximale buigradius (miABBELANGRIJKGebruik beschermgas tijdens het solderen. Buitendiameter, koperen buis A (mm)Ø 6,35 9,1Ø 9,52 13,2Ø 12,7 16,6Ø 15,88 19,7SHB10-12 / EM, SHB10-16/ EMSHB10-6/ EMnimaal R100~R150). Buig de pijpen niet herhaal-delijk. Gebruik de buigmachine.
• De aansluiting van de koelleidingen op de buiten-unit en de binnenunit moet na het demonteren van de productie-einden door middel van mofver-bindingen gebeuren. • Maak en sluit de busconnector aan en draai deze met een momentsleutel vast.
15SHB10 Hoofdstuk 4 | PijpaansluitingenDruktest en lektestVacuümpompIsolatie van de koelmiddelleidingenKoelmiddel vulling van het systeemZowel de SHB10 en de AMS 10 zijn in de fabriek ge-test op druk en lekkage, maar de pijpaansluitingen van het koelcircuit tussen de apparaten moeten na installatie worden gecontroleerd. Bij het uitvoeren van pijpaansluitingen, druktesten, lektesten en vacuümtesten moet u ervoor zorgen dat de servicekleppen (QM35, QM36) gesloten zijn. Om de pijpen en SHB10 met koelmiddel te vullen, moe-ten ze opnieuw worden geopend. Aansluitingen:Principe:• -Koelmiddelleidingen moeten geïsoleerd zijn (zowel gas als vloeistof) voor thermische isolatie en om condensatie te voorkomen. • Gebruik isolatie die minstens 120°C kan weer-staan. Gebruik een vacuümpomp om alle lucht te verwij-deren. Schakel de afzuiging gedurende ten minste een uur in.
De einddruk na leeglopen moet 1 mbar (100 Pa, 0,75 Tr of 750 micron) van de absolute druk bedragen. Als het systeem nog steeds vochtig is of lekt, zal de onderdruk afnemen wanneer de leegloop is voltooid. BELANGRIJKDe pijpaansluitingen tussen de binnenunit en de bui-tenunit moet op dichtheid worden getest. Vervolgens moet er na de installatie een vacuüm in de leiding wor-den gecreëerd, in overeenstemming met de geldende voorschriften. Gebruik alleen stikstof voor het compri-meren en drogen van de leidingen. ADVIESVoor een beter eindresultaat en een snellere vacu-umuitvoering dient u de volgende punten in acht te nemen. • Pijpleidingen moeten een geschikte diameter en lengte hebben. • Leeg het systeem tot 4 mbar en vul het met dro-ge stikstof tot atmosferische druk.
De AMS 10 wordt compleet geleverd met het koel-middel dat nodig is voor de installatie van koelmid-delleiding met een maximale lengte 15 m in beide richtingen. Als de lengte van de koudemiddelleidingen meer dan 15 m bedraagt, moet een koudemiddelvulling van 0,02 kg/mb voor SHB10-6 of 0,06 kg/mb voor SHB10-12 en SHB10-16 worden gemaakt.
AANDACHTAlle aansluitingen en werkzaamheden in verband met het koelsysteem moeten worden uitgevoerd door een persoon met de juiste kwalificaties en certificaten. AANDACHTDe maximaal toegestane lengte van de koelleidingen mag 30 m bedragen, maar daarvoor moet het systeem na meer dan 15 m met koudemiddel worden gevuld. Zawór serwisowy, PompaUitgang bemeteringServiceklep, vloeistofServiceklep, gasDrukmeterVacuüm-pompunitsGas pipiZworka Zabezpieczenie ruryJumper LeidingbeschermingBedradingTapeGasleidingIsolatieVloeistofleiding.
17SHB10Aansluiting op de binnenunitGebruik zonder warmtepompAansluiten van de boiler voor het warm waterDe SHB10 unit is niet uitgerust met afsluitkleppen voor de verwarming die buiten de binnenunit moet worden geïnstalleerd om het latere onderhoud te ver-gemakkelijken. Het is niet nodig om de configuratie van de hydrau-lische aansluitingen te wijzigen om de binnenunit onafhankelijk te laten werken zonder een buitenunit. Het toestel is uitgerust met een hulpverwarming, die bij afwezigheid van een warmtepomp kan dienen als belangrijkste warmtebron. Het SHB10-apparaat moet worden aangesloten op de wisselaar in de externe boiler voor het warm water om warm water te verkrijgen. Het vervangingsoppervlak van de wisselaar is zeer belangrijk voor de selectie er-van. Wij raden u aan gebruik te maken van de selectie-tabellen die beschikbaar zijn op www. nibe. eu.
De BT6- AansluitmogelijkhedenBELANGRIJKHet is niet toegestaan om vernauwingen (bijv. verloop-stukken, vuilvangers, etc. ) en afsluitkleppen tussen de tank en de veiligheidsklep te installeren. Alleen de installatie van een T-stuk met een aftapkraan en een T-stuk met een membraantank is toegestaan. BELANGRIJKOp de koudwatertoevoerleiding moet een geschikte veiligheidsklep worden geïnstalleerd. BELANGRIJKHet veiligheidsklep voor de boiler moet in overeen-stemming met de instructies van de boilerfabrikant en de desbetreffende voorschriften worden geïnstalleerd. BELANGRIJKGebruik het apparaat niet als er een obstakel in het veiligheidsventiel zit. Hoofdstuk 4 | Pijpaansluitingenen BT7-sensoren moeten op de juiste plaatsen worden geplaatst. De BT7-sensor op de plaats die de hoogste temperatuur in de tank aangeeft. De BT6-sensor is 1/3÷1/2 van de spoelhoogte gemeten vanaf het onder-ste uiterste punt.
De boiler voor warm water voor huishoudelijk gebruik moet worden aangesloten op een watertoevoersysteem met waterdruk die wordt aanbevolen door de fabrikant van de boiler. Als de druk bij de koudwatertoevoer naar de tank hoger is dan toegestaan, moet een drukregelaar worden gebruikt. Bij het opwarmen van het water in de tank neemt de druk toe, dus elke tank moet worden uit-gerust met een geschikte veiligheidsklep, gemonteerd op de koudwatertoevoer, die de boiler voor warm wa-ter zal beschermen tegen overmatige drukverhoging. In geval van gebruik van circulatie van warm water, zie subsectie "Circulatie van warm water". BELANGRIJKDe BT25-temperatuursensor wordt met het apparaat meegeleverd. Het moet op de installatie worden geïnstal-leerd volgens de richtlijnen in het volgende hoofdstuk.
18 SHB10 Bij aansluiting op een systeem waarbij alle radiators/vloerverwarmingsleidingen zijn voorzien van ther-mostatische of elektroventielen, moeten passende hydraulische oplossingen worden gebruikt om te zor-gen voor een voldoende lading van het verwarmings-middel en een minimale, ongestoorde doorstroming. Zie "Buffertank" en "Minimale installatiestroom". De BT25-sensor wordt meegeleverd met het appa-raat, dat op een externe voedingsleiding moet wor-den geïnstalleerd op een afstand van ten minste 1 m. van SHB10 gemeten langs de pijpleiding. In het geval van een systeem dat is uitgerust met een pa-rallel geïnstalleerde buffer, moet de BT25-sensor in de buffer worden geïnstalleerd of op een plaats die een correcte aflezing van de toevoertemperatuur van het verwarmingssysteem garandeert.
In geval van in-stallatie met buffer in een parallel systeem is het aan te raden om de BT71 sensor te verplaatsen naar het onderste deel van de buffer. Aansluiting van het verwarmingssysteemBij gebruik van een extra uitbreidingskaart kan het systeem met extra verwarmingscircuits worden uit-gebreid AA5. Met de AXC 30 kaart of een kant-en-klare set ECS 40 / ECS 41 in de regelaar kan een extra verwarmingscircuit worden geactiveerd. Aansluiting van het 2-pijps koelingsysteemAansluiting van het 4-pijps koelingsys-teemBij 2-pijps koeling worden de minuten geteld volgens BT25. Aansluiten van het extra verwarmingscircuitDe AXC 30 of ECS 40 / ECS 41 handleiding beschrijft de extra accessoires en de mogelijkheden en hoe deze aan te sluiten. Het principe van het 2-pijps systeem is om hetzelf-de circuit te gebruiken voor het koelen of verwarmen (het 2-pijps koelingsysteem).
Zodra de koeling is ge-activeerd, werkt de koeling standaard in een 2-pijps systeem. Het principe van de werking van het 4-pijpsysteem is gebaseerd op afzonderlijke verwarmings- en koelcir-cuits. In een 4-pijps systeem is een koeltank nodig.
19SHB10Eenheid SHB10 in combinatie met de buitenunit van de luchtwarmtepomp NIBE SPLIT (AMS 10) vormt het een compleet verwarmingsbron. De AMS 10 buitenunit levert thermische energie voor het verwarmen van sanitair water, het verwarmen van het systeem, het verwarmen en koelen van het zwembad door gebruik te maken van de gratis ener-gie die zich in de buitenlucht bevindt, en werkt effici-ent in het lage temperatuurbereik tot -20°C. De verbinding tussen de buitenunit met de SHB10 binnenunit, een met koelmiddel gevuld leidingsys-teem, beschermt de verbinding tegen bevriezing bij stroomuitval. De geavanceerde controller is verant-woordelijk voor de controle van de werking van het systeem. InstallatieschemaAANDACHTDe SHB10 is standaard uitgerust met alle temperatuur-sensoren.
De BT25-sensor moet onafhankelijk worden geïnstalleerd op een externe leiding en in sommige systemen moeten de sensoren worden overgebracht naar andere delen van het systeem. Voor de locatie van de sensoren zie het relevante punt voor de aan-sluiting van het systeem. AANDACHTIn het geval dat het volume van de centrale verwar-ming wordt verhoogd door middel van een buffervat, moet het volume van het systeem worden gecontro-leerd en moet de capaciteit van het bestaande diafrag-mavat zo nodig worden verhoogd. BELANGRIJKAls de AA3:X7 aansluiting voor andere doeleinden wordt gebruikt, is een extra AA5 uitbreidingskaart no-dig om de circulatiepompbesturing aan te sluiten. Sanitair warm water circulatieAansluiting van de warmwatercirculatiepompsturing.
De circulatiepomp voor warm water kan in twee con-figuraties worden aangesloten:• AA3-X7: NO (L), X1:0 (N), X:PE (PE)10 PE 2LNPE323456789EGP11X1AA5-X9AA5-uitbreidingskaart ExternPEL NX1LLNNPEPE123ExternalX1SHB 10GP11AA3:X7C NO NCAA3 X7-P• als de uitgang AA3:X7 bezet is, wordt de GP11 aangesloten op de AA5-uitbreidingskaart (niet inbegrepen in de SHB10-kit) op de AA5-X9:8 (230V), AA5-X9:7 (N) en X1:PE-stripHoofdstuk 4 | PijpaansluitingenZie de handleiding van de AA5-uitbreidingskaart voor meer informatie. Installatie van de temperatuur-sensor op de pijpleidingTemperatuursensoren worden gemonteerd met ther-mische pasta, kabelbinders en aluminiumtape (de eerste kabelbinder wordt bevestigd aan de pijp in het midden van de sensor, de tweede ongeveer 5 cm achter de sensor). Isoleer ze dan met isolatietape.
20 SHB10 Hoofdstuk 4 | PijpaansluitingenAfsluitklepTerugslagklepDriewegklep met een actuatorVeiligheidsklepTemperatuursensorMembraanvatManometerAutomatisch ontluchterLEGENDECirculatiepompElektrische verwarmingKoelsysteem filterCompressorPlatenwarmtewisselaarKoelingCentrale verwarming systeem (vlak systeem)Warm water voor huis-houdelijk gebruikOntlastklep Extra warmtebronBuffervatVentilatorspoeltjesBasisdiagram met seriële aansluiting van het bu?ervatBasisdiagram met parallelle aansluiting van het bu?ervatAANDACHTDe installatieschema's in de handleiding zijn voorbeelden en bevatten niet alle systeemcomponenten. Ze vervangen niet het ontwerp van de centrale verwarming van een gebouw.Optioneel componentenFilter klep-EB101-BT1-BP4 HS1 -GP12-BT63 -BT25-BT71-QN10P-BT12-BT3P-BT15-BT7-BT6SHB10XL1XL2-GP11-EB101-BT1-BP4 HS1 -GP12-BT63-BT25-QN10P-BT12-BT3P-BT15-BT7-BT6SHB10XL1XL2-GP11-GP10-BT71
22 SHB10 5 Externe eenheid AMS 10Transport en opslagMontageHijsen van de grond en transport naar de installatieplaatsDe AMS 10 warmtepomp moet verticaal getranspor-teerd en opgeslagen worden. Plaats de AMS 10 warmtepomp niet direct op een gazon of andere onstabiele grond. Als er kans bestaat dat er sneeuw van het dak af-glijdt, bereidt u een beschermend dak of een afdek-king voor ter bescherming van de warmtepomp, de leidingen en de kabels. Als de basis het toelaat, is de eenvoudigste manier om een pallettruck te gebruiken en de AMS 10 warm-tepomp naar de installatieplaats te transporteren. Als de AMS 10 warmtepomp moet worden getrans-porteerd, raden wij aan om het apparaat met een voertuig met een kraan naar de installatieplaats te verplaatsen.
Wanneer de AMS 10 warmtepomp met een kraan wordt opgetild, moet de verpakking intact blijven en moet de massa gelijkmatig over de giek worden verdeeld - zie bovenstaande figuur. Als de AMS 10 warmtepomp niet met een kraan kan worden getransporteerd, kan de trolley worden gebruikt om de zakken te vervoeren. De AMS 10 warmtepomp moet aan de zijde met de aanduiding "zware zijde" worden vastgezet (zware kant) en twee personen zijn nodig om de AMS 10 warmtepomp op te zetten. • De AMS 10 warmtepomp moet buiten worden geplaatst op een stevige, vlakke ondergrond die zijn gewicht kan dragen, bij voorkeur op een be-tonnen ondergrond. Indien betonplaten worden gebruikt, moeten deze op asfalt of grof grind wor-den gelegd.
• De betonnen fundering of platen moeten zo wor-den geplaatst dat de onderkant van de verdamper zich op het niveau van de gemiddelde plaatselijke sneeuwhoogte bevindt, maar niet lager dan 300 mm. Rekken en bevestigingen op deze pagina zijn beschikbaar in de AMS 10 handleiding in het hoofdstuk "Accessoires". • Plaats de AMS 10 warmtepomp niet in de buurt van muren waar lawaai storingen kan veroorza-ken, bijvoorbeeld in de buurt van een slaapkamer.
• Er moet ook voor worden gezorgd dat de locatie geen overlast veroorzaakt voor de buren. • Zorg ervoor dat de AMS 10 warmtepomp niet zodanig wordt geplaatst dat deze de buitenlucht kan recirculeren. Dit zal het vermogen en de effi-ciëntie verminderen. • -De verdamper moet afgeschermd zijn tegen directe wind die de ontdooifunctie nadelig kan be-invloeden. Stel de AMS 10 warmtepomp zo in dat de verdamper beschermd is tegen de wind. • Er kunnen grote hoeveelheden condensaat en ontdooid water ontstaan. Het condensaat moet worden afgevoerd naar de afvoer (zie subsectie “Condensaatafvoer”). • Zorg ervoor dat u tijdens de installatie geen kras-sen op de warmtepomp maakt. BELANGRIJKBeveilig de warmtepomp tegen omkantelenijdens het transport. BELANGRIJKHet zwaartepunt is naar één kant verschoven(zie opdruk op de verpakking). LEK300 mmExterne eenheid AMS 10Hoofdstuk 5 |.
23SHB10Hijsen van de pallet naar de in-stallatieplaatsSloopAfvoer in de ruimteAanbevolen alternatief voor con-densaatafvoerCondensaatafvoerHet condensaat wordt onder AMS 10 naar de grond afgevoerd. Om schade aan het gebouw en de warmtepomp te voorkomen,het condensaat moet worden opgevangen en goed worden afgevoerd. Het condensaat wordt afgevoerd naar de afvoer in de ruimte (in overeenstemming met de plaatselijke voor-schriften en voorschriften). Leid de slang van de lucht/water warmtepomp naar beneden. De condensaatafvoerleiding moet worden voorzien van een sifon om luchtcirculatie te voorkomen. • Laat het condensaat (tot 50 l / 24 uur) met de slang naar een geschikte afvoer lopen. Aanbevo-len wordt om de condensaatroute naar buiten zo kort mogelijk te houden.
• Het deel van de leiding dat aan vorst kan worden blootgesteld, moet met een verwarmingskabel worden verwarmd om bevriezing te voorkomen. • Leid de slang van de AMS 10 warmtepomp naar beneden. • De afvoer van de condensaatafvoerslang moet zich op vorstvrije diepte of in een ruimte bevin-den (met inachtneming van de plaatselijke regels en voorschriften). • -Bij installaties waar luchtcirculatie in de condensaatafvoerslang kan optreden, moet een sifon worden geïnstalleerd. • De isolatie moet goed aan de onderzijde van de condensaatafvoergoot hechten. In geval van sloop, demonteer het product door de bovenstaande stappen in omgekeerde volgorde te volgen. Til de bodemplaat op in plaats van de pallet. Verwijder de verpakking en de bevestigingstape van de pallet voordat u deze opheft. Plaats hijsbanden onder elke voet van de machine.
Voor het overbrengen van de pallet naar de basis zijn vier personen nodig, één op elke hijsband. Til het apparaat alleen aan de voeten op. BELANGRIJKDe afvoer van het condensaat is belangrijk voor de werking van de warmtepomp. De condensaatafvoer moet zodanig worden gericht dat deze geen schade aan het gebouw kan veroorzaken.
24 SHB10 Als uw gebouw een kelder heeft, gebruik dan een stenen caisson om te voorkomen dat condensatie het gebouw beschadigt. n andere gevallen kan de stenen caisson direct onder de warmtepomp worden geplaatst.
De afvoer van de condensaatafvoerslang moet zich op een vorstvrije diepte bevinden.• De afvoer van de condensaatafvoerslang moet zich op een vorstvrije diepte bevinden.• Leid de slang van de lucht/water warmtepomp naar beneden.• De condensaatafvoerleiding moet worden voor-zien van een sifon om luchtcirculatie te voorko-men.• De lengte van de installatie kan worden aange-past aan de grootte van de sifon.Afvoer na de gootBELANGRIJKBuig de slang om een sifon te maken - zie de tekening.LEKLEKSifonSifon Dieptezonder gevaarvoor bevrie-zingVan luchtwarmtepomplucht/waterAANDACHTAls geen van de aanbevolen opties wordt gebruikt, zorg dan voor een goede condensaatafvoer.Externe eenheid AMS 10Hoofdstuk 5 |
28 SHB10 1 300 mm 300 mm 30 cm15 cm30 cmPlaats van installatieGeluidsdrukniveauDe aanbevolen afstand tussen de AMS 10 en de muur van het gebouw moet minstens 15 cm bedra-gen. Laat minstens 100 cm vrije ruimte boven de AMS 10. Aan de voorkant echter 100 cm laten voor het onderhoud.De AMS 10 wordt meestal tegen de muur van een gebouw geplaatst, waardoor het geluid zich direct verspreidt en waar rekening mee moet worden ge-houden. Probeer daarom altijd een locatie aan de MinimalevrijeruimteVrije ruimteaan de achterkantAan de voorkant echter 100 cm laten voor het onderhoud.Minimale afstandrand van de stad te vinden, in de minst belastende omgeving voor uw buren. Het geluidsniveau kan worden beïnvloed door muren, bakstenen, verschil-len in maaiveldniveau, enz.
en daarom moeten de opgegeven waarden slechts als suggesties worden beschouwd.Om het geluidsniveau te verminderen, moet worden vermeden dat de luchtuitlaat wordt geleid naar plaat-sen die bijzonder gevoelig zijn voor te hoge geluidsni-veaus. Een actie die kan worden ondernomen is bij-voorbeeld het maken van geluidsschermen, zodat het geluid minder belastend is. De geluidsvoortplanting wordt beïnvloed door verschijnselen als: richtingge-voeligheid van de bron, absorptie door de atmosfeer, bodeminvloed, reflectie van het oppervlak, afscher-ming door obstakels.2 mKELGeluid AMS 10-6 AMS 10-8 AMS 10-12 AMS 10-16Geluidsniveau volgens EN12102 bij 7/35°C (no-minale waarde)* LW(A) 51 55 58 62Geluidsdrukniveau op een afstand van 2 m (nominale waarde)* dB(A) 37 41 44 48* Vrije ruimteExterne eenheid AMS 10Hoofdstuk 5 |
29SHB10Algemene informatieAlle elektrische apparatuur, met uitzondering van de bui-tentemperatuursensor, ruimtesensor, BT temperatuur-sensor en stroommeters, is in de fabriek aangesloten. Voor een correcte elektrische aansluiting:• Koppel de stroomtoevoer van de binnenunit los voordat u isolatietests uitvoert op de elektrische installatie in het gebouw. • Het gebouw waarin SHB10 is geïnstalleerd, moet worden uitgerust met een aardlekschakelaar. Voor SHB10 wordt een aparte aardlekschakelaar aanbevolen. • Het bedradingsschema van de binnenunit is te vinden in pt. "Elektrisch bedradingsschema. "• Leg communicatie- en signaalkabels niet in de buurt van sterkstroomkabels. • De minimale doorsnede van de communicatie- en signaalkabels voor externe contacten moet 0,5 mm² zijn met een lengte tot 50 m, bijvoor-beeld EKKX of LiYY of vergelijkbaar.
• De voedingskabel moet volgens de geldende normen worden gedimensioneerd. • Gebruik voor de kabelgeleiding in de SHB10 ka-belwartels UB (zie afbeelding). Bij UB1 en UB2 worden de kabels door de gehele binnenunit van de achterwand naar voren geleid. UB3 en UB4 zijn kabelovergangen van onderaf. BELANGRIJKVoordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert, moet u de stroomtoevoer afsluiten door middel van een au-tomatische stroomonderbreker. De elektrische instal-latie moet volgens de geldende voorschriften worden uitgevoerd door een persoon met de juiste kwalifica-ties. BELANGRIJKBij het instellen van SF1 op „ ” - SHB10 toestel schakelt de QN10 klep over op centrale verwarming en de verwarming wordt uitgevoerd volgens de BT30 thermostaat, het warme water wordt niet verwarmd tijdens de werking op „ ”.
BELANGRIJKIn geval van werking van de installatie op “ ” moet de temperatuur op de BT30 (noodgevalsthermostaat) handmatig worden aangepast aan de bedrijfstempe-ratuur van de centrale verwarming. Een te hoge inge-stelde temperatuur op de thermostaat kan het sys-teem beschadigen. Zie hoofdstuk "Noodthermostaat".
30 SHB10 Een thermische schakelaar (FD1) is beschikbaar ach-ter de frontkap. Het wordt gereset door de knop (FD1-SF2) stevig in te drukken met een kleine schroeven-draaier. Druk op de knop met een maximale kracht van 15 N (ca. 1,5 kg). ResettenKabelvergrendelingGebruik een platte schroevendraaier om de kabels in de aansluitingen van de binnenunit los te maken/ver-grendelen. Thermische schakelaarDe thermische schakelaar (FD1) onderbreekt de stroomtoevoer naar de elektrische hulpverwarming als de temperatuur tot ongeveer 98 -8°C stijgt. FD1FD1-SF2L1 L2 L3 N PEDe voedingsaansluiting wordt via de ingangen aan de achterzijde van het apparaat (UB1 en UB2) of via de ingangen aan de onderzijde (UB3 en UB4) op de klem (X0) aangesloten. Gebruik een kabel die is geselec-teerd in overeenstemming met de geldende normen. De 400V aansluiting maakt een maximaal vermogen van 9kW op de hulpverwarming mogelijk.
De aanslui-ting moet volgens het in de bedieningshandleiding gebruikte schema worden uitgevoerd. Voor een gedetailleerd aansluitschema, zie subsectie "Elektrische aansluitschema's". AansluitingenBELANGRIJKOm interferentie te voorkomen, mag u niet-afge-schermde communicatie- en/of signaalkabels niet binnen een afstand van 20 cm van hoogstroomkabels naar externe contacten leiden. BELANGRIJKDe elektrische installatie waarop het apparaat wordt aangesloten, moet worden uitgevoerd volgens de gel-dende voorschriften. BELANGRIJKIn het geval van een tweevoudige tariefvoeding is het raadzaam om een neutrale kabel van het voedingscir-cuit (meter) aan te sluiten. Aansluiting op de voeding 400VBedradingsschema van de 400V-voedingX0 Verwijder de brug voor een dubbele tariefregeling.
Hoofdstuk 6 | Elektrische aansluitingenBELANGRIJKAls de thermische beveiliging in werking treedt, moet dit worden gemeld aan een erkend servicebedrijf om de mogelijke oorzaak te kunnen vaststellen.
BELANGRIJKDe aangegeven afmetingen van de voedingskabels worden aanbevolen voor kabels die op de muur wor-den gelegd met een lengte van maximaal 40 m. In andere toepassingsgevallen - soorten geleiders of de plaatsing ervan - moet de doorsnede van de stroom-toevoergeleiders worden gekozen in overleg met een gekwalificeerde elektricien. BELANGRIJKDe externe overstroombeveiliging moet worden gese-lecteerd door een gekwalificeerde installateur op basis van de technische gegevens in de handleiding, in over-eenstemming met de geïnstalleerde apparatuur lay-out.
31SHB10BELANGRIJKBij gebruik van een 400V-aansluiting is het maximale vermogen van de elektrische module die in het appa-raat wordt gebruikt SHB10is 9kW. L N PEL N PEDe voedingsaansluiting wordt via de ingangen aan de achterzijde van het apparaat (UB1 en UB2) of via de ingangen aan de onderzijde (UB3 en UB4) op de klem (X0) aangesloten. Gebruik een kabel die is geselec-teerd in overeenstemming met de geldende normen. De 230V aansluiting maakt een maximaal vermogen van 4,5kW op de hulpverwarming mogelijk. De aan-sluiting moet volgens het in de bedieningshandlei-ding gebruikte schema worden uitgevoerd. Voor een gedetailleerd aansluitschema, zie subsectie "Elektrische aansluitschema's". VeiligheidscontrolesBELANGRIJKBij gebruik van een 230V-aansluiting is het maximale vermogen van de aanvullende verwarming die in het apparaat wordt gebruikt SHB10is 4,5kW.
BELANGRIJKIn het geval van een tweevoudige tariefvoeding is het raadzaam om een neutrale kabel van het voedingscir-cuit (meter) aan te sluiten - vooral met een 230V aan-sluiting. BELANGRIJKHet is verboden om bruggen te installeren op het knooppunt L1, L2 en L3. Anders kunnen het apparaat en het elektrische systeem beschadigd raken. De fabrikant is niet aansprakelijk voor schade die wordt veroorzaakt door het niet naleven van boven-staande bepaling. Bedradingsschema van de 230V-voedingAansluiting op de voeding 230VOverstroombeveiligingsschakelaarDe automatische besturing voor verwarming, cir-culatiepomp en hun bedrading in SHB10 zijn intern beveiligd door een overstroombeveiligingsschakelaar C10(FA1). De externe module AMS 10 en de acces-soires zijn intern in de SHB10 beveiligd door een over-stroombeveiligingsschakelaar B20(FA2).
Bovendien wordt een B20 overstroombeveiligings-schakelaar (FA3) gebruikt om de voeding van het ap-paraat te beschermen tegen overbelasting (beveiliging van het neutrale voedingscircuit van het apparaat). X0 X0Verwijder de brug voor een dubbele tariefregeling.
Plaats de brug om 230V-voeding aan te sluitenHET IS VERBODEN OM BRUGGEN TE INSTAL-LEREN OP HET KNOOP-PUNT L2 EN L3. Hoofdstuk 6 | Elektrische aansluitingenFA2FA3 FA1Verbinding SHB10 en AMS 10Sluit de aansluitkabel van het apparaat aan op de voedings-aansluiting (TB) in AMS 10 en op de strook (X10) in SHB10. Sluit de fasedraad (bruin), de neutrale draad (blauw), de communicatiedraad (zwart en grijs) en de bescher-mingsdraad (geel-groen) aan, zoals aangegeven op de tekening:BELANGRIJKAard de AMS 10 module alvorens de apparaten met een kabel aan te sluiten. De bedrading moet zodanig worden bevestigd dat de klemmenstrook niet wordt gespannen. Het uiteinde van een ongeïsoleerde kabel moet 8 mm lang zijn. AMS 10SHB10CommunicatiekabelsMin. 5 x 2,5 mm2of5 x 4,0 mm2(SHB10-16 / EM).
32 SHB10 Aansluiting van de externe temperatuur-sensorAansluiting van de temperatuursensor BT2554321BT1BT1AA3-X698765BT25BT25AA3-X6Sluit de buitentemperatuursensor BT1 (meegeleverd) aan op de SHB10 op de AA3-X6:1 en AA3-X6:2 strip. Sluit de buitentemperatuursensor BT25 (meegele-verd) aan op de SHB10 op de AA3-X6:5 en AA3-X6:6 strip. Voor de locatie van de sensor zie hoofdstuk "Aansluitmogelijkheden". Hoofdstuk 6 | Elektrische aansluitingenSHB10SHB10BELANGRIJKDe spanning van de stroomsensor naar de ingangska-art mag de 3,2 V niet overschrijden. Als er in het gebouw veel stroomverbruikers zijn inge-schakeld terwijl de elektrische bijverwarming in bedrijf is,bestaat het risico dat de hoofdzekering doorslaat.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Nibe SHB10-6 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Warmtepomp Nibe
Handleiding Warmtepomp
Nieuwste handleidingen voor Warmtepomp