Miele KF 8582 SD ED Handleiding

Miele Koelkast KF 8582 SD ED

Bekijk gratis de handleiding van Miele KF 8582 SD ED (48 pagina’s), behorend tot de categorie Koelkast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 13 mensen. Heb je een vraag over Miele KF 8582 SD ED of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/48
Gebruiks- en montage-aanwijzing
voor de koel-vriescombinaties
met DynaCool
KF 8582 SD ed
Lees beslist de gebruiksaanwijzing
voordat u uw apparaaat plaatst,
installeert en in gebruik neemt.
Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt
onnodige schade aan uw apparaat.
M
M.-Nr. 06 779 220

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Miele
Categorie: Koelkast
Model: KF 8582 SD ED

Handleiding Miele KF 8582 SD ED – volledige tekst

Algemeen. 4Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu. 6Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. 7Het besparen van energie. 12Het in- en uitschakelen van de koel-vriescombinatie. 14Het apart uitschakelen van de koelzone. 15Bij langere afwezigheid. 15De juiste temperatuur. 16. in de koelzone. 16. in de diepvrieszone. 16Het instellen van de temperaturen. 17Temperatuuraanduidingen. 17Zoemer. 18Hoe kunnen wij het waarschuwingssysteem inschakelen. 18Het voortijdig uitschakelen van de zoemer. 18De functie "Superfrost". 19Het gebruik van de "Superfrost". 19Het gebruik van de "DynaCool m". 20Het inruimen, koelen en bewaren van levensmiddelen. 21Gedeelten met verschillende temperaturen. 21Minst koele gedeelte in de koelzone. 21Koelste gedeelte in de koelzone. 21Voor het apparaat ongeschikte levensmiddelen. 21Levensmiddelen afdekken of niet. 22Groenten en fruit.

Het invriezen en bewaren van levensmiddelen. 24Het bewaren van diepvriesproducten. 24Het invriezen en bewaren van verse levensmiddelen. 24Waar u daarbij op moet letten. 24Het verpakken van verse levensmiddelen. 25Vóórdat u de verse levensmiddelen in de diepvrieszone legt. 25Het inruimen van verse levensmiddelen. 25Diepvrieskalender. 26Markeersysteem voor ingevroren levensmiddelen. 26Het ontdooien van ingevroren producten. 26Het bereiden van ijsblokjes. 27Het snelkoelen van dranken. 27Het gebruik van de koude-accu’s. 27Het ontdooien van de koel-vriescombinatie. 28Het ontdooien van de koelzone. 28Het ontdooien van de diepvrieszone. 28Het reinigen van de koel-vriescombinatie. 30Het reinigen van de buitenkant, de binnenruimte en de toebehoren. 30Het reinigen van de ventilatieroosters. 31Het reinigen van de deurdichtingen. 31Het reinigen van het metalen rooster aan de achterkant.

31Nuttige tips. 32Geluiden en de oorzaken ervan. 36Afdeling Klantcontacten. 37Elektrische aansluiting. 38Tips voor het plaatsen van het apparaat. 39Plaats van opstelling. 39Klimaatklasse. 39Luchttoevoer en luchtafvoer. 39Het plaatsen van het apparaat. 40Het stellen van het apparaat. 40Het veranderen van de draairichting van de deuren. 41Het inbouwen van de koel-diepvriescombinatie. 44Inhoud.

aBoter- en kaasvakbVentilator met Aan/Uit - schakelaarvan de dynamische koeling(DynaCool)cEiervakdPlateaus van de koelzoneeBinnenverlichtingfDeurvakkengGootje voor het dooiwater enafvoeropening voor het dooiwaterhFlesplateauiGroenten- en fruitvakkenjFleshouder *kKoude-accu’slDiepvriesladen met diepvries-kalendermMarkeersysteem voor ingevrorenlevensmiddelennGootje voor het dooiwater enafvoeropening voor het dooiwater* Afhankelijk van het modelAlgemeen5

Het verpakkingsmateriaalDe verpakking beschermt het apparaattegen transportschade.Het verpakkingsmateriaal is uitgekozenomdat dit het milieu relatief weinig be-last en kan worden hergebruikt.Door hergebruik van verpakkingsmate-riaal wordt er op grondstoffen bespaarden wordt er minder afval geproduceerd.Uw vakhandelaar neemt de verpakkingin het algemeen terug.Het afdanken van het apparaatAfgedankte elektrische en elektroni-sche apparaten bevatten meestal nogwaardevolle materialen.Ze bevatten echter ook schadelijkestoffen die nodig zijn geweest om deapparaten goed en veilig te laten functi-oneren.Wanneer u uw oude apparaat bij hetgewone huisafval doet, kunnen dezestoffen mens en milieu schaden.Doe het apparaat daarom in geen ge-val bij het gewone huisafval, maar leverhet in bij het inzameldepot van uw ge-meente.Let erop dat de buisleidingen van uwapparaat niet worden beschadigd,wanneer dit wordt weggebracht om opvakkundige wijze en zonder het milieual te veel schade te berokkenen te wor-den verschroot.

Deze koel-vriescombinatie voldoetaan de voorgeschreven veiligheids-bepalingen. Door ondeskundig ge-bruik kunnen personen echter letseloplopen en kan er materiële schadeontstaan. Lees deze gebruiksaanwijzing daar-om eerst aandachtig door voordat udit apparaat voor het eerst gebruikt. Hierin vindt u belangrijke instructiesmet betrekking tot de inbouw, deveiligheid, het gebruik en het onder-houd van het apparaat. Bewaar deze gebruiksaanwijzing engeef deze door aan de eventuelevolgende eigenaar van de koel-vriescombinatie. Efficiënt gebruikDeze koel-vriescombinatie is uit-sluitend bestemd voor huishoude-lijk gebruik. Gebruik deze koel-vriescombinatieuitsluitend voor het koelen en be-waren van levensmiddelen, voor hetbewaren van diepvriesproducten, voorhet invriezen en bewaren van verse le-vensmiddelen en voor het bereiden vanijs.

Gebruik voor andere doeleinden is on-toelaatbaar en kan gevaarlijk zijn. De fabrikant is niet verantwoordelijkvoor schade die is ontstaan door ge-bruik voor andere doeleinden dan hieraangegeven of door een foutieve be-diening. Technische veiligheidDit apparaat bevat het koelmiddelisobutaan (R600a). Dit is een natuurlijk gas dat het milieuweinig belast, maar wel brandbaar is. Het gas is niet schadelijk voor de ozon-laag en verhoogt het broeikaseffectniet, maar het gebruik van dit koelmid-del heeft er wel toe geleid dat het ap-paraat meer lawaai maakt wanneer hetaanstaat. Behalve de geluiden van de compres-sor kunnen er dan in het hele koelsys-teem stromingsgeluiden optreden. Deze effecten zijn helaas niet te ver-mijden, maar hebben geen negatieveinvloed op de capaciteit van het appa-raat.

Let er bij het transport en bij de plaat-sing van het apparaat op dat er geenonderdelen van het koelsysteem wor-den beschadigd. Vrijkomend koelmid-del kan oogletsel veroorzaken.

Hoe meer koelmiddel een koel-vriescombinatie bevat, des te gro-ter moet het vertrek zijn waarin de koel-vriescombinatie wordt opgesteld. Wanneer het vertrek te klein is kan zichbij een eventuele lek een brandbaarmengsel van gas en lucht vormen. Per 8 g koelmiddel moet het vertrekminstens 1 m3groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel die de koel-vriescombinatie bevat staat op het ty-peplaatje in de binnenkant van het ap-paraat. Voordat u uw koel-vriescombinatieaansluit dient u altijd de aansluitge-gevens (zekering, spanning en fre-quentie) op het typeplaatje met die vanhet elektriciteitsnet te vergelijken. Deze moeten beslist overeenkomen,omdat de koel-vriescombinatie andersbeschadigd raakt. Raadpleeg bij twijfel een elektricien.

De elektrische veiligheid van dekoel-vriescombinatie is uitsluitendgegarandeerd als deze wordt aan-gesloten op een aardingssysteem datvolgens de geldende veiligheidsbepa-lingen is geïnstalleerd. Het is zeer belangrijk dat aan deze fun-damentele veiligheidsvoorwaarde isvoldaan. Laat de huisinstallatie bij twij-fel door een vakman/vakvrouw controle-ren. De fabrikant kan niet aansprakelijk wor-den gesteld voor schade die wordt ver-oorzaakt door een ontbrekende of be-schadigde aarddraad (bijv. eenelektrische schok). Een veilig gebruik van de koel-vriescombinatie is alleen dan ge-garandeerd, wanneer het apparaatwordt gemonteerd en aangesloten vol-gens de instructies die in de gebruiks-aanwijzing staan.

Wanneer dit apparaat op eenniet-stationaire locatie (bijvoor-beeld op een boot of in een camper)moet worden geplaatst, mag het uitslui-tend door een vakman/vakvrouw wor-den ingebouwd en aangesloten. Hierbijmoet aan alle voorwaarden voor eenveilig gebruik worden voldaan. Installatie- en onderhoudswerk-zaamheden als ook reparaties mo-gen alleen door erkende vakmensenworden uitgevoerd.

De koel-vriescombinatie mag nietvia een verlengsnoer op het elektri-citeitsnet worden aangesloten. Met verlengsnoeren kan een veilig ge-bruik van het apparaat niet worden ge-waarborgd in verband met het gevaarvoor oververhitting. GebruikRaak ingevroren levensmiddelenniet met natte handen aan. Doet u dat wel, dan zouden uw handenvast kunnen vriezen en zou u zich kun-nen verwonden. Gebruik geen elektrische appara-ten in dit apparaat, bijv. voor hetmaken van ijs. Doet u dat wel, kunnen er vonken ont-staan en bestaat er gevaar voor een ex-plosie. Nuttig ijsblokjes en ijslolly’s, vooralwaterijsjes, nooit meteen nadat uze uit de diepvrieszone heeft gehaald. Door de zeer lage temperatuur vandeze producten zouden uw lippen entong kunnen vastvriezen en zou u zichkunnen verwonden. Vries geheel of gedeeltelijk ont-dooide levensmiddelen niet op-nieuw in.

Bereid deze levensmiddelenzo snel mogelijk omdat ze anders aanvoedingswaarde verliezen en beder-ven. Ontdooide levensmiddelen die al ge-kookt en gebraden zijn kunnen wel op-nieuw worden ingevroren. Bewaar geen stoffen in de koel-vriescombinatie die drijfgassen ofandere verstuivingsmiddelen bevatten. Wanneer de thermostaat wordt inge-schakeld kunnen vonken ontstaan. Deze kunnen licht ontvlambare produc-ten tot explosie brengen. Plaats dranken met een hoog alco-holpercentage alleen rechtop enaltijd goed gesloten in de koelzone inverband met explosiegevaar. Bewaar geen blikjes en flessen inde diepvrieszone die koolzuurhou-dende dranken bevatten of vloeistoffendie kunnen bevriezen. De blikjes en flessen kunnen in dat ge-val uit elkaar springen, u zou zich kun-nen verwonden en er zou schade kun-nen ontstaan.

Gebruik geen scherpe voorwerpenom–rijp- en ijslagen te verwijderen–en vastgevroren ijsbakjes en/of vast-gevroren levensmiddelen los te wrik-ken.Doet u dat wel, dan beschadigt u devriesplaten en functioneert de koel-vriescombinatie niet meer.Plaats wanneer u wilt ontdooiennooit elektrische verwarmingsap-paraten of kaarsen in de koel-vriescom-binatie.Doet u dat wel, dan raakt het kunststofbeschadigd.Gebruik geen ontdooisprays of an-dere middelen om te ontdooien.Deze kunnen explosieve gassen vor-men, ze kunnen oplosmiddelen of drijf-gassen bevatten die het kunststof be-schadigen of ze kunnen schadelijk zijnvoor de gezondheid.Behandel de deurdichtingen nietmet olie of vet.Doet u dat wel, dan worden de deur-dichtingen in de loop van de tijd po-reus.Sluit de ventilatieroosters in het ap-paraat niet af.Wanneer deze roosters geblokkeerdzijn kan er geen goede luchtgeleidingplaatsvinden, waardoor het stroomver-bruik stijgt en bepaalde onderdelen vande koel-vriescombinatie beschadigdkunnen raken.De koel-vriescombinatie is gecon-strueerd voor een bepaalde kli-maatklasse.

Een klimaatklasse is eenkamertemperatuurbereik waarbinnende temperatuur zich moet bewegen enwaar deze niet boven of onder mag lig-gen.De klimaatklasse van uw koel-vriescom-binatie staat aangegeven op het type-plaatje aan de binnenkant van uw ap-paraat.Een te lage kamertemperatuur heeft totgevolg dat de koel-vriescombinatievoor langere tijd afslaat zodat het in hetapparaat te warm wordt.Gebruik voor het ontdooien en rei-nigen van de koel-vriescombinatienooit een stoomreiniger.Stoom kan in aanraking komen met de-len van het apparaat die onder span-ning staan en zo kortsluiting veroorza-ken.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen10

Wat te doen wanneer u het ap-paraat afdanktVoorkom dat kinderen zich bij hetspelen insluiten en in levensgevaarkomen.Haal de stekker uit het stopcontacten maak de aansluitkabel onbruik-baar.Beschadig geen delen van hetkoelsysteem, bijv. door–koelmiddelkanalen van de vriespla-ten open te prikken;– buisleidingen om te buigen;– beschermende lagen af te krabben.Wanneer er koelmiddel uit spuit kan datoogletsel veroorzaken.Wanneer de veiligheidsinstructiesniet worden opgevolgd kan de fabri-kant niet verantwoordelijk wordengesteld voor schade die daar even-tueel het gevolg van is.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen11

Normaal energieverbruik Te hoog energieverbruikPlaatsing van het apparaat In ruimten waar kan worden ge-ventileerdIn gesloten ruimten waar niet kanworden geventileerdOp een plaats waar de zon niet di-rect op kan schijnenOp een plaats waar de zon directop kan schijnenNiet naast een warmtebron (ver-warming, fornuis)Naast een warmtebron (verwar-ming, fornuis)Bij een kamertemperatuur van ca.20 °CBij een hogere omgevingstempe-ratuurTemperatuurinstellingin standen Instelling van één van de middel-ste standen: 2 of 3.Hoe hoger de stand, hoe lager detemperatuur, des te hoger hetenergieverbruikTemperatuurinstellingin graden(Digitale weergave)Vak voor wijnflessen: 8 tot 12 °C Bij apparaten met winterschake-ling: schakel bij omgevingstempe-raturen lager dan 16 °C de winter-schakeling uit.Koelzone: 4 tot 5 °C0° zone: ca.

0 °CDiepvrieszone: - 18 °CDagelijks gebruik Open de deur alleen wanneer datnodig is en dan nog zo kort moge-lijk.De temperatuur in het apparaatwordt hoger naarmate de deur va-ker wordt geopend en de deurlanger geopend blijft.Leg de levensmiddelen bij het in-ruimen meteen op de goede plek.Moet u lang zoeken, dan stijgt detemperatuur.Laat warme levensmiddelen endranken eerst afkoelen.Zijn de levensmiddelen nog warm,moet de motor langer werken omde vereiste temperatuur te berei-ken.Leg de levensmiddelen alleen af-gedekt of verpakt in het apparaat.Wanneer vloeibare stoffen in dekoelzone condenseren neemt dekoelcapaciteit af.Leg ingevroren producten in dekoelzone wanneer ze moeten ont-dooien.Plaats de levensmiddelen niet tedicht op elkaar zodat de lucht tus-sen de levensmiddelen kan circu-leren.Het besparen van energie12

Voor het eerste gebruikHet roestvrijstalen oppervlak en de sier-lijsten zijn voorzien van een folie diedient ter bescherming van het apparaattijdens het transport.^Trek deze beschermfolie er pas afnadat het apparaat is geplaatst of in-gebouwd. Begin aan de bovenkant.^Wrijf het roestvrijstalen oppervlak inmet een middel voor het onderhoudvan roestvrij staal, bijv.

Neoblank.^Reinig de binnenkant van de koel-vriescombinatie en de toebehoren.Gebruik daarvoor lauwwarm watermet een beetje reinigingsmiddel.^Wrijf daarna alles met een doekdroog.Laat het apparaat na transport eenhalf uur tot één uur staan voordat uhet aansluit.Dat is zeer belangrijk voor een goe-de werking van het apparaat!Het inschakelen van de koel-vriescombinatieMet de rechter Aan/Uit - schakelaarkunt u de koelzone en de diepvrieszonetegelijk inschakelen.^Draai deze schakelaar met een munt-je vanuit stand "0" naar rechts.Draai de schakelaar niet verder danhet punt waarop u weerstand voelt.Draait u verder, dan raakt hij be-schadigd.De temperatuuraanduiding van de koel-zone licht op.Wanneer de deur van de koelzonewordt geopend, gaat de binnenverlich-ting aan.De temperatuuraanduiding van dediepvrieszone licht op.Het controlelampje van de toets voorhet uitschakelen van de zoemer gaatbranden.Het gaat uit zodra het in de diepvries-zone koud genoeg is.Het apparaat begint te koelen.Voordat u voor de eerste keer levens-middelen in het apparaat legt kunt u hetapparaat het beste een paar uur latenvoorkoelen.Koude-accu^Leg de koude-accu in de bovenstediepvrieslade.Na ca.

Het apart uitschakelen van de koel-zoneU kunt de koelzone apart uitschakelen,zodat de diepvrieszone ingeschakeldblijft.Deze mogelijkheid is handig wanneer ubij voorbeeld op vakantie gaat.^Draai de Aan/Uit - schakelaar van dekoelzone met een muntje terug opstand "0".De temperatuuraanduiding van de koel-zone gaat uit.De koelzone is uitgeschakeld.Het opnieuw inschakelen van de koel-zone^Draai de Aan/Uit - schakelaar van dekoelzone met een muntje vanuitstand "0" naar rechts.De temperatuuraanduiding van de koel-zone licht op.De koelzone begint te koelen.Wanneer de deur van de koelzonewordt geopend, gaat de binnenverlich-ting aan.Bij langere afwezigheidWanneer u de koel-vriescombinatielangere tijd niet gebruikt, doe dan hetvolgende.^Schakel het apparaat uit.^Trek de stekker uit het stopcontact.^Ontdooi de diepvrieszone.^Reinig het apparaat.^Laat de deuren van het apparaat ietsopenstaan om te voorkomen dat erluchtjes ontstaan.Wordt het apparaat in zulke gevallenwel uitgeschakeld, maar niet gerei-nigd en niet opengezet, bestaat hetgevaar dat zich schimmel vormt.Het in- en uitschakelen van de koel-vriescombinatie15

Het is voor de houdbaarheid van de le-vensmiddelen zeer belangrijk dat dejuiste temperatuur wordt ingesteld.Door micro-organismen bederven delevensmiddelen erg snel. De tempera-tuur beïnvloedt de snelheid waarmeede micro-organismen groeien. Hoe la-ger de temperatuur, des te langzamerde micro-organismen groeien en des telanger het duurt voordat de levensmid-delen bederven.Wanneer u voor het bewaren van le-vensmiddelen de juiste temperatuur in-stelt kunt u daarmee bederf voorkomenof vertragen.De temperatuur in de koel-diepvries-combinatie wordt hoger, naarmate– de deuren van het apparaat vakerworden geopend en langer geopendblijven;– er meer levensmiddelen worden op-geslagen;– de temperatuur van de net opgesla-gen levensmiddelen hoger is;–de omgevingstemperatuur hoger is.De koel-diepvriescombinatie is ge-construeerd voor een bepaalde kli-maatklasse.

Een klimaatklasse is eentemperatuurbereik, waarbinnen dekamertemperatuur zich moet bewe-gen en waar deze niet boven of on-der mag liggen.. . . in de koelzoneVoor het midden van het apparaat advi-seren wij een koeltemperatuur van 5°C.. . . in de diepvrieszoneStel, wanneer u verse levensmiddelenwilt invriezen en ingevroren levensmid-delen lange tijd wilt bewaren, een tem-peratuur in van -18 °C.Bij deze temperatuur wordt de groeivan micro-organismen voor het grootstegedeelte gestopt.Zodra de temperatuur boven de -10°Cstijgt begint het bederf door de micro-organismen en zijn de levensmiddelenminder lang houdbaar.Daarom mogen geheel of gedeeltelijkontdooide levensmiddelen pas weerworden ingevroren wanneer ze eerstverwerkt zijn, d.w.z. eerst gekookt ofgebraden zijn.Door de hoge temperaturen worden demeeste micro-organismen gedood.De juiste temperatuur16

Het instellen van de tempera-turenDe temperaturen voor de koel- en diep-vrieszone kunt u met behulp van detemperatuurregelaars instellen.^Draai de temperatuurregelaar van dedesbetreffende zone met een muntjevanuit stand "0" naar rechts.Draai de temperatuurregelaars nietverder dan het punt waarop u weer-stand voelt.Draait u verder, dan raken ze be-schadigd.TemperatuuraanduidingenDe temperatuuraanduidingen op hetbedieningspaneel geven altijd degewenste temperaturen aan.Wanneer u bijv.

wilt dat de koelzone opeen temperatuur van 5°C koelt,^draai de temperatuurregelaar van dekoelzone dan vanuit stand "0" zo vernaar rechts totdat de temperatuur-aanduiding 5 aangeeft.Wanneer u wilt dat de diepvrieszone opeen temperatuur van -18°C vriest,^draai de temperatuurregelaar van dediepvrieszone dan vanuit stand "0" zover naar rechts totdat de tempera-tuuraanduiding -18° aangeeft.Binnen het aangegeven temperatuur-bereik (bijv. tussen de -15°C en -18°C)kan een iets lagere temperatuur wordeningesteld.^Draai de temperatuurregelaar bijv.vanuit stand -15°C langzaam naarrechts totdat in de temperatuuraan-duiding kort "-18°C" gaat knipperen.De lagere temperatuur wordt in de tem-peratuuraanduiding overgenomen.De juiste temperatuur17

Dit apparaat is uitgerust met een waar-schuwingssysteem in de vorm van eenakoestisch en optisch signaal.Dit systeem treedt in werking wanneerde temperatuur in de diepvrieszone on-gemerkt stijgt.Dit kan het geval zijn wanneer u vrijgrote hoeveelheden levensmiddelen in-vriest zonder de Superfrost te hebbeningeschakeld.Dan gaat er een zoemtoon en begintgelijktijdig het controlelampje van dezoemer te knipperen.Controleer dan of de levensmiddelengeheel of gedeeltelijk zijn ontdooid.Is dat het geval, verwerk deze levens-middelen dan door ze te koken of tebraden, alvorens ze opnieuw in te vrie-zen.Hoe kunnen wij het waarschu-wingssysteem inschakelen?Het systeem is automatisch klaar voorgebruik en hoeft niet te worden inge-schakeld.Het voortijdig uitschakelen vande zoemerZodra de temperatuur die voor de diep-vrieszone is ingesteld weer is bereikt,houdt de zoemer op en gaat het contro-lelampje van de zoemer uit.Wanneer de zoemtoon u hindert, dankunt u deze voortijdig uitschakelen.^Druk op de toets voor het uitschake-len van de zoemer.De zoemer houdt op.Het controlelampje van de zoemer blijftzolang aan, totdat de alarmtoestandvoorbij is.Vanaf dat moment is het waarschu-wingssysteem weer klaar voor gebruik.Zoemer18

Het gebruik van de "Super-frost"Met behulp van de functie "Superfrost"kunt u verse levensmiddelen optimaalinvriezen.Wat gebeurt er bij het invriezen vanverse levensmiddelen?Verse levensmiddelen moeten zo snelmogelijk tot in de kern worden ingevro-ren. Alleen zo blijven voedingswaarde,vitaminen, vorm en smaak behouden.Hoe langzamer de levensmiddelen in-vriezen, des meer vocht komt er uitiedere cel vrij. Dit vocht komt in de tus-senruimten terecht.De cellen gaan krimpen.Wanneer de levensmiddelen ontdooienkomt slechts een deel van het vocht dateerder vrijkwam in de cellen terug.Praktisch betekent dit dat de levens-middelen veel vocht verliezen.

Er vormtzich slechts een kleine waterplas om delevensmiddelen wanneer deze ontdooi-en!De Superfrost schakelt u niet in:–wanneer u reeds ingevroren levens-middelen in de diepvrieszone legt;–wanneer u dagelijks slechts max.1 kg verse levensmiddelen in dediepvrieszone legt.Het inschakelen van de SuperfrostDe Superfrost moet u inschakelen 6 uurvoordat u de in te vriezen levensmid-delen in de diepvrieszone legt.Wilt u gebruik maken van de maximalevriescapaciteit, schakel de Superfrostdan 24 uur van te voren in.^Druk op de Superfrost - toets.Het controlelampje van deze toets gaatbranden.De koelcapaciteit van het apparaat isnu maximaal. Daardoor daalt de tempe-ratuur in het apparaat.De functie "Superfrost"19

Het uitschakelen van de SuperfrostDe Superfrost wordt automatisch na ca.65 uur uitgeschakeld.Het controlelampje van de Superfrost -toets gaat uit.De koelcapaciteit van het apparaat isweer normaal.Om energie te besparen kunt u de Su-perfrost zelf uitschakelen, zodra in dediepvrieszone een constante tempera-tuur van minstens -18°C is bereikt.Controleer de temperatuur in het appa-raat.^Druk op de Superfrost - toets.Daarna gaat het controlelampje vandeze toets uit.De koelcapaciteit van het apparaat isweer normaal.De functie "DynaCool m"Het gebruik van de "DynaCoolm"Wanneer de functie "Dynamische koe-ling" (DynaCool) niet is ingeschakeld,ontstaan er in de koelzone als gevolgvan de natuurlijke luchtcirculatie zonesmet verschillende temperaturen.De koude, zware lucht zakt in het on-derste gedeelte van het apparaat.Het is handig om daar bij het inruimenvan de levensmiddelen gebruik van temaken.Zie hoofdstuk: "Het inruimen, koelen enbewaren van levensmiddelen".Wanneer u echter een keer een grotehoeveelheid gelijksoortige levensmid-delen wilt inslaan (bijv.

voor een party),kunt u de dynamische koeling beter in-schakelen. Daarmee wordt de tempera-tuur relatief gelijkmatig over alle pla-teaus in de koelzone verdeeld en zijnalle levensmiddelen in de koelzoneeven koel.De temperatuur kan verder met behulpvan de temperatuurregelaar worden in-gesteld.Het gebruik van de dynamische koelingis tevens aan te raden bij:– een hoge kamertemperatuur (vanafca.

30 °C) en– een hoge luchtvochtigheid.Het inschakelen van de dynamischekoeling^Druk de schakelaar van de dynami-sche koeling boven de ventilator opm.Het uitschakelen van de dynamischekoelingDaar het energieverbruik iets hoger ligtwanneer de dynamische koeling is in-geschakeld, kunt u de dynamischekoeling onder normale omstandighedenbeter uitschakelen.^Druk de schakelaar van de dynami-sche koeling boven de ventilator op"0".De ventilator gaat automatisch vooreen tijdje uit, wanneer de deur wordtgeopend.De functie "Superfrost"20

Gedeelten met verschillendetemperaturenDoor de natuurlijke luchtcirculatie ont-staan er in de koelzone gedeelten metverschillende temperaturen. Maak daar bij het inruimen van de le-vensmiddelen gebruik van. De koude, zware lucht zakt in het on-derste gedeelte van het apparaat. Minst koele gedeelte in de koelzoneHet minst koele gedeelte in de koelzo-ne bevindt zich helemaal bovenin tegende deur. Gebruik dit gedeelte voor het opslaanvan boter zodat deze smeerbaar blijften voor kaas zodat deze zijn aroma nietverliest. Koelste gedeelte in de koelzoneHet koelste gedeelte in de koelzone be-vindt zich direct boven de groenten- enfruitladen.

Gebruik dit gedeelte voor alle levens-middelen die niet lang houdbaar zijn,zoals:–vis, vlees, gevogelte;–worst, kant-en-klaar-gerechten;–levensmiddelen waar eieren of roomin zijn verwerkt;–alle soorten deeg;–melkproducten;–in folie verpakte, voorgesnedengroente en in het algemeen alle ver-se groenten waarvan de houdbaar-heidsdatum alleen geldt bij een tem-peratuur van minstens 4°C. Bewaar geen stoffen in het apparaatdie drijfgassen of andere verstui-vingsmiddelen bevatten. Dit in verband met explosiegevaar. Plaats dranken met een hoog alco-holpercentage alleen rechtop en al-tijd goed gesloten in het apparaat inverband met explosiegevaar. Bevinden zich vet- of oliehoudendelevensmiddelen in de koelkast, let erdan op dat er geen vet of olie uit-loopt. Wanneer dat in aanraking komt methet kunststof van het apparaat, kun-nen er scheuren in het kunststof ont-staan.

De levensmiddelen mogen niet metde achterwand in aanraking komen,want in dat geval kunnen ze eraanvastvriezen. Voor het apparaat ongeschiktelevensmiddelenNiet alle levensmiddelen zijn geschiktom in de koelzone te worden bewaard.

Levensmiddelen afdekken ofniet. Bewaar levensmiddelen alleen afge-dekt of verpakt. Zo voorkomt u dat er levensmiddelen-luchtjes vrijkomen en op andere levens-middelen worden overgebracht. Tevensvoorkomt u dat de levensmiddelen uit-drogen en dat mogelijk aanwezige bac-teriën zich verspreiden. Wanneer u de juiste temperatuur instelten de koelzone regelmatig reinigt ver-meerderen bacteriën zoals salmonella’szich minder snel. Groenten en fruitGroenten en fruit kunnen echter onver-pakt in de groenten- en fruitladen wor-den bewaard. U moet er echter rekening mee houdendat sommige groentensoorten natuur-lijke gassen afscheiden, wat bederf inde hand werkt. Enkele groenten- enfruitsoorten reageren bijzonder gevoe-lig op deze natuurlijke gassen. Daarommogen niet alle groenten- en fruitsoor-ten samen in één lade worden be-waard.

Open het bakje of de folie waar het inzit. Wanneer de bovenkant van het vleesdroog wordt, hebben ziektekiemen min-der kans en is het vlees beter houd-baar. Wanneer u verschillende soorten vleeswilt bewaren, verpak ze dan. Ze mogen namelijk niet met elkaar inaanraking komen.

PlateausDe plateaus kunt u in hoogte verstellenzodat er producten van verschillendehoogte kunnen worden neergezet /neergelegd.^Til het plateau aan de voorkant op,trek het voor de helft naar voren enhaal het eruit.^Zet het plateau met de achterkantnaar boven op de gewenste plek,haal de voorkant omhoog en schuifhet plateau naar binnen.De opstaande rand moet naar bovenwijzen zodat de levensmiddelen nietmet de achterwand in aanraking kun-nen komen en eraan vastvriezen.Tweedelig plateauWanneer u hoge producten in het ap-paraat wilt plaatsen kunt u gebruik ma-ken van een plateau dat uit twee delenbestaat.^Til het voorste gedeelte iets op enschuif het onder het achterste ge-deelte.Op het plateau daaronder kunnen danhoge producten worden neergezet /neergelegd.Deurvakken^Schuif de deurvakken naar boven enhaal ze eruit.^Zet de deurvakken er op de ge-wenste plaats weer in.Zorg er daarbij voor dat ze goedvastklikken.Fleshouder(Afhankelijk van het model)De fleshouder kunt u naar rechts oflinks verschuiven.Daardoor staan de flessen stevigerwanneer u de deur van het apparaatopent en sluit.Het indelen van de binnenruimte23

Maximale vriescapaciteitLevensmiddelen kunnen het best zosnel mogelijk tot in de kern worden in-gevroren. Daarvoor is het noodzakelijkdat de maximale vriescapaciteit nietwordt overschreden. De maximale vriescapaciteit binnen 24uur vindt u op het typeplaatje "Vriesca-paciteit. kg/24 h". Het bewaren van diepvriespro-ductenWilt u diepvriesproducten bewaren,controleer dan al vóórdat u ze koopt:– de verpakking op eventuele bescha-digingen;– de uiterste houdbaarheidsdatum vande diepvriesproducten en– de temperatuur van de diepvrieskistin de winkel. Is deze hoger dan -18 °C, dan zijnde diepvriesproducten niet zo langhoudbaar als wanneer de tempera-tuur lager is dan - 18 °C. ^Haal de diepvriesproducten uit dediepvrieskist wanneer u alle andereboodschappen al in uw wagentjehebt liggen en vervoer ze in kranten-papier of in een koeltas. ^Leg de diepvriesproducten thuis di-rect in de diepvrieszone.

Vries geheel of gedeeltelijk ont-dooide levensmiddelen niet opnieuwin. Pas nadat u deze levensmid-delen hebt gekookt of gebradenkunt u ze opnieuw invriezen. Het invriezen en bewaren vanverse levensmiddelenGebruik voor het invriezen alleen verselevensmiddelen waar geen rotte plek-ken in zitten. Waar u daarbij op moet letten–Geschikt om in te vriezen zijn:vers vlees, gevogelte, wildbraad, vis,groenten, kruiden, vers fruit, zuivel-producten, brood en banket, kliekjes,eigeel, eiwit en vele kant-en-klaar-producten. –Niet geschikt om in te vriezen zijn:druiven, kropsla, radijs, rammenas,zure room, mayonaise, hele eieren inde schaal, uien, hele appels en pe-ren. – Om kleur, smaak, aroma en vitamineC te behouden kunt u groenten enfruit het beste voor het invriezenblancheren.

Breng daartoe een pan water aan dekook, voeg het voedsel daar portie-gewijs aan toe, laat het daar 2-3 mi-nuten in liggen, haal het eruit, laathet snel in koud water afkoelen enlaat het uitlekken.

Sommige kruiden veranderende smaakintensiteit van de ge-rechten.–Laat warme gerechten en drankeneerst buiten het apparaat afkoelen.Doet u dat niet dan beginnen reedsingevroren levensmiddelen te ont-dooien en wordt er meer stroom ver-bruikt dan nodig is.Het verpakken van verse levensmid-delen^Vries de levensmiddelen per portiein.Geschikte verpakking- kunststof folie- diepvrieszakken van polyethyleen- aluminiumfolie- diepvriesbakjeOngeschikte verpakking- pakpapier- braadpapier- cellofaan- afvalzakken- gebruikte plastic zakken^Druk de lucht uit de verpakking.^Sluit de verpakking goed af met:- elastiekjes- kunststof klipjes- touwtjes of- koudebestendig plakband.Zakken en diepvrieszakken van poly-ethyleen kunt u ook met eenseal-apparaat afsluiten.^Doe een sticker op de verpakkingmet inhoud en invriesdatum.Vóórdat u de verse levensmiddelenin de diepvrieszone legt^Wanneer u meer dan 1 kg verse le-vensmiddelen wilt invriezen, schakeldan een tijdje vóórdat u deze in dediepvrieszone legt de functie "Super-Frost" in.Het controlelampje gaat branden.De temperatuur in de diepvrieszonedaalt zodat reeds ingevroren producteneen koudereserve krijgen.Het inruimen van verse levensmidde-len^Leg de in te vriezen producten overde hele breedte op de bodem van dediepvrieszone, zodat ze zo snel mo-gelijk tot in de kern worden ingevro-ren.^Zorg ervoor dat het materiaal waarinde in te vriezen producten zijn ver-pakt droog is, zodat de productenniet aan elkaar of aan de bodem vande diepvrieszone vastvriezen.Zorg ervoor dat in te vriezen levens-middelen niet tegen reeds ingevro-ren levensmiddelen aan komen teliggen.Gebeurt dat wel dan kunnen reedsingevroren levensmiddelen gaanontdooien.Het invriezen en bewaren van levensmiddelen25

Op dit wieltje zijnde maanden weergegeven met 1 - 12 .^Schuif de plaketten vanaf de randvan de diepvrieslade op degeleiderail.Met de plaketten geeft u aan om watvoor soort product het gaat en met dewieltjes het tijdstip waarop u het pro-duct hebt opgeslagen.Het ontdooien van ingevrorenproductenDat kunt u doen–in de magnetron;–in de oven bij het verwarmingssys-teem "Hetelucht" of "Ontdooien";–bij kamertemperatuur;–in de koelruimte van de koelkast;–in de stoomoven.Platte stukken vlees en vis kunnengedeeltelijk ontdooid in een hete braad-pan worden gelegd.Fruit kan bij kamertemperatuur zowel inde verpakking als ook in een afgedekteschaal ontdooien.Groente kan in het algemeen in bevro-ren toestand aan kokend water wordentoegevoegd of in heet vet worden ge-stoofd. De kooktijd is iets korter dan bijverse groente.Vries geheel of gedeeltelijk ont-dooide levensmiddelen niet opnieuwin.

Het bereiden van ijsblokjes(Afhankelijk van het model met bakjemet boutje)^Druk het boutje naar beneden en vulhet bakje voor ijsblokjes met water.Overtollig water stroomt door eenopening weg.^Druk het boutje naar boven om hetbakje te sluiten.^Zet het bakje op de bodem van éénvan de diepvriesladen.^Wanneer het bakje is vastgevroren,gebruik dan een stomp voorwerp,bijv.

een lepelsteel om het los te ma-ken.^Wanneer het bakje even onder stro-mend water wordt gehouden laten deijsblokjes gemakkelijk los.Het snelkoelen van drankenWanneer u flessen drank in de diep-vrieszone hebt gelegd om snel te koe-len, haal ze er dan na maximaal éénuur weer uit.Doet u dat niet dan springen ze uit el-kaar.Het gebruik van de koude-accu’sDoor van koude-accu’s gebruik te ma-ken kunt u voorkomen dat de tempera-tuur in de diepvrieszone snel stijgt wan-neer de stroom is uitgevallen.Leg de koude-accu’s in het vak bovende diepvriesladen.Na ca.

24 uur bereiken de koude-accu’s hun maximale koelcapaciteit.Leg de koude-accu’s wanneer destroom uitvalt direct op de levensmid-delen in de bovenste lade om ze inieder geval nog zo lang mogelijk tekunnen bewaren.Wanneer u verse levensmiddelen in dekoel-vriescombinatie wilt leggen, ge-bruik de koude-accu’s dan om eenscheiding aan te brengen tussen reedsingevroren en verse levensmiddelen,zodat de eerste groep niet gaat ont-dooien.De koude-accu’s kunnen ook korte tijdworden gebruikt voor het koelen van le-vensmiddelen en dranken in eenkoeltas.Het invriezen en bewaren van levensmiddelen27

Het ontdooien van de koelzoneTerwijl de koel-vriescombinatie in wer-king is, kunnen zich aan de achterwandvan de koelzone rijp en waterpareltjesvormen.Deze hoeft u niet te verwijderen, wantde koelzone wordt automatisch ont-dooid.Het dooiwater loopt via het gootje voorhet dooiwater en via de afvoeropeningvoor het dooiwater in het verdampings-systeem aan de achterkant van het ap-paraat.Let erop dat het dooiwater altijd on-gehinderd weg kan lopen.Houd het gootje en de afvoerope-ning voor het dooiwater daaromschoon.Het ontdooien van de diep-vrieszoneDe diepvrieszone ontdooit niet automa-tisch, daar de ingevroren levensmid-delen niet mogen ontdooien.Wanneer de diepvrieszone normaal ingebruik is, ontstaan er na verloop vantijd rijp en ijs op de vriesplaten.

Daar-door wordt er minder kou afgegeven enmeer stroom verbruikt.Krab de rijp- en ijslagen er niet af,want dan beschadigt u de vriespla-ten en functioneert de koel-vries-combinatie niet meer.Ontdooi de diepvrieszone van tijd tottijd, echter in ieder geval zodra zicheen ca. 5 mm dikke ijslaag heeft ge-vormd.Gebruik de gelegenheid wanneer erweinig of geen producten in de diep-vrieszone liggen.Voor het ontdooien^Haal de ingevroren producten uit dediepvrieszone en wikkel ze in ver-schillende lagen krantenpapier of de-kens.^Bewaar de ingevroren producten opeen koele plaats, totdat de diepvries-zone weer klaar is voor gebruik.Het ontdooien van de koel-vriescombinatie28

Het ontdooienHandel het ontdooien zo snel moge-lijk af. Hoe langer de ingevroren pro-ducten bij kamertemperatuur wor-den bewaard, des te korter ze houd-baar zijn.^Schakel het apparaat uit.^Trek de stekker uit het stopcontact.^Laat de deur van de diepvrieszoneopen.^Schuif het afvoerbuisje voor het dooi-water naar buiten.^Vang het dooiwater op met een bakof schaal.Let erop dat de bak of schaal nietoverloopt.U kunt het ontdooien versnellen dooreen pannetje op een onderzetter metheet (niet kokend) water in de diep-vrieszone te zetten.

In dat geval moetde deur bij het ontdooien gesloten blij-ven, zodat de warmte niet vrij kan ko-men.Plaats wanneer u wilt ontdooiennooit elektrische verwarmingsappa-raten of kaarsen in de koel-vries-combinatie.Wanneer u dat doet raakt het kunst-stof beschadigd.Gebruik geen ontdooisprays of an-dere middelen om te ontdooien.Deze kunnen explosieve gassenvormen, ze kunnen oplosmiddelenof drijfgassen bevatten die hetkunststof beschadigen of ze kunnenschadelijk zijn voor de gezondheid.Na het ontdooien^Giet de bak of schaal leeg.^Neem het overige dooiwater in dediepvrieszone met een spons op.^Schuif het afvoerbuisje voor het dooi-water weer naar binnen.^Reinig het apparaat en maak hetdroog.Er mag geen reinigingswater in de af-voeropening voor het dooiwater te-rechtkomen.^Steek de stekker in het stopcontact.^Schakel het apparaat in.^Schakel de SuperFrost in, zodat hetin de diepvrieszone weer snel koudwordt.^Leg de ingevroren producten weerterug in de diepvrieszone.Het ontdooien van de koel-vriescombinatie29

Gebruik nooit zand-, soda-, zuur- ofschuurmiddelhoudende reinigings-middelen of chemische oplosmid-delen.Ongeschikt zijn ook zogenaamde"schuurmiddelvrije" schuurmiddelen,daar deze doffe plekken veroorza-ken.Gebruik voor het roestvrijstalen op-pervlak een middel voor het onder-houd van roestvrij staal, bijv. Neo-blank. Dit middel is verkrijgbaar bijde afdeling Onderdelen van MieleNederland B.V.Let erop dat er geen water in deelektronica, de verlichting of de ven-tilatieroosters terechtkomt.Zorg ervoor dat er geen reinigings-water door de afvoeropening voorhet dooiwater loopt.Gebruik geen stoomreiniger.Stoom kan in aanraking komen metdelen van het apparaat die onderspanning staan en zo kortsluitingveroorzaken.Het typeplaatje in de binnenruimtevan het apparaat mag niet wordenverwijderd.

De gegevens zijn nodigin het geval er een storing optreedt.Voor het reinigen^Schakel het apparaat uit.^Trek de stekker uit het stopcontact.^Haal de producten uit het apparaaten bewaar ze op een koele plaats.^Ontdooi de diepvrieszone.^Haal alle toebehoren uit de koel-vriescombinatie die kunnen wordenverwijderd.^Haal de roestvrijstalen lijst van devoorkant van de plateaus in de koel-zone af.Het reinigen van de buitenkant,de binnenruimte en de toebe-horen^Reinig buitenkant, binnenruimte entoebehoren minstens één keer in demaand.^Reinig de diepvrieszone iedere keerna het ontdooien.^Reinig de toebehoren met de handen niet in de afwasautomaat.Het botervak kan wel in de afwas-automaat.^Gebruik lauwwarm water met wat rei-nigingsmiddel.^Gebruik voor het reinigen van hetroestvrijstalen oppervlak een middelvoor roestvrij staal, bijv.

Neoblank.^Reinig het gootje en de afvoerope-ning voor het dooiwater in de koelzo-ne regelmatig met een wattenstaafjeof iets dergelijks, zodat het dooiwateraltijd ongehinderd weg kan lopen.Het reinigen van de koel-vriescombinatie30

^Neem de buitenkant, de binnenruim-te en de toebehoren na het reinigenmet helder water af en droog allesmet een doek.^Laat de deuren van het apparaat kor-te tijd openstaan.Het reinigen van de ventilatie-roosters^Reinig de ventilatieroosters regelma-tig met een kwast of een stofzuiger.Wanneer er zich stof ophoopt wordt eronnodig energie verbruikt.Het reinigen van de deurdich-tingenBehandel de deurdichtingen nietmet olie of vet.Doet u dat wel, dan worden de deur-dichtingen in de loop van de tijd po-reus.^Reinig de deurdichtingen regelmatigalleen met helder water en droog zedaarna grondig met een doek.Het reinigen van het metalenrooster aan de achterkantHet metalen rooster aan de achterkantvan het apparaat (de warmtewisselaar)moet minstens eenmaal in het jaar vanstof worden ontdaan.Wanneer er zich stof ophoopt wordt eronnodig veel energie verbruikt.Let er bij het reinigen van het meta-len rooster op dat er geen kabels ofandere onderdelen worden afge-scheurd, geknikt of beschadigd.Na het reinigen^Plaats alle toebehoren weer terug inde koelzone.^Leg de levensmiddelen weer terug inde koelzone.^Sluit de deuren van koel-vriescombi-natie.^Steek de stekker in het stopcontact.^Schakel de koelzone en de diepvries-zone in.^Schakel de superfrost in, zodat het inde diepvrieszone weer snel koudwordt.Het controlelampje gaat aan.^Leg de ingevroren producten weerterug in de diepvriesladen en schuifde diepvriesladen weer in de diep-vrieszone, zodra de temperatuur indeze zone laag genoeg is.^Schakel de superfrost weer uit, zodraer in de diepvrieszone een constantetemperatuur van minstens -18°C isbereikt.Het controlelampje gaat uit.Het reinigen van de koel-vriescombinatie31

Reparaties aan elektrische appara-ten mogen alleen door vakmensenworden uitgevoerd. Wanneer dit nietgebeurt dan kan de gebruiker groterisico’s lopen.Een aantal storingen kunt u echter zelfverhelpen.Wat moet u doen, wanneer . . .. . . de koel-vriescombinatie het nietdoet?^Controleer of:– de temperatuurregelaars op een an-dere stand staan dan op "0";– de stekker stevig in het stopcontactzit;– de hoofdschakelaar van de elek-trische huisinstallatie is ingescha-keld.Is dit laatste wel het geval,^neem dan contact op met de Afde-ling Klantcontacten van Miele Neder-land B.V.. . . de deur van de diepvrieszone nietverschillende keren achter elkaar kanworden geopend?Dat is geen storing. Door de zuigendewerking kunt u de deur pas na enigetijd zonder moeite openen.. . .

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Miele KF 8582 SD ED stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden