Kuppersbusch EEH 670.0 Handleiding
Pagina's 26 Nederlands
Bekijk gratis de handleiding van Kuppersbusch EEH 670.0 (26 pagina’s), behorend tot de categorie Oven. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 39 mensen. Heb je een vraag over Kuppersbusch EEH 670.0 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Kuppersbusch |
| Categorie: | Oven |
| Model: | EEH 670.0 |
Handleiding Kuppersbusch EEH 670.0 – volledige tekst
Ter informatieGelieve de informatie in deze handleiding zorgvuldig te lezen. U vindt hierbelangrijke instructies m. b. t. de veiligheid, de installatie, het gebruik en hetonderhoud van het apparaat. Het apparaat dient uitsluitend voor de bereiding van levensmiddelen in hethuishouden. Bewaar deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig. Volg de instructies en gegevens in deze handleiding. Alleen zo vermijdt ufouten bij de bediening en beschadiging van het apparaat. Voor schade die het gevolg is van ondeskundige bediening kan de fabri-kant niet aansprakelijk worden gemaakt. GarantieVoor het aangeschafte apparaat gelden de garantiebepalingen welke doorde vertegenwoordiging van de moederorganisafie in het land van aankoopzijn uitgegeven. Eventuele bijzonderheden hiervoor zal de leverancier, waar-bij het apparaat is gekocht, desgevraagd verschaffen.
Om aanspraak tekunnen maken op eventuele garantie is het overleggen van de rekening inieder geval vereisf. TypeplaatjeHet typeplaatje vindt u rechts aan de zijkant en is zichtbaar als u de oven-deur opent. Gelieve voor eventuele vragen aan onze klantenservice de vol-gende gegevens te noteren:F-nummerTypenaam ovenTypenaam kookplaatInhoud Overzicht van het apparaat. 64 Het bedieningspaneel. 65Bedieningselementen en display’sOpmerkingen i. v. m. de bediening Veiligheidsinstructies. 66voor inbouw, aansluiting en werkingvoor de kookplaatvoor de ovenvoor de vleesthermometer Voor het eerste gebruik. 66Verpakking en het oud apparaat verwijderenEerste schoonmaakTijd instellenTimer De kinderveiligheid. 67Kinderveiligheid gebruikenKinderveiligheid buiten werking zetten De kookplaat. 68Kenmerken van de vitrokeramische kookplaat Gebruik van de kookplaat.
Het bedieningspaneelVia het bedieningspaneel worden alle functies van de oven en de kookplaat geregeld. Met draaiknoppen, regelknoppen en sensortoetsen worden functies gekozen en waarden ingesteld. In de display’s zijn de ingestelde waarden voor tempera-tuur en tijd te zien. De symboolvelden tonen de programma’s aan. De bedieningselementen hebben de volgende betekenis:Bedieningselementen en display’s 1 Symboolvelden braad- en bakprogramma’s, 2 Symboolvelden verwarmingsprogramma’s hebben een groene achtergrondverlichting als de oven ingeschakeld is, het symboolveld vaneen geselecteerd programma licht rood op. 3 Draaiknop programmakeuze om de bak-, braad- en verwarmingsprogramma’s te selecteren, om de klok in te stellen, naarrechts en links draaibaar. 4 Draaiknop oventemperatuur om de oventemperatuur in te stellen en te wijzigen. 5 Kookzoneregelknop om de kookzonefuncties te regelen.
6 Kookstandaanduiding met controlelampjes is voor elke kookzone voorhanden. Het cijfer toont de kookstand aan, het linker controlelampjede kookautomaat (knippert) of de pandetectie (blijft branden) en het rechter controlelampjetoont de kook-tussenstand aan. 7 Aanduiding oventemperatuur met oproeptoets werkelijke temperatuur toont permanent de ingestelde oventemperatuur aan; wanneer u op de oproeptoets werkelijketemperatuur drukt, verschijnt gedurende een paar ogenblikken de werkelijke temperatuur. 8 Oproeptoets werkelijke temperatuur Wanneer u op deze toets drukt, wordt de werkelijke temperatuur aangetoond. Het controlelampje toont aan dat de vleesthermometer ingestoken is.
11 Toets kinderveiligheid AAN vergrendelt de ovenfuncties en de voorste kookzones. 12 Toets oven AAN om de oven in te schakelen. 13 Toets oven UIT om de oven uit te schakelen, zet alle functies buiten werking. 14 Klokje toont permanent de actuele tijd, het klokje heeft geen schakelfunctie. Opmerkingen i. v. m. de bediening – Alle toetsen zijn sensortoetsen, die reeds op licht contact reageren. – Raak de sensortoetsen aan in de gevoelige zone (sensoren) boven het symbool. In de afbeelding onderaan op deze pagina zijn de gevoelige zonesvan de sensortoetsen duidelijk weergegeven. Op de sensortoetsen zelf is er geen markering. – Alle draaiknoppen en regelknoppen zijn indrukbaar. Door er eventjes op te drukken worden ze weer uitgehaald. Met ingedrukte draaiknoppen en regel-knoppen kan niet geschakeld worden. Alle draaiknoppen en regelknoppen kunnen naar rechts en links worden gedraaid.
Veiligheidsinstructiesvoor inbouw, aansluiting en werkingKüppersbusch-fornuizen mogen uitsluitend met Küppersbusch-kookplaten worden gecombineerd. Aansluiting op het net, onderhoud en reparatie van het apparaat mogenalleen door een erkend vakman volgens de geldendeveiligheidsvoorschriften worden uitgevoerd. Ondeskundig uitgevoerdewerkzaamheden vormen een risico voor uw veiligheid. Het apparaat uitsluitend gebruiken als het is ingebouwd. De oppervlakken van het fornuis, de ovendeur en het kookapparaatworden heet bij het werken. Kleine kinderen steeds uit de buurt houden. Het netsnoer van elektrische apparaten niet op hete kookzones leggenof tussen de ovendeur klemmen. Damp- en/of drukreinigingsapparaten mogen niet worden gebruikt omde bakoven schoon te maken. Het apparaat kan dusdanig wordenbeschadigd dat het levensgevaarlijk voor u is.
Het apparaat dient uitsluitend voor de bereiding van levensmiddelen inhet huishouden. voor de kookplaatOververhitte vetstoffen en olie kunnen spontaan ontbranden. Bij het bereidenvan gerechten met vet en olie, bijv. frieten, steeds in de buurt blijven. Brandend vet en olie nooit met water blussen. Een deksel op de pan leggen,de kookzone uitschakelen en de pan van de hete kookzone schuiven. Bij scheuren, barsten of een breuk in het keramisch kookveld hetapparaat onmiddellijk buiten bedrijf stellen. Zekering uitschakelen. Bij de keramische kookplaat met warmhoudzone kan een onbedoeldebeïnvloeding van of een defect aan een elektronisch onderdeel dewarmhoudzones inschakelen. Daarom ook na het gebruik op deze zonesgeen voorwerpen leggen die een gevaar voor hun omgeving kunnen vormen. Geen aluminiumfolie of kunststof op de kookplaat leggen.
Geen brandbare of ontvlambare voorwerpen op de kookplaat leggen die eengevaar kunnen vormen als de kookplaat per ongeluk wordt ingeschakeld. voor de ovenBij reparaties en het vervangen van de ovengloeilampen moet hetapparaat stroomloos worden gemaakt (zekering uitschakelen).
Nooit voorwerpen in de oven bewaren die een risico kunnen vormen alsde oven per ongeluk wordt aangezet. Opgelet bij het werken in de hete oven. Pannenlappen, handschoenenof dergelijke gebruiken. De ovendeur moet goed sluiten. Bij beschadigingen aan dedeurpakking, de scharnieren, de deurafdichtvlakken of bij een gebrokendeurglas het apparaat onmiddellijk buiten bedrijf stellen tot het door eenvakman gerepareerd en gecontroleerd is. Opgelet. Bij het openen en sluiten van de ovendeur niet in dedeurscharnieren grijpen. Gevaar voor verwondingen. Ovendeur bij het bereiden van gerechten in de oven altijd volledigsluiten. Minstens 5 cm afstand van de grill en de bovenverwarming bewaren. voor de vleesthermometerAlleen de originele vleesthermometer gebruiken. Kabel van de vleesthermometer niet tussen de ovendeur klemmen. De vleesthermometer uit de oven nemen als hij niet wordt gebruikt.
Tenminste 5 cm afstand van de grill en de bovenverwarming houden. Voor het eerste gebruikVerpakking en het oud apparaat verwijderenVerwijder de transportverpakking altijd op een zo milieubewust mogelijkemanier. In Duitsland neemt de handelaar, bij wie u het apparaat hebt gekocht, detransportverpakking terug. De recyclage van het verpakkingsmateriaal spaart grondstoffen en vermin-dert de afvalberg. Oude apparaten bevatten nog waardevolle stoffen. Brenguw oud apparaat naar een recyclagecentrum. Oude apparaten moeten eerst onbruikbaar worden gemaakt, vooraleer zeworden weggebracht. Zo wordt misbruik voorkomen. Eerste schoonmaakLosse onderdelen en verpakking verwijderen. Vooraleer u de eerste keer levensmiddelen bereidt, moeten de binnenkantvan de oven en alle accessoires grondig worden schoongemaakt. Vitrokeramische kookplaat, bakplaten, druippan, rooster, vleesthermometerenz.
Tijd instellenHet klokje toont altijd de actuele tijd aan. Het werkt onafhankelijk van defuncties van het fornuis. De tijd stelt u als volgt in:-Raak het glas rechts naast decijfers aan tot u een signaal hoort. De cijfers knipperen. -Stel nu met de draaiknop pro-grammakeuze (1e schakelaar vanlinks) de juiste tijd in. Ca. 5 seconden na de instelling knippert het klokje niet meer. Het klokje heeft de nieuwe tijd aangenomen. Om het klokje opnieuw in testellen, moet u dezelfde stappen herhalen. Timer De timer kan met of zonder uitschakelfunctie worden gebruikt. Voor de tijdinstelling van de bak- en braadprogramma’s en de verwarmings-programma’s van de oven heeft de timer een uitschakelfunctie. Is de oven niet ingeschakeld, heeft hij geen uitschakelfunctie. - Stel met de insteltoetsen of de tijd in. Uw gewenste tijd verschijnt in het display.
De kinderveiligheidUw fornuis beschikt over een kinderveiligheid, die u kunt activeren om teverhinderen dat het fornuis per ongeluk of door onbevoegden wordt inge-schakeld. Kinderveiligheid gebruikenMet de met de sleutel gemarkeerde toets activeert u de kinderveiligheid. De kinderveiligheid kan alleen worden ingeschakeld als de oven is inge-schakeld. -Druk op de toets kinderveiligheid. Op het bedieningspaneel knipperen de volgende drie controlelampjes:-toets Oven Aan , -toets Timer -toets Vleesthermometer . Na ca. 10 minuten wordt het apparaat uitgeschakeld. De kinderveiligheid blokkeert de instelling van de oven. De beide voorstekookzones worden uitgeschakeld. De achterste kookzones kunnen normaalvoortgebruikt worden. De bestaande instellingen van de oven blijven behou-den of kunnen verlaagd worden. Nieuwe temperatuurinstellingen zijn nietmogelijk.
Wanneer het fornuis weer wordt ingeschakeld, blijft alles uitgeschakeld,met uitzondering van de achterste kookzones. De geactiveerde kinderveiligheid - ook voor de kookzones - is alleente herkennen als de oven ingeschakeld is. Om het fornuis weer volledig te kunnen gebruiken, moet de kinderveilig-heid buiten werking worden gezet. Kinderveiligheid buiten werking zettenDat gebeurt m. b. v. de toetsen van de drie knipperende controlelampjes. -Druk op de toetsen van de drie knipperende controlelampjes (in detekening met een pijl aangeduid), eerst op de toetsen enbeide linker dan op de rechter toets. U hoort een akoestisch signaal als de kinderveiligheid weer buiten ge-bruik genomen is. De controlelampjes knipperen niet meer. U beschikt weer over alle functies van uw fornuis.
De vitrokeramische kookplaat heeft vier kookzones, twee daarvan zijn kook-zones met een dubbele kring. In de tekening zijn die met een dubbele om-randing afgebeeld. Bovendien is de kookplaat met restwarmteverklikkers (1) en kookzone-aan-duidingen (2) uitgerust. De kookzones beschikken over een kookautomaat en pandetectie. De aankookautomaat functioneert als volgt: bij het inschakelen van dekookzone wordt een extra aankookstoot ingeschakeld. Na het aan de kookbrengen of aanbraden schakelt de kookzone automatisch over op de geko-zen kookstand. Gebruik de aankookautomaat om energiebesparend te koken. De automatische pandetectie verhoogt de veiligheid bij het werken methet fornuis. Metalen servies wordt herkend, niet-metalen servies (b. v. glasof keramiek) wordt niet herkend. Een verklikkerlampje naast het kookstand-cijfer knippert als geen pan herkend of opgezet is.
Hoe u de automatische pandetectie kunt uitschakelen leest u in hethoofdstuk “Pandetectie gebruiken”. Restwarmteverklikkers (1) vindt u aan de rechterkant van de kookplaat. Ze branden als de kookzones ingeschakeld zijn en zolang de kookzonesnog zeer warm zijn - ook na het uitschakelen. Opgelet. De verklikker kan uitvallen (lamp defect). In dat geval wordt uniet voor hete kookzones gewaarschuwd. Lamp onmiddellijk laten vervan-gen. Kookzone-aanduidingen (2) vindt u midden voor op de kookplaat. Hierwordt aangetoond welke kookzone met welke kookstand is ingeschakeld. Verlichte cijfers tonen de kookstanden aan. Verklikkerlampje, links buiten resp. rechts buiten naast het cijfer toont de pandetectieen de aankookstoot aan. knipperend voor de pandetectie (geen pan),continu brandend voor de aankookstoot. Verlicht punt rechts naast het cijfer toont de kookstand- (decimaal punt) tussenstand aan.
Opmerking: uw fornuis kan ook gecombineerd zijn met een kookplaat diegeen kookzone-aanduidingen heeft en niet met pandetectie is uitgevoerd. EEH 670. 0 67.
Gebruik van de kookplaat Gelieve rekening te houden met de veiligheidsrichtlijnen op pag. 66. Elke kookzone heeft een eigen kookzoneregelaar. Met de kookzoneregelaarworden de kookzones gekozen, de kookstanden in- en uitgeschakeld, deaankookautomaat en de pandetectie uitgeschakeld. De kookzoneregelaars zijn indrukbaar. Door er even op te drukken wordenze weer uitgehaald. De regelaars kunnen in elke stand ingedrukt worden. Met ingedrukte regelaars kan niet geschakeld worden. Kookstanden in- en uitschakelenElke kookzone heeft negen kookstanden. Ook tussenstanden zijn mogelijk. Op een grote stand aan de kook brengen en op een kleine stand voortkoken. -Om een kookzone in te stellendraait u de regelaar naar rechts, tothet cijfer van de gewenste kookstandnaast het kookzonesymbool en in dekookzone-aanduiding verschijnt.
Tussenstanden worden door een puntrechts naast het kookstandcijfer aan-getoond. -Om de kookzone uit te schakelendraait u de regelaar in omgekeerderichting tot op de stand ,,0“. De kook-zone-aanduidingen branden niet meer. Kookstand Toepassing Aankookautomaat 0 uitschakelen 1-3 opwarmenwarmhoudenwellenontdooienautomatischaan de kook brengen 4-5 stomenstovenkoken 6-8 bradenfriturenautomatischaanbraden 9 warm makenvan grotehoeveelhedenKooktussenstanden: Kookstand 1 2 3 4 5 6 7 8 9 Tussenstand - - 3,5 4,5 5,5 - 7,5 8,5 -Kookzone met dubbele kring in- en uitschakelenStandaard wordt de kleinste kookzone-diameter gebruikt. Voor braadsledenen grote pannen kunt u de buitenste kookzonekring inschakelen. - Voor het inschakelen draait u dekookzoneregelaar naar rechts totaan de aanslag en stelt u de gewens-te kookstand in. - Om uit te schakelen draait u deregelaar weer op stand ,,0“.
Als geen pan herkend wordt, knippert het controlelampje naast de kook-stand-aanduiding. De kookzone wordt automatisch uitgeschakeld. U kunt de pandetectie ook uitschakelen. -Draai kookzoneregelaar één de keer naar links tot aan de aanslag. Als u de kookzone opnieuw inscha-kelt is de pandetectie uitgeschakeld. Als de kookzone langere tijd nietwordt gebruikt, wordt hij automatischuitgeschakeld. Voor ingebruiknamemoet deze kookzone volledig uitge-schakeld worden. Koken met de aankookautomaat-Stel m. b. v. de regelaar de kookstand in waarop u wilt koken. De aankookautomaat van de kookzone wordt mee automatisch inge-schakeld. Een controlelampje links naast de kookstand-aanduiding brandt geduren-de de tijd van de aankookstoot. -Na het aan de kook brengen of aanbraden schakelt de kookzone auto-matisch om op de gekozen kookstand. Het controlelampje dooft uit.
U kunt ook zonder aankookautomaat werken (b. v. om gerechten op te war-men). Er zijn twee mogelijkheden om de aankookautomaat uit te schakelen: 1. Binnen 30 seconden na het inschakelen de regelaar meer dan één kook-stand terugdraaien. 2. De kookzone inschakelen, even uitschakelen en weer inschakelen. De nuingestelde kookstand werkt zonder aankookstoot. Opmerkingen i. v. m. de juiste pannenMet de juiste pannen spaart u tijd en energie. Gebruik alleen metalenpannen, aangezien de kookzones alleen metalen pannen herkennen. Gebruik pannen met een effen en gladde bodem. Kies pannen met een diameter die op de kookzone past. 68 EEH 670.
Gebruik van de oven Gelieve rekening te houden met de veiligheidsrichtlijnen op pag. 66. Opmerkingen:Raak de sensortoetsen voor het in- of uitschakelen aan de bovenkantaan (boven de symbolen). Daar zitten de sensoren (zie pag. 65). Elke activering van een toets wordt door een akoestisch signaal bege-leid. De oven werkt alleen als de ovendeur gesloten is. Bij het werkenmet de oven wordt de oven warm. Bij temperaturen boven 95 °C draaitde koelventilator - ook als de oven uitgeschakeld is. Oven inschakelen-Druk op de Aan-toets. Een controlelampje in de toets toontaan dat de oven gebruiksklaar is. De symboolvelden van de bak-, braad-en verwarmingsprogramma’s hebbeneen groen verlichte achtergrond. Allefuncties van de oven kunnen nu ge-bruikt worden. Indien na het inschakelen geen andere functie gekozen wordt, hoort u na10 seconden een akoestisch signaal.
Na nog eens 10 seconden wordt deoven weer uitgeschakeld. Oven uitschakelen-Druk op de Uit-toets. Het controlelampje dooft uit. De symboolvelden van de ovenpro-gramma’s zijn niet meer verlicht. Alle functies van de oven zijn bui-ten werking gezet. De oven heeft een gebruiksduurbegrenzing (veiligheidsbegrenzing). Na ca. 6 uur wordt de oven automatisch uitgeschakeld. Programma kiezen - Draai de knop programmakeuze (linker schakelaar) naar rechts oflinks tot het gewenste verwarmingsprogramma of bak- en braad-programma bereikt is en het symbool rood verlicht is. De oven begint na 3 seconden te werken. U hoort een akoestischsignaal. Is de ovendeur gesloten, warmt de oven op. Zolang de ovendeur open is, wordt niet opgewarmd. Elk verwarmingsprogramma start met een vast ingestelde bereidings-temperatuur. De temperatuur verschijnt in het display .
Bereidingstemperatuur wijzigen-Draai de knop oventemperatuur (2e schakelaar van links) naarrechts of links tot de gewenste temperatuur in het display voor debereidingstemperatuur verschijnt. Werkelijke temperatuur oproepenTijdens het volledige bereidings- of bakproces wordt de ingestelde tempera-tuur aangetoond. Als u tussendoor de werkelijke temperatuur wilt weten,kunt u die als volgt oproepen:-Druk op de toets bereidings-temperatuur. Gedurende 3 seconden verschijnt deactuele temperatuur in het display. Bereidingsduur instellen of wijzigenU kunt met de timer : 1. de duur van een bereidingsprogramma instellen 2. de vast ingestelde duur van een bak- of braadprogramma wijzigen. -Druk op de toets timer. -Stel met de toetsen of de gewenste waarde in. De waarde verschijnt in het display. Tijdens de bereiding wordt continu denog resterende tijd aangetoond.
De ovenverlichtingDe ovenverlichting is ingeschakeld als de indrukbare knop programma-keuze (1e schakelaar van links) niet ingedrukt is. De verlichting functioneert onafhankelijk van de keuze van een werkwijze. Ook bij het gebruik van de oven kan de verlichting uitgeschakeld worden. Op die manier spaart u energie. De ovenverlichting is uitgeschakeldals de indrukbare knop programma-keuze ingedrukt is. Zodra u opnieuw op de knop drukt,wordt de verlichting weer ingeschakeld. Na het gebruik van de oven de knopprogrammakeuze weer indrukken. De ökotherm®-katalysatorDe ökotherm-katalysator reinigt de ovenlucht van vet- en geurstoffen enzwevende partikels reeds tijdens het braden en bakken. Geuren en vetdam-pen worden reeds in de oven zelf in reukloze en vochtige lucht omgezet. Daarbij wordt geen energie gebruikt; er komt integendeel energie vrij. Uit de oven komt schone lucht.
Vetslierten op de keukenmeubels wordenvermeden. Wanneer het reinigingseffect vermindert, kunt u de ökotherm®-katalysatorgewoon regenereren (zie pag. 80). De backmobil®De oven beschikt standaard over een backmobil®. De backmobil® verge-makkelijkt het werken met de oven. Voor het slagen van gebraad of gebak is het belangrijk de juiste inschuif-hoogte te kiezen. Met de backmobil® kunt u het rooster en de bakplatenreeds buiten de oven op de juiste plaats voor het bakken en braden leggen. Gebruik van de backmobil®Opgelet. De backmobil® en de blokkeringstoets kunnen zeer heet zijn. Gebruik pannenlappen, handschoenen o. d. backmobil® uitschuiven: Hefboom naar beneden drukkenbackmobil® inschuiven:Langzaam naar binnen schui-ven tot de backmobil® vastklikt. InschuifmogelijkhedenDe backmobil® heeft een frame en zeven richels. De inschuifhoogtenworden van onder geteld.
Voorbeeld:Inschuifhoogte 5: bakplaat op richel 5 van onder inschuiven. In het frame kan b. v. de braadslede worden ingeschoven. In de richels worden al naargelang van de bereiding het rooster en de bak-platen ingeschoven. Gegevens i.
v. m. de inschuifhoogten vindt u bij de verschillende toepassin-gen en in de richtwaardetabellen. Op de volgende tekening van de backmobil® zijn de richels aangeduid envoorbeelden voor de braadslede in het frame en een bakplaat op inschuif-hoogte 5 afgebeeld. 1 - 7 RichelsA Frame B Braadslede in het frame C Bakplaat op inschuifhoogte 5Bakplaten en roostersDe bodem van de oven niet met aluminiumfolie afdekken. Bakplaten:Bij het uitnemen lichtjes optillen. Als ze weer zijn ingeschoven, moet de schuine kant van de platen naar deovendeur gericht zijn. Druippan en bakplaat met de beide gaten naar achter in de oven schuiven. Rooster:Let erop dat de inkeping in deroosters altijd naar voor (naaru toe) is gericht. 70 EEH 670.
Programma’sUw fornuis beschikt over twaalf verwarmingsprogramma’s en twaalf braad- en bakprogramma’s. Met een draai aan de knop hoeft u alleen nog het passendesymbool op het bedieningspaneel te kiezen.Het multitherm plus® verwarmingssysteem combineert acht verwarmingswijzen tot 24 verwarmings-, braad- en bakprogramma’s. Bij verschillende programma’s wisselt de verwarmingswijze tijdens de bereiding. De heteluchtventilater wordt daarbij, af-hankelijk van het programma, afwisselend aan- en uitgeschakeld. Dat hoort tot het normale programmaverloop!Verwarmingsprogramma’sU kunt onder twaalf verwarmingsprogramma’s het programma kiezen dat voor uw bereiding het beste is. Elk verwarmingsprogramma wordt met een vast inge-stelde temperatuur ingeschakeld. Deze bereidingstemperatuur kan gewijzigd worden.
Verwarmingsprogramma Toepassingen Voorgesteldetemperatuurin °C> Grill voor grote oppervlakken Grillen van grote hoeveelheden, b.v. steaks, vis enworstjes, maar ook voor het overbakken van toast engratins.290 *4 Grill Grillen van kleine hoeveelheden.Stukken vlees in het midden van het braadroosterleggen.290 *9 Onderverwarming Voorbakken van zeer vochtig gebak, inkoken 180 : Bovenverwarming Gratineren 220 ?
Braad- en bakprogramma’sUw fornuis biedt u twaalf comfortabele braad- en bakprogramma’s zes braad-, waarvan en zes bakprogramma’s, waarmee het bakken en braden ugemakkelijk wordt gemaakt. Als u een braadprogramma kiest, moet u er wel aan denken het gebraad één keer te draaien. U kiest gewoon het gewenste programma en de rest voert uw oven automatisch uit. Bereidingstemperatuur en -duur zijn reeds ingesteld. De vast ingesteldewaarden kunnen gewijzigd worden. We adviseren de richtwaarden die in deze gebruiksaanwijzing worden gegeven zo nauwkeurig mogelijk te volgen. Belangrijk:De voorgegeven temperatuur en duur van de braad- en bakprogramma’s gelden voor de bereiding van 1 kg vlees, gebak van 500 g meel of 1 kg rauweaardappelen en rauwe groenten. Als u grotere of kleinere hoeveelheden gebruikt, moet u de bereidings- of bakduur en de temperatuur aan de hoeveelheidaanpassen (zie pag.
69 - bereidingstemperatuur wijzigen). Richtwaarden voor de bereiding van grotere hoeveelheden vlees vindt u in de tabel braadprogramma’s. Maak gebruik van de vleesthermometer. Daarmee bent u niet afhankelijk van het gewicht en de dikte van het vlees of gevogelte (zie pag. 73). Braadprogramma Toepassingen Temperatuur Bereidingsduurin min.
De vleesthermometer De vleesthermometer meet de temperatuur binnen in de bereiding. Bij hetgebruik van de vleesthermometer wordt het bereidingsproces gestuurddoor de te bereiken kerntemperatuur die voor het gebraad nodig is. Zodra die kerntemperatuur bereikt is, wordt de oven automatisch uitgescha-keld. De bereiding is klaar. De vleesthermometer gebruikt hetzelfde display als de timer. Beide hebbeneen uitschakelfunctie. Het gebruik van de vleesthermometer is zeer sterk aan te bevelen voor debereiding van gebraad waarvan de kerntemperatuur een bepaalde waardeniet mag overschrijden, zoals rosbief. Gebruik van de vleesthermometerDe vleesthermometer kunt u als volgt gebruiken: 1. Bij het braden met bak- en braadprogramma’s. Daarbij is de kerntemperatuur voor het gebraad reeds ingesteld. U kunt deze kerntemperatuur ook wijzigen (zie pag. 69 - kerntempera-tuur instellen of wijzigen). 2.
Bij het braden met verwarmingsprogramma’s. In het display verschijnt een voorkeur-kerntemperatuur, die u afhan-kelijk van de vleessoort op de vereiste waarde moet instellen. Tips voor het juiste gebruikDe vleesthermometer altijd tot aan het handvat insteken, zodat de puntzich ongeveer in het midden van het gebraad en niet in de buurt van vetof beenderen bevindt. De vleesthermometer opzij insteken. Ga daarbij als volgt tewerk en let op de tekeningen:-Steek de punt van de vleesthermometer in het midden van debereiding. -Let er bij gevogelte op dat u de vleesthermometer zo insteekt dat hijgeen beenderen raakt. juist fout - Steek de stekker van de vlees-thermometer in het contact. De ingestelde temperatuur ver-schijnt in het display. - Sluit de ovendeur. Het gekozen braad- of verwarmings-programma start nu.
ToepassingenBraden 1. Braadprogramma instellen. Het braadproces verloopt automatisch met een vast ingestelde bereidings-temperatuur en -duur. U hoeft alleen het gebraad één keer te draaien. Braadprogramma’s met toepassingsvoorbeelden vindt u op pag. 72. of 2. Verwarmingsprogramma kiezen. Elk verwarmingsprogramma wordt met een vast ingestelde bereidings-temperatuur ingeschakeld. Deze temperatuur kan gewijzigd worden (ziepag. 69). De braadduur bepaalt u zelf en stelt u met de timer in (ziepag. 69). Gebruik voor het braden de vleesthermometer. Daarmee lukt het ge-braad altijd goed. Tips voor het juiste gebruik vindt u op pagina 73. De braadduur is afhankelijk van de vleessoort en -dikte. Om de vleesdiktete meten, moet u het vlees lichtjes optillen omdat het door zijn eigen ge-wicht inzakt. Bij vlees met een vetlaag kan de nodige braadduur duidelijk langer worden,ev. zelfs dubbel zolang.
Tips i. v. m. de inschuifhoogten altijd respecteren. Druippan en rooster (braadslede als accessoire)8 ökotherm®-braadgrillen1 tot 2 kg vlees: druippan in 1e en rooster in 2e richel van onder 3 kg vlees: druippan in frame, rooster in 1e richel. Richtwaarden bradenDe richtwaarden gelden als de gerechten in de koude oven worden gezet. =ökotherm®-intensieve heteluchtDruippan in frame en rooster in 1e richel van onder Programma filet Druippan in 2e en rooster in 3e richel van onder6 HeteluchtDruippan in 1e en rooster in 2e richel van onder. Boven- en onderverwarmingDruippan in 1e en rooster in 2e richel van onderBraden in de pan (oven)Kies het verwarmingsprogramma = ökotherm®-intensieve hetelucht op180 tot 200 °C. U kunt elke pan (staal, email, gietijzer of glas) gebruiken die geen kunst-stofhandvatten heeft. Als u een Römertopf gebruikt, moet u de richtlijnen van de fabrikant volgen.
-Voorbereid (gekruid) gebraad in de pan leggen, het deksel erop leggenen in de koude oven op het rooster plaatsen. -= ökotherm®-intensieve hetelucht met een temperatuur van 180 tot200 °C instellen. Na afloop van de braadtijd maakt u de saus op denormale manier klaar. Gerecht Programma 8ökotherm®-braadgrillen. boven- enonderverwarming=ökotherm®-intensieve heteluchtBereidingsduur Het gebraad altijd keren voor 1 kg vlees Temperatuur in °C in min. per cmvleesdiktein min.
Bakken 1. Bakprogramma instellen. Het bakproces verloopt automatisch met een vast ingestelde baktempe-ratuur en -duur. of 2. Verwarmingsprogramma kiezen. Elk verwarmingsprogramma start met een vast ingestelde temperatuur. Deze temperatuur kan gewijzigd worden. De bakduur moet ingesteld worden. Gebruik bij voorkeur de gegevens in de tabel met richtwaarden voor hetbakken. Opmerkingen i. v. m. het bakkenDe bodem van de oven mag niet met aluminiumfolie worden afgedekt. Gebruik de verwarmingsprogramma’s 7 ökotherm®-hetelucht met snelleopwarming en 5 boven- en onderverwarming met snelle opwarming omde door u gewenste temperatuur sneller te bereiken. Bij het bakken met het brood- en pizza-programma de oven voor-verwarmen. 6 HeteluchtNiet voorverwarmen – bakken op verschillende niveau’s tegelijk mogelijk.
Inschuifhoogten één plaat 3e richel van onder, twee platen 3e en 6e richel, drie platen richel, 1e, 4e en 7e vier platen 1e, 3e, 5e 7. en richel. Bij het bakken van meerdere bakplaten met gebak duurt de baktijd per bak-plaat ca. 5 tot 10 minuten langer. Haal de bakplaten uit de oven naargelang van de bruintegraad. Bak met 6 hetelucht op 160 °C als in uw recept geen informatie overhet bakken met hetelucht staat. Belangrijk: Bij gebak met vochtig fruitbeleg is de vochtontwikkeling bijzonderhoog. In dat geval niet meer dan twee taarten tegelijk bakken. Boven- en onderverwarmingVoorverwarmen – bakken op één niveau. Bij het voorverwarmen met boven- en onderverwarming met snelle opwar-ming 5 is de gewenste temperatuur snel bereikt. Bakvormen van zwarteplaat en aluminium zijn bijzonder geschikt. = ökotherm®-intensieve heteluchtNiet voorverwarmen - bakken op één niveau.
Pizza bakken 1. Bakprogramma Pizza kiezen. Het bakproces verloopt automatisch met de vast ingestelde tempera-tuur van 250 °C en de voorgegeven bakduur (zie bakprogramma’s). U kunt de vooraf ingestelde temperatuur- en tijdwaarden wijzigen.of 2. Verwarmingsprogramma ; ökotherm®-pizzastand kiezen.De vast ingestelde temperatuur van 160 °C verschijnt in het display.Deze temperatuur moet u op 250 °C instellen. De voorziene bakduurbepaalt u zelf.VoorbeeldBasisrecept pizza375 g meel 20 g gist1/8 l lauwwarm water3 eetlepels olie, zoutVan de opgegeven ingrediënten een gistdeeg maken. Het deeg laten rijzentot het volume verdubbeld is (ca.
30 minuten).Daarna het deeg opnieuw enkele minuten kneden en nog eens 15 minutenlaten rijzen.De hoeveelheid deeg in 2 tot 3 stukken verdelen, rond uitrollen, een randvormen en vervolgens naar smaak beleggen; hierbij snel te werk gaan, zo-dat het deeg niet vochtig wordt.- Pizza-bakprogramma instellen,-bakplaat in het frame van de backmobil schuiven,-u hoort een akoestisch signaal als de oven voorverwarmd is,-belegde pizza op de bakplaat leggen,-de oven schakelt na 12 minuten uit. of-voorverwarmen met ; ökotherm®-pizzastand op 250 °C en-bakken met ; op 250 °C gedurende ca. 12 minuten. Ontdooien en laten rijzenOm te ontdooien kiest u
Grillen1. Stel Grill 4 voor kleine hoeveelheden of 2. Oppervlaktegrill > voor grotere hoeveelheden in. De vast ingestelde temperatuur van 290 °C verschijnt in het display.Afhankelijk van de te grillen gerechten kan de temperatuur aangepastworden.-Bij het grillen van dikke stukken vlees of van volledige vis moet de aan-bevolen temperatuur in 220 tot 240 °C worden veranderd.-De oven 5 tot 10 minuten voorverwarmen.-Leg de te grillen levensmiddelen in de oven en stel de grillduur in.Richtwaarden voor de grillduur vindt u in de onderstaande tabel.-Uitsluitend met gesloten ovendeur grillen!Op de inschuifhoogte:Druippan met braadslede (accessoire) in de 1e richel van onder,braadrooster in richel volgens tabel.Let erop dat het verwarmingselement van de grill tijdens het grillen auto-matisch uit- en weer ingeschakeld wordt. Dat is normaal.
Schoonmaak en onderhoudLaat het apparaat en het bedieningspaneel voor het schoonmaken altijdeerst volledig afkoelen. Meestal is het voldoende het apparaat na gebruik met een vochtige doeken een scheutje afwasmiddel schoon te maken. Vervolgens droogwrijven. Gebruik voor het schoonmaken geenkrassende of agressieve reinigings- ofschuurmiddelen, zoals staalwol, ver-zeepte staalwol, metalen of plastiekensponsjes o. d. met een krassend opper-vlak. Geen blekende en chloorhoudendereinigingsmiddelen gebruiken. Verwijder kalk, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken zo snel mogelijk. Anderskan bij apparaten in roestvrij stalen design door het gebrek aan lucht-toevoer onder deze lagen corrosie optreden. Gebruik voor het onderhoud van apparaten in roestvrij stalen designnormaal in de handel verkrijgbare onderhoudsprodukten voor roestvrijstaal.
Lees aandachtig de voorschriften van de fabrikant en probeer hetprodukt eerst op een klein plekje, voor u het voor het volledige opper-vlak gebruikt. Na het schoonmaken resten van reinigingsmiddelen volledig verwijderen. De afdichtingsvlakken van de ovendeur moeten steeds schoon blijven. KookvlakkenRoestvrij stalen kooktafel met normaal in de handel verkrijgbare reinigings-middelen voor roestvrij staal schoonmaken. Vitrokeramisch kookvlak, email-kooktafel en kookplaten met een vochtige doek en wat afwasmiddelschoonmaken. Bij vitrokeramische kookplaten korsten en overgekookte le-vens-middelen met de speciale schraper verwijderen. Suiker en gesmolten kunst-stof onmiddellijk verwijderen zolang de kookplaat nog heet is. backmobil®Het apparaat is standaard met de backmobil® uitgerust.
Om de backmobil® schoon te maken zijn volgende stappen nodig:backmobil® uitnemen De hefboom links onder aan het fra-me van de backmobil® naar benedendrukken. backmobil® uitschuiven enschuin naar boven uitnemen. backmobil® demonterenHouderstaven van het inschuifroostereerst uit de voorste en dan uit de ach-terste boringen in het frame van debackmobil® nemen.
De inschuifroosters kunnen dan afge-nomen worden. backmobil® ineenzetten Houderstaven van de inschuifroostersin de omgekeerde volgorde als bij dedemontage weer in de boringen in hetframe van de backmobil® steken. De backmobil® in de oven schuivenen de hefboom laten inklikken. OvenAf en toe is een grondige reiniging van de oven noodzakelijk. Daarvoor ishet aan te bevelen een aantal onderdelen te demonteren. Ovendeur uitnemenOvendeur volledig openen. De beugels aan de deurscharnierenopklappen. De ovendeur met beide handen opzijvastnemen en langzaam sluiten. Onge-veer halverwege komen de scharnie-ren uit de arretering los. De ovendeurkan nu worden afgenomen. Geleiderails demonterenSchroeven uitdraaien. Geleiderails uittrekken. Geleiderails weer inzetten Geleiderails met de schroeven in deoven vastmaken. M. b. v. de stelschroeven kan de standvan de geleiderails in de oven wordeningesteld.
Hulp bij storingen Reparaties uitsluitend door een erkend vakman. Controleer eerst of het probleem niet aan een bedieningsfout te wijten is. Een aantal storingen kunt u zelf oplossen. Storing Oorzaak OplossingBedieningspaneel nietverlicht. Lichtgevende diodedefect. Service contacteren. Warmteverklikkers van dekookzones functionerenniet. Lamp defect. Service contacteren. Gevaar van verbrandingomdat u niet wordtgewaarschuwd voor detemperatuur. Kookzone-aanduidingenfunctioneren niet. LED’s defect. Service contacteren. Uitschakelen van kookplaatof oven is niet mogelijk. Elektronisch onderdeeldefect. Zekering uitschakelen,service contacteren. Oven en kookplaatwarmen niet op. Huishoudzekeringdefect. Zekering controleren ofvervangen. Kookplaat warmt niet op. Kookzoneregelaar isniet ingeschakeld. Kookzoneregelaarinstellen. Automatische pan-detectie herkent de pan(glas, keramiek) niet.
Metalen serviesgebruiken. Geen pan opgezet. Pan opzetten. Voorste kookzones war-men niet op. Kinderveiligheid isgeactiveerd. Kinderveiligheiduitschakelen. Oven warmt niet op. Oventemperatuur-regelaar ofwerkwijzeschakelaar isniet ingeschakeld. Oventemperatuur-regelaar of werkwijze-schakelaar instellen. Heteluchtventilator gaat af-wisselend aan en uit. Geprogrammeerdewissel vanverwarmingswijzen. Geen storing. Ovenverlichting isuitgevallen. Lamp defect. Service vragen de lampte vervangen. Ovendeur sluit niet. Deur of deurpakkingvuil. Vuil alleen met zeepsopen een vochtige doekvan de deur en depakking verwijderen. Deurglas is gebroken. Apparaat uitschakelen,service contacteren. Ventilator blijft langer dan60 min. na het uitschake-len van de oven draaien). De koelventilator blijftlopen tot de behuizingis afgekoeld. Geen storing.
Oventemperatuurweergave defect. Service contacteren. Versterkte geurvorming on-danks ökotherm-katalysa-tor. ökotherm®-kathalysator moetgeregenereerd worden. Lege oven methetelucht op max. temperatuurvoorverwarmen, dan 30min. doorverwarmen. Sterke azijngeur bij debereiding. Bereiding met alcohol,gebak met zuurdesem,gebak met gist. Onvermijdbare geur-hinder. Fruitsap of eiwitvlekken opgeëmailleerde onderdelen. Sap van vochtig gebakof vleesnat. Onschadelijkeverandering van hetemail, niet te verhelpen. Montage-instructiesKüppersbusch-inbouwfornuizen mogen alleen met de bijhorende Küppers-busch-inbouwkookplaten door een erkend vakman worden aaneengesloten. De wettelijke voorschriften en aansluitvoorwaarden van de plaatselijkeelektriciteitsmaatschappij moeten nauwgezet worden nageleefd.
Bij de aansluiting van het apparaat moet een installatie voorzien wordendie het mogelijk maakt het apparaat met een contactopeningswijdte vantenminste 3 mm met alle polen van het net te scheiden. Geschiktescheidingsinstallaties zijn LS-schakelaars, zekeringen en contactoren. Bij aansluiting, reparatie en vervangen van de ovengloeilamp moet hetapparaat met één van deze voorzieningen stroomloos worden gemaakt. Bij de inbouw moet ervoor gezorgd worden dat geen contact metstroomvoerende onderdelen mogelijk is. De aardingskabel moet zo lang zijn dat bij een defect van de trekont-lasting de aarding pas na de stroomvoerende aders van de aansluit-kabel met trek wordt belast. Elektriciteit Inbouwfornuis Vaste aansluiting d. m. v. een fornuisaansluitdoos Kookplaat Aansluiting d. m. v. stekkerstrip v. h.
2mInbouw in het keukenmeubelHet apparaat is m. b. t. de bescherming tegen oververhitting van de omlig-gende vlakken (meubeldelen) een apparaat van het type Y. De kunststofbe-kleding of het fineer moeten met een hittebestendige lijm (100 °C) afge-werkt zijn. Deze lijn verhindert het vervormen of loskomen van debekleding, vooral aan de smalle kanten van de inbouwmeubels. Dit apparaat kan met zijn achterwand en één zijwand tegen een willekeurighoge kastwand of muur worden geplaatst. Aan de andere zijwand is eenmeubel met maximaal dezelfde hoogte toegelaten. Het apparaat moet inelk geval horizontaal worden ingebouwd. Apparaat inbouwenHet apparaat een stuk in de kast-opening schuiven. Elektrische kookplaataansluiting in dejuiste richting tot aan de aanslag inde stekkerstrip van de oven drukken. Apparaat volledig in de kastopeningschuiven.
Gebruik van de kookplaat (alleen fornuis)Kookstanden in- en uitschakelenKookzone-regelknop naar rechts draaientot de gewenste kookstand in het display verschijnt.Braadpanzone en buitenste kookzone inschakelenKookzone-regelknop tot aan de aanslag naar draaienrechtsen dan de kookstand instellen.Om de buitenste kring uit te schakelen de kookzone uit- en dan weer in-schakelen.Kinderveiligheid activerenDe sleuteltoets aanraken – drie controlelampjes knipperen.De instelling van de oven wordt geblokkeerd, de beide voorstekookzones worden uitgeschakeld.
steaks, visen worstjes, maar ook voor het overbakkenvan toast en gratins.220 4Grill Grillen van kleine hoeveelheden.Stukken vlees in het midden van hetbraadrooster leggen.220 9Onderverwarming Voorbakken van zeer vochtig gebak, inkoken 180 :Bovenverwarming Gratineren 220 ?Boven- en onderverwarming Voorverwarmen, bakken van biscuit en vochtig gebak175 5Boven- en onderverwarming met snelle opwarming Snel opwarmen 200 8ökotherm®-braadgrillen Braden van vlees, vis en gevogelte 160 ;ökotherm®-pizzastand Bakken van brood, pizza en vochtig gebak,inkoken160 =ökotherm®-intensieveheteluchtBakken van taartbodem met droog beleg, b.v.kruimelkoek; intensief braden van grotestukken gebraad of gevogelte zoals gans enkalkoen.180 6ökotherm®-hetelucht Braden, bakken, bereidingen op verschillendeniveau’s160 7ökotherm®-hetelucht met snelle opwarming Snel opwarmen 175
Gebruik van de kookplaat (alleen fornuis)Kookstanden in- en uitschakelenKookzone-regelknop naar rechts draaientot de gewenste kookstand in het display verschijnt.Braadpanzone en buitenste kookzone inschakelenKookzone-regelknop tot aan de aanslag naar draaienrechtsen dan de kookstand instellen.Om de buitenste kring uit te schakelen de kookzone uit- en dan weer in-schakelen.Kinderveiligheid activerenDe sleuteltoets aanraken – drie controlelampjes knipperen.De instelling van de oven wordt geblokkeerd, de beide voorstekookzones worden uitgeschakeld.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Kuppersbusch EEH 670.0 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Oven Kuppersbusch
Alle Kuppersbusch Oven handleidingen