Husqvarna-Viking Sapphire 960Q Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Husqvarna-Viking Sapphire 960Q (76 pagina’s), behorend tot de categorie Naaimachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 39 mensen. Heb je een vraag over Husqvarna-Viking Sapphire 960Q of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Husqvarna-Viking |
| Categorie: | Naaimachine |
| Model: | Sapphire 960Q |
Handleiding Husqvarna-Viking Sapphire 960Q – volledige tekst
Deze huishoudnaaimachine voldoet aan de eisen van IEC/EN 60335-2-28 en UL1594. BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Wanneer u een elektrisch apparaat gebruikt, moet u altijd de elementaire veiligheidsvoorschriften in acht nemen, inclusief het volgende: Lees alle instructies door voordat u deze huishoudnaaimachine in gebruik neemt. Bewaar de instructies op een geschikte plaats, dicht bij de naaimachine. Lever de instructies bij de naaimachine als deze van eigenaar verwisselt. GEVAAR - U beperkt als volgt het risico van een elektrische schok: • Naaimachines mogen nooit onbewaakt blijven wanneer de stekker in het stopcontact zit.
Haal de stekker van deze naaimachine altijd meteen uit het stopcontact na het gebruik en voordat u de machi-ne gaat reinigen, afdekpanelen ervan verwijdert, voordat u de machine smeert of wanneer u andere onderhoudswerkzaamheden uitvoert die in de gebruiksaanwijzing staan. WAARSCHUWING - U beperkt als volgt het risico van brand-wonden, brand, een elektrische schok of lichamelijk letsel: • Laat kinderen niet spelen met de naaimachine. Let goed op wanneer deze naaimachine wordt ge-bruikt door of in de buurt van kinderen. • Gebruik deze naaimachine alleen voor de werkzaamheden waarvoor de naaimachine bedoeld is en zoals die worden beschreven in deze handleiding. Gebruik alleen hulpstukken die door de producent zijn aanbevolen, zoals in deze handleiding wordt beschreven.
• Gebruik deze naaimachine nooit wanneer het netsnoer of de stekker beschadigd is, als de naaimachi-ne niet goed werkt, als de naaimachine gevallen of beschadigd is of in het water heeft gelegen. Breng de naaimachine in dat geval naar de dichtstbijzijnde bevoegde dealer of een onderhoudscentrum voor onderzoek, reparatie en elektrische of mechanische bijstelling. • Gebruik de naaimachine nooit wanneer de ventilatie-openingen geblokkeerd zijn. Houd de ventila-tieopeningen van de naaimachine en het voetpedaal vrij van opgehoopt stof, pluisjes en loshangende lappen stof.
• Houd uw vingers uit de buurt van alle bewegende delen. Wees vooral voorzichtig in de buurt van de naaimachinenaald. • Gebruik altijd de juiste steekplaat. Wanneer u de verkeerde steekplaat gebruikt, kan de naald breken. • Gebruik geen gebogen naalden. • Trek of duw tijdens het naaien niet aan de stof. Hierdoor kunt u namelijk de naald buigen, waardoor deze kan breken. • Draag een veiligheidsbril. • Schakel de naaimachine uit (“0”) wanneer u iets wilt veranderen in de omgeving van de naald, zo-als een draad door de naald halen, een andere naald plaatsen, de spoel plaatsen, een andere naaivoet plaatsen en dergelijke. • Laat geen voorwerpen in een opening vallen en steek geen voorwerpen in openingen in de naaima-chine. • Gebruik de naaimachine niet buiten. • Gebruik de naaimachine niet in een omgeving waar spuitbussen worden gebruikt of waar zuurstof wordt toegediend.
SERVICE UITVOEREN AAN DUBBEL GEÏSOLEERDE APPARATEN In een dubbel geïsoleerd product zitten twee isolatiesystemen in plaats van aarding. Dubbel geïso-leerde apparaten hebben geen aardingsvoorziening en die mag ook niet aan het apparaat worden toegevoegd. Het repareren van een dubbel geïsoleerd product vereist de hoogste nauwkeurigheid en een grondige kennis van het systeem en mag alleen worden uitgevoerd door deskundige technici. De reserveonderdelen voor dubbel geïsoleerde producten moeten identiek zijn aan de onderdelen in het product. Een dubbel geïsoleerd product is gemarkeerd met de woorden ‘DUBBELE ISOLA-TIE’ OF ‘DUBBEL GEÏSOLEERD’. • Trek de stekker niet aan het netsnoer uit het stopcontact. Pak de stekker vast, niet het snoer. • Het voetpedaal wordt gebruikt om de naaimachine te bedienen. Plaats geen andere voorwerpen op het voetpedaal. • Gebruik de machine niet als hij nat is.
• Als het LED-lampje beschadigd of kapot is, moet het worden vervangen door de fabrikant of GLHQVVHUYLFHDJHQWRIHHQSHUVRRQPHWGH]HOIGHNZDOLÀFDWLHVRPJHYDDUWHYRRUNRPHQ• Als het snoer van het voetpedaal is beschadigd, moet het worden vervangen door de fabrikant of GLHQVVHUYLFHDJHQWRIHHQSHUVRRQPHWGH]HOIGHNZDOLÀFDWLHVRPJHYDDUWHYRRUNRPHQ• Deze naaimachine heeft dubbele isolatie. Gebruik alleen originele reserveonderdelen. Raadpleeg de instructies voor het repareren van dubbel geïsoleerde apparaten.
BEWAAR DEZE INSTRUCTIESALLEEN VOOR EUROPA:Dit apparaat mag worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met verminderde fysieke, sensorische of mentale capaciteiten of met een gebrek aan ervaring en kennis als ze super-visie of instructies hebben gekregen om het apparaat op een veilige manier te kunnen gebruiken en als ze begrijpen welke gevaren eraan verbonden zijn. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet zonder supervisie door kinderen worden uitgevoerd. Bij normale gebruiksomstandigheden is het geluidsniveau minder dan 75dB(A). De machine mag alleen worden gebruikt met een voetpedaal van het type "FR5" van het merk Shanghai Bioao Precision Mould Co. , Ltd. VOOR BUITEN EUROPA:Deze naaimachine is niet bedoeld om te worden gebruikt door personen (inclusief kinderen) met verminderde fysieke, sensorische of mentale capaciteiten, of met een gebrek aan ervaring en kennis, als ze geen supervisie of instructie voor het gebruik van de naaimachine hebben gekregen van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. Kinderen moeten in de gaten worden gehou-den om te zorgen dat ze niet met de naaimachine spelen. Bij normale gebruiksomstandigheden is het geluidsniveau minder dan 75dB(A).
INHOUDSOPGAVEUw machine leren kennen 1:5MACHINEOVERZICHT 1:6Achterkant. 1:6Naaldgebied. 1:6Accessoiredoos. 1:7ACCESSOIRES 1:7Bijgeleverde accessoires. 1:7Bijgeleverde accessoires - niet op de afbeelding. 1:7Naaivoeten. 1:8STEKEN 1:10LETTERTYPES 1:16Instellen 2:1UITPAKKEN 2:2Het snoer van het voetpedaal aansluiten. 2:2Het snoer en het voetpedaal aansluiten. 2:2DE MACHINE OPBERGEN NA HET NAAIEN 2:3VRIJE ARM 2:3USB-POORT 2:3Aansluiten op en loskoppelen van USB-poort. 2:3GARENPENNEN 2:4Horizontale positie. 2:4Verticale positie. 2:4Extra garenpen. 2:4DE BOVENDRAAD INRIJGEN 2:5DRAADINSTEKER 2:5EEN TWEELINGNAALD INRIJGEN 2:6DRAADAFSNIJDER 2:6DRAADSENSOR 2:6SPOELEN 2:7Spoelen door de naald. 2:7Speciaal garen opspoelen.
1:8NAAIVOETEN7Naaivoet AIs bij levering op de machine bevestigd. Deze voet wordt hoofdzakelijk gebruikt voor rechte steken en zigzagsteken met een steeklengte van meer dan 1,0.7Decoratieve naaivoet BGebruik deze voet voor het naaien van smalle zigzagsteken (cordonsteken) met een steeklengte van minder dan 1,0 mm en voor siersteken. De groef aan de onderkant van de naaivoet is bedoeld voor een soepel transport over de steken.7Knoopsgatvoet CVoor handmatige knoopsgaten. Deze naaivoet heeft streepjes waarmee de lengte van het knoopsgat kan worden bepaald. Het middelste streepje geeft 15 mm (5/8") van de stofrand aan. De twee groeven op de onderkant van de voet zorgen voor een soepel transport over de knoopsgatranden. Het hieltje aan de achterkant van de voet houdt de draad vast bij knoopsgaten met inlegdraad.Blindzoomvoet DDeze voet wordt gebruikt voor blindzoomsteken.
De binnenrand van deze voet geleidt de stof. De rechterkant van de voet is zo ontworpen dat hij langs de rand van de zoom beweegt.7Ritsvoet EDeze voet en kan zowel aan de rechterkant als aan de linkerkant van de naald worden geplaatst. Dit maakt het eenvoudig om beide kanten van de rits te naaien. Verplaats de naaldpositie naar rechts of links om dichter langs de ritssluiting te naaien of om breed koord te overdekken.71DDLYRHWPHWDQWLNOHHÁDDJ+'H]HQDDLYRHWKHHIWHHQDQWLNOHHÁDDJRSGHRQGHUNDQW'HYRHWZRUGWJHEUXLNWELMKHWQDDLHQvan schuimrubber, vinyl, plastic of leer om te voorkomen dat het materiaal aan de naaivoet blijft plakken.Kantsteekvoet JDeze voet wordt gebruikt voor afwerken en naaien/afwerken, met steken met een breedte van 5,0 en 5,5 mm. De steken worden over het pennetje gevormd, waardoor wordt voorkomen dat er plooien aan de rand van de stof ontstaan.
UW MACHINE LEREN KENNEN 1:94XLOWHUVȩSDWFKZRUNYRHW3Deze voet wordt gebruikt voor het maken van patchworkblokken. De voet heeft DIVWDQGVJHOHLGHPDUNHULQJHQYDQȩPPHQȩPPYDQDI GHQDDOGTransparante applicatievoetVoor cordonsteekapplicaties, taperingsteken en decoratieve steken. De uitsparing op de onderkant van de voet loopt soepel over de steken en de transparante voet met open voorkant geeft een beter zicht voor meer nauwkeurigheid.Borduur-/stopvoet RDeze voet wordt gebruikt voor borduren/quilten/naaien uit de vrije hand en borduren in de borduurring.7Zijwaarts transportvoet SDeze voet wordt gebruikt voor zijwaartse steken/omnimotion steken.7Eenstaps knoopsgatsensorvoetSteek de stekker in de machine en voer dan de gewenste knoopsgatlengte in om Eenstaps-sensorknoopsgaten te naaien.
1:10STEKENA – Nuttige stekenSteken voor het naaien en stoppen van kleding. SteekSteek-nr. Steeknaam Naaivoet Toepassing1Rechte steek,naaldpositie in het middenA/B Voor alle soorten naaiwerk. Selecteer 29 verschillende naaldposities. 2Stretchsteek, naaldpositie linksA/B Voor naden in tricot en elastische stof. 3Versterkte rechte steek, naald in het middenA/BVoor naden die erg onder spanning staan. Drievoudig genaaid ter versteviging. Gebruikt om sportkleding en werkkleding te verstevigen en door te stikken. Voor doorstikken vergroot u de steeklengte en brengt u de naald in een van de 29 posities. 4 Rijgsteek A/BVoor het aan elkaar naaien van twee lappen stof met een lange steeklengte. Voor doorstikken vergroot u de steeklengte en stelt u de naaldpositie in op een van de 29 posities. 5Rechte steek met FIXA/B Begint en eindigt met vooruit en achteruit naaien voor een betere bevestiging.
6 Rechte rijgsteek AVerzink de tanden van de transporteur. Gebruik deze steek met het voetpedaal om lappen stof aan elkaar te rijgen. Voer de stof door naar de volgende rijgpositie wanneer de sensorvoet omhoog gaat. 7 Zigzag A/BVoor applicaties, kanten randen, het opnaaien van band, enz. De steekbreedte neemt links en rechts evenveel toe. 8 Driestaps-zigzag A/B/HVoor repareren, lapjes opnaaien en elastische stoffen. Geschikt voor lichte en normale stoffen. Voor afwerken kiest u ‘afwerken’ uit de Exclusive SEWING ADVISOR™. 9Tweestaps-zigzagA/BOm twee stukken stof met afgewerkte randen aan elkaar te naaien en voor elastisch rimpelen. Ook geschikt voor het aannaaien van kant. 10 Afwerksteek J In één stap randen naaien en afwerken. Voor dunne elastische en niet-elastische stoffen. 11Afwerksteek voor elastische naadA/B In één stap randen naaien en afwerken.
UW MACHINE LEREN KENNEN 1:11Steek Steek nr. Steeknaam Naaivoet Toepassing20Elastische /tunnelsteekA/BVoor overlappende naden in tricot. Om een tunnel te naaien over een smal elastiek. 21 Fagotsteek A/BOm twee stukken stof met afgewerkte randen aan elkaar te naaien en voor elastisch rimpelen. 22Trens(handmatig)A/BVerstevig zakken, openingen van shirts, riemlusjes en het onderste deel van ritssluitingen. 23 Ceintuurlussteek A Voor het vastzetten van ceintuurlussen. 24 Driestaps-zigzag J Voor afwerken, verstellen, naaien van lapjes en elastiek. Geschikt voor dunne en normale stoffen. 25Stopsteek (vooruit en achteruit)A/BStop en repareer gaatjes in werkkleding, jeans, tafelkleden en dergelijke. Naai over het gat heen, druk op de achteruitnaaitoets voor doorlopend stopwerk en een automatische stop. 26Stopsteek (horizontaal)A/B Voor het repareren van kleine scheurtjes.
2:2123UITPAKKEN1 Zet de machine op een stevige vlakke ondergrond, verwijder de verpakking en til de beschermkap eraf.2. Verwijder het verpakkingsmateriaal en het voetpedaal. 3. De naaimachine wordt geleverd met een zakje met toebehoren, een netsnoer en een snoer voor het voetpedaal.4. Neem de machine af met een doek, met name rondom de naald en de steekplaat, om eventueel vuil te verwijderen voordat u gaat naaien.Let op: Uw HUSQVARNA VIKING® SAPPHIRE™ 960Q naai- en borduurmachine is erop gebouwd om de beste resultaten te leveren bij normale kamertemperatuur. Extreem warme en koude temperaturen kunnen de naairesultaten nadelig beïnvloeden.HET SNOER VAN HET VOETPEDAAL AANSLUITENBij de accessoires vindt u het snoer van het voetpedaal en het netsnoer. U hoeft het snoer alleen de eerste keer dat u de machine gaat gebruiken aan het voetpedaal te bevestigen.1. Pak het snoer van het voetpedaal.
Draai het voetpedaal om. Sluit het snoer aan op de uitgang in de ruimte in het voetpedaal.2. Duw goed aan zodat het snoer goed verbinding maakt.3. Leg het snoer in de gleuf op de onderkant van het voetpedaal.HET SNOER EN HET VOETPEDAAL AANSLUITENOp de onderkant van de machine vindt u informatie over de voedingsspanning (V) en de frequentie (Hz). Let op: Controleer voordat u het voetpedaal aansluit of het van het type “FR5” is (zie de onderkant van het voetpedaal).1. Sluit het snoer van het voetpedaal aan op het voorste contact rechts onder aan de machine (1).2. Sluit de voedingskabel aan op het achterste contact, rechts onder aan de machine (2).3. Zet de O/I-schakelaar op “I” om de voedingsspanning en het licht in te schakelen (3).
INSTELLEN 2:3DE MACHINE OPBERGEN NA HET NAAIEN 1. Zet de O/I-schakelaar op “O”.2. Haal de stekker van het netsnoer eerst uit het stopcontact en vervolgens uit de naaimachine.3 Haal de stekker van het voetpedaalsnoer uit de machine. Rol het snoer van het voetpedaal op en leg het in de ruimte op de onderkant van het voetpedaal.4. Berg alle accessoires op in de accessoiredoos. Schuif de doos op de machine, achter de vrije arm.5.
Plaats het voetpedaal in de ruimte boven de vrije arm.6 Plaats de harde beschermkap over uw machine.VRIJE ARMSchuif de accessoiredoos naar links en verwijder deze wanneer u de vrije arm wilt gebruiken.Gebruik de vrije arm om gemakkelijker broekspijpen en mouwen te kunnen naaien.Om de accessoiredoos terug te plaatsen, schuift u deze op de machine totdat hij goed zit.USB-POORTOp de rechterkant van uw machine vindt u een USB-poort waar u de USB-stick op aan kunt sluiten. Let op: Controleer of de USB-stick die u gebruikt de indeling FAT32 heeft.AANSLUITEN OP EN LOSKOPPELEN VAN USB-POORTSteek de USB embroidery stick in de USB-poort op de rechterkant van uw machine. De USB-stekker kan slechts op één manier worden aangesloten – steek hem niet met kracht in de poort!
2:4GARENPENNENUw naaimachine heeft twee garenpennen: een hoofdgarenpen en een extra garenpen. De garenpennen zijn geschikt voor alle soorten garen. De hoofdgarenpen is instelbaar en kan worden gebruikt in een horizontale positie (de draad wordt van het klosje afgerold) of in een verticale positie (het klosje draait). Gebruik de horizontale positie voor normaal naaigaren en de verticale positie voor speciale garens. HORIZONTALE POSITIEPlaats een passende garenschijf en het klosje op de garenpen. Controleer of de draad linksom van het klosje wordt afgerold en schuif dan een tweede garenschijf op de pen. Gebruik een garenschijf die iets breder is dan het klosje. De platte zijde van de garenschijf moet stevig tegen de klos worden gedrukt. Er mag geen ruimte tussen de garenschijf en de klos zitten. Let op: Niet alle garenklosjes zijn op dezelfde manier gemaakt.
Als u problemen heeft met het garen, draai het klosje dan om of gebruik de verticale positie. VERTICALE POSITIEBreng de garenpen omhoog en helemaal naar rechts. Vergrendel de garenpen in de verticale positie door de pen iets omlaag te duwen. Schuif de grote garenschijf op de pen. Voor garenklosjes die kleiner zijn dan het gemiddelde garenschijfje of wanneer u speciale garens gebruikt, legt u een vilten ringetje onder de garenklos om te voorkomen dat de draad te snel afrolt. Voor grotere klossen is het vilten ringetje niet nodig. Plaats geen garenschijf op de verticale garenpen omdat het klosje dan niet meer kan draaien. Let op: Wanneer de garenpen in verticale positie wordt gebruikt, kan het zijn dat de draadspanning handmatig moet worden aangepast.
EXTRA GARENPENDe extra garenpen wordt gebruikt wanneer u een spoel wilt opwinden vanaf een tweede garenklos of voor een tweede klos wanneer u met een tweelingnaald naait. Til de extra garenpen op en breng de pen naar links. Schuif de grote garenschijf op de pen.
Wanneer u de draadinsteker wilt gebruiken, moet de naald zich in de bovenste stand bevinden. Bovendien raden wij u aan om de naaivoet te laten zakken.1 Gebruik de hendel om de draadinsteker helemaal omlaag te trekken. De inrijghaak (G) zwenkt door het oog van de naald.2. Leg de draad vanaf de achterkant over de haak (F) en onder de inrijghaak (G).3. Laat de draadinsteker voorzichtig terugdraaien. Het haakje trekt de draad door het oog van de naald en vormt een lus achter de naald. Trek de lus er achter de naald uit.Let op: De draadinsteker is ontworpen voor naalden nr. 70-120. U kunt de draadinsteker niet gebruiken voor naalden met nr. 60 of kleiner, de zwaardnaald, tweelingnaald, drielingnaald of wanneer de sensor-eenstapsknoopsgatvoet is geplaatst.
Er zijn ook enkele optionele accessoires waarbij u de draad met de hand moet insteken.Zorg ervoor wanneer u de draad handmatig in de naald steekt dat de draad van voren naar achteren door de naald wordt gestoken. ABCDEFGFGAB
2:6BACABEEN TWEELINGNAALD INRIJGENVervang de normale naald door een tweelingnaald. Zorg ervoor dat de naaivoet en de naald zich in de hoogste stand bevinden. 1. Breng de garenpen omhoog en helemaal naar rechts. Vergrendel de garenpen in de verticale positie door de pen iets omlaag te duwen. Schuif de grote garenschijf op de pen. Bij klosjes die kleiner zijn dan het gemiddelde garenschijfje legt u een vilten ringetje onder het klosje. 2. Schuif het eerste garenklosje op de garenpen. Het klosje moet rechtsom draaien wanneer de draad afrolt. 3. LINKER NAALD: Rijg de machine in zoals beschreven op pagina 2:5. Controleer of de draad tussen de linker draadspanningsschijven (A) ligt. Rijg de linker naald met de hand in. 4. Trek de extra garenpen uit en schuif de grote garenschijf erop. Bij klosjes die kleiner zijn dan het gemiddelde garenschijfje legt u een vilten ringetje onder het klosje. 5.
Plaats het tweede naaigaren op de garenpen. Het tweede klosje moet linksom draaien wanneer de draad afrolt. 6. RECHTER NAALD: Rijg de machine in zoals eerder omschreven, maar zorg ervoor dat deze draad tussen de rechter draadspanningsschijven (A) ligt en buiten de draadgeleider (B). Rijg de rechter naald met de hand in. Let op: Activeer en kies de juiste naaldbreedte in de Naai-instellingen in het menu SET om schade aan de naald of de naaivoet te voorkomen. Let op: De dikte en het onregelmatige oppervlak van speciale garens, zoals metallic garens, verhoogt de mate van wrijving op de draad. Door de spanning te verlagen, voorkomt u dat de naald en de draad breken. DRAADAFSNIJDEREr zitten drie draadafsnijders op uw machine. De eerste zit bij de spoelas (A) en kan de draad voor en na het spoelen afsnijden.
Trek beide draden van achteren naar voren in de draadafsnijder en trek ze snel omlaag. DRAADSENSORAls de onderdraad op is, stopt de machine en verschijnt er een pop-up bericht op het scherm. Als de bovendraad breekt: Rijg de machine opnieuw in en druk op OK in het pop-upbericht. Als de spoeldraad opraakt, plaats dan een volle spoel en ga door met naaien. Let op: Wanneer de spoel bijna leeg is, stopt de machine en verschijnt de pop-up ‘spoel bijna leeg’ op het scherm. U kunt doorgaan met naaien zonder de pop-up te sluiten totdat de onderdraad helemaal opraakt.
INSTELLEN 2:7ABCSPOELENSPOELEN DOOR DE NAALDZorg ervoor dat de naaivoet en de naald zich in de hoogste stand bevinden. 1. Plaats een lege spoel op de spoelas bovenop de machine. De spoel past slechts op één manier, met het logo omhoog. Gebruik alleen originele HUSQVARNA VIKING® spoelen. 2. Rijg de draad in de machine met de hoofdgarenpen in horizontale positie. Let op: Als de garenklos te groot is voor de horizontale positie, spoel dan het spoeltje op zoals beschreven onder “Speciaal garen opspoelen” hieronder. 3. Breng de draad omhoog vanaf de naald, onder de naaivoet door en omhoog naar rechts door de draadgeleider (A). Let op: Gebruik een metalen naaivoet wanneer u garen opspoelt vanaf de naald. 4. Haal de draad van binnen naar buiten door het gaatje in de spoel. 5. Duw de spoelgeleider naar rechts om op te spoelen.
Er verschijnt een pop-up op het scherm die u laat weten dat het opspoelen actief is. Gebruik de schuif in de pop-up om de spoelsnelheid te regelen. Start het opspoelen door het voetpedaal in te drukken of druk op start/stop. Als de spoel vol is, stopt het spoelen. Laat het voetpedaal los of druk op de start/stopknop om de opspoelmotor te stoppen. Duw de spoelas naar links om de pop-up te sluiten. Verwijder de spoel en snijd de draad af met de onderdraadafsnijder. Let op: Het is belangrijk dat u de draad dicht bij de spoel afknipt. Let op: Door de spoelas naar links te duwen, wordt het naaimechanisme ingeschakeld. Stop het opspoelen altijd door op de Start/Stopknop te drukken of het voetpedaal los te laten voordat u de spoelas verplaatst.
SPECIAAL GAREN OPSPOELENHet opspoelen via de naald van speciaal garen zoals transparant of ander stretchgaren, metaaldraad of plat metaaldraad raden wij af. Spoel speciaal garen altijd bij een minimale snelheid op. 1. Plaats een lege spoel op de spoelas op de voorkant van de machine. De spoel past slechts op één manier, met het logo omhoog. Gebruik alleen originele HUSQVARNA VIKING® spoelen. 2.
Plaats de grote garenschijf en een vilten ring onder de klos op de hoofdgarenpen die in verticale positie moet staan. 3. Breng de draad over de voorspanningsdraadgeleider (B) en omlaag om de draadspanningsschijf (C) en dan door de draadgeleider (D) zoals is afgebeeld. 4. Zie Spoelen via de naald, stap 4-5. Let op: Als u de eerdere versie van HUSQVARNA VIKING® spoelen gebruikt die geen gat hebben, draai dan eerst de draad een aantal maal om de spoel om te beginnen.
2:812431D23FGCDESTEEKPLAAT VERVANGEN1. Verwijder de naaivoet en schuif het spoelhuisdeksel open.2. Controleer of de transporteur is verzonken. Plaats een schroevendraaier onder de steekplaat zoals te zien is op de afbeelding en draai de schroevendraaier voorzichtig om de steekplaat los te wrikken.3. Plaats de steekplaat voor rechte steken met de transporteur omlaag zodat de steekplaat in de gleuf aan de achterkant (D) past. Duw de steekplaat voor rechte steken omlaag totdat hij op zijn plaats klikt. Schuif het spoelhuisdeksel weer op zijn plaats.DE SPOEL PLAATSEN1. Verwijder het spoelhuisdeksel door het naar u toe te schuiven.2. Plaats de spoel in het spoelhuis. De spoel past slechts op één manier, met het logo omhoog. De draad wordt afgewikkeld van de linkerkant van de spoel. De spoel draait dan linksom wanneer u aan de draad trekt.3.
Plaats uw vinger op de spoel om te voorkomen dat de spoel kan draaien als u de draad stevig naar rechts trekt en vervolgens naar links in het spanningsveertje (C) totdat het op zijn plaats “klikt”.4. Ga verder met het inrijgen om (D) heen en naar de rechterkant van de draadafsnijder (E). Schuif het spoelhuisdeksel (F) weer op zijn plaats. Trek de draad naar links om hem af te snijden (G).Let op: Het spoelhuisdeksel kan worden gebruikt als vergrootglas om de draad eenvoudiger door de naald te krijgen.NAAIVOET VERWISSELEN1. Zorg ervoor dat de naald in de hoogste stand staat. Trek de naaivoet omlaag en naar u toe.2. Plaats het dwarspennetje op de voet met de opening in de persvoethouder. 3. Duw de voet in de clip totdat hij vastklikt.
INSTELLEN 2:9DE NAALD VERWISSELEN1. Gebruik het gat in het multifunctionele gereedschap om de naald vast te houden. 2. Draai de schroef van de naald los. 3. Verwijder de naald. 4 Plaats de nieuwe naald met het multifunctionele gereedschap. Duw de nieuwe naald omhoog met de platte kant van u af totdat hij niet verder kan. 5 Draai de naaldschroef aan. NAALDENDe naaimachinenaald speelt een belangrijke rol bij succesvol naaien. Gebruik alleen naalden van goede kwaliteit. Wij raden naalden van systeem 130/705H aan. In het naaldendoosje dat bij uw machine wordt geleverd, vindt u naalden in de meest gebruikte maten. Universele naald (A)Universele naalden hebben een iets afgeronde punt en zijn verkrijgbaar in veel verschillende maten. Voor algemeen naaien in veel verschillende stoftypen en -dikten.
Stretchnaald (B)Stretchnaalden hebben een speciale las om overgeslagen steken te voorkomen wanneer er rek in de stof zit. Voor EUHLVHOV]ZHPNOHGLQJÁHHFHHQV\QWKHWLVFKHVXqGHHQOHHUBorduurnaald (C)Borduurnaalden hebben een speciale las, een iets afgeronde punt en een iets groter oog om schade aan het garen en de materialen te voorkomen. Gebruik de naald met metallic en andere speciale garens voor borduurwerk en decoratief naaien. Denimnaald (D)Denimnaalden hebben een scherpe punt die door dicht geweven stoffen kan prikken zonder dat de naald verbuigt. 9RRUFDQYDVGHQLPPLFURÀEHUVZwaardnaald (E)De zwaardnaald heeft brede “vleugels” aan de zijkanten van de naald om gaten in de stof te prikken bij het naaien van entredeux en andere ajoursteken op natuurlijke stoffen. Voor canvas, denim, microvezels. Let op: Vervang de naald regelmatig.
Gebruik altijd een rechte naald met een scherpe punt (F). Een beschadigde naald (G) kan ervoor zorgen dat er steken worden overgeslagen, dat de naald breekt of dat de draad afbreekt. Een kapotte naald kan ook de steekplaat beschadigen.
2:102:10GARENSEr zijn tegenwoordig veel garens te koop die zijn ontwikkeld voor verschillende doeleinden. Universeel naaigarenUniverseel naaigaren is gemaakt van synthetisch materiaal, katoen of katoen met een polyesterlaagje. Dit type garen wordt gebruikt voor het naaien van kleding en werkstukken. BorduurgarenBorduurgaren is gemaakt van verschillende vezels: rayon, polyester, acryl of metallic. Deze garens geven borduurmotieven en ander decoratief naaiwerk een glad en glanzend effect. Transparant garenTransparant garen, ook wel PRQRÀODPHQWJDUHQJHQRHPGis enkeldradig helder synthetisch garen. Het wordt gebruikt voor quilten en ander decoratief naaiwerk. Rijg de naaimachine in met de spoel in verticale positie. Als u een spoel opwindt, spoel dan met lage snelheid en spoel tot de spoel halfvol is.
Let op: In sommige stoffen zit nog overtollige verf, waardoor ze kunnen afgeven op andere stoffen of op uw naaimachine. De afgegeven kleur kan zeer moeilijk of zelfs helemaal niet te verwijderen zijn. Fleece en denim geven vaak af, vooral rood en blauw. Als u denkt dat uw stof/kant en klare kledingstukken af kunnen geven, was ze dan altijd eerst voordat u ze gaat naaien/borduren om te voorkomen dat ze afgeven op uw machine. VERSTEVIGERSScheurverstevigingScheurversteviging wordt gebruikt bij stevige geweven stoffen. Gebruik scheurversteviging onder de stof voor decoratief naaiwerk of span de versteviging samen met de stof in de borduurring als u gaat borduren. Scheur na het naaien de overtollige versteviging weg. OpstrijkverstevigingOpstrijkversteviging is een volledig stevige versteviging met een gladde kant die op de stof kan worden gestreken.
Deze soort wordt aanbevolen voor jersey en alle soorten gevoelige stoffen. Strijk deze versteviging op de verkeerde kant van de stof voordat u begint met naaien of voordat u de stof in de borduurring spant. Scheur na het naaien de overtollige versteviging weg.
KnipverstevigingKnipversteviging scheurt niet, dus moet overtollig materiaal worden weggeknipt. Deze soort wordt aanbevolen voor jersey en alle soorten onstabiele stoffen en in het bijzonder voor borduren in de borduurring. Wateroplosbare verstevigingWateroplosbare versteviging wordt op de stof gelegd bij het versieren/borduren van stoffen met een vleug of met lussen, zoals badstof. Bij opengewerkt borduren gebruikt u de versteviging onder de stof. Leg uw werk in water om overtollige versteviging op te lossen. De versteviging is verkrijgbaar in diverse dikten. Versteviging die vanzelf uit elkaar valtDit is een stabiele, losjes geweven stof die wordt gebruikt voor technieken zoals opengewerkt borduurwerk en wanneer u een gehaakt randje aan de stofrand wilt maken. De versteviging verdwijnt met warmte.
PlakverstevigingPlakversteviging wordt gebruikt voor borduren in de borduurring wanneer de stof te kwetsbaar of te klein is om in de borduurring te spannen. Span de plakversteviging in de borduurring met de papieren kant omhoog. Verwijder het papier en plak de stof op het plakkende gedeelte. Scheur na het naaien de overtollige versteviging weg. PICTOGRAM™ PENGebruik een in lucht of water oplosbare markeerpen voor borduurwerk en Pictogrammen op alle typen stof. Na een paar uur verdwijnt de kleur. U kunt ook koud water gebruiken om de markeringen helemaal te verwijderen. Zorg ervoor dat alle markeringen zijn verwijderd voordat u de stof strijkt of wast met zeep of wasmiddel.
• Zet uw machine aan terwijl u de achteruitnaaitoets ingedrukt houdt.• De update start automatisch en u kunt de achteruit-naaitoets loslaten wanneer de voortgangsbalk verschijnt.Let op: Het kan een minuut duren voordat de voortgangsbalk verschijnt en u de achteruitnaaitoets los kunt laten.• Wanneer de update is voltooid, start de machine automatisch opnieuw. Controleer het nummer van de softwareversie in het Menu Instellingen.
3INSTELLINGEN EN FUNCTIETOETSENDit hoofdstuk van de gebruiksaanwijzing leidt u door de basisinstellingen en functietoetsen van uw naaimachine. U leert hoe u door de functies en instellingen op het interactieve kleuren-touchscreen kunt navigeren en hoe u de functietoetsen op de kop van de machine moet gebruiken.
3:2SPEED + EN -Alle steken van uw machine hebben een vooraf ingestelde, aanbevolen naaisnelheid. Druk op Speed + of Speed - om de maximaal toegelaten naaisnelheid te verhogen of te verlagen. Als u op Speed drukt, geeft een pop-up bericht op het scherm de snelheidsinstelling aan. U kunt de snelheid met de schuif in het pop-up menu instellen. U kunt de ingestelde snelheid ook tijdens het naaien wijzigen, maar dan verschijnt er geen pop-upbericht. %LMKHWQDDLHQPHWPHWDOOLFJDUHQRI RSÀMQHVWRIIHQverlaagt u de naaisnelheid voor optimale resultaten. SELECTEERBARE DRAADAFSNIJDERDruk op de toets van de Selecteerbare draadafsnijder en uw naaimachine snijdt de boven- en onderdraad af, brengt de naald en de naaivoet omhoog en activeert de FIX-functie voor de volgende start.
Om draden aan het einde van een steek of steekprogramma af te snijden, drukt u op Selecteerbare draadafsnijder tijdens het naaien. De toets gaat knipperen om aan te geven dat de draden moeten worden afgesneden. Wanneer de steek of het steekprogramma is voltooid, maakt de machine een FIX en snijdt dan de boven- en onderdraad af. De selecteerbare draadafsnijder-functie kan worden geprogrammeerd, zie pagina 5:3. Let op: Uw machine snijdt de draden automatisch af na bepaalde steken, zoals na het voltooien van een Eenstaps-sensorknoopsgat. De automatische selecteerbare draadafsnijder kan worden uitgeschakeld in het SET Menu, zie pagina 3:8. FUNCTIETOETSENNAALDSTOP BOVEN/ONDERDruk op Naaldstop boven/onder om de naald omhoog of omlaag te brengen. De instelling van de naaldstoppositie wordt tegelijkertijd veranderd.
U kunt ook op het voetpedaal tikken om de naald omhoog of omlaag te brengen wanneer u de naaldstop boven/onder verandert. De toets Naaldstop boven/onder gaat branden wanneer de functie actief is. Druk op de verlichte toets om de functie uit te schakelen. STOPSelecteer STOP om een steek te beëindigen.
Uw machine hecht de draad af en stopt automatisch wanneer een steek of steekprogramma is voltooid. Wanneer STOP is geselecteerd, wordt er slechts één steek weergegeven op het Interactieve kleuren-touchscreen. De STOP-toets licht op wanneer u hem aanraakt. U kunt STOP annuleren door opnieuw op de toets te drukken of door een nieuwe steek te selecteren. Het lampje in de STOP-toets gaat uit. De STOP-functie wordt geannuleerd wanneer de steek is voltooid. De STOP-functie kan worden geprogrammeerd, zie pagina 5:3. Sensorvoet Omhoog en Extra hoogNaaldstop boven/onderSpeed + en -STOPFIXAchteruitnaaienStart/StopSelecteerbare draadafsnijderSensorvoet omlaag en draaien.
3:3INSTELLINGEN EN FUNCTIETOETSENSensorvoet Omhoog en Extra hoogNaaldstop boven/onderSpeed + en -STOPFIXAchteruitnaaienStart/StopSelecteerbare draadafsnijderSensorvoet omlaag en draaienFUNCTIETOETSENFIXFIX wordt gebruikt om een steek af te hechten. FIX wordt automatisch geactiveerd wanneer u een steek selecteert, de Selecteerbare draadafsnijder gebruikt, Steek opnieuw beginnen selecteert of STOP gebruikt tijdens het naaien. Eerst zal uw machine een paar aanhechtingssteken naaien en vervolgens gaat hij verder met de geselecteerde steek. Wanneer u tijdens het naaien op FIX drukt, naait de machine een paar afhechtingssteken en stopt daarna automatisch. Het lampje van de FIX-toets brandt zolang de functie FIX actief is. Druk op de verlichte toets om de functie uit te schakelen. De FIX-functie kan worden geprogrammeerd, zie pagina 5:3.
Let op: FIX Auto kan worden geannuleerd in het SET menu, Machine-instellingen (zie pagina 3:8). Er worden alleen automatische FIX-steken genaaid als u de FIX-toets op de machine gebruikt. SENSORVOET OMHOOG EN EXTRA HOOGDruk op Sensorvoet omhoog om de naaivoet omhoog te brengen. Druk nogmaals op de toets; de naaivoet gaat omhoog tot de extra hoge stand. START/STOPDruk op deze toets om de machine te laten starten en stoppen met naaien zonder het voetpedaal te gebruiken. Druk op START/STOP om te beginnen en druk er opnieuw op om te stoppen. SENSORVOET OMLAAG EN DRAAIENDruk op de toets Sensorvoet omlaag en draaien en de naaivoet wordt helemaal omlaag gebracht. De machine houdt de stof stevig vast. Druk opnieuw op Sensorvoet omlaag voor de draaipositie. ACHTERUITNAAIENDruk eenmaal op de Achteruitnaaitoets voordat u begint te naaien als u permanent achteruit wilt naaien.
De achteruitnaai-indicator gaat branden wanneer de achteruitnaaitoets wordt ingedrukt. Achteruitnaaien wordt ook gebruikt bij het naaien van knoopsgaten en stopsteken om tussen delen van de steken heen en weer te gaan en voor tapering van steken. EXCLUSIVE SENSOR SYSTEM™Dankzij de functie EXCLUSIVE SENSOR SYSTEM™ meet de naaivoet doorlopend de dikte van de stof of het naaiwerk en naait er soepel en gelijkmatig overheen met een perfecte stofdoorvoer. Ga naar het SET Menu om de actuele instelling te zien van de Sensor-naaivoetdruk voor de geselecteerde stof en de naaivoetdruk aan te passen.
3:4QUICK HELPDruk op het Quick Help pictogram in de rechter bovenhoek. Er wordt een vraagteken weergegeven op het scherm om aan te geven dat Quick Help actief is. Druk op een pictogram, tekst of gebied op het deel van het scherm waarover u informatie wenst. Een pop-up bericht geeft u een korte uitleg. Druk op OK om de pop-up te sluiten en de Quick help te verlaten. OPSLAAN IN MIJN STEKEN/MIJN BESTANDENDruk op het pictogram Opslaan in Mijn steken/Mijn bestanden om het dialoogvenster te openen voor het opslaan van een steek, een steekprogramma of een aangepaste steek. VERWIJDERENDruk op het pictogram Verwijderen als u een steek, reeks of map wilt verwijderen. De functie Verwijderen blijft actief totdat er een steek, reeks of map is geselecteerd en verwijderd of totdat u er opnieuw op drukt.
Als een steek is geselecteerd die u wilt wissen, verschijnt een pop-up bericht waarin wordt gevraagd om het wissen te bevestigen. Let op: Als u lang op het pictogram Verwijderen drukt, kunt u alle steken uit Mijn Steken verwijderen. U kunt geen ingebouwde lettertypes of steken verwijderen. OVERZICHT AANRAAKGEBIEDWerken met het touchscreen van uw HUSQVARNA VIKING® SAPPHIRE™ 960Q is heel gemakkelijk - raak het gewoon aan met uw stylus of uw vinger om uw keuzes te maken. In dit hoofdstuk beschrijven we het gebied buiten het kleuren touchscreen. Dit gedeelte blijft er hetzelfde uitzien. Quick HelpALTFunctiepijlenHorizontaal spiegelenVerticaal spiegelenVerwijderenOpslaan in Mijn steken/ Mijn bestandenExclusive SEWING ADVISOR™FunctiepijlenVERTICAAL/HORIZONTAAL SPIEGELENOm steken of steekprogramma’s horizontaal te spiegelen, drukt u op de functie Horizontaal spiegelen.
Om de steek of het steekprogramma verticaal te spiegelen, drukt u op de functie Verticaal spiegelen. Let op: Knoopsgaten kunnen niet worden gespiegeld. ALT EN FUNCTIEPIJLENDe pijlen op het aanraakgedeelte kunnen van functie veranderen afhankelijk van wat er op uw kleuren touchscreen staat.
Druk op het ALT-pictogram om te zien of er meer functies beschikbaar zijn dan die op het scherm te zien zijn. 8NXQWPHHUOH]HQRYHUGHVSHFLÀHNHIXQFWLHVYDQGH$/7pictogrammen in ieder venster in de hoofdstukken 4 en 5. EXCLUSIVE SEWING ADVISOR™ FUNCTIEUw nieuwe naaimachine heeft de HUSQVARNA VIKING® Exclusive SEWING ADVISOR™ functie. Hij is altijd actief en bevindt zich onder aan het interactieve kleuren touchscreen. Als u een naaiproject begint, drukt u op type en het gewicht van de gebruikte stof en daarna op de techniek die u wilt gebruiken. De Exclusive SEWING ADVISOR™ functie stelt de beste steek, steeklengte, steekbreedte, naaisnelheid, draadspanning en sensorvoetdruk in voor uw project. De steek wordt weergegeven op het scherm met aanbevelingen voor de naaivoet en de naald.
3:5INSTELLINGEN EN FUNCTIETOETSENMenu StartStekenmenuSteeklettertypemenuProgrammerenFile ManagerMenu StartSET MenuKLEUREN TOUCHSCREENSTARTMENUDruk op het Startmenu-pictogram om de werkbalk te openen. De werkbalk wordt gebruikt voor het selecteren en activeren van verschillende vensters. WERKBALKVanaf de werkbalk kunt u het Stekenmenu, Programma-menu, File Manager en het SET Menu openen. Druk op de functie die u wilt activeren. StekenmenuAls u op het pictogram van het Stekenmenu op de werkbalk drukt, wordt het Stekenmenu geopend. Druk op een steek om deze te selecteren of druk op een menu om een bepaald stekenmenu te openen (zie hoofdstuk 4).SteeklettertypemenuDruk op het Steeklettertypemenu en er verschijnt een pop-up met de beschikbare steeklettertypes. Selecteer een lettertype door erop te drukken.
Als er een lettertype is geselecteerd, wordt de Programmeermodus automatisch geopend.ProgrammerenDruk op het pictogram voor programmeren om naar het programmavenster te gaan. U kunt steken en/of letters en cijfers combineren om steekprogramma’s te maken. Combineer verschillende decoratieve steken en steeklettertypes van de machine. U kunt steken programmeren tot maximaal ongeveer 500 mm of 99 steken lang. In hoofdstuk 5 kunt u meer lezen over programmeren.File ManagerDe File Manager wordt gebruikt om uw bestanden te openen, te organiseren, toe te voegen, te verplaatsen, te verwijderen en te kopiëren. Gebruik het ingebouwde geheugen of een extern apparaat dat op uw machine is aangesloten voor het opslaan van bestanden.In hoofdstuk 6 kunt u meer lezen over de File Manager.
3:6SET MENUIn het SET Menu kunt u persoonlijke aanpassingen maken aan de machine-instellingen, steekinstellingen en naai-instellingen.Druk op de pictogrammen om een functie in te schakelen of een keuzelijst te openen. Wanneer u de naai-instellingen verandert, blijven de instellingen bewaard nadat u de machine uitzet. Als u veranderingen maakt aan de steekinstellingen, worden die veranderingen niet opgeslagen nadat u de machine uitzet.MACHINE-INSTELLINGENInformatiepictogramMet het informatiepictogram wordt een venster geopend met de softwareversie, het gebruikte geheugen en licentie-informatie van de machine.TaalDruk op Taal om de talen te bekijken. Selecteer de gewenste taal door erop te drukken.
Geluid herhalenWanneer dit is ingeschakeld, wordt het signaal voor sommige waarschuwings- of ‘let op’-pop-ups met intervallen herhaald totdat het wordt geannuleerd.Scherm vergrendelenIndien de kans bestaat dat tegen het scherm wordt gestoten waardoor de steek of de instellingen worden gewijzigd als u aan het naaien bent, kunt u het scherm eenvoudig blokkeren.Wanneer dit is ingeschakeld, wordt het scherm automatisch steeds wanneer het 10 seconden inactief is vergrendeld. Er verschijnt een pop-up bericht op het scherm dat geblokkeerd blijft totdat u op OK op het pop-up bericht drukt.Touchscreen afstellenHet kan zijn dat het scherm moet worden gekalibreerd voor uw aanraking. Druk hier om een weergave te openen voor het kalibreren van het touchscreen.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Husqvarna-Viking Sapphire 960Q stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Naaimachine Husqvarna-Viking
Alle Husqvarna-Viking Naaimachine handleidingen