Nibe F1255PC Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Nibe F1255PC (63 pagina’s), behorend tot de categorie Pomp. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 38 mensen. Heb je een vraag over Nibe F1255PC of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Nibe |
| Categorie: | Pomp |
| Model: | F1255PC |
Handleiding Nibe F1255PC – volledige tekst
Een gedetailleerde uitleg van de toetsfuncties vindt u op .pagina 35Het bladeren door de menu' s en het verrichten van diverse instellingen wordt beschreven op .pagina 37De modus voor het instellen van de binnentemperatuur opent u door in de startmodus in het hoofdmenu tweekeer de OK-knop in te drukken.Om de hoeveelheid warm water tijdelijk te verhogen, draait u de selectieknop eerst naar menu 2 (waterdruppel)en drukt u vervolgens 2 keer op de OK-knop.
VeiligheidsinformatieIn deze handleiding worden de installatie- en onderhouds-procedures voor uitvoering door specialisten beschreven. De handleiding moet bij de klant worden achtergelaten. Dit apparaat kan worden gebruikt doorkinderen vanaf 8 jaar of door personen metbeperkingen van psychische, zintuigelijkeof lichamelijke aard, of door personen metgebrek aan kennis en ervaring, wanneerzij onder toezicht staan en instructieshebben ontvangen om het apparaat veiligte gebruiken en zij de bijkomende gevarenbegrijpen. Kinderen mogen niet met hetapparaat spelen. Het reinigen en onder-houd dat door de gebruiker mag wordenuitgevoerd, kan niet zonder toezicht doorkinderen worden uitgevoerd. Rechten om ontwerpwijzigingen door tevoeren zijn voorbehouden. ©NIBE 2020. Er kan water uit de overstortleiding van hetoverstortventiel druppelen.
De overstortlei-ding moet over de hele lengte naar een ge-schikte afvoer omlaag worden geleid. Voor-kom waterlussen in deze leiding. Bovendienmoet de leiding vorstvrij zijn aangelegd. Deoverstortleiding moet minmaal dezelfde dia-meter hebben als het overstortventiel. Deoverstortleiding moet zichtbaar zijn en deuitstroomopening moet open zijn. De openingmag niet te dicht bij elektrische onderdelenworden geplaatst. F1255PC moet worden geïnstalleerd via eenwerkschakelaar. De kabeldikte moet bere-kend zijn op de gebruikte zekeringcapaciteit. SymbolenVoorzichtig. Dit symbool duidt aan dat een persoon of demachine gevaar loopt. LET OP. Dit symbool duidt belangrijke informatie aanover zaken waar u rekening mee moet houdentijdens installeren of onderhouden van de instal-latie. TIPDit symbool duidt tips aan om het gebruik vanhet product te vergemakkelijken.
SerienummerHet serienummer vindt u rechtsonder op het voorpaneel,in het infomenu (menu 3.1) en op het typeplaatje (PZ1).LET OP!Voor onderhoud en ondersteuning hebt u het((14-cijferige) serienummer van het productnodig.TerugwinningLaat het afvoeren van de verpakking over aande installateur van het product of aan specialeafvalstations.Doe gebruikte producten niet bij het normalehuishoudelijke afval. Breng het naar een speciaalafvalstation of naar een dealer die dit type service aan-biedt.Het onjuist afvoeren van het product door de gebruikerleidt tot boetes volgens de actuele wetgeving.Informatie metbetrekking totmilieueffectenF-GASSENVERORDENING (EU) NR. 517/2014Deze eenheid bevat een geuoreerd broeikasgas, datonder het Verdrag van Kyoto valt.De apparatuur bevat R407C, een geuoreerd broeikas-gas met een GWP-waarde (aardopwarmingsvermogen)van 1 774.
Inspectie van de installatieVolgens de geldende voorschriften moet de verwarmingsinstallatie aan een inspectie worden onderworpenvoordat deze in gebruik wordt genomen.
De inspectie moet door een daartoe bevoegd persoon worden uitgevoerd.Vul bovendien de pagina voor de installatiegegevens in de Gebruikershandleiding in.DatumHandteke-ningOpmerkingenBeschrijving✔Bronvloeistof ( )pagina 16Systeem doorgespoeldSysteem ontluchtAntivriesExpansievatFilterbal (vuillter)OverstortventielAfsluitersInstelling circulatiepompAfgifte systeem ( )pagina 17Systeem doorgespoeldSysteem ontluchtExpansievatFilterbal (vuillter)OverstortventielAfsluitersInstelling circulatiepompElektriciteit ( )pagina 19AansluitingenNetspanningFasespanningZekeringen warmtepompZekeringen woningBuitenvoelerRuimtevoelerStroomsensorenWerkschakelaarAardlekschakelaarInstelling van noodstand thermostaatNIBE F1255PCHoofdstuk 1 | Belangrijke informatie6
TransportF1255PC dient verticaal en droog te worden vervoerden opgeslagen. De F1255PC mag tijdens verplaatsingin een gebouw 45 ° naar achteren leunen. Controleer of de F1255PC tijdens transport niet is be-schadigd. LET OP. Het zwaartepunt van het product kan zich naarachteren verplaatsen. Verwijder de buitenste panelen om deze tijdens hetverplaatsen in kleine ruimtes in gebouwen te bescher-men. R0R0VERWIJDEREN VAN DECOMPRESSORMODULEDe warmtepomp kan uiteen worden gehaald door decompressor module uit de kast te verwijderen. Dit ver-eenvoudigt het transport en onderhoud. Zie voor instructies over de demontage. pagina 55Montage• Plaats F1255PC binnenshuis op een stevige onder-grond die het gewicht van de warmtepomp kan dra-gen. Gebruik de verstelbare poten van het productvoor een horizontale en stabiele installatie.
• Aangezien er water uit de F1255PC komt, moet hetgebied waar de warmtepomp wordt geplaatst zijnvoorzien van een afvoer in de vloer. • De warmtepomp moet in een niet-geluidsgevoeligeruimte met de rugzijde tegen een buitenmuur wordengezet om storende geluiden tegen te gaan. Indien ditniet mogelijk is, moet de opstelling in nabijheid vanslaapkamers of andere geluidsgevoelige kamers wor-den vermeden. • Muren van geluidsgevoelige ruimten moeten metgeluidsisolatie worden uitgerust, waar u de eenheidook plaatst. • Laat leidingen zodanig lopen dat ze niet worden beves-tigd aan binnenmuren die aan een slaap- of woonka-mer grenzen. INSTALLATIEGEBIEDHoud een vrije ruimte van 800 mm vrij aan de voorzijdevan het product. Ca. 50 mm vrije ruimte aan iedere kantis nodig om de zijpanelen te verwijderen (zie afbeelding). De panelen hoeven niet te worden verwijderd bij service.
GeleverdecomponentenStroomsensor 13 xRuimtevoeler1 xBuitenvoeler1 xNiveaureservoir11 xO-ringen8 xOverstortventiel0,3 MPa (3 bar)11 xFilterbal1 x G11 x G3/4Compressieringkoppelingen2 x (ø28 x G25)2 x (ø22 x G20)1Niet Italië en de DACH-landen.LOCATIEDe set geleverde artikelen wordt boven op de warmte-pomp geplaatst.Verwijderen van debuitenmantelPANEEL AAN VOORZIJDE1. Verwijder de schroeven van de onderrand van hetpaneel aan de voorzijde.2. Verwijder het paneel door dit aan de onderrand opte tillen.ZIJPANELENLEKLEKLEKDe zijpanelen kunnen worden verwijderd om de installa-tie te vergemakkelijken.1. Verwijder de schroeven van de boven- en onderrand.2. Draai het zijpaneel iets naar buiten.3. Beweeg het luik naar buiten en naar achteren.4. Montage vindt in de omgekeerde volgorde plaats.NIBE F1255PCHoofdstuk 2 | Bezorging en verwerking8
Verwijdering vanonderdelen van deisolatie.Delen van de isolatie kunnen worden verwijderd om deinstallatie te vergemakkelijken.ISOLATIE, BOVENKANT1. Ontkoppel de kabel van de motor en verwijder demotor van de shuttleklep (zie afbeelding).LEKLEKABLEK2. Pak de handgreep vast en trek het geheel recht naarvoren (zie afbeelding).LEKISOLATIE, ELEKTRISCHE BIJVERWARMINGVoorzichtig!De elektrische installatie en onderhoud moetworden uitgevoerd onder toezicht van een er-kend elektrotechnisch installateur. De elektri-sche installatie en de bedrading moeten wor-den uitgevoerd conform de geldende voorschrif-ten.1. Verwijder de afdekking voor de elektrische schakel-kast volgens de beschrijving op .pagina 202. Pak de handgreep vast en trek de isolatie voorzichtignaar u toe, zoals op de afbeelding.9Hoofdstuk 2 | Bezorging en verwerkingNIBE F1255PC
AlgemeenDe leidingen moeten worden aangesloten volgens degeldende normen en voorschriften. De F1255PC kanwerken met een retourtemperatuur van maximaal 58°C en een aanvoertemperatuur vanuit de warmtepompvan 70 (65 °C met uitsluitend de compressor).De F1255PC is niet voorzien van externe afsluiters. Dezemoeten worden geïnstalleerd om toekomstig onderhoudte vereenvoudigen.LET OP!Zorg ervoor dat ingaand water schoon is. Bijgebruik van een eigen bron moet misschieneen extra waterlter worden toegevoegd.LET OP!Alle hoge punten in het afgiftesysteem moetenworden voorzien van ontluchtingskleppen.Voorzichtig!Voordat de warmtepomp wordt aangesloten,moeten de leidingsystemen worden doorge-spoeld om te voorkomen dat componentenbeschadigd of verstopt raken door verontreini-gingen.Voorzichtig!Er kan water uit de overstortleiding van hetoverstortventiel druppelen.
De overstortleidingmoet over de hele lengte naar een geschikteafvoer omlaag worden geleid. Voorkom water-lussen in deze leiding. Bovendien moet de lei-ding vorstvrij zijn aangelegd. De overstortleidingmoet minmaal dezelfde diameter hebben alshet overstortventiel. De overstortleiding moetzichtbaar zijn en de uitstroomopening moetopen zijn. De opening mag niet te dicht bijelektrische onderdelen worden geplaatst.Voorzichtig!Het klimaatsysteem moet worden ingesteldvoor zowel verwarmen als koelen.NIBE F1255PCHoofdstuk 4 | Aansluiting van de leidingen144 Aansluiting van de leidingen
SYMBOOLVERKLARINGSYSTEEMSCHEMADe F1255PC bestaat uit een warmtepomp, boiler, elek-trisch verwarmingselement, circulatiepompen en eenregelsysteem. De F1255PC is aangesloten op het bron-en verwarmingssysteem.In de verdamper van de warmtepomp geeft de bronvloei-stof (water vermengd met antivries, glycol of ethanol)haar energie af aan het koudemiddel dat wordt verdamptom in de compressor te worden gecomprimeerd. Hetkoudemiddel, waarvan de temperatuur intussen is toe-genomen, wordt naar de condensor geleid, waar hethaar energie aan het verwarmingssysteem en eventueelaan de boiler afgeeft. Indien er meer vraag is naar ver-warming/warmtapwater dan de compressor kan leveren,vangt een geïntegreerde elektrische bijverwarming ditop.De bron kan ook via een mengklep naar een warmtewis-selaar worden geleid.
Hier koelt de bron het water vanhet verwarmingssysteem, zodat in warmere periodengebruik kan worden gemaakt van passieve koeling.Aansluiting, toevoer verwarmingssyteemXL1Aansluiting, retour van verwarmingssysteemXL2Aansluiting, koud waterXL3Aansluiting, warmtapwaterXL4Aansluiting, bronvloeistof inXL6Aansluiting, bronvloeistof uitXL7Afmetingen enwaterzijdigeaansluitingenAFMETINGEN LEIDINGAansluiting28(mm)(XL6)/(XL7) Bronvloeistof in/out ext Ø22(mm)(XL1)/(XL2) Verwarmingsmedium aan-voer/retour ext Ø22(mm)(XL3)/(XL4) Koud water/warmtapwater Ø* Kan worden gebogen voor zijaansluiting.15Hoofdstuk 4 | Aansluiting van de leidingenNIBE F1255PC
BronsysteemCOLLECTORLET OP. De lengte van de collectorslang varieert en isafhankelijk van de eigenschappen van gesteen-te/bodem, de klimaatzone en het afgiftesys-teem (radiatoren of vloerverwarming) en dewarmtevraag van het gebouw. Voor iedere in-stallatie moet afzonderlijk het juiste formaatworden bepaald. Max. lengte per lus voor de collector mag niet meer zijndan 400 m. In het geval er meerdere collectoren benodigd zijn, die-nen deze parallel te worden aangesloten met de moge-lijkheid om de doorstroming van de betreffende collectorin te regelen. Bij horizontale collector moet de slang op een diepteworden aangebracht die wordt bepaald door de omstan-digheden ter plaatse en moet de afstand tussen deslangen minstens 1 meter zijn. Voor meerdere boorgaten moet de afstand tussen degaten worden bepaald aan de hand van de omstandig-heden ter plaatse.
Zorg ervoor dat de horizontale collectorslang voortdurendomhoog loopt naar de warmtepomp. Hierdoor wordenluchtbellen in het systeem voorkomen. Indien dit nietmogelijk is, dienen er ontluchtingsmogelijkheden teworden aangebracht. Omdat de temperatuur van het bronsysteem tot onder0 °C kan dalen, moet het tegen bevriezing worden be-veiligd tot -15 °C. Een goede richtwaarde voor het be-rekenen van het volume is 1 liter voorgemengde bron-vloeistof per meter collectorslang (bij gebruik van PEM-slang 40x2,4 PN 6,3). ZIJAANSLUITINGU kunt de exibele aansluitingen van de bronvloeistofbuigen voor een zijaansluiting in plaats van een boven-aansluiting. Een aansluiting buigen:1. Ontkoppel de leiding van de bovenaansluiting. 2. Buig de leiding in de gewenste richting. 3. Kort, indien nodig, de leiding af tot de gewenstelengte.
HET BRONSYSTEEM AANSLUITEN• Isoleer alle binnenleidingen voor de bronvloeistof te-gen condensatie. • Het niveaureservoir moet worden geïnstalleerd op hethoogste punt van het bronsysteem van de binnenko-mende leiding vóór de circulatiepomp van het bronsys-teem (optie 1).
Indien het niveaureservoir niet op het hoogste puntkan worden geplaatst, moet er een expansievat wor-den gebruikt (optie 2). Voorzichtig. Bij het niveaureservoir kan condensvormingoptreden. Plaats het reservoir daarom zodanigdat andere apparatuur niet kan worden bescha-digd. • Op het niveaureservoir moet het gebruikte type anti-vriesmiddel worden vermeld. • Installeer het bijgeleverde overstortventiel onder hetniveaureservoir, zoals afgebeeld. • Installeer een afsluiter voor uitgaande bronvloeistofzo dicht mogelijk bij de warmtepomp. • Monteer de meegeleverde afsluiter met ingebouwdlter op de binnenkomende bronvloeistof. TIPIndien vulaansluiting KB25/KB32 wordt ge-bruikt, hoeft de meegeleverde afsluiter metingebouwd lter niet gemonteerd te worden.
Bij een open grondwatersysteem moet er, met het oogop verontreiniging en bevriezingsgevaar in de verdamper,een tussenliggend en tegen bevriezing beveiligd circuitworden geïnstalleerd. Hiervoor is een extra warmtewis-selaar nodig. NIBE F1255PCHoofdstuk 4 | Aansluiting van de leidingen16.
AfgiftesysteemAANSLUITEN VAN HET AFGIFTESYSTEEMEen afgiftesysteem is een systeem dat het binnencom-fort regelt met behulp van het regelsysteem in deF1255PC en bijvoorbeeld radiatoren, vloerverwar-ming/koeling, ventilatorconvectoren enz. • Installeer alle noodzakelijke beveiligingen, afsluiters(zo dicht mogelijk bij de warmtepomp) en de meege-leverde lterbal. • Monteer het overstortventiel op de retour van de cv-installatie, zie de afbeelding. De aanbevolen openings-druk is 0,25 MPa (2,5 bar). Zie de technische speci-caties voor informatie over de max. openingsdruk. • Bij aansluiting op een systeem met thermostaatkranenop alle radiatoren (of vloerverwarmingselementen)moet er een bypass worden gemonteerd of er moeteen aantal thermostaatkranen worden verwijderd omvoldoende doorstroming te waarborgen.
Koud en warm waterKOUD EN WARM WATER AANSLUITEN• Monteer een afsluiter, terugslagklep en overstortven-tiel (inlaatcombinatie), zie de afbeeldingen. • De veiligheidsklep moet een openingsdruk hebbenvan maximaal 1,0 MPa (10,0 bar) en moet op de inko-mende leiding voor tapwater worden gemonteerd,zoals afgebeeld. • Er moet ook een mengklep worden geïnstalleerd alsde fabrieksinstelling voor het warmtapwater wordtgewijzigd. Houd rekening met lokale wet- en regelge-ving. • De instelling voor warmtapwater wordt verricht inmenu 5. 1. 1 ( ). pagina 42AansluitoptiesDe F1255PC kan op verschillende manieren wordenaangesloten, waarvan enkele hieronder worden weerge-geven. Zie voor meer informatie over opties en denibenl. nlrespectievelijke montage-instructies voor de gebruikteaccessoires. Zie voor een lijst met accessoirespagina 62die kunnen worden gebruikt met de F1255PC.
BUFFERVATAls het volume van het klimaatsysteem te klein is voorhet vermogen van de warmtepomp kan het radiatorsys-teem worden aangevuld met een buffervat, zoals deNIBE UKV.
EXTRA WARMTAPWATERKETELSBij installatie van een grote badkuip of een andere grotewarmtapwaterverbruiker moet het systeem wordenuitgebreid met een extra boiler. Ketel met elektrisch verwarmingselementIndien het mogelijk is een boiler met een elektrischverwarmingselement te gebruiken, sluit dit dan op dehieronder getoonde wijze aan. 17Hoofdstuk 4 | Aansluiting van de leidingenNIBE F1255PC.
GRONDWATERSYSTEEMEen tussenliggende warmtewisselaar wordt gebruiktom de wisselaar van de warmtepomp tegen vuil te be-schermen. Het water wordt vrijgelaten in een filter onderde grond of een geboorde bron. Zie voor meerpagina 28informatie over de aansluiting van het grondwaterpomp.Als deze aansluiting wordt gebruikt, moet "min. T bronuit" in menu 5.1.7 "bronpomp al.instelling" worden gewij-zigd naar een geschikte waarde om bevriezing van dewarmtewisselaar te voorkomen.WARMTETERUGWINNING VENTILATIEDe installatie kan worden aangevuld met de ventilatie-module NIBE FLM voor warmteterugwinning uit ventila-tielucht.• Om condensatie te voorkomen, moeten de kanalenen leidingen en andere koude oppervakken geïsoleerdworden met dampdicht isolatiemateriaal.• Het bronsysteem moet worden voorzien van een ex-pansievat.
Als er een niveaureservoir is, moet ditworden vervangen.PTWEE OF MEER AFGIFTESYSTEMENIn gebouwen met meerdere afgiftesystemen die ver-schillende aanvoertemperaturen verlangen, kan het ac-cessoire ECS 40/ECS 41 worden aangesloten. Eenshuntklep verlaagt dan de temperatuur naar het vloerver-warmingssysteem, bijvoorbeeld.ZWEMBADMet het POOL 40-accessoire kunt u het zwembad ver-warmen met uw warmtepomp.Tijdens zwembadverwarming circuleert het cv-watertussen de F1255PC en de warmtewisselaar van hetzwembad, met gebruikmaking van de interne circulatie-pompen van de warmtepomp.NIBE F1255PCHoofdstuk 4 | Aansluiting van de leidingen18
AlgemeenAlle elektrische apparatuur, met uitzondering van debuitensensoren, ruimtevoelers en de stroomsensoren,is af fabriek aangesloten. • Voorafgaand aan een isolatietest van de woning moetde warmtepomp worden losgekoppeld. • De F1255PC kan niet worden omgeschakeld van 1-fase naar 3-fase en omgekeerd. • Als het gebouw is uitgerust met een aardlekschake-laar, moet de F1255PC worden voorzien van een af-zonderlijke aardlekschakelaar. • Indien van een automatische zekering gebruik wordtgemaakt, moet deze minimaal motorkarakteristiek“C” hebben. Zie voor de grootte van depagina 66zekering. • Zie voor bedradingsschema's voor de warmtepomphet aparte installatiehandboek voor bedradingssche-ma's. • Communicatie- en sensorkabels naar externe aanslui-tingen moeten niet dichtbij hoogspanningskabelsworden gelegd.
• De minimale doorsnede van de communicatie- ensensorkabels naar externe aansluitingen dient 0,5 mm²met een max. lengte van 50 m te bedragen, bijvoor-beeld EKKX of LiYY of gelijkwaardig. • Gebruik voor het trekken van kabels in de F1255PCkabeldoorvoeren (bijv. UB1-UB3, zie tekening). Trekde kabels bij het gebruik van UB1-UB3 van achter naarvoren door de warmtepomp. Voorzichtig. De schakelaar (SF1) mag niet in stand " " of " "worden gezet voordat de boiler met water isgevuld. Componenten in het product kunnenbeschadigd raken. Voorzichtig. De elektrische installatie en het onderhoudmoeten worden uitgevoerd onder toezicht vaneen erkend elektrotechnisch installateur. Schakel, voordat u met het onderhoud aan-vangt, de stroom uit met de aardlekschakelaar. De elektrische installatie en de bedradingmoeten conform de geldende voorschriftenworden uitgevoerd. Voorzichtig.
AUTOMATISCHE ZEKERINGHet bedrijfscircuit van de warmtepomp en een aantalvan de interne componenten daarvan zijn intern gezekerddoor een automatische minizekering (FC1). TEMPERATUURBEGRENZERDe temperatuurbegrenzer (FQ10) onderbreekt de voe-ding naar de elektrische bijverwarming als de tempera-tuur hoger wordt dan 89 °C en wordt handmatig gereset. 19Hoofdstuk 5 | Elektrische aansluitingenNIBE F1255PC5 Elektrische aansluitingen.
ResettenDe temperatuurbegrenzer (FQ10) is toegankelijk achterhet voorpaneel. Reset de temperatuurbegrenzer doorde knop (FQ10-SF2) in te drukken met een kleineschroevendraaier.TOEGANKELIJKHEID, ELEKTRISCHEAANSLUITINGDe plastic afschermkap van de elektrische kasten kanmet een schroevendraaier worden geopend.Voorzichtig!De afdekking voor de ingangskaart kan zondereen hulpmiddel worden geopend.De afdekking, ingangsprintplaat verwijderen1. Duw de pal omlaag.2. Neem de afdekking los en verwijder deze.De afdekking, printplaat van de elektrischebijverwarming verwijderen1. Duw de pal met de schroevendraaier (A) voorzichtigomlaag (B).2. Neem de afdekking los en verwijder deze.De afdekking, basisplaat verwijderenLET OP!Indien u de afdekking van de basisplaat wiltverwijderen, moet u eerst de ingangsprintplaatverwijderen.1. Ontkoppel de schakelaars met behulp van eenschroevendraaier.2.
KABELSLOTGebruik een geschikt hulpmiddel om de kabels los temaken/ te vergrendelen in de klemmenstroken van dewarmtepomp.AansluitingenVoorzichtig!Om interferentie te voorkomen, mogen niet-afgeschermde communicatie- en/of sensorka-bels naar externe aansluitingen niet dichter dan20 cm bij een hoogspanningskabel wordengelegd.SPANNINGAANSLUITINGDe F1255PC moet worden geïnstalleerd met een afscha-kelmogelijkheid op de voedingskabel. De minimale ka-beldikte moet worden afgestemd op de gebruikte zeke-ringcapaciteit. De bijgeleverde kabel voor binnenkomen-de elektriciteit wordt op klemmenstrook X1 op de kaartvan het elektrische verwarmingselement (AA1) aange-sloten.
Alles moet volgens de geldende normen enrichtlijnen worden aangesloten.Voorzichtig!De F1255PC kan niet worden omgeschakeldvan 1-fase naar 3-fase en omgekeerd of van3x230V naar 3x400V en omgekeerd.De F1255PC kan niet worden omgeschakeldvan 1-fase naar 3-fase en omgekeerd.Aansluiting 1x230VAansluiting 3x400VIndien er een aparte voeding naar de compressor enelektrische bijverwarming is vereist, raadpleegt u para-graaf op ."Externe blokkering van functies" pagina 28TARIEFREGELINGAls de spanning naar het elektrische verwarmingsele-ment en/of de compressor gedurende een bepaaldeperiode verdwijnt, moet ook worden geblokkeerd via deAUX-ingang, zie de pagina "Aansluitopties - mogelijkekeuze AUX-ingangen". 2821Hoofdstuk 5 | Elektrische aansluitingenNIBE F1255PC
AANSLUITEN VAN EXTERNEBEDRIJFSSPANNING VOOR HETREGELSYSTEEMVoorzichtig. Geldt alleen voor netaansluiting van 3x400V. Voorzichtig. Merk alle elektrische schakelkasten metwaarschuwingsstickers voor externe spanning. Als u externe bedrijfsspanning voor het regelsysteemvoor de F1255PC wilt aansluiten op de printplaat van debijverwarming (AA1) moet de randconnector bij AA1:X2worden verplaatst naar AA1:X9 (zie illustratie). Bedrijfsspanning (1x230V ~ 50Hz) is aangesloten opAA1:X11 (zie illustratie). SENSOREN AANSLUITENSluit de sensor(en) aan opklem X6 op ingangs-kaart(AA3). Zie de onder-staande instructies. BuitenvoelerDe buitentemperatuursensor (BT1) moet op een bescha-duwde plaats aan de noord- of noordwestzijde wordengeplaatst, zodat de werking ervan niet kan worden ver-stoord door bijvoorbeeld de ochtendzon. Sluit de sensor aan op de klemmenstrook X6:1 en X6:2op de ingangskaart (AA3).
Indien er een mantelbuis wordt gebruikt, moet dezeworden afgesloten om condens in de behuizing van desensor te voorkomen. Temperatuursensor, verbinding externedoorstromingAls temperatuursensor, externe aanvoerleiding (BT25)moet worden gebruikt, moet deze op de klemmenstrookX6:5 en X6:6 op de ingangskaart (AA3) worden aange-sloten. RuimtevoelerF1255PC wordt geleverd met een ruimtesensor (BT50). De ruimtesensor heeft een aantal functies:1. Weergave van de huidige kamertemperatuur op hetdisplay van de F1255PC. 2. Optie om de gewenste kamertemperatuur in °C teveranderen. 3. De optie om de kamertemperatuur te netunen. Installeer de sensor in een neutrale positie waar de in-steltemperatuur is vereist. Een geschikte locatie is opeen vrije binnenwand in een hal op ca. 1,5 m boven degrond.
Het is belangrijk dat de sensor tijdens het metenvan de juiste kamertemperatuur niet wordt gehinderd,wat het geval is als de sensor in een nis, tussen planken,achter een gordijn, boven of nabij een warmtebron, ineen tochtstroom van een buitendeur of in direct zonlichtwordt geplaatst.
De warmtepomp werkt zonder de sensor, maar indiende gebruiker de binnentemperatuur van de woning wilaezen op de display van de F1255PC, moet de sensorworden geïnstalleerd. Sluit de ruimtesensor aan op deX6:3 en X6:4 op de ingangskaart (AA3). Indien de sensor wordt gebruikt om de kamertempera-tuur in °C te wijzigen en/of om de kamertemperatuur tenetunen, moet de sensor worden geactiveerd in menu1. 9. 4. Als de ruimtesensor wordt gebruikt in een kamer metvloerverwarming, dient deze uitsluitend een weergave-functie te hebben en geen controlerende functie van dekamertemperatuur. LET OP. Wijzigingen van temperatuur in de woning ne-men tijd in beslag. Korte perioden in combinatiemet vloerverwarming leveren bijvoorbeeld geenmerkbaar verschil op in de kamertemperatuur.
InstellingenELEKTRISCHE BIJVERWARMING -MAXIMAAL VERMOGENHet aantal stappen, het maximale elektrische vermogenen de voeding op de aansluiting voor het elektrischeverwarmingselement variëren per model. Zie de tabellen. De elektrische bijverwarming is mogelijk beperkt, afhan-kelijk van het gekozen land. Bij levering is het elektrisch verwarmingselement aan-gesloten voor maximaal 7 kW (om te zetten naar 9 kWbij 3x400V). Het vermogen van het elektrisch verwarmingselementis verdeeld in zeven stappen (vier stappen als het elek-trisch verwarmingselement voor 3x400V is omgezetnaar maximaal 9 kW), volgens de onderstaande tabel. Aantal aansluitstappenMax. F1255PC94,5 kW1x230V136,5 kW3x400VInstelling max. elektrisch vermogenHet maximale vermogen van de elektrische bijverwar-ming wordt ingesteld in menu 5. 1. 12.
In de tabel wordt de totale fasestroom voor het elektri-sche verwarmingselement bij opstarten weergegeven. Als een elektrisch verwarmingselement al is gestart enniet voor zijn volledige capaciteit wordt gebruikt, kunnende waarden in de tabel worden gewijzigd aangezien debediening vooral dit elektrische verwarmingselementgebruikt. 3x400V, F1255PCMax. fase-stroomL3(A)Max. fase-stroom L2(A)Max.
Indien er stroomsensoren zijn aangesloten, regelt dewarmtepomp de fasestromen en wijst deze automatischde elektrische stappen toe aan de minst geladen fase.NOODSTANDIndien de warmtepomp is ingesteld op de noodstand(SF1 is ingesteld op ), worden uitsluitend de meestbenodigde functies geactiveerd.• De compressor is uit en de verwarming wordt gere-geld door het elektrische verwarmingselement.• Er wordt geen warm water aangemaakt.• De laadmonitor is niet aangesloten.Voorzichtig!De schakelaar (SF1) mag niet in de stand "" of" " worden gezet voordat de F1255PC metwater is gevuld.
Noodstand thermostaatDe aanvoertemperatuur in de noodstand wordt ingesteldmet een thermostaat (FQ10). Deze kan worden ingesteldop 35 (voorinstelling, bijvoorbeeld vloerverwarming) of45 °C (bijvoorbeeld radiatoren). OptioneleaansluitingenLAADMONITORGeïntegreerde vermogensregelingF1255PC is voorzien van een eenvoudige vorm van eengeïntegreerde vermogensregeling, die de vermogentrap-pen voor de elektrische bijverwarming beperkt door teberekenen of toekomstige vermogentrappen kunnenworden aangesloten op de relevante fase zonder dat degespeciceerde hoofdzekering wordt overschreden. In-dien de stroom de gespecificeerde hoofdzekering mochtoverschrijden, is de vermogenstrap niet toegestaan. Degrootte van de hoofdzekering van het gebouw is gespe-ciceerd in menu 5. 1. 12.
Vermogensregeling met stroomsensorAls er in het gebouw veel stroomverbruikende productenzijn aangesloten terwijl de elektrische bijverwarming inbedrijf is, bestaat het risico dat de hoofdzekeringen vanhet gebouw doorslaan. F1255PC is voorzien van eenvermogensregeling die met behulp van een stroomsen-sor de elektrische stappen voor de elektrische bijverwar-ming monitort door de stroom tussen de verschillendefasen te verdelen of door de elektrische bijverwarminguit te schakelen bij een overbelasting in een fase. Alsde overbelasting ondanks het uitschakelen van de elek-trische bijverwarming blijft bestaan, toert de compressorterug. Er wordt weer ingeschakeld als het overigestroomverbruik afneemt. LET OP. Activeer voor een volledige functie fasedetectiein menu 5. 1. 12, indien er stroomsensoren zijngeïnstalleerd.
Aansluiten van stroomsensorenOm de stroom te meten, moet een stroomsensor wor-den gemonteerd op iedere ingaande faseleiding in deverdeelkast. De verdeelkast is een prima plek voor deinstallatie. Sluit de stroomsensoren aan op een meeraderige kabelin een behuizing direct naast de elektrische verdeelkast.
De meeraderige kabel tussen de behuizing en deF1255PC moet een kabeldikte van minimaal 0,5 mm²hebben. Sluit de kabel aan op de ingangskaart (AA3) op klemmen-strook X4:1-4, waarbij X4:1 de gezamenlijke klemmen-strook is voor de drie stroomsensoren. EXTERNE ENERGIEMETER AANSLUITENVoorzichtig. Het aansluiten van een externe energiemetervereist versie 35 of later van de ingangskaart(AA3) alsook "displayversie" 7312 of later. Er zijn een of twee energiemeters (BE6, BE7) aangeslo-ten op klemmenstrook X22 en/of X23 op ingangskaart(AA3). 25Hoofdstuk 5 | Elektrische aansluitingenNIBE F1255PC.
Dit houdt in dat bij hetaansluiten van een externe schakelaar (de schakelaarmoet potentiaalvrij zijn) of sensor op één van de zesspeciale aansluitingen, deze functie moet worden gese-lecteerd voor de correcte aansluiting in menu 5.4.Voor sommige functies zijn wellicht accessoires nodig.Selecteerbare ingangenSelecteerbare ingangen op de ingangskaart voor dezefuncties zijn:AA3-X6:9-10AUX1AA3-X6:11-12AUX2AA3-X6:13-14AUX3AA3-X6:15-16AUX4AA3-X6:17-18AUX5In het bovenstaande voorbeeld worden de ingangen AUX1 (X6:9-10)en AUX2 (X6:11-12) gebruikt op de ingangskaart (AA3).Selecteerbare uitgangEen selecteerbare uitgang is AA3-X7.TIPEen aantal van de volgende functies kan ookworden geactiveerd en gepland via het menumet instellingen.MOGELIJKE SELECTIE AUX-INGANGENTemperatuurvoelerEr kan een temperatuursensor worden aangesloten opF1255PC.Dit zijn de mogelijkheden:NIBE F1255PCHoofdstuk 5 | Elektrische aansluitingen26
• externe aanvoerleiding (BT25) (regeling van tempera-tuur naar het verwarmingssysteem)• koeling/verwarming (BT74), bepaalt wanneer het tijdis om te schakelen tussen koelen en verwarmen. MonitorDit zijn de mogelijkheden:• alarm van externe eenheden. Het alarm is aangeslotenop de regeling, wat betekent dat de storing wordtgepresenteerd als een informatieve mededeling ophet display. Potentiaalvrij signaal van het type NO ofNC. • niveau (accessoire NV10)/, druk-/stromingssensor voorde bronvloeistof (NC). • drukschakelaar voor afgiftesysteem (NC). Externe activering van functiesEr kan een externe schakelaarfunctie op de F1255PCworden aangesloten voor het activeren van diversefuncties. De functie is geactiveerd gedurende de tijd datde schakelaar is gesloten.
Mogelijke functies die geactiveerd kunnen worden:• geforceerd regelen van de circulatiepomp van de brine• comfortstand warmtapwater “tijdelijk in luxe”• comfortstand warmtapwater “zuinig”• “externe instelling”Als de schakelaar is gesloten, verandert de tempera-tuur in °C (als de ruimtesensor is aangesloten en ge-activeerd). Als er geen ruimtesensor is aangeslotenof geactiveerd, wordt de gewenste verschuiving van"temperatuur" (verschuiving stooklijn) ingesteld via hetaantal gekozen stappen. De waarde kan worden inge-steld tussen -10 en +10. Externe afstelling van klimaat-systemen 2 tot 8 vereist accessoires. –klimaatsysteem 1 - 8De waarde voor de wijziging wordt ingesteld inmenu 1. 9. 2, "externe instelling". • activering van een van de vier ventilatorsnelheden.
• +AdjustMet behulp van +Adjust communiceert de installatiemet de centrale regelaar van de vloerverwarming *en stelt de verwarmingscurve en de berekende aan-voertemperatuur af volgens het opnieuw inschakelenvan het vloerverwarmingssysteem. Activeer het klimaatsysteem dat +Adjust moet beïn-vloeden door de functie aan te vinken en op de OK-toets te drukken. *Ondersteuning voor +Adjust vereistLET OP. Voor dit accessoire is wellicht een software-update vereist in uw F1255PC. De versie kanworden gecontroleerd in het menu “Service-info” 3. 1. Ga naar en klik opnibeuplink. comde tab "Software" om de nieuwste softwarete downloaden naar uw installatie. LET OP. In systemen met zowel vloerverwarming alsradiatoren moet voor een optimale werkingNIBE ECS 40/41 worden gebruikt. • SG readyLET OP. Deze functie kan alleen worden gebruikt inelektriciteitsnetten die de "SG Ready"-stan-daard ondersteunen.
Voor "SG Ready" zijn twee AUX-ingangenvereist. "SG Ready" is een slimme vorm van tariefregelingwaarbij uw energieleverancier de binnen-, warmwater-en/of zwembadtemperaturen (indien van toepassing)kan beïnvloeden of simpelweg de bijverwarming en/ofcompressor in de warmtepomp op bepaalde uren vande dag kan blokkeren (kan worden geselecteerd inmenu 4. 1. 5 nadat de functie is geactiveerd). Activeerde functie door potentiaalvrije schakelingen aan tesluiten op twee ingangen die u selecteert in menu 5. 4(SG Ready A en SG Ready B). Gesloten of open schakelaar houdt één van de volgen-de zaken in:–Blokkering (A: Gesloten, B: Open)"SG Ready" is actief. De compressor in de warmte-pomp en bijverwarming zijn geblokkeerd volgens detariefblokkering van die dag. –Normale stand (A: Open, B: Open)"SG Ready" is niet actief. Geen effect op het sys-teem. 27Hoofdstuk 5 | Elektrische aansluitingenNIBE F1255PC.
–Stand lage prijs (A: Open, B: Gesloten)"SG Ready" is actief. Het systeem richt zich op kos-tenbesparingen en kan bijvoorbeeld gebruik makenvan een laag tarief bij de energieleverancier ofovercapaciteit van een eigen energiebron (effect ophet systeem kan worden afgesteld in menu 4. 1. 5). –Stand overcapaciteit (A: Gesloten, B: Gesloten)"SG Ready" is actief. Het systeem mag op volle ca-paciteit draaien bij overcapaciteit (zeer lage prijs) bijde energieleverancier (effect op het systeem is in-stelbaar in menu 4. 1. 5). (A = SG Ready A en B = SG Ready B )Externe blokkering van functiesEr kan een externe schakelaarfunctie op de F1255PCworden aangesloten voor het blokkeren van diversefuncties. De schakelaar moet potentiaalvrij zijn en eengesloten schakelaar resulteert in blokkeren. Voorzichtig. Blokkeren houdt het gevaar in van bevriezen.
Als een van bovenstaande systemen is aangesloten opklemmenstrook X7, moet het worden geselecteerd inmenu 5. 4, zie. pagina 51Het hoofdalarm is af fabriek als basisinstelling geselec-teerd. Voorzichtig.
Er is een accessoirekaart vereist als meerderefuncties op klemmenstrook X7 zijn aangeslo-ten, terwijl het zoemeralarm is geactiveerd (ziepagina 62). De afbeelding toont de relais in de alarmstand. Met schakelaar (SF1) in stand " " of “ ” staat de relaisin de alarmstand. De externe circulatiepomp, externe (open) bronpompof warmwatercirculatiepomp wordt aangesloten op hetzoemeralarmrelais als hieronder getoond. Voorzichtig. Merk alle elektrische schakelkasten metwaarschuwingsstickers voor externe spanning. LET OP. De relaisuitgangen kunnen met max. 2 A(230V ~) worden belast. Accessoires aansluitenInstructies voor het aansluiten van accessoires vindt uin de bijgeleverde installatie-instructies voor het betref-fende accessoire. Zie voor de lijst met acces-nibenl. nlsoires die kunnen worden gebruikt met de F1255PC. NIBE F1255PCHoofdstuk 5 | Elektrische aansluitingen28.
ACCESSOIRES MET PRINTPLAAT AA5Accessoires met printplaat AA5 worden aangesloten opklemmenstrook AA3-X4: 13-15 van de warmtepomp.Gebruik kabeltype LiYY, EKKX of soortgelijk.Als er meerdere accessoires moeten worden aangeslo-ten, sluit u de eerste accessoirekaart rechtstreeks aanop de klemmenstrook van de warmtepomp. Andereaccessoirekaarten sluit u in serie aan op de eerste.Omdat er verschillende aansluitingen kunnen zijn vooraccessoires met printplaten AA5, moet u altijd de instruc-ties lezen in de handleiding voor het accessoire dat ugaat installeren.ACCESSOIRES MET PRINTPLAAT AA9Accessoires met printplaat AA9 worden aangesloten opde klemmenstrook van de warmtepomp X4:9-12 op deingangskaart AA3.
Gebruik kabeltype LiYY, EKKX ofsoortgelijk.Omdat er verschillende aansluitingen kunnen zijn vooraccessoires met printplaten AA9, moet u altijd de instruc-ties lezen in de handleiding voor het accessoire dat ugaat installeren.29Hoofdstuk 5 | Elektrische aansluitingenNIBE F1255PC
Voorbereidingen1. Controleer of de schakelaar (SF1) in de stand " "staat. 2. Controleer of er water in de boiler en het afgiftesys-teem zit. LET OP. Controleer de automatische zekering en demotorbeveiligingen. Het kan zijn dat deze tij-dens het transport zijn uitgeschakeld. Voorzichtig. Start de F1255PC niet als het gevaar bestaatdat het water in het systeem is bevroren. Vullen en ontluchtenLET OP. Als er onvoldoende wordt ontlucht, kan datschadelijk zijn voor interne onderdelen in deF1255PC. VULLEN EN ONTLUCHTEN VAN HETKLIMAATSYSTEEMVullen1. Open de vulklep (extern, niet inbegrepen bij hetproduct). Vul de spiraal in de boiler en de rest vanhet klimaatsysteem met water. 2. Open de ontluchter (QM22). 3. Wanneer het water dat de ontluchter (QM22) verlaatniet met lucht is vermengd, sluit u de klep. Na eentijdje begint de druk te stijgen. 4.
Wanneer de juiste druk is verkregen, sluit u devulklep. Ontluchten1. Ontlucht de warmtepomp via een ontluchtingsklep(QM22) en de rest van het afgiftesysteem via debetreffende ontluchtingskleppen. 2. Blijf vullen en ontluchten totdat alle lucht is verwij-derd en de druk klopt. Voorzichtig. Het water dat in de leiding van de spiraal in detank zit, moet worden afgetapt voordat er luchtkan worden vrijgelaten. Dit betekent dat hetsysteem misschien niet echt wordt ontlucht,ondanks de waterstroom, wanneer de ontluch-tingsklep (QM22) wordt geopend. DE BOILER VULLEN1. Open een warmtapwaterkraan in de woning. 2. Vul de boiler via de koudwateraansluiting (XL3). 3. Wanneer er met het water uit de warmtapwater-kraan geen lucht meer meekomt, is de boiler vol enkan de kraan worden gesloten.
VULLEN EN ONTLUCHTEN VAN HETBRONSYSTEEMBij het vullen van het bronsysteem wordt het water ge-mengd met antivries in een open reservoir. Het mengselmoet bestand zijn tegen bevriezing bij temperaturen totongeveer -15°C. De bronvloeistof wordt aangevuld dooreen vulpomp aan te sluiten. 1. Controleer of het bronsysteem niet lekt. 2.
Sluit de vulpomp en de retourleiding aan op devulaansluiting van het bronsysteem (accessoire). 3. Als gebruik wordt gemaakt van alternatief 1 (niveau-reservoir), sluit u de klep onder het niveaureservoir. 4. Sluit de wisselklep in de vulaansluiting. 5. Open de kleppen op de vulconnector. 6. Start de vulpomp. 7. Vul totdat er vloeistof in de retourleiding stroomt. 8. Sluit de kleppen op de vulconnector. 9. Open de wisselklep in de vulaansluiting. 10. Als gebruik wordt gemaakt van alternatief 1 (niveau-reservoir), opent u de klep onder het niveaureservoir(CM2). NIBE F1255PCHoofdstuk 6 | Inbedrijfstelling en afstelling306 Inbedrijfstelling en afstelling.
Inbedrijfstelling eninspectieSTARTGIDSVoorzichtig. Er moet water in het afgiftesysteem zittenvoordat de schakelaar wordt ingesteld op " ". 1. Zet installatieautomaat (SF1) op de F1255PC opstand "". 2. Volg de instructies in de startgids van het display. Als de startgids niet start als u de F1255PC, opstart,start u deze handmatig in menu 5. 7. TIPZie voor een nadere introductie vanpagina 35het regelsysteem van de warmtepomp (bedie-ning, menu's enz. ). Als het gebouw koud is wanneer de F1255PC start, ishet mogelijk dat de compressor niet kan voldoen aande volledige vraag zonder daarvoor bijverwarming tegebruiken. InbedrijfstellingDe eerste keer dat de installatie wordt gestart, wordtde startgids gestart. In de instructies van de startgidsstaat wat er moet gebeuren tijdens de eerste start enwordt er een overzicht gegeven van de basisinstellingenvan de installatie.
De startgids zorgt ervoor dat het opstarten juist wordtuitgevoerd en kan om die reden niet worden overgesla-gen. LET OP. Zolang als de startgids actief is, wordt geenenkele functie van de installatie automatischgestart. De startgids verschijnt bij elke herstart van deinstallatie totdat dit op de laatste pagina wordtuitgevinkt. Bediening in de startgidsA. PaginaHier ziet u hoe ver u bent gevorderd in de startgids. U bladert als volgt door de pagina's van de startgids:1. Draai de selectieknop totdat de pijltjes in de linker-bovenhoek (bij het paginanummer) zijn gemarkeerd. 2. Druk op de OK-knop om naar de volgende pagina inde startgids te gaan. B. Naam en menunummerHier kunt u zien op welk menu in het regelsysteem dezepagina van de startgids gebaseerd is. De cijfers tussenhaakjes verwijzen naar het menunummer in het regel-systeem.
ACHTERAF AFSTELLEN EN ONTLUCHTENPompafstelling, automatische regelingBronsysteemVoor het instellen van het juiste debiet in het bronsys-teem moet de bronpomp op de juiste snelheid draaien. F1255PC heeft een bronpomp die automatisch wordtgeregeld in de standaardstand. Bepaalde functies enaccessoires moeten wellicht handmatig draaien en indat geval moet de juiste snelheid worden ingesteld. 31Hoofdstuk 6 | Inbedrijfstelling en afstellingNIBE F1255PC.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Nibe F1255PC stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Pomp Nibe
Handleiding Pomp
Nieuwste handleidingen voor Pomp