MBM WGE74 Handleiding
Pagina's 218 Grillplaat
Bekijk de handleiding van MBM WGE74 gratis online of download de PDF. 14 mensen vonden deze handleiding nuttig. Vraag over dit model? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | MBM |
| Categorie: | Grillplaat |
| Model: | WGE74 |
Handleiding MBM WGE74 – volledige tekst
Het is de ho-mogene operator verboden eni-ge werkzaamheden te verrichten (installatie, onderhoud en/of an-dere) zonder eerst de volledige documentatie te raadplegen. Kin-deren mogen niet met het appa-raat spelen. Reiniging en onder-houd mag niet door kinderen worden gedaan zonder toezicht.Gebodsaanduidingen. Verplichting om de instruc-ties te lezen alvorens enige werkzaamheid te verrichten.Verplichting om de stroom-toevoer stroomopwaarts van het apparaat af te sluiten, tel-kens men in veilige omstandighe-den moet werken.
- 2 -DEZE HANDLEIDING IS EIGENDOM VAN DE FABRIKANT EN ELKE, OOK GEDEELTELIJKE, REPRODUCTIE IS VERBODEN. VOORWOORD / Dit document is op-gesteld door de fabrikant in zijn eigen taal (Italiaans). De in dit document opgenomen informatie is voor het ex-clusieve gebruik door operatoren be-voegd voor de bediening van de ap-paratuur in kwestie. De operatoren moeten worden op-geleid met betrekking tot alle aspec-ten van de werking en de veiligheid. Speciale veiligheidseisen (Verplich-ting-Verbod-Risico) zijn vermeld in het daaraan gewijde specieke hoofd-stuk. Dit document mag niet ter inzage aan derden worden gegeven zonder schriftelijke toestemming van de fabri-kant. De tekst mag zonder schriftelij-ke toestemming van de fabrikant niet gebruikt worden in andere publicaties.
Het gebruik van: Tekeningen/Afbeel-dingen/Illustraties/Schema’s in het do-cument is enkel indicatief en kan aan wijzigingen onderhevig zijn. De fabri-kant behoudt zich het recht voor om wijzigingen aan te brengen zonder dit te moeten meedelen. DOEL VAN HET DOCUMENT / Ie-dere interactie tussen de bediener en het apparaat tijdens de hele levenscy-clus van het toestel werd aandachtig geanalyseerd, zowel tijdens de ont-werpfase als tijdens de opmaak van dit document. Wij hopen dan ook dat deze documentatie kan bijdragen tot het handhaven van de kenmerkende efciëntie van de apparatuur. Wan-neer de weergegeven instructies strikt worden opgevolgd wordt het risico op arbeidsongevallen en/of economische schade tot een minimum beperkt. HET DOCUMENT LEZEN / Het 1. ALGEMENE INFORMATIE VOOR DE VEILIGHEIDVeiligheidsbril verplicht. Veiligheidshandschoenen verplicht. Veiligheidshelm verplicht.
Veiligheidsschoenen ver-plicht. Andere aanduidingen. In-structies voor het correct uit-voeren van een procedure, de niet-naleving kan leiden tot een gevaarlijke situatie.
Tips en suggesties voor het correct uitvoeren van een procedure“Homogene” operator (ge-kwaliceerde technicus) / Er-varen operator, bevoegd voor de hantering, transport, installatie, onderhoud, reparatie, en ont-manteling van de apparatuur. “Heterogene” operator (Operator met beperkte be-voegdheden en taken). Persoon die gemachtigd en ge-lastigd wordt met de bediening van de apparatuur met actie-ve veiligheidsvoorzieningen, in staat om eenvoudige taken uit te voeren. Symbool van de aarding. Symbool aansluiting op het equipotentiale systeem. Verplichting om te vol-doen aan de geldende normen voor de afvalver-werking.
- 3 -DEZE HANDLEIDING IS EIGENDOM VAN DE FABRIKANT EN ELKE, OOK GEDEELTELIJKE, REPRODUCTIE IS VERBODEN. 1. ALGEMENE INFORMATIE VOOR DE VEILIGHEIDNLdocument is onderverdeeld in hoofd-stukken die per onderwerp alle infor-matie verzamelen die nodig is om het apparaat zonder risico’s te bedienen. Elk hoofdstuk is onderverdeeld in pa-ragrafen, elke paragraaf kan precise-ringen hebben met een ondertitel en een beschrijving. HET DOCUMENT BEWAREN / Dit do-cument en alles wat in het zakje erbij zit, maakt integraal deel uit van de ori-ginele levering en moet daarom goed worden bewaard en gebruikt geduren-de de gehele levensduur van de ap-paratuur.
DOELGROEP / Dit document is ge-structureerd voor:- “Homogene operator” (gespeciali-seerde en bevoegde technicus), dit be-tekent alle operatoren die bevoegd zijn voor het verplaatsen, het transport, de installatie, het onderhoud, de reparatie en de ontmanteling van de apparatuur. - “Heterogene” operator (operator met beperkte bevoegdheden en taken). Bevoegde persoon, met als opdracht het apparaat met actieve beschermin-gen te laten werken, en in staat om ta-ken van gewoon onderhoud uit te voe-ren (schoonmaak van het apparaat). TRAININGSPROGRAMMA OPE-RATOREN / Op uitdrukkelijk verzoek van de gebruiker is het mogelijk de operatoren belast met het gebruik, de installatie en het onderhoud van de apparatuur te trainen volgens de in de orderbevestiging vermelde procedure.
• Apparaat• Deksel/Deksels• Metalen mand/Metalen manden• Steunrooster mand• Leidingen en/of kabels voor aanslui-ting op de energiebronnen (enkel in de voorziene gevallen die in de werk- order aangegeven zijn). • Kit voor wijziging gassoort, door de fabrikant geleverdGEBRUIKSBESTEMMING / Dit apparaat is voor professioneel gebruik bedoeld. Het gebruik van de in deze documentatie beschreven apparatuur moet worden beschouwd als “Beoogd Gebruik” indien toegepast voor het ko-ken of regenereren van voedingsmid-delen; elk ander gebruik moet gezien worden als “Oneigenlijk Gebruik” en dus gevaarlijk.
- 4 -DEZE HANDLEIDING IS EIGENDOM VAN DE FABRIKANT EN ELKE, OOK GEDEELTELIJKE, REPRODUCTIE IS VERBODEN. Deze apparaten zijn bestemd voor com-merciële activiteiten (bijv. restaurant-keukens, grootkeukens, ziekenhuiskeu-kens, enz. ) en commerciële bedrijven (bijv. bakkerijen, slagerijen, enz. ) maar niet voor continue seriële productie van voedingswaren. De apparatuur moet worden gebruikt onder de in het contract vermelde voor-waarden en binnen de toelaatbare in-tensiteit zoals beschreven en vermeld in de betreffende paragrafen. Gebruik uitsluitend originele accessoires en reserveonderdelen die door de fa-brikant worden geleverd, zodat de overeenstemming met de geldende normen behouden blijft. TOEGELATEN OMSTANDIGHE-DEN VOOR DE WERKING / De ap-paratuur is uitsluitend ontworpen voor bedrijf in ruimtes met de beschreven technische beperkingen en intensiteit.
Om een optimale werking en veilig-heidsomstandigheden te verkrijgen moeten de volgende indicaties in acht worden genomen. De installatie van de apparatuur moet plaatsvinden op een geschikte plaats waar de normale han-delingen voor de bediening en gewoon en buitengewoon onderhoud mogelijk zijn. De ruimte moet derhalve geschikt zijn voor eventuele onderhoudswerk-zaamheden, op dusdanige wijze dat de veiligheid van de operator niet in gevaar wordt gebracht.
De ruimte moet verder ook beschikken over de voor de installatie vereiste eigenschappen:• maximale relatieve vochtigheid: 80%;• minimum temperatuur van het koel-water > + 10 °C;• een antislip vloer en de perfecte wa-terpas plaatsing van de apparatuur;• de ruimte moet beschikken over systemen voor ventilatie en verlich-ting zoals voorgeschreven door de plaatselijk geldende regelgeving; • de ruimte moet beschikken over een afvoer van afvalwater, alsook over schakelaars en afsluiters om indien nodig elke vorm van toevoer stroomopwaarts van de apparatuur te blokkeren;• De muren/oppervlakken in de direc-te nabijheid van/in contact met de apparatuur moeten vlamvertragend zijn en/of geïsoleerd worden van de mogelijke warmtebronnen. KEURING EN GARANTIE / Keuring: de apparatuur is getest door de fabrikant tijdens de montage op de plaats van de productie.
Alle certicaten met be-trekking tot de uitgevoerde tests worden op verzoek aan de klant geleverd. Garantie: de garantie is 12 maanden geldig vanaf de factuurdatum van het apparaat. Deze duur kan niet worden verlengd. Het dekt te vervangen defecte onderdelen, die door de koper moeten worden vervoerd. De elektrische onder-delen, de accessoires en alle andere verwijderbare voorwerpen worden niet gedekt door de garantie. De arbeidskos-ten voor ingrepen van door de fabrikant geautoriseerde technici op de site van de klant voor het verwijderen van de door de garantie gedekte defecten zijn voor rekening van de dealer. Alle eventueel door de fabrikant samen met de machine geleverde werktuigen en eenmalige onderdelen vallen niet on-der de garantie. De ingrepen voor bui-tengewoon onderhoud of die het gevolg zijn van een onjuiste installatie worden niet gedekt door de garantie.
De fabrikant is niet verantwoordelijk voor oneigenlijk gebruik van de appara-tuur, voor schade als gevolg van hande-lingen die niet in deze handleiding op-genomen zijn en niet voorafgaand door de fabrikant goedgekeurd zijn. DE GARANTIE VERVALT IN GE-VAL VAN / • Schade veroorzaakt ALGEMENE INFORMATIE VOOR DE VEILIGHEID.
- 5 -DEZE HANDLEIDING IS EIGENDOM VAN DE FABRIKANT EN ELKE, OOK GEDEELTELIJKE, REPRODUCTIE IS VERBODEN. 1. ALGEMENE INFORMATIE VOOR DE VEILIGHEIDNLElke technische wijziging heeft een impact op de werking of de veiligheid van de appara-tuur en moet derhalve worden ver-richt door technisch personeel van de fabrikant of door deze uitdrukke-lijk gemachtigde technici. Zo niet, wordt elke aansprakelijkheid af voor wijzigingen of schade die daaruit zou kunnen ontstaan door de fabrikant afgewezen. Bij ontvangst en vóór gebruik de integriteit van de apparatuur en zijn onderdelen (bijv. net-snoer) controleren; in aanwezigheid van afwijkingen de apparatuur niet in werking stellen en met het dichtstbij-zijnde assistentiecentrum contact opnemen. Lees de instructies alvorens enige handeling te verrichten. Beschermende uitrusting dragen die geschikt is voor de uit te voeren handelingen.
Met betrekking tot de individuele beschermingsmiddelen heeft de Europese Gemeenschap richtlijnen vastgesteld waaraan de operatoren verplicht moeten vol-doen. Geluid ≤ 70 dBVerboden de enkele appara-tuur te installeren ZONDER kit tegen omvallen (ACCESSOI-RE). Behalve uitvoeringen TOP. De technische gegevens zo-als vermeld op het typeplaatje van de apparatuur en weerge-geven in deze handleiding controle-ren alvorens de aansluitingen tot stand te brengen. Het is absoluut verboden om met de plaatjes en pictogrammen die op de appara-tuur zijn aangebracht te knoeien of om ze weg te nemen. Op de stroomopwaarts van de apparatuur geplaatste voe-dingsbronnen (bijv gas-wa-door het transport en/of de verplaat-sing; in deze gevallen moet de klant de tussenhandelaar en de transpor-teur hierover informeren (bijv.
De garantie vervalt eveneens in aanwezigheid van: • Schade veroor-zaakt door onjuiste installatie. • Schade veroorzaakt door slijtage van de onderdelen door oneigenlijk gebruik. • Schade veroorzaakt door het gebruik van niet-originele onderdelen. • Schade veroorzaakt door slecht on-derhoud en/of schade veroorzaakt door gebrek aan onderhoud. • Schade veroorzaakt door de niet-na-leving van de in dit document beschre-ven procedures. VERGUNNING / De vergunning is de toestemming voor het onderne-men van een activiteit met betrekking tot de apparatuur. De vergunning wordt afgegeven door degene die verantwoordelijk is voor de appara-tuur (fabrikant, koper, ondertekenaar, tussenhandelaar en/of eigenaar van de onderneming). TECHNISCHE GEGEVENS en AF-BEELDINGEN / Deze paragraaf be-vindt zich op het einde van deze handleiding.
- 6 -DEZE HANDLEIDING IS EIGENDOM VAN DE FABRIKANT EN ELKE, OOK GEDEELTELIJKE, REPRODUCTIE IS VERBODEN. ter-elektriciteit) moeten vergrende-lingsinrichtingen worden geïnstalleerd waarmee de voedin-gen kunnen worden uitgesloten, tel-kens wanneer men in veilige om-standigheden moet werken. Afhankelijk van het model, sluit de apparatuur in de juiste volgorde aan op de watervoor-ziening en de afvoer, dan op het gas-net (controleer op lekkages) en ver-volgens op de elektriciteitsvoorziening. De apparatuur is niet ontwor-pen om te werken in een ex-plosieve atmosfeer en derhal-ve zijn installatie en gebruik in dergelijke omgevingen absoluut ver-boden. De gehele structuur plaatsen met inachtneming van de af-metingen en kenmerken voor installatie zoals beschreven in de betreffende hoofdstukken van deze handleiding. De apparatuur is niet geschikt voor een ingebouwde installa-tie.
/ De apparatuur moet wer-ken in goed geventileerde ruimten. / De afvoeren van de apparatuur moeten vrij zijn (niet belemmert of geblokkeerd door vreemde voorwer-pen). Het gasapparaat moet worden geplaatst onder een afzuigkap met technische eigenschap-pen in overeenstemming met de plaatselijk geldende regelgeving. Eenmaal aangesloten op de energiebronnen en de afvoer moet de apparatuur statisch blijven (niet verplaatsbaar) op de voor het gebruik en onderhoud ge-kozen plek. Een onjuiste aansluiting kan gevaar veroorzaken. Zorg, waar nodig voor aanslui-ting op de elektriciteitsvoorziening, voor een exibele kabel het type H07RN-F. De door de kabel getole-reerde voedingsspanning mag, bij functionerend apparaat, niet afwij-ken van de in de tabel technische gegevens vermelde waarde van de nominale spanning ± 15%. De apparatuur moet worden opgenomen in een "Equipoten-tiaal" aardingssysteem.
Indien aanwezig, moet de af-voer van de apparatuur op open wijze worden aangeslo-ten op het netwerk voor afvoer van afvalwater met een “beker” zonder sifon.
De apparatuur mag alleen voor de aangegeven doelein-den worden gebruikt. Enig an-der gebruik moet worden beschouwd als "ONEIGENLIJK" en derhalve kan de fabrikant niet aansprakelijk worden gesteld voor hierdoor ver-oorzaakte schade aan personen of voorwerpen. Speciale veiligheidseisen (Verplichting-Verbod-Risico) zijn vermeld in het daaraan ge-wijde specieke hoofdstuk. De openingen en/of ventilatie-spleten voor aspiratie of warm-teafvoer mogen niet worden afgedicht. Laat geen voorwerpen of brandbare materialen in de buurt van de apparatuur. Alle vormen van voeding (bijv. gas - water - elektrici-teit) vóór de apparatuur afsluiten, tel-kens men in veilige omstandigheden moet handelen. Telkens wanneer men binnen moet werken (aansluitingen, ALGEMENE INFORMATIE VOOR DE VEILIGHEID.
- 7 -DEZE HANDLEIDING IS EIGENDOM VAN DE FABRIKANT EN ELKE, OOK GEDEELTELIJKE, REPRODUCTIE IS VERBODEN. 2. ALGEMENE INFORMATIE VOOR DE VEILIGHEIDNLinbedrijfstelling, controlehandelin-gen, enz. ) moet het apparaat in overeenkomst met de veiligheids-voorwaarden worden voorbereid (bijv. demontage panelen, afsluiten van elektriciteitsvoorziening). VOOR DE OPERATOREN VEREISTE TAKEN EN KWALIFICATIESHet is de homogene/heteroge-ne operator verboden enige werkzaamheden te verrichten (installatie, onderhoud en/of andere) zonder eerst de volledige documen-tatie te raadplegen. De in dit document ver-melde informatie is be-doeld voor gebruik door de gekwaliceerde technische operator, bevoegd voor de verplaat-sing, installatie en onderhoud van de apparatuur in kwestie. De informatie vermeld in dit document is voor gebruik door de “he-terogene” operator (operator met beperkte competenties en taken).
Bevoegde persoon, met als op-dracht het apparaat met actieve be-schermingen te laten werken, en in staat om taken van gewoon onder-houd uit te voeren (schoonmaak van het apparaat). De operatoren en gebruikers moeten worden opgeleid met betrekking tot alle aspecten van de werking en de veiligheid. Ze moeten in hun samenwerking de vereiste veiligheidsnormen respec-teren. De “heterogene” operator moet het apparaat bedienen nadat de voorziene technicus de installatie heeft beëindigd (trans-port, bevestiging, aansluitingen op elektriciteit, water, gas en afvoer).
WERKZONES EN GEVAARLIJKE ZONES / Voor het beter omschrij-ven van het toepassingsgebied en de betreffende werkzones, wordt de volgende classicatie gehanteerd:• Gevaarlijke zone: elke zone in en/of in de buurt van een machine waarin de aanwezigheid van een blootgesteld persoon een risico in-houdt voor de veiligheid en de ge-zondheid van deze persoon. • Blootgesteld persoon: elke per-soon die zich volledig of gedeeltelijk in een gevarenzone bevindt.
Tijdens de werking moet een minimum afstand van de ap-paratuur in acht genomen worden om geen afbreuk te doen aan de veiligheid van de operator in onverwachte voorvallen. Volgende zones worden eveneens als gevaarlijke zones beschouwd / • Alle werkzones vanbinnen in de apparatuur• Alle zones beschermd door passen-de beschermings- en beveiligings-systemen zoals foto-elektrische fo-tocellen, beschermende panelen, onderling vergrendelde deuren, be-schermende behuizingen. • Alle zones binnen bedieningspane-len, schakelkasten en klemmenkas-ten. • Alle gebieden rondom de functio-nerende apparatuur indien de mi-nimum veiligheidsafstanden niet in acht genomen worden.
BENODIGDHEDEN VOOR DE IN-STALLATIE / In het algemeen moet de bevoegde technische operator voor de correc-te verrichting van de installatiewerk-zaamheden beschikken over ge-schikt gereedschap zoals: - Platte schroevendraaiers van 3 en 8 mm en een middelgrote kruis-schroevendraaier.
- 8 -DEZE HANDLEIDING IS EIGENDOM VAN DE FABRIKANT EN ELKE, OOK GEDEELTELIJKE, REPRODUCTIE IS VERBODEN. - Verstelbare pijpentang- Hulpmiddelen voor gas (slangen, afdichtingen enz. )- Elektricien schaar- Hulpmiddelen voor water (slangen, afdichtingen enz. )- Zeskantsleutel 8 mm- Gaslek detector- Hulpmiddelen voor elektriciteit (ka-bels, aansluitklemmen, industriële contactdozen enz. )- Steek- en moersleutels 8 mm- Volledige installatiekit (elektriciteit, gas, enz. )Verder is er naast het vermel-de gereedschap ook een hef-werktuig nodig voor het heffen van de apparatuur; dit werktuig moet aan alle voor hefmiddelen geldende normen voldoen.
BLIJVEND RISICO VOOR VERPLETTERING VAN DE LEDEMATEN / Dit risico treedt op wanneer men onopzettelijk contact maakt tussen de delen tij-dens de plaatsing, het transport, de opslag, het assembleren en het ge-bruik van de apparatuur. BLIJVEND RISICO VOOR ONTPLOFFING / Dit risico be-staat bij: • Aanwezigheid van gasgeur in de omgeving;• gebruik van het apparaat in een at-mosfeer die stoffen met ontplofngs-gevaar bevat;• gebruik van eetwaren in gesloten recipiënten (bijvoorbeeld bokalen en blikjes) indien deze niet geschikt zijn voor die toepassing;• gebruik van ontvlambare vloeistof-fen (bijvoorbeeld alcohol). BLIJVEND RISICO VOOR BRAND / Dit risico bestaat bij: gebruik van ontvlambare vloeistoffen/materialen. ALGEMENE INFORMATIE VOOR DE VEILIGHEID.
- 9 -DEZE HANDLEIDING IS EIGENDOM VAN DE FABRIKANT EN ELKE, OOK GEDEELTELIJKE, REPRODUCTIE IS VERBODEN. 3. PLAATSING EN VERPLAATSINGNLZie “Algemene informatie voor de veiligheid” vooraleer de handelin-gen uit te voeren. VERPLICHTINGEN - VERBODEN - ADVIES - AANBEVELINGENBij ontvangst de verpakking van de machine openen en controle-ren dat de machine en de acces-soires tijdens het transport geen schade hebben opgelopen; in dat geval de transporteur hierover onmiddellijk infor-meren en niet verder gaan met de instal-latie maar het gekwaliceerde en be-voegde personeel raadplegen. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor schade veroorzaakt tijdens het transport. VEILIGE VERPLAATSINGHet niet in acht nemen van de hieronder beschreven in-structies heeft de blootstel-ling aan gevaar op ernstig letsel tot gevolg.
De operator die bevoegd is voor de verplaatsing en installatie van de apparatuur moet, indien nodig, een "veiligheidsplan" voorbe-reiden ter bescherming van de veilig-heid van de bij de handelingen betrok-ken personen. Verder moeten de wetten en normen met betrekking tot verplaatsbare werkplaatsen strikt en nauwgezet worden toegepast en in acht worden genomen. Zorg ervoor dat de gebruikte hijsmiddelen beschikken over een voldoende capaciteit voor de te heffen lading en in goede staat van onderhoud verkeren. Voor de handelingen voor ver-plaatsing moeten hefmiddelen worden gebruikt die beschikken over voldoende capaciteit voor het ge-wicht van de apparatuur vermeerderd met 20%. Volg de op de verpakking en/of de apparatuur vermelde aanwijzin-gen alvorens de verplaatsing te beginnen. Bepaal het zwaartepunt van de lading alvorens de apparatuur te heffen.
De apparatuur op een minimale afstand vanaf de vloer heffen om de verplaatsing ervan mogelijk te maken. Tijdens het opheffen of de ver-plaatsing niet onder de appara-tuur doorlopen of blijven staan. VERPLAATSING EN TRANS-PORT - ZIE PAR. ILLUSTRATIES - REFERENTIE a).
De positie van de ingepakte ap-paratuur moet worden behou-den volgens de indicaties van de pictogrammen en opschriften op de buitenkant van de verpakking. 1. Bij het positioneren van het hefmid-del het zwaartepunt van de te heffen lading controleren (detail B - C). 2. De apparatuur heffen net zoveel als genoeg is voor de verplaatsing. 3. De apparatuur positioneren op de voor de opstelplaats gekozen plek. OPSLAG / De opslagmethoden van de materialen moeten voorzien in pallets, recipiënten, transportbanden, voertuigen, gereedschappen en hijs-middelen die beschikken over dus-danige kenmerken dat schade door trillingen, botsingen, frictie, corrosie, temperatuur of andere mogelijke om-standigheden vermeden wordt. De opgeslagen onderdelen moeten regel-matig gecontroleerd worden op even-tuele degradatie.
- 10 -DEZE HANDLEIDING IS EIGENDOM VAN DE FABRIKANT EN ELKE, OOK GEDEELTELIJKE, REPRODUCTIE IS VERBODEN.PLAATSING EN VERPLAATSING1. De bovenste en laterale hoekbe-schermingen in volgorde verwijderen.2. Al het voor de verpakking gebruikte beschermend materiaal verwijderen.3. De apparatuur net voldoende heffen en de pallet verwijderen.4. De apparatuur op de vloer positio-neren.5. Het gebruikte hefmiddel afvoeren.6. Het zone van de werkzaamheden van al het verwijderde materiaal ontdoen.Na de verwijdering van de verpak-king mogen er geen wijzigingen, deuken of andere afwijkingen zijn. Neem anders onmiddellijk contact op met de assistentiedienst.VERWIJDERING VAN HET BE-SCHERMENDE MATERIAAL / De apparatuur is aan de buitenkant be-schermd met een laag kleeffolie die na het voltooien van de positionering handmatig moet worden verwijderd.
De buiten- en de binnenkant van de apparatuur zorgvuldig reinigen en van al de voor de onderdelen gebruikte beschermende materialen ontdoen.Let goed op de roestvrijstalen op-pervlakken niet te beschadigen; in het bijzonder mogen geen bijten-de producten, schurende materialen of scherp gereedschap worden gebruikt.Het apparaat niet reinigen met waterstralen onder druk, recht-streekse waterstralen ofstoom-reinigers.Gebruik geen agressieve mate-rialen (PH
- 11 -DEZE HANDLEIDING IS EIGENDOM VAN DE FABRIKANT EN ELKE, OOK GEDEELTELIJKE, REPRODUCTIE IS VERBODEN. 3. PLAATSING EN VERPLAATSINGNL4. AANSLUITING OP DE ENERGIEBRONNENMONTAGE IN GROEP / ZIE PAR. IL-LUSTRATIES - REF. c)Bij de voorziene modellen, verwijder de knoppen en draai de schroeven voor de bevestiging van het dash-board (det. F). Ontvlambare wanden / De mini-male afstand van de apparatuur tot de zijwanden moet 10 cm zijn en tot de achterwand moet dit 20 cm zijn. Als deze afstand minder be-draagt, dan moet u de wanden tegen de apparatuur isoleren met brandwe-rende en/of isolerende behandelingen. Plaats de apparaten zo dat de zijkan-ten perfect aansluiten (det. G). Nivel-leer de apparaten zoals eerder be-schreven (detail E). Plaats de schroeven in hun zittingen en blokkeer de twee structuren met de borgmoeren (det. H1-H3). Plaats de beschermdoppen terug tus-sen de apparaten (det.
H2). INVOEGEN WERKSTATION (OPTIONEEL) ZIE PAR. ILL - REF. c)Voor het invoegen moet het werksta-tion gepositioneerd en bevestigd wor-den met de meegeleverde schroeven (detail L1). Na het voltooien van de beschreven handelingen moeten de instrumen-tenborden en de knoppen van de ver-schillende apparaten in hun zittingen worden teruggeplaatst. Zie “Algemene informatie voor de veiligheid” vooraleer de handelingen uit te voeren.
Deze handelingen moeten wor-den uitgevoerd door gekwali-ceerde en bevoegde techni-sche operatoren, in overeenkomst met de geldende betreffende wetten en met gebruik van geschikt en be-schreven materialenOver het algemeen de appara-tuur wordt geleverd zonder netsnoeren en zonder buizen voor de aansluiting op de water- en gasvoorzieningen en de afvoerAANSLUITING OP DE ELEKTRI-SCHE VOEDINGDe elektrische aansluiting moet worden uitgevoerd in overeenstemming met de plaatselijke normen die van kracht zijn, en dit alleen door bevoegd, bekwaam personeel.
De technische gegevens zoals vermeld op het typeplaatje van de apparatuur en weergegeven in deze handleiding controleren alvorens de aansluitingen tot stand te brengen. Sluit het apparaat aan op een omnipolaire stroomvoorziening met overspanningscategorie III. AARDING / Het is noodzakelijk om het apparaat op een aarding aan te sluiten. Hiertoe moet u de klemmen gemarkeerd met de symbolen op het klemmenbord van de aankomst van de lijn aansluiten op een efciënte aarding, die conform met de plaatselijke normen die van kracht zijn is uitgevoerd. SPECIFIEKE WAARSCHUWINGEN / De elektrische veiligheid van dit ap-paraat is alleen verzekerd wanneer het apparaat correct is aangesloten op een efciënt aardingssysteem, zoals aangegeven in de plaatselijke normen voor elektrische veiligheid die van kracht zijn. De fabrikant wijst alle.
- 12 -DEZE HANDLEIDING IS EIGENDOM VAN DE FABRIKANT EN ELKE, OOK GEDEELTELIJKE, REPRODUCTIE IS VERBODEN. AANSLUITING OP DE ENERGIEBRONNENverantwoordelijkheid af wanneer deze veiligheidsnormen niet worden nage-leefd. Het is noodzakelijk om deze fundamentele veiligheidsvereiste te controleren en in geval van twijfel een zorgvuldige controle van het systeem aan te vragen, uitgevoerd door ge-kwaliceerd, professioneel personeel. De fabrikant kan niet verantwoorde-lijk worden gehouden voor eventuele schade veroorzaakt door het ontbre-ken van de aarding van de groep. De (geelgroene) aardingska-bel niet onderbreken. AANSLUITINGEN OP DE VER-SCHILLENDE ELEKTRISCHE DISTRIBUTIENETTEN - ZIE PAR. ILLUSTRATIES - REF. d). Verwijder in de voorziene gevallen het paneel van de kast waarin het klemmenbord zit aan de achter-kant van de machine.
De apparaten zijn geleverd om te wer-ken met de spanningen aangegeven op het gegevensplaatje dat op het apparaat is aangebracht. Elke andere aansluiting moet als oneigenlijk en bij-gevolg gevaarlijk worden beschouwd. Het is verplicht om de aanslui-ting te respecteren zoals voorzien door de fabrikant, te zien op het aansluitingsplaatje in de buurt van het klemmenbord. Het is verboden om de bekabe-ling vanbinnen in het apparaat te wijzigenELEKTRISCHE AANSLUITING VAN DE KABEL OP HET KLEMMENBORDSluit de voedingskabel op het klemmen-bord aan zoals beschreven in: “Aan-sluiting op de elektrische voeding” en aangegeven op het aansluitingsplaatje. Het schema en de tabel (zie TECHNI-SCHE GEGEVENS) geven de mogelij-ke aansluitingen aan in verhouding tot de netspanning. AANSLUITING OP HET “EQUIPOTENTIALE” SYSTEEM - ZIE PAR. ILLUSTRATIES - REF. e).
De aarding dient om te verzekeren dat de massa’s van de apparaten op dezelfde potentiaal-waarde als het terrein zijn. Bovendien vergemakkelijkt de aar-ding de automatische interventie van de differentiaalschakelaar. De beschermingsaarding betreft niet al-leen de elektrische installatie, maar alle andere installaties en metalen delen van het gebouw, van de leidin-gen tot de hydraulische installatie, van de balken tot de verwarmings-installatie enzovoort, zodat het hele gebouw in veiligheid is gesteld, ook in geval van een eventuele blikse-minslag die het gebouw kan treffen. Zie “Algemene informatie voor de veiligheid” vooraleer verder te gaan. Het apparaat moet in een “equipotentiaal” systeem geïnte-greerd zijn, waarvan de efciën-tie gecontroleerd moet worden vol-gens de normen die in het land van installatie van kracht zijn.
De elektricien-technicus die de algemene elektrische installatie voorziet, moet garanderen dat de in-stallatie aan de normen beantwoordt wat betreft rechtstreeks en onrecht-streeks contact. De elektricien-technicus moet er-voor zorgen om alle verschillende massa’s op dezelfde potentiaal aan te sluiten, om zo een goed “equipotentiaal” aardingssysteem te.
- 13 -DEZE HANDLEIDING IS EIGENDOM VAN DE FABRIKANT EN ELKE, OOK GEDEELTELIJKE, REPRODUCTIE IS VERBODEN. 4. AANSLUITING OP DE ENERGIEBRONNENNL5. HANDELINGEN VOOR DE INBEDRIJFSTELLINGALGEMENE WAARSCHUWIN-GENDe operatoren zijn verplicht zich door middel van deze handleiding goed te informe-ren alvorens enige handeling te verrichten en daarbij de specieke veiligheidsvoorschriften in acht te nemen om elke vorm van interactie mens-machine veilig te maken. Elke technische wijziging heeft een impact op de wer-king of de veiligheid van de machine en moet derhalve alleen worden verricht door technisch personeel van de fabrikant of door deze uitdrukkelijk gemachtigde technici. Zo niet, wordt elke aan-sprakelijkheid af voor wijzigingen of schade die daaruit zou kunnen ontstaan door de fabrikant afgewe-zen.
Ook na het vergaren van de benodigde informatie is het noodzakelijk om, bij het eer-ste gebruik van de apparatuur, en-kele testhandelingen te verrichten om de belangrijkste functies van de apparatuur, zoals bijvoorbeeld de in- en uitschakeling, sneller te onthouden. De apparatuur wordt voor de levering door de fabrikant ge-test en is ingesteld voor het op het aanwezige typeplaatje weer-gegeven type gas en elektrische voeding. INBEDRIJFSTELLING VOOR DE EERSTE OPSTART / Na het voltooi-en van de werkzaamheden voor de plaatsing en voor de aansluiting op de energiebronnen (inclusief, waar voorzien, de werkzaamheden voor het verbinden met het rioolsysteem), moet de volgende serie handelingen hebben op de plaats waar de verschil-lende apparaten worden geïnstalleerd.
Voor de aansluiting van het ap-paraat op het “equipotentiale” systeem van het lokaal is het noodzakelijk dat men zorgt voor een geel/groene elektrische kabel, ge-schikt voor het vermogen van de geïn-stalleerde uitrustingen. Het plaatje “Equipotentiaal” van het apparaat bevindt zich gewoonlijk op het paneel ervan, in de buurt van het systeem voorzien voor de koppeling.
Wanneer u die hebt gevonden (zie schematische tekening voor de cor-recte plaats), voert u de aansluiting uit. 1. Sluit het ene uiteinde van de elek-trische massakabel (de kabel moet met de dubbele geel/groene kleur gemarkeerd zijn) aan op het sys-teem voorzien voor “equipotentia-le” koppeling van het apparaat (zie schematische tekening afb. 1). 2. Sluit het andere uiteinde van de elektrische massakabel aan op het systeem voorzien voor de “equipotentiale” koppeling van de plaats waar het apparaat wordt ge-installeerd (afb. 2).
voor water, elektriciteit, gas indien van toepassing);- Controle van de afvoeren (indien van toepassing); - Inspectie en controle van de externe afzuigsystemen rookgassen/dampen (indien van toepassing); - Inspectie en controle van de be-schermende panelen (alle panelen moeten correct gemonteerd zijn)In geval van een stop als ge-volg van een afwijkende wer-king of noodsituatie is het ver-plicht, in geval van dreigend gevaar, alle afsluitinrichtingen van de energiebronnen stroomop-waarts van de apparatuur te slui-ten (bijv Water - Gas - Elektriciteit)STOP WEGENS STORING WER-KING. Veiligheidscomponent / STOP: In situaties of omstandigheden die gevaar kunnen opleveren grijpt de beveiligingseenheid in en wordt de warmteproductie automatisch ge-stopt. De productiecyclus wordt on-derbroken totdat de oorzaak van de storing verwijderd wordt.
HERSTART: Na het oplossen van het probleem dat de tussenkomst van de beveiligingseenheid heeft veroor-zaakt, kan de bevoegde technische operator de apparatuur met de ge-paste opdrachten opnieuw starten. INWERKINGSTELLING VOOR DE EERSTE OPSTARTDe apparatuur moet bij de eer-ste inwerkingstelling en na een lang-durige inactiviteit zorgvuldig gerei-nigd worden om elk spoor van restmaterialen te verwijderen (zie Verwijdering beschermend materiaal)DAGELIJKSE INWERKINGSTEL-LING1. Controleer de staat van reiniging en hygiëne van de apparatuur. 2. Controleer de juiste werking van het afzuigsysteem van de ruimte. 3. Steek desgevallend de stekker van het apparaat in het voorziene stop-contact voor elektrische voeding. 4.
De netwerkafsluitingen stroomop-waarts van de apparatuur openen (Gas - Water - Elektriciteit). 5. Controleer dat de waterafvoer (in-dien aanwezig) vrij is van verstop-pingen. Wanneer de beschreven handelingen met succes zijn uitgevoerd, gaat u verder met “Productieopstart”. Om de lucht uit de leidingen af te laten, volstaat het de netaf-sluiter te openen, draai terwijl men de draaiknop van het apparaat in piëzo-elektrische stand ingedrukt houdt, houd een vlam (lucifer of an-dere) bij de waakvlam en wacht op ontbranding. DAGELIJKSE BUITENDIENST-STELLING / Na de hierboven beschreven hande-lingen moet men:1. De netwerkafsluitingen stroom-opwaarts van de apparatuur sluiten (Gas - Water - Elektriciteit). 2. Controleren of de afvoerkranen (in-dien aanwezig) in de gesloten positie staan. 3.
- 15 -DEZE HANDLEIDING IS EIGENDOM VAN DE FABRIKANT EN ELKE, OOK GEDEELTELIJKE, REPRODUCTIE IS VERBODEN.5.HANDELINGEN VOOR DE INBEDRIJFSTELLINGNLmoeten alle handelingen van de da-gelijkse buitendienststelling worden verricht en moeten de meest aan oxidatie blootgestelde delen als volgt beschermd worden:1. Reinig de delen met een lauw en mild zeepsopje;2. Spoel de delen zorgvuldig af maar gebruik geen directe waterstraal of hogedrukspuit.3. Alle oppervlakken zorgvuldig dro-gen met een niet-schurend materiaal;4.
Veeg met een niet-schurende doek die lichtjes is bevochtigd met vaseli-ne-olie geschikt voor voedingswaren over alle oppervlakken in roestvrij staal, om een beschermend laagje op het oppervlak te creëren.In het geval van apparatuur met deu-ren en rubberen afdichtingen, de deur voor de ventilatie enigszins open la-ten en een beschermend laagje talk-poeder aanbrengen over het gehele oppervlak van de rubberen afdichtin-gen. De apparatuur en ruimten regelma-tig ventileren.Om ervoor te zorgen dat de ap-paratuur in optimale technische omstandigheden verkeert, moet het onderhoud ten minste eenmaal per jaar door een erkende technicus van de assistentiedienst worden uit-gevoerd.6.VERVANGING ONDERDELEN NEEM CONTACT OP MET DE BEVOEGDE TECHNISCHE ASSISTEN-TIEDIENST EN RAADPLEEG DE TECHNISCHE HANDLEIDING.
Afstelling van de temperatuur. / 2. Start/Stop van de verwarmingsfase. 2 GROEN VERLICHTE INDICA-TOR: De indicator is onderge-schikt aan het gebruik van de draai-knop voor inschakeling. De verlichting van de indicator geeft een werkingsfa-se aan. 3GEEL VERLICHTE INDICATOR: Indien de indicator aanwezig is, is die ondergeschikt aan het gebruik van de draaiknop van de thermostaat. De verlichting van de indicator geeft een verwarmingsfase aan. OPSTART VOOR DE PRODUCTIEZie “Algemene informatie voor de veiligheid / Blijvende risico’s” vooraleer de handelingen uit te voerenZie “Dagelijkse inwerkingstel-ling” vooraleer verder te gaan. Tijdens het inbrengen en weg- nemen van het product uit het apparaat blijft het risico voor brandwonden, dit risico kan zich voordoen bij toevallig contact met: kookplaat - bereidingskamer - recipi-enten of bewerkt materiaal.
INSCHAKELEN/UITSCHAKELEN - zie par. ILL. - REFERENTIE g)Om de bereidingsprocedure te begin-nen moet men als volgt tewerk gaan:• Draai de knop naar de gewenste stand om de werkingstemperatuur te regelen (Afb. 1). • De verlichting van de groene indica-tor geeft de werkingsfase aan (Afb. 1A). De verlichting van de gele in-dicator geeft de verwarmingsfase aan (Afb. 1B). • Draai de knop naar de stand “Nul” (afb. 1C) om het opwekken van warmte te stoppen. De werkingstemperatuur wordt op de oven ingesteld door aan de draaiknop van de thermo-staat te draaien (zie indicaties op de draaiknop). Bij het dubbele commando (2 draaiknoppen thermostaat) be-dient elke draaiknop de werking met twee roosters (zie schema D). PRODUCT VULLEN/VERWIJDEREN - zie par. ILL - REF. g)Gebruik geen potten of andere recipiënten om de voedings-waren op het rooster te ver-werken (koken).
- 17 -DEZE HANDLEIDING IS EIGENDOM VAN DE FABRIKANT EN ELKE, OOK GEDEELTELIJKE, REPRODUCTIE IS VERBODEN. 7. GEBRUIKSINSTRUCTIESNLWacht tot de gewenste tempe-ratuur is bereikt voordat u de voedingswaren op het rooster plaatstVerboden om vette en/of ont-vlambare sausen te gebruiken. Gevaar vrije vlammen. VOOR DE MODELLEN VAN DE WGE9. mogen de onderste bakken alleen water bevatten, het zijn geen opvangbakken voor VET-TEN OLIE. Het rooster kan op twee manieren worden gebruikt - zie par. ILLUSTR - REF g): 1. Werkwijze A - zie afb. 2A2. Werkwijze B - zie Afb. 2B - Bereiding van magere voedingswaren1. Wanneer de ingestelde temperatuur is bereikt, legt u het product dat u wilt klaarmaken rechtstreeks op het rooster (afb. 2). 2.
Op het einde van het bereidingspro-ces het product wegnemen van het ap-paraat met speciale gereedschappen en op een plaats neerzetten die vooraf is klaargemaakt voor het neerzetten van het bewerkte product. Na het wegnemen van het product gaat men verder met een nieuwe lading of met de handelingen beschreven onder “Buitendienststelling”. BUITENDIENSTSTELLING - zie par. ILL. - REF. h)Op het einde van de werkcyclus moet men de draaiknoppen op het apparaat naar de stand “Nul” draaien. Het apparaat moet regelmatig worden schoongemaakt, en alle aanslag en/of voedingsresten moeten verwijderd worden, zie “Onder-houd”. Indien aanwezig moeten de ver-lichte indicatoren op het einde van iedere werkcyclus uit blij-ven. Controleer of het apparaat optimaal schoongemaakt en hygiënisch is, zie “Onderhoud”. Sluit de netwerkafsluitingen stroomop-waarts van de apparatuur (gas/water/elektriciteit).
4 - zie Onderhoud)Tijdens het aaten van verbran-de vloeistoffen bestaat een blij-vend risico voor brandwonden, dit risico kan zich voordoen bij toevallig contact met olie/water die op hoge temperaturen werd verwerkt. Wacht tot de temperatuur van de vloeistof is afgekoeld voordat u doorgaat met de werkzaamhe-den. De inhoud van het opvangrecipi-ent is beperkt, daarom is het ver-plicht om het vullen van het reci-piënt te controleren tijdens het aaten. Voor een veilige verplaatsing mag u het opvangrecipiënt niet met meer dan 3/4 van de inhoud vullen. Haal het uit zijn zitting, giet uit en plaats het dan terug in zijn zitting. Het recipiënt leegmaken vol-gens de procedures voor verwij-dering die van kracht zijn in het land van gebruik, en het leeggemaak-te recipiënt in de speciale houder te-rugplaatsen (afb. 5).
- 18 -DEZE HANDLEIDING IS EIGENDOM VAN DE FABRIKANT EN ELKE, OOK GEDEELTELIJKE, REPRODUCTIE IS VERBODEN. ONDERHOUDVERPLICHTINGEN - VERBODEN - ADVIES - AANBEVELINGENRaadpleeg hoofdstuk 2 en hoofdstuk 5 vooraleer verder te gaan. Indien het apparaat op een schoorsteen is aangesloten, moet de afvoerbuis worden schoongemaakt volgens de bepalin-gen van de specieke normvoorschrif-ten van het land (contacteer uw instal-lateur voor informatie hieromtrent). Het apparaat wordt gebruikt voor de bereiding van producten voor voedingsgebruik, houd het apparaat en de hele omgeving errond constant rein. Het niet naleven van optimale hygiënische omstandighe-den kan oorzaak zijn van vroegtijdige slijtage van het apparaat en gevaarlij-ke situaties creëren.
Vuilresten die zich ophopen in de buurt van warmtebronnen kunnen tijdens het normale ge-bruik van het apparaat ontbranden en zo gevaarlijke situaties creëren. Het apparaat moet regelmatig worden schoongemaakt, en alle aanslag en/of voedingsresten moeten verwijderd worden. Het chemische effect van zout en/of azijn of andere stoffen die chloor bevatten, kan op lange termijn fenomenen van corrosie bin-nenin de bereidingszone genereren. Als het apparaat met dergelijke stoffen in contact komt, moet het zorgvuldig met speciek schoonmaakproduct worden schoongemaakt, overvloedig worden nagespoeld en met zorg wor-den afgedroogd. Let goed op de roestvrijstalen op-pervlakken niet te beschadigen; in het bijzonder mogen geen bijtende pro-ducten, schurende materialen of scherp gereedschap worden gebruikt.
De schoonmaakvloeistof voor de reiniging van het kookvlak moet welbepaalde chemische eigenschap-pen hebben: pH groter dan 12, vrij van chloor/ammoniak, viscositeit en densi-teit zoals water. Gebruik geen agres-sieve producten voor de schoonmaak aan de buitenkant en de binnenkant van het apparaat (gebruik in de han-del verkrijgbare schoonmaakproduc-ten die aangewezen zijn voor staal, glas en email).
Lees aandachtig de aanwijzin-gen op het etiket van de ge-bruikte producten, draag een beschermingsuitrusting die geschikt is voor de uit te voeren werkzaamheden (Zie beschermingsmiddelen vermeld op het etiket van de verpakking). In geval van langdurige inactiviteit, is het noodzakelijk om naast alle voedingslijnen af te sluiten ook een zorgvuldige schoonmaak van alle interne en externe delen van het appa-raat uit te voeren. Wacht tot de temperatuur van het apparaat en alle onderdelen is afgekoeld, zodat de gebruiker niet wordt verbrandHet apparaat niet reinigen met waterstralen onder druk, recht-streekse waterstralen ofstoom-reinigers8.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met MBM WGE74 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Grillplaat MBM
Alle MBM Grillplaat handleidingen