MBM WGG78A Handleiding


Pagina's 236 Grillplaat

Bekijk de handleiding van MBM WGG78A gratis online of download de PDF. 39 mensen vonden deze handleiding nuttig. Vraag over dit model? Stel een vraag

06/2021 - Ed 0 - Cod. n°
202536
GAS
WGG74
WGG78
EN
PL
FR
RU
NO
ES
DE
PT
IT
NL
GRIGLIA AD ACQUA
MANUALE DI INSTALLAZIONE E USO
WATER GRILL
INSTALLATIONS AND USE INSTRUCTIONS
GRILL À EAU
MANUEL D’INSTALLATION ET D’UTILISATION
PARRILLA DE AGUA
MANUAL DE USO E INSTALACIÓN
WASSERGRILL
INSTALLATIONS- UND BEDIENUNGSANLEITUNG
GRELHA DE ÁGUA
MANUAL DE INSTALAÇÃO E UTILIZAÇÃO
WATERGRILL
HANDLEIDING VOOR INSTALLATIE EN GEBRUIK
GRILL NA WODĘ
PODRĘCZNIK INSTALACJI I OBSŁUGI
ВОДЯНОЙ ГРИЛЬ
РУКОВОДТВО ПО УСТАНОВКЕ И ЭКСПЛУАТАЦИИ
DAMPGRILL
HÅNDBOK FOR INSTALLASJON OG BRUK

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: MBM
Categorie: Grillplaat
Model: WGG78A

Handleiding MBM WGG78A – volledige tekst

Het is de ho-mogene operator verboden eni-ge werkzaamheden te verrichten (installatie, onderhoud en/of an-dere) zonder eerst de volledige documentatie te raadplegen. Kin-deren mogen niet met het appa-raat spelen. Reiniging en onder-houd mag niet door kinderen worden gedaan zonder toezicht.Gebodsaanduidingen. Verplichting om de instruc-ties te lezen alvorens enige werkzaamheid te verrichten.Verplichting om de stroomtoe-voer stroomopwaarts van het apparaat af te sluiten, telkens men in veilige omstandigheden moet werken.

- 2 -DEZE HANDLEIDING IS EIGENDOM VAN DE FABRIKANT EN ELKE, OOK GEDEELTELIJKE, REPRODUCTIE IS VERBODEN. VOORWOORD / Dit document is op-gesteld door de fabrikant in zijn eigen taal (Italiaans). De in dit document opgenomen informatie is voor het ex-clusieve gebruik door operatoren be-voegd voor de bediening van de ap-paratuur in kwestie. De operatoren moeten worden op-geleid met betrekking tot alle aspec-ten van de werking en de veiligheid. Speciale veiligheidseisen (Verplich-ting-Verbod-Risico) zijn vermeld in het daaraan gewijde specieke hoofd-stuk. Dit document mag niet ter inzage aan derden worden gegeven zonder schriftelijke toestemming van de fabri-kant. De tekst mag zonder schriftelij-ke toestemming van de fabrikant niet gebruikt worden in andere publicaties.

Het gebruik van: Tekeningen/Afbeel-dingen/Illustraties/Schema’s in het do-cument is enkel indicatief en kan aan wijzigingen onderhevig zijn. De fabri-kant behoudt zich het recht voor om wijzigingen aan te brengen zonder dit te moeten meedelen. DOEL VAN HET DOCUMENT / Ie-dere interactie tussen de bediener en het apparaat tijdens de hele levenscy-clus van het toestel werd aandachtig geanalyseerd, zowel tijdens de ont-werpfase als tijdens de opmaak van dit document. Wij hopen dan ook dat deze documentatie kan bijdragen tot het handhaven van de kenmerkende efciëntie van de apparatuur. Wan-neer de weergegeven instructies strikt worden opgevolgd wordt het risico op arbeidsongevallen en/of economische schade tot een minimum beperkt. 1. ALGEMENE INFORMATIE VOOR DE VEILIGHEIDVeiligheidsbril verplicht. Veiligheidshandschoenen verplicht. Veiligheidshelm verplicht. Veiligheidsschoenen ver-plicht.

Tips en suggesties voor het correct uitvoeren van een pro-cedure“Homogene” operator (ge-kwaliceerde technicus) / Ervaren operator, bevoegd voor de hantering, transport, installa-tie, onderhoud, reparatie, en ont-manteling van de apparatuur. “Heterogene” operator (Operator met beperkte be-voegdheden en taken). Persoon die gemachtigd en ge-lastigd wordt met de bediening van de apparatuur met actieve veiligheidsvoorzieningen, in staat om eenvoudige taken uit te voe-ren. Symbool van de aarding. Symbool aansluiting op het equipotentiale systeem. Verplichting om te voldoen aan de geldende normen voor de afvalverwerking.

- 3 -DEZE HANDLEIDING IS EIGENDOM VAN DE FABRIKANT EN ELKE, OOK GEDEELTELIJKE, REPRODUCTIE IS VERBODEN. 1. ALGEMENE INFORMATIE VOOR DE VEILIGHEIDNLHET DOCUMENT LEZEN / Het document is onderverdeeld in hoofd-stukken die per onderwerp alle infor-matie verzamelen die nodig is om het apparaat zonder risico’s te bedienen. Elk hoofdstuk is onderverdeeld in pa-ragrafen, elke paragraaf kan precise-ringen hebben met een ondertitel en een beschrijving. HET DOCUMENT BEWAREN / Dit do-cument en alles wat in het zakje erbij zit, maakt integraal deel uit van de ori-ginele levering en moet daarom goed worden bewaard en gebruikt geduren-de de gehele levensduur van de ap-paratuur.

DOELGROEP / Dit document is ge-structureerd voor:- “Homogene operator” (gespeciali-seerde en bevoegde technicus), dit be-tekent alle operatoren die bevoegd zijn voor het verplaatsen, het transport, de installatie, het onderhoud, de reparatie en de ontmanteling van de apparatuur. - “Heterogene” operator (operator met beperkte bevoegdheden en taken). Bevoegde persoon, met als opdracht het apparaat met actieve beschermin-gen te laten werken, en in staat om ta-ken van gewoon onderhoud uit te voe-ren (schoonmaak van het apparaat). TRAININGSPROGRAMMA OPE-RATOREN / Op uitdrukkelijk verzoek van de gebruiker is het mogelijk de operatoren belast met het gebruik, de installatie en het onderhoud van de apparatuur te trainen volgens de in de orderbevestiging vermelde procedure.

• Apparaat • Deksel/Deksels• Metalen mand/Metalen manden• Steunrooster mand • Leidingen en/of kabels voor aansluiting op de ener-giebronnen (enkel in de voorziene ge-vallen die in de werk- order aangege-ven zijn). • Kit voor wijziging gassoort, door de fabrikant geleverdGEBRUIKSBESTEMMING / Dit apparaat is voor professioneel ge-bruik bedoeld. Het gebruik van de in deze documentatie beschreven ap-paratuur moet worden beschouwd als “Beoogd Gebruik” indien toegepast voor het koken of regenereren van voe-dingsmiddelen; elk ander gebruik moet gezien worden als “Oneigenlijk Gebruik” en dus gevaarlijk. Deze apparaten zijn bestemd voor com-.

- 4 -DEZE HANDLEIDING IS EIGENDOM VAN DE FABRIKANT EN ELKE, OOK GEDEELTELIJKE, REPRODUCTIE IS VERBODEN. merciële activiteiten (bijv. restaurant-keukens, grootkeukens, ziekenhuiskeu-kens, enz. ) en commerciële bedrijven (bijv. bakkerijen, slagerijen, enz. ) maar niet voor continue seriële productie van voedingswaren. De apparatuur moet worden gebruikt onder de in het contract vermelde voor-waarden en binnen de toelaatbare in-tensiteit zoals beschreven en vermeld in de betreffende paragrafen. Gebruik uitsluitend originele accessoires en reserveonderdelen die door de fa-brikant worden geleverd, zodat de overeenstemming met de geldende normen behouden blijft. TOEGELATEN OMSTANDIGHE-DEN VOOR DE WERKING / De ap-paratuur is uitsluitend ontworpen voor bedrijf in ruimtes met de beschreven technische beperkingen en intensiteit.

Om een optimale werking en veilig-heidsomstandigheden te verkrijgen moeten de volgende indicaties in acht worden genomen. De installatie van de apparatuur moet plaatsvinden op een geschikte plaats waar de normale han-delingen voor de bediening en gewoon en buitengewoon onderhoud mogelijk zijn. De ruimte moet derhalve geschikt zijn voor eventuele onderhoudswerk-zaamheden, op dusdanige wijze dat de veiligheid van de operator niet in gevaar wordt gebracht.

De ruimte moet verder ook beschikken over de voor de installatie vereiste eigenschappen:• maximale relatieve vochtigheid: 80%;• minimum temperatuur van het koel-water > + 10 °C;• een antislip vloer en de perfecte wa-terpas plaatsing van de apparatuur;• de ruimte moet beschikken over systemen voor ventilatie en verlich-ting zoals voorgeschreven door de plaatselijk geldende regelgeving; • de ruimte moet beschikken over een afvoer van afvalwater, alsook over schakelaars en afsluiters om indien nodig elke vorm van toevoer stroomopwaarts van de apparatuur te blokkeren;• De muren/oppervlakken in de direc-te nabijheid van/in contact met de apparatuur moeten vlamvertragend zijn en/of geïsoleerd worden van de mogelijke warmtebronnen. KEURING EN GARANTIE / Keuring: de apparatuur is getest door de fabrikant tijdens de montage op de plaats van de productie.

Alle certicaten met be-trekking tot de uitgevoerde tests worden op verzoek aan de klant geleverd. Garantie: de garantie is 12 maanden geldig vanaf de factuurdatum van het apparaat. Deze duur kan niet worden verlengd. Het dekt te vervangen defecte onderdelen, die door de koper moeten worden vervoerd. De elektrische onder-delen, de accessoires en alle andere verwijderbare voorwerpen worden niet gedekt door de garantie. De arbeidskos-ten voor ingrepen van door de fabrikant geautoriseerde technici op de site van de klant voor het verwijderen van de door de garantie gedekte defecten zijn voor rekening van de dealer. Alle eventueel door de fabrikant samen met de machine geleverde werktuigen en eenmalige onderdelen vallen niet on-der de garantie. De ingrepen voor bui-tengewoon onderhoud of die het gevolg zijn van een onjuiste installatie worden niet gedekt door de garantie.

De fabrikant is niet verantwoordelijk voor oneigenlijk gebruik van de appara-tuur, voor schade als gevolg van hande-lingen die niet in deze handleiding op-genomen zijn en niet voorafgaand door de fabrikant goedgekeurd zijn. DE GARANTIE VERVALT IN GE-VAL VAN / • Schade veroorzaakt door het transport en/of de verplaat-sing; in deze gevallen moet de klant ALGEMENE INFORMATIE VOOR DE VEILIGHEID.

- 5 -DEZE HANDLEIDING IS EIGENDOM VAN DE FABRIKANT EN ELKE, OOK GEDEELTELIJKE, REPRODUCTIE IS VERBODEN. 1. ALGEMENE INFORMATIE VOOR DE VEILIGHEIDNLElke technische wijziging heeft een impact op de werking of de veiligheid van de apparatuur en moet derhalve worden verricht door technisch personeel van de fabrikant of door deze uitdrukkelijk gemachtig-de technici. Zo niet, wordt elke aan-sprakelijkheid af voor wijzigingen of schade die daaruit zou kunnen ont-staan door de fabrikant afgewezen. Bij ontvangst en vóór gebruik de integriteit van de apparatuur en zijn onderdelen (bijv. netsnoer) controleren; in aanwezigheid van af-wijkingen de apparatuur niet in wer-king stellen en met het dichtstbijzijnde assistentiecentrum contact opnemen. Lees de instructies alvorens enige handeling te verrichteBeschermende uit-rusting dragen die geschikt is voor de uit te voeren handelingen.

Met betrek-king tot de individuele beschermings-middelen heeft de Europese Gemeen-schap richtlijnen vastgesteld waaraan de operatoren verplicht moeten voldoen. Geluid ≤ 70 dBVerboden de enkele appara-tuur te installeren ZONDER kit tegen omvallen (ACCESSOI-RE). Behalve uitvoeringen TOP. De technische gegevens zoals vermeld op het typeplaatje van de apparatuur en weergegeven in deze handleiding controleren alvorens de aansluitingen tot stand te brengen. Het is absoluut verboden om met de plaatjes en pictogrammen die op de apparatuur zijn aangebracht te knoei-en of om ze weg te nemen. Op de stroomopwaarts van de apparatuur geplaatste voe-dingsbronnen (water-gas-elek-triciteit) moeten vergrendelingsinrich-tingen worden geïnstalleerd waarmee de voedingen kunnen worden uitge-sloten, telkens wanneer men in veilige omstandigheden moet werken.

De technicus die voor de installatie van de apparatuur bevoegd is, zal op basis van de scha-de oordelen of de installatie mogelijk is. De garantie vervalt eveneens in aanwezigheid van: • Schade veroor-zaakt door onjuiste installatie. • Schade veroorzaakt door slijtage van de onderdelen door oneigenlijk gebruik. • Schade veroorzaakt door het gebruik van niet-originele onderdelen. • Schade veroorzaakt door slecht on-derhoud en/of schade veroorzaakt door gebrek aan onderhoud. • Schade veroorzaakt door de niet-na-leving van de in dit document beschre-ven procedures. VERGUNNING / De vergunning is de toestemming voor het onderne-men van een activiteit met betrekking tot de apparatuur. De vergunning wordt afgegeven door degene die verantwoordelijk is voor de appara-tuur (fabrikant, koper, ondertekenaar, tussenhandelaar en/of eigenaar van de onderneming).

- 6 -DEZE HANDLEIDING IS EIGENDOM VAN DE FABRIKANT EN ELKE, OOK GEDEELTELIJKE, REPRODUCTIE IS VERBODEN. Sluit de apparatuur in de juiste volgorde aan op de watervoor-ziening en de afvoer, dan op het gasnet (controleer op lekkages) en ver-volgens op de elektriciteitsvoorziening. De apparatuur is niet ontworpen om te werken in een explosieve atmosfeer en derhalve zijn instal-latie en gebruik in dergelijke omgevin-gen absoluut verboden. De gehele structuur plaatsen met inachtneming van de afme-tingen en kenmerken voor instal-latie zoals beschreven in de betreffen-de hoofdstukken van deze handleiding. De apparatuur is niet geschikt voor een ingebouwde installatie. / De apparatuur moet werken in goed geventileerde ruimten. / De af-voeren van de apparatuur moeten vrij zijn (niet belemmert of geblokkeerd door vreemde voorwerpen).

Het gasapparaat moet worden geplaatst onder een afzuigkap met technische eigenschappen in overeenstemming met de plaatse-lijk geldende regelgeving. Eenmaal aangesloten op de ener-giebronnen en de afvoer moet de apparatuur statisch blijven (niet verplaatsbaar) op de voor het gebruik en onderhoud gekozen plek. Een onjuiste aansluiting kan gevaar veroorzaken. Zorg, waar nodig voor aanslui-ting op de elektriciteitsvoorzie-ning, voor een exibele kabel met rubber isolatie van tenminste het type H07RN-F. De door de kabel geto-lereerde voedingsspanning mag, bij functionerend apparaat, niet afwijken van de in de tabel technische gege-vens vermelde waarde van de nomi-nale spanning ± 15%. De apparatuur moet worden op-genomen in een "Equipotenti-aal" aardingssysteem.

Indien aanwezig, moet de afvoer van de apparatuur op open wijze worden aangesloten op het net-werk voor afvoer van afvalwater met een “beker” zonder sifon. De apparatuur mag alleen voor de aangegeven doeleinden worden gebruikt.

Enig ander gebruik moet worden beschouwd als "ONEIGENLIJK" en derhalve kan de fabrikant niet aansprakelijk worden gesteld voor hierdoor veroorzaakte schade aan personen of voorwerpen. Speciale veiligheidseisen (Ver-plichting-Verbod-Risico) zijn vermeld in het daaraan gewijde specieke hoofdstuk. De openingen en/of ventilatiesple-ten voor aspiratie of warmteafvoer mogen niet worden afgedicht. Laat geen voorwerpen of brand-bare materialen in de buurt van de apparatuur. Alle vormen van voeding (water - gas - elektriciteit) vóór de apparatuur afsluiten, telkens men in veilige omstandigheden moet handelen. Telkens wanneer men binnen moet werken (aansluitingen, in-bedrijfstelling, controlehande-lingen, enz. ) moet het apparaat in overeenkomst met de veiligheidsvoor-waarden worden voorbereid (demon-tage panelen, afsluiten van water-, gas- en elektriciteitsvoorziening).

- 7 -DEZE HANDLEIDING IS EIGENDOM VAN DE FABRIKANT EN ELKE, OOK GEDEELTELIJKE, REPRODUCTIE IS VERBODEN. 2. ALGEMENE INFORMATIE VOOR DE VEILIGHEIDNLDe in dit document vermel-de informatie is bedoeld voor gebruik door de ge-kwaliceerde technische operator, be-voegd voor de verplaatsing, installatie en onderhoud van de apparatuur in kwestie. De informatie vermeld in dit document is voor ge-bruik door de “heteroge-ne” operator (operator met beperkte competenties en taken). Bevoegde persoon, met als opdracht het appa-raat met actieve beschermingen te la-ten werken, en in staat om taken van gewoon onderhoud uit te voeren (schoonmaak van het apparaat). De operatoren en gebruikers moeten worden opgeleid met betrekking tot alle aspecten van de werking en de veiligheid. Ze moeten in hun samenwerking de ver-eiste veiligheidsnormen respecteren.

De “heterogene” operator moet het apparaat bedienen nadat de voorziene technicus de installa-tie heeft beëindigd (transport, bevesti-ging, aansluitingen op elektriciteit, wa-ter, gas en afvoer). WERKZONES EN GEVAARLIJ-KE ZONES / Voor het beter om-schrijven van het toepassingsgebied en de betreffende werkzones, wordt de volgende classicatie gehanteerd:• Gevaarlijke zone: elke zone in en/of in de buurt van een machine waar-in de aanwezigheid van een blootge-steld persoon een risico inhoudt voor de veiligheid en de gezondheid van deze persoon. • Blootgesteld persoon: elke per-soon die zich volledig of gedeeltelijk in een gevarenzone bevindt. Tijdens de werking moet een mi-nimum afstand van de apparatuur in acht genomen worden om geen afbreuk te doen aan de veiligheid van de operator in onverwachte voorvallen.

• Alle zones binnen bedieningspane-len, schakelkasten en klemmenkasten. • Alle gebieden rondom de functione-rende apparatuur indien de minimum veiligheidsafstanden niet in acht ge-nomen worden. BENODIGDHEDEN VOOR DE INSTALLATIE / In het algemeen moet de bevoegde technische operator voor de correc-te verrichting van de installatiewerk-zaamheden beschikken over ge-schikt gereedschap zoals: - Platte schroevendraaiers van 3 en 8 mm en een middelgrote kruis-schroevendraaier- Verstelbare pijpentang- Hulpmiddelen voor gas (slangen, afdichtingen enz. )- Elektricien schaar- Hulpmiddelen voor water (slangen, afdichtingen enz. )- Zeskantsleutel 8 mm- Gaslek detector- Hulpmiddelen voor elektriciteit (ka-bels, aansluitklemmen, industriële contactdozen enz. )- Steek- en moersleutels 8 mm- Volledige installatiekit (elektriciteit, gas, enz.

)Verder is er naast het vermelde gereedschap ook een hefwerktuig nodig voor het heffen van de ap-paratuur; dit werktuig moet aan alle voor hefmiddelen geldende normen voldoen. INDICATIE BETREFFENDE BLIJVENDE RISICO'S / Ondanks.

- 8 -DEZE HANDLEIDING IS EIGENDOM VAN DE FABRIKANT EN ELKE, OOK GEDEELTELIJKE, REPRODUCTIE IS VERBODEN. de toepassing van regels voor “goe-de bouwtechniek” en de wettelijke be-palingen die de fabricage en de ver-koop van het product regelen, blijven er echter “blijvende risico’s” bestaan waarvan de eliminatie, als gevolg van de aard van de apparatuur, niet moge-lijk was. Deze risico’s omvatten:BLIJVEND RISICO VOOR ELEKTROCUTIE / Dit risico bestaat in geval men een in-terventie moet doen op elektrische en/of elektronische voorzieningen die onder spanning staan. BLIJVEND RISICO VOOR BRANDWONDEN / Dit risico bestaat in geval men toevallig in contact komt met materialen die zeer heet zijn. BLIJVEND RISICO VOOR BRANDWONDEN WANNEER ER MATERIAAL NAAR BUI-TEN KOMT / Dit risico bestaat in ge-val men toevallig in contact komt met naar buiten komende materialen die zeer heet zijn.

Recipiënten die te vol zijn met vloeistoffen en/of vaste stof-fen die tijdens de verwarmingsfase van morfologie veranderen (overgaan van een vaste naar vloeibare toe-stand) kunnen oorzaak zijn van brand-wonden indien op een verkeerde ma-nier gebruikt. Tijdens de bewerkingsfase moeten de gebruikte recipiënten op gemakkelijk zichtbare niveaus worden geplaatst. BLIJVEND RISICO VOOR VER-PLETTERING VAN DE LEDE-MATEN / Dit risico treedt op wan-neer men onopzettelijk contact maakt tussen de delen tijdens de plaatsing, het transport, de opslag, het assembleren en het gebruik van de apparatuur.

BLIJVEND RISICO VOOR ONTPLOFFING / Dit risico be-staat bij: • Aanwezigheid van gasgeur in de omgeving;• gebruik van het apparaat in een at-mosfeer die stoffen met ontplofngs-gevaar bevat;• gebruik van eetwaren in gesloten recipiënten (bijvoorbeeld bokalen en blikjes) indien deze niet geschikt zijn voor die toepassing;• gebruik van ontvlambare vloeistoffen (bijvoorbeeld alcohol). BLIJVEND RISICO VOOR BRAND / Dit risico bestaat bij: gebruik van ontvlambare vloei-stoffen/materialen.

- 9 -DEZE HANDLEIDING IS EIGENDOM VAN DE FABRIKANT EN ELKE, OOK GEDEELTELIJKE, REPRODUCTIE IS VERBODEN. 3. PLAATSING EN VERPLAATSINGNLZie “Algemene informatie voor de veiligheid” vooraleer de handelin-gen uit te voeren. VERPLICHTINGEN - VERBODEN - ADVIES - AANBEVELINGENBij ontvangst de verpakking van de machine openen en controle-ren dat de machine en de acces-soires tijdens het transport geen schade hebben opgelopen; in dat geval de transporteur hierover onmiddellijk infor-meren en niet verder gaan met de instal-latie maar het gekwaliceerde en be-voegde personeel raadplegen. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor schade veroorzaakt tijdens het transport. VEILIGE VERPLAATSINGHet niet in acht nemen van de hieronder beschreven in-structies heeft de blootstel-ling aan gevaar op ernstig letsel tot gevolg.

De operator die bevoegd is voor de verplaatsing en installatie van de apparatuur moet, indien nodig, een "veiligheidsplan" voorbe-reiden ter bescherming van de veilig-heid van de bij de handelingen betrok-ken personen. Verder moeten de wetten en normen met betrekking tot verplaatsbare werkplaatsen strikt en nauwgezet worden toegepast en in acht worden genomen. Zorg ervoor dat de gebruikte hijsmiddelen beschikken over een voldoende capaciteit voor de te heffen lading en in goede staat van onderhoud verkeren. Voor de handelingen voor ver-plaatsing moeten hefmiddelen worden gebruikt die beschikken over voldoende capaciteit voor het ge-wicht van de apparatuur vermeerderd met 20%. Volg de op de verpakking en/of de apparatuur vermelde aanwijzin-gen alvorens de verplaatsing te beginnen. Bepaal het zwaartepunt van de lading alvorens de apparatuur te heffen.

De apparatuur op een minimale afstand vanaf de vloer heffen om de verplaatsing ervan mogelijk te maken. Tijdens het opheffen of de ver-plaatsing niet onder de appara-tuur doorlopen of blijven staan. VERPLAATSING EN TRANS-PORT - ZIE PAR. ILLUSTRATIES - REFERENTIE b).

De positie van de ingepakte ap-paratuur moet worden behou-den volgens de indicaties van de pictogrammen en opschriften op de buitenkant van de verpakking. 1. Bij het positioneren van het hefmid-del het zwaartepunt van de te heffen lading controleren (detail B - C). 2. De apparatuur heffen net zoveel als genoeg is voor de verplaatsing. 3. De apparatuur positioneren op de voor de opstelplaats gekozen plek. OPSLAG / De opslagmethoden van de materialen moeten voorzien in pallets, recipiënten, transportbanden, voertuigen, gereedschappen en hijs-middelen die beschikken over dus-danige kenmerken dat schade door trillingen, botsingen, frictie, corrosie, temperatuur of andere mogelijke om-standigheden vermeden wordt. De opgeslagen onderdelen moeten regel-matig gecontroleerd worden op even-tuele degradatie.

- 10 -DEZE HANDLEIDING IS EIGENDOM VAN DE FABRIKANT EN ELKE, OOK GEDEELTELIJKE, REPRODUCTIE IS VERBODEN.PLAATSING EN VERPLAATSING1. De bovenste en laterale hoekbe-schermingen in volgorde verwijderen.2. Al het voor de verpakking gebruikte beschermend materiaal verwijderen.3. De apparatuur net voldoende heffen en de pallet verwijderen.4. De apparatuur op de vloer positio-neren.5. Het gebruikte hefmiddel afvoeren.6. Het zone van de werkzaamheden van al het verwijderde materiaal ontdoen.Na de verwijdering van de verpak-king mogen er geen wijzigingen, deuken of andere afwijkingen zijn. Neem anders onmiddellijk contact op met de assistentiedienst.VERWIJDERING VAN HET BE-SCHERMENDE MATERIAAL / De apparatuur is aan de buitenkant be-schermd met een laag kleeffolie die na het voltooien van de positionering handmatig moet worden verwijderd.

De buiten- en de binnenkant van de apparatuur zorgvuldig reinigen en van al de voor de onderdelen gebruikte beschermende materialen ontdoen.Let goed op de roestvrijstalen op-pervlakken niet te beschadigen; in het bijzonder mogen geen bijten-de producten, schurende materialen of scherp gereedschap worden gebruikt.Bij de reiniging van de appara-tuur geen directe waterstraal of hogedrukspuit gebruiken.Gebruik geen agressieve mate-rialen (PH

- 11 -DEZE HANDLEIDING IS EIGENDOM VAN DE FABRIKANT EN ELKE, OOK GEDEELTELIJKE, REPRODUCTIE IS VERBODEN. 3. PLAATSING EN VERPLAATSINGNL4. AANSLUITING OP DE ENERGIEBRONNENMONTAGE IN GROEP / ZIE PAR. IL-LUSTRATIES - REF. d)Bij de voorziene modellen, verwijder de knoppen en draai de schroeven voor de bevestiging van het dash-board (det. F). Ontvlambare wanden / De mini-male afstand van de apparatuur tot de zijwanden moet 10 cm zijn en tot de achterwand moet dit 20 cm zijn. Als deze afstand minder be-draagt, dan moet u de wanden tegen de apparatuur isoleren met brandwe-rende en/of isolerende behandelingen. Installeer de machines zodat elk onopzettelijk contact met hete oppervlakken uitgesloten is, in-clusief contact met hete verbrandings-gassen die uit de schoorsteen komen (zie identicatie met pictogram Hoge temperaturen en beschrijving pg.

2), voor personen die in de werkomgeving voorbijkomen en/of er werkzaamhe-den uitvoeren. Plaats de apparaten zo dat de zijkan-ten perfect aansluiten (det. G). Nivel-leer de apparaten zoals eerder be-schreven (detail E). Plaats de schroeven in hun zittingen en blokkeer de twee structuren met de borgmoeren (det. H1-H3). Plaats de beschermdoppen terug tus-sen de apparaten (det. H2). INVOEGEN WERKSTATION (OPTIONEEL) ZIE PAR. ILL - REF. d)Voor het invoegen moet het werksta-tion gepositioneerd en bevestigd wor-den met de meegeleverde schroeven (detail L1). Na het voltooien van de beschreven handelingen moeten de instrumen-tenborden en de knoppen van de ver-schillende apparaten in hun zittingen worden teruggeplaatst. Zie “Algemene informatie voor de veiligheid” vooraleer de handelingen uit te voeren.

Deze handelingen moeten wor-den uitgevoerd door gekwali-ceerde en bevoegde techni-sche operatoren, in overeenkomst met de geldende betreffende wetten en met gebruik van geschikt en be-schreven materialenDe apparatuur wordt geleverd zonder netsnoeren en zonder buizen voor de aansluiting op de water- en gasvoorzieningen en de afvoerGAS-AANSLUITING ZIE PAR. ILLUSTRATIES - REFERENTIE e)Kenmerken van de plaats van in-stallatie / Het lokaal waar het apparaat (type A1 onder kap) wordt geïnstal-leerd, moet aan de volgende kenmer-ken beantwoorden: Geventileerde ruimte, volgens de voorschriften van de plaatselijk geldende regelgeving. De afzuigkap boven de apparatuur moet gedurende de werking van de apparatuur functioneren. De afstand tussen de apparatuur en het lter van de afzuigkap moet ten minste 20 cm zijn.

Eenmaal aangesloten op de energiebronnen en de afvoer moet de apparatuur statisch blij-ven (niet verplaatsbaar) op de voor het gebruik en onderhoud gekozen plek.

- 12 -DEZE HANDLEIDING IS EIGENDOM VAN DE FABRIKANT EN ELKE, OOK GEDEELTELIJKE, REPRODUCTIE IS VERBODEN. AANSLUITING OP DE ENERGIEBRONNENOp het netwerk moet stroomop-waarts van de algemene voe-dingsleiding een veiligheidsklep geïnstalleerd worden, gemakkelijk her-kenbaar en toegankelijk voor de opera-tor (afb. 3). Om de aansluitingen op het net uit te voeren, hebt u een slang nodig die in overeenstem-ming is met de plaatselijke voor-schriften die van kracht zijn en moet de kenmerken gespeciceerd in EN 10226-1. De gastoevoerslang moet re-gelmatig gecontroleerd wor-den en/of vervangen worden door geautoriseerd technisch per-soneel in overeenstemming met de plaatselijk geldende normen.

Als een exibele slang wordt gebruikt, moet deze voldoen aan de geldende plaatselijke voorschriften; ze mogen niet langer zijn dan 2 m en mogen geen delen van het apparaat raken die aan hoge temperaturen worden bloot-gesteld. De koppeling van de appara-tuur is van het type buiten-draads 1/2”G. De pijp voor de verbinding moet van het type bin-nendraads 1/2 “G zijnDe leidingen moeten stevig op de betreffende koppelingen worden vastgedraaidControleer het geheel op gaslekken na het openen van de toevoerkraan (afb. 4)Sluit de apparaten niet aan op netwerken die gas bevatten met koolmonoxide of andere giftige componentenNa het voltooien van de werkzaamhe-den de toevoerkraan sluiten (afb. 3). Indien de injector vervangen moet worden voor de aanpas-sing aan een andere gassoort ga dan te werk volgens de procedure beschreven onder Handelingen voor de inbedrijfstelling (zie Hfdst. 5).

WIJZIGING TYPE GAS - ZIE PAR. ILLUSTRATIES - REFERENTIE f). De vanuit de fabriek geleverde machine is ingesteld op het type gas dat aangegeven staat op het typeplaatje. Andere congu-raties die de ingestelde parameters wijzigen moeten door de fabrikant of zijn gemachtigde worden goedge-keurd.

De omzetting van de ene gas-soort naar een andere moet worden verricht door gekwali-ceerd technisch personeel, be-voegd voor de te verrichten hande-ling. De juiste procedure voor de omzetting wordt beschreven in het betreffende hoofdstukVerstuivers - By-pass - Mem-branen - en andere benodigd-heden voor de omzetting van het gas moeten rechtstreeks bij de fabrikant opgevraagd wordenNa het voltooien van de omzet-ting van de ene soort voeding naar een andere moet het typeplaat-je van de apparatuur met de nieuwe parameters worden vervangen zo-als weergegeven op de bijgeleverde sticker. In enkele gevallen moeten er twee typeplaatjes vervangen worden (oventoestellen), één in de buurt van de gasaansluiting en één binnen de apparatuur (zie IL-LUSTR. f).

- 13 -DEZE HANDLEIDING IS EIGENDOM VAN DE FABRIKANT EN ELKE, OOK GEDEELTELIJKE, REPRODUCTIE IS VERBODEN. 5. HANDELINGEN VOOR DE INBEDRIJFSTELLINGNLALGEMENE WAARSCHUWINGENDe operatoren zijn verplicht zich door middel van deze handleiding goed te informeren alvorens enige handeling te verrich-ten en daarbij de specieke veilig-heidsvoorschriften in acht te nemen om elke vorm van interactie mens-ma-chine veilig te maken. Elke technische wijziging heeft een impact op de werking of de veiligheid van de machine en moet derhalve alleen worden verricht door technisch personeel van de fabri-kant of door deze uitdrukkelijk gemach-tigde technici. Zo niet, wordt elke aan-sprakelijkheid af voor wijzigingen of schade die daaruit zou kunnen ont-staan door de fabrikant afgewezen.

Ook na het vergaren van de be-nodigde informatie is het nood-zakelijk om, bij het eerste ge-bruik van de apparatuur, enkele testhandelingen te verrichten om de belangrijkste functies van de appara-tuur, zoals bijvoorbeeld de in- en uit-schakeling, sneller te onthouden. De apparatuur wordt voor de le-vering door de fabrikant getest en is ingesteld voor het op het aanwezige typeplaatje weergegeven type gas en elektrische voeding. In geval met LPG-gas (butaan of propaan) op 50 mbar wordt gevoed, is het noodzakelijk om vóór het apparaat een drukre-gelaar op 50 mbar te installeren. INBEDRIJFSTELLING VOOR DE EERSTE OPSTART / Na het voltooi-en van de werkzaamheden voor de plaatsing en voor de aansluiting op de energiebronnen (inclusief, waar voorzien, de werkzaamheden voor het verbinden met het rioolsysteem), moet de volgende serie handelingen worden verricht:1.

voor water, elektriciteit, gas indien van toepassing);- Controle van de afvoeren (indien van toepassing); - Inspectie en controle van de externe afzuigsystemen rookgassen/dampen (indien van toepassing); - Inspectie en controle van de be-schermende panelen (alle panelen moeten correct gemonteerd zijn)CONTROLE EN REGELING VAN DE GASTOEVOERGROEPENOok al is de apparatuur tij-dens de keuring al correct gekalibreerd, moet, na het voltooien van de handelingen voor de aansluitingen zoals beschreven in de voorgaande paragrafen, op de plaats van eindbestemming een gedeeltelijke controle van de inge-stelde parameters worden verricht. De eerste te controleren para-meter stelt in staat te contro-leren of de door het energie-bedrijf geleverde voeding beschikt over de juiste druk. DETECTIE TOEVOERDRUK GASIndien de gemeten druk 20% lager is dan de nominale druk (bijv.

- 14 -DEZE HANDLEIDING IS EIGENDOM VAN DE FABRIKANT EN ELKE, OOK GEDEELTELIJKE, REPRODUCTIE IS VERBODEN. HANDELINGEN VOOR DE INBEDRIJFSTELLINGtiemaatschappijDe fabrikant verleent geen garantie voor de apparatuur indien de gasdruk lager of hoger is dan de hierboven be-schreven waardenControleer of er geen gaslek-ken zijnNa het vaststellen van de gasdruk en het soort gas kan het noodzakelijk zijn om: 1. Het mondstuk te vervangen (in ge-val het geleverde soort gas afwijkt van de het gas waarvoor het appa-raat is voorzien - zie Hfdst. 6) BESCHRIJVING STOPMETHODESIn geval van een stop als ge-volg van een afwijkende wer-king of noodsituatie is het ver-plicht, in geval van dreigend gevaar, alle afsluitinrichtingen van de energiebronnen stroomop-waarts van de apparatuur te slui-ten (Water - Gas - Elektriciteit)STOP WEGENS STORING WERKING.

Veiligheidscomponent / STOP: In situaties of omstandigheden die gevaar kunnen opleveren grijpt de beveiligingseenheid in en wordt de warmteproductie automatisch ge-stopt. De productiecyclus wordt on-derbroken totdat de oorzaak van de storing verwijderd wordt. HERSTART: Na het oplossen van het probleem dat de tussenkomst van de beveiligingseenheid heeft veroor-zaakt, kan de bevoegde technische operator de apparatuur met de ge-paste opdrachten opnieuw starten. INWERKINGSTELLING VOOR DE EERSTE OPSTARTDe apparatuur moet bij de eer-ste inwerkingstelling en na een langdurige inactiviteit zorgvul-dig gereinigd worden om elk spoor van restmaterialen te verwijderen (zie Verwijdering beschermend materiaal)DAGELIJKSE INWERKINGSTELLING1. Controleer de staat van reiniging en hygiëne van de apparatuur. 2. Controleer de juiste werking van het afzuigsysteem van de ruimte. 3.

Wanneer de beschreven handelingen met succes zijn uitgevoerd, gaat u verder met “Productieopstart”. Om de lucht uit de leidingen af te laten, volstaat het de netaf-sluiter te openen, draai terwijl men de draaiknop van het apparaat in piëzo-elektrische stand ingedrukt houdt, houd een vlam (lucifer of an-dere) bij de waakvlam en wacht op ontbranding. DAGELIJKSE BUITENDIENST-STELLING / Na de hierboven beschreven hande-lingen moet men:1. De netwerkafsluitingen stroom-opwaarts van de apparatuur sluiten (Gas - Water - Elektriciteit). 2. Controleren of de afvoerkranen (in-dien aanwezig) in de gesloten positie staan. 3.

- 15 -DEZE HANDLEIDING IS EIGENDOM VAN DE FABRIKANT EN ELKE, OOK GEDEELTELIJKE, REPRODUCTIE IS VERBODEN. 5. HANDELINGEN VOOR DE INBEDRIJFSTELLINGNL1. Reinig de delen met een lauw en mild zeepsopje;2. Spoel de delen zorgvuldig af maar gebruik geen directe waterstraal of hogedrukspuit. 3. Alle oppervlakken zorgvuldig dro-gen met een niet-schurend materiaal;4. Veeg met een niet-schurende doek die lichtjes is bevochtigd met vaseli-ne-olie geschikt voor voedingswaren over alle oppervlakken in roestvrij staal, om een beschermend laagje op het oppervlak te creëren. In het geval van apparatuur met deu-ren en rubberen afdichtingen, de deur voor de ventilatie enigszins open laten en een beschermend laagje talkpoe-der aanbrengen over het gehele op-pervlak van de rubberen afdichtingen. De apparatuur en ruimten regelma-tig ventileren.

Om ervoor te zorgen dat de ap-paratuur in optimale technische omstandigheden verkeert, moet het onderhoud ten minste eenmaal per jaar door een erkende technicus van de assistentiedienst worden uitgevoerd. 6. WIJZIGING TYPE GASCONTROLE VAN DE STROOM-OPWAARTSE DYNAMISCHE DRUK / zie Detectie toevoerdruk gas. CONTROLE VAN DE DRUK VAN DE INJECTOR Indien de gemeten druk 20% lager is dan de toevoerdruk moet de installatie onderbro-ken worden en moet men contact opnemen met de assistentiedienstIndien de gemeten druk 20% hoger is dan de toevoerdruk moet de installatie onderbroken worden en moet men contact opne-men met de assistentiedienstVERVANGING VAN DE INJEC-TOR VAN DE PILOOTBRANDER - ZIE PAR. ILLUSTRATIES - REF. g)1. De afsluitkraan stroomopwaarts van de apparatuur sluiten. 2.

1) door de injector die voor het gekozen gas geschikt is, volgens de gegevens in de referentietabel. 6. Schroef de weggenomen delen en de pilootbrandergroep opnieuw aan en plaats alles terug wat verwijderd werd. Controleer de dichting van het gas met speciale instrumentenVERVANGING VAN DE INJEC-TOR VAN DE BRANDER- ZIE PAR. ILL. - REF. h) 1. De afsluitkraan stroomopwaarts van de apparatuur sluiten. 2. Demonteer het instrumentenbord3. Schroef de injector uit zijn zitting (Afb. 3). 4. Vervang de injector door de injector die overeenstemt met het gas / zie Re-ferentietabel. 5. De injector goed op zijn plaats vast-schroeven. Controleer de dichting van het gas met speciale instrumentenAFSTELLING VAN DE HOOFD-BRANDER - ZIE PAR. ILL - REF. i) Voor de afstelling van de primaire lucht:.

- 16 -DEZE HANDLEIDING IS EIGENDOM VAN DE FABRIKANT EN ELKE, OOK GEDEELTELIJKE, REPRODUCTIE IS VERBODEN. WIJZIGING TYPE GASDe afsluitkraan stroomopwaarts van de apparatuur sluiten. Draai de blokkeerschroef los (Afb. 1). Waar voorzien moet u de afstand (X) mm instellen van de bus die met het gekozen gas overeenstemt (zie Refe-rentietabel Gas). Blokkeer de bus met de schroef en breng een verzegeling erop aan zodat u geknoei kan detecterenREGELING VAN HET MINIMALE WARMTEVERMOGEN - ZIE PAR. ILL - REF. l)In de daarvoor uitgeruste modellen wordt het beperkte warmtevermogen verkregen met de schroef van het mi-nimum by-pass (Afb. 2) “gekalibreerd” en volledig aangeschroefd (zie de refe-rentietabel gas). De afsluitkraan stroomopwaarts van de apparatuur openen. Indien de schroef wordt ver-vangen, moet aan het einde van de detectie een sabotage-/detectiezegel erop worden aangebracht7.

Het apparaat uitschakelen 2 PIËZO-ELEKTRISCHE DRUK-KNOP (GAS). Voert een functie uit: 1. Bij indrukken produceert die de ont-stekingsvonk op de waakvlam. PRODUCTIEOPSTARTZie “Algemene informatie voor de veiligheid / Blijvende risico’s” vooraleer de handelingen uit te voerenZie “Dagelijkse inwerkingstelling” vooraleer verder te gaan. Tijdens het inbrengen en weg-nemen van het product uit het apparaat blijft het risico voor brandwonden, dit risico kan zich voor-doen bij toevallig contact met: kook-plaat - bereidingskamer - recipiënten of bewerkt materiaal. Voor een ideale bereiding giet u 5,5 liter water in elk recipiënt. Vul regelmatig bij, zodat er altijd wa-ter aanwezig blijft. INSCHAKELEN - zie par. ILLUSTRA-TIES - REFERENTIE n)Het apparaat moet ingeschakeld worden nadat de lade met water is gevuld. Niet droog inschake-len (GEEN lege lade).

De waakvlam is zichtbaar via het gat op het instrumentenbord (afb. 1). Na de procedure voor inschakeling van de waakvlam, draait u de draaiknop naar de gewenste stand (afb. 1/C). Bij het dubbele commando (2 draaiknoppen thermostaat) be-dient elke draaiknop de werking met twee roosters (det. D)PRODUCT VULLEN/VERWIJDEREN - zie par. ILL - REF. n)Gebruik geen potten of andere recipiënten om de voedingswa-ren op het rooster te verwerken (koken)Wacht tot de gewenste tempera-tuur is bereikt voordat u de voe-dingswaren op het rooster plaatstVerboden om vette en/of ont-vlambare sausen te gebrui-ken. Gevaar vrije vlammen.

- 18 -DEZE HANDLEIDING IS EIGENDOM VAN DE FABRIKANT EN ELKE, OOK GEDEELTELIJKE, REPRODUCTIE IS VERBODEN. GEBRUIKSINSTRUCTIESHet rooster kan op twee manieren wor-den gebruikt - zie par. ILLUSTR - REF n): 1. Werkwijze A - zie afb. 2A2. Werkwijze B - zie Afb. 2B - Bereiding van magere voedingswaren1. Wanneer de ingestelde temperatuur is bereikt, legt u het product dat u wilt klaarmaken rechtstreeks op het rooster (afb. 2). 2. Op het einde van het bereidingspro-ces het product wegnemen van het ap-paraat met speciale gereedschappen en op een plaats neerzetten die vooraf is klaargemaakt voor het neerzetten van het bewerkte product. Na het wegnemen van het product gaat men verder met een nieuwe lading of met de handelingen beschreven onder “Buitendienststelling”. BUITENDIENSTSTELLING - zie par. ILL. - REF.

o)Op het einde van de werkcyclus moet men de draaiknoppen op het apparaat naar de stand “Nul” draaien. Het apparaat moet regelmatig worden schoongemaakt, en alle aanslag en/of voedingsresten moeten verwijderd worden, zie “Onder-houd”. Indien aanwezig moeten de ver-lichte indicatoren op het einde van iedere werkcyclus uit blij-ven. Controleer of het apparaat optimaal schoongemaakt en hygiënisch is, zie “Onderhoud”. Sluit de netwerkafsluitingen stroomop-waarts van de apparatuur (gas/water/elektriciteit). Wacht tot de temperatuur van het rooster is afgekoeld, zodat de ge-bruiker geen brandwonden op-loopt. Controleer of er geen belemmeringen en/of obstructies in de afvoerleiding zijn (afb. 3) Haal de recipiënten uit hun zitting en maak ze indien nodig schoon (afb.

De inhoud van het opvangrecipi-ent is beperkt, daarom is het ver-plicht om het vullen van het reci-piënt te controleren tijdens het aaten. Voor een veilige verplaatsing mag u het opvangrecipiënt niet met meer dan 3/4 van de inhoud vullen. Haal het uit zijn zitting, giet uit en plaats het dan terug in zijn zitting. Het recipiënt leegmaken volgens de procedures voor verwijdering die van kracht zijn in het land van gebruik, en het leeggemaakte recipiënt in de speciale houder terugplaatsen (afb. 5).

- 19 -DEZE HANDLEIDING IS EIGENDOM VAN DE FABRIKANT EN ELKE, OOK GEDEELTELIJKE, REPRODUCTIE IS VERBODEN. 9. ONDERHOUDNLVERPLICHTINGEN - VERBODEN - ADVIES - AANBEVELINGENRaadpleeg hoofdstuk 2 en hoofdstuk 5 vooraleer verder te gaan. Indien het apparaat op een schoorsteen is aangesloten, moet de afvoerbuis worden schoongemaakt volgens de bepalin-gen van de specieke normvoorschrif-ten van het land (contacteer uw instal-lateur voor informatie hieromtrent). Het apparaat wordt gebruikt voor de bereiding van producten voor voedingsgebruik, houd het apparaat en de hele omgeving errond constant rein. Het niet naleven van optimale hygiënische omstandighe-den kan oorzaak zijn van vroegtijdige slijtage van het apparaat en gevaarlij-ke situaties creëren.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met MBM WGG78A stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden