Honda WW125A (2024) Handleiding

Honda Motor WW125A (2024)

Bekijk gratis de handleiding van Honda WW125A (2024) (173 pagina’s), behorend tot de categorie Motor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 19 mensen. Heb je een vraag over Honda WW125A (2024) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

PCX125 (WW125/A)
GEBRUIKERSHANDLEIDING

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Honda
Categorie: Motor
Model: WW125A (2024)

Handleiding Honda WW125A (2024) – volledige tekst

Dit instructieboekje dient als een permanent onderdeel van hetvoertuig te worden beschouwd en moet bij doorverkoop van hetvoertuig aan de nieuwe eigenaar worden verstrekt.Deze publicatie bevat de meest recente productinformatie diebeschikbaar was voor het ter perse gaan. Honda Motor Co., Ltd.behoudt zich het recht voor om te allen tijde wijzigingen aan tebrengen zonder voorafgaande kennisgeving en zonder het aangaanvan enige verplichting.Niets uit deze publicatie mag zonder schriftelijke toestemmingworden gereproduceerd.Het kan zijn dat het afgebeelde voertuig in dit instructieboekjeverschilt van uw voertuig.© 2022 Honda Motor Co., Ltd.

WelkomVan harte gefeliciteerd met de aanschaf vanuw nieuwe Honda-voertuig. Door te kiezenvoor een Honda maakt u deel uit van eenwereldwijde familie van tevreden klanten dieHonda's reputatie voor het leveren vanhoogwaardige producten waarderen.Met het oog op uw veiligheid en rijplezier:●Lees deze gebruikershandleidingaandachtig door.●Volg alle aanbevelingen op en voer alleprocedures uit die in deze handleidingzijn vermeld.●Besteed extra aandacht aanveiligheidsinformatie in deze handleidingen op het voertuig.●De volgende codes in dit instructieboekjeduiden de landen aan.●De afbeeldingen hierin zijn gebaseerd ophet type WW125A KO.LandcodesCode LandWW125AEDDirecte verkoop Europa, VK,Frankrijk, Turkije,Noord-Macedonië, Israël,Montenegro, Servië,San Marino, TahitiII ED OekraïneKO KoreaRU RuslandWW125KO Korea*De specificaties kunnen van land tot landverschillen.

Enkele opmerkingen over veiligheidUw veiligheid en de veiligheid van anderen zijnzeer belangrijk. Het veilig rijden op dit voertuig iseen belangrijke verantwoordelijkheid.Om u te helpen goed geïnformeerdeveiligheidsbeslissingen te nemen, hebben wijbedieningsprocedures en andere informatie in dezehandleiding en op veiligheidslabels verstrekt. Dezeinformatie maakt u attent op potentiële gevarenwaardoor u of anderen letsel kunnen oplopen.Het is vanzelfsprekend niet praktisch of nietmogelijk om u te waarschuwen voor alle gevarendie kunnen optreden bij het rijden op enonderhouden van een voertuig.

U moet dan ookuw eigen gezonde verstand gebruiken.U zult belangrijke veiligheidsinformatie inverschillende vormen tegenkomen, waaronder:● Veiligheidslabels op het voertuig●Veiligheidsinformatie voorafgegaan door eenwaarschuwingssymbool en een van de driewaarschuwingswoorden:GEVAAR, WAARSCHUWING of LET OP.Deze signaalwoorden betekenen:3GEVAARU ZULT DODELIJK of ERNSTIG LETSELOPLOPEN als u de instructies niet opvolgt.3WAARSCHUWINGU KUNT DODELIJK of ERNSTIG LETSELOPLOPEN als u de instructies niet opvolgt.3LET OPU KUNT LETSEL OPLOPEN als u deinstructies niet opvolgt.Andere belangrijke informatie vindt uonder de volgende koppen:LET OPInformatie om beschadiging vanuw voertuig, andere eigendommenof het milieu te voorkomen.

VeiligheidsrichtlijnenVolg deze richtlijnen met het oog op uw veiligheid:● Voer alle routine- en periodieke inspecties uitdie in deze handleiding zijn beschreven.● Zet de motor uit en houd vonken en vuur uitde buurt als u tankt.● Laat de motor niet draaien in afgesloten ofgedeeltelijk afgesloten ruimten. Koolmonoxidein uitlaatgassen is giftig en kan uw doodveroorzaken.Draag altijd een helmHet is bewezen dat helmen en beschermende kledinghet aantal en de ernst van hoofdletsel en ander letselaanzienlijk kunnen verminderen. Draag dus altijd eengoedgekeurde helm en beschermende kleding.2 BLZ. 10Voordat u gaat rijdenZorg ervoor dat u in goede lichamelijke conditiebent, geconcentreerd bent en niet onder deinvloed van alcohol of drugs verkeert. Zorg ervoordat u en uw duopassagier allebei eengoedgekeurde helm en beschermende kledingdragen.

Draag duopassagiers op om zich aan dehandgreep of aan uw middel vast te houden, metu mee te leunen tijdens het schuinleggen van hetvoertuig in bochten en hun voeten altijd op devoetsteunen te houden, zelfs wanneer het voertuigstilstaat.Neem de tijd om te leren en te oefenenZelfs als u al op andere voertuigen hebt gereden,kunt u het beste in een veilige omgeving oefenen omvertrouwd te raken met de werking en hetstuurgedrag van dit voertuig en om gewend te rakenaan de afmetingen en het gewicht van het voertuig.Rijd defensiefBesteed altijd aandacht aan ander verkeer om uheen en veronderstel niet dat andere bestuurdersu zien. Zorg dat u snel kunt stoppen of eenuitwijkmanoeuvre kunt maken.VeiligheidsrichtlijnenVeiligheid van het voertuig3Vervolg

Zorg dat u goed zichtbaar bentZorg ervoor dat u beter zichtbaar bent, vooral's avonds, door heldere reflecterende kleding tedragen, te rijden op plaatsen waar anderebestuurders u kunnen zien, uw richting aan tegeven voordat u afslaat of van rijstrook veranderten uw claxon te gebruiken indien nodig.Rijd binnen uw grenzenRijd nooit harder dan u aankunt of sneller dan deverkeersomstandigheden toestaan. Vermoeidheiden onoplettendheid kunnen afbreuk doen aan uwbeoordelingsvermogen en het veilig rijden.Rijd niet onder de invloed van alcoholof drugsAlcohol of drugs en motorrijden gaan niet samen.Zelfs één alcoholisch drankje kan uw vermogen omop wisselende omstandigheden te reagerenverminderen en uw reactiesnelheid wordt minder naelk aanvullend drankje. Hetzelfde geldt voor hetgebruik van drugs.

Rijd niet onder de invloed vanalcohol of drugs en laat uw vrienden dit ook nietdoen.Houd uw Honda in veilige staatHet is belangrijk voor uw veiligheid en uw rijplezierdat u het voertuig goed onderhoudt.Inspecteer uw voertuig voor elke rit en voer al hetaanbevolen onderhoud uit. Houd u aan debeladingslimieten (2 BLZ. 16), bouw uw voertuigniet om en installeer geen accessoires die uwvoertuig onveilig maken (2 BLZ. 15).Betrokken zijn bij ongevallenPersoonlijke veiligheid is uw eerste prioriteit. Als uof iemand anders letsel heeft opgelopen, neemdan de tijd om de ernst van het letsel tebeoordelen en te bepalen of het veilig is om doorte rijden. Schakel indien nodig de hulpdiensten in.Volg tevens de geldende wet- en regelgevingindien een andere persoon of een ander voertuigbij het ongeval is betrokken.VeiligheidsrichtlijnenVeiligheid van het voertuig4

Het inademen vankoolmonoxide kan bewusteloosheid veroorzakenen tot uw dood leiden.Als u de motor in een besloten of zelfs gedeeltelijkafgesloten ruimte laat draaien, kan de lucht die uinademt een gevaarlijke hoeveelheidkoolmonoxide bevatten.Laat uw voertuig nooit in een garage of anderebesloten ruimte draaien.3WAARSCHUWINGHet laten draaien van de motor van uwvoertuig in een afgesloten of zelfs ineen gedeeltelijk afgesloten ruimte, kanleiden tot een snelle opbouw van hetgiftige gas koolmonoxide.Het inademen van dit kleur- engeurloze gas kan leiden totbewusteloosheid en zelfs tot de dood.Laat de motor van uw voertuig alleendraaien in een goed geventileerderuimte buiten.VeiligheidsrichtlijnenVeiligheid van het voertuig5

WaarschuwingslabelsType ED, II ED, RUOp de volgende pagina's wordt de betekenisvan de labels beschreven. Sommige labelswaarschuwen u voor potentiële gevaren dieernstig letsel kunnen veroorzaken. Anderebieden belangrijke veiligheidsinformatie. Leesdeze informatie aandachtig en verwijder delabels niet.Als een label eraf valt of moeilijk te lezen is,neem dan contact op met uw dealer voor eenvervangend label.Elk label is voorzien van een specifiek symbool.De betekenis van elk symbool en elk label is alsvolgt.Lees de instructies in het instructieboekjeaandachtig door.Lees de instructies in de werkplaatshandleidingaandachtig door.

Laat om veiligheidsredenenhet onderhoud aan uw voertuig alleenuitvoeren door uw dealer.GEVAAR (met RODE achtergrond)U ZULT ERNSTIG of zelfs DODELIJK LETSELoplopen als u deze aanwijzingen niet opvolgt.WAARSCHUWING (met ORANJEachtergrond)U KUNT ERNSTIG of zelfs DODELIJK LETSELoplopen als u deze aanwijzingen niet opvolgt.LET OP (met GELE achtergrond)U KUNT GEWOND RAKEN als u dezeaanwijzingen niet opvolgt.WaarschuwingslabelsVeiligheid van het voertuig6

ACCULABELGEVAAR• Houd vonken en vlammen uit de buurt van de accu. Accu's produceren gasdat een explosie kan veroorzaken.• Draag een beschermbril en rubberen handschoenen bij het hanteren vande accu, anders kunt u brandwonden oplopen of uw gezichtsvermogenverliezen door het elektrolyt van de accu.•Laat kinderen en andere personen geen accu aanraken tenzij ze op de hoogte zijnvan de voorschriften voor het hanteren van accu's en de hieraan verbonden gevaren.•Wees buitengewoon voorzichtig bij het hanteren van de accuvloeistof aangeziendeze verdund zwavelzuur bevat. Contact met uw huid of ogen kan brandwondenveroorzaken of leiden tot verlies van uw gezichtsvermogen.• Lees deze handleiding aandachtig door en zorg ervoor dat u de inhoudbegrijpt voordat u de accu hanteert.

Het niet opvolgen van de instructieskan lichamelijk letsel en beschadiging van het voertuig veroorzaken.•Gebruik geen accu met het elektrolyt op of onder het onderste merkstreepje. Deaccu kan exploderen en ernstig lichamelijk letsel veroorzaken.LABEL RADIATEURDOPGEVAARNOOIT OPENEN BIJ WARME MOTOR.Hete koelvloeistof veroorzaakt brandwonden.De overdrukklep opent bij 108 kPa.WaarschuwingslabelsVeiligheid van het voertuig7Vervolg

Type ED, II EDWAARSCHUWINGSLABEL ACCESSOIRES EN BELADINGWAARSCHUWINGACCESSOIRES EN BELADING• De veiligheid, stabiliteit en het weggedrag van dit voertuig kunnen nadeligworden beïnvloed door de toevoeging van accessoires en bagage.• Lees de instructies in de gebruikers- en montagehandleiding aandachtigdoor voordat u een accessoire monteert.• Het totale gewicht van accessoires en bagage en het gewicht van debestuurder en de passagier mag niet meer zijn dan 180 kg, oftewel demaximale gewichtscapaciteit.• Het gewicht van de bagage mag niet meer zijn dan 13 kg onder alleomstandigheden.• Het monteren van grote kuipdelen op de voorvork of het stuur wordt nietaanbevolen.INFORMATIELABEL ABSDit model is uitgerust met een antiblokkeersysteem (ABS) op het voorwiel.WaarschuwingslabelsVeiligheid van het voertuig8

LABEL BANDENINFORMATIE & BELADINGSLIMIETDraag altijd een helm en beschermende kleding met het oog op uwveiligheid.Bandenspanning in koude toestand:[Alleen bestuurder]VoorAchter200 kPa (2,00 kgf/cm2)225 kPa (2,25 kgf/cm2)[Bestuurder en passagier]VoorAchter200 kPa (2,00 kgf/cm2)250 kPa (2,50 kgf/cm2)Beladingslimiet:Opbergvak voorMiddencompartimentAchterdrager1,0 kg10 kg5 kgType ED, II EDBRANDSTOFLABELUitsluitend loodvrije benzineETHANOL tot 10 volumeprocentWaarschuwingslabelsVeiligheid van het voertuig9

Rijd defensief enhoud altijd rekening met de weers- enwegomstandigheden.#HelmMoet voldoen aan de veiligheidsnorm, duidelijk zichtbaarzijn en de juiste afmetingen voor uw hoofd hebben● De motorhelm moet comfortabel passen enveilig met de kinriem zijn vastgemaakt● Vizier met een onbelemmerd gezichtsveld ofandere goedgekeurde oogbescherming3WAARSCHUWINGHet niet dragen van een helm verhoogt hetrisico op ernstig of dodelijk letsel in geval vaneen botsing.Zorg ervoor dat u en uw duopassagieraltijd een goedgekeurde helm enbeschermende kleding dragen.#HandschoenenLeren handschoenen met volledige vingers en eenhoge slijtweerstand#Motorlaarzen of -schoenenStevige motorlaarzen met antislipzolen enenkelbeschermers#Motorjas en -broekBeschermende, duidelijk zichtbare motorjas metlange mouwen en duurzame broek voor het rijden(of een beschermend motorpak)VeiligheidsmaatregelenVeiligheid van het voertuig10

Voorzorgsmaatregelenvoor het rijdenInrijperiodeVolg deze richtlijnen tijdens de eerste 500 km omde toekomstige betrouwbaarheid en prestaties vanuw voertuig te waarborgen.● Vermijd het vol gas starten en snel accelereren.● Vermijd abrupt remmen.● Rijd behoedzaam.RemmenNeem de volgende richtlijnen in acht:● Vermijd sterk afremmen.u Door plotseling remmen kan de stabiliteitvan het voertuig verminderen.u Ga waar mogelijk langzamer rijden vooreen bocht; anders bestaat het gevaar dat uuit de bocht vliegt.● Wees voorzichtig op oppervlakken met eenlage tractie.u De banden slippen sneller op dit soortoppervlakken en de remweg is langer.● Vermijd continu remmen.u Door herhaaldelijk te remmen, zoals bijheuvelafwaarts rijden, kunnen de remmenernstig oververhit raken waardoor deremwerking vermindert.●Bedien de voor- en achterrem tegelijkertijdvoor de meest efficiënte remwerking.#Antiblokkeersysteem (ABS) op voorwielWW125ADit model is uitgerust met een antiblokkeersysteem(ABS) dat is ontwikkeld om te voorkomen dat devoorrem blokkeert tijdens abrupt remmen.●Er is geen ABS-functie op het achterwiel.●De remweg is niet korter met het ABS.

Inbepaalde gevallen kan het gebruik van het ABSeen langere remweg tot gevolg hebben.Voorzorgsmaatregelen voor het rijdenVeiligheid van het voertuig11Vervolg

Dit isnormaal.● Gebruik altijd de aanbevolen voor-/achterbanden om de werking van het ABS tewaarborgen.#Combi-remWW125Uw voertuig is uitgerust met een remsysteem datde remkracht verdeelt tussen de voorwiel- en deachterwielrem.De verdeling van de remkracht tussen de voor- ende achterrem verschilt wanneer u uitsluitend devoorremhendel of de achterremhendel bedient.Bedien de voor- en achterrem tegelijkertijd voorde meest efficiënte remwerking.#Natte of regenachtige omstandighedenWegoppervlakken zijn glad wanneer ze nat zijn, ennatte remmen zorgen voor een verminderderemwerking.Wees bijzonder voorzichtig bij het remmen ondernatte omstandigheden.Als de remmen nat worden, rem dan tijdens hetrijden op lage snelheid om ze te laten drogen.Parkeren● Parkeer op een stevige, horizontaleondergrond.●Als u op een helling of onverhard terrein moetparkeren, parkeer het voertuig dan zodanig datdit niet kan wegrollen of omvallen.●Zorg ervoor dat hete onderdelen niet incontact kunnen komen met ontvlambarematerialen.●Raak de motor, geluiddemper, remmen enandere hete onderdelen niet aan voordat zezijn afgekoeld.Voorzorgsmaatregelen voor het rijdenVeiligheid van het voertuig12

● Om de kans op diefstal te verkleinen, moet ualtijd het stuur en de contactschakelaarvergrendelen (2 BLZ. 53) en de Honda SMARTKey meenemen als u uw voertuig achterlaat.Deactiveer het Honda SMART Key-systeemindien nodig. 2 BLZ.

48Het gebruik van een antidiefstalvoorzieningwordt ook aanbevolen.Stel ook het antidiefstal-alarm in.#Parkeren op de zijstandaard of de middenbok1.Zet de motor uit.2.Zijstandaard gebruikenKlap de zijstandaard omlaag.Laat het voertuig langzaam naar links leunen totdat hetvolle gewicht op de zijstandaard steunt.De middenbok gebruikenGa voor het neerklappen van de middenbokaan de linkerkant van het voertuig staan.Houd de linkerstuurgreep en de handgreep vast.Duw met uw rechtervoet op het uiteinde vande middenbok en trek tegelijkertijd omhoog ennaar achteren.3.Draai het stuur volledig naar links.u Het draaien van het stuur naar rechtsreduceert de stabiliteit en kan tot gevolghebben dat het voertuig omvalt.4.Zet de contactschakelaar in de stand (Lock)(2 BLZ. 46) en vergrendel de contactschakelaar(2 BLZ. 53).5.Type KOStel het antidiefstal-alarm in. 2 BLZ.

Richtlijnen voor tanken en brandstofVolg deze richtlijnen om de motor, hetbrandstofsysteem en de katalysator tebeschermen:● Gebruik uitsluitend loodvrije benzine.● Gebruik het aanbevolen octaangetal. Hetgebruik van benzine met een lager octaangetalheeft een verminderde motorprestatie totgevolg.● Gebruik geen brandstof met een hoogalcoholgehalte. 2 BLZ. 164● Gebruik geen oude of verontreinigde benzineof een olie-benzinemengsel.●Laat geen vuil of water in de brandstoftankbinnendringen.Honda Selectable Torque Control (HSTC)WW125AAls de Honda Selectable Torque Control (HSTC)wielspin van het achterwiel detecteert tijdensacceleratie, wordt het koppel naar het achterwielbeperkt.HSTC werkt niet tijdens het vertragen en voorkomtniet dat het achterwiel wegglijdt tijdens hetremmen op de motor.

Sluit de gashendel nietabrupt, zeker niet wanneer u op gladdeoppervlakken rijdt.HSTC biedt mogelijk geen compensatie voor eenruw wegdek of snelle bediening van de gashendel.Houd altijd rekening met de weg- enweersomstandigheden en uw vaardigheden enconditie als u de gashendel bedient.Als uw voertuig is vastgelopen in modder, sneeuwof zand kunt u het mogelijk gemakkelijker losrijdendoor HSTC tijdelijk uit te schakelen.Het tijdelijk uitschakelen van HSTC kan ook helpenom de controle en het evenwicht te bewarenwanneer u op terrein rijdt.De gespecificeerde banden moeten wordengebruikt om de HSTC correct te laten werken.Voorzorgsmaatregelen voor het rijdenVeiligheid van het voertuig14

Accessoires &aanpassingenWij raden u ten sterkste aan om geen accessoireste installeren die niet specifiek door Honda vooruw voertuig zijn ontworpen en geen modificatiesaan het oorspronkelijke ontwerp van uw voertuigaan te brengen. Hierdoor kan uw voertuig onveiligworden.Het ombouwen van uw voertuig kan tevens uwgarantie doen vervallen en het gebruik van uwvoertuig op de openbare weg illegaal maken.Voordat u besluit om accessoires op uw voertuig teinstalleren, moet u nagaan of dit veilig en legaal is.3WAARSCHUWINGOndeugdelijke accessoires ofaanpassingen kunnen leiden tot eenongeval waarbij u ernstig of dodelijkletsel kunt oplopen.Volg alle aanwijzingen in ditinstructieboekje betreffende accessoiresen aanpassingen.Trek geen aanhangwagen met uw voertuig enkoppel geen zijspan aan uw voertuig.

Uw voertuigis niet ontworpen voor dit toebehoren en hetgebruik hiervan kan het stuurgedrag van uwvoertuig nadelig beïnvloeden.Accessoires & aanpassingenVeiligheid van het voertuig15

Beladen● Het vervoeren van extra gewicht heeft invloedop het rijgedrag, het remgedrag en de stabili-teit van uw voertuig.Rijd altijd met een veilige snelheid die isafgestemd op de belading.● Vermijd overbeladen en houd u aan devoorgeschreven beladingslimieten.Maximale gewichtscapaciteit/maximaalbagagegewicht 2 BLZ. 166● Maak alle bagage stevig vast, verdeel hetgewicht van de bagage gelijkmatig en plaatsde bagage dicht bij het midden van hetvoertuig.●Plaats geen bagage dicht bij de lampen of degeluiddemper.3WAARSCHUWINGOverbelasting of verkeerd beladen kaneen ongeval veroorzaken waarbij uernstig of dodelijk letsel kunt oplopen.Volg alle limieten en richtlijnen voorbelading in deze handleiding.BeladenVeiligheid van het voertuig16

BasishandelingenBedieningshandleiding18Voor een veilige rit dient u uw voertuigeerst zorgvuldig te inspecteren.#Voertuig starten(BLZ.76)• Honda SMART Key-systeem(BLZ.47)•Antidiefstal-alarm (BLZ.55)•Responssysteem (BLZ.61)•Stop-/startsysteem (BLZ.69)#Inspectie voor het rijden (BLZ.92)#Accelereren (BLZ.76)Draai het gas geleidelijk open.Houd u aan de snelheidslimiet.Het gebruik van basisfuncties.•Instrumenten (BLZ.26)•Indicatoren (BLZ.40)•Schakelaars (BLZ.44)• Stuurslot (BLZ.46)#Motor starten (BLZ.73)Start de motor en laat deze warmdraaien.Drijf het toerental niet op.Geef, voor u wegrijdt, uwrichting aan met derichtingaanwijzerschakelaar encontroleer of er ander verkeer is.

Bedieningshandleiding27VervolgAls de indicator van de brandstofniveaumeter knippert of uitgaat: (BLZ.132)Resterende brandstof wanneer alleen het 1e (E) segment gaatknipperen: ongeveer 0,9 LBrandstofniveaumeterKlok (12-uursweergave)Klok instellen: (BLZ.33)SnelheidsmeterLET OPU moet tanken wanneer de waarde het 1e segment (E)nadert. Als de brandstof opraakt, kan de motor overslaanen de katalysator beschadigd raken.

Bedieningshandleiding28Instrumenten (Vervolg)Kilometerteller [TOTAL]/Ritteller [TRIP/HSTC]De SEL-schakelaar selecteert de kilometerteller,ritteller en HSTC.•Kilometerteller:•Ritteller:Afstand gereden na het resetten van de ritteller.Om de ritteller terug te stellen, houdt u de SET-schakelaaringedrukt terwijl de ritteller wordt weergegeven.Totale afgelegde afstand.Het gemiddelde brandstofverbruik wordteveneens teruggesteld.Meter van gemiddeldbrandstofverbruik [AVG]Het gemiddelde brandstofverbruik is gebaseerd op de ritteller.Gemiddeld brandstofverbruik sinds het terugstellen van de ritteller.Als " " wordt weergegeven in andere gevallen dan na het terugstellen vanhet gemiddelde brandstofverbruik, ga dan naar uw dealer voor onderhoud.•WW125AHSTC:Door de schakelaar SET ingedrukt te houdenterwijl HSTC wordt weergegeven, wordt HSTCin- en uitgeschakeld. (BLZ.72)

Bedieningshandleiding29VervolgAls u de olie ververst voordat de indicator voor olieverversing gaat branden, reset dan deindicator voor olieverversing nadat de olie is ververst.De indicator gaat pas uit nadat deze is gereset.OIL CHANGE-indicatorDe indicator brandt wanneer de resterendeafstand het geprogrammeerdeolieverversingsinterval bereikt.Zodra de resterende afstand ca. 1.000 kmbedraagt:Reset de indicator voor de eerste keer.Als de resterende afstand na de eerste resettelkens 6.000 km bedraagt:Reset de indicator wanneer deze brandt.Reset de indicator na het verversen van demotorolie.OIL CHANGE-indicator resetten: (BLZ.36)

Bedieningshandleiding30Instrumenten (Vervolg)Als de riem wordt geïnspecteerd ofvervangen voordat de V-BELT-indicator gaatbranden, moet u de indicator resetten na hetinspecteren of vervangen van de riem.De indicator gaat pas uit nadat deze is gereset.V-BELT-indicatorType KODe indicator gaat branden als de resterendeafstand de ingestelde afstand bereikt.De V-BELT-indicator resetten: (BLZ.38)De indicator gaat branden wanneer deresterende afstand ongeveer 12.000 km bereiktsinds de laatste reset.Reset de indicator wanneer deze brandt.Vergeet niet om de indicator na inspectie ofvervanging van de riem te resetten.

Bij het volgende wordt overgeschakeld naar denormale weergave tijdens het instellen van hetdisplay.● De schakelaar wordt gedurende ongeveer30 seconden niet ingedruktu De items die worden ingesteld, wordenverwijderd en alleen de items waarvan deinstellingen zijn voltooid, wordenweergegeven.● Zet de contactschakelaar in de stand (Off) en vervolgens in de stand (On)u De items die worden ingesteld en de itemswaarvan de instellingen zijn voltooid,worden weergegeven.Bedieningshandleiding32Instrumenten (Vervolg)Normale weergaveKlokinstelmodusInstelmodus van helderheidachtergrondModus eenheid van brand-stofverbruiksmeter wijzigenKlok instellenHelderheid achtergrond-verlichting instellenEenheid van brandstofver-bruiksmeter wijzigenType KOResterende afstand tot de OILCHANGE-indicator gaat brandenOIL CHANGE-indicator resettenResterende afstand tot deV-BELT-indicator gaatbrandenV-BELT-indicatorresetten

1 Klok instellen:aZet de contactschakelaar in de stand (On).bDoor de SEL-schakelaar en de SET-schakelaaringedrukt te houden, beginnen de uren- enminutendisplays te knipperen.cDruk op de SET-schakelaar, het uur begint teknipperen.dDruk op de SEL-schakelaar totdat hetgewenste uur wordt weergegeven.u Houd ingedrukt om de uren versneldvooruit te laten gaan.eDruk op de SET-schakelaar. De minutenbeginnen te knipperen.fDruk op de SEL-schakelaar totdat degewenste minuten worden weergegeven.u Houd de toets ingedrukt om de minutenversneld vooruit te laten gaan.gDruk op de SET-schakelaar. De klok isingesteld en het display schakelt over naarhelderheid achtergrondverlichting instellen.u Indicator van de helderheid van deachtergrondverlichting en de segmentenvoor het aanpassen van de helderheid vande achtergrondverlichting gaan knipperen.Bedieningshandleiding33Vervolg

2 Helderheid achtergrondverlichting instellen:U kunt een van de vijf helderheidsniveaus instellen.aDruk op de SET-schakelaar, de indicator van de hel-derheid van de achtergrondverlichting en de seg-menten voor het instellen van de helderheid van deachtergrondverlichting knipperen sneller.bDruk op de SEL-schakelaar. De helderheidwordt omgeschakeld.cType ED, II ED, RUDruk op de SET-schakelaar. De achtergrondverlichting isingesteld en de weergave schakelt over naar het wijzigenvan de eenheid van snelheid en afgelegde afstand.uEenheid van snelheid en afgelegde afstand gaat knipperen.Type KODruk op de SET-schakelaar.

De achtergrondverlichting is inge-steld en het display schakelt over naar het wijzigen van de een-heid van de brandstofverbruiksmeter.uEenheid van brandstofverbruiksmeter gaat knipperen.3 Eenheid van snelheid en afgelegdeafstand wijzigen:Type ED, II ED, RUaDruk op de SET-schakelaar, de eenheid van snelheiden afgelegde afstand gaat snel knipperen.bDruk op de SEL-schakelaar om "km/h" en "km"of "mph" en "mile" te selecteren.cDruk op de SET-schakelaar. De eenheid vansnelheid en afgelegde afstand is ingesteld en deweergave schakelt over naar het wijzigen van deeenheid van de brandstofverbruiksmeter.uEenheid van brandstofverbruiksmeter gaatknipperen.Bedieningshandleiding34Instrumenten (Vervolg)

#OIL CHANGE-indicator resettenaDruk op de SET-schakelaar. De OIL CHANGE-indicator en de resterende afstand tot de OILCHANGE-indicator gaat branden, blijvenknipperen en ook "P" gaat knipperen.bDruk op de SEL-schakelaar om hetolieverversingsinterval weer te geven.u ‘P’ wordt uitgeschakeld wanneer hetolieverversingsinterval wordt weergegeven.Type ED, II ED, RUuAls de SET-schakelaar wordt ingedruktvoordat het olieverversingsinterval wordtweergegeven, wordt de OIL CHANGE-indicator niet gereset en keert het displayterug naar de normale weergave.Type KOuAls de SET-schakelaar wordt ingedruktvoordat het olieverversingsinterval wordtweergegeven, wordt de OIL CHANGE-indicator niet gereset en gaat het display naarde resterende afstand totdat de V-BELT-indicator gaat branden.Bedieningshandleiding36Instrumenten (Vervolg)

bDruk op de SEL-schakelaar om hetonderhoudsinterval weer te geven.u ‘P’ wordt uitgeschakeld wanneer hetonderhoudsinterval wordt weergegeven.uAls de SET-schakelaar wordt ingedruktvoordat het onderhoudsinterval wordtweergegeven, wordt de V-BELT-indicator nietgereset en keert het display terug naar denormale weergave.cDruk op de SET-schakelaar. De V-BELT-indicator is gereset en het display keert terugnaar de normale weergave.Bedieningshandleiding39OnderhoudsintervalResterende afstand totde V-BELT-indicator gaat branden

IndicatorenBedieningshandleiding40PGM-FI-storingslampje (elektronischgeregelde brandstofinspuiting) (MIL)Gaat kort branden als de contactschakelaar inde stand (On) wordt gezet.Als het gaat branden terwijl de motordraait: (BLZ.127)Als de indicator gaat brandentijdens het rijden: (BLZ.126)Indicator hogekoelvloeistoftemperatuurAls één van deze indicatoren niet gaat branden terwijl dat zou moeten, laat dan uw dealercontroleren op problemen.Stop-/startsysteem: (BLZ.69)Gaat kort branden als decontactschakelaar in de stand (On) wordt gezet.Stop-/startindicatorIndicator grootlicht

Bedieningshandleiding41VervolgRichtingaanwijzer linksRichtingaanwijzer rechtsGaat kort branden als decontactschakelaar in de stand (On) wordt gezet.Gaat kort branden als decontactschakelaar in de stand (On) wordt gezet.Gaat uit als de contactschakelaar in de stand (On) wordt gezet.Als de indicator van de Honda SMART Keyknippert: (BLZ.130)Gaat branden wanneer de verificatie van hetvoertuig en Honda SMART Key is voltooid en decontactschakelaar kan worden gebruikt.Honda SMART Key-indicatorIndicator voor accu-oplaadstatusAls deze gaat branden:(BLZ.128)

Bedieningshandleiding42Indicatoren (Vervolg)HSTC-indicatorHSTC OFF-indicator●Gaat branden als de contactschakelaar in destand (On) wordt gezet.Gaat branden als de HSTC isuitgeschakeld.Gaat branden als de contactschakelaar inde stand (On) wordt gezet.Als het gaat branden tijdens het rijden:(BLZ.128)ABS-indicator(antiblokkeersysteem)Gaat uit bij een snelheid van ongeveer 10 km/h.●Gaat uit als u ongeveer 3 km/h rijdt om aan tegeven dat HSTC klaar is voor gebruik.●Knippert wanneer HSTC in werking is.Als het gaat branden tijdens het rijden:(BLZ.129)WW125AWW125AWW125A

Bedieningshandleiding45Vervolg ContactschakelaarSchakelt het elektrische systeem in/uit,vergrendelt het stuur en bedient deschakelaar voor het openen van debrandstoftankklep en het zadel.Contactschakelaar ontgrendelen:(BLZ.52) (On)Schakelt het elektrische systeem invoor het starten/rijden.SEAT FUELBedient de schakelaar voor hetopenen van de brandstoftankklep enhet zadel. (Lock)Vergrendelt het stuur. (Off)Schakelt de motor uit.

StuurslotVergrendel het stuur wanneer u parkeert omdiefstal te voorkomen.Een U-vormig wielslot of iets vergelijkbaarswordt ook aanbevolen.#VergrendelenaDraai het stuur volledig naar links of rechts.bDuw de contactschakelaar omlaag en zet dezein de stand (Lock).u Contactschakelaar ontgrendelen(BLZ.52)u Draai het stuur als het stuur moeilijkvergrendeld kan worden.cVergrendel de contactschakelaar.#OntgrendelenDruk de contactschakelaar in en zet deze in destand (Off).uContactschakelaar ontgrendelen(BLZ.52)Bedieningshandleiding46Schakelaars (Vervolg)abContactschakelaarDuwenDraaien

Honda SMART Key-systeemMet het Honda SMART Key-systeem kunt u decontactschakelaar bedienen zonder een sleutelin een sleutelgat te steken.Het systeem voert een identificatiecontrole inbeide richtingen uit tussen het voertuig en deHonda SMART Key om na te gaan of het eengeregistreerde Honda SMART Key betreft.Het Honda SMART Key-systeem maakt gebruikvan zwakke radiogolven. Deze kunnenmedische apparatuur beïnvloeden, zoals eenpacemaker.Bedieningshandleiding47Vervolg

Het Honda SMART Key-systeem in- ofuitschakelen#Het Honda SMART Key-systeemactiveren of deactiverenDruk op de AAN/UIT-knop totdat de LED vande Honda SMART Key van kleur verandert.#De status van het Honda SMART Key-systeem controlerenDruk licht op de AAN/UIT-knop. De LED van deHonda SMART Key toont de status.Als de LED van de Honda SMART Key devolgende kleur heeft:Groen:(actief)Verificatie van het HondaSMART Key-systeem kanworden uitgevoerd.Rood:(inactief)Verificatie van het HondaSMART Key-systeem kanniet worden uitgevoerd.Bedieningshandleiding48Honda SMART Key-systeem (Vervolg)LEDAAN/UIT-knopType KOType ED, II ED, RUAAN/UIT-knopLED

WerkbereikHet werkbereik varieert wanneer decontactschakelaar wordt vergrendeld ofontgrendeld.Het Honda SMART Key-systeem maakt gebruikvan zwakke radiogolven. Daarom kan hetwerkbereik groter of kleiner worden of werkthet Honda SMART Key-systeem mogelijk nietgoed in de volgende situaties:● Als de batterij van de Honda SMART Keyleeg is.● Als er voorzieningen in de buurt zijn diesterke radiogolven of geluid genereren zoalstv-torens, krachtcentrales, radiostations ofluchthavens.● Als u de Honda SMART Key bij u hebt meteen laptop of draadloos communicatie-apparaat zoals een radio of mobieletelefoon.●Als de Honda SMART Key in contact komt metof wordt afgedekt door metalen voorwerpen.#Als de contactschakelaar ontgrendeld is:U kunt het systeem gebruiken binnen degearceerde ruimte getoond in de afbeelding.Bedieningshandleiding49Vervolg

#Als de contactschakelaar vergrendeld is:U kunt het systeem gebruiken binnen degearceerde ruimte getoond in de afbeelding.Iedereen kan de contactschakelaarontgrendelen en de motor starten als de HondaSMART Key binnen het werkbereik van uwvoertuig is, ook al bevindt u zich aan de anderekant van een muur of raam. Als u bij uwvoertuig vandaan bent maar de Honda SMARTKey nog wel binnen het werkbereik is, zet danhet Honda SMART Key-systeem uit.Het Honda SMART Key-systeem in- ofuitschakelen (BLZ.48)Bedieningshandleiding50Honda SMART Key-systeem (Vervolg)Ongeveer 2 m

Iedereen die in bezit is van de Honda SMARTKey kan de volgende zaken uitvoeren als deHonda SMART Key binnen het werkbereik is:● Motor starten● Contactschakelaar ontgrendelen● Zadelslot ontgrendelen● Brandstoftankklep openen● Stuurslot ontgrendelenDraag de Honda SMART Key altijd bij uwanneer u op en van het voertuig stapt ofwanneer u rijdt.Bewaar de Honda SMART Key niet in eencompartiment.Als de contactschakelaar in de stand (On)staat, kan het voertuig ook worden bedienddoor een persoon die niet beschikt over eengeverifieerde Honda SMART Key.Als u uw voertuig hebt geparkeerd, vergrendeldan de stuurinrichting en de contactschakelaar.(BLZ.53)Controleer of de contactschakelaarring uit gaaten alle richtingaanwijzers eenmaal knipperen.Bedieningshandleiding51Vervolg

Contactschakelaar omzetten#Contactschakelaar ontgrendelenaZorg ervoor dat de Honda SMART Key isgeactiveerd. (BLZ.48)bDruk de contactschakelaar in om het HondaSMART Key-systeem te verifiëren.u Nadat het systeem is geverifieerd, wordt decontactschakelaar ontgrendeld en gaan deindicator van de Honda SMART Key en decontactschakelaarring branden.Type KODe zoemer klinkt op dit moment ook 2 keer.uHet geluid van de zoemer kan wordengeannuleerd.

(BLZ.54)cZet de contactschakelaar in de stand (On) als deindicator van de Honda SMART Key gaat branden.uAls de contactschakelaar niet binnen 20 seconden nadatdeze is ingedrukt in de stand (On) wordt gezet, gaan deindicator van de Honda SMART Key en decontactschakelaarring uit, knipperen de richtingaanwijzers1 keer en wordt de contactschakelaar vergrendeld.Type KODe zoemer klinkt op dit moment ook.Als het Honda SMART Key-systeem nietgoed werkt (BLZ.136)Wanneer iemand zonder Honda SMART Key decontactschakelaar probeert te verdraaien, zal decontactschakelaar vrij ronddraaien. Als u merktdat de contactschakelaar in een andere standstaat, zet dan de contactschakelaar in deoorspronkelijke stand ( (Off) of (Lock)).Bedieningshandleiding52Honda SMART Key-systeem (Vervolg)HondaSMART KeyIndicator HondaSMART KeyRing contactschakelaarContact-schakelaar

#Contactschakelaar vergrendelenaZet de contactschakelaar in de stand SEATFUEL, (Off) of (Lock).bVergrendel de contactschakelaar door hetvolgende te doen:● Verlaat het werkbereik met de HondaSMART Key. (BLZ.49)● Druk de contactschakelaar in.● Wacht ongeveer 20 seconden nadat decontactschakelaar van (On) naar SEATFUEL, (Off) of (Lock) is gezet.●Schakel het Honda SMART Key-systeemnaar inactief. (BLZ.48)cZorg ervoor dat de indicator van de HondaSMART Key en de contactschakelaarring uitgaan en dat de richtingaanwijzers eenmaalknipperen. Dit geeft aan dat decontactschakelaar is vergrendeld.Type KODe zoemer klinkt op dit moment ook 1 keer.uHet geluid van de zoemer kan wordengeannuleerd. (BLZ.54)Als het Honda SMART Key-systeem nietgoed werkt (BLZ.136)Bedieningshandleiding53VervolgRing contactschakelaarContactschakelaar (On)SEAT FUEL (Lock) (Off)

Zorg er altijd voor dat de contactschakelaar inde stand (Off) of (Lock) staat als u hetvoertuig parkeert.Als de contactschakelaar is vergrendeld in destand SEAT FUEL, kan deze slechts eenmaal op (Off) worden gezet.Als de contactschakelaar is vergrendeld in destand (Off), kan de stuurinrichting nietworden vergrendeld. Ontgrendel decontactschakelaar om het stuur teontgrendelen.#De zoemer klinkt wanneer de contactschakelaarwordt vergrendeld/ontgrendeldType KOInschakelenaDeactiveer het Honda SMART Key-systeemindien nodig. (BLZ.48)bDruk licht op de AAN/UIT-knop. De rode LEDvan de Honda SMART Key gaat branden.cTerwijl de rode LED is ingeschakeld, drukt u opde respons-/alarmknop.u De rode LED begint te knipperen wanneerde zoemer adequaat is geactiveerd.UitschakelenaDeactiveer het Honda SMART Key-systeemindien nodig. (BLZ.48)bDruk licht op de AAN/UIT-knop.

Antidiefstal-alarmType KOHet antidiefstal-alarm is een apparaat om de kansop diefstal te verkleinen. Wanneer de sensor trillin-gen of bewegingen detecteert met de contact-schakelaar in de stand (Off) of (Lock) en hetsysteem is ingesteld, wordt het alarm geactiveerd.De zoemer klinkt en de richtingaanwijzersknipperen ongeveer 10 seconden wanneer hetantidiefstal-alarm trillingen als gevolg vancontact of beweging detecteert.De zoemer klinkt en de richtingaanwijzers knip-peren ongeveer 60 seconden wanneer het anti-diefstal-alarm een aanzienlijke wijziging van destand van het voertuig detecteert. Nadat dezoemer gedurende 60 seconden heeft geklon-ken, wordt het antidiefstal-alarm gereset in diestand.Bedieningshandleiding55Vervolg

Als de contactschakelaar langer dan 10 dagen inde stand (Off) staat, werkt het antidiefstal-alarm niet meer. Wanneer het systeem actief isen het voertuig een signaal ontvangt door opde respons-/alarmknop te drukken, blijft hetsysteem 10 dagen langer actief.Om het systeem te resetten, zet u de contact-schakelaar eenmaal in de stand (On).Het antidiefstal-alarm maakt gebruik vanzwakke radiogolven. Deze kunnen medischeapparatuur beïnvloeden, zoals een pacemaker.Als de accu van het voertuig bijna leeg is, werkthet antidiefstal-alarmsysteem mogelijk niet.#Het antidiefstal-alarm instellenaZet de contactschakelaar op (Off) of (Lock).bDruk op de respons-/alarmknop. Binnen eenseconde gaat de richtingaanwijzer knipperenen klinkt de zoemer 1 keer. Na 2,5 secondenklinkt de zoemer 1 keer.

#Annuleren van het antidiefstal-alarmOntgrendel de contactschakelaar om het anti-diefstal-alarm uit te schakelen. (BLZ.52)Wanneer de contactschakelaar wordtontgrendeld, klinkt de zoemer 2 keer en gaatde alarmindicator uit.#Stoppen van de activering van hetantidiefstal-alarmOm de activering van het antidiefstal-alarm testoppen, doet u een van de volgende dingen:● Druk op de respons-/alarmknop van deHonda SMART Key.u Na het stoppen van de activering van hetantidiefstal-alarm, wordt het antidiefstal-alarm gereset.●Ontgrendel de contactschakelaar.(BLZ.52)u Na het stoppen van de activering van hetantidiefstal-alarm, zal het antidiefstal-alarmworden geannuleerd.Bedieningshandleiding57VervolgRespons-/alarmknop

#De gevoeligheid van het antidiefstal-alarm afstellenU kunt kiezen uit 3 gevoeligheidsniveaus voorhet antidiefstal-alarm.aZorg ervoor dat het Honda SMART Key-systeem actief is. (BLZ.48)bDruk de contactschakelaar in om het HondaSMART Key-systeem te verifiëren. (BLZ.52)cHoud de contactschakelaar meer dan 4 seconden ingedrukt.u De Honda SMART Key-indicator en decontactschakelaarring knipperen.dDruk 1 keer op de contactschakelaar terwijl deindicator van de Honda SMART Key en decontactschakelaarring knipperen.u De indicator van de Honda SMART Key ende contactschakelaarring gaan branden ener klinkt een zoemer.eHerhaal het volgende 3 keer:Druk 4 keer op de respons-/alarmknop opde Honda SMART Key en 1 keer op decontactschakelaar.Bedieningshandleiding58Antidiefstal-alarm (Vervolg)Respons-/alarmknopContactschakelaarRing contactschakelaar

De gevoeligheid isingesteld.u De indicator van de Honda SMART Key ende contactschakelaarring gaan uit en dezoemer klinkt één keer.u Als de respons-/alarmknop gedurende 10 seconden niet wordt ingedrukt,knipperen de indicator van de HondaSMART Key en de contactschakelaarring 3 keer, waarna de zoemer klinkt en hetgevoeligheidsniveau wordt ingesteld.Bedieningshandleiding59Vervolg

#Als het antidiefstal-alarm niet goedwerktAls een van de volgende situaties zich voordoet,is de accu ((BLZ.103) ) van het voertuigmogelijk ontladen of is er sprake van eenprobleem met het systeem. Verwijder de accuen neem contact op met uw dealer.● Er klinkt geen alarmsignaal.● Er klinkt een alarmsignaal, maar het wordtzwakker.●Het alarmsysteem stopt niet.Bedieningshandleiding60Antidiefstal-alarm (Vervolg)

ResponssysteemType ED, II ED, RUHet responssysteem is een mechanisme om delocatie van uw voertuig te bepalen.Wanneer de startblokkering is ingeschakeld enu op de responsknop van de Honda SMARTKey drukt met de contactschakelaar in de stand (Off) of (Lock), knipperen de richtingaan-wijzers en gaat de contactschakelaarring bran-den om u te informeren over de locatie van uwvoertuig. De contactschakelaarring brandt on-geveer 1 minuut.Het responssysteem maakt gebruik van zwakkeradiogolven. Deze kunnen medische apparatuurbeïnvloeden, zoals een pacemaker.Bedieningshandleiding61VervolgRing contact-schakelaarResponsknop

#WerkingDruk op de responsknop van de Honda SMARTKey.u Het responssysteem werkt niet als decontactschakelaar in de stand (On) staat.Als de contactschakelaar langer dan 10 dagen inde stand (Off) of (Lock) staat, werkt hetresponssysteem niet meer. Wanneer het systeemactief is en het voertuig een signaal ontvangt doorop de responsknop te drukken, blijft het systeem10 dagen langer actief.Om het systeem te resetten, zet u decontactschakelaar eenmaal in de stand (On).u Contactschakelaar ontgrendelen (BLZ.52)Als de accu van het voertuig bijna leeg is, werkthet responssysteem mogelijk niet.Bedieningshandleiding62Responssysteem (Vervolg)

Type KOHet responssysteem is een mechanisme om delocatie van uw voertuig te bepalen.Wanneer de startblokkering is ingeschakeld enu op de respons-/alarmknop van de HondaSMART Key drukt met de contactschakelaar inde stand (Off) of (Lock), knipperen derichtingaanwijzers en gaat decontactschakelaarring branden en klinkt dezoemer om u te informeren over de locatie vanuw voertuig. De contactschakelaarring brandtongeveer 1 minuut.Het responssysteem maakt gebruik van zwakkeradiogolven. Deze kunnen medische apparatuurbeïnvloeden, zoals een pacemaker.Bedieningshandleiding63VervolgRing contact-schakelaarRespons-/alarmknop

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Honda WW125A (2024) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden