Kuppersbusch GMS 604.0 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Kuppersbusch GMS 604.0 (17 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 29 mensen. Heb je een vraag over Kuppersbusch GMS 604.0 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Kuppersbusch |
| Categorie: | Fornuis |
| Model: | GMS 604.0 |
Handleiding Kuppersbusch GMS 604.0 – volledige tekst
Geachte klant,U hebt een van onze producten gekocht en hiervoor danken wij u oprecht.Wij zijn ervan overtuigd dat dit nieuwe toestel, modern, functioneel en praktisch, en gemaakt metmaterialen van de hoogste kwaliteit, uitstekend aan al uw eisen zal voldoen. Het gebruik van ditnieuwe toestel is eenvoudig, maar om de beste resultaten te behalen is het belangrijk dit boekjeaandachtig te lezen voor u het voor de eerste keer gebruikt.Deze aanwijzingen zijn uitsluitend geldig voor de bestemmingslanden waarvan deidentificatiesymbolen zijn afgedrukt op het instructieboekje en op het etiket van hettoestel.
De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele schade aanzaken of personen, die voortvloeit uit een niet correcte installatie of een verkeerdgebruik van het toestel.AANWIJZINGEN EN RAADGEVINGEN VOORHET GEBRUIK, DE INSTALLATIE EN HETONDERHOUD VAN DE GAS- EN GEMENGDEINBOUWKOOKPLATENDe fabrikant is niet aansprakelijk voor mogelijke onnauwkeurigheden, te wijten aan drukfouten ofverschrijvingen, in dit boekje. Ook het uitzicht van de afgedrukte afbeeldingen is louter indicatief. Wij houdenons het recht voor aan onze producten wijzigingen die wij noodzakelijk of nuttig achten, ook in het belangvan de klant, aan te brengen, zonder dat dit de essentiële functionaliteits- en veiligheidskenmerken aantast.COD. 0105BLD (0105BED) - 30.11.2001
1) BRANDERSOp het frontpaneel staat boven iederebedieningsknop een schema gezeefdrukt waarin isaangegeven welke brander de knop bedient. Nadatu de kraan van de gasleiding of –fles hebt geopend,steekt u de branders aan zoals hieronderbeschreven:- Manuele ontstekingDe bedieningsknop voor de te gebruiken branderindrukken en tegen de klok in draaien tot de standMaximum (grote vlam afb. 1) en een aangestokenlucifer tegen de brander houden. - Elektrische ontstekingDe bedieningsknop voor de te gebruiken branderindrukken en tegen de klok in draaien tot de standMaximum (grote vlam afb. 1) en vervolgens deontstekingsknop “E” indrukken en weer loslaten. - Automatische elektrische ontstekingDe bedieningsknop voor de te gebruiken branderindrukken en tegen de klok in draaien tot de standMaximum (grote vlam afb. 1) en vervolgens dehelemaal indrukken.
-Ontsteking branders voorzien vanveiligheidsthermokoppelVoor de branders voorzien vanveiligheidsthermokoppel dient u de bedieningsknopvoor de betreffende brander tegen de klok in tedraaien tot de stand Maximum (grote vlam afb. 1)tot u een kleine weerstand voelt. Vervolgens drukt ude bedieningsknop in en herhaalt u de hierbovenaangegeven handelingen. Na de ontsteking dient u de knop circa 10 secondeningedrukt te houden. Hoe de branders te gebruikenOm een maximaal rendement te behalen met eenminimum aan gasverbruik is het nuttig hetonderstaande in gedachte te houden:- Gebruik voor elke brander geschikte kookpannen(zie onderstaande tabel en afb. 2). - Zet de bedieningsknop op de stand Minimum(kleine vlam afb. 1), wanneer het kookpuntbereikt is. - Gebruik altijd kookpannen met een deksel.
- Wanneer er geen stroom is kunt u debranders aansteken met een lucifer. - Laat het toestel niet onbewaakt achterwanneer er branders in gebruik zijn en leterop dat er geen kinderen in de buurt zijn. Zorg er in het bijzonder voor dat dehandvaten van de kookpannen in de juistepositie staan en houd toezicht op het kokenvan spijzen die oliën of vetten gebruiken,aangezien die licht ontvlambaar zijn. - Gebruik geen sprays in de nabijheid van hettoestel wanneer het in gebruik is. - Verwijder, indien de kookplaat van een dekselis voorzien, alle op het oppervlak gemorsteetensresten voor u het opent. Indien hettoestel wordt uitgerust met een deksel inglas kan dit barsten wanneer het verhitwordt. Doof alle branders en laat ze afkoelenvoor u het deksel sluit. 19GEBRUIKAFB. 1 AFB. 2.
20GEBRUIKOpmerkingen:Het gebruik van een gaskooktoestel produceert warmte en vochtigheid in het vertrek waar hetgeïnstalleerd is. Het is daarom noodzakelijk een goede ventilatie van het lokaal te voorzien, door denatuurlijke ventilatie-openingen (afb. 3) vrij te houden en het mechanische ventilatieapparaat(afzuigkap of ventilator afb. 4 en afb.5) in te schakelen.Een intensief en langdurig gebruik van het toestel kan extra ventilatie noodzakelijk maken, bijvoorbeeld door het openen van een venster, of een efficiëntere ventilatie door het vermogen van demechanische ventilatie, indien aanwezig, te verhogen.AFB. 3 AFB. 4 AFB. 5(*) LUCHTINGANG: ZIE HOOFDSTUK INSTALLATIE (PARAGRAFEN 5 EN 6)
21REINIGINGOPGELET:Voor het uitvoeren van eender welkereinigingshandeling dient u het toestel los tekoppelen van het voedingsnet gas ofelektriciteit.2) WERKVLAKIndien u het oppervlak van het werkvlak glanzend wilthouden is het heel belangrijk het na ieder gebruikmet een lauw sopje te wassen, het af te spoelen enaf te drogen. Op dezelfde manier moeten ook degeëmailleerde roosters, de geëmailleerde kapjes “C”en de branderkoppen “T” (zie afb. 6) gewassenworden.Het reinigen dient te gebeuren wanneer het werkvlaken de onderdelen niet warm zijn en u moet geenmetalen sponsjes, schuurpoeder of bijtende spraysgebruiken.
Laat niet toe dat azijn, koffie, melk, zoutwater en citroen- of tomatensap lange tijd in contactblijven met de oppervlakken.AANWIJZINGEN:Gelieve zich bij het opnieuw monteren van deonderdelen te houden aan de onderstaandeaanbevelingen:- Controleer of de inkepingen van debranderkoppen “T” (afb. 6) niet verstopt zijndoor vreemde voorwerpen.- Vergewis u ervan dat het geëmailleerde kapje“C” (afb. 6) juist op de branderkop geplaatstis.
Aan deze voorwaarde is voldaan wanneerhet kapje volledig stabiel op de branderkoprust.- De juiste plaats van het rooster wordt bepaalddoor de afgeronde hoeken die tegen dezijkanten van de kookplaat moeten wordengeplaatst.- Wanneer de bediening voor het sluiten enopenen van een kraan moeilijk gaat, forceerdan niets, maar vraag dringend detussenkomst van de technische assistentie.- Na het gebruik moet elke kookplaat, voor eengoede conservering, behandeld worden methiervoor bestemde producten voor elektrischekookplaten die verkrijgbaar zijn in de handel,zodat het oppervlak proper en glanzend is.Deze noodzakelijke handeling voorkomteventuele corrosie (roest).AFB. 6
22INSTALLATIETECHNISCHE MEDEDELINGENBESTEMD VOOR DEINSTALLATEURSDe installatie, alle regelingen, de veranderingenen de onderhoudshandelingen die in dit deelworden opgesomd mogen uitsluitend doorgekwalificeerd personeel worden uitgevoerd. Een foutieve installatie kan schade veroorzakenaan personen, dieren en zaken, waarvoor deconstructeur niet aansprakelijk kan wordengesteld. De veiligheids- en automatische regelvoorzieningenvan de toestellen mogen tijdens de levensduurvan de installatie uitsluitend door deconstructeur of door de afdoend gekwalificeerdeleverancier worden gewijzigd. 3) PLAATSING KOOKPLAATNa het wegnemen van de externe verpakking en deinterne verpakkingen van de verschillende lossedelen dient u zich ervan te vergewissen dat dekookplaat onbeschadigd is. In geval van twijfel hettoestel niet gebruiken en zich wenden totgekwalificeerd personeel.
De onderdelen van de verpakking (karton, zakjes,piepschuim, nagels …) moeten buiten het bereikvan kinderen gehouden worden, aangezien zijeen mogelijke bron van gevaar zijn. Maak in het bovenvlak van het modulaire meubeleen opening voor het inbouwen met de afmetingen,uitgedrukt in mm, aangegeven in afb. 7. Zorg erhierbij voor dat de kritische afstanden tussen dekookplaat, de zijwanden, de achterwand en debovenwand (zie afb. 7 en 8) worden gerespecteerd. Het toestel dient te worden geclassificeerd inklasse 3 en daarom zijn alle voorschriften vande normen voor dergelijke toestellen vantoepassing. 4) BEVESTIGING VAN DE KOOKPLAATDe kookplaat is uitgerust met een speciale afdichtingom te vermijden dat er vloeistof in het meubel sijpelt.
9) correct onder de rand van dekookplaat, op dusdanige manier dat de buitenrandvan de afdichting perfect samenvalt met debuitenste rand van de kookplaat. De uiteinden vande strips dienen samen te vallen zonder elkaar teoverlappen. - Laat de afdichting op uniforme en zekere wijzeaansluiten op de kookplaat, door hem met uwvingers aan te drukken, haal vervolgens de stripbeschermpapier weg en plaats de kookplaat in hetin het meubel gemaakte gat. - Zet het vast met de voorziene beugels “S”. Zorgervoor dat u het uitstekende deel in de gleuf “H”steekt, die is uitgehaald op de bodem, en zet deschroeven “F” aan tot de beugel “S” zich vastzetop de top (zie afb. 10). - De eventuele wand (links of rechts) die boven hetwerkvlak komt moet zich op een minimale afstandvan de achtergrond bevinden zoals aangeduid inde kolom en de tabel. AFB. 7AFB. 8 AFB. 9 AFB. 10A B C D E4F 553 473 67. 5 59. 5 100 min.
23BELANGRIJKEINSTALLATIEVOORSCHRIFTENWij wijzen de installateur erop dat deeventuele zijwanden niet hoger mogen zijn dande kookplaat. Bovendien moeten deachterwand en de oppervlakken die aan dekookplaat grenzen of er omheen staan,bestand zijn tegen een overtemperatuur van70 K. De lijm waarmee het plastic laminaat aan hetmeubel is bevestigd moet bestand zijn tegentemperaturen van minstens 150° C om tevermijden dat de bekleding los komt. De installatie van het toestel moet conform devoorschriften van de normen zijn. Dit toestel isniet aangesloten op een apparaat voor deverwijdering van de verbrandingsproducten. Het dient daarom te worden aangesloten inovereenstemming met de eerder genoemdeinstallatieregels. U dient bijzondere aandachtte besteden aan de hieronder vermeldebepalingen die van toepassing zijn voorventilatie en verluchting.
5) VENTILATIE VERTREKKEN Het is noodzakelijk dat het lokaal waar het toestelwordt geïnstalleerd voortdurend geventileerd is omeen goede werking ervan te garanderen. Debenodigde hoeveelheid lucht is de hoeveelheid dienodig is voor de juiste verbranding van het gas envoor de ventilatie van het vertrek, met een volumevan minstens 20 m3. De natuurlijke luchttoevoerrechtstreeks te geschieden door permanenteopeningen in de wanden van het vertrek naarbuiten, met een minimum doorsnede van 100 cm2(zie afb. 3). Deze openingen moet zodanig wordenuitgevoerd dat ze niet kunnen worden verstopt. Ook indirecte ventilatie is toegelaten, door middelvan het opname van de lucht uit ruimte die aan hette ventileren vertrek grenzen, op voorwaarde datde voorschriften van de normen strikt wordenopgevolgd.
OPGELET: indien de branders van hetwerkvlak niet voorzien zijn van eenveiligheidsthermokoppel, moet de ventilatie-opening een doorsnede hebben van minimum200 cm2. 6) PLAATS EN ONTLUCHTINGDe gaskooktoestellen moeten altijd deverbrandingsproducten afvoeren doorwasemkappen die zijn aangesloten opschoorstenen, rookpijpen of rechtstreeks naarbuiten (zie afb. 4).
Indien het niet mogelijk is eenwasemkap te gebruiken is ook het gebruik van eenventilator toegestaan, die geïnstalleerd is in eenvenster of een wand naar buiten, en dietegelijkertijd met het toestel ingeschakeld moetworden (zie afb. 5), op voorwaarde dat debepalingen betreffende de ventilatie die zijnopgesomd in de normen strikt worden nageleefd. INSTALLATIE.
24INSTALLATIE7) GASAANSLUITING Voor u het toestel aansluit dient u er zich van tevergewissen dat de gegevens op het etiket ophet onderste deel van de behuizing compatibelzijn met het gasdistributienet. Het etiket op pagina 30 van dit boekje en hetetiket op het onderste deel van de behuizinggeven de voorwaarden aan voor de instellingvan het toestel: gastype en werkdruk. Wanneer het gas wordt verdeeld door leidingen,moet het toestel aangesloten worden op degasaanvoerinstallatie en afdichtingen volgensde norm NBN D 51-003:o Ofwel met een starre metalen buis uit staal,waarvan de koppelingen moeten wordenuitgevoerd door middel van verbindingsstukken metschroefdraad overeenkomstig norm UNI-ISO 7/1. Het gebruik van afdichtingsmiddelen zoalshennep met aangepaste mastiek of teflonlint istoegelaten.
o Ofwel met buizen in koper, waarvan dekoppelingen moeten worden uitgevoerd doormiddel van verbindingsstukken met mechanische. o Ofwel met een buigzame buis van roestvrij staalmet naadloze wand, met een lengte van maximum2 meter en afdichtingen volgens de norm. Dezebuis moet zodanig geïnstalleerd worden dat hijniet in contact kan komen met bewegende delenvan de inbouwmodule (bij voorbeeld laden) enmag niet door ruimtes lopen die kunnen wordengevuld. Wanneer het gas rechtstreeks door een fleswordt geleverd, moet het toestel, gevoed door eendrukregelaar, worden aangesloten:o Ofwel met buizen in koper, waarvan dekoppelingen moeten worden uitgevoerd doormiddel van verbindingsstukken met mechanische. o Ofwel met een soepele buis van roestvrij staal metnaadloze wand, met een lengte van maximum 2meter en afdichtingen volgens norm UNI 9264.
Deze buis moet zodanig geïnstalleerd worden dathij niet in contact kan komen met bewegendedelen van de inbouwmodule (bij voorbeeld laden)en mag niet door ruimtes lopen die kunnenworden gevuld.
Wij raden aan op de soepele buishet speciale, in de handel gemakkelijk teverkrijgen verloopstuk aan te brengen, om deverbinding met de pakkinghouder van dedrukregelaar die op de fles is gemonteerd tevereenvoudigen. o Ofwel met rubberen slang conform de normen,niet korten dan 400 mm en niet langer dan 1500mm, hecht bevestigd aan de rebberdrager doormiddel van veiligheidsbandjes volgens de normen. Als de aansluiting afgewerkt is, moet u de perfectedichting controleren en daarbij gebruik maken vaneen zeepoplossing en nooit van een vlam. WAARSCHUWING:- Het verbindingsstuk voor de gastoevoer naarhet apparaat heeft een interne rondebedrading van 1/2”, mannelijk,overeenkomstig UNI ISO normen 228-1.
- De roestvrij stalen flexibele een rubberenslang moet zodanig worden geïnstalleerd dathij niet in aanraking komt met bewegendedelen van de inbouwmodule (zoals laden) endat hij niet dwars door de inbouwruimtesheenloopt. Bij gebruik van een rubberen slang moet u dehievolgende voorschriften strikt navelen:- De slang mag nooit in aanraking komen metdelen met temperaturen hoger dan 70 K. - Hij mag nooit onderworpen zijn aan draaiingof trekkracht, mag geen vernauwlngen ofuitzonderlijk nauwe bochten bevatten. - Hij mag niet in aanraking komen met scherpevoorwerpen, punten e. d. - De slang moet over de gehele lengtegemakkelijk te controleren zijn op zijn goedestaat. - U moet de slang vervangen voor de op deslang gestempelde datum. - Het apparaat is conform de voorschriften vande hieronder genoemde Europese Richtlijnen:EEG 90/396 + 93/68 betreffende deGasvelligheid.
258) ELEKTRISCHE AANSLUITINGDe elektrische aansluiting dient te wordenuitgevoerd conform de normen en debepalingen van de geldende wetgeving. Alvorens u overgaat tot aansluiting moet u hetvolgende controleren:- De capaciteit van de elektrische installatie en vande stopcontacten geschikt is voor het maximumvermogen van het toestel (zie het etiket op hetonderste deel van de behuizing). - Het stopcontact of de installatie is uitgerust meteen afdoende aarding volgens de normen en debepalingen van de actueel geldende wetgeving. Wij wijzen elke verantwoordelijkheid af voor hetniet naleven van deze bepalingen. Wanneer de aansluiting op het elektriciteitsnetwordt uitgevoerd door middel van eenstopcontact:- Monteer op de voedingskabel “C”, indien nietvoorzien, (zie afb. 11) een genormaliseerdestekker die geschikt is voor de belasting dievermeld staat op het etiket.
Sluit de draden aanvolgens het schema van afb. 11 en let op dehieronder gegeven overeenkomsten:Letter L (fase) = bruine draad;Letter N (neutraal) = blauwe draad;Symbool aarde = groen-gele draad. - De voedingskabel moet zodanig geplaatst wordendat hij op geen enkel punt een overtemperatuurvan 70 K bereikt. - Gebruik voor de aansluiting geen reducties,verloopstukken of aftakstekkers, aangezien zijslechte contacten kunnen veroorzaken met alsgevolg gevaarlijke oververhitting. Wanneer de aansluiting rechtstreeks op het networdt uitgevoerd:- Plaats tussen het toestel en het net eenmeerpolige schakelaar, afgestemd op debelasting van het toestel, met een openingtussen de contacten van minstens 3 mm. - Denk eraan dat de aardkabel niet onderbrokenmag worden door de schakelaar. - Als alternatief kan de elektrische aansluiting ookworden beschermd met eendifferentiaalschakelaar met hoge gevoeligheid.
Wij raden u sterk aan de groen-geel gekleurdeaarddraad vast te maken aan een efficiënteaardinstallatie. AANWIJZINGEN:Wij wijzen de installateur erop dat het toestelvan het type Y is.
26REGELINGENVoor u welke regeling dan ook gaat uitvoeren,dient u de stroom van het toestel uit teschakelen.Aan het eind van de regelingen of voorafgaanderegelingen moeten de eventuele verzegelingendoor de technicus worden hersteld.De regeling van de primaire lucht is op onzebranders niet noodzakelijk.9) KRANENRegeling van het “Minimum”:- Steek de brander aan en zet de bedieningsknopop de stand “Minimum” (kleine vlam afb. 1).- Verwijder de bedieningsknop “M” van de kraandoor hem er eenvoudig vanaf te trekken.Kranen zonder thermokoppel:- Een kleine schroevendraaier “D” in de opening “C”(afb.
12/A) steken en de smoorschroef naar linksof rechts draaien tot de vlam van de branderafdoend is geregeld op het “Minimum”.Vergewis u ervan dat de vlam niet dooft wanneer usnel van de stand “Maximum” naar de stand“Minimum” gaat.Kranen met thermokoppel:- De knop van de as trekken en nadat u de rubberwat opzij hebt geschoven met eenschroevendraaier, ziet u naast de knop eenkoperen schroefje waarmee u de “minimum” kuntafregelen (afb. 12)Bovengenoemde regeling mag uitsluitendworden uitgevoerd met branders die werken opG20 of G25, terwijl met branders die werken opG30 of G31 de schroef helemaal moet wordenvastgedraaid (draaien in wijzerzin).AFB. 12/AAFB. 12
27VERANDERINGEN10) VERVANGING MONDSTUKKENDe branders kunnen worden aangepast aan dediverse soorten gas door mondstukken temonteren die overeenstemmen met het gebruiktegas. Om dit te doen is het nodig de koppen van debranders weg te nemen en met een rechte sleutel“B” het mondstuk “A” (zie afb. 13) los te schroevenen te vervangen door een mondstuk datovereenstemt met het gebruikte gas. Wij radenaan het mondstuk krachtig vast te zetten.Nadat hij deze vervangingen heeft gedaanmoet de technicus verdergaan met het regelenvan de branders zoals beschreven in paragraaf9, de eventuele organen voor regeling ofvoorafgaande regeling verzegelen en op hettoestel het aanwezige etiket vervangen doorhet etiket dat overeenstemt met de nieuwegasregeling.
Dit etiket zit in de verpakking vande vervangingsmondstukken.De envelop met de injectoren en de etikettenkan inbegrepen zijn in de uitrusting ofbeschikbaar zijn bij het erkende servicecentrum.Voor het gemak van de installateur drukken wijhieronder een tabel af met de capaciteiten, dethermische capaciteiten van de branders, dediameter van het mondstuk en de werkingsdrukvoor de diverse soorten gas.PLAATS VAN DE BRANDERSTABELAFB.
28ONDERHOUDVoor het uitvoeren van welkeonderhoudshandeling dan ook, dient u hettoestel los te koppelen van het ga- ofelektriciteitsnet.11) VERVANGING VAN DEONDERDELENOm onderdelen te vervangen die aan debinnenkant van het toestel zitten dient u deroosters en de kern van de branders weg tenemen van het bovenste deel van het werkvlak, envervolgens de bevestigingsschroeven “V” van debranders (afb. 14) en de bedieningsknoppen, diezijn vastgezet door eenvoudig aandrukken, teverwijderen, zodat u het werkvlak kunt optillen.Na het uitvoeren van de bovengenoemdehandelingen kunt u de branders (afb. 15), dekranen (afb. 16) en de elektrische onderdelen (afb. 17) vervangen.Wij raden u aan telkens de afdichting “D” tevervangen wanneer u een kraan vervangt, om eenperfecte dichtheid te garanderen tussen het huisen het oploopstuk.Invetten van de kranen (zie afb.
18 – 19)Als de bediening van een kraan moeilijk wordt dientu hem zonder dralen in te vetten volgens deonderstaande aanwijzingen:- Demonteer de kraan.- Reinig de conus en zijn behuizing met een doekdie is vochtiggemaakt in een verdunner.- Vet de conus licht in met het geschikte vet.- De conus terug steken, meerdere malenverdraaien, er weer uithalen, het overbodige vetverwijderen en controleren of de gasopeningenniet verstopt zijn.- Alle onderdelen weer monteren in de omgekeerdevolgorde van het demonteren.- De dichting moet gecontroleerd worden met eenzeepoplossing; het gebruik van een vlam isverboden.Om het werk van de onderhoudstechnicusgemakkelijker te maken drukken wij op de volgendepagina een tabel af met de types en de doorsnedenvan de voedingskabels en het vermogen van deelektrische onderdelen.AFB. 17 AFB. 18 AFB. 19AFB. 14 AFB. 15 AFB. 16
32- V ITECHNISCHE ASSISTENTIE ENVERVANGINGSONDERDELENDit toestel is voor het de fabriek verliet gekeurd en afgesteld door kundig en gespecialiseerd personeel omde beste werkingsresultaten te garanderen.De originele vervangingsonderdelen vindt u alleen in onze Technische Assistentiecentra en geautoriseerdewinkels.Elke herstelling of afstelling die later nodig blijkt te zijn dient te worden gedaan met de grootste zorg enaandacht door gekwalificeerd personeel.Om deze reden raden wij aan u steeds te wenden tot de dealer die het toestel heeft verkocht of tot onsdichtstbijzijnde Assistentiecentrum, met vermelding van het merk, het model, het serienummer en het soortgebrek van het toestel in uw bezit.
De betreffende gegevens zijn afgedrukt op het etiket aan de onderkantvan het toestel en op het etiket op de doos van de verpakking.Aan de hand van deze informatie kan de technicus zorgen voor de geschikte vervangingsonderdelen enzodoende een tijdige en doeltreffende ingreep garanderen. Wij raden u aan deze gegevens hieronder tenoteren, zodat u ze steeds bij de hand hebt:MERK: …………………………………………MODEL: ……………………………………….SERIE: ………………………………………...
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Kuppersbusch GMS 604.0 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden