Nibe MT-MB21 Handleiding

Nibe Warmtepomp MT-MB21

Bekijk gratis de handleiding van Nibe MT-MB21 (52 pagina’s), behorend tot de categorie Warmtepomp. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 117 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Nibe MT-MB21 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/52
OE01:224-1905
Handleiding
NIBETM MT-MB21
MICROBOOSTER WARMTEPOMP

Beoordeel deze handleiding

5.0/5 (4 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Nibe
Categorie: Warmtepomp
Model: MT-MB21

Foutcodes Nibe MT-MB21

Foutcodes uit de officiële handleiding, met betekenis en oplossing.

Code Betekenis Oplossing
E1 Temperatuursensor T1 is defect of niet aangesloten op het PCB 1. Controleer of de sensor T1 correct is aangesloten op het PCB. 2. Verifieer dat de verbinding stevig vastzit. 3. Vervang de temperatuursensor T1 indien nodig.
E10 Hoge brontoevoertemperatuur: De invoertemperatuur van de warmtebron ligt hoger dan D8 (bron T max) 1. Verlaag de temperatuur van de warmtebron aanvoer T1. 2. Controleer de instelling van D8 (maximale brontoevoertemperatuur). 3. Verifieer dat de warmtebron niet te warm is.
E11 Service nodig: De unit heeft regelmatig onderhoud nodig 1. Neem contact op met een gekwalificeerde technicus. 2. Plan onderhoud in volgens de onderhoudsschema's. 3. Zorg dat u de gegevens van het naamplaatje bij de hand hebt.
E2 Temperatuursensor T2 is defect of niet aangesloten op het PCB 1. Controleer of de sensor T2 correct is aangesloten op het PCB. 2. Verifieer dat de verbinding stevig vastzit. 3. Vervang de temperatuursensor T2 indien nodig.
E3 Temperatuursensor T3 is defect of niet aangesloten op het PCB 1. Controleer of de sensor T3 correct is aangesloten op het PCB. 2. Verifieer dat de verbinding stevig vastzit. 3. Vervang de temperatuursensor T3 indien nodig.
E6 Hogedruk pressostaat: Hoge druk in het koelsysteem of pressostaat BP1 is defect 1. Verminder het instelpunt van de water temperatuur in het menu. 2. Verminder de maximumstroom van de warmtebron D3 in het installateursmenu. 3. Controleer of pressostaat BP1 correct is aangesloten op het PCB. 4. Vervang pressostaat BP1 indien defect.
E7 Lage verdampertemperatuur: Te lage warmtewaterdruk, te lage warmtebrontemperatuur of lucht in verdamper 1. Verhoog de minimum warmtewaterdruk D4. 2. Verhoog de temperatuur van de warmtebronretour T1. 3. Ontlucht de verdamper met de ontluchter. 4. Controleer of alle sensoren correct zijn geplaatst.
E8 Hoge verdampertemperatuur: Te hoge warmtewaterdruk of te hoge warmtebrontemperatuur 1. Verlaag de maximum verdampertemperatuur D3 in het installateursmenu. 2. Verlaag de temperatuur van de warmtebron aanvoer T1. 3. Controleer de instellingen in het menu en corrigeer indien nodig.
E9 Onvoldoende verwarmingscapaciteit: Koudemiddellek of verkeerde positie temperatuursensoren 1. Controleer op koudemiddellekken en laat deze herstellen door een bevoegde technicus. 2. Voeg koudemiddel toe (enkel door bevoegde technicus). 3. Controleer of temperatuursensor T2 naast de verdamper is geplaatst en in contact ermee staat. 4. Controleer of temperatuursensor T3 in het temperatuurvak correct is geplaatst.

Handleiding Nibe MT-MB21 – volledige tekst

4INLEIDINGHet doel van deze handleiding is het bieden van informatie, instructies en waarschuwingen omtrent de Microbooster-warmtepomp voor warm water voor huishoudelijk gebruik (Microbooster Domestic Hot Water Heat Pump, MBHP). De handleiding dient te worden gebruikt door de installateurs en loodgieters, alsook door eindgebruikers, omdat deze belangrijke veiligheidsinformatie bevat. De handleiding is een onderdeel van de Microbooster -warmtepomp en moet met zorg worden bewaard omdat deze belangrijke installatie- en onderhoudsinstructies bevat die nuttig kunnen zijn om een lange levensduur en een efficiënte werking te garanderen. 1. OVER HET PRODUCTHet product is een Microbooster-warmtepomp die is ontworpen volgens de EU-richtlijnen. Het product dient voor de productie van warm water voor huishoudelijk gebruik of voor gelijkaardige toepassingen.

De unit is ontworpen zodat deze klaar is voor installatie. 1. 1. Veiligheidsmaatregelen• Het product mag enkel worden geïnstalleerd, in bedrijf gesteld en gerepareerd door gekwalificeerde monteurs. Incorrecte installatie kan leiden tot schade aan eigendommen en tot persoonlijk letsel. • De unit moet worden afgesloten van de stroomvoorziening wanneer het deksel verwijderd is. • De unit mag niet worden gebruikt door kinderen of door personen met een beperkte lichamelijke of mentale capaciteit. • Er moet toezicht worden gehouden op kinderen om zeker te zijn dat ze niet met het apparaat spelen. • Het reinigen en het onderhoud mag niet worden uitgevoerd door kinderen zonder toezicht. • Plaats geen ontvlambare materialen in contact met of dicht bij de unit. • Het watersysteem moet worden geïnstalleerd zoals vermeld in de handleiding.

• Wanneer de unit niet in bedrijf is, kan deze in ruimtes met een temperatuur onder nul worden geplaatst, maar al het water in de buffervat of in de condensretour moet vooraf worden verwijderd. • Warm water kan ernstige verbrandingen veroorzaken als het rechtstreeks wordt aangesloten op de kranen. Het is raadzaam een mengklep te installeren. • De unit mag enkel worden gebruikt waarvoor deze is gespecificeerd. De fabrikant is niet aansprakelijk voor schade vanwege het niet volgen van deze handleiding. • Tref alle mogelijke voorzorgsmaatregelen om ongevallen te voorkomen. • Het product bevat HFC-R134a.

51.2. Technische gegevens 1.2.1. AlgemeenDe unit bestaat uit een buffervat, een koelcircuit, een mantel en een scherm dat is verbonden met het bedieningspaneel. Het hoofddoel van het apparaat is het opwarmen van water in een buffervat.1.2.2. Werking De unit is geprogrammeerd om te starten met het opwarmen van het water in de buffervat wanneer de temperatuur onder een vooraf vastgesteld niveau zakt. De unit stopt wanneer de watertemperatuur een ingesteld punt bereikt dat kan worden geregeld door de gebruiker Over het algemeen is het apparaat ontworpen om voldoende warm water te produceren om de behoefte van een huishouden van 4 personen of meer te dekken. Er zijn twee belangrijke manieren waarop de unit het water kan opwarmen.

Deze worden bepaald door de temperatuur of de warmtebron bij ingang:1) Werking van de interne spiraal (Temperatuur van warmtebron > Temperatuur van warm water voor huishoudelijk gebruik)Deze werkingsmodus geldt enkel voor modellen met interne spiraal. Als de warmtebron bij ingang een hogere temperatuur heeft dan de temperatuur van het warm water voor huishoudelijk gebruik, kan het worden gebruikt om het water in de buffervat te voorverwarmen. Dit gebeurt door de warmtebron door een interne spiraal in de buffervat te voeren. Hierbij wordt de warmte van de warmtebron overgedragen naar het huishoudelijk water. De afgekoelde warmtebron wordt dan door de koudemiddelcyclus gestuurd (zoals gezien in paragraaf 1.2.3). Door het gebruik van de warmtebron om het huishoudelijk water te voorverwarmen wordt de efficiëntie van de warmtepomp versterkt.

61.2.3. Koudemiddel circuitZoals aangeduid in afbeelding 1 en 2 kan de warmtepompcyclus worden onderverdeeld in vier hoofdprocessen: compressie (1-2), condensatie (2-3), expansie (3-4), verdamping (4-1) zoals hieronder beschreven:• Bij het zuigen van de compressor (1) komt het oververhit koudemiddel in de compressor bij lage druk. • In de compressor wordt het koudemiddel samengedrukt tot een hogere druk en temperatuurniveau (2). • Het koudemiddel wordt afgekoeld en gecondenseerd in de condensor waarbij warmte wordt uitgewisseld met het water opgeslagen in de buffervat.

• Het koudemiddel verlaat de condensor in een onderkoelde, vloeibare vorm (3).• Via een thermostatisch expansieventiel wordt de druk van het koudemiddel verlaagd om de verdamping ervan bij lagere temperaturen mogelijk te maken (4).• Het koudemiddel wordt verdampt in de plaatwarmtewisselaar die een vloeistof gebruikt als warmtebron (1).• Het proces gaat verder totdat de stroomvoorziening naar de compressor wordt gestopt.Een meer gedetailleerde beschrijving van het koudemiddel circuit en alle voor het ontwerp gebruikte onderdelen zijn terug te vinden in afbeeldingen 3, 4 en 5.1234 Afbeelding 1 - Principe van de warmtepomp Afbeelding 2 - Mollier diagram

7Afbeelding 3 - Proces- en instrumentatiediagram met spiraal (links) en zonder spiraal (rechts)½MAA1AA2GP1EP1GQ1BP1RM1XL2GQ2QN1BT2BT1BT3EB1XL1XL3XL4EP3EP2HZ1HZ2QN2XL6XL5FR1FN1cWG1½MAA1AA2GP1EP1GQ1BP1RM1XL2QN1BT2BT1BT3EB1WG1XL1XL3XL4EP2HZ1QN2XL6XL5FR1FN1c1.2.4. Veiligheidsinstructies - Koudemiddel circuit• Enkel gekwalificeerde en opgeleide technici mogen reparatie en service van het warmtepompcircuit uitvoeren.• Vóór het openen van het koudemiddel circuit moet de warmtebron worden ontladen tot een niveau waarbij het veilig werken is.• Er moet bijzondere aandacht worden besteed wanneer het onderhoud van de unit wordt gedaan met een open vlam.1.2.5. Proces- en instrumentatiediagram

132. TRANSPORT, BEHANDELING EN LEVERINGOnmiddellijk na ontvangst moet de warmtepomp voor warm water voor huishoudelijk gebruik worden onderzocht om te garanderen dat deze intact en onbeschadigd is. Indien niet, moet het transportbedrijf onmiddellijk worden ingelicht. De ontvanger heeft de verantwoordelijkheid voor alle verzendingen tenzij dit anders is overeengekomen. 2.1. LeveringswijzeHet apparaat wordt geleverd zonder buis voor condensretour en de veiligheidsuitrusting voor het watercircuit. 2.2. OpslagDe unit moet bij voorkeur rechtopstaand, zonder water en in de verpakking worden opgeslagen en getransporteerd. Transport en opslag kan gebeuren bij temperaturen tussen -10 °C en +50 °C. Als de unit is getransporteerd of opgeslagen bij temperaturen onder nul, moet de unit 24 uur op kamertemperatuur worden gelaten vóór de inbedrijfstelling. 2.3.

Transport met heftruck Voor transport met een heftruck moet de unit op het bijhorende transportframe staan. Hef de unit altijd langzaam op. Vanwege het hoge zwaartepunt moet het apparaat worden beveiligd tegen kantelen tijdens transport. 2.4. De warmtepomp lossen Om schade te vermijden moet de unit worden gelost op een plat oppervlak.

142.5. Transport met trailerDe unit mag enkel worden getransporteerd op het bijhorende transportframe. Dit geldt ook voor het verplaatsen op trappen (afbeelding 7).De unit moet worden beveiligd tegen het verschuiven op de trailer. De waterverbindingen etc. worden niet gebruikt voor het transport. Er moet worden verzekerd dat de trailer de mantel of de verschillende aansluitingen niet beschadigt. Afbeelding 7 - Transport met trailer2.6 Horizontaal transport Bij het voorzichtig verplaatsen van de unit over een korte afstand tot op de uiteindelijke plaats, kan de unit horizontaal worden getransporteerd in de verpakking tot op de bedoelde plaats. Als de unit meer dan 45° wordt gekanteld, moet de unit gedurende ten minste 24 uur in de normale rechtopstaande positie worden gelaten voordat deze wordt opgestart.

153. PLAATSINGDe installatieplek moet uitgerust zijn met een stroomvoorziening van 220-240V en 50 Hz. De stroomvoorziening en het hydraulisch systeem moeten voldoen aan de lokale regelgeving.De unit moet verticaal worden geplaatst met een maximale inclinatie van 1°. De unit moet goed in evenwicht en stabiel op de grond staan. Gebruik de ingebouwde verstelbare voetjes om de unit waterpas te zetten. De unit moet zo dicht mogelijk bij het hydraulisch systeem worden geplaatst om warmteverlies in de waterleidingen te minimaliseren. De waterleidingretour moet om dezelfde reden worden geïsoleerd.De unit mag niet in rechtstreeks contact met het zonlicht worden geplaatst.De unit kan enkel worden geïnstalleerd in een vorstvrije ruimte en deze moet aan de volgende criteria voldoen:• Kamertemperatuur tussen 5°C en 35°C.• Retourmogelijkheid voor condensaat en vloerretour.

• Solide basis (ongeveer 500 kg / m 2).• Er moet worden verzekerd dat er genoeg ruimte is rond de unit voor onderhoud en service. Er wordt een vrije ruimte van 0,5 m rond de unit aanbevolen.Wanneer het apparaat op de juiste plaats staat, verwijder dan de verpakking en haal de unit van de pallet.

163.1. Volgorde voor het opstellen Wanneer de unit in een ruimte met de eigenschappen zoals gespecificeerd in de vorige paragraaf is geplaatst, kan deze worden voorbereid op de hieronder beschreven volgorde: 1. Verwijder de verpakking van de pallet. 2. Verwijder de transportonderdelen van de pallet. 3. Verwijder de unit van de pallet en plaats de unit op de vloer. 4. Pas de unit verticaal aan door de voetjes aan te passen.5. Controleer of de unit geen schade heeft.6. Stel het watercircuit op (zie hoofdstuk 4) en vul de buffervat met water.7. Stel de elektrische aansluiting op (zie hoofdstuk 6).Wanneer de unit is voorzien met stroom, begint het automatisch met werken in standaardmodus volgens de fabrieksinstellingen zoals beschreven in hoofdstuk 7. Afbeelding 8 - Volgorde voor het opstellen

17QN4QN7QN6QN5RM3XL2XL1GQ3QN8 RM2XL5XL3XL4HZ34. INSTALLATIE VAN HET WATERCIRCUITHet watercircuit moet worden geïnstalleerd volgens de lokale normen en richtlijnen. Het water gebruikt in de warmwater- en warmtebronsystemen moet voldoen aan de volgende vereisten: • Het huishoudelijk warmwatercircuit en -buffervat mag drinkwater bevatten. enkel• Het warmtebroncircuit kan bijna eender welke warmtebron met lage temperatuur bevatten (water/glycol, stadsverwarming, retour ruimteverwarming of grondwarmtepomp). De materiaalcompatibiliteit in het gehele systeem moet worden verzekerd. Incorrecte materiaalcombinaties in het watercircuit kunnen leiden tot corrosieschade vanwege galvanische corrosie. Dit vereist speciale aandacht wanneer gegalvaniseerde onderdelen en onderdelen die koper bevatten worden gebruikt.

De leidingafmetingen voor installatie ter plekke worden gebaseerd op de beschikbare waterdruk en het verwachte drukverlies in het leidingsysteem. Zoals bij alle onder druk staande vaten moet de buffervat van de warmtepomp een goedgekeurde veiligheidsklep (drukinstelling afhankelijk van de lokale richtlijnen en regelgeving) en een terugslagklep/dynamische klep op de invoer van koud water hebben.

Er moet een externe filter HZ3 worden geïnstalleerd vóór de invoer van warmtebron aanvoer XL3.Afbeelding 9 geeft de voorgestelde configuratie op het watersysteem aan.XL3: Warmtebron aanvoerXL4: Warmtebronretour XL2: Retour van huishoudelijk water XL5: Recirculatie van huishoudelijk waterXL1: Invoer van huishoudelijk water QN4: Afsluiter waterretourQN5: Afsluiter koudwaterQN6: Veiligheidsklep koudwaterQN7: Afsluiter koudwaterQN8: Afsluiter waterrecirculatieRM2: Dynamische klep waterrecirculatieRM3: Dynamische klep koudwaterGQ3: WatercirculatiepompHZ3: Externe filterAfbeelding 9 - Diagram met gesuggereerde watercircuitverbindingen

184.1. Aansluitingen van huishoudelijk water Vuil in het leidingwerk moet worden vermeden. Spiraal indien nodig vóór het aansluiten van warmtepomp voor warm water voor huishoudelijk gebruik, na het installeren van de externe buizen. Als er geen circulatie van water nodig is, zorg ervoor dat de circulatieverbinding goed is verzegeld.Zorg bij het installeren van de pijpen ervoor dat de leidingaansluitingen niet onder te veel spanning staan. Gebruik een pijpsleutel om de torsiekrachten op de leidingaansluitingen te ontspannen. De retour van de waterleiding moet worden geïsoleerd om warmteverlies naar de omgeving te verminderen en om het risico op letsels en brandwonden te verlagen.4.2. Plaats van de aansluiting van de leidingen Maak zeker het verschil tussen en sluiten huishoudelijk water wavan de waterleidingen: • De invoer van de warmtebron wordt gemonteerd op het 1e verbindingsstuk (XL3).

• De retour van de warmtebron wordt gemonteerd op het 2e verbindingsstuk (XL4). • De retourleiding van het warm water voor huishoudelijk gebruik wordt gemonteerd op het 3e verbindingsstuk (XL1). • De recirculatieleiding van het warm water voor huishoudelijk gebruik wordt gemonteerd op het 4e verbindingsstuk (XL5).• De toevoer van koud water voor huishoudelijk gebruik wordt gemonteerd op het 5e verbindingsstuk aan de onderzijde (XL2). XL1XL2XL5XL3XL4Afbeelding 10 - Plaats van de verbindingsleidingen.

19½XL2XL1XL3XL4XL5½XL2XL1XL3XL4XL5Afbeelding 12 - Mogelijke parallelle installatie voor units uitgerust met een pomp.4.3. Pomp- en klepconfiguratieDe unit heeft twee werkingsmodi: het gebruik van een pomp om de waterdruk te regelen en het gebruik van een dynamische klep. Wanneer welke modus moet worden gebruikt, wordt uitgelegd in paragraaf 4.3.1 en 4.3.2.4.3.1 PompWanneer de unit in serie wordt verbonden met een warmtebron, zal de waterdruk waarschijnlijk niet voldoende zijn en is er een pomp nodig om de nodige waterdruk te genereren. Een voorbeeld van aansluitingen in serie met een waterbron is een retour van een ruimteverwarming of een retour van een vloerverwarming (afb. 11).4.3.2 Klep Wanneer de unit in parallel wordt verbonden met een warmtebron, zal de waterdruk waarschijnlijk niet voldoende zijn en is er een pomp nodig om de nodige waterdruk te genereren.

Een voorbeeld van een dergelijke verbinding is stadsverwarming (afb. 12).Afbeelding 11 - Mogelijke seriële installatie voor units uitgerust met een pomp.

204.4. Veiligheidsinstructies - Watercircuit• Er mag enkel drinkwater worden gebruikt in het tapwatercircuit. • Tijdens de installatie moet aandacht worden besteed aan de keuze van de materialen en moet ervoor worden gezorgd dat de gekozen materialen zonder problemen samenwerken in het gehele circuit. • Er moet speciale aandacht worden besteed bij het gebruik van gegalvaniseerde onderdelen en onderdelen met aluminium. • Er moet een veiligheidsuitrusting worden geïnstalleerd om te hoge druk in het systeem te voorkomen. Gebruik altijd een veiligheidsklep bij maximale ontlastdruk volgens het naamplaatje van de unit en een afsluiter (goedgekeurd volgens de regelgeving voor verwarmings- en sanitaire voorzieningen). Alle leidingen moeten worden geïnstalleerd volgens de regelgeving voor sanitaire en verwarmingsvoorzieningen.

• De retourpijp van het drukontlastapparaat (veiligheidsklep) moet vorstvrij worden geïnstalleerd en met een op afschot van het apparaat af. De pijp moet ook open worden gelaten naar de omgeving. • Temperaturen hoger dan 60 °C in de verwarmingsspiraal kunnen overmatige drukken in het koudemiddel circuit veroorzaken.

214.5. LektestNa de installatie moet worden gecontroleerd of de volledige waterinrichting dicht is. Dit wordt gedaan door een waterlektest uit te voeren.4.6. Inbedrijfstelling van het tapwatercircuitVul de buffervat via het verbindingsstuk voor koud water. Ontkoppel het voorpaneel en ontlucht de buffervat door een van de warmwaterkranen op het hoogste niveau te openen totdat er geen lucht meer waar te nemen is op het punt van de kraan. Controleer enkele dagen na de oorspronkelijke opstelling en het opstarten op lekken in de waterinstallatie.BELANGRIJK!Vóór de inbedrijfstelling van het watercircuit lees hoofdstuk 6 "Optimale werking".

22CompressorCapacitorHP SwitchFlow closeValve(SG-ready)(PV 0-10)BT1BT2BT3(MODBUS)Pump PWMPump ON/OFF Electric Heater3-way valveSupplyNL L NFlow open ValveL1 L2 L1 L2NL NL NL N3N2LN N N1OR5. ELEKTRISCHE AANSLUITINGENDe unit moet worden voorzien met een stroom van 220-240V en 50 Hz. De unit is voorzien met een standaard Schuko-stekker. Als de lokale regelgeving een vaste installatie voorschrijft en als de geleverde stekker geen correcte aarding verzekert, snij de Schuko-stekker van de stroomkabel.Als de unit is voorzien met een pomp, wordt deze aangesloten op GQ2 en GP1. Als de unit is voorzien met een klep, wordt deze aangesloten op QN1 en GP1 (L).Wanneer de unit is aangesloten op de stroomvoorziening, zal deze automatisch inschakelen en wordt de werking automatisch gestart. • De eerste keer wanneer de unit wordt ingeschakeld, start de unit volgens de fabrieksinstellingen.

23BELANGRIJK!De Microbooster -warmtepomp voor warm water voor huishoudelijk gebruik mag ENKEL worden opgestart met een gevulde buffervat en warmtebroncircuit!6. OPTIMALE WERKINGEnkel wanneer de unit is aangesloten en gevuld met de warmtebronvoorziening en de huishoudelijk watervoorziening, is het veilig om het elektrisch circuit aan te sluiten op een stroomvoorziening. Wanneer de warmtepomp wordt aangesloten op de stroomvoorziening, start deze in de AUTO-modus. Volg de stappen in paragraaf 7.1 en 7.2 voor de optimale werking van de Microbooster-warmtepomp voor warm water voor huishoudelijk gebruik.6.1. Stap een: Controleer op lucht in de warmtewisselaarDe unit werkt niet optimaal met lucht in het warmtebronsysteem. Om te verzekeren dat er geen lucht vastzit in de verdamper, open de ontluchter (QN2) zoals weergegeven in afbeelding 14 totdat er enkel water uitkomt.

246.2. Stap twee: Controle werking waterdrukWanneer de unit in AUTO-modus draait, is het belangrijk om te controleren of de waterdruk voldoende is. Na ongeveer 10 minuten werking verschijnt "E7" als de waterdruk niet voldoende is.Als "E7" zich voordoet, verhoog dan de minimum waterdruk (D4) met +10.Monitor de werking gedurende een extra tien minuten na het aanpassen van de parameter. Als "E7" opnieuw verschijnt, herhaal stap 1 totdat de unit zonder fout werkt. 6.4. PompwerkingAls de unit is uitgerust met een pomp, moeten bijkomende implicaties worden overwogen, omdat de waterdruk afhankelijk is van de drukval in het warmtebronsysteem. Afbeelding 15 beschrijft de relatie tussen opvoerhoogte en waterdruk. Er moet een minimale waterdruk van 100 l/u worden gegarandeerd.Afbeelding 15 - Een illustratie van de relatie tussen opvoerhoogte en waterdruk.Q [m /h]3H [m]

257. BEDIENING EN WERKING 7.1. Home-weergaveDe unit kan worden bestuurd vanuit het controlepaneel beschreven in afbeelding 16. Vanuit de home-weergave kunnen alle hoofdwerkingsmodi, functies, instelpunten en informatie van de unit worden bekeken. Afbeelding 16 - Scherm, controlepaneel1: Toestand elektrische verwarming (AAN/UIT)2: Hoofdmenu (kan worden geopend door te drukken )3: OK/Enter4: Modus (veranderen met of )5: Naar beneden scrollen6: Naar boven scrollen7: Terugkeren8: Informatie (open met )9: Instelpunt temperatuur10: Werking warmtepomp11: Tijd

26Het bovenste deel van het scherm geeft informatie over de werking van de unit, het tijd en het instelpunt voor de temperatuur. Dit onderdeel is passief en wordt automatisch gewijzigd.Het onderste deel van het scherm is actief. Dit betekent dat het pictogram op het scherm andere menu-onderdelen bevat. Dit onderdeel is onderverdeeld in drie menu’s:• INFORMATIEMENU (8), dat kan worden gezien door te drukken op ( )• MODUSMENU (4), dat kan worden gezien door te drukken op ( ) of ( )• HOOFDMENU (2), dat kan worden gezien door te drukken op ( ) Het HOOFDMENU bestaat uit 4 submenu’s: – Temperaturen – Functies – Algemeen – InstallateurDe menu-items met * zijn optionele functies.7.2. InformatiemenuHet informatiemenu kan worden geopend door te drukken op de knop ( ) vanuit de home-weergave. Dit menu geeft alle operationele informatie van de unit.

De beschikbare informatie worden onderverdeeld in vier groepen:• Temperaturen (T)• Verzamelde gegevens over de werking en de prestaties van de unit (I)• De toestand van de relais van de unit (R)• De fouten en de alarmen van de unit (Er)Alle informatie die kan worden weergegeven in het informatiemenu, wordt beschreven in de volgende tabel. Alle temperaturen worden weergegeven in °C.

VV1 Flow % De eigenlijke stroom van de warmtebron in percentage.V2 Het huidige ingangssignaal in GC1 (0-10V) van het PV in volt.Input V*II1 HP hr Het aantal uur dat de compressor heeft gedraaid.I2 EL hr Het aantal uur dat de elektrisch verwarmingselement heeft gedraaid.I3 Flow hr Het aantal uur dat de stroomregelklep of de pomp heeft gedraaid.I4 Tsi avg De gemiddelde temperatuur van de toevoer van de warmtebron met bedrijfsunit wordt weergegeven in C.I5 Tso avg De gemiddelde temperatuur van de retour van de warmtebron (verdampertemperatuur) met bedrijfsunit wordt weergegeven in C.I6 HP ON Het aantal START/STOPS voor de volledige levensduur van de unit sinds de laatste Reset Alles.I7 Het berekende momentane stroomverbruik in W sinds de laatste W elReset Alles.I8 MWh el Het totale berekende stroomverbruik in MWh sinds de laatste Reset alles.I9 De berekende momentane verwarmingscapaciteit wordt W thweergegeven in W.I10 MWh th De totale berekende warmwaterproductie wordt weergegeven in MWh sinds de laatste Reset Alles.I11 EL MWh Het elektriciteitsverbruik van de elektrische weerstand in MWh sinds de laatste Reset Alles.RR1 Flow ON De status van de relais gebruikt voor de controle van de warmtewaterdruk wordt weergegeven.

Voor units uitgerust met een pomp activeert deze relais de ingebouwde pomp. Voor units met een dynamische klep verhoogt deze relais de warmtewaterdruk. R2 Flow OFF De status van de relais die de magneetklep voor de ontdooifunctie controleert, wordt weergegeven.R3 Coil De status van de werking van de spiraal wordt weergegeven.R4 HP De werking van de compressor wordt weergegeven.R5 EL De werking van de elektrisch verwarmingselement wordt weergegeven.

28MODEP1 AUTOP2 ECOP3 BOOSTP4 BACKUPP5 HOLIDAY7.3. BedrijfsmodusEr kunnen verschillende strategieën om het water op te warmen worden geselecteerd in het hoofdcontrolepaneel door te drukken op 5 of 6 (naar beneden scrollen of naar boven scrollen) in de home-weergave (afbeelding 17). De bedrijfsmodi die kunnen worden gekozen, zijn terug te vinden in de volgende tabel:Afbeelding 17 - BedrijfsmodiKlasse Code Menu-item BeschrijvingErE1 T1 De temperatuursensor T1 bevindt zich buiten het bereik. Als deze fout voorvalt, verwarmt de unit het water op geen enkele manier.E2 T2 De temperatuursensor T2 bevindt zich buiten het bereik. Als deze fout voorvalt, verwarmt de unit het water op geen enkele manier.E3 T3 De temperatuursensor T3 bevindt zich buiten het bereik.

Als deze fout voorvalt, verwarmt de unit het water op geen enkele manier.E6 HP De hogedruk pressostaat onderbreekt de werking van de unit wanneer de druk in het koudemiddel circuit boven de gespecificeerde maximumdruk ligt. E7 C Evap Koude verdamper. De temperatuur T2 ligt onder D11 (Verdamper T min).E8 H Evap De temperatuur T1 ligt boven D10 (Verdamper T max).E9 No cap Deze fout stopt de werking van de unit als de verwarmingscapaciteit onder de nominale toestand ligt.E10 H T s i De invoertemperatuur van de warmtebron T1 ligt hoger dan D8 (bron T max).E11 Service De unit heeft regelmatig onderhoud nodig.

29Opmerking: de unit kan worden uitgeschakeld door te schakelen naar de VAKANTIE-modus. Code Naam instelpunt BeschrijvingP1 AUTOMATISCH De warmtepomp verwarmt het water wanneer het nodig is om de werking van de warmtepomp te gebruiken. Onder normale omstandigheden werkt de compressor tot het instelpunt A1 T AUTOMATISCH is bereikt. Als de brontemperatuur onder D7 Bron T min ligt, start de elektrisch verwarmingselement en schakelt de warmtepomp uit. Hysterese kan worden gewijzigd in het installateur-menu D34 (Water hysteresis).P2 ECO De warmtepomp verbruikt zo weinig mogelijk energie. De warmtepomp werkt bij een lager instelpunt voor de watertemperatuur A2 (T ECO).

Hysterese kan worden gewijzigd in het installateur-menu D34 (Water hysteresis).P3 BOOST De warmtepomp en de elektrisch verwarmingselement werken indien mogelijk tegelijkertijd (interim-modus wordt gedwongen geactiveerd vanaf het begin van de opwarmingscyclus). Als D28 (T HP max) groter is dan A3 (T BOOST), stopt de compressor bij het instelpunt van de temperatuur D28 (T HP max), anders stopt de compressor bij A3 (T BOOST).P4 BACKUP Dit is een noodmodus. In de BACKUP-modus wordt het water bij een temperatuur lager dan gewenst opgewarmd door de elektrisch verwarmingselement. De Legionella-controle is in elk geval actief. P5 VAKANTIE De warmtepomp wordt uitgeschakeld en enkel het LCD-scherm is actief. De warmtepomp start niet wanneer het water moet worden opgewarmd. De compressor is UIT uitgezonderd tijdens de LEGIONELLA-controle waarin het kan worden geactiveerd.

30Code Naam instelpunt Beschrijving Bereik Fabrieksin-stellingA1 T AUTOMA-TISCHHet temperatuurniveau waarbij de unit het water opwarmt wanneer de AUTOMATISCH-modus wordt geselecteerd. Hysterese kan worden gewijzigd in het installateur-menu D34 (Water hysteresis).5 - 65 53,5A2 T ECOHet temperatuurniveau waarbij de unit het water opwarmt wanneer de ECO-modus wordt geselecteerd. Hysterese kan worden gewijzigd in het installateur-menu D34 (Water hysteresis).5 - 55 50A3 T BOOSTHet temperatuurniveau waarbij de unit het water opwarmt wanneer de BOOST-modus wordt geselecteerd. Hysterese kan worden gewijzigd in het installateur-menu D34 (Water hysteresis).5 - 65 53,5Afbeelding 18 - Hoofdmenu7.4. HoofdmenuHet gebruik van dit menu vereist een goed begrip van de werking van de unit.Het is sterk aanbevolen om de beschrijving van de volgende menu-items te lezen en te begrijpen.

Het wijzigen van enkele van deze instelpunten kan grote gevolgen hebben op hoe het apparaat werkt en presteert. Het hoofdmenu is onderverdeeld In vier onderdelen:• A - Temperaturen• B - Functies• C - Algemeen • D - Installateur 7.4.1. TemperaturenDe instelpunten voor de temperatuur kunnen worden gewijzigd in het menupunt ‘temperaturen’. Er kunnen verschillende instelpunten voor de temperatuur worden gewijzigd volgens de overeenkomstige bedrijfsmodus. Alle temperaturen worden weergegeven in °C.

31Code Naam instelpunt Beschrijving Bereik Fabrieksin-stellingB1AUTODe stroom van de warmtebron wordt automatisch aangepast om te voldoen aan een vooraf vastgelegd temperatuurverschil tussen warmtebron aanvoer en -retour, zoals beschreven in Afbeelding 19. Over het algemeen hoe hoger de temperatuur van de warmtebron aanvoer T1, hoe hoger het temperatuurverschil tussen de temperatuur van de warmtebron aanvoer T1 en de retourtemperatuur T2. Het temperatuurverschil kan verder worden aangepast in het installateursmenu D5 (DELTA T Bron) AUTO/FIXED/DELTA TAUTOFIXEDDe warmtewaterdruk is ingesteld op het hoogste niveau. Dit niveau kan worden geregeld in het installateursmenu D3 (Waterdruk max).DELTA TDe warmtewaterdruk wordt geregeld om een vast temperatuurverschil te verkrijgen tussen de warmtebron aanvoer en -retour (T1 en T2).

Dit kan worden geregeld in het installateursmenu D5 (DELTA T Bron).Warmtebron stroomregeling7.4.2. FunctiesDe functies zijn gelijkaardig aan de bedrijfsmodi maar ze kunnen niet rechtstreeks worden gezien in de home-weergave en deze kunnen verschillen van unit tot unit.Afbeelding 19 - Het temperatuurverschil tussen de warmtebron aanvoer en -retour.01020304050607080900 5 10 15 20 25 30 35 40 45 50 55 60 65 70 75 80 85 90Source inlet temperature T1 [C]Source inlet T1 DELTA T Source outlet T2

32Code Naam instelpunt Beschrijving Bereik Fabrieksin-stellingB2 Laag tariefStandaardHet laag tarief maakt het mogelijk om de elektrisch verwarmingselement en de warmtepomp te laten draaien enkel tijdens periodes met lage stroomprijzen. Dit gebeurt in overeenstemming met het menu-item dat het programma van het laag tarief D17/D18 (Laag tarief weekdag/weekend) regelt. De unit draait enkel tijdens vooraf vastgelegde uren van de dag. Als de PV-functie (B5) actief is, laat dit toe om de elektrisch verwarmingselement en de warmtepomp te laten draaien buiten de periode met laag tarief. UIT/STANDAARD/OPTIMAAL 1/OPTIMAAL 2UITOptimaal 1Met deze functie is het mogelijk om optimaal rendement te halen uit de lagere elektriciteitsprijs met het nachttarief tussen 00:00 en 05:00 u.

Optimaal 2Met deze functie is het mogelijk om optimaal rendement te halen uit de lagere elektriciteitsprijs met het nachttarief tussen 00:00 en 05:00 u. Overdag werkt de eenheid volgens de perioden met daltarieven D17 en D18. B3 Heet op tijdDe unit kan worden geprogrammeerd om warm water te leveren van 1 tot 30 dagen vanaf het moment waarop de functie wordt geactiveerd en de VAKANTIE-modus wordt geselecteerd. De unit schakelt over op AUTOMATISCH-modus in het gewenste aantal dagen. UIT/AAN UITB4UIT*De PV-functie is niet actief. Als deze functie wordt geactiveerd, kan de warmtepomp en de elektrisch verwarmingselement enkel starten als de ingangsspanning in GC1 (0-10V) hoger is dan D20/D21 (PV min spanning HP/EL) voor een langere duur dan D22 (PV min tijd).

UIT/ ECO/OPSLAGUITPV ECO*De PV-functie maakt het mogelijk om het water enkel met de warmtepomp te verwarmen totdat het instelpunt voor de temperatuur vastgelegd door de werkings-MODUS is bereikt. PV OPSLAG *De PV-functie maakt het mogelijk om het water op te warmen tot de maximumtemperatuur waarbij prioriteit wordt gegevens aan de werking van de warmtepomp als de BOOST- of BACKUP-modus niet actief is. De warmtepomp werkt alleen totdat de max.

337.4.3. AlgemeenDe rubriek Algemeen verzamelt alle standaardinstellingen die weinig of geen effect hebben op de werking van de warmtepomp, uitgezonderd het menu-item Reset. Het activeren van de Reset-functie brengt alle instelpunten terug naar de waarde van de fabrieksinstellingen. De instelpunten van het algemene menu worden beschreven in de tabel hieronder. Code Naam instelpunt Beschrijving Bereik Fabrieksin-stellingC0 ResetDe instelpunten in het gebruikersmenu worden gereset. De meer geavanceerde instellingen kunnen enkel worden gereset vanuit het installateursmenu. De informatie zoals het aantal uur van de compressor en de ventilator kan niet worden gereset.UIT/AAN UITC1 Info De softwareversie wordt weergegeven. - -C2 Uur Het uur kan hier worden aangepast. - -C3 Datum De datum kan hier worden aangepast. - -C4 Dag De dag van de week kan worden geselecteerd.

34Code Naam instelpunt Beschrijving Bereik Fabrieksin-stellingD0 Reset allesAlle instelpunten worden gereset naar de oorspronkelijke fabrieksinstellingen. Het informatiemenu en de instelpunten van de installateur worden ook gewijzigd:UIT/AAN UITD1 Fouten De alarmen van de unit kunnen hier worden gecontroleerd. - -D2 D2. 0 Adres Modbus-adres. Het Modbus-adres kan worden gekozen tussen 1 en 247. 1-247 30D2. 1 BaudsnelheidModbus-baudsnelheid. De Modbus-baudsnelheid kan worden gekozen tussen 19200 en 9600. 9600 - 19200 19200D2. 2 PariteitModbus-pariteit. De Modbus-pariteit kan worden ingesteld op even, oneven of gedeactiveerd. Even/oneven/geenEvenD2. 3 WijzigenModbus wijzigen. Als deze functie wordt geactiveerd, is het mogelijk om de instelpunten die werden bijgehouden voor de ontwikkeling met een gegevenslogger te wijzigen.

UIT/AAN UITD3 Waterdruk maxDe maximumstroom van de warmtebron kan worden geregeld. 0-100 80D4 Waterdruk minDe minimale waterdruk van de warmtebron kan worden geregeld. 0-100 40D5 DELTA T BronHet temperatuurverschil van de warmtebron tussen toevoer en retour kan worden aangepast. Als B1 (stroomcontrole) zich in AUTO bevindt, maakt dit instelpunt een verdere aanpassing van het AUTO temperatuurverschil van de warmtebron zoals beschreven in afbeelding 19 mogelijk. Als B1 (stroomcontrole) zich in FIXED bevindt, bepaalt dit instelpunt het gewenste temperatuurverschil van de warmtebron. -20 - 20 0D6 Return TDit instelpunt maakt het mogelijk om de gewenste retourtemperatuur van de warmtebron te regelen als B1 (stroomcontrole) zich in RETURN T bevindt. -20 - 50 25Modbus7. 4. 4. InstallateursmenuHet installateursmenu mag enkel worden gebruikt door gekwalificeerd personeel.

De instelpunten van de installateur en het soort installatie moeten goed overeenstemmen om de prestaties en de levensduur van de unit te optimaliseren. Om het installateursmenu te bekijken moet een wachtwoord met 4 tekens worden ingevoerd. Het wachtwoord is: 2016. Alle temperaturen worden weergegeven in °C.

35Code Naam instelpunt Beschrijving Bereik Fabrieksin-stellingD7 Bron T minDe minimumtemperatuur van de warmtebron die is toegestaan tijdens de werking van de warmtepomp kan hier worden geregeld. Als de toevoertemperatuur van de warmtebron T1 zich onder D7 Bron T min bevindt, stopt de warmtepomp en werkt de elektrisch verwarmingselement totdat het instelpunt van het water is bereikt. 0 - 30 10D8 Bron T max De maximumtemperatuur van de warmtebron die is toegestaan tijdens de werking van de warmtepomp kan hier worden geregeld. Als de toevoertemperatuur van de warmtebron T1 zich boven D8 Bron T max bevindt, stopt de warmtepomp en werkt de elektrisch verwarmingselement totdat het instelpunt van het water is bereikt. 20-89 55D9 Water T max De maximum toegelaten temperatuur in de buffervat.

50-70 65D10 Verdamper T max De maximumtemperatuur van de warmtebronretour T2 die is toegestaan tijdens de werking van de warmtepomp kan worden ingesteld. Als T2 hoger is dan het instelpunt, stopt de warmtepomp en wordt de elektrisch verwarmingselement geactiveerd. 20-60 45D11 Verdamper T minDe minimale verdampertemperatuur die kan worden bereikt met de warmtepomp. -10 - 20 4D12 BACKUP TDe buffervat watertemperatuur T3 waarbij de unit de elektrisch verwarmingselement in de BACKUP-modus stopt. 5-65 35D13 LegionellaDe legionella-functie kan worden geactiveerd. De legionella-functie schakelt de warmtepomp niet in, maar gaat gewoon verder met de opwarmingscyclus tot een hogere temperatuur D14 (Legionella T). De legionella-werking is enkel actief met de warmtepomp tot D28 (T HP MAX).

De resterende temperatuurstijging wordt bereikt met enkel de elektrisch verwarmingselement.UIT/AAN UITD14 Legionella T Het instelpunt van de legionella-temperatuur kan worden geregeld. 55-65 60D15 Legionella-dag De legionella-weekdag kan worden ingesteld. Maandag/zondag Zondag

36Code Naam instelpunt Beschrijving Bereik Fabrieksin-stellingD16 Gedwongen werkingDe gedwongen werking van de warmtepomp kan hier worden geactiveerd. De warmtepomp start zelfs als er geen behoefte is voor warm water. Wanneer de maximumtemperatuur toegestaan door de warmtepomp is bereikt, stopt de unit. Deze functie wordt gebruikt voor testen. UIT/AAN UITD17 Laag Tarief weekdagDe start- en stoptijd van de periode met laag stroomtarief voor weekdagen. Er kunnen drie perioden worden geselecteerd.0-230-230-2300-00 00-00 00-00D18 Laag Tarief weekendHet start- en stopuur van de periode met laag stroomtarief voor weekends. Er kunnen drie perioden worden geselecteerd.0-230-230-2300-0000-00 00-00D19 Stroombesparingsuur Stroombesparingsuur kan worden gedeactiveerd.

UIT/AAN AAND20 PV min Spanning HP*De minimumspanning (V) vereist in GC1 (PV 0-10V) om de warmtepomp te starten wanneer de PV-functie actief is.0-10 0D21 PV min Spanning EL*De minimumspanning (V) vereist in GC1 (PV 0-10V) om de elektrisch verwarmingselement te starten wanneer de PV-functie actief is. 0-10 0D22 PV min tijd*De minimumtijd (minuten) bij de ingangsspanning (V) van het PV-paneel moet boven het instelpunt D20/D21 (PV min Spanning HP/EL) om de elektrisch verwarmingselement of warmtepomp te starten wanneer de PV-functie actief is. D22 regelt ook de minimale werkingstijd van de warmtepomp wanneer deze is opgestart door de PV-functie.0-99 15

37Code Naam instelpunt Beschrijving Bereik Fabrieksin-stellingD23UITDe SG-ready-functie kan hier door de installateur worden geactiveerd. Er kunnen drie modi worden geselecteerd. Deze functie maakt de start van de warmtepomp vanuit een externe toegang mogelijk. SG-ready is niet actief als er geen externe input is (SG1 UIT, SG2 UIT). UIT/SG Boost/SG Eco/SG BlockUITSG BOOSTDe warmtepomp en de elektrisch verwarmingselement moeten starten als de watertemperatuur onder de maximaal toegestane in de buffervat zakt. Zowel de warmtepomp en de elektrisch verwarmingselement worden gedwongen te werken (SG1 AAN en SG2 AAN).SG ECODe warmtepomp werkt met het minimaliseren van de kosten, enkel de warmtepomp wordt geactiveerd (SG1 UIT, SG2 AAN).SG BLOCK De unit kan worden gestopt zelfs als er geen behoefte is voor warm water (SG1 AAN, SG2 UIT).D24 Start/stopExterne besturing.

Als GC1 een signaal hoger dan 2V krijgt, wordt de werking van de unit gestopt. UIT/Start/stopUITD25 Service-timer De service-timer is geactiveerd (AAN) of gedeactiveerd (UIT). UIT/AAN UITD26 Service-timer tijdAls de filterfunctie AAN is, kan de tijd van de filter worden geselecteerd. Dit instelpunt bepaalt het aantal maanden nadat het filteralarm wordt weergegeven.0-36 12D27 Service-reset Wanneer de service voltooid is, activeer deze functie om de filtertimer te resetten. UIT/AAN UITD28 T HP max De maximale watertemperatuur die kan worden bereikt met de warmtepomp in °C. 55-70 65D29 Demo-modusOp het scherm lijkt alles in werking zoals in de conventionele modus, maar alle relais zijn uit en alle fouten worden onderdrukt.

38Code Naam instelpunt Beschrijving Bereik Fabrieksin-stellingD31 Voorverwarming (spiraal)De voorverwarming kan hier worden geactiveerd. In de werking Voorverwarming kan het water in de buffervat rechtstreeks worden verwarmd door de warmtebron via de spiraal zonder het gebruik van de warmtepomp.UIT/AAN -D32 Interim (spiraal + HP)De werking Interim kan hier worden geactiveerd. In de werking Interim kan het water in de buffervat tegelijk worden verwarmd door de warmtebron via de spiraal en door de werking van de warmtepomp. Deze functie maakt het minimaliseren van het stroomverbruik mogelijk. UIT/AAN -D33 Pomp/klepAfhankelijk van het model van de unit kan de werking met een pomp of modulerende klep worden geselecteerd. In units uitgerust met een pomp mag dit instelpunt niet worden ingesteld als "UIT" en vice versa.

397.5. Fotovoltaïsche functieDe warmtepomp voor warm water voor huishoudelijk gebruik (DHWHP) kan worden bestuurd door een signaal van een fotovoltaïsche (PV) omvormer of een energiemeter, ofwel als eenvoudige start/stop via een potentiaalvrij contact of door een variabel signaal. Afbeelding 20 geeft mogelijke installatieconfiguraties met of zonder energiemeter weer.Door de variabele signaaloptie te gebruiken stemt een bepaalde output (DC of mA) van de (PV) omvormer of de energiemeter overeen met een bepaalde hoeveelheid overtollig vermogen voor het gebruik in de DHWHP. Dit overtollig vermogen kan worden gebruikt door ofwel de elektrische dompelverwarmer, de warmtepomp (heat pump, HP) of beide. Afbeelding 20 - PV-installatie 1: controlesignaal van omvormer.

407.6. Veiligheidsfuncties7.6.1. Hogedruk pressostaat Om de verzekeren dat de compressor niet boven het bedrijfsbereik draait, is er een ingebouwde hogedruk pressostaat die de compressor uitschakelt wanneer de druk in het koudemiddel circuit te hoog wordt. De drukschakelaar schakelt de compressor uit als de druk hoger dan 25 bar wordt.Om de unit opnieuw op te starten moet de stroom worden uitgeschakeld en opnieuw ingeschakeld.7.6.2. Veiligheidsschakelaars In het geval van een fout in de elektrische dompelverwarmer schakelen de veiligheidsschakelaars de unit uit. Als de ingestelde waarde (80°C) wordt overschreden, wordt de elektrische dompelverwarmer losgekoppeld. De elektrische dompelverwarmer kan opnieuw worden geactiveerd wanneer de temperatuur onder 80°C ligt. Om dit te doen moet de stroom naar de unit worden uitgeschakeld en het voorpaneel worden gedemonteerd.

Daarna kan er op de resetknoppen in het midden van de schakelaars worden gedrukt. Dit mag enkel worden uitgevoerd door gekwalificeerd personeel. Bovendien schakelt een bijkomende thermische veiligheidsschakelaar de compressor uit wanneer het compressoroppervlak temperaturen van meer dan 160°C bereikt.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Nibe MT-MB21 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden