Makita DCS340 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Makita DCS340 (26 pagina’s), behorend tot de categorie Zaagmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 23 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Makita DCS340 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Makita |
| Categorie: | Zaagmachine |
| Model: | DCS340 |
Handleiding Makita DCS340 – volledige tekst
19Reinigen van de rembanden van de kettingwielbinnenruimte. 19Nieuwe zaagketting. 20Benzine filter vervangen. 20Luchtfilter schoonmaken. 21Bougie vervangen. 21Periodieke onderhouds- en reingingsvoorschriften. 22WERKPLAATSSERVICE,RESERVE-ONDERDELEN EN GARANTIE. 22-23Storingzoeken. 23Uittreksel uit de reserve-onderdeellijst. 24Accessoires. 24Lijst van service-adressen (zie bijlage)Hartelijk dank voor uw vertrouwen. Wij feliciteren u met uw nieuwe MAKITA motorzaag en hopen,dat u met deze moderne machine tevreden zult zijn. De modellen DCS 340, DCS 341, DCS 342, DCS 344, DCS 400en DCS 401 zijn bijzonder lichte, gemakkelijk hanteerbaremotorzagen met groot vermogen, een gunstig vermogensgewichten een breed, op de praktijk aangepast nuttig toerentalbereik. Om gemakkelijk, zeker en krachtbesparend te starten, zijn demotorzagen DCS 341, DCS 344 en DCS 401 van een startventielvoorzien.
De met Nikasil ommantelde cylinder van lange levensduur en derobuuste metalen krukaskast van persgietmagnesium met eensolide, gemakkelijk te hanteren zaaggeleiderbevestiging en eensolide getande metaalbeugel staan garant voor een hogegebruikswaarde van de machine. De automatische kettingsmering, een onderhoudsvrijeelektronische ontsteking, het gezondheidsbeschermendeantitrilsysteem en de ergonomische vormgeving van grepen enbedieningselementen zorgen voor bediencomfort en praktischonvermoeiend werken met de zaag. De veiligheidsvoorzieningen bij de DCS 340, DCS 341, DCS342, DCS 344, DCS 400 en DCS 401 motorzagen zijn op denieuwste stand van de techniek en vervullen alle nationale eninternationale veiligheidsvoorschriften.
Zij omvattenhandbeschermers aan de beide grepen, een gasafsperknop,kettingvangbout, een veiligheidszaagketting en een kettingrem,die niet alleen met de hand in werking kan worden gesteld, maardie ook, bij zaaggeleidingsterugslag (kickback), automatischdoor een vertragingsmechanisme in werking wordt gesteld. Om uw persoonlijke veiligheid te waarborgen en optimaalfunctioneren en optimale beschikbaarheid van uw nieuwe motor-kettingzaag te garanderen, verzoeken wij u het volgende:Leest u voor de eerste ingebruikname van de motorzaagdeze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en neem beslistalle veiligheidsvoorschriften in acht. Niet-inachtnemingkan levensgevaarlijke verwondingen veroorzaken. VerpakkingUw MAKITA motorkettingzaag is in een doos verpakt terbescherming tegen transportschade.
:DCS 340, 341 M6 98 07 24243 028DCS 342, 344 M6 98 07 24243 028DCS 400, 401 M6 01 06 24243 042vervaardigd door DOLMAR GmbH, Jenfelder Str. 38,D-22045 Hamburg, aan de fundamentele veiligheids- engezondheidseisen van de desbetreffende EU-richtlijnenvoldoen: EU-machinerichtlijn 98/37/ EG, EU-EMV-richtlijn 89/336/ EEG (gewijzigd door 91/263 EWG, 92/31 EEG en 93/68EEG), Geluidsemissie 2000/14/EG. Ter vakkundige realisering van de in deze EU-richtlijnenvervatte eisen zijn doorslaggevend de volgende normen alsgrondslag genomen: EN 608, CISPR 12, EN 50082-1, DINVDE 0879 T1. Het conformiteitsbeoordelingsprocédé 2000/14/EG is volgensappendix V doorgevoerd. Het gemeten peil van geluidsniveau(Lwa) bedraagt 110 dB(A). Het gegarandeerde peil vangeluidsniveau (Ld) is 112 dB(A). De EU-bouwmodelkeuring conform 98/37/EG geschieddedoor: TÜV Product Service GmbH, Zertifizierstelle, Ridlerstr.
41VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTENAlgemene voorschriften- Om een veilig gebruik te garanderen moet degene die hetapparaat bedient altijd deze gebruiksaanwijzing te lezen,om zich met de werking ervan vertrouwd te maken. Onvol-doende geïnstrueerde gebruikers kunnen zichzelf en anderendoor ondeskundig gebruik in gevaar brengen. - De motorkettingzaag alleen uitlenen aan personen metervaring in het gebruik van een motorkettingzaag. De ge-bruiksaanwijzing dient daarbij overhandigd te worden. - Nieuwe gebruikers moeten zich door de verkoper lateninstrueren, of een wettelijk erkende opleiding volgen, omvertrouwd teraken met het zagen met een motorkettingzaag. - Kinderen en jeugdige personen onder 18 jaar mogen demotorkettingzaag niet gebruiken. Voor jeugdigen boven 16jaar geldt dit verbod niet als zij in het kader van hun opleidingonder toezicht staan van een vakman.
- Het werken met de motorkettingzaag vereist een hoge matevan concentratie. - Werk alleen in goede lichamelijke conditie. Ook vermoeidheidkan onoplettendheid tot gevolg hebben. Van begin tot eind vanwerkzaamheden is een zeer goede concentratie vereist. Voeralle werkzaamheden rustig en zorgvuldig uit. De gebruiker isverantwoordelijk ten opzichte van derden. - Nooit onder invloed van alcohol, drugs of medicijnen werken. - Bij het werken in gemakkelijk ontbrandbare begroeiing en bijdroogte moet een brandblusser bij de hand zijn. Persoonlijke beschermingsuitrusting- Om bij het zagen verwondingen aan hoofd, ogen, handenof voeten en schade aan het gehoor te vermijden moet dehierna omschreven beschermende uitrusting en bescher-mende kleding gedragen worden. - De kleding moet doelmatig zijn, d. w. z. goed aansluitend,maar mag niet hinderen.
Draag geen sieraden of kledingwaarmee u achter takken of struiken kunt blijven haken. Bijlang haar een haarnet dragen. - Bij alle werkzaamheden in het bos dient een veiligheidshelm(1) te worden gedragen, voor bescherming tegen vallendetakken.
De veiligheidshelm moet regelmatig op beschadigingengecontroleerd worden en moet na maximaal 5 jaar vervangenworden. Alleen goedgekeurde helmen gebruiken. - De gezichtsbeschermer (2) van de helm (alternatief: veilig-heidsbril) beschermt tegen wegspattende zaagspaanders enhoutsplinters. Om verwondingen aan de ogen te voorkomenmoet bij het werken met de motorkettingzaag altijd oogbescher-ming resp. gezichtsbescherming gedragen worden. - Om gehoorschade te voorkomen moet geschikte persoonlijkegehoorbescherming gedragen worden. (Oorbeschermers(3), oordopjes, oorwatten etc. ) Octaafbandanalyse op aanvraag. - De bosbouw-veiligheidsjas (4) heeft signaalrode schouder-passen, is comfortabel in het dragen en gemakkelijk in on-derhoud. - De bosbouw-veiligheidsbroek (5) bestaat uit 22 lagennylonweefsel en beschermt tegen snijwonden. Het gebruikervan wordt dringend aanbevolen.
- Werkhandschoenen (6) van een zware kwaliteit leer behorentot de voorgeschreven uitrusting en moeten bij het werkenmet de motorkettingzaag altijd gedragen worden. - Bij het werken met de motorkettingzaag moeten veiligheids-schoenen of veiligheidslaarzen (7) met profielzool, stalenneus en beenbeschermers gedragen worden. Veiligheids-schoeisel met een beschermende inleg biedt beschermingtegen snijverwondingen en zorgen ervoor dat men stabielstaat. 4321234567.
565798● Onderhoud ● Werkonderbreking● Tanken ● Transport● Zaagketting slijpen ● Uitbedrijfname3 meterBrandstoffen/tanken- Bij het aftanken van de motorkettingzaag moet de motorworden uitgezet. - Roken en iedere vorm van open vuur zijn niet toegestaan (5). - Laat de motor afkoelen alvorens te tanken. - Brandstoffen kunnen oplosmiddelachtige substanties bevatten. Huid- en oogcontact met mineraalolieprodukten vermijden. Draag bij het aftanken handschoenen. Vervang en reinigbeschermende kleding regelmatig. Adem de brandstofdampenniet in. Het inademen van motorbrandstofdampen kanlichamelijk letsel veroorzaken. - Mors geen brandstof of kettingolie. Als er toch brandstof of oliegemorst is moet de motorkettingzaag direct schoongemaaktworden. Zorg dat er geen brandstof op uw kleding terechtkomt. Als dat toch gebeurt kleedt u dan direct om.
- Let erop dat er geen brandstof of kettingolie in de grondwegloopt (bescherming van het milieu). Leg iets op de grondter bescherming. - Tank niet in afgesloten ruimten. Brandstofdampen verzamelenzich op de bodem (explosiegevaar). - Sluit de tankdoppen van brandstof- en olietank goed. - Start de motorkettingzaag niet op dezelfde plek als waar u getanktheeft (tenminste 3 meter verwijderd van de tankplaats) (6). - Brandstof is niet onbeperkt houdbaar. Koop niet meer dan ubinnen een redelijke tijd zult gebruiken. - Vervoer en bewaar brandstof en kettingolie alleen ingoedgekeurde en gewaarmerkte jerrycans. Sla brandstof enkettingolie zo op dat kinderen er niet bij kunnen. Inbedrijfname- Werk niet alleen, in noodgevallen moet er iemand in debuurt zijn (gehoorafstand). - Verzeker u ervan dat er zich geen kinderen of andere personenbinnen het werkbereik van de motorkettingzaag bevinden.
Let vooral op of de kettingrem werkt, of de zaaggeleider juistgemonteerd is, of de zaagketting volgens voorschrift geslepenen gespannen is, of de kettingwielbeschermer vastzit, degashendel soepel beweegt, de sperknop werkt, of dehandgrepen droog en schoon zijn, en of Start/Stop schakelaarhet doet. - De motorkettingzaag pas nadat deze volledig in elkaar gezetis in bedrijf nemen. De motorkettingzaag mag uitsluitendgeheel gemonteerd gebruikt worden. - Voor het starten moet de bediener van de zaag goed stabielstaan. - Start de motorkettingzaag uitsluitend volgens de gebruiks-aanwijzing (8). Andere startmethoden zijn niet toegestaan. - Bij het starten van de motorkettingzaag moet de machine goedgesteund en stevig vastgehouden worden. De ketting en dezaaggeleider mogen nergens tegenaan komen.
- Houd tijdens het werken met de motorkettingzaag dezemet beide handen vast, met de rechterhand op de achterstehandgreep en de linker hand op de beugelgreep. Dehandgrepen met de duimen eromheen vasthouden. - ATTENTIE: Bij het loslaten van de gashendel loopt deketting nog enige tijd door (vrijloopeffect). - Let er voortdurend op dat u stevig staat. - De motorkettingzaag moet zodanig gehanteerd worden dat ergeen uitlaatgassen ingeademd kunnen worden. Werk niet ingesloten ruimten (vergiftigingsgevaar). - Zet de motorkettingzaag direct af bij merkbaar veranderdmachinegedrag. - Zet de motorzaag af voor het controleren van de ketting-spanning, het naspannen, het verwisselen van de kettingen het opheffen van storingen (9). - Als de zaag met stenen, spijkers of andere harde voorwerpenin aanraking is gekomen moet de motor direct afgezet wordenen moet de zaaginrichting geïnspecteerd worden.
- Tijdens werkonderbrekingen en voor het verlaten moet demotorzaag uitgeschakeld worden (9) en zo geparkeerd, datniemand in gevaar kan geraken. - Leg de warme motorkettingzaag niet in droog gras of opbrandbare voorwerpen. De uitlaat geeft een aanzienlijke hitteaf (brandgevaar).
6Terugslag (Kickback)- Bij het werken met de motorkettingzaag kan gevaarlijketerugslag optreden. - Deze terugslag ontstaat als het bovenste kwadrant van dezaaggeleider per ongeluk tegen hout of andere vaste voor-werpen aankomt (10). - Daarbij wordt de motorzaag ongecontroleerd en met grotekracht in de richting van de bedieningspersoon geslingerd,resp. versneld (gevaar voor letsel. )Om terugslag te voorkomen moet op het volgende geletworden:- Insteekwerk (direkt met het het uiteinde van de zaaggeleiderin het hout aanzetten) mag uitsluitend door speciaal geschooldpersoneel worden uitgevoerd. - De punt van de zaaggeleider moet altijd in het oog gehoudenworden. Pas op bij het voortzetten van reeds begonnenzaagsneden. - Begin met lopende zaagketting aan de zaagsnede. - De zaagketting moet altijd correct geslepen worden. Letdaarbij vooral op de juiste hoogte van de dieptebegrenzing.
- Zaag nooit meerdere takken tegelijkertijd door. Let er bij hetverwijderen van takken op dat geen andere tak geraakt wordt. - Let bij het afkorten op in de buurt liggende stammen. Werkomstandigheden en -technieken- Werk alleen bij goed zicht en goede verlichting. Let in hetbijzonder op gladheid, nattigheid, ijs en sneeuw (uitglijgevaar). Verhoogd gevaar voor uitglijden bestaat op vers ontbast hout(schors). - Werk nooit op een onstabiele ondergrond. Let op obstakels opde werkplek, struikelgevaar. Let er voortdurend op dat u stevigstaat. - Zaag nooit boven schouderhoogte (11). - Zaag nooit staande op een ladder (11). - Klim nooit met de motorkettingzaag in een boom omwerkzaamheden uit te voeren. - Niet te ver voorovergebogen werken. - Beweeg de motorkettingzaag zodanig dat zich geen lichaam-sdelen in het verlengde van het zwenkbereik van de zaagkettingbevinden (12).
- Gebruik de motorkettingzaag uitsluitend voor het zagen vanhout. - Houd de lopende zaagketting vrij van de grond. - Gebruik motorkettingzagen nooit voor het wegtillen enverwijderen van stukken hout en andere voorwerpen.
- Ontdoe het bereik van de zaagsnede van vreemde voorwerpenzoals zand, stenen, spijkers etc. Vreemde voorwerpenbeschadigen de zaag en kunnen gevaarlijke terugslag(kickback) tot gevolg hebben. - Gebruik bij het zagen van sprokkelhout en dunne stammeneen stabiele bok (indien mogelijk een zaagbok, 13). Het houtmag niet met de voet of door een tweede persoon wordenvastgehouden. - Rondhout moet tegen verdraaien tijdens het zagen wordengeborgd. - Bij afkorten moet de getande beugel (13, Z) tegen het tezagen hout worden gezet. - Voor het afkorten moet de getande beugel tegen het te zagenhout gezet worden en pas daarna met lopende zaagketting hethout gezaagd worden. De zaag wordt daarbij door middel vande achterste handgreep omhoog getrokken en met debeugelhandgreep geleid. De getande beugel dient daarbij alsdraaipunt. Het volgen gebeurt met een lichte druk op debeugelgreep.
De zaag hierbij iets terugtrekken. Getande beugellager aanzetten en opnieuw de achterste handgreep omhoogtrekken. - Steek- en langssneden mogen alleen door speciaalgeschoold personeel uitgevoerd worden (verhoogd gevaarvoor terugslag). - Langssneden (14) in een zo klein mogelijke hoek aanzetten. Hier moet bijzonder voorzichtig te werk worden gegaan, daarde getande beugel niet kan grijpen. - Trek de zaag alleen met lopende zaagketting uit het hout. - Zijn er meerdere zaagsneden nodig dan moet de gashendeltussendoor losgelaten worden. 1012131411Z.
7- Pas op bij het zagen van versplinterd hout. Er kunnenafgezaagde houtsplinters meegetrokken worden (gevaar voorletsel). - Bij het zagen met de bovenzijde van de zaaggeleider kan demotorkettingzaag in de richting van de bedieningspersoongestoten worden als de zaagketting klem komt te zitten. Daarom moet zoveel mogelijk met de onderzijde van dezaaggeleider gezaagd worden, daar in dat geval de zaag altijdvan het lichaam weg in de richting van het hout getrokken zalworden (15). - Hout onder spanning (16) moet altijd eerst aan de drukzijde (A)ingezaagd worden. Pas daarna kan de scheidingssnede op detrekzijde (B) gemaakt worden. Zo wordt het ingeklemd rekenvan de zaaggeleider voorkomen. ATTENTIE: Velwerkzaamheden en verwijderen van takken,alsmede het werken aan omgewaaide bomen mogen alleenuitgevoerd worden door geschoold personeel. Gevaarvoor letsel.
- Steun bij het verwijderen van takken de motorkettingzaagaltijd zo dicht mogelijk op de stam. Hierbij mag niet met devoorzijde van de zaaggeleider gezaagd worden(terugslaggevaar). - Let vooral goed op bij onder spanning staande takken. Zaagvrijhangende takken niet van onder af door. - Ga nooit op een stam staan terwijl u takken verwijdert. - Met het vellen van bomen mag pas worden begonnennadat men zich ervan heeft verzekerd dat:a) alleen personen die bij het vellen betrokken zijn zich op dewerkplek bevinden. b) ongehinderd uitwijken mogelijk is voor iedereen diebetrokken is bij het vellen (de uitwijkruimte dient schuinnaar achteren te lopen onder een hoek van ongeveer 45˚). c) de voet van de stam vrij is van alle vreemde voorwerpen,struikgewas en takken. Zorg voor een stabiele werkpositie(struikelgevaar).
- Beoordeling van de boom:Overhangrichting - losse of dorre takken - hoogte van de boom- natuurlijke overhang - is de boom rot. - Let op de windrichting en windsnelheid. Bij zware windstotenmogen er geen bomen geveld worden. - Inzagen van de worteluitlopers:Bij de grootste worteluitloper beginnen. Als eerste de zaagsnedein verticale richting en daarna de zaagsnede in horizontalerichting aanbrengen. - Valkerf (18, A) aanbrengen:De valkerf geeft de boom de juiste valrichting en stuurt deze. De valkerf wordt haaks op de valrichting aangebracht met eendiepte van 1/3 - 1/5 van de stamdoorsnede. De zaagsnedeindien mogelijk dicht boven de grond aanbrengen. - Eventuele correcties van de valkerf moeten over de gehelebreedte van de boom aangebracht worden. - De valzaagsnede (19, B) wordt boven de valkerfholte (D)aangebracht. De valzaagsnede moet loodrecht op de stamaangebracht worden.
Voor de val-kerf moet ongeveer 1/10van de stamdoorsnede blijven staan als breukvlak. - Het breukvlak (C) werkt als scharnier. Dit mag in geen gevaldoorgezaagd worden, daar dit het ongecontroleerd vallen vande boom kan veroorzaken. Breng tijdig spieën aan. - De valzaagsnede mag alleen gezekerd worden met kunststofof aluminium spieën. Het gebruik van ijzeren spieën is verboden,daar een aanraking ernstige beschadigingen ofzaagkettingbreuk tot gevolg kan hebben. - Bij het vellen van bomen altijd terzijde van de vallende boomgaan staan. - Bij het terugkeren naar de valzaagsnede oppassen voorvallende takken. - Bij het werken op hellingen moet de bedieningspersoon bovenof terzijde van de te bewerken stam, respectievelijk liggendeboom staan. - Pas op voor aanrollende boomstammen. 1516171819BAB45o2 1/245o= Velbereik.
82021222324STOPTransport en opslag- Bij het veranderen van werkplek tijdens het werken moetde motorkettingzaag afgezet of de kettingremingeschakeld worden om onbedoeld starten en aan-lopen van de zaagketting te voorkomen. - Vervoer of draag de motorkettingzaag nooit met lopendezaagketting. - Bij vervoer over langere afstanden moet in ieder geval demeegeleverde beschermkap voor de zaaggeleider aan-gebracht worden. - Draag de motorkettingzaag altijd aan de beugelgreep,waarbij de zaaggeleider naar achter wijst (20). Zorg ervoordat u niet met de uitlaat in aanraking komt (gevaar voorbrandwonden. ). - Tijdens vervoer in personenwagens moet de machine zogeplaatst worden dat er geen brandstof of kettingolie kanuitlekken. - De motorkettingzaag moet veilig in een droge ruimteopgeslagen worden. De motorkettingzaag mag niet buitenbewaard worden.
Berg de motorkettingzaag ontoegankelijkvoor kinderen op. - Bij opslag gedurende langere tijd en bij het verzenden vande motorkettingzaag moeten olietank en brandstoftankvolledig geleegd zijn. Onderhoud- Bij alle onderhoudswerkzaamheden moet de motor-kettingzaag uitgezet (21), en de bougiedop losgetrokkenworden. -Vóór het begin van de werkzaamheden moet altijd eerstgecontroleerd worden of de motorkettingzaag goed werkt, enspeciaal de kettingrem. Let er vooral op of de zaagkettingvolgens voorschrift geslepen en gespannen is (22). - De motorkettingzaag moet met zo weinig mogelijk lawaaien uitlaatgassen gebruikt worden. Let goed op een correcteafstelling van de carburator. - Reinig de motorkettingzaag regelmatig. - Controleer regelmatig of de tankdoppen goed sluiten. Neem de veiligheidsvoorschriften van de Arbeidsins-pektie enverzekeringsmattschappijen in acht.
Breng in geen geval veranderingen in der constructie vande motorkettingzaag aan. U brengt daarmee uw veilig-heid in gevaar. Onderhouds- en montagewerkzaamheden mogen alleenuitgevoerd worden voorzover deze in deze gebruiksaanwij-zing beschreven zijn.
Alle overige werkzaamheden moetendoor de MAKITA service uitgevoerd worden. Gebruik uitsluitend MAKITA reserve-onderdelen en geauto-riseerde accessoires. Bij gebruik van niet-originele MAKITA reserve onderdelen,niet-geautoriseerde accessoires of zaaggeleider/ketting-combinaties en -lengten is er een verhoogd ongevalsrisico. Bij ongelukken of schade als gevolg van niet-geautoriseerdezaagmechanieken of accessoires vervalt iedere aansprake-lijkheid. Eerste Hulp (E. H. B. O. )Voor eventuele ongevallen dient altijd een verbanddoos opde werkplek aanwezig te zijn. Vul gebruikt materiaal directweer aan. Als u om hulp vraagt, geeft u dan de volgende informatie:- Waar gebeurde het- Wat gebeurde er- Hoeveel gewonden- Aard van de verwondingen- Noem uw naam.
Aanwijzing: Bij personen met circulatiestoornissen kunnen vaakoptredende vibraties tot beschadiging van do bloedvaten of vanhet zenuwstelsel leiden. Door vibraties aan vingers, handen ofpolsen kunnen de volgende symptomen optreden: inslapen vanlichaamsdelen, prikkelen, pijn steken, verandering van dehuidkleur of van de huid. Bij het waarnemen van zulkesymptomen moet u een dokter opzoeken. SERVICE.
ISO 7293 kg/h 0,65 0,82Specifiek verbruik bij max. vermogen vlgs. ISO 7293 g/kWh 460 480Inhoud brandstoftank l 0,4 0,4Inhoud brandstoftank I 0,21 0,21Mengverhouding (brandstof : 2-taktolie)- bij gebruik van MAKITA olie 50:1 50:1- bij gebruik van MAKITA HP100-olie 100:1 100:1- bij gebruik van andere olie 40:1 40:1Kettingrem inwerkingstelling met de hand of door terugslag (kickback)Kettingsnelheid 2)m/s 16,97 16,97Kettingwielverdeling inch 3/8 3/8Aantal tanden Z 6 6Kettingtype zie uittreksel uit de reserveonderdelenlijstVerdeling / Schakeldikte inch 3/8 /. 050 3/8 /. 050Zaaggeleider snijlengte cm 30 / 35 35 / 40Zaagggeleidertype zie uittreksel uit de reserveonderdelenlijstGewicht van de motorzaag (tanks leeg, zonder geleider en ketting) kg 3,9 4,01) Opgaves houden in gelijke delen rekening met de bedrijfstoestanden stationair, volle belasting en maximum toerental. 2) Bij max. vermogen.
11G H413- Draai de kettingspanner (C/6) rechtsom (met de klok mee),totdat de zaagketting in de geleidegroef van de zaaggelei-der grijpt (zie cirkel). Daarbij met de linkerhand de zaag-geleider tegen het huis drukken.ADVIES:Wanneer de kettingrem van de gedemonteerde kettingwielbe-schermer abusievelijk is aangetrokken moet deze voor het weeraanbrengen van de kettingwielbescherming vrij worden gezet.- De kettingwielbeschermer (H/4) in de richting van de pijl,zoals afgebeeld, met beide handen vasthouden en tegeneen harde ondergrond (b.v.
een plank) drukken, tot deontkoppelingshendel (H/13) hoorbaar grijpt.IJ433- De kettingwielbeschermer (I/4) monteren; daarbij de penaan de ontkoppelingshendel in de opneemopening van dehandbeschermer geleiden (zie cirkel).- Bevestigingsmoer (I/3) handvast aandraaien.ADVIES:De pijl (I/14) op de kettingwielbeschermer geeft de looprichtingvan de zaagketting aan.Zaagketting spannen- Til de voorzijde van de zaaggeleider iets op en draai dekettingspanschroef (C/6) rechtsom (met de klok mee), totde zaagketting weer tegen de onderzijde van de zaag-geleider aanligt.- Het voorste einde van de zaaggeleider verder optillen ende bevestigingsmoer (J/3) met de combisleutel vast aan-draaien.Controle van de kettingspanning- De zaagketting is juist gespannen wanneer de zaagkettingtegen de onderzijde van de zaaggeleider aanligt en dezaagketting nog gemakkelijk met de hand bewogen kanworden over de zaaggeleider.- Hierbij moet de kettingrem gelost zijn.- Controleer regelmatig de kettingspanning, omdat nieuwezaagkettingen na verloop van tijd uitrekken en langerworden!- Daarom de kettingspanning regelmatig bij afgezette motorcontroleren.ADVIES: IIn de praktijk wordt geadviseerd 2-3 zaagkettingenafwisselend te gebruiken.Voor een gelijkmatige slijtage van de zaaggeleidergroef moetbij het verwisselen van een ketting de zaaggeleider omgekeerdworden (onderzijde boven en bovenzijde onder).K14STOP
12OILHP 100Inschakeling van de kettingrem (blokkeren)Als de terugslagkracht sterk genoeg is, dan zal de plotselingeversnelling van de beugelgreep in combinatie met de inertievan de handbescherming (B/3) de rem automatisch aanzetten. Druk voor handbediening de handbeschermer (B/3) met delinker hand in de richting van de voorzijde van de zaaggeleider(pijl 1). Kettingrem lossenDe handbeschermer (B/3) in de richting van de beugelgreep(pijl 2) trekken tot deze voelbaar aangrijpt. De kettingrem isgelost. KettingremABrandstofmengselDe motor van de motorkettingzaag is een tweetaktmotor meteen groot vermogen die werkt op een mengsel van benzine entweetaktolie. De motor is ontworpen voor gebruik van normale loodvrijebenzine met een minimaal octaangetal van 91 ROZ. Is dezebrandstof niet beschikbaar, dan kunnen ook brandstoffen meteen hoger octaangetal gebruikt worden.
Hierdoor ontstaatgeen schade aan de motor. Gebruik voor een optimale motorwerking en ter be-scherming van gezondheid en leefmilieu alleen loodvrijebrandstof. Voor de smering van de motor wordt tweetaktmotorolie(kwaliteitsklasse API-TC) gebruikt; deze wordt bij de benzinegemengd. De motor is ontworpen voor MAKITA HP 100tweetaktolie met een milieuvriendelijke mengverhouding van100:1. Hierdoor wordt een lange levensduur en eenbetrouwbare, rookarme werking van de motor gewaarborgd.
Brandstoffen / tankenMAKITA HP 100 kwaliteitstwee-takt olie is leverbaar in devolgende verpakkingen:0,5 l Bestelnummer 980 008 609MAKITA kwaliteitstwee-takt olie is afhankelijk van het verbruikleverbaar in de volgende verpakkingen: 1 l Bestelnummer 980 008 607100 ml Bestelnummer 980 008 606Indien er geen MAKITA tweetaktolie beschikbaar is moet eenmengverhouding van 40:1 bij gebruik van andere tweetaktoliënaangehouden worden, aar anders problemen kunnen optreden. Het verkrijgen van de juiste mengverhouding:50:1 Bij gebruik van MAKITA tweetaktolie, d. w. z. 50 delenbrandstof mengen met 1 deel olie.
100:1 Bij gebruik van MAKITA HP 100 tweetaktolie, d. w. z. 100 delen brandstof mengen met 1 deel olie. 40:1 Bij gebruik van andere tweetaktoliën, d. w. z. 40 delenbrandstof mengen met 1 deel olie. ADVIES: Voor het verkrijgen van het juiste benzine/olie meng-sel wordt de olie voorgemengd met de helft van de totaalbenodigde hoeveelheid benzine, waarna de rest van de brand-stof wordt toegevoegd. Voor het vullen van de tank van demotorkettingzaag eerst het mengsel goed schudden. Het is niet zinvol uit overdreven veiligheidsbewustzijn het olie-aandeel in het tweetaktmengsel te vergroten ten opzichte vande aangegeven mengverhouding. Dit veroorzaakt nl. meerverbrandingsresten. Deze belasten het milieu en verstoppenhet uitlaatkanaal in de cilinder evenals de geluidsdemper. Ook stijgt hierdoor het brandstofverbruik en neemt het ver-mogen af. BrandstofopslagBrandstof is niet onbeperkt houdbaar.
Koop niet meer dan ubinnen een redelijke tijd zult gebruiken. Vervoer en bewaarbrandstof en kettingolie alleen in goedgekeurde en gewaar-merkte jerrycans. B2 13De MAKITA motorzagen DCS 340, 341, 342, 344, 400, 401 zijnstandaard met een vertragingsveroorzakende kettingremuitgerust. Ontstaat er een terugslag (kickback) doordat de puntvan de zaaggeleider met het hout in aanraking komt (ziehoofdstuk „VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN”, blz. 6), wordtbij voldoende terugslag de kettingrem door massatraagheid inwerking gesteld. In een fractie van een seconde wordt dezaagketting stilgezet. De kettingrem is bedoeld voor noodgevallen en voor hetblokkeren van de zaagketting voor het starten.
13Brandstof en tweetaktolieZaagkettingolieTankenNEEM ALLE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN IN ACHT. De omgang met brandstoffen vereist een voorzichtige enzorgvuldige handelwijze. Uitsluitend bij uitgeschakelde motor. - Rondom de vulopeningen goed schoonmaken, zodat ergeen vuil in de tanks komt. - Tankdop erafschroeven en tot aan de onderkant van devulpijp opvullen. Voorzichtig gieten om morsen van brandstofof zaagkettingolie te vermijden. - Tankdop weer goed vastdraaien. Tankdop en omgeving na het tanken reinigen. Voor het smeren van de zaagketting en de zaaggeleider moetzaagkettingolie met een hechtmiddeltoevoeging gebruiktworden. De hechtmiddeltoevoeging in de zaagkettingolie voor-komt een te snel wegslingeren van de olie. Om het milieu te sparen wordt het gebruik van biologisch af-breekbare zaagkettingolie aangeraden.
In sommige plaatselijkeverordeningen wordt het gebruik van biologisch afbreekbareolie verplicht gesteld. De door MAKITA aangeboden zaagkettingolie BIOTOP wordtop basis van geselecteerde plantenoliën vervaardigd en is100% biologisch afbreekbaar. BIOTOP is bekroond met deblauwe milieu-engel (RAL UZ 48). BIOTOP zaagkettingolie is leverbaar in de volgende verpak-kingsgroottes: 1 l Bestelnummer 980 008 610 5 l Bestelnummer 980 008 611Biologisch afbreekbare kettingolie is slechts beperkt houdbaaren dient binnen 2 jaar na de fabricagedatum die op de verpakkingstaat gedrukt te worden opgemaakt. Belangrijke aanwijzing aangaande bio-olie voor zaag-kettingenBij een bultenbedrijfsstelling op langere duur, moet de olietankworden leeggemaakt, waama er een kleine hoeveelheidmotorolie (SAE 30) moet worden ingegoten.
Bij hernieuwde ingebruikname weer met BIOTOP-zaag-kettingolie vullen. GSTOPFHUID- EN OOGCONTACT VERMIJDEN. Minerale olieprodukten, ook oliën, ontvetten de huid. Bij her-haaldelijk en langdurig contact droogt de huid uit. Diversehuidziekten kunnen hiervan het gevolg zijn. Bovendien zijnallergische reacties bekend. Contact van de ogen met olie veroorzaakt irritaties. Bij oogcon-tact direct het betreffende oog met schoon water uitspoelen. Bij aanhoudende irritatie direct een arts bezoeken. DZaagkettingolieEGEBRUIK NOOIT AFGEWERKTE OLIE. Afgewerkte olie is zeer schadelijk voor het milieu. Afgewerkte olie bevat hoge concentraties van stoffen waarvanbewezen is dat ze kankerverwekkend zijn. De vervuiling inafgewerkte olie veroorzaakt verhoogde slijtage aan de olie-pomp en het zaagmechaniek.
Bij schade veroorzaakt door het gebruik van afgewerkte ofongeschikte zaagkettingoliën vervalt iedere aanspraak opgarantie. Uw vakhandelaar informeert u graag over gebruik en toepassingvan zaagkettingolie. Afgewerkte olie.
14A12De modellen DCS 341 en DCS 401 zijn, om het starten tevergemakkelijken, van een halfautomatisch startventiel (B/5)voorzien. Door het startventiel in te drukken is er mindercomprimeringskracht nodig en kan de motor met minder krach-tontwikkeling aan de startkabel op zijn starttoerental wordengebracht. Door de hoge drukloename in de verbrandingska-mer als gevolg van de eerste ontstekingen wordt het startven-tiel automatisch gesloten (de knop springt eruit). De modellen DCS 340 en DCS 400 hebben geen startven-tiel. Het startproces, resp. de vergasserafstelling, is gelijkaan die van de modellen DCS 341 en DCS 401, maar danzonder de noodzaak van indrukken van het startventiel. - Op minstens 3 m afstand van de plek waar getankt wordt. - Zorg dat u stabiel staat en leg de motorkettingzaag zo opde grond leggen dat de zaaginrichting vrij van de grondblijft.
- Kettingrem inschakelen (blokkeren). - Houd de beugelgreep stevig met één hand vast en druk demotorkettingzaag tegen de grond. - Plaats de punt van de rechter voet in de achterste hand-beschermer. Koude start:- De kortsluitschakelaar van de ontsteking op stand „I“ (B/1)zetten. - De chokehendel (B/2) naar boven duwen. - De sperknop (B/3) indrukken en ingedrukt houden. - De gashendel (B/4) aantippen. De gashendel wordt doorde sperknop (B/3) vergrendeld. Motor starten (DCS 340, 341, 400, 401)B23415ATTENTIE: de motor moet na het aanlopen direct terug-gebracht worden naar het stationaire toerental, daar an-ders schade kan ontstaan aan de kettingrem. - Nu de kettingrem lossen. Warme start:- Zoals beschreven bij koude start, echter zonder dechokehendel (B/2) te hanteren. Deze blijft in de onderstestand gedrukt.
- Trek de starterkabel langzaam uit tot u weerstand voelt(de zuiger staat nu voor het bovenste dode punt). - Trek de kabel nu snel en krachtig verder uit tot er eeneerste hoorbare ontsteking volgt. ATTENTIE: De starterkabel niet meer dan ca. 50 cmuittrekken en altijd langzaam met de hand terugbrengen. - Na de eerste hoorbare ontstekingen de chokehef-boom (B/2) naar beneden drukken, opnieuw op hetstartventiel drukken (alleen bij DCS 341 en DCS 401) en destartkabel trekken. Zodra de motor loopt, gashendel (B/4)aantippen opdat desperknop (B/3) eruit springt en demotor stationair draait. Om de zaagketting voldoende te kunnen smeren moet de tankvoldoende gevuld zijn. Tijdens de werkzaamheden contro-leren of er voldoende kettingolie in de tank zit. Indien nodigbijvullen. Uitsluitend bij uitgeschakelde motor.
Voor een probleemloze werking van de oliepomp moeten deolietoevoergroef in het krukashuis (H/3) en de olietoevoer-boring in de zaaggeleider (H/4) regelmatig gereinigd worden. Aanwijzing:Na het buitenbedrijfstellen van het apparaat is het normaal,dat gedurende enige tijd nog resten van kettingolie eruitlopen,die nog in het olieleidingssysteem en aan de zaaggeleider ende ketting voorhanden zijn. Hierbij is geen sprake van eendefect. Gebruik een geschikte onderlegger. H34Smering van de zaagketting.
15De voor het starten uit te voeren stappen zijn op deafdekkap d. m. v. symbolen (A/1) afgebeeld. Het blauwepad is dat voor koudstarten, het rode pad voor warmstarten. B12Starten van de motorzagen DCS 342, DCS 344(DCS 344)2Koude start: (blauw pad):- Start/Stop-schakelaar (C/1) van de ontsteking op de stand“I” zetten. - Het startventiel (C/2) indrukken (alleen bij DCS 344). - De plastikbal van de voorstartpomp (C/3) indrukken tot debrandstof zichtbaar is. - De starthendel (C/4) naar boven op de stand ‘1’ zetten. - Trek de starterkabel langzaam uit tot u weerstand voelt(de zuiger staat nu voor het bovenste dode punt). - Nu snel en krachtig verdertrekken. Na 2-4 määl uittrekkenspringt de motor aan (bij lage temperaturen vaker trekken)en blijft lopen. ATTENTIE:De starterkabel niet meer dan ca. 50 cm uittrekken en altijdlangzaam met de hand terugbrengen.
Voor een goedstartgedrag is het belangrijk, dat de starterkabel snel enkrachtig uitgetrokken wordt. - Zodra de motor regelmatig loopt, de gashendel (C/5)lichtrlijk aantippen zo dat de starthendel op de nulstandterugspringt en de motor in de vrijloop draait. ATTENTIE:Na het aanlopen van de motor moet deze direkt op hetvrijilooptoerental worden teruggebracht, daar andersschade aan de kettingrem kan ontstaan. - Nu de kettingrem los zetten. Warme start (rood pad):- Hetzelfelde als bij koude start beschreven, echter zonderdrukken op de voorstartpomp (C/3) en de starthendel(C/4) op de stand ‘2’ zetten. Belangrijke aanwijzing (rood dunne pad):- Als de brandstoftank geheel leeggedraaid is en de motorbij gebrek aan brandstof tot stilstand gekomen is, moet nahet bijtanken de starthendel (C/4) op de stand ‘1’ worden.
- Kettingrem inschakelen (blokkeren). - Houd de beugelgreep stevig met één hand vast en drukde motorkettingzaag tegen de grond. - Plaats de punt van de rechter voet in de achterste hand-beschermer. 35A= Warme start (rood)= Start/stop schakelaar= Voorstartpomp= Koude start (blauw)1Motor starten (DCS 342, DCS 344 met Start&Go)De modellen DCS 342 en DCS 344 zijn met do MAKITA‘Start&Go’ startinrichtig uitgerust. Bovendien heeft de DCS344 ter vergemakkelijking van het starten een halfautomatischstartventiel (C/2). Door het startventiel in te drukken is er minder comprimerings-kracht nodig en kan de motor met minder krachtontwikkelingaan de startkabel op zijn starttoerental worden gebracht. Doorde hoge drukloename in de verbrandingskamer als gevolg vande eerste ontstekingen wordt het startventiel automatischgesloten (de knop springt eruit).
16D6De kettingrem moet elke keer vóór werkbegin wordengecontroleerd. - De motor zoals beschreven starten (een vellige standinnemen en de motorzaag zodanig op de grond zetten, dathet zaagwerk vrij staat). - De beugelgreep met één hand stovig omvatten, de anderehand aan de handgreep. - De motor op halve toeren laten lopen en met de rug van dehand de handbeschermer (D/6) in de richting van de pijldrukken tot de kettingrem blokkeert. Nu moet de zaag-ketting onmiddellijk tot staan komen. - De motor onmiddellijk in zijn vrij zetten en de kettingremweer loszetten. Attentie: Indien de zaagketting na deze controle nietonmiddellijk tot stilstand komt, mag men in geen gevalmet het werk beginnen. U moet dan de hulp van eenMAKITA servicewerkplaats inroepen. Kettingrem controleren Kettingsmering controlerenEZaag nooit met onvoldoende kettingsmering. Hiermee verkortu de levensduur van de zaaginrichting.
Controleer vóór het begin van de werkzaamheden altijd hetoliepeil in de tank en de controleer ook de olietoevoer. De olietoevoer kan op als volgt gecontroleerd worden:- Start de motorkettingzaag. - Houd de lopende zaagketting ongeveer 15 cm boven eenboomstam of de grond (leg er iets onder als bescherming). Bij voldoende smering vormt zich een licht oliespoor door deafgeslingerde olie. Let op de windrichting en stelt u zich niet onnodig aan desmeeroliemist bloot. Carburator afstellenHet instellen van de carburateur dient ter verkrijging vaneen optimaal functioneren, een zuinig verbruik enbedrijfsveiligheid. Het moet bij warme motor, een schoneluchtfilter en een correct gespande zaagketting geschie-den. Laat de carburateur door een MAKITA vakwerk-inrichting instellen. De carburateur is in de fabriek bij luchtdrukomstandigheden opzeewaterhoogte ingesteld.
Voor een optimale instelling is een toerenteller (F/1, Bestel-nr. 950 233 210) benodigd, daar een overschrijden van hethoogst toelaatbare toerental tot overhitting en tekort aansmeerolie leidt. Gevaar van motorschade. Bij instellen zonder toerenteller mag de aangegevenbasisinstelling van de hoofdspoeier (H) niet wordenonderschreden. Gevaar van motorschade dooroververhitting en een tekort aan smeerstof. De afgebeelde schroevedraaier (F/2, Bestel-nr. 944 340 001)heeft een aangegoten neus, die als afstellingshulp dienst doet. Vóór het instellen van de carburateur de motor 3-5 minutenwarm laten lopen. Vermijdt hoge toerentallen. Voor een juiste instelling zijn de volgende arbeidsstappennodig:1. Basisinstelling (bij uitgeschakelde motor)Motor starten en warm laten lopen2. Stationairgang instellen3. Het hoogst toelaatbaar toerental instellen4. Acceleratie controleren5.
17ABTer voorkoming van ijsafzetting in de carburator, die bij lagetemperaturen en hoge luchtvochtigheid optreedt, en om bijtemperaturen onder 0° C sneller op bedrijfstemperatuur tekomen, kan warme lucht van de cilinder worden aangezogen(A / markering op het inzetstuk op de stand „winterbedrijf“). Bij temperaturen boven 0° C moet steeds koude lucht wordenaangezogen (A / markering op het inzetstuk op de stand„Normaal-bedrijf“). Bij het niet tijdig uitschakelen kan schade aan de cilinderen zuigers ontstaan. - Filterdeksel (B/1) afnemen. - De combisleutel (B/2) zoals in Afb. B getoond aanzetten enmet een lichte slag tegen de combisleutel het inzetstuk(B/3) eruit drijven. - Inzetstuk (B/3) in de gewenste bedrijfsaard - de markeringwijst naar het zonne- resp. het winterbedrijfsymbool - erweer indrukken. - Filterdeksel (B/1) weer aanbrengen.
123WinterbedrijftNormaalbedrijftGebruik in de winterLspeedGH1. BasisinstellingDe instelschroef voor hoofdsproeier (H) en stationairgangs-proeier (L) behoedzaam tot aan de voelbare aanslag rechtsom(met de wijzers van de klok mee) erin draaien. Instelschroeven (H) en (L) 1 toer linksom (tegen de wijzersvan de klok in) uitdraaien. 2. Stationairgang instellenHet stationairgangstoerental overeenkomstig de technischegegevens instellen. Draaien naar rechts van de instelschroef (speed): hetstationairgangstoerental stijgt aan. Naar links draaien (tegende wijzers van de klok in): het stationairgangstoerentalneemt af. De zaagketting mag niet meelopen. 3. Instellen van het hoogste toerentalHet hoogste toerental instellen door minimaal regelen vaninstelschroef (H) volgens de technische gegevens. Erin draaien van instelschroef (H) met de wijzers van de klokmee (rechtsom): het toerental neemt toe.
Bij te trage acceleratie de instelschroef (L) in kleine stappentegen de wijzers van de klok in (linksom) eruit draaien, maarhoogstens 1/8 toeren meer. 5. Controleren van het stationairgangstoerentalNa het instellen van het hoogst toelaatbare toerental hetstationairgangstoerental controleren (de zaagketting magniet meelopen). Het instelproces vanaf punt 2 herhalen totdat hetstationairgangstoerental, goede acceleratie en het hoogsttoelaatbare toerental bereikt zijn.
18ONDERHOUDSWERKZAAMHEDENZaagketting slijpenATTENTIE:Bij alle werkzaamheden aan zaaggeleider en zaagkettingte allen tijde de motor afzetten, de bougiestekker eraftrekken (zie Bougie vervangen) en beschermende hand-schoenen dragen. ✓✓CDe zaagketting moet worden geslepen, wanneer:- zaagselachtige spaanders ontstaan bij het zagen vanvochtig hout. - de ketting ook bij grote druk slechts met moeite in het houttrekt. - de snijkant zichtbaar beschadigd is. - Het zaagmechaniek in het hout eenzijdig naar links ofrechts verloopt. De oorzaak hiervan is een ongelijkmatigescherpte van de zaagketting. Belangrijk: vaak slijpen, weinig materiaal afslijpen. Voor eenvoudig naslijpen zijn in de meeste gevallen tweetot drie streken van de vijl voldoende. Nadat men de ketting meerdere malen zelf nageslepenheeft moet de zaagketting in de service-werkplaatsnageslepen worden.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Makita DCS340 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Zaagmachine Makita
Handleiding Zaagmachine
Nieuwste handleidingen voor Zaagmachine