Honda HRX 537 VY Handleiding

Honda Grasmaaier HRX 537 VY

Bekijk gratis de handleiding van Honda HRX 537 VY (128 pagina’s), behorend tot de categorie Grasmaaier. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 51 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Honda HRX 537 VY of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/128
1
ENGLISH
INTRODUCTION
Thank you for purchasing a Honda lawnmower!
This manual covers the operation and maintenance of the Honda
HRX537VYE lawnmower.
We want to help you get the best results from your new mower and to
operate it safely. This manual contains the information on how to do
that; please read it carefully.
This manual should be considered a permanent part of the
lawnmower and should remain with it if it is resold.
If you have a problem or questions concerning the mower, contact
your supplying dealer.
We recommend that you read the warranty policy to fully understand
your rights and responsibilities. The warranty policy is a separate
document provided by your dealer.
Honda Power Equipment Mfg., Inc. reserves the right to make
changes at any time without notice and without incurring any
obligation.
No part of this publication may be reproduced without written
permission.
SAFETY MESSAGES
Pay special attention to statements preceded by the following words:
Each message tells you what the hazard is, what can happen, and
what you can do to avoid or reduce injury.
DAMAGE PREVENTION MESSAGES
You will also see other important messages that are preceded by the
following word:
The purpose of these messages is to help prevent damage to your
lawnmower, other property, or the environment.
CONTENTS
DANGER
You WILL be KILLED or SERIOUSLY
HURT if you don’t follow instructions.
WARNING
You CAN be KILLED or SERIOUSLY
HURT if you don't follow instructions.
CAUTION
You CAN be HURT if you don't follow
instructions.
NOTICE
Your lawnmower, other property, or the environment
can be damaged if you don’t follow instructions.
INTRODUCTION. . . . . . . . . . . . .1
SAFETY MESSAGES. . . . . . . . .1
SAFETY INSTRUCTIONS . . . . .2
Safety Label Location. . . . . . . .3
Product Identification Plate. . . .3
COMPONENT
IDENTIFICATION . . . . . . . . . . . .3
SETUP . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .4
CONTROLS . . . . . . . . . . . . . . . .5
PRE-OPERATION CHECKS. . . .6
Cutting Means . . . . . . . . . . . . .6
Engine Oil Level. . . . . . . . . . . .6
Fuel. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .7
Grass Catcher . . . . . . . . . . . . .7
Cutting Height. . . . . . . . . . . . . .8
Clip Director . . . . . . . . . . . . . . .8
Rear Discharge. . . . . . . . . . . . .9
OPERATION. . . . . . . . . . . . . . .10
Mowing Precautions. . . . . . . .10
Starting the Engine. . . . . . . . .10
Stopping the Engine. . . . . . . .10
Safe Mowing Practices. . . . . .11
Mowing Tips. . . . . . . . . . . . . .11
MAINTENANCE . . . . . . . . . . . .12
The Importance of
Maintenance. . . . . . . . . . . . . .12
Maintenance Schedule. . . . . .13
Engine Maintenance . . . . . . .13
Control Cable Adjustments. . .15
Cutting means Removal and
Installation . . . . . . . . . . . . . . .15
Grass catcher Cleaning and
Replacement . . . . . . . . . . . . .16
TRANSPORTING. . . . . . . . . . .16
STORAGE . . . . . . . . . . . . . . . .17
TROUBLESHOOTING . . . . . . .18
SPECIFICATIONS . . . . . . . . . .19
Honda Warranty Conditions,
EC Declaration of Conformity,
Honda Distributor Locations
. . . . . . . .. . . . . . . . . . . .Last page
OWNER’S MANUAL
(Original instructions)
HRX537VYE
PEDESTRIAN CONTROLLED
LAWNMOWER
© 2020 American Honda Motor Co., Inc.—All Rights Reserved
ENGLISHFRANÇAIS
HPE.2020.01
PRINTED IN U.S.A.
ESPAÑOL
C5
NEDERLANDSITALIANODEUTSCH
00X39VH7 V464

Beoordeel deze handleiding

4.0/5 (5 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Honda
Categorie: Grasmaaier
Model: HRX 537 VY

Handleiding Honda HRX 537 VY – volledige tekst

1NEDERLANDSINLEIDINGDank u voor de aanschaf van deze Honda gazonmaaier. Deze handleiding beschrijft het gebruik en het onderhoud van de Honda gazonmaaier, type HRX537VYE. Wij willen u helpen uw nieuwe maaier veilig te bedienen met het beste resultaat. Deze handleiding bevat alle hiervoor noodzakelijke informatie; lees deze daarom zorvuldig door. Deze handleiding is een integraal onderdeel van de gazonmaaier en moet worden bijgeleverd als u de maaier verkoopt. Neem contact op met uw leverancier indien u problemen of vragen hebt met betrekking tot de maaier. Wij raden u aan de garantiebepalingen te lezen, zodat u volledig op de hoogte bent van uw rechten en plichten. De garantiebepalingen worden door uw leverancier afzonderlijk bijgeleverd. Honda Power Equipment Mfg. , Inc.

behoudt zich het recht voor om zonder aankondiging vooraf en zonder verdere verplichtingen produktspecificaties te wijzigen. Niets uit deze publicatie mag, op welke wijze ook, vermenigvuldigd worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming. WAARSCHUWINGEN BETREFFENDE DE VEILIGHEIDLet vooral op waarschuwingen die als volgt zijn aangegeven:Elke waarschuwing vermeldt het risico, wat er kan gebeuren en wat u kunt doen om de kans op letsel te voorkomen of te beperken. OPMERKINGENAndere belangrijke opmerkingen om schade te voorkomen worden als volgt aangeduid:Deze instructies dienen om schade aan de gazonmaaier, ander voorwerpen of het milieu te helpen voorkomen. INHOUD GEVAARU WORDT GEDOOG of LOOPT ERNSTIG LETSEL OP als u de voorschiriften niet opvolgt.  WAARSCHUWINGAls u deze instructie niet opvolgt kan dat ERNSTIG LETSEL of LEVENSGEVAAR opleveren.

 LET OPAls u deze instructie niet opvolgt kunt u GEWOND raken. OPMERKINGOPMERKINGAls u deze instructie niet opvolgt kan schade ontstaan aan de gazonmaaier of andere voorwerpen. INLEIDING. 1WAARSCHUWINGEN BETREFFENDE DE VEILIGHEID. 1VEILIGHEIDSVOOR- SCHRIFTEN. 2Waarschuwingssticker. 3Produkt-Identifikatie-Plaatje. 3OVERZICHT VAN ONDERDELEN.

2NEDERLANDSVEILIGHEIDSVOORSCHRIFTENVoor een veilige bediening –• Lees deze instructies zorgvuldig door en maak u vertrouwd met de bediening en het juiste gebruik van de machine. • Laat de gazonmaaier nooit bedienen door kinderen of personen die niet op de hoogte zijn van deze voorschriften. • Gebruik de gazonmaaier nooit als er mensen in de buurt zijn, en zeker niet met kinderen of huisdieren in de buurt. • Onthoud dat wie de machine gebruikt wettelijk aansprakelijk is in geval van verwondingen met betrekking tot andere mensen of hun eigendom. • Draag bij het maaien altijd stevig schoeisel en een lange broek. Gebruik de machine niet zonder schoenen of op sandalen. • Inspecteer grondig het gebied waar de apparatuur zal worden gebruikt en verwijder alle voorwerpen die door de machine kunnen worden gegooid (stenen, takken, draden, speelgoed, botten, enz. ).

• Benzine is uiterst brandbaar:– Bewaar benzine altijd in een daarvoor bestemde jerrycan. – Vul de tank altijd buiten bij en rook niet als u de tank vult. – Vul de tank voordat u de motor start. Verwijder nooit de dop van de tank en vul nooit benzine bij terwijl de motor draait of nog heet is. – Als u tijdens het vullen benzine morst, verplaats de machine dan met de hand naar een veilige plaats en wacht met starten tot alle benzine verdampt is. – Sluit de tankdop zorgvuldig. • Vervang de uitlaat als die defect is. • Controleer voordat u begint met maaien of het mes(stel), de mesbout(en) en de behuizing niet versleten of beschadigd zijn. Vervang mes(stel) en mesbout(en) altijd in paren om het maaiwerk in evenwicht te houden. • Gebruik de machine niet in een gesloten ruimte waar zich koolmonoxide kan ophopen. • Maai alleen bij daglicht of bij voldoende kunstlicht.

Maai niet als het zicht verminderd is. • Maai het gazon bij voorkeur niet als het gras nat is. • Let op bij het maaien van hellingen:– Kijk altijd uit waar u loopt.

– Maai altijd dwars op een helling en nooit van boven naar beneden of vice versa. – Maai voorzichtig; loop langzaam. – Wees uiterst voorzichtig als u op een helling van richting verandert. – Gebruik de gazonmaaier niet op steile hellingen. • Wees uiterst voorzichtig als u de machine naar zich toe trekt. • Ontkoppel het mes(stel) als u de machine moet kantelen voor transport, wanneer u over ander terrein gaat dan het gazon of wanneer u de machine verplaatst van of naar het te maaien terrein. • Probeer geen veiligheidssystemen te manipuleren of uit te schakelen. • Gebruik de gazonmaaier nooit als onderdelen beschadigd zijn of als veiligheidsvoorzieningen (zoals deflectors en/of grasvangbak) ontbreken. • Probeer niet de maaihoogte te veranderen terwijl de motor draait. • Verstel niet zelf de toerenregelaar en voer de motor niet op.

• Ontkoppel het mes(stel) en de aandrijving voordat u de motor start. • Volg nauwgezet de instructies voor het starten van de motor en zorg dat uw voeten op voldoende afstand van het mes(stel) staan. • Kantel de maaier niet tijdens het starten. • Houd handen en voeten weg van roterende onderdelen. Ga nooit voor de afvoeropening staan. • Probeer een gazonmaaier nooit op te tillen of te dragen als de motor draait. • Zet de motor af en ontkoppel de bougiekabel:– Voordat u verstoppingen in de gazonmaaier verwijdert. – Voordat u de gazonmaaier inspecteert, reinigt of er overige werkzaamheden aan verricht. – Wanneer de maaier een vreemd voorwerp heeft geraakt. Controleer of de gazonmaaier is beschadigd en vervang beschadigde onderdelen voordat u de maaier opnieuw start en verder gaat met maaien. – Als de gazonmaaier hevig begint te trillen. Controleer de maaier direct.

• Zet de gashendel in de laagste stand voordat u de motor afzet en draai de benzinekraan dicht wanneer u klaar bent met maaien. • Draai alle moeren, bouten en schroeven regelmatig aan om de machine steeds veilig te kunnen gebruiken. • Stal de machine nooit met gevulde tank in afgesloten ruimte waar benzinedamp een vlam of vonk kan bereiken. • Laat de machine afkoelen voordat u hem binnen zet. • Voorkom brandgevaar door de motor, de uitlaat, de batterijbak (indien van toepassing) en de benzine-opslagplaats vrij te houden van gras, bladeren of overtollig vet. • Controleer de grasvangzak regelmatig op slijtage of beschadiging. • Vervang versleten of beschadigde onderdelen voor uw eigen veiligheid. • Als de benzinetank moet worden afgetapt, doe dit dan altijd buiten. • Draag oogbescherming.

• Gebruik de machine nooit in het geval van vermoeidheid of ziekte van de gebruiker, of na consumptie van medicijnen, drugs, alcohol of gevaarlijke stoffen die invloed kunnen hebben op zijn/haar vermogen met betrekking tot reflexen en concentratie. • Bij het gebruik van de machine altijd veiligheidsschoenen dragen die sterk en slipvast zijn en een lange broek. Gebruik de machine niet met blote voeten of open schoenen. Vermijd het dragen van kettingen, armbanden of loszittende kleding met losse onderdelen of veters of stropdassen. Lang haar moet naar achteren worden vastgemaakt. Draag altijd een anti-geluidshelm. • Vergeet niet dat de operator of gebruiker verantwoordelijk is voor enige ongevallen of onverwachte gebeurtenissen die mogelijk kunnen optreden bij andere personen of aan hun eigendommen.

Het is de verantwoordelijkheid van de gebruiker om te controleren op mogelijke risico's vanwege de grond waarop wordt gewerkt en om alle noodzakelijke voorzorgsmaatregelen te nemen om te zorgen voor zijn/haar eigen veiligheid en die van anderen, in het bijzonder op een hellende ondergrond, op ruw, glad of onstabiel terrein of nabij gaten, greppels of oevers.

• MERK OP – De geluids- en trillingsniveaus die in dit informatieblad worden aangeduid, zijn de maximale waarden voor het gebruik van de machine. Het gebruik van een niet-gebalanceerde snijder, een te hoge bewegingssnelheid en een gebrek aan onderhoud hebben aanzienlijke gevolgen voor geluidsemissies en trillingen. Het is daarom noodzakelijk om preventieve voorzorgsmaatregelen te nemen voor het elimineren van alle mogelijke schade vanwege te hoge geluidsniveaus en spanningen vanwege trillingen. Zorg dat de machine goed wordt onderhouden, draag een anti-geluidshelm. Neem tijdens het werk pauzes.  WAARSCHUWING• Honda gazonmaaiers zijn ontworpen voor veilige en betrouwbare bediening indien gebruikt volgens deze voorschriften. Lees deze Gebruiksaanwijzing voordat u de maaier gaat gebruiken. Als u dat niet doet, kunt u zichzelf verwonden of de machine beschadigen.

Knoeien en wijzigenProbeer nooit met het emissiecontrolesysteem te knoeien of het te wijzigen. Tot handelingen die een vorm van manipulatie zijn, behoren:• verwijdering of wijziging van een willekeurig onderdeel van de inlaat-, brandstof-, of uitlaatsystemen• het wijzigen of uitschakelen van de regulateurkoppeling of het snelheidsinstelmechanisme om te bereiken dat de motor buiten zijn ontwerpparameters werktVerwijderingOm het milieu te beschermen, gooi dit product, de batterij, motorolie, enz. niet achteloos weg met het afval. Houd rekening met de plaatselijke wetten en reglementeringen, of raadpleeg uw bevoegde Honda dealer voor verwijdering.

3NEDERLANDSWAARSCHUWINGSSTICKERDeze sticker waarschuwt u voor mogelijke risico’s op ernstig letsel. Lees de sticker aandachtig. Als de sticker loskomt of onleesbaar wordt, dient u contact op te nemen met uw dealer en hem een nieuwe te vragen. PRODUKT-IDENTIFIKATIE-PLAATJENoteer de serienummers van het chassis en de motor hieronder. U zal deze serienummers nodig hebben bij het bestellen van onderdelen en wanneer u inlichtingen wenst betreffende technische gegevens of garantie. Serienummerchassis: ________ – ____________ Serienummermotor: ________ – ______________ Aanschafdatum: _______ / _______ / ________ OVERZICHT VAN ONDERDELENBrief AfbeeldingA1. Lees de gebruikershandleiding voor u deze maaier gebruikt. 2. Gevaar voor wegschietende voorwerpen. Houd overige personen uit de buurt tijdens het gebruik van deze maaier. 3. Gevaar voor snijwonden. Sneldraaiend mes.

Steek uw hand of voet niet in de maaikast. Neem de bougiekap van de bougie voor u onderhoud of reparaties aan de machine uitvoert. 4. Niet gebruiken uitwerpkoker je of grasopvangbak. B5. Lees de gebruikershandleiding voor u deze maaier gebruikt. 6. De uitlaatgassen van de motor bevatten giftig koolmonoxidegas. Laat de motor niet draaien in een omsloten ruimte. 7. Benzine is uiterst brandbaar en explosief. Zet de motor uit en laat deze afkoelen voordat u brandstof bijvult. Brief AfbeeldingC1. Gewaardborgd geluidsvermogensniveau volgens EEC Richtlijn 2000/14/EC2. Overeenstemmingsmarkering volgens gewijzigde EEC3. Conformity mark optional4. Nominaal vermogen in kilowattsVelocità del motore consigliata in giri al minuto5. Maximaal motorsnelheid 6. Fabricagedatum7. Gewicht in kilogram8. Serienummer9. Model10. Naam en adres van toegelaten vertegenwoordiger 11.

Draai de afstelknoppen 90 graden naar de vergrendelstand [3] toe en de pennen zullen op hun plaats vastklikken in de gaten.GRASOPVANGEENHEIDSchuif het frame [1] van de graszak in de graszak [2] en monteer de plastic klemmen [3] zoals afgebeeld.Til de afvoerbeschermkap omhoog [1] en monteer de graszak [2].MOTOROLIEDe maaimachine wordt ZONDER OLIE in de motor verscheept.Vul dan genoeg SAE 10W-30 API olie van onderhoudscategorie SJ om het oliepeil tot tussen de bovengrens [2] en de ondergrensmarkeringen [3] op de peilstok [1] te brengen, zolas wordt afgebeeld.Hoeveelheid bij te vullen: 0,35 ~ 0,40 LDoe niet te veel olie in de motor.

Als de motor te vol is, kan overtollige olie worden overgebracht naar de luchtfilterbehuizing en het luchtfilter.BENZINERaadpleeg bladzijde 7.VÓÓR HET IN BEDRIJF NEMENAlle operators van de maaimachine moeten vóór gebruik van de maaimachine de volgende hoofdstukken lezen:• VEILIGHEIDSINSTRUCTIES (bladzijde 2)• BEDIENIN (bladzijde 5)• CONTROLES VÓÓR HET IN BEDRIJF NEMEN (bladzijde 6)• GEBRUIK (bladzijde 9)• ONDERHOUDSSCHEMA (bladzijde 12)[1] (2)[2][3][1][2][3][2][1][1][2][3]

5NEDERLANDSBEDIENINGBRANDSTOFKRAANMet de brandstofkraan [1] wordt de verbinding tussen de brandstoftank en de carburateur geopend en gesloten. GASHENDELVoor de beste snijkwaliteit, maai altijd met de gashendel in de stand FAST. Wanneer het snijmiddel roteert aan de vooringestelde hoge snelheid, wordt een sterke ventilering gecreëerd die optilt en efficiënter doet maaien. Probeer niet om het vooringestelde FAST motortoerental te verhogen; het snijmiddel kunnen breken en los komen. CONTROLESYSTEEM VAN HET SNIJMIDDELOm de rotatie van het snijmiddel te starten, zorg ervoor dat de motor draait en de gashendel in de stand FAST staat. 1. Houd de knop Roto-Stop ingedrukt [1]. 2. Trek de bedieningshendel van het snijmiddel [2] snel tegen de stuurstang waardoor de motor het snijmiddel op volle snelheid kan brengen en laat de knop Roto-Stop vervolgens los.

Houd de bedieningshendel van het snijmiddel tegen de stuurstang om de rotatie van het snijmiddel te behouden. Houd de bedieningshendel van het snijmiddel altijd volledig ingeschakeld tijdens het maaien. Laat nooit gedeeltelijk los - dit zal de levensduur van de koppeling verminderen. Laat de bedieningshendel van het snijmiddel los om de rotatie van het snijmiddel te stoppen. Laat de bedieningshendel van het snijmiddel altijd los vooraleer de motor te starten om te voorkomen dat de snijmiddel roteert. BEDIENING SELECT-DRIVE Terwijl de motor draait en het snijmiddel roteert, duwt u de bediening Select Drive [1] in om de maaier vooruit te bewegen. Normale bediening is met uw hand comfortabel rond de stuurstang en de bediening Select Drive. Duw de bediening Select Drive met uw duim in de inkeping voor versterkte werking (op een heuvel, of door dik gras).

U kunt de rijsnelheid verminderen door de bediening Select Drive gedeeltelijk los te laten. Rijsnelheid varieert naargelang het terrein, de grashoogte, helling en het gewicht van de graszak.

Door de knop Select Drive te bewegen of het variëren in het vooruit duwen van de bediening Select Drive, kunt u de gewenste rijsnelheid handhaven onder voortdurend veranderende maaiomstandigheden. Laat de bediening Select Drive los om de achterwielen te ontkoppelen (te stoppen). Ontkoppel de aandrijving tijdens het maaien rond bomen en andere obstakels. Duw de maaier rond obstakels voor een betere directionele controle. De bedieningsknop Select Drive afstellenMet de bedieningsknop Select Drive [1] kunt u de maximale rijsnelheid afstellen wanneer de hendel Select Drive volledig is ingeschakeld. Afstelling gaat van MIN tot MAX. Met de hendel Select Drive volledig ingeschakeld:MIN zal de grasmaaier voortbewegen aan de laagste snelheid. MAX zal de grasmaaier voortbewegen aan de hoogste snelheid. MAAIHOOGTEHENDELS De maaihoogte kan op zes niveaus worden ingesteld.

Deze zijn hiernaast bij benadering aangegeven. De feitelijke maaihoogte is afhankelijk van de conditie van het gazon en de bodemgesteldheid. Elk wiel heeft een eigen maaihoogtehendel [1]. MAAISELRICHTERKNOP De maaiselrichterknop [1] regelt het opvangen in zak, mulchen, en afvoer aan de achterkant. De knop heeft tien instelmogelijkheden. [1]DICHTOPENFAST[1][2][1][1]19 mm32 mm45 mm62 mm75 mm88 mm101 mm[1][1].

6NEDERLANDSVOORDAT U GAAT MAAIENBENT U KLAAR OM TE MAAIEN. Draag beschermende kleding. Een lange broek en oogbescherming kunnen het risico op letsels veroorzaakt door weggeslingerde voorwerpen, verminderen. Draag schoeisel dat uw voeten beschermt en dat een stevige grip biedt op hellingen of oneffen terrein. HET GAZON INSPECTERENInspecteer voor uw eigen veiligheid en die van anderen altijd eerst het te maaien oppervlak. VoorwerpenAlles dat kan worden opgepakt door het snijmiddel en wordt gegooid, is een potentieel gevaar voor u en anderen. Zoek naar dingen zoals stenen, stokken, botten, speelgoed en draad. Verwijder ze uit het maaigebied. Mensen en dierenMensen en dieren nabij het te maaien oppervlak kunnen in de baan van de gazonmaaier komen of in een positie waar ze geraakt kunnen worden door weggeslingerde voorwerpen.

Zorg dat zich geen mensen, en vooral geen kinderen, of huisdieren in de buurt bevinden. Hun veiligheid is uw verantwoordelijkheid. GazonKijk hoe hoog het gras is en hoe het er bij staat om de maaihoogte en de snelheid te bepalen. Maai het gras niet als het nat is. Niet alleen raakt het maaidek daardoor verstopt en klontert het gemaaide gras op het gazon, maar nat gras geeft ook weinig grip en vergroot het risico dat u uitglijdt. DE MAAIER CONTROLERENMessen1. Zet de gashendel in de STOP-stand (bladzijde 5). 2. Draai de brandstofkraan DICHT (bladzijde 5). 3. Maak de bougiekap los van de bougie (bladzijde 13). 4. Kantel de maaier om naar rechts zodat de brandstofdop naar boven is gericht. Zo help u lekken voorkomen, en vermijdt u dat er motorolie doorsijpelt in de luchtfilter en dat de motor moeilijk start. 5.

Controleer de snijbladen [1] op beschadigingen, barsten en overmatige roest of corrosie. Een bot mes kan geslepen worden, maar een mes dat versleten, verbogen of gescheurd is moet vervangen worden. Afbrekende stukken van een versleten of beschadigd mes kunnen uit de maaier geslingerd worden.

Breng de gazonmaaier naar een geautoriseerde Honda-dealer om messen te laten slijpen of vervangen. Als u een momentsleutel hebt, kunt u zelf messen demonteren en monteren. Controleer of de mesbouten [2] goed zijn aangedraaid (bladzijde 15). OliepeilZet de motor uit en plaats de maaier op een vlakke ondergrond als u het oliepeil gaat controleren. Gebruik alleen olie voor viertaktmotoren met de aanduiding SH of vergelijkbare mengsels met een hoog detergensgehalte. Gebruik olie met een viscositeit die geschikt is voor de gemiddelde buitentemperatuur. SAE 10W-30 wordt aanbevolen voor algemeen gebruik. Mengsels met een andere viscositeit zijn geschikt voor gebruik bij een gemiddelde buitentemperatuur zoals aangegeven in onderstaande grafiek. We adviseren het gebruik van originele Honda-olie om de prestaties van het emissiecontrolesysteem op peil te houden.

OPMERKINGOPMERKING• Starten van de motor bij een laag oliepeil kan de motor beschadigen. • Gebruik van olie met een laag detergensgehalte kan de levensduur van de motor verkorten, en gebruik van tweetaktmengsels kan de motor beschadigen. [1][2] WAARSCHUWINGHet mes is scherp en draait zeer snel rond. Een ronddraaiend mes kan u ernstig verwonden en vingers en tenen amputeren. • Draag beschermend schoeisel. • Houd handen en voeten uit de buurt van het maaidek zolang de motor draait. • Zet de motor altijd af voordat u instellingen verandert en inspectie of onderhoud uitvoert. NORMALVERSLETENVERBOGENGESCHEURDNORMALVERSLETEN-20 -10 0 10 20 30 40°C0 20 40 60 80 100°F5W-30 • 10W-3030.

7NEDERLANDS1. Neem de dop van de olietank [1] en verwijder de olie van de peilstok. 2. Steek de oliepeilstok in de olietank, maar schroef de dop niet vast. Controleer het oliepeil op de peilstok. 3. Als het oliepeil dicht bij het onderste merkteken [3] staat, vult u de olie bij tot aan het bovenste merkteken [2]. Vul niet teveel olie bij. 4. Breng de dop van de olietank [1] weer aan en draai hem goed vast. BenzineDeze motor is gecertifieerd voor werking op loodvrije benzine, met een research-octaangetal van 91 of hoger. We raden aan om na elk gebruik bij te tanken zodat er zo weinig mogelijk lucht in de brandstoftank aanwezig is. Zorg dat de motor uit staat en dat er voldoende ventilatie is als u benzine bijvult. Als de motor heeft gelopen, laat u hem eerst afkoelen. Vul de benzine nooit bij in een ruimte waar benzinedampen kunnen ontbranden door open vuur of vonken.

U mag normale loodvrije benzine gebruiken met maximaal 10% ethanol (E10) of 5% methanol van de inhoud. Daarnaast moet methanol cosolvents en corrosievertragers bevatten. Gebruik van benzine met hogere percentages ethanol of methanol dan hier aangegeven, kunnen problemen veroorzaken met starten en/of de rijprestaties. Tevens kan het de metalen, rubber en plastic onderdelen van het brandstofsysteem beschadigen. Bovendien is ethanol hygroscopisch, dit betekent dat het water aantrekt en vasthoudt in het brandstofsysteem. Beschadiging van de motor en problemen met rijprestaties die het resultaat zijn van gebruik van benzine met een percentage ethanol of methanol dat groter is dan hier aangegeven, vallen niet onder de garantie. Gebruik van de hierboven aangegeven brandstof is noodzakelijk om de prestaties van het emissiecontrolesysteem op peil te houden.

Gelieve als uw apparaat gebruikt zal worden op occasionele of periodieke basis(meer dan 4 weken tussen gebruik) het onderdeel Brandstof te raadplegen in het hoofdstuk BERGING (bladzijde 17), voor aanvullende informatie met betrekking tot de kwaliteitsafname van brandstof. Het is mogelijk dat de motor bij zware belasting licht “klopt” of “pingelt”. Dit is geen reden tot zorg. OPMERKINGOPMERKINGBenzine tast verf en kunststof aan. Let erop dat u geen benzine morst als u de tank bijvult. Schade ontstaan door gemorste benzine valt niet onder de garantie. Draai de dop van de benzinetank los en controleer het benzinepeil. Vul de tank bij als het benzinepeil laag is. Wees voorzichtig met bijvullen om morsen te voorkomen. Vul de tank niet te veel; het benzinepeil dient niet tot de hals van de tank [1] te reiken. Draai na het vullen de tankdop stevig vast.

Zet de maaimachine ten minste 3 meter uit de buurt van de brandstofbron en -locatie voordat u de motor start. BrandstoftankSla uw brandstof in een nette, plastic, afgesloten container op die geschikt is voor brandstofopslag. Sluit het ventilatiegat af (indien voorzien) en stel de de tank niet bloot aan direct zonlicht. Als de brandstof langer dan 3 maanden wordt opgeslagen, raden we aan bij het vullen van de tank een stabiliseringsmiddel aan de brandstof toe te voegen. Als u op het einde van het seizoen nog brandstof in uw opslagtank heeft, dan raadt het milieubeschermingsagentschap aan om deze benzine in de brandstoftank van uw auto te gieten. Luchtfilter Verwijder het deksel [1]. Zorg dat de luchtfilter [2] zuiver en in goede staat is. Een vuile luchtfilter beperkt de luchtdoorvoer naar de carburator, met verminderde motorprestaties als gevolg.

GrasvangzakEen gazonmaaier werkt als een stofzuiger: hij blaast lucht in de zak, waardoor de afgemaaide grashalmen daar in worden opgevangen. Leeg de grasvangzak voordat hij helemaal vol raakt. Het verzamelvermogen neemt af wanneer de zak voor ongeveer 90% vol is. Ook is de zak gemakkelijker te legen als hij niet propvol zit.  WAARSCHUWINGBenzine is licht ontvlambaar en explosief. Bij het hanteren van brandstof is het risico van brandwonden of zwaar letsel zeer groot. • Zet de motor af en houd hem buiten het bereik van hitte, vonken en open vuur. • Hanteer brandstof uitsluitend buitenshuis. • Dweil gemorste benzine onmiddelijk op. [1][2][3][1][2][1].

8NEDERLANDSControleBij een normaal gebruik is het materiaal van de graszak onderhevig aan verslechtering en slijtage. OPMERKINGOPMERKINGControleer de grasvangzak op scheuren, gaten of versleten plekken. De grasvangzak slijt door normaal gebruik en moet te zijner tijd vervangen worden. Raadpleeg (bladzijde 15) om de grasvangzak te vervangen door een nieuwe. Aanbrengen1. Til de kap [1] op, pak de handgreep [3] vast en haak de grasvangzak [2] aan het maaidek. 2. Laat de klep weer zakken om de grasvangzak vast te zetten. Verwijderen1. Til de kap op, pak de grasvangzak bij de handgreep en verwijder hem. 2. Laat de kap weer zakken. 3. Als de grasvangzak van de klep los is, kunt u hem door de stuurboom tillen of achterlangs onder de stuurboom door verwijderen. Maaihoogte Controleer of de vier maaihoogtehendels [1] alle in dezelfde stand staan voor de gewenste maaihoogte.

U kunt de maaihoogte verstellen door elke hendel [1] naar het wiel te duwen om hem in een andere stand te zetten. Als u twijfelt over de juiste maaihoogte, begint u met een hoge stand. Maai een klein stukje en bekijk het resultaat. Stel de maaihoogte vervolgens naar wens lager in. AchterbeschermplaatTijdens een normaal gebruik is de achterbeschermplaat [1] onderhevig aan beschadigingen en slijtage. Verwijder de graszak en de afvoerkap [2] om de achterbeschermplaat te controleren op barsten of scheuren. Als de achterbeschermplaat overmatig versleten is, moet u ze laten vervangen door uw erkende dealer voor onderhoud en reparaties van Honda. MaaiselrichtingKnopafstelling maaiselrichterStel voor het juiste maairesultaat de afstelknop [1] voor de maaiselrichting in op een van de tien standen.

Als u veel weerstand bemerkt terwijl u de maaiselrichterknop van de ene naar de andere kant verschuift, kan er te veel gras zijn opgehoopt bovenop de schuifdeur. De verzameling van een zekere hoeveelheid gras in de uitvoeropening is normaal als de maairesultaat de afstelknop volledig gesloten is. Om dit gras te verwijderen, moet u het afvoerscherm sluiten, de maairesultaat de afstelknop volledig openen, de motor starten en de Bladbedieningshendel verscheidene keren inschakelen. Belangrijke VeiligheidsmaatregelZet de motor altijd af en trek de bougiedop eraf voordat u de afvoerbeschermkap omhoog haalt om rond de schuifdeur te inspecteren of schoon te maken. Zo voorkomt u contact met de draaiende messen en voorkomt u dat er voorwerpen het afvoergebied in worden geslingerd. Stand schuifdeur Door de plaatsing van de schuifdeur [2] kunnen er verschillende maairesultaten worden behaald.

9NEDERLANDSControleer hoe het gazon eruit ziet. Door de knop meer in richting van stand MULCH te schuiven, wordt er meer gras terug het gazon in gerecycled. Stel de maaiselrichterknop af tot het gewenste resultaat is bereikt. Afvoer naar achteren Om het afgeknipte gras naar achteren af te voeren, de graszak verwijderen en de maaiselrichterknop [1] in het bereik BAG plaatsen. Maximale afvoer naar achteren vindt plaats als de maaiselrichterknop in de stand (BAG) helemaal links staat. Door de maaiselrichterknop meer naar rechts (MULCH) te schuiven, wordt er minder gras afgevoerd door de afvoerbeschermkap achter. DE MAAIER GEBRUIKENVOORZORGSMAATREGELEN Lees VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN (bladzijde 2) and VOORDAT U GAAT MAAIEN (bladzijde 6) voordat u de gazonmaaier de eerste keer gebruikt.

Ook al hebt u ervaring met andere maaiers, neem dan toch even de tijd om vertrouwd te raken met de werking van deze maaier. Probeer hem op een vlak en ruim stuk gazon, voordat u uw vaardigheden beproeft op de moeilijker delen van uw gazon. Uit oogpunt van veiligheid dient u de motor niet te starten of te gebruiken in een gesloten ruimte, zoals een garage. De uitlaatgassen van de maaier bevatten het giftige koolmonoxide dat in een gesloten ruimte snel leidt tot ademnood, bewusteloosheid en de dood. GEBRUIKSFREQUENTIEGelieve als uw apparaat gebruikt zal worden op occasionele of periodieke basis(meer dan 4 weken tussen gebruik) het onderdeel Brandstof te raadplegen in het hoofdstuk BERGING (bladzijde 17), voor aanvullende informatie met betrekking tot de kwaliteitsafname van brandstof. DE MOTOR STARTEN 1. Draai de brandstofkraan [1] OPEN. 2.

Zet de gashendel [1] in de juiste stand om te SNEL(). 3. Trek het startkoord langzaam uit tot u weerstand voelt, en start de motor dan met een flinke ruk. Laat het startkoord lanzaam terugwikkelen.

Zet de meskoppelingshendel en de aandrijfkoppelingshendel voor het starten altijd in de vrijstarnd om te voorkomen dat het/de mes(sen) gaat/gaan draaien en de maaire gaat rijden. 4. Zodra de motor op bedrijfstemperatuur is gekomen, zet u de gashendel [1] op SNEL () om te gaan maaien of op LANGZAAM () om de motor stationair te laten draaien. Laat de motor minimaal drie minuten warmdraaien voordat u deze afzet om ervoor te zorgen dat het Auto Choke System makkelijk opnieuw kan worden gestart en optimaal presteert. Bij temperaturen lager dan 21°C moet u de motor langer laten warmdraaien. Gebruik in de bergen Op grote hoogte levert de standaard afstelling van de carburateur een te rijk benzine/luchtmengsel. Hierdoor vermindert het motorvermogen en stijgt het brandstofverbruik. Ook wordt de bougie vuil, hetgeen startproblemen geeft.

Bij gebruik in de bergen kan het motorvermogen verhoogd worden door enkele aanpassingen aan de carburateur. Als u de maaier alleen [1]IN ZAK OPVANGEN OF AFVOEREN NAAR ACHTERENEN EEN BEETJE MULCHEN[2] (50% geopend)ALLES IN ZAK OPVANGEN OF AFVOEREN NAAR ACHTERENVOLLEDIG MULCHEN[1] (stand BAG)[1] (stand MULCH)[2] (volledig gesloten)[2] (volledig geopend)[1] OPEN[1]SNEL[1].

10NEDERLANDSop een hoogte van meer dan 610 m gebruikt, kunt u deze aanpassingen laten uitvoeren door de Honda-dealer. Ondanks deze aanpassing vermindert het het motorvermogen met ongeveer 3,5% per 300 meter stijging. De vermindering van motorvermogen zal nog groter zijn als de carburateur niet wordt aangepast. OPMERKINGOPMERKINGAls de carburateur is aangepast voor gebruik op grote hoogte, is het benzine/luchtmengsel te arm voor gebruik op een hoogte beneden 610 m. Dit kan oververhitting en ernstige motorschade veroorzaken. Laat de Honda-dealer de carburateur daarom eerst terugbrengen in de oorspronkelijke staat, voordat u de maaier beneden de 1800 m gebruikt. DE MOTOR AFZETTEN1. Laat de meskoppelingshendel [1] los. 2. Schuif de gasklephendel [2] naar STOP. 3. Draai de brandstofkraan DICHT wanneer de maaier niet gebruikt wordt. 4.

Als uw grasmachine gedurende 3 tot 4 weken niet zal worden gebruikt, dan raden we aan om de brandstop uit de carburator van de motor te verwijderen. U kunt dit doen door de brandstofklep in de stand OFF (Uit) te zetten, de motor opnieuw te starten en de resterende brandstof op te gebruiken. Als u de grasmaaier langer dan 4 weken niet gaat gebruiken, raadpleeg dan het hoofdstuk BERGING (bladzijde 16). TIPS VOOR VEILIG MAAIENHoud voor uw eigen veiligheid alle vier wielen aan de grond en let op waar u loopt zodat u niet de controle over de maaier verliest. Houd de stuurboom stevig vast en loop altijd normaal, nooit hard, met de maaier. Wees voorzichtig als u een ongelijk of geaccidenteerd oppervlak maait. Duw nooit met uw voet tegen de maaier als hij vast zit; gebruik alleen de stuurboom om de maaier te hanteren. HellingenMaai een helling altijd dwars, niet van boven naar beneden.

Maai geen steile hellingen (met een stijgings-percentage van meer dan 20°), en wees voorzichtig als u van richting verandert. Als u een helling maait met nat of vochtig gras kunt u uitglijden en de macht over de maaier verliezen.

ObstakelsMaai langs grote obstakels, zoals een hek of een muur, met de zijkant van de maaier. Laat de aandrijfkoppelingshendel los om de aandrijving te ontkoppelen wanneer u rond een boom of een ander obstakel maait. In zulke gevallen kunt u de maaier beter sturen als u hem duwt. Wees voorzichtig als u over ingegraven obstakels heen maait, zoals sproeikoppen, tegels, boorders, enz. Maai nooit over dingen heen die boven het maaiveld uitsteken. Als het mes iets heeft geraakt of als de maaier begint te trillen, zet dan de motor onmiddellijk af en controleer of er iets is beschadigd. Een obstakel kan het mes beschadigen, de krukas buigen en/of het maaidek of andere onderdelen breken. Trilling duidt meestal op een ernstig mankement. Onderdelen die worden beschadigd door ongelukken of een botsing vallen niet onder de garantie.

[1]STOP[2]DICHT[2] GEVAARDe snijmiddelen zijn scherp en draaien op hoge snelheid. Als u in contact komen met een draaiende snijmiddelen, zal het je ernstig gesneden en kunnen vingers en tenen amputeren. • Draag beschermend schoeisel. • Houd handen en voeten uit de buurt van het maaidek zolang de motor draait. • Zet de motor altijd af voordat u instellingen verandert en inspectie of onderhoud uitvoert.  WAARSCHUWINGEen versleten, gescheurd of beschadigd mes kan afbreken, waardoor stukken van het mes gevaarlijke projectielen kunnen worden. Ook andere weggeslingerde objecten kunnen ernstig letsel veroorzaken. Inspecteer het mes daarom regelmatig en gebruik de maaier niet met een versleten of beschadigd mes.

11NEDERLANDSGravel en losse voorwerpenGravel, grind en ander materiaal voor het aanleggen van tuinen kan door de maaier worden opgepikt en meters ver weggeslingerd worden met voldoende kracht om ernstig lichamelijk letsel of materiële schade te veroorzaken. De beste manier om mogelijk letsel door weggeslingerde voorwerpen te voorkomen is door de meskoppelingshendel los te laten, zodat het mes stilvalt voordat u op terrein komt waarop gravel, grind of ander los materiaal ligt. MAAITIPSWanneer maaien. De meeste grassoorten moeten gemaaid worden als ze 1 tot 3 cm boven hun aanbevolen hoogte uitkomen. Als u het gras molmt, dient u vaker te maaien dan wanneer u het verzamelt. Maai uw gazon in het groeiseizoen twee maal per week voor de beste resultaten.

MaaihoogteVraag een kwekerij of een tuincentrum bij u in de buurt om advies over de aanbevolen maaihoogte en verzorging voor specifieke grassoorten. Als u goed kijkt, ziet u dat de meeste grassoorten een steel en bladeren hebben. Als u de grashalmen helemaal afmaait, scalpeert u het gazon. Geef het gras voldoende tijd om zich te herstellen tussen maaibeurten. Dan zal de maaier beter werken en uw gazon beter ogen. Als het gras te lang wordt, maait u het eerst op de hoogste maaihoogte en twee of drie dagen later nogmaals. Maai niet meer dan één-derde van de totale lengte per keer om te voorkomen dat bruine plekken ontstaan. De werking van de maaihoogtehendels wordt beschreven in het hoofdstuk BEDIENING (bladzijde 5). MaaistrokenVoor een gelijkmatige gazon laat u de maaistroken elkaar overlappen (5–10 cm). Bij zeer lang of dik gras houdt u een bredere overlapping aan.

MessnelheidHet mes moet zeer snel roteren om goed te maaien. Zet de gashendel bij het maaien altijd op snel en laat de motor met maximale toeren draaien. Als het toerental vermindert, kan dit betekenen dat de motor overbelast wordt doordat het mes teveel gras moet maaien. Maai een smallere strook, maai langzamer of stel de maaihoogte hoger in.

MesscherpteEen scherp mes maait scherp. Door een stomp mes scheuren de grashalmen, waardoor de uiteinden bruin worden. Als het mes niet meer scherp maait, laat u het slijpen of vervangen. Droog grasAls de grond te droog is kan er bij het maaien veel stof opwaaien. Behalve dat dit onprettig werkt, kan ook het luchtfilter verstopt raken door grote hoeveelheden stof. Als stof problemen geeft, sproeit u uw gazon een dag voordat u het gaat maaien. Maai het wanneer het gras droog aanvoelt, maar de grond nog vochtig is. Nat grasNat gras is glad waardoor u kunt uitglijden. Bovendien klontert nat gras samen in het maaidek en op het gazon. Wacht altijd met maaien totdat het gras droog is. Gevallen bladerenU kunt met uw maaier gevallen bladeren verzamelen om deze weg te gooien.

Als u de maaimachine gebuikt om grote hoeveelheden bladeren te verzamelen en niet om te maaien, stel de snijhoogteafstelhendels dan zo in dat de voorzijde van het maaierdek één of twee instellingen hoger staat dan de achterzijde. Om te beginnen zet u de maaiselrichterknop in stand #9 (niet helemaal volledig mulchen). Met deze instelling worden de bladeren gerecycled en fijngesneden totdat de deeltjes klein genoeg zijn om door de schuifopening de graszak in te gaan. Afhankelijk van de grootte, het soort en hoeveelheid water die de bladeren bevatten, kan het nodig zijn de schuifdeur te openen voor het beste resultaat bladopvang in de zak. Met het juiste gebruik van de schuifdeur wordt de graszak beter gevuld, waardoor deze minder vaak hoeft te worden geleegd. Zorg dat er geen obstakels zoals stenen zijn verstopt onder de bladeren.

Als u uw gazon met mulch van bladeren wilt bedekken, laat de laag bladeren dan niet te dik worden voor u begint. Het beste resultaat wordt bereikt als u begint uw gazon met mulch te bedekken terwijl u het gras nog door de laag bladeren kunt zien.

Op plaatsen waar de gevallen bladeren het gras volkomen bedekken, dient u ze met een hark te verwijderen of de graszak te gebruiken, zodat uw maaimachine ze kan verzamelen voor opruiming. Zet de maaiselrichterknop op de stand MULCH. Verstopt maaidekZet de motor af en draai de brandstofkraan DICHT voordat u het maaidek reinigt. Verwijder de kap van de bougie voordat u de maaier met de carburateur omhoog op zijn kant legt. Verwijder aangekoekt gras altijd met een stuk hout, niet met uw handen. MaairichtingDe Honda-maaier werkt het best als u zoveel mogelijk maait in de richting zoals hieronder aangegeven. Het ontwerp van het maaidek en de machine, alsmede door de draairichting van het mes, geeft maaien in deze richting het beste resultaat. MolmenMaak een linksdraaiend maaipatroon als de maaiselrichtingknop op de stand volledige MULCH staat.

Als het gazon een onregelmatige vorm heeft, of veel obstakels, dient u het in delen op te delen waar u de linksdraaiende maaipatronen kunt gebruiken. Opvangen in zakMaak een linksdraaiend maaipatroon. Zo word de prestatie van de maaiselrichter en het opvangen in de zak het beste, waarbij er de minste hoeveelheid gemaaid gras op het gazon blijft. Maaien met afvoer naar achterenVerwijder de graszak en sluit de afvoerbeschermkap. Stel de maaiselrichterknop in op de gewenste stand en begin met maaien in een rechtsdraaiend patroon. Als het gazon een onregelmatige vorm heeft, of veel obstakels, dient u het in delen op te delen. GOEDE LENGTETE KORTMOLMENPATROON IN ZAK OPVANGEN EN ACHTER ONTLADEN.

12NEDERLANDSONDERHOUDHET BELANG VAN ONDERHOUDGoed onderhoud is van wezenlijk belang voor veilige, zuinige en probleemloze werking van de maaier. Het zal ook bijdragen tot een vermindering van de luchtvervuiling en ervoor zorgen dat de emissieprestaties van de motor behouden blijven. Voor een goed onderhoud van uw maaier bevatten de volgende pagina’s een onderhoudsschema, standaard inspectie-procedures en eenvoudige onderhoudswerkzaamheden die u zelf kunt verrichten. Andere verrichtingen, die moeilijker zijn of speciaal gereedschap vereisen, kunt u het best overlaten aan de vakman en worden normaliter uitgevoerd bij de Honda-dealer. Het onderhoudsschema is van toepassing op normale bedrijfsomstandigheden. Als u de maaier onder abnormale omstandigheden gebruikt, vraag dan de Honda-dealer om bijpassend advies.

Onthoud dat de Honda-dealer het best bekend is met de maaier en volledig is toegerust voor onderhoud en reparatie ervan. Gebruik alleen nieuwe, originele Honda-onderdelen of onderdelen van vergelijkbare kwaliteit voor reparatie en vervanging, teneinde de hoogste betrouwbaarheid te waarborgenLET OP UW VEILIGHEIDHier volgen enkele van de belangrijkste veiligheidsvoorschriften. We kunnen u echter niet waarschuwen voor elk denkbaar risico bij het uitvoeren van onderhoud. Alleen u kunt bepalen of u een bepaalde taak al of niet zelf zou moeten uitvoeren. Veiligheidsvoorschriften• Zorg ervoor dat de motor uit staat voordat u met onderhoud of reparatie begint. Hierdoor voorkomt u verscheidene risico’s:– Koolmonoxidevergiftiging door uitlaatgassen. Zorg altijd voor voldoende ventilatie als u de motor moet laten draaien. – Brandwonden door aanraking van hete machine-onderdelen.

Laat de motor en de uitlaat afkoelen voordat u ze aanraakt. – Letsel door bewegende onderdelen. Laat de motor niet draaien, tenzij dat uitdrukkelijk wordt gevraagd. • Lees de instructies voordat u begint en zorg ervoor dat u beschikt over het benodigde gereedschap en de vereiste kennis.

• Beperk brand- en explosiegevaar tot een minimum door voorzichtig om te gaan met benzine. Gebruik alleen niet-ontvlambaar oplosmiddel en geen benzine voor het schoonmaken van onderdelen. Houd sigaretten, vonken, en open vuur uit de buurt van onderdelen die met brandstof te maken hebben. ONDERHOUDSSCHEMAElk tijdvak uitvoeren of na het aantal aangegeven bedrijfsuren als dat eerder bereikt is (1). 1. Vaker bij gebruik in stoffige omgeving. 2. Door de dealer laten uitvoeren, tenzij u zelf beschikt over het benodigde gereedschap en de vereiste kennis. Raadpleeg in dat geval het Honda werkplaatshandboek. 3. In Europa en andere landen waar richtlijn 2006/42/EC voor machines van kracht is, dient deze reiniging door uw onderhoudsgarage te worden uitgevoerd.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Honda HRX 537 VY stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden