Honda MSX125A (2024) Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Honda MSX125A (2024) (111 pagina’s), behorend tot de categorie Motor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 48 mensen. Heb je een vraag over Honda MSX125A (2024) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

XXX.XXXX.XX.R
MSX GROM
MSX GROM
https://www.hondamotopub.com/
NL
INSTRUCTIEBOEKJE
39K26B60
00X39-K26-B600
Online instructieboekje
GEDRUKT IN XXXXX

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Honda
Categorie: Motor
Model: MSX125A (2024)

Handleiding Honda MSX125A (2024) – volledige tekst

Dit instructieboekje dient als een permanent onderdeel van hetvoertuig te worden beschouwd en moet bij doorverkoop van hetvoertuig aan de nieuwe eigenaar worden verstrekt.Deze publicatie bevat de meest recente productinformatie diebeschikbaar was voor het ter perse gaan. Honda Motor Co., Ltd.behoudt zich het recht voor om te allen tijde wijzigingen aan tebrengen zonder voorafgaande kennisgeving en zonder het aangaanvan enige verplichting.Niets uit deze publicatie mag zonder schriftelijke toestemmingworden gereproduceerd.Het kan zijn dat het afgebeelde voertuig in dit instructieboekjeverschilt van uw voertuig.© 2024 Honda Motor Co., Ltd.

WelkomVan harte gefeliciteerd met de aanschaf vanuw nieuwe Honda-voertuig. Door te kiezenvoor een Honda maakt u deel uit van eenwereldwijde familie van tevreden klanten dieHonda's reputatie voor het leveren vanhoogwaardige producten waarderen.Met het oog op uw veiligheid en rijplezier:●Lees dit instructieboekje aandachtig door.●Volg alle aanbevelingen op en voer alleprocedures uit die in dit instructieboekjezijn vermeld.●Besteed extra aandacht aanveiligheidsinformatie in ditinstructieboekje en op het voertuig.● De volgende codes in dit instructieboekjeduiden elke bestemming aan.● De afbeeldingen hierin zijn gebaseerd ophet type MSX GROM ED.BestemmingscodesCode BestemmingMSX GROMED, II EDDirecte verkoop Europa,Verenigd Koninkrijk, Turkije,Singapore, Hongkong,Macau, Nieuw-Zeeland,BoliviaKO, II KO Korea*De specificaties kunnen van land tot landverschillen.

Enkele opmerkingen over veiligheidUw veiligheid en de veiligheid van anderen zijnzeer belangrijk. Het veilig rijden op dit voertuigis een belangrijke verantwoordelijkheid.Om u te helpen goed geïnformeerdeveiligheidsbeslissingen te nemen, hebben wijbedieningsprocedures en andere informatie in ditinstructieboekje en op veiligheidslabels verstrekt. Dezeinformatie maakt u attent op potentiële gevarenwaardoor u of anderen letsel kunnen oplopen.Het is vanzelfsprekend niet praktisch of niet mogelijk om ute waarschuwen voor alle gevaren die kunnen optreden bijhet rijden op en onderhouden van een voertuig.

U moetdan ook uw eigen gezonde verstand gebruiken.U zult belangrijke veiligheidsinformatie inverschillende vormen tegenkomen, waaronder:●Veiligheidslabels op het voertuig●Veiligheidsinformatie voorafgegaan dooreen waarschuwingssymbool en eenvan de drie waarschuwingswoorden:GEVAAR, WAARSCHUWING of LET OP.Deze signaalwoorden betekenen:3GEVAARU ZULT DODELIJK of ERNSTIG LETSELOPLOPEN als u de instructies nietopvolgt.3WAARSCHUWINGU KUNT DODELIJK of ERNSTIG LETSELOPLOPEN als u de instructies nietopvolgt.3LET OPU KUNT LETSEL OPLOPEN als u deinstructies niet opvolgt.Andere belangrijke informatie vindt uonder de volgende koppen:LET OPInformatie om beschadiging van uwvoertuig, andere eigendommen ofhet milieu te voorkomen.

VeiligheidsrichtlijnenVolg deze richtlijnen met het oog op uw veiligheid:● Voer alle routine- en periodieke inspecties uitdie in dit instructieboekje zijn beschreven.● Zet de motor uit en houd vonken en vuur uitde buurt als u tankt.● Laat de motor niet draaien in afgesloten ofgedeeltelijk afgesloten ruimten. Koolmonoxidein uitlaatgassen is giftig en kan uw doodveroorzaken.Draag altijd een helmHet is bewezen dat helmen en beschermendekleding het aantal en de ernst van hoofdletsel enander letsel aanzienlijk kunnen verminderen.Draag dus altijd een goedgekeurde helm enbeschermende kleding. 2 BLZ. 10Voordat u gaat rijdenZorg ervoor dat u in goede lichamelijke conditie bent,geconcentreerd bent en niet onder de invloed van alcohol ofdrugs verkeert. Zorg ervoor dat u en uw duopassagier allebei eengoedgekeurde helm en beschermende kleding dragen.

Draagduopassagiers op om zich aan de zadelriem of aan uw middelvast te houden, met u mee te leunen tijdens het schuinleggen vande motorfiets in bochten en hun voeten altijd op de voetsteunente houden, zelfs wanneer het voertuig stilstaat.Neem de tijd om te leren en te oefenenZelfs als u al op andere voertuigen hebt gereden,kunt u het beste in een veilige omgeving oefenen omvertrouwd te raken met de werking en hetstuurgedrag van dit voertuig en om gewend te rakenaan de afmetingen en het gewicht van het voertuig.Rijd defensiefBesteed altijd aandacht aan ander verkeer om uheen en veronderstel niet dat andere bestuurdersu zien. Zorg dat u snel kunt stoppen of eenuitwijkmanoeuvre kunt maken.VeiligheidsrichtlijnenVeiligheid van het voertuig3Vervolg

Zorg dat u goed zichtbaar bentZorg ervoor dat u beter zichtbaar bent, vooral 'savonds, door heldere reflecterende kleding tedragen, te rijden op plaatsen waar anderebestuurders u kunnen zien, uw richting aan tegeven voordat u afslaat of van rijstrook veranderten uw claxon te gebruiken indien nodig.Rijd binnen uw grenzenRijd nooit harder dan u aankunt of sneller dan desituatie toestaat. Vermoeidheid enonoplettendheid kunnen afbreuk doen aan uwbeoordelingsvermogen en het veilig rijden.Rijd niet onder de invloed van alcohol of drugsAlcohol of drugs en motorrijden gaan niet samen. Zelfséén alcoholisch drankje kan uw vermogen om opwisselende omstandigheden te reageren verminderen enuw reactiesnelheid wordt minder na elk aanvullenddrankje. Hetzelfde geldt voor het gebruik van drugs.

Rijdniet onder de invloed van alcohol of drugs en laat uwvrienden dit ook niet doen.Houd uw Honda in veilige staatHet is belangrijk voor uw veiligheid en uw rijplezierdat u het voertuig goed onderhoudt.Inspecteer uw voertuig voor elke rit en voer al hetaanbevolen onderhoud uit. Houd u aan debeladingslimieten (2 BLZ. 16), bouw uw voertuigniet om en installeer geen accessoires die uwvoertuig onveilig maken (2 BLZ. 15).Betrokken zijn bij ongevallenPersoonlijke veiligheid is uw eerste prioriteit. Als uof iemand anders letsel heeft opgelopen, neemdan de tijd om de ernst van het letsel tebeoordelen en te bepalen of het veilig is om doorte rijden. Schakel indien nodig de hulpdiensten in.Volg tevens de geldende wet- en regelgevingindien een andere persoon of een ander voertuigbij het ongeval is betrokken.VeiligheidsrichtlijnenVeiligheid van het voertuig4

Als u besluit verder te rijden, zet dan eerst decontactschakelaar in de stand (Off) encontroleer de staat van uw voertuig. Inspecteer opvloeistoflekkage, controleer of cruciale moeren enbouten goed vastzitten en controleer het stuur, debedieningshendels, remmen en wielen. Rijdlangzaam en voorzichtig.Het kan zijn dat uw voertuig schade heeftopgelopen die niet onmiddellijk zichtbaar is. Laatuw voertuig zo snel mogelijk grondig inspecterendoor een erkend reparatiebedrijf.Gevaar voor koolmonoxideUitlaatgassen bevatten giftig koolmonoxide, eenkleurloos, reukloos gas.

Het inademen vankoolmonoxide kan bewusteloosheid veroorzakenen tot uw dood leiden.Als u de motor in een besloten of zelfs gedeeltelijkafgesloten ruimte laat draaien, kan de lucht die uinademt een gevaarlijke hoeveelheidkoolmonoxide bevatten.Laat uw voertuig nooit in een garage of anderebesloten ruimte draaien.3WAARSCHUWINGHet laten draaien van de motor van uwvoertuig in een afgesloten of zelfs ineen gedeeltelijk afgesloten ruimte, kanleiden tot een snelle opbouw van hetgiftige gas koolmonoxide.Het inademen van dit kleur- engeurloze gas kan leiden totbewusteloosheid en zelfs tot de dood.Laat de motor van uw voertuig alleendraaien in een goed geventileerderuimte buiten.VeiligheidsrichtlijnenVeiligheid van het voertuig5

WaarschuwingslabelsOp de volgende pagina's wordt de betekenisvan de labels beschreven. Sommige labelswaarschuwen u voor potentiële gevaren dieernstig letsel kunnen veroorzaken. Anderebieden belangrijke veiligheidsinformatie. Leesdeze informatie aandachtig en verwijder delabels niet.Als een label eraf valt of moeilijk te lezen is,neem dan contact op met uw dealer voor eenvervangend label.Elk label is voorzien van een specifiek symbool.De betekenis van elk symbool en elk label is alsvolgt.Lees de instructies in het instructieboekjeaandachtig door.Lees de instructies in de werkplaatshandleidingaandachtig door.

Laat om veiligheidsredenenhet onderhoud aan uw voertuig alleenuitvoeren door uw dealer.GEVAAR (met RODE achtergrond)U ZULT ERNSTIG of zelfs DODELIJK LETSELoplopen als u deze aanwijzingen niet opvolgt.WAARSCHUWING (met ORANJEachtergrond)U KUNT ERNSTIG of zelfs DODELIJK LETSELoplopen als u deze aanwijzingen niet opvolgt.LET OP (met GELE achtergrond)U KUNT GEWOND RAKEN als u dezeaanwijzingen niet opvolgt.WaarschuwingslabelsVeiligheid van het voertuig6

ACCULABELGEVAAR• Houd vonken en vlammen uit de buurt van de accu. Accu'sproduceren gas dat een explosie kan veroorzaken.• Draag een beschermbril en rubberen handschoenen bij hethanteren van de accu, anders kunt u brandwondenoplopen of uw gezichtsvermogen verliezen door hetelektrolyt van de accu.•Laat kinderen en andere personen geen accu aanraken tenzijze op de hoogte zijn van de voorschriften voor het hanterenvan accu's en de hieraan verbonden gevaren.• Wees buitengewoon voorzichtig bij het hanteren van deaccuvloeistof aangezien deze verdund zwavelzuur bevat.Contact met uw huid of ogen kan brandwondenveroorzaken of leiden tot verlies van uw gezichtsvermogen.• Lees dit instructieboekje aandachtig door en zorg ervoordat u de inhoud begrijpt voordat u de accu hanteert.

Hetniet opvolgen van de instructies kan lichamelijk letsel enbeschadiging van het voertuig veroorzaken.•Gebruik geen accu met het elektrolyt op of onder hetonderste merkstreepje. De accu kan exploderen en ernstiglichamelijk letsel veroorzaken.WaarschuwingslabelsVeiligheid van het voertuig7VervolgType ED, II EDType KO, II KO

WAARSCHUWINGSLABEL ACCESSOIRES EN BELADINGWAARSCHUWINGType ED, II EDACCESSOIRES EN BELADING• De veiligheid, stabiliteit en het weggedrag van dit voertuigkunnen nadelig worden beïnvloed door de toevoeging vanaccessoires en bagage.•Lees de instructies in het instructieboekje en demontagehandleiding aandachtig door voordat u een accessoiremonteert.•Het totale gewicht van accessoires en bagage en het gewicht van debestuurder en de passagier mag niet meer zijn dan 156 kg, oftewelde maximale gewichtscapaciteit.• Het gewicht van de bagage mag niet meer zijn dan 3 kg onderalle omstandigheden.• Het monteren van grote kuipdelen op de voorvork of het stuurwordt niet aanbevolen.ABS-INFORMATIELABELType ED, II EDDit model is uitgerust met een antiblokkeersysteem (ABS) op hetvoorwiel.WaarschuwingslabelsVeiligheid van het voertuig8

LABEL BANDENINFORMATIE EN AANDRIJFKETTINGType ED, II EDBandenspanning in koude toestand:[Alleen bestuurder]Voor 200 kPa (2,00 kgf/cm2)Achter 200 kPa (2,00 kgf/cm2)[Bestuurder en passagier]Voor 200 kPa (2,00 kgf/cm2)Achter 200 kPa (2,00 kgf/cm2)Zorg ervoor dat de aandrijfketting juist is afgesteld en gesmeerd.Speling 30 - 40 mmVEILIGHEIDSLABELType ED, II EDDraag altijd een helm en beschermende kleding met het oog op uwveiligheid.BRANDSTOFLABELType ED, II EDUitsluitend loodvrije benzineETHANOL tot 10 volumeprocentWaarschuwingslabelsVeiligheid van het voertuig9

Veiligheidsmaatregelen● Rijd voorzichtig met uw beide handen aan hetstuur en uw voeten op de voetsteunen.●Passagiers moeten zich aan de zadelriem of aan uwmiddel vasthouden, en hun voeten moeten zichtijdens het rijden op de voetsteunen bevinden.● Denk altijd aan de veiligheid van uw passagieren andere bestuurders en rijders.Beschermende uitrustingZorg ervoor dat u en uw duopassagier eengoedgekeurde motorfietshelm, beschermbril enduidelijk zichtbare beschermende kleding dragen.Draag geen loshangende kleding om het gevaar dat eriets tussen de bewegende delen van het voertuig komt,te voorkomen.

Rijd defensief en houd altijd rekeningmet de weers- en wegomstandigheden.#HelmMoet voldoen aan de veiligheidsnorm, duidelijkzichtbaar zijn en de juiste afmetingen voor uwhoofd hebben● De motorhelm moet comfortabel passen enveilig met de kinriem zijn vastgemaakt● Vizier met een onbelemmerd gezichtsveld ofandere goedgekeurde oogbescherming3WAARSCHUWINGHet niet dragen van een helm verhoogthet risico op ernstig of dodelijk letsel ingeval van een botsing.Zorg ervoor dat u en uw duopassagieraltijd een goedgekeurde helm enbeschermende kleding dragen.#HandschoenenLeren handschoenen met volledige vingers en eenhoge slijtweerstand#Motorlaarzen of -schoenenStevige motorlaarzen met antislipzolen enenkelbeschermersVeiligheidsmaatregelenVeiligheid van het voertuig10

#Motorjas en -broekBeschermende, duidelijk zichtbare motorjas metlange mouwen en duurzame broek voor het rijden(of een beschermend motorpak)Voorzorgsmaatregelenvoor het rijdenInrijperiodeVolg deze richtlijnen tijdens de eerste 500 km omde toekomstige betrouwbaarheid en prestaties vanuw voertuig te waarborgen.● Vermijd het vol gas starten en snel accelereren.● Vermijd sterk afremmen en snelterugschakelen.● Rijd behoedzaam.Voorzorgsmaatregelen voor het rijdenVeiligheid van het voertuig11Vervolg

Vermindersnelheid door afwisselend te remmen opde motor en de remmen te gebruiken.●Bedien de voor- en achterrem tegelijkertijdvoor de meest efficiënte remwerking.#Antiblokkeersysteem (ABS) op voorwielDit model is uitgerust met een antiblokkeersysteem(ABS) dat is ontwikkeld om te voorkomen dat devoorrem blokkeert tijdens abrupt remmen.● Er is geen ABS-functie op het achterwiel.● De remweg is niet korter met het ABS. Inbepaalde gevallen kan het gebruik van het ABSeen langere remweg tot gevolg hebben.● ABS werkt niet bij snelheden lager dan 10 km/h.● Het kan zijn dat de remhendel lichtterugspringt wanneer u de rem bedient. Dit isnormaal.●Gebruik altijd de aanbevolen voor-/achterbanden en tandwielen om de werkingvan ABS te waarborgen.Voorzorgsmaatregelen voor het rijdenVeiligheid van het voertuig12

Rem op demotor en gebruik met tussenpozen de rem omsnelheid te minderen wanneer u lange, steilehellingen afrijdt.#Natte of regenachtige omstandighedenWegoppervlakken zijn glad wanneer ze nat zijn, ennatte remmen zorgen voor een verminderderemwerking.Wees bijzonder voorzichtig bij het remmen ondernatte omstandigheden.Als de remmen nat worden, rem dan tijdens hetrijden op lage snelheid om ze te laten drogen.Parkeren●Parkeer op een stevige, horizontaleondergrond.● Als u op een helling of onverhard terrein moetparkeren, parkeer het voertuig dan zodanig datdit niet kan wegrollen of omvallen.● Zorg ervoor dat hete onderdelen niet incontact kunnen komen met ontvlambarematerialen.● Raak de motor, geluiddemper, remmen enandere hete onderdelen niet aan voordat zezijn afgekoeld.●Zet het stuur altijd op slot en verwijder desleutel als u het voertuig onbewaakt achterlaatom de kans op diefstal te verminderen.Het gebruik van een antidiefstalvoorzieningwordt ook aanbevolen.#Parkeren op de zijstandaard1.Zet de motor uit.2.Klap de zijstandaard omlaag.3.Laat het voertuig langzaam naar links leunentotdat het volle gewicht op de zijstandaardsteunt.Voorzorgsmaatregelen voor het rijdenVeiligheid van het voertuig13Vervolg

4.Draai het stuur volledig naar links.u Het draaien van het stuur naar rechtsreduceert de stabiliteit en kan tot gevolghebben dat het voertuig omvalt.5.Zet de contactschakelaar in de stand (Lock)en verwijder de sleutel. 2 BLZ. 44Richtlijnen voor tanken en brandstofVolg deze richtlijnen om de motor, hetbrandstofsysteem en de katalysator tebeschermen:● Gebruik uitsluitend loodvrije benzine.● Gebruik het aanbevolen octaangetal. Hetgebruik van benzine met een lager octaangetalheeft een verminderde motorprestatie totgevolg.● Gebruik geen brandstof met een hoogalcoholgehalte. 2 BLZ. 102● Gebruik geen oude of verontreinigde benzineof een olie-benzinemengsel.●Laat geen vuil of water in de brandstoftankbinnendringen.Voorzorgsmaatregelen voor het rijdenVeiligheid van het voertuig14

Accessoires &aanpassingenWij raden u ten sterkste aan om geen accessoireste installeren die niet specifiek door Honda vooruw voertuig zijn ontworpen en geen modificatiesaan het oorspronkelijke ontwerp van uw voertuigaan te brengen. Hierdoor kan uw voertuig onveiligworden.Het ombouwen van uw voertuig kan tevens uwgarantie doen vervallen en het gebruik van uwvoertuig op de openbare weg illegaal maken.Voordat u besluit om accessoires op uw voertuig teinstalleren, moet u nagaan of dit veilig en legaal is.3WAARSCHUWINGOndeugdelijke accessoires ofaanpassingen kunnen leiden tot eenongeval waarbij u ernstig of dodelijkletsel kunt oplopen.Volg alle aanwijzingen in ditinstructieboekje betreffende accessoiresen aanpassingen.Trek geen aanhangwagen met uw voertuig enkoppel geen zijspan aan uw voertuig.

Uw voertuigis niet ontworpen voor dit toebehoren en hetgebruik hiervan kan het stuurgedrag van uwvoertuig nadelig beïnvloeden.Accessoires & aanpassingenVeiligheid van het voertuig15

Beladen● Het vervoeren van extra gewicht heeft invloedop het rijgedrag, het remgedrag en destabiliteit van uw voertuig.Rijd altijd met een veilige snelheid die isafgestemd op de belading.● Vermijd overbeladen en houd u aan devoorgeschreven beladingslimieten.Maximale gewichtscapaciteit/maximaalbagagegewicht 2 BLZ. 104● Maak alle bagage stevig vast, verdeel hetgewicht van de bagage gelijkmatig en plaatsde bagage dicht bij het midden van hetvoertuig.●Plaats geen bagage dicht bij de lampen of degeluiddemper.3WAARSCHUWINGOverbelasting of verkeerd beladen kaneen ongeval veroorzaken waarbij uernstig of dodelijk letsel kunt oplopen.Volg alle limieten en richtlijnen voorbelading in dit instructieboekje.BeladenVeiligheid van het voertuig16

BasishandelingenBedieningshandleiding18#Inspectie voor het rijden (BLZ.56)Voor een veilige rit dient u uw voertuigeerst zorgvuldig te inspecteren.#AccelererenDraai het gas geleidelijk open.Houd u aan de snelheidslimiet.#Schakelen (BLZ.47)Het gebruik van basisfuncties.•Instrumenten (BLZ.22)•Indicatoren (BLZ.40)•Schakelaars (BLZ.42)• Stuurslot (BLZ.44)#Motor starten (BLZ.45)Start de motor en laat deze warmdraaien.Drijf het toerental niet op.#VoertuigstartenGeef, voor u wegrijdt, uwrichting aan met derichtingaanwijzerschakelaar encontroleer of er ander verkeer is.

Bedieningshandleiding19#RemmenDraai de gashendel dicht enbedien de voor- en achterremtegelijk.u Het remlicht geeft aan datu remt.#Parkeren (BLZ.13)#StoppenGeef, als u de weg gaat verlaten, tijdigrichting aan. Verlaat de weg soepel.#Bochten nemenRem voordat ueen bocht neemt.Draai de gashendel geleidelijk weeropen zodra u de bocht uit bent.#Tanken (BLZ.48)Parkeer op een stevige, horizontaleondergrond. Gebruik de standaarden vergrendel het stuurslot

InstrumentenBedieningshandleiding22ToerentellerLET OPLaat de motor niet draaien met de toerenteller in de rode zone. Een tehoog motortoerental kan de levensduur van de motor nadelig beïnvloeden.Rode zone toerenteller(te hoog motortoerentalbereik)SET-toetsDisplaycontroleWanneer de contactschakelaar in de stand (On) wordt gezet, worden alle modus- en digitalesegmenten weergegeven. Als een deel van deze displays niet wordt weergegeven zoals het hoort,laat dan uw dealer controleren op problemen.SEL-toetsBehalve type ED, II ED"mile", "mph" en "gal" worden niet weergegeven.

Bedieningshandleiding23VervolgResterende brandstof wanneer alleen het1e segment (E) gaat knipperen: ongeveer0,98 LBrandstofmeterAls de indicator van de brandstofniveaumeterknippert of uitgaat: (BLZ.85)Klok (12-uursweergave)SnelheidsmeterVersnellingsstandindicatorDe schakelstand wordt weergegevendoor de versnellingsstandindicator.u "-" verschijnt wanneer niet goed in eenversnelling is geschakeld.Klok instellen: (BLZ.31)Gemiddeld brandstofverbruik [AVG], brandstofverbruiken gemiddelde snelheid [AVG] (BLZ.26)Kilometerteller [TOTAL] en ritteller[TRIP A/B] (BLZ.24)LET OPU moet tanken wanneer de waardehet 1e segment (E) nadert. Als debrandstof opraakt, kan de motoroverslaan en de katalysatorbeschadigd raken.

Kilometerteller [TOTAL] en ritteller [TRIP A/B]De SEL-toets schakelt tussen de kilometerteller, ritteller A en ritteller B.#Kilometerteller [TOTAL]Totale afgelegde afstand.Als " " wordt weergegeven, ga dan naar uw dealer voor onderhoud.#Ritteller [TRIP A/B]Afstand gereden na het resetten van de ritteller.Als " " wordt weergegeven, ga dan naar uw dealer voor onderhoud.De ritteller terugstellen: (BLZ.25)Bedieningshandleiding24Instrumenten (Vervolg)Kilometerteller Ritteller ARitteller B

#Ritteller [TRIP A/B], gemiddeldbrandstofverbruik [AVG],brandstofverbruik en gemiddeldesnelheid [AVG] terugstellenOm de ritteller A, het gemiddeldebrandstofverbruik A, het brandstofverbruik A ende gemiddelde snelheid A (die zijn gebaseerdop ritteller A) tegelijk terug te stellen, houdt ude SEL-toets ingedrukt terwijl de ritteller Awordt weergegeven.Om de ritteller B, het gemiddeldebrandstofverbruik B, het brandstofverbruik B ende gemiddelde snelheid B (die zijn gebaseerdop ritteller B) tegelijk terug te stellen, houdt ude SEL-toets ingedrukt terwijl de ritteller Bwordt weergegeven.Bedieningshandleiding25VervolgGemiddeldbrandstofverbruik Aof ofBrandstofverbruik AGemiddeldesnelheid ARitteller AofofGemiddeldbrandstofverbruik Bof ofBrandstofverbruik B Gemiddeldesnelheid BRitteller Bofof

#Gemiddeld brandstofverbruik [AVG]Toont het gemiddelde brandstofverbruik sindshet terugstellen van de geselecteerde ritteller.Het gemiddelde brandstofverbruik wordtberekend op basis van de waarde die wordtweergegeven op de geselecteerde ritteller (A of B).Het gemiddelde brandstofverbruik voor rittellerA wordt ook weergegeven wanneer dekilometerteller en ritteller A zijn geselecteerd.Type ED, II EDWeergavebereik: 0.0 tot 299.9 L/100km (km/L,mile/gal or mile/L)• Meer dan 299,9 L/100km (km/L, mile/gal ormile/L): "299.9" wordt weergegeven• Wanneer ritteller A of B wordt teruggesteld:" " wordt weergegeven.Behalve type ED, II EDWeergavebereik: 0.0 tot 299.9 km/L (L/100km)• Meer dan 299,9 km/L (L/100km): "299.9"wordt weergegeven• Wanneer ritteller A of B wordt teruggesteld:" " wordt weergegeven.Als " " wordt weergegeven in andere dan debovenvermelde gevallen, ga dan naar uw dealervoor onderhoud.Het gemiddelde brandstofverbruikterugstellen: (BLZ.25)Bedieningshandleiding27Vervolg

#BrandstofverbruikToont het brandstofverbruik sinds hetterugstellen van de geselecteerde ritteller.Het brandstofverbruik wordt berekend op basisvan de waarde die wordt weergegeven op degeselecteerde ritteller (A of B).Het brandstofverbruik voor ritteller A wordt ookweergegeven wanneer de kilometerteller enritteller A zijn geselecteerd.Type ED, II EDWeergavebereik: 0.0 tot 299.9 L of 0.0 tot 299.9 gal• Meer dan 299.9 L of 299.9 gal: "299.9" wordtweergegeven.Behalve type ED, II EDWeergavebereik: 0.0 tot 299.9 L• Meer dan 299.9 L: "299.9" wordtweergegeven.Als "" wordt weergegeven, dient u vooronderhoud naar uw dealer te gaan.Het brandstofverbruik terugstellen:(BLZ.25)Bedieningshandleiding28Instrumenten (Vervolg)

#Gemiddelde snelheid [AVG]Toont de gemiddelde snelheid sinds hetterugstellen van de geselecteerde ritteller.De gemiddelde snelheid wordt berekend opbasis van de waarde die wordt weergegeven opde geselecteerde ritteller (A of B).De gemiddelde snelheid voor ritteller A wordtook weergegeven wanneer de kilometertelleren ritteller A zijn geselecteerd.Type ED, II EDWeergavebereik: 0 tot 199 km/h (0 tot 124 mile/h)• Beginweergave: "---" wordt weergegeven.• Als u minder dan 0,2 km met uw voertuighebt gereden sinds het starten van demotor: "---" wordt weergegeven.• Als de bedrijfstijd van uw voertuig minderdan 30 seconden is sinds het starten van demotor: "---" wordt weergegeven.Behalve type ED, II EDWeergavebereik: 0 tot 199 km/h• Beginweergave: "---" wordt weergegeven.•Als u minder dan 0,2 km met uw voertuighebt gereden sinds het starten van demotor: "---" wordt weergegeven.• Als de bedrijfstijd van uw voertuig minderdan 30 seconden is sinds het starten van demotor: "---" wordt weergegeven.Als "---" wordt weergegeven in andere dan debovenvermelde gevallen, ga dan naar uw dealervoor onderhoud.De gemiddelde snelheid terugstellen:(BLZ.25)Bedieningshandleiding29Vervolg

#Instelmodus AAls er ongeveer 30 seconden niet op de toetswordt gedrukt, wordt de bediening automatischomgeschakeld van de instelmodus naar denormale weergave.Als er niet op de toets wordt gedruktgedurende ongeveer 30 seconden, wordenitems waarvoor de instelling aan de gang isgenegeerd en worden alleen items metvoltooide instellingen toegepast. Pas als decontactschakelaar in de stand (Off) wordtgezet, worden items waarvoor de instelling aande gang is en items met voltooide instellingentoegepast.1 Klok instellen:aZet de contactschakelaar in de stand (On).bHoud de SEL- en SET-toetsen ingedrukttotdat het uur begint te knipperen.cDruk op de SEL-toets totdat het gewenste uurwordt weergegeven.u Houd de SEL-toets ingedrukt om de urenversneld vooruit te laten gaan.dDruk op de SET-toets. De minuten beginnente knipperen.Bedieningshandleiding31Vervolg

eDruk op de SEL-toets totdat de gewensteminuten worden weergegeven.u Houd de SEL-toets ingedrukt om deminuten versneld vooruit te laten gaan.fDruk op de SET-toets. De klok is ingesteld enhet display schakelt over naar helderheidachtergrondverlichting instellen.2 Helderheid achtergrondverlichtinginstellen:U kunt een van de vijf helderheidsniveausinstellen.aDruk op de SEL-toets. De helderheid wordtomgeschakeld.bType ED, II EDDruk op de SET-toets. De achtergrondverlichtingis ingesteld en de weergave schakelt over naarhet wijzigen van de eenheid van snelheid enafgelegde afstand.Behalve type ED, II EDDruk op de SET-toets. De achtergrondverlichtingis ingesteld en de weergave schakelt over naarhet instellen van de eenheid.Bedieningshandleiding32Instrumenten (Vervolg)

#Instelmodus BAls er ongeveer 30 seconden niet op de toetswordt gedrukt, wordt de bediening automatischomgeschakeld van de instelmodus naar denormale weergave.Als er niet op de toets wordt gedruktgedurende ongeveer 30 seconden, wordenitems waarvoor de instelling aan de gang isgenegeerd en worden alleen items metvoltooide instellingen toegepast. Pas als decontactschakelaar in de stand (Off) wordtgezet, worden items waarvoor de instelling aande gang is en items met voltooide instellingentoegepast.1 Toerentalindicator instellen:Oorspronkelijke instellingknipperen toerental: 7.500 r/min (omw/min)interval toerental: 250 r/min (omw/min)Toerentalindicator r/min (omw/min)Knippert(2 keer per seconde)6.750 r/min (omw/min)Knippert(5 keer per seconde)7.000 r/min (omw/min)Knippert(10 keer per seconde)7.250 r/min (omw/min)Brandt 7.500 r/min (omw/min)Bedieningshandleiding35Vervolg

U kunt de instelling van de toerentalindicatorwijzigen.De toerentalindicator knippert tijdens hetinstellen.aAls u instelmodus B wilt wijzigen, draait u decontactschakelaar in de stand (On) en drukt utegelijkertijd op de SEL-toets tot deweergavecontrole voltooid is. Het knipperendestaafsegment in de toerenteller toont hetmomenteel ingestelde toerental voor hetoplichten van de toerentalindicator en denumerieke toerentellerweergave toont deze.u Het staafsegment van de toerenteller wordtweergegeven als conventionele weergave,ongeacht welke weergavemethode isingesteld.bTelkens wanneer u op de SEL-toets drukt,neemt de instelwaarde voor het oplichten vanhet toerental met 250 r/min (omw/min) (éénsegment) toe.

cDruk op de SET-toets. Het toerental voor hetoplichten van de toerentalindicator is ingestelden de weergave schakelt over naar de instellingvan het interval voor het oplichten van detoerentalindicator.Het knipperende staafsegment toonttegelijkertijd de momenteel toegepasteinstelling voor het toerental voor hetoplichten van de toerentalindicator en denumerieke toerenteller toont het intervalvoor het oplichten van de toerentalindicator.dTelkens wanneer de SEL-toets wordtingedrukt, verandert de waarde van het interval voor het oplichten van detoerentalindicator tussen 0 r/min (omw/min),250 r/min (omw/min) en 500 r/min (omw/min)in deze volgorde.Bedieningshandleiding37VervolgNumerieke toerentellerToerenteller

VoorbeeldHet toerental voor het oplichten vande toerentalindicator is ingesteld op8.000 r/min (omw/min) en hetinterval voor oplichten van detoerentalindicator op 250 r/min(omw/min).Toerentalindicator r/min (omw/min)Knippert(2 keer per seconde)7.250 r/min (omw/min)Knippert(5 keer per seconde)7.500 r/min (omw/min)Knippert(10 keer per seconde)7.750 r/min (omw/min)Brandt 8.000 r/min (omw/min)Indien het interval voor het oplichten van detoerentalindicator 0 is, gaat de toerentalindicatorbranden zodra het toerental voor oplichten van detoerentalindicator bereikt is.eDruk op de SET-toets. Het interval voor hetoplichten van de toerentalindicator is ingestelden de weergave schakelt over naar hetaanpassen van helderheid vantoerentalindicator.De toerentalindicator schakelt over vanknipperen naar permanent branden.fDruk op de SEL-toets.

De helderheid wordtomgeschakeld.uU kunt een van de vijf helderheidsniveausinstellen.gDruk op de SET-toets. De helderheid van detoerentalindicator is ingesteld en de weergaveschakelt over naar het instellen van deweergave van de toerenteller.Bedieningshandleiding38Instrumenten (Vervolg)

2 Weergavemodus van toerentellerwijzigen:aDruk op de SEL-toets om de weergavemodusvan de toerenteller te wijzigen.bDruk op de SET-toets. De momenteelgeselecteerde weergavemodus is ingesteld ende bediening keert terug naar de normaleweergave.Standaardweergave Geeft het motortoerental op het staafsegmentvan de toerenteller weer.Weergave piekwaardeGeeft het motortoerental op het staafsegmentvan de toerenteller en de piekwaarde weer.Het segment voor de piekwaarde toont tijdelijkhet maximale motortoerental.Bedieningshandleiding39StandaardweergaveWeergavepiekwaardeStaafsegment vande toerentellerSegment voorpiekwaardeStaafsegment vande toerenteller

IndicatorenBedieningshandleiding40Gaat kort branden als de contactschakelaar in de stand (On) wordt gezet met demotorstopschakelaar in de stand (Run).Als dit gaat branden of knippert terwijl de motor draait: (BLZ.83)PGM-FI-storingslampje (elektronisch geregelde brandstofinspuiting) (MIL)Als één van deze indicatoren niet gaat branden terwijl dat zou moeten, laat dan uw dealercontroleren op problemen.ABS-indicator(antiblokkeersysteem)Gaat branden als de contactschakelaarin de stand (On) wordt gezet.Gaat uit bij een snelheid van ongeveer10 km/h.Als het gaat branden tijdenshet rijden: (BLZ.84)

StuurslotVergrendel het stuur wanneer u parkeert omdiefstal te voorkomen.Een U-vormig wielslot of iets vergelijkbaarswordt ook aanbevolen.#VergrendelenaDraai het stuur volledig naar links.bDuw de sleutel omlaag en zet decontactschakelaar in de stand (Lock).u Draai het stuur als het stuur moeilijkvergrendeld kan worden.cVerwijder de sleutel.#OntgrendelenSteek de sleutel in het slot en zet decontactschakelaar in de stand (Off).Bedieningshandleiding44Schakelaars (Vervolg)ContactsleutelDuwenDraaien

Motor startenStart de motor volgens de volgende procedure,ongeacht of de motor koud of warm is.NLET OP•Als de motor niet binnen 5 seconden start, moet ude contactschakelaar in de stand (Off) zetten en10 seconden wachten voordat u de motor opnieuwprobeert te starten om de accuspanning teverhogen.• Het langdurig versneld stationair draaien en hetverhogen van het toerental kunnen de motoren het uitlaatsysteem beschadigen.aZorg ervoor dat de motorstopschakelaar in destand (Run) staat.bZet de contactschakelaar in de stand (On).cZet de versnellingsbak in de neutraalstand (N-indicator gaat branden).Bedieningshandleiding45Vervolgcbad

dDruk op de startknop met een vollediggesloten gashendel.u Als u de motor niet kunt starten, draai dande gashendel iets open (circa 3 mm,zonder speling) en druk op de startknop.Als de motor niet start:aOpen de gashendel volledig en drukgedurende 5 seconden op de startknop.u De motor start op dit moment niet.(Wanneer de gashendel helemaal open is,start de motor niet wanneer de startknopwordt ingedrukt.)Laat na 5 seconden de gashendel en destartknop los en ga verder met stap b.bHerhaal de normale startprocedure.cAls de motor start en het stationair toerentalinstabiel is, moet u de gashendel een kleinbeetje openen.dAls de motor niet start, wacht dan 10 secondenvoordat u stap a en b opnieuw probeert.#Als de motor niet start (BLZ.82)Bedieningshandleiding46Motor starten (Vervolg)Circa 3 mm, zonder speling

TankenVul geen brandstof bij tot voorbij de ondersterand van de vulhals.Brandstoftype: uitsluitend loodvrije benzineBrandstof-octaangetal: uw voertuig isontworpen voor het gebruik van een research-octaangetal (RON) van 91 of hoger.Tankinhoud: 6,0 L#Richtlijnen voor tanken en brandstof(BLZ.14)Brandstofvuldop openenOpen de afdekkap van het slot, steek de contactsleutel in het sloten draai deze naar rechts om de brandstofvuldop te openen.Brandstofvuldop sluitenaDruk op de brandstofvuldop na het tankentotdat de dop vastklikt.bVerwijder de contactsleutel en sluit deafdekkap van het slot.uDe contactsleutel kan niet worden verwijderd alsde brandstofvuldop niet is vergrendeld.3WAARSCHUWINGBenzine is een uiterst licht ontvlambare enexplosieve stof.

OpberguitrustingHelmhouderDe helmhouder bevindt zich onder het zadel.aVerwijder het zadel.bHaal de helmhouder door de D-ring van de helm.cBreng het zadel aan.u Gebruik de helmhouder uitsluitend bij hetparkeren.#Het zadel verwijderen en aanbrengen(BLZ.69)3WAARSCHUWINGHet rijden met een helm die aan dehouder is bevestigd, kan invloed hebbenop het achterwiel of de vering en eenbotsing veroorzaken waarbij u ernstig ofdodelijk letsel kunt oplopen.Gebruik de helmhouder uitsluitend bijhet parkeren. Rijd niet met een helmdie aan de helmhouder hangt.Bedieningshandleiding49VervolgHelmhouder

Het belang van onderhoudHet belang van onderhoudHet goed onderhouden van uw voertuig isabsoluut essentieel voor uw veiligheid en hetbeschermen van uw investering, optimaleprestaties, het voorkomen van pech en hetreduceren van luchtverontreiniging. De eigenaar isverantwoordelijk voor het onderhoud. Inspecteeruw voertuig voor elke rit en voer de periodiekecontroles uit die in het onderhoudsschema zijnvermeld. 2 BLZ.

533WAARSCHUWINGHet niet goed onderhouden van uwvoertuig of het niet repareren van eendefect voordat u gaat rijden kan eenbotsing veroorzaken waarbij u ernstigof dodelijk letsel kunt oplopen.Volg altijd de aanwijzingen voorinspectie en onderhoud volgens deschema's die in dit instructieboekjestaan vermeld.OnderhoudsveiligheidLees altijd de onderhoudsvoorschriften voordat uonderhoud uitvoert en zorg ervoor dat u over debenodigde gereedschappen, onderdelen envaardigheden beschikt.Wij kunnen u niet waarschuwen voor alle denkbarerisico's die zich kunnen voordoen tijdens het uitvoerenvan onderhoud.

Alleen u kunt beslissen of u eenbepaalde taak wel of niet zou moeten uitvoeren.Volg deze richtlijnen tijdens het uitvoeren vanonderhoud.●Zet de motor uit en verwijder de sleutel.●Plaats uw voertuig op een stevige, vlakkeondergrond met behulp van de zijstandaard ofeen onderhoudsbok voor steun.●Laat de motor, geluiddemper, remmen enandere hete onderdelen afkoelen voor hetuitvoeren van een servicebeurt, anders kunt ubrandwonden oplopen.●Laat de motor uitsluitend draaien wanneer ditwordt aangegeven en alleen in een goedgeventileerde ruimte.Onderhoud52

OnderhoudsschemaHet onderhoudsschema vermeldt deonderhoudsprocedures die vereist zijn voor veilige,betrouwbare prestaties en een goed werkendeemissieregeling.De onderhoudswerkzaamheden moeten wordenuitgevoerd overeenkomstig de normen enspecificaties van Honda door geschoolde enbevoegde monteurs. Uw dealer voldoet aan dezevereisten. Het bijhouden van een nauwkeurigonderhoudsrapport zorgt ervoor dat uw voertuiggoed wordt onderhouden.Zorg ervoor dat de monteur die het onderhouduitvoert dit onderhoudsrapport invult.Het periodieke onderhoud wordt beschouwd alsnormale onderhoudskosten voor de eigenaar diedoor uw dealer in rekening zullen wordengebracht. Bewaar alle facturen.

Deze facturenmoeten aan de nieuwe eigenaar worden verstrektwanneer u het voertuig verkoopt.Honda raadt aan om uw dealer een proefrit metuw voertuig te laten maken na het uitvoeren vanhet periodieke onderhoud.Onderhoud53Vervolg

ItemsInspectievoor hetrijden2 BLZ. 56Frequentie *1JaarlijksecontroleRegelmatigvervangenZiepagina× 1000 km 1 6 12 18 24 30 36× 1000 mijl 0,6 4 8 12 16 20 24Honda Diagnostic System–Brandstofleiding –Brandstofniveau –Werking van de gashendel80Luchtfilter *2–Carterontluchting *3–Bougie –Klepspeling –Motorolie 70Motoroliefilter –Motoroliefiltergaasje–Stationair motortoerental–Emissieregelsysteem –AandrijfkettingElke 500 km (300 mijl): 76Remvloeistof *42 jaar 72Remblokslijtage 73Onderhoudsniveau Onderhoudslegenda:Tussenniveau. Wij raden u aan het onderhoud uit te latenvoeren door uw dealer, tenzij u over het benodigdegereedschap en de mechanische vakkundigheid beschikt.De procedures zijn vermeld in een officiëlewerkplaatshandleiding van Honda.::::Inspecteren (reinigen, afstellen, smeren of vervangen, indien nodig)SmerenVervangenReinigen:Technisch.

StandaardonderhoudInspectie voor het rijdenMet het oog op de veiligheid bent uverantwoordelijk om een controle voor het rijdenuit te voeren en alle vastgestelde problemen tecorrigeren. Een controle voor het rijden is eenmust, niet alleen met het oog op de veiligheid,maar omdat pech, of zelfs een lekke band, eenaanzienlijk ongemak kan betekenen.Controleer het volgende voordat u op uw voertuigstapt:● Brandstofniveau - Vul de brandstoftankwanneer dit nodig is 2 BLZ. 48●Gashendel - Controleer of de gashendel in allestuurstanden goed opent en sluit 2 BLZ. 80●Motoroliepeil - Vul indien nodig motorolie bij.Inspecteer op lekken 2 BLZ. 70● Aandrijfketting - Controleer staat en speling,indien nodig afstellen en smeren 2 BLZ. 76● Remmen − Werkingscontrole;Voor en achter: controleer het remvloeistofpeilen de remblokken op slijtage 2 BLZ. 72,2 BLZ.

Onderdelen vervangenGebruik altijd originele Honda-onderdelen ofgelijkwaardige onderdelen om betrouwbaarheiden veiligheid te waarborgen.Vermeld de modelnaam, kleur en code vermeld ophet kleurenlabel bij het bestellen van gekleurdeonderdelen.Het kleurenlabel bevindt zich op het frame onderhet duozadel. 2 BLZ. 693WAARSCHUWINGHet monteren van andere onderdelendan Honda-onderdelen kan uwvoertuig onveilig maken en een botsingveroorzaken waarbij u ernstig ofdodelijk letsel kunt oplopen.Gebruik altijd originele Honda-onderdelen of gelijkwaardigeonderdelen die voor uw voertuigwerden ontworpen en goedgekeurd.StandaardonderhoudOnderhoud57Kleurenlabel

AccuUw voertuig is uitgerust met een onderhoudsvrijeaccu. U hoeft het elektrolytniveau van de accu niette controleren en geen gedistilleerd water toe tevoegen. Reinig de accupolen als ze vuil zijngeworden of verroest zijn.Verwijder de afdichtingen van de accudoppen niet.De dop hoeft tijdens het laden niet te wordenverwijderd.LET OPDe accu is van het onderhoudsvrije type en kanpermanent worden beschadigd als de doppenstripwordt verwijderd.Dit symbool op de accu duidt aan dat hetproduct niet met het huishoudelijk afval magworden afgevoerd.LET OPEen verkeerd afgevoerde accu kan schadelijk zijnvoor het milieu en de menselijke gezondheid.Leef altijd de lokale regels voor het correct afvoerenvan accu's na.StandaardonderhoudOnderhoud58

Vervolg#Wat te doen in geval van noodAls een van de volgende situaties zich voordoet,dient u onmiddellijk naar uw arts te gaan.● Elektrolyt spat in de ogen:u Spoel uw ogen herhaaldelijk met koudwater gedurende minimaal 15 minuten. Hetgebruik van water onder druk kan schadetoebrengen aan uw ogen.● Elektrolyt spat op de huid:u Trek de betreffende kleding uit en was dehuid grondig met water.● Elektrolyt spat in de mond:u Spoel uw mond grondig met water en slikniet door.3WAARSCHUWINGUit de accu komt tijdens normaalgebruik explosief waterstofgas vrij.Een vonk of vlam kan het exploderenvan de accu veroorzaken, waardoor uernstig of dodelijk letsel kunt oplopen.Draag beschermende kleding en eengelaatscherm of laat de accuonderhouden door een bevoegdemonteur.#Reinigen van accupolen1.Verwijder de accu. 2 BLZ.

3.Als de polen sterk zijn gecorrodeerd, moetenze met een staalborstel of schuurpapierworden gereinigd en gepolijst. Draag eenveiligheidsbril.4.Plaats de accu terug na het reinigen.De accu heeft een beperkte levensduur. Raadpleeguw dealer met betrekking tot de vervanging van deaccu. Vervang de accu altijd door een andereonderhoudsvrije accu van hetzelfde type.LET OPHet monteren van elektrische accessoires vanandere fabrikanten dan Honda kan het elektrischesysteem overbelasten, de accu doen ontladen enmogelijk het systeem beschadigen.ZekeringenDe zekeringen beschermen de elektrische circuits van uwvoertuig. Als een elektrisch systeem op uw voertuiguitvalt, controleer dan op doorgebrande zekeringen envervang deze door nieuwe. 2 BLZ. 90#Inspecteren en vervangen van zekeringenZet de contactschakelaar in de stand (Off) als uzekeringen gaat verwijderen of inspecteren.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Honda MSX125A (2024) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden