Nibe AMS 10-12 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Nibe AMS 10-12 (64 pagina’s), behorend tot de categorie Warmtepomp. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 14 mensen en kreeg gemiddeld 4.6 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Nibe AMS 10-12 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Nibe |
| Categorie: | Warmtepomp |
| Model: | AMS 10-12 |
Handleiding Nibe AMS 10-12 – volledige tekst
SysteemoplossingAMS 10 is bedoeld voor installatie met HBS 05 en bin-nenmodule (VVM) of regelmodule (SMO) voor eencomplete systeemoplossing. VeiligheidsinformatieIn deze handleiding worden de installatie- en onderhouds-procedures voor uitvoering door specialisten beschreven. De handleiding moet bij de klant worden achtergelaten. Dit apparaat kan worden gebruikt doorkinderen vanaf 8 jaar en personen met eenverminderde lichamelijke, zintuiglijke ofgeestelijke gesteldheid of gebrek aan erva-ring en kennis wanneer zij begeleid wor-den of instructies hebben ontvangen omhet apparaat veilig te gebruiken en zij degevaren begrijpen. Het product is bedoeldvoor gebruik door experts of getraindegebruikers in winkels, hotels, verlichtings-industrie, landbouw enz. Kinderen moeten worden geïnstrueerd/be-geleid worden om te voorkomen dat zijmet het apparaat spelen.
Voorkom dat kinderen het apparaat zondertoezicht schoonmaken of onderhouden. Dit is een vertaling van de originele hand-leiding. De handleiding mag niet wordenvertaald zonder goedkeuring van NIBE. Rechten om ontwerpwijzigingen door tevoeren zijn voorbehouden. ©NIBE 2018. SymbolenVoorzichtig. Dit symbool duidt aan dat een persoon of demachine gevaar loopt. LET OP. Dit symbool duidt belangrijke informatie aanover zaken waar u rekening mee moet houdentijdens installeren of onderhouden van de instal-latie. TIPDit symbool duidt tips aan om het gebruik vanhet product te vergemakkelijken. KeurmerkHet CE-keurmerk is verplicht voor de meeste produc-ten die in de EU worden verkocht, ongeacht het landwaar ze zijn gemaakt. CEClassicatie van behuizing van elektrotechnische ap-paratuur. IP21Gevaar voor personen of de machine. Lees de gebruikershandleiding.
Let op de meetwaarden voordat u aan het koelsysteem gaatwerken, met name bij onderhoud in kleine ruimtes, zodat degrens voor de concentratie van het koudemiddel niet wordtoverschreden. Raadpleeg een expert voor de interpretatie van de meetwaarden. Alsde concentratie van het koudemiddel boven de grens ligt, kan bij lek-kage zuurstoftekort optreden, wat tot ernstig letsel kan leiden. NIBE AMS 10Hoofdstuk 1 | Belangrijke informatie41 Belangrijke informatie.
Gebruik voor de installatie originele accessoires en de aangegevenonderdelen. Indien gebruik wordt gemaakt van niet-aangegeven onderdelen, kun-nen waterlekkage, elektrische schokken, brand en persoonlijk letseloptreden doordat de eenheid mogelijk niet correct werkt. Zorg ervoor dat uw werkgebied goed ventileert. Er kan tijdensde onderhoudswerkzaamheden koudemiddel weglekken. Als het koudelmiddel in aanraking komt met open vuur, ontstaat eengiftig gas. Installeer de eenheid op een locatie met een goede ondersteuning. Bij ongeschikte installatielocaties kan de eenheid vallen en leiden totschade en letsel. Installatie zonder voldoende ondersteuning kan ookleiden tot trillingen en lawaai. Zorg ervoor dat de eenheid bij installatie stabiel is, zodat dezebestand is tegen aardbevingen en krachtige winden. Bij ongeschikte installatielocaties kan de eenheid vallen en leiden totschade en letsel.
De elektrische installatie moet worden uitgevoerd door een ge-kwaliceerde elektrotechnicus en het systeem moet wordenaangesloten als een afzonderlijk circuit. Voeding met onvoldoende capaciteit en een onjuiste werking kunnenleiden tot elektrische schokken en brand. Gebruik voor de elektrische installatie de aangegeven kabels, zetde kabels goed vast in de klemmenstroken en ontlast de bedra-ding op de juiste manier om overbelasting van de klemmenstro-ken te voorkomen. Losse verbindingen of kabelaansluitingen kunnen leiden tot abnormalewarmteproductie of brand. Controleer, als u klaar bent met de installatie- of onderhoudswerk-zaamheden, of er geen koudemiddel uit het systeem lekt in devorm van gas. Als er koudemiddelgas in het huis lekt en in aanraking komt met eenaerotemp, een oven of een ander heet oppervlak, worden er giftigegassen geproduceerd.
Schakel de compressor uit voordat u het koudemiddelcircuitopent/doorbreekt. Als het koudemiddelcircuit wordt doorbroken/geopend terwijl decompressor draait, kan er lucht in het procescircuit stromen.
Dit kantot ongebruikelijk hoge druk in het procescircuit leiden, die barstenen persoonlijk letsel kan veroorzaken. Schakel bij service of inspectie de voeding uit. Als de voeding niet wordt uitgeschakeld, bestaat gevaar voor elektri-sche schokken en schade door de draaiende ventilator. Laat de eenheid niet draaien als er panelen of beschermingsmid-delen verwijderd zijn. Het aanraken van draaiende apparatuur, hete oppervlakken of onder-delen onder hoge spanning kan leiden tot letsel door beknelling,brandwonden of elektrische schokken. Schakel de stroom uit voordat u aan elektrische werkzaamhedenbegint. Als u de stroom niet uitschakelt, kan dit leiden tot elektrische schok-ken, schade en een onjuiste werking van de apparatuur. ZORGVULDIGHEIDWees zorgvuldig bij het uitvoeren van de elektrotechnischewerkzaamheden.
Sluit de massakabel niet aan op de gasleiding, waterleiding, verlich-tingsleiding of de massakabel van de telefoonleiding. Een onjuistemassaverbinding kan leiden tot fouten in eenheden, zoals elektrischeschokken vanwege kortsluiting. Gebruik een hoofdschakelaar met voldoende uitschakelvermogen. Als de schakelaar onvoldoende uitschakelvermogen heeft, kunnenstoringen en brand optreden. Gebruik altijd een zekering met de juiste capaciteit op de plekkenwaar zekeringen moeten worden gebruikt. Het aansluiten van de eenheid met draad van koper of ander metaalkan leiden tot storing in de eenheid en brand. Breng de kabels zo aan dat ze niet beschadigd raken door metalenkanten of beklemd zitten tussen panelen. Onjuist installeren kan elektrische schokken, warmteontwikkeling enbrand veroorzaken. Installeer de eenheid niet in de buurt van locaties waar lekkagevan brandbare gassen mogelijk is.
Installeer de eenheid niet op plaatsen waar corrosief gas (bijvoor-beeld nitreuze dampen) of brandbare gassen of stoom (bijvoor-beeld verdunner en petroleumgassen) zich kunnen vormen ofophopen of waar met vluchtige brandbare stoffen wordt gewerkt. Corrosief gas kan leiden tot corrosie aan de warmtewisselaar, breukenin kunststof onderdelen enz. en brandbare gassen of stoom kunnenbrand veroorzaken. Gebruik de eenheid niet op plaatsen waar water kan spatten,bijvoorbeeld in wasserijen. Het binnendeel is niet waterdicht en er kan daarom sprake zijn vanelektrische schokken en brand. Gebruik de eenheid niet voor de speciale doeleinden, zoals opslagvan voedsel, het koelen van precisie-instrumenten, conserveringdoor bevriezing van dieren, planten of kunst. De artikelen kunnen hierdoor beschadigd raken.
Installeer en gebruik het systeem niet in de buurt van apparatuurdie elektromagnetische velden of hoogfrequente tonen genereert. Apparatuur zoals inverters, stand-bysets, hoogfrequente medischeapparatuur en telecomapparatuur kan van invloed zijn op de eenheiden leiden tot storingen en uitval. De eenheid kan ook van invloed zijnop medische apparatuur en telecomapparatuur, zodat deze niet goedof helemaal niet werkt. Installeer de buiteneenheid niet op de hieronder aangegeven lo-caties. - Locaties waar lekkage van brandbare gassen kan optreden. - Locaties waar koolstofvezel, metaalpoeder of ander poeder in delucht kan komen. - Locaties waar stoffen kunnen voorkomen die van invloed kunnenzijn op de eenheid, zoals zwavelgas, chloor, zure of alkalische stoffen. - Locaties die direct zijn blootgesteld aan olienevel of stoom. - Voertuigen en schepen.
- Locaties waar machines worden gebruikt die hoogfrequente tonengenereren. - Locaties waar vaak cosmetische of speciale sprays worden gebruikt. - Locaties met een mogelijk zoute atmosfeer. In dit geval moet debuiteneenheid worden beschermd tegen direct binnenkomende zoutelucht. - Locaties waar grote hoeveelheden sneeuw voorkomen.
- Locaties waar het systeem wordt blootgesteld aan schoorsteenrook. Als het onderframe van het buitendeel verroest is of op anderewijze beschadigd is door langdurig bedrijf, mag dit niet wordengebruikt. Het gebruik van een oud of beschadigd frame kan de eenheid doenvallen en tot persoonlijk letsel leiden. Zorg er bij solderen in de buurt van de eenheid voor dat het sol-deerresidu de lekbak niet beschadigt. Als er tijdens solderen soldeerresidu in de eenheid komt, kunnen erkleine gaten in de bak komen die tot waterlekkage leiden. Laat, omschade te voorkomen, het binnengedeelte in zijn verpakking zitten ofdek het af. Laat de afvoerpijp niet uitlopen in kanalen waar giftige gassen,bijvoorbeeld met sulden, kunnen voorkomen.
Als de pijp uitloopt in een dergelijk kanaal, zullen eventuele giftigegassen in de ruimte stromen en daar ernstige gevolgen hebben voorde veiligheid en gezondheid van de gebruiker. Isoleer de aansluitleidingen van de eenheid, zodat het vocht uitde omgevingslucht er niet op neerslaat. Onvoldoende isolatie kan leiden tot condensatie, die weer kan leidentot vochtschade aan dak, vloer, meubels en waardevolle persoonlijkespullen. Installeer het buitendeel niet op een locatie waar insecten enkleine dieren kunnen verblijven. Insecten en kleine dieren kunnen de elektronische onderdelen binnen-dringen en daar schade en brand veroorzaken. Geef de gebruiker deinstructie om de omringende apparatuur schoon te houden. Wees voorzichtig als u de eenheid met de hand draagt. Als de eenheid meer weegt dan 20 kg, moet deze worden gedragendoor twee personen.
SerienummerU vindt de servicecode en het serienummer (PF3) opde rechterkant van de AMS 10.LET OP!U hebt de servicecode en het serienummervan het product nodig voor onderhoud en on-dersteuning.TerugwinningLaat het afvoeren van de verpakking over aande installateur van het product of aan specialeafvalstations.Doe gebruikte producten niet bij het normalehuishoudelijke afval. Breng het naar een speciaalafvalstation of naar een dealer die dit type service aan-biedt.Het onjuist afvoeren van het product door de gebruikerleidt tot boetes volgens de actuele wetgeving.Informatie metbetrekking totmilieueffectenDeze eenheid bevat een geuoreerd broeikasgas, datonder het Verdrag van Kyoto valt.De apparatuur bevat R410A, een geuoreerd broeikas-gas met een GWP-waarde (aardopwarmingsvermogen)van 2088. Laat dit niet ontsnappen R410A naar de at-mosfeer.7Hoofdstuk 1 | Belangrijke informatieNIBE AMS 10
Transport en opslagDe AMS 10 moet verticaal worden getransporteerd enopgeslagen.Voorzichtig!Zorg ervoor dat de warmtepomp niet kan kan-telen tijdens transport.Montage• Plaats de AMS 10 buiten op een stevige, vlakke onder-grond die bestand is tegen het gewicht, bij voorkeureen betonnen ondergrond. Als er betonnen platenworden gebruikt, moeten deze gelegd zijn op asfaltof grind.• De betonnen ondergrond of platen moeten zo wordengeplaatst dat de onderste rand van de verdamper opgelijk niveau komt met de gemiddelde sneeuwdiepteter plekke, met een minimale hoogte van ten minste300 mm. Zie onze steunen en beugels op pagina .39• AMS 10 mag niet worden geplaatst in de buurt vangehorige muren, bijv. naast een slaapkamer.• Zorg er ook voor dat de plaatsing geen overlast ople-vert voor de buren.• AMS 10 mag niet dusdanig worden geplaatst dat re-circulatie van buitenlucht op kan treden.
Dit zorgt vooreen lager vermogen en mindere efciëntie.• De verdamper moet worden afgeschermd tegenrechtstreekse wind, aangezien dit een negatieve in-vloed op de ontdooifunctie heeft. Plaats de AMS 10tegen de verdamper op een plaats die is afgeschermdtegen de wind.• Er kunnen grote hoeveelheden condenswater ensmeltwater door ontdooiing worden geproduceerd.Condenswater moet via een afvoer of iets vergelijk-baars worden weggevoerd (zie ).pagina11• Wees bij de installatie voorzichtig, zodat u geen kras-sen veroorzaakt op de warmtepomp.Plaats de AMS 10 niet direct op het gazon of een andereniet-stevige ondergrond.Als er een kans is dat de sneeuw op het dak kan gaanschuiven, moet er een beschermend dak of een afdek-king worden geplaatst om de warmtepomp, inclusiefleidingen en bedrading te beschermen.NIBE AMS 10Hoofdstuk 2 | Bezorging en verwerking102 Bezorging en verwerking
VAN DE STRAAT HEFFEN OM OP DELOCATIE OP TE STELLEN. Als de ondergrond dit toestaat, is het het eenvoudigsteom een pallettruck te gebruiken om de AMS 10 te ver-plaatsen naar de denitieve locatie. Voorzichtig. Door de zwaartekracht helt het product overnaar één kant (zie print op de verpakking). Als de AMS 10 over een zachte ondergrond moet wor-den vervoerd, zoals een gazon, dan wordt het gebruikvan een kraan aangeraden die het product direct tot opde denitieve locatie kan tillen. Als de AMS 10 door eenkraan is opgeheven, moet de verpakking onbeschadigdzijn en de belasting worden verdeeld met een zwaaiarm,zie de bovenstaande afbeelding. Als er geen kraan kan worden gebruikt, kan de AMS 10worden vervoerd met behulp van een extra langesteekwagen. De AMS 10 moet worden vervoerd op dezijkant gemarkeerd met "zware zijde" waarbij er tweemensen nodig zijn om de AMS 10 op te tillen.
TIL HET PRODUCT VAN DE PALLET OP NAARDE DEFINITIEVE POSITIEVerwijder de verpakking en de bevestigingsband naarde pallet voor het tillen. Plaats hefbanden rond alle poten van de machine. Voorhet heffen van de pallet naar de basis zijn vier personennodig, waarbij iedere persoon een band vasthoudt. Het is niet toegestaan de machine aan een ander onder-deel dan aan de poten te tillen. AFDANKENBij het afdanken moet het product in omgekeerde volg-orde worden verwijderd. Til het product aan de onderpa-neel op in plaats van een pallet. WEGLOPENDE CONDENSCondenswater loopt op de grond onder de AMS 10. Omschade aan het huis en de warmtepomp te voorkomen,moet het condenswater worden opgevangen en afge-voerd. Voorzichtig.
Voor het functioneren van de warmtepomp ishet belangrijk dat condenswater wordt afge-voerd en dat de condenswaterafvoer niet dus-danig wordt geplaatst dat dit tot schade aande woning kan leiden. Voorzichtig. Om de werking te garanderen, moet accessoireKVR 10 worden gebruikt. (Niet bijgeleverd)Voorzichtig.
De elektrische installatie en bedrading moetenworden uitgevoerd onder toezicht van een ge-kwaliceerde elektricien. Voorzichtig. Sluit geen zelfregulerende verwarmingskabelsaan. • Het condenswater (tot 50 liter / 24 uur) dat in de op-vangbak wordt verzameld, moet via een leiding naareen geschikte afvoer worden geleid, waarbij de kortstmogelijke route buitenshuis wordt aanbevolen. • De leidingsectie die kan bevriezen moet worden ver-warmd via de verwarmingskabel om bevriezing tevoorkomen. • Leg de leiding vanaf de AMS 10 schuin naar benedenaan. • De uitlaat van de leiding voor condenswater moet opeen vorstvrije diepte of binnenshuis zitten (ondervoorbehoud van lokale verordeningen en voorschrif-ten). • Gebruik een waterzak voor installaties waarbij luchtcir-culatie kan optreden in de leiding voor condenswater.
• De isolatie moet strak langs de onderkant van de op-vangbak van condenswater liggen. Lekbakverwarming, bedieningDe lekbakverwarming wordt voorzien van voedingwanneer er aan een van de volgende voorwaarden wordtvoldaan:1. De compressor is al minstens 30 minuten na delaatste start in bedrijf. 2. De omgevingstemperatuur is lager dan 1 °C. 11Hoofdstuk 2 | Bezorging en verwerkingNIBE AMS 10.
Aanbevolen alternatief voor het afvoeren vancondenswaterAfvoer binnenshuisHet condenswater wordt naar een afvoer binnenshuisgeleid (onder voorbehoud van plaatselijke wet- en regel-geving).Leg de leiding vanaf de lucht/water-warmtepomp schuinnaar beneden aan.De condenswaterleiding moet zijn uitgerust met eenwaterafsluiter om luchtcirculatie in de leiding te voorko-men.KVR 10 gesplitst zoals afgebeeld. Leidingen in huis nietinbegrepen.Caisson van steenAls de woning over een kelder beschikt, moet de caissonvan steen zo worden geplaatst dat het condenswatergeen nadelige effecten heeft op de woning. Eventueelkan de caisson van steen direct onder de warmtepompworden geplaatst.De uitlaat van de leiding voor condenswater moet zichop een vorstvrije diepte bevinden.NIBE AMS 10Hoofdstuk 2 | Bezorging en verwerking12
Doorspoelen afvoerkanaalVoorzichtig!Buig de slang in de vorm van een waterslot,zie afbeelding.• De uitlaat van de leiding voor condenswater moet zichop een vorstvrije diepte bevinden.• Leg de leiding vanaf de lucht/water-warmtepompschuin naar beneden aan.• De condenswaterleiding moet zijn uitgerust met eenwaterafsluiter om luchtcirculatie in de leiding te voor-komen.• De installatielengte wordt afgestemd op de lengte vanhet waterslot.LET OP!Als geen van deze aanbevelingen wordt ge-bruikt, moet er worden gezorgd voor een goe-de afvoer van condenswater.INSTALLATIEGEBIEDDe aangeraden afstand tussen de AMS 10 en de muurvan de woning moet minimaal 15 cm zijn. De vrijeruimte boven de AMS 10 moet minimaal 100 cm zijn.De vrije ruimte ervoor moet voor toekomstige serviceechter 100 cm zijn.13Hoofdstuk 2 | Bezorging en verwerkingNIBE AMS 10
AlgemeenDe AMS 10 en HBS 05 hebben geen werkschakelaarop de ingaande voeding. Daarom moeten de toevoerka-bels elk met een eigen schakelaar worden verbondenmet een schakelafstand van minimaal 3 mm. De ingaan-de voeding moet 230V ~50Hz zijn en verlopen via eenelektrische verdeelkast met zekeringen. • Ontkoppel de SPLIT box HBS 05 en de buitenmoduleAMS 10, voordat u een isolatietest van de bedradingin het pand uitvoert. • Kijk voor de zekeringcapaciteit bij de technische gege-vens bij “Zekering". • Als het gebouw is uitgerust met een aardlekschake-laar, moet de AMS 10 worden voorzien van een afzon-derlijke aardlekschakelaar. • De elektrische installatie en eventuele servicewerk-zaamheden moeten worden uitgevoerd met toestem-ming van de energieleverancier en onder toezicht vaneen erkende elektrotechnische installateur.
• Breng de kabels zo aan dat ze niet beschadigd rakendoor metalen kanten of beklemd zitten tussen panelen. • De AMS 10 is voorzien van een enkelfasige compres-sor. Dat houdt in dat een van de fasen tijdens bedrijfvan de compressor met een bepaald aantal A wordtbelast. Controleer de max. belasting in de tabel hier-onder. Maximale stroom (A)Buitendeel15AMS 10-616AMS 10-823AMS 10-1225AMS 10-16• De max. toegestane fase-afname kan worden beperkttot een lagere max. stroom in het binnendeel of debedieningsmodule. Voorzichtig. De elektrische installatie en het onderhoudmoeten worden uitgevoerd onder toezicht vaneen erkend elektrotechnisch installateur. Schakel, voordat u met het onderhoud aan-vangt, de stroom uit met de aardlekschakelaar. De elektrische installatie en de bedradingmoeten worden uitgevoerd conform de gelden-de landelijke voorschriften. Voorzichtig.
Controleer voordat het apparaat wordt gestartde aansluitingen, de netspanning en de fase-spanning om schade aan de elektronica van delucht-/water-warmtepomp te voorkomen. Voorzichtig. Tijdens het aansluiten moet rekening wordengehouden met de externe regeling. Voorzichtig.
COMMUNICATIEAANSLUITINGDe communicatie wordt aangesloten op klemmenstrookTB. Zie ook het bedradingsschema op pagina .57U kunt meer informatie vinden in de installatiehandlei-ding voor de SPLIT box HBS 05.ACCESSOIRES AANSLUITENInstructies voor het aansluiten van accessoires vindt uin de bijgeleverde installatie-instructies voor het betref-fende accessoire. Zie voor de lijst met acces-pagina 39soires die kunnen worden gebruikt met de AMS 10.Voorzichtig!Voor meer informatie: zie hoofdstuk “Elektri-sche aansluitingen” in de installatiehandleidingvoor de HBS 05.NIBE AMS 10Hoofdstuk 5 | Elektrische aansluitingen32
CompressorverwarmingAMS 10 is uitgerust met een compressorverwarming(CH) die de compressor voor het opstarten opwarmt alsde compressor koud is (geldt niet voor de AMS 10-6).Voorzichtig!De compressorverwarming moet gedurende6 – 8 uur vóór de eerste start worden aangeslo-ten, zie het hoofdstuk “Opstarten en inspectie”in de installatiehandleiding voor het binnendeelof de bedieningsmodule.Voorzichtig!Voor informatie: zie hoofdstuk “Inbedrijfstellingen inregeling” in de installatiehandleiding voorde HBS 05.33Hoofdstuk 6 | Inbedrijfstelling en afstellingNIBE AMS 106 Inbedrijfstelling en afstelling
Lagedrukalarm221• Willekeurige werkschakelaars voorAMS 10 uit• Kabeltracé onjuistCommunicatie tussen de besturingskaarten de communicatiekaart is onderbroken. Er moet 22 volt gelijkstroom (DC) op scha-kelaar CNW2 van de besturingskaart(PWB1) staan. BE Com. fout223• De ventilator kan niet vrij ronddraaien• Defecte besturingskaart in de AMS 10• Defecte ventilatormotor• Besturingskaart in de AMS 10 vuil• Zekering (F2) doorgeslagenAfwijkingen in de ventilatorsnelheid in deAMS 10. Ventilatoralarm224• Sensor werkt niet (zie hoofdstuk "Com-municatieaansluiting")• Onvoldoende luchtcirculatie of geblok-keerde warmtewisselaar• Als de fout tijdens koeling blijft bestaan,is er mogelijk te weinig koudemiddel.
Sensorfout Tho-R277• Open circuit of kortsluiting sensoringang• Sensor werkt niet (zie hoofdstuk "Storin-gen in comfort")• Defecte besturingskaart in de AMS 10Sensorfout, buitentemperatuursensor in deAMS 10 BT28 (Tho-A). Sensorfout Tho-A278• Open circuit of kortsluiting sensoringang• Sensor werkt niet (zie hoofdstuk "Storin-gen in comfort")• Defecte besturingskaart in de AMS 10Sensorfout, heet gas in de AMS 10 (Tho-D). Sensorfout Tho-D279• Open circuit of kortsluiting sensoringang• Sensor werkt niet (zie hoofdstuk "Storin-gen in comfort")• Defecte besturingskaart in de AMS 10Sensorfout, zuiggas in de AMS 10 (Tho-S). Sensorfout Tho-S28037Hoofdstuk 9 | AlarmlijstNIBE AMS 10.
Kan de volgende oorzaken hebben:BeschrijvingAlarmtekst op de displayAlarm• Open circuit of kortsluiting sensoringang• Sensor werkt niet (zie hoofdstuk "Storin-gen in comfort")• Defecte besturingskaart in de AMS 10• Fout in het koudemiddelcircuitSensorfout, lagedrukzender in de AMS 10.Sensorfout LPT281• Buiten- en binnenmodule (VVM) / regel-module (SMO) zijn niet compatibel.Warmtepomp en binnenmodule (VVM) /regelmodule (SMO) werken niet goed sa-men vanwege technische parameters.Niet-compatibele buiten-lucht-warmtepomp294NIBE AMS 10Hoofdstuk 9 | Alarmlijst38
GeluidsdrukniveausDe AMS 10 wordt normaal gesproken naast een muurvan een huis geplaatst. Dat levert een geluidsdistributieop in een bepaalde richting. Hiermee moet rekeningworden gehouden. Probeer dan ook altijd om een locatiete vinden langs de zijde waar de minst geluidsgevoeligezone aan grenst.De geluidsdrukniveaus worden verder beïnvloed doormuren, stenen, verschillen in bodemniveaus enz. Dezemoeten dan ook puur als richtwaarden worden be-schouwd.2 mLEKAMS 10-16AMS 10-12AMS 10-8AMS 10-6Geluid62585551L W(A)Geluidsniveau, in overeenstemming met EN12102 bij 7/35 °C (nominaal)*48444137dB(A)Geluidsdrukniveau bij 2 m vrijstaand (nominaal)** Vrije ruimte.NIBE AMS 10Hoofdstuk 11 | Technische gegevens44
Als er een externe aanvullende ketel of zonnewarmte aan hetsysteem wordt toegevoegd, moet de totale efciëntie van het systeem opnieuw worden berekend.47Hoofdstuk 11 | Technische gegevensNIBE AMS 10
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Nibe AMS 10-12 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Warmtepomp Nibe
Handleiding Warmtepomp
Nieuwste handleidingen voor Warmtepomp