Junkers Cerastar ZSR 24 KE Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Junkers Cerastar ZSR 24 KE (32 pagina’s), behorend tot de categorie CV Ketel. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 25 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Junkers Cerastar ZSR 24 KE of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Junkers |
| Categorie: | CV Ketel |
| Model: | Cerastar ZSR 24 KE |
Handleiding Junkers Cerastar ZSR 24 KE – volledige tekst
Technische en praktische voorschriften Prescriptions techniques et pratiques ZWR 18 KE ZR/ZWR/ZSR 24 KE CERASTAR gasketels met elektronische ontsteking voor schouwaansluiting chaudières avec allumage électronique pour raccordement cheminée Een onberispelijke werking kan slechts dan gewaarborgd worden, wanneer de technische voorschriften strikt opge-volgd worden. Wijzigingen voorbehouden. Wij verzoeken U deze voorschriften aandachtig te lezen en ze aan de gebruiker te overhandigen. Deze laatste dient ze zorgvuldig te bewaren. DE INSTALLATIE, DE INBEDRIJFSTELLING, HET ONDERHOUD EN DE NAVERKOOPSERVICE MOETEN DOOR EEN ERKENDE INSTALLATEUR GEBEUREN. Un fonctionnement impeccable ne peut être garanti que lorsque les prescriptions sont strictement observées. Sous réserve de modifications. Deze gaswandketels dragen het keurmerk : Ces chaudières murales sont agréées : cat.
5. INSTALLATIE 5. INSTALLATION Algemeen Dit toestel dient door een bevoegd installateur te worden geplaatst. Hij dient zich te houden aan de geldende nationale en plaatselijke voorschriften. In geval van twijfel dient hij zich te informeren bij de officiële instanties of bij SERVICO nv. Généralités Cet appareil doit être placé par un installateur compétent. Il doit se conformer aux normes et prescriptions nationales et locales en la matière. En cas de doute il doit se renseigner auprès des instances officielles ou auprès de SERVICO sa. Belangrijk Het toestel waterpas hangen. Let erop de volgende minimumafstanden te voorzien : • tussen toestel en plafond 30 cm • onder het toestel minimum 30 cm • rondom het toestel 10 cm Het toestel moet in een vorstvrije ruimte met voldoende luchttoevoer geïnstalleerd worden. Het toestel mag niet gemonteerd worden in ruimten met agressieve dampen (bv.
sprays) of in ruimten waarin kunststoffen of lakken verwerkt worden. In dit geval kan een toestel ZR/ZWR/ZSR. AE (met gestuwde afvoer) geïnstalleerd worden. Wanneer het toestel in een ruimte, voorzien van een afzuigsysteem (bv. dampkap) geplaatst wordt, moeten de nodige maatregelen genomen worden om onderdruk in deze ruimte te voorkomen. Dergelijke systemen kunnen de schouwtrek verminderen en het toestel in veiligheid schakelen (TTB). Ketels op vloeibaar gas : Aangezien vloeibaar gas zwaarder is dan lucht, moeten deze toestellen en de leidingen steeds in ruimten met een benedenverluchting boven de begane grond, geplaatst worden. Het toestel moet overeenkomstig de voorschriften van het A. R. E. I. geïnstalleerd worden. Het toestel is IPX 4 gekeurd en mag niet boven bad of douche, maximum in het beschermingsvolume, geplaatst worden.
1 Installatie in een kast In dit geval dienen twee verluchtingsopeningen van minstens 200 cm² vrije opening - - uitgevend op de installatieruimte te worden voorzien. Voorzie de ene opening boven en de andere beneden de mantel van het toestel.
5. 2 Bevestiging van het toestel Voorzie de twee ophanghaken zoals aangeduid in fig. 1 op blz. 3. 5. 2 Fixation de l'appareil Prévoyez les deux crochets comme indiqué en fig. 1 à la page 3. 5. 3 Montageplaat Bij de gasketel hoort deze afzonderlijk verpakte en eventueel vooraf leverbare montageplaat waarmee de leidingen reeds kunnen gemonteerd worden zonder het toestel. De verbinding tussen gasketel en montageplaat gebeurt met vijf (ZWR/ZSR. ) of met drie dichtingen (ZR. ). Deze zijn opgehangen aan de onderkant van de gasketel. De afsluitkranen vergemakkelijken in belangrijke mate de eventuele demontage van de ketel. Bij ketels ZWR… en ZSR… dient U de volledige set te gebruiken. Bij ketels ZR… worden de sanitaire afsluitkraan (5) en de nippel (2) niet gebruikt. 5. 3 Plaque de montage Cette plaque de montage, en emballage séparé, fait partie de la chaudière.
5. 4 Hydraulische aansluiting De doormeter van de leidingen dient te worden berekend volgens de behoeften van het toestel en van de installatie. De installatie moet voor de plaatsing van de ketel worden doorgespoeld. De installatie van gegalvaniseerde radiatoren en/of lei-dingen wordt afgeraden omwille van gasvorming in de installatie. Bij vloerverwarming met kunststofbuizen en radiatoren aangesloten met kunststofbuizen moet een bescherm-product toegevoegd worden of dienen alleen corrosievrije materialen te worden gebruikt. Eventueel kan JUNKERS ook een aangepaste ketel leveren. Gebruikte beschermproducten moeten door JUNKERS goedgekeurd zijn. Goedgekeurde producten zijn : - Varidos KK (Hoechst), - - HS Combi 2 (BWT-Wassertechnik). De door de leverancier voorgeschreven volumever-houding respecteren. Bij aluminiumradiatoren moet ook een beschermproduct gebruikt worden.
Raadpleeg hiervoor de leverancier van het product (bv. BWT-Wassertechnik of Hoechst) voor het juiste product en de correcte concentraties. Bij de installatie van een gasketel in niet bestendig be-woonde huizen moet een vorstwerend middel "Glycoline Longlife" (leverbaar door Servico) bij het installatiewater in de gepaste volumeverhouding, toegevoegd worden. Bij toestellen ZWR moet, bij vorstgevaar, de sanitaire kringloop geledigd kunnen worden door middel van een, apart te voorzien, leegloopkraantje. Dichtingproducten, om kleine lekken in de installatie tegen te gaan, mogen onder geen enkele voorwaarde in de ketel terecht komen. De hierdoor ontstane schade valt buiten de waarborgvoorwaarden. De plaatsing van een terugslagklep in de sanitaire koud-watertoevoer rechtstreeks onder het toestel is af te raden.
Wanneer deze terugslagklep door de water-bedelingsmaatschappij verplicht wordt, moet men de nodige maatregelen treffen om de maximaal toegelaten werkdruk van 12 bar in de sanitaire kring van de ketel niet te overschrijden. Plaats ofwel een klein expansievat ofwel een veiligheidsgroep (max.
Overdrukventiel Dit is in de ketel ingebouwd. Het is aan te raden een trechter te voorzien voor de afvoer van het expansiewater naar de riolering. Circulatiegeluiden Circulatiegeluiden kunnen door de montage van een drukverschiloverstroomventiel vermeden worden (bypass N° 263, bestelnummer 7 719 000 196). Expansievat De voordruk van het expansievat moet overeenkomen met de statische hoogte van de installatie. Bij een maximum vertrektemperatuur van 90°C is de maximale waterinhoud (lit) van de installatie afhankelijk van de statische hoogte (m) vanaf het toestel : Soupape de surpression Elle est incorporée dans la chaudière. Nous conseillons de prévoir un entonnoir pour l’évacuation de l’eau d’expansion vers l’égout.
Bruits de circulation Les bruits de circulation peuvent être évités par le montage d'une soupape de pression différentielle et de trop plein (by-pass N° 263, n° de commande 7 719 000 196). Vase d'expansion La pression initiale du vase d'expansion doit correspondre à la hauteur statique de l'installation. A la température de départ maximale de 90°C, la con-tenance d'eau maximale de l'installation (lit) dépend de la hauteur statique (m) à partir de l'appareil : statische hoogte (m) hauteur statique (m) 8 9 10 11 12 13 14 max. waterinhoud (lit) van de installatie contenance d’eau max. (lit) de l’installation 122 112 102 92 82 71 61 Door de druk in het expansievat, met behulp van het ventiel (fig. 4, 5 & 6 - nr. 26) tot 0,5 bar te beperken, kan in bijzondere gevallen capaciteitsuitbreiding verkregen worden. Indien nodig moet een bijkomend vat geïn-stalleerd worden.
5 Gasaansluiting Gasleiding De gasleidingen dienen gelegd te worden volgens de regels der kunst en de doormeter berekend volgens de norm NBN D 51-003. De gasleiding moet binnenin volledig zuiver zijn. Indien nodig de leiding doorblazen. Bij installaties op aardgas moet men de BGV-gekeurde gasafsluitkraan (in de verpakking van de montageplaat) gebruiken en rechtstreeks met de losse moer aansluiten op de gasbuis van het toestel. De butaan- -propaan installaties dienen strikt te beantwoorden aan de "HANDLEIDING VOOR DE INSTALLA-TEURS BUTAAN-PROPAAN" van de FEBUPRO. De bijgeleverde "lagedruk"-propaanafsluitkraan (met ronde knop) rechtstreeks met de losse moer aansluiten op de gasbuis van het toestel. Zie ook fig. 17. 5. 5 Raccordement gaz Conduite gaz Les conduites gaz doivent être installées suivant les règles de l'art et les sections calculées en fonction de la norme NBN D 51-003.
Vooraleer de gaskraan terug te openen, de gasleiding drukloos maken. Een gasdruk hoger dan 150 mbar kan de gasblok ernstig beschadigen. Is dit het geval, dan moet de volledige gasblok vervangen worden.
Afvoer verbrande gassen (NBN B 61-001) Voor rookgasafvoer, ventilatie- en beluchtingopeningen dient de norm NBN D 51-003 strikt te worden gerespecteerd. Voorzie een afvoer van ∅ 110 mm (ZWR 18. ) of ∅ 130 mm (ZR/ZWR/ZSR 24. ) voor de verbrande gassen. Gebruik alleen aluminiumbuis om corrosie te vermijden. Niet-gladde flexibels voor de aansluiting van het toestel aan de schoorsteen worden afgeraden. Indien de schouw blootgesteld wordt aan lage buiten-temperaturen, moet ze dubbelwandig en geïsoleerd uit-gevoerd worden. Indien de schouw dwars door brandbare gedeelten gaat, moet men ze goed isoleren. Evacuation des gaz brûlés (NBN B 61-001) Pour l'évacuation des gaz brûlés, les ouvertures d'aération et de ventilation, appliquez soigneusement la norme NBN D 51-003. Prévoyez une évacuation de ∅ 110 mm (ZWR 18. ) ou de ∅ 130 mm (ZR/ZWR/ZSR 24. ) pour les gaz brûlés.
Utilisez uniquement des tubes en aluminium afin d'éviter la corrosion. Des flexibles non-lisses pour le raccordement de l’appareil à la cheminée sont déconseillés. Si la cheminée est exposée à des températures extérieures basses, il faut la monter en double parois et l'isoler. Si la cheminée traverse des parties inflammables, il faut l'isoler convenablement. Verbrande gassen mogen noch bij de trekonderbreker, noch bij de afvoerbuizen ontsnappen. Proef doen met dauwspiegel. De trek van de schoorsteen moet voldoende zijn. (Ideaal 0,1 mbar onderdruk bij maximumvermogen) Het is aanbevolen een vertikaal gedeelte van minstens 30 tot 50 cm te voorzien aan de uitgang van het toestel. Horizontale gedeelten zijn te vermijden (max. ¼ van de totale schouwhoogte, maar begrensd op 1,5 m horizontaal). Respecteer de plaats van de schoorsteenmond (zie fig. 18).
Afvoersystemen zoals dampkappen, ventilatoren,. kunnen de rookgasafvoer sterk beïnvloeden, waardoor het toestel in storing gaat. In dat geval moeten extra luchttoevoeropeningen voorzien worden of moet een gesloten toestel (type Z.
5. 6. 2 Aansluiting regelaar HET IS VERBODEN NIET-JUNKERS REGELAPPA-RATUUR AAN TE SLUITEN. De voordelen van de modulerende regeling en de daaruit voortvloeiende gasbesparing, worden enkel bekomen met JUNKERS-kamerthermostaten van de series TR. 21. en TR 100 / TR 200 en met JUNKERS-weersafhankelijke regelingen van de serie TA 210. 5. 6. 2 Raccordement régulation IL EST INTERDIT DE PLACER UNE REGULATION AUTRE QUE JUNKERS. Les avantages de la régulation modulante et l'économie de gaz y résultant, ne peuvent être obtenus qu'avec des thermostats d’ambiance JUNKERS des séries TR. 21. et TR 100 / TR 200 et avec les régulations climatiques JUNKERS de la série TA 210…. Deze regelaars worden aangesloten aan de klemmen 1, 2 en 4 (zie fig. 11). In dit geval moet de 24 V/DC-stuurleiding gescheiden gelegd worden van het 230 V/AC-net.
De montageplaats van de regelaar (pilootruimte) moet geschikt zijn voor de temperatuurregeling van de volledige verwarmingsinstallatie. Meestal is dit de woonplaats. Op de daar aanwezige verwarmingselementen mogen geen thermostatische kranen geplaatst worden. De kamerthermostaat beveelt circulatiepomp en gasblok. De pompschakelaar op de 24 V-printplaat (155) is op schakelwijze II ingesteld. De vertrektemperatuurkiezer (136) beveelt enkel het gas. De pomp wordt na een nalooptijd van ongeveer 3 min uitgeschakeld. Schakelwijze III : De circulatiepomp draait constant. Deze schakelwijze mag alleen gebruikt worden indien een inbouwbare buitenregeling TA 210 E gemonteerd werd. De inbouwbare buitenregeling wordt rechtstreeks aange-sloten aan klem (314) met de verbindingskabel. Zie fig. 10. Ces régulateurs sont raccordés aux bornes 1, 2 et 4 (voir fig. 11).
5. 6. 3 Aansluiting van een indirect verwarmde boiler aan een ketel ZSR. De NTC- -voeler van de JUNKERS boiler aansluiten op de klemmen 303 van de printplaat (zie fig. 10). De aquastaat van de boiler SK 300 aansluiten aan de klemmen 7, 8 en 9 (zie fig. 12). Bij montage van niet-JUNKERS boilers moet een relais of een boileraquastaat met beschermde omschakelcontacten gebruikt worden. De warmtewisselaar van deze boiler moet ook groot genoeg zijn om het vermogen van de ketel te kunnen overdragen. 5. 6. 4 Voorrangsschakelaar sanitair (SH 27/. ) bestelnummer 7 719 000 217Wanneer de gasketel niet gelijktijdig met een badverwarmer kan werken, wordt - met de voorrangsschakelaar van de badverwarmer (optie) - - de gasketel automatisch uitgeschakeld tijdens de warmwaterbereiding. Verwijder de brug (161) tussen de klemmen 8 en 9. Aansluiten aan de klemmen 8 en 9 zoals aangeduid in fig. 13.
6. REGELING 6. REGLAGE 6. 1 Gasregeling De gasaansluitdruk aangeduid in de technische gegevens, moet aan de manometerstut (7) gecontroleerd worden. De toestellen worden vanuit de fabriek geregeld en verzegeld overeenkomstig categorie I2E+ (aardgas) of I3+ (vloeibaar gas). De installateur mag derhalve geen enkele instelling van het gasdebiet doorvoeren. OPMERKING : De ombouw naar een andere gassoort mag alleen gedaan worden door de naverkoopservice van JUNKERS. 6. 1 Réglage gaz La pression d'alimentation gaz indiquée dans les données techniques, doit être contrôlée au téton manométrique (7). Les appareils sont réglés et plombés en usine, conformément à la catégorie I2E+ (gaz naturel) ou I3+ (gaz liquide). Par conséquent, en aucun cas, le débit gaz ne peut être réglé par l'installateur.
F TIP : Omwille van energiebesparing en comfort, wordt de vertrektemperatuur steeds begrensd op 75°C. Indien noodzakelijk, kan deze begrenzing weggenomen worden. Door de modulerende werking tussen het minimum- en het nominaal vermogen, past de ketel zijn verwar-mingsvermogen automatisch aan de warmtevraag aan d. m. v. de regelapparatuur.
Daardoor verkrijgt men een hoger rendement, een lager verbruik en een langere levensduur. 6. 3 Temperatuurbegrenzers De temperatuurbegrenzer (6) is ingesteld op 120°C. De temperatuurbegrenzer (9) is ingesteld op 110°C. Tijdens de werking krijgen deze temperatuurbegrenzers een spanning van 24 V/DC. 6. 4 Startfase Bij elke opwarming functioneert het toestel gedurende 1,5 min op minimumvermogen. Bij warmwaterafname wordt deze startfase uitgeschakeld (alleen voor ZWR. ). 6. 2 Sélecteur de température départ chauffage La température de départ est réglable entre 35 et 75°C (90°C si nécessaire). F TIP : Pour raisons d’économie d’énergie et de confort, la température de départ est toujours limitée à 75°C. Si nécessaire, cette limitation peut être enlevée.
Wanneer de ketel vaststelt dat de temperatuur te snel oploopt, kan het gebeuren dat hij niet doorbrandt. Hij blijft dan op klein vermogen branden en kan zelfs uitschakelen. Om dit te vermijden, moet men er voor zorgen dat de afgifte van de verwarmingselementen verbeterd wordt : meer radiatorkranen openen, convectoren reinigen, enz… Quand la chaudière constate que la température s’élève trop vite, il peut arriver qu’elle ne continuera pas de brûler. Elle reste à fonctionner sur petite puissance et peut même se déclencher. Afin d’éviter ceci, il faut prendre soin que l’émission dechaleur des corps de chauffe soit améliorée : ouvrir plus de robinets de radiateur, nettoyer les convecteurs, etc… 6. 5 Regeling waterdebiet Bij de ketel ZWR. kan de uitlooptemperatuur van het sanitair water tussen 40 en 60°C ingesteld worden met de temperatuurkiezer.
7.2 Inbedrijfstelling Het toestel onmiddellijk in gebruik nemen. De eerste inbedrijfstelling omvat : • het nazicht van de gasdichtheid van de aansluiting van het toestel, door middel van afzepen, bij normale bedrijfsdruk, • het nazicht van de dichtheid van de verwarmingsinstallatie, • het nazicht van de goede werking van de ketel, (maximum proefdruk van de ketel : 2,5 bar) • de aflevering van deze voorschriften met bijhorende aanwijzingen aan de gebruiker. 7.2 Mise en service Mettez l'appareil directement en service.
Veillez à ce que le manomètre (1) indique 1 bar. Sinon, remplissez jusqu'à minimum 1 bar et maximum 1,5 bar (en état froid). F TIP : Contrôlez régulièrement la position du manomètre. Il doit toujours être entre 1 et 2 bars. INSCHAKELEN De hoofdschakelaar alleen bedienen als de verwarmingsinstallatie correct gevuld is. Zoniet kan de pomp zwaar beschadigd worden. Hoofdschakelaar op “COM” = com-fortbedrijf warm water. In de digitale aanduiding verschijnt P1, P2, P3, P4, P5 en dan HC (hoog comfort). Bij comfort-bedrijf wordt het water constant op de temperatuur van de warmwaterinstelknop gehouden. Deze comfortstand zorgt voor korte opwarmtijden bij afname van warm water. Hierdoor warmt de ketel op; ook wanneer geen warm water wordt afgenomen. ENCLENCHEMENT N’actionnez pas l’interrupteur principal qu’après le remplissage correct de l’installation.
En fonctionnement confort l’eau est gardée constamment à la température du sélecteur de tem-pérature d’eau chaude. Cette position confort provoque des temps de chauffe réduits en puisant de l’eau chaude. Ainsi la chaudière chauffe, également s’il n’y a pas de puisage d’eau chaude. Hoofdschakelaar op “ECO” = economisch bedrijf warm water. In de digitale aanduiding verschijnt P1, P2, P3, P4, P5 en vervolgens SU (zomer). In de stand “economie” start het toestel pas op wanneer warm water afgenomen wordt. Dit heeft langere wachttijden bij afname van warm water tot gevolg. Aftapmelding Door de aftapkraan kort te openen en terug te sluiten, wordt het water opgewarmd tot de temperatuur van de temperatuurkiezer bereikt is. Bij de volgende aftapping is het water op temperatuur. F TIP : Het is aan te bevelen de ketel zoveel mogelijk in de stand “ECO” te zetten.
Voor Pour ZWR (verwarming en warmwaterbereiding) ZWR (chauffage et production d’eau chaude) VERTREKTEMPERATUUR Draai de vertrektemperatuurkiezer (4) volledig naar rechts. De vertrektem-peratuur van de centrale verwarming wordt tijdens het verwarmingsbedrijf digitaal aangeduid. • Bij vloerverwarming wordt - op stand 3 - de temperatuur begrensd op 50°C. • Bij verwarmingsinstallaties op lage temperatuur wordt - - op stand E de temperatuur begrensd op 75°C. • Voor installaties met vertrektem-peraturen van 90°C wordt stand 7 gekozen. TEMPERATURE DE DEPART Tournez le sélecteur de température de départ (4) complètement à droite. La température de départ du chauffage central est affichée digitalement pendant le fonctionnement chauffage. • Pour chauffage par le sol, la tem-pérature est limitée à 50°C en position 3.
Deze moet steeds tussen 1 en 2 bar blijven. Ouvrez le robinet d'arrêt gaz et éven-tuellement le robinet d'arrêt eau froide. Veillez à ce que le manomètre (1) indique 1 bar. Sinon, remplissez jusqu'à minimum 1 bar et maximum 1,5 bar (en état froid). F TIP : Contrôlez régulièrement la position du manomètre. Il doit toujours être entre 1 et 2 bars. INSCHAKELEN De hoofdschakelaar alleen bedienen als de verwarmingsinstallatie correct gevuld is. Zoniet kan de pomp zwaar beschadigd worden. Zet de hoofdschakelaar (6) in de positie : ENCLENCHEMENT N’actionnez pas l’interrupteur principal qu’après le remplissage correct de l’installation. Sinon le circulateur peut être endommagé sévèrement. Mettez l'interrupteur principal (6) en position : II winter : De meldingen P1. , P2. , P3. , P4 en P5 worden na elkaar aangeduid. Daarna verschijnt de vertrek-temperatuur van het verwarmingswater.
VERTREKTEMPERATUUR Draai de vertrektemperatuurkiezer (4) volledig naar rechts. De vertrektem-peratuur van de centrale verwarming wordt tijdens het verwarmingsbedrijf digitaal aangeduid. • Bij vloerverwarming wordt - op stand 3 - de temperatuur begrensd op 50°C. • Bij verwarmingsinstallaties op lage temperatuur wordt - - op stand E de temperatuur begrensd op 75°C. • Voor installaties met vertrektem-peraturen van 90°C wordt stand 7 gekozen. TEMPERATURE DE DEPART Tournez le sélecteur de température de départ (4) complètement à droite. La température de départ du chauffage central est affichée digitalement pendant le fonctionnement chauffage. • Pour chauffage par le sol, la tem-pérature est limitée à 50°C en position 3. • Pour les installations à basse tem-pérature, la température est limitée à 75°C en position E.
Wanneer een boiler met eigen aquastaat is uitgerust, dan heeft de temperatuurregelaar van de ketel geen functie meer. De boilertemperatuur wordt dan met de boileraquastaat ingesteld. La température de l’eau est affichée au thermomètre du boiler. Quand un boiler est équipé de son propre aquastat, le régulateur de température de la chaudière n’a plus de fonction. La température du boiler est réglée avec l’aquastat du boiler. TOTALE UITSCHAKELING Zet de hoofdschakelaar op O. OPGELET : Bij installaties met klok-thermostaat, valt de klok na 2 h stil. F TIP : Het is aan te raden om ook bij langere afwezigheid, de elektrische spanning van het toestel niet te on-derbreken. Plaats daarom de hoofd-schakelaar minimum in stand “I”. MISE HORS SERVICE TOTALE Tournez la touche principale in position O. ATTENTION : Pour les installations avec thermostat à horloge, l’horloge s’arrête après 2 h.
• Nagaan of de vertrektemperatuurkiezer (136) bij maxi-mum ingestelde temperatuur het gas naar de brander afsluit. • Nagaan of de ketel stopt met uitgeschakelde regelapparatuur. 7. 5 Contrôle du fonctionnement • Contrôlez l'évacuation des gaz brûlés et la stabilité des flammes du brûleur. • Contrôlez si le sélecteur de température (136) coupe le gaz vers le brûleur à la température maximum demandée. • Contrôlez si la chaudière s’arrête quand la régulation est débranchée. 7. 6 Foutmeldingen Knipperende foutmeldingen kunnen met de ontgrendeltoets opgelost worden. Bij foutmeldingen die continu oplichten wordt de gastoevoer afgesloten. Een onderhoudsbeurt/herstelling is noodzakelijk. F TIP : Bij foutmeldingen die niet met de ontgrendeltoets kunnen opgelost worden, dient U Uw installateur of onze naverkoopservice te verwittigen. Deel steeds de foutmelding mee. 7.
Indien een storingsmelding verschijnt, de ontgrendeltoets indrukken. Controleer de instelling van kamerthermostaat en vertrektemperatuurkiezer (136). La chaudière ne s'enclenche pas Est-ce-que l’indication du code diagnostique est allumée. Quand une perturbation s’allume, enfoncez la touche de déverrouillage. Contrôlez le réglage du thermostat d'ambiance et du sélecteur de température de départ. De ketel wordt warm, de installatie blijft koud Nagaan of de installatie gevuld en ontlucht is. Radiatorkranen openen. Indien de installatie koud blijft nagaan of de circulatiepomp draait. Zoniet de ketel uitschakelen en de pomp losmaken. De ketel lekt aan de sanitair-waterzijde De koudwaterkraan sluiten. Nagaan of er een terugslagklep onder het toestel geplaatst werd (zie 5. 4 op blz. 10). Verwittig Uw installateur of de naverkoopservice van JUNKERS.
8. 3 Controle van de ketel Controleer regelmatig de waterdruk en, indien nodig, de installatie bijvullen en ontluchten. (zie 7. 1) Vlammenbeeld door de ontstekingsopening nagaan : de brander moet stabiel maar zonder gele vlammen branden. 8. 4 Reinigen van de mantel Gebruik geen schurende of agressieve reinigingsmiddelen, een vochtig doek volstaat. 8. 3 Contrôle de la chaudière Vérifiez régulièrement la pression d'eau et, si nécessaire, remplissez et purgez l'installation. (voir 7. 1) Vérifier le brûleur à travers l'orifice d'allumage : les flammes doivent être régulières, sans avoir des pointes jaunes. 8. 4 Nettoyage du manteau N'utilisez pas des produits de rinçage abrasifs ou agressifs, un chiffon humide suffit. Herinnering Verluchtings- en afvoeropeningen van de ruimte waarin het toestel opgesteld is, mogen noch verkleind, noch afgesloten worden.
Rappel Les ouvertures d’aération et d’évacuation de l’endroit où la chaudière est installée, ne peuvent ni être réduites ni obstruées. 9. CONTROLE EN ONDERHOUD 9. SURVEILLANCE ET ENTRETIEN Zelfs een JUNKERS heeft een regelmatige controle- en onderhoudsbeurt nodig. Een preventief onderhoud vermijdt vroegtijdige slijtage en/of een abnormaal hoog verbruik. Deze werkzaamheden mogen enkel gedaan worden door de installateur, een bevoegd vakman of door de naver-koopservice van JUNKERS. Même un JUNKERS a besoin d'une surveillance et d'un entretien régulier. Un entretien préventif évite une usure prématurée et/ou une consommation anormale. Ce travail doit être effectué par l'installateur, un homme de métier agréé ou par le service après-vente de JUNKERS. 9. 1 Warmtewisselaar Reiniging afhankelijk van de gebruiksfrequentie en van de plaats waar de ketel geïnstalleerd is.
9. 3 Overdrukventiel Werking controleren. Indien het overdrukventiel water loost moet het expansievat gecontroleerd worden. 9. 3 Soupape de surpression Contrôler le fonctionnement. En cas d'écoulement d'eau par la soupape de surpression, contrôlez le vase d'expansion. 9. 4 Expansievat Controleer de tegendruk van het expansievat met de waterdruk in het toestel op 0. Verhoog, indien nodig, de tegendruk tot ongeveer 1 bar. 9. 4 Vase d’expansion Contrôlez la contre-pression du vase d'expansion avec la pression d'eau dans la chaudière à 0. Augmentez, si nécessaire, la contre-pression à environ 1 bar. 9. 5 Sanitaire warmwaterleiding (ZWR. ) Indien de normale uitlooptemperatuur en/of het normale debiet niet meer bereikt worden, ontkalken. Ontkal-kingpomp aan de sanitaire aansluitingen van de warm-tewisselaar aansluiten. De ontkalkingtijd tot een minimum beperken. Watervalve controleren.
De rookgasafvoerbuis wegnemen en de trekonderbreker met een onbrandbare plaat afdekken. Zet de ketel in werking op stand MAX. Na maximum 2 minuten moet de ketel uitschakelen. De foutmelding A4 verschijnt. Daarna de ruimte voldoende ventileren. De plaat terug wegnemen en de rookgasafvoerbuis terug monteren. Zet de bedrijfskeuzeschakelaar terug in de positie. Na ongeveer 20 minuten moet de ketel automatisch terug in werking gaan. Let erop dat de houder van de rookgasvoeler niet verbogen wordt. Opmerking : De wachttijd van 20 minuten kan opgeheven worden door de hoofdschakelaar uit- en opnieuw in teschakelen. De rookgasbeveiliging mag niet verwijderd of gewijzigd worden. Bij defect moet de rookgasbeveiliging samen met haar bedrading gedemonteerd en vervangen worden door een identieke originele rookgasbeveiliging. F TIP : Controleer of de keuzeschakelaar wel degelijk in de positie staat. 9.
837 FD 661 00164 MADE IN GERMANY ç type-aanduiding indication du type ç voorbeeld van een serienummer exemple d’un numéro de série 12. NAVERKOOPSERVICE 12. SERVICE APRES-VENTE SERVICO nv heeft een technische naverkoopservice ter beschikking van de installateur en de gebruiker. In geval van moeilijkheden, wendt U tot SERVICO nv (naverkoopservice van de fabriek). SERVICO sa tient un service après-vente à la disposition de l'installateur et de l'usager. En cas de difficulté, adressez-vous à SERVICO sa (service après-vente de l'usine). 13. WAARBORG 13. GARANTIE De toegestane waarborg is slechts geldig indien de installatie nauwkeurig voldoet aan deze voorschriften en indien de volledige installatie volgens de regels der kunst uitgevoerd werd. De waarborg is toepasbaar volgens de voorwaarden vermeld op de garantiekaart.
Deze moet worden teruggestuurd na de ingebruikname naar SERVICO nv, met vermelding van type en serienummer zoals aangeduid op de kenplaat van het toestel (zie fig. hierboven). F TIP : Stuur de garantiekaart onmiddellijk op na de inbedrijfstelling.
Een preventief onderhoud vermijdt vroegtijdige slijtage en/of een abnormaal hoog verbruik. Deze werkzaamheden mogen enkel gedaan worden door de installateur, een bevoegd vakman of door de techni-sche dienst van JUNKERS. Même un JUNKERS a besoin d'une surveillance et d'un entretien régulier. Un entretien préventif évite une usure prématurée et/ou une consommation anormale. Ce travail peut être effectué uniquement par un installa-teur, un homme de métier agréé ou par le service techni-que de JUNKERS. ))))) TIP: Een onderhoudsbeurt om de 2 jaar is een minimum.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Junkers Cerastar ZSR 24 KE stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding CV Ketel Junkers
Handleiding CV Ketel
Nieuwste handleidingen voor CV Ketel