Marklin 55562 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Marklin 55562 (40 pagina’s), behorend tot de categorie Modelbouw. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 14 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Marklin 55562 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Marklin |
| Categorie: | Modelbouw |
| Model: | 55562 |
Handleiding Marklin 55562 – volledige tekst
Vorbild • Prototype • Exploitation dans le réel • Grootbedrijf11De Krokodillen Wat is een Krokodil. Liefhebbers hebben de zware elektrische locomotieven van het type Ce 6/8 met de naam van dit exotische reptiel gedoopt. Ze zijn in Zwitserland vanaf 1919 voornamelijk voor de Gotthardlijn gebouwd. De locs zijn inmiddels tot mythe verheven en hebben daarmee iets bereikt, wat anders alleen aan stoomlocomotieven gegund is: de afstand tussen mens en machine werd minder. Niet alleen spoorwegmensen, maar ook technici en historici hebben deze locomotieven als mijlpaal in de geschiedenis van de techniek en als symbool van de vooruitgang waardig geacht. Toen de machines ge-bouwd werden, golden ze als overtuigende oplossing van een ernstig spoorwegtechnisch probleem. Over het wanneer en waarom de locs hun bijnaam kregen, zijn de geleerden het nog niet eens.
Of het de lange snuit was, de kracht die van hen uitging, de gelede opbouw of zelfs de kleur – eerst bruin, later groen –, daar kunnen ze nauwelijks meer achter komen. Gedwongen door moeilijkheden bij de aanschaffing van voldoende materiaal en brandstof, besloten de Zwitserse Spoorwegen (SBB) in augustus 1918 de electrificatie op alle veel bereden trajecten van hun gehele spoorwegnet uit te breiden. Capaciteitsproblemen, welke het belangrijke Gotthard-traject aan de machines stelde, b. v. twee heen- en terugritten Arth-Goldau – Chiasso binnen 28 uur met een getrokken last van ca. 430 ton op steile hellingen en ca. 850 ton op daltrajecten met maximaal 10‰ steiging, hebben voor het goederen-verkeer geleid tot de ontwikkeling van de beroemde „Krokodillen“ Ce 6/8 II.
De aandrij-ving van elk van de beide draaistellen werd verzorgd door elk twee motoren, die via raderwerk op een gemeenschappelijke tussenas werkten, waarvan de krukken aan het ene einde van de driehoek-koppel-stang lagerden en aan het andere einde een kruk in bew‘eging bracht aan een oorspronkelijk slingerend geplaatste hulpas. Het voornaamste voordeel van de gekozen wijze van aandrijving lag overeenkomstig de rendementsei-sen daarin, dat in tegenstelling met de gebruikelijke schuine drijfstangkrachtoverbrenging nu horizontale.
Vorbild • Prototype • Exploitation dans le réel • Grootbedrijf12krachten van de tussendrijfas op de wielen werden overgebracht. Het vermogen van dit type Ce 6/8II kon met 1648 kW (2 240 pk) aangegeven worden bij 36 km/u, en de maximumsnelheid bedroeg 65 km/u. Als dienstge-wicht werd 128 t genoemd. Opvallende details in de uitvoering van de historische locomotief Ce 6/8II, nr. 14 253, welke heden nog regelmatig voor speciale ritten wordt inge- zet in het gebied van zijn thuisstation Erstfeld (Zwitserland), zijn behalve de bruine kleur voor middenbouw en voo-ren achteruitbouw, zwartgelakte drijfwerken, freems en omlopen alsmede 4 opengaande deuren voor de bestuurderscabines. Het remmen werd verzorgd door elk 2 remblokken per drijfas, die via een dubbele Westinghouse-druk-luchtrem of met de hand bediend konden worden.
Daarbij werkte de handrem per bestuurderscabine op de daarvoor liggende drijfassen. Ieder drijfstel kreeg ter verhoging van de trekkracht bij grensgevallen van de belasting elk twee voor en achter de drijfwielen aangebrachte zandkisten. De tot 1922 door SLM en MFO gebouwde 33 loco-motieven van het type Ce 6/8II namen jarenlang de zware goederentreindienst over het Gotthard-traject voor hun rekening. De behoefte naar sterkere en snel-lere machines alsmede steeds meer voorkomende storingen aan de 4 rijmotoren maakten echter het om-bouwen van voorloping 13 eenheden noodzakelijk. Zo werden in de jaren 1942 – 1947 behalve het inbouwen van nieuwe rijmotoren en freemversterkingen enige detailwijzigingen doorgevoerd. De niet omgehouwde locomotieven werden successievelijk voor de ran-geerdienst op grote rangeeremplacementen gebruikt.
Door verdere ontwikkelingen bij de bouw van electro-motoren kon een hoger vermogen (niettegenstaande lichtere motoren) van zegge en schijve 70% worden bereikt. Dat betekende voor de inzet van de machines bij toegenomen vervoereisen bij de Gottharddienst een welkom winstpunt.
Een verdere vernieuwing is een aansluiting voor treinverwarming met stekers, draad en stopcontact op beide bufferbalken, want de locomotieven zouden voortaan ook voor het verkeer van reizigerstreinen worden ingezet.Een frontseinverlichting van de loc met het signaleren van de verkeerstaak, een treinbeveiligingssysteem Signum alsmede mechanisme voor een snelheidsme-ter en een veiligheidscontrole werden daardoor even onontbeerlijk als een meer uitgebreide remuitrusting met regelbare remwerking.In het kader van de voortschrijdende technische ontwikkeling en de toenemende bedrijfseisen waren de sedert 1947 ingezette omgebouwde „Krokodillen“ van de serie Be 6/8 II in de loop der jaren aan verdere wijzigingsmaatregelen onderworpen.Na nog enige veranderingen aan de bufferbalk, nu met kokerbuffers en het verwijderen van de overstapplaten werden nu ook nieuwe rangeeropstappen met bredere treeplanken en dubbele, gele grijpstangen aangebracht.
Een verdere opvallende verandering in het aanzien was het wegvallen van een cabinedeur aan iedere kant met bijbehorende opstapladders en grijpstan-gen.Behalve de weer teruggekeerde messingplaten met waarschuwing voor de hoopspanning op voor- en achteruitbouw, werden de waarschuwingsborden opnieuw aan de dubbelomklapbare pantografen bevestigd. Alle opschriften bleven geel of op mes-singborden.
Betrieb • Operation • Fonctionnement • Exploitatie20Werking Deze loc met ingebouwde digitaalelektronica biedt u:• Naar keuze conventioneel bedrijf (wisselstroom met de Transformer 32 VA of gelijkstroom [max +/– 18 Volt=] ), bedrijf met Märklin Delta (alleen het Delta Station 6607), Märklin Digital (Control Unit) of het Märklin Systems (Mo-bile Station of Central Station). Het bedrijf met rijregelaars van andere systemen (bijv. impulsbreedte sturing, gebruik van de Central-Control 1 (6030) of een dergelijk systeem) is niet mogelijk. • Het bedrijfssysteem wordt automatisch herkend. • 80 meertreinen-adressen instelbaar. Ingesteld adres vanaf de fabriek: 68• Mfx-technologie voor het Mobile Station / Central Station. Naam af de fabriek: Ce 6/8 II• Instelbare optrekvertraging/afremvertraging. • Instelbare maximumsnelheid.
• Het model is ontwikkeld voor het gebruik op het Märklin Spoor 1 railsysteem. Het gebruik op een ander railsy-steem geschied op eigen risico. • Berijdbare minimumradius: 1020 mm. • Voor en achter, Märklin klauwkoppelingen. Bij het gebruik van koppelingssystemen van andere fabrikanten zijn sto-ringen niet uit te sluiten. De in het normale bedrijf voorkomende onderhouds-werkzaamheden zijn verderop beschreven. Voor reparatie of onderdelen kunt u zich tot uw Märklin winkelier wenden. Elke aanspraak op garantie en schadevergoeding is uitgesloten, wanneer in Märklin-producten niet door Märklin vrijgegeven vreemde onderdelen inge-bouwd en / of Märklin-producten omgebouwd worden en de ingebouwde vreemde onderdelen resp. de ombouw oorzaak van nadien opgetreden defecten en / of schade was.
Veiligheidsvoorschriften• De loc mag alleen met een daarvoor bestemd bedrjfssy-steem (Märklin wisselstroom transformator 6647, Märklin Delta, Märklin digitaal of Märklin Systems) gebruikt worden. • De loc mag niet vanuit meer dan één stroomvoorziening-gelijktijdig gevoed worden. • Lees ook aandachtig de veiligheidsvoorschriften in de gebruiksaanwijzing van uw bedrijfssysteem. • De locomotief mag, voor onderhoudswerkzaamheden of het wijzigen van de decoderinstellingen, alleen door volwassenen geopend worden. • In geen geval transformatoren met een ingangsspanning van 220 V - voor USA 110 V - gebruiken. • Voorzichtig: ongeacht of het model stilstaat of rijdt. Nooit met de vingers aan de aandrijfstangen komen. Er bestaat gevaar voor kneuzingen of verwondingen.
Betrieb • Operation • Fonctionnement • Exploitatie21Schakelbare functiesSTOPmobile stationsystems1560652central station 60212f0f0f8f8Frontseincontinu aan functie + offverlichtingstoets Toets f0 met symboolCabineverlichting— f1Toets 1 met symbool Toets f1 met symboolBedrijfsgeluid— f2Toets 3 met symbool Toets f2 met symboolGeluid: fluit lang— f3Toets 4 met symbool Toets f3 met symboolRangeerstand (alleen optrek- afremvertr.)— f4Toets 2 met symbool Toets f4 met symboolGeluid: aankoppelen— —Toets 6 met symbool Toets f5 met symboolGeluid: vertrekfluit— —Toets 7 met symbool Toets f6 met symboolGeluid: fluit— —Toets 5 met symbool Toets f7 met symboolGeluid: stationsomroep— —Toets 8 zonder symbool Toets f8 met symboolGeluid: piepende remmen— —— Toets f9 met symboolGeluid: ventilator— —— Toets f10 met symboolGeluid: compressor— —— Toets f11 met symboolGeluid: pantograaf— —— Toets f12 met symbool66476021Bij het bedrijf met het Mobile Station of het Central Station kan het aanmelden van de mfx-decoder ca.
Franchissement des côtesContrairement à l’original, la maquette est également en mesure de franchir des côtes assez importantes. En temps normal, une côte devrait étre de l’ordre de 3% maximum. A l’extrême limite, 5% sont envisageables avec une puissance du train réduite en consequence. Le début et la fin de la côte doivent en tous cas étre arrondis. La différence de penteentre deux éléments de voie d’au moins 300 mm de lon-gueur doit étre de 1 à 1,5% maximum. Aansluiting van de sporenOm spanningsverlies op de modelbaan te voorkomen moeten de raillassen altijd goed op elkaar aansluiten. Om de 2 à 3 meter moet de voeding opni-euw op de rails gezet worden. Daarbij zijn de aansluitklemmen 5654 aan te raden. Berijden van hellingenIn tegenstelling tot het grote voorbeeld kunnen met een modelbaan ook grotere hellin-gen bereden worden. Normaal moet een helling maximaal 3 procent zijn.
In extreme gevallen is maximaal 5 procent mogelijk, maar dan moet reke-ning gehouden worden met een evenredig verlies aan vermo-gen. Het begin en het einde van de helling moeten altijd gerond worden. Het verschil in de helling tussen twee tenminste 300 mm lange railstukken mag maximaal 1 à 1,5 procent bedragen.
Définition de paramètres suivante à par-tir du point 6 ou terminer par le point 14. 14. Terminez le processus en pressant la touche „Stop“. Ensuite, pressez la touche „Go“. Locparameters instel-len met de Control Unit1. Voorwaarde: opbouw zoals teke-ning op pagina 24. Alleen de loc die gewijzigd moet worden op de rails. 2. ”Stop”- en ”Go”-toets gelijktijdig indrukken tot ”99” in het display oplicht. 3. ”Stop”-toets indrukken. 4. Het adres „80“ invoeren. 5. Omschakelcommando met de rijregelaar vasthouden. Tijdens het vasthouden de toets “Go” indrukken. 6. De verlichting van de loc knip-pert langzaam. Indien dit niet het geval is, vanaf stap 2 opnieuw beginnen. 7. Het registernummer van de te wijzigen parameter invoeren (=> lijst op pagina 26). 8. Omschakelcommando geven. 9. Verlichting gaat snel knipperen. 10. Nieuwe waarde invoeren (=> lijst op pagina 26). 11. Omschakelcommando geven. 12.
Entrez la nouvelle valeur et acceptez.Respectez les remarques mentionnées dans l’instruction accompagnant la Mobile Station / Central Station.Bedrijf met Mobile Station / Central Station• Loc op de rails plaatsen. De loc meldt zichzelf aan in de loclijst.• Geen terugmelding van de loc als: bij het Mobile Station de snelheidsbalk knippert bij het Central Station het mfx-symbool onderstreept is• Loc afmelden: 1. loc van de rails nemen 2. loc invoer wissen. Het wijzigen van het adres is niet nodig.Locparameter wijzigen met het Mobile Station/Central Station1. Loc uit de loclijst kiezen.2. Ga naar het nevenmenu ”WIJZIG LOC”.3. Naar het nevenmenu “VMAX” (maximumsnelheid) “ACC” (optrekken), “DEC” (afremmen), “VOL” (volume) of “RESET” (decoder terugzetten naar fabrieksinstelling) omschakelen.4.
Het gebruik bij slecht weer (sneeuw of regen) is niet aan te raden. Aandrijving en elektronica zijn weliswaar afgeschermd tegen spatwater maar rijden door het water is niet mogelijk. Het is aan te bevelen het model na het gebruik buiten te controleren op vuil en dit eventueel droog te verwij-deren met een stofdoek of een zachte kwast. Nooit de loc onder stromend water reinigen. Opmerking: reinigings-middelen kunnen de lak en de opschriften op de loc aantasten en beschadigen.
Op de rails plaatsen van de locomotief bij het rijden via bovenleidingDe locomotief moet med de gemerkte kant op de railstaaf staan, die de terugleiding voor de bovenleiding vormt. Aan deze railstaaf is bij de aansluitrail de bruine draad naar transformator of regelaar gezamenlijk met de benedenleiding verbonden. Met 2 trafo‘s resp.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Marklin 55562 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Modelbouw Marklin
Handleiding Modelbouw
Nieuwste handleidingen voor Modelbouw