Kuppersbusch EKE 9742.0-35 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Kuppersbusch EKE 9742.0-35 (16 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 14 mensen. Heb je een vraag over Kuppersbusch EKE 9742.0-35 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/16
227183 P61
BEDIENUNGSANWEISUNG
mit Montageanweisungen
Instructions for use and installation instructions
Instructions d'utilisation et avis de montage
Gebruiksaanwijzing en montagehandleiding
Istruzioni di uso e di montaggio
Instrucciones de uso y de montaje
Instruções de uso e de montagem
Ο∆ΗΓΙΕΣΧΡΗΣΗΣΚΑΙΣΥΝΑΡΜΟΛΟΓΗΣΗΣ
EKE9742.0-35F

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Kuppersbusch
Categorie: Fornuis
Model: EKE 9742.0-35

Handleiding Kuppersbusch EKE 9742.0-35 – volledige tekst

NL49Verwijderen van de verpakkingVerwijder de transportverpakking op een zo milieubewust moge-lijke manier. De recyclage van het verpakkingsmateriaalbespaart grondstoffen en vermindert de afvalberg. Verwijderen van oude apparatenHet symbool op het product of op de verpakkingwijst erop dat dit product niet als huishoudafvalmag worden behandeld. Het moet naar eenplaats worden gebracht waar elektrische enelektronische apparatuur wordt gerecycled. Door dit product correct te verwijderen, draagt ubij tot de bescherming van het milieu en devolksgezondheid. Het milieu en de volksgezondheid worden ingevaar gebracht door het product verkeerd te verwijderen. Voormeer details in verband met het recyclen van dit product, neemtu het best contact op met de gemeentelijke instanties, het bedrijfof de dienst belast met de verwijdering van huishoudafval of dewinkel waar u het product hebt gekocht.

Reglementair gebruikDe kookplaat mag alleen voor de bereiding van levensmiddelenin het huishouden worden gebruikt. Ze mag niet voor een anderdoel en alleen onder toezicht worden gebruikt. Hier vindt u. Lees eerst zorgvuldig de informatie in dit boekje door vooraleer uuw kookplaat in gebruik neemt. Hier vindt u belangrijke richtlijnenvoor uw veiligheid, het gebruik, het schoonmaken en het onder-houd van het apparaat, zodat u er lang plezier aan beleeft. Als er een storing optreedt, kijk dan eerst na in het hoofdstuk„Wat te doen bij problemen. ”. Kleinere storingen kunt u vaak zelfverhelpen en u spaart op die manier onnodige servicekosten. Bewaar deze handleiding zorgvuldig. Geef deze gebruiks- enmontagehandleiding ter informatie en veiligheid aan een nieuweeigenaar door. Inhoud Veiligheidsinstructies. 50 Voor aansluiting en werking. 50 Voor de kookplaat in het algemeen. 50 Voor personen.

52 Panherkenning (indien aanwezig). 53 Hoe functioneert de panherkenning. 53 Wanneer moet de pandetectie worden uitgeschakeld. 53 Panherkenning uitschakelen (niet-metalen pannen). 53 Kookplaat en kookzone inschakelen. 54 Kookzone uitschakelen. 54 Kookplaat uitschakelen. 54 Warmhoudfunctie. 54 Inschakelen van een extra ring. 55 STOP-functie. 55 Vergrendeling. 55 Automatische uitschakeling (timer). 56 Kookwekker (eierwekker). 56 Kinderbeveiliging. 57 Automatisch aankoken. 58 Reiniging en onderhoud. 59 Keramische kookplaat. 59 Speciale verontreinigingen. 59 Wat te doen bij problemen. 60 Montagehandleiding. 61 Opmerking. 61 Veiligheidsinstructies voor de keukenmeubelmonteur. 61 Montage. 61 Elektrische aansluiting. 62 Technische gegevens. 63 Inbedrijfstelling. 63.

50VeiligheidsinstructiesNLVeiligheidsin st ructiesVoor aansluiting en werking • De apparaten worden volgens de geldende veiligheidsvoor-schriften gebouwd. • Aansluiting op het net, onderhoud en reparatie van het appa-raat mogen alleen door een erkend vakman volgens degeldende veiligheidsvoorschriften worden uitgevoerd. Ondes-kundig uitgevoerde werkzaamheden vormen een risico vooruw veiligheid. Voor de kookplaat in het algemeen • Plaats geen lege potten en pannen op de ingeschakelde kook-zones. Vermijd het leegkoken van pannen omdat daarbij hetgevaar bestaat dat de pannen oververhit raken. • Wees voorzichtig bij het gebruik van bain-marie pannen. Bain-marie pannen kunnen onbemerkt leegkoken. Dat veroorzaaktbeschadigingen aan de pan en aan de kookplaat. De fabrikantkan hiervoor niet aansprakelijk worden gesteld. • Oververhitte vetstoffen en olie kunnen spontaan ontbranden.

Bij het bereiden van gerechten met vet en olie steeds in debuurt blijven. Brandend vet of olie nooit met water blussen. Een deksel op de pan leggen, kookzone uitschakelen. • De keramische plaat is zeer resistent. Zorg er niettemin voordat er geen harde voorwerpen op de keramische plaat vallen. Puntvormige slagbelastingen kunnen de kookplaat doen bre-ken. • Bij breuken, barsten, scheuren of andere beschadigingen aande keramische kookplaat bestaat gevaar voor elektrischeschokken. Het apparaat onmiddellijk buiten gebruik nemen. Onmiddellijk de zekering in de woning uitschakelen en contactopnemen met de klantenservice. • Als de kookplaat door een defect in de sensorregeling nietmeer kan worden uitgeschakeld, onmiddellijk de zekering in dewoning uitschakelen en contact opnemen met de klantenser-vice. • Voorzichtig bij het werken met huishoudelijke apparaten.

Net-snoeren mogen niet met de hete kookzones in contact komen. • De keramische kookplaat mag niet worden gebruikt om ervoorwerpen op neer te leggen. • Geen aluminiumfolie of kunststof op de kookzones leggen.

Alles wat kan smelten uit de buurt van de hete kookzone hou-den, bijv. kunststof, folie, in het bijzonder suiker en gerechtenmet een hoog suikergehalte. Suiker onmiddellijk met een spe-ciale glasschraper volledig van de keramische kookplaat ver-wijderen zolang deze nog warm is, om beschadigingen tevermijden. • Geen brandgevaarlijke, licht ontvlambare of vervormbare voor-werpen direct onder de kookplaat leggen. • Nooit gesloten conservenblikken en compoundverpakkingenop kookzones verwarmen. Door de energietoevoer kunnendeze uiteenbarsten. • De sensoren schoonhouden omdat verontreinigingen door hetapparaat als vingercontact kunnen worden herkend. Nooitvoorwerpen (pannen, vaatdoeken, enz. ) op de sensoren plaat-sen. • Als pannen tot over de sensoren overkoken, is het aanbevolenop de UIT-toets te drukken. • Hete potten en pannen mogen de sensoren niet afdekken.

Indat geval wordt het apparaat automatisch uitgeschakeld. • Flambeer nooit onder een afzuigkap – het vet dat zich in het fil-ter bevindt, kan daarbij in brand geraken. • Herhaaldelijk vastbranden van verontreinigingen vermijden. Voor personen • Dit apparaat is niet bedoeld om te worden gebruikt door perso-nen (inclusief kinderen) met beperkte fysieke, sensorische ofgeestelijke mogelijkheden of met gebrek aan ervaring en/ofkennis, tenzij een voor hun veiligheid verantwoordelijke per-soon erop toezicht houdt of hen aanwijzingen heeft gegevenhoe het apparaat moet worden gebruikt. Kinderen moeten onder toezicht worden gehouden om te ver-hinderen dat ze met het apparaat spelen. • Let op:De oppervlakken van verwarmings- en kookzones worden bijhet werken heet. Daarom moeten kleine kinderen principieeluit de buurt worden gehouden.

Beschrijving van het apparaatNL51Beschrijvingvanhetapparaat 1. Kookzone links voor 2. Kookzone links achter 3. Kookzone rechts achter 4. Kookzone rechts voor 5. Touch-Control-bedieningsveld 6. Keramische kookplaat 7. Aan-toets 8. Uit-toets 9. Bedieningstoetsen kookzone links voor10. Symbool voor het aanwijzen van de kookzonepositie op dekeramische kookplaat 11. Min-toets (verlagen) 12. Plus-toets (verhogen) 13. Kookstandweergave 14. Inschakeltoets extra ring 15. Symbolen voor de extra ringen 16. Stop-toets 17. Vergrendeltoets met controlelampje 18. Bedieningstoetsen timer 19. Timer-weergave (automatische uitschakeling)20. Controlelampje voor het aanwijzen van de kookzonepositieop de keramische kookplaatBediening door sensorenDe bediening van de keramische kookplaat gebeurt door touch-control-sensoren.

De sensoren functioneren als volgt: met de vin-gertop een symbool op het keramische oppervlak even aanra-ken. Elke correcte bediening wordt door een signaaltoonbevestigd. In de rest van de tekst wordt voor de touch-control-sensoren het woord „toets” gebruikt. Aan-toets (7) / Uit-toets (8)Met deze toetsen wordt de volledige kookplaat in- en uitgescha-keld (hoofdschakelaar). Min-toets (11) / Plus-toets (12)Met deze toetsen worden de kookstanden, de automatische uit-schakeling en de kookwekker ingesteld. Met de min-toets wordtde aangetoonde waarde verlaagd, met de plus-toets verhoogd. De aangetoonde waarde kan worden gewist door beide toetsentegelijk aan te raken. Kookstandweergave (13)De kookstandweergave toont de gekozen kookstand, of: H. restwarmte A. automatisch aankoken STOP. stop-functie L. kinderbeveiliging (Child-Lock).

warmhoudfunctie Inschakeltoets extra ring (14)Voor het inschakelen van extra verwarmingsringen. Het inschakelen is alleen mogelijk als het controlelampje knip-pert. Symbolen voor de extra ringen (15)Voorbeelden:. alle drie verwarmingsringen in werkingStop-toets (16)Het koken kan met de STOP-toets even worden onderbroken.

52BedieningNLBedieningGebruiksduurbeperkingDe kookplaat bezit een automatische gebruiksduurbeperking. Deononderbroken gebruiksduur voor elke kookzone is afhankelijkvan de gekozen kookstand (zie tabel). De voorwaarde is dat tijdens de gebruiksduur de instellingen vande kookzone niet worden veranderd. Als de gebruiksduurbeperking gereageerd heeft, wordt de kook-zone uitgeschakeld; er is een kort signaal te horen en in de aan-wijzing verschijnt een H. Andere functiesAls één of meer sensoren langer of tegelijk worden bediend (bijv. door een per ongeluk op de sensoren geplaatste pan) wordt erniet geschakeld. Het symbool knippert en er is gedurende een zekere tijd eensignaal te horen. Na een paar seconden wordt er uitgeschakeld. A. u. b. het voorwerp van de sensoren verwijderen.

Om het symbool te wissen op de Uit-toets drukken; ver-volgens kan de kookplaat met de Aan-toets weer ingescha-keld worden. Tips om energie te besparenHier vindt u enkele belangrijke aanwijzingen om zuinig en effi-ciënt met uw nieuwe kookplaat en het kookservies om te gaan. • De panbodemdiameter moet even groot zijn als de kook-zonediameter. • Bij de aankoop van pannen dient u er rekening mee te houdendat vaak de bovenste pandiameter wordt vermeld. Die ismeestal groter dan de panbodem. • Snelkookpannen zijn door de gesloten kookruimte en de over-druk bijzonder tijdbesparend en zuinig. Door de korte berei-dingsduur blijven vitamines bewaard. • Let erop dat er altijd voldoende vloeistof in de snelkookpan is,want bij een leeggekookte pan kunnen de kookzone en de pandoor oververhitting worden beschadigd. • Kookpannen indien mogelijk altijd met een passend dekselsluiten.

RestwarmteweergaveDe keramische kookplaat is met een restwarmteweer-gave H uitgerust. Zolang de H na het uitschakelen brandt, kan de rest-warmte worden gebruikt om te smelten en om gerechten warm tehouden. Na het uitdoven van de letter H kan de kookzone nogheet zijn. Er bestaat gevaar voor verbranding. Ingestelde kookstand Gebruiksduurbeperkingin uren:min. 1234567898:406:425:184:203:322:502:191:531:30Kookstand Toepassing01-234-567-89UIT-stand, benutting van de restwarmteWarmhoudfunctieVerder koken van kleine hoeveelheden (laagste vermogen)DoorkokenGaar koken van grote hoeveelheden, gaar braden van grote stukkenBraden, bechamelsaus makenBradenAan de kook brengen, aanbraden, braden (hoogste vermogen).

BedieningNL53Panherkenning (indien aanwezig)De kookplaat beschikt over een panherkenning die principieelaltijd is ingeschakeld, omdat wordt aangenomen dat metalenpannen worden gebruikt. Hoe functioneert de panherkenning. Na het kiezen van een kookstand, controleert de panherkenningof er een metalen pan op de kookzone staat. Als er geen pan wordt herkend, verschijnt in de weergave een en het verwarmingselement blijft uitgeschakeld. Als nu binnen 10 minuten een pan op de kookzone wordtgeplaatst, wordt het verwarmingselement ingeschakeld en in deweergave verschijnt de gekozen kookstand. Let op:Bij duo zones, drieringskookzones en braadzones wordende extra ringen automatisch ingeschakeld. De panherken-ning herkent dus ook de grootte van de pan. Als er geen pan op de kookzone wordt geplaatst, wordt deze omveiligheidsredenen na 10 minuten uitgeschakeld.

Wanneer moet de pandetectie worden uitgeschakeld. • Bij het gebruik van niet-metalen pannen moet de panherken-ning uitgeschakeld worden. • Bij pannen die omwille van hun grootte of materiaal de buiten-ste verwarmingsring bij kookzones met dubbele ring reedsinschakelen, maar deze niet of slechts weinig bedekken. Noot: Na het gebruik dient de kookzone om veiligheidsredenenmet de Touch-Control-toets handmatig te worden uitgeschakeld,opdat een kookzone door het verschuiven van pannen of neer-leggen van metalen voorwerpen niet per ongeluk kan wordeningeschakeld, als de panherkenning nog is ingeschakeld. Panherkenning uitschakelen (niet-metalen pannen) 1. De kookplaat inschakelen. 2. Een kookzone met de plus-toets of min-toets inschakelen. 3. Op de inschakeltoets extra ring blijven drukken entegelijk een keer op de overeenkomstige plus-toets ofmin-toets van de gewenste kookzone drukken.

54BedieningNLKookplaat en kookzone inschakelen 1. Zolang op de Aan-toets drukken tot de kookstandweergaven 0 aan-tonen. U hoort een kort signaal. De besturing is klaar voor gebruik. 2. Meteen daarna met de plus-toets of min-toets van een kook-zone een kookstand kiezen. Door de plus-toets wordt de kookstand 1ingeschakeld, door de min-toets de kookstand 9.De plus-/min-toetsen kunnen apart worden aangeraakt of ingedruktgehouden worden. 3. Een pan op de kookzone plaatsen.Kookzone uitschakelen 4. a) Meermaals op de min-toets drukken tot de kookstandweergave 0aantoont, of b) één keer tegelijk op de min-toets en de plus-toets drukken.De kookzone wordt vanop elke kookstand direct uitgeschakeld, ofc) op de Uit-toets drukken. De volledige kookplaat wordt uitgescha-keld (alle kookzones worden uitgeschakeld).Kookplaat uitschakelen 5. Op de Uit-toets drukken.

De kookplaat wordt onafhankelijk van deinstelling volledig uitgeschakeld.Warmhoudfunctie Met de warmhoudfunctie kunnen gerechten die klaar zijn op een kook-zone warm gehouden worden. De kookzone wordt met laag vermogengebruikt. 1. Kookgerei staat op een kookzone en een kookstand (bijv. 3) is gekozen. 2. Op de min-toets drukken om de kookstanden te verlagen (... 3, 2, 1, ). Bij stoppen; de warmhoudfunctie is ingeschakeld. 3. Om uit te schakelen, één keer op de min-toets drukken (0).De warmhoudfunctie staat 120 minuten ter beschikking, daarna wordt dekookplaat uitgeschakeld.

BedieningNL55Inschakelen van een extra ring 1. De kookplaat inschakelen. 2. Gewenste kookstand van 1-9 kiezen. 3. Op de inschakeltoets extra ring drukken tot het controlelampje boven deze toets knippert. 4. Meteen daarna op de plus-toets of min-toets van de overeen-komstige kookzone drukken of blijven drukken om extra verwarmings-ringen in te schakelen. Belangrijk: Het inschakelen met de plus-toets of min-toets functioneert alleen zolang het controlelampje knippert. Opmerkingen • Naast de kookstandweergave branden symbolen voor de tweede c. q. derde ingeschakelde verwarmingsring. • De handmatig ingeschakelde verwarmingsringen worden automatischgedesactiveerd als de kookzone wordt uitgeschakeld. STOP-functie Het koken kan tijdelijk met de STOP-toets worden onderbroken, bijv. als eraan de deur wordt gebeld.

Om het koken met dezelfde kookstanden voort tezetten, moet de STOP-functie worden beëindigd. Een ev. ingestelde timerwordt gestopt en loopt daarna verder. Om veiligheidsredenen is deze functie slechts 10 minuten beschikbaar. Daarna wordt de kookplaat uitgeschakeld. 1. Het kookgerei staat op de kookzones en de gewenste kookstanden zijningesteld. 2. Op de Stop-toets drukken. In plaats van de gekozen kookstandenverschijnen na elkaar de letters S-T-O-P. 3. De onderbreking wordt beëindigd door eerst op de Stop-toets endaarna op een willekeurige andere toets (behalve de Aan/Uit-toets) tedrukken. De tweede toets moet binnen 10 seconden worden bediend, anderswordt de kookplaat uitgeschakeld. Vergrendeling Door de vergrendeling kunnen de bediening van de toetsen en de instellingvan een kookstand worden geblokkeerd. Alleen de Uit-toets kan nog altijdworden bediend om de kookplaat uit te schakelen.

Het con-trolelampje van de vergrendeltoets dooft uit. Opmerkingen • De geactiveerde vergrendeling blijft ook behouden als de kookplaat uitge-schakeld is. Vooraleer weer kan worden gekookt, moet ze daarom eerstgedesactiveerd worden. • Bij een stroomstoring wordt de ingeschakelde vergrendeling beëindigd,d. w. z. gedesactiveerd. moet knipperen.

56BedieningNLAutomatische uitschakeling (timer)Door de automatische uitschakeling wordt elke ingeschakelde kookzone naeen instelbare tijd automatisch uitgeschakeld. Er kunnen kooktijden van 1 tot99 minuten worden ingesteld. 1. De kookplaat inschakelen. 2. Een of meer kookzones inschakelen en gewenste kookstanden kiezen. 3. Tegelijk op de plus-toets en min-toets van de timer drukken. Het gereedheidspunt van de automatische uitschakeling brandt. Op detoetsen blijven drukken tot het timer-controlelampje voor de gewenstekookzone knippert. Belangrijk: Timer-controlelampjes kunnen alleen knipperen als de kook-zones eerst werden ingeschakeld (kookstand groter dan 0). 4. Meteen daarna met de min-toets of de plus-toets van de timerde kooktijd van 1 tot 99 minuten ingeven. Met de plus-toets begint de aangetoonde waarde bij 01, met de min-toetsbij 30. 5.

Om de automatische uitschakeling voor nog een kookzone te program-meren, zo vaak tegelijk op de plus-toets en min-toets van detimer drukken tot de timer-controlelamp voor de gewenste kookzoneknippert. Vervolgens met de min-toets of de plus-toets degewenste tijd instellen. 6. Na afloop van de tijd wordt de kookzone uitgeschakeld. Er is een tijd langeen signaal te horen, dat kan worden uitgeschakeld door op een wille-keurige toets (behalve de Uit-toets) te drukken. Opmerkingen • Ter controle van de verstreken tijd (automatische uitschakeling) zo vaaktegelijk op de plus-toets en de min-toets van de timer drukken,tot de timer-controlelamp voor de gewenste kookzone knippert. De aange-toonde waarde kan afgelezen en veranderd worden. • Automatische uitschakeling vervroegd wissen: de respectievelijke kook-zone selecteren (timer-controlelamp knippert) en met de min-toets 00instellen.

Na afloop van de tijd is er een tijd lang een signaal te horen, dat kan wor-den uitgeschakeld door op een willekeurige toets (behalve de Uit-toets) tedrukken. Noot:De kookwekker blijft ook dan in werking als de kookplaat uitgeschakeld is. Om de tijd te wijzigen de kookplaat met de Aan-toets inschakelen. Controlelamp timerGereedheidspunt van de Kookwekkerlampjeautomatische uitschakeling.

BedieningNL57Kinderbeveiliging De kinderbeveiliging moet verhinderen dat kinderen de kookplaat per ongelukof opzettelijk inschakelen. Hiervoor wordt de bediening geblokkeerd.Kinderbeveiliging inschakelen 1. Op de Aan-toets drukken om de kookplaat in te schakelen. 2. Onmiddellijk daarna tegelijk op de plus-toets van de tweede kook-zone en de min-toets van de derde kookzone drukken. 3. Vervolgens op de plus-toets van de tweede kookzone drukken omde kinderbeveiliging te activeren. In de kookstandweergaven verschijnt een L voor Child-Lock; de bedie-ning is geblokkeerd en de kookplaat wordt uitgeschakeld.Kinderbeveiliging uitschakelen 4. Op de Aan-toets drukken. 5. Onmiddellijk daarna tegelijk op de plus-toets van de tweede kook-zone en de min-toets van de derde kookzone drukken. 6. Vervolgens op de min-toets van de derde kookzone drukken om dekinderbeveiliging uit te schakelen.

De L verdwijnt. Kinderbeveiliging slechts voor één kookproces uitschakelenVoorwaarde: de kinderbeveiliging is volgens punt 1-3 ingeschakeld. • Op de Aan-toets drukken. • Onmiddellijk daarna tegelijk op de plus-toets van de tweede kookzoneen de min-toets van de derde kookzone drukken.Nu kan door de gebruiker een kookzone ingeschakeld worden. Na het uit-schakelen van de kookplaat is de kinderbeveiliging weer actief (ingescha-keld).OpmerkingBij een stroomstoring wordt de ingeschakelde kinderbeveiliging beëindigd,d.w.z. gedesactiveerd.

58BedieningNLAutomatisch aankoken Bij het automatisch aankoken gebeurt het aan de kook brengen met kook-stand 9. Na een bepaalde tijd wordt automatisch naar een lagere doorkook-stand (1 tot 8) teruggeschakeld.Bij het gebruik van het automatisch aankoken moet alleen de doorkookstandworden gekozen waarmee de bereiding verder moet worden gekookt, omdatde elektronica automatisch terugschakelt.Het automatisch aankoken is geschikt voor gerechten die koud worden opge-zet, op hoog vermogen worden verwarmd en op de doorkookstand niet per-manent in het oog moeten worden gehouden (bijv. het koken van soepvlees). 1. Een kookzone in werking nemen. 2. Kookstand 9 instellen. Door de plus-toets opnieuw aan te rakenwordt het automatisch aankoken geactiveerd. De kookstandweergavetoont afwisselend A en 9. 3. Meteen daarna met de min-toets een lagere kookstand 1 tot 8 kie-zen.

A en de gekozen doorkookstand knipperen afwisselend. 4. Het automatisch aankoken verloopt volgens de programmering. Na eenbepaalde tijd (zie tabel) wordt het kookproces op de doorkookstand voort-gezet.Opmerkingen • Tijdens het automatisch aankoken kan met de plus-toets de door-kookstand worden verhoogd. Door op de min-toets te drukken, wordthet automatisch aankoken uitgeschakeld. • Behoudt men na activering van het automatisch aankoken de stand 9 enkiest men geen lagere kookstand, wordt het automatisch aankoken na10 sec. automatisch uitgeschakeld en stand 9 blijft behouden.Ingestelde kookstandAutomatisch aankokenTijd (min:sec)1234567890:501:302:303:405:209:002:304:00-

Reiniging en onderhoudNL59Reiniging en o nderhoud • Vóór het reinigen de kookplaat uitschakelen en laten afkoelen. • De keramische kookplaat mag in geen geval met een stoom-reinigingsapparaat of dergelijke worden schoongemaakt. • Bij het reinigen erop letten dat slechts kort over de Aan/Uit-toets wordt geveegd. Op die manier wordt vermeden dat dekookplaat per ongeluk wordt ingeschakeld. Keramische kookplaatBelangrijk. Gebruik nooit agressieve reinigingsmiddelen zoalsgrove schuurmiddelen, krassende pannenreinigers, roest- envlekkenverwijderaar enz. Reiniging na gebruik1. Maak de hele kookplaat altijd schoon als ze vuil is – het bestetelkens na gebruik. Gebruik hiervoor een vochtige doek en watafwasmiddel. Daarna wrijft u de kookplaat met een schone doekdroog, zodat er geen resten van afwasmiddel op het oppervlakachterblijven. Wekelijks onderhoud2.

Reinig en onderhoud de kookplaat een keer in de week gron-dig met gebruikelijke reinigingsproducten voor vitrokeramiek. Houdt u zich in elk geval aan de instructies van de fabrikant. De reinigingsproducten vormen bij het aanbrengen een bescher-mende film, die water en vuil tegenhoudt. Alle verontreinigingenblijven op de film en kunnen daarna veel gemakkelijker wordenverwijderd. Vervolgens met een schone doek droogwrijven. Ermogen geen resten van reinigingsmiddelen op het oppervlakachterblijven, omdat ze bij het opwarmen agressief reageren enhet oppervlak veranderen. Speciale verontreinigingenSterke verontreinigingen en vlekken (kalkvlekken, parelmoer-achtig glanzende vlekken) kunt u het best verwijderen als dekookplaat nog lauwwarm is. Gebruik hiervoor gebruikelijke reini-gingsmiddelen. Ga daarbij te werk zoals onder punt 2 beschre-ven.

60Wat te doen bij problemen. NL Wat te doen b ij problemen. Ongekwalificeerde ingrepen en reparaties aan het apparaat zijngevaarlijk omdat er gevaar voor stroomstoten en kortsluitingbestaat. Om lichamelijke schade en schade aan het apparaat tevoorkomen, moeten ze worden vermeden. Daarom mogen der-gelijke werkzaamheden alleen door een elektrotechnicus, bijv. van de technische klantenservice, worden uitgevoerd. Denk eraanAls er aan uw apparaat storingen optreden, controleer dan eerstaan de hand van deze gebruiksaanwijzing of u de oorzaken nietzelf kunt verhelpen. Hierna vindt u tips voor het verhelpen van storingen. De zekeringen vallen meermaals uit. • Neem contact op met de klantenservice of een elektromon-teur. De kookplaat kan niet worden ingeschakeld. • Heeft de zekering van de huisinstallatie (zekeringenkast) gere-ageerd. • Is de aansluitingskabel aangesloten.

• Zijn de sensoren vergrendeld, d. w. z. het vergrendelcontrole-lampje boven de vergrendeltoets brandt. • Zijn de sensoren vergrendeld (kinderbeveiliging), d. w. z. wordteen L aangetoond. • Zijn de sensoren gedeeltelijk door een vochtige doek, vloeistofof een metalen voorwerp bedekt. A. u. b. verwijderen. De kookplaat c. q. de kookzone is plots uitgeschakeld. • Hebt u per ongeluk op de Aan/Uit-toets gedrukt. • Zijn de sensoren gedeeltelijk door een vochtige doek, vloeistofof een metalen voorwerp bedekt. Een signaaltoon weerklinktgedurende een beperkte tijd. Na een paar seconden wordt eruitgeschakeld. A. u. b. het voorwerp van de sensoren verwijde-ren. • Heeft de veiligheidsuitschakeling gereageerd, d. w. z. een kook-stand werd langer dan een bepaalde tijd ongewijzigd gebruikt. Zie hoofdstuk „Gebruiksduurbeperking”.

Het symbool knippert en er is gedurende een bepaaldetijd een signaal te horen. Er is een permanente bediening van de touch-control-sensorendoor overgekookte levensmiddelen, kookgerei of andere voor-werpen. Oplossing: het oppervlak schoonmaken of het voorwerpen ver-wijderen.

Om het symbool te wissen, op dezelfde toets drukken of dekookplaat uit- en inschakelen. De foutcode E2 wordt getoond. De elektronica is te heet. De inbouw van de kookplaat controle-ren, in het bijzonder op goede beluchting letten. Er wordt een foutcode (ERxx of Ex) getoond. Er is een technisch defect. A. u. b. contact opnemen met de ser-vice. Kookplaat uitschakelen niet mogelijk. • Elektronisch onderdeel is defect. Zekering uitschakelen en service contacteren. De kookplaat warmt niet op. • Kookplaat defect. Service contacteren. • Binnenste ring van een kookzone met meerdere ringen defect. Functionerende buitenste ring in geen geval blijven gebruiken. Onmiddellijk de service contacteren. De kookplaat maakt geluiden (klikkende of krakende gelui-den) of bij het inschakelen van de kookplaat is gezoem tehoren.

• Dat heeft een technische oorzaak en heeft geen invloed op dekwaliteit en de werking. LED voor de kookstanden of voor de restwarmteverklikker Hbrandt niet of slechts af en toe. • LED defect. Service contacteren. Gevaar voor verbranding omdat er niet meer voor hoge tempe-raturen wordt gewaarschuwd. De kookplaat heeft barsten of breuken. Bij breuken, barsten, scheuren of andere beschadigingen aan dekeramische kookplaat bestaat gevaar voor elektrische schokken. Het apparaat onmiddellijk buiten gebruik nemen. Onmiddellijk dezekering in de woning uitschakelen en contact opnemen met deklantenservice.

MontagehandleidingNL61MontagehandleidingOpmerkingDe KÜPPERSBUSCH-kookplaat mag alleen volgens deinstructies in deze handleiding worden ingebouwd. Als ditvoorschrift niet wordt nageleefd, sluit KÜPPERSBUSCH elkeaansprakelijkheid uit en verliezen de toegekende keurmer-ken hun geldigheid. Veiligheidsinstructies voor de keukenmeubelmonteur • Het fineer, de lijm of de kunststofbekleding van de aangren-zende meubels moeten temperatuurbestendig zijn (>75°C). Als het fineer en de bekleding onvoldoende temperatuurbe-stendig zijn, kunnen ze vervormen. • Bij het ingebouwde apparaat mag geen contact mogelijk zijnmet onderdelen die bij het gebruik onder spanning staan. • Het gebruik van muurstrips van massief hout op het werkbladachter de kookplaat is toegelaten voor zover de minimumaf-standen volgens de inbouwtekeningen worden gerespecteerd.

• De minimumafstanden aan de achterkant van de kookplaatuit-sparingen moeten volgens de inbouwtekening worden geres-pecteerd. • Bij het inbouwen naast een hoge kast is een veiligheidsafstandvan minstens 40 mm vereist. De zijkant van de hoge kast moetmet warmtebestendig materiaal worden bekleed. Om goed tekunnen werken dient de afstand echter ten minste 300 mm tebedragen. • De afstand tussen kookplaat en afzuigkap moet minstens zogroot zijn als in de montagehandleiding van de afzuigkap isvoorgeschreven. • Het verpakkingsmateriaal (plastic folie, piepschuim, nagels,enz. ) moet uit de buurt van kinderen worden gehouden omdatdeze delen eventuele risicobronnen vormen. Kleine onder-delen kunnen worden ingeslikt en bij folie bestaat verstikkings-gevaar. MontageBelangrijke opmerkingen • Indien de kookplaat boven meubelgedeelten (zijwanden, ladene. d.

) ligt, moet een tussenbodem met een minimale afstandvan 20 mm t. o. v. de onderkant van de kookplaat worden inge-bouwd, zodat een toevallig contact niet mogelijk is. De tussen-bodem mag alleen met gereedschap kunnen wordenverwijderd.

• Om brand te vermijden, moet erop worden gelet dat geenbrandgevaarlijke, licht ontvlambare of door warmte vervorm-bare voorwerpen direct naast de kookplaat worden geplaatstof gelegd. KookplaatafdichtingVóór het inbouwen moet de meegeleverde kookplaatafdichtingzonder onderbreking worden ingelegd. • U moet verhinderen dat er tussen de rand van de kookplaat enhet werkblad of tussen het werkblad en de muur vloeistoffen inde daaronder ingebouwde elektrische apparaten kunnenindringen. • Bij inbouw van de kookplaat in een oneffen werkblad, bijv. meteen keramisch of vergelijkbaar oppervlak (tegels enz. ) moetde pakking, die zich ev. aan de kookplaat bevindt, worden ver-wijderd. In de plaats daarvan moet de verbinding tussen kook-plaat en werkblad met plastische afdichtmaterialen (kit)worden afgedicht. •De kookplaat in geen geval met silicone vastkleven.

Anders is het later niet meer mogelijk de kookplaat weer teverwijderen zonder ze te vernielen. Uitsparing in het werkbladDe uitsparing in het werkblad moet zo nauwkeurig mogelijk meteen goed, recht zaagblad of een bovenfrees worden uitgezaagd. De snijvlakken dienen daarna te worden verzegeld zodat er geenvocht kan binnendringen. De uitsparing voor de kookplaat wordt volgens de afbeeldingenuitgezaagd. De keramische kookplaat moet absoluut horizontaal en op gelijkehoogte met het werkblad liggen. Eventuele spanningen kunnende glazen plaat doen breken. Controleren of de pakking van de kookplaat correct zit en volledigafsluit.

• Bij het aansluiten van het apparaat moet een installatie wordenvoorzien die het mogelijk maakt het apparaat met een contact-openingswijdte van ten minste 3 mm met alle polen van het nette scheiden. Geschikte scheidingsinstallaties zijn LS-schake-laars, zekeringen en contactoren.Bij aansluiting en reparatie het apparaat met één van dezeinstallaties stroomloos maken. • De aardleider moet zo lang zijn dat hij bij het begeven van detrekontlasting pas na de stroomvoerende aders van de aan-sluitkabel met trek wordt belast. • De overtollige kabellengte moet uit de inbouwzone onder hetapparaat worden getrokken. • U moet er ook op letten dat de netspanning met de op hettypeplaatje aangegeven netspanning overeenstemt. • Bij het ingebouwde apparaat mag geen contact mogelijk zijnmet onderdelen die bij het gebruik onder spanning staan.

MontagehandleidingNL63Geen aansluitkabel standaard aanwezig • De aansluitleiding moet minstens van het type H05 RR-F zijn.Aansluitingsmogelijkheden: 5-polige aansluiting * Let op! Speciale aansluiting 220 - 240 V 3~ !Aansluitingsmogelijkheden: 6-polige aansluiting Aansluitkabel standaard aanwezig • De kookplaat is bij levering met een temperatuurbestendigeaansluitkabel uitgerust. • De aansluiting op het net wordt volgens het aansluitschemauitgevoerd, tenzij de aansluitkabel al met een stekker is uitge-rust.Aansluitingsmogelijkheden * Let op!

Speciale aansluiting 220 - 240 V 3~ !Technische gegevensInbedrijfstellingNa het inbouwen van de kookplaat en na het inschakelen van devoedingsspanning (aansluiting op het net) vindt eerst een zelftestvan de besturing plaats en verschijnt er een service-informatievoor de klantenservice.Belangrijk: Bij de aansluiting op het net mogen er geen voorwer-pen op de touch-control sensoren liggen!Met een sponsje en wat sop even over het oppervlak van dekookplaat vegen en vervolgens droogwrijven.Kookzones links voor Ø cm / kW links achter Ø cm / kW rechts achter Ø cm / kW rechts voor Ø cm / kW12;17,5;21/2,314,5 / 1,214,5 / 1,212;18/ 1,7 Kookplaat, totaal . . . . . . . . . . kW 6,4Aansluitwaarden netspanning . . . . . . . . . . . . . . . . . . 380-415V 3N~, 50-60 Hznominale componentenspanning. .

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Kuppersbusch EKE 9742.0-35 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden