Microlife PF 200 BT Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Microlife PF 200 BT (143 pagina’s), behorend tot de categorie Niet gecategoriseerd. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 25 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Microlife PF 200 BT of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Microlife |
| Categorie: | Niet gecategoriseerd |
| Model: | PF 200 BT |
Handleiding Microlife PF 200 BT – volledige tekst
44WeergaveGegevensvakInhoudsopgave1. InleidingBereik documentDisclaimers2. Belangrijke informatieBeschrijving apparaatBeoogd doelBeoogde gebruikerBeoogde patiëntBeoogd gebruik milieu en omstandighedenIndicatiesContra-indicatiesWaarschjwingLet opInformatie over elektromagnetische compatibiliteitBijwerkingen en rapportage3. Gegevens van het apparaatInhoud verpakkingApparaataccessoiresOptionele onderdelen van het apparaat4. Installatie en configuratie van apparatenHet mondstuk plaatsenDe batterijen plaatsenBatterijen vervangenDatum en tijd instellenInstallatie van computersoftwareInstallatie van mobiele softwareInstellingenfunctieAutomatische activering van Bluetooth®Selectie van referentie PEF-stoplichtInstelling van referentiewaarde PEF-stoplichtDatum en tijd instellen5. Voorbereiding meting6. Uitvoering metingModus van zelfstandige meting7.
Interpretatie van metingenZelfevaluatie met behulp van de PEF-stoplichtindicatorBasisreferentie van de PEF-stoplichtindicator8. GeheugenfunctieMeetwaarden controleren in het geheugenGeheugen bijna volGeheugen volDe meest recente waarde in het geheugen verwijderenAlle meetwaarden in het geheugen verwijderen9. Bediening Bluetooth®-functieDe Bluetooth®-datalinkfunctie in-/uitschakelenGegevensoverdracht naar software via Bluetooth®-datalink10. USB-datalinkfunctieDe USB-datalinkfunctie in-/uitschakelenGegevensoverdracht naar software via USB-datalink11. Apparaatfout en probleemoplossingApparaatfout en probleemoplossingVeelvoorkomende problemen en probleemoplossing12. Onderhoud en verwijdering van het apparaatSchoonmakenReiniging van het mondstuk en de meetbuisHet apparaat reinigenOpslagKalibratie en ondersteuningVerwijdering13.
InleidingBereik documentDeze gebruiksaanwijzing bevat belangrijke informatie over de veiligheid, prestaties en werking van het apparaat. DisclaimersDe Bluetooth® woordmerk en logo's zijn geregistreerde handelsmerken die bezit worden door Bluetooth SIG, Inc. en ieder ander gebruik van zulk soort merken door Microlife Corp. Andere handelsmerken en handelsnamen behoren toe aan de respectieve eige-naar. Apple, het Apple-logo, iPad en iPhone zijn handelsmerken van Apple Inc. en geregis-treerd in de Verenigde Staten en andere landen. App Store is een servicemerk van Apple Inc. Android en Google Play zijn beide handelsmerken van Google Inc. Microlife® is een geregistreerd handelsmerk van Microlife Corporation. Handelsmerken en handelsnamen zijn eigendom van hun respectievelijke eigenaren.
Microlife PF 200 BTNL1 AAN/UIT knop2 Display3 Gegevensvak4 Meetbuis5 Mondstuk6 Geheugenscrollknoppen7 Batterijcompartiment8 Datum/tijd9 VerkeerslichtweergaveAT AM/PMAK PEF/FEV1-resultaatALActive Bluetooth®AM AansluitingAN GeheugenopslagAO PEV/FEV1-waardeAP PEV/FEV1-eenhedenAQ Gereed voor metingAR BatterijweergaveAS TijdknopBT USB poortLees deze gebruiksaanwijzing, het etiket op het apparaat en alle andere meegeleverde informatie voordat u het gebruikt.
45Microlife PF 200 BTNL2. Belangrijke informatieBeschrijving apparaatMicrolife digitale piekstroommeter is een medisch hulpmiddel dat gebruikmaakt van de principes van een stromingsturbine, met detectie van optische onderbrekingen en digi-tale signaalverwerking, om de piekuitademingsstroom en andere functionele parameters van de longen te berekenen en meten. Het meten van uw longfuncties, zoals voorge-schreven door uw arts of andere gekwalificeerde zorgverleners, is nuttig om de conditie of ziekten van uw luchtwegen en longen in het oog te houden. Beoogd doelMet dit apparaat kunnen de volgende longfunctieparameters worden gemeten: Piekuitademingsstroom (PEF): Het maximale debiet waarmee iemand krachtig kan uitademen na een zo diep mogelijke ademhaling.
Geforceerd expiratoir volume 1 seconde (FEV1): Het luchtvolume dat een persoon bij krachtige uitademing in 1 seconde kan uitademen na een zo diep mogelijke adem-haling. Beoogde gebruikerHet apparaat is bedoeld voor bediening door volwassen gebruikers met voldoende zicht en motoriek, alsmede met het basisniveau geletterdheid en opleiding, die in staat zijn de inhoud van deze gebruiksaanwijzing te begrijpen en algemene huishoudelijke elektri-sche apparatuur te bedienen, voor gebruik in het kader van zelfcontrole of controle van andere personen. Beoogde patiëntHet apparaat is bedoeld voor metingen bij kinderen en volwassenen. Beoogd gebruik milieu en omstandighedenHet apparaat is bedoeld voor gebruik in een thuiszorgomgeving (bijvoorbeeld een alge-meen huishouden) en professionele zorgomgeving door patiënten (voor zelfmeting) of door een verzorger.
IndicatiesDit apparaat heeft de indicaties van: Astma Chronische bronchitis Chronisch obstructieve longziekte (COPD) Andere aandoeningen van de luchtwegen die de luchtstroom beïnvloeden, zoals voorgeschreven door zorgverlenersContra-indicatiesHet apparaat is niet geschikt voor personen die de meting niet correct kunnen uitvoeren, bijvoorbeeld: Patiënten die bewusteloos zijn of in een invaliderende toestand verkeren waardoor ze niet in staat zijn om zelf de juiste metingen uit te voeren. Bedlegerige patiënten die niet rechtop kunnen staan of zitten zoals vereist voor een correcte meting. Patiënten bij wie de mond het mondstuk niet voldoende kan bedekken voor een correcte meting. Waarschjwing Gebruik dit apparaat niet voor andere doeleinden dan beschreven in deze gebruiks-aanwijzing.
De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade veroor-zaakt door een onjuiste toepassing. Inspecteer het apparaat en andere onderdelen op schade. GEBRUIK het apparaat of onderdelen NIET als deze beschadigd lijken of abnormaal werken. Gebruik dit apparaat niet in een zuurstofrijke omgeving of in de buurt van ontvlam-baar gas. Gebruik dit apparaat niet in een bewegend voertuig (bijvoorbeeld in een auto of vlieg-tuig). Houd het apparaat uit de buurt van kinderen en personen die het apparaat niet kunnen bedienen. Pas op voor de risico's van het per ongeluk inslikken van kleine onderdelen en verwurging met de kabels en slangen van dit apparaat en accessoires. Laat kinderen het apparaat NIET alleen bedienen.
Het meetresultaat van dit apparaat is geen medische diagnose en is niet bedoeld ter vervanging van consultatie en diagnose door een gekwalificeerde professionele zorgverlener (bijv. arts, apotheker of andere bevoegde zorgverleners). Gebruik dit apparaat niet voor zelfdiagnose of voor zelfbehandeling van een medische aandoe-ning.
Vraag onmiddellijk advies aan een zorgverlener als de patiënt zich duidelijk onwel voelt en/of fysiologische of medische symptomen vertoont. Verander de medicatie en behandeling van de patiënt niet op basis van het resultaat van een of meerdere metingen. Veranderingen in behandeling en medicatie mogen alleen worden voorgeschreven door een medische professional. Gebruik en bewaar het apparaat en de onderdelen onder de in «Technische specifi-caties» gespecificeerde temperatuur- en vochtigheidsomstandigheden. Gebruik en opslag van het apparaat en de onderdelen in omstandigheden die buiten het bereik vallen dat in «Technische specificaties» wordt vermeld, kan leiden tot storingen en/of de veiligheid bij gebruik in gevaar brengen.
Let op Bescherm het apparaat en de accessoires tegen het volgende om schade aan het apparaat te voorkomen: water, andere vloeistoffen en vocht extreme temperaturen impact en trillingen direct zonlicht vervuiling en stof Stop met het gebruik van dit apparaat en raadpleeg uw arts als u huidirritatie of ongemak ervaart. Gebruik dit apparaat of onderdelen NIET nadat de opgegeven levensduur verstreken is. Haal het apparaat, accessoires en onderdelen niet uit elkaar en probeer het niet te repareren tijdens gebruik of opslag. Toegang tot de interne hardware en software van het apparaat is verboden. Ongeautoriseerde toegang tot en onderhoud van het apparaat tijdens gebruik of opslag kan de veiligheid en prestaties van het apparaat in gevaar brengen. Het gebruik van niet-compatibele accessoires kan de veiligheid en prestaties van het apparaat in gevaar brengen.
Dit apparaat is herbruikbaar. Het wordt aanbevolen om het apparaat en de acces-soires vóór gebruik te reinigen en desinfecteren als er kans is op besmetting of kruis-besmetting. Zorg ervoor dat het apparaat zich aan de omgeving heeft aangepast voordat u een meting uitvoert.
Het wordt aanbevolen om na opslag van het apparaat bij de maxi-male of minimale opslag- en transporttemperatuur ongeveer 4 uur te wachten totdat het is afgekoeld of opgewarmd. Informatie over elektromagnetische compatibiliteit Dit apparaat voldoet aan standaard elektromagnetische storingen. Gebruik dit apparaat niet in de buurt van sterke elektromagnetische velden en draag-bare radiofrequentie-communicatieapparaten (bijvoorbeeld magnetrons en mobiele apparaten). Bewaar bij gebruik van dit apparaat een minimale afstand van 0,3 m tot dergelijke apparaten. Gebruik dit apparaat NIET in de buurt van apparatuur die elektromagnetische storingen (EMD) kan veroorzaken, zoals chirurgische apparatuur met hoge frequentie (HF), MRI-apparatuur (Magnetic Resonance Imaging) en CT-scanners (computertomografie).
Dit apparaat is niet gecertificeerd voor gebruik in de buurt van dergelijke hulpmiddelen, wat storingen in het apparaat en meetonnauwkeurigheden kan veroorzaken. Geeft een mogelijk gevaarlijke situatie aan die, indien niet vermeden, kan leiden tot licht of matig letsel bij de gebruiker of patiënt, of schade aan het apparaat of ander materiaal. Geeft een mogelijk gevaarlijke situatie aan die, indien niet vermeden, kan leiden tot de dood of ernstig letsel. Verdere documentatie in overeenstemming met de EN 60601-1-2 EMC norm is vanaf nu verkrijgbaar via Microlife op www. microlife. com/electro-magnetic-compatibility.
46 Dit apparaat is voorzien van Bluetooth® dat radiofrequentie (RF) uitzendt in de 2,4GHz-band. Gebruik dit apparaat niet op locaties waar RF beperkt is (bijvoorbeeld in een vliegtuig). Schakel het apparaat uit en verwijder indien nodig de stroombron op locaties met RF-beperking. Dit apparaat werkt in een niet-gelicentieerde ISM-band op 2,4 GHz. Als dit apparaat in de buurt van andere draadloze apparatuur (bijvoorbeeld een draadloos LAN) wordt gebruikt die op dezelfde frequentieband werken, bestaat de kans dat er inter-ferentie optreedt. Als er interferentie optreedt, dient u andere apparaten te stoppen of dit product uit de buurt van andere draadloze apparatuur te plaatsen voordat u het gebruikt.
Bijwerkingen en rapportageMeld elk ernstig incident, letsel of ongewenst voorval dat zich heeft voorgedaan in verband met het hulpmiddel aan de fabrikant / Europees gemachtigde (EU REP), en aan de bevoegde autoriteit. 3. Gegevens van het apparaatInhoud verpakking1 x Microlife PF 200 BT2 x 1,5V alkaline batterijen; type AAA2 x vervangend mondstuk1 x datakabel USB-C naar USB-A1 x gebruiksaanwijzing1 x medicatiekaart1 x OpbergtasApparaataccessoiresMondstukOptionele onderdelen van het apparaat2 x 1,5V alkaline batterijen; type AAA4. Installatie en configuratie van apparatenHet mondstuk plaatsenHet mondstuk 5 wordt in de meetbuis 4 geplaatst en kan met een zachte duw of trek worden ingebracht of verwijderd. Controleer of het mondstuk volledig in de meetbuis zit voordat u het apparaat gebruikt. De batterijen plaatsen1. Open het batterijvak 7 en verwijder het deksel. 2.
Plaats 2 batterijen (1,5 V, maat AAA) volgens de polariteitssymbolen in het vak. 3. Plaats opnieuw het deksel op het batterijvak 7. Batterijen vervangenWanneer het symbool van batterijen bijna leeg AR verschijnt op het scherm 2, kan het apparaat niet meer worden gebruikt tot 2 nieuwe batterijen zijn geplaatst (1,5 V maat AAA).
Datum en tijd instellenHet apparaat moet worden ingesteld met de juiste datum en tijd om metingen te kunnen uitvoeren en de resultaten in het geheugen te kunnen opslaan. Na plaatsing van nieuwe batterijen gaat het apparaat automatisch naar de functie voor instelling van datum en tijd, waarbij de symbolen voor beide knipperen. Volg deze stappen om de datum/tijd in te stellen:1. Open het gegevensvak 3 en verwijder het deksel. 2. Als het jaar niet knippert op het scherm, druk dan met een paperclip op de TIME-knop naast het kloksymbool en het jaar begint te knipperen; laat de schakelaar los. 3. Met de twee pijlknoppen 6 aan de voorzijde van het apparaat kunt u het getal verlagen (pijltje naar links) of verhogen (pijltje naar rechts). Laat de pijlknop los wanneer het juiste getal is bereikt. 4. Om het jaar te bevestigen en dan de maand in te stellen, drukt u op de TIME-knop. 5.
U kunt nu de maand instellen met de pijlknoppen 6. (Voorbeeld: druk 2 keer op het pijltje naar rechts om naar 06 voor juni te gaan). Om te bevestigen en dan de dag in te stellen, drukt u op de TIME-knop. 6. Volg de voorgaande stappen om de dag, het uur en de minuten in te stellen. 7. Zodra u de laatste minuut heeft ingesteld en op de TIME-knop heeft gedrukt, worden de datum en tijd ingesteld en wordt de tijd weergegeven. 8. Sluit het gegevensvak 3. U kunt de instelling voor datum en tijd handmatig wijzigen via de instellingenmodus of bijwerken met behulp van compatibele mobiele of computersoftware. Installatie van computersoftwareHet apparaat kan gegevens overbrengen naar uw pc via de USB-datalinkfunctie en de meegeleverde USB-datakabel met compatibele Microlife software.
Installatie van mobiele softwareHet apparaat kan verbinding maken met compatibele Microlife mobiele applicatiesoft-ware op Apple iOS- of Google Android OS-smartphones via Bluetooth® om gegevens via de Bluetooth®-datalinkmodus naar de software over te brengen. Met de gratis te downloaden Microlife Connected Health+ App kunt u meetresultaten overbrengen, opslaan en bekijken op uw Apple iOS- of Google Android OS-smartphone. Instellingenfunctie1. Zet het apparaat aan en wacht tot het klaar is voor meting. 2. Druk op de TIME-knop AS om naar de instellingenmodus te gaan. 3. In de instellingenmodus zijn de volgende bewerkingen beschikbaar in deze volgorde:1. Automatische activering van Bluetooth® in-/uitschakelen2. Selectie van referentie PEF-stoplicht3. Instelling van referentiewaarde PEF-stoplicht4.
Datum en tijd instellenAutomatische activering van Bluetooth®De eerste instelling in het instellingenmenu is het in- en uitschakelen van de automati-sche activering van de Bluetooth®-functie na voltooiing van de meting, voor gebruiks-gemak bij de gegevensoverdracht van het apparaat naar mobiele software. In deze instelling toont het apparaat het Bluetooth®-symbool, «Auto», «SEt» en «On» of «OFF» knipperend. 1. Wanneer deze functie is ingesteld op «On», zet het apparaat Bluetooth® automa-tisch aan na afloop van de meting; is de functie ingesteld op «OFF», dan keert het apparaat terug naar stand-by na de meting. Standaard is dit ingesteld op «On». Druk op de geheugenscrollknoppen 6 om de selectie te wijzigen. 2. Druk op de TIME-knop AS om de selectie te bevestigen en naar de volgende instel-lingen te gaan.
Druk op de O/I-knop 1 om de huidige instelling te behouden en het instellingenmenu te verlaten. Voor het eerste gebruik wordt het aanbevolen om het mondstuk en de stroom-buis schoon te maken. Bij het vervangen van de batterijen blijven de in het geheugen van het apparaat opgeslagen gegevens bewaard en gaan ze NIET verloren.
Na vervanging van de batterijen moeten de datum en tijd van het apparaat opnieuw worden ingesteld. Indien het apparaat lange tijd niet gebruikt zal worden, verwijder dan de batter-ijen. Als u de pijlknop langer dan 2 seconden ingedrukt houdt, gaat de snelheid omhoog. De datum en tijd kunnen ook eenvoudig vanaf de computer worden ingesteld met de Microlife Analyzer-software en de Connected Health+ App. Software-download en informatie zijn beschikbaar op: www. microlife. com/support/software-downloads Software-download en informatie zijn beschikbaar op: www. microlife. com/technologies/connect.
47Microlife PF 200 BTNLSelectie van referentie PEF-stoplicht1. De tweede instelling in het instellingenmenu is de selectie van het referentie-maximum dat voor het PEF-stoplicht wordt gebruikt. Het scherm toont «PEF», «rEF», «SEt», geheugensymbool AN, met «On» of «OFF» knipperend. 2. Er zijn 2 referentiemethoden beschikbaar voor selectie, druk op de geheugenscroll-knoppen 6 om de selectie te wijzigen: Selecteer «On»: Het apparaat gebruikt automatisch het hoogste PEF-meetresul-taat in het geheugen (uw persoonlijke beste PEF) als het PEF-referentie-maximum voor de stoplichtfunctie. Selecteer «OFF»: Het apparaat gebruikt de door de gebruiker aangepaste PEF-ventielinvoer als het PEF-referentiemaximum voor de stoplichtfunctie. 3. Druk op de TIME-knop AS om de selectie te bevestigen en naar het volgende instel-lingenmenu te gaan.
Druk op de O/I-knop 1 om de huidige instelling te behouden en het instellingenmenu te verlaten. Instelling van referentiewaarde PEF-stoplichtAls er een aangepaste PEF-stoplichtreferentie is geselecteerd, kan de aangepaste maxi-male PEF-waarde worden gewijzigd. Het scherm toont «PEF» en «SEt» met knippe-rende PEF-waarde. Druk op de geheugenscrollknoppen 6 om de PEF-waarde in te stellen die moet worden gebruikt als referentiemaximum van het PEF-stoplicht. Druk op de TIME-knop om de selectie te bevestigen en naar het volgende instellingen-menu te gaan. Druk op de O/I-knop 1 om de huidige instelling te behouden en het instellingenmenu te verlaten. Datum en tijd instellenDe laatste instelling in het instellingenmenu is de datum en tijd. De symbolen voor de datum en tijd knipperen zodat u instellingen kunt aanpassen: eerst het jaar, dan de maand, dag, uur en minuut.
Voorbereiding metingControleer de volgende punten ter voorbereiding van de meting: Voer de meting uit terwijl u staat of rechtop zit, voor nauwkeurige resultaten. Controleer of het apparaat is gereinigd of gedesinfecteerd, voor het geval het eerder door een andere patiënt is gebruikt. 6. Uitvoering metingModus van zelfstandige meting1. Druk op de O/I knop 1 om het apparaat in te schakelen. 2. Bij inschakeling van het apparaat verschijnt het vorige meetresultaat AK op het scherm (0 indien er geen gegevens zijn). Er klinken dan twee korte pieptonen en de pijlen AQ knipperen op het scherm. Het scherm zal knipperen om aan te geven dat het klaar is voor meting. 3. Volg deze stappen om een meting correct uit te voeren. U kunt de meting uitvoeren terwijl u staat of rechtop zit. Om uw gegevens beter te kunnen vergelijken, moet u de meting altijd in een vergelijkbare positie uitvoeren.
Houd het apparaat met beide handen vast aan de twee geribbelde comparti-menten. Bedek het mondstuk goed met uw lippen. Zorg ervoor dat de lippen een lucht-dichte afsluiting vormen rond het mondstuk 5. OPMERKING: Buig uw nek niet en blokkeer het mondstuk niet met uw tong. Adem volledig in en houd uw adem even vast. Blaas zo hard en snel mogelijk in de meetbuis 4. OPMERKING: Vermijd langzaam en aanhoudend uitademen om een nauw-keurige meting te verkrijgen. Het apparaat laat een lange pieptoon horen om aan te geven dat de uitademing is gemeten; de PEF-waarde wordt 3 seconden lang weergegeven, gevolgd door de FEV1-waarde AO. Vervolgens laat het apparaat twee korte pieptonen horen om aan te geven dat het klaar is voor een nieuwe meting. Herhaal de meting indien nodig. Het wordt aanbevolen om drie of meer metingen na elkaar uit te voeren. 4.
Druk op de O/I-knop 1 om de meting te beëindigen en de hoogste meetwaarde in het geheugen van het apparaat op te slaan. Het apparaat geeft de opgeslagen PEF- en FEV1-waarden weer met het geheugenslotnummer AN. 6. Nadat het meetresultaat is opgeslagen, activeert het apparaat de Bluetooth®-data-link als de automatische Bluetooth®-activering is ingesteld op «On». Om het appa-raat uit te zetten zonder gegevensoverdracht via Bluetooth®, drukt u opnieuw op de O/I-knop 1. 7. Maak de meetbuis en het mondstuk schoon na gebruik. 7. Interpretatie van metingenZelfevaluatie met behulp van de PEF-stoplichtindicatorDe gekleurde balken aan de linkerkant van het scherm geven de PEF-stoplichtindicator 9 weer. Deze bieden een snelle visuele referentie waarin uw PEF-resultaat wordt vergeleken met een referentiebasiswaarde.
Naarmate uw PEF-resultaat stijgt of daalt, geeft de pijl op het scherm aan of de meting binnen het normale bereik (groen), grens-bereik (geel) of gevaarlijke bereik (rood) valt. Groen gebied – OK: Als uw meting in het groene gebied valt, lijkt uw aandoening onder controle. Ga door met uw behandelplan. Geel gebied – Opgelet: Als uw meting in het gele gebied valt, meet dan vaker en volg uw behandelplan. Rood gebied – Waarschuwing: Als uw meting in het rode gebied valt, lijkt uw aandoe-ning ernstig. Handel zoals besproken met uw arts of zoek onmiddellijk medische hulp. Basisreferentie van de PEF-stoplichtindicatorEr zijn twee verschillende instellingen van de basisreferentiewaarde beschikbaar voor de PEF-stoplichtindicator: Memory (Geheugen): Uw hoogste persoonlijke PEF-resultaat in het geheugen van het apparaat gebruiken als basislijn voor de gebieden van de stoplichtindicator.
Customized (Aangepast): Stel handmatig een aangepaste PEF-basiswaarde (bijv. voorspelde referentiewaarde) in op het apparaat of gebruik de compatibele software voor de gebieden van de stoplichtindicator.
Het groene gebied gaat van de basislijn of voorspelde waarde (MAX) tot 80% van die waarde. Om het geel/groene grensgebied te bepalen, vermenigvuldigt u de basislijn-MAX met 0,8 [voorbeeld: 500 l/min x 0,8 = 400 l/min]. Het gele gebied gaat van de basislijn of voorspelde waarde (MAX) tot 60% van die waarde. Om het geel/rode grensgebied te bepalen, vermenigvuldigt u de basislijn-MAX met 0,6. [Voorbeeld: 500 l/min x 0,6 = 300 l/min]. Het rode gebied ligt onder 50% van de basislijn of voorspelde waarde. 8. GeheugenfunctieTijdens een meetsessie meet het apparaat meerdere uitademingswaarden en registreert automatisch de hoogste waarde aan het einde van de sessie (bijvoorbeeld: 1 sessie is 1 aan-uitcyclus). Het geheugen van het apparaat slaat 400 meetwaarden op. De datum en tijd van het apparaat kunnen ook worden ingesteld met behulp van de software op uw computer of mobiele apparaat.
Bij het uitvoeren van metingen bij kinderen, ouderen en patiënten met een beperking is toezicht van een volwassene vereist. De PEF-stoplichtindicator is niet actief wanneer het geheugen geen PEF-waarden bevat. Dit apparaat is vooraf ingesteld met een aangepaste basislijn van 500 l/min. Het instellen van een voorspelde PEF-referentiewaarde, het creëren van een behandelplan en het wijzigen van de instellingen van uw stoplichtgebieden mag alleen worden gedaan onder toezicht van een arts (of andere bevoegde zorgverlener). Wilt u van deze functionaliteit gebruikmaken, bepaal dan samen met uw arts uw persoonlijke gebieden en noteer deze op de stoplichtkaart (bijgevoegd).
48Meetwaarden controleren in het geheugenOm de meetwaarden in het geheugen van het apparaat te bekijken, schakelt u het appa-raat in en drukt u op de geheugenscrollknoppen 6. Druk op «» werkt in omge-keerde richting. Geheugen bijna volWanneer het aantal opgeslagen metingen in het geheugen van het apparaat 390 sets of meer bedraagt, zal AN knipperen om aan te geven dat het geheugen bijna vol is. Geheugen volBereikt het aantal opgeslagen metingen in het geheugen 400 sets, dan geeft het appa-raat bij het inschakelen een pieptoon en knippert AN «400» op het scherm om aan te geven dat het geheugen vol is. Vanaf dit punt worden alle nieuwe meetwaarden vervangen en overschreven door de oudste meetwaarde in het geheugen van het appa-raat.
De meest recente waarde in het geheugen verwijderenOm de meest recente gegevens uit het geheugen te verwijderen drukt u, met het appa-raat in de geheugenfunctie, gelijktijdig op de geheugenscrollknoppen (zowel «») 6 gedurende 5 seconden tot «CLr» gaat knipperen op het scherm. Druk opnieuw op de geheugenscrollknoppen 6 om de meest recente meetwaarde in het geheugen te verwijderen. Wacht tot het bericht «CLr» op het scherm na 3 seconden verdwijnt om af te sluiten zonder wijzigingen. Alle meetwaarden in het geheugen verwijderenOm alle gegevens uit het geheugen te verwijderen drukt u, met het apparaat in de geheu-genfunctie, gelijktijdig op de geheugenscrollknoppen (zowel '') 6 gedurende 5 seconden tot «CLr» gaat knipperen op het scherm. Druk op de O/I-knop 1 om alle meetwaarden uit het geheugen te verwijderen.
Wacht tot het bericht «CLr» op het scherm na 3 seconden verdwijnt om af te sluiten zonder wijzigingen. 9. Bediening Bluetooth®-functieDe Bluetooth®-datalinkfunctie in-/uitschakelen1. Druk op de O/I-knop 1 gedurende 4 seconden met uitgeschakeld apparaat om de Bluetooth®-datalinkfunctie te activeren; het scherm toont een knipperend Bluetooth® AL-symbool en de identificatie van het apparaat. 2.
Bluetooth® blijft geactiveerd om te zoeken naar een compatibele mobiele Blue-tooth®-applicatie om verbinding mee te maken; als er binnen 120 seconden geen verbinding is gemaakt, knippert het Bluetooth®-symbool AL snel om dit aan te geven en wordt het apparaat automatisch gedeactiveerd. 3. Druk op de O/I-knop 1 met Bluetooth® geactiveerd op het apparaat om de Blue-tooth®-functie uit te zetten. Gegevensoverdracht naar software via Bluetooth®-datalink1. Zolang de Bluetooth®-functie van het apparaat is geactiveerd, maakt het apparaat automatisch verbinding met de software als er een compatibele mobiele applicatie via Bluetooth® wordt gevonden.
Als er een succesvolle verbinding tot stand is gebracht tussen het apparaat en de software, stopt het Bluetooth®-symbool AL op het scherm van het apparaat met knipperen en verschijnt er een animatie in de vorm van een 4-delige cirkel AM om aan te geven dat de Bluetooth®-verbinding actief is. 2. Wanneer de verbinding tot stand is gebracht, voert het apparaat automatisch de gegevensoverdracht uit van het apparaatgeheugen naar de software via Bluetooth®. 3. Zodra de gegevensoverdracht succesvol is voltooid, wordt de verbinding van het apparaat met de software automatisch verbroken en wordt de Bluetooth®-functie uitgeschakeld. 4. Raadpleeg de veelgestelde vragen (FAQ) in het menu van de mobiele applicatie voor details. 10. USB-datalinkfunctieDe USB-datalinkfunctie in-/uitschakelen1. Sluit het apparaat via een USB-datakabel aan op een computer terwijl het apparaat is uitgeschakeld. 2.
Zolang de USB-datalinkfunctie van het apparaat is geactiveerd, kan de compatibele computer met het apparaat communiceren en kan de gebruiker gegevensover-drachten uitvoeren. Raadpleeg de softwarehelp/gebruikershandleiding voor infor-matie over het gebruik van de software. Wanneer het apparaat met de computersoft-ware communiceert, wordt de animatie van de 4-delige cyclus op het scherm weer-gegeven. 2. Zodra de gegevensoverdracht op de computersoftware is voltooid kunt u het appa-raat, de computer en de USB-datakabel loskoppelen. 11. Apparaatfout en probleemoplossingApparaatfout en probleemoplossingVeelvoorkomende problemen en probleemoplossingAndere mogelijke problemen en hun oplossingen: Als er problemen optreden bij het gebruik van het apparaat, controleer dan de volgende punten.
Wanneer u de Bluetooth®-datalinkfunctie voor het eerst gebruikt, moet u Blue-tooth®-koppeling tussen het apparaat en de app tot stand brengen. Raadpleeg de veelgestelde vragen (FAQ) van de app voor informatie over het gebruik van de app en Bluetooth®-koppeling met het apparaat. Foutmelding Mogelijke reden(en) Oplossing«Er 1»Het resultaat kan niet in het geheugen worden opgeslagen omdat de datum en tijd op het apparaat niet zijn ingesteld. Stel de datum en tijd op het apparaat in. «no»Er zijn geen gegevens opgeslagen in het geheugen van het apparaat. Stel de datum en tijd van het apparaat in, en voer vervolgens metingen uit. «Hi» De PEF-waarde is hoger dan de bovengrens van het PEF-bereik van 900 ml/min. Herhaal de meting. Bluetooth®-symbool AL knippert snel: Bluetooth® verbindingsfout.
Bluetooth®-verbinding niet succesvol tot stand gebracht of Bluetooth®-verbinding wordt abnormaal beëindigd. Zet het apparaat en de soft-ware uit, probeer dan opnieuw te verbinden in Bluetooth®-datalinkfunctie. Problemen Mogelijke reden(en) OplossingHet scherm van het apparaat blijft leeg terwijl de batterijen zijn geplaatst.
49Microlife PF 200 BTNL12. Onderhoud en verwijdering van het apparaatSchoonmaken Reiniging van het mondstuk en de meetbuisHet mondstuk en de meetbuis voor de piekstroom moeten na elk gebruik binnen 30 minuten worden gereinigd. 1. Verwijder de meetbuis 4 en het mondstuk 5 van het apparaat. Koppel het mond-stuk 5 los van de meetbuis 4 door het in voorwaartse richting te bewegen. 2. Dompel het mondstuk 5 onder in een oplossing van water en afwasmiddel. Maak het grondig schoon door er de voorbereide zeepoplossing in te draaien. Spoel het mondstuk 5 grondig met water (gedestilleerd water wordt aanbevolen). Laat het apparaat aan de lucht drogen. OPMERKING: Tik niet op harde oppervlakken om schade te voorkomen. 3. Dompel de meetbuis 4 in een voorbereide zeepoplossing en reinig ze grondig door er met de voorbereide zeepoplossing doorheen te draaien.
Voor het schoonmaken van de meetbuis kunt u het beste gedestilleerd water gebruiken. Pas op dat u het turbinesysteem niet beschadigt. Spoel de meetbuis grondig met water en laat ze vervolgens aan de lucht drogen. 4. Controleer de meetbuis 4 en het mondstuk 5 visueel nadat u achtergebleven slijm of vuil heeft verwijderd; ze moeten vrij zijn van vuil dat de werking van de turbine in de meetbuis zou kunnen verstoren. OPMERKING: Dompel de meetbuis NIET onder in kokend water. 5. Sluit het mondstuk 5 weer aan op de meetbuis 4 en monteer het geheel op de hoofdeenheid zoals afgebeeld. Wanneer de buis volledig in de vaste positie wordt geduwd, klikt deze vast in het lipje op de behuizing. OPMERKING: Als u last heeft van 'hard water', kunnen er minerale afzettingen zicht-baar zijn op het mondstuk of de meetbuis.
Spoel het af met gedestilleerd water, schud het uit en leg het op een papieren handdoekje om aan de lucht te laten drogen voordat u het gebruikt. Het apparaat reinigenReinig het apparaat na gebruik met een schone, vochtige doek.
OpslagBewaar het apparaat op een plaats waar het niet wordt blootgesteld aan direct zonlicht, hitte, vocht en trillingen. Indien u het apparaat langere tijd niet gebruikt, dient u de batte-rijen te verwijderen. Kalibratie en ondersteuningHet apparaat is vooraf gekalibreerd op basis van de bijgeleverde meetbuis. Het apparaat hoeft voor gebruik niet door de gebruiker te worden gekalibreerd. Verwijdering13. Specificaties en nalevingTechnische specificatiesHet apparaat kan tijdens de meting geen meet-waarde geven, of de waarde lijkt abnormaal laag of hoog. Het apparaat detecteert de rotatie van het wind-wiel van de turbine niet correct, omdat de meting verkeerd is uitgevoerd, de meetbuis verkeerd is geïnstalleerd of omdat het windwiel door een vreemd voorwerp vastzit in de turbine. Zorg dat de meting plaatsvindt volgens de juiste procedure.
Zorg dat de meetbuis juist is geïnstalleerd in het apparaat. Zorg dat het windwiel van de turbine in de meetbuis draait wanneer er lucht door de buis wordt geblazen. Voorwerpen, stof, vloeistoffen en slijm kunnen de rotatie van het wind-wiel verstoren – maak de turbine en de meetbuis indien nodig schoon. Bespreek de abnormale meet-waarden indien nodig met uw arts. Het apparaat kan geen meting uitvoeren, het jaar knippert. Datum en tijd van het apparaat zijn niet ingesteld. Zorg dat de datum en tijd van het apparaat zijn ingesteld. Dompel het apparaat NIET onder in water of schoonmaakmiddel. Problemen Mogelijke reden(en) OplossingVerwissel de meetbuizen NIET tussen verschillende apparaten. Het apparaat is niet ontworpen om door de gebruiker zelf onderhouden te worden.
Neem contact op met de distributeur van het apparaat voor onderhoud door gekwali-ficeerd personeel dat door de fabrikant is geautoriseerd. Open het apparaat NIET voor onderhoud of reparatie. Dit apparaat is medische elektrische apparatuur.
Gooi dit apparaat en de batterijen weg volgens de richtlijn voor afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA) en de geldende plaatselijke voorschriften. Gooi het appa-raat en de batterijen NIET weg met huishoudelijk of commercieel afval. OPMERKING: Technische specificaties kunnen zonder voorafgaande kennis-geving worden gewijzigd.
50Informatie over nalevingDit apparaat voldoet aan de eisen van de Verordening Medische Hulpmiddelen (EU) 2017/745. Voldoet aan de normenEN 60601-1EN 60601-1-2EN 60601-1-11ATS-standaard update van 199414. Aanvullende informatie voor gebruikers en patiëntenInformatie over het meten en monitoren van piekstroomwaardenEen piekstroommeter wordt gebruikt om de 'piekuitademingsstroom' van een persoon te meten. Dit is de hoogste snelheid waarmee een persoon lucht uit de longen kan blazen na een zo groot mogelijke ademhaling. De 'piekuitademingsstroom' is een eenvoudige maatstaf voor de luchtstroom die aangeeft hoe goed u ademt. Het geeft aan hoe goed de lucht door de luchtwegen in uw longen stroomt. Het geforceerd expiratoir volume (FEV1) is een maat voor de hoeveelheid lucht die in 1 seconde wordt uitgeblazen.
De instructies voor de piekstroommeter moeten nauwkeurig worden opgevolgd om een correcte meting van de luchtstroom te verkrijgen. Als u een aandoening aan de luchtwegen heeft, zoals astma of COPD, kan uw arts (of een andere bevoegde zorgverlener) u aanraden om een piekstroommeter te gebruiken, zodat u veranderingen in uw luchtstroom in het oog kunt houden. Wanneer het apparaat wordt gebruikt om longaandoeningen zoals astma en chronische obstruc-tieve longziekte (COPD) te bewaken, dient de gebruiker onder toezicht te staan van een erkende zorgverlener. Het advies van een erkende professional uit de gezondheids-zorg is nodig om de betekenis en het belang van de metingen die het apparaat rappor-teert te begrijpen, en om te bepalen hoe een geschikt behandelplan moet worden opge-steld dat definieert wanneer er metingen moeten plaatsvinden.
Uw arts (of een andere bevoegde zorgverlener) zal u een behandelplan geven waarin staat welke maatregelen u moet nemen wanneer er sprake is van een verandering in de luchtstroom. Daarnaast is het belangrijk dat u de piekstroomwaarden noteert, zoals aanbevolen door uw arts (of andere bevoegde zorgverlener).
Door de piekstroom-waarden te evalueren, kunnen u en uw arts (of bevoegde zorgverlener) uw astma of COPD nauwkeurig in het oog houden en de beste behandeling voor u bepalen. In het behandelplan dat u van uw arts of een andere bevoegde zorgverlener krijgt, staat vermeld welke maatregelen u moet nemen als er veranderingen optreden in uw piek-stroomwaarden. Ongeacht uw piekstroommetingen dient u bij tekenen en symptomen zoals benauwdheid, kortademigheid, hoesten of piepende ademhaling het advies van uw bevoegde zorgverlener op te volgen en contact met hem of haar op te nemen. Welke PEF-waarden zijn normaal. Normale PEF-waarden voor mannen*Normale PEF-waarden voor vrouwen*Normale PEF-waarden voor kinderen en adolescenten*** Leiner GC. et al: Expiratory peak flow rate. AM Rev Respir Dis 88:644, 1963** Polgar G. Promadhat V: Pulmonary Function Testing in Children: Techniques and Standards.
51Microlife PF 200 BTNLGarantieDit apparaat heeft een garantie van 2 jaar vanaf aankoopdatum. Tijdens deze garantie-periode zal Microlife het defecte product gratis repareren of vervangen. Opening van of wijzigingen aan het apparaat maken de garantie ongeldig. De volgende items zijn uitgesloten van garantie: Transportkosten en transportrisico's. Schade veroorzaakt door onjuist gebruik of niet-naleving van de gebruiksaanwijzing. Schade veroorzaakt door lekkende batterijen. Schade veroorzaakt door vallen of verkeerd gebruik. Verpakkings- / opslagmateriaal en gebruiksaanwijzing. Regelmatige controles en onderhoud. Accessoires en verbruiksmaterialen: Batterijen Mondstuk MeetbuisMocht garantieservice nodig zijn, neem dan contact op met de dealer waar u het product hebt aangekocht of met de service afdeling van Microlife via onze website: www. micro-life.
nl/supportDe vergoeding is beperkt tot de waarde van het product. De garantie wordt verleend als het volledige product wordt geretourneerd met de originele factuur. Reparatie of vervan-ging binnen de garantie verlengt of verlengt de garantieperiode niet. De wettelijke claims en rechten van consumenten zijn nietbeperkt door deze garantie. Symbolen en definitiesMedisch apparaatCE Markering van ConformiteitImporteurGemachtigde vertegenwoordiger in de Europese UnieGeautoriseerde vertegenwoordiger in ZwitserlandFabrikantLand van vervaardiging(productiedatum als de datum naast het symbool is afgedrukt)ModelnummerReferentie nummerSerienummer (JJJJ-MM-DD-SSSSS; jaar-maand-dag-serienummer)Partij-nummer (JJJJ-MM-DD; jaar-maand-dag)Uniek apparaatnummerLet op.
Temperatuurbeperking voor gebruik en opslagVochtbeperking voor gebruik en opslagBeperking van de atmosferische drukLees de deze gebruiksaanwijzing voordat u dit apparaat gebruikt. Verwijderen in overeenstemming met de richtlijn voor afgedankte elek-trische en elektronische apparatuur (AEEA). Website met informatie voor patiëntenUSB poortHerinnering/opmerkingBuiten het bereik van kinderen houdenIP22.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Microlife PF 200 BT stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Niet gecategoriseerd Microlife
Handleiding Niet gecategoriseerd
Nieuwste handleidingen voor Niet gecategoriseerd