Makita DCS4610 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Makita DCS4610 (28 pagina’s), behorend tot de categorie Zaagmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 31 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Makita DCS4610 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Makita |
| Categorie: | Zaagmachine |
| Model: | DCS4610 |
Handleiding Makita DCS4610 – volledige tekst
21 LuchtÞ lter schoonmaken. 21 Bougie vervangen. 22 Controle van de bougievonk. 22 Periodieke onderhouds- en reingingsvoorschriften. 23Werkplaatsservice, Reserve-onderdelen en Garantie. 23-24Storingzoeken. 24Uittreksel uit de reserve-onderdeellijst. 25 Accessoires. 25EU-conformiteitsverklaring. 27Hartelijk dank voor uw vertrouwen. Wij feliciteren u met uw nieuwe MAKITA motorzaag en hopen, dat u met deze moderne machine tevreden zult zijn. De modellen van de hobbyklassen DCS34 en DCS4610 zijn bijzonder handige en robuuste motorzagen met een nieuw de-sign. Ze zijn bedoeld voor privégebruik in huis en tuin. De automatische kettingsmering, een onderhoudsvrije elektronische ontsteking, het gezondheidsbeschermende antitrilsysteem en de ergono mische vormgeving van grepen en bedieningselementen zorgen voor bediencomfort en praktisch onvermoeiend werken met de zaag.
Zij omvatten handbeschermers aan de beide grepen, een gasafsperknop, kettingvangbout, een veiligheids zaagketting en een kettingrem, die niet alleen met de hand in werking kan worden gesteld, maar die ook, bij zaagge leidingsterugslag (kickback), automatisch door een vertragings mechanisme in werking wordt gesteld. In het apparaat zijn volgende octrooirechten in de praktijk gebracht: DE 19722629. Om uw persoonlijke veiligheid te waarborgen en optimaal func-tioneren en optimale beschikbaarheid van uw nieuwe motor-kettingzaag te garanderen, verzoeken wij u het volgende: Leest u voor de eerste ingebruikname van de motorzaag deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en neem beslist alle veiligheidsvoorschriften in acht. Niet-inachtneming kan levensgevaarlijke verwondingen veroorzaken. VerpakkingUw MAKITA motorkettingzaag is in een doos verpakt ter be-scherming tegen transportschade.
445671231432VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTENBeoogd gebruik Motorzagen De motorzaag mag uitsluitend worden gebruikt voor het zagen van hout in openlucht. Al naargelang de motorzaagklasse geschikt voor volgende toepassingen:- midden- en professionele klasse: gebruik in dun, middelma-tig dik en dik hout, vellen, onttakken, inkorten, uitdunnen van bossen. - hobbyklasse: occassioneel gebruik in dun hout, onderhoud van fruitbomen, vellen, onttakken, inkorten. Niet toegestane gebruikersPersonen die niet vertrouwd zijn met de handleiding, kinderen, jon-geren en personen onder invloed van alcohol, drugs of medicijnen mogen het apparaat niet bedienen. Algemene voorschriften- Om een veilig gebruik te garanderen moet degene die het apparaat bedient altijd deze gebruiksaanwijzing te lezen, om zich met de werking ervan vertrouwd te maken.
On vol-doende geïnstrueerde gebruikers kunnen zichzelf en ande ren door ondeskundig gebruik in gevaar brengen. - De motorkettingzaag alleen uitlenen aan personen metervaring in het gebruik van een motorkettingzaag. De ge bruiks-aanwijzing dient daarbij overhandigd te worden. - Nieuwe gebruikers moeten zich door de verkoper laten instru-eren, of een wettelijk erkende opleiding volgen, om vertrouwd teraken met het zagen met een motorkettingzaag. - Kinderen en jeugdige personen onder 18 jaar mogen de motorkettingzaag niet gebruiken. Voor jeugdigen boven 16 jaar geldt dit verbod niet als zij in het kader van hun opleiding onder toezicht staan van een vakman. - Het werken met de motorkettingzaag vereist een hoge mate van concentratie. - Werk alleen in goede lichamelijke conditie. Ook vermoeidheid kan onoplettendheid tot gevolg hebben.
- Bij het werken in gemakkelijk ontbrandbare begroeiing en bij droogte moet een brandblusser bij de hand zijn. Persoonlijke beschermingsuitrusting- Om bij het zagen verwondingen aan hoofd, ogen, handen of voeten en schade aan het gehoor te vermijden moet dehierna omschreven beschermende uitrusting en be scher-mende kleding gedragen worden. - De kleding moet doelmatig zijn, d. w. z. goed aansluitend, maar mag niet hinderen. Draag geen sieraden of kleding waarmee u achter takken of struiken kunt blijven haken. Bij lang haar een haarnet dragen. - Bij alle werkzaamheden in het bos dient een veiligheidshelm (1) te worden gedragen, voor bescherming tegen vallende takken. De veiligheidshelm moet regelmatig op beschadigingen gecontroleerd worden en moet na maximaal 5 jaar vervangen worden. Alleen goedgekeurde helmen gebruiken.
- De gezichtsbeschermer (2) van de helm (alternatief: veilig-heidsbril) beschermt tegen wegspattende zaagspaanders en houtsplinters. Om verwondingen aan de ogen te voorkomen moet bij het werken met de motorkettingzaag altijd oogbescher-ming resp. gezichtsbescherming gedragen worden. - Om gehoorschade te voorkomen moet geschikte persoonlijke gehoorbescherming gedragen worden. (Oorbeschermers (3), oordopjes, oorwatten etc. ) Octaafbandanalyse op aanv-raag. - De bosbouw-veiligheidsjas (4) heeft signaalrode schou der-passen, is comfortabel in het dragen en gemakkelijk in on der houd. - De bosbouw-veiligheidsbroek (5) bestaat uit 22 lagen nylonweefsel en beschermt tegen snijwonden. Het gebruik ervan wordt dringend aanbevolen. - Werkhandschoenen (6) van een zware kwaliteit leer be-horen tot de voorgeschreven uitrusting en moeten bij het werken met de motorkettingzaag altijd gedragen worden.
5Brandstoffen/tanken- Bij het aftanken van de motorkettingzaag moet de motor worden uitgezet. - Roken en iedere vorm van open vuur zijn niet toegestaan (5). - Laat de motor afkoelen alvorens te tanken. - Brandstoffen kunnen oplosmiddelachtige substanties bevatten. Huid- en oogcontact met mineraalolieprodukten vermijden. Draag bij het aftanken handschoenen. Vervang en reinig beschermende kleding regelmatig. Adem de brandstofdampen niet in. Het inademen van motorbrandstofdampen kan lichamelijk letsel veroorzaken. - Mors geen brandstof of kettingolie. Als er toch brandstof of olie ge-morst is moet de motorkettingzaag direct schoongemaakt worden. Zorg dat er geen brandstof op uw kleding terechtkomt. Als dat toch gebeurt kleedt u dan direct om. - Let erop dat er geen brandstof of kettingolie in de grond wegloopt (be-scherming van het milieu). Leg iets op de grond ter bescherming.
- Tank niet in afgesloten ruimten. Brandstofdampen verzamelen zich op de bodem (explosiegevaar). - Sluit de tankdoppen van brandstof- en olietank goed. - Start de motorkettingzaag niet op dezelfde plek als waar u getankt heeft (tenminste 3 meter verwijderd van de tankplaats) (6). - Brandstof is niet onbeperkt houdbaar. Koop niet meer dan u binnen een redelijke tijd zult gebruiken. - Vervoer en bewaar brandstof en kettingolie alleen in goedgekeurde en gewaarmerkte jerrycans. Sla brandstof en kettingolie zo op dat kinderen er niet bij kunnen. Inbedrijfname- Werk niet alleen, in noodgevallen moet er iemand in de buurt zijn (gehoorafstand). - Verzeker u ervan dat er zich geen kinderen of andere personen binnen het werkbereik van de motorkettingzaag bevinden. Let ook op dieren (7).
Let vooral op of de kettingrem werkt, of de zaaggeleider juist ge-monteerd is, of de zaagketting volgens voorschrift geslepen en gespannen is, of de kettingwielbeschermer vastzit, de gashendel soepel beweegt, de sperknop werkt, of de handgrepen droog en schoon zijn, en of Start/Stop schakelaar het doet. - De motorkettingzaag pas nadat deze volledig in elkaar gezet is in bedrijf nemen. De motorkettingzaag mag uitsluitend geheel gemon-teerd gebruikt worden. - Voor het starten moet de bediener van de zaag goed stabiel staan. - Start de motorkettingzaag uitsluitend volgens de gebruiks aanwijzing (8). Andere startmethoden zijn niet toegestaan. - Bij het starten van de motorkettingzaag moet de machine goed gesteund en stevig vastgehouden worden. De ketting en de zaag-geleider mogen nergens tegenaan komen.
- Houd tijdens het werken met de motorkettingzaag deze met beide handen vast, met de rechterhand op de achterste handgreep en de linker hand op de beugelgreep. De handgrepen met de duimen eromheen vasthouden. - ATTENTIE: Bij het loslaten van de gashendel loopt de ketting nog enige tijd door (vrijloopeffect). - Let er voortdurend op dat u stevig staat. - De motorkettingzaag moet zodanig gehanteerd worden dat er geen uitlaatgassen ingeademd kunnen worden. Werk niet in gesloten ruimten (vergiftigingsgevaar). - Zet de motorkettingzaag direct af bij merkbaar veranderd machine gedrag. - Zet de motorzaag af voor het controleren van de ketting spanning, het naspannen, het verwisselen van de ketting en het opheffen van storingen (9).
- Als de zaag met stenen, spijkers of andere harde voorwerpen in aanraking is gekomen moet de motor direct afgezet worden en moet de zaaginrichting geïnspecteerd worden. - Tijdens werkonderbrekingen en voor het verlaten moet de motorzaag uitgeschakeld worden (9) en zo geparkeerd, dat niemand in gevaar kan geraken. - Leg de warme motorkettingzaag niet in droog gras of op brandbare voorwerpen. De uitlaat geeft een aanzienlijke hitte af (brandge-vaar).
6Terugslag (Kickback)- Bij het werken met de motorkettingzaag kan gevaarlijke terugslag optreden. - Deze terugslag ontstaat als het bovenste kwadrant van de zaag-geleider per ongeluk tegen hout of andere vaste voorwerpen aankomt (10). - Daarbij wordt de motorzaag ongecontroleerd en met grote kracht in de richting van de bedieningspersoon geslingerd, resp. versneld (gevaar voor letsel. ) Om terugslag te voorkomen moet op het volgende gelet worden:- Insteekwerk (direkt met het het uiteinde van de zaaggeleider in het hout aanzetten) mag uitsluitend door speciaal geschoold personeel worden uitgevoerd. - De punt van de zaaggeleider moet altijd in het oog gehouden worden. Pas op bij het voortzetten van reeds begonnen zaags-neden. - Begin met lopende zaagketting aan de zaagsnede. - De zaagketting moet altijd correct geslepen worden. Let daarbij vooral op de juiste hoogte van de dieptebegrenzing.
- Zaag nooit meerdere takken tegelijkertijd door. Let er bij het ver-wijderen van takken op dat geen andere tak geraakt wordt. - Let bij het afkorten op in de buurt liggende stammen. Werkomstandigheden en -technieken- Werk alleen bij goed zicht en goede verlichting. Let in het bi-jzonder op gladheid, nattigheid, ijs en sneeuw (uitglijgevaar). Verhoogd gevaar voor uitglijden bestaat op vers ontbast hout (schors). - Werk nooit op een onstabiele ondergrond. Let op obstakels op de werkplek, struikelgevaar. Let er voortdurend op dat u stevig staat. - Zaag nooit boven schouderhoogte (11). - Zaag nooit staande op een ladder (11). - Klim nooit met de motorkettingzaag in een boom om werkzaam-heden uit te voeren. - Niet te ver voorovergebogen werken. - Beweeg de motorkettingzaag zodanig dat zich geen lichaam s-delen in het verlengde van het zwenkbereik van de zaagketting bevinden (12).
- Gebruik motorkettingzagen nooit voor het wegtillen en verwij-deren van stukken hout en andere voorwerpen. - Ontdoe het bereik van de zaagsnede van vreemde voorwerpen zoals zand, stenen, spijkers etc. Vreemde voorwerpen bescha-digen de zaag en kunnen gevaarlijke terugslag (kickback) tot gevolg hebben. - Gebruik bij het zagen van sprokkelhout en dunne stammen een stabiele bok (indien mogelijk een zaagbok, 13). Het hout mag niet met de voet of door een tweede persoon worden vastgehouden. - Rondhout moet tegen verdraaien tijdens het zagen worden geborgd. - Bij afkorten moet de getande beugel (13, Z) tegen het te zagen hout worden gezet. - Voor het afkorten moet de getande beugel tegen het te zagen hout gezet worden en pas daarna met lopende zaagketting het hout gezaagd worden. De zaag wordt daarbij door middel van de achterste handgreep omhoog getrokken en met de beugelhandgreep geleid.
De getande beugel dient daarbij als draaipunt. Het volgen gebeurt met een lichte druk op de beu-gelgreep. De zaag hierbij iets terugtrekken. Getande beugel lager aanzetten en opnieuw de achterste handgreep omhoog trekken. - Steek- en langssneden mogen alleen door speciaal ge-schoold personeel uitgevoerd worden (verhoogd gevaar voor terugslag). - Langssneden (14) in een zo klein mogelijke hoek aanzetten. Hier moet bijzonder voorzichtig te werk worden gegaan, daar de getande beugel niet kan grijpen. - Trek de zaag alleen met lopende zaagketting uit het hout. - Zijn er meerdere zaagsneden nodig dan moet de gashendel tussendoor losgelaten worden. 1012131411Z.
7- Pas op bij het zagen van versplinterd hout. Er kunnen afgezaagde houtsplinters meegetrokken worden (gevaar voor letsel). - Bij het zagen met de bovenzijde van de zaaggeleider kan de motorkettingzaag in de richting van de bedieningspersoon ge-stoten worden als de zaagketting klem komt te zitten. Daarom moet zoveel mogelijk met de onderzijde van de zaaggeleider gezaagd worden, daar in dat geval de zaag altijd van het lichaam weg in de richting van het hout getrokken zal worden (15). - Hout onder spanning (16) moet altijd eerst aan de drukzijde (A) ingezaagd worden. Pas daarna kan de scheidingssnede op de trekzijde (B) gemaakt worden. Zo wordt het ingeklemd reken van de zaaggeleider voorkomen. ATTENTIE: Velwerkzaamheden en verwijderen van takken, alsmede het werken aan omgewaaide bomen mogen alleen uitgevoerd worden door geschoold personeel. Gevaar voor letsel.
- Steun bij het verwijderen van takken de motorkettingzaag altijd zo dicht mogelijk op de stam. Hierbij mag niet met de voorzijde van de zaaggeleider gezaagd worden (terugslag gevaar). - Let vooral goed op bij onder spanning staande takken. Zaag vrijhangende takken niet van onder af door. - Ga nooit op een stam staan terwijl u takken verwijdert. - Met het vellen van bomen mag pas worden begonnen nadat men zich ervan heeft verzekerd dat:a) alleen personen die bij het vellen betrokken zijn zich op de werkplek bevinden. b) ongehinderd uitwijken mogelijk is voor iedereen die betrokken is bij het vellen (de uitwijkruimte dient schuin naar achteren te lopen onder een hoek van ongeveer 45û). c) de voet van de stam vrij is van alle vreemde voorwerpen, struikgewas en takken. Zorg voor een stabiele werkpositie (struikelgevaar).
d) de dichtsbijgelegen werkplek tenminste twee en een halve boomlengte verwijderd is (17). Vergewist u zich er vóór het vellen van dat er zich geen personen of voorwerpen binnen een afstand van 2 1/2 maal de boomlengte (17) bevinden.
- Beoordeling vsan de boom: Overhangrichting - losse of dorre takken - hoogte van de boom - natuurlijke overhang - is de boom rot. - Let op de windrichting en windsnelheid. Bij zware windstoten mogen er geen bomen geveld worden. - Inzagen van de worteluitlopers: Bij de grootste worteluitloper beginnen. Als eerste de zaagsne-de in verticale richting en daarna de zaagsnede in horizontale richting aanbrengen. - Valkerf (18, A) aanbrengen: De valkerf geeft de boom de juiste valrichting en stuurt deze. De valkerf wordt haaks op de valrichting aangebracht met een diepte van 1/3 - 1/5 van de stamdoorsnede. De zaagsnede indien mogelijk dicht boven de grond aanbrengen. - Eventuele correcties van de valkerf moeten over de gehele breedte van de boom aangebracht worden. - De valzaagsnede (19, B) wordt boven de valkerfholte (D) aangebracht. De valzaagsnede moet loodrecht op de stam aangebracht worden.
Voor de val-kerf moet ongeveer 1/10 van de stamdoorsnede blijven staan als breukvlak. - Het breukvlak (C) werkt als scharnier. Dit mag in geen geval doorgezaagd worden, daar dit het ongecontroleerd vallen van de boom kan veroorzaken. Breng tijdig spieën aan. - De valzaagsnede mag alleen gezekerd worden met kunststof of aluminium spieën. Het gebruik van ijzeren spieën is verboden, daar een aanraking ernstige beschadigingen of zaag kettingbreuk tot gevolg kan hebben. - Bij het vellen van bomen altijd terzijde van de vallende boom gaan staan. - Bij het terugkeren naar de valzaagsnede oppassen voor vallende takken. - Bij het werken op hellingen moet de bedieningspersoon boven of terzijde van de te bewerken stam, respectievelijk liggende boom staan. - Pas op voor aanrollende boomstammen. 151617181945o2 1/2= Velbereik45o.
8SERVICETransport en opslag- Bij het veranderen van werkplek tijdens het werken moet de motorkettingzaag afgezet of de kettingrem ingeschakeld worden om onbedoeld starten en aan -lopen van de zaag ketting te voorkomen. - Vervoer of draag de motorkettingzaag nooit met lopende zaagketting. - Bij vervoer over langere afstanden moet in ieder geval de meegeleverde beschermkap voor de zaaggeleider aan gebracht worden. - Draag de motorkettingzaag altijd aan de beugelgreep, waarbij de zaaggeleider naar achter wijst (20). Zorg ervoor dat u niet met de uitlaat in aanraking komt (gevaar voor brandwonden. ). - Tijdens vervoer in personenwagens moet de machine zo geplaatst worden dat er geen brandstof of kettingolie kan uitlekken. - De motorkettingzaag moet veilig in een droge ruimte opgeslagen worden. De motorkettingzaag mag niet buiten bewaard worden.
Berg de motorkettingzaag ontoegankelijk voor kinderen op. - Bij opslag gedurende langere tijd en bij het verzenden van de motorkettingzaag moeten olietank en brandstoftank volledig geleegd zijn. Onderhoud- Bij alle onderhoudswerkzaamheden moet de motor-kettingzaag uitgezet (21), en de bougiedop losgetrokken worden. - Vóór het begin van de werkzaamheden moet altijd eerst gecontroleerd worden of de motorkettingzaag goed werkt, en speciaal de kettingrem. Let er vooral op of de zaagketting volgens voorschrift geslepen en gespannen is (22). - De motorkettingzaag moet met zo weinig mogelijk lawaai en uitlaatgassen gebruikt worden. Let goed op een correcte afstelling van de carburator. - Reinig de motorkettingzaag regelmatig. - Controleer regelmatig of de tankdoppen goed sluiten. Neem de veiligheidsvoorschriften van de Arbeidsins pektie enverzekeringsmattschappijen in acht.
Breng in geen geval veranderingen in der constructie van de motorkettingzaag aan. U brengt daarmee uw veilig heid in gevaar. Onderhouds- en montagewerkzaamheden mogen alleen uit-gevoerd worden voorzover deze in deze gebruiksaanwij zing beschreven zijn.
Alle overige werkzaamheden moeten door de MAKITA service uitgevoerd worden. Gebruik uitsluitend MAKITA reserve-onderdelen en geauto-riseerde accessoires. Bij gebruik van niet-originele MAKITA reserve onderdelen, niet-geautoriseerde accessoires of zaaggeleider/ketting combinaties en -lengten is er een verhoogd ongevalsrisico. Bij ongelukken of schade als gevolg van niet-geautoriseerde zaagmechanieken of accessoires vervalt iedere aansprake lijkheid. Eerste Hulp (E. H. B. O. ) Voor eventuele ongevallen dient altijd een verbanddoos op de werkplek aanwezig te zijn. Vul gebruikt materiaal direct weer aan. Als u om hulp vraagt, geeft u dan de volgende informa-tie: - Waar gebeurde het - Wat gebeurde er - Hoeveel gewonden - Aard van de verwondingen - Noem uw naam.
Aanwijzing: Bij personen met circulatiestoornissen kunnen vaak optredende vibraties tot beschadiging van do bloedvaten of van het zenuwstelsel leiden. Door vibraties aan vingers, handen of polsen kunnen de volgende symptomen optreden: inslapen van lichaamsdelen, prikkelen, pijn steken, verandering van de huidkleur of van de huid. Bij het waarnemen van zulke symptomen moet u een dokter opzoeken. 2021222324.
ISO 7293 g/kWh 550 580Inhoud brandstoftank l 0,37Inhoud kettingolietank I 0,25Mengverhouding (brandstof : 2-taktolie) - bij gebruik van MAKITA olie 50 : 1 - bij gebruik van Aspen Alkylat (2-taktbrandstof) 50 : 1 (2%) - bij gebruik van andere olie 40:1 (kwaliteitsklasse JASO FC of ISO EGD)Kettingrem inwerkingstelling met de hand of door terugslag (kickback)Kettingsnelheid 2) m/s 17,1Kettingwielverdeling inch 3/8Aantal tanden Z 6Kettingtype zie uittreksel uit de reserveonderdelenlijst 092Verdeling / Schakeldikte inch 3/8 /. 050 Zaaggeleider snijlengte cm 35, 40Zaagggeleidertype zie uittreksel uit de reserveonderdelenlijst Gewicht van de motorzaag (tanks leeg, zonder geleider en ketting) kg 4,7 4,751) Opgaves houden in gelijke delen rekening met de bedrijfstoestanden stationair, volle belasting en maximum toerental. 2) Bij max.
122Controle van de kettingspanningDe zaagketting is juist gespannen wanneer de zaagketting tegen de onderzijde van de zaaggeleider aanligt en de zaagketting nog gemakkelijk met de hand bewogen kan worden over de zaaggeleider. Hierbij moet de kettingrem gelost zijn. Controleer regelmatig de kettingspanning, omdat nieuwe zaagkettingen na verloop van tijd uitrekken en langerworden. Daarom de kettingspanning regelmatig bij afgezette motor controleren. ADVIES:IIn de praktijk wordt geadviseerd 2-3 zaagkettingen afwissel end te gebruiken. Voor een gelijkmatige slijtage van de zaaggeleidergroef moet bij het verwisselen van een ketting de zaaggeleider omgekeerd worden. Zaagketting naspannenDe bevestigingsmoeren (2) met de combisleutel ca. een omwenteling losdraaien.
Het zaagblad licht optillen en de instelschroef naar rechts draaien (met de klok mee), tot de zaagketting weer tegen de onderkant van het blad ligt (zie cirkeltje). Het zaagblad verder optillen en de bevestigingsmoeren (2) met de combisleutel weer stevig aandraaien. A121Inschakeling van de kettingrem (blokkeren)Als de terugslagkracht sterk genoeg is, dan zal de plotselinge versnelling van de beugelgreep in combinatie met de inertie van de handbescherming (1) de rem automatisch aanzetten. Druk voor handbediening de handbeschermer (1) met de linker hand in de richting van de voorzijde van de zaaggeleider (pijl 1). Kettingrem lossenDe handbeschermer (2) in de richting van de beugelgreep (pijl 2) trekken tot deze voelbaar aangrijpt. De kettingrem is gelost. CBKettingremDe MAKITA motorzagen DCS34, DCS4610 zijn standaard met een vertragings veroor zakende kettingrem uitgerust.
Ontstaat er een terugslag (kickback) doordat de punt van de zaaggeleider met het hout in aanraking komt (zie hoofdstuk „VEILIGHEIDSVOOR-SCHRIF TEN”, blz. 6), wordt bij voldoende terugslag de kettingrem door massatraagheid in werking gesteld. In een fractie van een seconde wordt de zaagketting stilgezet.
De kettingrem is bedoeld voor noodgevallen en voor het blokkeren van de zaagketting voor het starten. ATTENTIE: In geen geval (behalve bij de controle, zie hoofdstuk „Kettingrem controleren”) de motorzaag bij ingeschakelde kettingrem bedienen, daar anders in zeer korte tijd aanzi-enlijke schade aan de motorzaag kan optreden. Vóór het begin van de werkzaamheden onvoorwaardelijk de kettingrem vrijzetten.
13Brandstof+ 1000 cm3 (1 liter) 20 cm3 25 cm3 5000 cm3 (5 liter) 100 cm3 125 cm310000 cm3 (10 liter) 200 cm3 250 cm3 ZaagkettingolieVoor het smeren van de zaagketting en de zaaggeleider moet zaagkettingolie met een hechtmiddeltoevoeging gebruikt worden. De hechtmiddeltoevoeging in de zaagkettingolie voor komt een te snel wegslingeren van de olie. Om het milieu te sparen wordt het gebruik van biologisch af -breek bare zaagkettingolie aangeraden. In sommige plaatselijke verordeningen wordt het gebruik van biologisch afbreekbare olie verplicht gesteld. De door MAKITA aangeboden zaagkettingolie BIOTOP wordt op basis van geselecteerde plantenoliën vervaardigd en is 100% biologisch afbreekbaar. BIOTOP is bekroond met de blauwe milieu-engel (RAL UZ 48).
E50:140:1DBIOTOP zaagkettingolie is leverbaar in de volgende verpak kingsgroottes: 1 l Bestelnummer 980 008 610 5 l Bestelnummer 980 008 611 Biologisch afbreekbare kettingolie is slechts beperkt houdbaar en dient binnen 2 jaar na de fabricageda-tum die op de verpakking staat gedrukt te worden opgemaakt. BrandstoffenLET OP:De machine wordt met mineraalolieproducten (benzine en olie) bedreven. Bij de omgang met benzine is verhoogde waakzaamheid geboden. Roken en open vuur zijn ontoelaatbaar (ontplofÞ ngs-gevaar). BrandstofmengselDe motor van de motorkettingzaag is een tweetaktmotor met een groot vermogen die werkt op een mengsel van benzine en tweetaktolie. De motor is ontworpen voor gebruik van normale loodvrije benzine met een minimaal octaangetal van 91 ROZ. Is deze brandstof niet beschikbaar, dan kunnen ook brandstoffen met een hoger octaangetal gebruikt worden.
Hierdoor ontstaat geen schade aan de motor. Gebruik voor een optimale motorwerking en ter be - scher ming van gezondheid en leefmilieu alleen loodvrije brandstof. Voor de smering van de motor wordt tweetaktmotorolie (kwa-liteitsklasse JASO FC of ISO EGD) gebruikt; deze wordt bij de benzine gemengd.
De motor is ontworpen voor MAKITA tweetaktolie met een milieuvriendelijke mengverhouding van 50:1. Hierdoor wordt een lange levensduur en een betrouwbare, rookarme werking van de motor gewaarborgd. MAKITA kwaliteitstwee-takt olie is afhankelijk van het ver bruik leverbaar in de volgende verpakkingen: 1 l Bestelnummer 980 008 607 100 ml Bestelnummer 980 008 606Indien er geen MAKITA tweetaktolie beschikbaar is moet een mengverhouding van 40:1 bij gebruik van andere tweetak-toliën aangehouden worden, aar anders problemen kunnen optreden. Attentie: geen kant en klaar mengsel van benzine-stations gebruiken. Het verkrijgen van de juiste mengverhouding:50:1 Bij gebruik van MAKITA tweetaktolie, d. w. z. 50 delen brandstof mengen met 1 deel olie. 40:1 Bij gebruik van andere tweetaktoliën, d. w. z. 40 delen brandstof mengen met 1 deel olie.
ADVIES:Voor het verkrijgen van het juiste benzine/olie mengsel wordt de olie voorgemengd met de helft van de totaal benodigde hoeveelheid benzine, waarna de rest van de brandstof wordt toegevoegd. Voor het vullen van de tank van de motorkettingzaag eerst het mengsel goed schudden. Het is niet zinvol uit overdreven veiligheids-bewustzijn het olie-aandeel in het tweetaktmengsel te vergroten ten opzichte van de aangegeven meng-verhouding. Dit veroorzaakt nl. meer verbrandings-resten. Deze belasten het milieu en verstoppen het uitlaatkanaal in de cilinder evenals de geluidsdem-per. Ook stijgt hierdoor het brandstofverbruik en neemt het vermogen af. Opslag van brandstofBrandstoffen zijn slechts in beperkte mate geschikt voor opslag. Brandstof en brandstofmengsels verouderen door verdamping, vooral onder invloed van hoge temperaturen.
Te lang bewaarde brandstoffen en brandstofmengsels kun-nen zo tot startproblemen en motorschade leiden. Koop niet meer brandstof in dan in enkele maanden wordt verbruikt. Bij hogere temperaturen dienen brandstoffen binnen de 6-8 weken te worden opgebruikt.
Bewaar brandstoffen uitsluitend in goedgekeurde bussen op een droge, koele en veilige plaats. HUID- EN OOGCONTACT VERMIJDEN. Minerale olieprodukten, ook oliën, ontvetten de huid. Bij her haaldelijk en langdurig contact droogt de huid uit. Diverse huidziekten kunnen hiervan het gevolg zijn. Bovendien zijn allergische reacties bekend. Contact van de ogen met olie veroorzaakt irritaties. Bij oogcontact direct het betreffende oog met schoon water uitspoelen. Bij aanhoudende irritatie direct een arts bezoeken. OIL.
14TankenNEEM ALLE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN IN ACHT. De omgang met brandstoffen vereist een voorzichtige en zorgvuldige handelwijze. Uitsluitend bij uitgeschakelde motor. Rondom de vulopeningen goed schoonmaken, zodat er geen vuil in de tanks komt. Tankdop erafschroeven en tot aan de onderkant van de vulpijp opvullen. Voorzichtig gieten om morsen van brandstof of zaagkettingolie te vermijden. Tankdop weer goed vastdraaien. Tankdop en omgeving na het tanken reinigen. Smering van de zaagketting Om de zaagketting voldoende te kunnen smeren moet de tank voldoende gevuld zijn. De tankinhoud is genoeg voor ongeveer een half uur continu bedrijf. Tijdens de werkzaamheden contro leren of er voldoende kettingolie in de tank zit. Indien nodig bijvullen. Uitsluitend bij uitgeschakelde motor. GEBRUIK NOOIT AFGEWERKTE OLIE. Afgewerkte olie is zeer schadelijk voor het milieu.
Afgewerkte olie bevat hoge concentraties van stoffen waarvan bewezen is dat ze kankerverwekkend zijn. De vervuiling in af-gewerkte olie veroorzaakt verhoogde slijtage aan de oliepomp en het zaagmechaniek. Bij schade veroorzaakt door het gebruik van afgewerkte of ongeschikte zaagkettingoliën vervalt iedere aanspraak op garantie. Uw vakhandelaar informeert u graag over gebruik en toepassing van zaagkettingolie. HUID- EN OOGCONTACT VERMIJDEN. Minerale olieprodukten, ook oliën, ontvetten de huid. Bij her-haaldelijk en langdurig contact droogt de huid uit. Diverse huidziekten kunnen hiervan het gevolg zijn. Bovendien zijn allergische reacties bekend. Contact van de ogen met olie veroorzaakt irritaties. Bij oogcontact direct het betreffende oog met schoon water uitspoelen. Bij aanhoudende irritatie direct een arts bezoeken.
Belangrijke aanwijzing aangaande bio-olie voor zaag kettingenBij een bultenbedrijfsstelling op langere duur moet de olietank worden leeggemaakt, waama er een kleine hoeveelheid motorolie (SAE 30) moet worden ingegoten.
151 2Kettingsmering controlerenZaag nooit met onvoldoende kettingsmering. Hiermee verkort u de levensduur van de zaaginrichting !.Controleer vóór het begin van de werkzaamheden altijd het oliepeil in de tank en de controleer ook de olietoevoer.De olietoevoer kan op als volgt gecontroleerd worden:Start de motorkettingzaag (zie hoofdstuk „Motor starten”).Houd de lopende zaagketting ongeveer 15 cm boven een boomstam of de grond (leg er iets onder als bescherming).Bij voldoende smering vormt zich een licht oliespoor door de afgeslingerde olie. Let op de windrichting en stelt u zich niet onnodig aan de smeeroliemist bloot!Aanwijzing:Na het buitenbedrijfstellen van het apparaat is het normaal, dat gedurende enige tijd nog resten van kettingolie eruitlopen, die nog in het olieleidingssysteem en aan de zaaggeleider en de ketting voorhanden zijn. Hierbij is geen sprake van een defect!
Gebruik een geschikte onderlegger.CVoor een probleemloze werking van de oliepomp moeten de olietoevoergroef in het krukashuis (1) en de olietoevoerboring in de zaaggeleider (2) regelmatig gereinigd worden.D
Trek de starterkabel (6) langzaam uit tot u weerstand voelt (de zuiger staat nu voor het bovenste dode punt). Trek de kabel nu snel en krachtig verder uit tot er een eerste hoorbare ontsteking volgt. Attentie: De starterkabel niet meer dan ca. 50 cm uittrek ken en altijd langzaam met de hand terugbrengen. De combischakelaar (1) na de eerste hoorbare ontstekin-gon in stand „ I “ drukken en dan opnieuw de starterkabel trekken. Zodra de motor loopt, gashendel (3) aantippen opdat de sper-knop (2) eruit springt en de motor stationair draait. Attentie: de motor moet na het aanlopen direct teruggebracht worden naar het stationaire toerental, daar anders schade kan ontstaan aan de kettingrem. Nu de kettingrem lossen. Warme start:Zoals beschreven bij de koude start, maar dan zonder de com-bischakelaar (1) in de choke-stand te zetten.
OPMERKING: De combischakelaar van DCS4610 keert na het omlaagdrukken terug naar de stand „I“. De motor is uitge-schakeld, maar kan ook zonder de combischakelaar opnieuw te bedienen, worden gestart. LET OP. Om de ontstekingsstroom van DCS4610 te onder-breken, dient de combischakelaar volledig omlaag te worden gedrukt, voorbij de weerstand van de „ “-stand.
17Kettingrem controlerenDe kettingrem moet elke keer vóór werkbegin worden gecontroleerd. De motor zoals beschreven starten (een vellige stand innemen en de motorzaag zodanig op de grond zetten, dat het zaagwerk vrij staat). De beugelgreep met één hand stovig omvatten, de andere hand aan de handgreep. De motor op halve toeren laten lopen en met de rug van de hand de handbeschermer (7) in de richting van de pijl drukken tot de kettingrem blokkeert. Nu moet de zaagketting onmiddel-lijk tot staan komen. De motor onmiddellijk in zijn vrij zetten en de kettingrem weer loszetten. Attentie: Indien de zaagketting na deze controle niet on-middellijk tot stilstand komt, mag men in geen geval met het werk beginnen. U moet dan de hulp van een MAKITA servicewerkplaats inroepen. C7EInstellen van de carburateurLET OP.
Het instellen van de carburateur mag uitsluitend door een MAKITA-servicedienst gebeuren. Instellingen aan de instelschroeven (H) en (L) zijn zonder toerenteller niet toegestaan. Verkeerde instellingen kunnen tot motorschade leiden. Af fabriek zijn de instelschroeven (H) en (L) tot kort voor de aanslag (tegen de klok in) uitgedraaid. Een toerenteller is voor correcties aan de instelschroeven (H) en (L) dus noodzakelijk, omdat een overschrijding van het maximaal toelaatbare toerental tot een oververhitting en tekort aan smeermiddel leidt. Gevaar van motorschade. Alleen correcties aan de instelschroef (9) mogen door de gebruiker van het apparaat worden uitgevoerd. Indien het snijgereedschap bij stationair toerental meedraait (gashen-del wordt niet gebruikt), moet de instelling van het stationair toerental absoluut worden gecorrigeerd.
De instelling van het stationair toerental mag pas gebeuren nadat het apparaat compleet is gemonteerd en gecontro-leerd. Ze moet bij een warme motor, zuivere luchtÞ lter en correcte montage van het snijgereedschap gebeuren. Het instellen van de carburateur gebeurt met een schroeven-draaier (kopbreedte 4 mm, bestelnummer 944 340 001).
SERVICEStationair toerental instellenUitdraaien van de instelschroef (9) tegen de klok in: het stationair toerental daalt. Indraaien van de instelschroef (9) met de klok mee: het stationair toerental stijgt. Let op. Mocht het snijgereedschap ondanks de ge-corrigeerde instelling van het stationair toerental niet tot stilstand komen, mag in geen geval met het apparaat worden gewerkt. Raadpleeg een MAKITA-servicedienst. Ter informatie: Het instellen van de carburateur dient ter wille van een optimale werking, zuinig verbruik en goede bedrijfsveiligheid. Omwille van nieuwe emissienormen worden de instel-schroeven (H) en (L) van de carburateur van begrenzingen voorzien. Door de zo beperkte instelmogelijkheid (ca. 180 graden) wordt een te vette carburateurinstelling verhinderd. Bij sommige modellen wordt de instelschroef (H) ook ver-grendeld.
18ONDERHOUDSWERKZAAMHEDENZaagketting slijpenATTENTIE: Bij alle werkzaamheden aan zaaggeleider en zaagketting te allen tijde de motor afzetten, de bougie stekker eraf trekken (zie Bougie vervangen) en bescher mende hand-schoenen dragen. De zaagketting moet worden geslepen, wanneer:zaagselachtige spaanders ontstaan bij het zagen van vochtig houtde ketting ook bij grote druk slechts met moeite in het hout trektde snijkant zichtbaar beschadigd is. Het zaagmechaniek in het hout eenzijdig naar links of rechts verloopt. De oorzaak hiervan is een ongelijkmatige scherpte van de zaagketting. Belangrijk: vaak slijpen, weinig materiaal afslijpen. Voor eenvoudig naslijpen zijn in de meeste gevallen twee tot drie streken van de vijl voldoende. Nadat men de ketting meerdere malen zelf nageslepen heeft moet de zaagketting in de service-werkplaats nageslepen worden. Amin. 3 mm (0.
11”)Slijpkriteria:ATTENTIE: Uitsluitend voor deze motorzaag toegelaten kettingen en zaaggeleiders gebruiken (zie uittreksel uit de reserveonder delenlijst). Alle zaagtanden moeten even lang zijn (maat a). Verschillen in hoogte van de zaagtanden betekenen een ongelijkmatige loop van de ketting en kunnen kettingbreuk veroorzaken. De minimumlengte van de zaagtand: 3 mm. Wanneer de minimumlengte bereikt is, de kettingzaag niet meer slijpen. Er moet dan een nieuwe kettingzaag worden opgelegd (zie uittreksel uit de reserveonderdelenlijst en het Hoofdstuk „Nieuwe zaagketting“). De afstand tussen de dieptebegrenzers (ronde neus) en de snijkant bepaalt de spaandikte. De beste zaagresultaten worden bereikt met een afstand van 0,64 (. 025“) tussen de dieptebegrenzers. ATTENTIE: Een te grote afstand vergroot het gevaar van terugslag. B0,64 mm(. 025“)0,64 mm(.
19DWelke vijl en hoe deze te gebruikenVoor het slijpen moet een speciale vijlhouder met een ø 4,0 mm zaagketting-rondvijl worden gebruik. Normale rondvijlen zijn ongeschikt. Zie de accessoirelijst voor het bestelnummer.De vijl mag alleen bij de voorwaartse streek (pijl) vijlen. De vijl moet bij het terughalen vrij van het materiaal gehouden worden.De kortste snijtand wordt als eerste geslepen. De lengte van deze tand is dan de uitgangsmaat voor alle andere snijtanden van de zaagketting.Vijl haaks houden (90° ten opzichte van zaaggeleider).EDe vijlhouder vergemakkelijkt de vijlgeleiding, hij is voorzien van markeringen voor de korrekte slijphoek van 30° (de marke-ringen parallel aan de zaagketting laten lopen) en begrenst de insteekdiepte (4/5 van de vijl doorsnee).
Zie de accessoirelijst voor het bestelnummer.4/530°FAansluitend op het naslijpen de hoogte van de diepte begrenzers controleren met de kettingmaatlat. Zie de acces soirelijst voor het bestelnummer.Ook de geringste uitsteekhoogte met een speciale vlakke vijl verwijderen (13). Zie de accessoirelijst voor het bestel-nummer.Dieptebegrenzer aan de voorzijde opnieuw afronden (14).1314
20SERVICEReinigen van de remband en van de kettingwiel-binnenruimteATTENTIE: Bij alle werkzaamheden aan zaaggeleider en zaagketting te allen tijde de motor afzetten, de bougiestekker eraf trekken (zie Bougie ver vangen) en beschermende handschoenen dragen!ATTENTIE: De motorkettingzaag mag pas gestart worden na volledig te zijn samengebouwd en controle!Kettingwielbeschermer (4) afnemen (zie Hoofdstuk „INBEDRIJF-NAME“ A-B) en binnenruimte met een kwast schoonmaken.Kettingspanner (5) linksom (tegen de klok in) tot aan de voelbare weerstand draaien.Zaagketting (3) en zaaggeleider (2) eraf nemen.ADVIES:Erop letten, dat er geen vuilresten in de oliegeleidingsgleuf (1) en aan de kettingspanner (6) blijven hangen.Voor montage van zaaggeleider, zaagketting en kettingwiel-beschermer zie Hoofdstuk „INBEDRIJFNAME“.ADVIES:De kettingrem is een zeer belangrijke veiligheids voorziening en is zoals ieder onderdeel onderhevig aan slijtage.Regelmatige controle en onderhoud is in het belang van uw eigen veiligheid en dient door een MAKITA service werk-plaats te worden uitgevoerd.A125 463Zaaggeleider reinigen, omleidster nasmerenATTENTIE: Beslist werkhandschoenen dragen!De loopvlakken van de zaaggeleider moeten regelmatig op beschadigingen worden gecontroleerd en met daartoe geschikt gereedschap worden schoongemaakt.Bij intensief gebruik van de electrische zaag moet het lager van de omleidster regelmatig (1x per week) worden nagesmeerd.
Vóór het nasmeren de 2 mm grote opening aan het eind van de zaaggeleider zorgvuldig schoonmaken en een geringe hoeveelheid universaalvet erin persen.Universaalvet en een vetpers kunnen als toebehoor worden geleverd.Universaalvet (Best.-Nr. 944 360 000)Vetpers (Best.-Nr. 944 350 000)B
2112101178Benzine Þ lter vervangenHet Þ ltervilt (9) van de benzine Þ lter kan tijdens het gebruik uitzetten. Om een probleemloze brandstoftoevoer naar de carburator te garanderen moet het Þ ltervilt ongeveer eens per drie maanden vervangen worden.De benzine Þ lter voor het wisselen met een draadhaak door de tankvulopening trekken.CDLuchtÞ lter schoonmakenDrie schroeven (10) losdraaien en kap (11) erafnemen. LuchtÞ lter (12) afnemen.ATTENTIE: Dek de carburatoropening af met een schone doek om te vermijden dat er vuildeeltjes in kunnen vallen.ATTENTIE: Om verwondingen aan de ogen te vermijden, vuildeeltjes er niet uitblazen.
LuchtÞ lter niet met brandstof schoonmaken.Sterk vervuilde luchtÞ lters in lauwwarm water met een ge-woon afwasmiddel uitwassen.LuchtÞ lter goed droogmaken.Bij sterke vervuiling vaker reinigen (dagelijks meerdere malen), want alleen een schoon luchtÞ lter garandeert een optimale werking van de motor.ATTENTIE: Beschadigde luchtÞ lters direct vernieuwen !
Afgescheurde stukken weefsel en grof vuil kunnen de motor onherstelbaar beschadigen.Nieuwe zaagkettingATTENTIE: Uitsluitend voor deze motorzaag toegelaten kettingen en zaaggeleiders gebruiken (zie uittreksel uit de reserveonder delenlijst)!Voordat een nieuwe zaagketting omgelegd wordt moet aller eerst de staat van het kettingwiel gecontroleerd worden (7).Kettingwielbeschermer afnemen (zie Hoofdstuk „INBE-DRIJFNAME“ A-H)ATTENTIE:Ingelopen kettingwielen (8) kunnen bescha digingen van de nieuwe zaagketting veroorzaken en moeten vervangen te worden.ESERVICE9
22Bougie vervangenATTENTIE:Bougie of bougiedop mogen niet bij lopende motor aan-geraakt worden (hoogspanning!).Onderhoudswerkzaamheden uitsluitend bij uitgeschakelde motor uitvoeren.Bij hete motor gevaar van verbranding. Beschermhand-schoenen dragen!Bij beschadiging van de isolator, sterke verbranding van de elektroden, of sterk vervuilde electroden, moet de bougie ver-vangen worden.Kap erafnemen (zie bij „LuchtÞ lter schoonmaken“).Bougiestekker (1) van de bougie af trekken.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Makita DCS4610 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Zaagmachine Makita
Handleiding Zaagmachine
Nieuwste handleidingen voor Zaagmachine