Junkers CeraclassExcellence ZWC 24-3 MFK Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Junkers CeraclassExcellence ZWC 24-3 MFK (48 pagina’s), behorend tot de categorie CV Ketel. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 100 mensen. Heb je een vraag over Junkers CeraclassExcellence ZWC 24-3 MFK of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Junkers |
| Categorie: | CV Ketel |
| Model: | CeraclassExcellence ZWC 24-3 MFK |
Foutcodes Junkers CeraclassExcellence ZWC 24-3 MFK
Foutcodes uit de officiële handleiding, met betekenis en oplossing.
| Code | Betekenis | Oplossing |
|---|---|---|
| A2 | Rookgasbeveiliging op de verbrandingskamer: rookgassen ontsnappen uit de verbrandingskamer | Na ongeveer 20 minuten herstart de ketel automatisch. Bij herhaalde storingsmelding moet de installateur of dienst na verkoop van JUNKERS geraadpleegd worden. De ketel heeft onderhoud nodig. |
| A4 | Rookgasbeveiliging op de trekonderbreker: rookgassen komen via de trekonderbreker in de installatieruimte | Na ongeveer 20 minuten herstart de ketel automatisch. Bij herhaalde storingsmelding moet de installateur geraadpleegd worden om de werking van de schouw te verbeteren. |
Handleiding Junkers CeraclassExcellence ZWC 24-3 MFK – volledige tekst
Technische en praktische voorschriften N ZSC 24-3 MFK ZWC 24-3 MFK ZWC 28-3 MFK CeraclassExcellence gasketels voor schouwaansluiting Een onberispelijke werking kan slechts dan gewaarborgd worden, wanneer de technische voorschriften strikt opge-volgd worden Wijzigingen voorbehouden.. Wij verzoeken U deze voorschriften aandachtig te lezen en ze aan de gebruiker te overhandigen. Deze laatste dient ze zorgvuldig te bewaren. DE INSTALLATIE, DE INBEDRIJFSTELLING, HET ONDERHOUD EN DE NAVERKOOPSERVICE MOETEN DOOR EEN ERKENDE INSTALLATEUR GEBEUREN. Deze gaswandketels dragen het keurmerk: cat. I2E+ (aardgas)cat. I3+ (vloeibaar gas) Bosch Thermotechnology nv/sa Kontichsesteenweg 60 2630 AARTSELAAR TEL: 03 887 20 60 FAX: 03 877 01 29 Deutsche Fassung auf Anfrage erhältlich 6 720 660 238 1(20 3/06 NL) -BL
AANSLUITINGEN EN AFMETINGEN 4 BESCHRIJVING VAN DE KETELS 5 VERKLARING VAN OVEREENSTEMMING 6 TECHNISCHE GEGEVENS KETELS OP AARDGAS 7 TECHNISCHE GEGEVENS KETELS OP VLOEIBAAR GAS 8 OPBOUW & ELEKTRISCH SCHEMA 9 INSTALLATIE 12 - algemeen12 - belangrijk12 - installatie in een kast12 - montageplaat13 - montagesjabloon14 - bevestiging van de ketel14 - rookgasafvoer15 - hydraulische aansluiting16 - gasaansluiting17 ELEKTRISCHE AANSLUITING 18 - algemeen18 - toebehoren aansluiten18 - Heatronic openen18 - kabeldoorvoer19 - - aansluiting van een digitale JUNKERS BUS regelaar19 - aansluiting van een 24 V regelaar JUNKERS20 - - aansluiten van een indirect gestookte boiler met NTC voeler20 - aansluiten van een indirect gestookte boiler met boilerthermostaat21 - aansluiten van een sanitaire circulatiepomp21 INBEDRIJFNAME 22 - voor de inbedrijfname22 - openen van het deksel23 - verwarmingswaterdruk controleren23 - - in /uitschakelen23 - verwarming inschakelen24 - temperatuurregeling24 - na de inbedrijfname24 - ketel ZSC met boiler Storacell: warmwatertemperatuur instellen25 - ketels ZWC: warmwatertemperatuur instellen25 - zomerbedrijf26 - vorstbeveiliging van de verwarmingsinstallatie26 - vergrendeling van de Heatronic26 - werking tijdens de vakantie26 - storingen27 - pompblokkeringsbeveiliging27 - thermische desinfectie voor ketel ZSC met boiler27 - rookgasbeveiliging27
INDIVIDUELE INSTELLING 28 - manuele instellingen28 - grootte van het expansievat testen28 - kenlijn van de circulatiepomp wijzigen28 - Heatronic instellingen29 - bediening van Heatronic29 - maximum nominaal vermogen of minimum nominaal vermogen kiezen30 - verwarmingsvermogen instellen31 - vermogen warmwaterbereiding instellen31 - sturing ingebouwde circulatiepomp31 - maximum vertrektemperatuur instellen 31 - thermische desinfectie voor ketel ZSC met boiler32 - instellen van de antipendelblokkering32 - schakeldifferentieel32 - - gebruik van het kanaal bij 1 kanaalsschakelklok wijzigen32 - laatste storing oproepen32 - werkingslampje32 - reactietijd bij warmwaterbereiding bij ketel ZWC32 - tips voor energiebesparing33 GASREGELING 33 ONDERRICHTINGEN 34 - nota voor de installateur34 - nota voor de gebruiker34 - controle van de ketel34 - reinigen van de mantel34 CONTROLE EN ONDERHOUD 35 - belangrijke opmerkingen35 - wisselstukken en smeermiddelen35 - na controle en onderhoud35 - checklist voor het onderhoud36 - rookgasmeting36 - vermogen kiezen36 - waarde van het rookgasverlies meten36 - CO en CO2-w aarde in de rookgasafvoer meten37 - Heatronic37 - laatste foutmelding oproepen37 - verbrandingskamer, spuitstukken en brander reinigen38 - warmtewisselaar reinigen38 - filter in de koudwatertoevoer (enkel voor toestellen ZWC)39 - platenwarmtewisselaar (enkel voor toestellen ZWC)39 - overdrukventiel39 - expansievat controleren40 - verwarmingswaterdruk controleren40 - elektrische bedrading40 - elektroden reinigen40 - rookgasbeveiligingen controleren40 - opnieuw in gebruik nemen41 - toelichting bij demontage van belangrijke onderdelen41 - gasblok41 - hydraulisch gedeelte41 - driewegkraan42 - circulatiepomp en retourcollector42 INFORMATIE IN HET DISPLAY VAN DE KETEL 43 - aanduidingen in het display43 - storingsmeldingen in het display44 NUTTIGE INLICHTINGEN 45 BELANGRIJKE NOTA’S 46 WAARBORG 46 DIENST NA VERKOOP (met techniekers uit Uw regio) 48.
6 720 660 238 1(20 3/06 - BL NL)5 2. BESCHRIJVING VAN DE KETELS Gaswandketels met elektronische ontsteking, ionisatiebeveiliging, en modulerende werkingschouwaansluiting . Uitgerust met oververhittingbeveiliging Type ZWC met warmwaterbereiding Het type ZSC is geschikt voor aansluiting . . aan een indirect verwarmde Storacell boiler- . Technische benamingen: Commerciële benamingen: ZSC 24- K 23 MF 3 S 3692 (aardgas) ZSC 24 31 S - K 3 MF 3692 (vloeibaar gas) ZSC 24- 3 MFK CeraclassExcellenceZWC 24- K 23 3 MF S 3692 (aardgas)ZWC 24- 3 MFK 31 S 3692 (vloeibaar gas)ZWC 24- 3 MFK CeraclassExcellenceZWC 28- 23 3 MFK S 3692 (aardgas)ZWC 28- 3 MFK 31 S 3692 (vloeibaar gas)ZWC 28- 3 MFK CeraclassExcellence Algemene informatie Deze ketel aan de hand van de volgende richtlijnen zorgvuldig installeren. Type afvoer: B11BS. De ketels op aardgas dragen het HR+ keurmerk ‘’lage temperatuur’’.
6 720 660 238 1(20 3/06 - BL NL)12 6. INSTALLATIE Gevaar: Voor explosies. De gaskraan sluiten vooraleer werken aan gasvoerende delen uit te voeren. Doe een dichtheidscontrole na werken aan gasvoerende delen. Algemeen Deze ketel dient door een bevoegde installateur te worden geplaatst. Hij dient zich te houden aan de geldende nationale en plaatselijke voorschriften. In geval van twijfel dient hij zich te informeren bij de officiële instanties of bij Bosch Thermotechnology nv. Belangrijk De ketel waterpas hangen. Let erop de volgende minimumafstanden te voorzien: • tussen ketel en plafond 30 cm• onder de ketel minimum 30 cm• rondom de ketel 10 cm Het toestel moet in een vorstvrije ruimte met voldoende luchttoevoer geïnstalleerd worden. Het toestel mag niet gemonteerd worden in ruimten met agressieve dampen (bvb. sprays) of in ruimten waarin kunst-stoffen of lakken verwerkt worden.
In dit geval kan een toestel met gestuwde afvoer geïnstalleerd worden. Wanneer het toestel in een ruimte, voorzien van een afzuigsysteem (bvb. dampkap) geplaatst wordt, moeten de nodige maatregelen genomen worden om onderdruk in deze ruimte te voorkomen. Dergelijke systemen kunnen de schouwtrek verminderen en het toestel in veiligheid schakelen (TTB). Om corrosie te vermijden mag de verse lucht voor de ketel geen agressieve dampen bevatten. Ketels op vloeibaar gas: aangezien vloeibaar gas zwaarder is dan lucht, moeten deze ketels en de leidingen steeds in ruimten met een benedenverluchting boven de begane grond, geplaatst worden. De ketel moet in overeenstemming met de voorschriften van het A. R. E. I. geïnstalleerd worden. De ketel is IPX 4 D gekeurd. In geen geval het toestel tegen een wand uit brandbaar materiaal plaatsen. Brandbare stoffen moeten vuurwerend bekleed worden.
7) geen speciale voorzorgsmaatregelen moeten genomen worden. 6. 1 Installatie in een kast Voorzie minimumafstanden van 10 cm rondom de ketel, 30 cm tot het plafond en 30 cm onder de ketel. In dit geval dienen twee verluchtingsopeningen (volgens de norm NBN D 51 met minstens 200 cm² vrije -003 - opening), uitgevend op de installatieruimte, te worden voorzien. Voorzie de ene opening hoger dan en de andere lager dan de mantel van het toestel. Indien de verluchtingsopeningen niet volledig vrij zijn, dan dienen de hoogte en de breedte ervan verhoudingswijze te worden vergroot. Fig. 7.
6 720 660 238 1(20 3/06 - BL NL)13 6.2 Montageplaat Bij de gasketel hoort deze afzonderlijk verpakte en eventueel vooraf leverbare montageplaat waarmee de leidingen reeds kunnen gemonteerd worden zonder de De verbinding tussen gasketel en montageplaat gebeurt met vijf ketel. dichtingen. Deze zitten in de verpakking De afsluitkranen vergemakkelijken in belangrijke mate de eventuele . demontage van de U dient de volledige set te gebruiken.ketel. Montageplaten propaan: Deze montageplaten zijn bijna dezelfde als deze voor aardgas. Alleen is de gaskraan hier vervangen door een verbindingsbuis 3/4’’ met losse moer en dichting. Fig. 8 Montageplaat propaan(aardgas = nr. 7 719 002 134, ) = nr.
3 119 001 823 1 CV- ) afsluitkraan 3/4” (vertrek6 CV- ) afsluitkraan 3/4” (retour2 nippel 1/2” (sanitair warm water) 7 verbindingsbuis propaan 3 reductie 1” 3/4” (gasaansluiting)→ 8 bevestigingsset 4 aardgaskraan 3/4” 13 montageplaat 5 sanitaire afsluitkraan 1/2” (sanitair koud water) CV- afsluitkranen 3/4’’ sanitaire afsluitkraan 1/2’’ aardgaskraan 3/4’’verbindingsbuis 3/4’’ voor propaan Fig. 9 gesloten geopend gesloten geopend gesloten geopend Fig. 10 Opmerking: 3 MFKwanneer de ketel ZSC 24- niet aan een boiler aangesloten wordt, dan moeten de aansluitingen 2 en 5 (fig. ) afgesloten hiervoor het toebehoren 8 worden. kuntU N° 304 (bestelnummer 7 709 000 2 ) gebruiken.27 aardgas propaan
6 720 660 238 1(20 3/06 - BL NL)14 6 .3 Montagesjabloon Kleef het montage tegen de wand.sjabloon Let erop de volgende minimumafstanden te voor-zien: • tussen ketel en plafond 30 cm,• onder de ketel minimum 30 cm,• rondom de ketel 10 cm. Boor de gaten voor de bevestiging van ketel en montageplaat sjabloon volgens het . Verwijder het montagesjabloon. Installeer de montageplaat. Fig. 11 6.4 Bevestiging van de ketel Opgelet: Vuil in de CV- kring kan de ketel beschadigen. Spoel de CV- kring om dit vuil te verwijderen. Verwijder de verpakking van de ketel. Controleer de gassoort op het kenplaatje van de ketel. Mantel demonteren De mantel is met 2 borgschroeven beveiligd tegen openen door onbevoegden. De mantel steeds met deze schroeven beveiligen. Schroeven losdraaien (1). Mantel opheffen en naar voren toe wegnemen (2). Fig. 12
6 720 660 238 1(20 3/06 - BL NL)15 Bevestiging voorbereiden Pluggen monteren. Dichtingen op de nippels van de montageplaat leggen. Ketel bevestigen Ketel op de voorbereide aansluitingen zetten en met de bijverpakte haken aan de wand bevestigen. Moeren op de aansluitingen vastdraaien. Fig. 13 Afdekklep monteren Plaats de rubbers (1) en (2) onder aan het bedie-ningspaneel. Het rubber (2) moet losjes zitten. De stift (3) aan de klep rechts in het rubber (2) steken. Open de afdekklep (4) en beide rubbers juist onder het bedieningspaneel uitlijnen. Sluit de afdekklep Zij klik automatisch vast. Fig. 14 Afdekklep openen Druk op de markering (3 puntjes) om het deksel te openen. Fig. 15 6.
5 R -ookgasafvoer (NBN B 61 002) OPMERKING Voor rookgasafvoer, ventilatie en beluchtingsopeningen dienen de normen NBN D 51 003, NBN D 51- - -006 of NBN D 61- 002 strikt te worden gerespecteerd. Voorzie een afvoer van 130 mm voor de verbrande gassen. ∅ Gebruik alleen aluminiumbuis om corrosie te vermijden. Niet- gladde flexibels voor de aansluiting van het toestel aan de schoorsteen worden afgeraden. Indien de schouw blootgesteld wordt aan lage buitentemperaturen, moet ze dubbelwandig en geïsoleerd uitgevoerd worden. Indien de schouw dwars door brandbare gedeelten gaat, moet men ze goed isoleren. Verbrande gassen mogen noch bij de trekonderbreker, noch bij de afvoerbuizen ontsnappen. Proef doen met dauw-spiegel. De trek van de schoorsteen moet voldoende zijn. Er moet een verticaal gedeelte van minstens 50 cm voorzien worden aan de uitgang van het toestel.
6 720 660 238 1(20 3/06 - BL NL)16 6. 6 Hydraulische aansluiting Bij installaties met kunststofbuizen moeten alle aansluitingen van de ketel (verwarming en sanitair) over een afstand van minimum 1,5 m in metalen buizen (bvb. koper of ijzer) uitgevoerd worden. Opgelet: Indien het toestel op een net met zeer kalkhoudend water aangesloten wordt en het tevens veel gebruikt wordt, is het aan te bevelen een waterbehandeling te voorzien. 6. 6. 1 Aansluiting verwarming De doormeter van de leidingen dient te worden berekend volgens de behoeften van de ketel en van de installatie. De installatie moet voor de plaatsing van de ketel worden doorgespoeld.
Beschermproducten: Product Fabrikant Protector Copal Fernox Sentinel X 100 Betz Dearborn Vorstwerende middelen: Product Fabrikant Protector Alphi 11 Fernox Varidos FSK Schilling Chemie Reinigingsproducten: Product Fabrikant Restorer IC 20 (Superfloc Universal cleaner) Fernox Acitol-L Schilling Chemie Let op: De door de fabrikant voorgeschreven concentraties niet overschrijden. Dichtingproducten, om kleine lekken in de installatie tegen te gaan, mogen onder geen enkele voorwaarde in de ketel terechtkomen. De hierdoor ontstane schade valt buiten de waarborgvoorwaarden. 6. 6. 2 Aansluiting sanitair (enkel voor de ketels ZWC) In overeenstemming met de norm NBN EN 1717 en Belgaqua, moet in de koudwateraansluiting een veiligheidsgroep 1/2’’ van 7 bar gemonteerd Deze veiligheidsgroep mag ook op afstand worden geplaatst, maar wel voorbij de worden.
aftakking naar een andere Voorzie tevens een afvoer voor het overtollige water. koudwaterleiding. Opgelet: Om dat goede werking te controleren, éénmaal per maand de kraan en de klep van de veiligheidsgroep bedienen. Kalkafzetting kan de goede werking belemmeren. Bij een koudwaterdruk hoger dan 5 bar, is het aan te raden een drukverminderaar van 3 bar voor de hele installa-tie te plaatsen.
Hierdoor wordt vermeden dat de veiligheidsgroep te veel water loost en wordt de warmwater-temperatuur aan de mengkranen stabieler. De aansluiting gebeurt d. m. v. de bijgeleverde toebehoren. In de warmwaterleidingen dienen vernauwingen en regelingen die het debiet onder het minimum zouden kunnen beperken, te worden vermeden. Vooraleer het toestel aan te sluiten, controleren of de waterfilter in de koudwateraansluiting van het toestel gemonteerd is. Bij vorstgevaar moet de sanitaire kringloop kunnen worden door middel van een, apart te voorzien, leeggemaakt leegloopkraantje. 6. 6. 3 Vullen en ledigen Op het laagste punt van de installatie een vul en aftapkraan voorzien Respecteer de voorschriften v-. an de water-bedelingsmaatschappij. 6. 6. 4 Overdrukventiel verwarming Dit is in de ketel ingebouwd. 6. 6.
5 Expansievat De voordruk van het expansievat moet overeenkomen met de statische hoogte van de installatie. Door de druk in het expansievat, met behulp van het ventiel tot 0,5 bar te beperken, kan in bijzondere gevallen capaciteitsuitbreiding verkregen worden Indien nodig moet een bijkomend vat geïnstalleerd worden op de. retour-leiding van de ketel.
6 720 660 238 1(20 3/06 - BL NL)17 6.7 Gasaansluiting Gasleiding De gasleiding moet binnenin volledig zuiver zijn. Indien nodig de leiding doorblazen. AARDGAS: De aardgasleidingen dienen gelegd te worden volgens de regels der kunst en de doormeter berekend volgens de norm NBN D 51 Bij installaties op aardgas moet men de bijgeleverde BGV gekeurde gasafsluitkraan -003. 3/4’’ gebruiken en rechtstreeks met de losse moer aansluiten op de reductie van de montageplaat. Deze 1” 3/4” → gaskraan bevindt zich in de verpakking van de montageplaat. VLOEIBAAR GAS: De installaties op vloeibaar gas dienen strikt te beantwoorden aan de norm NBN D 51-006. De bijgeleverde verbindingsbuis met losse moer en dichting (3/4’’), rechtstreeks met deze losse moer aansluiten op de reductie 1” 3/4” → van de montageplaat Deze verbindingsbuis bevindt zich in de verpakking van de montageplaat. .
6 720 660 238 1(20 3/06 - BL NL)18 7. ELEKTRISCHE AANSLUITING Gevaar: Door elektrocutie. Vooraleer werken uit te voeren moet de stroomtoevoer onderbroken worden. 7 .1 Algemeen De voorschriften van de plaatselijke elektriciteitsmaatschappij en van het reglement op de elektrische algemene installaties (A.R.E.I.), moeten strikt opgevolgd worden. De ketel is IPX 4 D-gekeurd. De gasketels zijn volledig gekableerd en ontstoord. Andere verbruikers mogen niet aftakken. D e ketel via de stekker aan een stopcontact met aarding aansluiten. De voedingsspanning moet minimaal 200 V/AC en maximaal 250 V/AC bedragen. Indien de bedrading achter de ketel aangebracht werd, raden wij U aan deze bedrading minstens 50 cm uit de muur te laten steken. 7 .2 Toebehoren aansluiten 7 .2.1 Heatronic openen Opgelet: Kabelresten kunnen de Heatronic beschadigen. De kabels enkel buiten de Heatronic isoleren.
6 720 660 238 1(20 3/06 - BL NL)19 7 .2.2 Kabeldoorvoer De kabeldoorvoer afsnijden volgens de kabeldikte. De opening nooit groter maken dan de kabeldikte, zo niet is de ketel niet meer spatwaterbeveiligd. Fig. 20 7.2.3 Aansluiting van een digitale JUNKERS BUS-regelaar Sluit enkel de modulerende regelapparatuur van JUNKERS aan! Dan alleen verkrijgt U een optimaal rendement, een minimaal verbruik en de langste levensduur! Gebruik volgende bedrading: Leidinglengte Doormeter ≤ 80 m 0,40 mm² ≤ 100 m 0,50 mm² ≤ 150 m 0,75 mm² ≤ 200 m 1,00 mm² ≤ 300 m 1,50 mm² De kabeldoorvoer afsnijden volgens de kabeldikte. De elektrische kabel door de kabeldoorvoer steken en aan de klemmen B B van de klemmenblok ST 19 aansluiten. De kabel vastzetten met de bevestigingsklem. Fig. 21
6 720 660 238 1(20 3/06 - BL NL)20 7.2.4 Aansluiting van een 24 V regelaar JUNKERS Sluit enkel de modulerende regelapparatuur van JUNKERS aan! Dan alleen verkrijgt U een optimaal rendement, een minimaal verbruik en de langste levensduur! Gebruik volgende bedrading: Leidinglengte Doormeter ≤ 20 m 0,75 – 1,50 mm² ≤ 30 m 1,00 – 1,50 mm² > 30 m 1,50 mm² De kabeldoorvoer afsnijden volgens de kabeldikte. De elektrische kabel door de kabeldoorvoer steken en aan de klemmen 1, 2 en 4 van de klemmenblok ST 19 aansluiten. De kabel vastzetten met de bevestigingsklem. Fig. 22 Belangrijke opmerking: Thermostatische radiatorkranen op alle radiatoren leiden tot een meerverbruik en verkorten de levensduur van de ketel. Wij raden U dus ten stelligste aan dergelijke installaties te vermijden. Daarom steeds een of meerdere radiatoren met gewone radiatorkranen uitrusten.
6 720 660 238 1(20 3/06 - BL NL)21 7.2.6 Aansluiten van een indirect gestookte boiler met boilerthermostaat (on / off) De kabeldoorvoer afsnijden volgens de kabeldikte. De opening nooit groter maken dan de kabeldikte, zo niet is de ketel niet meer spatwaterbeveiligd. De elektrische kabel door de kabeldoorvoer steken en de boilerthermostaat aansluiten aan de klemmen 7 9 en van de klemmenblok ST 8. De kabel vastzetten met de bevestigingsklem. Fig. 24 7.2.7 Aansluiten van een sanitaire circulatiepomp De kabeldoorvoer afsnijden volgens de kabeldikte. De opening nooit groter maken dan de kabeldikte, zo niet is de ketel niet meer spatwaterbeveiligd.
6 720 660 238 1(20 3/06 - BL NL)23 8.2 Openen van het deksel Druk op de markering (3 puntjes) om het deksel te openen. Fig. 27 8.3 Verwarmingswaterdruk controleren Voor het bijvullen eerst de vulslang met water vullen. Dit voorkomt dat er lucht in de installatie komt. Fig. 28 Opgelet: De ketel kan beschadigd worden. Vul enkel water bij wanneer de ketel koud is. De wijzer op de manometer moet tussen de 1 en 1,5 bar staan. Staat de wijzer onder de 1 bar (in koude toestand) dan moet u bijvul-len totdat de wijzer weer tussen de 1 en 1,5 bar staat. Aanduiding op de manometer 1 bar Minimale vuldruk (bij koude installatie) 1 – 2 bar Optimale vuldruk 3 bar Maximale vuldruk De maximumdruk van 3 bar bij een hogere vertrektem Anders peratuur mag niet overschreden worden. opent het overdrukventiel.
Wanneer de verwarmingswaterdruk niet behouden blijft, moet de dichtheid van het expansievat en van de verwarmingsinstallatie gecontroleerd worden. 8.4 In -/Uitschakelen Inschakelen Hoofdschakelaar inschakelen. Het controlelampje brandt blauw en het display verschijnt de in vertrektemperatuur. Fig. 29 Uitschakelen Hoofdschakelaar uitschakelen Het controlelampje dooft.. Let op de vorstbeveiliging (zie paragraaf ) wanneer U de ketel voor langere tijd uitschakelt.8.11
6 720 660 238 1(20 3/06 - BL NL)24 8.5 Verwarming inschakelen Fig. 30 De vertrektemperatuur kan tussen 40 en 88°C ingesteld worden. Temperatuurregelaar verwarming verdraaien, om de vertrektemperatuur van de verwarmingsinstallatie aan te passen: - l 4 age temperatuurverwarming bvb. stand 5(ongeveer 7 °C) - v erwarmingsinstallaties met peratuur van vertrektem 88°C:stand max Wanneer de brander in bedrijf is brandt het controlelampje groen. stand vertrektemperatuur 1 ongeveer 40°C 2 ongeveer 49°C 3 ongeveer 58°C 4 ongeveer 65°C 5 ongeveer 74°C 6 ongeveer 84°C max ongeveer 88°C 8.6 Temperatuurregeling Fig. 31 Raadpleeg de voorschriften van de regelapparatuur. Hierin vindt U hoe: U de kamerthermostaten kunt instellen, U economisch kunt verwarmen en energie kunt besparen. 8.7 Na de inbedrijfname Controleer de gasaansluitdruk.
6 720 660 238 1(20 3/06 - BL NL)25 8. 8 Ketel ZSC met boiler Storacell: warmwatertemperatuur instellen (via NTC) Fig. 32 Boilertemperatuur met temperatuurinstelknop van de ketel instellen. Het display toont de vertrektemperatuur. Bij een boiler met thermometer wordt de temperatuur op de boiler zelf getoond. De Eco-toets heeft geen functie. Waarschuwing: verbrandingsgevaar. Temperatuur bij normaal gebruik niet hoger dan 60°C instellen. temperatuurinstelknop warmwatertemperatuur min - 1 ongeveer 40°C 2 ongeveer 5°C4 3 ongeveer 49°C 4 ongeveer 52°C e ongeveer 56°C 6 max- ongeveer 0°C6 De ketel is standaard uitgerust met een systeem voor thermische desinfectie van de boiler. Hierbij wordt de boiler een maal per week gedurende ongeveer 35 minuten tot 70°C opgewarmd. Via servicefunctie kan deze desinfectie uitgeschakeld worden. 2.
d De display toont afgewisseld met de vertrektemperatuur wanneer de thermische desinfectie geactiveerd is. Opgelet: Verbrandingsgevaar. Na de thermische desinfectie koelt de boiler slechts langzaam af. De uitlooptemperatuur kan dan hoger zijn dan de ingestelde temperatuur. 8. 9 Ketels ZWC: warmwatertemperatuur instellen Warmwatertemperatuur met temperatuurinstelknop van de ketel instellen. Het display toont de vertrektemperatuur. temperatuurinstelknop warmwatertemperatuur min - 1 ongeveer 40°C 2 ongeveer 45°C 3 ongeveer 49°C 4 ongeveer 52°C e ongeveer 56°C 6 max- ongeveer 60°C Fig. 33 Functie van de COM toetsECO- : 1 Comfort functie : de Eco-toets is niet ingedrukt en niet opgelicht: de platenwisselaar wordt alle 20 minuten gedurende 1 min op de gevraagde sanitaire temperatuur, verhoogd met 25 , gehouden.
Eventueel kan men °Cdeze 20 minuten verlengen met de servicefunctie 3 E (van 20 tot 60 minuten). Deze positie verhoogt het risico van verkalking en heeft een meerverbruik tot gevolg. 2 Eco functie: de Eco-toets is ingedrukt en opgelicht: de comfort functie zoals beschreven in punt 1 is uitgeschakeld.
3 Comfort op commando: onafhankelijk van de stand van de toets kan men toch de comfort functie, zoals Eco-beschreven in punt 1, activeren door een sanitaire kraan binnen de 5 sec te openen en terug te sluiten. Op dat ogenblik wordt de nmalig geactiveerd. Deze functie kan uitgeschakeld worden met de service Comfort functie eefunctie 4 C. Dit comfort op commando - geeft extra warmwatercomfort met een minimaal gas en waterverbruik en beperkt de kalkvorming.
6 720 660 238 1(20 3/06 - BL NL)26 8.10 Zomerbedrijf (alleen warm water) Verwarming in bedrijf laten. Draai de vertrektemperatuurregelaar volledig naar links in de stand . De verwarming is buiten werking. De warmwatervoorziening en de verzorging van de spanning voor de thermostaat blijven ge-handhaafd. Fig. 34 Opgelet: Bevriezingsgevaar voor de verwarmingsinstallatie. 8.11 Vorstbeveiliging van de verwarmingsinstallatie De gasketel niet uitschakelen. Draai de vertrektemperatuurregelaar volledig naar links in de stand . De verwarming is buiten werking. De warmwatervoorziening en de verzorging van de spanning voor de thermostaat blijven gehand-haafd. Bij uitgeschakelde verwarming: Het .6).CV-water bijvullen met het antivriesmiddel (zie hoofdstuk 6 Ledig de warmwaterkring. Verdere informatie vindt U in de handleiding van de verwarmings-regelaar. Fig.
35 Vorstbeveiliging van de boiler (indien aangesloten): De gasketel niet uitschakelen. Temperatuurinstelknop tot linkeraanslag draaien. De vorstbeveiliging wordt geactiveerd wanneer de temperatuur van de boiler onder 15°C daalt. Fig. 36 8.12 Vergrendeling van de Heatronic Deze vergrendeling werkt voor de peratuurregelaar, de vertrektemtemperatuurregelaar warm water en voor alle toetsen met uitzondering van de hoofdschakelaar. Vergrendeling activeren: Druk op gedurende ongeveer 5 seconden op beide toetsen tot de in het display verschijnt.Vergrendeling uitschakelen: Druk op de beide toetsen tot alleen de peratuur in het vertrektemdisplay aangeduid wordt. Fig. 37 8.13 Werking tijdens de vakantie Vakantiewerking inschakelen: Druk op de vakantietoets tot deze oplicht Tijdens de vakantie zijn verwarming en warmwaterbereiding uitge . -schakeld De . vorstbeveiliging blijft geactiveerd.
6 720 660 238 1(20 3/06 - BL NL)27 8. 14 Storingen Een overzicht van eventuele storingen vindt U in de tabel op blz. 44. Een overzicht van aanduidingen in het display vindt U op blz. 43. De Heatronic bewaakt alle veiligheids-, regel- , en besturingsorganen. Wanneer tijdens de werking een storing optreedt, wordt deze in het display aangeduid werkingscontrolelamp. De knippert en bijkomend kan de reset toets knipperen-. Wanneer de toets knippert:reset- Druk op de toets en houd deze vast tot in het display reset- wordt weergegeven. De ketel treedt weer in werking en de vertrektemperatuur wordt weergegeven. Wanneer de toets niet knippert:reset- Schakel de ketel uit en weer aan. De ketel treedt weer in werking en de vertrektemperatuur wordt weergegeven. Wanneer de storing zich niet laat resetten: Waarschuw dan uw installateur of de dienst na verkoop van JUNKERS. 8.
15 Pompblokkeringsbeveiliging Deze regeling verhindert het vastzitten van de pomp na een lange stilstandperiode. Iedere uitschakeling van de circulatiepomp wordt gevolgd door een tijdmeting, om na 24 uur de pomp kortstondig te laten draaien. Let op: de ketel moet ingeschakeld blijven. In het display verschijnt. 8. 16 Thermische desinfectie voor ketel ZSC met boiler De ketel is standaard uitgerust met een systeem voor thermische desinfectie van de boiler. Hierbij wordt de boiler een maal per week gedurende ongeveer 35 minuten tot 70°C opgewarmd. De fabrieksinstelling is: thermische desinfectie geactiveerd. Zij kan ook uitgeschakeld worden (zie paragraaf 9. 2. 7). 8. 17 RookgasbeveiligingDe ketel heeft twee rookgasbeveiligingen. De rookgasbeveiliging op de trekonderbreker schakelt de ketel uit wanneer rookgassen via de trekonderbreker in de installatieruimte komen.
Let erop dat de houder van de rookgasvoeler niet verbogen wordt. Test de rookgasbeveiliging bij de inbedrijfname (zie ook paragraaf 12. 17) Bij herhaalde storingsmelding moet de installateur eraadpleegd worden. De werking van de schouw moet A4 gverbeterd worden. Bij herhaalde storingsmelding moet de installateur of de dienst na verkoop KERS geraadpleegd worden. A2 van JUN De ketel heeft een onderhoudsbeurt nodig.
6 720 660 238 1(20 3/06 - BL NL)28 9 . INDIVIDUELE INSTELLING 9.1 Manuele instellingen 9.1.1 Grootte van het expansievat testen Het eft volgende diagram ge aan of het ingebouwde expansievat voldoende is, of dat er een extern vat dient geplaatst te worden. Voor de getoonde kenlijnen wordt met volgende gegevens rekening gehouden: • De voordruk van het expansievat komt overeen met de statische opvoerhoogte van de installatie + 0,3 bar. • De normale werkdruk ligt tussen 1 en 2,5 bar. • De maximale bedrijfsdruk (veiligheidsventiel) bedraagt 3 bar. I voordruk 0,2 bar II voordruk 0,5 bar (fabrieksinstelling) III voordruk 0,75 bar IV voordruk 1,0 bar V voordruk 1,2 bar A arbeidsbereik van het expansievat B extra expansievat nodig tv vertrektemperatuur VA inhoud van de installatie in liter Fig.
38 Wanneer het snijpunt rechts naast de curve ligt, moet een bijkomend expansievat geïnstalleerd worden. 9.1.2 Kenlijn van de circulatiepomp wijzigen Het toerental van de pomp kan in de aansluitkast van de pomp ingesteld worden. De hakelstand fabrieksinstelling is sc 3. Dit is tevens de aanbevolen schakelstand. In schakelstand 1 wordt bij de bereiding van warm water niet het maximale vermogen overgedragen. Gebruik deze stand daarom zuiver en alleen ketels zonder warmwaterbereiding en voor voor CV-installaties met zeer klein drukverlies. Kies – - – afhankelijk van drukverliezen en debiet in Uw CV installatie schakelstand 2 om energie te sparen en om stromingsgeluiden zo laag mogelijk te houden. voor ZSC 24-3 MFK & ZWC 24-3 MFK 1 kenlijn voor schakelstand 1 2 kenlijn voor schakelstand 2 3 kenlijn voor schakelstand 3 H resterende opvoerhoogte Q omloophoeveelheid van het CV-water Fig. 39
6 720 660 238 1(20 3/06 - BL NL)29 voor ZWC 28-3 MFK 1 kenlijn voor schakelstand 1 2 kenlijn voor schakelstand 2 3 kenlijn voor schakelstand 3 H resterende opvoerhoogte Q omloophoeveelheid van het CV-water Fig. 40 9.2 Heatronic instellingen 9.2.1 Bediening van Heatronic De Heatronic module maakt een comfortabele instelling mogelijk, tevens kunnen de installateur en/of de dienst na -verkoop van JUNKERS veel toestelfuncties controleren De beschrijving beperkt zich tot de noodzakelijke functies bij . de inbedrijfname. Overzicht van het bedieningspaneel 1 schoorsteenvegertoets 2 servicetoets 3 hoofdschakelaar 4 display 5 voor ZWC: eco-toets, servicefuncties ‘’naar boven’’ voor ZSC: servicefuncties ‘’naar boven’’ 6 toets vakantie, servicefuncties ‘’naar beneden’’ 7 lampje ‘’in werking’’ Fig. 41 Gewijzigde instellingen worden pas actief nadat ze in het geheugen opgeslagen zijn.
Servicefunctie kiezen De servicefunctie‘s zijn onderverdeeld in twee niveaus: Niveau 1 Niveau 2 vanaf 8.A omvat de servicefunctie‘s tot 7.C, omvat de servicefunctie‘s . Om een servicefunctie uit niveau 1 op te vragen: Servicetoets indrukken en ongeveer 3 seconden ingedrukt houden. (in het display verschijnt ) Laat de toets los wanneer bvb. 1.A.hij oplicht In het display verschijnt . cijfer.letter, De toets (5) of (6) indrukken tot de gewenste servicefunctie verschijnt. Schoorsteenvegertoets indrukken en loslaten De schoorsteenvegertoets licht op en het display toont de . code van de gekozen servicefunctie. Servicefunctie Code Blz. Servicefunctie Code Blz. verwarmingsvermogen 1.A 31 antipendelprogramma 3.b 32 vermogen warmwaterbereiding 1.b 31 schakeldifferentieel 3.C 32 sturing ingebouwde circulatiepomp 1.E 31 kanaal schakelklok instellen 5.C 32 max.
6 720 660 238 1(20 3/06 - BL NL)30 Om een servicefunctie uit niveau 2 op te vragen: Servicetoets indrukken en ongeveer 3 seconden ingedrukt houden. (in het display verschijnt ) Laat de toets los wanneer hij oplicht. De toetsen (5) en (6) gelijktijdig gedurende 3 seconden indrukken (in het display verschijnt ) tot het display terug cijfer/letter, bvb. 8. A toont. De toets (5) of (6) indrukken tot de gewenste servicefunctie verschijnt. Schoorsteenvegertoets indrukken en loslaten. De schoorsteenvegertoets licht op en het display toont de code van de gekozen servicefunctie. Servicefunctie Code Blz. reactietijd warmwaterbereiding (ZWC)9. E 32 Waarde instellen D e toets (5) of (6) indrukken tot de gewenste waarde van de servicefunctie verschijnt. Waarde vastleggen Schoorsteenvegertoets verschijnt dooft langer dan 3 seconden indrukken tot in het display.
De toets na het loslaten en de waarde is in het geheugen opgeslagen. Het serviceniveau is terug actief. Servicefunctie verlaten zonder waarden vast te leggenIndien de schoorsteenvegertoets oplicht: Schoorsteenvegertoets kort indrukken om het serviceniveau te verlaten zonder waarden vast te leggen. De toets dooft na het loslaten Het serviceniveau is terug actief. Serviceniveau verlaten (zonder waarden vast te leggen) Servicetoets het indrukken om serviceniveau te verlaten. De toets dooft na het loslaten en het display toont de vertrektemperatuur. - - of Overgang van het tweede naar het eerste serviceniveau: Indien de schoorsteenvegertoets oplicht: deze toets kort indrukken om het serviceniveau te verlaten zonder waarden vast te leggen. De toets dooft na het loslaten Het serviceniveau is terug actief.
De toetsen (5) en (6) gelijktijdig gedurende 3 seconden indrukken (in het display verschijnt ) tot het display een servicefunctie uit het eerste serviceniveau toont, bvb. 1. A. Indien gedurende 15 minuten geen enkele toets ingedrukt werd, wordt het serviceniveau automatisch verlaten. 9. 2.
2 Maximum nominaal vermogen of minimum nominaal vermogen kiezen De schoorsteenvegertoets indrukken en 5 seconden ingedrukt houden tot het display toont. De toets licht op en het display toont de peratuur afgewisseld met vertrektem = maximum nominaal vermogen. De schoorsteenvegertoets opnieuw indrukken. De toets licht op en het display toont de peratuur afgewisseld met vertrektem = maximaal ingesteld verwarmingsvermogen. (zie servicefunctie 1. A) De schoorsteenvegertoets opnieuw indrukken. De toets licht op en het display toont de peratuur afgewisseld met vertrektem = minimum nominaal vermogen. De schoorsteenvegertoets opnieuw indrukken. Na het loslaten, dooft de toets. Het display toont de peratuur = vertrektem normale werking.
6 720 660 238 1(20 3/06 - BL NL)31 Het maximaal of minimaal vermogen is gedurende maximum 15 minuten actief. Daarna schakelt de ketel automatisch over op normale werking. De werking met maximaal of met minimaal vermogen wordt bewaakt door de vertrektemperatuurvoeler. Indien de toegelaten peratuur overschreden wordt, beperkt de ketel zijn vermogen en schakelt vertrektemeventueel de brander uit. Zorg voor voldoende warmteafgifte door de radiatorkranen te openen of door warm water af te tappen. 9. 2. 3 Verwarmingsvermogen instellen (servicefunctie 1. A) Het verwarmingsvermogen kan tussen min. nominaal warmtevermogen en max. nominaal warmtevermogen op de specifieke warmtebehoefte worden begrensd. Ook bij een begrensd verwarmingsvermogen, blijft het max. nominaal vermogen voor het bereiden van warm water of het opwarmen van de boiler beschikbaar. De fabrieksinstelling is het max.
nominale warmtevermogen. Aanduiding in het display U0 (= 100 %). Kies de servicefunctie 1. A. Stel het gevraagde verwarmingvermogen in (in %) door de toetsen 5 (= verhogen) of 6 (= verlagen) in te drukken. Zie fig. 41. Schoorsteenvegertoets dooft langer dan 3 seconden indrukken tot verschijnt. De toets in het display na het loslaten en de waarde is in het geheugen opgeslagen. Het serviceniveau is terug actief. Verlaat de servicefuncties. Het display toont opnieuw de vertrektemperatuur. 9. 2. 4 Vermogen warmwaterbereiding instellen (servicefunctie 1. b) Het vermogen voor de warmwaterbereiding/boileropwarming kan tussen min. nominaal warmtevermogen en max. nominaal warmtevermogen volgens de behoefte (bvb. het overdrachtvermogen van de boiler) ingesteld worden. De fabrieksinstelling is het max. nominale warmtevermogen warm water. Aanduiding in het display U0 (= 100 %).
Schoorsteenvegertoets dooft langer dan 3 seconden indrukken tot verschijnt. De toets in het display na het loslaten en de waarde is in het geheugen opgeslagen. Het serviceniveau is terug actief. Verlaat de servicefuncties. Het display toont opnieuw de vertrektemperatuur. 9. 2. 5 Sturing ingebouwde circulatiepomp (servicefunctie 1. E) Verschillende pompschakelingen: Schakelstand 1 (Een dergelijke bediening is ten stelligste af te raden en in sommige landen zelfs verboden. ) : Voor installaties zonder externe regelaar. De pomp wordt door de vertrektemperatuurregelaar geschakeld. Schakelstand 2 (fabrieksinstelling): Voor installaties met kamerthermostaat. De pomp draait enkel bij warmtevraag door deze thermostaat. (met een n ) alooptijd van 3 minuten Schakelstand 3: De pomp draait continu. 9. 2. 6 Maximum peratuur instellen (servicefunctie 2.
b) Op het schakelpaneel kan het antipendelprogramma individueel tussen 0 en 15 minuten ingesteld worden. De fabrieksinstelling is 3 minuten. Bij 0 is het antipendelprogramma uitgeschakeld. De kortste schakeltijd bedraagt 1 minuut (aan te raden bij éénpijpsystemen en luchtverwarming). 9. 2. 9 Schakeldifferentieel (servicefunctie 3. C) Het schakeldifferentieel is de toegestane afwijking van de gevraagde vertrektemperatuur. Het schakeldifferentieel kan met stappen van 1 K ingesteld worden. De minimale peratuur is 40°C. vertrektem Het instelbereik ligt tussen 0 en 30 K. De fabrieksinstelling is 10 K. 9. 2. 10 Gebruik van het kanaal bij een kanaalsschakelklok wijzigen (servicefunctie 5. C)1- Met deze servicefunctie kan men het gebruik van het kanaal van verwarming naar warmwaterbereiding wijzingen.
A) Met deze servicefunctie kan men de laatste storing oproepen die in het geheugen bewaard is. 9. 2. 12 Werkingslampje (servicefunctie 7. A) Het werkingslampje brandt wanneer de ketel ingeschakeld is. Met de servicefunctie 7. A kan men dit lampje uitscha-kelen. De (ingeschakeld). fabrieksinstelling is 1 9. 2. 13 Reactietijd bij warmwaterbereiding bij ketel ZWC (servicefunctie 9. E) Spontane drukverschillen in het waterleidingsnet kunnen door de turbine als een warmwaterafname beschouwd worden. Daardoor gaat de brander eventjes in werking, hoewel geen warm water afgetapt wordt. Het instelbereik van deze vertraging ligt tussen 0,5 en 3 seconden. De getoonde waarde (2 tot 12) geeft de vertraging in stappen van 0,25 seconde weer. De fabrieksinstelling is 1 sec (aanduiding in het display = 4). Een grotere vertraging heeft een nadelige invloed op het warmwatercomfort.
6 720 660 238 1(20 3/06 - BL NL)33 9.3 Tips voor energiebesparing Zuinig verwarmen De ketel is zo geconstrueerd dat het gasverbruik en de belasting voor het milieu zo laag mogelijk zijn en het comfort zo groot mogelijk is. De gastoevoer naar de brander wordt geregeld al naar het gelang de warmtebehoefte van de installatie. De ketel werkt verder met een lage vlam wanneer de warmtebehoefte kleiner wordt. Dit proces heet ‘’modulerende werking’’. Door de modulerende werking worden temperatuurschommelingen gering en wordt de warmte in de ruimtes gelijk-matig verdeeld. Zo kan het gebeuren dat de ketel gedurende een lange tijd werkt, maar toch minder gas verbruikt dan een ketel die voortdurend wordt in en uitgeschakeld.- Nachtverlaging Door het verlagen van de omgevingstemperatuur overdag en ’s nachts kan u aanzienlijk bezuinigen op het brandstof-verbruik.
Verlaging van de temperatuur met 1°C kan een energiebesparing van maar liefst 5 % opleveren. Het is echter aan te bevelen de kamertemperatuur maximaal 5°C te laten dalen. Warm water Lagere instelling van de temperatuurregelaar geeft een grotere energie besparing. Het ‘’comfort op commando’’ met de warmwaterkraan maakt het mogelijk een maximale gas en waterbesparing te - bereiken. (zie 8.9) 10. GASREGELING De voedingsdruk aangeduid in de technische gegevens, moet aan de manometerstut (fig. 4 nr. 7) gecontroleerd 2 – worden. De gasdruk (met de ketel buiten werking) mag nooit: - hoger zijn dan 30 mbar (aardgas) en 45 mbar (propaan),- lager zijn dan 18 mbar (aardgas) en 30 mbar (propaan). De ketels worden vanuit de fabriek geregeld en verzegeld in overeenstemming met categorie I2E+ (aardgas) of I3+ (vloeibaar gas).
De installateur mag daarom geen enkele instelling van het gasdebiet doorvoeren. OPMERKING: D e ombouw naar een andere gassoort mag alleen gedaan worden door de dienst na verkoop van JUNKERS. 3 manometerstut branderdruk 7 manometerstut gasaansluitdruk Fig. 42
6 720 660 238 1(20 3/06 - BL NL)34 11. ONDERRICHTINGEN 11.1 Nota voor de installateur Na de ingebruikname: • de gebruiker op de hoogte brengen van de bediening en de werking van de gasketel,• zijn aandacht vestigen op het feit dat in geen geval de aanvoer van verse lucht en de afvoer van verbrande gassen belemmerd mogen worden, • zijn aandacht vestigen op de controle van de waterdruk d.m.v. de manometer (zie 8.1 Voor de inbedrijfname),• dit document overhandigen. 11.2 Nota voor de gebruiker TIP: Bij extreem lage buitentemperaturen (vanaf - 10°C) raden wij U aan de nachtverlaging te beperken tot 2°C ten opzichte van de dagtemperatuur. U vindt hierna enkele aanwijzingen die U toelaten, indien nodig, kleine storingen te verhelpen. De ketel springt niet op Brandt de diagnosecode aanduiding? Indien een storingsmelding verschijnt, de ontgrendeltoets indrukken.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Junkers CeraclassExcellence ZWC 24-3 MFK stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding CV Ketel Junkers
Handleiding CV Ketel
Nieuwste handleidingen voor CV Ketel