Miele K 12012 S Handleiding

Miele Koelkast K 12012 S

Bekijk gratis de handleiding van Miele K 12012 S (60 pagina’s), behorend tot de categorie Koelkast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 27 mensen. Heb je een vraag over Miele K 12012 S of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/60
Gebruiks- en montagehandleiding
Koelapparaat
Lees beslist de gebruiks- en montagehandleiding voordat u uw appa-
raat plaatst, installeert en in gebruik neemt. Dat is veiliger voor uzelf en u
voorkomt schade aan uw apparaat.
nl-NLM.-Nr. 09 552 320

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Miele
Categorie: Koelkast
Model: K 12012 S
Apparaatplaatsing: Vrijstaand
Kleur van het product: Wit
Breedte: 610 mm
Diepte: 550 mm
Hoogte: 850 mm
Geluidsniveau: 38 dB
Jaarlijks energieverbruik: 230 kWu
Energie-efficiëntieklasse (oud): A
Ingebouwde vriezer: Ja
Stroomgebruik per dag: 0.47 kWh/24u

Handleiding Miele K 12012 S – volledige tekst

Inhoud2Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. 4Een bijdrage aan de bescherming van het milieu. 12Energie besparen. 13Beschrijving van het apparaat. 15K 12010 S-2, K 12012 S-2, K 12012 S-3. 15K 12020 S-1, K 12023 S-2, K 12023 S-3. 16K 12022 S-1, K 12024 S-3. 17Bedieningselement. 18Het apparaat in- en uitschakelen. 19Apparaat inschakelen. 19Het apparaat uitschakelen. 19Bij langdurige afwezigheid. 19De juiste temperatuur. 20. in de koelzone. 20. in het vriesvak. 21Temperatuur instellen. 21Winterschakeling. 22Lage kamertemperaturen. 22Het inschakelen van de winterschakeling. 22Het uitschakelen van de winterschakeling. 22Optimaal invriezen. 23Het inschakelen van de winterschakeling. 23Het uitschakelen van de winterschakeling. 23Levensmiddelen in de koelzone bewaren. 24Gedeelten met verschillende temperaturen. 24Niet geschikt voor de koelzone.

25Waar u in de winkel al op moet letten. 25Levensmiddelen juist bewaren. 25De binnenruimte indelen. 26De plateaus verplaatsen. 26Tweedelige plateaus. 26Deurvak/flessenvak verplaatsen. 26Het invriezen en bewaren van levensmiddelen (afhankelijk van het model). 27Het vriesvak. 27Wat gebeurt er bij het invriezen van verse levensmiddelen. 27Diepvriesproducten bewaren. 28.

Inhoud3Zelf levensmiddelen invriezen. 28Dranken snel koelen. 31Het bereiden van ijsblokjes. 31Ontdooien. 32Reiniging en onderhoud. 35Opmerkingen over het reinigingsmiddel. 35Het apparaat voor reiniging voorbereiden. 36Binnenkant en toebehoren reinigen. 36Front en zijkanten reinigen. 37Ventilatieopeningen reinigen. 37De compressor en het metalen rooster aan de achterkant reinigen. 37Deurdichting reinigen. 38Het apparaat na de reiniging in gebruik nemen. 38Nuttige tips. 39Oorzaken van geluiden. 44Service en garantie. 45Elektrische aansluiting. 46Tips voor het plaatsen van het apparaat. 47Plaats van opstelling. 47Klimaatklasse. 48Luchttoevoer en luchtafvoer. 48Koelapparaat met wandafstandhouders. 48Apparaat plaatsen. 49Het apparaat in een keukenblok inbouwen. 50Afmetingen van het apparaat. 51Draairichting van deur veranderen. 52De draairichting van de deur van het vriesvak wijzigen.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen4Dit apparaat voldoet aan de geldende veiligheidsvoorschriften.Onjuist gebruik echter kan persoonlijk letsel of beschadiging vanhet apparaat tot gevolg hebben.Lees deze gebruiks- en montageaanwijzing daarom aandachtigdoor, voordat u het apparaat in gebruik neemt.

In de gebruiks- enmontageaanwijzing vindt u belangrijke instructies met betrekkingtot inbouw, veiligheid, gebruik en onderhoud.Miele kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die isontstaan doordat de veiligheidsinstructies en waarschuwingen nietin acht zijn genomen.Bewaar de gebruiks- en montageaanwijzing en geef deze dooraan een eventuele volgende eigenaar.Verantwoord gebruik Dit apparaat is uitsluitend bestemd voor huishoudelijk of vergelijk-baar gebruik.Dit apparaat is uitsluitend bestemd voor gebruik binnenshuis. Dit apparaat is uitsluitend bestemd voor het koelen en bewarenvan levensmiddelen, voor het bewaren van diepvriesproducten, voorhet invriezen en bewaren van verse levensmiddelen en voor het be-reiden van ijs.Gebruik voor andere doeleinden is ontoelaatbaar en kan gevaarlijkzijn.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen5 Dit apparaat is niet geschikt voor het koelen en bewaren van me-dicijnen, bloedplasma, laboratoriumpreparaten en andere stoffen enproducten die vallen onder de richtlijn voor medische hulpmiddelen.Wordt het apparaat daar wel voor gebruikt, dan kan dat tot kwali-teitsverlies en zelfs tot bederf van de opgeslagen producten leiden.Dit apparaat mag ook niet worden gebruikt in explosiegevoeligeruimtes.Miele is niet verantwoordelijk voor schade die is ontstaan door ge-bruik voor andere doeleinden dan hier aangegeven of door een fou-tieve bediening. Personen die op grond van hun fysieke of psychische gesteldheid,hun onervarenheid of gebrek aan kennis van het apparaat niet instaat zijn om het veilig te bedienen, mogen het alleen gebruiken alsze onder toezicht staan.Ze mogen het apparaat alleen dan zonder toezicht gebruiken, als zeinstructies hebben gekregen over het gebruik en de risico's van hetgebruik.Wanneer er kinderen in huis zijn Kinderen onder de acht jaar mogen alleen in de buurt van het ap-paraat komen als ze constant onder toezicht staan. Kinderen vanaf acht jaar mogen het apparaat alleen zonder toe-zicht gebruiken als ze weten hoe ze dit veilig moeten bedienen.

Dekinderen moeten zich bewust zijn van de gevaren van een onjuistebediening. Kinderen mogen het apparaat niet zonder toezicht reinigen of on-derhouden. Houd kinderen in de gaten wanneer deze zich in de buurt van hetapparaat bevinden. Laat ze nooit met het apparaat spelen. Houd verpakkingsmateriaal zoals plastic buiten het bereik van kin-deren in verband met verstikkingsgevaar.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen6Technische veiligheid Het koelsysteem is op lekken gecontroleerd. Het apparaat voldoetaan de desbetreffende veiligheidsvoorschriften en de geldende EU-richtlijnen. Dit apparaat bevat het koelmiddel isobutaan (R600a). Dit is eennatuurlijk gas dat het milieu weinig belast, maar wel brandbaar is.Het gas is niet schadelijk voor de ozonlaag en versterkt het broeikas-effect niet, maar het gebruik van dit koelmiddel heeft er wel toe ge-leid dat het apparaat meer lawaai maakt wanneer het aanstaat. Be-halve de geluiden van de compressor kunnen er dan in het hele koel-systeem stromingsgeluiden optreden.Deze effecten zijn helaas niet te vermijden, maar hebben geen nega-tieve invloed op de capaciteit van het apparaat.Let er bij het transport en bij de plaatsing van het apparaat op dat ergeen onderdelen van het koelsysteem worden beschadigd.

Vrijko-mend koelmiddel kan oogletsel veroorzaken!Wordt het koelsysteem toch beschadigd:– vermijd dan open vuur of andere brandhaarden,– trek de stekker uit het stopcontact,– lucht het vertrek waarin het apparaat staat gedurende enkele mi-nuten en– neem contact op met Miele. Hoe meer koelmiddel een koelapparaat bevat, des te groter moethet vertrek zijn waarin dit koelapparaat wordt geplaatst. Wanneer hetvertrek te klein is, kan zich bij een eventueel lek een brandbaarmengsel van gas en lucht vormen. Per 8 g koelmiddel moet het ver-trek minstens 1 m3 groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel staat ophet typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen7 Vergelijk voordat u het apparaat aansluit de aansluitgegevens (ze-kering, spanning en frequentie) op het typeplaatje met die van hetelektriciteitsnet. Deze moeten beslist overeenkomen zodat het appa-raat niet beschadigd raakt.Raadpleeg bij twijfel een elektricien. De elektrische veiligheid van het apparaat is uitsluitend gegaran-deerd, als het wordt aangesloten op een aardingssysteem dat vol-gens de geldende voorschriften is geïnstalleerd. Dit fundamenteleveiligheidssysteem moet aanwezig zijn.

Laat de elektrische installatiebij twijfel door een vakman/vakvrouw inspecteren. Het apparaat kan alleen betrouwbaar en veilig functioneren, alshet op het openbare elektriciteitsnet is aangesloten. Wanneer de aansluitkabel is beschadigd, moet deze door eendoor Miele erkende vakman/vakvrouw worden vervangen om gevaarvoor de gebruiker te voorkomen. Meervoudige stopcontacten of verlengsnoeren bieden niet vol-doende veiligheid (brandgevaar). Gebruik deze niet voor het aanslui-ten van het apparaat op het elektriciteitsnet. Wanneer er vocht op spanningsvoerende delen of de elektriciteits-kabel komt, kan dat kortsluiting veroorzaken. Gebruik het apparaatdaarom niet in ruimtes waar met water wordt gespetterd (bijv. gara-ge, waskeuken etc.). Dit apparaat mag niet op een niet-stationaire locatie (bijv.

op eenschip) worden gebruikt. Beschadigingen aan het apparaat kunnen uw veiligheid in gevaarbrengen. Controleer het apparaat op zichtbare beschadigingen. Eenbeschadigd apparaat mag niet in gebruik worden genomen. Bij installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden moet hetapparaat spanningsvrij zijn. Dit is het geval als:– de zekeringen van de elektrische installatie zijn uitgeschakeld of

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen8– de schroefzekeringen van de elektrische aansluiting er geheel zijnuitgedraaid of– de stekker uit het stopcontact is getrokken. Trek daarbij aan destekker en niet aan de aansluitkabel. Door ondeskundig uitgevoerde installatie-, onderhouds- en repa-ratiewerkzaamheden kan de gebruiker ernstig gevaar lopen.Installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden mogen alleendoor een door Miele geautoriseerde vakman/vakvrouw worden uitge-voerd. Garantieclaims komen te vervallen als het apparaat niet doorMiele-technici wordt gerepareerd. Defecte onderdelen mogen alleen door originele Miele-onderdelenworden vervangen.

Alleen van deze Miele-onderdelen kunnen wij ga-randeren, dat zij volledig aan onze veiligheidseisen voldoen.Veilig gebruik Het apparaat is voor een bepaalde klimaatklasse (kamertempera-tuur) geconstrueerd waarvan de grenzen niet mogen worden over-schreden. De klimaatklasse staat aangegeven op het typeplaatje aande binnenkant van uw apparaat. Een te lage kamertemperatuur heefttot gevolg dat de compressor langer afslaat, zodat het apparaat devereiste temperatuur niet kan aanhouden. Zorg dat de ventilatieopeningen niet afgedekt of afgesloten wor-den. Een goede luchtgeleiding is dan niet meer gewaarborgd. Hetenergieverbruik neemt toe en schade aan onderdelen kan niet wor-den uitgesloten. Het bovenblad van dit apparaat heeft een kunststof rand. Zorg er-voor dat hier geen vet of olie op komt. De kunststof kan dan brekenof scheuren.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen9 Indien u vet- of oliehoudende levensmiddelen in het apparaat ofde deur van het apparaat bewaart, voorkom dan dat evt. vrijkomendvet of olie in aanraking komt met kunststof onderdelen van het appa-raat. Hierdoor kunnen spanningsscheuren in de kunststof ontstaanwaardoor deze knapt of scheurt. Bewaar geen explosieve stoffen en geen producten met brandba-re drijfgassen (bijv. spuitbussen) in het apparaat. Door de elektrischeonderdelen kunnen explosieve gasmengsels ontsteken en brand ofexplosies veroorzaken. Gebruik geen elektrische apparaten in dit apparaat, bijv. voor hetmaken van softijs. Hierdoor kunnen vonken ontstaan, wat leidt totexplosiegevaar. Bewaar geen blikjes en flessen in de diepvrieszone die koolzuur-houdende dranken bevatten of vloeistoffen die kunnen bevriezen.

Deblikjes en flessen kunnen uit elkaar springen, u zou zich kunnen ver-wonden en er zou schade kunnen ontstaan. Haal flessen die u in de diepvrieszone heeft gelegd om snel tekoelen er na maximaal één uur weer uit. De blikjes en flessen kunnenuit elkaar springen, u zou zich kunnen verwonden en er zou schadekunnen ontstaan. Raak ingevroren levensmiddelen en metalen onderdelen niet metnatte handen aan om letsel aan uw handen te voorkomen. Nuttig ijsblokjes en ijslolly's, vooral waterijsjes, nooit meteen nadatu ze uit het vriesvak heeft gehaald om letsel aan lippen en tong tevoorkomen. Vries geheel of gedeeltelijk ontdooide levensmiddelen niet op-nieuw in. Gebruik deze levensmiddelen zo snel mogelijk omdat zeanders aan voedingswaarde verliezen en bederven. Als ontdooide le-vensmiddelen worden gekookt of gebraden kunnen ze wel opnieuwworden ingevroren.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen10 Wanneer u levensmiddelen eet die te lang zijn bewaard, loopt uhet risico om voedselvergiftiging op te lopen.De bewaartijd hangt van vele factoren af, zoals de versheid en kwali-teit van de levensmiddelen en de bewaartemperatuur. Neem de be-waartips en de uiterste houdbaarheidsdatum van de levensmid-delenfabrikanten in acht. Gebruik uitsluitend Miele-accessoires om te voorkomen dat ga-rantieaanspraken vervallen.Reiniging en onderhoud Behandel de deurdichting niet met olie of vet om te voorkomendat deze in de loop van de tijd poreus wordt. Gebruik voor het ontdooien en reinigen van het apparaat nooit eenstoomreiniger, aangezien stoom in aanraking kan komen met span-ningsvoerende delen van het apparaat en zo kortsluiting kan veroor-zaken. Spitse of scherpe voorwerpen beschadigen de koelelementenwaardoor het apparaat niet meer functioneert.

Gebruik daarom geenspitse of scherpe voorwerpen, om– rijp- en ijslagen te verwijderen– en vastgevroren ijsbakjes en/of vastgevroren levensmiddelen loste wrikken. Plaats wanneer u wilt ontdooien nooit elektrische verwarmingsap-paraten of kaarsen in het apparaat om te voorkomen dat de kunst-stof beschadigd raakt. Gebruik geen ontdooisprays of andere middelen om te ontdooien.Deze kunnen explosieve gassen vormen, oplosmiddelen of drijfgas-sen bevatten die de kunststof beschadigen of schadelijk zijn voor degezondheid.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen11Transport Het apparaat moet altijd rechtop en in de transportverpakkingworden vervoerd. Het apparaat is erg zwaar. Vraag daarom iemand u te helpen bijhet vervoeren van het apparaat, anders bestaat er gevaar voor be-schadiging.Wat te doen wanneer u het apparaat afdankt Maak het slot onbruikbaar om te voorkomen dat kinderen in hetapparaat ingesloten kunnen raken en in levensgevaar komen. Vrijkomend koelmiddel kan oogletsel veroorzaken. Beschadigdaarom geen onderdelen van het koelsysteem, bijv. door– koelmiddelkanalen van de verdamper open te prikken,– buisleidingen om te buigen,– coatings af te krabben.Symbool op de compressor (afhankelijk van het model)Deze waarschuwing is alleen voor de recycling van belang. Bij normaal gebruikbestaat er geen gevaar! Het is levensgevaarlijk, de olie in de compressor in te slikken of inte ademen.

Een bijdrage aan de bescherming van het milieu12Verpakkingsmateriaal weg-gooienDe verpakking beschermt het apparaattegen transportschade. Het verpak-kingsmateriaal is uitgekozen met hetoog op een zo gering mogelijke belas-ting van het milieu en de mogelijkhedenvoor recycling.Door hergebruik van verpakkingsmateri-aal wordt er op grondstoffen bespaarden wordt er minder afval geproduceerd.Uw vakhandelaar neemt de verpakkingover het algemeen terug.Het afdanken van het apparaatOude elektrische en elektronische ap-paraten bevatten meestal nog waarde-volle materialen. Ze bevatten echter ookstoffen, mengsels en onderdelen dienodig zijn geweest om de apparatengoed en veilig te laten functioneren.Wanneer u uw oude apparaat bij hetgewone afval doet of er op een anderemanier niet goed mee omgaat, kunnendeze stoffen schadelijk zijn voor de ge-zondheid en het milieu.

Doe uw oudeapparaat daarom nooit bij het gewonehuisafval.Lever het in bij een gemeentelijk inza-meldepot voor elektrische en elektroni-sche apparatuur, bij uw vakhandelaar ofbij Miele. U bent wettelijk zelf verant-woordelijk voor het wissen van eventue-le persoonlijke gegevens op het af tedanken apparaat.Let erop dat de buisleidingen van uwapparaat niet worden beschadigd, tot-dat het op vakkundige en milieuvriende-lijke wijze wordt verschroot.Alleen dan kunt u er zeker van zijn datde koelmiddelen in het koelsysteem ende olie in de compressor niet in het mili-eu terechtkomen.Het afgedankte apparaat moet tot dietijd buiten het bereik van kinderen wor-den opgeslagen. Zie voor meer informa-tie hierover het hoofdstuk: "Veiligheids-instructies en waarschuwingen" van degebruiksaanwijzing.

Energie besparen13Normaal energieverbruik Te hoog energieverbruikPlaatsing en on-derhoudIn goed geventileerde ruim-tes.In gesloten, niet geventileer-de ruimtes.Niet direct blootgesteld aanzonnestralen.Direct blootgesteld aan zon-nestralen.Niet naast een warmtebron(verwarming, fornuis).Naast een warmtebron (ver-warming, fornuis)Bij een ideale omgevings-temperatuur van ca.

20 °C.Bij een hoge omgevingstem-peratuur.Dek ventilatieroosters niet afen maak ze regelmatig stof-vrij.Als ventilatieroosters zijn af-gedekt of vol zitten met stof.Compressor en metalenrooster (warmtewisselaar)aan de achterwand van hetapparaat worden minstens1x per jaar stofvrij gemaakt.Als de compressor en hetmetalen rooster (warmtewis-selaar) op de achterwandvan het apparaat vol zittenmet stof.Temperatuur-instellingStel één van de middelstestanden in: 2 of 3.Bij lage temperatuurinstel-ling: hoe lager de tempera-tuur in de koel- resp. diep-vrieszone, hoe hoger hetenergieverbruik.Bij apparaten met winter-schakeling: let erop dat dezebij kamertemperaturen hogerdan 18°C uitgeschakeld is.

Energie besparen14Normaal energieverbruik Te hoog energieverbruikGebruik Plaats de laden, plateaus envakken zoals bij levering.Open de deur alleen indiendat nodig is en zo kort mo-gelijk. Leg de levensmidde-len bij het inruimen meteenop de goede plek.De deur vaak en lang ope-nen betekent koudeverliesen instroom van warme luchtin het apparaat. Het appa-raat gaat koelen. De com-pressor moet langer werken.Neem een koeltas mee als ugaat winkelen en zet uw le-vensmiddelen snel in het ap-paraat.Zet voedingsmiddelen die uuit het apparaat heeft ge-haald zo snel mogelijk weerterug, voordat ze te veel op-warmen.Laat warme gerechten endranken eerst buiten het ap-paraat afkoelen.Als levensmiddelen nogwarm of op omgevingstem-peratuur zijn wanneer ze inhet apparaat worden gelegd,ontstaat er warme lucht inhet apparaat. Het apparaatgaat koelen.

De compressormoet langer werken.Leg de levensmiddelen al-leen afgedekt of verpakt inhet apparaat.Wanneer vloeibare stoffen inde koelzone condenseren,neemt de koelcapaciteit af.Leg ingevroren levensmid-delen in de koelzone wan-neer ze moeten ontdooien.Zorg ervoor dat vakken enladen niet te zwaar wordenbeladen, zodat de lucht kancirculeren.Als de luchtcirculatie af-neemt, wordt de koelcapaci-teit minder.Ontdooien Ontdooi het vriesvak wan-neer er een ijslaag van maxi-maal 0,5 cm in zit.Een ijslaag bemoeilijkt hetinvriezen en bewaren van le-vensmiddelen.

Beschrijving van het apparaat15K 12010 S-2, K 12012 S-2, K 12012 S-3aVriesvak (afhankelijk van het model)bPlateau (aantal afhankelijk van het model)cGootje voor het dooiwater en afvoeropening voor het dooiwaterdFruit- en groentevakeBoter- en kaasvakfDeurvak met eierhoudergAan/Uit-schakelaar en temperatuurregelaar, binnenverlichting en winterschake-ling (afhankelijk van het model)hDeurvak voor flessen

Beschrijving van het apparaat16K 12020 S-1, K 12023 S-2, K 12023 S-3aPlateaubGootje voor het dooiwater en afvoeropening voor het dooiwatercGroente- en fruitvakkendBoter- en kaasvakeDeurvak met eierhouderfHalf deurvak (afhankelijk van het model)gAan/Uit-schakelaar en temperatuurregelaar, binnenverlichting en winterschake-ling (afhankelijk van het model)hDeurvak voor flessen

Beschrijving van het apparaat17K 12022 S-1, K 12024 S-3aVriesvakbPlateau (aantal afhankelijk van het model)cGootje voor het dooiwater en afvoeropening voor het dooiwaterdGroente- en fruitvakkeneBoter- en kaasvakfDeurvak met eierhoudergHalf deurvak (afhankelijk van het model)hAan/Uit-schakelaar en temperatuurregelaar, binnenverlichting en winterschake-ling*iDeurvak voor flessen

Het apparaat in- en uitschakelen19Vóór het eerste gebruikVerpakkingsmateriaal Verwijder al het verpakkingsmateriaaluit het apparaat.BeschermfolieDe roestvrijstalen lijsten aan de plateausen de deurvakken zijn tijdens het trans-port van een beschermfolie voorzien. Trek deze folie van de roestvrijstalenlijsten en panelen af.ReinigingNeem daarbij de aanwijzingen uit hethoofdstuk "Reiniging en onderhoud"in acht. Reinig de binnenkant van het appa-raat en de accessoires.Apparaat inschakelenVoordat u voor de eerste keer le-vensmiddelen in het apparaat legt,kunt u het apparaat het beste eenpaar uur laten voorkoelen. Draai de Aan/Uit-schakelaar en tem-peratuurregelaar vanuit stand "0"naar rechts.Hoe hoger de stand, des te lager detemperatuur in het apparaat.Het apparaat begint te koelen.Bij het openen van de deur van het ap-paraat gaat de binnenverlichting in dekoelzone aan.Het apparaat uitschakelen Draai de aan/uit-schakelaar en tem-peratuurregelaar naar links vanuitstand "1" terug in stand "0".

Daarbijmoet u enige weerstand voelen.De binnenverlichting gaat uit. De koe-ling wordt uitgeschakeld.Bij langdurige afwezigheid Als het apparaat bij langdurigeafwezigheid wordt uitgeschakeld,maar niet gereinigd, bestaat er ge-vaar voor schimmelvorming als dedeur van het apparaat gesloten blijft.Reinig het apparaat.Wanneer u het apparaat langere tijd nietgebruikt, neemt u de volgende stappen: schakel het apparaat uit, trek de stekker uit het stopcontact ofschakel de zekering van de huisin-stallatie uit, ontdooi het vriesvak (afhankelijk vanhet model), reinig het apparaat en laat de deur openstaan om het appa-raat te luchten en te voorkomen dater geurtjes ontstaan.

De juiste temperatuur20Voor het bewaren van levensmiddelenis de juiste temperatuurinstelling heelbelangrijk. Door micro-organismen be-derven levensmiddelen heel snel, watdoor de juiste bewaartemperatuur kanworden verhinderd of kan worden ver-traagd. De temperatuur heeft invloed opde snelheid waarmee micro-organismengroeien. Met dalende temperatuur wor-den deze processen vertraagd.De temperatuur in het apparaat stijgtals,– u vaak en gedurende lange tijd dedeur van het apparaat opent,– er meer levensmiddelen worden op-geslagen,– de temperatuur van de levensmidde-len die in het apparaat gelegd zijn ho-ger is,– de omgevingstemperatuur hoger is.Het apparaat is geconstrueerd vooreen bepaalde klimaatklasse. Een kli-maatklasse is een temperatuurbereikwaar de kamertemperatuur niet bo-ven of onder mag liggen.. . .

in de koelzoneVoor de koelzone adviseren wij eenkoeltemperatuur van 4 °C.Als u de koeltemperatuur wilt controle-ren, zet u een glas water met een ther-mometer in het midden van het appa-raat.Deze geeft na ca. 24 uur de koeltempe-ratuur in uw apparaat ongeveer aan.U dient er echter rekening mee te hou-den dat de meeste badthermometersen andere huisthermometers vaak zeeronnauwkeurig meten. Gebruik bijvoorkeur een elektronische tempera-tuurmeter.Meet niet de luchttemperatuur in hetapparaat. Deze zegt niets over de tem-peratuur van de levensmiddelen.U kunt de deur van het apparaat hetbeste zo min mogelijk opendoen in detijd waarin u aan het meten bent, om-dat er anders iedere keer warme luchtnaar binnen stroomt.

De juiste temperatuur21. . . in het vriesvak(afhankelijk van het model)Om verse levensmiddelen in te vriezenen om levensmiddelen lange tijd te be-waren is een temperatuur nodig van-18°C. Bij deze temperatuur is de groeivan micro-organismen vrijwel uitgeslo-ten. Zodra de temperatuur stijgt tot bo-ven -10 °C, begint de ontbinding doormicro-organismen en zijn de levensmid-delen minder lang houdbaar. Daarommogen geheel of gedeeltelijk ontdooidelevensmiddelen pas opnieuw wordeningevroren nadat ze eerst zijn verwerkt(koken of braden).

De meeste micro-or-ganismen worden door de hoge tempe-raturen vernietigd.Temperatuur instellenDe temperatuur kunt u instellen met be-hulp van de temperatuurregelaar. Draai de regelaar vanuit stand 0 opéén van de standen tussen 1 en 7.Hoe hoger de stand, des te lager detemperatuur in het apparaat.Wij adviseren één van de middelstestanden.Wanneer zich in de diepvrieszone in-gevroren levensmiddelen bevinden dievoorlopig beslist niet mogen ontdooien,is het aan te bevelen om een stand tus-sen de 4 en 7 in te stellen.Deze stand is ook aan te bevelen wan-neer– u vaak en/of gedurende lange tijd dedeur van het apparaat opent,– er grote hoeveelheden levensmidde-len in het apparaat worden gelegd,– de kamertemperatuur hoog is. Pas om bovengenoemde redenen detemperatuur met de temperatuurrege-laar aan.De temperatuur in het vriesvak is af-hankelijk van de temperatuur in dekoelzone.

Winterschakeling22Lage kamertemperaturenBij kamertemperaturen van 18 °C oflager slaat de compressor minder vaakaan en daardoor kan het in de diep-vrieszone te warm worden. Dat kan er-toe leiden dat de ingevroren productengaan ontdooien. Om dat te voorkomenkunt u de winterschakeling gebruiken.Het inschakelen van de winterscha-keling Zet de tuimelschakelaar voor de win-terschakeling op "1".De compressor slaat nu vaker aan endaardoor wordt het in de diepvrieszonekouder. Zo is de voor ingevroren pro-ducten vereiste temperatuur gegaran-deerd.Het uitschakelen van de winterscha-kelingZodra de kamertemperatuur boven de18 °C komt, wordt de diepvrieszonemet de temperatuurregelaar voldoendegekoeld en moet de winterschakelingworden uitgeschakeld.

Winterschakeling23Optimaal invriezenOm verse levensmiddelen optimaal in tevriezen, kunt u de winterschakeling hetbeste vóór het invriezen inschakelen. Zoworden de levensmiddelen snel tot inde kern ingevroren en blijven voedings-waarde, vitaminen, vorm en smaak be-houden.Uitzonderingen:– Als u reeds ingevroren levensmidde-len in het apparaat plaatst.– Wanneer u dagelijks slechts max. 2kg verse levensmiddelen invriest.Het inschakelen van de winterscha-kelingIn de andere gevallen schakelt u dewinterschakeling 24 uur voordat u de inte vriezen levensmiddelen in de diep-vrieszone legt in. Zet de tuimelschakelaar voor de win-terschakeling op "1".De compressor slaat dan vaker aanwaardoor het in het vriesvak kouderwordt.Het uitschakelen van de winterscha-kelingVerse levensmiddelen zijn ca.

spuitbussen) in het ap-paraat. Indien u vet- of oliehoudende le-vensmiddelen in het apparaat of dedeur van het apparaat bewaart, kun-nen spanningsscheuren in de kunst-stof ontstaan waardoor deze knaptof scheurt.Voorkom, dat vet of olie in aanrakingkomt met kunststof onderdelen.Gedeelten met verschillendetemperaturenDoor de natuurlijke luchtcirculatie ont-staan er verschillende temperaturen inde koelzone.De koude, zware lucht daalt naar hetonderste gedeelte van de koelzone.Maak gebruik van de verschillende kou-dezones als u levensmiddelen bewaart!Leg de levensmiddelen niet te dicht opelkaar, zodat de lucht goed kan circu-leren.De levensmiddelen mogen de achter-wand van de koelzone niet aanraken.Anders kunnen ze aan de achterwandvastvriezen.Warmste gedeelteHet minst koele gedeelte in de koel-kast / koelzone bevindt zich helemaalbovenin tegen de deur.

Gebruik dit ge-deelte voor het opslaan van boter zodatdeze smeerbaar blijft en voor kaas zo-dat deze zijn aroma niet verliest.Koudste gedeelteHet koudste gedeelte in de koelzonebevindt zich direct boven de groente-en fruitvakken en aan de achterwand.Gebruik deze gedeelten voor alle le-vensmiddelen die niet lang houdbaarzijn, zoals:– vis, vlees, gevogelte,– worst, kant-en-klaar-gerechten,– levensmiddelen waar eieren of roomin zitten,– alle soorten deeg,– melkproducten,– in folie verpakte, voorgesnedengroente en in het algemeen alle versegroenten waarvan de houdbaarheids-datum alleen geldt bij een tempera-tuur van minstens 4°C.

Levensmiddelen in de koelzone bewaren25Niet geschikt voor de koelzoneKoudegevoelige levensmiddelen zijnniet geschikt om bij temperaturen onderde 5°C te worden bewaard. Te lagetemperaturen kunnen een negatieve in-vloed hebben op de smaak, het vitami-negehalte, het uiterlijk en de consisten-tie van deze levensmiddelen.Tot de koudegevoelige levensmiddelenbehoren onder andere:– ananas, avocado's, bananen, gra-naatappels, mango's, meloenen, pa-paja's, passievruchten, citrusvruch-ten (zoals citroenen, sinaasappelen,mandarijntjes, grapefruit),– fruit dat nog verder moet rijpen,– aubergines, komkommers, aardap-pels, paprika, tomaten, courgettes,– harde kazen (zoals parmezaan enbergkaas).Waar u in de winkel al op moetlettenHet belangrijkste voor een lange be-waartijd is de versheid van de levens-middelen op het ogenblik waarop ze inde koelkast worden gelegd.

Deze vers-heid is beslissend voor de bewaartijd.Let ook op de houdbaarheidsdatum enop de juiste bewaartemperatuur.De koelketen mag niet worden onder-broken. Zorg er bijv. voor dat de levens-middelen niet te lang in de warme autoliggen.Tip: Neem een koeltas mee als u bood-schappen doet en leg de levensmidde-len bij thuiskomst snel in het apparaat.Levensmiddelen juist bewarenBewaar levensmiddelen in de koelzonealleen afgedekt of verpakt. Zo voor-komt u dat er luchtjes van levensmidde-len vrijkomen en op andere levensmid-delen worden overgedragen. Tevensvoorkomt u dat de levensmiddelen uit-drogen en dat mogelijk aanwezige bac-teriën zich verspreiden.

De binnenruimte indelen26De plateaus verplaatsenDe plateaus kunt u in hoogte verstellenals u producten van verschillende hoog-te in de koel-vriescombinatie wilt bewa-ren: Til het plateau vooraan iets op. Trekhet naar voren. Til het met de uitspa-ring over de plateauribben heen. Ver-plaats het naar boven of naar bene-den.De opstaande rand die aan de be-schermlijst aan de achterkant van hetplateau zit moet naar boven wijzen, zo-dat de levensmiddelen niet met de ach-terwand in aanraking kunnen komen eneraan vastvriezen.Met stopjes wordt voorkomen dat deplateaus er per ongeluk uit worden ge-trokken.Tweedelige plateaus(afhankelijk van het model)Wanneer u hoge producten in het appa-raat wilt plaatsen, bijv.

flessen, kunt uhet plateau gebruiken dat uit twee delenbestaat waarvan het voorste gedeelteonder het achterste gedeelte kan wor-den geschoven. Druk het achterste gedeelte van on-deren iets omhoog. Til tegelijk het voorste gedeelte ietsop en schuif het onder het achterstegedeelte.Deurvak/flessenvak verplaat-sen Schuif het deurvak/flessenvak naarboven en haal het eruit. Zet het deurvak/ flessenvak er op degewenste plaats weer in. Zorg erdaarbij voor dat het goed vastklikt.

Het invriezen en bewaren van levensmiddelen (afhankelijk van het model)27Het vriesvakBeschikt uw koelkast over een vriesvak,gebruik het dan voor– het bewaren van diepvriesproducten,– het bereiden van ijsblokjes en ijs,– het invriezen van kleinere hoeveelhe-den levensmiddelen.Er kan maximaal 2 kg per 24 uur wor-den ingevroren.Wat gebeurt er bij het invriezenvan verse levensmiddelen?Verse levensmiddelen moeten zo snelmogelijk tot in de kern worden ingevro-ren. Alleen zo blijven voedingswaarde,vitaminen, vorm en smaak behouden.Hoe langzamer de levensmiddelen in-vriezen, des te meer vocht komt er uitiedere cel vrij. Dit vocht komt in de tus-senruimten terecht. De cellen gaankrimpen. Wanneer de levensmiddelenontdooien komt slechts een deel vanhet vocht dat eerder vrijkwam in de cel-len terug.

Praktisch betekent dit dat delevensmiddelen veel vocht verliezen.Dat ziet u aan de grote waterplas diezich om de levensmiddelen vormt wan-neer deze ontdooien.Wanneer de levensmiddelen snel hele-maal invriezen, heeft het vocht mindertijd om uit de cellen vrij te komen en inde tussenruimten terecht te komen. Decellen krimpen veel minder. Wanneer delevensmiddelen ontdooien kan de kleinehoeveelheid vocht die vrijgekomen isnaar de cellen terugkeren. Dat betekentdat de levensmiddelen weinig vochtverliezen en dat zich slechts een kleinewaterplas om de levensmiddelen vormt.

Het invriezen en bewaren van levensmiddelen (afhankelijk van het model)28Diepvriesproducten bewarenWilt u diepvriesproducten bewaren,controleer dan al tijdens de aankoop inde winkel:– de verpakking op beschadigingen,– de houdbaarheidsdatum en– de temperatuur van de diepvrieskistin de winkel. Als deze hoger is dan-18 °C, zijn de diepvriesproductenniet zo lang houdbaar. Koop diepvriesproducten pas als ude andere boodschappen al heeft ge-daan en neem ze mee in krantenpa-pier of in een koeltas. Leg de diepvriesproducten thuis di-rect in het apparaat. Vries geheel of gedeeltelijk ont-dooide levensmiddelen niet opnieuwin.

Pas nadat u deze levensmiddelenheeft gekookt of gebraden, kunt u zeopnieuw invriezen.Zelf levensmiddelen invriezenVries uitsluitend verse levensmidde-len in perfecte staat in!Houd bij het invriezen rekening methet volgende– De volgende levensmiddelen zijn ge-schikt om in te vriezen:vers vlees, gevogelte, wild, vis,groenten, kruiden, onbewerkt fruit,zuivelproducten, bakproducten,voedselresten, eigeel, eiwit en talrijkekant-en-klaarproducten.– De volgende levensmiddelen zijn nietgeschikt om in te vriezen:wijndruiven, bladsalade, radijsjes,rammenas, zure room, mayonaise,volledige eieren in de schaal, uien,hele onbewerkte appels en peren.– Om kleur, smaak, aroma en vitamineC te behouden kunt u groenten enfruit het beste voor het invriezenblancheren.

Breng daartoe een panwater aan de kook, leg het voedseldaar per portie in, laat het er 2-3 mi-nuten in liggen, haal het eruit, laat hetsnel in koud water afkoelen en laathet uitlekken.– Mager vlees is beter geschikt om teworden ingevroren dan vet vlees enhet kan aanmerkelijk langer wordenbewaard.– Leg tussen koteletten, biefstukjes,schnitzels enz. telkens een stukjehuishoudfolie om te voorkomen datstukken vlees aan elkaar vastvriezen.– Kruid en zout verse levensmiddelenen geblancheerde groente voor hetinvriezen niet. Kruid en zout reeds

Het invriezen en bewaren van levensmiddelen (afhankelijk van het model)29bereide gerechten voor het invriezenslechts licht. Sommige kruiden veran-deren de smaakintensiteit van de ge-rechten.– Laat warme gerechten en drankeneerst buiten het apparaat afkoelenom te voorkomen dat reeds ingevro-ren levensmiddelen beginnen te ont-dooien en het energieverbruik stijgt.Verpakken Vries levensmiddelen per portie in.Geschikte verpakking– Kunststof folie– Vershoudfolie– Aluminiumfolie– DiepvriesbakjesOngeschikte verpakking– Pakpapier– Perkamentpapier– Cellofaan– Vuilniszakken– Gebruikte plastic tassen Druk de lucht uit de verpakking. Sluit de verpakking met– rubberen ringen– kunststof klemmen– touw of– koudebestendig plakband.Tip: Zakken en diepvrieszakken van po-lyethyleen kunt u ook met een sealap-paraat afsluiten. Doe een sticker op de verpakkingmet inhoud en invriesdatum.Ca.

24 uur vóórdat u de verse levens-middelen in de diepvrieszone legt Stel met de Aan/Uit-schakelaar entemperatuurregelaar een gemiddeldeof lage temperatuur in (ca. 6).Is de kamertemperatuur hoger dan 18°C, dan kan de winterschakeling beterniet worden ingeschakeld. Schakel de winterschakeling in. Ziehoofdstuk: "Winterschakeling".De levensmiddelen die al zijn ingevrorenkrijgen zo een koudereserve.Het inruimenLeg in te vriezen levensmiddelen niettegen reeds ingevroren levensmidde-len om te voorkomen dat de laatstegaan ontdooien. Zorg ervoor dat het materiaal waarinde in te vriezen levensmiddelen zijnverpakt droog is, zodat ze niet aan el-kaar of aan de bodem van het vries-vak vastvriezen. Leg de in te vriezen levensmiddelenover de hele breedte op de bodemvan het vriesvak, zodat ze zo snelmogelijk tot in de kern worden inge-vroren.Ca.

Het invriezen en bewaren van levensmiddelen (afhankelijk van het model)30Bewaartijd van ingevroren le-vensmiddelenZelfs als de voorgeschreven tempera-tuur van -18 °C aangehouden wordt, isde houdbaarheid van levensmiddelenheel verschillend. Ook in ingevrorenproducten vinden sterk vertraagde af-braakprocessen plaats. Door zuurstof inde lucht kan bijv. vet ranzig worden. Mager vlees kan daarom ca. dubbel zolang bewaard worden als vet vlees. De genoemde bewaartijden zijn richt-waarden voor de bewaartijd van ver-schillende soorten levensmiddelen in dediepvrieszone.

Soort levensmiddelen Bewaartijd(maanden)Consumptie-ijs 2 tot 6Brood, bakwaren 2 tot 6Kaas 2 tot 4Vis, vet 1 tot 2Vis, mager 1 tot 5Worst, ham 1 tot 3Wild, varkensvlees 1 tot 12Gevogelte, rundvlees 2 tot 10Groente, fruit 6 tot 18Kruiden 6 tot 10Bij de in de handel verkrijgbare diep-vriesproducten is de op de verpakkingaangegeven uiterste houdbaarheidsda-tum beslissend. Diepvriesproducten ontdooienU kunt diepvriesproducten ontdooien– in de magnetron,– in de oven met de functie "Hetelucht"of "Ontdooien",– bij kamertemperatuur,– in de koelzone (de koude die daarbijvrijkomt, kan voor het koelen van deandere levensmiddelen worden ge-bruikt),– in de stoomoven. Platte stukken vlees en vis kunnengedeeltelijk ontdooid in een hete braad-pan worden gelegd. Hompen vlees en vis zoals gehakt, kipen visfilet kunnen het beste worden ont-dooid als ze niet tegen andere levens-middelen aankomen.

Het vrijgekomenvocht moet worden opgevangen enzorgvuldig worden verwijderd. Fruit kan bij kamertemperatuur zowel inde verpakking als ook in een afgedekteschaal worden ontdooid. Groenten kunnen over het algemeen inbevroren toestand in het kokende waterworden gedaan of in heet vet wordengestoofd. Door de veranderde celstruc-tuur is de bereidingstijd iets korter danbij verse groenten.  Vries geheel of gedeeltelijk ont-dooide levensmiddelen niet opnieuwin.

Het invriezen en bewaren van levensmiddelen (afhankelijk van het model)31Dranken snel koelenWanneer u flessen drank in het diep-vriesvak heeft gelegd om snel te koelen,haal ze er dan na maximaal 1 uur weeruit. Dit om te voorkomen dat ze uit el-kaar springen!Het bereiden van ijsblokjes Vul het bakje voor ijsblokjes voordriekwart met water. Zet het bakje opde bodem van het vriesvak. Wanneer een bakje is vastgevroren,gebruik dan een stomp voorwerp,bijv. een lepelsteel om het los te ma-ken.Tip: Houd het bakje even onder stro-mend water, dan laten de ijsblokjes ge-makkelijk los.

Ontdooien32KoelzoneDe koelzone wordt automatisch ont-dooid.Terwijl de compressor in werking is,kunnen zich op de achterwand van dekoelzone rijp en waterdruppels vormen.Deze hoeft u niet te verwijderen, wantze verdampen automatisch door dewarmte van de compressor.Het dooiwater loopt via het gootje voorhet dooiwater en via de afvoeropeningvoor het dooiwater in het verdampings-systeem aan de achterkant van het ap-paraat. Het dooiwater moet altijd pro-bleemloos afgevoerd kunnen wor-den.Houd het gootje en de afvoeropeningvoor het dooiwater schoon.VriesvakHet vriesvak ontdooit niet automatisch,daar de ingevroren levensmiddelen nietmogen ontdooien.Bij normale werking zetten er zich naverloop van tijd rijp en ijs in het vriesvakaf, bijv. op de binnenwanden.

Er vormtzich meer ijs en rijp als:– de deur van het vriesvak vaak en/ofvrij lange tijd open is geweest.– grote hoeveelheden verse levensmid-delen zijn ingevroren,– de luchtvochtigheid in de ruimte ho-ger is geworden.Wanneer er een dikke ijslaag is ge-vormd, gaat de deur van het vriesvakniet meer goed dicht. Bovendien gaatde vriescapaciteit achteruit en stijgt hetenergieverbruik. Ontdooi het vriesvak van tijd tot tijd,echter in ieder geval zodra zich eenca. 0,5 cm dikke ijslaag heeft ge-vormd.Maak gebruik van de gelegenheid om teontdooien, wanneer– er weinig of geen ingevroren levens-middelen in het vriesvak liggen– en de luchtvochtigheid en de tempe-ratuur in het vertrek laag zijn.

Ontdooien33 Zorg er bij het ontdooien voordat u de vriesplaat niet beschadigt.Anders werkt het apparaat niet meer.Krab de rijp- en ijslagen er niet af engebruik geen puntige of scherpevoorwerpen.Vóór het ontdooien Draai 1 dag voor het ontdooien deAan/Uit-schakelaar en de tempera-tuurregelaar op een gemiddelde totkoude stand (ca.

6), en schakel dewinterschakeling in (zie "Winterscha-keling").Daardoor krijgen de reeds ingevrorenlevensmiddelen een extra koudereserveen kunnen ze dus iets langer bij kamer-temperatuur worden bewaard. Neem de ingevroren levensmiddelenuit het apparaat en wikkel ze in ver-schillende lagen krantenpapier of de-kens.Tip: U kunt de levensmiddelen ook inkoeltassen bewaren. Bewaar de ingevroren levensmidde-len op een koele plaats, totdat hetvriesvak weer klaar is voor gebruik.Het ontdooien Hoe langer de ingevroren levens-middelen bij kamertemperatuur wor-den bewaard, hoe korter ze houd-baar zijn.Handel het ontdooien zo snel moge-lijk af. De stoom van een stoomreinigerkan in aanraking komen met delenvan het apparaat die onder spanningstaan en zo kortsluiting veroorzaken.Gebruik geen stoomreiniger voor hetontdooien. Plaats wanneer u wilt ontdooiennooit elektrische verwarmingsappa-raten of kaarsen in het apparaat, om-dat daardoor de kunststof bescha-digd kan raken. Gebruik geen ontdooisprays ofandere middelen om te ontdooien.Deze kunnen explosieve gassen vor-men, oplosmiddelen of drijfgassenbevatten die de kunststof bescha-digen of schadelijk zijn voor de ge-zondheid.

Ontdooien34 Schakel de winterschakeling en hetapparaat uit. Trek de stekker uit het stopcontact ofschakel de hoofdschakelaar uit. Laat de deur van het vriesvak open.U kunt het ontdooien versnellen dooreen pannetje op een onderzetter metheet (niet kokend) water in het vriesvakte zetten. In dat geval moet de deur bijhet ontdooien gesloten blijven, zodat dewarmte niet vrij kan komen. Neem de stukjes ijs die zijn losge-raakt uit het apparaat. Neem het dooiwater met een sponsof doek op, eventueel meer dan éénkeer.Na het ontdooien Reinig het vriesvak en maak hetdroog. Sluit de deuren van het apparaat. Sluit het apparaat weer aan en scha-kel het weer in. Leg de ingevroren levensmiddelenweer terug in het diepvriesvak, zodrade temperatuur laag genoeg is.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Miele K 12012 S stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden