Honda HRS 536 C5 VK Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Honda HRS 536 C5 VK (104 pagina’s), behorend tot de categorie Grasmaaier. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 28 mensen. Heb je een vraag over Honda HRS 536 C5 VK of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Honda |
| Categorie: | Grasmaaier |
| Model: | HRS 536 C5 VK |
Handleiding Honda HRS 536 C5 VK – volledige tekst
1NEDERLANDSINLEIDINGDank u voor de aanschaf van deze Honda gazonmaaier. Deze handleiding beschrijft het gebruik en het onderhoud van de Honda gazonmaaier, type HRS536C5 VKEA. Wij willen u helpen uw nieuwe maaier veilig te bedienen met het beste resultaat. Deze handleiding bevat alle hiervoor noodzakelijke informatie; lees deze daarom zorvuldig door. Deze handleiding is een integraal onderdeel van de gazonmaaier en moet worden bijgeleverd als u de maaier verkoopt. Neem contact op met uw leverancier indien u problemen of vragen hebt met betrekking tot de maaier. Wij raden u aan de garantiebepalingen te lezen, zodat u volledig op de hoogte bent van uw rechten en plichten. De garantiebepalingen worden door uw leverancier afzonderlijk bijgeleverd. We raden u aan het garantiebeleid te lezen om de dekking en uw verantwoordelijkheden ten opzichte van eigendom volledig te begrijpen.
Honda Power Equipment Mfg. , Inc. behoudt zich het recht voor om zonder aankondiging vooraf en zonder verdere verplichtingen produktspecificaties te wijzigen. Niets uit deze publicatie mag, op welke wijze ook, vermenigvuldigd worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming. WAARSCHUWINGEN BETREFFENDE DE VEILIGHEIDLet vooral op waarschuwingen die als volgt zijn aangegeven:Elke waarschuwing vermeldt het risico, wat er kan gebeuren en wat u kunt doen om de kans op letsel te voorkomen of te beperken. OPMERKINGENAndere belangrijke opmerkingen om schade te voorkomen worden als volgt aangeduid:Deze instructies dienen om schade aan de gazonmaaier, ander voorwerpen of het milieu te helpen voorkomen. INHOUD GEVAARU WORDT GEDOOG of LOOPT ERNSTIG LETSEL OP als u de voorschiriften niet opvolgt. WAARSCHUWINGAls u deze instructie niet opvolgt kan dat ERNSTIG LETSEL of LEVENSGEVAAR opleveren.
LET OPAls u deze instructie niet opvolgt kunt u GEWOND raken. OPMERKINGOPMERKINGAls u deze instructie niet opvolgt kan schade ontstaan aan de gazonmaaier of andere voorwerpen. INLEIDING.
2NEDERLANDSVEILIGHEIDSVOORSCHRIFTENVoor een veilige bediening –• Lees deze instructies zorgvuldig door en maak u vertrouwd met de bediening en het juiste gebruik van de machine. • Laat de gazonmaaier nooit bedienen door kinderen of personen die niet op de hoogte zijn van deze voorschriften. • Gebruik de gazonmaaier nooit als er mensen in de buurt zijn, en zeker niet met kinderen of huisdieren in de buurt. • Onthoud dat wie de machine gebruikt wettelijk aansprakelijk is in geval van ongelukken met betrekking tot andere mensen of hun eigendom. • Draag bij het maaien altijd stevig schoeisel en een lange broek. Gebruik de machine niet zonder schoenen of op sandalen. • Verwijder voordat u gaat maaien alle voorwerpen van het gazon die door de machine kunnen worden weggeslingerd. • Benzine is uiterst brandbaar:– Bewaar benzine altijd in een daarvoor bestemde jerrycan.
– Vul de tank altijd buiten bij en rook niet als u de tank vult. – Vul de tank voordat u de motor start. Verwijder nooit de dop van de tank en vul nooit benzine bij terwijl de motor draait of nog heet is. – Als u tijdens het vullen benzine morst, verplaats de machine dan met de hand naar een veilige plaats en wacht met starten tot alle benzine verdampt is. – Sluit de tankdop zorgvuldig. • Vervang de uitlaat als die defect is. • Controleer voordat u begint met maaien of het mes(stel), de mesbout(en) en de behuizing niet versleten of beschadigd zijn. Vervang mes(stel) en mesbout(en) altijd in paren om het maaiwerk in evenwicht te houden. • Controleer grasvangers vaak voor slijtage of verslechtering. • Gebruik de machine niet in een gesloten ruimte waar zich koolmonoxide kan ophopen. • Maai alleen bij daglicht of bij voldoende kunstlicht.
• Maai het gazon bij voorkeur niet als het gras nat is. • Let op bij het maaien van hellingen:– Kijk altijd uit waar u loopt. – Maai altijd dwars op een helling en nooit van boven naar beneden of vice versa.
– Maai voorzichtig; loop langzaam. – Wees uiterst voorzichtig als u op een helling van richting verandert. – Gebruik de gazonmaaier niet op steile hellingen. • Wees uiterst voorzichtig als u de machine naar zich toe trekt. • Ontkoppel het mes(stel) als u de machine moet kantelen voor transport, wanneer u over ander terrein gaat dan het gazon of wanneer u de machine verplaatst van of naar het te maaien terrein. • Gebruik de gazonmaaier nooit als onderdelen beschadigd zijn of als veiligheidsvoorzieningen (zoals deflectors en/of grasvangbak) ontbreken. • Start de motor niet wanneer u voor de ontladingstang staat. • Probeer niet de maaihoogte te veranderen terwijl de motor draait. • Verstel niet zelf de toerenregelaar en voer de motor niet op. • Ontkoppel het mes(stel) en de aandrijving voordat u de motor start.
• Volg nauwgezet de instructies voor het starten van de motor en zorg dat uw voeten op voldoende afstand van het mes(stel) staan. • Kantel de maaier niet tijdens het starten. • Houd handen en voeten weg van roterende onderdelen. Ga nooit voor de afvoeropening staan. • Probeer een gazonmaaier nooit op te tillen of te dragen als de motor draait. • Zet de motor af en ontkoppel de bougiekabel:– Voordat u verstoppingen in de gazonmaaier verwijdert. – Voordat u de gazonmaaier inspecteert, reinigt of er overige werkzaamheden aan verricht. – Wanneer de maaier een vreemd voorwerp heeft geraakt. Controleer of de gazonmaaier is beschadigd en vervang beschadigde onderdelen voordat u de maaier opnieuw start en verder gaat met maaien. – Als de gazonmaaier hevig begint te trillen. Controleer de maaier direct. • Zet de motor af:– Als u bij de gazonmaaier wegloopt. – Voordat u de tank bijvult.
• Stal de machine nooit met gevulde tank in afgesloten ruimte waar benzinedamp een vlam of vonk kan bereiken. • Laat de machine afkoelen voordat u hem binnen zet. • Voorkom brandgevaar door de motor, de uitlaat, de batterijbak (indien van toepassing) en de benzine-opslagplaats vrij te houden van gras, bladeren of overtollig vet. • Vervang versleten of beschadigde onderdelen voor uw eigen veiligheid. • Als de benzinetank moet worden afgetapt, doe dit dan altijd buiten. • Draag oogbescherming. WAARSCHUWING• Honda gazonmaaiers zijn ontworpen voor veilige en betrouwbare bediening indien gebruikt volgens deze voorschriften. Lees deze Gebruiksaanwijzing voordat u de maaier gaat gebruiken. Als u dat niet doet, kunt u zichzelf verwonden of de machine beschadigen. VerwijderingOm het milieu te beschermen, gooi dit product, de batterij, motorolie, enz. niet achteloos weg met het afval.
3NEDERLANDSWAARSCHUWINGSSTICKERDeze sticker waarschuwt u voor mogelijke risico’s op ernstig letsel. Lees de sticker aandachtig. Als de sticker loskomt of onleesbaar wordt, dient u contact op te nemen met uw dealer en hem een nieuwe te vragen. PRODUKT-IDENTIFIKATIE-PLAATJEOVERZICHT VAN ONDERDELENNoteer de serienummers van het chassis en de motor hieronder. U zal deze serienummers nodig hebben bij het bestellen van onderdelen en wanneer u inlichtingen wenst betreffende technische gegevens of garantie. Serienummerchassis: ________ – ____________ Serienummermotor: ________ – ______________Aanschafdatum: _______ / _______ / ________Brief AfbeeldingA1. Lees de gebruikershandleiding voor u deze maaier gebruikt. 2. Gevaar voor wegschietende voorwerpen. Houd overigepersonen uit de buurt tijdens het gebruik van deze maaier. 3. Gevaar voor snijwonden. Sneldraaiend mes.
Steek uw hand ofvoet niet in de maaikast. Neem de bougiekap van de bougievoor u onderhoud of reparaties aan de machine uitvoert. 4. Niet gebruiken uitwerpkoker je of grasopvangbak. B5. Lees de gebruikershandleiding voor u deze maaier gebruikt. 6. De uitlaatgassen van de motor bevatten giftig koolmonoxidegas. Laat de motor niet draaien in een omsloten ruimte. 7. Benzine is uiterst brandbaar en explosief. Zet de motor uit en laat deze afkoelen voordat u brandstof bijvult. C8. Gevaar voor wegschietende voorwerpen. Houd overige personen uit de buurt tijdens het gebruik van deze maaier. 9. Niet gebruiken uitwerpkoker je of grasopvangbak. Brief AfbeeldingD1. Gewaardborgd geluidsvermogensniveau volgens EEC Richtlijn 2000/14/EC2. Overeenstemmingsmarkering volgens gewijzigde EEC3. Conformity mark optional4. Nominaal vermogen in kilowattsVelocità del motore consigliata in giri al minuto5.
4NEDERLANDSIN ELKAAR ZETTENUITPAKKEN Verwijder al het beschermkarton van de maaier, ook het karton rond de handgreep. MONTEREN VAN DE HANDGREPEN1. Draai de afstelknoppen van de handgreep [2] 90 graden naar ontgrendelde stand [3]. 2. Houd de vliegwielhendel [1] tegen de handgreep gedrukt en klap de handgreep uit naar de maaistand. 3. Beweeg de handgreep naar de maaistand zodat de fixeerpennen uitlijnen met ofwel de hoogste, of de middelste, of de laagste gaatjes in montagebeugels van de handgreep. 4. Draai de afstelknoppen 90 graden naar de vergrendel [4] stand toe en de pennen zullen op hun plaats vastklikken in de gaten. MOTOROLIEDe maaimachine wordt ZONDER OLIE in de motor verscheept. Vul dan genoeg SAE 10W-30 API olie van onderhoudscategorie SJ om het oliepeil tot tussen de bovengrens [2] en de ondergrensmarkeringen [3] op de peilstok [1] te brengen, zolas wordt afgebeeld.
Doe niet te veel olie in de motor. Als de motor te vol is, kan overtollige olie worden overgebracht naar de luchtfilterbehuizing en het luchtfilter. BENZINERaadpleeg bladzijde 6. VÓÓR HET IN BEDRIJF NEMENAlle operators van de maaimachine moeten vóór gebruik van de maaimachine de volgende hoofdstukken lezen:• VEILIGHEIDSINSTRUCTIES (bladzijde 2)• BEDIENINGEN (bladzijde 4)• CONTROLES VÓÓR HET IN BEDRIJF NEMEN (bladzijde 5)•GEBRUIK (bladzijde 7)• ONDERHOUDSSCHEMA (bladzijde 10)BEDIENINGBRANDSTOFKRAANMet de brandstofkraan [1] wordt de verbinding tussen de brandstoftank en de carburateur geopend [2] en gesloten [3]. VLIEGWIELREMHENDELDe vliegwielremhendel [1] is verbonden aan de motorvliegwielrem en ontstekingsschakelaar. De motor start enkel als deze bedieningshendel naar achter wordt getrokken.
Verplaats de Smart Drive-bedieningsknop omhoog of omlaag, in de meest comfortabele stand. 3. Laat de meerstandenregelaar los en laat deze ingrijpen. Probeer de stand van de Smart Drive bediening niet te wijzigen wanneer de maaier in beweging is. MAAIHOOGTEHENDELSDe maaihoogte kan op zes niveaus worden ingesteld. Deze zijn hiernaast bij benadering aangegeven. De feitelijke maaihoogte is afhankelijk van de conditie van het gazon en de bodemgesteldheid. [1][2][4][3][3][2][1][1][3][2][1]CONTROL™[2][1]28 mm44 mm60 mm75 mm90 mm102 mm.
5NEDERLANDSElk wiel heeft een eigen maaihoogtehendel [1]. VOORDAT U GAAT MAAIENBENT U KLAAR OM TE MAAIEN. Draag beschermende kleding. Een lange broek en oogbescherming kunnen het risico op letsels veroorzaakt door weggeslingerde voorwerpen, verminderen. Draag schoeisel dat uw voeten beschermt en dat een stevige grip biedt op hellingen of oneffen terrein. HET GAZON INSPECTERENInspecteer voor uw eigen veiligheid en die van anderen altijd eerst het te maaien oppervlak. VoorwerpenAlles dat door een mes kan worden weggeslingerd is een mogelijk gevaar voor u en voor anderen. Verwijder stenen, takken, botten, staaldraad e. d. van het te maaien oppervlak. Mensen en dierenMensen en dieren nabij het te maaien oppervlak kunnen in de baan van de gazonmaaier komen of in een positie waar ze geraakt kunnen worden door weggeslingerde voorwerpen.
Zorg dat zich geen mensen, en vooral geen kinderen, of huisdieren in de buurt bevinden. Hun veiligheid is uw verantwoordelijkheid. GazonKijk hoe hoog het gras is en hoe het er bij staat om de maaihoogte en de snelheid te bepalen. Maai het gras niet als het nat is. Niet alleen raakt het maaidek daardoor verstopt en klontert het gemaaide gras op het gazon, maar nat gras geeft ook weinig grip en vergroot het risico dat u uitglijdt. DE MAAIER CONTROLERENMessen1. Draai de brandstofkraan DICHT. 2. Maak de bougiekap los van de bougie. 3. Kantel de maaier om naar rechts zodat de brandstofdop naar boven is gericht [1]. Zo help u lekken voorkomen, en vermijdt u dat er motorolie doorsijpelt in de luchtfilter en dat de motor moeilijk start. 4. Controleer de snijbladen [2] op beschadigingen, barsten en overmatige roest of corrosie.
Een bot mes kan geslepen worden, maar een mes dat versleten, verbogen of gescheurd is moet vervangen worden. Afbrekende stukken van een versleten of beschadigd mes kunnen uit de maaier geslingerd worden. Breng de gazonmaaier naar een geautoriseerde Honda-dealer om messen te laten slijpen of vervangen.
Als u een momentsleutel hebt, kunt u zelf messen demonteren en monteren. Controleer of de mesbouten [2] goed zijn aangedraaid (bladzijde 13). [1] WAARSCHUWINGBenzine is uiterst ontvlambaar en ontplofbaar. Omgaan met benzine houdt een risico op brandwonden en ernstige letsels in. • Schakel de motor uit en blijf uit de buurt van hitte, vonken en vlammen. • Vul benzine enkel bij in open lucht. • Veeg gemorste benzine onmiddellijk af. [1][2]NORMAALVERSLETENVERBOGENGESCHEURDNORMAALVERSLETEN.
6NEDERLANDSOliepeilZet de motor uit en plaats de maaier op een vlakke ondergrond als u het oliepeil gaat controleren. Gebruik alleen olie voor viertaktmotoren met de aanduiding SH of vergelijkbare mengsels met een hoog detergensgehalte. Gebruik olie met een viscositeit die geschikt is voor de gemiddelde buitentemperatuur. SAE 10W-30 wordt aanbevolen voor algemeen gebruik. Mengsels met een andere viscositeit zijn geschikt voor gebruik bij een gemiddelde buitentemperatuur zoals aangegeven in onderstaande grafiek. OPMERKINGOPMERKING• Starten van de motor bij een laag oliepeil kan de motor beschadigen. • Gebruik van olie met een laag detergensgehalte kan de levensduur van de motor verkorten, en gebruik van tweetaktmengsels kan de motor beschadigen. 1. Neem de dop van de olietank [1] en verwijder de olie van de peilstok. 2. Steek de oliepeilstok in de olietank, maar schroef de dop niet vast.
Controleer het oliepeil op de peilstok. 3. Als het oliepeil dicht bij het onderste merkteken [3] staat, vult u de olie bij tot aan het bovenste merkteken [2]. Vul niet teveel olie bij. 4. Breng de dop van de olietank [1] weer aan en draai hem goed vast. Benzine Deze motor is gecertifieerd voor werking op loodvrije benzine, met een research-octaangetal van 91 of hoger. We raden aan om na elk gebruik bij te tanken zodat er zo weinig mogelijk lucht in de brandstoftank aanwezig is. Zorg dat de motor uit staat en dat er voldoende ventilatie is als u benzine bijvult. Als de motor heeft gelopen, laat u hem eerst afkoelen. Vul de benzine nooit bij in een ruimte waar benzinedampen kunnen ontbranden door open vuur of vonken. U mag normale loodvrije benzine gebruiken met maximaal 10% ethanol (E10) of 5% methanol van de inhoud. Daarnaast moet methanol cosolvents en corrosievertragers bevatten.
Tevens kan het de metalen, rubber en plastic onderdelen van het brandstofsysteem beschadigen. Bovendien is ethanol hygroscopisch, dit betekent dat het water aantrekt en vasthoudt in het brandstofsysteem. Beschadiging van de motor en problemen met rijprestaties die het resultaat zijn van gebruik van benzine met een percentage ethanol of methanol dat groter is dan hier aangegeven, vallen niet onder de garantie. Gelieve als uw apparaat gebruikt zal worden op occasionele of periodieke basis(meer dan 4 weken tussen gebruik) het onderdeel Brandstof te raadplegen in het hoofdstuk BERGING (bladzijde 14), voor aanvullende informatie met betrekking tot de kwaliteitsafname van brandstof. Gebruik nooit verschaalde of verontreinigde benzine en ook geen olie/benzine-mengelingen. Vuil of water moeten uit de brandstoftank geweerd worden. OPMERKINGOPMERKINGBenzine tast verf en kunststof aan.
Let erop dat u geen benzine morst als u de tank bijvult. Schade ontstaan door gemorste benzine valt niet onder de garantie. Draai de dop van de benzinetank [1] los en controleer het benzinepeil. Vul de tank bij als het benzinepeil laag is. Wees voorzichtig met bijvullen om morsen te voorkomen. Vul de tank niet te veel; het benzinepeil dient niet tot de hals van de tank [2] te reiken. Draai na het vullen de tankdop stevig vast. Zet de maaimachine ten minste 3 meter uit de buurt van de brandstofbron en -locatie voordat u de motor start. BrandstoftankSla uw brandstof in een nette, plastic, afgesloten container op die geschikt is voor brandstofopslag. Sluit het ventilatiegat af (indien voorzien) en stel de de tank niet bloot aan direct zonlicht.
Als de brandstof langer dan 3 maanden wordt opgeslagen, raden we aan bij het vullen van de tank een stabiliseringsmiddel aan de brandstof toe te voegen. -20 20 30 40°C-10 0 1040 60 100°F80020305W-30 • 10W-30[3][2][1] WAARSCHUWINGBenzine is licht ontvlambaar en explosief.
7NEDERLANDSLuchtfilter Verwijder het deksel [1]. Zorg dat de luchtfilter [2] zuiver en in goede staat is. Een vuile luchtfilter beperkt de luchtdoorvoer naar de carburator, met verminderde motorprestaties als gevolg. Ga naar bladzijde 11 voor informatie over het onderhoud van de luchtfilter. Mulch- of zijafvoerDe maaier kan ingesteld worden op ‘mulchen’ of om het gemaaide gras langs de zijkant af te voeren. Om te ‘mulchen’ mag de afvoerklep aan de zijkant niet gemonteerd zijn, en moet het zijdeurtje op het maaidek volledig gesloten zijn. Om het gemaaide gras via het zijdeurtje [1] af te voeren, schakelt u de motor uit en monteert u de afvoerklep [2] zoals getoond. Maaihoogte Controleer of de vier maaihoogtehendels [1] alle in dezelfde stand staan voor de gewenste maaihoogte. U kunt de maaihoogte verstellen door elke hendel [1] naar het wiel te duwen om hem in een andere stand te zetten.
Als u twijfelt over de juiste maaihoogte, begint u met een hoge stand. Maai een klein stukje en bekijk het resultaat. Stel de maaihoogte vervolgens naar wens lager in. DE MAAIER GEBRUIKENVOORZORGSMAATREGELEN VOOR EEN VEILIGE Lees VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN (bladzijde 2) and VOORDAT U GAAT MAAIEN (bladzijde 5) voordat u de gazonmaaier de eerste keer gebruikt. Ook al hebt u ervaring met andere maaiers, neem dan toch even de tijd om vertrouwd te raken met de werking van deze maaier. Probeer hem op een vlak en ruim stuk gazon, voordat u uw vaardigheden beproeft op de moeilijker delen van uw gazon. Uit oogpunt van veiligheid dient u de motor niet te starten of te gebruiken in een gesloten ruimte, zoals een garage. De uitlaatgassen van de maaier bevatten het giftige koolmonoxide dat in een gesloten ruimte snel leidt tot ademnood, bewusteloosheid en de dood.
GEBRUIKSFREQUENTIEGelieve als uw apparaat gebruikt zal worden op occasionele of periodieke basis(meer dan 4 weken tussen gebruik) het onderdeel Brandstof te raadplegen in het hoofdstuk BERGING (bladzijde 14), voor aanvullende informatie met betrekking tot de kwaliteitsafname van brandstof. DE MOTOR STARTEN Het mes draait wanneer u de starter bedient. De makkelijkste manier om te starten,is: de motor op een vrije of een reeds gemaaide oppervlakte te plaatsen zodat het mes vrij kan ronddraaien. 1. Draai de brandstofkraan OPEN (bladzijde 4). 2. Laat de aandrijfkoppelingshendel los Als de aandrijfkoppeling ingeschakeld staat beweegt de grasmaaimachine vooruit als u de starter in werking stelt. 3. Druk de vliegwielremhendel [1] naar voren en houd deze tegen de handgreep. 4. Trek licht aan de trekstarterhandgreep [2] tot u weerstand voelt en trek vervolgens flink hard.
Breng de trekstarterhandgreep langzaam terug. Houd uw handen en voeten tijdens het starten en laten lopen van de motor te allen tijde uit de buurt van het maaidek. Blijf de vliegwielremhendel tegen de handgreep drukken; de motor stopt als u de hendel loslaat. Gebruik in de bergen Op grote hoogte levert de standaard afstelling van de carburateur een te rijk benzine/luchtmengsel. Hierdoor vermindert het motorvermogen en stijgt het brandstofverbruik. Ook wordt de bougie vuil, hetgeen startproblemen geeft. Bij gebruik in de bergen kan het motorvermogen verhoogd worden door enkele aanpassingen aan de carburateur. Als u de maaier alleen op een hoogte van meer dan 1500 m gebruikt, kunt u deze aanpassingen laten uitvoeren door de Honda-dealer. Ondanks deze aanpassing vermindert het het motorvermogen met ongeveer 3,5% per 300 meter stijging.
De vermindering van motorvermogen zal nog groter zijn als de carburateur niet wordt aangepast. OPMERKINGOPMERKINGAls de carburateur is aangepast voor gebruik op grote hoogte, is het benzine/luchtmengsel te arm voor gebruik op een hoogte beneden 1500 m.
8NEDERLANDSGEBRUIK VAN DE HENDELSVliegwielremhendel De hendel moet achteruit getrokken worden tot tegen de stuurstang om te starten en de motor aan het draaien te brengen. Het blad of de bladen beginnen te draaien wanneer de hendel nog eens tot tegen de stuurstang achteruit wordt getrokken en aan de starterhandgreep wordt getrokken. Blijf de hendel volledig tegen de stuurstang trekken. Daardoor zullen de motor en de een of meerdere bladen soepel blijven draaien en zal voortijdige slijtage aan het vliegwielremsysteem worden voorkomen. Laat de hendel los om de motor en het blad of de bladen te stoppen wanneer u de grasmaaier wilt verlaten. Smart Drive- BedieningDe afstelling van de besturingspositie is beschreven op bladzijde 4. Als de motor loopt en de messen draaien, drukt u langzaam op de Smart Drive-bediening [1] om de maaimachine naar voren te bewegen.
De grondsnelheid wordt hoger naarmate er meer druk wordt uitgeoefend op de Smart Drive-bediening. Kies een prettige snelheid met het oog op de maaiomstandigheden. De gevoeligheid van de bediening van de grondsnelheid zal variëren door factoren als terrein, grashoogte, helling en het gewicht van de graszak. Om bijvoorbeeld een zeer langzame snelheid te behalen op een glad en vlak terrein hoeft er maar weinig druk uitgeoefend te worden op de Smart Drive-bediening. Er is echter meer kracht nodig om dezelfde grondsnelheid te behalen op een helling, bij hoog gras of onregelmatig terrein. De Smart Drive-bediening is zo ontworpen dat u de bediening kunt bewegen om dezelfde grondsnelheid te behouden onder voortdurend veranderende maaiomstandighedenLaat de Smart Drive-bediening los om de voorwaartse beweging van de maaimachine te stoppen. DE MOTOR STOPPEN1.
Als uw grasmachine gedurende 3 tot 4 weken niet zal worden gebruikt, dan raden we aan om de brandstop uit de carburator van de motor te verwijderen. U kunt dit doen door de brandstofklep in de stand OFF (Uit) te zetten, de motor opnieuw te starten en de resterende brandstof op te gebruiken. Als u de grasmaaier langer dan 4 weken niet gaat gebruiken, raadpleeg dan het hoofdstuk BERGING (bladzijde 14). TIPS VOOR VEILIG MAAIENHoud voor uw eigen veiligheid alle vier wielen aan de grond en let op waar u loopt zodat u niet de controle over de maaier verliest. Houd de stuurboom stevig vast en loop altijd normaal, nooit hard, met de maaier. Wees voorzichtig als u een ongelijk of geaccidenteerd oppervlak maait. Duw nooit met uw voet tegen de maaier als hij vast zit; gebruik alleen de stuurboom om de maaier te hanteren. HellingenMaai een helling altijd dwars, niet van boven naar beneden.
Maai geen steile hellingen (met een stijgings-percentage van meer dan 20°), en wees voorzichtig als u van richting verandert. Als u een helling maait met nat of vochtig gras kunt u uitglijden en de macht over de maaier verliezen. ObstakelsMaai langs grote obstakels, zoals een hek of een muur, met de zijkant van de maaier. Laat de aandrijfkoppelingshendel los om de aandrijving te ontkoppelen wanneer u rond een boom of een ander obstakel maait. In zulke gevallen kunt u de maaier beter sturen als u hem duwt. Wees voorzichtig als u over ingegraven obstakels heen maait, zoals sproeikoppen, tegels, boorders, enz. Maai nooit over dingen heen die boven het maaiveld uitsteken. Als het mes iets heeft geraakt of als de maaier begint te trillen, zet dan de motor onmiddellijk af en controleer of er iets is beschadigd.
Een obstakel kan het mes beschadigen, de krukas buigen en/of het maaidek of andere onderdelen breken. Trilling duidt meestal op een ernstig mankement. Onderdelen die worden beschadigd door ongelukken of een botsing vallen niet onder de garantie.
[1]SMART DRIVECONTROLADJUSTPOSITIONBLADECONTROL2[1][2][1] WAARSCHUWINGHet mes is scherp en draait zeer snel rond. Een ronddraaiend mes kan u ernstig verwonden en vingers en tenen amputeren. • Draag beschermend schoeisel. • Houd handen en voeten uit de buurt van het maaidek zolang de motor draait. • Zet de motor altijd af voordat u instellingen verandert en inspectie of onderhoud uitvoert. WAARSCHUWINGEen versleten, gescheurd of beschadigd mes kan afbreken, waardoor stukken van het mes gevaarlijke projectielen kunnen worden. Ook andere weggeslingerde objecten kunnen ernstig letsel veroorzaken. Inspecteer het mes daarom regelmatig en gebruik de maaier niet met een versleten of beschadigd mes.
9NEDERLANDSGravel en losse voorwerpenGravel, grind en ander materiaal voor het aanleggen van tuinen kan door de maaier worden opgepikt en meters ver weggeslingerd worden met voldoende kracht om ernstig lichamelijk letsel of materiële schade te veroorzaken. De beste manier om mogelijk letsel door weggeslingerde voorwerpen te voorkomen is door de vliegwieiremhendel los te laten, zodat het mes stilvalt voordat u op terrein komt waarop gravel, grind of ander los materiaal ligt. MAAITIPSWanneer maaien. De meeste grassoorten moeten gemaaid worden als ze 1 tot 3 cm boven hun aanbevolen hoogte uitkomen. Als u het gras molmt, dient u vaker te maaien dan wanneer u het verzamelt. Maai uw gazon in het groeiseizoen twee maal per week voor de beste resultaten.
MaaihoogteVraag een kwekerij of een tuincentrum bij u in de buurt om advies over de aanbevolen maaihoogte en verzorging voor specifieke grassoorten. Als u goed kijkt, ziet u dat de meeste grassoorten een steel en bladeren hebben. Als u de grashalmen helemaal afmaait, scalpeert u het gazon. Geef het gras voldoende tijd om zich te herstellen tussen maaibeurten. Dan zal de maaier beter werken en uw gazon beter ogen. Als het gras te lang wordt, maait u het eerst op de hoogste maaihoogte en twee of drie dagen later nogmaals. Maai niet meer dan één-derde van de totale lengte per keer om te voorkomen dat bruine plekken ontstaan. De werking van de maaihoogtehendels wordt beschreven in het hoofdstuk BEDIENING (bladzijde 4). MaaistrokenVoor een gelijkmatige gazon laat u de maaistroken elkaar overlappen (5–10 cm). Bij zeer lang of dik gras houdt u een bredere overlapping aan.
MessnelheidOm goed te snijden, moet het mes zeer snel draaien. Als de motorsnelheid afneemt, kan dit een teken zijn dat de motor overbelast wordt doordat het mes teveel gras ineens moet snijden. Maak een smallere maaistrook, ga langzamer met de maaier, monteer de afvoerklep of verhoog de maaihoogte. MesscherpteEen scherp mes snijdt zuiver.
Een bot mes scheurt het gras en laat de uiteinden gerafeld en bruin achter. Laat uw mes slijpen of vervang het als het niet meer zuiver snijdt. Droog grasAls de grond te droog is kan er bij het maaien veel stof opwaaien. Behalve dat dit onprettig werkt, kan ook het luchtfilter verstopt raken door grote hoeveelheden stof. Als stof problemen geeft, sproeit u uw gazon een dag voordat u het gaat maaien. Maai het wanneer het gras droog aanvoelt, maar de grond nog vochtig is. Nat grasNat gras is glad waardoor u kunt uitglijden. Bovendien klontert nat gras samen in het maaidek en op het gazon. Wacht altijd met maaien totdat het gras droog is. Gevallen bladerenIndien u de bladeren wenst te ‘mulchen’, mogen ze niet te dik liggen. Om het beste resultaat te bereiken, ‘mulcht’ u als het gras nog door de bladeren uitsteekt. Waar het gras volledig bedekt is, kunt u de bladeren bijeenharken.
Verstopt maaidekZet de motor af en draai de brandstofkraan DICHT voordat u het maaidek reinigt. Verwijder de kap van de bougie voordat u de maaier met de carburateur omhoog op zijn kant legt. Verwijder aangekoekt gras altijd met een stuk hout, niet met uw handen. MaairichtingDe Honda-maaier werkt het best als u zoveel mogelijk maait in de richting zoals hieronder aangegeven. Het ontwerp van het maaidek en de machine, alsmede door de draairichting van het mes, geeft maaien in deze richting het beste resultaat. MulchenGa tegen de wijzers van de klok in. Als het gazon een onregelmatige vorm heeft of als er verschillende hindernissen zijn, maakt u best onderverdelingen waarin u toch tegen de wijzers in kan werken. Maaien met zijafvoerGebruik hetzelfde patroon als bij het ‘mulchen’, waar mogelijk.
Als het gazon een onregelmatige vorm heeft of als er verschillende hindernissen zijn, maakt u best onderverdelingen waarin u dan zo werkt dat het afgevoerde gras niet terechtkomt op een stuk dat u nog moet maaien. Zo vermijdt u dat het grasafval zich ophoopt en u de weg verspert.
10NEDERLANDSONDERHOUDHET BELANG VAN ONDERHOUDGoed onderhoud is van wezenlijk belang voor veilige, zuinige en probleemloze werking van de maaier. Ook blijft luchtvervuiling hierdoor beperkt. Voor een goed onderhoud van uw maaier bevatten de volgende pagina’s een onderhoudsschema, standaard inspectie-procedures en eenvoudige onderhoudswerkzaamheden die u zelf kunt verrichten. Andere verrichtingen, die moeilijker zijn of speciaal gereedschap vereisen, kunt u het best overlaten aan de vakman en worden normaliter uitgevoerd bij de Honda-dealer. Het onderhoudsschema is van toepassing op normale bedrijfsomstandigheden. Als u de maaier onder abnormale omstandigheden gebruikt, vraag dan de Honda-dealer om bijpassend advies. Onthoud dat de Honda-dealer het best bekend is met de maaier en volledig is toegerust voor onderhoud en reparatie ervan.
Gebruik alleen nieuwe, originele Honda-onderdelen of onderdelen van vergelijkbare kwaliteit voor reparatie en vervanging, teneinde de hoogste betrouwbaarheid te waarborgen. LET OP UW VEILIGHEIDHier volgen enkele van de belangrijkste veiligheidsvoorschriften. We kunnen u echter niet waarschuwen voor elk denkbaar risico bij het uitvoeren van onderhoud. Alleen u kunt bepalen of u een bepaalde taak al of niet zelf zou moeten uitvoeren. Veiligheidsvoorschriften• Zorg ervoor dat de motor uit staat voordat u met onderhoud of reparatie begint. Hierdoor voorkomt u verscheidene risico’s:– Koolmonoxidevergiftiging door uitlaatgassen. Zorg altijd voor voldoende ventilatie als u de motor moet laten draaien. – Brandwonden door aanraking van hete machine-onderdelen. Laat de motor en de uitlaat afkoelen voordat u ze aanraakt. – Letsel door bewegende onderdelen.
Laat de motor niet draaien, tenzij dat uitdrukkelijk wordt gevraagd. • Lees de instructies voordat u begint en zorg ervoor dat u beschikt over het benodigde gereedschap en de vereiste kennis.
• Beperk brand- en explosiegevaar tot een minimum door voorzichtig om te gaan met benzine. Gebruik alleen niet-ontvlambaar oplosmiddel en geen benzine voor het schoonmaken van onderdelen. Houd sigaretten, vonken, en open vuur uit de buurt van onderdelen die met brandstof te maken hebben. ONDERHOUDSSCHEMA1. Vaker bij gebruik in stoffige omgeving. 2. Door de dealer laten uitvoeren, tenzij u zelf beschikt over het benodigde gereedschap en de vereiste kennis. Raadpleeg in dat geval het Honda werkplaatshandboek. 3. In Europa en andere landen waar richtlijn 2006/42/EC voor machines van kracht is, dient deze reiniging door uw onderhoudsgarage te worden uitgevoerd. Nalaten dit onderhoudsschema op te volgen kan storingen tot gevolg hebben die niet door de garantie worden gedekt.
WAARSCHUWINGGebrekkig onderhoud of nalatigheid bij het verhelpen van een probleem voordat u de maaier gebruikt, kan storingen veroorzaken en ernstig letsel of de dood tot gevolg hebben. Volg altijd de aanbevelingen op in deze gebruiks-aanwijzing voor inspectie en onderhoud. WAARSCHUWINGAls u de onderhoudsinstructies en veiligheids voorschriften niet precies opvolgt kunt u ernstig of dodelijk gewond raken. Volg altijd de aanbevelingen op in deze gebruiks-aanwijzing voor inspectie en onderhoud.
11NEDERLANDSMOTORONDERHOUDMotorolie verversen Tap oude olie af als de motor nog warm is, omdat de olie dan het snelst en volledig wordt afgetapt. 1. Zet de brandstofkraan DICHT. Hiermee beperkt u het risico van brandstoflekkage (bladzijde 4). 2. Veeg het gebied rond de vulopening schoon en verwijder de olievuldop. 3. Zet een opvangblik naast de maaier om de afgewerkte olie op te vangen en kantel de maaier naar rechts. De olie komt door de vulopening naar buiten. Laat alle olie eruit lopen. Help grondwatervervuiling te voorkomen. Gooi afgewerkte olie niet zomaar weg, maar breng het in een oud blik naar een innamepunt voor afgewerkte olie. Gooi het niet in de vuilnisbak, in het riool of in de tuin. 4. Vul het carter met het aanbevolen type olie (bladzijde 6) tot aan de bovenste streep op de oliepeilstok. Meet het oliepeil zoals beschreven op de volgende pagina. 5.
Als u de olie hebt ververst, zet u de maaier overeind om het oliepeil te controleren voordat u de motor start:a. Verwijder de olievuldop [1]. b. Veeg de oliepeilstok [1] schoon. c. Plaats de oliepeilstok [1] terug zonder de dop vast te draaien. Controleer het oliepeil dat op de peilstok aangegeven wordt. d. Als de olie onder het onderste streepje [2] op de peilstok staat vult u olie bij tot aan het bovenste streepje [3]. Vul niet teveel olie bij om te voorkomen dat olie in het luchtfilter terecht komt. OPMERKINGAls u de motor laat draaien met een te laag oliepeil, kan motorschade optreden. e. Draai de olievuldop stevig vast. LuchtfilterEen goed onderhouden luchtfilter zorgt ervoor dat er geen vuil in uw motor kan komen. Als er vuil in de carburator komt, dan kan dit in dit kanalen komen en ervoor zorgen dat de motor vroegtijdig verslijt.
Deze kleine kanalen kunnen worden verstopt, wat werking- of startproblemen kan veroorzaken. Gebruik altijd een luchtfilter die geschikt is voor uw motor zodat u er zeker kunt zijn dat hij zoals bedoeld afdicht en werkt.
OPMERKINGOPMERKINGWanneer er zonder luchtfilter gewerkt wordt, of met een defecte luchtfilter, geraakt er vuil in de motor waardoor de motor sneller verslijt. Deze schade wordt niet gedekt door de Beperkte Garantie van de Verdeler. 1. Druk de lipjes [1] van het deksel van de luchtfilter in en verwijder het deksel. 2. Neem de filter [2] uit de behuizing [3]. 3. Controleer de filter en vervang indien beschadigd. 4. Reinig de filter door er enkele keren mee op een harde ondergrond te tikken of blaas er lucht onder druk (niet meer dan 207 kPa) door via de binnenkant. Borstel vuil nooit af: borstelen doet het doordringen tot in de vezels. 5. Veeg de binnenkant van de behuizing en het deksel schoon met een vochtige doek. Zorg ervoor dat er geen vuil in het luchtkanaal [4] naar de carburator terechtkomt. 6. Monteer de filter en het deksel opnieuw. [1][2][3]ONDAONDA[4][3][2][1].
12NEDERLANDSBougie OPMERKINGOPMERKINGVerkeerde bougies kunnen schade aan de motor veroorzaken. Voor een goede werking moet de bougie [1] goed afgesteld en vrij van aanslag zijn. 1. Verwijder de bougiekap [2] en verwijder aanslag. 2. Draai de bougie los met een bougiesleutel [3]. 3. Inspecteer de bougie. Als de elektroden versleten zijn of als het isolerend gedeelte kapot is of gebarsten, vervangt u de bougie. 4. Meet de afstand tussen de elektroden met een voelermaat. De juiste afstand is 0,7 ~ 0,8 mm. Met voorzichtig tikken kunt u een te grote afstand nastellen. 5. Schroef de bougie voorzichtig handvast in de cilinderkop. 6. Als de bougie is vastgeschroefd, draait u hem aan met een bougiesleutel zodat de afdichtingsring ingedrukt wordt. Als u een oude bougie opnieuw gebruikt, trekt u hem 1/8 tot 1/4 slag aan.
Een nieuwe bougie moet een 1/2 slag aangetrokken worden zodat de afdichtingsring [4] ingedrukt wordt. OPMERKINGAls een bougie te los zit kan hij te heet worden en de cilinderkop beschadigen. Als de bougie te vast wordt aangetrokken kan het schroefdraad in de cilinderkop beschadigd worden. 7. Breng de bougiekap weer aan. ONDERHOUD VONKENVANGERIn Europa en andere landen waar richtlijn 2006/42/EC voor machines van kracht is, dient deze reiniging door uw onderhoudsgarage te worden uitgevoerd. De vonkenvanger moet om de honderd uur een onderhoudsbeurt krijgen om zijn goede werking te behouden. 1. Laat de motor afkoelen, verwijder dan de bout [1] van het dempschild [2]. 2. Verwijder de schroef [4] en verwijder de vonkenvanger [3]. 3. Controleer de vonkenvanger en de uitlaatpoort [5] op koolstofafzettingen. 4. Borstel de koolstofresten weg. 5. Beschadig het scherm van de vonkenvanger niet. 6.
13NEDERLANDSMES MONTEREN EN DEMONTERENAls u een mes vervangt, gebruik dan een momentsleutel voor de montage. Draag zware handschoenen om uw handen te beschermen. Het mes moet door geoefend personeel van een erkende Honda-servicedealer geslepen worden om te voorkomen dat het mes slecht snijdt, zijn stevigheid verliest of dat het evenwicht van het mes verstoord wordt. Bij vervanging mogen alleen originele Honda-vervangmessen of gelijkwaardig gebruikt worden. Demontage1. Zet de brandstofklep op OFF (uit). Verwijder de bougiekap, kantel de maaier vervolgens op zijn rechterkant, met de carburator naar boven gericht. 2. Verwijder de twee mesbouten [1] met een sleutel van 14 mm (6 punt). Blokkeer het mes met een houten blok zodat het niet kan draaien terwijl u de bouten verwijdert. Neem het mes [4] van de meshouder [3]. 3. Verwijder het bovenste [4] en het onderste molmmes [3]. Montage1.
Reinig rondom de meshouder. 2. Monteer het mes en plaats de bouten en de speciale afdichtingsringen [2] precies zoals getoond (de holstaande kant van de speciale afdichtingsringen naar het mes toe). De mesbouten en afdichtingsringen zijn specifiek ontworpen; bij vervanging mogen alleen originele Honda-onderdelen gebruikt worden. 3. Draai de bouten vast met een momentsleutel. Gebruik een houten blok om het mes te blokkeren. Boutmoment: 49 ~ 59 N·mHeeft u geen momentsleutel, laat de bouten dan vastdraaien door een erkende Honda-servicedealer voordat u de maaier gebruikt. De bouten kunnen afbreken als ze te hard zijn aangedraaid. Zijn ze te los aangedraaid, dan kunnen ze loskomen. In de twee gevallen is het mogelijk dat het mes losvliegt terwijl u aan het maaien bent.
TRANSPORTERENALVORENS IN TE LADENAls de motor heeft gedraaid, laat u hem ten minste 15 minuten afkoelen voordat u de maaier in de auto of op een aanhanger laadt. Aan een hete motor en uitlaat kunt u zich verbanden en ander materiaal kan vlam vatten. Draai de brandstofkraan DICHT.
Dat zal verzuipen van de carburateur voorkomen en de kans op brandstoflekkage reduceren. STUURBOOM NEERKLAPPEN 1. Ontgrendel de afstelknoppen van de handgreep [1]. 2. Zwaai dan de handgreep naar voren. Wanneer u de stuurboom omklapt, moet u er op letten dat de kabels daarbij niet geknikt of afgeknepen worden. IN- EN UITLADENPlaats de maaier zodanig dat alle vier wielen op het laadvlak van het transportvoertuig staan. Blokkeer de vier wielen en sjor de maaier vast. Let op dat sjorringen niet op de bedieningshendels, kabels en de carburateur dragen. OPMERKINGOPMERKINGRijd de maaier niet op de motor een laadplank op of af. Zo voorkomt u dat u de macht over de maaier verliest en schade veroorzaakt. Schakel nooit de aandrijfkoppeling in wanneer u de gazonmaaier achteruit rolt, om beschadiging van de koppeling te voorkomen. 1. Stop de motor en laat de gashendel op STOP staan.
Draai de brandstofkraan DICHT. 2. Gebruik een laadplank die lang genoeg is om de maaier onder een hoek van maximaal 15° te kunnen in- of uitladen. Als u niet beschikt over een laadplank, moet de maaier door twee mensen op of van het transportvoertuig getild worden, waarbij de machine rechtop gehouden wordt. [1][2] (2)[3][4][2][4][3][1] (2)DICHT[1][2]15°.
14NEDERLANDSBERGINGJuiste berging zorgt er voor dat uw maaier in goede conditie blijft. Onderstaande stappen helpen u de maaier te beschermen tegen roestvorming en bij de verzorging, zodat hij het volgende seizoen weer gemakkelijk start. Schoonmaken MotorWas de motor met de hand en zorg ervoor dat er geen water in het luchtfilter komt. OPMERKINGOPMERKINGAls u de motor schoonspuit met een tuinslang of een hogedrukspuit kan er water in het luchtfilter binnendringen. Water wordt door de filteronderdelen geabsorbeerd en kan vervolgens in de carburateur of de cilinder terecht komen, met motorschade als gevolg. Als er water in contact komt met een hete motor kan er schade optreden. Als de motor heeft gedraaid, laat u hem ten minste een half uur afkoelen voordat u hem schoonmaakt. MaaidekDe brandstofkraan DICHT gedraaid is, voordat u de onderkant van het maaidek schoonmaakt.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Honda HRS 536 C5 VK stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Grasmaaier Honda
Handleiding Grasmaaier
Nieuwste handleidingen voor Grasmaaier