Makita DCS7901 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Makita DCS7901 (30 pagina’s), behorend tot de categorie Zaagmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 73 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Makita DCS7901 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/30
1
Gebruiksaanwijzing
Belangrijk:
Lees voor de eerste inbedrijfname deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en neem alle veiligheidsvoorschriften in acht!
Gebruiksaanwijzing zorgvuldig bewaren!
DCS 6400
DCS 6401
DCS 7300
DCS 7301
DCS 7900
DCS 7901

Beoordeel deze handleiding

4.1/5 (7 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Makita
Categorie: Zaagmachine
Model: DCS7901

Handleiding Makita DCS7901 – volledige tekst

2Hartelijk dank voor uw vertrouwen. Wij feliciteren u met uw nieuwe MAKITA motorzaag en hopen,dat u met deze moderne machine tevreden zult zijn. De DCS 6400, 6401, 7300, 7301, 7900, 7901 modellen zijnbijzonder handige en robuuste motorzagen in een nieuwdesign. De automatische kettingsmering met een hoeveelheids-regelbare oliepomp, een onderhoudsvrije elektronischeontsteking, het gezondheidsbeschermende antitrilsysteem ende ergonomische vormgeving van grepen en bedienings-elementen zorgen voor bediencomfort en praktisch onver-moeiend werken met de zaag. De veiligheidsuitrusting van de MAKITA motorzagen DCS6400, 6401, 7300, 7301, 7900, 7901 is op de nieuwste standvan de techniek en vervult alle nationale en internationaleveiligheidsvoorschriften.

Zij omvat handbeschermers aan beidegrepen, een gasafsperknop, een kettingvangbout, eenveiligheidszaagketting en een kettingrem, die niet alleen metde hand in werking kan worden gesteld, maar die ook d. m. v. zaaggeleidingsterugslag (kickback), automatisch door eenvertragingsmechanisme in werking wordt gesteld. In het apparaat zijn volgende octrooirechten in de praktijkgebracht: GBM 29616652, EP 0560201B1. Om uw persoonlijke veiligheid te waarborgen en een optimaalfunctioneren en optimale beschikbaarheid van uw nieuwemotorkettingzaag te garanderen, verzoeken wij u het volgende:Leest u voor de eerste ingebruikname van de motorzaagdeze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en neembeslist alle veiligheidsvoorschriften in acht. Nietinacht-neming kan levensgevaarlijke verwondingen veroorzaken. VerpakkingUw MAKITA motorzaag is ter bescherming tegen transport-schades in een karton verpakt.

Het conformiteitsbeoordelingsprocédé 2000/14/EG is volgensappendix V doorgevoerd. Het gemeten peil van geluidsniveau(Lwa) bedraagt 115 dB(A). Het gegarandeerde peil vangeluidsniveau (Ld) is 116 dB(A). De EU-bouwmodelkeuring conform 98/37/EG geschieddedoor: TÜV Product Service GmbH, Zertifizierstelle, Ridlerstr. 31, D-80339 München. Hambug, 1. 12. 2001Voor DOLMAR GmbHJunzo Asada Rainer BergfeldDirecteur Directeur.

Gebruiksaanwijzing (niet afgebeeld)Indien een van de hier afgebeelde onderdelen bij de leveringontbreekt, wendt u zich dan tot uw verkoper!SymbolenOp de machine en bij het lezen van de gebruiksaanwijzing treft u de volgende symbolen aan:Gebruiksaanwijzing lezen en dewaarschuwings- en veiligheids-aanwijzingen opvolgen!Bijzondere attentie!Verboden!Veiligheidshelm, ogen- engehoorbescherming dragen!Beschermende handschoenen!Roken verboden!Geen open vuur!Motor uitzetten!Motor startenStopschakelaarAttentie, terugslag (Kickback)!KettingremBrandstofmengselGebruik in de zomer / winterCarburatorafstellingZaagkettingolieSchroef voor het afstellen vanhet oliedebiet voor dezaagkettingEerste hulpRecyclingCE-norm

445671231VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTENAlgemene voorschriften-Om een veilig gebruik te garanderen moet degene die hetapparaat bedient altijd deze gebruiksaanwijzing te lezen,om zich met de werking ervan vertrouwd te maken. Onvol-doende geïnstrueerde gebruikers kunnen zichzelf en anderendoor ondeskundig gebruik in gevaar brengen. - De motorkettingzaag alleen uitlenen aan personen metervaring in het gebruik van een motorkettingzaag. De ge-bruiksaanwijzing dient daarbij overhandigd te worden. - Nieuwe gebruikers moeten zich door de verkoper lateninstrueren, of een wettelijk erkende opleiding volgen, omvertrouwd teraken met het zagen met een motorkettingzaag. - Kinderen en jeugdige personen onder 18 jaar mogen demotorkettingzaag niet gebruiken. Voor jeugdigen boven 16jaar geldt dit verbod niet als zij in het kader van hun opleidingonder toezicht staan van een vakman.

- Het werken met de motorkettingzaag vereist een hoge matevan concentratie. - Werk alleen in goede lichamelijke conditie. Ook vermoeidheidkan onoplettendheid tot gevolg hebben. Van begin tot eind vanwerkzaamheden is een zeer goede concentratie vereist. Voeralle werkzaamheden rustig en zorgvuldig uit. De gebruiker isverantwoordelijk ten opzichte van derden. - Nooit onder invloed van alcohol, drugs of medicijnen werken. - Bij het werken in gemakkelijk ontbrandbare begroeiing en bijdroogte moet een brandblusser bij de hand zijn. Persoonlijke beschermingsuitrusting-Om bij het zagen verwondingen aan hoofd, ogen, handenof voeten en schade aan het gehoor te vermijden moet dehierna omschreven beschermende uitrusting en bescher-mende kleding gedragen worden. - De kleding moet doelmatig zijn, d. w. z. goed aansluitend,maar mag niet hinderen.

Draag geen sieraden of kledingwaarmee u achter takken of struiken kunt blijven haken. Bijlang haar een haarnet dragen. - Bij alle werkzaamheden in het bos dient een veiligheidshelm(1) te worden gedragen, voor bescherming tegen vallendetakken.

De veiligheidshelm moet regelmatig op beschadigingengecontroleerd worden en moet na maximaal 5 jaar vervangenworden. Alleen goedgekeurde helmen gebruiken. - De gezichtsbeschermer (2) van de helm (alternatief: veilig-heidsbril) beschermt tegen wegspattende zaagspaanders enhoutsplinters. Om verwondingen aan de ogen te voorkomenmoet bij het werken met de motorkettingzaag altijd oogbescher-ming resp. gezichtsbescherming gedragen worden. - Om gehoorschade te voorkomen moet geschikte persoonlijkegehoorbescherming gedragen worden. (Oorbeschermers(3), oordopjes, oorwatten etc. ) Octaafbandanalyse op aanvraag. - De bosbouw-veiligheidsjas (4) heeft signaalrode schouder-passen, is comfortabel in het dragen en gemakkelijk in on-derhoud. - De bosbouw-veiligheidsbroek (5) bestaat uit 22 lagennylonweefsel en beschermt tegen snijwonden. Het gebruikervan wordt dringend aanbevolen.

-Werkhandschoenen (6) van een zware kwaliteit leer behorentot de voorgeschreven uitrusting en moeten bij het werkenmet de motorkettingzaag altijd gedragen worden. - Bij het werken met de motorkettingzaag moeten veiligheids-schoenen veiligheidslaarzen of (7) met profielzool, stalenneus en beenbeschermers gedragen worden. Veiligheids-schoeisel met een beschermende inleg biedt beschermingtegen snijverwondingen en zorgen ervoor dat men stabielstaat. 432.

565798Brandstoffen / tanken- Bij het aftanken van de motorkettingzaag moet de motor wor-den uitgezet. - Roken en iedere vorm van open vuur zijn niet toegestaan (5). - Laat de motor afkoelen alvorens te tanken. - Brandstoffen kunnen oplosmiddelachtige substanties bevatten. Huid- en oogcontact met mineraalolieprodukten vermijden. Draag bij het aftanken handschoenen. Vervang en reinigbeschermende kleding regelmatig. Adem de brandstofdampenniet in. Het inademen van motorbrandstofdampen kan lichamelijkletsel veroorzaken. - Mors geen brandstof of kettingolie. Als er toch brandstof of oliegemorst is moet de motorkettingzaag direct schoongemaaktworden. Zorg dat er geen brandstof op uw kleding terechtkomt. Als dat toch gebeurt kleedt u dan direct om. - Let erop dat er geen brandstof of kettingolie in de grond wegloopt(bescherming van het milieu). Leg iets op de grond ter bescherming.

- Tank niet in afgesloten ruimten. Brandstofdampen verzamelenzich op de bodem (explosiegevaar). - Sluit de tankdoppen van brandstof- en olietank goed. - Start de motorkettingzaag niet op dezelfde plek als waar u getanktheeft (tenminste 3 meter verwijderd van de tankplaats) (6). - Brandstof is niet onbeperkt houdbaar. Koop niet meer dan ubinnen een redelijke tijd zult gebruiken. - Vervoer en bewaar brandstof en kettingolie alleen ingoedgekeurde en gewaarmerkte jerrycans. Sla brandstof enkettingolie zo op dat kinderen er niet bij kunnen. Inbedrijfname-Werk niet alleen, in noodgevallen moet er iemand in debuurt zijn (gehoorafstand). - Verzeker u ervan dat er zich geen kinderen of andere personenbinnen het werkbereik van de motorkettingzaag bevinden. Letook op dieren (7).

Let vooral op of de kettingrem werkt, of de zaaggeleider juistgemonteerd is, of de zaagketting volgens voorschrift geslepenen gespannen is, of de kettingwielbeschermer vastzit, degashendel soepel beweegt, de sperknop werkt, of de handgrependroog en schoon zijn, en of Start/Stop schakelaar het doet. - De motorkettingzaag pas nadat deze volledig in elkaar gezet isin bedrijf nemen. De motorkettingzaag mag uitsluitend geheelgemonteerd gebruikt worden. - Voor het starten moet de bediener van de zaag goed stabiel staan. - Start de motorkettingzaag uitsluitend volgens de gebruiks-aanwijzing (8). Andere startmethoden zijn niet toegestaan. - Bij het starten van de motorkettingzaag moet de machine goedgesteund en stevig vastgehouden worden. De ketting en dezaaggeleider mogen nergens tegenaan komen.

-Houd tijdens het werken met de motorkettingzaag deze metbeide handen vast, met de rechterhand op de achterstehandgreep en de linker hand op de beugelgreep. De handgrepenmet de duimen eromheen vasthouden. -ATTENTIE: Bij het loslaten van de gashendel loopt deketting nog enige tijd door (vrijloopeffect). - Let er voortdurend op dat u stevig staat. - De motorkettingzaag moet zodanig gehanteerd worden dat ergeen uitlaatgassen ingeademd kunnen worden. Werk niet ingesloten ruimten (vergiftigingsgevaar). -Zet de motorkettingzaag direct af bij merkbaar veranderdmachinegedrag. -Zet de motorzaag af voor het controleren van de ketting-spanning, het naspannen, het verwisselen van de kettingen het opheffen van storingen (9). - Als de zaag met stenen, spijkers of andere harde voorwerpenin aanraking is gekomen moet de motor direct afgezet wordenen moet de zaaginrichting geïnspecteerd worden.

- Tijdens werkonderbrekingen en voor het verlaten moet demotorzaag uitgeschakeld worden (9) en zo geparkeerd, datniemand in gevaar kan geraken. - Leg de warme motorkettingzaag niet in droog gras of op brandbarevoorwerpen. De uitlaat geeft een aanzienlijke hitte af (brandgevaar).

6ZTerugslag (Kickback)- Bij het werken met de motorkettingzaag kan gevaarlijketerugslag optreden. - Deze terugslag ontstaat als het bovenste kwadrant van dezaaggeleider per ongeluk tegen hout of andere vaste voor-werpen aankomt (10). - Daarbij wordt de motorzaag ongecontroleerd en met grotekracht in de richting van de bedieningspersoon geslingerd,resp. versneld (gevaar voor letsel. )Om terugslag te voorkomen moet op het volgende geletworden:- Insteekwerk (direkt met het het uiteinde van de zaaggeleiderin het hout aanzetten) mag uitsluitend door speciaal geschooldpersoneel worden uitgevoerd. - De punt van de zaaggeleider moet altijd in het oog gehoudenworden. Pas op bij het voortzetten van reeds begonnenzaagsneden. - Begin met lopende zaagketting aan de zaagsnede. - De zaagketting moet altijd correct geslepen worden. Let daarbijvooral op de juiste hoogte van de dieptebegrenzing.

- Zaag nooit meerdere takken tegelijkertijd door. Let er bij hetverwijderen van takken op dat geen andere tak geraakt wordt. - Let bij het afkorten op in de buurt liggende stammen. Werkomstandigheden en -technieken- Werk alleen bij goed zicht en goede verlichting. Let in hetbijzonder op gladheid, nattigheid, ijs en sneeuw (uitglijgevaar). Verhoogd gevaar voor uitglijden bestaat op vers ontbast hout(schors). - Werk nooit op een onstabiele ondergrond. Let op obstakels op dewerkplek, struikelgevaar. Let er voortdurend op dat u stevig staat. - Zaag nooit boven schouderhoogte (11). - Zaag nooit staande op een ladder (11). - Klim nooit met de motorkettingzaag in een boom omwerkzaamheden uit te voeren. - Niet te ver voorovergebogen werken. - Beweeg de motorkettingzaag zodanig dat zich geen lichaam-sdelen in het verlengde van het zwenkbereik van de zaagkettingbevinden (12).

- Gebruik de motorkettingzaag uitsluitend voor het zagen van hout. - Houd de lopende zaagketting vrij van de grond. - Gebruik motorkettingzagen nooit voor het wegtillen enverwijderen van stukken hout en andere voorwerpen.

- Ontdoe het bereik van de zaagsnede van vreemde voorwerpenzoals zand, stenen, spijkers etc. Vreemde voorwerpenbeschadigen de zaag en kunnen gevaarlijke terugslag(kickback) tot gevolg hebben. - Gebruik bij het zagen van sprokkelhout en dunne stammeneen stabiele bok (indien mogelijk een zaagbok, 13). Het houtmag niet met de voet of door een tweede persoon wordenvastgehouden. - Rondhout moet tegen verdraaien tijdens het zagen wordengeborgd. -Bij afkorten moet de getande beugel tegen het te (13, Z) zagen hout worden gezet. - Voor het afkorten moet de getande beugel tegen het te zagenhout gezet worden en pas daarna met lopende zaagketting hethout gezaagd worden. De zaag wordt daarbij door middel vande achterste handgreep omhoog getrokken en met debeugelhandgreep geleid. De getande beugel dient daarbij alsdraaipunt. Het volgen gebeurt met een lichte druk op debeugelgreep.

De zaag hierbij iets terugtrekken. Getande beugellager aanzetten en opnieuw de achterste handgreep omhoogtrekken. -Steek- en langssneden mogen alleen door speciaalgeschoold personeel uitgevoerd worden (verhoogd gevaarvoor terugslag). -Langssneden (14) in een zo klein mogelijke hoek aanzetten. Hier moet bijzonder voorzichtig te werk worden gegaan, daarde getande beugel niet kan grijpen. - Trek de zaag alleen met lopende zaagketting uit het hout. - Zijn er meerdere zaagsneden nodig dan moet de gashendeltussendoor losgelaten worden. 1012131411.

7BAB- Pas op bij het zagen van versplinterd hout. Er kunnenafgezaagde houtsplinters meegetrokken worden (gevaar voorletsel). - Bij het zagen met de bovenzijde van de zaaggeleider kan demotorkettingzaag in de richting van de bedieningspersoongestoten worden als de zaagketting klem komt te zitten. Daarom moet zoveel mogelijk met de onderzijde van dezaaggeleider gezaagd worden, daar in dat geval de zaag altijdvan het lichaam weg in de richting van het hout getrokken zalworden (15). - Hout onder spanning (16) moet altijd eerst aan de drukzijde (A)ingezaagd worden. Pas daarna kan de scheidingssnede op detrekzijde (B) gemaakt worden. Zo wordt het ingeklemd rekenvan de zaaggeleider voorkomen. ATTENTIE: Velwerkzaamheden en verwijderen van takken,alsmede het werken aan omgewaaide bomen mogen alleenuitgevoerd worden door geschoold personeel. Gevaarvoor letsel.

- Steun bij het verwijderen van takken de motorkettingzaagaltijd zo dicht mogelijk op de stam. Hierbij mag niet met devoorzijde van de zaaggeleider gezaagd worden(terugslaggevaar). - Let vooral goed op bij onder spanning staande takken. Zaagvrijhangende takken niet van onder af door. - Ga nooit op een stam staan terwijl u takken verwijdert. -Met het vellen van bomen mag pas worden begonnennadat men zich ervan heeft verzekerd dat:a) alleen personen die bij het vellen betrokken zijn zich op dewerkplek bevinden. b) ongehinderd uitwijken mogelijk is voor iedereen diebetrokken is bij het vellen (de uitwijkruimte dient schuinnaar achteren te lopen onder een hoek van ongeveer 45˚). c) de voet van de stam vrij is van alle vreemde voorwerpen,struikgewas en takken. Zorg voor een stabiele werkpositie(struikelgevaar).

-Beoordeling van de boom:Overhangrichting - losse of dorre takken - hoogte van de boom- natuurlijke overhang - is de boom rot. - Let op de windrichting en windsnelheid. Bij zware windstotenmogen er geen bomen geveld worden. -Inzagen van de worteluitlopers:Bij de grootste worteluitloper beginnen. Als eerste de zaagsnedein verticale richting en daarna de zaagsnede in horizontalerichting aanbrengen. -Valkerf (18, A) aanbrengen:De valkerf geeft de boom de juiste valrichting en stuurt deze. De valkerf wordt haaks op de valrichting aangebracht met eendiepte van 1/3 - 1/5 van de stamdoorsnede. De zaagsnedeindien mogelijk dicht boven de grond aanbrengen. - Eventuele correcties van de valkerf moeten over de gehelebreedte van de boom aangebracht worden. -De valzaagsnede (19, B) wordt boven de valkerfholte (D)aangebracht. De valzaagsnede moet loodrecht op de stamaangebracht worden.

Voor de val-kerf moet ongeveer 1/10van de stamdoorsnede blijven staan als breukvlak. -Het breukvlak (C) werkt als scharnier. Dit mag in geen gevaldoorgezaagd worden, daar dit het ongecontroleerd vallen vande boom kan veroorzaken. Breng tijdig spieën aan. - De valzaagsnede mag alleen gezekerd worden met kunststofof aluminium spieën. Het gebruik van ijzeren spieën is verboden,daar een aanraking ernstige beschadigingen ofzaagkettingbreuk tot gevolg kan hebben. - Bij het vellen van bomen altijd terzijde van de vallende boomgaan staan. - Bij het terugkeren naar de valzaagsnede oppassen voorvallende takken. - Bij het werken op hellingen moet de bedieningspersoon bovenof terzijde van de te bewerken stam, respectievelijk liggendeboom staan. - Pas op voor aanrollende boomstammen. 1516171819= Velbereik45o45o2 1/2.

8SERVICETransport en opslag-Bij het veranderen van werkplek tijdens het werken moetde motorkettingzaag afgezet of de kettingremingeschakeld worden om onbedoeld starten en aan-lopen van de zaagketting te voorkomen. -Vervoer of draag de motorkettingzaag nooit met lopendezaagketting. - Bij vervoer over langere afstanden moet in ieder geval demeegeleverde beschermkap voor de zaaggeleider aan-gebracht worden. - Draag de motorkettingzaag altijd aan de beugelgreep,waarbij de zaaggeleider naar achter wijst (20). Zorg ervoordat u niet met de uitlaat in aanraking komt (gevaar voorbrandwonden. ). - Tijdens vervoer in personenwagens moet de machine zogeplaatst worden dat er geen brandstof of kettingolie kanuitlekken. - De motorkettingzaag moet veilig in een droge ruimteopgeslagen worden. De motorkettingzaag mag niet buitenbewaard worden. Berg de motorkettingzaag ontoegankelijkvoor kinderen op.

- Bij opslag gedurende langere tijd en bij het verzenden vande motorkettingzaag moeten olietank en brandstoftankvolledig geleegd zijn. Onderhoud-Bij alle onderhoudswerkzaamheden moet de motor-kettingzaag uitgezet (21), en de bougiedop losgetrokkenworden. - Vóór het begin van de werkzaamheden moet altijd eerstgecontroleerd worden of de motorkettingzaag goed werkt, enspeciaal de kettingrem. Let er vooral op of de zaagkettingvolgens voorschrift geslepen en gespannen is (22). - De motorkettingzaag moet met zo weinig mogelijk lawaaien uitlaatgassen gebruikt worden. Let goed op een correcteafstelling van de carburator. - Reinig de motorkettingzaag regelmatig. - Controleer regelmatig of de tankdoppen goed sluiten. Neem de veiligheidsvoorschriften van de Arbeidsins-pektie enverzekeringsmattschappijen in acht. Breng in geen geval veranderingen in der constructie vande motorkettingzaag aan.

U brengt daarmee uw veilig-heid in gevaar. Onderhouds- en montagewerkzaamheden mogen alleenuitgevoerd worden voorzover deze in deze gebruiksaanwij-zing beschreven zijn.

Alle overige werkzaamheden moetendoor de MAKITA service uitgevoerd worden. Gebruik uitsluitend MAKITA reserve-onderdelen en geauto-riseerde accessoires. Bij gebruik van niet-originele MAKITA reserve onderdelen,niet-geautoriseerde accessoires of zaaggeleider/ketting-combinaties en -lengten is er een verhoogd ongevalsrisico. Bij ongelukken of schade als gevolg van niet-geautoriseerdezaagmechanieken of accessoires vervalt iedere aansprake-lijkheid. Eerste Hulp (E. H. B. O. )Voor eventuele ongevallen dient altijd een verbanddoos opde werkplek aanwezig te zijn. Vul gebruikt materiaal directweer aan. Als u om hulp vraagt, geeft u dan de volgende informatie:- Waar gebeurde het- Wat gebeurde er- Hoeveel gewonden- Aard van de verwondingen- Noem uw naam.

Aanwijzing: Bij personen met circulatiestoornissen kunnen vaakoptredende vibraties tot beschadiging van do bloedvaten of vanhet zenuwstelsel leiden. Door vibraties aan vingers, handen ofpolsen kunnen de volgende symptomen optreden: inslapen vanlichaamsdelen, prikkelen, pijn steken, verandering van dehuidkleur of van de huid. Bij het waarnemen van zulkesymptomen moet u een dokter opzoeken. 2021222324.

12121Controle van de kettingspanningDe zaagketting is juist gespannen wanneer de zaagkettingtegen de onderzijde van de zaaggeleider aanligt en dezaagketting nog gemakkelijk met de hand bewogen kan wordenover de zaaggeleider. Hierbij moet de kettingrem gelost zijn. Controleer regelmatig de kettingspanning, omdat nieuwezaagkettingen na verloop van tijd uitrekken en langer worden. Daarom de kettingspanning regelmatig bij afgezette motorcontroleren. ADVIES:IIn de praktijk wordt geadviseerd 2-3 zaagkettingen afwissel-end te gebruiken. Voor een gelijkmatige slijtage van de zaaggeleidergroef moetbij het verwisselen van een ketting de zaaggeleider omgekeerdworden (onderzijde boven en bovenzijde onder).

ASTOPInschakeling van de kettingrem (blokkeren)Als de terugslagkracht sterk genoeg is, dan zal de plotselingeversnelling van de beugelgreep in combinatie met de inertievan de handbescherming ( ) de rem 1 automatisch aanzetten. Druk voor de handbeschermer ( ) met dehandbediening 1linker hand in de richting van de voorzijde van de zaaggeleider(pijl 1). Kettingrem lossenDe handbeschermer ( ) in de richting van de beugelgreep1(pijl 2) trekken tot deze voelbaar aangrijpt. De kettingrem isgelost. CKettingremDe MAKITA motorzagen DCS 6400, 6401, 7300, 7301, 7900,7901 zijn standaard met een vertragingsveroorzakendekettingrem uitgerust. Ontstaat er een terugslag (kickback)doordat de punt van de zaaggeleider met het hout in aanrakingkomt (zie hoofdstuk , blz. „VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN”6), wordt bij voldoende terugslag de kettingrem door massatra-agheid in werking gesteld.

In een fractie van een secondewordt de zaagketting stilgezet. De kettingrem is bedoeld voor noodgevallen en voor hetblokkeren van de zaagketting voor het starten. ATTENTIE: In geen geval (behalve bij de controle, zie hoof-dstuk „Kettingrem controleren”) de motorzaag bij ingescha-kelde kettingrem bedienen, daar anders in zeer korte tijdaanzienlijke schade aan de motorzaag kan optreden.

13Brandstof+Het is niet zinvol uit overdreven veiligheids-bewustzijn het olie-aandeel in het tweetaktmengselte vergroten ten opzichte van de aangegevenmengverhouding. Dit veroorzaakt nl. meerverbrandingsresten. Deze belasten het milieu enverstoppen het uitlaatkanaal in de cilinder evenalsde geluidsdemper. Ook stijgt hierdoor hetbrandstofverbruik en neemt het vermogen af. BrandstofopslagBrandstof is niet onbeperkt houdbaar. Koop niet meerdan u binnen een redelijke tijd zult gebruiken. Vervoeren bewaar brandstof en kettingolie alleen ingoedgekeurde en gewaarmerkte jerrycans. HUID- EN OOGCONTACT VERMIJDEN. Minerale olieprodukten, ook oli n, ontvetten de huid. ëBij herhaaldelijk en langdurig contact droogt de huiduit. Diverse huidziekten kunnen hiervan het gevolgzijn. Bovendien zijn allergische reacties bekend. Contact van de ogen met olie veroorzaakt irritaties.

Bijoogcontact direct het betreffende oog met schoonwater uitspoelen. Bij aanhoudende irritatie direct een arts bezoeken. 1000 cm3(1 liter) 20 cm325 cm3 5000 cm3(5 liter) 100 cm3125 cm310000 cm3(10 liter) 200 cm3250 cm3ZaagkettingolieVoor het smeren van de zaagketting en de zaaggeleider moetzaagkettingolie met een hechtmiddeltoevoeging gebruikt wor-den. De hechtmiddeltoevoeging in de zaagkettingolie voor-komt een te snel wegslingeren van de olie. Om het milieu te sparen wordt het gebruik van biologisch af-breekbare zaagkettingolie aangeraden. In sommige plaatselijkeverordeningen wordt het gebruik van biologisch afbreekbareolie verplicht gesteld. De door MAKITA aangeboden zaagkettingolie BIOTOP wordtop basis van geselecteerde plantenoli n vervaardigd en isë100% biologisch afbreekbaar. BIOTOP is bekroond met deblauwe milieu-engel (RAL UZ 48).

EBIOTOP zaagkettingolie is leverbaar in de volgendeverpakkingsgroottes: 1 l Bestelnummer 980 008 610 5 l Bestelnummer 980 008 611Biologisch afbreekbare kettingolie is slechts beperkthoudbaar en dient binnen 2 jaar na de fabricagedatumdie op de verpakking staat gedrukt te wordenopgemaakt. 50:1 40:1DBrandstoffenLET OP:De machine wordt met mineraalolieproducten (benzine enolie) bedreven. Bij de omgang met benzine is verhoogde waakzaamheidgeboden. Roken en open vuur zijn ontoelaatbaar (ontploffings-gevaar). BrandstofmengselDe motor van de motorkettingzaag is een tweetaktmotor meteen groot vermogen die werkt op een mengsel van benzine entweetaktolie. De motor is ontworpen voor gebruik van normale loodvrijebenzine met een minimaal octaangetal van 91 ROZ. Is dezebrandstof niet beschikbaar, dan kunnen ook brandstoffen meteen hoger octaangetal gebruikt worden.

Hierdoor ontstaatgeen schade aan de motor. Gebruik voor een optimale motorwerking en ter be-scherming van gezondheid en leefmilieu alleen loodvrijebrandstof. Voor de smering van de motor wordt tweetaktmotorolie(kwaliteitsklasse API-TC) gebruikt; deze wordt bij de benzinegemengd. De motor is ontworpen voor MAKITA tweetaktoliemet een milieuvriendelijke mengverhouding van 50:1. Hierdoorwordt een lange levensduur en een betrouwbare, rookarmewerking van de motor gewaarborgd. MAKITA kwaliteitstwee-takt olie is afhankelijk van het verbruikleverbaar in de volgende verpakkingen: 1 l Bestelnummer 980 008 607100 ml Bestelnummer 980 008 606Indien er geen MAKITA tweetaktolie beschikbaar is moet eenmengverhouding van 40:1 bij gebruik van andere tweetakto-liën aangehouden worden, aar anders problemen kunnenoptreden. Het verkrijgen van de juiste mengverhouding:50:1 Bij gebruik van MAKITA tweetaktolie, d.

14TankenNEEM ALLE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN INACHT. De omgang met brandstoffen vereist een voorzichtige enzorgvuldige handelwijze. Uitsluitend bij uitgeschakelde motor. Rondom de vulopeningen goed schoonmaken, zodat er geenvuil in de tanks komt. Tankdop erafschroeven en tot aan de onderkant van de vulpijpopvullen. Voorzichtig gieten om morsen van brandstof ofzaagkettingolie te vermijden. Tankdop weer goed vastdraaien. Tankdop en omgeving na het tanken reinigen. Smering van de zaagkettingOm de zaagketting voldoende te kunnen smeren moet de tankvoldoende gevuld zijn. De tankinhoud is genoeg voor ongeveereen half uur continu bedrijf. Tijdens de werkzaamhedencontroleren of er voldoende kettingolie in de tank zit. Indiennodig bijvullen. Uitsluitend bij uitgeschakelde motor. AfgewerkteolieGEBRUIK NOOIT AFGEWERKTE OLIE. Afgewerkte olie is zeer schadelijk voor het milieu.

Afgewerkteolie bevat hoge concentraties van stoffen waarvan bewezen isdat ze kankerverwekkend zijn. De vervuiling in afgewerkte olieveroorzaakt verhoogde slijtage aan de oliepomp en hetzaagmechaniek. Bij schade veroorzaakt door het gebruik van afgewerkte ofongeschikte zaagkettingoli n vervalt iedere aanspraak opëgarantie. Uw vakhandelaar informeert u graag over gebruik en toepassingvan zaagkettingolie. HUID- EN OOGCONTACT VERMIJDEN. Minerale olieprodukten, ook oli n, ontvetten de huid. Bij her-ëhaaldelijk en langdurig contact droogt de huid uit. Diversehuidziekten kunnen hiervan het gevolg zijn. Bovendien zijnallergische reacties bekend. Contact van de ogen met olie veroorzaakt irritaties. Bijoogcontact direct het betreffende oog met schoon wateruitspoelen. Bij aanhoudende irritatie direct een arts bezoeken.

Uw vakhandelaar informeert u graag over gebruik entoepassing van zaagkettingolie. ABSTOPZaagkettingolie Brandstof en tweetaktolieBelangrijke aanwijzing aangaande bio-olie voorzaagkettingenBij een bultenbedrijfsstelling op langere duur moet deolietank worden leeggemaakt, waama er een kleinehoeveelheid motorolie (SAE 30) moet worden ingegoten. Daarop de zaag enige tijd laten lopen, om alle resten bio-olie uit de tank, het olieleidingssysteem en dezaaginrichting te spoelen. Deze maatregel is noodzakelijk,omdat verschillende bio-olies ertoo noigen plakkerig te.

152 3Kettingsmering controlerenZaag nooit met onvoldoende kettingsmering. Hiermee verkortu de levensduur van de zaaginrichting. Controleer v r het begin van de werkzaamheden altijd hetóóoliepeil in de tank en de controleer ook de olietoevoer. De olietoevoer kan op als volgt gecontroleerd worden:Start de motorkettingzaag (zie hoofdstuk Motor starten„ ”). Houd de lopende zaagketting ongeveer 15 cm boven eenboomstam of de grond (leg er iets onder als bescherming). Bij voldoende smering vormt zich een licht oliespoor door deafgeslingerde olie. Bij voldoende smering ontstaat doorafspattende olie een geringe oliespoor. Let op de windrichtingen stelt u zich niet onnodig aan de smeeroliemist bloot.

Aanwijzing:Na het buitenbedrijfstellen van het apparaat is het normaal,dat gedurende enige tijd nog resten van kettingolie eruitlopen,die nog in het olieleidingssysteem en aan de zaaggeleider ende ketting voorhanden zijn. Hierbij is geen sprake van eendefect. Gebruik een geschikte onderlegger. CVoor een probleemloze werking van de oliepomp moeten deolietoevoergroef in het krukashuis ( ) en de olietoevoerboring2in de zaaggeleider ( ) regelmatig gereinigd worden. 3Aanwijzing:Na het buitenbedrijfstellen van het apparaat is het normaal,dat gedurende enige tijd nog resten van kettingolie eruitlopen,die nog in het olieleidingssysteem en aan de zaaggeleider ende ketting voorhanden zijn. Hierbij is geen sprake van eendefect. Gebruik een geschikte onderlegger. E1Kettingsmering afstellenUitsluitend bij uitgeschakelde motor. De olietoevoerhoeveelheid kan met de afstelschroef ( ) worden1geregeld.

De instelschroef vindt u aan de onderkant van kast. De oliepomp is in de fabriek op een gemiddelde pompcapaci-teit afgesteld. Voor het veranderen van de pompcapaciteit de schroevedraaiergebruiken om de pomp met de afstelschroef door:•rechtsomdraaien op een lagere•linksomdraaien op een hogerepompcapaciteit af te stellen.

16Motor startenDe motorkettingzaag mag pas gestart worden na volledigte zijn samengebouwd en controle. Op minstens 3 m afstand van de plek waar getankt wordt. Zorg dat u stabiel staat en leg de motorkettingzaag zo op degrond leggen dat de zaaginrichting vrij van de grond blijft. Kettingrem inschakelen (blokkeren). Houd de beugelgreep stevig met n hand vast en druk deéémotorkettingzaag tegen de grond. Plaats de punt van de rechter voet in de achterstehandbeschermer. 132 46 5AKettingrem controlerenDe kettingrem moet elke keer v r werkbegin wordenóógecontroleerd. De motor zoals beschreven starten (een vellige stand innemenen de motorzaag zodanig op de grond zetten, dat het zaagwerkvrij staat). De beugelgreep met n hand stovig omvatten, de andereééhand aan de handgreep.

De motor op halve toeren laten lopen en met de rug van dehand de handbeschermer (7) in de richting van de pijl drukkentot de kettingrem blokkeert. Nu moet de zaagketting onmiddellijktot staan komen. De motor onmiddellijk in zijn vrij zetten en de kettingrem weerloszetten. Attentie: Indien de zaagketting na deze controle nietonmiddellijk tot stilstand komt, mag men in geen geval methet werk beginnen. U moet dan de hulp van een MAKITAservicewerkplaats inroepen. 7CBKoudstart:De chokehendel ( ) tot aan het voelbaar inklikken eruit trekken. 1Hierbij wordt tegelijkertijd de halfgasvastzetter bediend. I/STOP-schakelaar ( ) van de ontsteking in de richting van de3pijl schuiven. Trek de starterkabel ( ) langzaam uit tot u weerstand voelt (de4zuiger staat nu voor het bovenste dode punt). Startventiel ( ) indrukken (speciale uitvoering).

Zodra de motor loopt, de handgreepomvatten (de veiligheidsblokkeertoets ( ) wordt met de5handpalm bediend) en de gashendel ( ) aantippen. De6halfgasvastzetter wordt opgeheven en de motor loopt stationair. Attentie: de motor moet na het aanlopen direct teruggebrachtworden naar het stationaire toerental, daar anders schade kanontstaan aan de kettingrem. Nu de kettingrem lossen. Warmstart:Zoals bij de koudstart beschreven, doch v r de start deóóchokehendel ( n keer eruit trekken en onmiddellijk weer1) ééerindrukken, om alleen de halfgasvastzetter te activeren. Afzetten van de motorDe I/STOP-schakelaar van deontsteking in de stand „STOP“schuiven.

17EGebruik in de winterTer voorkoming van ijsafzetting in de carburator, die bij lagetemperaturen en hoge luchtvochtigheid optreedt, en om bijtemperaturen onder + 5 C sneller op bedrijfstemperatuur te°komen, kan warme lucht van de cilinder worden aangezogen. Filterkap eraf nemen (zie bij Luchtfilter schoonmaken)Inzetstuk ( ) eruit trekken en in positie voor winterbedrijf10 Binsteken. Bij temperaturen boven + 5 C moet steeds koude lucht worden°aangezogen. Bij het niet tijdig uitschakelen kan schade aande cilinder en zuigers ontstaan. Bij temperaturen boven + 5 C het inzetstuk in positie A voor°normaalbedrijf steken. Positie A- normaalbedrijfPositie B- winterbedrijfDe filterkap weer aanbrengen. B A10DInstellen van de carburateurHet instellen van de carburateur dient ter verkrijging van eenoptimaal functioneren, een zuinig verbruik en bedrijfsveiligheid.

Het moet bij warme motor, een schoon luchtfilter en eencorrect gespande zaagketting geschieden. Laat u decarburateur door een MAKITA vakwerkinrichting instellen. De carburateur is in de fabriek bij luchtdrukomstandigheden opzeewaterhoogte ingesteld. Bij andere hoogteverschillen,weergesteldheden, temperaturen of luchtvochtigheid, alsookdoor de inloopphase bij een nieuwe machine, kan het nodigzijn, de instelling gering te corrigeren. Voor een optimale instelling is een toerenteller (9, Bestel-nr. 950 233 210) noodzakelijk. De aangegeven instelling van de hoofdsproeier (H) magniet lager liggen. Gevaar van motorschade dooroververhitting en een tekort aan smeerstof. Het instellen van de carburateur met de meegeleverdecarburateurschroevedraaier ( ) uitvoeren. Deze bezit een8aangegoten neus, die als instelhulp dient. Vóór het instellen van de carburateur de motor 3-5 minutenwarm laten lopen.

Het hoogste toerental controleren4. Het accelereren controleren5. Het toerental van de stationairgang controlerenDe stappen (vanaf punt 2) herhalen tot het stationair-gangstoerental, goede acceleratie en het hoogst toelaat-baar toerental bereikt zijn. 1. BasisinstellingDe instelschroeven voor hoofdsproeier ( ) en stationair-Hgangsproeier (L) behoedzaam tot aan de voelbare aanslagrechtsom (met de wijzers van de klok mee) indraaien. Instelschroeven ( ) en ( ) 1 linksom (tegen de wijzers vanH Lde klok in) uitdraaien. 2. Stationairgang instellenHet stationairgangstoerental overeenkomstig de techni-sche gegevens instellen. Bij rechtsom indraaien van de instelschroef ( ): hetSstationairgangstoerental loopt op. Bij linksom uitdraaien:het stationairgangstoerental loopt terug. De zaagkettingmag niet meelopen. 3.

Controleren van het hoogste toerentalMet de basisinstelling en bereikt men eenH 1=L 1=maximaal toerental van ca. 13. 000 1/min. Om een hogertoerental te verkrijgen (13. 500 1/min, electronischetoerentalbeperking), mag men de instelschroef ( ) tenHhoogste nog 1/4 draaiing rechtsom erin draaien. Bij hetinregelen is het hoogste toerental duidelijk aan hethoorbaar uitvallen van onstekingen herkenbaar. Wenk:Opgrond van de electronische toerentalbegrenzing (in-regeling) bij 13. 500 1/min is er op de toerenteller geenmaximaal toerental afleesbaar, omdat de ontstekings-stroom wordt onderbroken. Attentie: De instelling (H)3/4 toeren mag in geen geval worden onderlopen,daar anders gevaar van motorschade bestaat. 4. Controleren van de acceleratieBij bediening van de gashendel moet de motor zonderovergang van stationairgang naar hoge toerentallenaccelereren.

Bj te langzame acceleratie de instelschroef ( ) in kleineLstappen tegen de wijzers van de klok in (linksom) eruitdraaien, maar dit maximaal 1/8 toeren meer. 5. Controleren van het stationairgangstoerentalNa het instellen van het maximaal toerental het statio-nairgangstoerental controleren (de zaagketting mag nietmeelopen).

18ONDERHOUDSWERKZAAMHEDENZaagketting slijpenATTENTIE: Bij alle werkzaamheden aan zaaggeleider enzaagketting te allen tijde de motor afzetten, debougiestekker eraf trekken (zie Bougie vervangen) enbeschermende handschoenen dragen. De zaagketting moet worden geslepen, wanneer:zaagselachtige spaanders ontstaan bij het zagen van vochtighout. de ketting ook bij grote druk slechts met moeite in het hout trekt. de snijkant zichtbaar beschadigd is. Het zaagmechaniek in het hout eenzijdig naar links of rechtsverloopt. De oorzaak hiervan is een ongelijkmatige scherptevan de zaagketting. Belangrijk: vaak slijpen, weinig materiaal afslijpen. Voor eenvoudig naslijpen zijn in de meeste gevallen twee totdrie streken van de vijl voldoende. Nadat men de ketting meerdere malen zelf nageslepen heeftmoet de zaagketting in de servicewerkplaats nageslepen worden.

STOPASlijpkriteria:ATTENTIE: Uitsluitend voor deze motorzaag toegelatenkettingen en zaaggeleiders gebruiken (zie uittreksel uit dereserveonderdelenlijst). Alle zaagtanden moeten even lang zijn (maat a). Verschillen inhoogte van de zaagtanden betekenen een ongelijkmatige loopvan de ketting en kunnen kettingbreuk veroorzaken. Minimumlengte zaagtand = 3 mm. Wanneer de minimum-lengte bereikt is, de kettingzaag niet meer slijpen. Er moet daneen nieuwe kettingzaag worden opgelegd (zie uittreksel uit dereserveonderdelenlijst en het Hoofdstuk Nieuwe zaagketting„ “). De afstand tussen de dieptebegrenzers (ronde neus) en desnijkant bepaalt de spaandikte. De beste zaagresultaten worden bereikt met een afstand van0,65 (. 025") tussen de dieptebegrenzers. ATTENTIE: Een te grote afstandvergroot het gevaar van terugslag. De slijphoek van 25 moet bij alle zaagtanden zonder°uitzondering dezelfde zijn.

191 2Welke vijl en hoe deze te gebruikenVoor het slijpen moet een speciale vijlhouder zaagketting-rondvijl worden gebruik. Normale rondvijlen zijn ongeschikt. Zie de accessoirelijst voor het bestelnummer.De eerste helft van de zaagtand met een 5,5 mm zaag-økettingrondvijl vijlen, daarna met 4,8 mm.øDe vijl mag alleen bij de voorwaartse streek (pijl) vijlen. De vijlmoet bij het terughalen vrij van het materiaal gehouden wor-den.De kortste snijtand wordt als eerste geslepen.

De lengte vandeze tand is dan de uitgangsmaat voor alle andere snijtandenvan de zaagketting.Nieuw ingezette snijtanden moeten precies aan de vorm vande gebruikte tanden aangepast zijn, ook aan de loopvlakken.Vijl haaks houden (90 ten opzichte van zaaggeleider).°EDe vijlhouder vergemakkelijkt de vijlgeleiding, hij is voorzienvan markeringen voor de korrekte slijphoek van 25 (de marke-°ringen parallel aan de zaagketting laten lopen) en begrenst deinsteekdiepte (4/5 van de vijldoorsnee). Zie de accessoirelijstvoor het bestelnummer.4/525°FAansluitend op het naslijpen de hoogte van de dieptebegrenzerscontroleren met de kettingmaatlat. Zie de accessoirelijst voorhet bestelnummer.Ook de geringste uitsteekhoogte met een speciale vlakke vijlverwijderen ( ). Zie de accessoirelijst voor het bestelnummer.1Dieptebegrenzer aan de voorzijde opnieuw afronden (2).D

2081011754516 72 3Reinigen van de remband en van de kettingwiel-binnenruimteATTENTIE: Bij alle werkzaamheden aan zaaggeleider enzaagketting te allen tijde de motor afzetten, debougiestekker eraf trekken (zie Bougie vervangen) enbeschermende handschoenen dragen!ATTENTIE: De motorkettingzaag mag pas gestart wordenna volledig te zijn samengebouwd en controle!Kettingwielbeschermer ( ) afnemen (zie Hoofdstuk1„ “INBEDRIJFNAME B) binnenruimte met een kwastschoonmaken.Zaagketting ( ) en zaaggeleider ( ) eraf nemen.3 2Schroef ( ) eruit draaien en geleidingsplaat (4 5) afnemen.Schroef ( ) eruit draaien en de afdekking van het remmechaniek6(7) wegnemen.STOPASERVICEBGeleidingsplaat ( ) en de afdekking van het remmechaniek (5 7)schoonmaken.De gehele binnenruimte, vooral het bereik van de remmechaniek(11), met een kwast schoonmaken.Let erop, dat er geen bezinksels in de oliegeleidingssleuf (10)achterblijven.ATTENTIE:Hefboom ( ) door de afdekking van de remmechaniek (8 7)vastgehouden.

V r het aanbrengen van de afdekkingóócontroleren, of de hefboom en de pen op hun juiste plaatszitten.Eerst de afdekking van de remmechaniek ( ) en daarna de7geleidingsplaat ( ) aanbrengen.5Voor montage van zaaggeleider, zaagketting en kettingwiel-beschermer zie Hoofdstuk „INBEDRIJFNAME A-H“.Na gedane montage moet een functiecontrole van dekettingrem worden uitgevoerd (zie hoofdstuk „Kettingremcontroleren“).ADVIES:De kettingrem is een zeer belangrijke veiligheids-voorziening en is zoals ieder onderdeel onderhevig aanslijtage.Regelmatige controle en onderhoud is in het belang vanuw eigen veiligheid en dient door een DOLMARservicewerkplaats te worden uitgevoerd.

21121615141317Nieuwe zaagkettingATTENTIE: Uitsluitend voor deze motorzaag toegelatenkettingen en zaaggeleiders gebruiken (zie uittreksel uit dereserveonderdelenlijst)!Voordat een nieuwe zaagketting omgelegd wordt moet aller-eerst de staat van het kettingwiel gecontroleerd worden.Ingelopen kettingwielen ( ) kunnen beschadigingen van de12nieuwe zaagketting veroorzaken en moeten vervangen teworden.Kettingwielbeschermer afnemen (zie Hoofdstuk„ “INBEDRIJFNAME )BZaagketting en zaaggeleider eraf nemen.Borgring ( ) wegnemen.13OPGEPAST: De borgring springt uit de groef.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Makita DCS7901 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden