Makita DCS4600S Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Makita DCS4600S (32 pagina’s), behorend tot de categorie Zaagmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 30 mensen en kreeg gemiddeld 4.6 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Makita DCS4600S of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/32
Belangrijk:
Lees voor de eerste inbedrijfname deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en neem alle veiligheidsvoorschriften in acht!
Gebruiksaanwijzing zorgvuldig bewaren!
Gebruiksaanwijzing
DCS4600S
DCS4600SH
DCS5000
DCS5001
DCS5000H
DCS5001H

Beoordeel deze handleiding

4.6/5 (3 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Makita
Categorie: Zaagmachine
Model: DCS4600S

Handleiding Makita DCS4600S – volledige tekst

De automatische kettingsmering met een hoeveelheidsregelbare oliepomp, een onderhoudsvrije elektronische ontsteking, het gezondheidsbeschermende antitrilsysteem en de ergonomische vormgeving van grepen en bedieningselementen zorgen voor bediencomfort en praktisch onvermoeiend werken met de zaag. De veiligheidsuitrusting van de MAKITA motorzagen DCS4600, DCS5000, DCS5001 is op de nieuwste stand van de techniek en vervult alle nationale en internationale veiligheidsvoor-schriften. Zij omvat handbeschermers aan beide grepen, een gasafsperknop, een kettingvangbout, een veiligheidszaagketting en een kettingrem, die niet alleen met de hand in werking kan worden gesteld, maar die ook d. m. v. zaaggeleidingsterugslag (kickback), automatisch door een vertragingsmechanisme in werking wordt gesteld.

In het apparaat zijn volgende octrooirechten in de praktijk gebracht: WO 01/77572, DE 10191359, DE 20219246, DE 20300769, US 2003/0152471, TO 2001 A 000338, TO 2004 A 000015, EP 1428637. Om uw persoonlijke veiligheid te waarborgen en een optimaal functioneren en optimale beschikbaarheid van uw nieuwe motor-kettingzaag te garanderen, verzoeken wij u het volgende: Leest u voor de eerste ingebruikname van de motor-zaag deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en neem beslist alle veiligheidsvoorschriften in acht. Nietinacht-neming kan levensgevaarlijke verwondingen veroor-zaken. VerpakkingUw MAKITA motorzaag is ter bescherming tegen transport-schades in een karton verpakt. Karton is een grondstof en is als zodanig geschikt voor hergebruik, of kan in de grondstofkringloop (oudpapierverwerking) terug-gebracht worden.

38, D-22045 Hamburg, aan de fundamentele veiligheids- en gezo-ndheidseisen van de desbetreffende, EU-richtlijnen voldoen:EU-machinerichtlijn 98/37/ EG, EU-EMV-richtlijn 89/336/ EEG (gewijzigd door 91/263 EWG, 92/31 EEG en 93/68 EEG), Ge-luidsemissie 2000/14/EG. Ter vakkundige realisering van de in deze EU-richtlijnen vervatte eisen zijn doorslaggevend de volgende normen als grondslag genomen: EN 11681-1, EN ISO 14982, CISPR 12. Het conformiteitsbeoordelingsprocédé 2000/14/EG is volgens appendix V doorgevoerd. Het gemeten peil van geluidsvermo-gen (Lwa) bedraagt 111 dB(A). Het gegarandeerde peil van geluidsvermogen (Ld) is 112 dB(A). De EU-bouwmodelkeuring conform 98/37/EG geschiedde door: TÜVProductServiceGmbH,Zertizierungsstelle,Ridlerstr. 31,D-80339 München. Hambug, 19. 12. 2005Voor DOLMAR GmbHShigeharu Kominami Rainer Bergfeld Directeur Directeur.

Gebruiksaanwijzing (niet afgebeeld)Indien een van de hier afgebeelde onderdelen bij de levering ontbreekt, wendt u zich dan tot uw verkoper!SymbolenOp de machine en bij het lezen van de gebruiksaanwijzing treft u de volgende symbolen aan:Attentie, terugslag (Kickback)!KettingremBrandstofmengselNormaal-/winterbedrijfHandgreepverwarmingCarburatorafstellingZaagkettingolieSchroef voor het afstellen van het oliedebiet voor de zaagketting Eerste hulpRecyclingCE-normGebruiksaanwijzing lezen en de waarschuwings- en veiligheids-aanwijzingen opvolgen!Bijzondere attentie!Verboden! Veiligheidshelm, ogen- en gehoorbescherming dragen!Beschermende handschoenen!Roken verboden!Geen open vuur!Motor uitzetten!Decompressieklep indrukkenMotor startenCombischakelaar choke/start/stop (I/O)

445671231432VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTENBeoogd gebruik Motorzagen De motorzaag mag uitsluitend worden gebruikt voor het zagen van hout in openlucht. Al naargelang de motorzaagklasse geschikt voor volgende toepassingen:- midden- en professionele klasse: gebruik in dun, middelma-tig dik en dik hout, vellen, onttakken, inkorten, uitdunnen van bossen. - hobbyklasse: occassioneel gebruik in dun hout, onderhoud van fruitbomen, vellen, onttakken, inkorten. Niet toegestane gebruikersPersonen die niet vertrouwd zijn met de handleiding, kinderen, jon-geren en personen onder invloed van alcohol, drugs of medicijnen mogen het apparaat niet bedienen. Algemene voorschriften- Om een veilig gebruik te garanderen moet degene die het apparaat bedient altijd deze gebruiksaanwijzing te lezen, om zich met de werking ervan vertrouwd te maken.

Onvol-doende geïnstrueerde gebruikers kunnen zichzelf en anderen door ondeskundig gebruik in gevaar brengen. - De motorkettingzaag alleen uitlenen aan personen met ervaring in het gebruik van een motorkettingzaag. De gebruiks-aanwijzing dient daarbij overhandigd te worden. - Nieuwe gebruikers moeten zich door de verkoper laten instru-eren, of een wettelijk erkende opleiding volgen, om vertrouwd teraken met het zagen met een motorkettingzaag. - Kinderen en jeugdige personen onder 18 jaar mogen de motorkettingzaag niet gebruiken. Voor jeugdigen boven 16 jaar geldt dit verbod niet als zij in het kader van hun opleiding onder toezicht staan van een vakman. - Het werken met de motorkettingzaag vereist een hoge mate van concentratie. - Werk alleen in goede lichamelijke conditie. Ook vermoeidheid kan onoplettendheid tot gevolg hebben.

- Bij het werken in gemakkelijk ontbrandbare begroeiing en bij droogte moet een brandblusser bij de hand zijn. Persoonlijke beschermingsuitrusting- Om bij het zagen verwondingen aan hoofd, ogen, handen of voeten en schade aan het gehoor te vermijden moet de hierna omschreven beschermende uitrusting en bescher-mende kleding gedragen worden. - De kleding moet doelmatig zijn, d. w. z. goed aansluitend, maar mag niet hinderen. Draag geen sieraden of kleding waarmee u achter takken of struiken kunt blijven haken. Bij lang haar een haarnet dragen. - Bij alle werkzaamheden in het bos dient een veiligheidshelm (1) te worden gedragen, voor bescherming tegen vallende takken. De veiligheidshelm moet regelmatig op beschadigingen gecontroleerd worden en moet na maximaal 5 jaar vervangen worden. Alleen goedgekeurde helmen gebruiken.

- De gezichtsbeschermer (2) van de helm (alternatief: veilig-heidsbril) beschermt tegen wegspattende zaagspaanders en houtsplinters. Om verwondingen aan de ogen te voorkomen moet bij het werken met de motorkettingzaag altijd oogbescher-ming resp. gezichtsbescherming gedragen worden. - Om gehoorschade te voorkomen moet geschikte persoonlijke gehoorbescherming gedragen worden. (Oorbeschermers (3), oordopjes, oorwatten etc. ) Octaafbandanalyse op aanv-raag. - De bosbouw-veiligheidsjas (4) heeft signaalrode schouder-passen, is comfortabel in het dragen en gemakkelijk in onderhoud. - De bosbouw-veiligheidsbroek (5) bestaat uit 22 lagen nylonweefsel en beschermt tegen snijwonden. Het gebruik ervan wordt dringend aanbevolen. - Werkhandschoenen (6) van een zware kwaliteit leer be-horen tot de voorgeschreven uitrusting en moeten bij het werken met de motorkettingzaag altijd gedragen worden.

5STOPON65798Brandstoffen / tanken- Bij het aftanken van de motorkettingzaag moet de motor worden uitgezet. - Roken en iedere vorm van open vuur zijn niet toegestaan (5). - Laat de motor afkoelen alvorens te tanken. - Brandstoffen kunnen oplosmiddelachtige substanties bevatten. Huid- en oogcontact met mineraalolieprodukten vermijden. Draag bij het aftanken handschoenen. Vervang en reinig beschermende kleding regelmatig. Adem de brandstofdampen niet in. Het inademen van motorbrandstofdampen kan lichamelijk letsel veroorzaken. - Mors geen brandstof of kettingolie. Als er toch brandstof of olie gemorst is moet de motorkettingzaag direct schoongemaakt worden. Zorg dat er geen brandstof op uw kleding terechtkomt. Als dat toch gebeurt kleedt u dan direct om. - Let erop dat er geen brandstof of kettingolie in de grond weg-loopt (bescherming van het milieu). Leg iets op de grond ter bescherming.

- Tank niet in afgesloten ruimten. Brandstofdampen verzamelen zich op de bodem (explosiegevaar). - Sluit de tankdoppen van brandstof- en olietank goed. - Start de motorkettingzaag niet op dezelfde plek als waar u getankt heeft (tenminste 3 meter verwijderd van de tankplaats) (6). - Brandstof is niet onbeperkt houdbaar. Koop niet meer dan u binnen een redelijke tijd zult gebruiken. - Vervoer en bewaar brandstof en kettingolie alleen in goedge-keurde en gewaarmerkte jerrycans. Sla brandstof en kettingolie zo op dat kinderen er niet bij kunnen. Inbedrijfname- Werk niet alleen, in noodgevallen moet er iemand in de buurt zijn (gehoorafstand). - Verzeker u ervan dat er zich geen kinderen of andere personen binnen het werkbereik van de motorkettingzaag bevinden. Let ook op dieren (7).

Let vooral op of de kettingrem werkt, of de zaaggeleider juist gemonteerd is, of de zaagketting volgens voorschrift geslepen en gespannen is, of de kettingwielbeschermer vastzit, de gashendel soepel beweegt, de sperknop werkt, of de handgrepen droog en schoon zijn, en of Start/Stop schakelaar het doet. - De motorkettingzaag pas nadat deze volledig in elkaar gezet is in bedrijf nemen. De motorkettingzaag mag uitsluitend geheel gemonteerd gebruikt worden. - Voor het starten moet de bediener van de zaag goed stabiel staan. - Start de motorkettingzaag uitsluitend volgens de gebruiks-aanwijzing (8). Andere startmethoden zijn niet toegestaan. - Bij het starten van de motorkettingzaag moet de machine goed gesteund en stevig vastgehouden worden. De ketting en de zaaggeleider mogen nergens tegenaan komen.

- Houd tijdens het werken met de motorkettingzaag deze met beide handen vast, met de rechterhand op de achterste handgreep en de linker hand op de beugelgreep. De handgrepen met de duimen eromheen vasthouden. - ATTENTIE: Bij het loslaten van de gashendel loopt de ketting nog enige tijd door (vrijloopeffect). - Let er voortdurend op dat u stevig staat. - De motorkettingzaag moet zodanig gehanteerd worden dat er geen uitlaatgassen ingeademd kunnen worden. Werk niet in gesloten ruimten (vergiftigingsgevaar). - Zet de motorkettingzaag direct af bij merkbaar veranderd machinegedrag. - Zet de motorzaag af voor het controleren van de ketting-spanning, het naspannen, het verwisselen van de ketting en het opheffen van storingen (9).

- Als de zaag met stenen, spijkers of andere harde voorwerpen in aanraking is gekomen moet de motor direct afgezet worden en moet de zaaginrichting geïnspecteerd worden. - Tijdens werkonderbrekingen en voor het verlaten moet de motor-zaag uitgeschakeld worden (9) en zo geparkeerd, dat niemand in gevaar kan geraken. - Leg de warme motorkettingzaag niet in droog gras of op brandbare voorwerpen. De uitlaat geeft een aanzienlijke hitte af (brandge-vaar).

6Z1012131411Terugslag (Kickback)- Bij het werken met de motorkettingzaag kan gevaarlijke terugslag optreden. - Deze terugslag ontstaat als het bovenste kwadrant van de zaaggeleider per ongeluk tegen hout of andere vaste voor-werpen aankomt (10). - Daarbij wordt de motorzaag ongecontroleerd en met grote kracht in de richting van de bedieningspersoon geslingerd, resp. versneld (gevaar voor letsel. ) Om terugslag te voorkomen moet op het volgende gelet worden:- Insteekwerk (direkt met het het uiteinde van de zaaggeleider in het hout aanzetten) mag uitsluitend door speciaal geschoold personeel worden uitgevoerd. - De punt van de zaaggeleider moet altijd in het oog gehouden worden. Pas op bij het voortzetten van reeds begonnen zaags-neden. - Begin met lopende zaagketting aan de zaagsnede. - De zaagketting moet altijd correct geslepen worden.

Let daarbij vooral op de juiste hoogte van de dieptebegrenzing. - Zaag nooit meerdere takken tegelijkertijd door. Let er bij het ver-wijderen van takken op dat geen andere tak geraakt wordt. - Let bij het afkorten op in de buurt liggende stammen. Werkomstandigheden en -technieken- Werk alleen bij goed zicht en goede verlichting. Let in het bi-jzonder op gladheid, nattigheid, ijs en sneeuw (uitglijgevaar). Verhoogd gevaar voor uitglijden bestaat op vers ontbast hout (schors). - Werk nooit op een onstabiele ondergrond. Let op obstakels op de werkplek, struikelgevaar. Let er voortdurend op dat u stevig staat. - Zaag nooit boven schouderhoogte (11). - Zaag nooit staande op een ladder (11). - Klim nooit met de motorkettingzaag in een boom om werkzaam-heden uit te voeren. - Niet te ver voorovergebogen werken.

- Beweeg de motorkettingzaag zodanig dat zich geen lichaams-delen in het verlengde van het zwenkbereik van de zaagketting bevinden (12). - Gebruik de motorkettingzaag uitsluitend voor het zagen van hout. - Houd de lopende zaagketting vrij van de grond.

- Gebruik motorkettingzagen nooit voor het wegtillen en verwij-deren van stukken hout en andere voorwerpen. - Ontdoe het bereik van de zaagsnede van vreemde voorwerpen zoals zand, stenen, spijkers etc. Vreemde voorwerpen bescha-digen de zaag en kunnen gevaarlijke terugslag (kickback) tot gevolg hebben. - Gebruik bij het zagen van sprokkelhout en dunne stammen een stabiele bok (indien mogelijk een zaagbok, 13). Het hout mag niet met de voet of door een tweede persoon worden vastgehouden. - Rondhout moet tegen verdraaien tijdens het zagen worden geborgd. - Bij afkorten moet de getande beugel (13, Z) tegen het te zagen hout worden gezet. - Voor het afkorten moet de getande beugel tegen het te zagen hout gezet worden en pas daarna met lopende zaagketting het hout gezaagd worden. De zaag wordt daarbij door middel van de achterste handgreep omhoog getrokken en met de beugelhandgreep geleid.

De getande beugel dient daarbij als draaipunt. Het volgen gebeurt met een lichte druk op de beu-gelgreep. De zaag hierbij iets terugtrekken. Getande beugel lager aanzetten en opnieuw de achterste handgreep omhoog trekken. - Steek- en langssneden mogen alleen door speciaal ge-schoold personeel uitgevoerd worden (verhoogd gevaar voor terugslag). - Langssneden (14) in een zo klein mogelijke hoek aanzetten. Hier moet bijzonder voorzichtig te werk worden gegaan, daar de getande beugel niet kan grijpen. - Trek de zaag alleen met lopende zaagketting uit het hout. - Zijn er meerdere zaagsneden nodig dan moet de gashendel tussendoor losgelaten worden.

7BAB151617181945°45°2 1/2- Pas op bij het zagen van versplinterd hout. Er kunnen afgezaagde houtsplinters meegetrokken worden (gevaar voor letsel). - Bij het zagen met de bovenzijde van de zaaggeleider kan de motorkettingzaag in de richting van de bedieningspersoon ge-stoten worden als de zaagketting klem komt te zitten. Daarom moet zoveel mogelijk met de onderzijde van de zaaggeleider gezaagd worden, daar in dat geval de zaag altijd van het lichaam weg in de richting van het hout getrokken zal worden (15). - Hout onder spanning (16) moet altijd eerst aan de drukzijde (A) ingezaagd worden. Pas daarna kan de scheidingssnede op de trekzijde (B) gemaakt worden. Zo wordt het ingeklemd reken van de zaaggeleider voorkomen. ATTENTIE: Velwerkzaamheden en verwijderen van takken, alsmede het werken aan omgewaaide bomen mogen alleen uitgevoerd worden door geschoold personeel. Gevaar voor letsel.

- Steun bij het verwijderen van takken de motorkettingzaag altijd zo dicht mogelijk op de stam. Hierbij mag niet met de voorzijde van de zaaggeleider gezaagd worden (terugslaggevaar). - Let vooral goed op bij onder spanning staande takken. Zaag vrijhangende takken niet van onder af door. - Ga nooit op een stam staan terwijl u takken verwijdert. - Met het vellen van bomen mag pas worden begonnen nadat men zich ervan heeft verzekerd dat:a) alleen personen die bij het vellen betrokken zijn zich op de werkplek bevinden. b) ongehinderd uitwijken mogelijk is voor iedereen die betrokken is bij het vellen (de uitwijkruimte dient schuin naar achteren telopenondereenhoekvanongeveer45˚). c) de voet van de stam vrij is van alle vreemde voorwerpen, struikgewas en takken. Zorg voor een stabiele werkpositie (struikelgevaar).

d) de dichtsbijgelegen werkplek tenminste twee en een halve boomlengte verwijderd is (17). Vergewist u zich er vóór het vellen van dat er zich geen personen of voorwerpen binnen een afstand van 2 1/2 maal de boomlengte (17) bevinden.

- Beoordeling van de boom: Overhangrichting - losse of dorre takken - hoogte van de boom - natuurlijke overhang - is de boom rot. - Let op de windrichting en windsnelheid. Bij zware windstoten mogen er geen bomen geveld worden. - Inzagen van de worteluitlopers: Bij de grootste worteluitloper beginnen. Als eerste de zaagsne-de in verticale richting en daarna de zaagsnede in horizontale richting aanbrengen. - Valkerf (18, A) aanbrengen: De valkerf geeft de boom de juiste valrichting en stuurt deze. De valkerf wordt haaks op de valrichting aangebracht met een diepte van 1/3 - 1/5 van de stamdoorsnede. De zaagsnede indien mogelijk dicht boven de grond aanbrengen. - Eventuele correcties van de valkerf moeten over de gehele breedte van de boom aangebracht worden. - De valzaagsnede (19, B) wordt boven de valkerfholte (D) aangebracht. De valzaagsnede moet loodrecht op de stam aangebracht worden.

Voor de val-kerf moet ongeveer 1/10 van de stamdoorsnede blijven staan als breukvlak. - Het breukvlak (C) werkt als scharnier. Dit mag in geen geval doorgezaagd worden, daar dit het ongecontroleerd vallen van de boom kan veroorzaken. Breng tijdig spieën aan. - De valzaagsnede mag alleen gezekerd worden met kunststof of aluminium spieën. Het gebruik van ijzeren spieën is verboden, daar een aanraking ernstige beschadigingen of zaagkettingbreuk tot gevolg kan hebben. - Bij het vellen van bomen altijd terzijde van de vallende boom gaan staan. - Bij het terugkeren naar de valzaagsnede oppassen voor vallende takken. - Bij het werken op hellingen moet de bedieningspersoon boven of terzijde van de te bewerken stam, respectievelijk liggende boom staan. - Pas op voor aanrollende boomstammen. = Velbereik.

82021222324SERVICETransport en opslag- Bij het veranderen van werkplek tijdens het werken moet de motorkettingzaag afgezet of de kettingrem ingeschakeld worden om onbedoeld starten en aan- lopen van de zaagketting te voorkomen. - Vervoer of draag de motorkettingzaag nooit met lopende zaagketting. - Bij vervoer over langere afstanden moet in ieder geval de meegeleverde beschermkap voor de zaaggeleider aangebracht worden. - Draag de motorkettingzaag altijd aan de beugelgreep, waarbij de zaaggeleider naar achter wijst (20). Zorg ervoor dat u niet met de uitlaat in aanraking komt (gevaar voor brandwonden. ). - Tijdens vervoer in personenwagens moet de machine zo geplaatst worden dat er geen brandstof of kettingolie kan uitlekken. - De motorkettingzaag moet veilig in een droge ruimte opgeslagen worden. De motorkettingzaag mag niet buiten bewaard worden.

Berg de motorkettingzaag ontoegankelijk voor kinderen op. - Bij opslag gedurende langere tijd en bij het verzenden van de motorkettingzaag moeten olietank en brandstoftank volledig geleegd zijn. Onderhoud- Bij alle onderhoudswerkzaamheden moet de motor-kettingzaag uitgezet (21), en de bougiedop losgetrokken worden. - Vóór het begin van de werkzaamheden moet altijd eerst gecontroleerd worden of de motorkettingzaag goed werkt, en speciaal de kettingrem. Let er vooral op of de zaagketting volgens voorschrift geslepen en gespannen is (22). - De motorkettingzaag moet met zo weinig mogelijk lawaai en uitlaatgassen gebruikt worden. Let goed op een correcte afstelling van de carburator. - Reinig de motorkettingzaag regelmatig. - Controleer regelmatig of de tankdoppen goed sluiten. Neem de veiligheidsvoorschriften van de Arbeidsinspektie enverzekeringsmattschappijen in acht.

Breng in geen geval veranderingen in der constructie van de motorkettingzaag aan. U brengt daarmee uw veiligheid in gevaar. Onderhouds- en montagewerkzaamheden mogen alleen uit-gevoerd worden voorzover deze in deze gebruiksaanwijzing beschreven zijn.

Alle overige werkzaamheden moeten door de MAKITA service uitgevoerd worden. Gebruik uitsluitend MAKITA reserve-onderdelen en geauto-riseerde accessoires. Bij gebruik van niet-originele MAKITA reserve onderdelen, niet-geautoriseerde accessoires of zaaggeleider/kettingcombinaties en -lengten is er een verhoogd ongevalsrisico. Bij ongelukken of schade als gevolg van niet-geautoriseerde zaagmechanieken of accessoires vervalt iedere aansprakelijkheid. Eerste Hulp (E. H. B. O. ) Voor eventuele ongevallen dient altijd een verbanddoos op de werkplek aanwezig te zijn. Vul gebruikt materiaal direct weer aan. Als u om hulp vraagt, geeft u dan de volgende informa-tie: - Waar gebeurde het - Wat gebeurde er - Hoeveel gewonden - Aard van de verwondingen - Noem uw naam.

Aanwijzing: Bij personen met circulatiestoornissen kunnen vaak optredende vibraties tot beschadiging van do bloedvaten of van het zenuwstelsel leiden. Door vibraties aan vingers, handen of polsen kunnen de volgende symptomen optreden: inslapen van lichaamsdelen, prikkelen, pijn steken, verandering van de huidkleur of van de huid. Bij het waarnemen van zulke symptomen moet u een dokter opzoeken.

ISO72933) g/kWh 450 450Inhoud brandstoftank l 0,47Inhoud olietank I 0,27Mengverhouding (brandstof : 2-taktolie) - bij gebruik van MAKITA olie 50 : 1 - bij gebruik van Aspen Alkalyt (2-taktbrandstof) 50 : 1 (2%) - bij gebruik van andere olie 40:1 (kwaliteitsklasse JASO FC of ISO EGD)Kettingrem inwerkingstelling met de hand of door terugslag (kickback)Kettingsnelheid (Bij max. vermogen) m/s 19,3 / 22,2 19,3 / 22,2Kettingwielverdeling inch. 325 of 3/8 Aantal tanden Z 7Kettingtype zie uittreksel uit de reserveonderdelenlijstVerdeling / Schakeldikte inch. 325 / 0,050, 0,058 of 3/8 / 0,058Zaaggeleider snijlengte cm 33 / 38 / 45 / 53Zaagggeleidertype zie uittreksel uit de reserveonderdelenlijstGewicht motorzaag (lege tank, zonder blad, ketting en toebeh. ) kg 5,1 5,11) Opgaves houden in gelijke delen rekening met de bedrijfstoestanden stationair, volle belasting en maximum toerental.

Erop letten dat de tap (5) van de kettingspanner in het gat van het zaagblad steekt.De kunststof transportbeschermer (*) erafnemen en in de afval gooien.De instelschroef voor de kettingspanner (4) naar links draaien (tegen de klok in), tot de tap (5) van de kettingspanner onder de bout (6) staat.Montage van de zaaggeleiding en zaagkettingGebruik de bijgeleverde combisleutel voor de hierna ge- noemde werkzaamheden.Plaats de motorkettingzaag op een stabiele ondergrond en voer de volgende stappen uit voor de montage van de zaagketting en de zaaggeleider uit:Ontkoppel de kettingrem door aan de beschermingshendel (1) te trekken, in de richting van de pijl.Bevestigingsmoeren (2) eraf draaien.Verwijder de kettingwielbeschermer (3).INBEDRIJFNAMEATTENTIE:Bij alle werkzaamheden aan zaaggeleider en zaagketting te allen tijde de motor afzetten, de bougiestekker eraf trekken (zie Bougie vervangen) en beschermende handschoenen dragen!ATTENTIE:De motorkettingzaag mag pas gestart worden na volledig te zijn samengebouwd en controle!

119 1224810119FHE23GDe kettingwielbeschermer (3) weer aanbrengen.De bevestigingsmoeren (2) eerst handvast aandraaien.De zaagketting (9) op kettingwiel (8) leggen.LET OP!De zaagketting niet tussen het kettingwiel en het blad steken.De zaagketting bovenaan ca.

tot de helft in de geleidegroef (10) van het zaagblad leggen.De zaagketting onderaan op de kettingvanger (11) leggen.ATTENTIE:De snijkanten van de zaagketting moeten aan de geleiderbo-venkant in de richting van de pijl wijzen!Zaagketting spannenDe instelschroef (4) naar rechts draaien (met de klok mee), tot de zaagketting in de geleidegroef aan de onderkant van het blad grijpt (zie cirkeltje).Het zaagblad licht optillen en de instelschroef (4) naar rechts draaien (met de klok mee), tot de zaagketting weer tegen de onderkant van het blad ligt (zie cirkeltje).Het voorste einde van de zaaggeleider verder omhoog tillen en de bevestigingsmoeren (2) met de combisleutel vast aandraaien.Voer de zaagketting (9) om de omlegschijf (12) van de zaaggeleider, en trek daarbij de zaagketting licht in de richting van de pijl.

12STOP24121CBAInschakeling van de kettingrem (blokkeren)Als de terugslagkracht sterk genoeg is, dan zal de plotselinge versnelling van de beugelgreep in combinatie met de inertie van de handbescherming (1) de rem automatisch aanzetten. Druk voor handbediening de handbeschermer (1) met de linker hand in de richting van de voorzijde van de zaaggeleider (pijl 1). Kettingrem lossenDe handbeschermer (1) in de richting van de beugelgreep (pijl 2) trekken tot deze voelbaar aangrijpt. De kettingrem is gelost. KettingremDe MAKITA motorzagen DCS4600 , DCS5000, DCS5001 zijn standaard met een vertragingsveroorzakende kettingrem uitgerust. Ontstaat er een terugslag (kickback) doordat de punt van de zaaggeleider met het hout in aanraking komt (zie hoofdstuk „VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN”, blz. 6), wordt bij voldoende terugslag de kettingrem door massatraagheid in werking gesteld.

In een fractie van een seconde wordt de zaagketting stilgezet. De kettingrem is bedoeld voor noodgevallen en voor het blokkeren van de zaagketting voor het starten. ATTENTIE: In geen geval (behalve bij de controle, zie hoofdstuk „Kettingrem controleren”) de motorzaag bij ingeschakelde kettingrem bedienen, daar anders in zeer korte tijd aanzi-enlijke schade aan de motorzaag kan optreden. Vóór het begin van de werkzaamheden onvoorwaardelijk de kettingrem vrijzetten. Controle van de kettingspanningDe zaagketting is juist gespannen wanneer de zaagketting tegen de onderzijde van de zaaggeleider aanligt en de zaagketting nog gemakkelijk met de hand bewogen kan worden over de zaaggeleider. Hierbij moet de kettingrem gelost zijn. Controleer regelmatig de kettingspanning, omdat nieuwe zaag-kettingen na verloop van tijd uitrekken en langer worden.

Voor een gelijkmatige slijtage van de zaaggeleidergroef moet bij het verwisselen van een ketting de zaaggeleider omgekeerd worden (onderzijde boven en bovenzijde onder). Zaagketting naspannenDe bevestigingsmoeren (2) met de combisleutel ca. een omwenteling losdraaien. Het zaagblad licht optillen en de instelschroef (4) naar rechts draaien (met de klok mee), tot de zaagketting weer tegen de onderkant van het blad ligt (zie cirkeltje). Het zaagblad verder optillen en de bevestigingsmoeren (2) met de combisleutel weer stevig aandraaien.

13+EDOIL50:1OILBrandstoffenLET OP:De machine wordt met mineraalolieproducten (benzine en olie) bedreven. Bij de omgang met benzine is verhoogde waakzaamheid geboden. Roken en open vuur zijn ontoelaatbaar (ontplofngsgevaar). BrandstofmengselDe motor van de motorkettingzaag is een tweetaktmotor met een groot vermogen die werkt op een mengsel van benzine en tweetaktolie. De motor is ontworpen voor gebruik van normale loodvrije benzine met een minimaal octaangetal van 91 ROZ. Is deze brandstof niet beschikbaar, dan kunnen ook brandstoffen met een hoger octaangetal gebruikt worden. Hierdoor ontstaat geen schade aan de motor. Gebruik voor een optimale motorwerking en ter be- scherming van gezondheid en leefmilieu alleen loodvrije brandstof. Voor de smering van de motor wordt tweetaktmotorolie (kwa-liteitsklasse JASO FC of ISO EGD) gebruikt; deze wordt bij de benzine gemengd.

De motor is ontworpen voor MAKITA tweetaktolie met een milieuvriendelijke mengverhouding van 50:1. Hierdoor wordt een lange levensduur en een betrouwbare, rookarme werking van de motor gewaarborgd. MAKITA kwaliteitstwee-takt olie is afhankelijk van het verbruik leverbaar in de volgende verpakkingen: 1 l Bestelnummer 980 008 607 100 ml Bestelnummer 980 008 606Indien er geen MAKITA tweetaktolie beschikbaar is moet een mengverhouding van 40:1 bij gebruik van andere tweetak-toliën aangehouden worden, aar anders problemen kunnen optreden. Attentie: geen kant en klaar mengsel van benzine-stations gebruiken. Het verkrijgen van de juiste mengverhouding:50:1 Bij gebruik van MAKITA tweetaktolie, d. w. z. 50 delen brandstof mengen met 1 deel olie. 40:1 Bij gebruik van andere tweetaktoliën, d. w. z. 40 delen brandstof mengen met 1 deel olie.

ADVIES: Voor het verkrijgen van het juiste benzine/olie mengsel wordt de olie voorgemengd met de helft van de totaal benodigde hoeveelheid benzine, waarna de rest van de brandstof wordt toegevoegd.

Voor het vullen van de tank van de motorketting-zaag eerst het mengsel goed schudden. BrandstofHet is niet zinvol uit overdreven veiligheids-bewustzijn het olie-aandeel in het tweetaktmengsel te vergroten ten opzichte van de aangegeven meng-verhouding. Dit veroorzaakt nl. meer verbrandings-resten. Deze belasten het milieu en verstoppen het uitlaatkanaal in de cilinder evenals de geluidsdem-per. Ook stijgt hierdoor het brandstofverbruik en neemt het vermogen af. Opslag van brandstofBrandstoffen zijn slechts in beperkte mate geschikt voor opslag. Brandstof en brandstofmengsels verou-deren. Te lang opgeslagen brandstof en brandstof-mengsels kunnen daardoor leiden tot startproblemen. Koop niet meer brandstof in dan in enkele maanden wordt verbruikt. Brandstof uitsluitend in toegelaten containers droog en veilig opslaa. HUID- EN OOGCONTACT VERMIJDEN.

Minerale olieprodukten, ook oliën, ontvetten de huid. Bij herhaaldelijk en langdurig contact droogt de huid uit. Diverse huidziekten kunnen hiervan het gevolg zijn. Bovendien zijn allergische reacties bekend. Contact van de ogen met olie veroorzaakt irritaties. Bij oogcontact direct het betreffende oog met schoon water uitspoelen. Bij aanhoudende irritatie direct een arts bezoeken. 1000 cm3 (1 liter) 20 cm3 25 cm3 5000 cm3 (5 liter) 100 cm3 125 cm310000 cm3 (10 liter) 200 cm3 250 cm3 ZaagkettingolieVoor het smeren van de zaagketting en de zaaggeleider moet zaagkettingolie met een hechtmiddeltoevoeging gebruikt worden. De hechtmiddeltoevoeging in de zaagkettingolie voor-komt een te snel wegslingeren van de olie. Om het milieu te sparen wordt het gebruik van biologisch af-breekbare zaagkettingolie aangeraden.

In sommige plaatselijke verordeningen wordt het gebruik van biologisch afbreekbare olie verplicht gesteld. De door MAKITA aangeboden zaagkettingolie BIOTOP wordt op basis van geselecteerde plantenoliën vervaardigd en is 100% biologisch afbreekbaar. BIOTOP is bekroond met de blauwe milieu-engel (RAL UZ 48).

14STOPABTankenNEEM ALLE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN IN ACHT. De omgang met brandstoffen vereist een voorzichtige en zorgvuldige handelwijze. Uitsluitend bij uitgeschakelde motor. Rondom de vulopeningen goed schoonmaken, zodat er geen vuil in de tanks komt. De tankdop afschroeven (evt. met de combisleutel losdraaien, zie afbeelding) en het brandstofmengsel resp. de zaagkettingolie tot de onderkant van de vulopening bijvullen. Voorzichtig ingieten, om geen brandstofmengsel of zaagkettingolie te morsen. De tankdop met de hand tot de aanslag opschroeven. Tankdop en omgeving na het tanken reinigen. Smering van de zaagketting Om de zaagketting voldoende te smeren, moet altijd voldoen-de zaagkettingolie in de tank voorhanden zijn. De tankinhoud volstaat voor ongeveer 1/2 uur continubedrijf. Tijdens het werk controleren of er nog voldoende kettingolie in de tank is en indien nodig bijvullen.

Alleen bij een uitgeschakelde motor. De tankdop met de hand tot de aanslag aandraaien. Afgewerkte olieGEBRUIK NOOIT AFGEWERKTE OLIE. Afgewerkte olie is zeer schadelijk voor het milieu. Afgewerkte olie bevat hoge concentraties van stoffen waarvan bewezen is dat ze kankerverwekkend zijn. De vervuiling in afgewerkte olie veroorzaakt verhoogde slijtage aan de oliepomp en het zaagmechaniek. Bij schade veroorzaakt door het gebruik van afgewerkte of ongeschikte zaagkettingoliën vervalt iedere aanspraak op garantie. Uw vakhandelaar informeert u graag over gebruik en toepassing van zaagkettingolie. HUID- EN OOGCONTACT VERMIJDEN. Minerale olieprodukten, ook oliën, ontvetten de huid. Bij her-haaldelijk en langdurig contact droogt de huid uit. Diverse huidziekten kunnen hiervan het gevolg zijn. Bovendien zijn allergische reacties bekend. Contact van de ogen met olie veroorzaakt irritaties.

Belangrijke aanwijzing aangaande bio-olie voor zaagkettingenBij een bultenbedrijfsstelling op langere duur moet de olietank worden leeggemaakt, waama er een kleine hoeveelheid motorolie (SAE 30) moet worden ingegoten. Daarop de zaag enige tijd laten lopen, om alle resten bio-olie uit de tank, het olieleidingssysteem en de zaaginrichting te spoelen. Deze maatregel is noodzakelijk, omdat verschillende bio-olies ertoo noigen plakkerig te worden, waardoor schade aan de oliepomp of aan oliegeleidende machinedelen kan optreden. Bij hernieuwde ingebruikname weer met BIOTOP-zaagkettingolie vullen. Bij schade veroorzaakt door het gebruik van afgewerkte of ongeschikte zaagkettingoliën vervalt iedere aanspraak op garantie. Uw vakhandelaar informeert u graag over gebruik en toepas-sing van zaagkettingolie. ZaagkettingolieBrandstofen tweetaktolie.

1512 3CEDSTOPInstelbereik ca. 90°Kettingsmering controlerenZaag nooit met onvoldoende kettingsmering. Hiermee verkort u de levensduur van de zaaginrichting. Controleer vóór het begin van de werkzaamheden altijd het oliepeil in de tank en de controleer ook de olietoevoer. De olietoevoer kan op als volgt gecontroleerd worden:Start de motorkettingzaag (zie hoofdstuk „Motor starten”). Houd de lopende zaagketting ongeveer 15 cm boven een boom-stam of de grond (leg er iets onder als bescherming). Bij voldoende smering vormt zich een licht oliespoor door de afgeslingerde olie. Bij voldoende smering ontstaat door afspat-tende olie een geringe oliespoor. Let op de windrichting en stelt u zich niet onnodig aan de smeeroliemist bloot.

Aanwijzing:Na het buitenbedrijfstellen van het apparaat is het normaal, dat gedurende enige tijd nog resten van kettingolie eruitlopen, die nog in het olieleidingssysteem en aan de zaaggeleider en de ketting voorhanden zijn. Hierbij is geen sprake van een defect. Gebruik een geschikte onderlegger. Voor een probleemloze werking van de oliepomp moeten de olietoevoergroef in het krukashuis (2) en de olietoevoerboring in de zaaggeleider (3) regelmatig gereinigd worden. Aanwijzing:Na het buitenbedrijfstellen van het apparaat is het normaal, dat gedurende enige tijd nog resten van kettingolie eruitlopen, die nog in het olieleidingssysteem en aan de zaaggeleider en de ketting voorhanden zijn. Hierbij is geen sprake van een defect. Gebruik een geschikte onderlegger. Kettingsmering afstellenUitsluitend bij uitgeschakelde motor.

De olietoevoerhoeveelheid kan met de afstelschroef (1) worden geregeld. De instelschroef vindt u aan de onderkant van kast. De oliepomp is in de fabriek op een gemiddelde pompcapaci-teit afgesteld. Om de toevoerhoeveelheid te veranderen, met een kleine schroevendraaier de instelschroef met• een draai naar rechts op een grotere• een draai naar links op een kleineretoevoerhoeveelheid instellen.

16ABSTOP14532STOPONMotor startenDe motorkettingzaag mag pas gestart worden na volledig te zijn samengebouwd en controle. Op minstens 3 m afstand van de plek waar getankt wordt. Zorg dat u stabiel staat en leg de motorkettingzaag zo op de grond leggen dat de zaaginrichting vrij van de grond blijft. Kettingrem inschakelen (blokkeren). Houd de beugelgreep stevig met één hand vast en druk de motorkettingzaag tegen de grond. Plaats de punt van de rechter voet in de achterste handbeschermer. Koudstart:De combischakelaar (1) naar boven drukken (chokestand). Hier-bij wordt tegelijkertijd de halfgasvergrendeling geactiveerd. Trek de starterkabel (2) langzaam uit tot u weerstand voelt (de zuiger staat nu voor het bovenste dode punt). De decompressieklep (5) indrukken (alleen bij apparaten met de modelbenaming “DCS5001”).

Trek de kabel nu snel en krachtig verder uit tot er een eerste hoorbare ontsteking volgt. ATTENTIE: De starterkabel niet meer dan ca. 50 cm uittrekken en altijd langzaam met de hand terugbrengen. De decompressieklep (5) indrukken (alleen bij apparaten met de modelbenaming “DCS5001”). De combischakelaar (1) in de middelste stand (ON) drukken. Opnieuw snel en krachtig aan de starterkabel trekken. Zodra de motor loopt, de handgreep omvatten (de veiligheidsblok-keertoets (3) wordt met de handpalm bediend) en de gashendel (4) aantippen. De halfgasvastzetter wordt opgeheven en de motor loopt stationair. Attentie: de motor moet na het aanlopen direct teruggebracht worden naar het stationaire toerental, daar anders schade kan ontstaan aan de kettingrem. Nu de kettingrem lossen.

Warmstart:Zoals beschreven onder koudstart, maar voor het starten de combischakelaar (1) naar boven drukken (chokestand) en meteen weer in de middelste stand (ON) drukken, om alleen de halfgasvergrendeling te activeren. Als de motor na 2 tot 3 pogingen niet draait, het complete startproces herhalen, zoals beschreven onder koudstart.

179EINAUS6CUITAAN78Gebruik in de winterTer voorkoming van ijsafzetting in de carburator, die bij lage temperaturen en hoge luchtvochtigheid optreedt, en om bij tem-peraturen onder + 5°C sneller op bedrijfstemperatuur te komen, kan warme lucht van de cilinder worden aangezogen. Deafdekkapwegnemen(zieluchtlterreinigen). De inzet (7) uittrekken en voor het winterbedrijf inzetten zoals afgebeeld. Bij temperaturen boven + 5°C moet steeds koude lucht worden aangezogen. Bij het niet tijdig uitschakelen kan schade aan de cilinder en zuigers ontstaan. Bij temperaturen boven +5 °C de inzet 180° draaien, zodat na het inzetten de aanzuigopening (8) wordt afgesloten. De afdekkap weer monteren. Opmerking: Bij werkzaamheden in de sneeuw kan de inzet (7) dooreenspecialeinzetmetnylonlterwordenvervangen,omhet binnendringen van poedersneeuw te verhinderen.

Deze is als toebehoren verkrijgbaar onder het bestelnr. 957 173 250. Handgreepverwarming(alleen bij apparaten met de modelbenaming “H”)De elektrische handgreepverwarming wordt met de schakelaar (9) in- of uitgeschakeld. Ingeschakeld: schakelaar beneden indrukkenUitgeschakeld: schakelaar boven indrukkenSymbool bij inzetten boven - normaalbedrijfSymbool bij inzetten boven - winterbedrijfDEKettingrem controlerenDe kettingrem moet elke keer vóór werkbegin worden gecontroleerd. De motor zoals beschreven starten (een vellige stand innemen en de motorzaag zodanig op de grond zetten, dat het zaagwerk vrij staat). De beugelgreep met één hand stovig omvatten, de andere hand aan de handgreep. De motor op halve toeren laten lopen en met de rug van de hand de handbeschermer (6) in de richting van de pijl drukken tot de kettingrem blokkeert. Nu moet de zaagketting onmiddel-lijk tot staan komen.

18HS LALET OP. Het instellen van de carburateur mag pas gebeuren na de volledige montage en controle van het apparaat. Instellin-gen zonder toerenteller zijn niet toegestaan. Het instellen van de carburateur dient ter verkrijging van een optimaal functioneren, een zuinig verbruik en bedri-jfsveiligheid. De instelling moet gebeuren bij een warme motor, zuivere luchtlter en correcte montage van het snij-gereedschap. U dient de instelling van de carburateur in elk geval door een MAKITA-servicedienst te laten uitvoeren, daar verkeerde instellingen tot motorschade kunnen leiden. Omwille van nieuwe emissienormen worden de instelschroeven (H) en (L) van de carburateur van begrenzingen voorzien. Door de zo beperkte instelmogelijkheid (ca. 180 graden) wordt een te vette carburateurinstelling verhinderd.

Dit garandeert dat de emissienormen worden aangehouden en tevens een optimaal motorvermogen en zuinig brandstofverbruik. Voor een optimale instelling is een toerenteller (Bestel-nr. 950 233 210) benodigd, daar een overschrijden van het hoogst toelaatbare toerental tot overhitting en tekort aan smeerolie leidt. Gevaar van motorschade. Fabrieksinstelling van de instelschroeven (H) en (L): tot kort voor de aanslag (tegen de klok in) uitgedraaid. Het instellen van de carburateur gebeurt met een schroeven-draaier (kopbreedte 4 mm, bestelnummer 944 340 001). Voor een juiste instelling zijn de volgende arbeidsstappen nodig:Controle van de instelschroef (H)Alvorens te starten, dient u zich ervan te vergewissen dat de instelschroef (H) tegen de klok in tot de voelbare aanslag is uitgedraaid. De begrenzingen beschermen de motor niet tegen verarming. 1.

Draaien naar rechts van de instelschroef (S): het statio-nairgangstoerental stijgt aan. Naar links draaien (tegen de wijzers van de klok in): het stationairgangstoerental neemt af. Het snijgereedschap mag niet meelopen. 3. Controleren van de acceleratie Bij bediening van de gashendel moet de motor zonder overgang van stationairgang op hoge toerentallen accele-reren. De instelschroef (L) in kleine stappen tegen de klok in uit-draaien, tot de goede acceleratie gegeven is. 4. Instellen van het hoogste toerental Het hoogste toerental instellen door minimaal regelen van instelschroef (H) volgens de technische gegevens. Erin draaien van instelschroef (H) met de wijzers van de klok mee (rechtsom): het toerental neemt toe. In geen geval het maximaal toelaatbare toerental overschrijden.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Makita DCS4600S stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden