Junkers TFP 3 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Junkers TFP 3 (29 pagina’s), behorend tot de categorie Thermostaat. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 98 mensen. Heb je een vraag over Junkers TFP 3 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/29
Technische en praktische voorschriften
Prescriptions techniques et pratiques
TA 210 A - TA 210 E - TFQ 2 T - TFP 3 - TAS 21
weersafhankelijke regelingen
régulations climatiques
TA 210 A TFQ 2 TTFP 3 TAS 21
TA 210 E
Een onberispelijke werking kan slechts dan gewaarborgd
worden, wanneer de technische voorschriften strikt opge-
olgd worden. Wijzigingen voorbehouden. v
DE INSTALLATIE, DE INBEDRIJFSTELLING, HET
ONDERHOUD EN DE NAVERKOOPSERVICE MOETEN
OOR EEN ERKENDE INSTALLATEUR GEBEUREN. D
Wij verzoeken U deze voorschriften aandachtig te lezen
en ze aan de gebruiker te overhandigen. Deze laatste
dient ze zorgvuldig te bewaren.
Un fonctionnement impeccable ne peut être garanti que
lorsque les prescriptions sont strictement observées.
ous réserve de modifications. S
Nous vous prions de bien vouloir lire attentivement ces
prescriptions, de les remettre à l'utilisateur et de lui con-
seiller de les conserver soigneusement.
L'INSTALLATION, LA MISE EN SERVICE, L'ENTRE-
TIEN ET LE SERVICE APRES VENTE DOIVENT ETRE
EFFECTUES PAR UN INSTALLATEUR AGREE.
nv SERVICO sa
Kontichsesteenweg 60
2630 AARTSELAAR
TEL :03 887 20 60
FAX : 03 877 01 29
Deutsche Fassung auf Anfrage erhältlich
12.99

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Junkers
Categorie: Thermostaat
Model: TFP 3

Handleiding Junkers TFP 3 – volledige tekst

Technische en praktische voorschriften Prescriptions techniques et pratiques TA 210 A - TA 210 E - TFQ 2 T - TFP 3 - TAS 21 weersafhankelijke regelingen régulations climatiques TA 210 A TFQ 2 T TFP 3 TAS 21 TA 210 E Een onberispelijke werking kan slechts dan gewaarborgd worden, wanneer de technische voorschriften strikt opge-olgd worden. Wijzigingen voorbehouden. v DE INSTALLATIE, DE INBEDRIJFSTELLING, HET ONDERHOUD EN DE NAVERKOOPSERVICE MOETEN OOR EEN ERKENDE INSTALLATEUR GEBEUREN. D Wij verzoeken U deze voorschriften aandachtig te lezen en ze aan de gebruiker te overhandigen. Deze laatste dient ze zorgvuldig te bewaren. Un fonctionnement impeccable ne peut être garanti que lorsque les prescriptions sont strictement observées. ous réserve de modifications.

9 1 .3.1 VLOERVERWARMING (alleen met TA 210 A) Bij vloerverwarming moet, op de vertrekleiding van de ketel, een temperatuurbegrenzer (klemaquastaat) geplaatst worden die kan ingesteld worden op de maxi-mum toegelaten temperatuur van de vloerverwarming. (zie fig. 10 en 11) Deze aquastaat onderbreekt klemmen 8 en 9 van de ketel. Bij te hoog oplopende vertrektem-peratuur schakelt de aquastaat de ketel uit. Bij normale werking mag hij de ketel niet uitschakelen. Nota : Het is aan te bevelen een bijkomende pomp met evenwichtcollector te plaatsen. (zie fig. 11 op blz. 6) 1 .3.1 CHAUFFAGE SOL (uniquement avec TA 210 A) En cas de chauffage par le sol, un limiteur de température doit être fixé sur le départ de la chaudière (aquastat applique). Il doit être réglé à la température maximale admise du chauffage par le sol. (voir fig. 10 et 11) Cet aquastat coupe les bornes 8 et 9 de la chaudière.

1. 4. INSTELLING TA 210 A 1. 4 REGLAGE TA 210 A Het toestel is in de fabriek op voetpunt 20°C en verwar-mingscurve 1,6 ingesteld, om ook in de overgangsperiode voldoende temperatuur te bereiken. Bij geringe maximale vertrektemperaturen tot 50°C moet men een vlakkere verwarmingscurve en een lager voetpunt instellen. L'appareil est pré-réglé en usine, au point fixe de 20°C et une courbe de chauffage de 1,6, afin d'obtenir une tem-pérature suffisante, même pendant la période de transi-tion entre l'hiver et l'été. Pour des températures de départ inférieures à 50°C, il convient de diminuer la courbe de chauffe et le point fixe. fig. 12 A = vertrektemp. °C / temp. départ °C B = buitentemp. °C / temp. extérieure °C fig. 13 fig. 14 1. 4. 1 VERWARMINGSCURVE (fig. 13 & 14) Het met afstelknop (a) gekozen getal komt overeen met de verwarmingscurve van het schema.

I nstelbereik : traploos van 0,2 tot 5,0. Om de juiste verwarmingscurve te kiezen is het nodig de maximale vertrektemperatuur bij de laagste buitentem-peratuur te kennen. Deze waarde kan U bekomen uit ervaring of, bij nieuwbouw, uit de warmteverliesbereke-ing van de woning. n VOORBEELD : verwarming met radiatoren met een maximale vertrektemperatuur van 75°C bij een laagste buitentemperatuur van -15°C. Afstelling van de verwarmingscurve : 1,6. 1. 4. 1 COURBE DE CHAUFFE (fig. 13 & 14) Le chiffre, choisi avec le bouton de réglage (a), corres-pond à la courbe de chauffe du schéma. P lage de réglage : sans étapes de 0,2 à 5,0. Afin de choisir la courbe de chauffe exacte, il faut con-naître la température de départ maximale lorsque la tem-pérature extérieure est la plus basse.

- met radiatoren - met vloerverwarming 5 Î 15 K 15 K 10 Î 12 K 8 Î 10 K Plage de réglage Réglage en usine p. ex. - avec radiateurs - avec chauffage sol 5 Î 15 K 15 K 10 Î 12 K 8 Î 10 K OPMERKING : Lage instelwaarden leiden tot hogere re-gelnauwkeurigheid maar eveneens tot een lager stabiliteit. Dit wil zeggen dat aan- en uitschakelen kan voorkomen ook binnen het modulatiebereik. Hogere instelwaarden leiden tot een lagere regelnauwkeurigheid maar wel tot een goede stabiliteit. Omdat een modulerende regeling STABIEL moet werken, dient men de regelknop (d), meestal naar een hogere waarde, in te stellen. REMARQUE : Des valeurs de réglage basses mènent à une précision de réglage plus haute mais également à une stabilité plus basse. Ceci veut dire que l'enclenchement et le déclenchement peuvent se présen-ter même dans la plage de modulation.

fig. 19 verboden montageplaatsen / endroits de montage interdits 2. 2. 2 MONTAGE VAN DE CENTRALE REGELAAR TA 210 E (zie fig. 20) De centrale regelaar wordt rechtstreeks in de schakelkast van de CERASTAR-ketel gemonteerd. (zie fig. 20) • Verwijder de mantel van de ketel. • Het onderste gedeelte (s) van de afdekkap losschroe-ven. • De instelknoppen van hoofdschakelaar (f), aquastaat (e) en de temperatuurkiezer voor sanitair water (m - alleen bij ZWR) aftrekken. Verwijder ook de be-schermingskapjes van de bedrijfskeuzeschakelaar (n) en de temperatuurbegrenzer (u). • De 4 schroeven van de bovenste afdekkap (k) uit-draaien en de schakelkast openen. • Het deksel (o) verwijderen. • De TA 210 E voorzichtig langs achter in de uitsparing (p) van de schakelkast aanbrengen en vastschroeven met schroef (l). • Het bedieningspaneeltje (q) over de bedieningsknop-pen vastdrukken.

2.3 ELEKTRISCHE AANSLUITING 2.3 RACCORDEMENT ELECTRIQUE De gasketel, TA 210 E en TFQ 2 T/TFP 3 verbinden zoals aangeduid in fig. 22. De TA 210 E kan enkel gebruikt worden wanneer de schakelaar van de circulatiepomp op schakelwijze III ingesteld is. Bij andere schakelwijzen verschijnt de aanduiding d2 op de display van de ketel. De regelaar en de gasketel worden aangesloten met de bijgeleverde verbindingskabel. (zie fig. 20 & 22) De klemmen (h) van de buitenvoeler moeten via een 2-draadsaansluiting verbonden worden met de klemmen AF van de ketel. (zie fig. 21 & 22) De 24 V/DC-leidingen moeten gescheiden gelegd worden van het 230 V/AC-net. especteer volgende maten voor de bekabeling : La chaudière, le TA 210 E et le TFQ 2T / TFP 3 doivent être raccordées comme dans fig. 22. Le TA 210 E ne peut être utilisé que lorsque l'interrupteur du circulateur sera réglé sur la position de commande III.

2. 4 INSTELLING 2. 4 REGLAGE 2. 4. 1 AUTOMATISCHE UITSCHAKELING VAN DE VERWARMING (fig. 23 - d) 2. 4. 1 COUPURE AUTOMATIQUE DU CHAUFFAGE (fig. 23 - d) Met deze regelknop kan men instellen bij welke buiten-temperatuur (15 tot 25°C) de verwarming (brander en circulatiepomp) automatisch aan- of uitgeschakeld wordt. Deze instelling vermijdt een manuele omschakeling ussen zomer en winter. t Voorbeeld : In positie 20 wordt de verwarming uitgeschakeld bij bui-tentemperaturen boven +20°C en terug aangeschakeld bij temperaturen onder +19°C. De instelwaarde moet door de gebruiker zelf bepaald worden. Bij de instelling in de fabriek werkt deze instelling niet. Het is dan mogelijk bij elke buitentemperatuur de verwarming te doen op-springen (bv. gebruik van de verwarming in de zomer).

UITSCHAKELING BIJ NACHTVORST COUPURE AVEC SECURITE ANTIGEL Alleen doeltreffend bij schakelwijze III van de circulatie-pomp van de ketel. Indien de buitentemperatuur boven +4°C stijgt, worden brander en circulatiepomp uitge-schakeld. Indien de buitentemperatuur onder +3°C zakt, slaat de circulatiepomp aan en wordt de vertrektemperatuur op minimum 10°C ingesteld. Kies deze instelling in de zomer of tijdens Uw winterverlof wanneer de kamertemperatuur voelbaar kan dalen (opgelet : denk aan Uw planten, huisdieren,. ). Efficace uniquement sur commutation III du circulateur de la chaudière. Si la température extérieure monte à plus de +4°C, le brûleur et le circulateur coupent. Si la température extérieure tombe en dessous de +3°C, le circulateur s'enclenche et la température de départ sera réglée au minimum de 10°C.

CONTINU NACHTVERLAGING ABAISSEMENT EN PERMANENCE De vertrektemperatuur blijft verlaagd volgens de waarde ingesteld met de instelknop (c). Kies deze instelling gedurende Uw winterverlof wanneer de kamertemperatuur niet te sterk mag dalen. La température de départ reste abaissée à la valeur réglée à la molette (c). Choisissez cette position durant vos vacances d'hiver, si la température ambiante ne doit pas trop baisser. AUTOMATISCHE SPAARSTAND SERVICE D'ECONOMIE AUTOMATIQUE Automatische afwisseling tussen uitschakelwerking en normale werking volgens de ingestelde tijden van de schakelklok. Kies deze instelling wanneer Uw beschikt over een goed geïsoleerde woning en een sterke afkoeling daardoor vermeden wordt. Gedurende de uitschakelwerking (bv. 's nachts) worden brander en circulatiepomp uitgeschakeld tot een buitentemperatuur van ongeveer +3°C.

Commutation automatique entre le service d'arrêt total et le service normal aux heures réglées sur l'horloge. Choisissez cette commutation quand votre bâtiment est bien isolé et qu'un abaissement rapide est ainsi évité. Lors du service coupure (p. ex. pendant la nuit), le brûleur et le circulateur sont arrêtés jusqu'à une température extérieure de +3°C environ. AUTOMATISCHE WERKING SERVICE AUTOMATIQUE Automatische afwisseling tussen verlaagde werking en normale werking volgens de ingestelde tijden van de schakelklok. Kies deze instelling om een sterke afkoeling te vermijden gedurende de verlaagde werking wanneer Uw beschikt over een minder goed geïsoleerde woning. Gedurende de verlaagde werking blijft de verwarming functioneren op verlaagd regime bij gelijk welke buitentemperatuur. De circulatiepomp blijft draaien.

2. 4. 3 INSTELLING VAN DE VERWARMINGSCURVE (fig. 24) De verwarmingscurve duidt aan welke vertrektemperatuur nodig is bij een gegeven buitentemperatuur om een toereikende verwarming te bekomen. De verwarmingscurve is de rechte verbindingslijn tussen de ingestelde maximale vertrektemperatuur (e) en het voetpunt (b). 2. 4. 3 REGLAGE DE LA COURBE DE CHAUFFE (fig. 24) La courbe de chauffe indique quelle température de départ sera nécessaire à quelle température extérieure pour assurer un service de chauffe suffisant. La courbe de chauffe est la ligne droite entre la température de départ maximale réglée (e) et le point de base (b). VOETPUNT (fig. 23 - b) POINT FIXE (fig. 23 - b) Het voetpunt van de verwarmingscurve is de vertrek-temperatuur (temperatuur van de verwarmingslichamen) die bereikt wordt bij een buitentemperatuur van +20°C. Het is regelbaar van 10 tot 60°C.

Kies een lage instelwaarde (bv. 20) voor zover het ont-werpen van de verwarmingsinstallatie (bv. lagetempera-tuurverwarming) dit toelaat. Indien de kamertemperatuur te laag is bij hoge buiten-temperaturen en de radiatorkranen nochtans volledig geopend zijn, kies dan een hogere waarde (bv. 30). Le point fixe de la courbe de chauffe est la température de départ (température des corps de chauffe) atteinte lors d'une température extérieure de +20°C. Il est réglable de 10 à 60°C. Choisissez une valeur de réglage basse (p. ex. 20) pour autant que la conception de l'installation de chauffage (p. ex. chauffage à basse température) l'admette. Si la température ambiante est trop basse lors de tem-pératures extérieures élevées et malgré les vannes de radiateurs grand ouvertes, choisissez une valeur plus élevée (p. ex. 30). INSTELLING VAN DE MAXIMUM VER- TREKTEMPERATUUR VAN DE VERWAR- MING (fig.

Onderstaande tabel duidt aan welke referentietemperatuur overeenkomt met de waarden 1 tot 7 op de onderverdeling van de ver-trektemperatuurkiezer. La température de départ maximale réglable entre 35 et 88°C, est à choisir au sélecteur de température de départ. Le tableau suivant indique quelle température de con-signe correspond aux valeurs 1 à 7 du cadran du sélec-teur de température de départ. waarde 1 2 3 4 5 6 7 valeur 1 2 3 4 5 6 7 referentie- temperatuur °C 35 40 50 60 70 80 88 température de consigne °C 35 40 50 60 70 80 88 Deze maximale vertrektemperatuur zal bereikt worden bij een buitentemperatuur van -15°C. De benodigde tem-peratuur voor de verwarmingselementen hangt af van het ontwerp van de verwarmingsinstallatie. Indien deze gegevens ontbreken, dient men zich op ervaring te baseren.

23 - c) (uniquement d’application avec horloge incorporé dans la chaudière) Tijdens de nachtverlaging wordt de vertrektemperatuur verminderd met de met regelknop (c) ingestelde waarde. De verwarmingscurve wordt parallel naar beneden verschoven (stippellijn, zie fig. 24). De nachtverlaging is instelbaar tussen 0 en -40 K. Kies deze instelwaarde om de gewenste verlaging van de kamertemperatuur te bereiken. Opmerking : Een verlaging van de vertrektemperatuur van 5 K geeft een daling van de kamertemperatuur van ongeveer 1 K. Lors du service abaissement, la température de départ est abaissée de la valeur réglée sur la molette (c), c. à. d. que la courbe de chauffe sera décalée en parallèle vers le bas (ligne discontinue, voir fig. 24). La température nocturne est réglable entre 0 et -40 K. Choisissez la valeur de réglage dont vous désirez abaisser la température ambiante.

26) De bedieningsknoppen zitten vast op dit bovendeel. Plaats de sokkel rechtstreeks op de muur op een hoogte van ongeveer 1,5 m. (zie fig. 25) Gebruik hiertoe het boorschabloon. (zie fig. 27) 3. 2 MONTAGE Retirez la partie supérieure du socle. (voir fig. 26) Les boutons de commande restent fixé à la partie supérieure. Le socle se fixe directement au mur à une hauteur d'environ 1,5 m. (voir fig. 25) Utilisez le gabarit de perçage. (voir fig. 27) fig. 25 aanbevolen montageplaats endroit d’installation conseillé fig. 26 fig. 27 De montageplaats (pilootruimte) moet geschikt zijn voor de temperatuurregeling van de volledige verwarmings-installatie. Meestal is dit de woonplaats. Op de daar aanwezige verwarmingselementen mogen geen ther-ostatische kranen geplaatst worden. m De montageplaats mag niet onderhevig zijn aan tocht vanwege vensters, deuren, enz.

3. 3 INSTELLING De TFQ 2 T is geen zelfstandige regelaar, maar een afstandsbediening met of zonder kamertemperatuur-detectie. Hij verschuift de stooklijn van de TA 210 A of TA 210 E naargelang de behoeften. Daarom is het belangrijk dat deze laatste juist werd ingesteld. 3. 3 REGLAGE Le TFQ 2 T est une simple commande à distance avec ou sans détection de la température ambiante et non un thermostat d'ambiance individuel. Il peut décaler suivant les besoins la courbe de chauffe du TA 210 A ou TA 210 E. Il est donc important que celle-ci soit réglée correctement. 3. 3. 1 FUNCTIEKEUZESCHAKELAAR (fig 28 - f) 3. 3. 1 COMMUTATEUR DE DEROGATION (fig. 28 - f) De positie van deze schakelaar moet steeds overeenko-men met de positie van de bedrijfskeuzeschakelaar van de TA 210 E.

(niet van toepassing voor TA 210 A) La position du sélecteur doit correspondre avec la position du sélecteur de modes de service du TA 210 E. (ne s’applique pas au TA 210 A) Vorstbeveiliging. Protection contre le gel. Continu nachtverlaging. Abaissement nocturne continu. Automatisch schakelen van dagregime en vorstbeveiliging volgens de klok. Fonctionnement automatique entre le régime jour et la protection contre le gel suivant l’horloge. Automatisch schakelen van dagregime en nachtverlaging volgens de klok. Fonctionnement automatique entre le régime jour et l’abaissement nocturne uivant l’horloge. s Continu dagregime. Régime jour continu. fig. 28 3. 3. 2 CORRECTIEKNOPPEN (fig 28 - h en g) Met deze draaiknoppen kan de op de TA 210 A/E ingestelde stookcurve parallel verschoven worden. Een deelstreep komt overeen met een verandering van de kamertemperatuur van ongeveer 1 K resp.

32) De bedieningsknoppen zitten vast op dit bovendeel. Plaats de sokkel rechtstreeks op de muur op een hoogte van ongeveer 1,5 m. (zie fig. 301 Gebruik hiertoe het boorschabloon. (zie fig. 33) 4.

et à l'abri des sources de chaleur : TV, rayonnement solaire, feu ouvert, etc. Uniquement quand la correction de température ambiante est déclenchée, on peut y faire exception. 4. 3 INSTELLING De TFP 3 is geen zelfstandige regelaar, maar een afstandsbediening met of zonder kamertemperatuur-detectie. Hij verschuift de stooklijn van de TA 210 A of TA 210 E naargelang de behoeften. Daarom is het belangrijk dat deze laatste juist werd ingesteld. 4. 3 REGLAGE Le TFP 3 est une simple commande à distance avec ou sans détection de la température ambiante et non un thermostat d'ambiance individuel. Il peut décaler suivant les besoins la courbe de chauffe du TA 210 A ou TA 210 E. Il est donc important que celle-ci soit réglée correctement. 4. 3. 1 FUNCTIEKEUZESCHAKELAAR (fig 32 - f) 4. 3. 1 COMMUTATEUR DE DEROGATION (fig.

(ne s’applique pas au TA 210 A) Vorstbeveiliging. Protection contre le gel. Continu nachtverlaging. Abaissement nocturne continu. Automatisch schakelen van dagregime en vorstbeveiliging volgens de klok. Fonctionnement automatique entre le régime jour et la protection contre le gel suivant l’horloge. Automatisch schakelen van dagregime en nachtverlaging volgens de klok. Fonctionnement automatique entre le régime jour et l’abaissement nocturne uivant l’horloge. s Continu dagregime. Régime jour continu. 4. 3. 2 CORRECTIEKNOPPEN (fig 32 - h en g) Met deze draaiknoppen kan de op de TA 210 A/E ingestelde stookcurve parallel verschoven worden. Een deelstreep komt overeen met een verandering van de kamertemperatuur van ongeveer 1 K resp. met een verandering van de vertrektemperatuur van ongeveer K. 4. 3. 2 BOUTONS DE CORRECTION (fig.

4. 4. 4 INSTELLEN VAN HET UUR (fig. 38) 4. 4. 4 MISE A L'HEURE (fig. 38) De -toets indrukken en de draaiknop (i) zo lang draaien tot het juiste uur is inge-steld. De -toets loslaten. Het uur en de pijltjes voor alle weekdagen verschijnen. fig. 38 Enfoncez la touche  et tournez le bouton rotatif (i) de façon à obtenir l'heure désirée. Relâchez la touche . L'heure program-mée ainsi que les flèches de tous les jours de la semaine s'affichent. 4. 4. 5 PROGRAMMEREN VAN DE SCHAKELPERIODESOPMERKING : Wij raden U aan het programma, dat voor de meeste dagen geldt, eerst in te geven. Dit programma geldt dan voorlopig voor alle dagen. A fwijkende programma's worden later ingegeven. Per dag kunnen 8 schakeltijdstippen ingegeven worden. Voor het ingeven van de tijd voor het begin van het eerste dagregime, dient de linker toets van de reeks ebruikt te worden. (zie fig.

4. 4. 6 WISSEN VAN EEN SCHAKELPERIODE (fig. 41) 4. 4. 6 EFFACEMENT D’UNE PERIODE DE COMMUTA- TION (fig. 41) De toets van de betreffende schakelperiode indrukken en gelijktijdig de draaiknop (i) naar links draaien tot de stippellijn verschijnt. fig. 41 Enfoncez la touche de la période à effacer et simultanément tournez le bouton rotatif (i) vers la gauche, jusqu'à ce que les traits s'affichent. Deze handeling met de toets van de betreffende schakelperiode herhalen. Procédez de même avec la touche de la période à effacer. 4. 4. 7 AANDUIDING VAN HET PROGRAMMA Iedere geprogrammeerde schakelperiode wordt aange-duid met twee verticale pijlen. De linker pijl geeft het begin van het dagregime aan, de rechter pijl het begin van het nachtregime. Tussen beide pijlen wordt, met een of meerdere streepjes, aangeduid welke schakelperiode in bedrijf is.

Worden een of meerdere schakelperiodes gewist, dan wordt dit aangeduid door het wegvallen van de betref-fende pijlen en streepjes. 4. 4. 7 AFFICHAGE DU PROGRAMME Chaque période de commutation est affichée par deux flèches. La flèche gauche indique le début du régime de jour, la flèche droite indique le début du régime de nuit. Entre les flèches apparaissent un ou plusieurs traits indiquant la période qui est actuellement en service. Si une ou plusieurs périodes de commutation ont été effacées, les flèches ainsi que les traits correspondants ne sont plus affichés. fig. 42 1 2 3 4 1 2 3 4 periode reeds beëindigd periode in bedrijf periode nog niet in bedrijf periode gewist période effacée période déjà utilisée période en service période pas encore utilisée 4. 4. 8 INGEVEN VAN EEN AFWIJKEND DAGPROGRAMMA Het tot hier ingegeven programma is gelijk voor alle zeven weekdagen.

Wordt er voor een of meerdere dagen een ander programma gewenst, de ∆-toets indrukken en de draaiknop (i) draaien tot de te wijzigen dag aangeduid wordt. (bv.

7 = zondag) Het ingeven van het nieuwe programma en/of het wissen van overbodige schakelperiodes gebeuren volgens para-rafen 4. 4. 5 en 4. 4. 6. g OPGELET : DE CL-TOETS MAG NIET MEER IN-GEDRUKT WORDEN. DIT LEIDT TOT HET WISSEN VAN HET HELE PROGRAMMA. De juiste dagaanduiding wordt na ongeveer 1 min auto-matisch ingesteld. 4. 4. 8 INTRODUCTION D'UN PROGRAMME JOURNALIER DIFFERENT La programmation effectuée jusqu'à présent est valable pour tous les sept jours de la semaine. Si pour un ou plusieurs jours, l'on souhaite un déroule-ment différent, actionnez la touche ∆ et simultanément tournez le bouton rotatif (i) jusqu'au jour désiré s'affiche. (p. ex. 7 = dimanche) L'introduction du nouveau programme et/ou l'effacement des périodes de commutation superflues, se fait suivant s paragraphes 4. 4. 5 et 4. 4. 6. le ATTENTION : NE PLUS ACTIONNER LE TOUCHE CL.

4. 4. 9 OPVRAGEN EN VERANDEREN VAN HET PROGRAMMA Het opgeslagen programma kan ten allen tijde opge-raagd of gewijzigd worden. v Indien een schakelperiode van een willekeurige dag gewijzigd moet worden, eerst de ∆-toets indrukken en gelijktijdig met de draaiknop (i) de betreffende dag in-stellen. De ∆-toets loslaten. De pijl voor de agaanduiding knippert. d De overeenkomstige toets van de reeks of indrukken en gelijktijdig de draaiknop (i) draaien tot het gewenste uur voor het begin van het dag- of nachtregime, angeduid wordt. a Tenslotte de -toets kort indrukken, waarna de pijl terugspringt naar de juiste dag. 4. 4. 9 LECTURE ET MODIFICATION DU PROGRAMME Le programme introduit peut être lu et modifié à tout oment.

De pilootketel, die de basiswarmtebehoefte dekt, geeft zijn pilootfunctie door aan de tweede en eventueel aan de derde ketel, wanneer de warmtevraag onder 40 % van het nominaal vermogen van de ketel daalt. (spanning aan de aansluitingen 2 en 4 van de thermostaat onder 6 V) Daardoor bekomt men een gelijkmatige werkingstijd voor alle ketels. Bij stijgende warmtevraag worden de ketels aangescha-keld in de volgorde waarin ze aan de TAS 21 aangesloten zijn. Bij dalende warmtevraag worden ze in omgekeerde volgorde uitgeschakeld. Het is mogelijk ketels met een verschillend vermogen, zelfs met warmwaterbereiding, parallel aan te sluiten. Door de fijne afregeling van het verwarmingsvermogen en het grote regelbereik, bekomt men een economische verwarming. 5. 1 GENERALITES U niquement à combiner avec le TA 210 A.

Cependant vous faites une économie parce que le chauffage reste déclenché. 8. BELANGRIJKE NOTA’S 8. NOTICES IMPORTANTES De typeaanduiding en het FD-nummer vindt U terug op de kenplaat van het toestel. Gelieve deze gegevens te vermelden bij elk contact met Uw installateur of met onze naverkoopservice. Vous trouverez l'indication du type et le numéro FD sur la plaque signalétique de l'appareil. Veuillez mentionner ces données lors de chaque contact avec votre l'installateur ou avec notre service après vente. 9. NAVERKOOPSERVICE 9. SERVICE APRES VENTE Het Algemeen Agentschap JUNKERS heeft een technische naverkoopservice ter beschikking van de stallateur en de gebruiker. in In geval van moeilijkheden, wendt U tot het Algemeen Agentschap JUNKERS of tot één van onze lokale agenten (naverkoopservice van de fabriek).

Een preventief onderhoud vermijdt vroegtijdige slijtage en/of een abnormaal hoog verbruik. Deze werkzaamheden mogen enkel gedaan worden door de installateur, een bevoegd vakman of door de techni-sche dienst van JUNKERS. Même un JUNKERS a besoin d'une surveillance et d'un entretien régulier. Un entretien préventif évite une usure prématurée et/ou une consommation anormale. Ce travail peut être effectué uniquement par un installa-teur, un homme de métier agréé ou par le service techni-que de JUNKERS. ) TIP: Een onderhoudsbeurt om de 2 jaar is een minimum. ) TIP: Un entretien tous les 2 ans est un minimum.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Junkers TFP 3 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden