Makita DCS6000i Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Makita DCS6000i (24 pagina’s), behorend tot de categorie Zaagmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 22 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Makita DCS6000i of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Makita |
| Categorie: | Zaagmachine |
| Model: | DCS6000i |
Handleiding Makita DCS6000i – volledige tekst
17Reinigen van de remband envan de kettingwielbinnenruimte. 18Nieuwe zaagketting. 18Benzine filter vervangen. 18Luchtfilter schoonmaken. 19Bougie vervangen. 19Startkabel vervangen. 20Terughaalveer vervangen. 20Periodieke onderhouds- en reingingsvoorschriften. 21Werkplaatsservice, reserve-onderdelen en garantie. 21-22Storingzoeken. 22Uittreksel uit de reserve-onderdeellijst. 23Accessoires. 23Lijst van service-adressen (zie bijlage)Hartelijk dank voor uw vertrouwen. Wij willen graag dat u een tevreden MAKITA-klant bent. U heeftgekozen voor een van de modernste motorzagen. De MAKITA motorzagen DCS6000i en DCS6800i voorberoepsmatig gebruik in de houtvesterij zijn universele motor-zagen met groot vermogen.
Zij beschikken over veel krachtvoor het vellen en op lengte zagen van dikke stammen, maarzijn op grond van hun ergonomische, slanke vormgevingtegelijkertijd ook voor het ontdoen van takken gemakkelijkhanteerbaar.
Door de bijzondere vorm van verbrandingskamer, over-stroomgeleidingen, aanzuigkanaal en geluiddemper bereikende topprestatiemotoren van de MAKITA motorzagen 6000i en6800i bij relatief lage toerentallen en over een breed toerental-bereik reeds een hoog koppel. De automatische kettingsmering met een hoeveelheidsregel-bare oliepomp, een onderhoudsvrije elektronische ontsteking,het gezondheidsbeschermende antitrilsysteem en de ergo-nomische vormgeving van grepen en bedieningselementenzorgen voor bediencomfort en praktisch onvermoeiendwerken met de zaag. De veiligheidsuitrusting van de MAKITA motorzagen is opde nieuwste stand van de techniek en vervult alle nationale eninternationale veiligheidsvoorschriften.
Zij omvat hand-beschermers aan de beide grepen, een gasafsperknop, eenkettingvangbout, een veiligheidszaagketting en een kettingrem,die niet alleen met de hand in werking kan worden gesteld,maar die ook, bij zaaggeleidingsterugslag (kickback),automatisch door een vertragingsmechanisme in werkingwordt gesteld. In het apparaat zijn de volgende octrooirechten in de praktijkgebracht: US 4465440, US 5411382, EP 0236858, EP 0560201,DE-O 19504106, GBM 8710075, GBM 9203378, GBM 29616652. Om uw persoonlijke veiligheid te waarborgen en optimaalfunctioneren en optimale beschikbaarheid van uw nieuwemotorkettingzaag te garanderen, verzoeken wij u het volgende:Leest u voor de eerste ingebruikname van de motorzaagdeze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en neem beslistalle veiligheidsvoorschriften in acht. Niet-inachtnemingkan levensgevaarlijke verwondingen veroorzaken.
EU-conformiteitsverklaringDe ondergetekenden Junzo Asada en Rainer Bergfeldgemachtigd door DOLMAR GmbH, verklaren hiermede, datde apparaten van het merk MAKITA,Type: EU-modelkeuringsattest Nr. :DCS6000i (029) K-EG 232DCS6800i (030) K-EG 231vervaardigd door DOLMAR GmbH, Jenfelder Str. 38, D-22045Hamburg, aan de fundamentele veiligheids- en gezo-ndheidseisen van de desbetreffende, EU-richtlijnen voldoen:EU-machinerichtlijn 98/37/ EG, EU-EMV-richtlijn 89/336/ EEG(gewijzigd door 91/263 EWG, 92/31 EEG en 93/68 EEG),Geluidsemissie 2000/14/EG. Ter vakkundige realisering van de in deze EU-richtlijnenvervatte eisen zijn doorslaggevend de volgende normen alsgrondslag genomen: EN 608, CISPR 12, EN 50082-1, DINVDE 0879 T1. Het conformiteitsbeoordelingsprocédé 2000/14/EG is volgensappendix V doorgevoerd. Het gemeten peil van geluidsniveau(Lwa) bedraagt 114 dB(A).
32314567Gebruiksaanwijzing lezen en dewaarschuwings- en veiligheids-aanwijzingen opvolgen!Bijzondere attentie!Verboden !Veiligheidshelm, ogen- engehoorbescherming dragen!Roken verboden!Geen open vuur!Start/stop (I/O) schakelaarMotor startenChokehendelMotor uitzetten!Beschermende handschoenen!STOPOmvang van de levering1. Motorkettingzaag2. Zaaggeleider3. Zaagketting4. Beschermkap zaaggeleider5. Combisleutel6. Schroevedraaier voor het instellen van de carburator7. Haakseschroevendraaier8. Gebruiksaanwijzing (niet afgebeeld)Indien een van de hier afgebeelde onderdelen bij de leveringontbreekt, wendt u zich dan tot uw verkoper!SymbolenOp de machine en bij het lezen van de gebruiksaanwijzing treft u de volgende symbolen aan:RE YKettingremTerugslag (Kickback)!Brandstofmengsel (mengsmering)CarburatorafstellingZaagkettingolieGebruik in de winterEerste hulpRecyclingCE-Norm
4VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTENAlgemene voorschriften- Om een veilig gebruik te garanderen moet degene die hetapparaat bedient altijd deze gebruiksaanwijzing te lezen,om zich met de werking ervan vertrouwd te maken. Onvol-doende geïnstrueerde gebruikers kunnen zichzelf en anderendoor ondeskundig gebruik in gevaar brengen. - De motorkettingzaag alleen uitlenen aan personen metervaring in het gebruik van een motorkettingzaag. De ge-bruiksaanwijzing dient daarbij overhandigd te worden. - Nieuwe gebruikers moeten zich door de verkoper lateninstrueren, of een wettelijk erkende opleiding volgen, omvertrouwd teraken met het zagen met een motorkettingzaag. - Kinderen en jeugdige personen onder 18 jaar mogen demotorkettingzaag niet gebruiken. Voor jeugdigen boven 16jaar geldt dit verbod niet als zij in het kader van hun opleidingonder toezicht staan van een vakman.
- Het werken met de motorkettingzaag vereist een hoge matevan concentratie. - Werk alleen in goede lichamelijke conditie. Ook vermoeidheidkan onoplettendheid tot gevolg hebben. Van begin tot eind vanwerkzaamheden is een zeer goede concentratie vereist. Voeralle werkzaamheden rustig en zorgvuldig uit. De gebruiker isverantwoordelijk ten opzichte van derden. - Nooit onder invloed van alcohol, drugs of medicijnen werken. - Bij het werken in gemakkelijk ontbrandbare begroeiing en bijdroogte moet een brandblusser bij de hand zijn. Persoonlijke beschermingsuitrusting- Om bij het zagen verwondingen aan hoofd, ogen, handenof voeten en schade aan het gehoor te vermijden moet dehierna omschreven beschermende uitrusting en bescher-mende kleding gedragen worden. - De kleding moet doelmatig zijn, d. w. z. goed aansluitend,maar mag niet hinderen.
Draag geen sieraden of kledingwaarmee u achter takken of struiken kunt blijven haken. Bijlang haar een haarnet dragen. - Bij alle werkzaamheden in het bos dient een veiligheidshelm(1) te worden gedragen, voor bescherming tegen vallendetakken.
De veiligheidshelm moet regelmatig op beschadigingengecontroleerd worden en moet na maximaal 5 jaar vervangenworden. Alleen goedgekeurde helmen gebruiken. - De gezichtsbeschermer (2) van de helm (alternatief: veilig-heidsbril) beschermt tegen wegspattende zaagspaanders enhoutsplinters. Om verwondingen aan de ogen te voorkomenmoet bij het werken met de motorkettingzaag altijd oogbescher-ming resp. gezichtsbescherming gedragen worden. - Om gehoorschade te voorkomen moet geschikte persoonlijkegehoorbescherming gedragen worden. (Oorbeschermers(3), oordopjes, oorwatten etc. ) Octaafbandanalyse op aanvraag. - De bosbouw-veiligheidsjas (4) heeft signaalrode schouder-passen, is comfortabel in het dragen en gemakkelijk inonderhoud. - De bosbouw-veiligheidsbroek (5) bestaat uit 22 lagennylonweefsel en beschermt tegen snijwonden. Het gebruikervan wordt dringend aanbevolen.
- Werkhandschoenen (6) van een zware kwaliteit leer behorentot de voorgeschreven uitrusting en moeten bij het werkenmet de motorkettingzaag altijd gedragen worden. - Bij het werken met de motorkettingzaag moeten veiligheids-schoenen of veiligheidslaarzen (7) met profielzool, stalenneus en beenbeschermers gedragen worden. Veiligheids-schoeisel met een beschermende inleg biedt beschermingtegen snijverwondingen en zorgen ervoor dat men stabielstaat. 14231234567.
5Brandstoffen / tanken- Bij het aftanken van de motorkettingzaag moet de motorworden uitgezet. - Roken en iedere vorm van open vuur zijn niet toegestaan (5). - Laat de motor afkoelen alvorens te tanken. - Brandstoffen kunnen oplosmiddelachtige substanties bevatten. Huid- en oogcontact met mineraalolieprodukten vermijden. Draag bij het aftanken handschoenen. Vervang en reinigbeschermende kleding regelmatig. Adem de brandstofdampenniet in. Het inademen van motorbrandstofdampen kanlichamelijk letsel veroorzaken. - Mors geen brandstof of kettingolie. Als er toch brandstof of oliegemorst is moet de motorkettingzaag direct schoongemaaktworden. Zorg dat er geen brandstof op uw kleding terechtkomt. Als dat toch gebeurt kleedt u dan direct om. - Let erop dat er geen brandstof of kettingolie in de grondwegloopt (bescherming van het milieu). Leg iets op de grondter bescherming.
- Tank niet in afgesloten ruimten. Brandstofdampen verzamelenzich op de bodem (explosiegevaar). - Sluit de tankdoppen van brandstof- en olietank goed. - Start de motorkettingzaag niet op dezelfde plek als waar u getanktheeft (tenminste 3 meter verwijderd van de tankplaats) (6). - Brandstof is niet onbeperkt houdbaar. Koop niet meer dan ubinnen een redelijke tijd zult gebruiken. - Vervoer en bewaar brandstof en kettingolie alleen ingoedgekeurde en gewaarmerkte jerrycans. Sla brandstof enkettingolie zo op dat kinderen er niet bij kunnen. Inbedrijfname- Werk niet alleen, in noodgevallen moet er iemand in debuurt zijn (gehoorafstand). - Verzeker u ervan dat er zich geen kinderen of andere personenbinnen het werkbereik van de motorkettingzaag bevinden. Letook op dieren (7).
Let vooral op of de kettingrem werkt, of de zaaggeleider juistgemonteerd is, of de zaagketting volgens voorschrift geslepen engespannen is, of de kettingwielbeschermer vastzit, de gashendelsoepel beweegt, de sperknop werkt, of de handgrepen droog enschoon zijn, en of Start / Stop schakelaar het doet. - De motorkettingzaag mag pas gestart worden na volledig tezijn samengebouwd en controle. De motorkettingzaag maguitsluitend geheel gemonteerd gebruikt worden. - Voor het starten moet de bediener van de zaag goed stabielstaan. - Start de motorkettingzaag uitsluitend volgens degebruiksaanwijzing (8). Andere startmethoden zijn niettoegestaan. - Bij het starten van de motorkettingzaag moet de machine goedgesteund en stevig vastgehouden worden. De ketting en dezaaggeleider mogen nergens tegenaan komen.
- Houd tijdens het werken met de motorkettingzaag dezemet beide handen vast, met de rechterhand op de achterstehandgreep en de linker hand op de beugelgreep. Dehandgrepen met de duimen eromheen vasthouden. - ATTENTIE: Bij het loslaten van de gashendel loopt deketting nog enige tijd door (vrijloopeffect). - Let er voortdurend op dat u stevig staat. - De motorkettingzaag moet zodanig gehanteerd worden dat ergeen uitlaatgassen ingeademd kunnen worden. Werk niet ingesloten ruimten (vergiftigingsgevaar). - Zet de motorkettingzaag direct af bij merkbaar veranderdmachinegedrag. - Zet de motorzaag af voor het controleren van de ketting-spanning, het naspannen, het verwisselen van de kettingen het opheffen van storingen (9). - Als de zaag met stenen, spijkers of andere harde voorwerpenin aanraking is gekomen moet de motor direct afgezet wordenen moet de zaaginrichting geïnspecteerd worden.
- Tijdens werkonderbrekingen en voor het verlaten moet demotorzaag uitgeschakeld worden (9) en zo geparkeerd, datniemand in gevaar kan geraken. - Leg de warme motorkettingzaag niet in droog gras of opbrandbare voorwerpen. De uitlaat geeft een aanzienlijke hitteaf (brandgevaar).
6Terugslag (Kickback)- Bij het werken met de motorkettingzaag kan gevaarlijketerugslag optreden. - Deze terugslag ontstaat als het bovenste kwadrant van dezaaggeleider per ongeluk tegen hout of andere vastevoorwerpen aankomt (10). - Daarbij wordt de motorzaag ongecontroleerd en met grotekracht in de richting van de bedieningspersoon geslingerd,resp. versneld (gevaar voor letsel. )Om terugslag te voorkomen moet op het volgende geletworden:- Insteekwerk (direkt met het het uiteinde van de zaaggeleiderin het hout aanzetten) mag uitsluitend door speciaalgeschoold personeel worden uitgevoerd. - De punt van de zaaggeleider moet altijd in het oog gehoudenworden. Pas op bij het voortzetten van reeds begonnenzaagsneden. - Begin met lopende zaagketting aan de zaagsnede. - De zaagketting moet altijd correct geslepen worden. Letdaarbij vooral op de juiste hoogte van de dieptebegrenzing.
- Zaag nooit meerdere takken tegelijkertijd door. Let er bij hetverwijderen van takken op dat geen andere tak geraakt wordt. - Let bij het afkorten op in de buurt liggende stammen. Werkomstandigheden en -technieken- Werk alleen bij goed zicht en goede verlichting. Let in hetbijzonder op gladheid, nattigheid, ijs en sneeuw (uitglijgevaar). Verhoogd gevaar voor uitglijden bestaat op vers ontbast hout(schors). - Werk nooit op een onstabiele ondergrond. Let op obstakels opde werkplek, struikelgevaar. Let er voortdurend op dat u stevigstaat. - Zaag nooit boven schouderhoogte (11). - Zaag nooit staande op een ladder (11). - Klim nooit met de motorkettingzaag in een boom omwerkzaamheden uit te voeren. - Niet te ver voorovergebogen werken. - Beweeg de motorkettingzaag zodanig dat zich geen lichaam-sdelen in het verlengde van het zwenkbereik van de zaagkettingbevinden (12).
- Gebruik de motorkettingzaag uitsluitend voor het zagen vanhout. - Houd de lopende zaagketting vrij van de grond. - Gebruik motorkettingzagen nooit voor het wegtillen enverwijderen van stukken hout en andere voorwerpen.
- Ontdoe het bereik van de zaagsnede van vreemde voorwerpenzoals zand, stenen, spijkers etc. Vreemde voorwerpenbeschadigen de zaag en kunnen gevaarlijke terugslag(kickback) tot gevolg hebben. - Gebruik bij het zagen van sprokkelhout en dunne stammeneen stabiele bok (indien mogelijk een zaagbok, 13). Het houtmag niet met de voet of door een tweede persoon wordenvastgehouden. - Rondhout moet tegen verdraaien tijdens het zagen wordengeborgd. - Bij afkorten moet de getande beugel (13, Z) tegen het tezagen hout worden gezet. - Voor het afkorten moet de getande beugel tegen het te zagenhout gezet worden en pas daarna met lopende zaagketting hethout gezaagd worden. De zaag wordt daarbij door middel vande achterste handgreep omhoog getrokken en met debeugelhandgreep geleid. De getande beugel dient daarbij alsdraaipunt. Het volgen gebeurt met een lichte druk op debeugelgreep.
De zaag hierbij iets terugtrekken. Getande beugellager aanzetten en opnieuw de achterste handgreep omhoogtrekken. - Steek- en langssneden mogen alleen door speciaalgeschoold personeel uitgevoerd worden (verhoogd gevaarvoor terugslag). - Langssneden (14) in een zo klein mogelijke hoek aanzetten. Hier moet bijzonder voorzichtig te werk worden gegaan, daarde getande beugel niet kan grijpen. - Trek de zaag alleen met lopende zaagketting uit het hout. - Zijn er meerdere zaagsneden nodig dan moet de gashendeltussendoor losgelaten worden. 1012131411Z.
7= Velbereik- Pas op bij het zagen van versplinterd hout. Er kunnenafgezaagde houtsplinters meegetrokken worden (gevaar voorletsel). - Bij het zagen met de bovenzijde van de zaaggeleider kan demotorkettingzaag in de richting van de bedieningspersoongestoten worden als de zaagketting klem komt te zitten. Daarom moet zoveel mogelijk met de onderzijde van dezaaggeleider gezaagd worden, daar in dat geval de zaag altijdvan het lichaam weg in de richting van het hout getrokken zalworden (15). - Hout onder spanning (16) moet altijd eerst aan de drukzijde (A)ingezaagd worden. Pas daarna kan de scheidingssnede op detrekzijde (B) gemaakt worden. Zo wordt het ingeklemd rekenvan de zaaggeleider voorkomen. ATTENTIE:Velwerkzaamheden en verwijderen van takken, alsmedehet werken aan omgewaaide bomen mogen alleenuitgevoerd worden door geschoold personeel. Gevaarvoor letsel.
- Steun bij het verwijderen van takken de motorkettingzaagaltijd zo dicht mogelijk op de stam. Hierbij mag niet met devoorzijde van de zaaggeleider gezaagd worden(terugslaggevaar). - Let vooral goed op bij onder spanning staande takken. Zaagvrijhangende takken niet van onder af door. - Ga nooit op een stam staan terwijl u takken verwijdert. - Met het vellen van bomen mag pas worden begonnennadat men zich ervan heeft verzekerd dat:a) alleen personen die bij het vellen betrokken zijn zich op dewerkplek bevinden. b) ongehinderd uitwijken mogelijk is voor iedereen diebetrokken is bij het vellen (de uitwijkruimte dient schuinnaar achteren te lopen onder een hoek van ongeveer 45˚). c) de voet van de stam vrij is van alle vreemde voorwerpen,struikgewas en takken. Zorg voor een stabiele werkpositie(struikelgevaar).
- Beoordeling van de boom:Overhangrichting - losse of dorre takken - hoogte van de boom- natuurlijke overhang - is de boom rot. - Let op de windrichting en windsnelheid. Bij zware windstotenmogen er geen bomen geveld worden. - Inzagen van de worteluitlopers:Bij de grootste worteluitloper beginnen. Als eerste de zaagsnedein verticale richting en daarna de zaagsnede in horizontalerichting aanbrengen. - Valkerf (18, A) aanbrengen:De valkerf geeft de boom de juiste valrichting en stuurt deze. De valkerf wordt haaks op de valrichting aangebracht met eendiepte van 1/3 - 1/5 van de stamdoorsnede. De zaagsnedeindien mogelijk dicht boven de grond aanbrengen. - Eventuele correcties van de valkerf moeten over de gehelebreedte van de boom aangebracht worden. - De valzaagsnede (19, B) wordt boven de valkerfholte (D)aangebracht. De valzaagsnede moet loodrecht op de stamaangebracht worden.
Voor de valkerf moet ongeveer 1/10 vande stamdoorsnede blijven staan als breukvlak. - Het breukvlak (C) werkt als scharnier. Dit mag in geen gevaldoorgezaagd worden, daar dit het ongecontroleerd vallen vande boom kan veroorzaken. Breng tijdig spieën aan. - De valzaagsnede mag alleen gezekerd worden met kunststofof aluminium spieën. Het gebruik van ijzeren spieën is verboden,daar een aanraking ernstige beschadigingen ofzaagkettingbreuk tot gevolg kan hebben. - Bij het vellen van bomen altijd terzijde van de vallende boomgaan staan. - Bij het terugkeren naar de valzaagsnede oppassen voorvallende takken. - Bij het werken op hellingen moet de bedieningspersoon bovenof terzijde van de te bewerken stam, respectievelijk liggendeboom staan. - Pas op voor aanrollende boomstammen. 1516171819BAB45o2 1/245o.
8Transport en opslag- Bij het veranderen van werkplek tijdens het werken moetde motorkettingzaag afgezet of de kettingrem inge-schakeld worden om onbedoeld starten en aanlopen vande zaagketting te voorkomen. - Vervoer of draag de motorkettingzaag nooit met lopendezaagketting. - Bij vervoer over langere afstanden moet in ieder geval demeegeleverde beschermkap voor de zaaggeleider aange-bracht worden. - Draag de motorkettingzaag altijd aan de beugelgreep, waar-bij de zaaggeleider naar achter wijst (20). Zorg ervoor dat uniet met de uitlaat in aanraking komt (gevaar voor brand-wonden. ). - Tijdens vervoer in personenwagens moet de machine zogeplaatst worden dat er geen brandstof of kettingolie kanuitlekken. - De motorkettingzaag moet veilig in een droge ruimteopgeslagen worden. De motorkettingzaag mag niet buitenbewaard worden. Berg de motorkettingzaag ontoegankelijkvoor kinderen op.
- Bij opslag gedurende langere tijd en bij het verzenden van demotorkettingzaag moeten olietank en brandstoftank vollediggeleegd zijn. Onderhoud- Bij alle onderhoudswerkzaamheden moet de motor-kettingzaag uitgezet (21), en de bougiedop losgetrokkenworden. - Vóór het begin van de werkzaamheden moet altijd eerstgecontroleerd worden of de motorkettingzaag goed werkt, enspeciaal de kettingrem. Let er vooral op of de zaagkettingvolgens voorschrift geslepen en gespannen is (22). - De motorkettingzaag moet met zo weinig mogelijk lawaai enuitlaatgassen gebruikt worden. Let goed op een correcteafstelling van de carburator. - Reinig de motorkettingzaag regelmatig. - Controleer regelmatig of de tankdoppen goed sluiten. Neem de veiligheidsvoorschriften van de Arbeidsinspektieenverzekeringsmattschappijen in acht. Breng in geen geval veranderingen in der constructie vande motorkettingzaag aan.
U brengt daarmee uw veiligheidin gevaar. Onderhouds- en montagewerkzaamheden mogen alleenuitgevoerd worden voorzover deze in deze gebruiksaanwijzingbeschreven zijn.
Alle overige werkzaamheden moeten doorde MAKITA service uitgevoerd worden. Gebruik uitsluitend MAKITA reserve onderdelen en geauto-riseerde accessoires. Bij gebruik van niet-originele MAKITA reserve onderdelen,niet-geautoriseerde accessoires of zaaggeleider/ketting-combinaties en -lengten is er een verhoogd ongevalsrisico. Bij ongelukken of schade als gevolg van niet-geautoriseerdezaagmechanieken of accessoires vervalt iedere aansprake-lijkheid. Eerste Hulp (E. H. B. O. )Voor eventuele ongevallen dient altijd een verbanddoos op dewerkplek aanwezig te zijn. Vul gebruikt materiaal direct weeraan. Als u om hulp vraagt, geeft u dan de volgende informatie:- Waar gebeurde het- wat gebeurde er- hoeveel gewonden- aard van de verwondingen- noem uw naam.
Aanwijzing:Bij personen met circulatiestoornissen kunnen vaak optredendevibraties tot beschadiging van do bloedvaten of van hetzenuwstelsel leiden. Door vibraties aan vingers, handen of polsenkunnen de volgende symptomen optreden: inslapen vanlichaamsdelen, prikkelen, pijn steken, verandering van dehuidkleur of van de huid. Bij het waarnemen van zulkesymptomen moet u een dokter opzoeken. SERVICE2021222324STOP.
ISO 7293 g/kWh 484 471Inhoud brandstoftank l 0,8 0,8Inhoud brandstoftank I 0,4 0,4Mengverhouding (brandstof : 2-taktolie)- bij gebruik van MAKITA olie 50:1 50:1- bij gebruik van MAKITA HP 100 olie 100:1 100:1- bij gebruik van andere olie 40:1 40:1Kettingrem inwerkingstelling met de hand of door terugslag (kickback)Kettingsnelheid 2)m/s 20 20Kettingwielverdeling inch 3/8 3/8Aantal tanden Z 7 7Kettingtype zie uittreksel uit de reserveonderdelenlijstVerdeling / Schakeldikte inch 3/8 /. 058 3/8 /.
demontage van de kettingwiel-beschermer (B/4) moet de kettingrem worden losgezet.Hiertoe handbeschermer (A/1) in de richting van beugel-greep (A/2) trekken, tot hij voelbaar ingrijpt.- Bevestigingsmoeren (B/3) eraf draaien.- Verwijder de kettingwielbeschermer (B/4).- Kettingspanner (C/6) linksom (tegen de klok in) draaien totastap (C/7) aan de linker aanslag staat.- Plaats de zaaggeleider (D/8). Let er op dat de astap (C/7)van de kettingspanner in het gat (zie cirkel) van dezaaggeleider valt.- De zaagketting (E/9) over de koppelingstrommel heffen enom kettingwiel (E/10) leggen. De zaagketting met de rechterhand in de bovenste geleidegroef van de zaaggeleider(D/8) voeren.
Druk voor handbediening de handbeschermer (L/1) met de linkerhand in de richting van de voorzijde van de zaaggeleider (pijl 2). Kettingrem lossenDe handbeschermer (L/1) in de richting van de beugelgreep (pijl3) trekken tot deze voelbaar aangrijpt. De kettingrem is gelost. - De zaagketting is juist gespannen wanneer de zaagkettingtegen de onderzijde van de zaaggeleider aanligt en dezaagketting nog gemakkelijk met de hand bewogen kanworden over de zaaggeleider. - Hierbij moet de kettingrem gelost zijn. - Controleer regelmatig de kettingspanning, omdat nieuwezaagkettingen na verloop van tijd uitrekken en langerworden. - Daarom de kettingspanning regelmatig bij afgezette motorcontroleren. ADVIES: IIn de praktijk wordt geadviseerd 2-3 zaagkettingenafwisselend te gebruiken.
Voor een gelijkmatige slijtage van de zaaggeleidergroef moetbij het verwisselen van een ketting de zaaggeleider omgekeerdworden (onderzijde boven en bovenzijde onder). Controle van de kettingspanningKKettingremDe MAKITA motorzagen zijn standaard met een vertragings-veroorzakende kettingrem uitgerust.
Ontstaat er een terugslag(kickback) doordat de punt van de zaaggeleider met het houtin aanraking komt (zie hoofdstuk „VEILIGHEIDSVOOR-SCHRIFTEN”, blz. 6), wordt bij voldoende terugslag dekettingrem door massatraagheid in werking gesteld. In eenfractie van een seconde wordt de zaagketting stilgezet. De kettingrem is bedoeld voor noodgevallen en voor hetblokkeren van de zaagketting voor het starten. ATTENTIE:In geen geval (behalve bij de controle, zie hoofdstuk „Kettin-grem controleren”) de motorzaag bij ingeschakeldekettingrem bedienen, daar anders in zeer korte tijdaanzienlijke schade aan de motorzaag kan optreden. Vóór het begin van de werkzaamhedenonvoorwaardelijk de kettingrem vrijzetten.
12BrandstofmengselDe motor van de motorkettingzaag is een tweetaktmotor meteen groot vermogen die werkt op een mengsel van benzine entweetaktolie. De motor is ontworpen voor gebruik van normale loodvrijebenzine met een minimaal octaangetal van 91 ROZ. Is dezebrandstof niet beschikbaar, dan kunnen ook brandstoffen meteen hoger octaangetal gebruikt worden. Hierdoor ontstaatgeen schade aan de motor. Gebruik voor een optimale motorwerking en ter be-scherming van gezondheid en leefmilieu alleen loodvrijebrandstof. Voor de smering van de motor wordt tweetaktmotorolie(kwaliteitsklasse API-TC) gebruikt; deze wordt bij de benzinegemengd. De motor is ontworpen voor MAKITA HP 100tweetaktolie met een milieuvriendelijke mengverhouding van100:1. Hierdoor wordt een lange levensduur en eenbetrouwbare, rookarme werking van de motor gewaarborgd.
MAKITA HP 100 kwaliteitstwee-takt olie is leverbaar in devolgende verpakkingen:0,5 l Bestelnummer 980 008 609MAKITA kwaliteitstweetakt olie is afhankelijk van het verbruikleverbaar in de volgende verpakkingen: 1 l Bestelnummer 980 008 607100 ml Bestelnummer 980 008 606Indien er geen MAKITA tweetaktolie beschikbaar is moet eenmengverhouding van 40:1 bij gebruik van andere tweetakto-liën aangehouden worden, aar anders problemen kunnenoptreden. Attentie: geen kant en klaar mengsel vanbenzinestations gebruiken. Het verkrijgen van de juiste mengverhouding:50:1 Bij gebruik van MAKITA tweetaktolie, d. w. z. 50 delenbrandstof mengen met 1 deel olie. 100:1 Bij gebruik van MAKITA HP 100 tweetaktolie, d. w. z. 100 delen brandstof mengen met 1 deel olie. 40:1 Bij gebruik van andere tweetaktoliën, d. w. z. 40 delenbrandstof mengen met 1 deel olie.
ADVIES: Voor het verkrijgen van het juiste benzine/olie meng-sel wordt de olie voorgemengd met de helft van de totaalbenodigde hoeveelheid benzine, waarna de rest van de brand-stof wordt toegevoegd. Voor het vullen van de tank van demotorkettingzaag eerst het mengsel goed schudden.
Het is niet zinvol uit overdreven veiligheidsbewustzijn het olie-aandeel in het tweetaktmengsel te vergroten ten opzichtevan de aangegeven mengverhouding. Dit veroorzaakt nl. meerverbrandingsresten. Deze belasten het milieu en verstoppenhet uitlaatkanaal in de cilinder evenals de geluidsdemper. Ook stijgt hierdoor het brandstofverbruik en neemt het ver-mogen af. Opslag van brandstofBrandstoffen zijn slechts in beperkte mate geschikt vooropslag. Brandstof en brandstofmengsels verouderen. Te langopgeslagen brandstof en brandstofmengsels kunnen daardoorleiden tot startproblemen. Koop niet meer brandstof in dan inenkele maanden wordt verbruikt. Brandstof uitsluitend in toegelaten containers droog enveilig opslaan. BZaagkettingolieVoor het smeren van de zaagketting en de zaaggeleider moetzaagkettingolie met een hechtmiddeltoevoeging gebruikt wor-den.
De hechtmiddeltoevoeging in de zaagkettingolie voor-komt een te snel wegslingeren van de olie. Om het milieu te sparen wordt het gebruik van biologisch af-breekbare zaagkettingolie aangeraden. In sommige plaatselijkeverordeningen wordt het gebruik van biologisch afbreekbareolie verplicht gesteld. De door MAKITA aangeboden zaagkettingolie BIOTOP wordtop basis van geselecteerde plantenoliën vervaardigd en is100% biologisch afbreekbaar. BIOTOP is bekroond met deblauwe milieu-engel (RAL UZ 48). BIOTOP zaagkettingolie is leverbaar in de volgende verpak-kingsgroottes: 1 l Bestelnummer 980 008 610 5 l Bestelnummer 980 008 611Biologisch afbreekbare kettingolie is slechts beperkt houdbaaren dient binnen 2 jaar na de fabricagedatum die op de verpakkingstaat gedrukt te worden opgemaakt.
Belangrijke aanwijzing aangaande bio-olie voor zaag-kettingenBij een bultenbedrijfsstelling op langere duur moet de olietankworden leeggemaakt, waama er een kleine hoeveelheidmotorolie (SAE 30) moet worden ingegoten. Daarop de zaagenige tijd laten lopen, om alle resten bio-olie uit de tank, hetolieleidingssysteem en de zaaginrichting te spoelen.
Dezemaatregel is noodzakelijk, omdat verschillende bio-olies ertoonoigen plakkerig te worden, waardoor schade aan de oliepompof aan oliegeleidende machinedelen kan optreden. Bijhernieuwde ingebruikname weer met BIOTOP-zaagketting-olie vullen. Afgewerkte olie is zeer schadelijk voor het milieu. Afgewerkte olie bevat hoge concentraties van stoffen waarvanbewezen is dat ze kankerverwekkend zijn. De vervuiling inafgewerkte olie veroorzaakt verhoogde slijtage aan de olie-pomp en het zaagmechaniek. Bij schade veroorzaakt door het gebruik van afgewerkte ofongeschikte zaagkettingoliën vervalt iedere aanspraak opgarantie. Uw vakhandelaar informeert u graag over gebruik en toe-passing van zaagkettingolie. GEBRUIK NOOIT AFGEWERKTE OLIE.
13HUID- EN OOGCONTACT VERMIJDEN. DMinerale olieprodukten, ook oliën, ontvetten de huid. Bij her-haaldelijk en langdurig contact droogt de huid uit. Diversehuidziekten kunnen hiervan het gevolg zijn. Bovendien zijnallergische reacties bekend. Contact van de ogen met olie veroorzaakt irritaties. Bijoogcontact direct het betreffende oog met schoon wateruitspoelen. Bij aanhoudende irritatie direct een arts bezoeken. Smering van de zaagkettingOm de zaagketting voldoende te kunnen smeren moet de tankvoldoende gevuld zijn. De tankinhoud is genoeg voor ongeveereen half uur continu bedrijf. Tijdens de werkzaamhedencontroleren of er voldoende kettingolie in de tank zit. Indiennodig bijvullen. Uitsluitend bij uitgeschakelde motor. NEEM ALLE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN IN ACHT. De omgang met brandstoffen vereist een voorzichtige enzorgvuldige handelwijze. Uitsluitend bij uitgeschakelde motor.
- Rondom de vulopeningen goed schoonmaken, zodat ergeen vuil in de tanks komt. - Tankdop erafschroeven en tot aan de onderkant van devulpijp opvullen. Voorzichtig gieten om morsen van brandstofof zaagkettingolie te vermijden. - Tankdop weer goed vastdraaien. Tankdop en omgeving na het tanken reinigen. TankenSTOPEZaagkettingolieBrandstof en tweetaktolieVoor een probleemloze werking van de oliepomp moeten deolietoevoergroef in het krukashuis (G/3) en de olietoevoerboringin de zaaggeleider (G/4) regelmatig gereinigd worden. Voor het veranderen van de pompcapaciteit de combisleutelgebruiken om de pomp met de afstelschroef (F/1) door:- rechtsomdraaien op een lagere- linksomdraaien op een hogerepompcapaciteit af te stellen. Uitsluitend bij uitgeschakelde motor. De olietoevoerhoeveelheid kan met de afstelschroef (F/1)worden geregeld.
Deze bevindt zich onder dekettingwielbeschermer (F/2) aan het machinehuis (van onderuit bereikbaar). De oliepomp is in de fabriek op een gemiddelde pompcapaciteitafgesteld.
Attentie: Het regelbereik van minimale naar maximale toevoerkan met stelschroef (F/1 met instelmarkering) door eenkwartslag draaiing worden bereikt. Aanwijzing: Na het buitenbedrijfstellen van het apparaat ishet normaal, dat gedurende enige tijd nog resten van kettingolieeruitlopen, die nog in het olieleidingssysteem en aan dezaaggeleider en de ketting voorhanden zijn. Hierbij is geensprake van een defect. Gebruik een geschikte onderlegger. Kettingsmering afstellenG34FSTOP12.
- De vastzetknop (B/3) indrukken en ingedrukt houden. - De gashendel (B/4) doordrukken en weer losla- ten (degashendel wordt door de vastzetknop (B/3) in de halfgasstandvergrendeld). Opmerking: Bij buitentemperaturen van onder de -15°C (5°F)zonder halfgasstelling starten. - Trek de starterkabel langzaam uit tot u weerstand voelt (dezuiger staat nu voor het bovenste dode punt). - Trek de kabel nu snel en krachtig verder uit tot er eeneerste hoorbare ontsteking volgt. ATTENTIE: De starterkabel niet meer dan ca. 50 cm uittrekkenen altijd langzaam met de hand terugbrengen. - Na het aanspringen van de motor of na de eerstehoorbare ontstekingen de chokehendel (B/2) naarbeneden draaien. - Als de motor niet aangesprongen is, opnieuw de startkabeltrekken tot de motor loopt. - Zodra de motor loopt, gashendel (B/4) aantippen opdat desperknop (B/3) eruit springt en de motor stationair draait.
ATTENTIE: de motor moet na het aanlopen direct teruggebrachtworden naar het stationaire toerental, daar anders schade kanontstaan aan de kettingrem. - Nu de kettingrem lossen.
Warmstart- Zoals beschreven bij koude start, echter zonder dechokehendel (B/2) te hanteren. De chokehendel blijft naarbeneden gedraaid. Starten onder bijzondere omstandighedenOnder invloed van hoge omgevingstemperaturen en als demotor na vollastbedrijf voor slechts korte tijd afgezet wordt(warmtestuwing), is het mogelijk, dat bij gebruik van brandstofmet een laag kookpunt (winterkwaliteit), vooral in hoogliggend- Op minstens 3 m afstand van de plek waar getankt wordt. - Zorg dat u stabiel staat en leg de motorkettingzaag zo opde grond leggen dat de zaaginrichting vrij van de grondblijft. - Kettingrem inschakelen (blokkeren). - Houd de beugelgreep stevig met één hand vast en druk demotorkettingzaag tegen de grond. - Plaats de punt van de rechter voet in de achterstehandbeschermer. C6B13254STOPKettingrem controlerenDe kettingrem moet elke keer vóór werkbegin wordengecontroleerd.
- De motor zoals beschreven starten (een vellige standinnemen en de motorzaag zodanig op de grond zetten, dathet zaagwerk vrij staat). - De beugelgreep met één hand stovig omvatten, de anderehand aan de handgreep. - De motor op halve toeren laten lopen en met de rug van dehand de handbeschermer (C/6) in de richting van de pijldrukken tot de kettingrem blokkeert. Nu moet de zaagkettingonmiddellijk tot staan komen. - De motor onmiddellijk in zijn vrij zetten en de kettingremweer loszetten. Attentie: Indien de zaagketting na deze controle nietonmiddellijk tot stilstand komt, mag men in geen gevalmet het werk beginnen. U moet dan de hulp van eenMAKITA servicewerkplaats inroepen.
15Carburator afstellenZaag nooit met onvoldoende kettingsmering. Hiermee verkort ude levensduur van de zaaginrichting. Controleer vóór het begin van de werkzaamheden altijd hetoliepeil in de tank en de controleer ook de olietoevoer. De olietoevoer kan op als volgt gecontroleerd worden:- Start de motorkettingzaag. - Houd de lopende zaagketting ongeveer 15 cm boven eenboomstam of de grond (leg er iets onder als bescherming). Bij voldoende smering vormt zich een licht oliespoor door deafgeslingerde olie. Let op de windrichting en stelt u zich niet onnodig aan desmeeroliemist bloot. EKettingsmering controlerenDF12Het instellen van de carburateur dient ter verkrijging vaneen optimaal functioneren, een zuinig verbruik enbedrijfsveiligheid. Het moet bij warme motor, een schoneluchtfilter en een correct gespande zaagketting geschie-den.
Laat de carburateur door een MAKITAvakwerkinrichting instellen. De carburateur is in de fabriek bij luchtdrukomstandigheden opzeewaterhoogte ingesteld. Bij andere hoogteverschillen,weergesteldheden, temperaturen of luchtvochtigheid, alsookin de inloopphase bij een nieuwe machine, kan het nodig zijn,de instelling gering te corrigeren. Voor een optimale instelling is een toerenteller (E/1, Bestel-nr. 950 233 210) benodigd, daar een overschrijden van hethoogst toelaatbare toerental tot overhitting en tekort aansmeerolie leidt. Gevaar van motorschade. Bij instellen zonder toerenteller mag de aangegevenbasisinstelling van de hoofdspoeier (H) niet wordenonderschreden. Gevaar van motorschade dooroververhitting en een tekort aan smeerstof. De afgebeelde schroevedraaier (E/2, Bestel-nr. 944 340 001)heeft een aangegoten neus, die als afstellingshulp dienst doet.
Het hoogst toelaatbaar toerental instellen4. Acceleratie controleren5. Stationairgangstoerental controlerenDe stappen (vanaf punt 2) herhalen, tot het stationairgangs-toerental, goede acceleratie en het hoogst toelaatbaartoerental bereikt zijn. 1. BasisinstellingDe instelschroef voor hoofdsproeier (H) en stationairgangs-proeier (L) behoedzaam tot aan de voelbare aanslagrechtsom (met de wijzers van de klok mee) erin draaien. Instelschroeven (H) en (L) 1 toer linksom (tegen de wijzersvan de klok in) uitdraaien. 2. Stationairgang instellenHet stationairgangstoerental overeenkomstig de techni-sche gegevens instellen. Draaien naar rechts van deinstelschroef (S): het stationairgangstoerental stijgt aan. Naar links draaien (tegen de wijzers van de klok in): hetstationairgangstoerental neemt af. De zaagketting magniet meelopen. 3.
Instellen van het hoogste toerentalHet hoogste toerental instellen door minimaal regelen vaninstelschroef (H) volgens de technische gegevens. Erindraaien van instelschroef (H) met de wijzers van de klokmee (rechtsom): het toerental neemt toe. Eruit draaiennaar linksom: het toerental neemt af. 4. Controleren van de acceleratieBij bediening van de gashendel moet de motor zonderovergang van stationairgang op hoge toerentallenaccelereren. Bij te trage acceleratie de instelschroef (L) inkleine stappen tegen de wijzers van de klok in (linksom)eruit draaien, maar hoogstens 1/4 toeren meer. 5. Controleren van het stationairgangstoerentalNa het instellen van het hoogst toelaatbare toerental hetstationairgangstoerental controleren (de zaagketting magniet meelopen).
16✓✓Slijpkriteria:ATTENTIE:Uitsluitend voor deze motorzaag toegelaten kettingen enzaaggeleiders gebruiken (zie uittreksel uit de reserveonder-delenlijst). - Alle zaagtanden moeten even lang zijn (maat a). Verschillenin hoogte van de zaagtanden betekenen een ongelijkmatigeloop van de ketting en kunnen kettingbreuk veroorzaken. - Minimumlengte zaagtand = markering (D/1) op de zaagtand. Wanneer de minimumlengte bereikt is, de kettingzaag nietmeer slijpen. Er moet dan een nieuwe kettingzaag wordenopgelegd (zie uittreksel uit de reserveonderdelenlijst enhet Hoofdstuk „Nieuwe zaagketting“). - De afstand tussen de dieptebegrenzers (ronde neus) ende snijkant bepaalt de spaandikte. - De beste zaagresultaten worden bereikt met een afstandvan 0,65 (. 025") tussen de dieptebegrenzers. ATTENTIE:Een te grote afstand vergroothet gevaar van terugslag.
De zaagketting moet worden geslepen, wanneer:- zaagselachtige spaanders ontstaan bij het zagen van vochtighout. - de ketting ook bij grote druk slechts met moeite in het houttrekt. - de snijkant zichtbaar beschadigd is. - Het zaagmechaniek in het hout eenzijdig naar links of rechtsverloopt. De oorzaak hiervan is een ongelijkmatige scherptevan de zaagketting. Belangrijk: vaak slijpen, weinig materiaal afslijpen. Voor eenvoudig naslijpen zijn in de meeste gevallen twee tot driestreken van de vijl voldoende. Nadat men de ketting meerdere malen zelf nageslepen heeft moetde zaagketting in de service-werkplaats nageslepen worden. ONDERHOUDSWERKZAAMHEDENZaagketting slijpenATTENTIE:Bij alle werkzaamheden aan zaaggeleider en zaagketting teallen tijde de motor afzetten, de bougiestekker eraf trekken (zieBougie vervangen) en beschermende handschoenen dragen.
- Daartoe moet met de carburatorschroevedraaier (A/2) deschuifklep naar rechts (zie pijl) tot de aanslag wordengedraaid. - Luchtfilter en filterdeksel weer aanbrengen. Ter voorkoming van ijsafzetting in de carburator, die bij lagetemperaturen en hoge luchtvochtigheid optreedt, en om bijtemperaturen onder 0° C sneller op bedrijfstemperatuur tekomen, kan warme lucht van de cilinder worden aangezogen. Bij temperaturen boven 0° C moet steeds koude lucht wordenaangezogen. Bij het niet tijdig uitschakelen kan schade aan de cilin-deren zuigers ontstaan. Gebruik in de winterCD0,65 mm(. 025")1AB43Om sneller op de bedrijfstemperatuur te komen (een slijtage-en verbruiksverminderende maatregel), kan in het ventilatorhuis(B/4) een inzetstuk (B/3) worden aangebracht. - Het ventilatorhuis eraf nemen (zie Hfdst. „Startkabelvervangen“). - Inzetstuk (B/3) vlgs. Afb. „B” in het ventilatorhuis aanbrengen.
- Ventilatorhuis weer monteren (bij het aanbrengen van hetventilatorhuis zo nodig even aan de startgreep trekkentotdat het startmechanisme grijpt). ATTENTIE:Bij temperaturen boven 0° C moet de opening naar decilinderruimte onvoorwaardelijk weer worden afgesloten enhet inzetstuk uit het ventilatorhuis worden verwijderd. 12STOP0,65 mm(. 025").
17Welke vijl en hoe deze te gebruiken- Voor het slijpen moet een speciale vijlhouder zaagketting-rondvijl worden gebruik. Normale rondvijlen zijn ongeschikt.Zie de accessoirelijst voor het bestelnummer.- De eerste helft van de zaagtand met een ø 5,5 mmzaagkettingrondvijl vijlen, daarna met ø 4,8 mm.- De vijl mag alleen bij de voorwaartse streek (pijl) vijlen. Devijl moet bij het terughalen vrij van het materiaal gehoudenworden.- De kortste snijtand wordt als eerste geslepen. De lengtevan deze tand is dan de uitgangsmaat voor alle anderesnijtanden van de zaagketting.- Vijl zoals in Afb. F getoond houden (90° ten opzichte vanzaaggeleider).- De slijphoek van 25° moet bij alle zaagtanden zonderuitzondering dezelfde zijn.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Makita DCS6000i stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Zaagmachine Makita
Handleiding Zaagmachine
Nieuwste handleidingen voor Zaagmachine