Nefit EnviLine A-W Monoblock Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Nefit EnviLine A-W Monoblock (16 pagina’s), behorend tot de categorie Warmtepomp. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 71 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Nefit EnviLine A-W Monoblock of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Nefit |
| Categorie: | Warmtepomp |
| Model: | EnviLine A-W Monoblock |
Handleiding Nefit EnviLine A-W Monoblock – volledige tekst
126 Internetaansluiting via geïntegreerde IP-module. 137 Milieubescherming en afvalverwerking. 141 Toelichting bij de symbolen en veiligheidsaan-wijzingen1. 1 Uitleg van de symbolenWaarschuwingDe volgende signaalwoorden zijn vastgelegd en kunnen in dit document worden gebruikt:•OPMERKING betekent dat materiële schade kan ontstaan. •VOORZICHTIG betekent dat licht tot middelzwaar lichamelijk letsel kan optreden. •WAARSCHUWING betekent dat zwaar tot levensgevaarlijk lichame-lijk letsel kan optreden. •GEVAAR betekent dat zwaar tot levensgevaarlijk lichamelijk letsel zal optreden. Belangrijke informatieAanvullende symbolenVeiligheidsinstructies in de tekst worden aangegeven met een gevarendriehoek. Het signaalwoord voor de waarschuwing geeft het soort en de ernst van de gevolgen aan indien de maatregelen ter voorkoming van het gevaar niet worden nageleefd.
Belangrijke informatie zonder gevaar voor mens of mate-rialen wordt met het nevenstaande symbool gemar-keerd. Symbool Betekenis▶ HandelingVerwijzing naar een andere plaats in het document• Opsomming– Opsomming (2e niveau)Tabel 1.
3EnviLine A/W Monoblock • 6 720 817 800 (2015/08)Algemeen 21. 2 Algemene veiligheidsinstructiesDeze gebruiksinstructie is bedoeld voor de eigenaar van de cv-installa-tie. ▶ Lees de installatie-instructies (warmtepomp, regelaar enzovoort) voor de bediening en bewaar deze zorgvuldig. ▶ Houd de veiligheids- en waarschuwingsinstructies aan. Bedoeld gebruikDe warmtepomp mag alleen in gesloten cv-installaties voor privégebruik worden toegepast. Ieder ander gebruik komt niet overeen met de voorschriften. Daaruit re-sulterende schade valt niet onder de fabrieksgarantie.
Veiligheid van huishoudelijke en soortgelijke elektrische toestellenTer voorkoming van gevaar door elektrische apparatuur gelden conform EN 60335-1 de volgende instructies:“Dit toestel kan door kinderen van 8 jaar en ouder en door personen met verminderde fysieke, sensorische of mentale capaciteiten of gebrek aan ervaring en kennis worden gebruikt, wanneer deze onder toezicht staan of, voor wat betreft het veilig gebruik van het toestel, zijn geïnstrueerd en de daaruit resulterende gevaren begrijpen. Kinderen mogen niet met het toestel spelen. De reiniging en het gebruikersonderhoud mogen niet door kinderen zonder toezicht worden uitgevoerd. ”“Wanneer de netaansluitkabel wordt beschadigd, moet deze door de fa-brikant of haar servicedienst of een gekwalificeerde persoon worden vervangen, om gevaar te vermijden.
”Inspectie en onderhoudRegelmatige inspectie en onderhoud zijn voorwaarden voor het veilig en milieuvriendelijk bedrijf van de cv-installatie. Wij adviseren, een contract voor jaarlijkse inspectie en onderhoud af te sluiten met een erkend installateur. ▶ De werkzaamheden alleen door een erkende installateur laten uitvoe-ren. ▶ Geconstateerde gebreken direct laten verhelpen. Ombouw en reparatiesVerkeerde veranderingen aan de warmtepomp of andere delen van de cv-installatie kunnen persoonlijk letsel en/of materiële schade tot gevolg hebben.
▶ Laat de werkzaamheden alleen uitvoeren door een erkend installa-teur. ▶ Verwijder nooit de mantel van de warmtepomp. ▶ Voer geen veranderingen uit aan de warmtepomp of andere delen van de cv-installatie. Verbrandingslucht/kamerluchtDe lucht in de opstellingsruimte moet vrij zijn van ontbrandbare of che-misch agressieve stoffen. ▶ Gebruik of bewaar geen licht ontvlambare of explosieve materialen (papier, benzine, verdunningsmiddelen, verf, enz. ) in de nabijheid van het cv-toestel. ▶ Gebruik of bewaar geen corrosieve stoffen (oplosmiddelen, lijm, chloorhoudende reinigingsmiddelen, enz. ) in de nabijheid van het cv-toestel. 2 AlgemeenDe EnviLine A/W Monoblock behoort tot een serie verwarmingssyste-men, die energie uit de buitenlucht wint voor verwarmen en voor de warmwatervoorziening.
Door het omkeren van dit proces en het onttrekken van warmte uit het cv-water en het afgeven daarvan aan de buitenlucht kan de warmtepomp indien gewenst ook voor koelen worden gebruikt. Hiervoor geldt wel de voorwaarde, dat de cv-installatie ook voor het koelbedrijf is bedoeld. Om een complete cv-installatie te realiseren, wordt de buiten opgestel-de buitenunit op een binnenunit in de woning en op een eventueel aan-wezige externe warmteproducent aangesloten, bijvoorbeeld een cv-toestel. De binnenunit met geïntegreerde elektrische bijverwarming of de externe warmtebron zijn bedoeld als aanvullende verwarming bij een bijzonder hoge warmtevraag, bijvoorbeeld wanneer de buitentempera-tuur voor een effectief warmtepompbedrijf te laag is. De cv-installatie wordt door een bedieningseenheid HMC300 aange-stuurd, die zich in de binnenunit bevindt.
1 RegelingDe bedieningseenheid HMC300 in de binnenunit stuurt de warmtepro-ductie aan de hand van de buitensensormeting, eventueel in combinatie met de kamerthermostaat (accessoire). De temperatuur in het gebouw wordt afhankelijk van de buitentemperatuur automatisch aangepast. De gebruiker bepaalt de temperatuur van de cv-installatie, door de ge-wenste kamertemperatuur op de bedieningseenheid HMC300 of de ka-merthermostaat in te stellen. Op de binnenunit kunnen verschillende toebehoren (bijvoorbeeld zwembad-, solar- en kamerthermostaat) worden aangesloten. Daardoor ontstaan extra functies en instelmogelijkheden, die ook via de bedie-ningseenheid HMC300 worden gestuurd. Meer informatie over de ac-cessoires vindt u in de bijbehorende instructies. 2.
2 Specificaties betreffende de warmtepompNa de installatie en de inbedrijfstelling van de buitenunit en de binnen-unit zijn met regelmatige tussenpozen bepaalde werkzaamheden nodig. Daarbij horen de controle, of alarmen zijn afgegeven, en eenvoudige on-derhoudswerkzaamheden. Deze maatregelen kan de gebruiker in de re-gel zelf uitvoeren. Wanneer de problemen zich echter blijven voordoen, moet contact worden opgenomen met de installateur van de installatie.
4EnviLine A/W Monoblock • 6 720 817 800 (2015/08)Overzicht installatie33 Overzicht installatieDe cv-installatie bestaat uit twee delen: de buitenunit in buitenopstelling en de binnenunit. 3. 1 Beschrijving van de functiesWanneer in de installatie tapwater is aangesloten, wordt onderscheid gemaakt tussen cv-water en tapwater. Het cv-water wordt naar de radia-toren en naar de vloerverwarming geleid. Het tapwater wordt naar de douche en de kranen geleid. Wanneer in de installatie een boiler aanwezig is, zorgt de bedieningseen-heid HMC300 ervoor, dat de warmwatervoorziening een hogere priori-teit heeft dan het cv-bedrijf. 3. 1. 1 Warmtepomp (buitenunit)De buitenunit heeft als taak, energie uit de buitenlucht te winnen en die aan de binnenunit over te dragen.
De buitenunit beschikt over een inverterregeling, dat wil zeggen, de compressorsnelheid wordt automatisch gevarieerd, zodat exact de be-nodigde hoeveelheid energie wordt geleverd. Ook de ventilator is toe-rentalgeregeld en regelt de snelheid afhankelijk van de vraag. Daardoor blijft het energieverbruik zo laag mogelijk. OntdooienBij lage buitentemperaturen kan op de verdamper ijs worden gevormd. Wanneer de ijslaag zo dik wordt, dat deze de luchtstroom door de ver-damper hindert, wordt een automatische ontdooiprocedure in werking gesteld. Zodra het ijs is ontdooid, keert de warmtepomp terug naar nor-maal bedrijf. Bij buitentemperaturen boven +5°C geschiedt het ontdooien tijdens cv-bedrijf met verhoogd ventilatorvermogen.
Bij lagere buitentemperatu-ren wordt voor het ontdooien de doorstroomrichting van het koudemid-del in het circuit via een 4-wegklep omgekeerd; deze wijze van ontdooien wordt kringloopomkering genoemd. WerkingsprincipeHet werkingsprincipe tijdens cv-bedrijf is als volgt:• De ventilator zuigt lucht door de verdamper. • De in de lucht aanwezige energie brengt het koudemiddel tot koken. Het daarbij gevormde gas wordt naar de compressor geleid.
• In de compressor verhoogt de druk van het koudemiddel en de tem-peratuur daarvan neemt toe. Het opgewarmde gas wordt onder druk in de condensor geleid. • In de condensor wordt de energie van het gas aan het water in het warmtedragercircuit afgegeven. Het gas koelt af en wordt weer vloei-baar. • De druk in het koudemiddel neemt af door de regeling via expansie-ventielen en het wordt terug naar de verdamper geleid. Bij het bin-nengaan van de verdamper wordt het weer gasvormig. • In de binnenunit wordt het warme water uit het warmtedragercircuit verder naar de gebouwverwarming en de warmwatervoorziening ge-leid. 3. 1. 2 BinnenunitDe binnenunit is bedoeld om de uit de warmtepomp komende warmte over de cv-installatie en de boiler te verdelen. De pomp in de binnenunit is toerentalgeregeld, zodat het toerental bij geringe vraag automatische wordt verminderd. Daardoor daalt het energieverbruik.
Wanneer de warmtevraag bij lagere buitentemperaturen hoger is, kan een bijverwarming nodig zijn. Bijverwarming kan geïntegreerd of extern zijn uitgevoerd en worden via de bedieningseenheid HMC300 in- of uit-geschakeld. Wanneer de buitenunit in bedrijf is, genereert de elektri-sche bijverwarming alleen het verschil tussen het warmtepompvermogen en de benodigde warmte. Zodra de buitenunit het benodigde cv-vermogen weer alleen opbrengt, wordt de bijverwar-ming automatisch uitgeschakeld. De warmtepomp schakelt bij een buitentemperatuur van circa – 20 °C buitentemperatuur uit. Verwarming en warmwatervoorziening worden dan door de binnenunit of door een externe warmtebron overgenomen.
5EnviLine A/W Monoblock • 6 720 817 800 (2015/08)Overzicht installatie 3Binnenunit IDU Monoblock type T of TSWanneer de buiten opgestelde buitenunit met de binnenunit IDU Mono-block T of TS wordt gecombineerd, vormen deze samen een complete cv- en warmwaterinstallatie, omdat de binnenunit een boiler bevat. Het omschakelen tussen verwarming en warm water wordt met een interne 3-wegklep gerealiseerd. De geïntegreerde elektrische bijverwarming in de binnenunit wordt naar behoefte gestart.Afb. 1 Buitenunit met een binnenunit IDU Monoblock type T/TS met geïntegreerde boiler en elektrische bijverwarmingBinnenunit IDU Monoblock EWanneer de buitenunit met de binnenunit IDU Monoblock E wordt ge-combineerd en via de warmtepomp ook warm water moet worden gege-nereerd, dan moet een externe boiler worden aangesloten.
Het omschakelen tussen verwarming en warmwater wordt dan met een ex-terne 3-wegklep gerealiseerd. De geïntegreerde elektrische bijverwar-ming in de binnenunit wordt naar behoefte gestart.Afb. 2 Buitenunit met binnenunit IDU Monoblock E met elektrische bijverwarming en een externe boiler6 720 809 065-01.1il6 720 809 065-02.1il
6EnviLine A/W Monoblock • 6 720 817 800 (2015/08)Overzicht installatie3Binnenunit IDU Monoblock BWanneer de buitenunit met de binnenunit IDU Monoblock B wordt ge-combineerd, wordt warm water naar keuze geleverd door een combike-tel of door de warmtepomp i.c.m. een single ketel. Wanneer warm water geleverd moet worden met de warmtepomp i.c.m. een single ketel is een externe boiler benodigd. Het omschakelen tussen verwarming en warm water wordt dan met een externe 3-wegklep gerealiseerd. De binnenunit beschikt over een mengventiel. Deze regelt de warmte van de externe bijverwarming, die afhankelijk van de vraag door de binnenunit wordtgestart.Afb.
3 Buitenunit met binnenunit IDU Monoblock B met externe bijverwarming en boilerBinnenunit IDU Monoblock B met combiketelWanneer de buitenunit met de binnenunit IDU Monoblock B wordt ge-combineerd, wordt warm water naar keuze geleverd door een combike-tel of door de warmtepomp i.c.m. een single ketel. Wanneer warm water geleverd moet worden met een combi ketel is een externe boiler niet be-nodigd. De binnenunit beschikt over een mengventiel. Deze regelt de warmte van de externe bijverwarming, die afhankelijk van de vraag door de binnenunit wordt gestart.Afb. 4 Buitenunit met binnenunit IDU Monoblock B met een externe bijverwarming6 720 809 065-03.1il6 720 817 800-06.1l
Symbool Benaming Toelichting1fav-toets ▶ Indrukken, om de favorietenfuncties voor cv-circuit 1 op te roepen.▶ Ingedrukt houden, om het favorietenmenu individueel aan te passen.2Extra warmwater-toets ▶ Indrukken, om de extra-warmwater-functie te activeren.3Warmwatertoets ▶ Indrukken, om de bedrijfsmodus warm water te kiezen.4menu-toets ▶ Indrukken, om het hoofdmenu te openen.5info-toets Wanneer een menu is geopend:▶ Indrukken, om aanvullende informatie over de actuele keuze op te roepen.Wanneer de standaardweergave actief is:▶ Indrukken, om het infomenu te openen.6Terug-toets ▶ Indrukken, om naar het bovenliggende menuniveau te gaan of een gewijzigde waarde te negeren.Wanneer benodigde service of een storing wordt getoond:▶ Indrukken, om tussen standaardweergave en storingsmelding te schakelen.▶ Ingedrukt houden, om uit een menu naar de standaardweergave te gaan.7keuzetoets ▶ Draaien om een instelwaarde (bijvoorbeeld temperatuur) te veranderen of tussen de menu's of menupunten te kie-zen.Wanneer de verlichting is uitgeschakeld:▶ Indrukken, om de verlichting in te schakelen.Wanneer de verlichting is ingeschakeld:▶ Indrukken, om een geselecteerd menu of een menupunt te openen, een ingestelde waarde (bijvoorbeeld tempera-tuur) of een melding te bevestigen of om een popup-venster te sluiten.
8EnviLine A/W Monoblock • 6 720 817 800 (2015/08)Overzicht van de meest voorkomende functies44. 1 Ruimtetemperatuur veranderen4. 2 Warm water instellenBediening ResultaatWanneer u het op deze dag te koud of te warm vindt: ruimtetemperatuur tijdelijk veranderenAutomatisch bedrijfRuimtetemperatuur tot de volgende schakeltijd veranderen▶Keuzetoets draaien om de gewenste ruimtetemperatuur in te stellen. De betreffende tijdsperiode wordt in het balkendiagram van het klokprogramma grijs weergegeven. ▶ Enkele seconden wachten of keuzetoets indrukken. De bedieningseenheid HMC300 werkt met de gewijzigde instelling. De verandering geldt tot de volgende schakeltijd van het klokprogramma voor verwarming is bereikt. Daarna gelden weer de instellingen van het klokprogramma.
Temperatuurverandering ongedaan maken▶ Verdraai de keuzetoets, tot de betreffende tijdsperiode in het balkendiagram van het tijdprogramma weer zwart wordt weergegeven en druk de keuzetoets in. De verandering is opgeheven. Wanneer het constant te koud of te warm is: gewenste kamertemperatuur voor cv-bedrijf en verlaagd regime instellen (bijvoorbeeld voor cv- en nachtbedrijf)Geoptimaliseerd bedrijf▶ Geoptimaliseerd bedrijf activeren (hoofdstuk 4. 3). ▶ Enkele seconden wachten of keuzetoets indrukken om het popup-venster te sluiten. ▶Keuzetoets draaien om de gewenste ruimtetemperatuur in te stellen. ▶ Enkele seconden wachten of keuzetoets indrukken. Verandering in het popup-venster door indrukken van de keuzetoets bevestigen (of door indrukken van de terugtoets verwerpen). De actueel geldige ruimtetemperatuur wordt in de onderste helft van het display in een popup-venster getoond.
De bedieningseenheid HMC300 werkt met de gewijzigde instellingen. Automatisch bedrijf▶ Menutoets indrukken om het hoofdmenu te openen. ▶ Keuzetoets indrukken om het menu Verwarmen/koelen te openen. ▶ Keuzetoets draaien om het menu Temperatuurinstellingen te markeren.
▶ Keuzetoets indrukken om het menu te openen. ▶ Wanneer twee of meer cv-circuits zijn geïnstalleerd, draaien aan keuzetoets om CV-circuit 1, 2, 3 of 4 te markeren en keuzetoets indrukken. ▶ Keuzetoets draaien om Verwarmen, Sparen Verhogen of Koelen te markeren. ▶ Druk de keuzetoets in. ▶ Keuzetoets draaien en indrukken om de gewenste instelling, bijv. voor het verlaagd regime, te activeren. Wanneer de temperatuurregeling wordt geactiveerd:▶ Keuzetoets draaien en indrukken om de temperatuur in te stellen. De grenzen van de instelwaarden voor de temperaturen zijn van de instelling voor de telkens andere bedrijfsmodus afhankelijk. De bedieningseenheid HMC300 werkt met de gewijzigde instellingen. De instellingen hebben invloed op alle klokpro-gramma's voor de verwarming (wanneer twee of meer cv-circuits zijn geïnstalleerd, alleen op het geselecteerde cv-cir-cuit).
Tabel 3 RuimtetemperatuurBediening ResultaatWanneer u buiten de in het klokprogramma ingestelde tijden warm water nodig heeft: extra warm water activeren (= functie direct warm water). ▶ Toets extra warm water indrukken. De warmwaterbereiding is per direct met de ingestelde temperatuur en voor de ingestelde duur actief. Na enkele seconden wordt in de informatiegrafiek het symbool voor extra warm water getoond. Om de functie extra warm water te deactiveren, voordat de ingestelde duur voorbij is:▶ toets extra warm water opnieuw indrukken. Wanneer u het warme water te koud of te warm vindt: bedrijfsmodus van de warmwaterbereiding veranderen▶Warmwater-toets indrukken. De bedieningseenheid toont de keuzelijst voor de warmwatervoorziening. ▶ Keuzetoets draaien om de gewenste bedrijfsmodus te markeren. ▶ Druk de keuzetoets in. De bedieningseenheid HMC300 werkt met de gewijzigde instellingen.
9EnviLine A/W Monoblock • 6 720 817 800 (2015/08)Overzicht van de meest voorkomende functies 44. 3 Bedrijfsmodus instellenMet de fabrieksinstelling is het geoptimaliseerde bedrijf actief, omdat deze bedrijfsmodus het meest efficiënte bedrijf van de warmtepomp waarborgt. 4. 4 CV-circuit voor de standaardweergave selecterenIn de standaardweergave worden altijd de gegevens van slechts één cv-circuit getoond. Wanneer twee of meer cv-circuits zijn geïnstalleerd, kan worden ingesteld op welk cv-circuit de standaardweergave betrekking moet hebben. Wanneer u wilt voorkomen, dat per ongeluk de instellingen van de bedieningseenheid worden veranderd: toetsvergrendeling in- of uitschakelen▶ Warmwater-toets en keuzetoets indrukken en enkele seconden ingedrukt houden om de toetsvergrendeling in- of uit te scha-kelen.
Wanneer de toetsvergrendeling actief is, wordt in het display het sleutelsymbool getoond (afb. 5 [5], pagina 7). Bediening ResultaatTabel 4 Overige instellingenBediening ResultaatWanneer u het Automatisch bedrijf wilt activeren (rekening houdend met het klokprogramma)▶ Menutoets indrukken om het hoofdmenu te openen. ▶ Keuzetoets indrukken om het menu Verwarmen/koelen te openen. ▶ Druk op de keuzetoets, om het menu Bedrijfsmodus te openen. ▶ Wanneer twee of meer cv-circuits zijn geïnstalleerd, draaien aan keuzetoets om CV-circuit 1, 2, 3 of 4 te markeren en keuze-toets indrukken. ▶ Keuzetoets draaien om Auto te markeren en keuzetoets indrukken. ▶ Terug-toets indrukken en ingedrukt houden om naar de standaardweergave terug te keren. Alle temperaturen van het actueel geldige klokprogramma voor verwarming worden in de onderste helft van het display in een popup-venster getoond.
De actueel geldige temperatuur knippert. De bedieningseenheid regelt de ruimtetemperatuur afhankelijk van het actieve klokprogramma voor verwarming. Wanneer u het geoptimaliseerde bedrijf activeren wil (zonder tijdprogramma)▶ Menutoets indrukken om het hoofdmenu te openen.
▶ Keuzetoets indrukken om het menu Verwarmen/koelen te openen. ▶ Keuzetoets indrukken om het menu Bedrijfsmodus te openen. ▶ Wanneer twee of meer cv-circuits zijn geïnstalleerd, draaien aan keuzetoets om CV-circuit 1, 2, 3 of 4 te markeren en keuze-toets indrukken. ▶ Verdraai de keuzetoets, om Geoptimaliseerd te markeren en druk op de keuzetoets. ▶ Terug-toets indrukken en ingedrukt houden om naar de standaardweergave terug te keren. De gewenste ruimtetemperatuur wordt in de onderste helft van het display in een popup-venster getoond. De bedieningseen-heid HMC300 regelt de ruimtetemperatuur permanent op de gewenste ruimtetemperatuur. Tabel 5 Beknopte bedieningshandleiding – Bedrijfsmodi activeren6 720 816 398-05. 2O6 720 816 398-04. 2OBediening Resultaat▶ Wanneer de verlichting is ingeschakeld, keuzetoets indrukken.
Nummer, bedrijfsmodus en eventueel naam van het actueel geselecteerde cv-circuit worden in de onderste helft van het dis-play weergegeven. ▶ Keuzetoets draaien om een cv-circuit te selecteren. Alleen in de installatie aanwezige cv-circuits worden getoond. ▶ Enkele seconden wachten of keuzetoets indrukken. De standaardweergave heeft betrekking op het gekozen cv-circuit. Tabel 6 Overzicht – CV-circuits in de standaardweergave6 720 816 398-02. 2O.
10 EnviLine A/W Monoblock • 6 720 817 800 (2015/08)Inspectie en onderhoud54. 5 FavorietenfunctiesVia de fav-toets heeft u direct toegang tot veel gebruikte functies voor cv-circuit 1. De eerste bediening van de fav-toets opent het menu voor de configuratie van het favorietenmenu. Daar kunt u uw persoonlijke favo-rieten opnemen en eventueel later het favorietenmenu nog beter aan uw behoeften aanpassen. De functie van de fav-toets is onafhankelijk van het in de standaardweer-gave getoonde cv-circuit. Via het favorietenmenu gewijzigde instellingen zijn altijd alleen aan cv-circuit 1 gerelateerd. 5 Inspectie en onderhoudDe warmtepomp heeft slechts weinig inspectie en onderhoud nodig.
Voer de volgende inspectie- en onderhoudsstappen enkele malen per jaar uit om te zorgen dat het maximale vermogen en rendement van de warmtepomp behouden blijft:• Verontreinigingen en bladafval op de verdamper en de behuizing ver-wijderen5. 1 Vuil en bladafval verwijderen▶ Verwijder vuil en bladafval met een handbezem. 5. 2 BuitenmantelIn de loop der tijd hoopt zich stof en ander vuil op in de buitenunit van de warmtepomp. ▶ Reinig de buitenkant indien nodig met een vochtige doek. ▶ Scheuren en schade aan de behuizing moeten met roestwerende verf worden hersteld. ▶ Ter bescherming van de lak kan een waslaag worden aangebracht. 5. 3 VerdamperEventueel op het verdamperoppervlak afgezette aanslag (bijvoorbeeld stof of vuil) afwassen. Reinigen verdamper:▶ Reinigingsmiddel op de verdamperlamellen op de achterzijde van de warmtepomp sproeien.
▶ Aanslag en reinigingsmiddelen met water volledig afspoelen. 5. 4 Sneeuw en ijsIn bepaalde geografische regio's of bij veel sneeuwval kan sneeuw zich ophopen aan de achterzijde en op het dak van de warmtepomp. Verwij-der de sneeuw om te voorkomen dat daardoor ijsvorming optreedt. ▶ Maak het dak vrij van sneeuw. ▶ IJs kan met warm water worden afgespoeld. 5.
5 VochtigheidOnder de buitenunit kan door condenswater, dat niet in de condensbak wordt opgevangen, vocht worden gevormd. Dat is normaal en er zijn geen speciale maatregelen nodig. 5. 6 Controle van de overstortventielen▶ Het overstortventiel mag alleen druppelen, wanneer de maximaal toegestane druk in de cv-installatie is overschreden. Wanneer het overstortventiel onder 2 bar nog druppelt, neem dan contact op met de installateur van de installatie. ▶ Waarborg, dat de afvoer van het overstortventiel zichtbaar in de ver-zamelafvoer wordt afgeleid. Bediening ResultaatWanneer u toegang wilt verkrijgen tot een favorietenfunctie: favorietenmenu openen▶ Fav-toets indrukken om het favorietenmenu te openen. ▶ Keuzetoets draaien en indrukken om een favorietenfunctie te kiezen. ▶ Instellingen wijzigen (bediening als bij het instellen in het hoofdmenu).
Wanneer u de lijst met favorieten aan uw behoeften wilt aanpassen: favorietenmenu aanpassen▶ Fav-toets indrukken en ingedrukt houden tot het menu voor de configuratie van het favorietenmenu wordt getoond. ▶ Keuzetoets draaien en indrukken om een functie te kiezen (Ja) of om de keuze op te heffen (Nee). De wijzigingen zijn meteen van kracht. ▶ Terug-toets indrukken om het menu te sluiten. Tabel 7 Favorietenfuncties6 720 816 398-15. 1OGEVAAR: door elektrocutie. ▶ Elektrische aansluitingen voor onderhoud aan de in-stallatie spanningsloos schakelen (zekering, installa-tieautomaat). Schade aan de installatie door gebruik van verkeerde rei-nigingsmiddelen. ▶ Gebruik geen zuur- of chloorhoudende of basische reinigingsmiddelen of schurende reinigingsmidde-len. WAARSCHUWING: De dunne aluminium lamellen zijn gevoelig en kunnen gemakkelijk beschadigd raken.
Droog de lamellen nooit direct af met een doek. ▶ Draag bij het schoonmaken veiligheidshandschoe-nen, om de handen tegen snijwonden te bescher-men. ▶ Gebruik geen hoge waterdruk.
OPMERKING: Wanneer in de buurt van de binnenunit of de fan coil units vaak vocht wordt gevormd tijdens koel-bedrijf, kan dit duiden op een gebrekkige condensatie-isolatie. ▶ Bij vocht in de buurt van de componenten van de cv-installatie de warmtepomp uitschakelen en de instal-lateur van de installatie raadplegen. De overstortventielen moeten 1-2 maal per jaar worden gecontroleerd. Uit de uitmonding van het overstortventiel kan water druppelen. De uitmonding van het overstortventiel (af-voer) mag nooit worden afgesloten.
11EnviLine A/W Monoblock • 6 720 817 800 (2015/08)Inspectie en onderhoud 55.7 Reinig de condensbak – ODU Monoblock 5...17 Als de bedieningseenheid HMC300 een alarm weergeeft dat de warmte-pomp gereinigd moet worden, verontreinigingen en bladeren die de ont-dooifunctie beïnvloeden uit de condensbak verwijderen.▶ Beschermingsplaat afschroeven.▶ De condensbak met een doek of een zachte borstel reinigen.▶ De beschermplaat weer aanbrengen.Afb. 6 De condensbak van de buitenunit[1] Condensbak5.8 DeeltjesfilterDeeltjesfilter controlerenHet filter voorkomt, dat verontreinigingen uit de cv-installatie in de warmtepomp terecht komen. Dichtgeslibde filters kunnen storingen tot gevolg hebben.Filterreiniging▶ Ventiel sluiten (1).▶ Kap (met de hand) afschroeven (2).▶ Filter uitnemen en onder stromend water reinigen.▶ Filter weer monteren.
Let erop voor een juiste montage, dat de gelei-dingen in de uitsparingen op het ventiel passen (3).Afb. 7 Filtervariant zonder borgringWAARSCHUWING: De dunne aluminium wanden van de verdamper hebben scherpe randen, zijn kwetsbaar en kunnen door onoplettendheid beschadigd worden.▶ Draag beschermende handschoenen ter bescher-ming tegen snijletsel.▶ Ga voorzichtig te werk om de lamellen niet te bescha-digen.6 720 809 065-11.1I1Voor het reinigen van het filter hoeft de installatie niet te worden afgetapt. Het filter is in het algemeen in de af-sluitkraan geïntegreerd en moet in de cv-retour zijn geïn-stalleerd.1.2.2.1.12346 720 805 915-01.1I
12 EnviLine A/W Monoblock • 6 720 817 800 (2015/08)Inspectie en onderhoud5▶ Kap weer opschroeven (met de hand).▶ Ventiel openen (4).5.9 Drukbewaking en oververhittingsbeveiligingWanneer de drukbewaking is geactiveerd, wordt deze automatisch te-ruggezet, nadat de installatiedruk de juiste waarde weer heeft bereikt.▶ Druk op de manometer controleren.▶ Wanneer de druk minder is dan 0,5 bar, druk langzaam door vullen van water via het vulventiel tot maximaal 2 bar verhogen.▶ Bij twijfel over de procedure de installateur van de installatie raadple-gen.Resetten van de oververhittingsbeveiliging op de binnenunit IDU Mono-block type T of TS:▶ Voorwand onder uittrekken en naar boven toe afnemen.▶ Toets op de oververhittingsbeveiliging krachtig indrukken.▶ Voorwand weer plaatsen.Resetten van de oververhittingsbeveiliging op de binnenunit IDU Mono-block E:▶ De installateur van de installatie raadplegen.Afb.
8 Binnenunit IDU Monoblock T of TS[1] Resetten oververhittingsbeveiliging[2] Deeltjesfilter[3] ManometerDrukbewaking en oververhittingsbeveiliging zijn alleen in binnenunits met geïntegreerde elektrische bijverwar-ming aanwezig. Wanneer de oververhittingsbeveiliging is geactiveerd, moet deze handmatig worden gereset.Drukbewaking en oververhittingsbeveiliging zijn in serie geschakeld. Op de bedieningseenheid HMC300 gege-ven alarmen of informatie wijzen dus op een te lage in-stallatiedruk of een te hoge temperatuur van de elektrische bijverwarming.16 720 810 156-10.1I32
13EnviLine A/W Monoblock • 6 720 817 800 (2015/08)Internetaansluiting via geïntegreerde IP-module 6Afb. 9 Binnenunit IDU Monoblock E[1] Manometer6 Internetaansluiting via geïntegreerde IP-moduleDe binnenunit beschikt over een geïntegreerde IP-module. Met deze IP-module kunnen binnenunit en warmtepomp via een mobiele telefoon of tablet worden geregeld en bewaakt. De module is bedoeld als interface tussen cv-installatie en een netwerk (LAN) en maakt bovendien de SmartGrid-functie mogelijk. InbedrijfnameDe router moet als volgt zijn ingesteld:•DHCP actief• Poorten 5222 en 5223 mogen niet voor uitgaande communicatie zijn geblokkeerd. • Vrije IP-adres aanwezig• Op de module aangepaste adresfiltering (MAC-filter). Voor de inbedrijfname van de IP-module staan de volgende mogelijkhe-den ter beschikking:• InternetDe module krijgt automatisch een IP-adres van de router.
In de basis-instellingen van de module zijn de naam en het adres van de doelser-ver opgenomen. Zodra een internetverbinding is opgebouwd, meldt de module zich automatisch op de server aan. • Lokaal netwerkDe module heeft niet noodzakelijkerwijs een internettoegang nodig. Deze kan ook in een lokaal netwerk worden gebruikt. In dit geval kan echter de cv-installatie niet via internet worden benaderd, en de mo-dulesoftware wordt niet automatisch geactualiseerd. • App Bij de eerste keer starten van de app wordt u gevraagd, de af fabriek vooringestelde loginnaam en het wachtwoord in te voeren. De login-gegevens zijn op de typeplaat van de IP-module afgedrukt. •SmartGridDe binnenunit kan met het energiebedrijf communiceren en het ge-bruik zodanig aanpassen, dat het warmtepompvermogen het hoog-ste is, wanneer de stroom het voordeligst is.
Login-gegevens voor de IP-moduleFabricagenummer: __ __ __ __ - __ __ __ __ __ __ __ __ __ - __ __ __ __ __ __ __ __ __ __ Login-naam: ___ ___ ___ ___ ___ ___ ___ ___ ___Wachtwoord: __ __ __ __ - __ __ __ __ - __ __ __ __ - __ __ __ __Mac: ___ ___ - ___ ___ - ___ ___ - ___ ___ - ___ ___ - ___ ___ Voor het gebruik van de volledige functionaliteit zijn een internettoegang en een router met een vrije RJ45-uit-gang nodig. Hierdoor kunnen extra kosten ontstaan. Voor het regelen van de installatie met een mobiele tele-foon of tablet is een gratis app nodig. Bij de inbedrijfname de documentatie van de router aan-houden. 16 720 810 156-11. 1IOPMERKING: Bij vervangen van een IP-module gaan de logingegevens verloren. Voor elke IP-module gelden eigen logingegevens. ▶ Voer de login-gegevens na de inbedrijfname in het daarvoor bedoelde veld in.
14 EnviLine A/W Monoblock • 6 720 817 800 (2015/08)Milieubescherming en afvalverwerking77 Milieubescherming en afvalverwerkingMilieubescherming is een ondernemingsprincipe van de Bosch Groep. Productkwaliteit, economische rendabiliteit en milieubescherming zijn gelijkwaardige doelen voor ons. Milieuwet- en regelgeving wordt strikt nageleefd. Ter bescherming van het milieu passen wij, met inachtne-ming van economische gezichtspunten, de best mogelijke technieken en materialen toe. VerpakkingenBij het verpakken, zijn we betrokken bij de land-specifieke recyclingsy-stemen die optimale recycling waarborgen. Alle gebruikte verpakkings-materialen zijn milieuvriendelijk en recyclebaar. AfdankenAgedankte toestellen bevatten waardevolle stoffen die moeten worden gerecycleerd. De componenten kunnen gemakkelijk worden gescheiden en de kunststoffen zijn gekenmerkt.
Daardoor kunnen de verschillende componenten worden gesorteerd en gerecycleerd resp. afgevoerd. VaktermenBuitenunitDe centrale warmtebron, wordt buiten opgesteld. Bevat het gehele kou-demiddelcircuit. Vanuit de buitenunit wordt opgewarmd of gekoeld wa-ter naar de binnenunit geleid. BinnenunitWordt in de woning opgesteld en verdeeld de van de buitenunit komen-de warmte over de cv-installatie en de boiler. Bevat de bedieningseen-heid HMC300 en de primaire circuitpomp voor de cv-installatie. CV-installatieIs de gehele installatie bestaande uit buitenunit, binnenunit, boiler, cv-installatie en accessoires. CV-installatieOmvat warmtepomp, radiatoren, vloerverwarming of ventilatorconvec-toren of een combinatie van deze elementen, wanneer de cv-installatie uit meerdere cv-circuits bestaat. CV-circuitDat deel van de cv-installatie, dat de warmte over de verschillende ruim-tes verdeeld.
Wanneer de cv-installatie echter bijvoorbeeld over twee circuits be-schikt, kunnen in één circuit radiatoren zijn geïnstalleerd en in de andere een vloerverwarming. CV-circuits kunnen met en zonder mengmodule zijn uitgevoerd. Ongemengd cv-circuitIn een ongemengd cv-circuit wordt de temperatuur in het circuit alleen door de energie gestuurd die van de warmtebron komt. Gemengd cv-circuitIn een gemengd cv-circuit mengt de mengmodule retourwater uit het cir-cuit met warm water dan van de warmtebron komt. Daardoor kunnen ge-mengde cv-circuits met een lagere temperatuur dan andere cv-installaties werken, bijvoorbeeld om vloerverwarmingen, die met lagere temperaturen werken, van radiatoren te scheiden, die hogere tempera-turen nodig hebben. MengerDe mengmodule is een ventiel, dat koeler retourwater met warm water van de warmtebron mengt, om een bepaalde temperatuur te bereiken.
De mengmodule kan in een cv-circuit of in de binnenunit voor de externe bijverwarming zijn opgenomen. 3-wegklepDe 3-wegklep verdeelt warmte-energie over de cv-circuits of de boiler. Deze beschikt over twee vaste standen, zodat verwarming en warmwa-tervoorziening niet tegelijkertijd kunnen plaatsvinden. Dit is tegelijker-tijd de meest effectieve werkwijze, omdat het warm water altijd op een bepaalde temperatuur wordt verwarmd, terwijl de cv-watertemperatuur continu wordt aangepast op de buitentemperatuur. Externe bijverwarming in bivalent bedrijfDe externe bijverwarming is een afzonderlijke warmtebron, die via lei-dingen met de binnenunit is verbonden. De in de bijverwarming gepro-duceerde warmte wordt via een mengmodule geregeld. Daarom wordt deze ook bijverwarming met menger of cv-toestel genoemd.
Primair circuitHet deel van de cv-installatie, dat warmte van de buitenunit naar de bin-nenunit transporteert. KoudecircuitHet hoofdonderdeel van de warmtepomp, dat energie uit de buitenlucht wint en deze als warmte aan het primaire circuit geeft. Bestaat uit ver-damper, compressor, condensor en expansieventiel. In het koudecircuit circuleert het koudemiddel. VerdamperWarmtewisselaar tussen lucht en koudemiddel. De energie uit de lucht, die door de verdamper wordt gezogen, brengt het koudemiddel tot ko-ken, waardoor dit gasvormig wordt. CompressorBeweegt het koudemiddel door het koelcircuit van de verdamper naar de condensor. Verhoogt de druk van het gasvormige koudemiddel. Met toenemende druk wordt ook de temperatuur hoger. CondensorWarmtewisselaar tussen koudemiddel in koudecircuit en water in het warmtedragercircuit.
Tijdens de warmte-overdracht daalt de tempera-tuur in het koudemiddel, dat in de vloeibare aggregaatstoestand over-gaat. ExpansieventielVerlaagt de druk van het koudemiddel na de condensor. Aansluitend wordt het koudemiddel terug in de verdamper geleid, waar het proces opnieuw begint. OmvormerBevindt zich in de buitenunit en maakt de toerentalregeling van de com-pressor mogelijk afhankelijk van de warmtevraag. SpaarfaseEen tijdsperiode tijdens het automatisch bedrijf, met bedrijfsmodus Sparen. Automatisch bedrijfDe verwarming wordt volgens het tijdprogramma verwarmd en automa-tisch wordt omgeschakeld tussen de bedrijfsmodi. BedrijfsmodusDe bedrijfsmodi voor verwarmen zijn: Verwarmen en Sparen. Deze worden met de symbolen en weergegeven. De bedrijfsmodi voor warmwaterbereiding zijn: Warmwater, Warmwa-ter spaar en Uit.
15EnviLine A/W Monoblock • 6 720 817 800 (2015/08)Vaktermen 7VorstbeveiligingAfhankelijk van de gekozen vorstbeveiliging wordt bij buiten- en/of ka-mertemperatuur onder een bepaalde kritische drempel de cv-pomp in-geschakeld. De vorstbeveiliging voorkomt het bevriezen van de verwarming. Gewenste kamertemperatuur (ook wel wens- of streeftemperatuur/kamertemp. streef)De door de verwarming nagestreefde kamertemperatuur. Deze kan indi-vidueel worden ingesteld. BasisinstellingIn de bedieningseenheid vast opgeslagen waarden (bijvoorbeeld com-plete tijdprogramma's), die te allen tijde ter beschikking staan en indien nodig kunnen worden hersteld. VerwarmingsfaseEen tijdsperiode tijdens het automatisch bedrijf, met bedrijfsmodus Verwarmen.
KinderslotInstellingen in de standaardweergave en in het menu kunnen alleen wor-den veranderd, wanneer het kinderslot (toetsvergrendeling) is uitge-schakeld (pagina 8). MenginrichtingModule, die automatisch waarborgt, dat warm water bij de tappunten maximaal met de op de menginrichting ingestelde temperatuur kan wor-den afgetapt. Geoptimaliseerd bedrijfIn het geoptimaliseerde bedrijf wordt het automatisch bedrijf (het klok-programma voor verwarming) niet actief en wordt het constant op de voor het geoptimaliseerde bedrijf ingestelde temperatuur verwarmd. ReferentieruimteDe referentieruimte is de ruimte in de woning, waarin een kamerther-mostaat is geïnstalleerd. De ruimtetemperatuur in deze ruimte dient als stuurgrootheid voor het toegekende cv-circuit. SchakeltijdEen bepaalde tijd, waarop bijvoorbeeld de verwarming start of warm wa-ter wordt geproduceerd.
Een schakeltijd is onderdeel van een tijdpro-gramma. Temperatuur van een bedrijfsmodusEen temperatuur, die aan een bedrijfsmodus is toegekend. De tempera-tuur is instelbaar. Houd de toelichting over de bedrijfsmodi aan.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Nefit EnviLine A-W Monoblock stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Warmtepomp Nefit
Handleiding Warmtepomp
Nieuwste handleidingen voor Warmtepomp