Makita DTD171 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Makita DTD171 (100 pagina’s), behorend tot de categorie Schroefmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 43 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Makita DTD171 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/100
DTD171
EN
Cordless Impact DriverINSTRUCTION MANUAL5
FR
Tournevis à Chocs sans FilMANUEL D’INSTRUCTIONS13
DE
Akku-SchlagschrauberBETRIEBSANLEITUNG22
IT
Avvitatore a massa battente a
batteria
ISTRUZIONI PER L’USO32
NL
AccuslagschroevendraaierGEBRUIKSAANWIJZING42
ES
Atornillador de Impacto
Inalámbrico
MANUAL DE
INSTRUCCIONES
51
PT
Parafusadeira de Impacto a
Bateria
MANUAL DE INSTRUÇÕES61
DA
Akku slagskruemaskineBRUGSANVISNING70
EL


79
TR
Akülü Darbeli TornavidaKULLANMA KILAVUZU89

Beoordeel deze handleiding

4.3/5 (7 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Makita
Categorie: Schroefmachine
Model: DTD171
Kleur van het product: Black, Blue
Gewicht: 1200 g
Diepte: 116 mm
Stroombron: Batterij/Accu
Accu/Batterij voltage: 18 V
Inactieve snelheid (1ste versnelling): 1100 RPM
Inactieve snelheid (2e versnelling): 2100 RPM
Stationair toerental (max): 3600 RPM
Maximum koppel: 180 Nm
Reverse: Ja
Ingebouwd licht: Ja
Aanpasbare snelheid: Ja
Boorkopdiameter: 1/4"
Handgreepvorm: Pistoolhandgreep
Type product: Elektrische schroevendraaier
Batterijtechnologie: Lithium-Ion (Li-Ion)
Geluidsvermogensniveau: 108 dB
Slagsnelheid: 3800 IPM
Inactieve snelheid (3e versnelling): 3200 RPM
Inactieve snelheid (4e versnelling): 3600 RPM
Aantal slagen (min): 1100 IPM

Handleiding Makita DTD171 – volledige tekst

Toepasselijke accu’s en ladersAccu BL1815N / BL1820 / BL1820B / BL1830 / BL1830B / BL1840 / BL1840B / BL1850 / BL1850B / BL1860BLader DC18RC / DC18RD / DC18RE / DC18SD / DC18SE / DC18SF• WAARSCHUWING: Gebruik uitsluitend de accu’s en laders die hierboven worden genoemd. Gebruik van enige andere accu of lader kan leiden tot letsel en/of brand. GebruiksdoeleindenDit gereedschap is bedoeld voor het indraaien van schroeven in hout, metaal en kunststof. Geluidsniveauvolgens EN62841-2-2:Geluidsdrukniveau (LpA): 97 dB (A)Geluidsvermogenniveau (LWA): 108 dB (A)WAARSCHUWING: Draag gehoorbescherming.

43 NEDERLANDSOPMERKING: De opgegeven trillingsemissiewaarde is gemeten volgens de standaardtestmethode en kan met andere gereedschappen. OPMERKING: De opgegeven trillingsemissiewaarde kan ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling.

Als u niet alle onder-brand, elektrische schokken en/of ernstig letsel. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de toekomst te kunnen raadplegen. De term "elektrisch gereedschap" in de veiligheidsvoor-schriften duidt op gereedschappen die op stroom van het lichtnet werken (met snoer) of gereedschappen met een accu (snoerloos). Veiligheidswaarschuwingen voor een accuslagschroevendraaier1. Houd elektrisch gereedschap vast bij het geïso-leerde oppervlak van de handgrepen wanneer u werkt op plaatsen waar het bevestigingsmateriaal in aanraking kan komen met verborgen bedra-ding. Wanneer bevestigingsmaterialen in aanraking komen met onder spanning staande draden, zullen de niet-geïsoleerde metalen delen van het gereed-schap onder spanning komen te staan zodat de 2.

Zorg ervoor dat u stevig staat op een vast ondergrond. Bij gebruik van het gereedschap op een hoge plaats dient u ervoor te zorgen dat niemand beneden u aanwezig is. 3. Houd het gereedschap stevig vast. 4. Draag oorbeschermers. 5. Raak het bit of het werkstuk niet aan onmiddel-lijk na het gebruik. Deze kunnen erg heet zijn en brandwonden veroorzaken. 6. Houd uw handen uit de buurt van draaiende onderdelen. 7. Gebruik hulphandgreep (hulphandgrepen), indien bij het gereedschap geleverd. Verliezen van de macht over het gereedschap kan letsel veroorzaken. 8. Houd elektrisch gereedschap alleen vast aan de geïsoleerde handgrepen wanneer de kans bestaat dat het werktuig in aanraking komt met verborgen bedrading.

-middelen in aanraking komen met onder spanning staande draden, zullen de niet-geïsoleerde meta-len delen van het gereedschap onder spanning komen te staan zodat de gebruiker een elektrische BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN. WAARSCHUWING: Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van comfort en bekendheid met het gereedschap (na veelvuldig gebruik) en neem alle veiligheidsvoorschriften van het betref-fende gereedschap altijd strikt in acht. VERKEERD GEBRUIK of het niet naleven van de veiligheidsvoorschriften in deze gebruiksaanwij-zing kan leiden tot ernstige verwondingen. Belangrijke veiligheidsinstructies voor een accu1. Lees alle voorschriften en waarschuwingen op (1) de acculader, (2) de accu, en (3) het product waarvoor de accu wordt gebruikt, alvorens de accu in gebruik te nemen. 2. Neem de accu niet uit elkaar. 3.

Als de gebruikstijd van een opgeladen accu aanzienlijk korter is geworden, moet u het gebruik ervan onmiddellijk stopzetten. Voortgezet gebruik kan oververhitting, brand->. */. /. /$\"//. . +$\.

44 NEDERLANDSKortsluiting van de accu kan oorzaak zijn van een grote stroomafgifte, oververhitting, brand-wonden, en zelfs defecten. 6. Bewaar het gereedschap en de accu niet op plaatsen waar de temperatuur kan oplopen tot 50°C of hoger. 7. Werp de accu nooit in het vuur, ook niet wan-neer hij zwaar beschadigd of volledig versleten is. De accu kan ontploffen in het vuur. 8. Wees voorzichtig dat u de accu niet laat vallen en hem niet blootstelt aan schokken of stoten. 9. Gebruik nooit een beschadigde accu. 10. De bijgeleverde lithium-ionbatterijen zijn onderhevig aan de vereisten in de wetgeving omtrent gevaarlijke stoffen. Gderden en transporteurs moeten speciale vereis-ten ten aanzien van verpakking en etikettering worden nageleefd.

Als voorbereiding van het artikel dat wordt GG>GGregelgeving. Blootliggende contactpunten moeten worden afgedekt met tape en de accu moet zodanig worden verpakt dat deze niet kan bewegen in de verpakking. 11. Volg bij het weggooien van de accu de plaatse-lijke voorschriften. 12. Gebruik de accu’s uitsluitend met de gereed-schappen die door Makita zijn aanbevolen. Als de accu’s worden aangebracht in niet-compatibele gereedschappen, kan dat leiden tot brand, bui-tensporige warmteontwikkeling, een explosie of GGGBEWAAR DEZE INSTRUCTIES. LET OP: Gebruik uitsluitend originele Makita accu’s.

Het gebruik van niet-originele accu’s, of GG-zaakt. Ook vervalt daarmee de garantie van Makita op het gereedschap en de lader van Makita. Tips voor een maximale levens-duur van de accu1. Laad de accu op voordat hij volledig ontladen is. Stop het gebruik van het gereedschap en laad de accu op telkens wanneer u vaststelt dat het vermogen van het gereedschap is afgenomen. 2. Laad een volledig opgeladen accu nooit opnieuw op. Te lang opladen verkort de levensduur van de accu. 3. Laad de accu op bij een omgevingstempe-ratuur tussen 10°C en 40°C. Laat een warme accu afkoelen alvorens hem op te laden. 4. Laad de accu op als u deze gedurende een lange tijd (meer dan zes maanden) niet gaat gebruiken.

BESCHRIJVING VAN DE FUNCTIESLET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens de functies op het gereedschap af te stellen of te controleren. De accu aanbrengen en verwijderenLET OP: Schakel het gereedschap altijd uit voordat u de accu aanbrengt of verwijdert. LET OP: Houd het gereedschap en de accu stevig vast tijdens het aanbrengen of verwijderen van de accu. Als u het gereedschap en de accu niet stevig vasthoudt, kunnen deze uit uw handen glippen en het gereedschap of de accu beschadigen, of kan GG[Fig. 1: 1. Rood deel 2. *3.

AccuGGGuit het gereedschap. GG-schap tot u een klikgeluid hoort. Als u het rode deel aan de bovenkant van de knop kunt zien, is de accu niet goed aangebracht. LET OP: Breng de accu altijd helemaal aan totdat het rode deel niet meer zichtbaar is. Als u dit niet doet, kan de accu per ongeluk uit het gereedschap vallen en u of anderen in uw omgeving verwonden. LET OP: Breng de accu niet met kracht aan. &GGGkan worden geschoven, wordt deze niet goed aangebracht.

Het GG-pen als het gereedschap of de accu aan één van de volgende omstandigheden wordt blootgesteld:OverbelastingsbeveiligingWanneer de accu wordt gebruikt op een manier waarop een abnormaal hoge stroomsterkte wordt getrokken, stopt het gereedschap automatisch. In dat geval scha-kelt u het gereedschap uit en stopt u met het gebruik dat er toe leidde dat het gereedschap overbelast raakte. Schakel vervolgens het gereedschap in om weer te starten.

45 NEDERLANDSOververhittingsbeveiligingWanneer het gereedschap/de accu oververhit is, stopt het gereedschap automatisch. Laat in deze situatie het gereedschap/de accu afkoelen voordat u het gereed-schap weer inschakelt. Beveiliging tegen te ver ontladenAls de acculading onvoldoende is, stopt het gereed-vanaf het gereedschap en laadt u de accu op. De resterende acculading controlerenAlleen voor accu’s met indicatorlampjesFig. 2: 1. 2. TestknopDruk op de testknop op de accu om de resterende -rende enkele seconden. Indicatorlampjes Resterende acculadingBrandt Uit Knippert75% tot 100%50% tot 75%25% tot 50%0% tot 25%Laad de accu op. Er kan een opgetreden in de accu.

OPMERKING:-digheden en de omgevingstemperatuur, is het moge-De trekkerschakelaar gebruikenFig. 3: 1. TrekkerschakelaarLET OP: Alvorens de accu in het gereed-schap te plaatsen, moet u altijd controleren of de trekkerschakelaar goed werkt en bij het loslaten terugkeert naar de stand “OFF”. trekkerschakelaar in.

Hoe harder u de trekkerscha-Laat de trekkerschakelaar los om het gereedschap te stoppen. OPMERKING: Het gereedschap stopt automatisch wanneer u de trekkerschakelaar gedurende ongeveer 6 minuten ingeknepen houdt. OPMERKING:-knepen, werken geen van de andere knoppen. De lamp op de voorkant gebruikenLET OP: Kijk niet direct in het lamplicht of in de lichtbron. Fig. 4: 1. LampFig. 5: 1. -kelen. Laat hem los om uit te schakelen. Ongeveer 10 seconden nadat u de trekkerschakelaar hebt losgela-ten, gaat de lamp uit. Om de lamp uitgeschakeld te laten, stelt u de status van de lamp in op uit. Om de status van de lamp in te stellen los. Druk daarna binnen 10 seconden op de knop.

Om de status van de lamp weer in te stellen op aan, drukt u op dezelfde manier op de knop. OPMERKING: Wanneer het gereedschap oververhit is, knippert het licht gedurende een minuut waarna het -schap afkoelen alvorens het weer in gebruik te nemen.

OPMERKING: Om de lampstatus te controleren, de lampstatus ingeschakeld. Als de lamp niet gaat branden, is de lampstatus uitgeschakeld. OPMERKING: Gebruik een droge doek om vuil van de lens van de lamp af te vegen. Wees voorzichtig dat u de lens van de lamp niet bekrast omdat dan de verlichting minder wordt. De omkeerschakelaar bedienenFig. 6: 1. OmkeerschakelaarLET OP: Controleer altijd de draairichting alvorens het gereedschap te starten. LET OP: Verander de stand van de omkeer-schakelaar alleen nadat het gereedschap volledig tot stilstand is gekomen. Als u de draairichting gereedschap beschadigd raken. LET OP: Zet de omkeerschakelaar altijd in de neutrale stand wanneer u het gereedschap niet gebruikt.

Dit gereedschap heeft een omkeerschakelaar voor het veranderen van de draairichting. Druk de omkeerscha-kelaar in vanaf kant A voor de draairichting rechtsom, of vanaf kant B voor de draairichting linksom. Wanneer de omkeerschakelaar in de neutrale stand staat, kan de trekkerschakelaar niet worden ingeknepen. De bedieningsfunctie veranderenWat is de bedieningsfunctie.

46 NEDERLANDSDit gereedschap heeft de volgende bedieningsfuncties:Slagkracht• Maximaal• Hard• Gemiddeld• ZachtHulpfunctie• Houtfunctie• Boutfunctie• T-functie (1)• T-functie (2)De bedieningsfunctie kan worden veranderd met de knop , de knop of de snelfunctieschakelknop. Fig. 7: 1. Snelfunctieschakelknop 2.  3. Door een bepaalde bedieningsfunctie in het gereedschap te registreren, kunt u omschakelen naar de geregistreerde bedieningsfunctie door alleen maar op de snelfunctiescha-kelknop te drukken (snelfunctieschakelen). OPMERKING: --maal in voordat u op de snelfunctieschakelknop drukt. OPMERKING: U kunt de bedieningsfunctie niet veranderen als u het gereedschap ongeveer één minuut niet hebt bediend.

de knop , de knop of de snelfunctieschakelknop. OPMERKING: Raadpleeg “Een bedieningsfunctie registreren” in het gedeelte “Snelfunctieschakelen” voor informatie over het registreren van de bedieningsfunctie. SnelfunctieschakelknopDe werking van de snelfunctieschakelknop verschilt -schap is geregistreerd. Fig. 8: 1. SnelfunctieschakelknopWanneer geen bedieningsfunctie is geregistreerd:De slagkracht verandert elke keer wanneer op de snelfunctieschakelknop wordt gedrukt.

De lampen wanneer de slagkracht wordt veranderd door op de snelfunctieschakelknop te drukken. Wanneer een bedieningsfunctie is geregistreerd:Het gereedschap schakelt om tussen de geregistreerde bedieningsfunctie en de huidige bedieningsfunctie elke keer wanneer op de snelfunctieschakelknop wordt gedrukt. eenmaal wanneer de bedieningsfunctie wordt omgescha-keld door op de snelfunctieschakelknop te drukken. OPMERKING:-geschakeld, knipperen de lampen niet wanneer de bedieningsfunctie wordt omgeschakeld door op de snelfunctieschakelknop te drukken. OPMERKING: Raadpleeg “Een bedieningsfunctie registreren” in het gedeelte “Snelfunctieschakelen” voor informatie over het registreren van de bedieningsfunctie.

De snelfunctieschakelknop uitschakelenU kunt de snelfunctieschakelknop ook uitschakelen. Nadat de snelfunctieschakelknop is uitgeschakeld, werkt deze niet meer voor het veranderen van de slag-kracht en het omschakelen van de bedieningsfunctie. Om de snelfunctieschakelknop uit te schakelen, houdt u de snelfunctieschakelknop en de knop knipperen. Om de snelfunctieschakelknop weer in te schakelen, voert u de bovenstaande procedure nogmaals uit. OPMERKING: Registreren en wissen van een bedieningsfunctie kan zelfs worden gedaan wanneer de snelfunctieschakelknop is uitgeschakeld.

Na het registreren of wissen van de bedieningsfunctie wordt de snelfunctieschakelknop ingeschakeld. ReferentietabelDe onderstaande tabel toont de werking van de snelfunctieschakelknop. geeft de snelfunctieschakelknop aan. Knop(pen) / Handeling Bevestiging+Een bedieningsfunctie registrerenbedieningsfunctie knipperen. (Wanneer het snelfunctie-schakelen is uitgeschakeld) De slagkracht veranderen met de snelfunctiescha-kelknop De lampen op het gereed-schap knipperen eenmaal. (Wanneer het snelfunctie-schakelen is ingeschakeld) Naar de geregistreerde bedieningsfunctie omschakelenDe lampen op het gereed-schap knipperen eenmaal. +De geregistreerde bedie-ningsfunctie wissenknipperen. +De snelfunctieschakel-knop uitschakelen/weer inschakelen-ningspaneel knipperen.

47 NEDERLANDSWijzigen van de slagkrachtU kunt de slagkracht in vier stappen instellen: maxi-maal, hard, gemiddeld en zacht. Zo kunt u de beste aandraaikracht voor het te verrichten werk kiezen. De slagkracht verandert elke keer wanneer op de knop of de snelfunctieschakelknop wordt gedrukt. U kunt de slagkracht veranderen binnen ongeveer één minuut nadat de trekkerschakelaar is losgelaten of op de knop , de knop of de snelfunctieschakelknop is gedrukt. Fig. 9: 1. Bedieningsfunctie (Slagkrachtniveau aangegeven op het bedieningspaneel)Maximaal aantal slagen Doel Voorbeeld van toepassingMaximaal3. 800 min-1Vastdraaien met de maximale kracht en snelheid. Schroeven draaien in ondergrond-materialen, vastdraaien van lange schroeven of bouten. Hard3. 600 min-1Vastdraaien met minder kracht en snelheid dan in de Maximaal-stand de Maximaal-stand).

OPMERKING:acculading te besparen. De grootte van de slagkracht kan worden gecontroleerd door de trekkerschakelaar heel De hulpfunctie veranderenDit gereedschap is uitgerust met een hulpfunctie die voor het indraaien van schroeven. u op de knop drukt. U kunt de hulpfunctie veranderen binnen ongeveer één minuut nadat de trekkerschakelaar is losgelaten of op de knop , de knop of de snelfunctieschakelknop is gedrukt. Fig. 10: 1. Bedieningsfunctie(Hulpfunctie aan-gegeven op het bedieningspaneel)Maximaal aantal slagen Werking DoelHoutfunctie*13.

800 min-1Deze functie helpt voorkomen dat de schroef omvalt wanneer deze begint te draaien. Het gereedschap draait de schroef eerst met een laag toerental. Nadat de slagwerking van het gereedschap begint, neemt het toerental toe tot het maximumtoerental wordt bereikt. Vastdraaien van lange schroeven. Boutfunctie (automatisch draaien)*1*23.

800 min-1Deze functie helpt voorkomen dat de bout eruit gereedschap linksom draait, stopt het gereedschap automatisch zodra de bout/moer voldoende los zit. In deze functie hoeft de trekkerschakelaar minder diep te worden ingeknepen totdat het gereedschap op maximaal toerental draait. Losdraaien van bouten.

48 NEDERLANDSBedieningsfunctie(Hulpfunctie aan-gegeven op het bedieningspaneel)Maximaal aantal slagen Werking DoelT-functie (1)*1- (Het gereedschap stopt met draaien zodra de slagwerking begint. )Deze functie helpt voorkomen dat de schroef te strak wordt vastgedraaid. En maakt tevens snel -toerental erin en stopt kort nadat de slagwerking begint. OPMERKING: De timing waarmee het indraaien stopt is afhan-kelijk van het type schroef en het materiaal waarin wordt gedraaid. Test het indraaien voor-dat u deze functie gebruikt. Zelftappende schroeven draaien in een dunne metaalplaat met goede afwerking. T-functie (2)*12. 600 min-1Deze functie helpt voorkomen dat de schroef breekt of wordt gestript.

En maakt tevens snel werken en gereedschap draait een schroef met hoog toerental erin en vertraagt het draaien wanneer de slagwer-king van het gereedschap begint. OPMERKING: Laat de trekkerschakelaar los zodra het indraaien stopt om te strak vastdraaien te voorkomen. Zelftappende schroeven draaien in een dikke metaalplaat met goede afwerking. *1: De automatische toerentalregeling werkt alleen wanneer de trekkerschakelaar helemaal is ingeknepen.

U kunt omschakelen naar uw gewenste bedieningsfunctie door alleen maar op de snelfunctie-schakelen. VOORBEELDmet maximale slagkracht wordt gebruikt, registreert u de maximale slagkracht als de functie voor snelfunc-tieschakelen. Eenmaal geregistreerd, kunt u vanuit de T-functie omschakelen naar de maximale slagkracht met één keer drukken op de snelfunctieschakelknop. Bovendien kunt u terugkeren naar de T-functie door nogmaals op de snelfunctieschakelknop te drukken. Zelfs als het gereedschap in een andere bedie-ningsfunctie dan de T-functie staat, zal door op de snelfunctieschakelknop te drukken de bedienings-functie veranderen naar de maximale slagkracht.

Het is handig om een bedieningsfunctie te registreren die u veelvuldig gebruikt. U kunt een van de volgende bedieningsfuncties kiezen voor snelfunctieschakelen:Slagkracht• Maximaal• Hard• Gemiddeld• ZachtHulpfunctie• Houtfunctie• Boutfunctie• T-functie (1)• T-functie (2)Een bedieningsfunctie registrerenOn snelfunctieschakelen te gebruiken, registreert u eer-ste uw gewenste bedieningsfunctie in het gereedschap. 1.   of de knop uw gewenste bedieningsfunctie. 2.

Houd de knop en de snelfunctieschakelknop Fig. 11: 1. Snelfunctieschakelknop 2. OPMERKING: U kunt de huidige bedieningsfunctie procedure uit te voeren. Snelfunctieschakelen gebruikenAls het gereedschap in een bedieningsfunctie staat die niet is geregistreerd, drukt u op de snelfunctiescha-kelknop om om te schakelen naar de geregistreerde bedieningsfunctie. Het gereedschap schakelt om tus-sen de geregistreerde bedieningsfunctie en de laatst gebruikte bedieningsfunctie elke keer wanneer op de snelfunctieschakelknop wordt gedrukt. De lampen wanneer wordt omgeschakeld naar de geregistreerde bedieningsfunctie.

49 NEDERLANDSOPMERKING:wanneer de bedieningsfunctie is gekozen die in het gereedschap is geregistreerd. Snelfunctieschakelen annulerenHoud de knop en de snelfunctieschakelknop tege--OPMERKING: Nadat snelfunctieschakelen is gean-nuleerd, kan door op de snelfunctieschakelknop te drukken de slagkracht worden veranderd. MONTAGELET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens enig werk aan het gereedschap uit te voeren. Aanbrengen of verwijderen van het schroefbit of de schroefdopFig. 12Gebruik uitsluitend een schroefbit/schroefdop met een insteekgedeelte zoals aangegeven in de afbeelding. Gebruik geen ander schroefbit/schroefdop.

Voor gereedschappen met een ondiepe schroefbit-insteekopeningA=12 mm B=9 mm schroefbit. Volg procedure 1. (Opmerking) De bitadapter is niet nodig. Voor gereedschappen met een diepe schroefbit-insteekopeningA=17 mm B=14 mmplaatsen, volgt u procedure 1. A=12 mm B=9 mmplaatsen, volgt u procedure 2. (Opmerking) De bitadapter is nodig om het bit te plaatsen. Procedure 1Voor gereedschap zonder snelkoppelingsbusFig. 13: 1. Schroefbit 2.

BusOm het schroefbit te plaatsen, trekt u de bus in de richting van  Laat daarna de bus los om het schroefbit te vergrendelen. Voor gereedschap met snelkoppelingsbusOm het schroefbit aan te brengen, steekt u het schroef-Procedure 2Voorafgaande aan Procedure 1, steekt u de bitadapter Fig. 14: 1. Schroefbit 2. Bitadapter 3. BusOPMERKING: Als het schroefbit niet diep genoeg in de bus wordt gestoken, zal de bus niet naar haar -bit niet goed vastzitten. In dat geval dient u het bit opnieuw erin te steken volgens de bovenstaande procedure.

OPMERKING:aan te brengen, trekt u aan de bus en steekt u het OPMERKING: Nadat u het schroefbit in de bus hebt gestoken, controleert u dat het schroefbit stevig vast zit. Als het uit de bus komt, mag u het niet gebruiken. De haak aanbrengenLET OP: Als u de haak aanbrengt, bevestigt u deze altijd stevig met de schroef.

Als u dit niet doet, Fig. 15: 1. Gleuf 2. Haak 3. Schroefgereedschap worden bevestigd. Om de haak te beves-u hem vast met de schroef. Om de haak eraf te halen, draait u de schroef los en haalt u de haak eraf. BEDIENINGFig. 16van het soort en de maat van de schroef/bout, het materiaal van het te bevestigen werkstuk, enz. De ver-wordt aangegeven in de afbeeldingen. Juiste aandraaimoment voor een standaardboutN•m(kgf•cm)M14M12M10M8M16M14M12M10M8M16140(1428)(1224)(1020)(816)(612)(408)(204)12010080604020012121. 2. Aandraaimoment.

50 NEDERLANDSJuiste aandraaimoment voor een bout met hoge trekvastheid21M14M12M14M12M10M8M10M8200180160140120100806040200123(2040)(1836)(1632)(1428)(1224)(1020)(816)(612)(408)(204)N•m(kgf•cm)1. 2. AandraaimomentHoud het gereedschap stevig vast en plaats de punt van het schroefbit in de schroefkop. Oefen zoveel kracht op het gereedschap uit als nodig is om het het gereedschap in om de bediening te starten. KENNISGEVING: Als u een reserveaccu gebruikt om de werkzaamheden voort te kunnen zetten, geeft u het gereedschap minstens 15 minuten rusttijd. OPMERKING:voor de kop van de aan te draaien schroef/bout.

OPMERKING: Voor het vastdraaien van een M8-formaat of kleinere schroef, kiest u de geschikte slagkracht en regelt u de druk op de trekkerschake-laar zorgvuldig zo dat de schroef niet beschadigd wordt. OPMERKING: Houd het gereedschap vooral recht op de schroef. OPMERKING: Als de slagkracht te hoog is, zal de schroef langer worden aangedraaid dan aangegeven in de afbeeldingen, en dan kan de schroef of de kop van het schroefbit overbelast, vervormd of bescha-digd worden. Alvorens u aan het werk gaat, dient u Het aandraaimoment wordt beïnvloed door een groot aantal verschillende factoren, waaronder de volgende.

-ment met een momentsleutel.  af en vermindert het aandraaimoment. 2. Schroefbit of schroefdopHet aandraaimoment vermindert als u niet een gebruikt. 3. Bout -aandraaimoment af van de boutdiameter.  boutlengte. 4. De manier van vasthouden van het gereedschap en de positie waar de schroef in het materiaal wordt gedraaid, hebben een invloed op het aandraaimoment.  -ment kleiner.

ONDERHOUDLET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens te beginnen met onderhoud of inspectie. KENNISGEVING: Gebruik nooit benzine, was-benzine, thinner, alcohol en dergelijke. Hierdoor kunnen verkleuring, vervormingen en barsten worden veroorzaakt.

Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het gereedschap te handhaven, dienen alle reparaties, erkend Makita-servicecentrum of de Makita-fabriek, en OPTIONELE ACCESSOIRESLET OP: Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met het Makita gereedschap dat in deze gebruiksaanwijzing is beschreven. -sel. Gebruik de accessoires of hulpstukken uitsluitend voor hun bestemde doel. -Makita-servicecentrum.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Makita DTD171 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden