Nibe MHB 05 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Nibe MHB 05 (96 pagina’s), behorend tot de categorie Warmtepomp. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 50 mensen. Heb je een vraag over Nibe MHB 05 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/96
Installatie- en gebruikershandleiding
Binnen-module
MHB 05
29-11-2023
31753

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Nibe
Categorie: Warmtepomp
Model: MHB 05

Handleiding Nibe MHB 05 – volledige tekst

NavigatieKamertemperatuur instellenEen uitgebreide beschrijving van de functies van de knop-pen vindt u in het hoofdstuk Bediening-Inleiding.Het navigeren door het menu en het invoeren van verschil-lende instellingen is beschreven in het hoofdstuk Regeling - Menu’s.De instellingsmodus voor de kamertemperatuur wordt gese-lecteerd door twee keer op de OK-knop te drukken vanaf het startmodusniveau in het hoofdmenu. Meer informatie vindt u in het hoofdstuk Regeling BinnenklimaatOm het warmwatervolume tijdelijk te verhogen, draait u de regelknop eerst naar menu 2 (pictogram met waterdruppel) en drukt u twee keer op de OK-knop. Meer informatie vindt u in het hoofdstuk Regeling Warmtapwater (functie actief als er een warmwaterboiler is aangesloten).Als het warmtecomfort verstoord wordt, kunt u zelf enkele werkzaamheden uitvoeren voordat u contact opneemt met de installateur.

De juiste instructies kunt u vinden in het hoofdstuk Storingen in comfortHet warmwatervolume verhogenAls het warmtecomfort verstoord wordtOk-knop(bevestigen/selecteren)Terug-knop (terug/annuleren/afsluiten)Regelknop(verplaatsen/verhogen/verlagen)Schakelaar (SF1)Beknopte handleidingDe schakelaar kan in drie standen worden gezet:Aan ( I ) Instelling voor normale werking of vakantieStand-by ( )Instelling voor het geval de warmtepomp niet werkt (niet kan starten).Noodstand ( )Instelling om in geval van een storing al-leen verwarming door het verwarmings-element in te schakelen.

4MHB 05 1 Belangrijke informatieVeiligheidsinformatieSerienummerSymbolenMarkeringUitleg van symbolen die op label(s) van het product kunnen staan.Gevaar voor personen of de machine.Lees de installatie- en gebruikershandleiding.De CE-markeringDeze handleiding omvat de installatie- en onderhoudspro-cedures voor uitvoering door specialisten.De handleiding moet bij de klant worden achtergelaten.Serienummer MHB 05(PF3)Het serienummer bevindt zich in de MHB 05, onder het be-dieningspaneel en bestaat uit 14 cijfers.Voorzichtig!Dit symbool duidt aan dat het apparaat of een persoon gevaar loopt.LET OP!Dit symbool geeft belangrijke informatie aan waar u op moet letten bij het gebruiken of onderhou-den van het apparaat.LET OP!Voor onderhoud en ondersteuning hebt u het (14-cijferige) serienummer van het product nodig.TIP!Dit symbool geeft tips die het gebruik van het ap-paraat vereenvoudigen.Hoofdstuk 1 | Belangrijke informatie!De MHB 05 is voorzien van het CE-keurmerk en heeft de beschermingsklasse IP21.Het CE-keurmerk bevestigt dat NIBE heeft gegarandeerd dat het product voldoet aan alle geldende regelgeving die door de relevante EU-richtlijnen worden gespeciceerd.

Het CE-keur-merk is verplicht voor de meeste producten die in de EU wor-den verkocht, ongeacht het land waar ze zijn gemaakt.Dit apparaat mag worden gebruikt door kinderen van 8 jaar en ouder en personen met een vermin-derde lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke ge-steldheid of gebrek aan ervaring en kennis, mits zij onder toezicht staan of instructies hebben ontvangen om het apparaat veilig te gebruiken en als zij de gevaren die samenhangen met het ge-bruik ervan begrijpen. Voorkom dat kinderen met het apparaat spelen. Reinigen en basisonderhoud van het apparaat mogen niet zonder toezicht worden uitgevoerd door kinderen.Recht op structurele aanpassingen voorbehouden.©NIBE 2023SysteemdrukMax. Min.Verwarming gemiddeld0,4 MPa (4 bar)0,1 MPa (1 bar)

5MHB 05Afvoeren van afvalLaat het afvoeren van de verpakking over aan de installateur die het product heeft geïnstal-leerd of aan een speciaal afvalverwerkings-bedrijf.Het onjuist afvoeren van het product door de gebruiker kan resulteren in boetes in overeenstemming met de toepasse-lijke wetgeving.Gooi gebruikte producten niet weg met het normale huishoudelijke afval.

Deze moet wor-den vervoerd naar een speciale afvalverwer-kingsinstallatie of naar een verkoper die dit soort diensten levert.Beschrijving Opmerkingen Handtekening DatumHydraulicaVul het CV-systeem vullen, juiste drukOntlucht het CV-systeem, open automati-sche ontluchtersControleer op mogelijke lekkagesControleer de hydraulische aansluitingen vol-gens de aansluitingenControleer de veiligheidsuitrustingElektrische aansluitingenCommunicatie, warmtepompAangesloten vermogen 1,5 kW (geen jumper X3)Aangesloten vermogen 3,0 kW (jumper X3)Vermogen 0 kW (verwarmingselement uit)Buitentemperatuursensor (BT 1)Ruimtesensor (BT 50) / RMU 40 / aan-uit ka-mer thermostaatAUX2 (aan/uit kamerthermostaat)Aansluiting aan/uit gasketel (hybride)Warm water (optioneel)Temperatuursensor (BT 6)Temperatuursensor (BT 7) (optioneel)Keerklep (QN 10)Warmwaterboiler vullenControleer de veiligheidsuitrustingOverigBT25-sensor (optioneel) Vermogensverlaging van de gasketel (minimaal)De bedrijfstemperatuur van de ketel instellenRegeling van de bijverwarmingControleer de werking van de keerklepControleer de werking van de pompVoltooide inspectie van de warmtepomp installatie en bijbehorende apparatuurInternetverbindingInspectie van de installatieHet klimaatsysteem moet vóór inbedrijfstelling worden geïnspecteerd.

De inspectie moet door een daartoe bevoegd persoon worden uitgevoerd. Vul bovendien de pagina voor de installatiegegevens in de installatie- en gebruikershandleiding in.ControlelijstHoofdstuk 1 | Belangrijke informatie

6MHB 05 2 Levering en hanteringTransportCompatibiliteitMontage1. Plaats de meegeleverde montagebeugel horizontaal tegen de muur. Zet de beugel waterpas met behulp van de waterpas. Markeer de punten voor de te boren montagegaten. De MHB 05 is uitgerust met een beugel voor wandmontage. Zie de onderstaande tekening voor de afstand tussen de montagegaten. De MHB 05 moet worden opgehangen aan muren met vol-doende draagkracht om het gewicht van de gevulde bin-nenunit te dragen. De MHB 05 moet bij voorkeur in een niet-geluidsgevoelige ruimte worden geïnstalleerd om storende geluiden tegen te gaan. Plaats het apparaat indien mogelijk niet in de buurt van een muur in een slaapkamer of een andere kamer waar lawaai een probleem kan zijn. De MHB 05 unit kan worden gebruikt met buiten-units. De compatibele NIBE-warmtepompen zijn:Meer informatie over NIBE-warmtepompen is beschik-baar op www. nibe.

eu en in speciale installatie- en gebrui-kershandleidingen. Zie het hoofdstuk "Accessoires" voor de lijst met accessoi-res die gebruikt kunnen worden met MHB 05. 2. Boor de gaten op de gemarkeerde punten. 3. Schroef de bevestigingen aan de muur met behulp van muurpluggen, bouten en sluitringen (niet meegele-verd). Binnen-unit CompatibiliteitMHB 05F2120 8, 12F2040 6, 8, 12F2050 6, 10S2125 8, 12AMS 20-6, 20-10 met HBS 20AMS 10-6, 10-8, 10-12 met HBS 05Hoofdstuk 2 | Levering en hanteringVoorzichtig. De MHB 05 moet aan de muur worden opgehan-gen met behulp van de beugel die bij de set wordt geleverd. Het apparaat mag alleen verticaal wor-den gemonteerd. LET OP. Het apparaat moet op een plaats worden opge-hangen waar deze stabiel gemonteerd is. De in-stallateur beoordeelt zelf welke muurpluggen geschikt zijn voor de muur waaraan het apparaat wordt opgehangen. LET OP.

Omdat de MHB 05 op de zijkant in een karton-nen doos wordt opgeslagen of vervoerd, mogen er geen apparaten/componenten boven op de unit worden opgeslagen. Dit kan het apparaat be-schadigen. LET OP.

De unit kan niet in cascade worden geschakeld met warmtepompen. De MHB 05 binnenunit moet worden vervoerd en opge-slagen op de zijkant in een kartonnen doos. De opslag- en transportlocatie moet droog zijn. 70 mm80 mm490 mm370 mm570 mm70 mm10x15 mm4. Installeer de MHB 05 op de gemonteerde beugel. 5. Zet het apparaat waterpas met de stelschroeven aan de onderkant (achterkant van de MHB 05).

7MHB 05Geleverde componentenDe MHB 05 kan geïnstalleerd worden in elke ruimte die be-schermd is tegen een temperatuurdaling onder 0°C om be-vriezing van het verwarmingsmedium te voorkomen. Zorg ervoor dat er 800 mm vrije ruimte is aan de voorkant van de binnenunit voor onderhoud. Alle onderhoud aan de MHB 05 kan vanaf de voorkant worden uitgevoerd.InstallatielocatieAanbevelingen voor muurmontageHoofdstuk 2 | Levering en hanteringLET OP!Na het terugplaatsen van het deksel moet de aar-dingsdraad worden aangesloten.30 cm20 cmRecommended RecommendedRecommended20 cmTemperatuursensor BT(1 st.

/ 6 meter)Buiten temperatuursensorBT1 (1 st.) *BinnentemperatuursensorBT50 (1 st.) *Hanger (1 st.)Kabelbinders voor de temperatuursensoren (2 stuks)Installatie- en gebrui-kershandleiding (1 st.)Contactpasta(1 st.)Veiligheidsgroep (1/2") met veiligheidsklep (3 bar) en manometer (1 st.)Aansluitgereedschap (1 st.)Automatische ontluchter (1 st.)1. Verwijder de schroeven van de onderrand van het voorpaneel.2. Schroef de bouten aan de bovenkant van het deksel los.3. Verwijder het deksel door het naar voren te schuiven en maak de aardedraad van het deksel los, zorg ervoor dat het niet beschadigd raakt.Het deksel verwijderenLET OP!Als er wordt afgeweken van de aanbevolen ruim-te, zal de toegankelijkheid voor onderhoudsdoel-einden beperkt zijn.* - De sensoren voor binnen en buiten zijn hetzelfde.

10MHB 05 4 LeidingaansluitingenAlgemene informatieDe leidingen moeten worden aangesloten volgens de gel-dende normen en voorschriften. De leidingafmetingen mogen niet kleiner zijn dan de aanbe-volen leidingdiameter volgens de onderstaande tabel. Maar om het aanbevolen debiet te realiseren moet elke installatie afzonderlijk worden gedimensioneerd. Verwijder de plastic doppen van de XL1, XL8, XL18 en XL19 aansluitleidingen, maar laat de koperen steunhulzen op hun plaats zitten om ervoor te zorgen dat de verbinding met de kneltting correct wordt uitgevoerd. Het systeem kan worden gebruikt met een klimaatsysteem met een lage en gemiddelde temperatuur. De temperatuur van het verwarmingsmedium bij de gedimensioneerde bui-tentemperatuur DOT wordt aanbevolen niet hoger zijn dan 55 °C voor de toevoer- en 45 °C voor de retour vanuit het klimaatsysteem.

De MHB 05 kan tot 70°C bereiken bij ge-bruik van een andere piekbron zoals een gasketel. Lucht/water warmte-pompMinimale debiet tijdens ontdooien(100% pompcapaci-teit [l/s])Minimaal aanbevolen leidingafme-tingen (DN)Minimaal aanbevolen leidingaf-metingen (mm)MHB 05 / F2040 60,19 20 22MHB 05 / F2040 80,19 20 22MHB 05 / F2040 120,29 20 22Lucht/water warmte-pompMinimale debiet tijdens ontdooien(100% pompcapaci-teit [l/s])Minimaal aanbevolen leidingafme-tingen (DN)Minimaal aanbevolen leidingaf-metingen (mm)MHB 05 / F2050 60,19 20 22MHB 05 / F2050 10Minimum systeemdebietVerwijder de plastic doppenVeiligheidskleppen aftappenVerwarming en koelingDe installatie moet minimaal zodanig gedimensioneerd zijn dat deze het minimale ontdooidebiet bij 100% werking van de circulatiepomp kan beheersen, zie tabel.

Zie het hoofdstuk '6 Inbedrijfstelling en afstelling' voor meer informatie over de beschikbare druk van de inge-bouwde CV-pomp. Voorzichtig. Een verkeerd gedimensioneerd klimaatsysteem kan schade aan het apparaat veroorzaken en tot storingen leiden.

Hoofdstuk 4 | LeidingaansluitingenMHB 05 / F2120 80,27 20 22MHB 05 / F2120 120,35 25 28MHB 05 / S2125 80,32 25 28MHB 05 / S2125 12MHB 05 / HBS 20AMS 20-60,19 20 22MHB 05 / HBS 20AMS 20-10MHB 05 / HBS 05/AMS 10-60,19 20 22MHB 05 / HBS 05/AMS 10-80,19 20 22MHB 05 / HBS 05/AMS 10-120,29 20 22Er moet een afvoerleiding van de veiligheidsklep naar een geschikte afvoer worden geleid. De afvoerleiding moet over de gehele lengte naar de vloerafvoer toe hellen om water-zakken te voorkomen en moet bovendien vorstbestendig zijn. Om een maximaal systeemrendement te verkrijgen, raden wij aan om de MHB 05 zo dicht mogelijk bij de buiten-unit te installeren. De MHB 05 unit kan worden aangesloten op een CV-sys-teem en koeling. Als lagere koeltemperaturen dan 18˚C vereist zijn, gebruik dan het ACS 310 accessoire waarmee het verwarmingsme-dium de unit kan bypassen. Koperen steunhulzen.

11MHB 05BuervatMinimale volumes voor klimaatsystemenDe warmtepompinstallatie vereist het juiste volume ver-warmingsmedium en een minimale, onbelemmerde door-stroming. Als de hoeveelheid verwarmingsmedium in de installatie onvoldoende is, moet er een extra buervat worden ge-bruikt, dat een adequate systeemvolume garandeert, zie de paragraaf "Minimale volumes voor klimaatsysteem". Een onvoldoende doorstroming in het CV-systeem veroor-zaakt een storing in de warmtepompinstallatie en kan lei-den tot ernstige schade aan het product. Het minimale volume van het verwarmingssysteem hangt af van de buitenunit waarmee de MHB 05 werkt. Raadpleeg de installatiehandleiding van de gebruikte bui-tenunitom het volume correct te controleren. Hoofdstuk 4 | LeidingaansluitingenVoorzichtig. Zorg ervoor dat het binnenkomende verwarmingsmedi-um niet vervuild is.

Bij gebruik van een eigen bron moet misschien een extra waterlter worden gebruikt. Voorzichtig. In de retourleiding van de installatie, vóór de bui-ten-unit, moet een speciaal deeltjeslter voor verwar-mingsinstallaties worden gebruikt. Het lter beschermt de unit tegen vervuiling. Voorzichtig. We raden aan om een magneetlter te installeren vóór het deeltjeslter. Dit lter beschermt de unit tegen ver-ontreinigingen zoals staal- en ijzer-oxiden en de daar-uit voortvloeiende corrosieproducten. Voorzichtig. Voordat de binnenunit wordt aangesloten, moeten de leidingen worden doorgespiraald om te voorkomen dat componenten beschadigd of verstopt raken door ver-ontreinigingen. Voorzichtig. Totdat het verwarmings-/koelcircuit is gevuld met ver-warmingsmedium, mag de schakelaar (SF1) van de re-gelaar niet op “I” of "” worden gezet.

Als u zich niet aan de bovenstaande voorschriften houdt, kan een groot aantal componenten van de MHB 05 unit bescha-digd raken. Voorzichtig. Als er geen zuurstofdiusiedichte buis wordt gebruikt voor vloerverwarming, gebruik dan een scheidingswis-selaar. Voorzichtig.

Alle hoge punten in het klimaatsysteem moeten wor-den voorzien van ontluchters. Voorzichtig. Gebruik om de minimale ongehinderde doorstroming in het klimaatsysteem te realiseren de juiste hydraulische oplossingen (bijv. bypass, open verdeler, parallelle buer en/of open verwarmingsgroepen). Denk eraan altijd de minimaal vereiste doorstroming in het systeem te hand-haven - zie de paragraaf "Minimum systeemdebiet". Installatie temperatuursensor op leidingDe temperatuursensoren worden bevestigd met gebruik-making van een contactpasta, kabelbinders (de eerste ka-belbinder wordt vastgezet aan de leiding in het midden van de sensor en de andere kabelbinder wordt vastgezet op ca. 5 cm na de sensor) en aluminiumtape. Isoleer ze vervolgens met de isolatietape. LET OP.

De term “klimaatsysteem”, die wordt gebruikt in deze installatie- en gebruikershandleiding, staat voor ver-warmings- en koelsystemen die worden gevoed met warmte of koude, met gebruikmaking van verwarmings- of koelmiddel van de MHB 05 unit voor verwarmings- of koeldoeleinden.

12MHB 05 Hoofdstuk 4 | LeidingaansluitingenDe MHB 05 binnenunit vormt samen met de buitenuniteen compleet klimaatsysteem. De buitenunitlevert thermische energie voor het verwarmen van huishoudelijk water, het voeden van het verwarmingssysteem, het verwarmen van zwembaden en het koelen door gebruik te maken van vrije energie in de buitenlucht, en werkt eciënt bij lage tempe-raturen tot -20 °C.Het aansluiten van de buiten-unit, warmwaterboiler en de binnenunit MHB 05, met een systeem van met antivries ge-vulde leidingen, beschermt de aansluiting tegen bevriezing bij onderbrekingen in de elektrische voeding van appara-ten. De werking van het systeem wordt gecontroleerd via een geavanceerde regelaar.De MHB 05 heeft een ingebouwde vorstbeveiliging en voor deze functie mag deze niet worden uitgeschakeld als er kans is op bevriezing.

Raadpleeg de technische documentatie van de buitenunit-voor meer informatie over vorstbeveiliging.Systeem aansluitenLET OP!De MHB 05 levering is inclusief alle tempera-tuursensoren. De BT25-sensor (optioneel) kan afzonderlijk in de externe pijpleiding worden ge-installeerd. Zie voor de plaats van de sensoren het betreende punt bij het aansluiten van het systeem.LET OP!Als het watervolume van het CV-systeem wordt vergroot met behulp van een buervat, dient u het systeemvolume te controleren en eventueel het volume van het bestaande expansievat te vergroten.Aansluiting op buiten-unitLET OP!Informatie: raadpleeg het hoofdstuk "Leidin-gaansluitingen" in de installatiehandleiding van de buitenunitdie in de huidige conguratie wordt gebruikt.

13MHB 05LEGENDAAansluitprincipe met aansluiting van een combi-gasketel (hybride) op één verwarmingscircuit LET OP!De installatie-aansluitingen in de handleiding tonen de minimaal benodigde componenten en opties. Het zijn voorbeelden en omvatten niet alle systeemcomponenten. Ze vervangen het ontwerp van het CV-systeem van het gebouw niet.

15MHB 05Afsluiters voor onderhoudsdoeleindenDebietmeter installerenCircuit met verwarmingCircuit met sanitaire warmwaterboiler (all-electric)Circuit met een gasketel (hybride)De MHB 05 unit is niet uitgerust met een afsluiter voor het CV-systeem. Als er afsluiters nodig zijn voor onderhouds-doeleinden, controleer dan of er geen afsluiters geïnstal-leerd zijn tussen een warmteopwekker (gasketel, MHB 05 en buiten-unit) en een overstort. In de MHB 05 kan een debietmeter worden geïnstalleerd om de energie die aan het systeem geleverd wordt, te me-ten. Dit optionele accessoire is de EMK 05 (BF1). Raadpleeg de accessoire-handleiding voor meer informatie over de in-stallatie van de EMK 05. De MHB 05 hydraulische unit maakt samenwerking mogelijk met monoblok-units en splitsystemen. De ingebouwde elek-trische verwarming werkt als bijverwarming.

De MHB 05 hydraulische unit maakt samenwerking met een gasketel mogelijk dankzij extra XL18- en XL19-aan-sluitingen. Het is niet mogelijk om een warmwaterboiler te plaatsen in een hybride installatie. Optionele installatieDe MHB 05 unit moet worden aangesloten op de spiraal in de externe warmwaterboiler voor warm water voor huishoudelijk gebruik (accessoire VST 06 vereist). Het uuitwisselingsopper-vlak van de spiraal is erg belangrijk bij de keuze ervan. We ra-den aan de selectietabellen op de website www. nibe. eu te ge-bruiken. De locatie van de sensoren wordt weergegeven in de aansluitingen voor de warmwateraansluiting voor huishoude-lijk gebruik. De warmwaterboiler moet worden aangesloten op een watersysteem met een waterdruk die wordt aanbevolen door de fabrikant van de boiler.

Als de druk bij de inlaat van koud water in de boiler hoger is dan toegestaan, gebruik dan een drukregelaar. Wanneer het water in de boiler wordt ver-warmd, neemt de druk toe.

Daarom moet elke boiler worden uitgerust met een geschikte veiligheidsklep, terugslagklep en afsluiter (volgens nationale normen) die is geïnstalleerd op de inlaat voor koud water, die de warmwaterboiler beschermt te-gen de overmatige opbouw van druk. EB15BT63BF1XL8XL1GP12 EB1BT24PEB15BT63BT24XL8 XL1 XL18 XL19GP12 EB1EM1BF1PEB15BT63EB15-BT6EB15-BT7BT24XL8 XL1EB15-QN10QZ1CP1GP12 EB1BF1PHoofdstuk 4 | LeidingaansluitingenVoorzichtig. Het is absoluut noodzakelijk om een goed gese-lecteerde veiligheidsuitrusting op de toevoerlei-ding voor koud water te installeren. Optionele terugslagklepMonteer een terugslagklep op de leiding tussen de MHB 05 en de gasketel. Dit is alleen nodig bij gasketels zonder drie-wegklep of bij gasketels met een driewegklep die standaard in de CV-stand staat als ruststand. LET OP.

De locatie van de BT6-sensor moet worden ge-kozen op basis van het ontwerp van de gebruikte warmwaterboiler. Zorg ervoor dat de sensor goed contact maakt met de wand van de sensorbuis.

16MHB 05 BuercircuitEen extra klimaatsysteem aansluitenGebruik van bypass met drukgeregelde bypass Gebruik bij aansluiting op een systeem met thermostati-sche kleppen op alle radiatoren/leidingen van de vloerver-warming passende hydraulische oplossingen die het juiste volume van het verwarmingsmedium en een minimale on-belemmerde doorstroming garanderen. Zie de sub-para-grafen "Buervat" en "Minimum systeemdebiet". In het geval van een systeem met een parallel geïnstalleer-de buer, moet de BT25 sensor in de buer worden geïn-stalleerd of op een plaats die een correcte aezing van de aanvoertemperatuur naar het verwarmingssysteem garan-deert. Om de retourtemperatuur correct af te lezen, wordt aanbevolen om de BT71 sensor aan de onderkant van de buer of op de t-aansluiting in de retourleiding te plaatsen.

Het systeem kan worden uitgebreid met bijverwarmings-/koelcircuits (EP21), mits er een extra accessoire AXC 40 wordt gebruikt. Zodra de AXC 40-print of kant-en-klare ECS 40-/ECS 41-set in gebruik is genomen, kan er via de regelaar een bijverwarmings-/koelcircuit (EP21) worden geactiveerd. Als het verwarmingssysteem kleppen bevat die de door-stroming volledig kunnen blokkeren, moet er een drukgere-gelde bypass worden geïnstalleerd. Probeer deze bypass zo ver mogelijk van de MHB 05 te plaatsen en houd rekening met de vereisten voor de minimale buercapaciteit en het minimum debiet in het verwarmingssysteem. Zie de uitleg over de minimale buercapaciteit bij "Buervat" en "Mini-mum systeemdebiet". Als er een parallelle buer is geïnstalleerd die het minimaal beschikbare vrije volume bereikt, is er geen drukgeregelde bypass nodig.

EB15EB15-BT25QN25AA25EP21BT3GP10CP10EB15-GP10BT2BT63BT24EB15-BT71XL8 XL1 XL19XL18GP12 EB1EM1BF1PHoofdstuk 4 | LeidingaansluitingenVoorzichtig. De veiligheidsklep voor de warmwaterboiler moet worden geïnstalleerd zoals aanbevolen door de fabrikant van de ketel en de geldende voorschrif-ten. Voorzichtig. Gebruik het apparaat niet als de veiligheidsklep geblokkeerd is. Voorzichtig. Het is niet toegestaan om beperkingen (bijv. re-ductiestukken, deeltjeslters enz. ) en afsluiters tussen de ketel en de veiligheidsklep voor warm tapwater te installeren. Enkel een T-stuk met af-tapkraan en een T-stuk met een tapwater expan-sievat zijn toegestaan. EB15BT63EB15-BT25EB15-GP10CP10BT24EB15-BT71XL8 XL1 XL18 XL19GP12 EB1EM1BF1PEB15-BT25EB15-GP10CP10EB15-BT71UKV 40 / UKV100.

17MHB 05Algemene informatieVoor een goede elektrische aansluiting:• Schakel de voeding van de binnenunit uit alvorens de isolatiewaarde van de installatie te testen. • Zorg ervoor dat de buitenunitis losgekoppeld van de stroomvoorziening totdat alle elektrische aansluitin-gen zijn gemaakt en het warmtepompsysteem klaar is om op te starten. • Indien de woning is uitgerust met een aardlekschake-laar, moet de MHB 05 worden uitgerust met een afzon-derlijke aardlekschakelaar. • Zie voor het bedradingsschema van de binnenunit het hoofdstuk "Elektrisch bedradingsschema". • Communicatie- en sensorkabels mogen niet in de buurt van hoogspanningskabels worden gelegd. • De minimale doorsnede van de communicatie- en sen-sorkabels naar externe aansluitingen dient 0,5 mm² te bedragen, met een lengte van maximaal 50 m, bijvoor-beeld EKKX, LiYY of gelijkwaardig.

• Het leggen van kabels in de MHB 05 moet worden uit-gevoerd met UB kabeldoorvoeren (aangegeven op de tekening). In UB1 en UB 4 worden de kabels door de hele binnenunit gelegd, van de achterwand naar de voor-wand. UB 8 tot UB 9 zijn de onderste kabeldoorvoeren. X0 Klemmenblok 230V~X1 Klemmenblok 230V~X2 Klemmenblok X3 Klemmenblok elektrisch verwarmingselementFC1Automatische zekering(voor de binnenunit)K1A Schakelaar voor bijverwarmingBT30 Thermostaat elektrisch verwarmingselementAA2 BasisprintAA3 IngangsprintAA7 Extra relaisprintplaat FQ10 Thermische stroomonderbrekerUB1 - UB7 KabeldoorvoerenK2 AlarmrelaisSF1 BedieningsschakelaarLEGENDA5 Elektrische aansluitingenDe elektrische installatie moet worden uitgevoerd volgens de geldende normen en voorschriften. De elektrische apparatuur die in de MHB 05 is ingebouwd, is al in de fabriek aangesloten.

Let er bij het leiden van de kabels door de kabeldoorvoeren UB 5 tot UB 7 op dat het bedie-ningspaneel nog steeds geopend kan worden. Hoofdstuk 5 | Elektrische aansluitingenUB2AA3SF1AA2AA7X2FC1X0BT30X3K1AUB1FQ10UB3UB4UB7UB5UB6K2X1Voorzichtig. De schakelaar (SF1) voor de regelaar mag pas op “I” of “ ” worden gezet als het klimaatsysteem is gevuld met verwarmingsmedium en het CV-sys-teem is ontlucht". Anders kunnen de thermische stroomonderbreker, de thermostaat en de extra elektrische verwarming beschadigd raken. Voorzichtig. Sluit de stroom af met de stroomonderbreker (FC1) en haal de 230V-stekker uit het stopcon-tact voordat u onderhoud uitvoert. De elektrische installatie moet in overeenstemming met de hui-dige regelgeving worden uitgevoerd door iemand met de juiste bevoegdheden en kwalicaties. Voorzichtig.

Er moet een gemakkelijk toegankelijk wandcon-tactdoos met aarding worden gebruikt. Het in-gestelde vermogen van het elektrische element moet in acht worden genomen bij het voeden vanuit dit wandcontactdoos. Als de instelling van het elektrische element 3 kW is, moet de wand-contactdoos geschikt zijn voor 16 A. De voeding mag alleen de MHB 05 bedienen en moet voor-zien zijn van 2,5 mm2 bedrading tussen de me-terkast en de wandcontactdoos. Er moet een ze-kering van 16 A worden gebruikt. TIP. Zie voor de elektrische aansluiting van de buiten-unitde handleiding van dat product.

18MHB 05 Toegankelijkheid, elektrische aansluitingHet display moet wellicht verplaatst worden om er beter bij te kunnen als u de elektronica (AA2-X4 connector) aansluit. Dit doet u heel makkelijk via de volgende stappen.1. Druk de pal bovenaan op de achterkant van het display naar u toe (a) en beweeg het display naar boven (b), zodat de bevestigingen loskomen van het paneel.Hoofdstuk 5 | Elektrische aansluitingenHet display verplaatsenToegang tot PCB AA2LEKLEKba2. Til het display omhoog uit de bevestigingen.LEKLEK3. Breng de twee onderste bevestigingen op de achter-kant van het display in lijn met de twee bovenste gaten in het paneel, zoals afgebeeld. LEKLEK

19MHB 054. Zet het display vast op het paneel.LEKLEK5. Als de elektrische aansluiting klaar is, moet het display weer terug worden gemonteerd met drie montagepun-ten, omdat anders het voorpaneel niet kan worden ge-installeerd.Sleutelslot voor de kabelGebruik geschikt gereedschap om de kabels in de klem-menblokken van de binnenunit te ontgrendelen/vergren-delen.Schroevendraaier: Hoofdstuk 5 | Elektrische aansluitingen123Connector-gereedschap (toegevoegd aan de MHB 05):

20MHB 05 Internetverbinding voor myUplinkSluit de op het netwerk aangesloten kabel (recht, Cat.5e UTP) met RJ45-contact (mannelijk) aan op contact AA4-X9 op het display (zoals afgebeeld). Gebruik de kabeldoorvoe-ren (UB7) in de MHB 05 voor het doorvoeren van de kabels.1) De MHB 05 schakelt de gasketel in en uit voor de centrale verwarming met een aan-/uitsignaal. Gebruik de thermo-staat-ingang van de ketel (aan-/uitaansluiting). Als deze niet beschikbaar is, gebruik dan de aansluiting van een OpenTherm kamerthermostaat en raadpleeg de handlei-ding van de ketel voor gedetailleerde uitleg.2) Opties voor kamertemperatuurregeling (kies een van deze opties):• De RMU 40 ruimteunit kan worden gebruikt voor instal-latie in de woonkamer (centrale deel van het huis).

Op deze unit kunnen de kamertemperatuur en enkele an-dere instellingen worden aangepast.• Een aan/uit kamerthermostaat kan gebruikt en ge-monteerd worden in de woonkamer (centrale deel van het huis). Deze thermostaat kan worden gebruikt om de kamertemperatuur aan te passen, samen met de curve-instelling in de MHB 05. De aan/uit thermostaat moet een eigen voeding hebben.• De ruimtesensor BT50 (toegevoegd aan de MHB 05) kan gebruikt en gemonteerd worden in de woonkamer (centrale deel van het huis).

21MHB 05Internetverbinding voor myUplinkElektrische aansluitingen voor een all-electric installatie L N 1 1 0 2 3 4PEAA3141516171810111213956781234AA3-X6141510111213 9 5678 1234BGDN+12VAAA3-X4141510111213161795 6 781 2 3 4AA2-X4MNL1-QN10AA2-X4Hoofdstuk 5 | Elektrische aansluitingen1) De BT7 sensor kan worden gemonteerd in een sensorzak boven op een warmwaterboiler om de temperatuur boven-op de ketel aan te geven. Het is handig om deze te monte-ren, maar is niet verplicht.2) Opties voor kamertemperatuurregeling (kies een van deze opties):• De RMU 40 ruimteunit kan worden gebruikt voor instal-latie in de woonkamer (centrale deel van het huis). Op deze unit kunnen de kamertemperatuur en enkele an-dere instellingen worden aangepast.• Een aan/uit kamerthermostaat kan gebruikt en ge-monteerd worden in de woonkamer (centrale deel van het huis).

Deze thermostaat kan worden gebruikt om de kamertemperatuur aan te passen, samen met de curve-instelling in de MHB 05. De aan/uit thermostaat moet een eigen voeding hebben.• De ruimtesensor BT50 (toegevoegd aan de MHB 05) kan gebruikt en gemonteerd worden in de woonkamer (centrale deel van het huis). Samen met de myUplink app op een mobiele telefoon of tablet kan de kamer-temperatuur geregeld en aangepast worden.

L NX1X1LET OP!Bij gebruik van het elektrische verwarmingsele-ment moet het beschikbare vermogen (1,5 kW of 3 kW) van de wandcontactdoos en de zekering er-van worden gecontroleerd.MHB 05Warmwaterboiler sensor (boven) [BT7] (optioneel)1aan/uit kamerthermostaat (optioneel)2 [AUX2]Warmwaterboiler sensor [BT6] ruimtesensor [BT50] (optioneel) 2buitensensor [BT1] MHB 05MHB 05BruinBlauwG/YRMU (optioneel)2aansluiting op buitenunit(zie pagina 22)MHB 05Sluit de op het netwerk aangesloten kabel (recht, Cat.5e UTP) met RJ45-contact (mannelijk) aan op contact AA4-X9 op het display (zoals afgebeeld). Gebruik de kabeldoorvoe-ren (UB7) in de MHB 05 voor het doorvoeren van de kabels.LEKAA4-X9

23MHB 05 Hoofdstuk 5 | Elektrische aansluitingenDe MHB 05 is uitgerust met een netsnoer (L≈ 1,35m) met een stekker. Het gebruik van het elektrisch verwarmings-element (0kW, 1,5 kW of 3 kW) bepaalt de benodigde zekering voor de MHB 05. Als het elektrisch verwarmingselement niet wordt gebruikt en in alle situaties is uitgeschakeld, is het voedingsvermogen slechts +/- 100W. Als 3 kW wordt gekozen, is de benodigde zekering 16A. Als u 1,5 kW kiest, kan de zekering lager zijn dan 16 A. Alle installaties moeten worden uitgevoerd volgens de geldende normen en voor-schriften. Installeer de buitentemperatuursensor (BT1) in de schaduw op een muur die op het noorden of noordwesten is gericht, zodat deze niet wordt beïnvloed door bijvoorbeeld de och-tendzon. Sluit de sensor aan op klemmenblok X6:1 en X6:2 op de in-gangsprint (AA3).

Als er een leiding wordt gebruikt, moet deze worden afge-dicht om condensatie in de sensorbehuizing te voorkomen. AansluitingenVoedingsaansluitingBuitentemperatuursensor (BT1)Klemmenblok X0De voeding naar de bijverwarmingwijzigenJUMPERL N L NPENL1Het elektrisch verwarmingselement in de open verdeler heeft twee instellingen: 1,5 kW of 3 kW. De instellingen kan worden aangepast met de jumper in klemmenblok X3. De jumper is in de fabriek aangesloten op X3 in de rechtse po-sitie, de voeding is 1,5 kW. Als de jumper is aangesloten op positie X3 links, is de voeding 3kW (1,5 + 1,5). Wanneer het elektrisch verwarmingselement wordt geactiveerd in de regelaar, bepaalt deze hardware-instelling het vermogen (1,5 of 3 kW). Het is ook mogelijk om het elektrisch verwar-mingselement niet te activeren in de regelaar. In dit geval is het vermogen 0 kWVoorzichtig.

Externe zekeringen moet worden geselecteerd door een geschikte gekwaliceerde installateur, op basis van de technische gegevens in de hand-leiding, in overeenstemming met de geïnstalleer-de apparatuur. Voorzichtig. Probeer te vermijden dat niet-afgeschermde communicatiekabels dichtbij 230V-kabels liggen.

Voorzichtig. Het elektrische systeem waarop het apparaat wordt aangesloten, moet zijn gemaaktin over-eenstemming met de geldende regelgeving. Voorzichtig. Het netsnoer (L≈ 1,35m) met stekker kan alleen worden vervangen door een origineel reserveon-derdeel. Het gebruik van een ander netsnoer is verboden. De fabrikant is niet aansprakelijk voor schade veroorzaakt door het niet naleven van de boven-staande bepaling. Voorzichtig. Als het elektrisch verwarmingselement wordt gebruikt en de jumper is geplaatst op 3kW ver-mogen voor het elektrisch verwarmingselement, moet de zekering voor de MHB 05 16A zijn. Als de jumper is aangesloten op 1,5kW vermogen voor het elektrisch verwarmingselement, houd er dan rekening mee dat de MHB 05 +/- 1,6 kW (8A) uit de wandcontactdoos kan halen. 12345MHB 05BT1BT1AA3-X6AA3-X6X3X31,5 kW3 kW1,5 kW}1,5 kW.

24MHB 05 Automatische zekeringHet automatische verwarmingsregelsysteem, de circula-tiepomp en hun bedrading in MHB 05 zijn intern beveiligd door de automatische zekering FC1. FC1Hoofdstuk 5 | Elektrische aansluitingenNoodstandNoodstand thermostaatIndien de regelaar in de noodstand staat (SF1 is op gezet), worden uitsluitend de meest noodzakelijke functies geac-tiveerd. • Warm water wordt niet verwarmd. • Constante temperatuur in de aanvoerleiding, meer in-formatie in het hoofdstuk Noodstand thermostaat. • De gasketel wordt niet ingeschakeld in de noodstand. De aanvoertemperatuur in de noodstand wordt ingesteld met een thermostaat (BT30). Deze moet ingesteld zijn vol-gens de eisen van de verwarmings-/koelcircuits die in be-drijf zijn. Het instelbereik bedraagt 5 - 65 °C. Houd er echter reke-ning mee dat bij vloerverwarming de instelling min. 20°C, max.

35-45°C moet zijn om het comfort in de kamer en een efficiënte werking van het systeem te behouden. Voorzichtig. De temperatuur op de thermostaat moet zijn ingesteld volgens de systeemvereisten. Als de temperatuur te hoog is, kan het systeem bescha-digd raken. De thermische stroomonderbreker (FQ10) is toegankelijk achter het voorpaneel. U kunt deze resetten door met een kleine schroevendraaier stevig op de knop (FQ10-SF2) te drukken. Druk op de knop met een max. kracht van 15 N (ca. 1,5 kg). ResettenThermische stroomonderbrekerDe thermische stroomonderbreker (FQ10) onderbreekt de voeding naar de extra elektrische verwarming als de tem-peratuur oploopt tot ca. 98°C (hysterese - 8°C). FQ10FQ10-SF2Voorzichtig. Bij activering van de thermische beveiliging moet u dit melden bij een erkend servicecenter om de mogelijke oorzaak vast te stellen. Voorzichtig.

Als het systeem werkt bij “ ”, moet de tempe-ratuur op de BT30 worden afgestemd op de be-drijfstemperatuur van het CV-systeem. Als de op de thermostaat ingestelde temperatuur te hoog is, kan het systeem beschadigd raken. LET OP. Het maximaal beschikbare vermogen van de ver-warming in de noodstand is 3 kW. LET OP. In de noodstand is het niet mogelijk om warm wa-ter te verwarmen.

25MHB 05 Hoofdstuk 5 | Elektrische aansluitingenL N 1 1 0 2 3 4PEAA2-X4SMOExterntPELNZewnętrzneSHB 10AA2-X4GP108 9 10 11 12 13Ga als volgt te werk om een extra GP10 circulatiepomp aan te sluiten:• sluit draad L aan op het klemmenblok AA2-X4: 11• sluit draad N aan op het klemmenblok AA2-X4: 10• sluit draad PE aan op klemmenblok AA2-X4: 9Alle aansluitingen moeten worden gemaakt volgens de on-derstaande afbeelding. Aansluiting van een extra GP10 pompOptionele aansluitingenAansluiten met buerboiler en extra circulatie-pomp GP10EB15EB15-BT25EB15-GP10CP10BT63BT24EB15-BT71XL8 XL1GP12 EB1PBF1De uitbreidingsprint aansluiten De communicatie van de uitbreidingsprint moet recht-streeks worden aangesloten op de MHB 05 op de AA3-print volgens het onderstaande schema. Neem het volgende in acht bij het aansluiten of installeren van meer dan één accessoire.

De eerste uitbreidingsprint moet rechtstreeks worden aangesloten op het AA3-X4:15-13 klemmenblok op de MHB 05 en de volgende printen moeten in serie op de vorige print worden aangesloten. Gebruik kabeltype LiYY, EKKX of soortgelijk. Communicatieaansluiting MHB 05Extern34567SHK 200S/ SHK 200S-6BT25BT25AA3-X615161718SHK 200S/ SHK 200S-6BT71BT71AA3-X6De temperatuursensor BT25 (meegeleverd) moet worden aangesloten op de MHB 05 via klemmenblok AA3-X6: 5 en AA3-X6: 6. Zie het hoofdstuk "Optioneleinstallatie" voor de locatie en uitleg van de sensor. BT25 is vereist in het geval van een geïnstalleerde parallel buer. De temperatuursensor, warmwaterproductie (BT6) wordt in de dompelbuis van de ketel geplaatst of aan het oppervlak van de boiler bevestigd. Sluit de sensor aan op klemmenblok X6:7 en X6:8 op de in-gangsprint (AA3). Gebruik een 2-aderige kabel met een ka-beldikte van minimaal 0,5 mm².

Warmwaterproductie wordt geactiveerd in menu 5. 2 van de startgids. De optionele BT71 sensor kan worden gebruikt om de re-tourtemperatuur (indicatief) van het verwarmingsmedium te meten met behulp van een parallel buervat.

De sensor moet worden aangesloten via klemmenblok AA3-X6: 17 en AA3-X6: 18. Zie het hoofdstuk "Optionele installatie" voor de locatie van de sensor. De stroomsensor BF1 (optioneel) moet worden aangesloten op de MHB 05 via klemmenblok AA3-X22:1 AA3-X22:2 en AA3-X22:3. Voor de locatie van de sensor BF1, zie het hoofdstuk "Optio-nele installatie". Alleen BF1 kan in de MHB 05 geïnstalleerd worden. Op aansluiting AA3-X22 of AA3-X23 kan de puls-uitgang van een externe (elektriciteits-) energiemeter op de MHB 05 worden aangesloten. De F1255 laat zien hoe u een elek-triciteitsmeter met een puls kunt aansluiten. Deze moet ook worden gemaakt (met 2 draden en symbolen) voor de MHB 05.

26MHB 05 LaadmonitorExterne aansluitopties (AUX)Als er in het gebouw veel stroomverbruikers zijn aangeslo-ten terwijl de elektrische verwarming in bedrijf is, bestaat het risico dat de hoofdzekeringen van het pand doorslaan. De laadmonitor kan in MHB 05 worden geïnstalleerd en de vermogensstappen voor de extra elektrische verwarming regelen door stapsgewijs uit te schakelen bij overbelasting in een fase. Heraansluiting vindt plaats wanneer het andere stroomverbruik wordt verlaagd. Stroomsensoren aansluiten (accessoire CMS 10-050)Om de stroom te meten, moet er een stroomsensor (BE1 - BE3) worden geïnstalleerd op iedere inkomende faseleiding in de meterkast. De meterkast is een prima plek voor de in-stallatie. Sluit de stroomsensoren aan op een meeraderige kabel in een behuizing naast de meterkast.

Gebruik een niet-afge-schermde, meeraderige kabel van minimaal 0,5 mm², van de behuizing naar de MHB 05. Sluit de kabel aan op het ingangsprint (AA3) op klemmen-blok X4:1-4, waarbij X4:1 de gezamenlijke klemmenblok is voor de drie stroomsensoren. De waarde voor de grootte van de zekering wordt in menu 5. 1. 12 ingesteld zodat deze overeenkomt met de groot-te van de hoofdzekering van het pand. Hier kunt u ook de transformatieverhouding van de stroomsensor afstellen. De meegeleverde stroomsensoren hebben een transfor-matieverhouding van 300 en de inkomende stroom mag, indien ze worden gebruikt, niet hoger zijn dan 50 A. Op het ingangsprint (AA3) en connector X2 heeft de MHB 05 4 ingangsaansluitingen en 1 uitgangsaansluiting die door de software gedenieerd en geregeld kunnen worden. Er kunnen verschillende functies worden toegekend om de werking van het warmtepompsysteem aan te passen.

Selecteerbare ingangsaansluitingenDe ingangen kunnen worden aangesloten op een externe schakelaar (contact moet potentiaalvrij zijn) of ingang voor een temperatuursensor. De functies kunnen worden gese-lecteerd in menu 5. 4. Voor sommige functies zijn wellicht accessoires nodig. Selecteerbare ingangen op het ingangsprint voor deze functies zijn:AUX1 AA3-X6:9-10AUX2 AA3-X6:11-12AUX3 AA3-X6:13-14AUX4 X2:1-4Voorzichtig. De spanning van de stroomsensor naar het in-gangsprint mag niet hoger zijn dan 3,2 V.

27MHB 05Gebruik 2 AUX-ingangen en selecteer in menu 5. 4 één in-gang SG Ready A en één ingang AUX-ingang SG Ready B. SG Ready is een slimme vorm van het regelen van tarieven, waarmee uw elektriciteitsleverancier invloed kan uitoefe-nen op de binnen-, warmwater- en/of zwembadtempera-tuur (indien van toepassing) of blokkeer eenvoudigweg de bijverwarmingen/of compressor in de warmtepomp op be-paalde tijden van de dag (kan worden geselecteerd in menu 4. 1. 5 nadat de functie is geactiveerd). Niet gebruiktJuiste selectie als er geen aansluiting op een AUX-ingang wordt gemaakt. Externe afstellingDe geselecteerde verwarmingscurve wordt verhoogd met een gedenieerde waarde wanneer het AUX-contact wordt gesloten. Bij een open contact is de verhoging niet langer geldig. Temperatuurverhoging gedenieerd in menu 1. 9. 2. Deze functie kan bijvoorbeeld worden gebruikt door een aan/uit kamerthermostaat.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Nibe MHB 05 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden