Nefit ODU Split 11t Handleiding

Nefit Warmtepomp ODU Split 11t

Bekijk gratis de handleiding van Nefit ODU Split 11t (36 pagina’s), behorend tot de categorie Warmtepomp. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 49 mensen en kreeg gemiddeld 4.6 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Nefit ODU Split 11t of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/36
Installatie-instructie
Lucht-water split warmtepomp
6 720 813 707-00.2I
ODU Split 2
ODU Split 4
ODU Split 6
ODU Split 8
ODU Split 11t
ODU Split 13t
ODU Split 15t
6 720 817 355 (2015/06)

Beoordeel deze handleiding

4.6/5 (2 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Nefit
Categorie: Warmtepomp
Model: ODU Split 11t

Handleiding Nefit ODU Split 11t – volledige tekst

▶ Houd de veiligheids- en waarschuwingsinstructies aan. ▶ Houd de nationale en regionale voorschriften, technische regels en richtlijnen aan. ▶ Documenteer uitgevoerde werkzaamheden. Bedoeld gebruikDeze buitenunit is uitsluitend bedoeld voor het verwarmen in gesloten warmwaterverwarmingsinstallaties in woongebouwen. Ieder ander gebruik komt niet overeen met de voorschriften. Daaruit re-sulterende schade valt niet onder de fabrieksgarantie. Installatie, inbedrijfstelling en onderhoudInstallatie, inbedrijfstelling en onderhoud mogen alleen door een erkend installateur worden uitgevoerd. ▶ Gebruik alleen originele reserve-onderdelen. Elektrotechnische werkzaamhedenElektrotechnische werkzaamheden mogen alleen door elektrotechnici worden uitgevoerd. ▶ Voor elektrotechnische werkzaamheden:– Schakel de netspanning over alle polen uit en borg deze tegen herinschakelen.

– Controleer de afwezigheid van elektrische spanning. ▶ Houd de aansluitschema's van de overige installatiedelen ook aan. Omgang met het koudemiddelIn de buitenunit wordt het koudemiddel R410A gebruikt.

▶ Alleen gekwalificeerde en gecertificeerde koudemiddeltechnici mo-gen werkzaamheden aan het koudemiddelcircuit uitvoeren. ▶ Bij alle werkzaamheden met koudemiddel altijd geschikte veilig-heidshandschoenen en veiligheidsbril dragen. Gedrag bij ontsnappend koudemiddelOntsnappend koudemiddel kan bij aanraken van de lekkageplaats be-vriezing tot gevolg hebben. ▶ Wanneer koudemiddel ontsnapt, geen onderdelen van de buitenunit aanraken. ▶ Voorkom huid- of oogcontact met het koudemiddel. ▶ Schakel bij huid- of oogcontact met het koudemiddel een arts in. ▶ Neem direct contact op met de installateur, wanneer koudemiddel ontsnapt. Overdracht aan de eigenaarInstrueer de eigenaar bij de overdracht in de bediening en bedrijfsom-standigheden van de cv-installatie. ▶ Leg de bediening uit – ga daarbij in het bijzonder in op alle veilig-heidsrelevante handelingen.

▶ Wijs erop, dat ombouw of herstelwerkzaamheden alleen door een er-kend installateur mogen worden uitgevoerd. ▶ Wijs op de noodzaak tot inspectie en onderhoud voor een veilig en milieuvriendelijk bedrijf. ▶ Geef de installatie- en bedieningsinstructies aan de eigenaar in bewa-ring. ▶ Niet in de ventilator of in de verdamperlamellen grijpen. Verwon-dingsgevaar. Veiligheidsinstructies in de tekst worden aangegeven met een gevarendriehoek. Het signaalwoord voor de waarschuwing geeft het soort en de ernst van de gevolgen aan indien de maatregelen ter voorkoming van het gevaar niet worden nageleefd. Belangrijke informatie zonder gevaar voor mens of mate-rialen wordt met het nevenstaande symbool gemar-keerd. Symbool Betekenis▶ HandelingVerwijzing naar een andere plaats in het document• Opsomming– Opsomming (2e niveau)Tabel 1.

LeveringsomvangLucht-water Split – 6 720 817 355 (2015/06)42 LeveringsomvangAfb. 1 [1] Buitenunit, ODU split 2[2] Buitenunit, ODU split 4/6/8[3] Buitenunit, ODU split 11t/13t/15t3 AlgemeenDe taal van het originele handboek is Engels. Andere talen zijn een verta-ling van het originele handboek. 3. 1 Specificaties buitenunitDe buitenunit is voor buitenopstelling bedoeld in combinatie met een binnenunit opgesteld in een gebouw. 3. 2 GebruikDe buitenunit is uitsluitend bedoeld voor het verwarmen in gesloten warmwaterverwarmingsinstallaties conform EN 12828. Elk ander gebruik is niet conform de bedoeling. Daaruit resulterende schade valt niet onder de fabrieksgarantie. 3. 3 Minimaal volume en gebruik van de cv-installatieOmdat voor de verschillende combinaties van buitenunit en cv-installa-tie verschillende eisen gelden, is geen minimaal volume opgegeven.

In plaats daarvan gelden voor alle buitenunits, onafhankelijk van de dimen-sionering, de volgende voorwaarden:Ongemengde vloerverwarmingsinstallatie zonder buffervat:Om te waarborgen, dat voldoende energie voor de buitenunit en de ont-dooifunctie beschikbaar is, moet het verwarmde vloeroppervlak mini-maal 22 m2 groot zijn. In de grootste ruimte (referentieruimte) moet een kamerthermostaat zijn geïnstalleerd. De door de kamerthermostaat ge-meten kamertemperatuur is bedoeld voor de berekening van de aan-voertemperatuur (principe: weersafhankelijk geregeld met invloed van de kamertemperatuur). In de referentieruimten moeten alle zone-kranen (thermostaten) volledig zijn geopend. Onder bepaalde omstan-digheden kan de elektrische bijverwarming worden geactiveerd, om volledig ontdooien te waarborgen. Dit is afhankelijk van het beschikbare vloeroppervlak.

Waarborg dat de thermostaatkranen van de radiatoren volledig zijn geopend. In de referentieruimte moet een kamerthermos-taat zijn geïnstalleerd, zodat de aanvoertemperatuur aan de hand van de gemeten kamertemperatuur kan worden berekend. Onder bepaalde om-standigheden kan de elektrische bijverwarming worden geactiveerd, om een volledig ontdooien te waarborgen. Dit is afhankelijk van het aantal beschikbare radiatoren. CV-installaties met een ongemengd cv-circuit (radiatoren) en een gemengd cv-circuit (vloerverwarming) zonder buffervatOm te waarborgen, dat voldoende energie voor de buitenunit en de ont-dooifunctie beschikbaar is, zijn per installatie minimaal 4 radiatoren met elk 500 W in het ongemengde cv-circuit nodig. Waarborg dat de ther-mostaatkranen van de radiatoren volledig zijn geopend.

Onder bepaalde omstandigheden kan de elektrische bijverwarming worden geactiveerd, om een volledig ontdooien te waarborgen. Dit is afhankelijk van het aan-tal beschikbare radiatoren en het vloeroppervlak. Alleen gemengde cv-circuits (geldt ook voor cv-circuit met ventila-torconvector)Om te waarborgen, dat voldoende energie voor de buitenunit en de ont-dooifunctie beschikbaar is, is een buffervat met minimaal 50L voor de buitenunits ODU Split 2 t/m 8 nodig en 120L voor de buitenunits ODU Split 11t t/m 15t. 3. 4 TypeplaatDe typeplaat van de buitenunit bevindt zich op de onderhoudsklep. Deze bevat informatie over het verwarmingsvermogen van de buitenunit en de hoeveelheid koudemiddel, het artikel- en serienummer en de productie-datum. 3. 5 Transport en opslagDe buitenunit altijd verticaal transporteren en opslaan.

Deze kan tijdelijk licht worden gekanteld (maximaal 45°), maar mag niet worden neerge-legd. De buitenunit niet bij temperaturen onder – 25 °C opslaan of transpor-teren. 3. 6 AansluitprincipeDe functie is gebaseerd op een vraaggestuurde regeling van het com-pressorvermogen met bijschakelen van de geïntegreerde/externe bij-verwarming via de binnenunit.

De bedieningseenheid HMC300 stuurt de buitenunit aan volgens de ingestelde stooklijn. Wanneer de buitenunit de warmtevraag van het huis niet alleen kan afdekken, start de binnen-1 2 36 720 813 707-02. 1IDe installatie mag alleen door opgeleid personeel wor-den uitgevoerd. De installateur moet de lokale regels en voorschriften en instructies in de installatie- en gebrui-kersinstructie aanhouden. Om te vaak starten en uitschakelen, onvolledig ontdooi-en en onnodige alarmen te vermijden, moet de in de in-stallatie opgeslagen hoeveelheid energie voldoende groot zijn. Energie wordt in de waterhoeveelheid van de cv-installatie, in de installatiecomponenten (radiatoren) en in de vloer (vloerverwarming) opgeslagen.

Technische instructiesLucht-water Split – 6 720 817 355 (2015/06) 5unit automatisch de bijverwarming, die samen met de buitenunit de ge-wenste temperatuur in het huis en eventueel de boiler genereert.CV- en warmwaterbedrijf bij uitgeschakelde warmtepompBij buitentemperaturen onder –20 °C wordt de buitenunit automatisch uitgeschakeld en kan geen warmte voor het cv-water produceren. In dit geval neemt de bijverwarming van de binnenunit automatisch het ver-warmings- en warmwaterbedrijf over.3.7 Automatisch ontdooienDe buitenunit werkt met de zogenaamde verwarmingsgasontdooiing. Tijdens het ontdooien wordt de doorstroomrichting in het koudemiddel-circuit door een elektrisch geregelde 4-wegklep omgekeerd.Het verwarmingsgas smelt het ijs op de lamellen van de verdamper. Daarbij koelt de cv-installatie iets af. Het ontdooien wordt via de in de buitenunit geïntegreerde sensor gestuurd.

De duur van het ontdooien hangt af van de ijsdikte en de actuele buitentemperatuur.Onder de verdamper van de buitenunit dient de bodem van de behuizing als opvangbak voor optredend condenswater en ijs. De bodem van de behuizing wordt via een geïntegreerde verwarmingskabel verwarmd. Het ontdooien wordt tijdens verwarmen bij inlaattemperaturen onder 0 °C ingeschakeld en bij buitentemperaturen boven 1 °C uitgeschakeld.4 Technische instructiesBereik voor buitenunit zonder bijverwarmingAfb. 2 ODU split 2–15[T1] Temperatuur aanvoer[T2] BuitentemperatuurWij adviseren bovendien een condensaatafvoerverwar-ming in de condensaatafvoerbak (accessoire voor doel-gerichte condensaatafvoer) te installeren.Op de betreffende aansluitklemmen ( afb.

• De CE markering geeft aan dat de apparaten die in deze handleiding-worden beschreven, voldoen aan de volgende richtlijnen:– Europese Richtlijn 2004-108 van het Europees Parlement en de Raad van Europa over elektromagnetische compatibiliteit. – Europese Richtlijn 2006-95 van het Europees Parlement en de Raad van Europa over laagspanning. – Europese Richtlijn 1997-23 van het Europees Parlement en de Raad van Europa over de druk van apparatuur. – Europese richtlijn 2007-1494 van de Commissie van 17 decem-ber 2007 tot vaststelling, overeenkomstig richtlijn 2006-842 van het Europees Parlement en de Raad van Europa, van de vorm van etiketten. – En aanvullende etiketteringseisen betreffende producten en ap-paratuur die bepaalde gefluoresceerde broeikasgassen bevatten.

•EN 12828 (cv-systemen in gebouwen - ontwerp van warmwater-ver-warmingsinstallaties)•EN 60335 (veiligheid van elektrische apparatuur voor huishoudelijk gebruik en soortgelijke doeleinden)Deel 1 (algemene eisen) deel 2–40 (bijzondere eisen voor elektrisch aangedreven warmte-pompen, airconditioning en kamerontvochtigers)6 InstallatieDe buitenunit wordt buiten opgesteld. Daar vindt de warmtewisseling met de omgevingslucht plaats. Daarom moet rondom de buitenunit vol-doende ruimte aanwezig zijn en moeten bepaalde omgevingscondities heersen. Dit hoofdstuk beschrijft de opstelling van de buitenunit, de bekabeling met de binnenunit en de aansluiting daarop. Bovendien zijn instructies opgenomen voor de installatie bij zee. 6. 1 Optillen▶ Wanneer de buitenunit hangend wordt gedragen, moeten de kabels tussen de voeten van de bodemplaat en, onder de eenheid door wor-den geplaatst.

▶ Bij het hijsen de kabels altijd op 4 plaatsen aanslaan, zodat een gelijk-matige lastverdeling is gewaarborgd. ▶ Kabels onder een hoek van maximaal 40° op de buitenunit bevesti-gen. ▶ Bij het plaatsen alleen accessoires en componenten gebruiken, die voldoen aan de gespecificeerde technische gegevens. 6. 2 Checklist1. Buitenunit op een vaste ondergrond opstellen (hoofdstuk 6. 3) en bevestigen. 2. Koudemiddelleidingen van de buitenunit installeren (hoofdstuk 7). 3. Condensafvoerleiding en condensafvoerverwarming (accessoires) van de buitenunit installeren. De condensafvoerverwarming kan op de buitenunit (ontdooien via thermostaat geregeld) ( afb. 33 [8], 34 [9], 35 [14]) of de binnenunit (installatie-instructie van de binnenunit) (correct ontdooien) worden aangesloten. 4. Buitenunit op de binnenunit aansluiten (installatie-instructie van de binnenunit). 5.

3 Fundering voor de opstelling▶ Controleer de draagkracht en vlakheid van het opstellingsoppervlak, zodat de buitenunit tijdens bedrijf geen trillingen of geluid veroor-zaakt. ▶ Bevestig de buitenunit met behulp van de funderingsbouten. (4 sets standaard M10 funderingsbouten, moeren en vulringen klaar leggen. Bevestiging is niet meegeleverd. )▶ Schroef de funderingsbouten bij voorkeur zover in, dat deze 20 mm boven het funderingsoppervlak uitsteken. Ga bij het dragen van de buitenunit uiterst zorgvuldig te werk:▶ Draag de buitenunit altijd met minimaal 2 personen. ▶ Bepaalde producten zijn met PP-band verpakt. Ge-vaar – gebruik deze banden niet voor het transport. ▶ Raak de lamellen van de warmtewisselaar niet aan met blote handen. Er bestaat gevaar voor lichamelijk letsel.

▶ Verklein de kunststoffolie van de verpakking en voer deze zorgvuldig af, zodat het niet in handen van kin-deren terecht komt. Kunststoffolie kan bij kinderen verstikking veroorzaken. ▶ Hang de buitenunit in op 4 punten bij het dragen. Bij het dragen en tillen van de buitenunit op 3 punten, kan deze instabiel worden en vallen. Elke installatie is individueel verschillend. De volgende checklist beschrijft in het algemeen het installatiepro-ces. Om geluidsbelastingen bij een wandmontage te voorko-men, wordt geadviseerd, de buitenunit op de vloer te monteren. De buitenunit zo mogelijk op vloerconsole (accessoire) monteren.

InstallatieLucht-water Split – 6 720 817 355 (2015/06) 13Afb. 7 Bevestiging met funderingsbouten (mm)[1] H-balk[2] Frame[3] Schotelveer[4] Moer[5] Betonnen fundering[6] Trillingsdempend materiaal (meegeleverd met de accessoires)Afb. 8 [1] Pallet (houten drager) – voor het installeren verwijderenAfb. 9 Buitenunit op de vloerconsole (bovenaanzicht)[1] Buitenunit[2] Condensbak (accessoire)[3] Vloerconsole (accessoire)Afb. 10 Afvoer condenswater via kiezelbed[1] Buitenunit[2] Condensbak (accessoire)[3] Vloerconsole (accessoire)[4] Fundament 100 mm[5] Verdichte grintlaag 300 mm[6] Condenswaterleiding 40 mm[7] KiezelbedHet condenswater kan via een kiezelbed of via een afvoer worden afge-voerd.

Voor de oplossing met de afvoer is een condensbak nodig, die als accessoire leverbaar is.De condensbak moet zijn voorzien van een verwarmingskabel, die in de bak en tot in de vorstvrije afvoer loopt.Als alternatief kan natuurlijk verzinken van het condens als oplossing worden gekozen. Hierbij kan ijsvorming op de bodem ontstaan.VOORZICHTIG: Vorstgevaar!▶ Voor het plaatsen de pallet (houten drager) ( afb. 8) onder de bodemkuip van de buitenunit ver-wijderen. WAARSCHUWING: Brandgevaar!▶ Voor het solderen de pallet (houten drager) ( afb. 8) onder de bodemkuip van de buitenunit ver-wijderen. Wanneer de pallet (houten drager) niet wordt verwijderd, bestaat bij soldeerwerkzaamhe-den brandgevaar.20075752001001234566 720 813 707-33.1I16 720 813 707-32.1I1323Bij gebruik van de condensbak is een verwarmingskabel voor de afvoer noodzakelijk (accessoire).90 cm6 720 814 477-10.2I45671332>

InstallatieLucht-water Split – 6 720 817 355 (2015/06)146. 4 Omgevingsomstandigheden op de opstellingslocatie▶ Waarborg, dat de warmteafgifte (koelbedrijf) via de warmtewisse-laar niet is beperkt, wanneer de buitenunit zich onder een dak be-vindt ter bescherming tegen directe zonnestralen of regen. ▶ Plaats de buitenunit niet aan de noordkant van het gebouw. Dit kan een lager rendement tot gevolg hebben. ▶ Waarborg, dat de door pijlen gemarkeerde afstanden voor, achter, boven en aan de zijkant van de buitenunit worden aangehouden. ▶ Plaats geen dieren en planten in de luchtstroom. ▶ Houd rekening met het gewicht van de buitenunit en kies een opstel-lingsplaats, waar het geluid en de trillingen minimaal zijn. ▶ Kies de opstellingsplaats zodanig, dat het maximale geluidsdrukni-veau geen hinder voor buren veroorzaakt. Afb.

11 Minimale afstanden voor onderhoudsdoeleinden (mm)[1] Hek of hindernissen[2] Overkapping6. 5 Aanbrengen van muurdoorvoerenHoud de instructies hierna aan, wanneer voor de aansluiting van binnen- en buitenunit muurdoorvoeren nodig zijn, de instructies hierna aanhou-den. ▶ Leidingdoorvoeren met een kerngatboor met Ø 70 mm boren. ▶ Om te voorkomen, dat regenwater binnendringt, moet het gat naar de buitenmuur toe iets onder een hoek liggen. Afb. 12 Afstand in mm[1] Binnen[2] Wand[3] Buiten6. 6 Opstelling in de nabijheid van de zee6. 6. 1 Keuze van de opstellingslocatie Wanneer de buitenunit in de buurt van de zee moet worden opgesteld, moet deze zo veel mogelijke beschermd tegen directe zeewind worden opgesteld. ▶ Stel de buitenunit op aan de zijde die afgewend ligt van de zee ( afb. 13).

▶ Wanneer de buitenunit aan de zeezijde wordt geïnstalleerd, moet ter bescherming tegen de zeewind eventueel een windbescherming worden geplaatst ( afb. 14). – De windbescherming moet bestand zijn tegen de zeewind en moet daarom bij voorkeur in beton worden uitgevoerd.

– De hoogte en de breedte moeten meer dan 150% van de buiten-unit zijn. – Houd voor een goede luchtcirculatie minimaal 700 mm afstand aan tussen de buitenunit en de windbescherming. ▶ Een opstellingslocatie met goede afwatering kiezen. Afb. 13 [1] ZeewindAfb. 14 [1] Windbescherming[2] Zeewind6. 7 Van het jaargetijde afhankelijk wind en veiligheids-maatregelen in de winterIn gebieden met sneeuwrijke of extreem koude winters, moeten voor het optimale bedrijf beschermende maatregelen voor de buitenunit worden genomen. ▶ Ook in andere gebieden moeten maatregelen worden genomen tegen de wind en sneeuw. 3007003006006 720 813 707-10. 2I2110005~7mm6 720 813 707-11. 1I123VOORZICHTIG: Gevaar voor corrosie. Corrosie kan vooral op de condensor en de verdamper-lamellen storingen veroorzaken of inefficiënt werken tot gevolg hebben.

▶ Plaats de buitenunit niet in een omgeving, waar cor-rosieve, bijvoorbeeld zure of alkalische, gassen op-treden. ▶ Stel het product niet zodanig op, dat deze direct aan zeewind (zoute wind) wordt blootgesteld. ▶ Plaats de buitenunit niet dicht bij de zee en bescherm deze zo mogelijk tegen directe blootstelling aan de zeewind. 1 16 720 813 707-10. 1I6 720 813 707-12. 1I126 720 813 707-13. 1I.

KoudemiddelleidingenLucht-water Split – 6 720 817 355 (2015/06) 15▶ Aanzuig- en uitblaaszijde zodanig kiezen, dat sneeuw of regen niet naar binnen kan dringen. ▶ Stel de buitenunit zodanig op, dat geen sneeuw of regen van het dak glijdt of druppelt. – Wanneer sneeuw zich op de aanzuigopening heeft afgezet en daar vastvriest, kunnen storingen ontstaan. – Monteer in gebieden met veel sneeuw een beschermdak. ▶ Stel in sneeuwrijke gebieden de buitenunit op een sokkel op, die 500 mm boven de gemiddelde jaarlijkse sneeuwhoogte ligt. ▶ Verwijder de sneeuw, zodra de sneeuwhoogte op de buitenhoogte meer dan 100 mm is, om optimaal bedrijf te waarborgen. 7 KoudemiddelleidingenDit hoofdstuk beschrijft de installatie van de koudemiddelleiding op de buitenunit. 7. 1 Aansluiting van de koudemiddelleidingen7. 1. 1 VeiligheidGebruik in de buitenunit uitsluitend het koudemiddel R410A.

▶ Alleen gekwalificeerde en gecertificeerde koudemiddeltechnici mo-gen werkzaamheden aan de koudemiddelinstallatie uitvoeren. ▶ Gebruik bij de installatiewerkzaamheden de speciaal voor het koude-middel R410A bedoelde gereedschappen en leidingcomponenten. ▶ Waarborg de dichtheid van de koudemiddelinstallatie. Ontsnappend koudemiddel veroorzaakt bij contact met open vuur giftige gassen. ▶ Koudemiddel niet in de atmosfeer laten ontsnappen. Ontsnappend koudemiddel kan bij aanraken van de lekkageplaats be-vriezing tot gevolg hebben. ▶ Wanneer koudemiddel ontsnapt, geen onderdelen van de buitenunit aanraken. ▶ Voorkom huid- of oogcontact met het koudemiddel. ▶ Schakel bij huid- of oogcontact met het koudemiddel een arts in. 7. 1.

2 Montage van de koudemiddelleidingHoud bij de montage van de koudemiddelleidingen de specificaties van de leidinglengten en de stijgingen aan. Bereid de installatie voor wan-neer alle voorwaarden bekend zijn. Begin daarna met de werkzaamhe-den voor het installeren van de koudemiddelleiding op de buitenunit. De leidinglengte zonder noodzakelijke extra vulling is 7,5 m. Tot deze lengte is bijvullen met koudemiddel niet nodig. Voorbeeld: wanneer de buitenunit met een enkelvoudige leidinglengte van 50 m wordt opgesteld, moet 1700 g koudemiddel extra worden bij-gevuld. Er geldt: (50 - 7,5) x 40 g = 1700 g1. Fabricagelocatie (zie sticker van het model)2. Bevestigingsplaats (zo mogelijk in de nabijheid van de onderhouds-punten voor het vullen of aftappen van koudemiddel)3. Totale vulhoeveelheid (1 + 2)Wanneer de sokkel breder is dan de buitenunit, kan de sneeuw ook daar ophopen.

▶ De sokkelhoogte moet 2 maal de sneeuwhoogte zijn, de breedte moet niet meer zijn dan de breedte van de buitenunit. ▶ De aanzuig- en uitblaasopening van de buitenunit niet in de hoofdwindrichting plaatsen. Korte leidingtrajecten buiten verminderen de warmte-verliezen. Gebruik zo mogelijk voorgeïsoleerde koude-middelleidingen. Buiten moeten de koudemiddelleidingen tegen warmteverliezen worden geïsoleerd. Deze isolatie moet UV-bestendig, weerbe-stendig en bestand zijn tegen knaagdieren. De installatie mag alleen worden uitgevoerd door een ge-certificeerde koeltechnicus (F-gassen). De installateur moet de geldende regels en voorschriften en instructies in de installatie- en gebruikersinstructie aanhouden. VOORZICHTIG: De buitenunit is voorgevuld met koude-middel R410A, dat ontsnapt, wanneer de afsluiters te vroeg worden geopend.

Gebruik koudemiddelolie met ester, ether of alcylbenzol voor het insmeren van de flare-verbinding. VOORZICHTIG: Materiële schade door verkeerde in-stallatie. ▶ Gebruik alleen gereedschappen, die speciaal zijn be-doeld voor koudemiddel R410A. WAARSCHUWING: Gevaar voor lichamelijk letsel door ontsnappend koudemiddel. Niet toegestane of verkeerd gedimensioneerde leidin-gen kunnen knappen. ▶ Gebruik uitsluitend koudemiddelleidingen met de gespecificeerde wanddikte. VOORZICHTIG: Storing. Het nominaal vermogen van het product is gebaseerd op de gespecificeerde standaardlengten. De maximaal toe-gestane lengte is maatgevend voor het betrouwbaar be-drijf van het product. Een verkeerde koudemiddelvulling kan storingen veroorzaken. ▶ Bij leidinglengten meer dan 7,5 m de koudemiddel-hoeveelheid overeenkomstig tabel 6 verhogen.

KoudemiddelleidingenLucht-water Split – 6 720 817 355 (2015/06)16Afb. 15 [1] Binnenunit[2] Buitenunit7. 2. 1 Voorbereiden van de leidingaansluitingenDe leidingaansluiting wordt in 5 stappen voorbereid. Omdat verkeerde leidingverbindingen de meest voorkomende oorzaak zijn voor koude-middellekkage, moeten de leidingverbindingen zorgvuldig worden uitge-voerd volgens de volgende stappen. 1. Inkorten van de leidingen en kabels– Gebruik de koudemiddelleidingen, lokaal verkrijgbaar. – Meet de afstand tussen de binnen- en de buitenunit. – Kort de leidingen iets langer af dan de gemeten afstand. Afb. 16 Inkorten van de leidingen en kabels[1] Koperen leiding[2] Schuin[3] Gegolfd[4] Oneffen2. Ontbramen– Braam geheel van het snijvlak van de leiding verwijderen. – Uiteinde van de leiding naar beneden richten, om te voorkomen, dat spanen in de leiding terecht komen. Afb.

17 Ontbramen[1] Naar onderen gericht[2] Leiding[3] Ruimer3. Monteren van de flensmoer– Op de buitenunit bevestigde flensmoeren afschroeven. – Flensmoeren op de ontbraamde leiding plaatsen. – Na afsluiting van de installatiewerkzaamheden is het niet meer mogelijk, de flensmoeren op de buizen te monteren. Afb. 18 Monteren van de flensmoer[1] Koperen leiding[2] Flensmoer4. Maken van de leidingverbindingen– Leidingverbindingen met behulp van het flensgereedschap voor koudemiddel R-410A uitvoeren ( tab. 7). – Koperen leiding in een rail (of vorm) zoals afgebeeld vast inspan-nen ( tab. 7). SlagvolumeLeidingafmetingen (mm : inch)(diameter : Ø )Afstand enkele leidinglengte A (m) Stijging B (m) * extra koudemid-del (g/m)(enkele leidinglengte)Gas Vloeistof Standaard Maximaal Standaard MaximaalODU Split 2 15,88 (5/8")1) 9,52 (3/8")2) 7,5 30 0 30 40ODU Split 4.

KoudemiddelleidingenLucht-water Split – 6 720 817 355 (2015/06) 17Afb. 19 [1] Sjabloon[2] Koperen leiding[3] Sjabloon[4] Greep[5] Opzetstuk[6] Conus[7] Rode pijlmarkering[8] Instelgreep5. Aflezen– Flensverbindingen met de afbeeldingen vergelijken ( afb. 20).– Bij niet optimale uitvoering van de verbinding het geflensde deel afzagen en de flens opnieuw maken.Afb. 20 [1] Rondom vlak[2] Binnenzijde glad zonder krassen[3] Verkeerde flensverbindingen[4] Rondom even lang[5] Schuin[6] Oppervlak beschadigd[7] Gescheurd[8] Dikte ongelijkmatig7.2.2 Aansluiten van het leidingwerk op de buitenunit (modellen: ODU Split 8, ODU Split 11t, ODU Split 13t, ODU Split 15t)Inclusief de instellingen op de printplaat worden de leidingen in 5 stap-pen op de buitenunit aangesloten.1. Bepalen van de leidinginstallatierichting– Leidingen kunnen in 4 richtingen worden aangesloten.

KoudemiddelleidingenLucht-water Split – 6 720 817 355 (2015/06)18Afb. 23 [1] Doorgaand[2] Draaimomentsleutel[3] Buitenunit[4] Leiding aan vloeistofzijde[5] Leiding aan gaszijde[6] Net-en CAN-BUS kabel[7] Afvoerslang (indien nodig)[8] Koudemiddelleidingen[9] Kit of isolatiemateriaal (lokaal verkrijgbaar)4. Afdichten– Leidingdoorvoeren met kit of isolatiemateriaal (lokaal verkrijg-baar) afdichten. Sluit daarbij alle openingen (afb. 23).– Wanneer insecten of kleine dieren in de buitenunit terecht ko-men, kunnen deze in de aansluitdoos een kortsluiting veroorza-ken.– Tenslotte de koudemiddelleidingen op de binnenunit met isolatie-materiaal omhullen en met 2 soorten vinyl-plakband bevestigen. Een goede warmte-isolatie is van groot belang.Afb. 24 Trek de moer met 2 sleutels aan7.2.3 Aansluiten van het leidingwerk op de buitenunit (model: ODU Split 2)1.

Leidingen centraal uitlijnen en flensmoeren handvast aandraaien.2. Flensmoer met een momentsleutel aantrekken, tot deze klikt.– Waarborg bij het vastzetten van de flensmoeren met de moment-sleutel, dat de aantrekrichting overeenkomt met de pijlrichting op de sleutel.Afb. 25 [1] Buitenunit[2] Leiding aan gaszijde[3] Leiding aan vloeistofzijde[4] Draaimomentsleutel7.3 Vullen van het cv-systeemCV-systeem eerst uitspoelen. Wanneer een boiler op het systeem is aan-gesloten, moet deze met water worden gevuld. Vul daarna het cv-systeem.16 720 813 707-06.1I23456789WAARSCHUWING: Elektrocutiegevaar!▶ Open de zijwand van de buitenunit nooit tijdens be-drijf en bedien de DIP-schakelaar niet.Een volledige instructie voor het vullen van de cv-instal-latie is opgenomen in de installatie-instructie van de bin-nenunit.6 720 644 816-71.1I14236 720 813 707-22.1I

Elektrische aansluitingLucht-water Split – 6 720 817 355 (2015/06) 198 Elektrische aansluiting▶ Kabeldiameter en -type conform de zekering en het bekabelingstype selecteren.▶ Sluit de buitenunit aan conform het schakelschema. Sluit in geen ge-val andere verbruikers aan.▶ Installeer, wanneer de voedingsspanning van de buitenunit niet via de binnenunit wordt verzorgd, een afzonderlijke veiligheidsschake-laar, die deze compleet spanningsloos schakelt. Bij een gescheiden voeding is voor elke voedingskabel een afzonderlijke veiligheids-schakelaar nodig.▶ Bij vervangen van de printplaat de kleurcodering respecteren.GEVAAR: Elektrocutiegevaar!De componenten van de buitenunit zijn elektrisch gelei-dend.

De condensator van de buitenunit moet na het los-maken van de spanningsbron worden ontladen.▶ Schakel de hoofdschakelaar uit.▶ Wacht minimaal 5 minuten voordat met de elektro-technische werkzaamheden wordt begonnen.OPMERKING: Wanneer de spanning wordt ingescha-keld, zonder dat de installatie met water is gevuld, is schade aan de installatie mogelijk.In dit geval kunnen de componenten van de cv-installatie oververhit raken.▶ Boiler en cv-installatie voor het inschakelen vullen tot de juiste druk.De buitenunit moet veilig en conform de geldende voor-schriften spanningsloos kunnen worden geschakeld.▶ Een afzonderlijke veiligheidsschakelaar voor het vol-ledig uitschakelen van de buitenunit installeren, wan-neer deze niet via de binnenunit wordt gevoed. Bij een gescheiden voeding is per buitenunit een veilig-heidsschakelaar nodig.

Elektrische aansluitingLucht-water Split – 6 720 817 355 (2015/06)208. 1 CAN-BUSBuiten- en binnenunit zijn via een CAN-BUS communicatiekabel, met el-kaar verbonden. Als CAN-BUS kabel is een LiYCY-kabel (TP) 2 x 2 x 0,75 of een gelijk-waardige kabel geschikt. Wanneer andere kabels worden gebruikt, moe-ten dit afgeschermde duplex-kabels zijn met een diameter van minimaal 0,75 mm2 en geschikt voor buitengebruik. De afscherming moet aan beide uiteinden worden geaard:▶ Op de behuizing van de binnenunit. ▶ Op de aardklem van de buitenunit. De maximale kabellengte is 30 m. De printplaten worden via 3 aders aangesloten. De printplaten zijn voor-zien van markeringen voor beide CAN-BUS-aansluitingen. Afb. 26 CAN-BUS-verbinding[1] BuitenunitDe afsluitschakelaar markeert het begin en het einde van het CAN-BUS-circuit. De I/O-printplaat van de buitenunit moet worden afgeslo-ten. 8.

2 Elektrische bedrading▶ Houd de richtlijnen van de technische normeringsinstituten voor elektrische apparatuur en bekabeling aan en de specificaties van het energiebedrijf. ▶ Communicatiekabels van de buitenunit op afstand van de netkabel installeren, zodat geen elektrische storingen door de voeding kunnen worden veroorzaakt. (niet in hetzelfde kanaal installeren)▶ Waarborg dat de buitenunit conform de voorschriften wordt geaard. ▶ De kabel in de aansluitdozen van de buiten-en binnenunit wat langer laten, omdat de aansluitdoos af en toe voor onderhoudswerkzaam-heden moet worden weggenomen. ▶ Voeding nooit op het klemmenblok van de CAN-BUS-kabel aanslui-ten. In dat geval branden de elektrische componenten door. CAN-BUS-kabels uitsluitend op de daarvoor bedoelde klemmen aanslui-ten. 8. 2.

27 [1] 1 fase (Ø)[2] 3 fasen (Ø)Aansluitbezetting van de netkabel en veiligheidsmaatregelen:Bij de aansluiting op de aansluitklemmen moeten kabel een standaard kabelmof hebben. OPMERKING: Storingen door elektrische interferen-ties. Hoogspanningskabels (230/400 V) in de nabijheid van een communicatiekabel kunnen storingen van de bin-nenunit veroorzaken. ▶ Installeer de afgeschermde CAN-BUS-kabel op af-stand van de voedingskabels. Minimale afstand: 100 mm. Installatie samen met bus-kabels is wel toe-gestaan. OPMERKING: Schade aan de installatie door verwisse-ling 12 V- en CAN-BUS-aansluiting. De communicatiecircuits zijn niet voor 12 V-gelijkspan-ning gedimensioneerd. ▶ Controleer, of de aders van de CAN-BUS kabel cor-rect op de klemmen van de printplaat zijn aangeslo-ten. CAN-BUS: niet op "Out 12V DC" (12 V-gelijkspannings-uitgang) op de hoofdprintplaat aansluiten.

Maximale kabellengte 30 mMinimale diameter Ø = 0,5 mm216 720 813 707-44. 1IWAARSCHUWING: Elektrocutie of brand. Een te laag netvermogen of slechte uitvoering van de elektrotechnische installatie kan elektrocutie of brand veroorzaken. ▶ Waarborg, dat de elektrotechnische installatie alleen door erkende elektrotechnici wordt uitgevoerd ge-bruikmakend van speciale circuits en conform de richtlijnen zoals aangegeven in dit installatiehand-boek. VOORZICHTIG: Elektrocutiegevaar. Onvolledige aarding kan elektrische schokken veroorza-ken. ▶ Buitenunit altijd aarden. ▶ Aardleider niet op gas- of vloeistofleidingen, blik-semafleiders of telefoonaarde aansluiten. VOORZICHTIG: Schade aan de installatie. Bij gebruik van de buitenunit met omgekeerde fasen is schade aan de compressor en andere componenten mo-gelijk. Een ontbrekende of defecte N-fase veroorzaakt schade aan de installatie.

Elektrische aansluitingLucht-water Split – 6 720 817 355 (2015/06) 21Bij aansluiting op de printkaart (alleen bij aarding van Split 2):▶ Knelkabelschoenen ( afb. 28) voor de aansluiting van de aarde op de hoofdprintplaat gebruiken.Afb. 28 [1] Knelkabelschoen[2] NetkabelWanneer bij het aansluiten van de kabels op het aansluitblok geen ande-re materialen worden gebruikt, ga dan verder als hierna beschreven.▶ Sluit geen kabels van verschillende dikte aan op het vermogensaan-sluitblok. (Doorhangende netkabels kunnen abnormale warmte-ont-wikkeling veroorzaken.)▶ Zie voor het aansluiten van even dikke kabels afbeelding ( afb. 29).Afb. 29 Technische gegevens van de CAN-BUS kabel:Afb.

30 8.2.2 Procedure bij het aansluiten van net- en CAN-BUS kabel▶ Maak de schroeven van de zijwand van de buitenunit los en demon-teer de zijwand.▶ Netkabel op de hoofdvermogensaansluiting en CAN-BUS kabel op de stuuraansluiting aansluiten.Details zie de afbeelding hieronder. Uit veiligheidsoverwegingen moet de diameter van de aardkabel minimaal 1,5 mm2 zijn. Aardka-bel op de aansluitklem met het aardsymbool aansluiten.▶ Om per ongeluk wegglijden van de net- of CAN-BUS kabel te voorko-men, kabelhouder (of kabelklemmen) gebruiken.▶ Zijwand van de buitenunit met de bevestigingsschroeven weer vast-schroeven.Afb.

Elektrische aansluitingLucht-water Split – 6 720 817 355 (2015/06)22VOORZICHTIG: Controleer voor het bekabelen de vol-gende voorwaarden en waarborg dat daaraan is vol-daan.Een storing in de voedingsspanning, zoals bijvoorbeeld een plotselinge spanningstoename of -afname, kan de volgende storingen tot gevolg hebben: denderen van magneetschakelaars (constant in- en uitschakelen), fy-sieke beschadiging van schakelende delen van de be-treffende magneetschakelaar, zekeringschade, storingen van overbelastingscomponenten of bijbeho-rende regelalgoritmes en uitval van de compressorstart.▶ Zorg voor een geschikte voedingsspanning voor de buitenunit. Meer informatie is opgenomen in het schakelschema (in de besturingskast van de binnen-unit).▶ Controleer de bevestigingsschroeven van de binnen-bekabeling en waarborg, dat deze allen vast zijn aan-getrokken.

Wanneer deze niet vast zijn aangetrokken, kan een contact losraken en storingen veroorzaken. (De schroeven kunnen door trillingen bij het transport zijn losgeraakt, ondanks dat dit zelden voorkomt,)▶ Specificaties van de spanningsbron (fase, spanning, frequentie, enzovoort) zijn opgenomen in de techni-sche gegevens.▶ Waarborg, dat de elektrische zekering correct is.▶ Waarborg dat de voedingsspanning overeenkomt met de nominale spanning die is gespecificeerd op de typeplaat.▶ Waarborg, dat de doorsnede van de gebruikte elek-trische kabel overeenkomt met de specificaties van het locale energiebedrijf. (Let vooral op de verhou-ding tussen de kabellengte en -dikte.)▶ Waarborg om elektrische schokken te voorkomen, dat de buitenunit met een randaarde is geaard con-form de voorschriften.

Afsluitende werkzaamhedenLucht-water Split – 6 720 817 355 (2015/06)309 Afsluitende werkzaamhedenNa het aansluiten van de koudemiddelleidingen en de CAN-BUS kabel tenslotte de leidingen en kabel bundelen en de testen uitvoeren. Let op, de voedingskabels niet samenbundelen met de koudemiddelleidingen en de CAN-BUS kabel, installeer de voedingskabel minimaal op 100mm afstand van de CAN-BUS kabel om interferenties te voorkomen. Vooral de dichtheidstesten bijzonder zorgvuldig uitvoeren, omdat lekkage van koudemiddel direct vermogensverlies tot gevolg heeft. Bovendien is het zoeken naar lekkages na afronding van alle installatiewerkzaamheden bijzonder moeilijk. 9. 1 Maken van de leidingbundelLeidingen bundelen. Daarvoor de CAN-BUS kabel en koudemiddelleidin-gen (tussen binnen- en buitenunit) met isolatiemateriaal en 2 soorten vi-nyl-band omwikkelen.

▶ Koudemiddelleidingen en CAN-BUS kabel van onderen naar boven met vinyl-band omwikkelen, wanneer van boven naar beneden wordt gewikkeld, kan regenwater in de leidingen of kabels binnendringen. ▶ Omhulde leiding met een klem of iets dergelijks op de buitenwand bevestigen. ▶ Leidinginstallatie uitvoeren als een sifon, zodat regenwater niet in de elektrische installatie terecht kan komen. Afb. 40 [1] Kleine opening rondom de leiding met rubberachtig afdichtmid-del afdichten. [2] Kunststofband[3] Leidingbundel[4] Koudemiddelleidingen[5] CAN-BUS kabel[6] Leidinginstallatie uitvoeren als een sifon, zodat regenwater niet in de elektrische installatie terecht kan komen. Afb. 41 [1] Leidinginstallatie uitvoeren als een sifon[2] Kleine opening rondom de leiding met rubberachtig afdichtmid-del afdichten. 9.

De vochtigheid in het koudemiddelcircuit kan bevriezen en de capil-laire buizen verstoppen. 5. Water kan corrosie van componenten van het koudemiddelsysteem veroorzaken. Daarom moeten de binnen- en buitenunit en de verbindingsleidingen op lekkage worden gecontroleerd en vacuüm worden getrokken, om niet condenseerbare gassen en vocht uit het systeem te verwijderen. 9. 2. 1 Voorbereiding▶ Waarborg, dat alle leidingen (vloeistof- en gaszijde) tussen binnen- en buitenunit correct onderling zijn verbonden en de gehele bedra-ding voor de testrun volledig is aangesloten. ▶ Neem de kappen van de serviceventielen aan de gas- en vloeistofzij-de van de buitenunit af. ▶ Waarborg, dat op dit tijdstip de serviceventielen aan de gas- en vloei-stofzijde van de buitenunit zijn gesloten. 9. 2.

Milieubescherming en afvalverwerkingLucht-water Split – 6 720 817 355 (2015/06) 31Afb. 42 [1] Binnenunit[2] Buitenunit[3] Verdeelklep[4] Manometer[5] Vulslang[6] Stikstoffles (rechtop staand)9. 2. 3 Vacuüm trekken▶ Voor het vacuümtrekken van de leidingen en de binnenunit het uitein-de van de vulslang aansluiten zoals hierboven beschreven. – Waarborg, dat de "Hi/Lo"-knop van de verdeelklep open is. Va-cuëmpomp starten. – De bedrijfsduur voor het vacuüm trekken is afhankelijk van de lei-dinglengte en de pompcapaciteit. Gebruik de pomp tot u 0,5 Torr/67 Pascal of minder heeft bereikt. ▶ Wanneer het gewenste vacuüm is bereikt, de "Hi/Lo"-knop van de verdeelklep sluiten en de vacuümpomp uitschakelen. Afb. 43 [1] Binnenunit[2] Buitenunit[3] Verdeelklep[4] Manometer[5] Openen[6] Vacuümpomp9. 2.

4 Afsluitende werkzaamheden▶ Klepstift van het ventiel aan de vloeistofzijde linksom draaien en het ventiel met een onderhoudskraansleutel volledig openen. ▶ Klepstift van het ventiel aan de gaszijde linksom draaien en het ven-tiel met een onderhoudskraansleutel volledig openen. ▶ Op de service-aansluiting aan de gaszijde aangesloten vulslang iets losdraaien, om druk af te laten. Dan de slang verwijderen. ▶ Flensmoer met dop weer aanbrengen op de service-aansluiting aan de gaszijde en met een verstelbare schroefsleutel vastdraaien. Dit is van groot belang, om lekkage in de installatie te voorkomen. ▶ Ventielkappen op de serviceventielen aan de gas- en vloeistofzijde aanbrengen en vastdraaien. Hiermee wordt het luchtspoelen met de vacuümpomp afgerond. De buitenunit is gereed voor de testrun.

Ter bescherming van het milieu passen wij, met inachtne-ming van economische gezichtspunten, de best mogelijke technieken en materialen toe. VOORZICHTIG: ▶ Waarborg bij het afpersen, dat de bovenkant van de fles hoger ligt dan de flesbodem, zodat de stikstof niet in vloeibare toestand in het koudemiddelcircuit terecht komt. In de regel de fles rechtop staand ge-bruiken. ▶ Op alle leidingkoppelingspunten (van de binnen- en buitenunit) en op de serviceventielen van de gas- en vloeistofzijde lekdichtheidstesten uitvoeren. Bellen duiden op lekkage. Zeep grondig met een schone doek afvegen. ▶ Nadat is vastgesteld dat de installatie geen lekkage vertoond, de stikstofdruk ontspannen door de vul-slangaansluiting op de stikstoffles los te maken. Wanneer de installatiedruk tot een normale waarde is afgenomen, de slang van de fles aftrekken. Lo Hi16 720 813 707-07. 1I23456Lo Hi6 720 813 707-08.

InspectieLucht-water Split – 6 720 817 355 (2015/06)32VerpakkingenBij het verpakken, zijn we betrokken bij de land-specifieke recyclingsy-stemen die optimale recycling waarborgen. Alle gebruikte verpakkings-materialen zijn milieuvriendelijk en recyclebaar. Elektrische en elektronische apparatuurOnbruikbare elektrische en elektronische apparatuur moet gescheiden worden ingezameld en worden aange-boden voor een milieuvriendelijke afvalverwerking (Euro-pese Richtlijn betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur). Gebruik voor de afvalverwerking van de afgedankte elek-trische en elektronische apparatuur het landspecifieke inzamelsysteem. 11 Inspectie▶ Gebruik alleen originele onderdelen. ▶ Reserve-onderdelen uit de lijst met reserve-onderdelen bestellen. ▶ Vervang verwijderde afdichtingen en O-ringen door nieuwe onderde-len.

Bij een inspectie moeten de hierna beschreven werkzaamheden worden uitgevoerd. Actieve alarmen weergeven▶ Alarmprotocol controleren. Functietest▶ Werkingscontrole (installatie-instructie van de binnenunit). Elektrische bekabeling▶ Controleer de bekabeling op mechanische beschadiging. Vervang beschadigde kabels. Meetwaarden temperatuursensor11. 1 VerdamperVuil- of stofafzettingen buiten op de verdamper of op de aluminium la-mellen verwijderen. Voor het reinigen van de verdamper:▶ Buitenunit via de hoofdschakelaar (AAN/UIT) uitschakelen. ▶ Lamellen met spoelmiddeloplossing besproeien. ▶ Spoel het spoelmiddel af met water. GEVAAR: Elektrocutiegevaar. De componenten van de buitenunit zijn elektrisch gelei-dend. De condensator van de buitenunit moet na het los-maken van de spanningsbron worden ontladen. ▶ Schakel de hoofdschakelaar uit.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Nefit ODU Split 11t stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden