Makita LS0816F Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Makita LS0816F (160 pagina’s), behorend tot de categorie Zaagmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 35 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Makita LS0816F of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Makita |
| Categorie: | Zaagmachine |
| Model: | LS0816F |
Handleiding Makita LS0816F – volledige tekst
77 NEDERLANDSNEDERLANDS (Originele instructies)TECHNISCHE GEGEVENSModel: LS0816FDiameter zaagblad 216 mmDiameter middengat Europese landen 30 mmNiet-Europese landen 25,4 mm of 30 mm(afhankelijk van het land)Maximale breedte van de zaagsnede van het zaagblad 2,8 mmMax. verstekhoek Links 47°, rechts 47°Max. schuine hoek Links 47°, rechts 2°Nullasttoerental (t/min) 5. 000 min-1Afmetingen (l x b x h) 705 mm x 476 mm x 521 mmNettogewicht 13,9 kgVeiligheidsklasse/II• In verband met ononderbroken research en ontwikkeling behouden wij ons het recht voor bovenstaande tech-nische gegevens te wijzigen zonder voorafgaande kennisgeving. • De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen.
• Gewicht volgens EPTA-procedure 01/2014Zaagcapaciteit (h x b) met zaagblad van ø 216 mmVerstekhoek Schuine hoek45° (links) 0° 2° (rechts)0° 36 mm x 305 mm 65 mm x 305 mm 60 mm x 305 mm45° (links en rechts) 36 mm x 215 mm 65 mm x 215 mm -SymbolenHieronder staan de symbolen die voor het gereedschap kunnen worden gebruikt. Zorg ervoor dat u de betekenis ervan kent voordat u het gereedschap gaat gebruiken. Lees de gebruiksaanwijzing. DUBBEL GEÏSOLEERDDraag een veiligheidsbril. Om letsel door rondvliegende houtsnippers te voorkomen, blijft u na het zagen de zaagkop omlaag geduwd houden totdat het zaagblad volledig tot stilstand is gekomen. Voor het uitvoeren van schuivend zagen trekt u eerst de slede helemaal naar u toe, brengt u vervolgens het handvat omlaag, en duwt u tenslotte de slede naar de geleider. Houd handen en vingers uit de buurt van het zaagblad.
Stel de schuifgeleiders zo in dat ze niet geraakt kunnen worden door het zaagblad en de beschermkap. Kijk niet rechtstreeks in de lamp wanneer deze aan is. Alleen voor EU-landenAls gevolg van de aanwezigheid van schadelijke componenten in het apparaat, kunnen gebruikte elektrische en elektro-nische apparaten negatieve gevolgen hebben voor het milieu en de gezondheid van mensen.
Gooi elektrische en elektronische appara-ten niet met het huisvuil weg. In overeenstemming met de Europese richtlijn inzake oude elektrische en elektro-nische apparaten en de toepassing daar-van binnen de nationale wetgeving, dienen gebruikte elektrische en elektronische apparaten gescheiden te worden ingeza-meld en te worden ingeleverd bij een apart inzamelingspunt voor huishoudelijk afval dat de milieubeschermingsvoorschriften in acht neemt. Dit wordt op het apparaat aangegeven door het symbool van een doorgekruiste afvalcontainer. GebruiksdoeleindenDit gereedschap is bedoeld voor nauwkeurig recht zagen en verstekzagen in hout. Als het juiste zaagblad wordt gebruikt, kan dit gereedschap ook aluminium zagen. Raadpleeg voor meer informatie het hoofdstuk BEDIENING.
78 NEDERLANDSVoedingHet gereedschap mag alleen worden aangesloten op een voeding van dezelfde spanning als aangegeven op het typeplaatje, en kan alleen worden gebruikt op enkelfase-wisselstroom. Het gereedschap is dubbel-ge-isoleerd en kan derhalve ook op een niet-geaard stop-contact worden aangesloten. GeluidsniveauDe typische, A-gewogen geluidsniveaus zijn gemeten volgens EN IEC 62841-3-9:Geluidsdrukniveau (LpA): 91 dB (A)Geluidsvermogenniveau (LWA): 102 dB (A)Onzekerheid (K): 3 dB (A)OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar-de(n) is/zijn gemeten volgens een standaardtestme-thode en kan/kunnen worden gebruikt om dit gereed-schap te vergelijken met andere gereedschappen. OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar-de(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING: Draag gehoorbescherming.
WAARSCHUWING: De geluidsemissie tij-dens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veilig-heidsmaatregelen worden getro?en ter bescher-ming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder praktijkom-standigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedu-rende welke het gereedschap is uitgeschakeld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). Verklaringen van conformiteitAlleen voor Europese landenDe verklaringen van conformiteit zijn bijgevoegd in Bijlage A bij deze gebruiksaanwijzing.
Als niet alle onderstaande instructies worden opgevolgd, kan dat leiden tot een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de toekomst te kunnen raadplegen. De term "elektrisch gereedschap" in de veiligheidsvoorschriften duidt op gereedschappen die op stroom van het lichtnet werken (met snoer) of gereedschappen met een accu (snoerloos). Veiligheid op de werkplek1. Zorg dat uw werkomgeving schoon is en hel-der verlicht. Op een rommelige of donkere werk-plek gebeuren vaker ongevallen. 2. Gebruik elektrisch gereedschap niet in een explosieve atmosfeer, zoals in de buurt van licht ontvlambare vloeisto?en, gassen of stof. Elektrisch gereedschap wekt vonken op die het stof of de dampen kan doen ontbranden. 3. Houd kinderen en omstanders uit de buurt tijdens het gebruik van elektrisch gereedschap.
Als u afgeleid wordt, kunt u de macht over het gereedschap verliezen. Elektrische veiligheid1. Let op dat de stekker van het gereedschap goed in het stopcontact past. Probeer nooit om de netsnoerstekker op enige wijze aan te passen. Gebruik met geaard elektrisch gereed-schap (met aardaansluiting) nooit een adapter of verloopstekker. Met de standaardstekker in een overeenkomstig stopcontact verkleint u de kans op een elektrische schok. 2. Voorkom aanraking met geaarde oppervlak-ken, zoals pijpen, radiatoren, fornuizen of koelkasten. De kans op een elektrische schok is groter wanneer uw lichaam is geaard. 3. Stel elektrisch gereedschap niet bloot aan regen of natte omstandigheden. Als water bin-nendringt in het elektrisch gereedschap, wordt de kans op een elektrische schok groter. 4. Behandel het snoer voorzichtig.
Til het gereed-schap niet aan het snoer op en trek er niet aan maar pak de stekker vast om die uit het stop-contact te verwijderen. Houd het netsnoer uit de buurt van hitte, olie, scherpe randen en bewe-gende delen. Beschadigde en in de war geraakte snoeren verhogen de kans op een elektrische schok. 5.
Bij gebruik van elektrisch gereedschap bui-tenshuis, gebruikt u een verlengsnoer dat geschikt is voor gebruik buitenshuis. Een ver-lengsnoer dat geschikt is voor gebruik buitenshuis verkleint de kans op elektrische schokken. 6. Als het onvermijdbaar is een elektrisch gereed-schap te gebruiken in een vochtige omgeving, gebruikt u een voeding met een reststroombe-veiliging (RCD). Het gebruik van een RCD ver-kleint de kans op elektrische schokken. 7. Wij adviseren u altijd gebruik te maken van een voeding met RCD met een nominale rest-stroom van 30 mA of lager. 8. Elektrische gereedschappen kunnen elek-tromagnetische velden (EMF) genereren die ongevaarlijk zijn voor de gebruiker.
79 NEDERLANDS9. Raak de stekker niet met natte handen aan. 10. Als het netsnoer beschadigd is, laat u dit vervangen door de fabrikant of zijn verte-genwoordiger om een gevaarlijke situatie te voorkomen. Persoonlijke veiligheid1. Let altijd goed op, kijk naar wat u aan het doen bent, en gebruik uw gezond verstand tijdens het werken met een elektrisch gereedschap. Ga niet met elektrisch gereedschap werken wanneer u moe bent of als u drugs, alcohol of medicijnen hebt ingenomen. Een ogenblik van onoplettendheid kan tijdens het gebruik van een elektrisch gereedschap leiden tot ernstig persoon-lijk letsel. 2. Gebruik persoonlijke-veiligheidsmid-delen. Draag altijd oogbescherming. Veiligheidsmiddelen, zoals stofmaskers, slipvaste veiligheidsschoenen, veiligheidshelm en gehoor-bescherming, gebruikt in toepasselijke situaties, dragen bij tot vermindering van persoonlijk letsel. 3.
Voorkom onbedoeld starten. Controleer dat de schakelaar in de uit-stand staat alvorens het gereedschap aan te sluiten op de voeding en/of accu, op te pakken of te dragen. Door elek-trisch gereedschap te dragen met uw vinger op de schakelaar, of door het gereedschap op een voe-ding aan te sluiten terwijl de schakelaar aan staat, neemt de kans op ongelukken sterk toe. 4. Verwijder afstelsleutels en tangen voordat u het elektrisch gereedschap inschakelt. Een sleutel of tang die nog aan een draaiend deel van het elektrisch gereedschap vastzit, kan persoonlijk letsel veroorzaken. 5. Reik niet te ver. Zorg altijd voor een stevige stand en goede lichaamsbalans. Zo heeft u een betere controle over het elektrisch gereedschap in onverwachte situaties. 6. Draag geschikte kleding. Draag geen losse kleding of sieraden. Houd uw haar en kle-ding uit de buurt van draaiende onderdelen.
Als het elektrisch gereedschap is uitgerust met een aansluiting voor stofafzuig- en stof-opvangvoorzieningen, zorgt u ervoor dat deze zijn aangesloten en correct worden gebruikt. Het gebruik van een stofvanger kan gevaar door stof verminderen. 8. Zorg ervoor dat bekendheid met het gereed-schap als gevolg van veelvuldig gebruik er niet toe leid dat u nalatig wordt en de veiligheids-voorschriften negeert. Een roekeloze handeling kan ernstig letsel veroorzaken in een fractie van een seconde. 9. Draag tijdens het gebruik van elektrisch gereedschap altijd een veiligheidsbril om uw ogen te beschermen tegen letsel. De bril moet voldoen aan ANSI Z87. 1 in de Verenigde Staten, aan EN 166 in Europa, en aan AS/NZS 1336 in Australië en Nieuw-Zeeland. In Australië en Nieuw-Zeeland is het wettelijk verplicht om tevens een spatscherm te dragen om uw gezicht te beschermen.
Het is de verantwoordelijkheid van de werk-gever om ervoor te zorgen dat geschikte beschermingsmiddelen gebruikt worden door de gebruikers van het gereedschap en anderen in de onmiddellijke omgeving van de werkplek. Gebruik en verzorging van elektrisch gereedschap1. Overbelast het elektrisch gereedschap niet. Gebruik het juiste elektrisch gereedschap voor het werk. Het juiste elektrisch gereedschap werkt beter en veiliger binnen het aangegeven capaciteitsbereik. 2. Gebruik het elektrisch gereedschap niet als het niet kan worden in- en uitgeschakeld met de schakelaar. Ieder elektrisch gereedschap dat niet met de schakelaar kan worden bediend is gevaarlijk en moet eerst worden gerepareerd. 3.
Trek de stekker uit het stopcontact en/of ver-wijder de accu, indien afneembaar, vanaf het elektrisch gereedschap voordat u afstellingen maakt, accessoires verwisselt of het elektrisch gereedschap opbergt. Dergelijke preventieve veiligheidsmaatregelen verlagen de kans dat het elektrisch gereedschap per ongeluk wordt gestart. 4.
Bewaar elektrische gereedschappen die niet worden gebruikt buiten het bereik van kinde-ren en voorkom dat personen die onbekend zijn met het gebruik ervan of met deze instruc-ties het elektrisch gereedschap gebruiken. Elektrische gereedschappen zijn gevaarlijk in de handen van onervaren gebruikers. 5. Onderhoud elektrische gereedschappen en accessoires. Controleer op een slechte uit-lijning of het aanlopen van draaiende delen, het afbreken van onderdelen en alle andere situaties die van invloed kunnen zijn op de werking van het elektrisch gereedschap. Als het elektrisch gereedschap beschadigd is, laat u het eerst repareren voordat u het gebruikt. Veel ongelukken worden veroorzaakt doordat het elektrisch gereedschap slecht wordt onderhouden. 6. Houd snij- en zaaggarnituren scherp en schoon.
Goed onderhouden snij- en zaaggarnitu-ren met scherpe snij- en zaagranden lopen minder vaak vast en zijn gemakkelijker te gebruiken. 7. Gebruik het elektrisch gereedschap met de bijbehorende accessoires, bits, enz. , overeen-komstig deze instructies, met inachtneming van de werkomstandigheden en het werk dat wordt uitgevoerd. Het gebruik van het elektrisch gereedschap bij andere werkzaamheden dan waarvoor het is bedoeld, kan leiden tot gevaarlijke situaties.
80 NEDERLANDS8. Houd de handgrepen en oppervlakken die vastgepakt worden droog, schoon en vrij van olie en vetten. Gladde handgrepen en opper-vlakken die vastgepakt worden maken het veilig hanteren en bedienen van het gereedschap in onverwachte situaties onmogelijk. 9. Draag tijdens het gebruik van dit gereedschap geen sto?en werkhandschoenen die erin ver-strikt kunnen raken. Wanneer werkhandschoe-nen verstrikt raken in de bewegende delen kan persoonlijk letsel worden veroorzaakt. Reparatie1. Laat uw elektrisch gereedschap repareren door een vakbekwame reparateur die gebruik maakt van uitsluitend identieke vervangingsonderde-len. Zo bent u ervan verzekerd dat de veiligheid van het elektrisch gereedschap behouden blijft. 2. Volg de instructies voor het smeren en verwis-selen van accessoires. Veiligheidsinstructies voor verstekzagen1.
Verstekzagen zijn bedoeld voor het zagen van hout of houtachtige materialen. Ze kunnen niet worden gebruikt met doorslijpschijven voor het doorslijpen van ferro-materialen, zoals stangen, staven, draadeinden, enz. Door het slijpstof zullen bewegende delen, zoals de onder-ste beschermkap, vastlopen. De vonken die bij doorslijpen worden geproduceerd, verbranden de onderste beschermkap, het zaagsnede-inzetstuk en andere kunststofonderdelen. 2. Gebruik klemmen om het werkstuk vast te zetten wanneer dat mogelijk is. Als u het werk-stuk met de hand vasthoudt, moet u uw hand altijd minstens 100 mm van beide kanten van het zaagblad weg houden. Gebruik deze zaag niet voor het zagen van werkstukken die te klein zijn om stevig vast te klemmen of met de hand vast te houden. Als uw hand te dicht bij het zaagblad is geplaatst, is de kans groter dat u letsel oploopt door het aanraken van het zaagblad.
3. Het werkstuk moet stil liggen en vastgeklemd zijn of vastgehouden worden tegen zowel de geleider als de tafel. Voer het werkstuk niet in het zaagblad aan, en zaag nooit ‘uit de vrije hand’.
Losliggende of bewegende werkstukken kunnen op hoge snelheid worden weggeworpen en letsel veroorzaken. 4. Duw het zaagblad door het werkstuk. Trek het zaagblad niet door het werkstuk. Om een zaagsnede te maken, brengt u de zaagkop omhoog en trekt u het naar u toe boven het werkstuk zonder te zagen. Start de motor, duw de zaagkop omlaag en duw het zaagblad door het werkstuk. Als tijdens de trekkende beweging wordt gezaagd, klimt het zaagblad waarschijnlijk uit het werkstuk en wordt de zaagkop met kracht in de richting van de gebruiker geworpen. 5. Kruis met uw hand nooit de beoogde zaaglijn, hetzij vóór dan wel achter het zaagblad. Het ‘kruislings’ vasthouden van het werkstuk, waarbij het werkstuk aan de rechterkant van het zaagblad wordt vastgehouden met de linkerhand, of vice versa, is bijzonder gevaarlijk. ► Fig. 16.
Reik niet achter de geleider met een van uw handen dichter dan 100 mm bij een van de kanten van het zaagblad, om houtsnippers te verwijderen of om welke andere reden dan ook, terwijl het zaagblad draait. U realiseert zich mogelijk niet hoe dicht uw hand bij het draaiende zaagblad is en u kunt ernstig letsel oplopen. 7. Inspecteer uw werkstuk voordat u begint te zagen. Als het werkstuk gebogen of verdraaid is, klemt u het vast met de buitenkant van het gebogen oppervlak tegen de geleider. Verzeker u er altijd van dat er geen opening is tussen het werkstuk, de geleider en de tafel langs de zaaglijn. Gebogen of verdraaide werkstukken kunnen zich draaien of verschuiven, en kunnen het draaiende zaagblad doen verlopen tijdens het zagen. Er mogen geen spijkers of vreemde voor-werpen in het werkstuk zitten. 8.
Gebruik de zaag niet totdat de tafel vrij is van alle gereedschappen, houtsnippers, enz. , behalve het werkstuk. Kleine stukjes afval, losse stukjes hout of andere voorwerpen die in aanra-king komen met het draaiende zaagblad, kunnen met hoge snelheid worden weggeworpen. 9. Zaag slechts één werkstuk tegelijkertijd.
Meerdere, opgestapelde werkstukken kunnen niet goed worden vastgeklemd of vastgehouden, en kunnen het zaag-blad doen vastlopen of tijdens het zagen verschuiven. 10. Verzeker u er vóór gebruik van dat de verstekzaag is bevestigd of geplaatst op een stevig werkop-pervlak. Een horizontaal en stevig werkoppervlak verkleint de kans dat de verstekzaag instabiel wordt. 11. Plan uw werkzaamheden. Elke keer wanneer u de instelling voor de schuine hoek of verstek-hoek, verzekert u zich ervan dat de verstelbare geleider correct is afgesteld om het werkstuk te steunen en tevens het zaagblad of bescher-mingssysteem niet raakt tijdens gebruik. Zonder het gereedschap in te schakelen en zonder een werkstuk op de tafel, beweegt u het zaagblad langs een volledige, gesimuleerde zaagsnede om er zeker van te zijn dat het zaagblad niets raakt en er geen gevaar is dat in de geleider wordt gezaagd. 12.
Zorg voor voldoende ondersteuning, zoals tafelverlengingen, zaagbokken, enz. voor een werkstuk dat breder of langer is dan het bovenoppervlak van de tafel. Werkstukken die breder of langer zijn dan de verstekzaagtafel, kun-nen kantelen als ze niet goed worden ondersteunt. Als het afgezaagde deel of het werkstuk kantelt, kan het de onderste beschermkap optillen of wor-den weggeworpen door het draaiende zaagblad. 13. Gebruik niet een andere persoon als ver-vanging van een tafelverlenging of als extra ondersteuning. Een instabiele ondersteuning van het werkstuk kan ertoe leiden dat het zaagblad vastloopt of het werkstuk verschuift tijdens het zagen, waardoor u en de helper in het draaiende zaagblad worden getrokken. 14. Het afgezaagde deel van het werkstuk mag op geen enkele wijze tegen het draaiende zaag-blad bekneld raken of gedrukt worden. Indien opgesloten, d. w. z.
81 NEDERLANDS15. Gebruik altijd een klem of een bevestigingsme-thode die bedoeld is om ronde werkstukken, zoals een staaf of buis, te ondersteunen. Staven neigen te verrollen tijdens het zagen, waardoor het zaagblad zich ‘vastbijt’ en het werkstuk met uw hand in het zaagblad wordt getrokken. 16. Laat het zaagblad de volle snelheid bereiken voordat deze het werkstuk raakt. Dit verkleint de kans dat het werkstuk wordt weggeworpen. 17. Als het werkstuk of zaagblad vastloopt, scha-kelt u de verstekzaag uit. Wacht totdat alle bewegende delen tot stilstand zijn gekomen en trek de stekker uit het stopcontact en/of verwij-der de accu. Verwijder daarna het vastgelopen materiaal. Als u blijft zagen met een vastgelopen zaagblad, kunt u de controle over de verstekzaag verliezen of deze beschadigen. 18.
Nadat u de zaagsnede hebt voltooid, laat u de schakelaar los, blijft u de zaagkop omlaag gedrukt houden en wacht u tot het zaagblad stilstaat voordat u het afgezaagde deel verwij-dert. Het is gevaarlijk om met uw hand in de buurt van het nalopende zaagblad te reiken. 19. Gebruik uitsluitend een zaagblad met een diameter zoals aangegeven op het gereed-schap of vermeld in de gebruiksaanwijzing. Het gebruik van een zaagblad met een verkeerde afmeting, kan een goede bescherming van het zaagblad of werking van de beschermkap verhin-deren, wat kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. 20. Gebruik altijd een zaagblad dat is gemarkeerd met een toerental dat gelijk is aan of hoger is dan het toerental dat is aangegeven op het gereedschap. 21. Gebruik de zaag niet om andere materialen te zagen dan worden aangegeven. 22.
(Alleen voor Europese landen) Gebruik altijd een zaagblad dat voldoet aan EN847-1, indien bedoeld voor hout en daarmee gelijk te stellen materialen. Aanvullende instructies1. Houd de werkplaats kinderveilig met hangsloten. 2. Ga nooit op het gereedschap staan.
Er kan ernstig letsel ontstaan als het gereedschap omvalt of als het snij-/zaaggarnituur per ongeluk wordt aangeraakt. 3. Laat het gereedschap nooit ingeschakeld achter. Schakel de voeding uit. Laat het gereedschap niet achter totdat het volledig tot stilstand is gekomen. 4. Gebruik de zaag niet zonder dat de beschermkappen zijn aangebracht. Controleer vóór elk gebruik of de beschermkap goed sluit. Gebruik de zaag niet indien de beschermkap niet goed beweegt en niet snel over het zaag-blad sluit. Klem of bind de beschermkap nooit in de geopende stand vast. 5. Houd uw handen uit de buurt van het zaagblad. Voorkom contact met het nog nadraaiende zaagblad. Het kan nog steeds ernstig letsel veroorzaken. 6. Om de kans op letsel te verkleinen, schuift u de slede terug naar zijn achterste stand na elke afkortzaagsnede. 7. Zet alle bewegende onderdelen vast alvorens het gereedschap te dragen. 8.
De aanslagpen of aanslaghendel die de zaagkop in de onderste stand vergrendelt, wordt alleen gebruikt voor het dragen en opbergen van het gereedschap en niet voor zaagbedieningen. 9. Controleer vóór het gebruik het zaagblad zorgvuldig op barsten of beschadiging. Vervang een gebarsten of beschadigd zaag-blad onmiddellijk. Gom of hars dat op het zaagblad is opgedroogd vertraagt het zaag-blad en verhoogt de kans op terugslag. Houd het zaagblad schoon door dit eerst van het gereedschap te demonteren en het vervolgens schoon te maken met een schoonmaakmiddel voor gom en hars, heet water of kerosine. Gebruik nooit benzine om het zaagblad schoon te maken. 10. Tijdens het uitvoeren van schuivend zagen, kan een TERUGSLAG optreden. Een TERUGSLAG treedt op wanneer het zaagblad vastloopt in het werkstuk tijdens het zagen en et zaagblad snel in de richting van de gebruiker wordt bewogen.
Wanneer het zaagblad begint vast te lopen tijdens het zagen, zaagt u niet verder maar laat u de schakelaar onmiddellijk los. 11. Gebruik alleen enzen die voor dit gereed-schap zijn bestemd. 12. Pas op dat u de as, de enzen (vooral hun montagevlak) of de bout niet beschadigt. Beschadiging van deze onderdelen kan zaag-bladbreuk veroorzaken. 13. Zorg dat het draaibaar voetstuk goed vast-gezet is, zodat het tijdens het zagen niet kan bewegen. Gebruik de gaten in het voetstuk om de zaag te bevestigen op een stevig werk-platform of een stevige werkbank. Gebruik het gereedschap NOOIT wanneer de gebruiker in een ongemakkelijke houding moet staan. 14. Zet de asblokkering in de vrije stand alvorens de schakelaar in te drukken. 15. Zorg ervoor dat het zaagblad in zijn laagste positie niet in aanraking komt met het draai-baar voetstuk. 16. Houd het handvat stevig vast.
Denk eraan dat de zaag bij het starten en stoppen even op- en neergaat. 17. Zorg dat het zaagblad het werkstuk niet raakt voordat u op de schakelaar drukt. 18. Laat gereedschap een tijdje draaien voordat u het op het werkstuk gaat gebruiken. Controleer op trillingen of schommelingen die op onjuiste montage of op een slecht uitgebalanceerd zaagblad kunnen wijzen. 19. Stop onmiddellijk met zagen indien u iets abnormaals opmerkt. 20. Probeer niet om de trekkerschakelaar in de ingeschakeld stand te vergrendelen. 21. Gebruik uitsluitend de accessoires die in deze gebruiksaanwijzing worden aanbevolen. Het gebruik van ongeschikte accessoires, zoals slijpschijven, kan letsel veroorzaken.
82 NEDERLANDS22. Sommige materialen bevatten chemische sto?en die giftig kunnen zijn. Wees voorzichtig dat u geen stof inademt en het stof niet op uw huid komt. Volg de veiligheidsinstructies van de leverancier van het materiaal op. Aanvullende veiligheidsvoorschriften voor een lamp wanneer deze aan is1. Kijk niet direct in het lamplicht of in de lichtbron. BEWAAR DEZE INSTRUCTIES. WAARSCHUWING: Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van comfort en bekendheid met het gereedschap (na veelvuldig gebruik) en neem alle veiligheidsvoorschriften van het betre?ende gereedschap altijd strikt in acht. VERKEERD GEBRUIK of het niet naleven van de veiligheidsvoorschriften in deze gebruiksaanwij-zing kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. BESCHRIJVING VAN DE ONDERDELEN► Fig.
31 Lampschakelaar 2 Asblokkering 3 Stelbout (voor maximale zaagdiepte)4 Aanslagpen (voor omhoog brengen van slede)5 Aanzetplaat 6 Inbussleutel 7 Stelbout voor 45° (voor schuine hoek)8 Hendel (voor schuine hoek)9 Ontgrendelknop (voor schuine hoek)- - - - - -BEVESTIGENOp een werktafel bevestigenWAARSCHUWING: Zorg ervoor dat het gereedschap niet kan bewegen op de onder-grond. Als de verstekzaag tijdens het zagen beweegt ten opzichte van de ondergrond, kan dat leiden tot verlies van controle over het gereedschap en ernstig persoonlijk letsel. 1.
Monteer het voetstuk met behulp van bouten op een horizontale en stabiele ondergrond. Hierdoor wordt voorkomen dat het gereedschap omkantelt en mogelijk letsel veroorzaakt. ► Fig. 4: 1. Bout 2. Bevestigingsgat2. Draai de stelbout rechtsom of linksom totdat deze met het vloeroppervlak in contact komt om het gereed-schap stabiel te houden. ► Fig. 5: 1. Stelbout.
83 NEDERLANDSBESCHRIJVING VAN DE FUNCTIESWAARSCHUWING: Zorg ervoor dat het gereedschap is uitgeschakeld en de stekker uit het stopcontact is getrokken voordat u de wer-king van het gereedschap aanpast of controleert. Als het gereedschap niet wordt uitgeschakeld en de stekker niet uit het stopcontact wordt getrokken, kan dat na per ongeluk inschakelen leiden tot ernstig persoonlijk letsel. HandvatvergrendelingLET OP: Houd altijd het handvat vast wanneer u de aanslagpen ontgrendelt. Anders springt het handvat omhoog en kan persoonlijk letsel ontstaan. Tijdens verzending is het handvat met behulp van de aanslagpen vergrendeld in de onderste stand. Om het handvat te ontgrendelen, duwt u het handvat iets omlaag en trekt u aan de aanslagpen. ► Fig. 6: 1. AanslagpenSchuifvergrendelingOm het schuiven van de slede mogelijk te maken, draait u de vingerschroef op de arm los.
Om de schuifbewe-ging van de slede te vergrendelen, schuift u de slede naar de gewenste positie, en draait u de vingerschroef stevig vast. ► Fig. 7: 1. Vleugerschroef 2. ArmBeschermkapWAARSCHUWING: Zet nooit de bescherm-kap vast en verwijder nooit de beschermkap of de veer die eraan is bevestigd. Een blootliggend cirkel-zaagblad als gevolg van een buiten werking gestelde beschermkap kan tijdens gebruik leiden tot ernstig persoonlijk letsel. WAARSCHUWING: Gebruik het gereed-schap nooit wanneer de beschermkap of de veer beschadigd, defect of verwijderd is. Het gebruik van het gereedschap met een beschadigde, defecte of verwijderde beschermkap kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. LET OP: Voor een veilig gebruik zorgt u ervoor dat de beschermkap altijd goed werkt. Stop het gebruik onmiddellijk als de bescherm-kap zich abnormaal gedraagt.
De beschermkap is veerbelast zodat zij naar haar oorspronkelijke positie terugkeert wanneer het zagen voltooid is en het hand-vat omhoog wordt gebracht. ► Fig. 8: 1. BeschermkapReinigenAls de doorzichtige beschermkap vuil is geworden of zaagsel aan de doorzichtige beschermkap kleeft zodat het cirkelzaagblad en/of het werkstuk niet meer goed zichtbaar is, trekt u de stekker uit het stopcontact en maakt u de beschermkap voorzichtig schoon met een vochtige doek. Gebruik geen oplosmiddelen of een schoonmaakmiddel op petroleumbasis op de kunststof-fen beschermkap omdat hierdoor de beschermkap kan worden beschadigd. Volg de vermelde stapsgewijze instructies voor het voorbereiden van de reiniging. 1. Verzeker u ervan dat het gereedschap is uitge-schakeld en de stekker uit het stopcontact is getrokken. 2.
Draai de inbusbout met de bijgeleverde inbussleu-tel linksom terwijl u de middenkap tegenhoudt. 3. Breng de beschermkap en de middenkap omhoog. 4. Nadat het reinigen klaar is, plaatst u de midden-kap terug en draait u de inbusbout vast door de boven-staande stappen in omgekeerde volgorde uit te voeren. ► Fig. 9: 1. Inbussleutel 2. Inbusbout 3. Middenkap 4. BeschermkapWAARSCHUWING: Verwijder de veer van de beschermkap niet. Als de beschermkap beschadigd is na verloop van tijd of door blootstelling aan ultraviolet licht, neemt u contact op met een Makita-servicecentrum om een vervangingson-derdeel te bestellen. DE BESCHERMKAP NOOIT VASTZETTEN OF VERWIJDEREN. De zaagsnedeplaten afstellenOm scheuren op de uitlaatkant van een snede tot een minimum te beperken, is dit gereedschap voorzien van zaagsnedeplaten in het draaibaar voetstuk.
De zaagsnedeplaten zijn in de fabriek zodanig afgesteld dat het cirkelzaagblad niet met de zaagsnedeplaten in aanraking komt. Stel de zaagsnedeplaten als volgt af alvorens de zaag in gebruik te nemen:1. Verzeker u ervan dat de stekker van het gereed-schap uit het stopcontact is getrokken.
Draai daarna alle schroeven (drie aan de linkerzijde en drie aan de rechter-zijde) los waarmee de zaagsnedeplaten zijn vastgemaakt. ► Fig. 10: 1. Zaagsnedeplaat 2. Schroef2. Trek de schroeven weer aan in zulke mate dat de zaagsnedeplaten nog gemakkelijk met de hand kunnen worden bewogen. 3. Breng het handvat volledig omlaag en vergrendel het handvat in de onderste positie met behulp van de aanslagpen. 4. Draai de vingerschroef op de arm los waarmee het schuiven van de slede is vergrendeld. Trek de slede helemaal naar u toe. ► Fig. 11: 1. Vleugerschroef 2. Arm5. Stel de positie van de zaagsnedeplaten af zodat deze dicht bij de zijkanten van de zaagbladtanden liggen. ► Fig. 12► Fig. 13: 1. Cirkelzaagblad 2. Zaagbladtanden 3. Zaagsnedeplaat 4. Linkse schuine snede 5. Rechte snede.
84 NEDERLANDS6. Trek de voorste schroeven aan (niet te hard aantrekken). 7. Schuif de slede naar de positie tussen de voorkant van de zaagsnedeplaten en de geleiders. Stel de posi-tie van de zaagsnedeplaten af zodat deze dicht bij de zijkanten van de zaagbladtanden liggen. 8. Trek de middelste schroeven aan (niet te hard aantrekken). 9. Duw de slede zo ver mogelijk naar de geleiders en stel daarna de positie van de zaagsnedeplaten zodanig af dat deze dicht bij de zijkanten van de zaagbladtan-den liggen. 10. Trek de achterste schroeven aan (niet te hard aantrekken). 11. Ontgrendel de aanslagpen voor het vergrendelen van het handvat en breng het handvat omhoog. Draai vervolgens alle schroeven stevig vast. KENNISGEVING: Zorg na het instellen van de schuine hoek ervoor dat de zaagsnedeplaten goed worden afgesteld.
Een juiste afstelling van de zaagsnedeplaten bevordert een goede ondersteuning van het werkstuk en minimaliseert het splinteren van het werkstuk. Een maximale zaagdiepte behoudenDit gereedschap is in de fabriek afgesteld om de maxi-male zaagdiepte te leveren met een cirkelzaagblad met een diameter van 216 mm. Controleer bij het aanbrengen van een nieuw cirkel-zaagblad altijd de onderste stand van het cirkelzaag-blad en stel deze zo nodig als volgt af:1. Trek de stekker van het gereedschap uit het stop-contact. Duw daarna de slede zo ver mogelijk naar de geleider en breng het handvat volledig omlaag. 2. Draai met behulp van de inbussleutel (het schroe-vendraaier-uiteinde) de stelbout tot het cirkelzaagblad iets lager komt dan het kruispunt van de geleider en het bovenoppervlak van het draaibaar voetstuk. ► Fig. 14: 1. Stelbout 2. Geleider► Fig. 153.
Houd het handvat helemaal omlaag gedrukt en draai het cirkelzaagblad met de hand rond om u ervan te verzekeren dat het cirkelzaagblad geen enkel onder-deel van het voetstuk raakt. Stel zo nodig de maximale zaagdiepte opnieuw af.
WAARSCHUWING: Na het aanbrengen van een nieuw cirkelzaagblad controleert u, terwijl de stekker van het gereedschap uit het stopcontact is getrokken, altijd of het cirkelzaagblad geen enkel onderdeel van het voetstuk raakt wan-neer het handvat zo ver mogelijk omlaag wordt geduwd. Als het cirkelzaagblad het voetstuk raakt, kan dit een terugslag veroorzaken en leiden tot ern-stig persoonlijk letsel. ► Fig. 16AanslagarmMet de stelschroef kunt u de laagste positie van het zaagblad gemakkelijk instellen. Om de laagste positie van het zaagblad in te stellen, draait u de stelschroef voor de aanslagarm in de richting van de pijl, zoals aan-gegeven in de afbeelding. Draai de stelschroef zodanig dat het zaagblad stopt in de gewenste stand wanneer het handvat helemaal omlaag wordt gebracht. ► Fig. 17: 1. Aanslagarm 2.
StelschroefAfstellen van de verstekhoekLET OP: Na het wijzigen van de verstekhoek, dient u het draaibaar voetstuk altijd vast te zetten door de handgreep stevig vast te draaien. KENNISGEVING: Voor het verdraaien van het draaibaar voetstuk dient u het handvat volledig omhoog te brengen. Draai de handgreep linksom los om het draaibaar voet-stuk te ontgrendelen. Verschuif de handgreep terwijl u de vergrendelhendel omhoog gedrukt houdt om het draaibaar voetstuk te draaien. Lijn de wijzer uit met uw gewenste hoek op de verstekhoekschaal en draai daarna de handgreep vast. ► Fig. 18: 1. Vergrendelhendel 2. Handgreep 3. WijzerKlikstopfunctieDeze verstekzaag heeft een klikstopfunctie. U kunt snel een linker/rechter verstekhoek van 0°, 15°, 22,5°, 31,6° en 45° instellen.
Om deze functie te gebruiken, houdt u de vergrendelhendel omhoog gedrukt en draait u het draaibaar voetstuk tot vlakbij de klikstop van de gewenste hoek. Laat daarna de vergrendelhendel los en verschuif het draaibaar voetstuk naar de klikstop van de gewenste hoek tot het draaibaar voetstuk wordt vergrendeld.
Afstellen van de schuine hoekLET OP: Na het wijzigen van de schuine hoek, dient u altijd de arm vast te zetten door de hendel rechtsom vast te draaien. KENNISGEVING: Verwijder altijd de verticale spanschroef voordat u de schuine hoek instelt. KENNISGEVING: Wanneer u het cirkelzaagblad gaat kantelen, verzekert u zich ervan dat de slede helemaal omhoog staat. KENNISGEVING: Wanneer u de schuine hoek wijzigt, dient u de zaagsnedeplaten in de juiste positie te zetten zoals beschreven in het tekstdeel over het afstellen van de zaagsnedeplaten. KENNISGEVING: Draai de hendel niet te strak aan. Als u dat doet, kan een storing ontstaan in het vergrendelingsmechanisme voor de schuine hoek.
85 NEDERLANDSHet cirkelzaagblad 0° - 45° naar links kantelen1. Draai de hendel linksom. 2. Houd het handvat vast en kantel de slede naar links. 3. Lijn de wijzer uit met uw gewenste hoek op de schuine-hoekschaal. 4. Draai de hendel rechtsom vast om de arm te vergrendelen. ► Fig. 19: 1. Hendel 2. Handvat 3. Wijzer 4. Schuine-hoekschaalHet cirkelzaagblad verder kantelen dan 0° - 45° naar links1. Draai de hendel linksom. 2. Houd het handvat vast en stel de slede in op 0° voor 2° naar rechts, of op 45° voor 47° naar links. 3. Kantel de slede iets naar de tegenovergestelde kant. 4. Druk de ontgrendelknop in. 5. Kantel de slede naar de gewenste positie buiten het bereik van 0° - 45°. 6. Draai de hendel rechtsom vast om de arm te vergrendelen. De slede 2° naar rechts kantelen► Fig. 20: 1. Hendel 2. Handvat 3. OntgrendelknopDe slede 47° naar links kantelen► Fig. 21: 1. Hendel 2. Handvat 3.
OntgrendelknopWerking van de schakelaarWAARSCHUWING: Controleer altijd, voordat u de stekker van het gereedschap in het stopcon-tact steekt, of de trekkerschakelaar op de juiste manier schakelt en weer terugkeert naar de uit-stand nadat deze is losgelaten. Druk de trekker-schakelaar niet hard in zonder dat de uit-vergren-delknop is ingedrukt. Hierdoor kan de schakelaar kapot gaan. Het gereedschap gebruiken zonder dat de schakelaar goed werkt, kan leiden tot verlies van controle en ernstig persoonlijk letsel. WAARSCHUWING: Gebruik het gereedschap NOOIT met een defecte trekkerschakelaar. Ieder gereedschap met een defecte trekschakelaar is UITERST GEVAARLIJK en moet worden gerepareerd voordat het gereedschap wordt gebruikt of ernstig persoonlijk letsel wordt veroorzaakt.
WAARSCHUWING: Gebruik het gereed-schap NOOIT als het start door alleen maar de trekkerschakelaar in te knijpen zonder de uit-ver-grendelknop in te drukken. Een schakelaar die moet worden gerepareerd, kan leiden tot onbedoeld inschakelen en ernstig persoonlijk letsel. Stuur het gereedschap op naar een Makita-servicecentrum voor reparatie ZONDER het verder te gebruiken. Een uit-vergrendelknop is aanwezig om te voorkomen dat de trekkerschakelaar per ongeluk wordt ingedrukt. Om het gereedschap te starten, drukt u de uit-vergren-delknop in en drukt u vervolgens de trekkerschakelaar in. Laat de trekkerschakelaar los om het gereedschap te stoppen. In de trekkerschakelaar is een gat aangebracht waar een hangslot door past om het gereedschap af te sluiten. ► Fig. 22: 1. Trekkerschakelaar 2. Uit-vergrendelknop 3.
Gat voor hangslotWAARSCHUWING: Gebruik geen slot met een beugel of kabel met een diameter kleiner dan 6,35 mm. Met een dunnere beugel of kabel wordt het gereedschap mogelijk niet goed in de uit-stand vergrendeld, waardoor onbedoelde bediening kan plaatsvinden die kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. Een zaaglijn weergevenLET OP: De lamp is niet waterdicht. Was de lamp niet met water en gebruik het gereedschap niet in de regen of op een vochtige plaats. Als u dat toch doet, kunnen elektrische schokken en rook ontstaan. LET OP: Raak de lens van de lamp niet aan aangezien deze zeer heet is wanneer de lamp brandt en kort na het uitschakelen. Dit kan brand-wonden veroorzaken. LET OP: Stoot niet tegen de lamp omdat deze hierdoor kan worden beschadigd of de levens-duur ervan kan worden verkort. LET OP: Kijk niet direct in het lamplicht of in de lichtbron.
De LED-lamp werpt een lichtbundel over het cirkel-zaagblad en de schaduw van het zaagblad valt op het werkstuk en dient als een kalibratie-vrije zaaglijn-aan-duiding. Druk op de lampschakelaar om een lichtbundel te werpen.
Een schaduwlijn wordt geworpen waar het zaagblad het oppervlak van het werkstuk zal raken, en deze wordt donkerder naar mate het zaagblad omlaag komt. ► Fig. 23: 1. Lampschakelaar 2. Lamp 3. ZaaglijnDe aanduiding helpt bij het doorzagen over een bestaande zaaglijn die op het werkstuk is getekend. 1. Houd het handvat vast en breng het cirkelzaag-blad omlaag zodat een donkere schaduw van het zaag-blad wordt weergegeven op het werkstuk. 2. Lijn de zaaglijn die op het werkstuk is getekend uit met de schaduwlijn van het zaagblad. 3. Stel de verstekhoek en schuine hoek zo nodig af. OPMERKING: Vergeet niet om na gebruik de lampschakelaar uit te zetten. Anders blijft de lamp branden.
86 NEDERLANDSMONTAGEWAARSCHUWING: Zorg ervoor dat het gereedschap is uitgeschakeld en de stekker uit het stopcontact is getrokken voordat u werk-zaamheden uitvoert aan het gereedschap. Als u het gereedschap niet uitschakelt en de stekker niet uit het stopcontact trekt, kan dat leiden tot ernstig persoonlijk letsel. Opbergen van de inbussleutelWanneer u de inbussleutel niet gebruikt, bergt u deze op de plaats aangegeven in de afbeelding op, om te voorkomen dat deze wordt verloren. ► Fig. 24: 1. InbussleutelHet cirkelzaagblad aanbrengen en verwijderenWAARSCHUWING: Verzeker u er altijd van dat het gereedschap is uitgeschakeld en de stek-ker uit het stopcontact is getrokken alvorens het cirkelzaagblad te verwijderen of aan te brengen. Als het gereedschap per ongeluk start, kan dat leiden tot ernstig persoonlijk letsel.
WAARSCHUWING: Gebruik voor het verwij-deren of aanbrengen van het cirkelzaagblad uit-sluitend de bijgeleverde Makita-sleutel. Als deze sleutel niet wordt gebruikt, kan de inbusbout te strak of onvoldoende strak worden vastgezet met ernstig persoonlijk letsel tot gevolg. WAARSCHUWING: Gebruik of vervang nooit onderdelen die niet bij dit gereedschap werden geleverd. Het gebruik van dergelijke onderdelen kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. WAARSCHUWING: Nadat het cirkelzaagblad is aangebracht, verzekert u zich er altijd van dat het stevig is bevestigd. Een losse bevestiging van het cirkelzaagblad kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. Gemeenschappelijke voorbereidingen voor het aanbrengen en verwijderen van het cirkelzaagblad1. Ontgrendel de slede door aan de aanslagpen te trekken en breng de slede omhoog tot in de hoogste positie. 2.
BeschermkapHet cirkelzaagblad aanbrengenLET OP: Zorg ervoor dat u het cirkelzaagblad zodanig aanbrengt dat de richting van de pijl op het cirkelzaagblad overeenkomt met die op het zaagbladhuis. Als u dat niet doet, kan dat leiden tot persoonlijk letsel en schade aan het gereedschap en/of het werkstuk. 1. Voer de stappen uit van "Gemeenschappelijke voorbereidingen voor het aanbrengen en verwijderen van het cirkelzaagblad". 2. Druk de asblokkering in om de as te vergrendelen en draai met de inbussleutel de inbusbout rechtsom los. Verwijder daarna de inbusbout, de buitenens en het cirkelzaagblad. ► Fig. 26: 1. Inbusbout (linkse schroefdraad) 2. Buitenens 3. Asblokkering3. Breng het cirkelzaagblad zorgvuldig aan op de binnenens. Zorg ervoor dat de richting van de pijl op het cirkelzaagblad overeenkomt met de richting van de pijl op het zaagbladhuis. ► Fig. 27: 1. Pijl4.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Makita LS0816F stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Zaagmachine Makita
Handleiding Zaagmachine
Nieuwste handleidingen voor Zaagmachine