Miele K 9412 I Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Miele K 9412 I (44 pagina’s), behorend tot de categorie Koelkast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 24 mensen. Heb je een vraag over Miele K 9412 I of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Miele |
| Categorie: | Koelkast |
| Model: | K 9412 I |
| Apparaatplaatsing: | Ingebouwd |
| Kleur van het product: | Wit |
| Deurscharnieren: | Rechts |
| Breedte: | 540 mm |
| Diepte: | 550 mm |
| Hoogte: | 1218 mm |
| Geluidsniveau: | 37 dB |
| Jaarlijks energieverbruik: | 131 kWu |
| Energie-efficiëntieklasse (oud): | A+ |
| Draairichting deur verwisselbaar: | Ja |
| Geschikt voor paneelaanpassing: | Nee |
| Nettocapaciteit koelkast: | 227 l |
| Koelkast binnenverlichting: | Ja |
| Aantal planken koelkast: | 5 |
| Temperatuur alarm: | Ja |
| Eierenrekje: | Ja |
| Flessenrek: | Ja |
| No Frost system: | Nee |
| Automatisch ontdooien (koelkast): | Ja |
| Totale brutocapaciteit: | - l |
| Ingebouwde vriezer: | Nee |
| Stroomvoorziening: | 220 - 240V, 50 Hz |
| Aantal compressors koelkast: | 1 |
Handleiding Miele K 9412 I – volledige tekst
Beschrijving van het toestel. 4Mits toeslag verkrijgbaar toebehoren. 6Flessenrek. 6Uw bijdrage tot bescherming van ons milieu. 7Opmerkingen omtrent uw veiligheid. 8Hoe kunt u energie besparen. 13Toestel in- en uitschakelen. 14Vóór het eerste gebruik. 14Bij langdurige afwezigheid. 15De juiste temperatuur. 16. inde. 16koelzone. inhet. 16vriesvakTemperatuur instellen. 16Temperatuurindicator. 17Superkoel gebruiken. 18Koelzone juist gebruiken. 19Verschillende koelgedeelten. 19Levensmiddelen die zeker niet gekoeld mogen worden. 20Waarop moet u letten wanneer u levensmiddelen koopt. 20Levensmiddelen juist bewaren. 20Fruit en groenten. 20Onverpakte dierlijke en plantaardige levensmiddelen. 21Levensmiddelen die rijk zijn aan eiwitten. 21Vlees. 21De binnenruimte indelen. 22De legplaten verplaatsen. 22Tweedelige legplaat. 22Rek/flessenrek verplaatsen. 22Invriezen en bewaren (volgens model).
23Wat gebeurt er als verse levensmiddelen worden ingevroren. 23Diepgevroren voedsel bewaren. 23Zelf levensmiddelen invriezen. 24Hou bij het invriezen rekening met het volgende. 24Verpakken. 24Voor u de levensmiddelen in het toestel legt. 25In het toestel plaatsen. 25Ingevroren voedsel ontdooien. 25Inhoud2.
Recycleerbare verpakkingDe verpakking behoedt het toestel voortransportschade. Er werd materiaal ge-kozen dat door het milieu wordt verdra-gen en opnieuw kan worden benut.Door de verpakking weer in kringloopte brengen, wordt er grondstof ge-spaard en verkleint de afvalberg. Geefdeze stoffen dus niet met het gewonevuilnis mee. Breng ze liever naar hetdichtstbijzijnde gemeentelijk container-park. Waar u dat vindt, komt u zeker bijuw gemeentebestuur aan de weet.Berging van uw oud toestelBij de aankoop van uw nieuw toestelheeft u een bijdrage betaald. Die wordtvolledig gebruikt voor de toekomstigerecyclage van dat toestel.
Dat bevattrouwens nog waardevol materiaal.Door te recycleren wordt er dan ookminder verspild en vervuild.Als u vragen heeft omtrent het af-danken van uw oud toestel, neem dancontact op met– de handelaar bij wie u het kochtof– de firma Recupel,telefoon 02 706 86 10,website: www.recupel.beof– uw gemeentebestuur als u uw toestelnaar een containerpark brengt.Zorg ervoor dat de buisleidingen vande compressor geen schade oplopenvoordat het toestel terdege wordtgeborgen. Zo vermijdt u dat er koelmid-del uit het koelcircuit of olie uit de com-pressor in het milieu terechtkomt.Zorg er ook voor dat het toestel kinder-veilig wordt bewaard voor u het laatwegbrengen.Uw bijdrage tot bescherming van ons milieu7
Dit toestel voldoet aan de voorge-schreven veiligheidsvoorschriften.Door ondeskundig gebruik kunnengebruikers echter letsel oplopen enkan er schade optreden aan het toe-stel.Voor u het toestel in gebruik neemt,moet u de gebruiksaanwijzing aan-dachtig lezen. U vindt er belangrijkeopmerkingen omtrent uw veiligheid,de installatie, het gebruik en het on-derhoud van uw toestel.
Dat is vei-liger voor uzelf en u voorkomt scha-de aan het toestel.Bewaar de gebruiksaanwijzing engeef ze door aan wie het toesteleventueel na u gebruikt.Juist gebruik~Het toestel is uitsluitend bedoeldvoor gebruik in het huishouden engelijkaardige omgevingen zoals– in winkels, kantoren en gelijkaardigewerkomgevingen– op boerderijen– door klanten in hotels, motels,bed-and-breakfasts en anderetypische woonomgevingen.Gebruik het toestel uitsluitend voorhuishoudelijke doeleinden: om levens-middelen te koelen en te bewaren, omdiepvriesproducten te bewaren, omverse levensmiddelen in te vriezen enom ijsblokjes te maken.Gebruik voor andere doeleinden is niettoegelaten en kan gevaarlijk zijn.
De fa-brikant is niet aansprakelijk voor scha-de die werd veroorzaakt doordat hettoestel voor andere doeleinden werdgebruikt of verkeerd werd bediend.~Personen die door hun fysieke,zintuiglijke of geestelijke mogelijkhedenof hun onervarenheid of gebrek aankennis niet in staat zijn om het toestelveilig te bedienen, mogen dit toestel al-leen onder het toezicht of debegeleiding van een verantwoordelijkiemand gebruiken.Kinderen in het huishouden~Kinderen mogen het toestel alleenmaar gebruiken wanneer hun de bedie-ning ervan zo uitgelegd is dat ze hetveilig kunnen bedienen. Kinderen moe-ten de eventuele risico's van een foutie-ve bediening kunnen beseffen.~Hou kinderen die in de buurt van hettoestel komen in het oog. Laat kinderenniet met het toestel spelen.Opmerkingen omtrent uw veiligheid8
Technische veiligheid~Controleer vóórdat het toestel wordtgeplaatst, of het zichtbaar beschadigd is. Is dat het geval, neem het dan in geengeval in gebruik. Een beschadigd toestel kan uw veiligheidin gevaar brengen. ~Is de aansluitkabel beschadigd, laatdeze dan vervangen door een vakman ofvakvrouw die door Miele erkend is. Zovermijdt u risico's voor wie het toestel ge-bruikt. ~Dit toestel bevat het koelmiddel iso-butaan (R600a), een natuurlijk gas dathet milieu weinig belast, maar welbrandbaar is. Het is niet schadelijk voorde ozonlaag en draagt niet bij tot hetbroeikaseffect. Het gebruik van dit mi-lieuvriendelijke koelmiddel veroorzaaktwel een lichte verhoging van hetwerkingsgeluid. Naastwerkingsgeluiden van de compressorkunnen er ook stromingsgeluiden te ho-ren zijn die afkomstig zijn van hetkoelcircuit.
Dat is jammer genoeg niette vermijden, maar heeft geen invloedop de prestaties van het toestel. Let er bij het transporteren en het op-stellen van het toestel op dat geen en-kel onderdeel van het koelcircuit be-schadigd raakt. Wegspattend koelmid-del kan tot oogletsels leiden. Bij beschadiging:- vermijd open vuur of ontstekings-bronnen,- trek de stekker uit het stopcontact,- verlucht het vertrek waarin het toestelstaat gedurende enkele minuten, en- neem contact op met de dienstHerstellingen aan huis van Miele. ~Hoe meer koelmiddel er in een toe-stel zit, hoe groter de ruimte moet zijnwaarin het toestel wordt opgesteld. Bijeen eventueel lek kan er in een tekleine ruimte een brandbaar mengselvan gas en lucht ontstaan. Per 8 g koelmiddel moet het vertrekminstens 1 m3groot zijn. De hoeveel-heid koelmiddel is aangegeven op hettypeplaatje in het toestel.
~Een veilige werking van het toestelis alleen dan gewaarborgd als het toe-stel overeenkomstig de gebruiksaanwij-zing gemonteerd en aangesloten werd. ~Voor u het toestel aansluit, moet ueerst de aansluitgegevens (spanningen frequentie) op het typeplaatje verge-lijken met die van uw elektrische instal-latie.
Deze gegevens dienen absoluut over-een te stemmen. Anders treedt er scha-de op aan uw toestel. Vraag bij twijfelinlichtingen aan een elektricien. ~Gebruik uit veiligheidsoverwegingengeen verlengkabels ofstopcontactenblokken om het toestelaan te sluiten. Die bieden niet voldoen-de veiligheidsgaranties. Er bestaat on-der andere gevaar voor oververhitting. Opmerkingen omtrent uw veiligheid9.
~De elektrische veiligheid van hettoestel is alleen gewaarborgd als hetwordt aangesloten op een volgens devoorschriften geïnstalleerd aardsys-teem. Het is heel belangrijk dat aandeze fundamentele veiligheidsvoor-waarde is voldaan. Laat de elektrischeinstallatie in uw woning in geval vantwijfel door een elektricien controleren.De fabrikant kan niet aansprakelijk ge-steld worden voor schade die werd ver-oorzaakt doordat de aardleiding onder-broken was of gewoon ontbrak.
Er be-staat in dat geval onder andere gevaarvoor elektrische schokken.~Installatie-, onderhouds- enherstellingswerken mogen alleen wor-den uitgevoerd door vakmensen diedoor de fabrikant erkend zijn.Door ondeskundig uitgevoerdeinstallatie-, onderhouds- ofherstellingswerken kunnen er voor degebruiker aanzienlijke risico's ontstaanwaarvoor de fabrikant niet aansprakelijkkan worden gesteld.~Laat u het toestel tijdens de ga-rantieperiode herstellen, dan mag datenkel gebeuren door een technicus diedoor de fabrikant erkend is.
Anders iser bij schade achteraf geen aanspraakmeer op garantie.~Tijdens installatie-, onderhouds- enherstellingswerken moet het toestel vanhet elektriciteitsnet losgekoppeld zijn.Het toestel is pas stroomloos indien aaneen van deze voorwaarden werd vol-daan:– De stekker van het toestel is uitge-trokken.Trek daarbij niet aan de kabel, welaan de stekker.– De desbetreffende zekering in dezekeringenkast is uitgeschakeld.~Laat defecte onderdelen enkelvervangen door origineleMiele-wisselstukken. Enkel dan bent uzeker dat ze ten volle voldoen aan deeisen die Miele qua veiligheid stelt.~Als u het toestel niet op een vasteplaats installeert laat dit karwei dan en-kel uitvoeren door vakmensen. Diemoeten ervoor zorgen dat u het toestelveilig kunt gebruiken.Opmerkingen omtrent uw veiligheid10
Veilig gebruik~Bewaar geen explosieve stoffen of -producten met brandbare drijfgassen(bijv. spuitbussen) in het toestel. Als dethermostaat wordt ingeschakeld, kun-nen er vonken ontstaan. Die kunnenontvlambare mengsels tot ontploffingbrengen. ~Gebruik geen elektrische toestellenin het toestel (bijv. om softijs te ma-ken). Er kunnen vonken ontstaan. Ont-ploffingsgevaar. ~Plaats dranken met een hoog alco-holpercentage enkel rechtop en goedafgesloten in de koelzone. Ontploffingsgevaar. ~Raak bevroren levensmiddelen nietmet natte handen aan. Uw handen zou-den kunnen vastvriezen. U kunt zichverwonden. ~Steek nooit ijsblokjes en ijslolly's,met name waterijsjes, in de mond wan-neer u ze net uit het vriesvak hebt ge-haald. Door de zeer lage temperatuur van hetijs kunnen uw lippen of tong vastvrie-zen. U kunt zich verwonden.
~Gedeeltelijk of volledig ontdooide le-vensmiddelen mogen niet opnieuw wor-den ingevroren. Verbruik deze levensmiddelen zo snelmogelijk, want de levensmiddelen ver-liezen hun voedingswaarde en beder-ven. Ontdooide levensmiddelen kunt uopnieuw invriezen nadat u ze hebt ge-kookt of gebraden. ~Bewaar in het vriesvak geen blikjesen flessen met koolzuurhoudendedranken of vloeistoffen die kunnen be-vriezen. De blikjes of flessen kunnen uitelkaar springen. U kunt zich verwonden en er kan scha-de ontstaan. ~Als u flessen snel in het vriesvakwenst te koelen, moet u ze uiterlijk na1 uur weer uit het vriesvak halen. Deflessen kunnen ontploffen. U kunt zichverwonden en er kan schade ontstaan. ~Als u levensmiddelen eet die te langbewaard werden, bestaat er gevaarvoor voedselvergiftiging.
~Gebruik geen voorwerpen met eenscherpe punt of rand om– rijm- en ijslagen te verwijderen,– vastgevroren bakjes voor ijsblokjesen levensmiddelen los te wrikken. Als u dat doet, beschadigt u dekoelelementen en functioneert het toe-stel niet meer correct. ~Plaats nooit elektrische verwar-mingstoestellen of kaarsen in het toe-stel om het te ontdooien. De kunststof zou beschadigd raken. Opmerkingen omtrent uw veiligheid11.
~Gebruik geen ontdooisprays of -producten om ijs te verwijderen. Die kunnen immers explosieve gassenvormen en kunnen oplosmiddelen ofdrijfgassen bevatten die de kunststofaantasten. Ook zijn ze mogelijk schade-lijk voor de gezondheid. ~Behandel de deurdichting niet metolie of vet. Daardoor wordt de deurdichting na ver-loop van tijd poreus. ~Als u in het toestel of in de deur vet-of oliehoudende levensmiddelen be-waart, dient u ervoor te zorgen dateventueel uitlopend vet of uitlopendeolie niet in contact komt met dekunststofonderdelen. Er kunnen spanningsscheuren in dekunststof ontstaan, zodat die barst ofscheurt. ~Dek de luchttoevoeropening in desokkel en de luchtafvoeropening bovenin de ombouwkast niet af. Als die openingen afgedekt zijn, kan ergeen goede luchtcirculatie plaatsvin-den. Het stroomverbruik stijgt en scha-de aan onderdelen kan niet worden uit-gesloten.
~Het toestel is geconstrueerd vooreen bepaalde klimaatklasse (bereik vande kamertemperatuur) waarvan deonder- en bovengrens moeten wordengerespecteerd. De klimaatklasse staatvermeld op het typeplaatje dat binnenin het toestel aangebracht is. Een te lage kamertemperatuur heeft totgevolg dat de compressor gedurendeeen lange tijd stilstaat, zodat het toestelde vereiste temperatuur niet kan aan-houden. ~Gebruik voor het ontdooien en reini-gen van het toestel in geen geval eenstoomreiniger. Stoom kan in aanraking komen met on-derdelen van het toestel die onderspanning staan en zo een kortsluitingveroorzaken. Wat met een afgedankt toe-stel. ~Vernietig het knip- of vergrendelslotvan uw toestel wanneer u het afdankt. Op die manier voorkomt u dat spelendekinderen zich in het toestel opsluiten,wat levensgevaarlijk kan zijn. ~Beschadig geen onderdelen van hetkoelcircuit, bijv.
In een gesloten, niet verluchte ruimte.Beschermd tegen rechtstreeksezonnestralen.Bij rechtstreekse zonnestralen.Niet naast een warmtebron (verwar-mingselement, fornuis).Naast een warmtebron(verwarmingselement, fornuis).Bij een ideale kamertemperatuur vanongeveer 20 °C.Bij een hogere omgevingstempera-tuur.Dek de ventilatieopeningen niet af.Verwijder regelmatig het stof van deventilatieopeningen.TemperatuurinstellingThermostaat op basisvan "circa-getallen"(regeling in niveaus)Bij een gemiddelde instellingvan 2 tot 3.Bij een hoge instelling:Hoe lager de temperatuur in dezone, hoe hoger het energiever-bruik!TemperatuurinstellingThermostaat op basisvan graden(digitaal display)Bewaarzone van 8 tot 12 °CBij toestellen met een winterschake-ling moet u erop letten dat die scha-kelaar bij omgevingstemperaturenboven 16 °C of 18 °C uitgeschakeldis!Koelzone 4 tot 5 °CPerfectFresch-zone ongeveer 0 °CVrieszone -18 °CWijnbewaarzone van 10 tot 12 °CGebruik Laat de schuifladen, legplaten enrekken zoals ze waren toen het toe-stel werd geleverd.Open de deur altijd zo kort mogelijk.
De deur vaak en langdurig openen= koudeverliesSchik de levensmiddelen in het toe-stel.Als u lang moet zoeken, blijft dedeur lang openstaan.Laat warme gerechten en drankeneerst buiten het toestel afkoelen.Warme gerechten doen de com-pressor langdurig werken (het toe-stel probeert te koelen).Plaats levensmiddelen goed verpaktof goed afgedekt in het toestel.Wanneer vloeistoffen in de koelzoneverdampen en condenseren, leidtdat tot verlies van het koelvermo-gen.Leg ingevroren producten in dekoelzone om ze te ontdooien.Doe de vakken niet te vol zodat delucht kan circuleren.Ontdooien Ontdooi de vrieszone bij een ijslaagvan 0,5 cm.Een ijslaag vermindert de over-dracht van de koude aan de in tevriezen levensmiddelen en doet hetenergieverbruik stijgen!Hoe kunt u energie besparen?13
Vóór het eerste gebruikLaat het toestel na het transportca. 1/2 tot 1 uur staan voor u hetaansluit. Dit is zeer belangrijk voorde latere werking!BeschermfolieDe roestvrijstalen lijsten op de rekkenen legplaten zijn van een folie voorzienom ze bij het transport te beschermen.^Trek de beschermfolie van de roest-vrijstalen randen.Reinigen^Reinig de binnenruimte en het toebe-horen. Gebruik daarvoor lauw water.Wrijf daarna alles droog met eendoek.Toestel inschakelen^Draai de temperatuurregelaar meteen muntstuk naar rechts uit de stan-d "0", tot de temperatuurindicatorbrandt.De temperatuurregelaar niet voorbijde aanslag draaien, anders raakt hijbeschadigd.Het toestel begint te koelen en de tem-peratuurindicator geeft de gewenstetemperatuur aan.
Bij langdurige afwezigheidAls u het toestel gedurende lange tijdniet gebruikt, gaat u als volgt te werk:^schakel het toestel uit,^trek de stekker uit of schakel de des-betreffende zekering in uwzekeringenkast uit,^ontdooi het vriesvak (afhankelijk vanhet model),^reinig het toestel en^laat de toesteldeur op een kier staanom geurvorming te vermijden.Als het toestel bij langdurige afwe-zigheid wordt uitgeschakeld maarniet gereinigd, bestaat er gevaarvoor schimmelvorming als de deurgesloten blijft.Toestel in- en uitschakelen15
Bij het bewaren van levensmiddelen isde juiste temperatuurinstelling zeer be-langrijk. Levensmiddelen bederven sneldoor de aanwezigheid van micro-orga-nismen. Dat proces kan door de juistebewaartemperatuur worden verhinderdof vertraagd. De temperatuur beïn-vloedt de groeisnelheid van de micro--organismen. Hoe lager de tempera-tuur, hoe langzamer dit proces ver-loopt.De temperatuur in het toestel stijgt– als u de toesteldeur vaak en gedu-rende lange tijd opent,– als u er meer levensmiddelen in be-waart,– als de verse levensmiddelen warmzijn,– als de omgevingstemperatuur vanhet toestel hoog is.Het toestel is geconstrueerd vooreen bepaalde klimaatklasse (bereikvan de kamertemperatuur) waarvande onder- en bovengrensgerespecteerd moeten worden.. . . in de koelzoneWe raden een koeltemperatuur van5°C aan in het midden van het toestel.. . .
in het vriesvak(afhankelijk van het model)Om verse levensmiddelen in te vriezenen ze langdurig te bewaren, is een tem-peratuur van vereist. Bij die tem-18 °C -peratuur komt de groei van micro-orga-nismen in hoge mate tot stilstand. Zo-dra de temperatuur boven -10 °C stijgt,begint de ontbinding door de micro-or-ganismen; de levensmiddelen kunnenminder lang worden bewaard. Daarommogen geheel of gedeeltelijk ontdooidelevensmiddelen pas opnieuw ingevro-ren worden, nadat ze verwerkt werden(koken of braden).
Door de hoge tem-peraturen worden de meeste micro-or-ganismen gedood.Temperatuur instellenU kunt de temperatuur voor de koelzo-ne met de temperatuurregelaar instel-len.Hoe hoger/lager de temperatuur in dekoelzone, hoe hoger/lager de tempera-tuur in het vriesvak.^Draai de temperatuurregelaar meteen muntstuk naar rechts uit destand "0".Hoe hoger de instelling, hoe lager detemperatuur in het toestel.Tijdens het instellen wordt de insteltem-peratuur knipperend aangegeven.De temperatuurregelaar niet voorbijde aanslag draaien, anders raakt hijbeschadigd.De juiste temperatuur16
TemperatuurindicatorDe temperatuurindicator op het be-dieningspaneel geeft altijd de ge-wenste temperatuur aan.Als u een temperatuur van 5 °C in dekoelzone wenst,^dan draait u de temperatuurregelaarnaar rechts (vanuit de stand 0) tot hetcijfer 5 op de temperatuurindicatorverschijnt.In het vriesvak heerst er dan een ge-middelde temperatuur van ong. .-18 °CBinnen het aangegeven temperatuur-bereik (bijv.
tussen 5 en 3 °C) kan detemperatuur iets kouder worden inge-steld:^draai de temperatuurregelaar bijv.vanuit de stand 5 langzaam verdernaar rechts tot het cijfer 5 op de tem-peratuurindicator kort knippert.De koudere temperatuurinstelling bin-nen het kleine temperatuurbereik is in-gesteld.Wanneer de toesteldeur zeer vaak geo-pend wordt, wanneer grote hoeveelhe-den levensmiddelen in het toestel gela-den worden, of wanneer de omgevings-temperatuur hoog is, is een instellingvan 3 °C tot 5 °C voor de koelzoneaangewezen.De juiste temperatuur17
De functie SuperkoelMet de functie Superkoel wordt de koel-zone zeer snel op de koudste waardeafgekoeld (afhankelijk van de kamer-temperatuur).Superkoel inschakelenDe functie Superkoel is met name aante bevelen als u grote hoeveelhedenverse levensmiddelen of dranken snelwenst af te koelen.^Druk op de toets Superkoel zodat hetcontrolelampje brandt.De temperatuur in het toestel daalt,omdat het toestel met het maximalekoelvermogen werkt.Superkoel uitschakelenDe functie Superkoel schakelt zich au-tomatisch na ca. 6 uur uit. Het controle-lampje gaat uit en het toestel werktweer met het normale koelvermogen.Om energie te sparen, kunt u de functieSuperkoel zelf uitschakelen zodra delevensmiddelen of dranken koud ge-noeg zijn.^Druk op de toets Superkoel zodat hetcontrolelampje uitgaat.De koeling van het toestel werkt weermet het normale vermogen.Superkoel gebruiken18
Verschillende koelgedeeltenDoor de natuurlijke luchtcirculatie is detemperatuur in de koelzone niet overalgelijk. De koude, zware lucht daalt naarhet onderste gedeelte van het toestel. Gebruik de verschillende koelgedeeltenwanneer u levensmiddelen in het toe-stel plaatst. Warmste gedeelteHet warmste gedeelte van de koelzonebevindt zich bovenaan aan de deur. Gebruik dit gedeelte bijv. om boter tebewaren, zodat ze gemakkelijk smeer-baar blijft, en voor kaas, zodat die zijnaroma niet verliest. Koudste gedeelteHet koudste gedeelte van de koelzonebevindt zich direct boven de fruit- engroentebakken.
Gebruik dit gedeelte voor alle gevoe-lige en snel bederfbare levensmid-delen, zoals:– vis, vlees, gevogelte,– worst, kant-en-klaargerechten,– gebak en gerechten met eieren ofslagroom,– vers deeg, taart-, pizza- en quiche-deeg,– kaas en andere producten op basisvan melk,– in folie verpakte, bereide groenten enalle verse levensmiddelen waarvande minimale houdbaarheidsdatum isgebaseerd op een bewaartempera-tuur van minstens 4 °C. Bewaar geen explosieve stoffen engeen producten met brandbare drijf-gassen (bijv. spuitbussen) in hettoestel. Ontploffingsgevaar. Sterke drank met een hoog alcohol-percentage mag u uitsluitend recht-op en goed afgesloten in het toestelplaatsen. Als u in het toestel of in de deur vet-of oliehoudende levensmiddelen be-waart, dient u ervoor te zorgen dateventueel uitlopend vet of uitlopen-de olie niet in contact komt met dekunststofonderdelen.
Er kunnen spanningsscheuren in dekunststof ontstaan, zodat die barstof scheurt. De lucht moet goed kunnen circule-ren tussen de levensmiddelen. Gadaarom als volgt te werk:- Bewaar levensmiddelen niet tedicht bij elkaar. - Bewaar levensmiddelen op een af-stand van ca. 2 cm ten opzichte vande binnenverlichting. De levensmiddelen mogen niet te-gen de achterwand komen. Ze kun-nen anders aan de achterwand vast-vriezen.
Levensmiddelen die zeker nietgekoeld mogen wordenNiet alle levensmiddelen kunnen in dekoelkast bewaard worden, doordat zegevoelig zijn voor koude. Augurkenbijv. worden glazig, aubergines bitteren aardappelen zoet. Tomaten ensinaasappelen verliezen hun aroma ende schil van citrusvruchten wordt hard. Onder andere de volgende levensmid-delen zijn gevoelig voor koude:– ananas, avocado's, bananen,granaatappels, mango's, papaja's,passievruchten, citrusvruchten(zoals citroenen, sinaasappels,mandarijnen, grapefruit),– fruit dat nog verder moet rijpen,– aubergines, augurken, aardappels,paprika, tomaten, courgettes,– harde kazen (parmezaan). Waarop moet u letten wanneeru levensmiddelen kooptDe belangrijkste voorwaarde om le-vensmiddelen lang te kunnen bewaren,is hun versheid. Dat is van het grootstebelang voor de bewaartijd van de prod-ucten.
De koelketen mag indien moge-lijk niet onderbroken worden. Let erbijv. op dat de levensmiddelen niet telang in een warme auto blijven liggen. Wanneer het verouderings- ofbederfproces ingezet is, kan dat nietmeer ongedaan gemaakt worden. Eenonderbreking van de koeling geduren-de twee uur zet het bederf al in gang. Levensmiddelen juist bewarenLevensmiddelen moet u altijd goed ver-pakt of goed afgedekt bewaren. Zo ver-mijdt u dat de levensmiddelen vreemdegeuren opnemen of gaan uitdrogen. Tegelijk voorkomt u de overdracht vaneventuele bacteriën. Een correcteinstelling van de temperatuur en eenaangepaste hygiëne vertragen devermenigvuldiging van bacteriën zoalssalmonella. Fruit en groentenFruit en groenten kunt u wel onverpaktin de fruit- en groentebakken bewaren. Hou er echter rekening mee dat nietalle fruit- en groentesoorten samen inéén bak bewaard kunnen worden.
– Voorbeelden van fruit en groentendie zeer gevoelig reageren op hetnatuurlijke gas van andere soortenfruit en groenten:kiwi's, broccoli, bloemkool, spruiten,mango's, honingmeloenen, appels,abrikozen, augurken, tomaten, pe-ren, nectarines, perziken.Voorbeeld: broccoli mag u niet sa-men met appels bewaren omdat ap-pels veel gas vrijgeven en broccolidaar zeer gevoelig op reageert. Hetgevolg is dat u de broccoli minderlang kunt bewaren dan eigenlijk mo-gelijk is.Onverpakte dierlijke en plantaardigelevensmiddelenOnverpakte dierlijke en plantaardige le-vensmiddelen moet u van elkaar schei-den. Als de levensmiddelen samen be-waard moeten worden, dan moeten zein elk geval verpakt zijn.
Op die maniervoorkomt u dat er microbiologische ver-anderingen optreden.Levensmiddelen die rijk zijn aaneiwittenMerk op dat levensmiddelen die rijk zijnaan eiwitten sneller bederven.Schaal- en schelpdieren bederven dussneller dan vis, terwijl vis sneller bederftdan vlees.VleesBewaar vlees onverpakt. (Folie en reci-piënten openen.) De uitdroging van hetvleesoppervlak remt de kiemvorming afen zorgt daardoor voor een beterehoudbaarheid. Verschillende vlees-soorten mogen niet rechtstreeks met el-kaar in contact komen, maar moeten al-tijd door een verpakking worden ge-scheiden. Daardoor wordt vroegtijdigebederving door kiemoverdracht verme-den.Koelzone juist gebruiken21
Schuif ze met de uit-sparing over de steunribben en ver-plaats ze naar boven of naar onde-ren.De achterste boord van de legplaatmoet naar boven wijzen zodat de le-vensmiddelen niet tegen de achter-wand rusten en daaraan kunnen vast-vriezen.Schuifstoppen voorkomen dat delegplaten ongewild uit het toestel ge-trokken worden.Tweedelige legplaatOm hoge waren, zoals hoge flessen ofrecipiënten, te kunnen plaatsen, is ereen tweedelige legplaat, waarvan u hetvoorste deel voorzichtig onder het ach-terste deel kunt schuiven:^til voorzichtig de achterste helft vande glazen legplaat omhoog.^til gelijktijdig de voorste helft van deglazen plaat lichtjes op en schuif dievervolgens voorzichtig onder de ach-terste helft.Om de halve glazen platen te ver-plaatsen,^neemt u de twee halve glazen platenuit het toestel,^plaatst u de twee houders links enrechts op de steunribben op de ge-wenste hoogte,^en schuift u de glazen platen na el-kaar in het toestel.De glazen plaat met deaanslagboord moet achteraan lig-gen!Rek/flessenrek verplaatsen^Schuif het rek/flessenrek naar bovenen haal het uit het toestel.^Plaats het rek/flessenrek op de ge-wenste plaats weer in het toestel.Zorg er daarbij voor dat het goed opde verhogingen vast gedrukt wordt.De binnenruimte indelen22
Het vriesvak gebruikenGebruik het vriesvak om– diepgevroren voedsel te bewaren,– ijsblokjes te maken,– kleine hoeveelheden levensmiddelenin te vriezen.U kunt tot 2 kg per 24 uur invriezen.Wat gebeurt er als verselevensmiddelen wordeningevroren?Verse levensmiddelen moeten zo snelmogelijk volledig worden doorvroren,zodat de voedingswaarde, devitamines, het uitzicht en de smaak be-houden blijven.Hoe langzamer de levensmiddelen wor-den doorvroren, hoe meer vloeistof eruit elke cel naar de tussenruimten loopt.De cellen krimpen.Tijdens het ontdooien kan slechts eendeel van de voordien vrijgekomen vloei-stof naar de cellen terugvloeien.In de praktijk betekent dit dat delevensmiddelen veel vocht verliezen.Dat kunt u zelf vaststellen: tijdens hetontdooien vormt er zich een grote wa-terplas rond het levensmiddel.Als het levensmiddel snel wordtdoorvroren, heeft de celvloeistof mindertijd om uit de cellen naar de tussen-ruimten te lopen.
De cellen krimpenveel minder.Tijdens het ontdooien kan de kleinehoeveelheid vloeistof die naar de tus-senruimten was gelopen, terug naar decellen, zodat het vochtverlies zeer ge-ring is. Er vormt zich slechts een kleinewaterplas!Diepgevroren voedsel bewarenAls u diepgevroren voedsel wenst tebewaren, controleert u tijdens de aan-koop in de winkel– de verpakking op beschadigingen,– de houdbaarheidsdatum en– de temperatuur in de koelruimte vande winkeldiepvries. Als die tempera-tuur hoger is dan -18 °C, dan vermin-dert de houdbaarheid van het diep-gevroren voedsel.^Koop diepgevroren voedsel pas ophet einde van het winkelen, en trans-porteer het in krantenpapier of in eenkoelzak.^Leg het diepgevroren voedsel onmid-dellijk in het vriesvak.Gedeeltelijk of volledig ontdooidvoedsel niet opnieuw invriezen.
Zelf levensmiddelen invriezenVries uitsluitend verse levensmiddelenin perfecte staat in!Hou bij het invriezen rekening methet volgende– Onderstaande levensmiddelen kun-nen :ingevroren wordenvers vlees, gevogelte, wild, vis,groenten, kruiden, onbewerkt fruit,zuivelproducten, bakkerijproducten,voedselresten, eigeel, eiwit en talrijkekant-en-klaargerechten.– Volgende levensmiddelen zijn nietgeschikt om in te vriezen:wijndruiven, bladsalade, radijzen,rammenas, zure room, mayonaise,volledige eieren in de schaal, uien,volledige onbewerkte appelen en pe-ren.– Om de kleur, de smaak, het aromaen de vitamine C te behouden, moetu groenten blancheren voor u ze in-vriest. Doe de groenten in porties ge-durend minuten in kokend wae 2 - 3 -ter. Neem de groenten uit het wateren koel ze snel in koud water af.
Laatde groenten uitdruppen.– Mager vlees is beter geschikt om inte vriezen dan vet vlees en kan veellanger worden bewaard.– Plaats telkens een folie uit kunststoftussen koteletten, steaks, schnitzelsenz. Zo vermijdt u dat ze tot één bloksamen vriezen.– Rauwe levensmiddelen en geblan-cheerde groenten voor het invriezenniet kruiden en zouten, schotelsslechts lichtjes kruiden en zouten.
Desmaakintensiteit van sommigekruiden verandert tijdens het invrie-zen.– Laat warme schotels of drankeneerst buiten het toestel afkoelen omte voorkomen dat reeds bevroren le-vensmiddelen gedeeltelijk ontdooienen dat het stroomverbruik stijgt.Verpakken^Vries per portie in.Geschikte verpakking- Kunststoffolie- Buisfolie uit polyethyleen- Aluminiumfolie- DiepvriesdozenOngeschikte verpakking- Pakpapier- Perkamentpapier- Cellofaan- Vuilniszakjes- Gebruikte winkelzakjes^Druk de lucht goed uit de verpak-king.^Sluit de verpakking dicht af met- elastiekjes- kunststofclips- touw of- koudebestendige kleefband.Zakjes en buisfolie uit polyethyleenkunt u ook met een folielasapparaatdichtlassen.^Noteer de inhoud en de invriesdatumop de verpakking.Invriezen en bewaren (volgens model)24
Voor u de levensmiddelen in hettoestel legt^Draai ong. 4 uur voor u de goederenin het vriesvak legt, de temperatuur-regelaar op een gemiddelde tot lagetemperatuur. De levensmiddelen dieal in het vriesvak liggen, krijgen zoeen koudereserve.In het toestel plaatsen^Leg de levensmiddelen naast elkaarop de bodem van het vriesvak, zodatze zo snel mogelijk tot in de kern wor-den ingevroren.^Leg de waren droog in het toestel omte vermijden dat ze aan elkaar of aanhet toestel vastvriezen.In te vriezen levensmiddelen mogenniet in aanraking komen met reedsingevroren levensmiddelen, zodatdie niet ontdooien.^Draai de temperatuurregelaar naong.
24 uur weer op een gemiddeldeinstelling.Ingevroren voedsel ontdooienIngevroren voedsel kunt u op verschil-lende manieren ontdooien– in de microgolfoven,– in de gewone oven met de modus"hete lucht" of "ontdooien",– bij kamertemperatuur,– in de koelkast (de koude die de inge-vroren levensmiddelen afgeven,wordt gebruikt om te koelen),– in de stoomoven.Platte stukken vlees en vis kunnenlicht ontdooid in een hete pan wordengelegd.Fruit kan bij kamertemperatuur in deverpakking of in een afgedekte schotelworden ontdooid.Groenten kunnen over het algemeenbevroren in kokend water worden ge-daan of in heet vet worden gestoofd.Wegens de gewijzigde celstructuur isde bereidingstijd iets korter dan bij ver-se groenten.Gedeeltelijk of volledig ontdooidvoedsel niet opnieuw invriezen.
Pasnadat u de levensmiddelen heeftverwerkt (koken of braden), kunt uze opnieuw invriezen.IJsblokjes bereiden^Vul de ijsblokjesschaal voor driekwart met water en plaats ze op debodem van het vriesvak.^Gebruik een stomp voorwerp, bijv.een lepelsteel, om een vastgevrorenijsblokjesschaal los te maken.^De ijsblokjes komen gemakkelijk losuit de schaal als u ze kort onder stro-mend water houdt.Invriezen en bewaren (volgens model)25
KoelzoneDe koelzone ontdooit automatisch.Terwijl de compressor draait, kunnen errijp en waterpareltjes worden gevormdop de achterzijde van de koelzone. Diehoeft u niet te verwijderen omdat ze au-tomatisch verdampen door de warmtevan de compressor.Het dooiwater loopt via een gootje eneen afvoerbuis naar eenverdampsysteem aan de achterzijdevan het toestel.Zorg ervoor dat het dooiwater altijdongehinderd kan weglopen. Houmet het oog daarop het gootje en deafvoeropening schoon.Vriesvak(volgens het model)Het vriesvak kan niet automatisch ont-dooien.Door de normale werking worden er naverloop van tijd rijp en ijs op hetkoeloppervlak gevormd. Daardoor ver-mindert de koudeafgifte en stijgt hetstroomverbruik.Schraap de rijp- en ijslagen nietweg.
Gebruik geen voorwerpen meteen scherpe punt of rand.Als u dat doet, beschadigt u dekoelelementen en functioneert hettoestel niet meer correct.Ontdooi het vriesvak geregeld, maar ui-terlijk als er zich een ijslaag van ca.0,5 cm dik heeft gevormd. Doe dat bijvoorkeur als het toestel weinig of geenbevroren goederen bevat.Voor het ontdooien^Neem de levensmiddelen uit hetvriesvak en wikkel ze in verschillendelagen krantenpapier of in een deken.^Bewaar de ingevroren levensmid-delen op een koele plaats tot hetvriesvak weer gebruiksklaar is.Ontdooien27
Het ontdooien zelfOntdooien moet snel gebeuren. Hoelanger u de ingevroren levensmid-delen bij kamertemperatuur be-waart, des te korter wordt de houd-baarheid van de ingevroren levens-middelen.^Schakel het toestel uit.^Trek de stekker uit of schakel de des-betreffende zekering in uwzekeringenkast uit.^Laat de deur van het vriesvak open.^Zuig het dooiwater op met eenspons.U kunt het ontdooien versnellen doorop een onderlegger een pot met heet(niet kokend) water in het vriesvak teplaatsen. In dat geval laat u de deurtijdens het ontdooien gesloten, zodatde warmte niet kan ontsnappen.Gebruik in geen geval een stoomrei-niger om het toestel te ontdooien.Stoom kan in aanraking komen metonderdelen van het toestel die onderspanning staan en zo een kortslui-ting veroorzaken.Plaats nooit elektrische verwar-mingstoestellen of kaarsen in hettoestel om het te ontdooien.
Dekunststof zou beschadigd raken.Gebruik geen ontdooisprays of -producten om ijs te verwijderen. Diekunnen immers explosieve gassenvormen, oplos- of drijfmiddelen be-vatten, of de gezondheid schaden.Na het ontdooien^Reinig het toestel en droog het.Er mag geen reinigingswater in de af-voeropening voor het dooiwater lo-pen.^Steek de stekker van het toestel weerin het stopcontact of schakel de des-betreffende zekering in uwzekeringenkast weer in, en schakelhet toestel weer in.^Leg de ingevroren levensmiddelenweer in het vriesvak.Ontdooien28
Zorg ervoor dat er geen water in detemperatuurregelaar of de ver-lichting komt.Er mag geen reinigingswater doorde afvoeropening voor het dooiwaterlopen.Gebruik geen stoomreiniger. Destoom kan terechtkomen op onder-delen van het toestel die onderspanning staan en zo kortsluitingveroorzaken.Het typeplaatje in het toestel magniet worden verwijderd.
De informa-tie op dit plaatje is belangrijk in ge-val van een storing.Om schade aan de oppervlakken tevoorkomen, mogen de volgende mid-delen niet worden gebruikt om de op-pervlakken te reinigen:– reinigingsmiddelen die soda, ammo-niak, zuur of chloor bevatten,– kalkoplossende reinigingsmiddelen,– schurende reinigingsproducten, zo-als schuurpoeder, schuurmelk,poetsstenen,– reinigingsmiddelen met oplosmiddel,– reinigingsmiddelen voor roestvrijstaal,– afwasmiddelen voor de afwasauto-maat,– ovensprays,– glasreinigers,– schurende harde sponsen en bor-stels (bijv.
schuursponsen),– speciale "wondersponsen",– scherpe metaalschrapers!Vóór het reinigen^Schakel het toestel uit.^Trek de stekker uit of schakel de be-treffende zekering in uwzekeringenkast uit.^Haal de levensmiddelen uit het toe-stel en bewaar ze op een koeleplaats.^Ontdooi het vriesvak (afhankelijk vanhet model).^Neem alle onderdelen die uit het toe-stel genomen kunnenworden uit hettoestel om ze te reinigen.Binnenruimte, toebehoren^Reinig het toestel minstens één keerper maand.De binnenruimte en het toebehorenreinigt u het best met lauw waterwaarin u een beetje handafwasmid-del doet.De volgende onderdelen mogen wor-den gereinigd in de afwasautomaat:– het botervlootje, de eiervakjes, hetbakje voor ijsblokjes(afhankelijk van het model meegele-verd)– de rekken/flessenrekken in debinnendeur– het boter- en kaasvakReinigen29
De temperatuur van het gekozen af-wasprogramma mag maximaal55 °C bedragen!Kunststofonderdelen kunnen in deafwasautomaat verkleuren door con-tact met bepaalde natuurlijke kleur-stoffen, bijv. in wortels, tomaten enketchup.Deze verkleuring heeft geen invloedop de stabiliteit van de desbetreffen-de onderdelen.^Reinig de legplaten en de vakkenvan de binnenruimte met de hand.Deze mogen worden gereinigdniet in de afwasautomaat!^Reinig het gootje en de afvoerope-ning voor het dooiwater regelmatigmet een wattenstaafje of iets derge-lijks, zodat het dooiwater ongehin-derd kan weglopen.^Ga na de reiniging met een doek diemet schoon water is vochtig gemaaktover de binnenruimte en het toebeho-ren.
Wrijf vervolgens alles droog meteen doek.Laat de deuren van het toestel kortetijd openstaan.Openingen voor luchttoevoeren -afvoer^Reinig alle openingen voor luchttoe-voer en -afvoer regelmatig met eenborsteltje of een stofzuiger. Wanneerer zich stof ophoopt, verhoogt hetenergieverbruik.DeurdichtingBehandel de deurdichting niet metolie of vet. Anders wordt ze na ver-loop van tijd poreus.Reinig de deurdichting regelmatig uit-sluitend met schoon water en droog zedaarna grondig met een doek.Na het reinigen^Plaats alle onderdelen in het toestel.^Sluit de toesteldeur.^Steek de stekker van het toestel weerin het stopcontact of schakel de des-betreffende zekering in uwzekeringenkast weer in, en schakelhet toestel weer in.^Schakel de functie"Super koelen" een tijdje in, zodat hettoestel snel koud wordt.^Leg de levensmiddelen in het toestelen sluit de deur.Reinigen30
Herstellingen aan elektrische toe-stellen mag u enkel en alleen dooreen vakman laten uitvoeren. Doorondeskundig uitgevoerde reparatieskunnen er niet te onderschattenrisico’s voor de gebruiker ontstaan.Wat gedaan als . . .. . . het toestel niet koelt?^Ga na of de temperatuurregelaar opeen andere instelling dan "0" staat.^Ga na of de stekker van het toestelgoed in het stopcontact zit.^Controleer of de zekering op uw elek-trische installatie uitgeschakeld is.Als dat het geval is, doet u een be-roep op de Technische Dienst vanMiele.. . . de temperatuur in de koelzone tekoud is?^Zet de temperatuurregelaar op eenkleinere stand.^Superkoeling is nog niet uitgescha-keld.
Dit gebeurt na 6 uur automa-tisch!^Ga na of de deur van het vriesvakgoed gesloten is.^Werd een grote hoeveelheid levens-middelen in één keer ingevroren?Omdat de compressor daardoor zeerlang werkt, daalt de temperatuur inde koelzone automatisch. Daarommag u niet meer dan 2 kg levensmid-delen per keer invriezen.. . . de inschakelfrequentie eninschakelduur van de compressortoenemen?^Ga na of de luchttoevoeropening on-deraan in de kastsokkel en de lucht-afvoeropening bovenaan in de om-bouwkast afgesloten of verstopt zijn.^De toesteldeur en de deur van hetvriesvak werden vaak geopend of erwerden grote hoeveelheden verse le-vensmiddelen in het toestel geladenresp. ingevroren.^Ga na of de toesteldeuren goed slui-ten.^Ga na of er zich in het vriesvak eendikke rijplaag gevormd heeft. Als dathet geval is, moet u het vriesvak ont-dooien.. . .
het ingevroren voedsel ontdooitomdat het in het vriesvak te warm is?^Is de kamertemperatuur lager dandie waarvoor uw toestel ontworpenis?Verhoog de kamertemperatuur.De compressor schakelt minder vaak inals de kamertemperatuur te laag ligt.Daardoor kan het in het vriesvak tewarm worden.. . . de levensmiddelen vastgevrorenzijn?Maak de levensmiddelen los met eenstomp voorwerp, bijv. een lepelsteel.Wat gedaan als . . . ?31
. . . het vriesvak een dikke ijslaag ver-toont?^Ga na of de deur van het vriesvakgoed sluit.^Ontdooi en reinig het vriesvak.Een dikke ijslaag vermindert het koel-vermogen, waardoor het stroom-verbruik stijgt.. . . de binnenverlichting in de koelzo-ne niet meer werkt?Was de deur van de koelzone geduren-de lange tijd geopend?
De verlichtingschakelt automatisch uit als de deur 15minuten geopend is gebleven.Als de binnenverlichting ook niet werktals de deur maar eventjes open gaat,maar de temperatuurindicator werktwel, dan is het gloeilampje defect.^Trek de stekker uit of schakel dezekering op uw elektrische installatieuit.^Neem de afdekking van de lamplangs boven en onderen vast (1) entrek ze naar voren weg (2).^Draai het gloeilampje uit de houder.Daarvoor moet u een beetje krachtzetten omdat u de tegenstand van debeveiligingsschijf moet overwinnen.^Vervang de gloeilamp.Aansluitgegevens van de gloeilamp:220 - 240 V, voet E 14.Het vereiste vermogen (Watt) leest uvan de defecte gloeilamp af.^Draai het nieuwe gloeilampje in dehouder. Let erop dat de zitting vande beveiligingsschijf zuiver is.a^Breng de afdekking van de lamplangs achteren weer aan en klik zelangs de zijkanten vast.. . .
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Miele K 9412 I stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Koelkast Miele
Handleiding Koelkast
Nieuwste handleidingen voor Koelkast