Nibe S1155-6 Handleiding

Nibe Warmtepomp S1155-6

Bekijk gratis de handleiding van Nibe S1155-6 (96 pagina’s), behorend tot de categorie Warmtepomp. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 116 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Nibe S1155-6 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/96
Handleiding voor installateur
Aard-warmtepomp
NIBE S1155
IHB NL 2150-1
631762

Beoordeel deze handleiding

4.7/5 (2 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Nibe
Categorie: Warmtepomp
Model: S1155-6

Handleiding Nibe S1155-6 – volledige tekst

SnelgidsNAVIGATIEBladerenScrollenSelecterenDe punten aan de on-derrand geven aan dater meer pagina's zijn.Als het menu meerderesubmenu's heeft, kuntu meer informatie bekij-ken door met uw vingeromhoog of omlaag teslepen.De meeste opties enfuncties worden geacti-veerd door het displaylichtjes met uw vingeraan te raken.Sleep met uw vingernaar rechts om tussende pagina's te zoeken.De binnentemperatuur instellen.SmartguideHier kunt u de temperatuur in de verschillende zones instellen.Smartguide helpt u zowel om informatie over de huidige status tebekijken als om eenvoudig de meest voorkomende instellingen inte voeren. De informatie die u ziet, hangt af van het product datu hebt en de accessoires die op het product zijn aangesloten.ProductoverzichtWarmtapwatertemperatuur verhogenHier vindt u informatie over productnaam, het serienummer vanhet product, de versie van de software en service.

Wanneer ernieuwe software kan worden gedownload, kunt u dat hier doen(vooropgesteld dat de S1155 is aangesloten op myUplink).Hier kunt u een tijdelijke stijging van de temperatuur van hetwarmtapwater starten of stopzetten.Deze functiepagina is alleen zichtbaar in installaties met een boiler.

VeiligheidsinformatieIn deze handleiding worden de installatie- en onderhouds-procedures voor uitvoering door specialisten beschreven.De handleiding moet bij de klant worden achtergelaten.SymbolenUitleg van symbolen die in deze handleiding gebruikt kunnenworden.Voorzichtig!Dit symbool duidt aan dat een persoon of de ma-chine gevaar loopt.LET OP!Dit symbool duidt belangrijke informatie aan overzaken waar u rekening mee moet houden tijdensinstalleren of onderhouden van de installatie.TIPDit symbool duidt tips aan om het gebruik van hetproduct te vergemakkelijken.KeurmerkUitleg van symbolen die op label(s) van het product kunnenstaan.SerienummerHet serienummer vindt u rechtsonder op het S1155, in hetdisplay op het startscherm "Productoverzicht" en op hettypeplaatje(PZ1).LET OP!Voor onderhoud en ondersteuning hebt u het se-rienummer van het product (14 cijfers) nodig.NIBE S1155Hoofdstuk 1 | Belangrijke informatie4Belangrijke informatieLees de gebruikershandleiding.Lees de installateurshandleiding.Koppel de voedingsspanning los voordat u met de werk-zaamheden begint.Gevaarlijke spanning.

Inspectie van de installatieVolgens de geldende voorschriften moet de verwarmingsinstallatie aan een inspectie worden onderworpen voordat dezein gebruik wordt genomen. De inspectie moet door een daartoe bevoegd persoon worden uitgevoerd. Vul bovendien depagina voor de installatiegegevens in de Gebruikershandleiding in.DatumHandteke-ningOpmerkingenBeschrijving✔BronsysteemSysteem doorgespoeldSysteem ontluchtAntivriesExpansievatFilterbal (vuilfilter)OverstortventielAfsluitersInstelling circulatiepompAfgiftesysteemSysteem doorgespoeldSysteem ontluchtExpansievatFilterbal (vuilfilter)OverstortventielAfsluitersInstelling circulatiepompElektriciteitAansluitingenNetspanningFasespanningZekeringen warmtepompZekeringen woningBuitenvoelerRuimtevoelerStroomsensorenWerkschakelaarAardlekschakelaarStel de noodstand in in menu 7.1.8.25Hoofdstuk 1 | Belangrijke informatieNIBE S1155

TransportS1155 dient verticaal en droog te worden vervoerd en opge-slagen. De S1155 mag tijdens verplaatsing in een gebouw45 ° naar achteren leunen. Controleer of de S1155 tijdens transport niet is beschadigd. LET OP. Het zwaartepunt van het product kan zich naarachteren verplaatsen. Als de compressormodule er rechtop uit wordt getrokkenen getransporteerd, kan de S1155 op de achterkant getrans-porteerd worden. Verwijder de buitenste panelen om deze tijdens het verplaat-sen in kleine ruimtes in gebouwen te beschermen. R0R0VERWIJDEREN VAN DE COMPRESSORMODULEDe warmtepomp kan uiteen worden gehaald door de com-pressor moduleuit de kast te verwijderen. Dit vereenvoudigthet transport en onderhoud. Zie voor instructies over de demontage. pagina 64Montage•Plaats S1155 binnenshuis op een stevige ondergrond diehet gewicht van de warmtepomp kan dragen.

Gebruik de verstelbare poten van het product voor eenhorizontale en stabiele installatie. •Aangezien er water uit de S1155 komt, moet het gebiedwaar de warmtepomp wordt geplaatst zijn voorzien vaneen afvoer in de vloer. •De warmtepomp moet in een niet-geluidsgevoelige ruimtemet de rugzijde tegen een buitenmuur worden gezet omstorende geluiden tegen te gaan. Indien dit niet mogelijkis, moet de opstelling in nabijheid van slaapkamers of an-dere geluidsgevoelige kamers worden vermeden. •Muren van geluidsgevoelige ruimten moeten met geluids-isolatie worden uitgerust, waar u de eenheid ook plaatst. •Laat leidingen zodanig lopen dat ze niet worden bevestigdaan binnenmuren die aan een slaap- of woonkamer gren-zen. INSTALLATIEGEBIEDHoud een ruimte van 800 mm vrij aan de voorzijde van hetproduct. Ca.

50 mm vrije ruimte aan iedere kant is nodig omde zijpanelen te kunnen verwijderen (zie afbeelding). Alleservice aan de S1155 kan vanaf de voorkant worden uitge-voerd. Wel moet mogelijk het paneel aan de rechterkantworden verwijderd.

Geleverde componentenStroomsensor13 xRuimtesen-sor(BT50)1 xBuitentemperatuur-sensor (BT1)1 xNiveaureservoir(CM2)11 xTemperatuurvoeler3 xO-ringen8 xVeiligheidsklep(FL3) 0,3 MPa(3 bar)11 xIsolatietape1 xAluminiumtape1 xCompressieringkoppelingen6 KW2 x (ø28 x G25)3 x (ø22 x G20)12/16 KW5 x (ø28 x G25)25 KW5 x (ø35 x G32)Filterbal (QZ2)6 KW1 x G11 x G3/412/16 KW1 x G11 x G1 1/425 KW2 st. G1 1/41Niet Italië en de DACH-landen.LOCATIEDe set geleverde artikelen wordt boven op de warmtepompgeplaatst.Panelen hanterenOPEN HET VOORPANEELDruk op de linkerbovenhoek van het paneel om het te ope-nen.VERWIJDER HET FRONT1. Verwijder de schroef in de opening naast de aan/uit-knop (SF1).2. Trek de bovenrand van het paneel naar u toe en til hetdiagonaal op om het los te nemen van het frame.UN7Hoofdstuk 2 | Bezorging en verwerkingNIBE S1155

MONTEER HET FRONT1. Haak één benedenhoek van het front vast op het frame.2. Haak de andere hoek op zijn plaats.3. Controleer of het display recht is. Stel het zo nodig bij.4. Druk de bovenkant van de frontsectie tegen het frameen schroef het op zijn plaats.ZIJPANEEL VERWIJDERENDe zijpanelen kunnen worden verwijderd om de installatiete vergemakkelijken.1. Verwijder de schroeven van de boven- en onderrand.UN2. Draai het zijpaneel iets naar buiten.UNNIBE S1155Hoofdstuk 2 | Bezorging en verwerking8

AlgemeenDe leidingen moeten worden aangesloten volgens de gelden-de normen en voorschriften. De S1155 kan werken met eenretourtemperatuur van maximaal 58 °C en een aanvoertem-peratuur vanuit de warmtepomp van 70 (65 °C met uitslui-tend de compressor).De S1155 is niet voorzien van externe afsluiters. Deze moetenworden geïnstalleerd om toekomstig onderhoud te vereen-voudigen.LET OP!Zorg ervoor dat ingaand water schoon is. Bij ge-bruik van een eigen bron moet misschien een extrawaterfilter worden toegevoegd.LET OP!Alle hoge punten in het afgiftesysteem moetenworden voorzien van ontluchtingskleppen.Voorzichtig!Voordat de warmtepomp wordt aangesloten,moeten de leidingsystemen worden doorgespoeldom te voorkomen dat componenten beschadigdof verstopt raken door verontreinigingen.Voorzichtig!Er kan water uit de overstortleiding van het over-stortventiel druppelen.

Leid de overstortleidingnaar een geschikte afvoer, zodat opspattend heetwater geen letsel kan veroorzaken. De overstortlei-ding moet over de hele lengte aflopen om water-zakken te voorkomen. Bovendien moet de leidingvorstvrij zijn aangelegd. De overstortleiding moetminimaal dezelfde diameter hebben als het over-stortventiel.

SYSTEEMSCHEMAS1155 bestaat uit een warmtepomp, een elektrisch verwar-mingselement, circulatiepompen en besturingssysteem.S1155 wordt aangesloten op het bronsysteem en CV-sys-teem.In de verdamper van de warmtepomp geeft de bronvloeistof(water vermengd met antivries, glycol of ethanol) haarenergie af aan het koudemiddel dat wordt verdampt om inde compressor te worden gecomprimeerd.Hetkoudemiddel,waarvan de temperatuur intussen is toegenomen, wordtnaar de condensor geleid, waar het haar energie aan hetverwarmingssysteem en aan een eventueel aangeslotenboilerafgeeft.

BronsysteemCOLLECTORLET OP!De lengte van de collectorslang varieert en is af-hankelijk van de eigenschappen van gesteente/bo-dem, de klimaatzone en het afgiftesysteem (radia-toren of vloerverwarming) en de warmtevraag vanhet gebouw. Voor iedere installatie moet afzonder-lijk het juiste formaat worden bepaald.Max.

lengte per spiraal voor de collector mag niet meer zijndan 400 m.In het geval er meerdere collectoren benodigd zijn, dienendeze parallel te worden aangesloten met de mogelijkheidom de doorstroming van de betreffende collector in te rege-len.Bij horizontale collector moet de slang op een diepte wordenaangebracht die wordt bepaald door de omstandighedenter plaatse en moet de afstand tussen de slangen minstens1 meter zijn.Voor meerdere boorgaten moet de afstand tussen de gatenworden bepaald aan de hand van de omstandigheden terplaatse.Zorg ervoor dat de horizontale collectorslang voortdurendomhoog loopt naar de warmtepomp. Hierdoor wordenluchtbellen in het systeem voorkomen. Indien dit niet moge-lijk is, dienen er ontluchtingsmogelijkheden te worden aan-gebracht.Omdat de temperatuur van het bronsysteem tot onder 0 °Ckan dalen, moet het tegen bevriezing worden beveiligd tot-15 °C.

Een goede richtwaarde voor het berekenen van hetvolume is 1 liter voorgemengde bronvloeistof per metercollectorslang (bij gebruik van PEM-slang 40x2,4 PN 6,3).ZIJAANSLUITINGU kunt de flexibele aansluitingen van de bronvloeistof buigenvoor een zijaansluiting in plaats van een bovenaansluiting.Een aansluiting buigen:1. Ontkoppel de leiding van de bovenaansluiting.2. Buig de leiding in de gewenste richting.3. Kort, indien nodig, de leiding af tot de gewenste lengte.NIBE S1155Hoofdstuk 4 | Aansluiting van de leidingen16

HET BRONSYSTEEM AANSLUITENIsoleer alle binnenleidingen voor de bronvloeistof tegencondensatie. Geef op het bronsysteem aan welk antivriesmiddel er is ge-bruikt. Als volgt installeren:•meegeleverd niveaureservoir (CM2)/expansievatHet niveaureservoir moet worden geïnstalleerd als hethoogste punt van het bronsysteem op de inkomende lei-ding vóór de bronpomp (alternatief 1). Indien het niveaure-servoir niet op het hoogste punt kan worden geplaatst,moet er een expansievat worden gebruikt (alternatief 2). Voorzichtig. Bij het niveaureservoir kan condensvorming op-treden. Plaats het reservoir daarom zodanig datandere apparatuur niet kan worden beschadigd. •meegeleverd overstortventiel (FL3)Installeer het overstortventiel onder het niveaureservoir(zie afbeelding). •drukmeterDe drukmeter is alleen nodig als er een expansievat wordtgebruikt.

•afsluiterInstalleer de stopafsluiter zo dicht mogelijk bij S1155. •meegeleverde filterbal (QZ2)Installeer de filterbal zo dicht mogelijk bij S1155. TIPBij gebruik van vulaansluiting KB25/KB32 hoeftde meegeleverde filterbal niet te worden aange-bracht. •ontluchterMonteer indien nodig ontluchtingskleppen in het bronsys-teem. Bij een open grondwatersysteem moet er, met het oog opverontreiniging en bevriezingsgevaar in de verdamper, eentussenliggend en tegen bevriezing beveiligd circuit wordengeïnstalleerd. Hiervoor is een extra warmtewisselaar nodig. AfgiftesysteemEen klimaatsysteem is een systeem dat de binnentempera-tuur regelt met behulp van het regelsysteem in S1155 enbijvoorbeeld radiatoren, vloerverwarming, vloerkoeling,ventilatorconvectoren enz.

•afsluiterInstalleer de stopafsluiter zo dicht mogelijk bij S1155. •Bij aansluiting op een systeem met thermostaten op alleradiatoren of vloerverwarmingsspiralen moet er een by-passklep worden gemonteerd of moet een aantal thermo-staten worden verwijderd om voldoende doorstroming enwarmteopwekking te waarborgen. Koud en warm waterWarmtapwaterproductie wordt geactiveerd in de startgidsof in menu 7. 1. 1 - "Warmwater". 17Hoofdstuk 4 | Aansluiting van de leidingenNIBE S1155.

Voorzichtig. Als S1155 niet is gekoppeld aan een boiler, moetde aansluiting voor de boiler (XL9) worden afge-dicht. DE BOILER AANSLUITENAls volgt installeren:•warmtapwatersensor regeling (BT6)De sensor geplaatst in het midden van de boiler. •warmtapwatersensor display (BT7)1De sensor is optioneel en wordt geplaatst in de bovenkantvan de boiler. •afsluiter•terugslagklep•drukontlastklepHet overstortventiel mag een openingsdruk hebben vanmax. 1,0 MPa (10,0 bar) en moet op de inkomende leidingvoor water voor huishoudelijk gebruik worden gemonteerd,zie de tekening. •mengklepEr moet ook een mengklep worden geïnstalleerd als defabrieksinstelling voor het warmtapwater wordt gewijzigd. Houd rekening met lokale wet- en regelgeving. 1De sensor is af fabriek aangebracht op bepaalde boiler-/buffer-vatmodellen van NIBE.

Alternatieve installatieS1155 kan op verschillende manieren worden geïnstalleerd,waarvan enkele hier worden weergegeven. Zie voor meer informatie over opties en de respec-nibenl. nltievelijke montage-instructies voor de gebruikte accessoires. Zie voor een lijst met accessoires die kunnenpagina 70worden gebruikt met de S1155. BUFFERVAT UKVDe UKV is een buffervat dat geschikt is voor aansluiting opeen warmtepompof een andere externe warmtebron en eenaantal verschillende toepassingen kan hebben. Hij kan ookworden gebruikt bij een externe naregeling van het verwar-mingssysteem. Als het volume van het klimaatsysteem te klein is voor hetvermogen van de warmtepomp kan het radiatorsysteemworden aangevuld met een buffervat, zoals de NIBE UKV.

VASTE AANVOERTEMPERATUURAls de warmtepomp moet werken richting een buffervatmet vaste temperatuurinstelling moet u een externe aan-voertemperatuursensor (BT25) aansluiten. De sensor wordtin de tank geplaatst. De aansluiting voor de boiler (XL9) op S1155 is afgedicht. De volgende menu-instellingen worden verricht:Menu-instelling (plaatselijkevariaties kunnen vereist zijn)MenuGewenste temperatuur in detank. 1. 30. 4 - min.

GRONDWATERSYSTEEMEen tussenliggende warmtewisselaar wordt gebruikt om dewisselaar van de warmtepomp tegen vuil te beschermen.Het water wordt vrijgelaten in een infiltratie-eenheid onderde grond of een geboorde bron. Zie pagina Mogelijke selec-ties AUX-uitgang voor meer informatie over het aansluitenvan een grondwaterpomp.Als deze aansluiting wordt gebruikt, moet "min. T bron uit"in menu 7.1.2.8 "bronpomp al.instelling" worden gewijzigdnaar een geschikte waarde om bevriezing van de warmte-wisselaar te voorkomen.WARMTETERUGWINNING VENTILATIEDe installatie kan worden aangevuld met de ventilatiemoduleNIBE FLM S45 voor warmteterugwinning uit ventilatielucht.•Om condensatie te voorkomen, moeten de kanalen en lei-dingen en andere koude oppervakken geïsoleerd wordenmet dampdicht isolatiemateriaal.•Het bronsysteem moet worden voorzien van een expan-sievat.

Als er een niveaureservoir is, moet dit worden ver-vangen.PKOELINGHet accessoire PCS 44 staat de aansluiting van passievekoeling toe, bijvoorbeeld met ventilatorconvectoren. Hetkoelsysteem wordt aangesloten op het bronsysteem van dewarmtepomp, waarbij koeling vanuit de collector wordt ge-leverd via een circulatiepomp en een shuntklep.•Om condensatie te voorkomen, moeten de kanalen en lei-dingen en andere koude oppervakken geïsoleerd wordenmet dampdicht isolatiemateriaal.•Als er veel moet worden gekoeld, zijn ventilatorconvecto-renmet druppelschaaltjes enafvoerleidingen noodzakelijk.•Het bronsysteem moet worden voorzien van een expan-sievat.

Als er een niveaureservoir is, moet dit worden ver-vangen.-EXTRA AFGIFTESYSTEEMIn gebouwen met meerdere klimaatsystemen die verschil-lende aanvoertemperaturen verlangen, kan het accessoireECS 40/ECS 41 worden aangesloten.Een shuntklep verlaagt dan bijvoorbeeld de temperatuurnaar het vloerverwarmingssysteem.19Hoofdstuk 4 | Aansluiting van de leidingenNIBE S1155

ZWEMBADMet het POOL 40 accessoire kunt u het zwembad verwarmenmet uw systeem.Tijdens zwembadverwarming circuleert het cv-water tussende S1155 en de warmtewisselaar van het zwembad, metgebruikmaking van de interne circulatiepompen van dewarmtepomp.WARMTAPWATERCIRCUITEen circulatiepomp kan worden aangestuurd door S1155voor de circulatie van het warmtapwater. Het circulerendewater moet een temperatuur hebben waarmee bacteriegroeien brandwonden worden voorkomen en landelijke standaar-den moeten worden nageleefd.De HWC-retour is aangesloten op een vrijstaande boiler.De circulatiepomp wordt geactiveerd via de AUX-uitgang inmenu 7.4 -"Te selecteren in-/uitgangen".NIBE S1155Hoofdstuk 4 | Aansluiting van de leidingen20

AlgemeenAlle elektrische apparatuur, met uitzondering van de buiten-sensoren, ruimtevoelers en de stroomsensoren, is af fabriekaangesloten. •De elektrische installatie en de bedrading moeten wordenuitgevoerd conform de nationale bepalingen. •Ontkoppel de S1155 voordat u een isolatietest van de be-drading in het pand uitvoert. •Als het gebouw is uitgerust met een aardlekschakelaar,moet de S1155 worden voorzien van een afzonderlijkeaardlekschakelaar. •S1155 moet worden geïnstalleerd via een werkschakelaar. De kabeldikte moet berekendzijnop de gebruikte zekering-capaciteit. •Alsvan een automatischezekering gebruik wordtgemaakt,moet deze minimaal trigger-type "C" hebben. Zie hoofd-stuk "Technische specificaties" voor de zekeringwaarde. •Om interferentie te voorkomen, mogen sensorkabels naarexterne aansluitingen niet dichtbij elektrische voedings-kabels worden gelegd.

•De minimale doorsnede van de communicatie- en sensor-kabels naar externe aansluitingen dient 0,5 mm² met eenmax. 50 m te bedragen, bijvoorbeeld EKKX, LiYY of gelijk-waardig. •Bedradingsschema voor S1155, zie apart handboek (WHB). •Bij het trekken van kabels in de S1155 moeten de kabel-doorvoeren (UB1 en UB2) worden gebruikt. S1155-6, -12, -16S1155-25Voorzichtig. De elektrische installatie en het onderhoud moetenworden uitgevoerd onder toezicht van een erkendelektrotechnisch installateur. Schakel, voordat umet het onderhoud aanvangt, de stroom met ge-bruikmaking van de werkschakelaar uit. Voorzichtig. Als de voedingskabel beschadigd is, mag dezeuitsluitend worden vervangen door NIBE, zijn ser-vicevertegenwoordigerof een soortgelijke erkendepersoon om gevaar en schade te voorkomen. Voorzichtig.

Controleer voordat het product wordt gestart deaansluitingen, de netspanning en de fasespanningomschade aan de elektronicavan de warmtepompte voorkomen. Voorzichtig. Start het systeem niet voordat u het gevuld hebtmet water. Componenten in het systeem kunnenanders beschadigd raken.

AUTOMATISCHE ZEKERINGHet bedrijfscircuit in S1155 en een aantal van de internecomponenten ervan zijn intern gezekerd door een automa-tische zekering (FC1). S1155-6 3x400 V is niet voorzien van automatische zekerin-gen (FC1). 21Hoofdstuk 5 | Elektrische aansluitingenNIBE S1155Elektrische aansluitingen.

TOEGANKELIJKHEID, ELEKTRISCHEAANSLUITINGBuitenmantel verwijderenDe mantel kan worden geopend met een schroevendraaier.Buitenmantel verwijderenDe mantel kan worden geopend met een schroevendraaier.KABELSLOTGebruik een geschikt hulpmiddel om de kabels los te maken/te vergrendelen in de klemmenstroken va de warmtepomp.Klemmenstrook1.2.TEMPERATUURBEGRENZERDe temperatuurbegrenzer (FQ10) onderbreektde stroomtoe-voer naar de elektrische bijverwarming als de temperatuurtot boven 89 °C stijgt en kan handmatig worden gereset.ResettenDe temperatuurbegrenzer (FQ10) is toegankelijk achter hetvoorpaneel. Reset de temperatuurbegrenzer door zijn knop(FQ10-S2) in te drukken.NIBE S1155Hoofdstuk 5 | Elektrische aansluitingen22

AansluitingenKLEMMENSTROKENDe volgende klemmenstroken worden gebruikt op de print(AA2).SPANNINGAANSLUITINGElektrische spanningDe bijgeleverde kabel voor inkomende elektriciteit wordtaangesloten op klemmenstrook X1 en X6-1 op de print (AA2).Aansluiting 3x230VAA2-X1PE (L2) L1 L2 L31234AA2-X6-1Aansluiting 1x230VAA2-X1PE N L (L) (L)1234AA2-X6-1Aansluiting 3x400VAA2-X1AA2-X6-1PE N L1 L2 L31234Indien er een aparte toevoer naar de compressor en elektri-sche bijverwarming vereist is, raadpleegt u hoofdstuk "Ex-terne blokkering van functies".TariefregelingAls de spanning naar het elektrische verwarmingselementen/of de compressor gedurende enige tijd verbroken is,moeten deze gelijktijdig via de selecteerbare ingangen ge-blokkeerd worden, zie paragraaf "Te selecteren in-/uitgan-gen – Mogelijke selecties voor AUX-ingangen".Externe regelspanning voor het regelsysteemVoorzichtig!Merk alle elektrische schakelkasten met waarschu-wingsstickers voor externe spanning.Regelspanning (230 V ~ 50Hz) wordt aangesloten opAA2:X5:N, X5:L en X6-2 (PE).Bij het aansluiten van externe regelspanning verwijdert ude bruggen van klemmenstrook X5.23Hoofdstuk 5 | Elektrische aansluitingenNIBE S1155

EXTERNE AANSLUITINGENSluit elektrische aansluitingen aan op klemmenstroken X28,X29 en X30 op de print (AA2).SensorenBuitenvoelerDe buitentemperatuursensor (BT1)moetop een beschaduw-de plaats aan de noord- of noordwestzijde worden geplaatst,zodat de werking ervan niet kan worden verstoord door bij-voorbeeld de ochtendzon.Sluit de buitentemperatuursensor aan op klemmenstrookAA2-X28:14 en AA2-X29:GND.Indien er een mantelbuis wordt gebruikt, moet deze wordenafgesloten om condens in de behuizing van de sensor tevoorkomen.1312111014BT50BT25BT6AUX8BT1BT1AA2-X28AA2-X29Temperatuurvoeler, warmtapwaterverwarmenDe temperatuursensor, warmtapwaterproductie (BT6) zit inde dompelbuis van de boiler.Sluit de sensor aan op klemmenstrook AA2-X28:11 (of opeen van de te selecteren AUX-ingangen) en op klemmen-strook AA2-X29:GND.Instellingen voor warmtapwater worden ingevoerd in menu2 "Warmtapwater".1098711AUX6AUX5BT6AUX8AUX7BT6AA2-X28AA2-X29Temperatuursensor, warmtapwater bovenEr kan een temperatuursensor voor warmtapwater boven(BT7)worden aangesloten opS1155 om dewatertemperatuurboven in de tank aan te geven (als het mogelijk is om bovenin de tank een sensor te installeren).Sluit de sensor aan op klemmenstrook X28:10 (of op een vande andere te selecteren AUX-ingangen) en op klemmen-strook AA2-X29:GND.987610AUX6AUX5AUX4AUX8AUX7BT7AA2-X28AA2-X29Externe aanvoertemperatuursensorAls een externe aanvoertemperatuursensor (BT25) moetworden gebruikt, moet deze op klemmenstrook AA2-X28:12en op klemmenstrook AA2-X29:GND worden aangesloten.1312111014BT50BT25BT6AUX8BT1BT25AA2-X28AA2-X29NIBE S1155Hoofdstuk 5 | Elektrische aansluitingen24

RuimtevoelerS1155 wordt geleverd met een ruimtesensor (BT50) die hetmogelijk maakt om de kamertemperatuur te tonen en te re-gelen op het display van de S1155. Monteer de ruimtesensor in een neutrale positie waar eeninsteltemperatuur is vereist. Een geschikte locatie zou bij-voorbeeld kunnen zijn een vrije binnenwand in een hal, ca. 1,5 m boven de vloer. Het is belangrijk dat de ruimtesensortijdens het meten van de juiste kamertemperatuur niet wordtgehinderd, bijvoorbeeld doordat deze in een nis, tussenplanken, achter een gordijn, boven of nabij een warmtebron,in een tochtstroom van een buitendeur of in direct zonlichtwordt geplaatst. Ook dichtgedraaide radiatorthermostatenkunnen problemen veroorzaken. S1155 werkt zonder ruimtesensor, maar als u de binnentem-peratuur van de woning wilt aflezen van het display op S1155moet de ruimtesensor worden geïnstalleerd.

Sluit de ruimte-sensor aan op klemmenstrook X28:13 en AA2-X29:GND. Als een ruimtesensor sensor wordt gebruikt om de ruimte-temperatuur in °C te veranderen en/of om de ruimtetempe-ratuur te finetunen, moet de sensor worden geactiveerd inmenu 1. 3 - "Instellingen ruimtesensor". Als er een ruimtesensor wordt gebruikt in een kamer metvloerverwarming, dient deze uitsluitend een weergavefunctiete hebben en geen functie ter controle van de kamertempe-ratuur. 1312111014BT50BT25BT6AUX8BT1BT50AA2-X28AA2-X29LET OP. Wijzigingen van temperatuur in de woning nementijd in beslag. Korte perioden in combinatie metvloerverwarming leveren bijvoorbeeld geen merk-baar verschil op in de kamertemperatuur. Puls energiemeterEr kunnen maximaal twee elektriciteitsmeters of energieme-ters voor verwarming (BE6, BE7) worden aangesloten opS1155 via klemmenstroken AA2-X28:1-2 en AA2-X30:7-8.

LaadmonitorGeïntegreerde vermogensregelingS1155 is voorzien van een eenvoudige vorm van een geïnte-greerde vermogensregeling, die de vermogenstrappen voorde elektrische bijverwarming beperkt door te berekenen oftoekomstigevermogenstrappen kunnen wordenaangeslotenop de relevante fase zonder dat de stroom voor de gespeci-ficeerde hoofdzekering wordt overschreden. In gevallenwaarbij de stroom de gespecificeerde hoofdzekering zouoverschrijden, is de vermogenstrap niet toegestaan. Dewaarde van de hoofdzekering van het gebouw is gespecifi-ceerd in menu 7. 1. 9 - "Vermogensmonitor". Vermogensregeling met stroomsensorAls er in het gebouw veel stroomverbruikende productenzijn aangesloten terwijl de elektrische bijverwarming in be-drijf is, bestaat het risico dat de hoofdzekeringen van hetgebouw doorslaan.

S1155 is voorzien van een vermogensre-geling die met behulp van een stroomsensor de elektrischestappen voor de elektrische bijverwarming monitort doorde stroom tussen de verschillende fasen te verdelen of doorde elektrische bijverwarming uit te schakelen bij een over-belasting in een fase. Als de overbelasting ondanks het uit-schakelen van de elektrische bijverwarming blijft bestaan,toert de compressor terug. Er wordt weer ingeschakeld alshet overige stroomverbruik afneemt. LET OP. Activeer voor een volledige functie fasedetectiein menu 7. 1. 9, indien er stroomsensoren zijn geïn-stalleerd. Aansluiten van stroomsensorenOm de stroom te meten, moet een stroomsensor wordengemonteerd op iedere ingaandefaseleiding in de verdeelkast. De verdeelkast is een prima plek voor de installatie. Sluit de stroomsensoren aan op een meeraderige kabel ineen behuizing direct naast de elektrische verdeelkast.

Sluit de kabel aan op klemmenstrook, AA2-X30:9-12, waarbijX30:9 de gezamenlijke klemmenstrook is voor de driestroomsensoren. +5VBE1BE2BE3BE1BE2BE311109812GNDAA2-X30COMMUNICATIEMulti-installatieEr kunnen meerdere warmtepompen onderling worden ver-bonden door één warmtepomp als hoofdeenheid te selecte-ren en de rest als ondergeschikte warmtepompen. Warmtepompmodellen met multi-installatiefunctie van NIBEkunnen worden aangesloten op de S1155. Er kunnen nog acht warmtepompen worden aangeslotenopde hoofdeenheid. In systemenmet meerderewarmtepom-pen moet elke pomp een unieke naam hebben. Slechts éénwarmtepomp kan de "Hoofdeenheid" zijn en slechts éénbijvoorbeeld "Warmtepomp 5". Hoofdeenheid/warmtepompworden ingesteld in menu 7. 3. 1. Externetemperatuursensoren enregelsignalen mogen alleenop de hoofdeenheid worden aangesloten, met uitzonderingvan de externe regeling van de compressormodule.

Voorzichtig. Als er meerdere warmtepompen gekoppeld zijn,moeten er een externe aanvoertemperatuursensor(BT25) en een externe retourleidingsensor (BT71)worden gebruikt. Sluit de communicatiekabels tussen de warmtepompen zoalsaangegeven in serie aan op klemmenstrook X30:1 (GND),X30:2 (+12V), X30:3 (B) en X30:4 (A) op de print (AA2). In het voorbeeld ziet u de aansluiting van meerdere S1155. Accessoires aansluitenInstructies voor het aansluiten van accessoires vindt u inde bij het accessoire geleverde handleiding. Zie paragraaf"Accessoires" voor eenlijst met accessoires die met de S1155kunnen worden gebruikt. In dit voorbeeld wordt de aanslui-tingvoor communicatie met de meest gebruikte accessoiresgetoond. Accessoires met accessoirekaart (AA5)Accessoires met accessoirekaart (AA5) zijn aangesloten opklemmenstrook AA2-X30:1, 3, 4 in S1155.

Omdat er verschillende aansluitingen kunnen zijn voor ac-cessoires met printplaten (AA5), moet u altijd de instructieslezen in de handleidingvoor het accessoire dat moet wordengeïnstalleerd. Netwerkkabel voor myUplink (W130)Voor als u verbinding wilt maken met myUplink met eennetwerkkabel in plaats van via wifi. 1. Sluit de afgeschermde netwerkkabel aan op het display. NIBE S1155Hoofdstuk 5 | Elektrische aansluitingen26.

2. Leid de netwerkkabel naar de bovenkant van S1155.3. Volg de kabel van de debietmeter aan de achterkantnaar buiten toe.TE SELECTEREN IN-/UITGANGENS1155 heeft softwaregeregelde AUX-ingangen en -uitgangenvoor aansluiting van de externe schakelfunctie (contactmoet potentiaalvrij zijn) of sensor.In menu 7.4 - "Te selecteren in-/uitgangen” selecteert u deAUX-aansluiting waarop iedere functie is aangesloten.Voor sommige functies zijn wellicht accessoires nodig.TIPEen aantal van de volgende functies kan ook wor-den geactiveerd en gepland via het menu met in-stellingen.Selecteerbare ingangenSelecteerbare ingangen op de print (AA2) voor deze functieszijn AA2-X28:3-11.

Elke functie heeft verbinding met eeningang en GND (AA2-X29).In het bovenstaande voorbeeld worden de ingangen AUX1 (AA2-X28:3) enAUX2 (AA2-X28:4) gebruikt.Selecteerbare uitgangenEen selecteerbare uitgang is AA2-X27.De uitgang is een potentiaalvrij schakelrelais.Als S1155 is uitgeschakeld of in de noodstand staat, staathet relais in stand C-NC.LET OP!Voor de relaisuitgang geldt mogelijk een maximalebelasting van 2 A bij weerstandsbelasting(230V AC).TIPHet accessoire AXC is nodig als er meer dan éénfunctie wordt aangesloten op de AUX-uitgang.27Hoofdstuk 5 | Elektrische aansluitingenNIBE S1155

Mogelijke selectie AUX-ingangenTemperatuurvoelerDit zijn de mogelijkheden:•warmtapwater boven (BT7) (toont de watertemperatuuraan de bovenkant van de tank. De temperatuursensor zitin de dompelbuis van de boiler. )•boiler (BT52) (alleen getoond indien shuntgeregelde bijver-warming is geselecteerd in menu 7. 1. 5 - "Bijverwarm. ")•koeling/verwarming (BT74), bepaalt wanneer het tijd isom te wisselen tussen de standen koelen en verwarmen(kan worden geselecteerd als de koelfunctie is geactiveerdin menu 7. 2. 1 - "Acc. toevoegen/verwijderen"). •externe retourleidingsensor (BT71)MonitorDit zijn de mogelijkheden:•alarm van externe eenheden. Het alarm is aangesloten opde regeling, wat betekent dat de storing wordt gepresen-teerd als een informatieve mededeling op het display. Potentiaalvrij signaal van het type NO of NC. •niveauregelaar1/ drukschakelaar / stromingsregelaar voorbronsysteem (NC).

Externe activering van functiesEr kan een externe schakelaarfunctie op de S1155 wordenaangesloten voor het activeren van diverse functies. Defunctie is geactiveerd gedurende de tijd dat de schakelaaris gesloten. Mogelijke functies die geactiveerd kunnen worden:•geforceerd regelen van de circulatiepomp van de brine•warmtapwatervraag stand “Meer warmwater”•warmtapwatervraag stand “Klein”•“Externe afstelling”Als de schakelaar is gesloten, verandert de temperatuurin °C (als een ruimtesensor is aangesloten en geactiveerd). Als er geen ruimtesensor is aangesloten of geactiveerd,wordt de gewenste verschuiving van "Temperatuur"("Verschuiving") ingesteld via het aantal gekozen stappen. De waarde kan worden ingesteld tussen -10 en +10. Exter-ne afstelling van klimaatsystemen 2 tot 8 vereist accessoi-res. –klimaatsysteem 1 - 8Het instellen van de waarde voor de wijziging vindtplaats in menu 1. 30.

(kan worden geselecteerd als het ventilatieaccessoire isgeactiveerd)De volgende opties zijn beschikbaar:–"Ventilatorsn. 1 activ. (NO)" - "Ventilatorsn. 4 activ. (NO)"–“Ventilatorsn. 1 activ. (NC)”De ventilatorsnelheid is geactiveerd gedurende de tijd datde schakelaar is gesloten. De normale snelheid wordthervat als de schakelaar weer open is. •SG readyLET OP. Deze functie kan alleen worden gebruikt inelektriciteitsnetten die de "SG Ready"-standaardondersteunen. Voor "SG Ready" zijn twee AUX-ingangen vereist. In gevallen waarbij deze functie vereist is, moet dezeworden aangesloten op klemmenstrook X28 op de print(AA2).

"SG Ready" is een slimme vorm van tariefregeling waarbijuw energieleverancier de binnen-, warmtapwater- en/ofzwembadtemperaturen (indien van toepassing) kan beïn-vloeden of simpelweg de bijverwarming en/of compressorin de warmtepomp op bepaalde uren van de dag kanblokkeren (kan worden geselecteerd in menu 4. 2. 3 nadatde functie is geactiveerd). Activeer de functie door poten-tiaalvrije schakelingen aan te sluiten op twee ingangendie u selecteert in menu 7. 4 - "Te selecteren in-/uitgan-gen" (SG Ready A en SG Ready B). Gesloten of open schakelaar houdt één van de volgendezaken in:–Blokkering (A: Gesloten, B: Open)"SG Ready" is actief. De compressor in S1155 en bijver-warming worden geblokkeerd. –Normale stand (A: Open, B: Open)"SG Ready" is niet actief. Geen effect op het systeem. –Stand lage prijs (A: Open, B: Gesloten)"SG Ready" is actief.

Het systeem richt zich op kosten-besparingen en kan bijvoorbeeld gebruik maken van eenlaag tarief bij de energieleverancier of overcapaciteitvan een eigen energiebron (effect op het systeem kanworden afgesteld in menu 4. 2. 3). –Stand overcapaciteit (A: Gesloten, B: Gesloten)"SG Ready" is actief. Het systeem mag op volle capaciteitdraaien bij overcapaciteit (zeer lage prijs) bij de energie-leverancier (effect op het systeem is instelbaar in menu4. 2. 3).

(A = SG Ready A en B = SG Ready B )Externe blokkering van functiesEr kan een externe schakelaarfunctie op de S1155 wordenaangesloten voor het blokkeren van diverse functies. Deschakelaar moet potentiaalvrij zijn en een gesloten schake-laar resulteert in blokkeren. 1(Accessoire NV10)NIBE S1155Hoofdstuk 5 | Elektrische aansluitingen28.

Voorzichtig. Blokkeren houdt het gevaar in van bevriezen. Functies die geblokkeerd kunnen worden:•verwarming (blokkeren van warmtebehoefte)•warmtapwater (warmtapwaterproductie). Een eventuelewarmtapwatercirculatie (HWC) blijft functioneren. •compressor•intern geregelde bijverwarming•tariefblokkering (bijverwarming, compressor, koeling,verwarming en warmtapwater zijn uitgeschakeld)Mogelijke selecties AUX-uitgangIndicaties•alarm•hoofdalarm•indicatie koelmodus (geldt alleen als er koelaccessoireszijn)•vakantie•weg-modusBediening•circulatiepomp voor warmtapwatercirculatie•externe cv-pomp•grondwaterpomp•externe wisselklep voor warmtapwaterVoorzichtig. De relevante verdeelkast moet worden gemarkeerdmet een waarschuwing voor externe spanning. De externe circulatiepomp aansluitenEr is een externe circulatiepomp aangesloten op de AUX-uitgang, zie onderstaande afbeelding.

InstellingenELEKTRISCHE BIJVERWARMING - MAXIMAALVERMOGENHet aantal stappen, het maximale elektrische vermogen ende voeding op de aansluiting voor het elektrische verwar-mingselement variëren per model (zie de tabellen). De elektrische bijverwarming is mogelijk beperkt, afhankelijkvan het gekozen land. Het vermogen van het elektrisch verwarmingselement isverdeeld in stappen (vier stappen als het elektrisch verwar-mingselement voor 3x400 V is omgezet naar maximaal 9kW), volgens de tabel. Het vermogen van het elektrische verwarmingselementwordt ingesteld in menu 7. 1. 5. 1 - "Int. elek. bijverw. ". Vermogensstappen van het elektrischeverwarmingselementIn de tabel(len) wordt de totale fasestroom voor het elektri-sche verwarmingselement weergegeven. Daarnaast is er de stroom voor de werking van de compres-sor.

fasestroom L1(A)Max. elektri-sche bijver-warming(kW)–0,04,31,08,72,013,03,017,44,021,75,026,16,030,47,011FabrieksinstellingAls de stroomsensoren zijn aangesloten, meet S1155 de fa-sestromen en wijst deze automatisch de vermogenstrappentoe aan de minst belaste fase. Voorzichtig. Indien de stroomsensoren niet zijn aangesloten,berekent de S1155hoe hoog de stromen zullen zijnals de relevante vermogensstappen worden toege-voegd. Alsde stromen hoger zijndan de ingesteldezekeringgrootte, mag de vermogensstap niet in-schakelen. NOODSTANDDe noodstand wordt gebruikt bij bedrijfsstoringen en in sa-menhang met service. Als de S1155 in de noodstand wordt gezet, werkt het systeemals volgt:•De compressor is geblokkeerd. •S1155 geeft voorrang aan cv-productie. •Indien mogelijk wordt er warmtapwater geproduceerd. •De load balancing functie is niet actief.

•Vaste aanvoertemperatuur als het systeem geen waardeheeft vanuit de buitentemperatuursensor (BT1). U kunt de noodstand activeren als de S1155 draait én alsdeze is uitgeschakeld. Wanneer de noodstand actief is, wordt het statuslampjegeel. Voor activering als de S1155 loopt: houd de aan/uit-knop(SF1) 2 seconden ingedrukt en selecteer "noodstand" in hetafsluitmenu. Om de noodstand te activeren als S1155 is uitgeschakeld:houd de aan/uit-knop (SF1) ingedrukt gedurende 5 secon-den. (Deactiveer de noodstand door één keer te drukken. )NIBE S1155Hoofdstuk 5 | Elektrische aansluitingen30.

Voorbereidingen1. Controleer of de extern gemonteerde vulventielen volle-dig dicht zijn.LET OP!Controleer de automatische zekering (FC1). Hetkan zijn dat deze tijdens het transport is gespron-gen.Voorzichtig!Start de S1155 niet als het gevaar bestaat dat hetwater in het systeem is bevroren.Vullen en ontluchtenLET OP!Als er onvoldoende wordt ontlucht, kan dat scha-delijk zijn voor interne onderdelen in de S1155.VULLEN EN ONTLUCHTEN VAN HETKLIMAATSYSTEEMVullen1. Open de vulklep (extern, niet inbegrepen bij het product).Vul het cv-systeem met water.2. Open de ontluchtingsafsluiter .3. Wanneer het water dat de ontluchter verlaat niet metlucht is vermengd, sluit u de klep. Na een tijdje begintde druk te stijgen.4. Wanneer de juiste druk is verkregen, sluit u de vulklep.Ontluchten1.

Ontlucht de warmtepomp via een ontluchtingsklep ende rest van het klimaatsysteem via de betreffende ont-luchtingskleppen.2. Blijf vullen en ontluchten totdat alle lucht is verwijderden de druk klopt.VULLEN EN ONTLUCHTEN VAN HETBRONSYSTEEMBijhet vullen van het bronsysteem wordt het water gemengdmet antivries in een open reservoir. Het mengsel moet be-stand zijn tegen bevriezing bij temperaturen tot ongeveer-15°C. De bronvloeistof wordt aangevuld door een vulpompaan te sluiten.1. Controleer of het bronsysteem niet lekt.2. Sluit de vulpomp en de retourleiding aan op de vulaan-sluiting van het bronsysteem (accessoire).3. Als gebruik wordt gemaakt van alternatief 1 (niveaure-servoir), sluit u de klep onder het niveaureservoir.4. Sluit de wisselklep in de vulaansluiting.5. Open de kleppen op de vulconnector.6. Start de vulpomp.7. Vul totdat er vloeistof in de retourleiding stroomt.8.

Sluit de kleppen op de vulconnector.9. Open de wisselklep in de vulaansluiting.10. Als gebruik wordt gemaakt van alternatief 1 (niveaure-servoir) opent u de klep onder het niveaureservoir (CM2).31Hoofdstuk 6 | Inbedrijfstelling en afstellingNIBE S1155Inbedrijfstelling en afstelling

Inbedrijfstelling en inspectieSTARTGIDSVoorzichtig. Er moet water in het klimaatsysteem zitten voordatde S1155 wordt ingeschakeld. Voorzichtig. Als er meerdere warmtepompen zijn aangesloten,moet de startgids eerst worden uitgevoerd in desecundaire warmtepompen. In de warmtepompen die niet de hoofdeenheidzijn, kunt u alleen instellingen invoeren voor decirculatiepompen van elke warmtepomp. Overigeinstellingen worden verricht en aangestuurd doorde hoofdeenheid. 1. Start S1155 door te drukken op de aan/uit-knop (SF1). 2. Volg de instructies in de startgids van het display. Alsde startgids niet start als u de S1155 opstart, kunt u diehandmatig starten in menu 7. 7. TIPZie de paragraaf " " voor eenBediening – Inleidingnadere introductie van het regelsysteem van deinstallatie (bediening, menu's, enz. ).

Als het gebouw koud is wanneer de S1155 start, is het moge-lijk dat de compressor niet kan voldoen aan de volledigevraag zonder daarvoor bijverwarming te gebruiken. InbedrijfstellingDe eerste keer dat de installatie wordt gestart, wordt destartgids gestart. In de instructies van de startgids staatwat er moet gebeuren tijdens de eerste start en wordt ereen overzicht gegeven van de basisinstellingen van de in-stallatie. De startgids zorgt ervoor dat het opstarten juist wordt uit-gevoerd en kan om die reden niet worden overgeslagen. LET OP. Zolang als de startgids actief is, wordt geen enkelefunctie van de installatie automatisch gestart. Bediening in de startgidsA. PaginaHier ziet u hoe ver u bent gevorderd in de startgids. Sleep met uw vinger naar rechts om tussen de pagina's tezoeken. Om te zoeken kunt u ook op de pijltjes in de bovenhoekendrukken. B.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Nibe S1155-6 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden