Junkers FR 10 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Junkers FR 10 (124 pagina’s), behorend tot de categorie Thermostaat. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 295 mensen. Heb je een vraag over Junkers FR 10 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/124
FR 10
6 720 613 547-00.1R
deInstallations- und Bedienungsanleitung2
frNotice d’utilisation et d’installation26
itIstruzioni per l’installazione e l’uso50
nlInstallatie- en bedieningshandleiding74
czNávod k instalaci a obsluze98
6 720 613 554 (2007/01) OSW

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Junkers
Categorie: Thermostaat
Model: FR 10

Foutcodes Junkers FR 10

Foutcodes uit de officiële handleiding, met betekenis en oplossing.

Code Betekenis Oplossing
01 E Verwarmingsapparaat meldt zich niet meer. Controleer de codering en verbinding van de BUS-deelnemers. Indien een verkeerde BUS-deelnemer is aangesloten, vervang deze door de juiste.
02 E Interne storing in FR10. Vervang de FR10.
03 E Temperatuursensor in FR10 defect. Vervang de FR10.
11 E Nieuwe BUS-deelnemer gedetecteerd. Controleer en pas de configuratie aan.
12 E BUS-deelnemer IPM ontbreekt. Controleer de codering en verbinding van de BUS-deelnemers.
13 E BUS-deelnemer gewijzigd of vervangen. Controleer en pas de configuratie, codering en verbinding aan.
14 E Ongeoorloofde BUS-deelnemer aangesloten. Verwijder de ongeoorloofde BUS-deelnemer.
AE. E Storing in het verwarmingsapparaat. Beheer de storing volgens de aanwijzingen in de documentatie van het verwarmingsapparaat.

Handleiding Junkers FR 10 – volledige tekst

74Tutela ambientale6 720 613 554 (2007/01)Geachte klant,Warmte voor het leven - dat is ons traditionele motto. Warmte is voor mensen een basisbehoefte. Zonder warmte voelen wij ons niet goed, en pas de warmte maakt van een huis een behaaglijk thuis. Sinds meer dan 100 jaar ontwikkelt Junkers daarom oplos-singen voor warmte, warm water en klimaatregeling die zo veel-voudig zijn als uw wensen.U heeft gekozen voor een kwalitatief hoogwaardige oplossing van Junkers en u heeft daarmee een goede keus gemaakt. Onze pro-ducten werken met de modernste technologie en zijn betrouw-baar, energie-efficiënt en fluisterstil. Zo kunt u geheel onbezorgd van warmte genieten.Mocht u met uw Junkers product toch eens problemen hebben, neemt u dan dan contact op met uw Junkers installateur. Hij helpt u graag verder. Is uw installateur soms niet bereikbaar? Dan is onze klantenservice er 24 uur per dag voor u!

76Veiligheidsvoorschriften en verklaring van de symbolen6 720 613 554 (2007/01)1 Veiligheidsvoorschriften en verklaring van de symbolen1.1 Voor uw veiligheidBNeem de gebruiksaanwijzing in acht voor een juiste werking.BMonteer het verwarmingstoestel en het overige toebehoren en stel het in werking overeenkomstig de aanwijzingen in de bijbe-horende gebruiksaanwijzingen.BLaat het toebehoren alleen door een erkend installateur mon-teren.BDeze toebehoren alleen in combinatie met de aangegeven ver-warmingstoestellen aansluiten.

Neem aansluitschema in acht!BSluit toebehoren in geen geval op een 230V stroomnet aan.BVoor montage van de toebehoren: onderbreek de stroomverzorging (230V AC) naar het verwar-mingstoestel en andere Busdeelnemers.BMonteer deze toebehoren niet in een vochtige ruimte.BStel de klant op de hoogte van de werkwijze van het toebeho-ren en instrueer hem ten aanzien van de bediening.BBij kans op vorst moet het verwarmingstoestel ingeschakeld blijven en dient u de aanwijzingen voor vorstbescherming in acht te nemen.

77Veiligheidsvoorschriften en verklaring van de symbolen6 720 613 554 (2007/01)1.2 Verklaring symbolenSignaalwoorden geven de ernst aan van het gevaar dat kan optre-den als de voorschriften niet worden opgevolgd.•Voorzichtig betekent dat er mogelijk lichte materiële schade kan optreden.•Waarschuwing betekent dat er licht persoonlijk letsel of ern-stige materiële schade kan optreden.•Gevaar betekent dat er ernstig persoonlijk letsel kan optreden. In bijzonder ernstige gevallen bestaat er levensgevaar.Aanwijzingen: betekent belangrijke informatie welke in die geval-len geen gevaar voor mens of toestel oplevert.Veiligheidsaanwijzingen in de tekst worden door middel van een grijs vlak en een gevaren driehoek aangeduid.Aanwijzingen in de tekst met hiernaast aangegeven symbool worden begrensd met een lijn boven en onder de tekst.

78Gegevens over het toebehoren6 720 613 554 (2007/01)2 Gegevens over het toebehoren•Met de FR 10 is de kamertemperatuurregeling van een CV-cir-cuit mogelijk.•In installaties met een CV-circuit kan via het tijdprogramma van een tijdschakelklok automatisch tussen de actueel ingestelde functie / / en verwarmingsfunctie geblokkeerd worden gewisseld.•De FR 10 kan in installaties met kamertemperatuurregelaar FR 100/FR 110 voor uitbreiding tot max. 10 CV-circuits worden toegepast. Zie voor meer informatie de documentatie van de FR 100/FR 110.•De regelaar is voorbereid voor montage op de muur.2.1 LeveringsomvangÆAfbeelding 2 op pagina 120:1Bovenstuk regelaar en voet voor montage op de muur2Installatie- en bedieningshandleidingDe FR 10 kan alleen worden aangesloten op een verwarmingstoestel met buscompatibele Heatronic 3.

79Gegevens over het toebehoren6 720 613 554 (2007/01)2.2 Technische gegevens2.3 Extra toebehorenZie ook de prijslijst.•MT 10: Analoge schakelklok met 1 kanaal.•DT 10: Digitale schakelklok met 1 kanaal.•IPM 1: Module voor aansturing van een gemengd of onge-mengd CV-circuit.2.4 ReinigingBWrijf de behuizing van de regelaar indien nodig met een voch-tige doek schoon. Gebruik daarbij geen scherpe of bijtende rei-nigingsmiddelen.2.5 InstallatievoorbeeldenInstallatievoorbeelden voor installaties met meer dan één CV-cir-cuit staan in de documentatie van de kamertemperatuurregelaar FR 100/FR 110.Afmetingen Afbeelding 3, pagina 121Nominale spanning 10 ... 24 V DCNominale stroom ≤ 3,5 mARegelaaruitgang Tweedraads busRegelbereik 5 ... 30 °C in stappen van 0,5 KMax. omgevingstemperatuur 0 ... +50 °CIsolatieklasse IIIBeschermingstype IP20Tabel 1

80Installatie (alleen voor de installateur)6 720 613 554 (2007/01)3 Installatie (alleen voor de installateur)3.1 MontageDe regelkwaliteit van de FR 10 is afhankelijk van de montage-plaats.De montageplaats (regelruimte) moet voor de regeling van de ver-warming resp. het CV-circuit geschikt zijn.BKies de montageplaats (Æ afbeelding 3 op pagina 122).BTrek het bovenstuk van de voet (Æ afbeelding 4 op pagina 122).BMonteer de voet (Æ afbeelding 5 op pagina 122).BBreng de elektrische aansluiting tot stand (Æ afbeelding 6 op pagina 123).BSteek het bovenstuk vast.Gevaar: Gevaar voor stroomschok!BVoor montage van de toebehoren: onderbreek de stroomverzorging (230V AC) naar het verwarmingstoestel en andere Busdeelne-mers.Het montageoppervlak op de muur moet egaal zijn.

81Installatie (alleen voor de installateur)6 720 613 554 (2007/01)3.2 AfvalverwijderingBVerwijder de verpakking op een voor het milieu verantwoorde wijze.BAls een component wordt vervangen: verwijder de oude com-ponent op een voor het milieu verantwoorde wijze.3.3 Elektrische aansluitingBBusverbinding van regelaar naar overige busdeelnemers:Gebruik elektrische kabels die minimaal overeenkomen met type H05 VV-... (NYM-I...).Toegestane leidinglengten van de buscompatibele Heatronic 3 naar de regelaar:BOm inductieve beïnvloeding te voorkomen: Installeer alle laag-spanningsleidingen gescheiden van leidingen met een span-ning van 230 V of 400 V (minimumafstand 100 mm).Leidinglengte Diameter≤ 80 m 0,40 mm2≤ 100 m 0,50 mm2≤ 150 m 0,75 mm2≤ 200 m 1,00 mm2≤ 300 m 1,50 mm2Tabel 2

82Installatie (alleen voor de installateur)6 720 613 554 (2007/01)BAls er inductieve externe invloeden zijn, moeten de leidingen worden afgeschermd.Daardoor worden de leidingen beschermd tegen extern invloe-den zoals sterkstroomkabels, voeringsleidingen, transforma-torstations, radio- en televisietoestellen, amateurzendstations, magnetrons en dergelijke.BSluit de FR 10 bijv. aan een buscompatibele Heatronic 3 aan (Æafbeelding 6 op pagina 123).Als de leidingdiameters van de busverbindingen ver-schillend zijn:BSluit de busverbindingen via een aftakdoos (A) aan (Æafbeelding 7 op pagina 123).

83Ingebruikneming (alleen voor de installateur)6 720 613 554 (2007/01)4 Ingebruikneming (alleen voor de installateur)BStel de codeerschakelaars op de IPM 1 overeenkomstig de aan-wijzingen in de meegeleverde gebruiksaanwijzing in.BSchakel de installatie in.Bij eerste ingebruikneming of na volledige reset van alle instellin-gen:BBij installaties met een CV-circuit:Bevestig de knipperende codering 1 HC door in te druk-ken.-of-BAls de regelaar een CV-circuit HK2...10 moet regelen: Selecteer de desbetreffende codering 2 HC tot 10 HC door aan te draaien en bevestig deze door in te drukken.De systeemconfiguratie start automatisch en AC wordt ca. 60 seconden weergegeven. Per CV-circuit mag slechts één FR 10 per codering worden toegewezen.

84Bediening6 720 613 554 (2007/01)5 BedieningDe FR 10 kan de verwarming alleen regelen als er een functie actief is. In combinatie met een schakelklok (toebehoren), wordt via het tijdprogramma automatisch tussen de actueel ingestelde functie / / en verwarmingsfunctie geblokkeerd gewis-seld. Vorstbescherming is gewaarborgd (Æ hoofdstuk 5.6 op pagina 19).Bedieningselementen (Æ afbeelding 1 op pagina 120)1Keuzeknop :- Draaien = waarde instellen- Indrukken = instelling/waarde bevestigen2Toets mode: - Functie wijzigen- Gebruikersniveau openen = ca. 3 seconden indrukken- Installateursniveau openen = ca. 6 seconden indrukken- Naar hogere niveau terugkerenSymbolen(Æ afbeelding 1 op pagina 120)Actuele kamertemperatuur of gewenste kamertemperatuur (als u aan de keuzeknop draait)Functie VerwarmenFunctie SparenFunctie EcoGeen verwarmingsfunctie beschikbaar, bijv.

85Bediening6 720 613 554 (2007/01)5.1 Functie wijzigenBDruk zo vaak op de toets mode tot de gewenste functie wordt weergegeven. = continu Verwarmen = continu Sparen = continu EcoDe ingestelde functie is alleen actief als de verwarmingsfunctie niet geblokkeerd is.5.2 Gewenste kamertemperatuur wijzigenBStel met de keuzeknop de gewenste kamertemperatuur voor de actuele functie / / in. Tijdens de wijziging wordt in plaats van de actuele kamertem-peratuur de gewenste kamertemperatuur knipperend weerge-geven. De wijziging van de gewenste kamertemperatuur blijft actief tot de volgende wijziging, de volgende wisseling van functie of een onderbreking van de spanning. Voor de desbe-treffende functie geldt daarna weer de in het gebruikersniveau geprogrammeerde kamertemperatuur.Gebruik deze functie als u de gewenste kamertem-peratuur incidenteel wilt wijzigen, bijvoorbeeld voor een feestje.

86Bediening6 720 613 554 (2007/01)5.3 Basisinstelling van de gewenste kamertem-peratuur wijzigen BOpen het gebruikersniveau: Druk de toets mode ca. 3 secon-den in tot –– wordt weergegeven.BLaat de toets mode los en draai aan tot de gewenste parameter wordt weergegeven:–1A p = gewenste kamertemperatuur voor Verwarmen–1b p = gewenste kamertemperatuur voor Sparen–1C p = gewenste kamertemperatuur voor EcoBDruk kort op : de actuele temperatuurwaarde voor de eer-der geselecteerde parameter wordt weergegeven.BDruk kort op : De actuele temperatuurwaarde knippert.BDraai aan om de gewenste kamertemperatuur in te stel-len:– Verwarmen = maximaal benodigde temperatuur (bijv. als er personen in de woonruimte verblijven en deze een com-fortabele kamertemperatuur wensen). Instelbereik is hoger dan Sparen tot max. 30 °C.– Sparen = gemiddeld benodigde temperatuur (bijv.

als een lagere temperatuur voldoende is of als alle personen buitenshuis zijn of slapen en het gebouw niet te sterk mag afkoelen). Instelbereik is hoger dan Eco en lager dan Verwarmen.Gebruik de functie als u de gewenste kamertempe-raturen duurzaam en afwijkend van de basisinstel-lingen wilt programmeren.

87Bediening6 720 613 554 (2007/01)– Eco = minimaal benodigde temperatuur (bijv. als alle per-sonen buitenshuis zijn of slapen en het gebouw mag afkoe-len). Houd rekening met aanwezige huisdieren en planten. Instelbereik is lager dan Sparen tot min. 5 °C.BDruk kort op om de waarde op te slaan.BDruk zo vaak op de toets mode tot de actuele kamertempera-tuur wordt weergegeven.5.4 Installateursniveau instellen (alleen voor de installateur)BOpen het installateursniveau: Druk de toets mode ca.

6 secon-den in tot ––– wordt weergegeven.BLaat de toets mode los en draai aan tot de gewenste parameter wordt weergegeven:–5A p = Codering–5b p = Configuratie CV-circuit–6A p = Ingebouwde kamertemperatuurvoeler afstemmen–6b p = Aanpassingsfactor I–6C p = Versterkingsfactor V–6d p = Maximale aanvoertemperatuur–6E p = Looptijd mengklepBDruk kort op : De actuele waarde voor de eerder geselec-teerde parameter wordt weergegeven.BDruk kort op : De actuele waarde knippert.Het installateursniveau is uitsluitend bestemd voor de installateur.

88Bediening6 720 613 554 (2007/01)BDraai aan om de gewenste waarde in te stellen:BDruk kort op om de waarde op te slaan.BDruk zo vaak op de toets mode tot de actuele kamertempera-tuur wordt weergegeven.5.4.1 Codering wijzigen (parameter: 5A p)Instelbereik: 1 tot 10Gebruik deze parameter als u de codering na de ingebruikneming wilt aanpassen: BBij installaties met een CV-circuit: Stel de codering 1 in.-of-BAls de regelaar een CV-circuit HK2...10 moet besturen:Stel de desbetreffende codering 2 tot 10 in.5.4.2 Configuratie CV-circuit wijzigen (parameter: 5b p)Instelbereik: 1 tot 3Gebruik deze parameter als u de configuratie na de ingebruikne-ming wilt wijzigen: BStel de desbetreffende configuratie in:–1 = Ongemengd CV-circuit zonder IPM–2 = Ongemengd CV-circuit met IPM–3 = Gemengd CV-circuitPer CV-circuit mag slechts één FR 10 per codering worden toegewezen.

89Bediening6 720 613 554 (2007/01)5.4.3 Kamertemperatuurvoeler afstemmen (parameter: 6A p)Instelbereik: –3,0 °C (K) tot +3,0 °C (K)Gebruik deze parameter als u de weergegeven kamertemperatuur wilt aanpassen.BBreng een geschikt precisiemeetinstrument in de buurt van de FR 10 aan. Het precisiemeetinstrument mag geen warmte aan de FR 10 afgeven.BHoud een uur lang warmtebronnen zoals zonnestralen, lichaamswarmte, enz.

uit de buurt.BStem de weergegeven correctiewaarde voor de kamertempera-tuur af.5.4.4 Aanpassingsfactor I instellen (parameter: 6b p)Instelbereik: 0 % tot 100 %De aanpassingsfactor I is de snelheid waarmee een blijvende rege-lafwijking van de kamertemperatuur wordt gecompenseerd.BAanpassingsfactor I instellen:–≤ 40 %: Stel een lagere factor in om geringere variatie van de kamertemperatuur door langzamere correctie te berei-ken.–≥ 40 %: Stel een hogere factor in om snellere correctie door sterkere variatie van de kamertemperatuur te bereiken.5.4.5 Versterkingsfactor V instellen (parameter: 6C p)Instelbereik: 40 % tot 100 %

90Bediening6 720 613 554 (2007/01)De versterkingsfactor V heeft, afhankelijk van verandering van de kamertemperatuur, invloed op de warmtevraag. BVersterkingsfactor V instellen:–≤ 50 %: Stel een lagere factor in om de invloed op de warm-tevraag te beperken. De ingestelde kamertemperatuur wordt na geruime tijd met een geringe variatie bereikt.–≥ 50 %: Stel een hogere factor in om de invloed op de warm-tevraag te versterken. De ingestelde kamertemperatuur wordt snel met neiging tot variatie bereikt.5.4.6 Maximale aanvoertemperatuur instellen (parameter: 6d p)Instelbereik: 30 °C tot 85 °CBStel de maximale aanvoertemperatuur passend voor het CV-cir-cuit in.5.4.7 Looptijd mengklep instellen (parameter: 6E p)Instelbereik: 10 sec.

tot 600 sec.BStel de looptijd van de mengklep op de looptijd van de gebruikte mengklepstelmotor in.5.4.8 Alle instellingen resettenBHoud en mode tegelijkertijd gedurende 15 seconden ingedrukt tot de countdown is uitgevoerd.Met deze functie voert u een reset van alle instellin-gen van de regelaar uit. Vervolgens moet de instal-lateur de regelaar opnieuw in bedrijf nemen.

91Bediening6 720 613 554 (2007/01)5.5 Verwarmingsprogramma instellen BStel het verwarmingsprogramma met in- en uitschakeltijden op de schakelklok in (Æ gebruiksaanwijzing schakelklok).5.6 Bescherming tegen vorstAls de kamertemperatuur in de regelruimte onder 4 °C of de aan-voertemperatuur onder 8 °C daalt, wordt de verwarming (pomp) ingeschakeld. Om de 4 °C kamertemperatuur of 8 °C aanvoertem-peratuur vast te houden, wordt de verwarming (pomp) overeen-komstig in- en uitgeschakeld.

92Storingen verhelpen6 720 613 554 (2007/01)6 Storingen verhelpenBij een storing van het verwarmingstoestel wordt in het display bijv. EA. E weergegeven. Daarbij staat (EA) voor de storing op het verwarmingstoestel, de punt (.) voor een externe storing en (E) voor „error“ (storing). Bij een storing van de FR 10 wordt in het display bijv. 03 E weer-gegeven. Daarbij staat (03) voor storingsnummer FR 10 en (E) voor „error“ (storing):BRaadpleeg een vakman voor verwarming.Als er meer storingen actief zijn, wordt de storing met de hoogste prioriteit weergegeven.Display Oorzaak Door installateur laten verhelpen01 E Verwarmingstoestel meldt zich niet meer. Controleer codering en verbinding van de busdeelnemers.Verkeerde busdeelnemer aangesloten. Vervang de verkeerde busdeelne-mer.02 E Interne storing. Vervang FR 10.03 E Temperatuurvoeler in FR 10 defect.

Vervang FR 10.11 E Nieuwe busdeelnemer herkend. Controleer de configuratie en pas deze aan.12 E Busdeelnemer IPM ont-breekt. Controleer codering en verbinding van de busdeelnemers.13 E Busdeelnemer veranderd of verwisseld. Controleer configuratie, codering en verbinding en pas deze aan.14 E Niet-toegestane busdeel-nemer aangesloten. Verwijder niet-toegestane bus-deelnemer.AE. E... Storing van verwarmings-toestel. Verhelp de storing volgens de informatie in de documentatie van het verwarmingstoestel.Tabel 4

93Storingen verhelpen6 720 613 554 (2007/01)Klacht Oorzaak OplossingGewenste kamertempera-tuur wordt niet bereikt.Thermostaatkranen in de regelruimte te laag inge-steld.Open de thermostaat-kranen volledig of laat een installateur in plaats daarvan handmatig bediende kranen monte-ren.Regelaar aanvoertempera-tuur van verwarmingstoe-stel te laag ingesteld.Stel regelaar aanvoer-temperatuur hoger in.Lucht in de verwar-mingsinstallatie.Ontlucht de verwar-mingsradiatoren en de verwarmingsinstallatie.Gewenste kamertempera-tuur wordt ver overschreden.Montageplaats van FR 10 ongunstig, bijv. bij buiten-muur, in de buurt van raam, luchtstroom, enz.Kies een betere plaats (Æ hoofdstuk 3.1) en laat de FR 10 door een installateur verplaatsen.Te grote kamer-temperatuur-schommelingen.Tijdelijke inwerking van warmte van andere bron-nen op de ruimte, bijv.

zonlicht, verlichting, tele-visie, open haard, enz.Kies een betere plaats (Æ hoofdstuk 3.1) en laat de FR 10 door een installateur verplaatsen.Stijging in plaats van daling van temperatuur.Tijd van de dag op de schakelklok (toebehoren) verkeerd ingesteld.Controleer de instelling.Tijdens de uit-schakeltijd te hoge kamertem-peratuur.Grote warmteopslag van het gebouw.Stel de uitschakeltijd op de schakelklok (toebe-horen) vroeger in.Verkeerde rege-ling of geen rege-ling.Busverbinding of busdeel-nemer defect.Laat de busverbinding door een installateur vol-gens het aansluit-schema controleren en indien nodig corrigeren.Tabel 5

Daarom moet het vermogen van de radiatoren in de regelruimte zo krap mogelijk worden ingesteld:–Bij handmatig bediende radiatorkranen met de voorinstel-ling.–Bij geheel geopende thermostaatkranen met het instelbare voetventiel.Als de thermostaatkranen in de regelruimte niet helemaal geopend zijn, verminderen de thermostaatkranen eventueel de warmtetoevoer, hoewel de regelaar warmte vraagt.•Regel de temperatuur in de andere ruimten met thermostaat-kranen.•De warmte van andere bronnen in de regelruimte (bijvoorbeeld zonlicht, oven, enz.) kan de verwarming in de andere ruimten te laag uitvallen (verwarming blijft koud).•Door het verlagen van de ruimtetemperatuur tijdens spaarfa-sen kan veel energie worden bespaard: Verlagen van de ruim-tetemperatuur met 1 K (°C): tot 5 % energiebesparing. Niet zinvol: De ruimtetemperatuur van dagelijks verwarmde ruimten te laten dalen beneden +15 °C.

De afgekoelde muren geven dan koude af, de ruimtetemperatuur wordt verhoogd en zo wordt meer energie verbruikt dan bij een gelijkmatige warmte-aanvoer.•Goede warmte-isolatie van het gebouw: De ingestelde tempe-ratuur voor Sparen of Eco wordt niet bereikt. Toch wordt energie bespaard omdat de verwarming uitgeschakeld blijft. Vervolgens eerder naar lagere functie schakelen.

96Energie besparen6 720 613 554 (2007/01)•Laat bij het luchten het venster niet op een kier staan. Daarbij wordt voortdurend warmte aan de ruimte onttrokken zonder dat de ruimtelucht noemenswaardig wordt verbeterd. •Het is beter om kort, maar intensief te luchten (raam geheel openen).•Draai tijdens het luchten de thermostaatkraan dicht of zet de functie op Eco.

97Milieubescherming6 720 613 554 (2007/01)8 MilieubeschermingMilieubescherming is een belangrijk beginsel van Bosch. Kwaliteit van de producten, spaarzaamheid en milieubescherming zijn voor ons doelen die even belangrijk zijn. Wetten en voorschrif-ten ten aanzien van de milieubescherming worden strikt in acht genomen.Ter bescherming van het milieu passen wij met inachtneming van economische gezichtspunten de best mogelijke techniek en mate-rialen toe.VerpakkingWat betreft de verpakking nemen wij deel aan de recyclingssyste-men in de verschillende landen, die een optimale recycling waar-borgen. Alle gebruikte verpakkingsmaterialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen worden gerecycled.Oud toestelOude toestellen bevatten waardevolle stoffen die moeten worden gerecycled.De componenten kunnen gemakkelijk worden gescheiden en de kunststoffen zijn gekenmerkt.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Junkers FR 10 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden