Makita DCS330TH Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Makita DCS330TH (80 pagina’s), behorend tot de categorie Zaagmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 11 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Makita DCS330TH of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/80
1
Instructions d’emploi (Page 2-27)
Betriebsanweisung (Seite 28-53)
Gebruiksaanwijzing (Pagina 54-79)
DCS330TH
1
9
9
7
Makita corporation
DCS 330 TH
MD
Attention:
Lire attentivement ce manuel avant la première mise en service et observer absolument les prescriptions de sécurité!
Cette tronçonneuse ne peut être utilisée que par un personnel élagueurs qualifié!
Garder avec soins le manuel des instructions d’emploi!
Achtung:
Lesen Sie vor der ersten Inbetriebnahme diese Betriebsanweisung gründlich durch, und befolgen Sie unbedingt
die Sicherheitsvorschriften! Diese Motorsäge darf nur von ausgebildeten Baumpflegearbeitskräften bedient werden!
Betriebsanweisung sorgfältig aufbewahren!
Belangrijk:
Voordat u de machine de eerste keer in gebruik neemt moet u deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig doornemen.
U dient er vooral op te letten dat u alle veiligheidsvoorschriften goed heeft begrepen zodat u die strikt in acht kunt nemen!
Slechts speciaal voor dat doel opgeleide personen mogen de kettingzaag dan ook in gebruik nemen.
Berg de gebruiksaanwijzing goed op!

Beoordeel deze handleiding

4.5/5 (8 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Makita
Categorie: Zaagmachine
Model: DCS330TH

Handleiding Makita DCS330TH – volledige tekst

Diese Motorsäge darf nur von ausgebildeten Baumpflegearbeitskräften bedient werden!Betriebsanweisung sorgfältig aufbewahren!Belangrijk:Voordat u de machine de eerste keer in gebruik neemt moet u deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig doornemen.U dient er vooral op te letten dat u alle veiligheidsvoorschriften goed heeft begrepen zodat u die strikt in acht kunt nemen!Slechts speciaal voor dat doel opgeleide personen mogen de kettingzaag dan ook in gebruik nemen.Berg de gebruiksaanwijzing goed op!

73Luchtfilter schoonmaken. 73Bougie vervangen. 74Starterkabel vervangen. 74Spanveer van de starterkabel vervangen. 75Uitlaat en knalpot schoonmaken. 75Cilindermotorruimte schoonmaken. 75Instructies voor periodiek onderhoud. 76Service, onderdelen en garantie. 76-77Problemen oplosseni. 77Uittreksel uit de lijst met onderdelen. 78Service Centers (zie bijlage)Hartelijk dank voor uw aankoop van ditMAKITA-product. Gefeliciteerd met uw keuze voor deze MAKITA-kettingzaag. Wijhebben er alle vertrouwen in dat u tevreden zult zijn uw aankoop. Het model DCS 330 TH (TH: Top Handle) is een uiterst lichte enhandige kettingzaag met een handvat dat bovenop de zaaggemonteerd is. Deze kettingzaag is speciaal ontworpen om inboomkruinen te werken. Slechts speciaal voor dat doel opgeleidepersonen mogen de kettingzaag dan ook in gebruik nemen.

De kettingzaag kan gemakkelijk en met weinig inspanning be-diend worden omdat: het debiet van de smeerolie voor de kettingautomatisch geregeld wordt, de elektronische ontsteking onder-houdsarm is, de zaag uitgerust is met een trillingabsorberendsysteem voor de bescherming van de polsgewrichten en ookomdat de zaag voorzien is van ergonomische hendels en bedie-ningselementen. Deze voorzieningen maken het werk eenvoudigen ze verhogen de werkveiligheid. Het model DCS 330 TH is voorzien van de modernste veiligheids-voorzieningen in overeenstemming met de huidige stand van detechniek en het voldoet aan alle wettelijke nationale en internatio-nale veiligheidsvoorschriften m. b. t. deze klasse van werktuigen. De beschermende maatregelen omvatten: handbeschermers aande beide handgrepen, handgrepen met een goede grip, veilig-heidszaaggeleider en -ketting met automatische kettingrem.

Dekettingrem kan met de hand bediend worden of automatisch inwerking treden, door de terugslagkracht (inertie), in het geval vaneen „kickback“ (terugslag) tijdens een verkeerd zaagmanoeuvre. Opdat uw nieuwe kettingzaag perfect zou functioneren zodatu er optimale resultaten mee kunt bereiken is het absoluutnoodzakelijk dat u voordat u ermee begint te werken dezegebruiksaanwijzing grondig doorneemt en alle hoofdstukkenhelemaal begrijpt. Dit geldt in het bijzonder voor wat betreftde paragrafen met betrekking tot de veiligheidsvoorschrif-ten. Als u bij de omgang met de kettingzaag nalaat om dezeveiligheidsvoorschriften precies op te volgen, dan kan ditleiden tot levensgevaarlijke situaties, die de dood tot gevolgkunnen hebben. RE YVerpakkingTer bescherming tegen transportschade wordt uw MAKITA-kettingzaag in een doos uit versterkt karton geleverd. Karton is een basisgrondstof.

Alleengetrainde snoeiers mogenmet dit apparaat werken!Pas heel goed op!Verboden!Veiligheidshelm, ogen- engehoorbescherming dragen!Draag veiligheidshand-schoenen!Verboden te roken!Verboden vuur temaken!Start/stop-schake-laarStop de motor!MotorstartenHendel voor dechokeInstellen van decarburatorOPPASSEN: Gevaarvoor „Kickback“Houd de kettingzaagtijdens het zagenmet beide handenvast ! Met één handwerken is uiterstgevaarlijk!Als een van de hier afgebeelde onderdelen bij de leveringontbreekt, dan moet u zich tot uw leverancier wenden.

56VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTENOPPASSEN:Deze kettingzaag is speciaal ontworpen om in boomkruinen te werken. Slechts speciaal voor dat doel opgeleide personen mogen de ketting-zaag gebruiken. Volg de van toepassing zijnde procedures op en neemkennis van de relevante literatuur ter zake. Neem de raadgevingen vande betreffende beroepsorganisaties in acht. Als u dat niet doet, danloopt u een verhoogd risico op ongevallen. Wij raden u aan om steedsvanaf een horizontaal platform te werken (een hoogtewerker bijvoor-beeld) als u in boomkruinen moet werken. Werken in een hangendepositie (bergbeklimmerstechniek) is een uiterst riskante ondernemingen vereist een speciale opleiding. Als er op deze manier gewerkt moetworden, dan moet de persoon die de kettingzaag bedient zowel getraindzijn in het gebruik van veiligheidsmaterieel bij klimsporten als inklimsporttechnieken.

Gebruik steeds de juiste riemen, touwen en be-schermstukken als er in boomkruinen gewerkt moet worden. Zorgervoor dat diegene die de kettingzaag moet bedienen opgevangen kanworden en zorg er ook voor dat de kettingzaag zelf opgevangen kanworden. Algemene voorzorgsmaatregelen- Om een veilig gebruik te garanderen moet de gebruiker om tebeginnen deze handleiding doornemen zodat hij zich met de werkingvan het apparaat vertrouwd kan maken. Onvoldoende geïnstrueerdegebruikers zijn een gevaar voor zichzelf en voor anderen. - U mag de kettingzaag alleen uitlenen aan personen die ervaring hebbenmet kettingzagen. Zorg ervoor dat u steeds de gebruiksaanwijzing meegeeftals u het apparaat uitleent. - Het gebruik van de motorzaag door kinderen of personen onder de 18 jaaris verboden.

Jeugdigen boven de 16 jaar mogen de kettingzaag bedienenin het kader van een opleiding, echter uitsluitend onder toezicht van eenbevoegde leerkracht. - Het werken met een kettingzaag vereist een hoge mate van voorzichtigheiden concentratie. - Werk alleen als u in goede lichamelijke conditie bent. Bij vermoeidheidverslapt de aandacht.

Wees vooral alert tegen het eind van een dag hardwerken zodat de vermoeidheid niet ongemerkt kan toeslaan. Voer allewerkzaamheden rustig en zorgvuldig uit. Als gebruiker bent u namelijkverantwoordelijk voor schade toegebracht aan derden. - Gebruik nooit medicijnen, drugs of alcohol bij het werken met de kettingzaag. - Als het al geruime tijd niet meer geregend heeft en u moet in de buurt vandroge en gemakkelijk ontvlambare vegetatie werken, dan moet u ervoorzorgen dat u een brandblusser bij de hand heeft. Beschermingsuitrusting- Om tijdens het werken met de kettingzaag verwondingen aan hoofd,ogen, handen of voeten en beschadigingen van het gehoor tevermijden moeten de hieronder opgesomde beschermende uitrustingen beschermende kleding gedragen worden:- Uw kleding moet aangepast zijn, d. w. z. goed aansluitend maar zonder tehinderen.

Draag geen sieraden of kleding die aan takken of struikenkunnen haken. Als u lang haar heeft, dan is een haarnetje verplicht. - Als u met de kettingzaag werkt, dan moet u een veiligheidshelm dragen. De veiligheidshelm (1) moet regelmatig op beschadigingen gecontroleerdworden. Als een helm 5 jaar in gebruik is geweest, dan moet hij vervangenworden. Het gebruik van niet goedgekeurde helmen is verboden. - De doorzichtige beschermkap (2) aan de helm (eventueel eenveiligheidsbril) moet verhinderen dat rondvliegend zaagsel en houtsplintersverwondingen in het aangezicht kunnen veroorzaken. Draag bij hetwerken met de kettingzaag steeds een beschermkap of een veiligheidsbrilom oogletsel te voorkomen. - Draag altijd gepaste gehoorbescherming, zoals oorbeschermers (3) ofoordoppen, etc. Een dempingsanalyse van deze beschermers is mogelijkop aanvraag.

- Een veiligheidsjack (4), met schouderstukken in een speciale signaalkleur,wordt beschikbaar gesteld. Het jack zit comfortabel en is gemakkelijk inonderhoud. - De veiligheidsgordel en het beschermende werkpak (5) zijn gemaakt uiteen nylonsoort die opgebouwd is uit 22 lagen.

Het pak beschermt tegeneventuele snijwonden. Het dragen van deze beschermende kleding wordtu ten zeerste aangeraden. - De werkhandschoenen (6) van zware lederkwaliteit behoren tot deverplicht voorgeschreven uitrusting bij het werken met de kettingzaag. - Tijdens het werken met de kettingzaag is het dragen van veiligheids-schoenen of veiligheidslaarzen (7) met antislip profielzolen en metstalen neus of beenbeschermers verplicht. Dit soort veiligheidsschoeiselbiedt de gebruiker effectieve bescherming tegen eventuele snijwonden,tevens biedt het de mogelijkheid dat een stabiele zaaghouding ingenomenkan worden. Bij het werken in boomkruinen dient het schoeisel eveneensaangepast te zijn voor het nodige klimwerk. 31234216754.

57Brandstoffen en bijtanken- Zet de motor uit als u de kettingzaag bijtankt. - Rook niet en tank niet bij in de buurt van een open vuur (5). - Laat de motor afkoelen alvorens te tanken. - Brandstoffen kunnen oplosmiddelen bevatten. Huid- en oogcontact metminerale oliën moet vermeden worden. Tijdens het bijtanken moet u steedsbeschermende handschoenen dragen. Zorg ervoor dat u uw beschermendekleding regelmatig vervangt. Adem geen brandstofdampen in. - Mors geen brandstof of kettingolie. Als u toch brandstof of olie gemorstheeft, dan moet u de kettingzaag onmiddellijk schoonmaken. Zorg dat ergeen brandstof op uw kleding terechtkomt. Als dat toch gebeurd is, kleedu dan onmiddellijk om. - Zorg ervoor dat er geen brandstof of kettingolie in de grond wegloopt(bescherming van het milieu). Zorg dat u een passend reservoir beschikbaarheeft.

- Het bijtanken in een gesloten ruimte is niet toegestaan. De brandstofdampenverzamelen zich bij de bodem waardoor er explosiegevaar ontstaat. - Sluit de doppen van brandstof- en olietank goed af na het bijtanken. - Start de kettingzaag niet op dezelfde plaats waar u getankt heeft. Doe ditop een plaats die tenminste 3 meter verwijderd is van de plaats vanbijtanken (6). - Brandstoffen zijn maar beperkt houdbaar. Koop daarom nooit meer dan uwgeschatte verbruik voor een redelijke periode. - Vervoer en bewaar de brandstof en de kettingolie alleen in goedgekeurdeen gewaarmerkte jerrycans. Sla brandstof en kettingolie buiten het bereikvan kinderen op. Ingebruikneming- Zorg ervoor dat u nooit alleen werkt. In geval van nood moet eriemand in de buurt zijn. - Zorg er ook voor dat er zich geen kinderen of andere personen binnen hetwerkbereik van de kettingzaag bevinden.

Let ook op dat er zich geendieren binnen het werkbereik ophouden (7). - Voordat u met werken begint moet u nagaan of de kettingzaag goedfunctioneert en of alles conform is met de veiligheidsvoorschriften.

Ga na of de kettingrem goed remt, of de zaaggeleider juist gemonteerd is,of de zaagketting volgens voorschrift geslepen en gespannen is, of debescherming van de kettingwielkast stevig vastzit, of de gashendel soepelbeweegt en of de sperknop het doet, of de handgrepen droog en schoonzijn en of de start-/stopschakelaar functioneert. - De kettingzaag mag nooit in gebruik genomen worden voordat alles waterbij hoort op de voorgeschreven wijze gemonteerd is. - Voordat u begint met zagen moet u zich ervan vergewissen dat u eenstabiele houding ingenomen heeft. - Start de kettingzaag zoals het in deze handleiding (8) beschreven wordt. Het is verboden om de machine op een andere manier, dan dezebeschreven in deze handleiding, te starten. - Om de kettingzaag te starten moet de machine goed en stevig ondersteundvastgehouden worden.

De ketting moeten helemaal vrij kunnen lopen ende zaaggeleider mag geen contact hebben met eender welk voorwerp. - Tijdens het zagen moet u de kettingzaag met beide handen stevigvasthouden. U doet dit door tijdens het zagen de remhendelgreep in derechterhand en de beugelgreep in de linkerhand te nemen. Houd dehandgrepen stevig vast en houd de duimen eromheen in de richting van devingers. Het werken met één hand is uiterst gevaarlijk. De zaag kan dannamelijk op het ogenblik dat een tak doorgezaagd is, vrijdraaienddoorzwaaien waarbij het gevaar van zware verwondingen voor de handligt. Overigens is het niet mogelijk om het altijd aanwezige gevaar vanterugslag („Kickback“) met één hand op te vangen. - OPPASSEN: Als u de gashendel loslaat, dan loopt de ketting nogenige tijd vrij door. - Vergewis u ervan dat u stevig op beide voeten staat.

- Zorg er ook voor dat u geen uitlaatgassen moet inademen tijdens het zagen. Het werken in niet geventileerde ruimten houdt vergiftigingsgevaar in. - Zet de kettingzaag onmiddellijk uit als u een verdachte veranderingmerkt in het machinegedrag.

- Als u de kettingspanning controleert, naspant, de ketting vervangt ofals u storingen (9) opspoort zet dan altijd eerst de motor uit. - Als de kettingzaag onverwacht met harde voorwerpen in aanraking gekomenis (stenen, spijkers, etc. ) , dan moet u de motor onmiddellijk uitzetten omvervolgens na te gaan of er schade ontstaan is aan het apparaat. - Als het werk onderbroken wordt, dan moet u de kettingzaag uitzetten (9)voordat u die achterlaat. U moet de kettingzaag op een dusdanige manieropbergen dat niemand gevaar kan lopen. - Laat de warme kettingzaag nooit in droog gras of op een brandbareondergrond achter. De motoruitlaat is nl. zeer heet en deze kan gemakkelijkaanleiding geven tot brand. - OPPASSEN: Nadat de kettingzaag uitgezet is kan er olie van de ketting enzaaggeleider druppelen met als gevolg bodemverontreiniging. Zorg vooreen gepaste opvangmogelijkheid.

58Terugslag (“Kickback”)- Het gevaar van een gevaarlijke terugslag („Kickback“) tijdens het zagenmet de kettingzaag is reëel. - Terugslag („Kickback“) ontstaat als het bovenste uiteinde van dezaaggeleiding (zaagblad) door onoplettendheid in aanraking komt methout of andere harde voorwerpen (10). - Voordat de zaag „de snede inzet“ kan hij ongewild zijwaarts een wegzoeken of wegspringen (OPPASSEN: in deze situatie ontstaat eenverhoogd risico op terugslag). - In beide situaties kan de zaag ongecontroleerd en met grote kracht in derichting van de persoon die zaagt teruggeslagen worden. Gevaar voorlichamelijk letsel. Om terugslag („Kickback“) te voorkomen moetu de volgende regels in acht nemen:- Insteekwerk, d. w. z. het rechtstreeks met het uiteinde van de zaaggeleiderin het hout aanzetten, mag uitsluitend door speciaal daarvoor opgeleidpersoneel uitgevoerd worden.

- Zet een snede nooit aan met de punt van de zaaggeleiding. - Houd de punt van de zaaggeleiding altijd in het oog en wees uiterstvoorzichtig als u een reeds aangezette snede verder wilt zetten. - Als u een snede in wilt zetten doe dat dan altijd met lopende ketting. - Zorg ervoor dat de zaagketting altijd correct geslepen is. Let daarbijvooral op de juiste maat van de dieptebegrenzing. - Probeer nooit meerdere takken tegelijk door te zagen. Let op dat u bij hetzagen van een tak niet per ongeval een andere tak raakt. - Bij het inkorten moet u op in de buurt liggende takken letten. Werkomstandigheden en –technieken- Werk alleen bij goed zicht en goede verlichting. Let in het bijzonder opgladheid, nattigheid, ijs en sneeuw (slipgevaar). Er bestaat verhoogdslipgevaar op de schors van vers ontbast hout. - Werk nooit op een onstabiele ondergrond.

- Klim nooit in een boom om er werkzaamheden uit te voeren zonder despeciale persoonlijke veiligheidsvoorzieningen en de nodigeveiligheidsvoorzieningen voor de kettingzaag. Wij raden u aan omsteeds vanaf een hoogtewerker te werken. - Zaag nooit vanuit een voorovergebogen houding. - Blijf er voortdurend alert op dat alle lichaamsdelen zich tijdens het zagenbuiten het „zwenkbereik“ van de zaagketting bevinden (12). - Gebruik de kettingzaag uitsluitend voor het zagen van hout. - Zorg ervoor dat de zaag de grond niet raakt als de ketting nog loopt. - Gebruik de kettingzaag nooit als hefboom of iets dergelijks, voor hetoptillen en/of verwijderen van stukken hout of van andere voorwerpen. - Verwijder vreemde voorwerpen zoals zand, stenen, spijkers etc. die inhet werkbereik liggen. Vreemde voorwerpen beschadigen de zaag enzijn de oorzaak van een gevaarlijke terugslag („Kickback“).

- Bij het inkorten van reeds gezaagde stukken moet u een stevige enstabiele bok gebruiken (gebruik daarvoor een speciale zaagbok 13). Hetis verboden om het hout met de voet proberen te klemmen of om het telaten vasthouden door een tweede persoon. - Ronde stukken hout moeten tegen verdraaien tijdens het zagen geborgdworden. - Tijdens het inkorten moet de getande beugel (13, Z) in het te zagenstuk hout gezet worden. Overigens raden wij eveneens aan om dezetechniek bij het doorzagen van dikke takken of stammen te gebruiken. - Om in te korten (dwarssneden) moet de getande beugel eerst stevig inde te zagen tak (of stam) geduwd worden. Pas daarna mag u, metlopende zaagketting, de snede inzetten. U doet dit door de achterstehandgreep omhoog te halen terwijl u met de beugelgreep leidt. Degetande beugel doet dienst als scharnierpunt.

- Vanwege het verhoogde terugslaggevaar („Kickback“) mogeninsteek- en langssneden alleen door speciaal geschoold personeeluitgevoerd worden. - Langssneden (14) moeten onder de kleinst mogelijke hoek ingezetworden. Gezien de getande beugel niet kan ingrijpen moet er bij dit soortsneden uiterst behoedzaam te werk gegaan worden. - De zaag mag slechts met lopende zaagketting uit het hout gehaaldworden. - Als er meerdere zaagsneden nodig zijn, dan moet de gashendeltussendoor losgelaten worden. 10111213Z14.

59- Let op bij het zagen van gesplinterd hout. Er kunnen rondvliegendehoutsplinters meegetrokken worden (mogelijk gevaar voor lichamelijkletsel). - Als er gezaagd wordt met de bovenkant van de zaaggeleider en dezaagketting komt klem te zitten, dan kan de kettingzaag teruggestotenworden in de richting van de persoon die zaagt. Dit is de reden waaromer, in de mate van het mogelijke, met de onderkant van de zaaggeleidergezaagd moet worden. Als in dat geval de zaagketting klem komt te zitten,dan zal de zaag altijd van het lichaam weg gestoten worden in de richtingvan het hout (15). - Bij hout dat onder spanning (16) staat moet er altijd eerst ingezet wordenaan de zijde (A) waar de drukspanning zich bevindt. Pas daarna kan erdoorgezaagd worden vanaf de zijde (B) waar de trekspanning zichbevindt. Op deze manier wordt voorkomen dat de zaaggeleider ingeklemdraakt.

OPPASSEN:De personen die bomen vellen of die takken uit boomkruinenmoeten verwijderen moeten, voordat zij met dat werk mogenbeginnen, een speciale training gevolgd hebben, e. e. a. vanwege hetgrote gevaar op persoonlijk letsel dat bij dat soort werk bestaat. - Zet bij het verwijderen van takken altijd de getande beugel van dekettingzaag zo dicht mogelijk op de stam. Gebruik bij dit werk nooit devoorzijde van de zaaggeleider omwille van het terugslaggevaar („Kick-back“). - Let vooral goed op bij het zagen van takken die onder spanning staan. Zaag nooit vrijhangende takken van de onderkant door. - Ga nooit op een zijtak staan om takken te verwijderen.

Zorg dat u een stabiele werkpositie heeft (struikelgevaar). d) de dichtstbijzijnde werkplek tenminste twee en een halve boomlengtesverwijderd is (17). Voordat u de boom gaat vellen moet u de valrichtingbepalen en ervoor zorgen dat er zich geen personen of voorwerpenbinnen een afstand van 2 1/2 maal de boomlengte (17) kunnenbevinden. - Beoordeling van de boom:Is er een bestaande overhelling, zijn er losse of dorre takken, hoe hoogis de boom, is er natuurlijke overhanging of is de boom rot. - Observeer de windrichting en windsnelheid. Bij zware windstoten mogener geen bomen geveld worden. Vermijd dat het zaagsel meegenomenwordt door de wind. Houd dus rekening met de windrichting. - Inzagen van de worteluitlopers:Begin bij de grootste worteluitlopers. Breng eerst de zaagsnede inverticale en vervolgens in horizontale richting aan.

- De valkerf (18, A) aanbrengen:De valkerf bepaalt de gewenste valrichting voor de boom en dwingt deboom in de gewenste richting. De valkerf wordt haaks op de valrichtingaangebracht tot op een zaagdiepte van 1/3 à 1/5 van de stamdoorsnede. De valkerf dient zo dicht mogelijk bij de grond aangebracht te worden. - Eventuele correcties van de valkerf moeten over de gehele breedte vande stam aangebracht worden. - De valzaagsnede (19, B) moet hoger dan de valkerfspie (D) aangebrachtworden. De valzaagsnede moet loodrecht op de stam aangebrachtworden. Het breukvlak d. w. z. het nog niet doorgezaagde deel tussenbeide zaagsneden, moet ongeveer 1/10 van de stamdiameter bedragen. - Het breukvlak (C) werkt als valscharnier. Dit gedeelte mag in geengeval doorgezaagd worden, daar dit het ongecontroleerd vallen van deboom kan veroorzaken. Breng dus tijdig velspieën aan.

- Gebruik uitsluitend kunststof of aluminium spieën om de valzaagsnedete borgen. Het gebruik van ijzeren spieën is verboden daar deze, bijeen eventueel contact, de kettingzaag zwaar kunnen beschadigen ofde kettinggeleiding kunnen verbuigen.

- Als u bomen velt, houd u dan altijd op buiten het vlak waarin de boomgaat kantelen. - Wanneer de boom valt en u zich terugtrekt, moet u ook uitkijken dat uniet getroffen wordt door eventueel loskomende vallende takken. - Als de te vellen boom op een helling staat, dan moeten diegenen dievellen zich bergopwaarts of zijwaarts van de te vellen boomstamophouden. - Bij een reeds gevelde boomstam is de veiligste plaats bergopwaarts. 45o2 1/21516BAB45o= Velbereik171819.

60Transport en opslag- Als u tijdens het werken van werkplek verandert, dan moet u dekettingzaag afzetten en de kettingrem aanzetten om ongewildstarten van de kettingzaag te voorkomen. - Het is verboden om de kettingzaag met lopende zaagketting tevervoeren. - Als u de kettingzaag over een lange afstand vervoert, dan moet u demeegeleverde beschermkap over de zaaggeleider aanbrengen. - Draag de kettingzaag altijd aan de beugelgreep met de zaaggeleidernaar achteren (20). Pas op dat u de uitlaat niet aanraakt zolang die heetis. U kunt dan nl. zware brandwonden oplopen. - Bij het transport met de wagen moet het apparaat op een dusdanigemanier vastgezet worden dat er geen lekkage van brandstof of kettingolieplaats kan vinden. - Als de kettingzaag niet gebruikt wordt, dan moet hij op een veilige endroge plaats bewaard worden. De kettingzaag mag niet in de buitenluchtbewaard worden.

Houd de kettingzaag buiten het bereik van kinderen. - Als de kettingzaag gedurende langere tijd opgeslagen wordt, dan moetu ervoor zorgen dat de olietank en de brandstoftank helemaal leeg zijn. Dit geldt ook als de kettingzaag met een vervoerfirma meegegevenwordt. Onderhoud- Voordat u met onderhoudswerkzaamheden begint moet u dekettingzaag (21) uitzetten en het bougiecontact afkoppelen. - Voordat u met de kettingzaag begint te werken moet u eerst controlerenof de zaagketting veilig functioneert. Let vooral op het perfect functionerenvan de kettingrem. Controleer ook of de zaagketting volgens voorschriftgeslepen en gespannen is (22). - Tijdens het werken met de kettingzaag moet u erop letten dat hetapparaat de wettelijke voorschriften inzake geluids- en emissienormenniet overschrijdt. U kunt dit bereiken door een juiste afstelling van decarburator. - Maak de kettingzaag regelmatig schoon.

Breng in geen geval zelf veranderingen aan in de constructie van dekettingzaag. Als u dat toch doet, dan brengt u daarmee uw eigenveiligheid en die van anderen in gevaar. Onderhouds- en montagewerkzaamheden mogen alleen uitgevoerdworden voorzover ze in deze gebruiksaanwijzing beschreven zijn. Alleoverige werkzaamheden moeten door een MAKITA Service Centeruitgevoerd worden. Gebruik uitsluitend originele fabrieksonderdelen en accessoires vanMAKITA. Het gebruik van niet door MAKITA goedgekeurde accessoires ofzaaggeleider/ketting-combinaties en -lengtes verhoogt het risico opongevallen. Bij ongelukken of schade naar aanleiding van het gebruikvan niet goedgekeurde onderdelen of accessoires kan MAKITA geenaansprakelijkheid aanvaarden en wijst derhalve nu reeds iedereaansprakelijkheid af.

Eerste hulp (EHBO)Omdat er zich bij het werken met kettingzagen altijd ongelukken kunnenvoordoen moet er steeds een verbandtrommel op de werkplek aanwezigzijn. Eventueel gebruikt materiaal moet onmiddellijk aangevuld worden. Als u om hulp vraagt, dan moet u de volgende informatie beschikbaarhouden:- de precieze plaats van het ongeluk,- wat is er precies is gebeurd,- hoeveel gewonden er zijn en- om welke verwondingen het gaat. - Geef ook uw naam op. OPGELET. Personen met bloedcirculatiestoornissen kunnen door herhaalde vibratiesbeschadiging van de bloedvaten of van het zenuwstelsel oplopen. Overdreven vibraties kunnen aan vingers, handen of polsen de volgendesymptomen veroorzaken: gevoelloosheid, tintelen, pijn of pijnlijke steken,veranderen van de huidskleur of van de huid. Als u een van dezesymptomen waarneemt, dan moet u een dokter raadplegen. 2021STOP2223SERVICE24.

ISO 7293 g/kWh 649Inhoud brandstoftank l 0,25Inhoud kettingolietank I 0,16Mengverhouding (brandstof : tweetaktbenzine) 25:1Kettingrem Handmatig of automatisch bij terugslag („Kickback“)Kettingsnelheid 2)m/s 17,7Kettingwiel (tandwielsteek) inch 3/8Aantal tanden T 6Kettingtype zie uittreksel uit de lijst met onderdelenStap / van het drijvende tandwiel inch 3/8 /. 050Zaaggeleider (effectieve lengte van een zaagsnede) cm 25 / 30 / 35Zaaggeleidertype zie uittreksel uit de lijst met onderdelenGewicht van de motorzaag (met beide tanks leeg, zonder geleider en zonder ketting)kg 3,61) Deze gegevens houden in gelijke mate rekening met de bedrijfstoestanden: „stationair, volle belasting en maximum toerental“2) Bij 1,33 x de opgegeven snelheid (9. 300 tmp).

Zie erop toe dat depin (10) van de kettingspanner zich nu in de uitsparing van dekettinggeleider bevindt.Verwijder vervolgens de transportblokkering (5).Draai de schroef (6), voor het instellen van de kettingspanning,naar links (tegen de wijzers van de klok in) totdat de dop (7) zichprecies onder de geleidingspin (8) bevindt.Gebruik voor de volgende werkzaamheden de universelesleutel die samen met de kettingzaag geleverd wordt.Om de kettinggeleiding en de ketting te monteren, moet u dekettingzaag op een vlakke en stabiele ondergrond plaatsen.Ontkoppel de kettingrem door aan de beschermingshendel (1)te trekken, in de richting van de pijl.Maak de bevestigingsmoer (2) los.Trek de tandwielkastbescherming (3) aan de voorkant evennaar buiten en haal hem vervolgens uit het chassis.ABCDINGEBRUIKNEMINGOPPASSEN:Voordat u aan de kettinggeleiding of aan de zaagkettingbegint te werken moet u altijd de motor uitzetten en hetbougiecontact afkoppelen (zie „Vervangen van de bou-gie“).

6323142411 1312 11Leid nu de zaagketting (11) om het voorste tandwiel van dekettinggeleiding.OPMERKING:De ketting moet gemakkelijk meebewegen als er in de richtingvan de pijl (zie beeld) aan getrokken wordt. De koppelingstrom-mel (E/12) moet dan meedraaien met de zaagketting, tandwielen zaagketting grijpen nu immers in elkaar.Leg de zaagketting (11) over de remtrommel op het tandwiel(12). Help de zaagketting nu met de rechterhand in de bovenstesponning van de kettinggeleiding.

De snijvlakken van de zaag-tanden (bovenkant van de zaaggeleiding) moeten in de richtingvan de pijl georiënteerd zijn (zie beeld)!Zaagketting spannenDraai de schroef (C/6) waarmee de ketting aangespannenwordt naar rechts (met de wijzers van de klok mee) tot dezaagketting de sponning van de zaaggeleiding „aan de onder-kant“ begint te raken (zie detail in de cirkel).Pak nu de kop van de zaaggeleiding vast en hef het geheel eenweinig omhoog waarna u de schroef (C/6) om de ketting aan tespannen naar rechts (met de wijzers van de klok mee) blijftdraaien tot de zaagketting net strak genoeg tegen de onderstegeleidingssponning aandrukt.Met de universele sleutel en terwijl u de kettingzaag nog steedsomhoog houdt, zet u vervolgens de blokkeermoer (2) vast.Duw de tandwielkastbescherming (3) weer op z’n plaats in hetchassis (4) en duw hem vervolgens over de montagebout (14)heen.OPMERKING:Als de kettingrem omwille van een of ander manoeuvre aan-staat, dan is het niet mogelijk om de tandwielkastbescherminghelemaal over de montagebout op z’n plaats te krijgen.

64Controle van de kettingspanningDe zaagketting heeft de juiste spanning wanneer hij straktegen de onderkant van de kettinggeleiding aanligt terwijl hijnog steeds soepel met de hand rondgedraaid kan worden.Dit moet natuurlijk gebeuren wanneer de rem uitstaat.Controleer regelmatig of de zaagketting goed gespannen is.Nieuwe kettingen hebben nl. de neiging om losser te gaanliggen (de ketting wordt langer!) nadat er een poosje meegewerkt is.Als u de kettingspanning controleert, dan moet u eerst de motoruitzetten.OPMERKING:Het is aan te bevelen om afwisselend met een twee- à drietalzaagkettingen te werken.Opdat de zaaggeleiding symmetrisch zou kunnen slijten moetde geleiding van tijd tot tijd omgedraaid worden. Een goederegel is dat u dit doet telkens wanneer u een zaagkettingvervangt.KettingremDe DCS 330 TH kettingzagen zijn standaard met een inertie-kettingrem uitgerust.

58), dan wordt bij voldoend sterke terugslag dekettingrem automatisch ingeschakeld.De zaagketting stopt dan in een fractie van een seconde.De kettingrem dient om de zaagketting te blokkeren bij hetstarten en om de zaagketting onmiddellijk te laten stoppen ingeval van gevaar.BA122De kettingrem aanzetten (remmen)Als de terugslagkracht sterk genoeg is, dan zal de plotselingeversnelling van de beugelgreep in combinatie met de inertievan de handbescherming (2) de rem automatisch aanzetten.Om de rem met de hand te bedienen volstaat het om dehandbescherming (2) met de linkerhand (zie pijl nummer 1)naar voren te duwen (in de richting van de zaagketting).De rem lossen.Trek de handbescherming (2) naar u toe (pijl nummer 2) totdatu een weerstand overbrugt. De rem is nu vrij.CSTOP

65BrandstoffenOPPASSEN:De motor van de kettingzaag is ontworpen voor mineraleoliën (benzine en olie). Wees voorzichtig in de omgang met deze producten. Zorg ervoor dat er geen open vuur in de buurt is. Rook nietom explosiegevaar tot een minimum te beperken. BrandstofmengselDe motor van de kettingzaag is een zeer efficiënte tweetaktmo-tor die op een mengsel van benzine en tweetaktolie werkt. De motor is ontworpen om met normale loodvrije benzine meteen minimum octaangetal van 91 ROZ te werken. Als er geenbrandstof met dit octaangetal beschikbaar is, dan kunt u ookbrandstoffen met een hoger octaangetal gebruiken. Hierdoorontstaat geen schade aan de motor. Om een optimaal motorvermogen te bewerkstelligen enter bescherming van de gezondheid en van het milieuwordt het gebruik van uitsluitend loodvrije benzine aange-raden.

De motorsmering wordt verzorgd door de tweetaktolie (kwali-teitsklasse TC-3), die aan de benzine toegevoegd wordt. Mengverhouding:25:1 Mix 25 teele benzine med 1 teel olie. ADVIES:Voor het verkrijgen van het juiste benzine/olie-mengsel wordtde olie voorgemengd met de helft van de totaal benodigdehoeveelheid benzine, waarna de rest van de brandstof toege-voegd wordt. Voor het vullen van de tank van de motor-kettingzaag eerst het mengsel goed schudden. Oppassen: Wees voorzichtig als u de tankdop losschroeft. Door het schudden en door temperatuurverschillen kan detank onder druk komen te staan. Het is niet zinvol om meer olie in het tweetaktmengsel tedoen ten opzichte van de gespecificeerde mengverhou-ding om veiliger te werken. Dit veroorzaakt alleen maarmeer verbrandingsresten. Deze belasten het milieu enverstoppen de uitlaatopening van de cilinder en de knal-demper.

Ook stijgt hierdoor het brandstofverbruik en neemthet vermogen af. 1000 cm3(1 Liter) 40 cm3 5000 cm3(5 Liter) 200 cm310000 cm3(10 Liter) 400 cm3Benzine+25:1OILBrandstoftankBenzine is niet onbeperkt houdbaar. Sla daarom niet meerin dan uw normale verbruik voor een periode van 4 weken.

Minerale brandstoffen en oliën mogen alleen in goedge-keurde en gewaarmerkte jerrycans vervoerd en be-waard worden. VERMIJD HUID- EN OOGCONTACTMinerale olieproducten ontvetten de huid. Bij langdurig enherhaaldelijk contact met de huid zal deze uitdrogen. Diver-se huidziekten kunnen hiervan het gevolg zijn. Het is boven-dien bekend dat er ook allergische reacties optreden. Als er olie in het oog terechtkomt dan veroorzaakt ditoogirritatie. U moet dan onmiddellijk het betreffende oogmet schoon water spoelen. Als de irritatie niet weggaat, dan moet u onmiddellijk eenarts raadplegen. DEZaagkettingolieIn de zaagkettingolie moeten additieven gedaan worden metbindende eigenschappen d. w. z. dat het additief moet voorko-men dat de olie tijdens het werken te snel van de zaagkettingweggeslingerd word. Om het milieu te sparen wordt het gebruik van biologischafbreekbare zaagkettingolie aangeraden.

In sommige plaatse-lijke verordeningen wordt het gebruik van biologisch afbreek-bare oliën verplicht gesteld. De door MAKITA aangeboden zaagkettingolie BIOTOP wordtop basis van geselecteerde plantenoliën vervaardigd en is100% biologisch afbreekbaar. BIOTOP werd bekroond met deblauwe milieu-engel onderscheiding („Blauer Umweltschutz-Engel“) vanwege zijn uitzonderlijk milieuvriendelijke karakter(RAL UZ 48). De BIOTOP zaagkettingolie is leverbaar in de volgen-de verpakkingen:1 liter5 liter20 literBiologisch afbreekbare oliën hebben een beperktelevensduur. Deze oliën moeten binnen een termijnvan 2 jaar na de aanmaakdatum, die op de verpakkingaangebracht is, verbruikt zijn.

66BBijtankenNEEM DE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN IN ACHT. Wees voorzichtig in de omgang met brandstoffen. Zet de motor uit. Maak de omgeving rond de vulopeningen goed schoon, zodater geen vuil in de tanks terecht kan komen. Schroef de tankdop eraf en leg hem op een schone plaats. Vulde brandstoftank tot aan de rand van de vulpijp met hettweetaktmengsel en/of doe hetzelfde met de olie voor deolietank. Wees voorzichtig dat u geen van beide vloeistoffenmorst. Draai de tankdop opnieuw goed vast. Maak de tankdop(pen) en de omgeving van de tankdop(pen)goed schoon. Smering van de zaagkettingOm de zaagketting goed te kunnen smeren moet de tankvoldoende gevuld zijn. Met een volle tankinhoud kan er onge-veer een half uur continu gewerkt worden. STOPzaagketting olieBrandstoffenABelangrijke aanwijzing m. b. t.

biologischafbreekbare zaagkettingoliënAls u denkt dat u de kettingzaag voor een langere tijd nietzult gebruiken, dan moet u de olietank leegmaken. Vervolgens moet u de olietank met een kleine hoeveel-heid motorolie (SAE 30) vullen waarna u de kettingzaagopnieuw enige tijd moet laten lopen, om de olietank, deolieleidingen en het zaagkettingcircuit goed met de stan-daard olie door te spoelen. Deze maatregel is noodzake-lijk, omdat vele biologisch afbreekbare oliën de neiginghebben kleverige bezinksels te vormen, waardoor deoliepomp of de olievoerende machinedelen schade kun-nen oplopen bij het opnieuw opstarten na een lange rust-periode. Als u de kettingzaag opnieuw in gebruik neemt, dan moetu hem opnieuw met BIOTOP-zaagkettingolie vullen.

Als er,ten gevolge van het gebruik van afgewerkte oliën of nietgoedgekeurde oliën, schade aan de kettingzaag is ont-staan dan vervalt uw recht op garantie. Uw leverancier kan u informeren m. b. t. het gebruik van dejuiste zaagkettingoliën. GEBRUIK NOOIT AFGEWERKTE OLIËNAfgewerkte oliën zijn zeer schadelijk voor het milieu. Afgewerkte oliën bevatten namelijk zeer kankerverwekkendebestanddelen.

Afgewerkte oliën bevatten vaste stoffen die een zware mecha-nische belasting vormen voor de werking van de oliepomp envan het zaagkettingmechanisme met betrekking tot vroegtijdi-ge slijtage. Als er, ten gevolge van het gebruik van afgewerkte oliën of nietgoedgekeurde oliën, schade aan de kettingzaag is ontstaandan vervalt uw recht op garantie. Uw leverancier kan u informeren m. b. t. het gebruik van de juistezaagkettingoliën. VERMIJD HUID- EN OOGCONTACTMinerale olieproducten ontvetten de huid. Bij langdurig enherhaaldelijk contact met de huid zal deze uitdrogen. Diversehuidziekten kunnen hiervan het gevolg zijn. Het is bovendienbekend dat er ook allergische reacties optreden. Als er olie in het oog terecht komt dan veroorzaakt dit oogirri-tatie. U moet dan onmiddellijk het betreffende oog met schoonwater spoelen.

67Zaagkettingsmering afstellenZet de motor uit.Met de instelschroef (1) kunt u het debiet van de smeerolie-pomp afstellen.Bij levering is het debiet ingesteld op een gemiddeld debiet.Om het oliedebiet te wijzigen moet u aan de instelschroefdraaien: naar rechts draaien voor eenhoger debiet naar links draaien voor eenlager debiet.olie.Om de oliepomp te sparen moet een vlotte doorstroming vande olie verzekerd kunnen worden. U bereikt dit door de oliegroefin het oliecarter (2) en de olieaan- en afvoergaten (3) in dekettinggeleiding vrij te houden en regelmatig schoon temaken.STOP2 31CDZaagkettingsmering controlerenWerk nooit met onvoldoende kettingsmering.

Als u dat tochdoet, dan verkort u de levensduur van het kettingzaagmecha-nisme.Voordat u begint met werken moet u steeds het peil in deolietank en de vlotte doorstroming van de olietoevoer contro-leren.De olietoevoer kan als volgt gecontroleerd worden:Start de kettingzaag (zie het hoofdstuk „Motor starten“).Houd de lopende zaagketting ongeveer 15 cm boven eenboomstronk of boven de grond (doe dit niet zonder eerst eenopvangbak of iets gelijkaardigs te hebben voorzien).Bij voldoende smering moet er zich een licht oliespoor door deweggeslingerde olie vormen. Let ook op de windrichting zodatu zich niet onnodig aan deze smeeroliemist blootstelt!Opmerking:Het is normaal dat er , nadat de kettingzaag uitgezet is, eenpoosje olie blijft nadruppelen uit het oliecircuit, uit de kettingge-leiding en de zaagketting.

681234 5Motor startenZet de kettingzaag nooit aan voordat deze helemaal ge-monteerd en geïnspecteerd is. Start de motor nooit op de plek waar u (bij)getankt heeft. Doedit op tenminste 3 m afstand daar vandaan. Let op dat u stevig staat en leg de kettingzaag zo op de gronddat de zaagketting helemaal vrij is en niets kan aanraken. Zet de kettingrem aan (blokkeren). Pak de achterste handgreep goed beet en druk de kettingzaagstevig tegen de grond. Zet daarbij ook nog uw knie op diezelfdehandgreep. AKoude startZet de kortsluitschakelaar(1) in de voorste stand (in de richting van de zaagketting). Trek de chokehendel (2) naar buiten. Pak de achterste handgreep goed beet en druk daarbij, met depalm van de hand, de veiligheidshendel (3) in. Druk nu de gashendel (4) in en houd deze ingedrukt.

Druk nu de sperknop (5) van de gashendel in (gashendelver-grendeling voor halfgas) en laat dan de gashendel (4) los. Trek dan langzaam aan de starterkabel totdat u een duidelijkeweerstand voelt (dit betekent dat de zuiger net voor z’n boven-ste dode punt aangekomen is). Geef nu een snelle krachtige ruk aan de kabel. Nu moet u eeneerste ontsteking horen. OPPASSEN: U mag de starterkabel niet meer dan ca. 50 cmuittrekken. Vervolgens (u blijft de starterkabel in de handhouden en leiden) moet u hem door de kracht van de spanveerlaten oprollen. Nadat u de bovenvermelde eerste ontsteking gehoord heeftdrukt u de chokehendel (2) weer naar binnen en u herhaalt hethierboven beschreven startmanoeuvre met de starterkabeleen tweede keer. Zodra u de motor hoort aanslaan (lopen)moet u de gashendel (4) aantippen waardoor de sperknop (5)ontgrendelt en de motor in stationair regime kan draaien.

PAS OP: de motor moet na het aanslaan onmiddellijk naar hetstationaire toerental teruggezet worden. Als u dit niet doet, dankan er schade aan de overbrengingsmechanismen ontstaan. Maak nu de kettingrem los.

69CCarburator afstellenOPPASSEN:Een juiste afstelling van de carburator is een vereiste vooreen optimale werking. De afstelling moet daarom door eenvakman, bij warme motor en met een schoon luchtfilter,uitgevoerd worden. De carburator is in de fabriek afgesteld om te worden gebruiktbij een atmosferische druk op zeespiegelniveau. Na de inloopperiode van de nieuwe motor of eerder, als ergewerkt wordt onder andere luchtdrukomstandigheden, kan/moet de carburator opnieuw door een vakkracht gecontroleerden afgesteld worden. Voor een nauwkeurige carburatorafstelling is een toerenteller(8) beslist noodzakelijk (beschikbaar als accessoire. Maaktgeen deel uit van de levering. ). De carburatorinstelling gebeurtmet een 4 mm brede standaard schroevendraaier. De schroevendraaier (7) (zie tekening. Maakt geen deel uit vande levering. ) heeft een aangegoten neus, die als afstellings-hulp dienst doet.

Voordat de carburator afgesteld wordt moet de kettingzaaggedurende ca. 3 à 5 minuten warmgedraaid worden. De volgende stappen zijn noodzakelijk voor het bereikenvan een correcte afstelling:1. de motor laten warmdraaien,2. de motor afzetten,3. de basisafstelling,4. de motor starten,5. het afstellen van het stationairetoerental,6. het toerental bij werkregime afstellen,7. de controle van het stationaire toerental,8. de controle van de acceleratie en9. de controle van het maximum toerental respectievelijk het maximum vermogen. 10. Herhaal de afstelprocedure, beginnend met punt 5,totdat het stationair toerental, het maximum toerentalen de juiste acceleratie op elkaar afgestemd zijn. 6STOPDKettingrem controlerenVoordat u begint te werken moet u steeds de kettingremcontroleren.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Makita DCS330TH stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden