Makita UA003G Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Makita UA003G (144 pagina’s), behorend tot de categorie Zaagmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 24 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Makita UA003G of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Makita |
| Categorie: | Zaagmachine |
| Model: | UA003G |
Handleiding Makita UA003G – volledige tekst
*2: De lichtste en zwaarste combinatie in gewicht volgens de EPTA-procedure 01/2014. Het gewicht kan verschillen afhankelijkvandehulpstukken,waaronderdeaccu. Toepasselijke accu’s en ladersAccu BL4020 / BL4025 / BL4040* / BL4040F* / BL4050F* / BL4080F** : Aanbevolen accuLader DC40RA / DC40RB / DC40RC / DC40WA• Sommigevandehierbovenvermeldeaccu’senladerszijnmogelijknietleverbaarafhankelijkvanwaaruwoont. WAARSCHUWING: Gebruik uitsluitend de accu’s en laders die hierboven worden genoemd. Gebruik van enige andere accu of lader kan leiden tot letsel en/of brand. Aanbevolen bekabelde voedingsbronDraagbare voedingseenheid PDC01 / PDC1200 / PDC1500• Dehierbovenvermeldebekabeldevoedingsbron(nen)is/zijnmogelijknietleverbaarafhankelijkvanwaaruwoont. • Alvorens de bekabelde voedingsbron te gebruiken, leest u de instructies en waarschuwingsopschriften erop.
69 NEDERLANDSType zaagketting 91PX / M43Aantal kettingschakels 46Zaagblad Lengte zaagblad 30 cmZaaglengte 296 mmSteek 3/8″Maat 1,3 mmType TandwielzaagbladKettingwiel Aantal tanden 6Steek 3/8″WAARSCHUWING:Gebruikdejuistecombinatievanzaagbladenzaagketting. Anderslooptudekansoplichamelijkletsel. SymbolenHieronder staan de symbolen die voor het gereedschap kunnen worden gebruikt. Zorg ervoor dat u de betekenis ervan kent voordat u het gereedschap gaat gebruiken. Leesdegebruiksaanwijzing. Draag een veiligheidshelm, veiligheidsbril en gehoorbescherming. Draag veiligheidshandschoenen. Draag stevige schoenen met antislipzolen. Veiligheidsschoenen met stalen neuzen worden aanbevolen. Let goed op elektriciteitskabels: gevaar van elektrische schok. Houd minstens 15 meter afstand.
Maximaal toegestane zaaglengteDraairichting van de kettingKettingolietankHete delen - brandgevaar voor vingers en handen. Ni-MHLi-ionAlleen voor EU-landenAls gevolg van de aanwezigheid van schadelijkecomponenteninhetapparaat,kunnen oude elektrische en elektronische apparaten,accu‘senbatterijennegatievegevolgen hebben voor het milieu en de gezondheid van mensen. Gooi elektrische en elektronische appara-ten en accu‘s niet met het huisvuil weg. In overeenstemming met de Europese richtlijninzakeoudeelektrischeenelek-tronische apparaten en inzake accu‘s en batterijenenoudeaccu‘senbatterijen,alsmede de toepassing daarvan binnen de nationale wetgeving, dienen oude elektrischeapparaten,accu‘senbatterijengescheiden te worden opgeslagen en te wordeningeleverdbijeenapartinzame-lingspuntvoorhuishoudelijkafvaldatdemilieubeschermingsvoorschriften in acht neemt.
Gegarandeerd geluidsvermogenniveau conformEU-richtlijninzakegeluidsemissiebuitenhuis. Geluidsvermogenniveau conform de Regelgeving Geluidsregeling van NSW, AustraliëGebruiksdoeleindenHet gereedschap is bedoeld voor het snoeien van kleine en grote takken. GeluidsniveauDetypische,A-gewogengeluidsniveauszijngemetenvolgens ISO22868(ISO11680-1):Geluidsdrukniveau (LpA): 90 dB (A)Geluidsvermogenniveau (LWA): 104 dB (A)Onzekerheid (K): 3 dB (A)OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar-de(n)is/zijngemetenvolgenseenstandaardtestme-thode en kan/kunnen worden gebruikt om dit gereed-schaptevergelijkenmetanderegereedschappen. OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar-de(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling.
Verklaringen van conformiteitAlleen voor Europese landenDeverklaringenvanconformiteitzijnbijgevoegdinBijlageAbijdezegebruiksaanwijzing. VEILIGHEIDSWAAR-SCHUWINGENAlgemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrisch gereedschapWAARSCHUWING Lees alle veiligheidswaar-schuwingen, instructies, afbeeldingen en techni-sche gegevens die bij dit elektrisch gereedschap worden geleverd. Als niet alle onderstaande instructies worden opgevolgd, kan dat leiden tot een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de toekomst te kunnen raadplegen. De term "elektrisch gereedschap" in de veiligheidsvoor-schriften duidt op gereedschappen die op stroom van het lichtnet werken (met snoer) of gereedschappen met een accu (snoerloos). Veiligheidswaarschuwingen voor een accustoksnoeizaagAlgemene voorzorgsmaatregelen1.
Lees alvorens het gereedschap te starten deze gebruiksaanwijzing om u bekend te maken met de juiste manier van omgaan met het gereedschap. 2. Leen het gereedschap niet uit aan een persoon met onvoldoende ervaring met of kennis van het omgaan met gereedschap. 3. Wanneer u het gereedschap uitleent, geeft u altijd deze gebruiksaanwijzing erbij. 4. Sta niet toe dat kinderen of jonge mensen onder de 18 jaar het gereedschap gebruiken. Houd hen uit de buurt van het gereedschap. 5. Hanteer het gereedschap met de.
Houd tijdens het gebruik omstanders en die-ren ten minste 15 meter uit de buurt van het gereedschap. Zet het gereedschap uit zodra iemand dichterbij komt. 5. Als u met twee of meer mensen werkt, houdt u ten minste 15 meter of meer afstand tussen elkaar, en zorg dat een leidinggevende aanwe-zig is. 6. Onderzoek het werkgebied op draadafrasterin-gen, muren en andere massieve voorwerpen voordat u met de werkzaamheden begint. Zijkunnen de zaagketting beschadigen. Voorbereidingen1. Alvorens het gereedschap te monteren of af te stellen, schakelt u het gereedschap uit en verwijdert u de accu. 2. Trek altijd veiligheidshandschoenen aan voordat u de zaagketting hanteert of de ket-tingspanning instelt. 3. Voordat u het gereedschap start, inspecteert u het gereedschap op beschadigingen, losse bouten/moeren en verkeerde montage. Als de zaagketting bot is, slijpt u hem.
Als de zaag-ketting verbogen of beschadigd is, vervangt u hem. Controleer of alle bedieningshendels en -schakelaars gemakkelijk kunnen worden bediend. Maak de handgrepen schoon en droog. 4. Probeer nooit het gereedschap te starten als het gereedschap beschadigd of niet volle-dig gemonteerd is. Anders kan ernstig letsel ontstaan. 5. Stel het schouderdraagstel af op de lichaams-grootte van de gebruiker. 6. Stel de kettingspanning correct in. Vul zo nodig kettingolie bij. Het gereedschap starten1. Draag de persoonlijke-beschermingsmiddelen voordat u het gereedschap start. 2. Voordat u het gereedschap start, verzekert u zich ervan dat zich geen personen of dieren binnen het werkgebied bevinden. 3. Wanneer u een accu aanbrengt, houdt u de zaagketting en het zaagblad uit de buurt van uw lichaam en andere voorwerpen, inclusief de grond.
Dezaagkettingkangaanbewegenbijhet starten en kan ernstig letsel of schade aan de zaagketting en/of eigendommen veroorzaken. 4. Plaats het gereedschap op een stevige onder-grond. Zorg ervoor dat u een goede balans hebt en dat u stevig staat. Bediening1.
In geval van nood zet u het gereedschap onmiddellijk uit. 2. Als u tijdens het gebruik een ongebruikelijke situatie opmerkt (bijvoorbeeld geluid of trillin-gen), schakelt u het gereedschap uit. Gebruik het gereedschap niet meer totdat de oorzaak is opgespoord en verholpen. 3. De zaagketting blijft gedurende een korte tijd doordraaien nadat het gereedschap is uitge-schakeld. Raak de zaagketting niet onmiddel-lijk aan. 4. Gebruik tijdens het werk het schouderdraag-stel. Houd het gereedschap stevig tegen uw rechterzij. 5. Houd de voorhandgreep met uw linkerhand vast, en houd de achterhandgreep met uw rechterhand vast, ongeacht of u links- of rechtshandig bent. Vouw uw vingers en dui-men om de handgrepen. 6. Houd het gereedschap alleen vast aan de geïsoleerde vlakken omdat de zaagketting met verborgen bedrading in aanraking kan komen.
72 NEDERLANDS7. Probeer nooit het apparaat met één hand te bedienen. Als u de controle over het gereed-schap verliest, kan dat leiden tot ernstig of fataal letsel. Om de kans op letsel te verklei-nen, houdt u uw handen en voeten uit de buurt van de zaagketting. 8. Reik niet te ver. Zorg altijd voor een stevige stand en goede lichaamsbalans. Kijk uit voor verborgen obstakels, zoals boomstronken, boomwortels en greppels, om te voorkomen dat u valt. Ruim afgevallen takken en andere voorwerpen op. 9. Werk nooit op een ladder of in een boom om te voorkomen dat u de controle over het gereed-schap verliest. 10. Nadat hard tegen het gereedschap is gestoten of het is gevallen, controleert u de staat ervan voordat u de werkzaamheden hervat. Als enige beschadiging zichtbaar is of als u twijfelt, vraagt u een erkend Makita-servicecentrum om inspectie en reparatie. 11.
Raak de kop van het gereedschap niet aan. Dekopvanhetgereedschapwordtheettijdensgebruik. 12. Neem een pauze om te voorkomen dat u door vermoeidheid de controle over het gereed-schap verliest. Wijadviserenuiederuur10tot20minuten te rusten. 13. Wanneer u het apparaat achterlaat, al is het maar even, schakelt u altijd het gereedschap uit en verwijdert u de accu. Het draaiende en onbeheerd gereedschap kan door onbevoegden worden gebruikt en tot een ernstig ongeval leiden. 14. Hef tijdens het gebruik van het gereedschap uw rechterhand niet boven schouderhoogte. 15. Stoot tijdens het gebruik de zaagketting nooit tegen harde obstakels, zoals stenen of spij-kers. Wees met name voorzichtig wanneer u takken langs een muur, draadafrastering en dergelijke, afzaagt. 16. Als takken verstrikt raken in het gereedschap, schakelt u altijd het gereedschap uit en ver-wijdert u de accu.
Door het toerental van het gereedschap te ver-hogen terwijl de zaagketting verstopt zit, wordt de belasting hoger en wordt het gereedschap beschadigd. 19. Zorg ervoor dat u een vluchtroute hebt, weg van de vallende tak, voordat u de tak afzaagt. Ruim eerst alle obstakels op, zoals grote en kleine takken, uit het werkgebied. Verplaats alle gereedschappen en voorwerpen op de vluchtroute naar een veilige plaats. 20. Alvorens kleine en grote takken af te zagen, controleert u de valrichting ervan, rekening houdend met de toestand van de kleine en grote takken, naastgelegen bomen, de wind-richting, enz. Let goed op de valrichting en het terug omhoog springen van de tak nadat deze op de grond is gevallen. 21. Houd het gereedschap nooit vast onder een hoek groter dan 60°. Anders kunnen vallende voorwerpen de gebruiker raken en ernstig let-sel veroorzaken.
Ga nooit onder de tak staan die wordt afgezaagd. 22. Let goed op geknakte of gebogen takken. Zijkunnenterugspringentijdenshetzagenenonver-wacht letsel veroorzaken. 23. Voordat u de beoogde tak doorzaagt, verwij-dert u de takjes en bladeren eromheen. Als u dat niet doet, kunnen deze in de zaagketting klem komen te zitten. 24. Om te voorkomen dat de zaagketting vastloopt in de zaagsnede, mag u de hendel niet loslaten voordat u het gereedschap uit de zaagsnede hebt getrokken. 25. Als de zaagketting in de zaagsnede is vast-gelopen, schakelt u onmiddellijk het gereed-schap uit, beweegt u voorzichtig de tak om de zaagsnede te openen en bevrijdt u het gereed-schap eruit. 26. Voorkom terugslag (roterende reactiekracht in de richting van de gebruiker). Om terugslag te voorkomen, mag u nooit de punt van het zaag-blad gebruiken om een zaagsnede te begin-nen.
Als de ketting te los staat, spant u hem. 28. Als u het gereedschap op een modderige ondergrond, natte helling of gladde plaats gebruikt, let u erop dat u stevig staat. 29. Dompel het gereedschap niet onder in een waterplas. 30. Laat het gereedschap niet onbeheerd buiten in de regen staan. Trillingen1. Blootstelling aan buitensporige trillingen beschadigt de bloedvaten of het zenuwstelsel van de gebruiker en veroorzaakt de volgende symptomen in de vingers, handen of polsen: "Slapen" (gevoelloosheid), tintelen, pijn, ste-kend gevoel of verandering van huidskleur of de huid. Als een van deze symptomen zich voordoet, raadpleegt u uw huisarts. Om de kans op "witte-vingerziekte" te ver-kleinen, houdt u uw handen warm tijdens het werk en onderhoudt u het gereedschap en de accessoires goed. Houd u aan de plaatselijke regelgeving en volg uw dokters advies op voor wat betreft de gebruiksduur.
Vervoeren1. Alvorens het gereedschap te vervoeren, zet u het gereedschap uit en verwijdert u de accu. Plaats altijd de zaagbladschede over het zaagblad wanneer u het gereedschap gaat vervoeren. 2. Wanneer u het gereedschap vervoert, draagt u het horizontaal door de handgreep vast te pakken. Onderhoud.
73 NEDERLANDS1. Laat uw gereedschap onderhouden door ons erkende servicecentrum met gebruikmaking van uitsluitend originele vervangingsonderde-len. Een verkeerde reparatie of slecht onderhoud kan de levensduur van het gereedschap verkorten en de kans op ongelukken vergroten. 2. Alvorens enige onderhouds-, reparatie- of reinigingswerkzaamheden uit te voeren aan het gereedschap, schakelt u het gereedschap altijd uit en verwijdert u de accu. Wacht totdat het gereedschap is afgekoeld. 3. Draag altijd veiligheidshandschoenen wanneer u de zaagketting hanteert. 4. Draai na ieder gebruik alle schroeven, bouten en moeren vast, uitgezonderd de stelschroeven. 5. Houd de zaagketting scherp. Als de zaagket-ting bot is geworden en hij slecht zaagt, vraagt u een erkend Makita-servicecentrum om hem te slijpen of te vervangen door een nieuwe. 6.
Probeer geen onderhouds- of reparatiewerk-zaamheden uit te voeren die niet in deze gebruiksaanwijzing worden beschreven. Vraag een erkend Makita-servicecentrum om derge-lijke werkzaamheden uit te voeren. 7. Gebruik altijd uitsluitend originele vervan-gingsonderdelen en accessoires van Makita. Als u onderdelen of accessoires van derden gebruikt, kan het gereedschap defect raken, eigendommen worden beschadigd en/of ernstig letsel worden veroorzaakt. Opbergen1. Alvorens het gereedschap op te bergen, voert u alle reinigings- en onderhoudswerkzaam-heden uit. Plaats de zaagbladschede over het zaagblad. Verwijder de accu. Tap de kettingolie af nadat het gereedschap is afgekoeld. 2. Berg het gereedschap op een droge en hoge of afgesloten plaats op, buiten het bereik van kinderen. 3. Laat het gereedschap nooit ergens tegenaan leunen, zoals tegen een muur.
Als u dit doet, kan het plotseling vallen en letsel veroorzaken. 4. Wanneer u het gereedschap opbergt, vermijdt u direct zonlicht en regen, en bergt u het op een plaats op die niet heet of vochtig wordt. Elektrische veiligheid en accu1. Werp de accu(’s) niet in een vuur. De accu kan exploderen.
74 NEDERLANDSHoudutevensaanmogelijkstrengerenationaleregelgeving. Blootliggende contactpunten moeten worden afgedekt met tape en de accu moet zodanig worden verpakt dat deze niet kan bewegen in de verpakking. 11. Wanneer u de accu wilt weggooien, verwijdert u de accu vanaf het gereedschap en gooit u hem op een veilige manier weg. Volg bij het weggooien van de accu de plaatselijke voorschriften. 12. Gebruik de accu’s uitsluitend met de gereed-schappen die door Makita zijn aanbevolen. Als de accu’s worden aangebracht in niet-compatibele gereedschappen, kan dat leiden tot brand, bui-tensporige warmteontwikkeling, een explosie of lekkage van elektrolyt. 13. Als u het gereedschap gedurende een lange tijd niet denkt te gaan gebruiken, moet de accu vanaf het gereedschap worden verwijderd. 14.
Tijdens en na gebruik, kan de accu heet wor-den waardoor brandwonden of koude brand-wonden kunnen worden veroorzaakt. Wees voorzichtig bij het hanteren van een hete accu. 15. Raak de aansluitpunten van het gereedschap niet onmiddellijk na gebruik aan omdat deze heet genoeg kunnen zijn om brandwonden te veroorzaken. 16. Zorg ervoor dat geen steenslag, stof of grond vast komt te zitten op/in de aansluitpunten, openingen en groeven van de accu. Hierdoor kan oververhitting, brand, een barst en een storing in het gereedschap of de accu ontstaan waar-doorbrandwondenofpersoonlijkletselkunnenontstaan. 17. Behalve indien gebruik van het gereedschap is toegestaan in de buurt van hoogspannings-leidingen, mag u de accu niet gebruiken in de buurt van een hoogspanningsleiding. Dit kan leiden tot een storing of een defect van het gereedschap of de accu. 18. Houd de accu uit de buurt van kinderen.
Het gebruik van niet-originele accu’s, of accu’sdiezijngewijzigd,kanertoeleidendatdeaccuontploftenbrand,persoonlijkletselenschadeveroor-zaakt. Ook vervalt daarmee de garantie van Makita op het gereedschap en de lader van Makita. Tips voor een maximale levens-duur van de accu1. Laad de accu op voordat hij volledig ontladen is. Stop het gebruik van het gereedschap en laad de accu op telkens wanneer u vaststelt dat het vermogen van het gereedschap is afgenomen. 2. Laad een volledig opgeladen accu nooit opnieuw op. Te lang opladen verkort de levensduur van de accu. 3. Laad de accu op bij een omgevingstempera-tuur tussen 10 °C en 40 °C. Laat een warme accu afkoelen alvorens hem op te laden. 4. Als de accu niet wordt gebruikt, verwijdert u hem vanaf het gereedschap of de lader. 5. Laad de accu op als u deze gedurende een lange tijd (meer dan zes maanden) niet gaat gebruiken.
BESCHRIJVING VAN DE ONDERDELEN►Fig. 11 Bedrijfslampje 2 Hoofdschakelaar 3 Bevestigingsoog4 Uit-vergrendelknop 5 Accu 6 Trekkerschakelaar7 Achterhandgreep 8 Zaagketting 9 Zaagblad10 Olietankdop 11 Bevestigingsmoer 12 Stelschroef voor de zaagketting13 Zaagbladschede 14 Voorhandgreep - -BESCHRIJVING VAN DE FUNCTIESLET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens de functies op het gereedschap af te stellen of te controleren. De accu aanbrengen en verwijderenLET OP: Schakel het gereedschap altijd uit voordat u de accu aanbrengt of verwijdert. LET OP: Houd het gereedschap en de accu stevig vast tijdens het aanbrengen of verwijderen van de accu. Als u het gereedschap en de accu niet stevig vasthoudt, kunnen deze uit uw handen glippen en het gereedschap of de accu beschadigen, of kan persoonlijkletselwordenveroorzaakt.
75 NEDERLANDSgereedschap tot u een klikgeluid hoort. Wanneer het rode deel zichtbaar is, zoals aangegeven in de afbeel-ding, is de accu niet geheel vergrendeld. Omdeaccuteverwijderenverschuiftudeknopaandevoorkantvandeaccuenschuiftutegelijkertijddeaccuuit het gereedschap. ►Fig. 2: 1. Rood deel 2. Knop 3. AccuLET OP: Breng de accu altijd helemaal aan totdat het rode deel niet meer zichtbaar is. Als u dit niet doet, kan de accu per ongeluk uit het gereedschap vallen en u of anderen in uw omgeving verwonden. LET OP: Breng de accu niet met kracht aan. Alsdeaccunietgemakkelijkinhetgereedschapkan worden geschoven, wordt deze niet goed aangebracht. De resterende acculading controlerenDruk op de testknop op de accu om de resterende acculadingtezien. Deindicatorlampjesbrandengedu-rende enkele seconden. ►Fig. 3: 1. Indicatorlampjes2.
TestknopIndicatorlampjes Resterende acculadingBrandt Uit Knippert75% tot 100%50% tot 75%25% tot 50%0% tot 25%Laad de accu op. Er kan een storingzijnopgetreden in de accu. OPMERKING:Afhankelijkvandegebruiksomstan-digheden en de omgevingstemperatuur, is het moge-lijkdatdeaangegevenacculadingverschiltvandewerkelijkeacculading. OPMERKING: Het eerste (meest linker) indicator-lampjeknippertwanneerhetaccubeveiligingssys-teem in werking is getreden. Gereedschap-/accubeveiligingssysteemHet gereedschap is voorzien van een gereedschap-/accubeveiligingssysteem. Dit systeem schakelt auto-matisch de voeding naar de motor uit om de levensduur van het gereedschap en de accu te verlengen.
76 NEDERLANDSOPMERKING: Dit gereedschap maakt gebruik van de automatische uitschakelfunctie. Om onbedoeld starten te voorkomen, wordt de hoofdschakelaar automatisch uitgeschakeld wanneer de trekkerscha-kelaar niet is ingeknepen gedurende een bepaalde tijdsduurnadatdehoofdschakelaarisingeschakeld. De trekkerschakelaar gebruikenWAARSCHUWING: Voor uw veiligheid is dit gereedschap uitgerust met een uit-vergren-delknop die voorkomt dat het gereedschap onbedoeld start. Gebruik het gereedschap NOOIT wanneer het start door alleen de trekkerschake-laar in te knijpen zonder de uit-vergrendelknop in te drukken. Stuur het gereedschap naar ons erkende servicecentrum voor deugdelijke repara-tie ZONDER het verder te gebruiken. WAARSCHUWING: U mag NOOIT het doel of de werking van de uit-vergrendelknop teniet doen of deze vastplakken.
LET OP: Alvorens de accu in het gereed-schap te plaatsen, moet u altijd controleren of de trekkerschakelaar goed werkt en bij het loslaten terugkeert naar de stand “OFF”. KENNISGEVING: Knijp de trekkerschakelaar niet hard in zonder de uit-vergrendelknop in te drukken. Hierdoor kan de schakelaar kapot gaan. Om te voorkomen dat de trekkerschakelaar per ongeluk wordt bediend, is een uit-vergrendelknop aangebracht. Om het gereedschap te starten, houdt u de uit-vergren-delknopingedruktenknijptudetrekkerschakelaarin. De snelheid van het gereedschap neemt toe naarmate u meer druk uitoefent op de trekkerschakelaar. Laat de trekkerschakelaar los om te stoppen. ►Fig. 5: 1. Trekkerschakelaar 2. Uit-vergrendelknopMONTAGELET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens enig werk aan het gereedschap uit te voeren.
LET OP: Raak de zaagketting niet met blote handen aan. Draag altijd handschoenen wanneer u de zaagketting hanteert. De zaagketting aanbrengen en verwijderenLET OP: De zaagketting en het zaagblad zijn kort na gebruik nog heet.
Laat ze eerst afkoelen, voordat u enige werkzaamheden aan het gereed-schap uitvoert. LET OP: Voer de procedure voor het aanbren-gen of verwijderen van de zaagketting uit in een schone omgeving, vrij van zaagsel en dergelijke. De zaagketting aanbrengenOm de zaagketting aan te brengen, gaat u als volgt te werk:1. Draai de stelschroef voor de zaagketting los en draai daarna de bevestigingsmoer los. ►Fig. 6: 1. Bevestigingsmoer 2. Stelschroef voor de zaagketting 3. Afdekking van het kettingwiel2. Verwijderdeafdekkingvanhetkettingwiel. 3. Controleer de richting van de zaagketting. Zorg ervoor dat de richting van de zaagketting hetzelfde is als die van de markering op het gereedschapshuis. ►Fig. 7: 1. Markering op de behuizing van de kettingzaag4. Leg één kant van de zaagketting op de bovenkant van het zaagblad. Leg het andere uiteinde van de zaag-ketting rond het kettingwiel.
Verzeker u ervan dat de zaagketting goed om het kettingwiel ligt en goed in de groef van het zaagblad ligt. 5. Bevestig het zaagblad aan het gereedschapshuis, lijnhetgatinhetzaagbladuitmetdepenophetgereedschapshuis. ►Fig. 8: 1. Gat 2. Kettingwiel6. Steek het uitsteeksel op de afdekking van het kettingwiel in het gereedschapshuis, en sluit daarna de afdekking zodat de bout en pen op het gereed-schapshuis op hun plaats in de afdekking vallen. ►Fig. 9: 1. Afdekking van het kettingwiel 2. Uitsteeksel 3. Bout 4. Pen7. Draai de bevestigingsmoer vast om de afdekking van het kettingwiel vast te zetten, en draai hem daarna iets los om de spanning te kunnen afstellen. ►Fig. 10: 1. BevestigingsmoerNa het aanbrengen van de zaagketting, stelt u de ket-tingspanning af door het tekstdeel over het afstellen van de kettingspanning te raadplegen.
►Fig. 11: 1. Bevestigingsmoer 2. Stelschroef voor de zaagketting2. Verwijderdeafdekkingvanhetkettingwielenverwijderdaarnadezaagkettingenhetzaagbladvanafhet gereedschapshuis. De kettingspanning afstellenLET OP: Span de zaagketting niet te strak. Bijeen buitensporig hoge spanning op de zaagketting kandezaagkettingbrekenenhetzaagbladslijten. LET OP: Een zaagketting die te los zit kan van het zaagblad af springen en een ongeluk met letsel veroorzaken. De zaagketting kan na vele gebruiksuren los gaan zitten. Controleer regelmatig de kettingspanning vóór gebruik.
77 NEDERLANDS1. Draai de bevestigingsmoer iets los om de afdek-king van het kettingwiel iets los te maken. ►Fig. 12: 1. Bevestigingsmoer2. Til het uiteinde van het zaagblad iets omhoog en stel de kettingspanning af. Draai de stelschroef voor de zaagketting linksom om de zaagketting strakker te zetten en rechtsom om hem losser te zetten. Zet de zaagketting strakker totdat de onderkant van de zaagketting in de zaagbladrail past zoals afgebeeld. ►Fig. 13: 1. Zaagblad 2. Zaagketting 3. Stelschroef voor de zaagketting3. Houd het zaagblad licht vast en bevestig de afdek-king van het kettingwiel. Zorg ervoor dat de zaagketting aan de onderrand van het zaagblad niet los hangt. 4. Draai de bevestigingsmoer vast om de afdekking van het kettingwiel vast te maken. ►Fig. 14: 1.
BevestigingsmoerHet gebogen hulpstuk aanbrengen en verwijderenOptioneel accessoireLET OP: Voordat u het gebogen hulpstuk aanbrengt of verwijdert, brengt u eerst de zaag-bladschede aan op het gereedschap. U kunt de hoek van de gereedschapskop veranderen door het gebogen hulpstuk op het gereedschap te bevestigen. 1. Breng de zaagbladschede aan op het gereedschap. 2. Draai de 2 bouten los met de inbussleutel en verwijderdepijpenbussenvanafdegereedschapskop. ►Fig. 15: 1. Bus 2. Bout3. Verwijderdedoppenvanafhetgebogenhulpstuk. ►Fig. 16: 1. Dop4. Lijnhetgatindebusuitmetdatindepijpenbevestigvervolgens2bussenaandepijp. Lijnhetgatinde bus uit met dat in het hulpstuk en steek vervolgens depijpinhethulpstuk. ►Fig. 17: 1. Gat 2. Bout 3. Bus 4. Buis5. Draai 2 bouten erin om het hulpstuk te bevestigen. ►Fig. 18: 1. Bout6.
Om de gereedschapskop verticaal te bevestigen, bevestigt u het hulpstuk door de bout in het gat van het hulpstuk vast te draaien zoals aangegeven in de afbeel-ding, en vervolgens de andere bout vast te draaien. ►Fig. 19: 1. Bout 2. GatOm de gereedschapskop horizontaal te bevestigen, bevestigt u het hulpstuk door de bout in het gat van het hulpstuk vast te draaien zoals aangegeven in de afbeel-ding, en vervolgens de andere bout vast te draaien. ►Fig. 20: 1. Bout 2. GatOmhetgebogenhulpstukteverwijderen,volgtudeprocedure voor het aanbrengen in de omgekeerde volgorde. BEDIENINGSmeringKENNISGEVING: Wanneer u voor het eerst kettingolie bijvult, of de olietank bijvult nadat deze geheel leeg is geraakt, vult u olie bij tot aan de onderrand van de vulnek. Anders kan de olie-toevoer gehinderd worden.
KENNISGEVING: Gebruik zaagkettingolie exclusief voor Makita-kettingzagen of een in de winkel verkrijgbare gelijkwaardige kettingolie. KENNISGEVING: Gebruik nooit olie die is ver-ontreinigd met vuil- en stofdeeltjes of vluchtige olie. KENNISGEVING: Gebruik botanische olie voor het snoeien van bomen. Minerale olie kan schade-lijk zijn voor bomen. KENNISGEVING: Voordat u begint te zagen, controleert u of de bijgeleverde olietankdop erop is gedraaid. Dezaagkettingwordtautomatischgesmeerdtijdenshetgebruik van het gereedschap. Controleer regelmatig hoeveel olie er nog in de olietank zit. ►Fig. 21: 1. OlietankOm de tank weer te vullen, legt u het gereedschap op een horizontale ondergrond, duwt u op de knop van de olietankdop zodat de knop aan de ander kant omhoog gaatstaan,enverwijdertudeolietankdopdoordezetedraaien. Decorrectehoeveelheidolieis160ml.
78 NEDERLANDSHet schouderdraagstel bevestigenLET OP: Wanneer u het gereedschap in com-binatie met de ruggedragen voeding, zoals de draagbare voedingseenheid, gebruikt, gebruikt u het schouderdraagstel dat bij het gereedschap werd geleverd niet, maar gebruikt u de draagband die wordt aanbevolen door Makita. Alsuhetschouderdraagsteldatbijhetgereedschapwerd geleverd en het schouderdraagstel van de ruggedragenvoedingseenheidtegelijkertijdaantrekt,is het lastig om het gereedschap of de ruggedragen voedingseenheidteverwijdereningevalvannood,waardoor een ongeval of letsel kan ontstaan. Vraag een erkend Makita-servicecentrum naar de aanbevo-len draagband. LET OP: Gebruik altijd het schouderdraagstel bevestigd aan het gereedschap. Stel voor gebruik het schouderdraagstel af op de lichaamsgrootte van de gebruiker om vermoeidheid te voorkomen.
LET OP: Verzeker u er voor gebruik van dat het schouderdraagstel goed is bevestigd aan het bevestigingsoog van het gereedschap. LET OP: Verzeker u er vóór het gebruik van dat de gesp van het schouderdraagstel stevig is vergrendeld. LET OP: Gebruik altijd het schouderdraagstel dat bij dit gereedschap hoort. Gebruik geen ander schouderdraagstel. 1. Trek het schouderdraagstel aan en maak de gesp vast. ►Fig. 25: 1. GespOPMERKING: Als u het schouderdraagstel af wilt doen,ontgrendeltudegespenverwijdertuhetschouderdraagstel. 2. Stel het schouderdraagstel af op een comforta-bele werkhouding. ►Fig. 263. Maak de haak van het schouderdraagstel vast aan het bevestigingsoog van het gereedschap. ►Fig. 27: 1. Haak 2. BevestigingsoogHet schouderdraagstel is voorzien van een snelontgren-delingsmethode. Knijpeenvoudigwegdezijkantvandegesp in om het schouderdraagstel los te maken. ►Fig.
LET OP: Houd het gereedschap stevig vast met beide handen wanneer de motor draait. LET OP: Reik niet te ver. Zorg ervoor dat u altijd stevige steun voor de voeten hebt en uw evenwicht behoudt. LET OP: Wees voorzichtig wanneer u takken doorzaagt dat u niet uw evenwicht verliest als gevolg van het gewicht van de gereedschapskop. LET OP: Zorg altijd voor een vluchtroute voor het geval een afgezaagde tak in de richting van de gebruiker valt. LET OP: Gebruik nooit de punt van het zaagblad voor het zagen. Anders kan gevaarlijke terugslag optreden, en kan dat leiden tot persoon-lijk letsel. KENNISGEVING: Gooi nooit met het gereed-schap en laat het niet vallen. KENNISGEVING: Dek de luchtuitstroomope-ningen van het gereedschap niet af. KENNISGEVING: Forceer het gereedschap niet. Anders kan het gereedschap worden beschadigd.
Sta op een stabiele ondergrond en houd het gereed-schap uit de buurt van de takken zodat de hoek van het gereedschap 60° of minder is ten opzichte van de horizontale grond. ►Fig. 29: 1. 60° of minderStarthetgereedschapenduwzaagkettingzachtjesinde tak. Als u lange takken afzaagt, kunt u de valplek van de afgezaagde tak controleren door de tak op te delen in stukken en vanaf het uiteinde in delen af te zagen. Let op de vallende takken aangezien deze kunnen terug-springen in de richting van de gebruiker nadat ze de grond hebben geraakt. ►Fig. 30Als u dikke takken doorzaagt, maakt u eerst een ondiepe zaagsnede aan de onderkant en maakt u ver-volgensdedenitievezaagsnedevanafdebovenkant. ►Fig. 31Als u een dikke tak vanaf de onderkant probeert door tezagen,kandetaktijdenshetzagendoorbuigenende zaagketting beknellen.
79 NEDERLANDSHet gereedschap gebruiken met een draagbare voedingseenheidOptioneel accessoireGebruik de draagband wanneer u het gereedschap gebruikt met een draagbare voedingseenheid. De draagriem bevestigen1. Bevestig de haken van de draagriem aan de ringen van het schouderdraagstel of de heupgordel, zoals aangegeven in de afbeelding. Selecteer het type riem en de bevestigingsmethode die geschikt is voor uw toepassing. ►Fig. 34: 1. Ring 2. Haak►Fig. 35: 1. Ring 2. Haak2. Bevestig de haak aan het gereedschap. ►Fig. 36: 1. HaakHet gereedschap loskoppelenWanneer u het gereedschap neerlegt, ontgrendelt u degespvandedraagbandmetéénhandterwijluhetgereedschap vasthoudt met de andere hand. ►Fig. 37: 1. GespOPMERKING:Degespwordtmogelijknietbijgele-verd,afhankelijkvanhettyperiem. Als u het gereedschap snel wilt loskoppelen, volgt u de onderstaande stappen. 1.
Knijpdehendelsvandegespvandeheupgordelin om de gesp los te koppelen. ►Fig. 38: 1. Gesp 2. Hendel2. Trek het schouderdraagstel uit om het gereed-schapendeeenheidteverwijderen. ►Fig. 39: 1. SchouderdraagstelONDERHOUDLET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens te beginnen met onderhoud of inspectie. LET OP: Draag bij inspectie- of onderhouds-werkzaamheden altijd handschoenen. KENNISGEVING: Gebruik nooit benzine, was-benzine, thinner, alcohol en dergelijke. Hierdoor kunnen verkleuring, vervormingen en barsten worden veroorzaakt. Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het gereedschap te handhaven, dienen alle reparaties, onderhoudofafstellingentewordenuitgevoerdbijeenerkend Makita-servicecentrum of de Makita-fabriek, en altijdmetgebruikvanMakita-vervangingsonderdelen.
De zaagketting slijpenSlijp de zaagketting als:• Poederachtigzaagselwordtgeproduceerdtijdenshet zagen van vochtig hout;• De zaagketting moeizaam in het hout bin-nendringt, zelfs wanneer hoge druk wordt uitgeoefend;• Dezaagsnijrandduidelijkbeschadigdis;• De kettingzaag naar links of rechts trekt in het hout. (veroorzaaktdooreenongelijkmatigescherpte van de zaagketting, of een beschadiging aan slechts een kant)Slijpdezaagkettingveelvuldig,maariederekeerslechtsweinig. Tweeofdriebewegingenmeteenvijlzijndoorgaansvoldoendevoorregelmatigbijslijpen. Alsdezaagkettingmeerderemalenisbijgeslepen,laatudezeeenkeerslijpendooreeninonserkendeservicecentrum. Criteria bij het slijpen:WAARSCHUWING: Een buitensporige afstand tussen de zaagsnijrand en de dieptevoe-ler vergroot de kans op terugslag. ►Fig. 40: 1. Lengte van het mes 2.
Afstand tus-sendezaagsnijrandendedieptevoeler3. Minimumlengte van het mes (3 mm)— Allemessenmoetengelijkvanlengtezijn. Dooreen verschillende lengten van messen kan de zaagkettingnietgelijkmatiglopenenkandezaag-ketting breken. — Slijpdezaagkettingnietverderalsdelengtevande messen 3 mm of korter is. De zaagketting moet worden vervangen door een nieuwe. — De dikte van spaanders wordt bepaald door de afstandtussendezaagsnijrandendedieptevoeler(ronde neus). — Debestezaagresultatenverkrijgtumetdevol-gendeafstandtussendezaagsnijrandendedieptevoeler. • Kettingmes 90PX / 91PX / M41 / M43: 0,65 mm►Fig. 41— Deslijphoekvan30°moetvoorallemessengelijkzijn.
80 NEDERLANDS►Fig. 42: 1. Vijl2. Zaagketting— Devijlkangemakkelijkerwordenbewogenalseenvijlhouder(optioneelaccessoire)wordtgebruikt. Opdevijlhouderstaanmerktekensvoordejuisteslijphoekvan30°(lijndemerktekensparalleluitmet de zaagketting) en beperkt de diepte waartoe devijldoordringt(tot4/5vandevijldiameter). ►Fig. 43: 1. Vijlhouder— Nadat de zaagketting is geslepen, controleert u de hoogte van de dieptevoeler met behulp van het kettingmeetgereedschap (optioneel accessoire). ►Fig. 44— Verwijdereventueeluitstekendmateriaal,onge-achthoeklein,meteenspecialevlakkevijl(optio-neel accessoire). — Maak de voorkant van de dieptevoeler weer rond. Het zaagblad schoonmakenSpaanders en zaagsel zullen zich in de groef van het zaagblad ophopen. Deze kunnen de groef verstoppen endeoliestroombelemmeren.
Verwijderdespaandersenhetzaagselelkekeerwanneerudezaagkettingslijptof vervangt. ►Fig. 45De afdekking van het kettingwiel schoonmakenSpaanders en zaagsel zullen zich binnenin de afdek-kingvanhetkettingwielophopen. Verwijderdeafdek-king van het kettingwiel en de zaagketting vanaf het gereedschap,enverwijdervervolgensdespaandersenhet zaagsel. ►Fig. 46De olie-uitstroomopening schoonmakenKleinevuil-ofstofdeeltjeskunnenzichtijdensgebruikophopen in de olie-uitstroomopening. Deze vuil- of stof-deeltjeskunnenhetuitstromenvandeoliebelemmerenwaardoor de hele zaagketting onvoldoende wordt gesmeerd. Wanneer onvoldoende toevoer van kettin-golie optreedt aan het uiteinde van het zaagblad, maakt u de olie-uitstroomopening als volgt schoon. 1. Verwijderdeafdekkingvanhetkettingwielendezaagketting vanaf het gereedschap. 2.
Verwijderdekleinevuil-ofstofdeeltjesmeteenplatkopschroevendraaierofietsdergelijks. ►Fig. 47: 1. Platkopschroevendraaier 2. Olie-uitstroomopening3. Plaatsdeaccuinhetgereedschap. Knijpdetrek-kerschakelaarinomopgehooptevuil-enstofdeeltjesuitde olie-uitstroomopening te persen door kettingolie eruit te laten stromen. 4. Verwijderdeaccuvanhetgereedschap. Monteerde afdekking van het kettingwiel en de zaagketting weer op het gereedschap. Het kettingwiel vervangenLET OP: Een versleten kettingwiel zal de nieuwe zaagketting beschadigen. Laat in dat geval het kettingwiel vervangen. Controleer de staat van het kettingwiel voordat u een nieuwe zaagketting monteert. Als het kettingwiel ver-sleten of beschadigd is, vraagt u een erkend Makita-servicecentrum hem te vervangen. ►Fig. 48: 1. Kettingwiel 2. PlaatsendieslijtenHet gereedschap opbergen1.
Maak het gereedschap schoon voordat u het opbergt. Haal de afdekking van het kettingwiel eraf enverwijderallespaandersenzaagselvanafhetgereedschap. 2. Laat na het schoonmaken het gereedschap onbelast draaien om de zaagketting en het zaagblad te smeren. 3. Plaats de zaagbladschede over het zaagblad. 4. Maak de olietank leeg. Instructies voor periodiek onderhoudOmzekertezijnvaneenlangelevensduur,omschadetevoorkomenenomzekertezijnvandevolledigewerkingvan de veiligheidsvoorzieningen, moet het volgende onderhoud regelmatig worden uitgevoerd. Garantieclaims kun-nen alleen worden geaccepteerd als deze werkzaamheden regelmatig en correct worden uitgevoerd. Als deze voor-geschreven onderhoudswerkzaamheden niet worden uitgevoerd, kan dat ongelukken veroorzaken.
81 NEDERLANDSControlepunt / Bedrijfstijd Vóór het gebruikElke dag Elke week Elke 3 maandenJaarlijks Vóór opbergenZaagketting Inspecteren. - - - - -Slijpenindiennodig. - - - - -Zaagblad Inspecteren. - - - -Verwijderenvanaf het gereedschap. - - - - -Kettingsmering Controleren van de olietoe-voersnelheid. - - - - -Trekkerscha-kelaarInspecteren. - - - - -Uit-vergren-delknopInspecteren. - - - - -Olietankdop Controleren op vastzitten. - - - - -Bouten en moerenInspecteren. - -- - -PROBLEMEN OPLOSSENAlvorens u verzoekt om reparatie, kunt u zelf als volgt het probleem opsporen en oplossen. Als u met een probleem kampt dat in deze handleiding niet wordt beschreven, probeer dan niet het gereedschap te demon-teren. Laat reparaties over aan een erkend Makita-servicecentrum, uitsluitend met gebruik van originele Makita-vervangingsonderdelen.
Symptoom of storing Oorzaak HandelingHet gereedschap start niet. De accu is niet geplaatst. Plaats een opgeladen accu. Probleem met de accu (onvoldoende spanning). Laad de accu op. Als het opladen geen verbetering brengt, vervangt u de accu door een nieuwe. De hoofdschakelaar staat uit. Het gereedschap wordt automatisch uitgeschakeld wanneer deze gedurende eenbepaaldetijdsduurnietwordtbediend. Schakel de hoofdschakelaar weer in. Demotorslaatalnakortetijdaf. Deladingvandeaccuisbijnaop. Laad de accu op. Als het opladen geen verbetering brengt, vervangt u de accu door een nieuwe. Geen olie op de zaagketting. De olietank is leeg. Vul de olietank. De olietoevoergroef is verstopt. Maak de groef schoon. Hetgereedschapbereiktnietzijnmaximumtoerental. De accu is verkeerd aangebracht. Breng de accu aan zoals beschreven in deze handleiding. De accuspanning wordt minder.
Vraag een erkend servicecentrum in uw regio het gereedschap te repareren. Hetbedrijfslampjeknippertgroen. De trekkerschakelaar wordt ingeknepen bijomstandighedenwaaronderbedieningonmogelijkis. Knijpdetrekkerschakelaarinnadatdehoofdschakelaar is ingeschakeld. Abnormale trillingen: Schakel onmiddellijk het gereedschap uit. Losgeraakt zaagblad of zaagketting. Stel het zaagblad en de kettingspanning af. Het gereedschap is defect. Vraag een erkend servicecentrum in uw regio het gereedschap te repareren. De zaagketting kan niet worden aangebracht. De combinatie van zaagketting en ketting-wielisnietjuist. Gebruikdejuistecombinatievanzaagket-ting en kettingwiel door het hoofdstuk met technische gegevens te raadplegen.
82 NEDERLANDSOPTIONELE ACCESSOIRESLET OP: Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met het Makita gereedschap dat in deze gebruiksaanwijzing is beschreven.Bijgebruikvanandereaccessoiresofhulpstukkenbestaathetgevaarvanpersoonlijkelet-sel. Gebruik de accessoires of hulpstukken uitsluitend voor hun bestemde doel.Wenstumeerbijzonderhedenoverdezeacces-soires,neemdancontactopmethetplaatselijkeMakita-servicecentrum.• Zaagketting• Zaagblad• Zaagbladschede• Gebogen hulpstuk• Vijl• Originele Makita-accu en -acculaderWAARSCHUWING: Als u een zaagblad van een andere lengte dan het standaardzaagblad aanschaft, koopt u tevens een bijbehorende zaag-bladschede. Deze moet passen en het zaagblad van de kettingzaag volledig bedekken.OPMERKING:Sommigeitemsopdelijstkunnenzijninbegrepenindedoosvanhetgereedschapalsstandaard toebehoren.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Makita UA003G stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Zaagmachine Makita
Handleiding Zaagmachine
Nieuwste handleidingen voor Zaagmachine