Makita DCC501 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Makita DCC501 (15 pagina’s), behorend tot de categorie Zaagmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 14 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Makita DCC501 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Makita |
| Categorie: | Zaagmachine |
| Model: | DCC501 |
Handleiding Makita DCC501 – volledige tekst
Toepasselijke accu’s en ladersAccu BL1815N / BL1820B / BL1830B / BL1840B / BL1850B / BL1860BLader DC18RC / DC18RD / DC18RE / DC18SD / DC18SE / DC18SF / DC18SH 6RPPLJHYDQGHKLHUERYHQYHUPHOGHDFFX¶VHQODGHUV]LMQPRJHOLMNQLHWOHYHUEDDUDIKDQNHOLMNYDQZDDUXwoont. WAARSCHUWING: Gebruik uitsluitend de accu’s en laders die hierboven worden genoemd. Gebruik van enige andere accu of lader kan leiden tot letsel en/of brand.
Gebruiksdoeleinden'LWJHUHHGVFKDSLVEHGRHOGYRRUKHWVOLMSHQLQEDNVWHHQHQEHWRQPHWEHKXOSYDQHHQGLDPDQWVFKLMIHQZDWHUGeluidsniveau'HW\SLVFKH$JHZRJHQJHOXLGVQLYHDXV]LMQJHPHWHQvolgens EN60745-2-22:Geluidsdrukniveau (LpA): 96 dB (A)Geluidsvermogenniveau (LWA): 107 dB (A)Onzekerheid (K): 3 dB (A)OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar-GHQLV]LMQJHPHWHQYROJHQVHHQVWDQGDDUGWHVWPH-thode en kan/kunnen worden gebruikt om dit gereed-VFKDSWHYHUJHOLMNHQPHWDQGHUHJHUHHGVFKDSSHQOPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar-de(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING: Draag gehoorbescherming.
WAARSCHUWING: De geluidsemissie tij-dens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veilig-KHLGVPDDWUHJHOHQZRUGHQJHWURႇHQWHUEHVFKHU-ming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder prak-tijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgescha-keld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). TrillingDe totale trillingswaarde (triaxiale vectorsom) zoals vastgesteld volgens EN60745-2-22:*HEUXLNVWRHSDVVLQJVOLMSHQLQFHPHQWTrillingsemissie (ah): 4,0 m/s2Onzekerheid (K): 1,5 m/s2.
65 NEDERLANDSOPMERKING:'HWRWDOHWULOOLQJVZDDUGHQLV]LMQgemeten volgens een standaardtestmethode en kan/kunnen worden gebruikt om dit gereedschap te ver-JHOLMNHQPHWDQGHUHJHUHHGVFKDSSHQOPMERKING: De opgegeven totale trillingswaar-de(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING: De trillingsemissie tij-dens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt.
WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veilig-KHLGVPDDWUHJHOHQZRUGHQJHWURႇHQWHUEHVFKHU-ming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder prak-tijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgescha-keld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). EG-verklaring van conformiteitAlleen voor Europese landen'H(*YHUNODULQJYDQFRQIRUPLWHLWLVELMJHYRHJGDOV%LMODJH$ELMGH]HJHEUXLNVDDQZLM]LQJVEILIGHEIDSWAAR-SCHUWINGENAlgemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrisch gereedschapWAARSCHUWING: Lees alle veiligheids-waarschuwingen, aanwijzingen, afbeeldingen en technische gegevens behorend bij dit elektrische gereedschap aandachtig door. Als u niet alle onder-VWDDQGHDDQZLM]LQJHQQDOHHIWNDQGDWUHVXOWHUHQLQbrand, elektrische schokken en/of ernstig letsel.
Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de toekomst te kunnen raadplegen. De term "elektrisch gereedschap" in de veiligheidsvoor-schriften duidt op gereedschappen die op stroom van het lichtnet werken (met snoer) of gereedschappen met een accu (snoerloos). Veiligheidswaarschuwingen voor een snijder1.
Monteer de beschermbeugel die bij het gereedschap is geleverd vooral stevig aan het elektrisch gereedschap en stel de beugel voor optimale veiligheid zodanig af dat een zo klein mogelijk deel van de schijf vrij blijft naar de gebruiker toe. Zorg dat u zelf en omstanders buiten het rotatievlak van de ronddraaiende schijf blijven. De beschermbeugel dient om de gebruiker te beschermen tegen aanraking met GHVFKLMIHQHYHQWXHOHURQGYOLHJHQGHIUDJPHQWHQdaarvan. 2. Gebruik uitsluitend diamant-doorslijpschijven met dit elektrisch gereedschap. Ook wanneer het accessoire kan worden bevestigd op uw elek-trisch gereedschap, is een veilige werking niet gegarandeerd. 3. Het nominale toerental van het accessoire moet minstens gelijk zijn aan het maximumto-erental vermeld op het elektrisch gereedschap.
Accessoires die met een hoger toerental draaien dan hun nominaal toerental kunnen stuk breken en in het rond vliegen. 4. De schijven mogen uitsluitend worden gebruikt voor de aanbevolen toepassin-gen. Bijvoorbeeld, probeer niet te slijpen met de platte kant van de doorslijpschijf. 'RRUVOLMSVFKLMYHQ]LMQRQWZRUSHQYRRUKHWVOLMSHQPHWGHUDQGYDQGHVFKLMI]LMZDDUWVHGUXNNDQGHVFKLMILQVWXNNHQGRHQEUHNHQ5. *HEUXLNDOWLMGRQEHVFKDGLJGHVFKLMႉHQ]HQYDQde juiste diameter voor de te gebruiken schijf. (HQJRHGHVFKLMႉHQVRQGHUVWHXQWGHVFKLMIHQverkleint daarmee de kans op het breken van de VFKLMI6. De buitendiameter en de dikte van het acces-soire moet binnen het capaciteitsbereik van het elektrisch gereedschap vallen. Accessoires met verkeerde afmetingen kunnen niet afdoende worden afgeschermd of beheerst. 7.
6FKLMYHQHQÀHQ]HQPHWHHQDVGL-ameter die niet overeenkomt met de bevestigings-hardware van het elektrisch gereedschap zullen niet in balans draaien en buitensporig trillen, en kunnen tot verlies van controle over het gereed-schap leiden. 8. Gebruik nooit beschadigde schijven. Inspecteer vóór ieder gebruik de schijven op ontbrekende schilfers en barsten. Nadat het elektrisch gereedschap of de schijf is geval-len, inspecteert u het op schade of monteert u een onbeschadigde schijf. Na inspectie en montage van de schijf, zorgt u ervoor dat u en omstanders niet in het rotatievlak van de schijf staan, en laat u het elektrisch gereedschap draaien op het maximaal, onbelast toerental gedurende één minuut. %HVFKDGLJGHVFKLMYHQbreken normaal gesproken in stukken gedurende deze testduur.
66 NEDERLANDS9. Gebruik persoonlijke-beschermingsmiddelen. Afhankelijk van de toepassing gebruikt u een spatscherm, een beschermende bril of een veiligheidsbril. Al naar gelang van toepassing draagt u een stofmasker, gehoorbeschermers, handschoenen en een werkschort die in staat zijn kleine stukjes slijpsel of werkstukfrag-menten te weerstaan. De oogbescherming moet LQVWDDW]LMQURQGYOLHJHQGDIYDOWHVWRSSHQGDWRQWVWDDWELMGHGLYHUVHZHUN]DDPKHGHQ+HWVWRI-PDVNHURIDGHPKDOLQJVDSSDUDDWPRHWLQVWDDW]LMQGHHOWMHVWH¿OWHUHQGLHRQWVWDDWELMGHZHUN]DDP-heden. Langdurige blootstelling aan zeer intens geluid kan leiden tot gehoorbeschadiging. 10. Houd omstanders op veilige afstand van het werkgebied. Iedereen die zich binnen het werkgebied begeeft, moet persoonlijke-be-schermingsmiddelen gebruiken.
Fragmenten YDQKHWZHUNVWXNRIYDQHHQXLWHHQJHYDOOHQVFKLMIkunnen rondvliegen en letsel veroorzaken buiten GHRQPLGGHOOLMNHZHUNRPJHYLQJ11. Houd het elektrisch gereedschap uitsluitend vast aan het geïsoleerde oppervlak van de handgrepen wanneer u werkt op plaatsen waar het slijpacces-soire met verborgen bedrading in aanraking kan komen. :DQQHHUKHWVOLMSDFFHVVRLUHLQDDQUDNLQJkomt met onder spanning staande draden, zullen de niet-geïsoleerde metalen delen van het gereedschap onder spanning komen te staan zodat de gebruiker HHQHOHNWULVFKHVFKRNNDQNULMJHQ12. Leg het elektrisch gereedschap nooit neer voordat het accessoire volledig tot stilstand is gekomen. 'HURQGGUDDLHQGHVFKLMINDQGHondergrond pakken zodat u de controle over het elektrisch gereedschap verliest. 13. Laat het elektrisch gereedschap niet draaien terwijl u het naast u draagt.
Als het ronddraai-ende accessoire u per ongeluk raakt, kan het verstrikt raken in uw kleding waardoor het acces-soire in uw lichaam wordt getrokken. 14.
Maak de ventilatieopeningen van het elektrisch gereedschap regelmatig schoon. De ventilator van de motor zal het stof de behuizing in trekken, HQHHQJURWHRSHHQKRSLQJYDQPHWDDOVOLMSVHONDQOHLGHQWRWHOHNWULVFKJHYDDUOLMNHVLWXDWLHV15. Gebruik het elektrisch gereedschap niet in de buurt van brandbare materialen. Vonken kun-nen deze materialen doen ontvlammen.
Terugslag en aanverwante waarschuwingenTerugslag is een plotselinge reactie op een beknelde of YDVWJHORSHQGUDDLHQGHVFKLMI%HNQHOOHQRIYDVWORSHQYHURRU-]DDNWHHQVQHOOHVWLOVWDQGYDQGHGUDDLHQGHVFKLMIGDWRS]LMQbeurt ertoe leidt dat het elektrisch gereedschap zich onge-controleerd beweegt in de tegenovergestelde richting van de GUDDLULFKWLQJYDQGHVFKLMIRSKHWPRPHQWYDQYDVWORSHQ%LMYRRUEHHOGDOVHHQVOLMSVFKLMIEHNQHOGUDDNWRIYDVWORRSWLQKHWZHUNVWXNNDQGHUDQGYDQGHVFKLMIGLHKHWEHNQHOOLQJV-punt ingaat, zich invreten in het oppervlak van het materiaal ZDDUGRRUGHVFKLMIHUXLWNOLPWRIHUXLWVODDW'HVFKLMINDQGDDUELMQDDUGHJHEUXLNHUWRHRIZHJVSULQJHQDIKDQNHOLMNYDQGHGUDDLULFKWLQJYDQGHVFKLMIRSKHWEHNQHOOLQJVSXQW6OLMSVFKLMYHQNXQQHQLQGHUJHOLMNHVLWXDWLHVRRNEUHNHQTerugslag is het gevolg van misbruik van het elektrisch JHUHHGVFKDSHQRIRQMXLVWHJHEUXLNVSURFHGXUHVRIRPVWDQ-digheden, en kan worden voorkomen door goede voor-]RUJVPDDWUHJHOHQWHWUHႇHQ]RDOVKLHURQGHUYHUPHOG1.
Houd het elektrisch gereedschap stevig vast en houd uw armen en lichaam zodanig dat u in staat bent een terugslag op te vangen. Gebruik altijd de extra handgreep (indien aanwezig) voor een maximale controle over het gereed-schap in geval van terugslag en de koppelreac-tiekrachten bij het starten.
De gebruiker kan een terugslag of de koppelreactie opvangen indien de MXLVWHYRRU]RUJVPDDWUHJHOHQZRUGHQJHWURႇHQ2. Plaats uw hand nooit in de buurt van het draai-ende accessoire. Het accessoire kan terugslaan over uw hand. 3. Zorg dat uw lichaam buiten het rotatievlak van de draaiende schijf blijft. Een terugslag zal het gereedschap bewegen in de tegenovergestelde ULFKWLQJYDQGHGUDDLULFKWLQJYDQGHVFKLMIRSKHWmoment van beknellen. 4. Wees bijzonder voorzichtig bij het werken met hoeken, scherpe randen, enz. Voorkom dat het accessoire springt of bekneld raakt. Hoeken, scherpe randen of springen veroorzaken vaak beknellen van het draaiende accessoire wat leidt tot terugslag of verlies van controle over het gereedschap. 5. Bevestig geen zaagketting, houtsnijblad of gesegmenteerde diamantschijf met randope-ningen van meer dan 10 mm, of een getand zaagblad.
'HUJHOLMNHEODGHQOHLGHQYDDNWRWWHUXJ-slag of verlies van controle over het gereedschap. 6. Laat de schijf niet vastlopen en oefen geen buitensporige druk uit. Probeer niet een buitensporig diepe snede te slijpen. Een te JURWHNUDFKWRSGHVFKLMIYHUKRRJWGHEHODVWLQJHQGHNDQVGDWGHVFKLMILQGHVQHGHYHUGUDDLWRIvastloopt, waardoor terugslag kan optreden of de VFKLMINDQEUHNHQ7. Wanneer de schijf vastloopt of u het slijpen onderbreekt, schakelt u het elektrisch gereed-schap uit en houdt u dit stil totdat de schijf volledig tot stilstand is gekomen. Probeer nooit de schijf uit de snede te halen terwijl de schijf nog draait omdat hierdoor een terugslag kan optreden. 2QGHU]RHNZDDURPGHVFKLMILVvastgelopen en tref afdoende maatregelen om de RRU]DDNHUYDQRSWHKHႇHQ8. Begin niet met slijpen terwijl de schijf al in het werkstuk steekt.
Wanneer het elektrisch gereedschap opnieuw wordt gestart WHUZLMOGHVFKLMIDOLQKHWZHUNVWXNVWHHNWNDQGHVFKLMIYDVWORSHQRPKRRJORSHQRIWHUXJVODDQ9. Ondersteun platen en grote werkstukken om de kans op het beknellen van de schijf en terugslag te minimaliseren. Grote werkstukken neigen door te zakken onder hun eigen gewicht. U PRHWKHWZHUNVWXNRQGHUVWHXQHQYODNELMGHVOLMSOLMQHQYODNELMGHUDQGYDQKHWZHUNVWXNDDQEHLGHNDQWHQYDQGHVFKLMI10. Wees extra voorzichtig wanneer u een invals-nede maakt in een bestaande wand of op een andere plaats waarvan u de onderkant niet kunt zien. 'HXLWVWHNHQGHVFKLMINDQJDVRIZDWHU-leidingen, elektrische bedrading of voorwerpen die terugslag veroorzaken raken.
67 NEDERLANDS11. Voordat u een gesegmenteerde diamantschijf gebruikt, controleert u dat de diamantschijf randopeningen van 10 mm of minder tussen de segmenten heeft, met alleen een negatieve hellingshoek. Aanvullende veiligheidswaarschuwingen:1. Probeer in geen geval materialen door te slijpen met het gereedschap onderstebo-ven vastgezet in een bankschroef. Dat is ELM]RQGHUJHYDDUOLMNHQNDQHUQVWLJHRQJHOXNNHQveroorzaken. 2. Bepaalde materialen kunnen giftige chemica-liën bevatten. Let op dat u geen stof inademt en zorg dat er niets op uw huid komt. Volg de veiligheidsinstructies van de leverancier van de materialen. 3. Berg de schijven zorgvuldig op volgens de aanbevelingen van de fabrikant. 2QMXLVWHRSVODJNDQGHVFKLMYHQEHVFKDGLJHQBEWAAR DEZE INSTRUCTIES.
WAARSCHUWING: Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van comfort en bekendheid met het gereedschap (na veelvuldig gebruik) en neem alle veiligheidsvoorschriften van het EHWUHႇHQGHJHUHHGVFKDSDOWLMGVWULNWLQDFKWVERKEERD GEBRUIK of het niet naleven van de veiligheidsvoorschriften in deze gebruiksaanwij-zing kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. Belangrijke veiligheidsinstructies voor een accu1. Lees alle voorschriften en waarschuwingen op (1) de acculader, (2) de accu, en (3) het product waarvoor de accu wordt gebruikt, alvorens de accu in gebruik te nemen. 2. Haal de accu niet uit elkaar en saboteer hem niet. Dit kan leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie. 3. Als de gebruikstijd van een opgeladen accu aanzienlijk korter is geworden, moet u het gebruik ervan onmiddellijk stopzetten.
Voorkom kortsluiting van de accu:(1) Raak de accuklemmen nooit aan met een geleidend materiaal. (2) Bewaar de accu niet in een bak waarin andere metalen voorwerpen zoals spij-kers, munten e. d. worden bewaard. (3) Stel de accu niet bloot aan water of regen. Kortsluiting van de accu kan oorzaak zijn van een grote stroomafgifte, oververhitting, brand-wonden, en zelfs defecten. 6. Bewaar en gebruik het gereedschap en de accu niet op plaatsen waar de temperatuur kan oplopen tot 50 °C of hoger. 7. Werp de accu nooit in het vuur, ook niet wan-neer hij zwaar beschadigd of volledig versleten LV'HDFFXNDQRQWSORႇHQLQKHWYXXU8. Laat de accu niet vallen, sla er geen spijker in, snijd er niet in, gooi er niet mee en stoot hem niet tegen een hard voorwerp. 'HUJHOLMNHKDQGH-lingen kunnen leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie. 9. Gebruik nooit een beschadigde accu. 10.
De bijgeleverde lithium-ionbatterijen zijn onderhevig aan de vereisten in de wetgeving RPWUHQWJHYDDUOLMNHVWRႇHQ 9RRUFRPPHUFLHHOWUDQVSRUWHQGHUJHOLMNHGRRUderden en transporteurs moeten speciale vereis-ten ten aanzien van verpakking en etikettering worden nageleefd. Als voorbereiding van het artikel dat wordt JHWUDQVSRUWHHUGLVKHWQRRG]DNHOLMNHHQH[SHUWRSKHWJHELHGYDQJHYDDUOLMNHVWRႇHQWHUDDGSOHJHQ+RXGXWHYHQVDDQPRJHOLMNVWUHQJHUHQDWLRQDOHregelgeving. Blootliggende contactpunten moeten worden afgedekt met tape en de accu moet zodanig worden verpakt dat deze niet kan bewegen in de verpakking. 11. Wanneer u de accu wilt weggooien, verwijdert u de accu vanaf het gereedschap en gooit u hem op een veilige manier weg. Volg bij het weggooien van de accu de plaatselijke voorschriften. 12. Gebruik de accu’s uitsluitend met de gereed-schappen die door Makita zijn aanbevolen.
Als de accu’s worden aangebracht in niet-compatibele gereedschappen, kan dat leiden tot brand, bui-tensporige warmteontwikkeling, een explosie of lekkage van elektrolyt. 13. Als u het gereedschap gedurende een lange tijd niet denkt te gaan gebruiken, moet de accu vanaf het gereedschap worden verwijderd. 14. Tijdens en na gebruik, kan de accu heet wor-den waardoor brandwonden of koude brand-wonden kunnen worden veroorzaakt. Wees voorzichtig bij het hanteren van een hete accu. 15. Raak de aansluitpunten van het gereedschap niet onmiddellijk na gebruik aan omdat deze heet genoeg kunnen zijn om brandwonden te veroorzaken. 16. Zorg ervoor dat geen steenslag, stof of grond vast komt te zitten op/in de aansluitpunten, openingen en groeven van de accu. Dit kan leiden tot slechte prestaties of een defect van het gereedschap of de accu. 17.
Behalve indien gebruik van het gereedschap is toegestaan in de buurt van hoogspannings-leidingen, mag u de accu niet gebruiken in de buurt van een hoogspanningsleiding. Dit kan leiden tot een storing of een defect van het gereedschap of de accu. 18. Houd de accu uit de buurt van kinderen. BEWAAR DEZE INSTRUCTIES.
68 NEDERLANDSLET OP: Gebruik uitsluitend originele Makita accu’s. Het gebruik van niet-originele accu’s, of DFFX¶VGLH]LMQJHZLM]LJGNDQHUWRHOHLGHQGDWGHDFFXRQWSORIWHQEUDQGSHUVRRQOLMNOHWVHOHQVFKDGHYHURRU-zaakt. Ook vervalt daarmee de garantie van Makita op het gereedschap en de lader van Makita. Tips voor een maximale levens-duur van de accu1. Laad de accu op voordat hij volledig ontladen is. Stop het gebruik van het gereedschap en laad de accu op telkens wanneer u vaststelt dat het vermogen van het gereedschap is afgenomen. 2. Laad een volledig opgeladen accu nooit opnieuw op. Te lang opladen verkort de levensduur van de accu. 3. Laad de accu op bij een omgevingstempe-ratuur tussen 10°C en 40°C. Laat een warme accu afkoelen alvorens hem op te laden. 4. Als de accu niet wordt gebruikt, verwijdert u hem vanaf het gereedschap of de lader. 5.
Laad de accu op als u deze gedurende een lange tijd (meer dan zes maanden) niet gaat gebruiken. Belangrijke veiligheidsinstructies voor de draadloos-eenheid1. Haal de draadloos-eenheid niet uit elkaar en knoei er niet aan. 2. Houd de draadloos-eenheid uit de buurt van kinderen. Indien per ongeluk ingeslikt, raad-pleegt u onmiddellijk een arts. 3. Gebruik de draadloos-eenheid uitsluitend met Makita-gereedschap. 4. Stel de draadloos-eenheid niet bloot aan regen of natte omstandigheden. 5. Gebruik de draadloos-eenheid niet op plaatsen waar de temperatuur hoger is dan 50 °C. 6. Bedien de draadloos-eenheid niet op plaatsen in de buurt van medische instrumenten, zoals een pacemaker. 7. Bedien de draadloos-eenheid niet op plaatsen in de buurt van geautomatiseerde apparaten. %LMEHGLHQLQJHUYDQNDQLQGHJHDXWRPDWLVHHUGHapparaten een storing of fout optreden. 8.
Bedien de draadloos-eenheid niet op plaatsen met een hoge temperatuur of op plaatsen waar statische elektriciteit of elektrische ruis kan worden gegenereerd. 9.
De draadloos-eenheid kan elektromagnetische velden genereren, maar deze zijn niet schade-lijk voor de gebruiker. 10. De draadloos-eenheid is een nauwkeurig instrument. Wees voorzichtig dat u de draad-loos-eenheid niet laat vallen of ergens tegen-aan stoot. 11. Raak de aansluitpunten van de draadloos-een-heid niet aan met blote handen of metaalach-tige materialen. 12. Verwijder altijd de accu uit het apparaat wan-neer u de draadloos-eenheid erin aanbrengt. 13. Open de afdekking van de gleuf niet op plaat-sen waar stof of vocht in de gleuf kan binnen-dringen. Houd de ingang van de gleuf altijd schoon. 14. Breng de draadloos-eenheid altijd in de juiste richting aan. 15. Druk niet te hard op de knop voor draad-loos inschakelen op de draadloos-eenheid en/of druk niet op de knop met een scherp voorwerp. 16. Sluit altijd de afdekking van de gleuf tijdens gebruik. 17.
Verwijder de draadloos-eenheid niet uit de gleuf terwijl voeding wordt geleverd aan het gereedschap. Als u dit doet, kan een storing optreden in de draadloos-eenheid. 18. Verwijder de sticker op de draadloos-eenheid niet. 19. Plak geen stickers op de draadloos-eenheid. 20. Laat de draadloos-eenheid niet liggen op een plaats waar statische elektriciteit of elektrische ruis kan worden gegenereerd. 21. Laat de draadloos-eenheid niet liggen op een plaats die is blootgesteld aan hoge tempe-raturen, zoals in een auto die in de zon staat geparkeerd. 22. Laat de draadloos-eenheid niet liggen op een plaats met veel stof of poeder, of op een plaats waar corrosief gas kan worden gegenereerd. 23. Door een plotselinge verandering in tempe-ratuur kan condens op de draadloos-eenheid worden gevormd. Gebruik de draadloos-een-heid niet voordat de condens volledig is verdampt. 24.
Veeg de draadloos-eenheid voorzichtig schoon met een droge, zachte doek. Gebruik geen wasbenzine, thinner, geleidend vet en dergelijke. 25. Bewaar de draadloos-eenheid in de bijgele-verde doos of een antistatische container. 26.
Breng geen andere apparaten dan een draad-loos-eenheid van Makita aan in de gleuf van het gereedschap. 27. Gebruik het gereedschap niet als de afdekking van de gleuf beschadigd is. Water, stof en vuil die in de gleuf binnendringen, kunnen een storing veroorzaken. 28. Trek en draai niet meer dan nodig is aan de afdekking van de gleuf. Plaats de afdekking terug als deze los komt van het gereedschap. 29. Vervang de afdekking van de gleuf als deze verloren of beschadigd is. BEWAAR DEZE INSTRUCTIES.
69 NEDERLANDSBESCHRIJVING VAN DE FUNCTIESLET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitge-schakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens de functies op het gereedschap af te stellen of te controleren. De accu aanbrengen en verwijderenLET OP: Schakel het gereedschap altijd uit voordat u de accu aanbrengt of verwijdert. LET OP: Houd het gereedschap en de accu stevig vast tijdens het aanbrengen of verwijderen van de accu. Als u het gereedschap en de accu niet stevig vasthoudt, kun-nen deze uit uw handen glippen en het gereedschap of de accu EHVFKDGLJHQRINDQSHUVRRQOLMNOHWVHOZRUGHQYHURRU]DDNWŹFig. 1: 1. Rood deel 2. Knop 3.
Accu2PGHDFFXWHYHUZLMGHUHQYHUVFKXLIWXGHNQRSDDQGHYRRUNDQWYDQGHDFFXHQVFKXLIWXWHJHOLMNHUWLMGGHDFFXXLWKHWJHUHHGVFKDS2PGHDFFXDDQWHEUHQJHQOLMQWXGHOLSRSGHDFFXXLWPHWGHJURHILQGHEHKXL]LQJHQGXZWXGHDFFXRS]LMQSODDWV6WHHNGHDFFX]RYHUPRJHOLMNLQKHWJHUHHGVFKDSWRWXeen klikgeluid hoort. Als u het rode deel aan de bovenkant van de knop kunt zien, is de accu niet goed aangebracht. LET OP: Breng de accu altijd helemaal aan totdat het rode deel niet meer zichtbaar is. Als u dit niet doet, kan de accu per ongeluk uit het gereedschap vallen en u of anderen in uw omgeving verwonden. LET OP: Breng de accu niet met kracht aan. Als GHDFFXQLHWJHPDNNHOLMNLQKHWJHUHHGVFKDSNDQZRU-den geschoven, wordt deze niet goed aangebracht. De resterende acculading controlerenAlleen voor accu’s met indicatorlampjesŹFig. 2: 1. ,QGLFDWRUODPSMHV2.
Er kan een VWRULQJ]LMQopgetreden in de accu. OPMERKING:$IKDQNHOLMNYDQGHJHEUXLNVRPVWDQ-digheden en de omgevingstemperatuur, is het moge-OLMNGDWGHDDQJHJHYHQDFFXODGLQJYHUVFKLOWYDQGHZHUNHOLMNHDFFXODGLQJOPMERKING: Het eerste (meest linker) indicator-ODPSMHNQLSSHUWZDQQHHUKHWDFFXEHYHLOLJLQJVV\V-teem in werking is getreden. Gereedschap-/accubeveiligingssysteemHet gereedschap is uitgerust met een gereedschap-/accubeveiligingssysteem. Dit systeem kan automatisch de stroomtoevoer naar de motor afsluiten om de levens-duur van het gereedschap en de accu te verlengen.
Het JHUHHGVFKDS]DOWLMGHQVJHEUXLNDXWRPDWLVFKVWRSSHQwanneer het gereedschap of de accu zich in een van de volgende omstandigheden bevindt: Onder bepaalde RPVWDQGLJKHGHQJDDQGHLQGLFDWRUODPSMHVEUDQGHQOverbelastingsbeveiligingAls het gereedschap/de accu wordt bediend op een manier waardoor een abnormaal hoge stroom wordt getrokken, stopt het gereedschap automatisch. Schakel in die situatie het gereedschap uit en stop het gebruik dat ertoe leidde dat het gereedschap overbelast raakte. Schakel daarna het gereedschap in om het weer te starten. OververhittingsbeveiligingWanneer het gereedschap of de accu oververhit is, stopt het gereedschap automatisch en knippert de EHGULMIVODPS/DDWLQGLHVLWXDWLHKHWJHUHHGVFKDSDINRH-len voordat u het gereedschap weer inschakelt. Beveiliging tegen te ver ontladenAls de acculading laag is, stopt het gereedschap auto-matisch.
Als het gereedschap niet in- en uitschakelt YROJHQVGHEHGLHQLQJYDQGHVFKDNHODDUYHUZLMGHUWXde accu vanaf het gereedschap en laadt u hem op. De zaagdiepte instellenLET OP: Nadat u de zaagdiepte hebt inge-steld, zet u de hendel altijd stevig vast. Draai de hendel op de dieptegeleider los en verstel de zool omhoog of omlaag. Zet de zool vast op de gewenste zaagdiepte door de hendel vast te draaien.
70 NEDERLANDSSchuine zaagsnedeLET OP: Nadat u de schuine hoek hebt inge-steld, draait u de klembout altijd stevig vast. ŹFig. 4: 1. Klembout 2. Schuine-zaagsnedeschaalplaatDraai de klembout op de schuine-zaagsnedeschaalplaat aan de voorkant van de zool los. Kantel om de gewenste hoek (0° - 45°) in te stellen en draai dan de klembout weer stevig vast. ZichtlijnVoor recht slijpen/LMQGH]LMUDQGYDQGH]RROXLWPHWXZEHRRJGHVOLMSOLMQop het werkstuk. ŹFig. 5: 1. =LMUDQGYDQGH]RRO2. 6OLMSOLMQVoor een schuine hoek van 45°/LMQGHELQQHQUDQGYDQGHJHOHLGHQRNXLWPHWXZEHRRJGHVOLMSOLMQRSKHWZHUNVWXNŹFig. 6: 1. Binnenrand van de geleidenok 2. 6OLMSOLMQDe trekkerschakelaar gebruikenWAARSCHUWING: Gebruik het gereed-schap NOOIT wanneer dit draait door gewoon de trekkerschakelaar in te knijpen zonder de uit-vergrendelknop in te drukken.
Een schakelaar die gerepareerd moet worden kan leiden tot onbe-doeld inschakelen van het gereedschap en ernstig SHUVRRQOLMNOHWVHO6WXXUKHWJHUHHGVFKDSQDDUHHQ0DNLWDVHUYLFHFHQWUXPYRRUGHXJGHOLMNHUHSDUDWLHALVORENS het verder te gebruiken. WAARSCHUWING: U mag NOOIT de werking van de uit-vergrendelknop omzeilen door hem met tape vast te plakken of op een andere manier. Een schakelaar met een gemanipuleerde uit-vergren-delknop kan leiden tot onbedoeld inschakelen van het JHUHHGVFKDSHQHUQVWLJSHUVRRQOLMNOHWVHOLET OP: Alvorens de accu in het gereed-schap te plaatsen, moet u altijd controleren of de trekkerschakelaar goed werkt en bij het loslaten terugkeert naar de stand “OFF”. LET OP: Knijp de trekkerschakelaar niet hard in zonder de uit-vergrendelknop in te drukken. Hierdoor kan de schakelaar kapot gaan.
Houd het gereedschap stevig vast om de reac-tiekracht van het afremmen te kunnen opvangen nadat de trekkerschakelaar is losgelaten. Door de plotselinge reactiekracht kan het gereedschap uit uw KDQGHQYDOOHQHQSHUVRRQOLMNOHWVHOYHURRU]DNHQOm te voorkomen dat de trekkerschakelaar per ongeluk wordt ingeknepen, is een uit-vergrendelknop aangebracht. Om het gereedschap te starten, drukt u de uit-vergrendel-NQRSLQHQNQLMSWXGHWUHNNHUVFKDNHODDULQ/DDWGHWUHN-kerschakelaar los om het gereedschap te stoppen. ŹFig. 7: 1. Trekkerschakelaar 2. Uit-vergrendelknopAsvergrendelingDruk de asvergrendeling in om te voorkomen dat de DVPHHGUDDLWZDQQHHUXGHGLDPDQWVFKLMIDDQEUHQJWRIYHUZLMGHUWŹFig. 8: 1. AsvergrendelingKENNISGEVING: Bedien de asvergrendeling nooit terwijl de as draait. Het gereedschap kan hierdoor worden beschadigd.
De lamp inschakelenLET OP: Kijk niet direct in het lamplicht of in de lichtbron. 2PGHEHGULMIVODPSLQWHVFKDNHOHQKRXGWXGHXLWYHU-JUHQGHONQRSLQJHGUXNWHQNQLMSWXWUHNNHUVFKDNHODDULQDe lamp gaat 10 seconden nadat u de trekkerschake-laar hebt losgelaten uit. ŹFig. 9: 1. %HGULMIVODPSOPMERKING: Gebruik een droge doek om vuil van de lens van de lamp af te vegen. Wees voorzichtig dat u de lens van de lamp niet bekrast omdat dan de verlichting minder wordt. Waarschuwing wegens overbelastingAls het gereedschap onder een buitensporig hoge EHODVWLQJZRUGWJHEUXLNWNQLSSHUWGHEHGULMIVODPSVerlaag in zo’n situatie de belasting op het gereed-schap, zodat de lamp stopt met knipperen.
Elektronische functieElektrische remDit gereedschap is voorzien van een elektrische VQLMVFKLMIUHP$OVKHWJHUHHGVFKDSFRQWLQXQLHWVQHOstopt met werken nadat de trekkerschakelaar is losge-laten, laat u het gereedschap onderhouden door een Makita-servicecentrum.
Automatische toerentalwisselfunctieDit gereedschap heeft een “hoog-toerentalfunctie” en een “hoog-koppelfunctie”. Het gereedschap verandert de bedieningsfunctie auto-matisch aan de hand van de werkbelasting. Wanneer de werkbelasting laag is, draait het gereedschap in de “hoog-toerentalfunctie” om sneller te kunnen zagen. Wanneer de werkbelasting hoog is, draait het gereed-schap in de “hoog-koppelfunctie” om krachtiger te kunnen zagen. Zachte-startfunctieDeze functie laat het gereedschap soepel starten door het startkoppel te beperken.
71 NEDERLANDSMONTAGELET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens enig werk aan het gereedschap uit te voeren. Opbergen van de inbussleutelWanneer u de inbussleutel niet gebruikt, bergt u deze op de plaats aangegeven in de afbeelding op, om te voorkomen dat deze wordt verloren. ŹFig. 10: 1. InbussleutelDe diamantschijf aanbrengen en verwijderenLET OP: Gebruik uitsluitend de bijgeleverde Makita-inbussleutel om een diamantschijf aan te brengen en te verwijderen. LET OP: Zorg ervoor dat bij het aanbrengen van een diamantschijf de bout stevig wordt vastgedraaid. LET OP: Breng een diamantschijf altijd aan zodat de pijlen op de diamantschijf in dezelfde richting wijzen als de pijlen op de schijfafdekking en het tandwielhuis.
3LMOWatertoevoertankLET OP: Wees voorzichtig bij het vullen van de tank dat geen water op het gereedschap wordt gemorst. LET OP: Verzeker u ervan dat de watertoe-voerhendel op de schijfafdekking in de stand “UIT” (O) staat voordat de watertoevoertank wordt aangebracht. De watertoevoertank aanbrengenPlaats de tank met de watertoevoerdop omlaag gericht in de watertoevoerhouder tot deze met een klik wordt vergrendeld. ŹFig. 13: 1. Watertoevoerdop 2. WatertoevoerhouderDe watertoevoertank verwijderenDruk op de uitwerpknop om de tank te ontgrendelen en trek daarna de tank eraf. ŹFig. 14: 1. UitwerpknopKENNISGEVING: Wees voorzichtig dat u de met water gevulde tank niet rechtop houdt (met de tank-vuldop omlaag gericht), omdat waterdruppels eruit NXQQHQOHNNHQYLDKHWYHQWLODWLHJDDWMHŹFig. 15: 1. Tankvuldop 2.
9HQWLODWLHJDDWMHWatertoevoerslangLET OP: Verzeker u ervan dat de watertoe-voerhendel op de schijfafdekking in de stand “UIT” (O) staat voordat u de watertoevoer open draait. Aansluiten op het waterleidingnetwerkOPMERKING: Het type wateraansluiting kan ver-VFKLOOHQDIKDQNHOLMNYDQZDDUXZRRQW*HEUXLNzo nodig een geschikte kraanadapter of kraan-koppeling om de slang aan te sluiten op het waterleidingnetwerk. 1. Sluit de inlaatkoppeling van de slang aan op de kraanuitloop. ŹFig. 16: 1. Kraanuitloop 2. Inlaatkoppeling van de slang2. Draai de watertoevoerdop los van de watertoevoertank. ŹFig. 17: 1. Watertoevoerdop 2. WateruitloopKENNISGEVING: Wees voorzichtig dat u de rub-EHUULQJRQGHUDDQGHZDWHUWRHYRHUGRSQLHWNZLMWUDDNWwanneer u de dop weer erop draait. 3. Bevestig de watertoevoerdop op de uitlaatkoppe-ling van de slang. ŹFig. 18: 1. Watertoevoerdop 2.
Uitlaatkoppeling van de slang4. Plaats de slang met de watertoevoerdop omlaag gericht in de watertoevoerhouder tot deze met een klik wordt vergrendeld. ŹFig. 19: 1. Watertoevoerdop 2.
72 NEDERLANDSDe stofafdichting aanbrengenOptioneel accessoireLET OP: Verzeker u er bij het aanbrengen van de optionele schijfafdekking van dat de schroef stevig wordt vastgedraaid. De standaard aangebrachte schijfafdekking verwijderen9HUZLMGHUDOOHKXOSVWXNNHQYDQDIGHYRRUDIDDQJH-EUDFKWHVFKLMIDIGHNNLQJYRRUGDWXGH]HYHUYDQJWGRRUeen optionele afdekking. Draai de schroef los en trek de afdekking van het tand-wielhuis af. ŹFig. 21: 1. SchroefEen optionele schijfafdekking aanbrengen2PHHQRSWLRQHOHVFKLMIDIGHNNLQJDDQWHEUHQJHQOLMQWXde geleidegroeven erop uit met de geleideranden op het tandwielhuis. Draai daarna de schroef stevig vast. ŹFig. 22: 1. *HOHLGHJURHYHQRSGHVFKLMIDIGHNNLQJ2.
Geleideranden op het tandwielhuisStofzakOptioneel accessoireDoor de stofzak te gebruiken werkt u schoon en vangt u KHWVWRIJHPDNNHOLMNRS2PGHVWRI]DNDDQWHEUHQJHQplaatst u deze op de stofuitwerpmond. ŹFig. 23: 1. Stofzak 2. Stofuitwerpmond'HKDOVYDQGHVWRIXLWZHUSPRQGNDQYULMURQGGUDDLHQRicht de stofzak zodanig dat u het gereedschap comfor-tabel kunt bedienen. ŹFig. 24Als de stofzak ongeveer voor een derde gevuld is, YHUZLMGHUWXGHVWRI]DNYDQDIKHWJHUHHGVFKDSHQWUHNWXde sluiting eraf. Gooi de inhoud van de stofzak weg en WLNHUOLFKWWHJHQRPRRNGHGHHOWMHVWHYHUZLMGHUHQGLHtegen de binnenkant kleven en de stofopvang kunnen hinderen. ŹFig. 25: 1. SluitingEen stofzuiger aansluitenOptioneel accessoireWanneer u schoon wilt werken, sluit u een Makita-stofzuiger aan op uw gereedschap. ŹFig. 26: 1. Slang van de stofzuiger 2.
StofuitwerpmondBEDIENINGLET OP: DIT GEREEDSCHAP MAG UITSLUITEND GEBRUIKT WORDEN OP HORIZONTALE OPPERVLAKKEN. LET OP: Duw het gereedschap voorzichtig en in een rechte lijn naar voren.
Als u het gereedschap wringt en er buitensporig veel kracht op uitoefent, RIDOVGHVFKLMILQGHVQHGHYHUEXLJWNOHP]LWRIYHU-draait, kan dit leiden tot oververhitting van de motor en gevaar voor terugslag. LET OP: Zorg ervoor dat water wordt toege-voerd naar een nat-type diamantschijf tijdens nat slijpen. Nat snijden met behulp van de watertoevoertankLET OP: Vul de watertoevoertank niet met vuil water, zoals modderwater, omdat anders de wateruitlaat verstopt zal raken waardoor het gereedschap zal worden beschadigd. KENNISGEVING: Verzeker u ervan dat na elk gebruik de watertoevoertank volledig leeg wordt gemaakt. 1. Open de tankvuldop van de watertoevoertank en vul de tank met water. Plaats daarna de met water gevulde tank in de watertoevoerhouder van het gereedschap. ŹFig. 27: 1. Tankvuldop2. Houd het gereedschap stevig vast.
Plaats eerst GH]RROYDQKHWJHUHHGVFKDSRSKHWWHVOLMSHQZHUNVWXN]RQGHUGDWGHGLDPDQWVFKLMIKHWZHUNVWXNUDDNWRechte snedeŹFig. 28Schuine snede van 45°ŹFig. 293. %HJLQZDWHUWRHWHYRHUHQQDDUGHGLDPDQWVFKLMIdoor de watertoevoerhendel naar de stand “AAN“ (I) te trekken. De waterstroom kan worden geregeld door de stand van de watertoevoerhendel te veranderen. Draai de hendel naar de stand “AAN“ (I) om de waterstroom te vergroten en naar de stand “UIT“ (O) om de water-stroom te verkleinen. ŹFig. 30: 1. Watertoevoerhendel 2. Stand “AAN“ (I) 3. Stand “UIT“ (O)4. Schakel het gereedschap in en wacht totdat de GLDPDQWVFKLMIRSYROOHWRHUHQGUDDLW+RXGKHWJHUHHG-schap plat en beweeg het vervolgens soepel vooruit RYHUKHWRSSHUYODNYDQKHWZHUNVWXNWRWGDWKHWVOLMSHQNODDULV+RXGGHVOLMSOLMQUHFKWHQGHYRRUZDDUWVHVQHO-heid constant. 5.
73 NEDERLANDSNat snijden met behulp van de watertoevoerslangLET OP: Let altijd goed op de regeling van de waterdruk. Een te hoge waterdruk kan leiden tot waterlekkage en spetteren. 1. Zet de watertoevoerhendel in de stand “AAN” (I). ŹFig. 31: 1. Watertoevoerhendel 2. Stand “AAN“ (I) 3. Stand “UIT“ (O)2. %HJLQZDWHUWRHWHYRHUHQQDDUGHGLDPDQWVFKLMIdoor de kraan van de waterleiding open te draaien. De waterstroom kan worden geregeld door de stand van de watertoevoerhendel te veranderen. Draai de hendel naar de stand “AAN“ (I) om de waterstroom te vergroten en naar de stand “UIT“ (O) om de waterstroom te verkleinen. ŹFig. 323. Houd het gereedschap stevig vast. Plaats eerst GH]RROYDQKHWJHUHHGVFKDSRSKHWWHVOLMSHQZHUNVWXN]RQGHUGDWGHGLDPDQWVFKLMIKHWZHUNVWXNUDDNWRechte snedeŹFig. 33Schuine snede van 45°ŹFig. 344.
Schakel het gereedschap in en wacht totdat de dia-PDQWVFKLMIRSYROOHWRHUHQGUDDLW+RXGKHWJHUHHGVFKDSplat en beweeg het vervolgens soepel vooruit over het RSSHUYODNYDQKHWZHUNVWXNWRWGDWKHWVOLMSHQNODDULV+RXGGHVOLMSOLMQUHFKWHQGHYRRUZDDUWVHVQHOKHLGFRQVWDQW5. Vergeet niet nadat u klaar bent om de hendel in de stand “UIT“ (O) te zetten om de waterstroom te stoppen en om de kraan dicht te draaien. FUNCTIE VOOR DRAADLOOS INSCHAKELENOptioneel accessoireKENNISGEVING: Breng de optionele stofaf-dichting en accessoires aan voordat u deze func-tie gebruikt. Mogelijkheden van de functie voor draadloos inschakelenMet de functie voor draadloos inschakelen kunt u schoon en comfortabel werken. Door een ondersteunde stofzuiger aan te sluiten op het gereedschap, kunt u GHVWRI]XLJHUDXWRPDWLVFKODWHQLQHQXLWVFKDNHOHQELMbediening van de schakelaar van het gereedschap. ŹFig.
35Om de functie voor draadloos inschakelen te gebruiken, dient u de volgende zaken voor te bereiden:• Een draadloos-eenheid (optioneel accessoire)• Een stofzuiger die de functie voor draadloos inschakelen ondersteuntIn het kort bestaat het instellen van de functie voor draadloos inschakelen uit de volgende punten. Raadpleeg elke paragraaf voor informatie over de procedure. 1. De draadloos-eenheid aanbrengen2. Registratie van het gereedschap op de stofzuiger3. De functie voor draadloos inschakelen startenDe draadloos-eenheid aanbrengenOptioneel accessoireLET OP: Plaats het gereedschap op een vlakke en stabiele ondergrond wanneer u de draadloos-eenheid aanbrengt. KENNISGEVING: Verwijder het stof en vuil vanaf het gereedschap voordat u de draad-loos-eenheid aanbrengt. Stof en vuil kunnen een storing veroorzaken wanneer ze binnendringen in de gleuf voor de draadloos-eenheid.
KENNISGEVING: Om een storing als gevolg van statische elektriciteit te voorkomen, raakt u een materiaal aan dat statische elektriciteit ontlaadt, zoals een metalen onderdeel van het gereedschap, voordat u de draadloos-eenheid oppakt. KENNISGEVING: Let er bij het aanbrengen van de draadloos-eenheid altijd op dat de draadloos-eenheid in de correcte richting wordt aangebracht en dat de afdekking volledig wordt gesloten. 1. Open de afdekking op het gereedschap, zoals aangegeven in de afbeelding. ŹFig. 36: 1. Afdekking2. Breng de draadloos-eenheid aan in de gleuf en sluit vervolgens de afdekking. :DQQHHUXGHGUDDGORRVHHQKHLGDDQEUHQJWOLMQWXGHuitsteeksels uit met de uitsparingen in de gleuf. ŹFig. 37: 1. Draadloos-eenheid 2. Uitsteeksel 3. Afdekking 4. Uitsparing:DQQHHUXGHGUDDGORRVHHQKHLGYHUZLMGHUWRSHQWXlangzaam de afdekking.
74 NEDERLANDSRegistratie van het gereedschap op de stofzuigerOPMERKING: Een stofzuiger van Makita die de func-tie voor draadloos inschakelen ondersteunt, is vereist voor registratie van het gereedschap. OPMERKING: Voltooi het aanbrengen van de draad-loos-eenheid in het gereedschap voordat u de regis-tratie van het gereedschap start. OPMERKING: Gedurende de registratie van het gereedschap mag u de trekkerschakelaar van het JHUHHGVFKDSQLHWLQNQLMSHQHQGHDDQXLWNQRSYDQGHstofzuiger niet bedienen. OPMERKING:5DDGSOHHJWHYHQVGHJHEUXLNVDDQZLM-zing van de stofzuiger. $OVXZLOWGDWGHVWRI]XLJHUZRUGWLQJHVFKDNHOGWHJHOLMNmet de bediening van de schakelaar van het gereed-schap, moet u van tevoren de registratie van het gereedschap voltooien. 1. Breng de accu’s aan in de stofzuiger en het gereedschap. 2. Zet de standbyschakelaar op de stofzuiger op “AUTO”. ŹFig. 39: 1.
Standbyschakelaar3. Houd de knop voor draadloos inschakelen op de stofzuiger gedurende 3 seconden ingedrukt totdat de lamp van draadloos inschakelen groen knippert. En houd daarna op dezelfde manier de knop voor draad-loos inschakelen op het gereedschap ingedrukt. ŹFig. 40: 1. Knop voor draadloos inschakelen 2. Lamp van draadloos inschakelenNadat de stofzuiger en het gereedschap met succes DDQHONDDU]LMQJHNRSSHOG]XOOHQGHODPSHQYDQGUDDG-loos inschakelen gedurende 2 seconden groen bran-den, waarna ze blauw gaan knipperen. OPMERKING: De lampen van draadloos inschake-len stoppen na 20 seconden met groen knipperen. Druk op de knop voor draadloos inschakelen op het JHUHHGVFKDSWHUZLMOGHODPSYDQGUDDGORRVLQVFKDNH-len op de stofzuiger knippert. Als de lamp van draad-loos inschakelen niet groen knippert, drukt u kort op de knop voor draadloos inschakelen en houdt u deze weer ingedrukt.
OPMERKING: Als u twee of meer gereedschappen registreert op één stofzuiger, voltooit u de registratie van de gereedschappen één voor één. De functie voor draadloos inschakelen startenOPMERKING: Voltooi de registratie van het gereed-schap op de stofzuiger voordat u de functie draadloos inschakelen gebruikt. OPMERKING:5DDGSOHHJWHYHQVGHJHEUXLNVDDQZLM-zing van de stofzuiger. Nadat een gereedschap in de stofzuiger is geregis-treerd, wordt de stofzuiger automatisch in- en uitge-schakeld door de bediening van de schakelaar van het gereedschap. 1. Breng de draadloos-eenheid aan in het gereedschap. 2. Sluit de slang van de stofzuiger aan op het gereedschap. ŹFig. 413. Zet de standbyschakelaar op de stofzuiger op “AUTO”. ŹFig. 42: 1. Standbyschakelaar4. Druk kort op de knop voor draadloos inschakelen op het gereedschap. De lamp van draadloos inschake-len knippert blauw. ŹFig. 43: 1.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Makita DCC501 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Zaagmachine Makita
Handleiding Zaagmachine
Nieuwste handleidingen voor Zaagmachine