Makita M3602 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Makita M3602 (84 pagina’s), behorend tot de categorie Freesmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 34 mensen en kreeg gemiddeld 4.6 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Makita M3602 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Makita |
| Categorie: | Freesmachine |
| Model: | M3602 |
Handleiding Makita M3602 – volledige tekst
39 NEDERLANDSNEDERLANDS (Originele instructies)TECHNISCHE GEGEVENSModel: M3602Capaciteit van spankop 12 mm of 1/2″Capaciteit invalfrezen 0 - 60 mmNullasttoerental 22. 000 min-1Totale hoogte 300 mmNettogewicht 5,7 kgVeiligheidsklasse/II• In verband met ononderbroken research en ontwikkeling behouden wij ons het recht voor bovenstaande tech-nische gegevens te wijzigen zonder voorafgaande kennisgeving. • De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen. • Gewicht volgens EPTA-procedure 01/2014GebruiksdoeleindenHet gereedschap is bedoeld voor het afkanttrimmen en proleren van hout, kunststof en soortgelijke materialen. VoedingHet gereedschap mag alleen worden aangesloten op een voe-ding van dezelfde spanning als aangegeven op het typepla-tje, en kan alleen worden gebruikt op enkelfase-wisselstroom.
Het gereedschap is dubbel-geïsoleerd en kan derhalve ook op een niet-geaard stopcontact worden aangesloten. GeluidsniveauDe typische, A-gewogen geluidsniveaus zijn gemeten volgens EN62841-2-17:Geluidsdrukniveau (LpA): 87 dB (A)Geluidsvermogenniveau (LWA): 95 dB (A)Onzekerheid (K): 3 dB (A)OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar-de(n) is/zijn gemeten volgens een standaardtestme-thode en kan/kunnen worden gebruikt om dit gereed-schap te vergelijken met andere gereedschappen. OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar-de(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING: Draag gehoorbescherming.
WAARSCHUWING: De geluidsemissie tij-dens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt.
40 NEDERLANDSAlgemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrisch gereedschapWAARSCHUWING: Lees alle veiligheids-waarschuwingen, aanwijzingen, afbeeldingen en technische gegevens behorend bij dit elektrische gereedschap aandachtig door. Als u niet alle onder-staande aanwijzingen naleeft, kan dat resulteren in brand, elektrische schokken en/of ernstig letsel. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de toekomst te kunnen raadplegen. De term "elektrisch gereedschap" in de veiligheidsvoor-schriften duidt op gereedschappen die op stroom van het lichtnet werken (met snoer) of gereedschappen met een accu (snoerloos). Veiligheidswaarschuwingen speciek voor een bovenfrees1. Houd het elektrisch gereedschap alleen vast bij het geïsoleerde oppervlak omdat het snij-garnituur met zijn eigen snoer in aanraking kan komen.
Wanneer onder spanning staande draden worden geraakt, zullen de niet-geïsoleerde metalen delen van het gereedschap onder span-ning komen te staan zodat de gebruiker een elek-trische schok kan krijgen. 2. Gebruik klemmen of andere bevestigingsmid-delen om het werkstuk op een stabiel platform te bevestigen en te ondersteunen. Als u het werkstuk in uw hand of tegen uw lichaam geklemd houdt, is het onvoldoende stabiel en kunt u de controle erover verliezen. 3. De schacht van het snijgarnituur moet over-eenkomen met de aanwezige spankop. 4. Gebruik uitsluitend een bit met een nominaal toerental dat minstens gelijk is aan het maxi-mumtoerental vermeld op het gereedschap. 5. Draag gehoorbescherming tijdens langdurig gebruik. 6. Behandel de bovenfreesbits zeer voorzichtig. 7. Controleer het bovenfreesbit vóór gebruik nauwkeurig op barsten of beschadigingen.
Vervang een gebarsten of beschadigd bit onmiddellijk. 8. Voorkom dat u spijkers raakt. Inspecteer het werkstuk op spijkers en verwijder deze zo nodig voordat u ermee begint te werken. 9. Houd het gereedschap met beide handen ste-vig vast. 10. Houd uw handen uit de buurt van draaiende delen. 11.
41 NEDERLANDSBESCHRIJVING VAN DE FUNCTIESLET OP: Controleer altijd of het gereedschap is uitgeschakeld en de stekker ervan uit het stop-contact is verwijderd alvorens de functies op het gereedschap te controleren of af te stellen. De freesdiepte instellenLeg het gereedschap op een vlakke ondergrond. Zet de vergrendelhendel los en beweeg het gereedschapshuis omlaag totdat het bovenfreesbit net de vlakke onder-grond raakt. Zet de vergrendelhendel vast om het gereedschap te vergrendelen. Houd de sneltoevoer-knop ingedrukt en beweeg de aanslagstang omhoog of omlaag tot de gewenste freesdiepte is verkregen. Een uiterst nauwkeurige instelling is mogelijk door de aan-slagstang te draaien (1,5 mm (1/16″) per slag). ► Fig. 1: 1. Nylonmoer 2. Aanslagstang 3. Sneltoevoerknop 4. Zeskantstelbout 5. Aanslagblok 6.
VergrendelhendelLET OP: De freesdiepte mag bij het frezen van groeven niet meer zijn dan 20 mm (13/16″) per werkgang. Om dieper te frezen, freest u in twee of drie werkgangen met een steeds lager ingesteld bovenfreesbit. NylonmoerVoor gereedschap zonder de knopDe bovenste begrenzing van het gereedschapshuis kan worden ingesteld met behulp van de nylonmoer. Stel de nylonmoer niet te laag af. Het bovenfreesbit zal daar-door gevaarlijk uitsteken. Voor gereedschap met de knopDoor de knop te draaien kan de bovenste begrenzing van het gereedschapshuis worden ingesteld. Wanneer de punt van het bovenfreesbit verder dan noodzakelijk is teruggetrokken ten opzichte van het oppervlak van de grondplaat, draait u aan de knop om de bovenste begrenzing lager in te stellen. ► Fig. 2: 1.
KnopLET OP: Aangezien door buitensporig frezen de motor overbelast kan worden of het gereed-schap moeilijk te besturen kan zijn, mag bij het frezen van groeven de freesdiepte niet meer zijn dan 20 mm (13/16″) per werkgang. Als u groeven van meer dan 20 mm (13/16″) diep wilt frezen, voert u meerdere werkgangen uit met een steeds dieper ingesteld bovenfreesbit.
LET OP: Stel de knop niet te laag in. Het bovenfreesbit zal daardoor gevaarlijk uitsteken. AanslagblokAangezien het aanslagblok drie zeskantstelbouten heeft die per omwenteling 0,8 mm hoger of lager stellen, kunt u gemakkelijk drie verschillende freesdiepten realiseren zonder de aanslagstang opnieuw te hoeven instellen. ► Fig. 3: 1. Aanslagstang 2. Zeskantstelbout 3. AanslagblokStel de laagste zeskantstelbout in op de grootste frees-diepte volgens de procedure beschreven onder “De freesdiepte instellen”. Stel de twee resterende zeskantstelbouten in op minder grote freesdiepten. De verschillen in de hoogte van deze zeskantstel-bouten zijn gelijk aan de verschillen in freesdiepte-instelling. Om de zeskantstelbouten in te stellen, draait u de zes-kantstelbouten met een schroevendraaier of steeksleu-tel.
Het aanslagblok is tevens handig voor het uitvoeren van drie werkgangen met een steeds grotere freesdiep-te-instelling voor het frezen van diepe groeven. In- en uitschakelenLET OP: Controleer voor u de stekker in het stopcontact steekt altijd of het gereedschap uit-geschakeld is. LET OP: Zorg ervoor dat de asvergrende-ling is ontgrendeld voordat u het gereedschap inschakelt. Om het gereedschap in te schakelen, zet u de aan-uit-schakelaar in de stand “I”. Om het gereedschap uit te schakelen, zet u de aan-uit-schakelaar in de stand “O”. ► Fig. 4: 1. Aan-uitschakelaarLET OP: Houd het gereedschap stevig vast wanneer u het uitschakelt om de reactiekracht op te vangen. Elektronische functiesHet gereedschap is uitgerust met elektronische functies voor een eenvoudige bediening. Indicatorlampje► Fig. 5: 1.
IndicatorlampjeHet indicatorlampje brandt groen wanneer de stekker van het gereedschap in het stopcontact zit. Als het indi-catorlampje niet brandt, kan het netsnoer of de regelaar stuk zijn.
Als het indicatorlampje brandt, maar het gereed-schap niet start ondanks dat het gereedschap ingescha-keld is, kunnen de koolborstels versleten zijn, of kan de regelaar, de motor of de aan-uitschakelaar kapot zijn. Beveiliging tegen onbedoeld inschakelenHet gereedschap kan niet worden ingeschakeld, wanneer de aan-uitschakelaar in de stand “I” (aan) staat, zelfs niet wanneer het gereedschap van stroom wordt voorzien. Op dat moment knippert het indicatorlampje rood en geeft aan dat de beveiligingsfunctie tegen onbedoeld herstarten in werking is getreden. Om de beveiliging tegen onbedoeld inschakelen te deactiveren, zet u de aan-uitschakelaar terug in de stand “O” (uit).
42 NEDERLANDSZachte-startfunctieDe functie zachte-start minimaliseert de startschok en laat het gereedschap geleidelijk opstarten. MONTAGELET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en dat zijn stekker uit het stop-contact is verwijderd alvorens enig werk aan het gereedschap uit te voeren. Het bovenfreesbit aanbrengen en verwijderenSteek het bovenfreesbit zo ver mogelijk in de spanke-gel. Druk op de asvergrendeling zodat de as stil staat en zet de spankopmoer stevig vast met de steeksleutel. Als u bovenfreesbits met een kleinere schachtdiameter gebruikt, steekt u eerst een passende spankegelbus in de spankegel, en brengt u daarna het bovenfreesbit aan. Om het bovenfreesbit te verwijderen, volgt u de proce-dure voor het aanbrengen in de omgekeerde volgorde. ► Fig. 6: 1. Asvergrendeling 2. Steeksleutel 3. Losdraaien 4. VastdraaienLET OP: Breng het bovenfreesbit stevig aan.
Gebruik altijd de steeksleutel die bij het gereed-schap werd geleverd. Een loszittend of te strak vastgezet bovenfreesbit kan gevaarlijk zijn. KENNISGEVING: Draai de spankopmoer niet vast zonder dat een bovenfreesbit is aangebracht, en breng geen bits met een dunne schacht aan zonder een spankegelbus te gebruiken. Dit kan leiden tot het afbreken van de spankegel. BEDIENINGLET OP: Controleer voordat u het gereed-schap bedient of het gereedschap automatisch omhoog komt tot aan de bovenste begrenzing, en het bovenfreesbit niet uitsteekt tot onder de voet van het gereedschap nadat de vergrendelhendel is losgezet. LET OP: Controleer voordat u het gereed-schap bedient of de krullenvanger goed is aangebracht. LET OP: Gebruik altijd beide handgrepen en houd het gereedschap tijdens gebruik stevig aan beide handgrepen vast. ► Fig. 7: 1.
KrullenvangerPlaats eerst de voet van het gereedschap op het werk-stuk dat u wilt frezen, zonder dat het bovenfreesbit het werkstuk raakt. Schakel vervolgens het gereedschap in en wacht totdat het bovenfreesbit op volle snelheid draait.
Breng het gereedschap omlaag en beweeg het gereedschap voorwaarts over het oppervlak van het werkstuk. Houd daarbij de voet van het gereedschap vlak op het oppervlak van het werkstuk en beweegt het gereedschap gelijkmatig totdat het frezen klaar is. Bij het frezen van de rand van het werkstuk moet het oppervlak van het werkstuk zich aan de linkerkant van het bovenfreesbit bevinden, gezien in de voortgangsrichting. ► Fig. 8: 1. Werkstuk 2. Draairichting van het bit 3. Aanzicht vanaf de bovenkant van het gereedschap 4. VoortgangsrichtingOPMERKING: Als u het gereedschap te snel voor-waarts beweegt, kan de snede van slechte kwaliteit zijn, of het bovenfreesbit of de motor worden beschadigd. Als u het gereedschap te langzaam voorwaarts beweegt, kan hierdoor de snede verbranden en lelijk worden.
De juiste voortgangssnelheid is afhankelijk van de maat van het bovenfreesbit, het soort werkstuk en de freesdiepte. Alvorens in het eigenlijke werkstuk te werken, is het raad-zaam eerst een proefsnede te maken in een stuk afval-hout. Zodoende kunt u precies zien hoe de snede eruit komt te zien en kunt u tevens de afmetingen controleren. OPMERKING: Als u de langsgeleider of de trimgelei-der gebruikt, zorgt u ervoor dat u deze langs de rech-terkant aanbrengt, gezien in de voortgangsrichting. Hierdoor blijft deze gelijklopen met de zijkant van het werkstuk. ► Fig. 9: 1. Voortgangsrichting 2. Draairichting van het bit 3. Werkstuk 4. LangsgeleiderLangsgeleiderDe langsgeleider wordt gebruikt bij het rechtuit frezen van een schuine kant of groef. Langsgeleider (type A)Optioneel accessoireMonteer de langsgeleider op de geleiderhouder met behulp van de vingerschroef (B).
43 NEDERLANDSBeweeg tijdens het frezen het gereedschap met de langsgeleider strak langs de zijkant van het werkstuk. U kunt de werkbreedte van de langsgeleider naar wens vergroten door een extra stuk hout te bevestigen met behulp van de handige gaten in de langsgeleider. Bij gebruik van een bovenfreesbit met een grote diame-ter, bevestigt u stukjes hout aan de langsgeleider met een dikte van meer dan 15 mm (5/8″) om te voorkomen dat het bovenfreesbit de langsgeleider raakt. ► Fig. 12: 1. Langsgeleider 2. HoutA=55 mm (2-3/16″)B=55 mm (2-3/16″)C=15 mm (5/8″) of dikkerMalgeleiderOptioneel accessoireIn de malgeleider zit een gat waar het bovenfreesbit doorheen steekt, waardoor het mogelijk wordt om de bovenfrees te gebruiken met malpatronen. ► Fig. 131. Draai de schroeven in de voet los, steek de mal-geleider erdoor, en draai tenslotte de schroeven weer aan. ► Fig. 14: 1. Schroeven 2.
Malgeleider2. Bevestig de mal op het werkstuk. Plaats het gereedschap op de mal en beweeg het gereedschap terwijl de malgeleider langs de zijkant van de mal glijdt. ► Fig. 15: 1. Bovenfreesbit 2. Voet van het gereed-schap 3. Grondplaat 4. Mal 5. Werkstuk 6. MalgeleiderOPMERKING: Het werkstuk wordt gefreesd op een iets andere grootte dan de mal. Zorg voor de afstand (X) tussen het bovenfreesbit en de buitenrand van de malgeleider. De afstand (X) kan worden berekend met behulp van de volgende vergelijking:Afstand (X) = (buitendiameter van de malgeleider - diameter van het bovenfreesbit) / 2TrimgeleiderTrimmen, gebogen lijnen frezen in neerhout voor meu-bels en dergelijke kunnen gemakkelijk worden gedaan met de trimgeleider. Het geleiderwiel rolt langs de gebo-gen freeslijn en zorgt zo voor een gave snede.
Om de afstand tussen het bovenfreesbit en de trimgeleider in te stellen, draait u de vingerschroef (B) los en draait u de jnregelschroef. Draai de vingerschroef (C) los om het geleiderwiel omhoog of omlaag te verstellen. Draai na het verstellen alle vingerschroeven stevig vast. ► Fig. 16: 1. Geleiderhouder 2. Fijnregelschroef 3. Trimgeleider 4. GeleiderwielTrimgeleider (type B)Optioneel accessoireBreng de trimgeleider aan op de langsgeleider met behulp van de vingerschroeven (B). Steek de langsge-leider in de gaten in de voet van het gereedschap en draai de vingerschroef (A) vast. Om de afstand tussen het bovenfreesbit en de trimgeleider in te stellen, draait u de vingerschroeven (B) los. Draai de vingerschroef (C) los om het geleiderwiel omhoog of omlaag te verstellen. Draai na het verstellen alle vingerschroeven stevig vast. ► Fig. 17: 1. Geleiderwiel 2.
TrimgeleiderBeweeg tijdens het frezen het gereedschap zodanig dat het geleiderwiel langs de zijkant van het werkstuk rolt. ► Fig. 18: 1. Bovenfreesbit 2. Geleiderwiel 3. WerkstukStofafdekking (voor gereedschap met de knop)Optioneel accessoireDe stofafdekking voorkomt dat zaagsel in het gereed-schap wordt gezogen in de omgekeerde stand. Breng de stofafdekking aan zoals afgebeeld wanneer u het gereed-schap gebruikt met in de winkel verkrijgbaar bovenfreesstatief. Verwijder het weer wanneer u het gereedschap in de normale stand gebruikt. ► Fig. 19: 1. Schroef 2. StofrafdekkingAfstandsstuk (voor gereedschap met de knop)Optioneel accessoireHet afstandsstuk voorkomt dat het bovenfreesbit in de spankop valt bij het wisselen van het bovenfreesbit in de omgekeerde stand. Breng het afstandsstuk aan zoals afgebeeld wanneer u het gereedschap gebruikt met in de winkel verkrijgbaar bovenfreesstatief.
StofafzuigaansluitmondDe stofafzuigaansluitmond aanbrengen► Fig. 22: 1. Steun 2. Vergrendelhendel1. Zet de vergrendelhendel van de stofafzuigaan-sluitmond omhoog. 2. Plaats de stofafzuigaansluitmond op de voet van het gereedschap zodat zijn bovenkant wordt vastgegre-pen in de haak op de voet van het gereedschap. 3. Steek de steunen van de stofafzuigaansluitmond in de haken op de voorkant van de voet van het gereedschap. 4. Duw de vergrendelhendel omlaag tot op de voet van het gereedschap. 5. Sluit een stofzuiger aan op de stofafzuigaansluitmond. ► Fig. 23.
44 NEDERLANDSDe stofafzuigaansluitmond verwijderen1. Zet de vergrendelhendel omhoog. 2. Trek de stofafzuigaansluitmond uit de voet van het gereedschap terwijl u de steunen vasthoudt tussen uw duim en vinger. ONDERHOUDLET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en zijn stekker uit het stopcontact is verwijderd alvorens te beginnen met inspectie of onderhoud. KENNISGEVING: Gebruik nooit benzine, was-benzine, thinner, alcohol en dergelijke. Hierdoor kunnen verkleuring, vervormingen en barsten worden veroorzaakt. De koolborstels vervangen► Fig. 24: 1. SlijtgrensmarkeringControleer regelmatig de koolborstels. Vervang ze wanneer ze tot aan de slijtgrensmarkering versleten zijn. Houd de koolborstels schoon, zodat ze gemakkelijk in de houders glijden. Beide koolborstels dienen tegelijkertijd te worden vervangen. Gebruik uitsluitend identieke koolborstels. 1.
Gebruik een schroevendraaier om de koolbor-steldoppen te verwijderen. 2. Haal de versleten koolborstels eruit, schuif de nieuwe erin, en zet daarna de koolborsteldoppen weer goed vast. ► Fig. 25: 1. KoolborsteldopVoor gereedschap met de knopLET OP: Zorg ervoor dat de knop weer wordt aangebracht na het plaatsen van een nieuwe koolborstel. Zet de vergrendelhendel los en verwijder de knop door deze linksom te draaien. ► Fig. 26: 1. KnopOPMERKING: De drukveer zal uit de knop komen, dus wees voorzichtig dat u de drukveer niet kwijt raakt. Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het gereedschap te handhaven, dienen alle reparaties, onderhoud of afstellingen te worden uitgevoerd bij een erkend Makita-servicecentrum of de Makita-fabriek, en altijd met gebruik van Makita-vervangingsonderdelen. OPTIONELE ACCESSOIRESBovenfreesbitsVlakgroefbit► Fig.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Makita M3602 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Freesmachine Makita
Handleiding Freesmachine
Nieuwste handleidingen voor Freesmachine