Makita RP1802FX Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Makita RP1802FX (96 pagina’s), behorend tot de categorie Freesmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 58 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Makita RP1802FX of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/96
RP1802
RP1802F
RP1803
RP1803F
RP2302FC
RP2303FC
EN
RouterINSTRUCTION MANUAL9
FR
DéfonceuseMANUEL D’INSTRUCTIONS17
DE
OberfräseBETRIEBSANLEITUNG26
IT
Fresatrice verticaleISTRUZIONI PER L’USO35
NL
BovenfreesGEBRUIKSAANWIJZING44
ES
Rebajadora
MANUAL DE
INSTRUCCIONES
53
PT
TupiaMANUAL DE INSTRUÇÕES62
DA
OverfræserBRUGSANVISNING70
EL
ΡούτερΕΓΧΕΙΡΙΔΙΟ ΟΔΗΓΙΩΝ78
TR
FrezeKULLANMA KILAVUZU87

Beoordeel deze handleiding

4.1/5 (2 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Makita
Categorie: Freesmachine
Model: RP1802FX

Handleiding Makita RP1802FX – volledige tekst

VoedingHet gereedschap mag alleen worden aangesloten op een voeding van dezelfde spanning als aangegeven op het typeplaatje, en kan alleen worden gebruikt op enkelfase-wisselstroom. Het gereedschap is dubbel-ge-isoleerd en kan derhalve ook op een niet-geaard stop-contact worden aangesloten.

OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar-de(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING: Draag gehoorbescherming. WAARSCHUWING: De geluidsemissie tij-dens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veilig-heidsmaatregelen worden getro?en ter bescher-ming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder prak-tijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgescha-keld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur).

OPMERKING: De opgegeven totale trillingswaar-de(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING: De trillingsemissie tij-dens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veilig-heidsmaatregelen worden getro?en ter bescher-ming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder prak-tijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgescha-keld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur).

VEILIGHEIDSWAAR-SCHUWINGENAlgemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrisch gereedschapWAARSCHUWING: Lees alle veiligheids-waarschuwingen, aanwijzingen, afbeeldingen en technische gegevens behorend bij dit elektrische gereedschap aandachtig door. Als u niet alle onder-staande aanwijzingen naleeft, kan dat resulteren in brand, elektrische schokken en/of ernstig letsel. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de toekomst te kunnen raadplegen. De term "elektrisch gereedschap" in de veiligheidsvoor-schriften duidt op gereedschappen die op stroom van het lichtnet werken (met snoer) of gereedschappen met een accu (snoerloos). Veiligheidswaarschuwingen speciek voor een bovenfrees1. Houd het elektrisch gereedschap alleen vast bij het geïsoleerde oppervlak omdat het snij-garnituur met zijn eigen snoer in aanraking kan komen.

Wanneer onder spanning staande draden worden geraakt, zullen de niet-geïsoleerde metalen delen van het gereedschap onder span-ning komen te staan zodat de gebruiker een elek-trische schok kan krijgen. 2. Gebruik klemmen of andere bevestigingsmid-delen om het werkstuk op een stabiel platform te bevestigen en te ondersteunen. Als u het werkstuk in uw hand of tegen uw lichaam geklemd houdt, is het onvoldoende stabiel en kunt u de controle erover verliezen. 3. De schacht van het snijgarnituur moet over-eenkomen met de aanwezige spankop. 4. Gebruik uitsluitend een bit met een nominaal toerental dat minstens gelijk is aan het maxi-mumtoerental vermeld op het gereedschap. 5. Draag gehoorbescherming tijdens langdurig gebruik. 6. Behandel de bovenfreesbits zeer voorzichtig. 7. Controleer het bovenfreesbit vóór gebruik nauwkeurig op barsten of beschadigingen.

Vervang een gebarsten of beschadigd bit onmiddellijk. 8. Voorkom dat u spijkers raakt. Inspecteer het werkstuk op spijkers en verwijder deze zo nodig voordat u ermee begint te werken. 9. Houd het gereedschap met beide handen ste-vig vast.

46 NEDERLANDS10. Houd uw handen uit de buurt van draaiende delen. 11. Zorg ervoor dat het bovenfreesbit het werkstuk niet raakt voordat u het gereedschap hebt ingeschakeld. 12. Laat het gereedschap een tijdje draaien voor-dat u het op het werkstuk gebruikt. Controleer op trillingen of schommelingen die op een verkeerd gemonteerd bit kunnen wijzen. 13. Let goed op de draairichting van het boven-freesbit en de voortgangsrichting. 14. Laat het gereedschap niet onnodig ingescha-keld. Bedien het gereedschap alleen terwijl u het vasthoudt. 15. Schakel het gereedschap uit en wacht altijd tot het bovenfreesbit volledig tot stilstand is gekomen voordat u het gereedschap uit het werkstuk verwijdert. 16. Raak het bovenfreesbit niet onmiddellijk na gebruik aan. Het kan bijzonder heet zijn en brandwonden op uw huid veroorzaken. 17.

Smeer niet zonder na te denken thinner, benzine, olie en dergelijke op de voet van het gereedschap. Deze middelen kunnen scheuren in de voet van het gereedschap veroorzaken. 18. Sommige materialen bevatten chemische sto?en die giftig kunnen zijn. Wees voorzichtig dat u geen stof inademt en het stof niet op uw huid komt. Volg de veiligheidsinstructies van de leverancier van het materiaal op. 19. Draag altijd een stofmasker/ademhalingsap-paraat dat geschikt is voor het materiaal en de toepassing waarmee u werkt. 20. Plaats het gereedschap op een stabiele plek. Anders kan het gereedschap per ongeluk vallen en letsel veroorzaken. 21. Houd het snoer uit de buurt van uw voet en andere voorwerpen. Anders kan het snoer ver-strikt raken en een ongeval met vallen veroorza-ken waardoor persoonlijk letsel ontstaat. BEWAAR DEZE INSTRUCTIES.

WAARSCHUWING: Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van comfort en bekendheid met het gereedschap (na veelvuldig gebruik) en neem alle veiligheidsvoorschriften van het betre?ende gereedschap altijd strikt in acht.

VERKEERD GEBRUIK of het niet naleven van de veiligheidsvoorschriften in deze gebruiksaanwij-zing kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. BESCHRIJVING VAN DE FUNCTIESLET OP: Controleer altijd of het gereedschap is uitgeschakeld en de stekker ervan uit het stop-contact is verwijderd alvorens de functies op het gereedschap te controleren of af te stellen. De freesdiepte instellen► Fig. 1: 1. Vergrendelhendel 2. Zeskantstelbout 3. Aanslagblok 4. Stelknop 5. Diepteaanwijzer 6. Aanslagstang 7. Stelmoer van de aanslagstang 8. Sneltoevoerknop1. Plaats het gereedschap op een vlakke onder-grond. Zet de vergrendelhendel los en beweeg het gereedschapshuis omlaag totdat het bovenfreesbit net de vlakke ondergrond raakt. Zet de vergrendelhendel vast om het gereedschap te vergrendelen. 2. Draai de stelmoer van de aanslagstang linksom. Breng de aanslagstang omlaag tot deze de zeskantstel-bout raakt.

Lijn de diepteaanwijzer uit met de “0” op de schaalverdeling. De freesdiepte wordt door de diepte-aanwijzer aangegeven op de schaalverdeling. 3. Houd de sneltoevoerknop ingedrukt en beweeg de aanslagstang omhoog tot de gewenste freesdiepte is verkregen. Een uiterst nauwkeurige instelling is mogelijk door de stelknop te draaien (1 mm per omwenteling). 4. Door de stelmoer van de aanslagstang rechtsom te draaien, kunt u de aanslagstang stevig vastzetten. 5. Nu kan uw vooraf bepaalde freesdiepte worden verkregen door de vergrendelhendel los te zetten en daarna het gereedschapshuis omlaag te brengen totdat de aanslagstang de zeskantstelbout van het aanslag-blok raakt. NylonmoerLET OP: Stel de nylonmoer niet te laag af. Het bovenfreesbit zal daardoor gevaarlijk uitsteken. De bovenste begrenzing van het gereedschapshuis kan worden ingesteld met behulp van de nylonmoer. ► Fig. 2: 1.

NylonmoerAanslagblokLET OP: Aangezien door buitensporig frezen de motor overbelast kan worden of het gereed-schap moeilijk te besturen kan zijn, mag de freesdiepte niet meer dan 15 mm per werkgang bedragen bij het frezen van groeven met een bit van 8 mm diameter. LET OP: Bij het frezen van groeven met een bit van 20 mm diameter mag de freesdiepte niet meer bedragen dan 5 mm per werkgang. LET OP: Om dieper te frezen, freest u in twee of drie werkgangen met een steeds lager inge-steld bovenfreesbit.

47 NEDERLANDSAangezien het aanslagblok drie zeskantstelbouten heeft die per omwenteling 0,8 mm hoger of lager stel-len, kunt u gemakkelijk drie verschillende freesdiepten realiseren zonder de aanslagstang opnieuw te hoeven instellen. ► Fig. 3: 1. Aanslagstang 2. Zeskantstelbout 3. AanslagblokStel de laagste zeskantstelbout in op de grootste frees-diepte volgens de procedure beschreven onder “De freesdiepte instellen”. Stel de twee resterende zeskantstelbouten in op minder grote freesdiepten. De verschillen in de hoogte van deze zeskantstelbouten zijn gelijk aan de verschillen in freesdiepte-instelling. Om de zeskantstelbouten in te stellen, draait u de zes-kantstelbouten met een schroevendraaier of steeksleu-tel. Het aanslagblok is tevens handig voor het uitvoeren van drie werkgangen met een steeds grotere freesdiep-te-instelling voor het frezen van diepe groeven.

In- en uitschakelenLET OP: Controleer altijd, voordat u de stek-ker in het stopcontact steekt, of de trekkerscha-kelaar op de juiste manier schakelt en weer terug-keert naar de uit-stand nadat deze is losgelaten. LET OP: Zorg ervoor dat de asvergrende-ling is ontgrendeld voordat u het gereedschap inschakelt. Een vergrendelknop is aanwezig om te voorkomen dat de trekkerschakelaar per ongeluk wordt ingedrukt. ► Fig. 4: 1. Vergrendelknop 2. TrekkerschakelaarOm het gereedschap te starten, drukt u de vergren-delknop in en knijpt u de trekkerschakelaar in. Laat de trekkerschakelaar los om het gereedschap te stoppen. Om het gereedschap continu te laten werken, drukt u de vergrendelknop verder in terwijl u de trekkerschake-laar ingeknepen houdt. Om het gereedschap te stoppen, knijpt u de trekker-schakelaar in zodat de vergrendelknop automatisch terugkeert. Laat daarna de trekkerschakelaar los.

LET OP: Houd het gereedschap stevig vast wanneer u het uitschakelt om de reactiekracht op te vangen. Elektronische functiesHet gereedschap is uitgerust met elektronische functies voor een eenvoudige bediening. Indicatorlampje► Fig. 5: 1. IndicatorlampjeHet indicatorlampje brandt groen wanneer de stekker van het gereedschap in het stopcontact zit. Als het indi-catorlampje niet brandt, kan het netsnoer of de regelaar stuk zijn. Als het indicatorlampje brandt, maar het gereedschap niet start ondanks dat het gereedschap ingeschakeld is, kunnen de koolborstels versleten zijn, of kan de regelaar, de motor of de aan-uitschakelaar kapot zijn. Beveiliging tegen onbedoeld inschakelenHet gereedschap kan niet worden ingeschakeld, terwijl de trekkerschakelaar is ingeknepen, ook niet wanneer het gereedschap van stroom wordt voorzien.

Op dat moment knippert het indicatorlampje rood en geeft aan dat de beveiligingsfunctie tegen onbedoeld herstarten in werking is getreden. Om de beveiliging tegen onbedoeld inschakelen te deactiveren, laat u de trekkerschakelaar los. Zachte-startfunctieDe functie zachte-start minimaliseert de startschok en laat het gereedschap geleidelijk opstarten. Constant-toerentalregelingAlleen voor de modellen RP2302FC en RP2303FCMaakt een gladde afwerking mogelijk omdat het toeren-tal constant wordt gehouden, zelfs bij belasting. ToerentalregelaarAlleen voor de modellen RP2302FC en RP2303FCWAARSCHUWING: Gebruik de toerentalre-gelaar niet tijdens bedrijf. Als gevolg van de reac-tiekracht zou de gebruiker het bovenfreesbit kunnen aanraken. Dit kan leiden tot persoonlijk letsel.

KENNISGEVING: Als het gereedschap gedu-rende een lange tijd continu op een laag toerental wordt gebruikt, wordt de motor overbelast, waar-door het gereedschap defect raakt. KENNISGEVING: De toerentalregelaar kan slechts tot stand 6 worden gedraaid en terugge-draaid tot stand 1. Forceer de regelaar niet voorbij de 6 of de 1 omdat de toerentalregeling daardoor defect kan raken.

U kunt het toerental van het gereedschap veranderen door de toerentalregelaar te draaien en in te stellen op een cijfer van 1 tot en met 6. ► Fig. 6: 1. ToerentalregelaarHet toerental wordt hoger wanneer u de knop in de richting van het cijfer 6 draait. Het toerental wordt lager wanneer u de toerentalregelaar in de richting van het cijfer 1 draait. Hiermee kan het ideale toerental worden geselecteerd voor een optimale verwerking van het materiaal, d. w. z. het toerental kan zo worden afgesteld dat het geschikt is voor het materiaal en de diameter van het bit. Zie de onderstaande tabel voor de verhouding tussen de cijfers op de toerentalregelaar en het toerental van het gereedschap bij benadering. Cijfer min-11 9. 0002 11. 0003 14. 0004 17. 0005 20. 0006 23. 000.

48 NEDERLANDSDe lampen inschakelenAlleen voor de modellen RP1802F, RP1803F, RP2302FC en RP2303FCLET OP: Kijk niet direct in het lamplicht of in de lichtbron. Knijp de trekkerschakelaar in om de lamp in te scha-kelen. De lamp blijft branden zolang u de trekkerscha-kelaar ingeknepen houdt. De lamp gaat ongeveer 10 seconden nadat de trekker is losgelaten uit. ► Fig. 7: 1. LampOPMERKING: Gebruik een droge doek om vuil van de lens van de lamp af te vegen. Wees voorzichtig dat u de lens van de lamp niet bekrast omdat dan de verlichting minder wordt. MONTAGELET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en dat zijn stekker uit het stop-contact is verwijderd alvorens enig werk aan het gereedschap uit te voeren. Het bovenfreesbit aanbrengen en verwijderenLET OP: Breng het bovenfreesbit stevig aan. Gebruik altijd de steeksleutel die bij het gereed-schap werd geleverd.

Een loszittend of te strak vastgezet bovenfreesbit kan gevaarlijk zijn. KENNISGEVING: Draai de spankopmoer niet vast zonder dat een bovenfreesbit is aangebracht, en breng geen bits met een dunne schacht aan zonder een spankegelbus te gebruiken. Dit kan beide leiden tot het afbreken van de spankegel. 1. Steek het bovenfreesbit zo ver mogelijk in de spankegel. 2. Druk op de asvergrendeling zodat de as stil staat en zet de spankopmoer stevig vast met de steeksleutel. Als u bovenfreesbits met een kleinere schachtdiameter gebruikt, steekt u eerst een passende spankegelbus in de spankegel, en brengt u daarna het bovenfreesbit aan. ► Fig. 8: 1. Asvergrendeling 2. Steeksleutel 3. Losdraaien 4. VastdraaienOm het bovenfreesbit te verwijderen, volgt u de proce-dure voor het aanbrengen in de omgekeerde volgorde.

BEDIENINGWAARSCHUWING: Verzeker u er vóór gebruik altijd van dat de aanslagstang stevig is vastgezet met behulp van de stelmoer van de aan-slagstang. Anders kan tijdens gebruik de freesdiepte veranderen en persoonlijk letsel worden veroorzaakt.

LET OP: Controleer voordat u het gereed-schap bedient of het gereedschap automatisch omhoog komt tot aan de bovenste begrenzing, en het bovenfreesbit niet uitsteekt tot onder de voet van het gereedschap nadat de vergrendelhendel is losgezet. LET OP: Gebruik altijd beide handgrepen en houd het gereedschap tijdens gebruik stevig aan beide handgrepen vast. LET OP: Controleer voordat u het gereed-schap bedient of de krullenvanger goed is aangebracht. ► Fig. 9: 1. Krullenvanger1. Plaats eerst de voet op het werkstuk dat u wilt frezen, zonder dat het bovenfreesbit het werkstuk raakt. 2. Schakel het gereedschap in en wacht totdat het bovenfreesbit op volle snelheid draait. 3. Breng het gereedschapshuis omlaag en beweeg het gereedschap voorwaarts over het oppervlak van het werkstuk.

Houd daarbij de voet vlak op het oppervlak van het werkstuk en beweeg het gereedschap gelijkma-tig totdat het frezen klaar is. ► Fig. 10Bij het frezen van de rand van het werkstuk moet het oppervlak van het werkstuk zich aan de linker-kant van het bovenfreesbit bevinden, gezien in de voortgangsrichting. ► Fig. 11: 1. Werkstuk 2. Draairichting van het bit 3. Aanzicht vanaf de bovenkant van het gereedschap 4. VoortgangsrichtingOPMERKING: Als u het gereedschap te snel voor-waarts beweegt, kan de snede van slechte kwaliteit zijn, of het bovenfreesbit of de motor worden bescha-digd. Als u het gereedschap te langzaam voorwaarts beweegt, kan hierdoor de snede verbranden en lelijk worden. De juiste voortgangssnelheid is afhankelijk van de maat van het bovenfreesbit, het soort werk-stuk en de freesdiepte.

Alvorens in het eigenlijke werkstuk te werken, is het raadzaam eerst een proefsnede te maken in een stuk afvalhout. Zodoende kunt u precies zien hoe de snede eruit komt te zien en kunt u tevens de afmetin-gen controleren. OPMERKING: Als u de langsgeleider of de trimgelei-der gebruikt, zorgt u ervoor dat u deze langs de rech-terkant aanbrengt, gezien in de voortgangsrichting.

49 NEDERLANDSLangsgeleiderDe langsgeleider wordt gebruikt bij het rechtuit frezen van een schuine kant of groef. 1. Monteer de langsgeleider op de geleiderhouder met behulp van de klemschroef (B). Steek de geleiderhouder in de gaten in de voet van het gereedschap en draai de klem-schroef (A) vast. Om de afstand tussen het bovenfreesbit en de langsgeleider in te stellen, draait u de klemschroef (B) los en draait u de jnregelschroef (1,5 mm per omwen-teling). Op de gewenste afstand, draai de klemschroef (B) vast om de langsgeleider op zijn plaats vast te zetten. ► Fig. 13: 1. Klemschroef (A) 2. Langsgeleider 3. Geleiderhouder 4. Fijnregelschroef 5. Klemschroef (B)2. Beweeg tijdens het frezen het gereedschap met de langsgeleider strak langs de zijkant van het werkstuk.

U kunt de werkbreedte van de langsgeleider naar wens vergroten door een extra stuk hout te bevestigen met behulp van de handige gaten in de langsgeleider. Bij gebruik van een bovenfreesbit met een grote diame-ter, bevestigt u stukjes hout aan de langsgeleider met een dikte van meer dan 15 mm (5/8″) om te voorkomen dat het bovenfreesbit de langsgeleider raakt. ► Fig. 14: 1. Langsgeleider 2. HoutA = 55 mm (2-3/16″)B = 55 mm (2-3/16″)C = 15 mm (5/8″) of dikkerAls de afstand tussen de zijkant van het werkstuk en de frees-positie te groot is voor de langsgeleider, of als de zijkant van het werkstuk niet recht is, kan de langsgeleider niet worden gebruikt. In dat geval klemt u een rechte lat op het werkstuk en gebruikt u deze als een geleider om de voet langs te bewe-gen. Beweeg het gereedschap in de richting van de pijl. ► Fig.

Vingerschroef (A) 3. Klemschroef (A)Fijnregelfunctie voor het positioneren van het bit ten opzichte van de langsgeleider► Fig. 17: 1. Vingerschroef (A) 2. Vingerschroef (B) 3. Schaalverdelingring1. Draai de vingerschroef (A) los. 2. Draai de vingerschroef (B) om de positie indien nodig in te stellen (één omwenteling verandert de posi-tie met 1 mm). 3. Draai de vingerschroef (A) volledig vast. De schaalverdelingring kan afzonderlijk worden gedraaid zodat de schaalverdeling kan worden uitge-lijnd met de stand (0). De breedte van de geleiderschoen afstellenDraai de schroeven, aangegeven in de cirkels in de afbeelding, los om de breedte van de langsgeleider te veranderen. Nadat de breedte is veranderd, draait u de schroeven volledig vast. Het afstelbereik van de geleiderschoen is van 280 mm tot en met 350 mm. ► Fig. 18: 1. SchroefAfgesteld op de minimale breedte► Fig.

19Afgesteld op de maximale breedte► Fig. 20MalgeleiderOptioneel accessoireIn de malgeleider zit een gat waar het bovenfreesbit doorheen steekt, waardoor het mogelijk wordt om de bovenfrees te gebruiken met malpatronen. ► Fig. 211. Trek aan de borgplaathendel en breng de malgeleider aan. ► Fig. 22: 1. Malgeleider 2. Borgplaathendel2. Bevestig de mal op het werkstuk. Plaats het gereedschap op de mal en beweeg het gereedschap terwijl de malgeleider langs de zijkant van de mal glijdt. ► Fig. 23: 1. Bovenfreesbit 2. Voet van het gereed-schap 3. Grondplaat 4. Mal 5. Werkstuk 6. MalgeleiderOPMERKING: Het werkstuk wordt gefreesd op een iets andere grootte dan de mal. Zorg voor de afstand (X) tussen het bovenfreesbit en de buitenrand van de malgeleider.

De afstand (X) kan worden berekend met behulp van de volgende vergelijking:Afstand (X) = (buitendiameter van de malgeleider - diameter van het bovenfreesbit) / 2TrimgeleiderOptioneel accessoireTrimmen, gebogen lijnen frezen in neerhout voor meu-bels en dergelijke kunnen gemakkelijk worden gedaan met de trimgeleider.

Het geleiderwiel rolt langs de gebo-gen freeslijn en zorgt zo voor een gave snede. ► Fig. 24: 1. TrimgeleiderMonteer de trimgeleider op de geleiderhouder met behulp van de klemschroef (D). Steek de geleiderhou-der in de gaten in de voet van het gereedschap en draai de klemschroef (A) vast. Om de afstand tussen het bovenfreesbit en de trimgeleider in te stellen, draait u de klemschroef (D) los en draait u de jnregelschroef (1,5 mm per omwenteling). Draai de klemschroef (C) los om het geleiderwiel omhoog of omlaag te verstellen. Draai na het verstellen alle klemschroeven stevig vast. ► Fig. 25: 1. Geleiderhouder 2. Fijnregelschroef 3. Klemschroef (D) 4. Klemschroef (C) 5. Geleiderwiel 6. Klemschroef (A)Beweeg tijdens het frezen het gereedschap zodanig dat het geleiderwiel langs de zijkant van het werkstuk rolt. ► Fig. 26: 1. Bovenfreesbit 2. Geleiderwiel 3. Werkstuk.

50 NEDERLANDSStofafzuigaansluitmondGebruik de stofafzuigaansluitmond om stof af te zuigen. 1. Breng de stofafzuigaansluitmond met behulp van de vinger-schroef aan op de voet van het gereedschap zodanig dat de stofafzui-gaansluitmond past in de inkeping in de voet van het gereedschap. ► Fig. 27: 1. Stofafzuigaansluitmond 2. Vingerschroef2. Sluit een stofzuiger aan op de stofafzuigaansluitmond. ► Fig. 28De schroef M6x135 gebruiken om de freesdiepte in te stellenWanneer het gereedschap wordt gebruikt met een in de winkel verkrijgbare bovenfreestafel, kan de gebruiker met behulp van deze schroef de freesdiepte in een klein bereik afstellen vanaf de bovenkant van de tafel. De schroef met ring monteren op het gereedschapSteek de schroef met ring door het schroefgat in de voet van het gereedschap en draai deze daarna in het schroef-draadgedeelte van de motorsteun van het gereedschap.

Breng op dat moment een beetje vet of smeerolie aan binnenin het schroefgat in de voet van het gereedschap en op het schroefdraadgedeelte van de motorsteun. ► Fig. 29: 1. Platte ring 6 2. Schroef M6 x 135► Fig. 30: 1. Schroef M6 x 135 in het schroefgat► Fig. 31: 1. Schroef M6 x 135 2. Schroefdraadgedeelte van de motorsteunDe freesdiepte instellen1. De freesdiepte kan in een klein bereik worden afgesteld door deze schroef met behulp van een schroevendraaier te draaien vanaf de bovenkant van de tafel (1,0 mm per volledige omwenteling). 2. Door de schroef rechtsom te draaien, wordt de freesdiepte groter, en door de schroef linksom te draaien, wordt de freesdiepte kleiner. ► Fig. 32: 1. SchroevendraaierONDERHOUDLET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en zijn stekker uit het stopcontact is verwijderd alvorens te beginnen met inspectie of onderhoud.

Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het gereedschap te handhaven, dienen alle reparaties, onderhoud of afstellingen te worden uitgevoerd bij een erkend Makita-servicecentrum of de Makita-fabriek, en altijd met gebruik van Makita-vervangingsonderdelen. De koolborstels vervangen► Fig. 33: 1. SlijtgrensmarkeringControleer regelmatig de koolborstels. Vervang ze wanneer ze tot aan de slijtgrensmarkering versleten zijn. Houd de koolborstels schoon, zodat ze gemakkelijk in de houders glijden. Beide koolborstels dienen tegelijkertijd te worden vervangen. Gebruik uitsluitend identieke koolborstels. 1. Gebruik een schroevendraaier om de koolbor-steldoppen te verwijderen. 2. Haal de versleten koolborstels eruit, schuif de nieuwe erin, en zet daarna de koolborsteldoppen weer goed vast. ► Fig. 34: 1.

KoolborsteldopAlleen voor de modellen RP1803, RP1803F en RP2303FCNadat de koolborstels vervangen zijn, steekt u de stekker van het netsnoer in het stopcontact en laat u de koolbor-stels inlopen door het gereedschap gedurende 10 minuten onbelast te laten draaien. Test vervolgens de werking van het gereedschap tijdens het draaien, en de werking van de elektrische rem door de trekkerschakelaar los te laten. Als de elektrische rem niet goed werkt, neemt u contact op met uw plaatselijke Makita-servicecentrum voor reparatie. OPTIONELE ACCESSOIRESLET OP: Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met het Makita gereedschap dat in deze gebruiksaanwijzing is beschreven. Bij gebruik van andere accessoires of hulpstukken bestaat het gevaar van persoonlijke let-sel. Gebruik de accessoires of hulpstukken uitsluitend voor hun bestemde doel.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Makita RP1802FX stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden