Honda HRX 476 C2 Handleiding

Honda Grasmaaier HRX 476 C2

Bekijk gratis de handleiding van Honda HRX 476 C2 (124 pagina’s), behorend tot de categorie Grasmaaier. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 71 mensen. Heb je een vraag over Honda HRX 476 C2 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/124
1 EN
2018 - Honda France Manufacturing S.A.S. - Pôle 45 - Rue des Châtaigniers
45140 ORMES - FRANCE - All rights reserved
3RVK8730HRX476C2
00X3R-VK8-7300Printed in France
OWNER’S MANUAL
Original instructions
HRX476C
Pedestrian-controlled lawnmower
FOREWORD
You have just purchased a Honda pedestrian-controlled
lawnmower and we thank you for your confidence in us.
This manual has been written to familiarize you with your
lawnmower, to enable you to use it in the best possible conditions
and to carry out its maintenance.
Our aim is to make you benefit to the full from technological
advances, from new equipment and materials and from our
experience. This is why we regularly make improvements to our
models. Thus, the specifications and information contained in this
manual may be modified without prior notice and without obligation
to update it.
If you have a problem, or if you have any questions concerning the
lawnmower, contact your supplying dealer or authorized Honda
dealer.
Keep this manual handy so you can refer it at any time. If you sell
the lawnmower, be sure that the manual accompanies it.
We recommend that you read the guarantee policy to fully
understand your rights and responsibilities. The guarantee policy is
a separate document provided by your dealer.
No reproduction, even partial, may be made of this publication
without prior written authorisation.
SAFETY INSTRUCTIONS
For your own safety and operating comfort, it is highly
recommended that you read this manual in full.
Pay attention to these symbols and their meaning:
Indicates a high risk of severe personal injury or death if
instructions are not followed.
CAUTION:
Indicates a possibility of personal injury or equipment damage if
instructions are not followed.
NOTE:
Source of useful information.
DESCRIPTION OF THE CODES USED IN THIS
MANUAL
The model of your machine is indicated on its "identification label",
by a series of letters and figures (see page 4).
CONTENTS
Foreword. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1
Safety instructions. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2
Safety stickers. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4
Identification of machine. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4
General description . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4
Preparation and checks before use . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5
Selecting the cutting mode (HYE, VKE, VYE types). . . . . . 8
Starting and stopping the engine . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9
Operating hints and tips . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9
Maintenance . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12
Troubleshooting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17
Storage . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17
Transport. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 18
Useful information. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19
Technical specifications . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20
Major Honda distributor addresses. . . . . . . . . . . . . . . . . . 21
“EC Declaration of Conformity” CONTENT OUTLINE . . . 22
HRX476C
H
Y
E
V
K
E
V
Y
E
Q
Y
E
J
Hydrostatic drive Selfpropelled. . . . . . . . . . . . . .
Self-propelled with variable speed transmission
. .
Self-propelled with gearbox and rear roller. . . . .
●●
Cutting-means brake. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Rotostop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
●●
Write down your machine's serial number here
Write down your machine's model here

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Honda
Categorie: Grasmaaier
Model: HRX 476 C2

Handleiding Honda HRX 476 C2 – volledige tekst

1 NL2018 - Honda France Manufacturing S. A. S. - Pôle 45 - Rue des Châtaigniers45140 ORMES - FRANCE - Alle rechten voorbehouden3RVK8730 HRX476C200X3R-VK8-7300 Gedrukt in FrankrijkGEBRUIKERSHANDLEIDINGOorspronkelijke gebruiksaanwijzingHRX476CGazonmaaier met wielaandrijvingVOORWOORDBedankt voor de aanschaf van deze Honda-gazonmaaier metwielaandrijving en voor het vertrouwen dat u in Honda stelt. Deze handleiding beschrijft het gebruik en het onderhoud van uwnieuwe maaier, zodat u deze optimaal kunt gebruiken enonderhouden. Wij streven ernaar u zoveel mogelijk te laten profiteren vantechnologische innovatie, van nieuwe functies en materialen en vanonze ervaring. Daarom brengen wij voortdurend verbeteringen aanonze modellen aan.

Om die reden behouden wij ons het recht voorom zonder voorafgaande kennisgeving aanpassingen aan despecificaties en informatie in deze handleiding aan te brengenzonder enige verplichting tot actualisering van deze handleiding. In het geval van problemen met of vragen over uw gazonmaaier,kunt u contact opnemen met uw leverancier of een erkende Honda-dealer. Bewaar deze handleiding op een plaats waar u deze gemakkelijkterug kunt vinden om hem te raadplegen. Wanneer u degazonmaaier verkoopt, overhandig deze handleiding dan samenmet de machine aan de nieuwe eigenaar. Wij adviseren u de garantiebepalingen goed door te lezen, zodat uweet wat uw rechten en eigen verantwoordelijkheden zijn. Degarantiebepalingen worden als apart document door uw leverancierbij de machine meegeleverd. Niets uit deze handleiding mag zonder voorafgaande schriftelijketoestemming worden verveelvoudigd.

VEILIGHEIDSINSTRUCTIESVoor uw eigen veiligheid en bedieningscomfort adviseren wij u deze handleiding volledig door te lezen. Let daarbij op de volgende symbolen:Waarschuwt voor een hoog risico op ernstig of dodelijk letselindien de aanwijzingen niet worden opgevolgd.

VOORZICHTIG:• Waarschuwt voor het risico op lichamelijk letsel of schade aan demachine indien de aanwijzingen niet worden opgevolgd. NB: Aanvullende nuttige informatie. OVERZICHT VAN DE MODELCODES IN DEZE HANDLEIDINGHet model van uw machine staat vermeld op de "identificatiesticker"en bestaat uit een serie letters en cijfers (zie Blz 4). INHOUDVoorwoord. 1Veiligheidsinstructies. 2Waarschuwingsstickers. 4Identificatie van de machine. 4Algemene beschrijving. 4Voorbereidingen en controles voor gebruik. 5Selecteren van de maaimodus (typen HYE, VKE, VYE). 8Starten en afzetten van de motor. 9Praktische informatie en tips voor gebruik. 9Onderhoud. 12Problemen oplossen. 17Opslag. 17Transport. 18Nuttige informatie. 19Technische gegevens. 20Adressen van Honda-importeurs. 21OVERZICHT INHOUD “EU-conformiteitsverklaring”. 22HRX476CHYEVKEVYEQYEJZelfrijdend, met hydrostatische aandrijving.

2 NLVEILIGHEIDSINSTRUCTIESVoor uw eigen veiligheid en bedieningscomfort adviseren wij u dezehandleiding volledig door te lezen. Let daarbij op de volgende symbolen:Waarschuwt voor een hoog risico op ernstig of dodelijk letselindien de aanwijzingen niet worden opgevolgd. VOORZICHTIG:• Waarschuwt voor het risico op lichamelijk letsel of schade aan demachine indien de aanwijzingen niet worden opgevolgd. NB: Aanvullende nuttige informatie. Dit symbool maant tot voorzichtigheid bij sommigehandelingen. Raadpleeg de veiligheidsvoorschriftenop deze en de volgende bladzijden, en in hetbijzonder de punt(en) die in het vakje vermeld staan. TRAININGA1. Lees deze instructies zorgvuldig. Zorg ervoor dat u weet hoe u de verschillendebedieningselementen moet gebruiken voordat u de machine in gebruik neemt. Zorg dat u weet hoe u de motor snel kunt afzetten. A2.

Gebruik de gazonmaaier alleen voor het doel waarvoor hij is bedoeld: het maaienen opvangen van gras. Elk ander gebruik kan gevaarlijk zijn of schade aan demachine veroorzaken. A3. Laat de gazonmaaier nooit gebruiken door kinderen of mensen die niet bekendzijn met deze instructies voor gebruik. Volgens de plaatselijke wetgeving kan voorde gebruiker een minimumleeftijd gelden. A4. Maai nooit wanneer er andere mensen, vooral kinderen, of huisdieren in de nabijheid zijn. Gebruik de machine nooit wanneer u vermoeid of ziek bent of na het gebruik van medicijnen, verdovende middelen, alcohol of andere stoffen die de concentratie en reactiesnelheid kunnen beïnvloeden. Gebruik de machine nooit bij dreigend slecht weer, zoals onweer of storm. Stop in dat geval met maaien. A5.

• Sluit geen verlengstuk op de uitlaat aan. • Breng geen aanpassingen aan het inlaatsysteem aan. • Breng geen wijzigingen in de afstelling van de toerentalregelaar aan. A7. De machine heeft veiligheidsvoorzieningen die niet mogen worden gewijzigd of verwijderd. Als u dit toch doet, wordt de garantie mogelijk ongeldig en vervalt elke aansprakelijkheid van de fabrikant. Controleer altijd of de veiligheidsvoorzieningen werken alvorens de machine te gebruiken. VOORBEREIDINGB1. Draag tijdens het maaien stevige veiligheidsschoenen met antislipzool en eenlange broek. Maai nooit blootsvoets en draag geen open schoeisel tijdens hetmaaien. Vermijd het dragen van kettingen en armbanden en van wijdvallende kleding metlosse delen, veters, sjaals of stropdassen. Lang haar moet wordensamengebonden. Draag altijd gehoorbescherming. B2.

Controleer het te maaien gazon zorgvuldig vooraf en verwijder alle voorwerpen(stenen, takken, draden, botten enz. ) die door de machine kunnen wordenweggeslingerd. B3. WAARSCHUWING - Benzine is uiterst brandbaar. - Bewaar benzine alleen in daarvoor bedoelde jerrycans. - Vul benzine alleen in de buitenlucht bij en doe dit nooit met draaiende motor. Rook niet tijdens het bijvullen of het omgaan met benzine. - Draai nooit de tankdop van de tank met draaiende motor of zolang de motor nogheet is. - Probeer niet de motor te starten nadat u benzine hebt gemorst. Verplaats demachine eerst van de plek waar is gemorst. Voorkom vuur en vonkvorming totalle benzinedampen zijn verdwenen. - Draai altijd een dop op de brandstoftank en jerrycans en draai deze goed vast. - Leeg de brandstoftank voor u de maaier kantelt voor onderhoud aan het mes ofhet aftappen van olie. B4.

Vervang de uitlaatdemper wanneer deze defect is. B5. Controleer voor gebruik altijd visueel of het maaimes, de mesbevestigingsboutenen het maaidek onbeschadigd en niet overmatig gesleten zijn.

3 NLGEBRUIKC1. Laat de motor niet draaien in een gesloten ruimte waar het levensgevaarlijkekoolmonoxide zich kan ophopen. C2. Maai alleen bij daglicht of goed kunstlicht. Houd u aan de wettelijke voorschriften,die per land kunnen verschillen. C3. Stop met maaien als er slecht weer dreigt, zoals onweer of storm. C4. Vermijd indien mogelijk het maaien van nat gras. C5. Blijf tijdens het maaien op veilige afstand van het maaimes, dat wil zeggen achterde duwbeugel. C6. Ga niet rennen met de machine. Laat uzelf niet door de maaier meetrekken. C7. Zoek op hellingen altijd voldoende steun voor uw voeten. Maai altijd dwars op eenhelling, nooit van boven naar beneden of omgekeerd. C8. Wees u ervan bewust dat u als gebruiker verantwoordelijk bent voor ongevallenof gevaren voor andere mensen of hun eigendommen.

De gebruiker isverantwoordelijk voor het controleren van het te maaien gazon op eventuelerisico's en voor het nemen van alle noodzakelijke voorzorgsmaatregelen om zijneigen veiligheid en die van de anderen te waarborgen, in het bijzonder ophellingen, op ruw, glad of onstabiel terrein, of in de nabijheid van kuilen, sloten,greppels of oevers. C9. Maai niet op hellingen steiler dan 20° (36%). C10. Wees bijzonder voorzichtig wanneer u de maaier naar u toe trekt. C11. Zet het mes stil wanneer u de maaier moet kantelen of op moet tillen voortransport, wanneer u ermee over een andere ondergrond dan gras rijdt enwanneer u de maaier van of naar het te maaien terrein vervoert. C12. Gebruik de maaier nooit wanneer het maaidek of de afschermplaten beschadigdzijn of wanneer veiligheidsvoorzieningen zoals de grasvanger of hetuitwerpscherm niet zijn aangebracht. C13.

Breng geen wijzigingen in de afstelling van de toerentalregelaar aan en zorg datde motor niet met een te hoog toerental draait. C14. Ontkoppel het mes (modellen uitgevoerd met Rotostop) en de aandrijfkoppeling(zelfrijdende modellen) voordat u de motor start. C15.

Start de motor volgens de instructies en houd uw voeten uit de buurt van het mes. C16. Kantel de maaier niet tijdens het starten van de motor. Start de maaier op een vlakke ondergrond die vrij is van hoog gras of obstakels. C17. Houd uw handen en voeten uit de buurt van de roterende delen. Start de motor niet terwijl u voor de uitwerp-opening staat. C18. Til of draag de maaier nooit terwijl de motor draait. C19. Zet in de volgende gevallen de motor af en trek de bougiedop van de bougie:- Voordat u werkzaamheden verricht onder het maaidek of in het uitwerpkanaal. - Voordat u begint met controle-, schoonmaak- of onderhoudswerkzaamhedenaan de maaier. - Nadat u met de maaier een vreemd voorwerp hebt geraakt. Controleer demaaier op schade en herstel deze voordat u de maaier herstart en weer gaatgebruiken. - Als de maaier abnormaal begint te trillen.

Controleer onmiddellijk wat deoorzaak van deze trillingen is en neem deze weg door de noodzakelijkereparatie uit te (laten) voeren. C20. Zet de motor in de volgende gevallen altijd af:- Wanneer u de maaier onbeheerd achterlaat. - Voordat u de tank gaat bijvullen. C21. Stop in de volgende gevallen het mes (modellen uitgevoerd met Rotostop) of zetde motor af:- Bij het verwijderen of aanbrengen van de grasvanger. - Voordat u de maaihoogte gaat afstellen. C22. Draai het gas terug wanneer u de motor afzet. Sluit de brandstoftoevoer af doorhet dichtdraaien van de benzinekraan. C23. Het gebruik van andere dan de in deze handleiding aanbevolen toebehoren kanleiden tot schade aan de gazonmaaier die niet onder de garantie valt. C24. LET OPDe niveaus voor geluid en trillingen die in deze handleiding staan vermeld, zijn demaximale waarden voor gebruik van de machine.

Het gebruik van eenniet-gebalanceerd mes, een te hoge loopsnelheid en gebrekkig onderhoud zijnvan significante invloed op het geluid en de trillingen die de machine produceert.

Het is daarom belangrijk voorzorgsmaatregelen te nemen om blootstelling aan tehoge geluids- of trillingsniveaus te voorkomen. Zorg dat de machine goed wordtonderhouden, draag gehoorbescherming en neem tijdig pauzes tijdens het werk. ONDERHOUD EN OPSLAGD1. Houd alle moeren, bouten en schroeven stevig aangedraaid om een veiligewerking van de machine te waarborgen. Regelmatig onderhoud is een belangrijkevoorwaarde voor de veiligheid van de gebruiker en voor goede prestaties van demachine. D2. Bewaar de machine nooit met een gevulde brandstoftank in een ruimte waarbenzinedampen in aanraking kunnen komen met een vonk, open vuur of een bronvan hoge temperatuur. D3. Laat de motor altijd eerst afkoelen voordat u de machine opbergt in een geslotenruimte. D4.

Verklein het risico op brand en houd de maaier (met name de motor en uitlaat) ende plaats waar u de benzine bewaart vrij van gras, bladeren en overtollig vet. Plaats geen bakken met gemaaid gras (compostvaten) in of vlak bij een schuur,garage of ander bouwsel. D5. Wanneer u de benzinetank wilt legen, doe dit dan buiten terwijl de motor koud is. D6. Controleer de grasvanger regelmatig op slijtage of beschadiging. D7. Gebruik de maaier niet met versleten of beschadigde onderdelen. Versleten of beschadigde onderdelen moeten worden vervangen, nietgerepareerd. Gebruik hiervoor uitsluitend originele Honda-onderdelen. Maaimessen moeten zijn voorzien van een Honda-merk en een artikelnummer. Onderdelen van inferieure kwaliteit kunnen de machine beschadigen en eengevaar vormen voor uw veiligheid. D8.

Draag stevige (werk)handschoenen bij het verwijderen of plaatsen van hetmaaimes of bij het schoonmaken van het maaidek. Blokkeer het mes bij het los- of vastdraaien van de mesbevestigingsbouten meteen houten blok. D9. Controleer na het slijpen van een mes altijd of het nog in balans is.

4 NLWAARSCHUWINGSSTICKERSBij het gebruik van uw gazonmaaier is voorzichtigheid altijd geboden. Daarom is de maaier voorzien van een aantal stickers met symbolen die wijzen op de belangrijkste risico’s waarop u moet letten. De betekenis ervan wordt hieronder uitgelegd. Deze stickers moeten worden beschouwd als onderdeel van de machine. Laat stickers die zijn losgeraakt of onleesbaar zijn geworden vervangen door uw Honda-dealer. Wij adviseren ook de veiligheidsvoorschriften (zie Blz 2) aandachtig door te lezen. IDENTIFICATIE VAN DE MACHINEALGEMENE BESCHRIJVINGBENAMING VAN DE ONDERDELEN[1] WAARSCHUWING: Lees eerst deze gebruikershandleiding voordat u de maaier gaat gebruiken. [2] Gevaar voor wegschietende voorwerpen: zorg dat andere personen uit de buurt blijven tijdens het gebruik van de maaier. [3] Gevaar voor snijwonden. Sneldraaiend mes: Steek uw handen of voeten niet in het maaidek.

Verwijder de bougiedop van de bougie voor u onderhoud of reparaties aan uw maaier uitvoert. [4] Gebruik de maaier niet zonder dat het uitwerpscherm of de grasvanger is geplaatst. [5] De uitlaatgassen van de motor bevatten giftig koolmonoxide. Laat de motor daarom niet in een afgesloten ruimte draaien. [6] Benzine is uiterst brandbaar. Zet de motor af voordat u brandstof bijvult. [7] Geluidsniveau[8] CE-markering[9] Nominaal vermogen in kW[10] Aanbevolen motortoerental in min-1(tpm)[11] Gewicht in kg (zonder vloeistoffen)[12] Productiejaar[13] Serienummer[14] Model - Type[15] Naam en adres van de fabrikant[2][1] [4][3][1] [5][6][A][7][8] [9][11][10][13][14][15]Honda France Manufacturing S. A. S. Rue des Châtaigniers - Pôle 4545140 Ormes - France[12]ONDERDEEL FUNCTIE[16] Duwbeugel[17]Mesbedieningsbeugel (Rotostop) (*). Inschakelen en stopzetten van het maaimes[18] Maaihoogte-regelaar.

Ontgrendelen van de mesbedieningsbeugel[21] Versnellingshendel (*). Instellen van de maximale rijsnelheid[22] Koppelingsbeugel (*). Koppelen en ontkoppelen van de aandrijving van de achterwielen of achterwals[23] Mesremkoppeling (*). Stopzetten mesrotatie en motor / Maakt het starten mogelijk[24] Gashendel (*). Regelen van het motortoerental[25] Brandstoftank[26] Luchtfilter[27] Bougie[28] Oliecarter[29] Ontgrendelingsknop maaihoogteregelaar (*)[30] Grasvanger. Verzamelen van het gemaaide gras[31] Uitwerpscherm. Beschermen tegen wegschietende stenen e. d. [32] Startkoord. Starten van de motor[33] Uitlaat[34] Benzinekraan. Afsluiten en openen van de brandstoftoevoer[35] Mulching-regelaar (*). Regelen van de hoeveelheid uitgeworpen gras[36] Select Drive-regelaar (*). Regelen van de aandrijving van de achterwielen.

5 NLVOORBEREIDINGEN EN CONTROLES VOOR GEBRUIKKijk voor elk gebruik rond en onder de motor of u sporen ziet van olie- en benzinelekkage. Plaats de gazonmaaier voor het uitvoeren van deze controles op een stabiele, vlakke ondergrond terwijl de motor is uitgeschakeld en de bougiedop [1] is verwijderd. VERSTELLEN VAN DE DUWBEUGELTypen HYE, VKE, VYE:1. Draai de knoppen voor het inklappen/verstellen van de duwbeugel [2] een kwartslag in de ontgrendelde stand [3]. 2. Klap de duwbeugel uit totdat de pennen van de inklapknoppen in lijn liggen met de bovenste, middelste of onderste gaten [4], afhankelijk van de gewenste hoogte van de duwbeugel. 3. Draai de knoppen weer in vergrendelde stand [5]. Controleer of de kabelklemmen op de duwbeugel zich in de juiste positie bevinden.

Type QYEJ:Controleer alvorens de duwbeugel te monteren of de kabels [6] zich in de juiste positie aan de buitenzijde van de beugel bevinden. Monteer de componenten in de aangegeven volgorde. Zorg dat de kabels over de snelspanner [7] liggen. Let op dat de veerringen [8] met de bolle kant naar de moer gekeerd zijn [9]. Houd de snelspanner [7] in de open stand en draai de moer [9] aan tot het schroefdraad 2 mm [10] uit de moer [9] steekt. Kies de juiste hoogte en zet de snelspanners vast om de duwbeugel te vergrendelen. Als het te veel kracht kost om de snelspanners [7] te sluiten, draai de moeren [9] dan iets losser. Als de snelspanners niet goed vastklemmen, draai de moeren [9] dan wat verder aan. Zorg dat de kabelklemmen [11] op de duwbeugel [12] zich in de juiste positie bevinden, zoals weergegeven in de afbeelding. Voor de montage van de grasvanger, zie Blz 16.

CONTROLEREN VAN DE GRASVANGERControleer voor gebruik of de afdekkap van de grasvanger (het uitwerpscherm) goed is aangebracht. Ook bij normaal gebruik kan de grasvanger slijten. Controleer daarom regelmatig of de zak niet is gerafeld of gescheurd. Een versleten grasvanger moet worden vervangen.

Vervang een versleten of beschadigde grasvanger uitsluitend door een origineel exemplaar van Honda. Verwijderen van de grasvanger:1. Zet de motor af. 2. Til het uitwerpscherm [13] op, pak de handgreep [14] vast en verwijder de grasvanger [15] terwijl u deze rechtop houdt. Aanbrengen van de grasvanger:1. Til het uitwerpscherm op en hang de voorzijde van de grasvanger aan de bevestigingshaken [16] op de maaier. NB:• De gazonmaaier werkt als een stofzuiger: hij blaast lucht in de grasvanger waardoor het maaisel wordt aangezogen. Leeg de grasvanger voordat hij helemaal vol raakt. Dit vergemakkelijkt het legen en voorkomt verlies van het maaisel. Het aanzuigvermogen neemt af wanneer de zak voor ongeveer 90% vol is. •Mulching (versnipperen) is een natuurlijke bemestingstechniek. Het gemaaide gras wordt daarbij niet in de grasvanger verzameld, maar fijn versnipperd en over het gazon verspreid.

Het fijn versnipperde gras composteert in de zon en vormt een natuurlijke humus die kan voorzien in een kwart van de jaarlijkse bemestingsbehoefte van het gazon. • Naast zijn bemestingsfunctie heeft mulching een beschermende werking op de grond, gaat het verdamping tegen tijdens droge periodes en maakt het bijeenharken van het gemaaide gras overbodig. VEILIGHEIDB3[1][3][5][2][2][4][6][7][8][8] [9] [7] [11][12][11][11][10]2 mmVEILIGHEIDD6C21C12[14][15][13][16].

6 NLCONTROLEREN VAN HET BRANDSTOFPEILVul de benzinetank niet tot voorbij het maximale niveau. Draai na het vullen van de tank de dop stevig vast. Vermijd herhaaldelijk of langdurig huidcontact met benzine en voorkom inademen van benzinedampen. Houd benzine buiten het bereik van kinderen. VOORZICHTIG:• Gebruik alleen vaten of jerrycans die specifiek zijn ontworpen voor koolwaterstoffen [1]. • Gebruik nooit verouderde benzine, vervuilde benzine of benzine vermengd met olie (mengsmering). • Gebruik alleen loodvrije benzine 95 of 98. • Zorg dat er geen vuil of maaisel in de tank komt. • Gebruik geen benzine die is vervuild met water, stof, etc. of benzine die te oud is. De kwaliteit van loodvrije benzine vermindert na verloop van tijd. Bewaar brandstof niet langer dan één maand (zie Blz 18). Brandstofpeil controleren:1. Verwijder de tankdop [2] en controleer het brandstofpeil. 2.

Vul de tank als het niveau te laag is. Vul benzine bij tot het maximale niveau [3] aan de onderzijde van de vulhals [4]. 3. Breng de tankdop [2] aan en draai deze stevig vast. NB: Gebruik geen alternatieve brandstoffen. Deze kunnen de componenten van het brandstofsysteem aantasten. BENZINE MET ALCOHOLWanneer u een brandstof vermengd met alcohol wilt gebruiken, controleer dan of het octaangetal ten minste even hoog is als door Honda wordt voorgeschreven (95 of hoger). Er bestaan twee soorten benzine/alcoholmengsels: benzine waarin ethanol is bijgemengd en benzine waarin methanol is bijgemengd. Vereiste brandstofspecificatie(s) om een goede werking van het emissieregelsysteem te waarborgen: E10-brandstof zoals vastgelegd in de desbetreffende EU-richtlijnen. Gebruik geen brandstoffen die meer dan 10% ethanol bevatten.

NB: • Schade aan het brandstofsysteem of vermogensverlies van de motor voortkomend uit het gebruik van benzine die meer alcohol bevat dan toegestaan, worden niet gedekt door de garantie. • Controleer alvorens benzine te kopen bij een onbekende leverancier of de benzine alcohol bevat. Is dit het geval, ga dan na welk type alcohol het betreft en wat het percentage is. Als u bij het gebruik van een specifieke benzine symptomen opmerkt die duiden op een verminderde motorwerking, schakel dan over op het gebruik van een benzine waarvan u zeker weet dat deze minder alcohol bevat dan maximaal is toegestaan. CONTROLEREN VAN HET LUCHTFILTERVOORZICHTIG:• Bij gebruik van de motor zonder luchtfilter, met een beschadigd luchtfilter of met een onjuist aangebracht luchtfilterdeksel kan er vuil in de motor binnendringen, wat tot versnelde slijtage van de motor leidt.

Ga bij het controleren van het luchtfilter als volgt te werk:1. Druk de klemmen [5] aan de bovenzijde van het luchtfilterdeksel in en verwijder het deksel [6]. 2. Controleer of het filterelement [7] schoon is. Als het element vuil is, reinig het dan volgens de aanwijzingen in het hoofdstuk "Onderhoud" (zie Blz 12). 3. Plaats het filterelement [7] terug en breng het luchtfilterdeksel [6] weer aan. CONTROLEREN VAN HET MAAIMESVOORZICHTIG:• Til de maaier nooit op met de carburateur naar beneden gericht. Er kan anders motorolie in het luchtfilter lopen, waardoor de motor later moeilijk start. Ga bij het controleren van het maaimes als volgt te werk:1. Zet de motor af. 2. Verwijder de bougiedop. 3. Kantel de maaier naar rechts, zodat de tankdop aan de bovenzijde komt [8]. • Controleer het maaimes op tekenen van slijtage.

Het mes moet worden vervangen wanneer de gaten in elkaar overgaan of wanneer er een barst of scheur zichtbaar is. • Controleer of de mesbevestigingsbouten goed vastzitten (zie het hoofdstuk "Onderhoud", Blz 12).

• Raadpleeg voor het vervangen of verwijderen van het maaimes de procedure die is beschreven op Blz 12 in het hoofdstuk "Onderhoud". Gebruik de maaier nooit met een versleten of beschadigd maaimes. Afgebroken stukjes mes kunnen met grote snelheid worden uitgeworpen en ernstig lichamelijk letsel veroorzaken. NB: Maaimessen slijten sneller wanneer de maaier op zandige grond wordt gebruikt. Controleer in dat geval het mes vaker. VEILIGHEIDB3[1][2][3][4][6][7][5]VEILIGHEIDD8D1C19B5B3[8]NORMAAL VERBOGENOVERMATIG VERSLETENGEBARSTEN15 mmMax.

7 NLINSTELLEN VAN DE MAAIHOOGTEGa bij het aanpassen van de maaihoogte als volgt te werk:1. Zet de motor af. Typen HYE, VKE, VYE:2. Houd de ontgrendelingsknop [1] ingedrukt en zet de maaier hoger of lager met de verstelhandgreep [2]. Bij het linker voorwiel bevindt zich een hoogte-indicator [3]. Type QYEJ:2. Trek de verstelhendel [4] uit de machine. Draai de verstelhendel [4] naar links of rechts om de maaihoogte hoger of lager te zetten. De instellingen voor de maaihoogte zijn geschatte waarden. De werkelijke hoogte waarop het gras wordt afgesneden, varieert al naar gelang de staat van het gazon en de ondergrond. Voor het nauwkeurig bepalen van de maaihoogte kunt u het best eerst een proefstukje maaien en vervolgens zo nodig de maaihoogte aanpassen. NB:• Snij per maaibeurt niet meer dan 1/3 van de oorspronkelijke lengte van het gras af. Anders kunnen er bruine plekken ontstaan.

Het zorgt voor een gelijkmatig gazon en vermindert de kans op verstopping van het maaidek of het uitwerpkanaal. • Als het gras erg lang is, maai het dan eerst op de maximaal toegestane maaihoogte en maai het 2 of 3 dagen later opnieuw. • Hoe langer de grassprieten, hoe dieper de wortels de grond in gaan. Wanneer u het gazon kort houdt, zullen de wortels dus ook korter blijven. • Houd bij het bepalen van de maaihoogte rekening met het gebruik van het gazon: voor een speel- of sportgazon verdient een graslengte van minimaal 5 cm aanbeveling, voor een siergazon volstaat 1 tot 3 cm. • Alleen enkele specifieke grassoorten zijn geschikt om zeer kort te worden gemaaid. Een te kort gemaaid gazon is kwetsbaar en gevoelig voor droogte. Vraag advies aan een specialist. CONTROLEREN VAN HET OLIEPEILVOORZICHTIG:• Motorolie is een essentieel element voor de prestaties en levensduur van de motor.

Wij adviseren het gebruik van Honda-viertaktolie of motorolie van soortgelijke kwaliteit met goede reinigende eigenschappen. Kies een olietype met een viscositeit die geschikt is voor de gemiddelde buitentemperatuur in het gebied waar de gazonmaaier wordt gebruikt. Vereiste smeeroliespecificatie(s) om een goede werking van het emissieregelsysteem te waarborgen: Originele Honda-olie. Soorten olie [5] afgestemd op de omgevingstemperatuur [6]. Ga bij het controleren van het oliepeil als volgt te werk:1. Plaats de maaier op een vlakke, horizontale ondergrond. 2. Verwijder de olievuldop/peilstok [7] en veeg deze schoon. 3. Plaats de olievuldop/peilstok terug in de vulhals maar schroef hem niet vast. 4. Trek de peilstok weer uit de vulhals en controleer tot waar deze met olie is bedekt.

8 NLSELECTEREN VAN DE MAAIMODUS (TYPEN HYE, VKE, VYE)INSTELLEN VAN DE MULCHING-REGELAARTypen HYE, VYE:1. Laat de mesbedieningsbeugel los. Type VKE:1. Laat de mesremkoppeling los. 2. Zet de knop van de mulching-regelaar in een van de vijf standen om het gewenste versnipperings- en uitwerpniveau te kiezen. - Stand "Opvangen" [1]: al het gemaaide gras wordt aan de achterkant van de maaimachine uitgeworpen of in de grasvanger verzameld. Het maaisel wordt niet versnipperd. - Stand "Versnipperen" [2]: het gemaaide gras wordt niet opgevangen in de grasvanger, maar fijn versnipperd en over het gazon verspreid. Het fijn versnipperde gras composteert in de zon en vormt een natuurlijke humus die kan voorzien in een kwart van de jaarlijkse bemestingsbehoefte van het gazon. 3. Voor het bepalen van de stand die optimaal aan uw behoeften tegemoetkomt, kunt het best eerst een proefstukje maaien.

Bevestig de grasvanger en maai een stuk gazon met de mulching-regelaar in de stand "Opvangen" [1]. Beoordeel het resultaat. Verplaats de knop [3] één stand naar rechts. Hoe verder u de knop naar rechts verplaatst (stand "Versnipperen" [2]), hoe meer gemaaid gras er wordt versnipperd en over het gazon wordt verspreid. Pas de stand van de knop [3] net zo vaak aan tot het resultaat naar uw wens is. NB: • Mulching (versnipperen) is een natuurlijke bemestingstechniek. Het gemaaide gras wordt daarbij niet in de grasvanger verzameld, maar fijn versnipperd en over het gazon verspreid. • Naast zijn bemestingsfunctie heeft mulching een beschermende werking op de grond, gaat het verdamping tegen tijdens droge periodes en maakt het bijeenharken van het gemaaide gras overbodig. UITWORPAls u het gemaaide gras niet wilt verzamelen, kunt u de maaier ook zonder grasvanger gebruiken.

In dat geval wordt het gemaaide gras via het uitwerpscherm op het gazon geworpen. De uitgeworpen hoeveelheid is daarbij afhankelijk van de stand van de mulching-regelaar:- maximaal in stand [1],- geen uitworp in stand [2].

9 NLSTARTEN EN AFZETTEN VAN DE MOTORSTARTEN VAN DE MOTORVOORZICHTIG:• Start de motor niet met de mesbedieningsbeugel of koppelingsbeugel ingedrukt. Alle modellen:1. Draai de benzinekraan [1] in de stand ON (open). Typen HYE, VYE, QYEJ:2. Zet de gashendel [2] in de stand "SNEL" [A]. Type VKE:3. Druk tijdens het starten van de motor de mesremkoppeling [3] stevig tegen de duwbeugel. Alle modellen:4. Trek rustig aan het startkoord [4] totdat u weerstand voelt en geef vervolgens een stevige ruk. NB: • Laat het startkoord niet terugschieten door het plotseling los te laten, maar geleid het rustig terug. • Het motortoerental kan tijdens het maaien worden aangepast door de gashendel in een stand naar keuze tussen "SNEL" [A] en "LANGZAAM" [B] te zetten. (typen HYE, VYE, QYEJ) De beste resultaten worden echter verkregen in de stand "SNEL" [A].

Typen HYE, VYE, QYEJ:Als de gashendel in de stand "LANGZAAM" [B] staat, kan de motor afslaan wanneer de mesbedieningsbeugel wordt ingedrukt. Plaats om het starten te vergemakkelijken de maaier op een vlak deel van het gazon waar het gras niet te lang is. NB: Begin met maaien zodra de motor aanslaat en laat de motor gedurende ten minste 3 minuten draaien alvorens hem af te zetten. Dit vergemakkelijkt later herstarten en waarborgt een goede werking van de automatische choke. AFZETTEN VAN DE MOTORTypen HYE, VYE, QYEJ:1. Zet de gashendel in de stand "STOP" [C]. Type VKE:1. Laat de mesremkoppeling los. Alle modellen:2. Draai de benzinekraan [5] in de stand OFF (dicht). VERZOPEN MOTORAls de motor na verscheidene startpogingen niet aanslaat, kan het zijn dat hij is verzopen. Ga in dat geval als volgt te werk:1. Zet de gashendel in de stand "STOP" [C] (typen HYE, VYE, QYEJ). 2.

PRAKTISCHE INFORMATIE EN TIPS VOOR GEBRUIKGEBRUIK VAN DE GAZONMAAIER IN DE BERGENOp grote hoogte levert de standaardafstelling van de carburateur een te rijk benzine/luchtmengsel op, waardoor het motorvermogen afneemt en het brandstofverbruik toeneemt. Dit kan worden verholpen door een sproeier met een kleinere diameter in de carburateur te monteren en het mengsel af te stellen met behulp van de stelschroef. Wanneer u de maaier wilt gebruiken op een hoogte van meer dan 1500 meter boven zeeniveau, kunt u deze aanpassingen het best door een erkende Honda-dealer laten uitvoeren. Zelfs na aanpassing van de carburateur neemt het motorvermogen af met ongeveer 3,5% per 300 meter stijging. De vermogensafname zal echter nog groter zijn wanneer deze aanpassingen niet worden uitgevoerd.

VOORZICHTIG:• Gebruik van de maaier op geringere hoogte dan waarvoor de carburateur is afgesteld, kan leiden tot oververhitting van de motor en ernstige motorschade als gevolg van een te arm benzine/luchtmengsel. Wees voorzichtig bij het maaien op een hellend of oneffen terrein. De maaier kan kantelen en het maaimes kan stenen of andere onder het maaivlak verborgen voorwerpen wegslingeren. Zorg dat alle 4 de wielen stevig op de grond blijven. Stuur de maaier met de duwbeugel en niet door met uw voet druk op het maaidek uit te oefenen. VOORZICHTIG:• Let bij het maaien rond een obstakel op dat het maaimes het obstakel niet raakt. Duw de maaier nooit over een obstakel heen. • Laat u op een aflopend hellend terrein nooit door de maaier meetrekken. Houd de duwbeugel stevig vast en stuur zorgvuldig.

10 NLMAAI-INSTRUCTIESLees eerst de veiligheidsinstructies voordat u met maaien begint. Type HYE:Start de motor nooit met de mesbedieningsbeugel en de koppelingsbeugel ingedrukt. Starten van de motor gaat moeilijker wanneer het maaimes is ingeschakeld. Als de aandrijfkoppeling is ingeschakeld, gaat de maaier rijden zodra de motor aanslaat. 1. Kies een geschikte rijsnelheid met de versnellingshendel [1]. 2. Schakel het maaimes in:- Druk op de gele knop [2] aan de bovenzijde van de mesbedieningsbeugel [3], druk tegelijkertijd deze beugel naar voren en houd hem tegen de duwbeugel gedrukt. 3. Duw de maaier naar voren zodra de motor op toeren is:- De koppelingsbeugel [4] werkt als een snelheidsregelaar: door hem verder of minder ver in te drukken kunt u de snelheid variëren van nul tot de maximale snelheid die is ingesteld met de versnellingshendel.

De maximale snelheid wordt bereikt door beide beugels [3] en [4] geheel naar voren te duwen. Naarmate het te maaien gras langer is, moet de rijsnelheid van de machine worden beperkt. Dit voorkomt overbelasting van de motor en zorgt voor een beter maairesultaat. 4. Om de maaier tot stilstand te brengen, doet u het volgende:- Laat de koppelingsbeugel [4] los. 5. Om het maaimes te laten stoppen, doet u het volgende:- Laat de mesbedieningsbeugel [3] los. NB: Het is mogelijk de wielaandrijving uit te schakelen voor maaien in krappe ruimten (paden, perken, etc. ). De aandrijfkoppeling kan worden gebruikt om de maaier te verrijden zonder het maaimes in te schakelen. VOORZICHTIG:• Beweeg de mesbedieningsbeugel altijd in één vloeiende beweging van de ene uiterste stand in de andere, zodat het maaimes ofwel volledig is ingeschakeld of volledig is uitgeschakeld.

- Laat bij normaal gebruik uw hand comfortabel op de duwbeugel en de Select Drive-regelaar rusten. Druk de Select Drive-regelaar met uw duim in de uitsparing voor boost-bediening (bijvoorbeeld om tegen een helling omhoog of door dik gras te rijden). - U kunt de rijsnelheid verlagen door de Select Drive-regelaar iets los te laten. - De rijsnelheid varieert afhankelijk van het terrein, de graslengte, de helling en het gewicht van de grasvanger. Door het verstellen van de draaiknop op de Select Drive-regelaar [6] of door het variëren van de mate waarin u de Select Drive-regelaar indrukt, kunt u de gewenste rijsnelheid onder wisselende maai-omstandigheden constant houden. 2.

Verstellen van de draaiknop op de Select Drive-regelaar [6]:- Met de draaiknop op de Select Drive-regelaar kunt u instellen met welke snelheid de maaier maximaal kan rijden wanneer de Select Drive-regelaar volledig wordt ingedrukt. Het verstelbereik loopt van MIN tot MAX. Bij volledig ingedrukte Select Drive-regelaar en de draaiknop in de stand:- MIN rijdt de maaier op de laagst mogelijke snelheid. - MAX rijdt de maaier op de hoogst mogelijke snelheid. 3. Om de maaier tot stilstand te brengen, doet u het volgende:- Laat de Select Drive-regelaar [5] los. 4. Om het maaimes te laten stoppen, doet u het volgende:- Laat de mesremkoppeling [7] los. NB: Door het loslaten van de mesremkoppeling stopt het maaimes met draaien en wordt de motor afgezet. VEILIGHEIDC9C8C7VEILIGHEID[1][3][4][2]MINMAX[7][6][5]MINMAX.

11 NLType VYE:Start de motor nooit met de mesbedieningsbeugel en de Select Drive-regelaar ingedrukt. Starten van de motor gaat moeilijker wanneer het maaimes is ingeschakeld. Als de aandrijfkoppeling is ingeschakeld, gaat de maaier rijden zodra de motor aanslaat. 1. Schakel het maaimes in:- Druk de ontgrendelingsknop [1] in en houd deze ingedrukt. - Trek de mesbedieningsbeugel [2] naar u toe. - Laat de ontgrendelingsknop [1] los wanneer het maaimes is ingeschakeld. 2. Druk bij lopende motor en draaiend maaimes rustig op de Select Drive-regelaar [3] om de maaier in beweging te brengen. - Laat bij normaal gebruik uw hand comfortabel op de duwbeugel en de Select Drive-regelaar rusten. Druk de Select Drive-regelaar met uw duim in de uitsparing voor boost-bediening (bijvoorbeeld om tegen een helling omhoog of door dik gras te rijden).

-U kunt de rijsnelheid verlagen door de Select Drive-regelaar iets los te laten. - De rijsnelheid varieert afhankelijk van het terrein, de graslengte, de helling en het gewicht van de grasvanger. Door het verstellen van de draaiknop op de Select Drive-regelaar [4] of door het variëren van de mate waarin u de Select Drive-regelaar indrukt, kunt u de gewenste rijsnelheid onder wisselende maai-omstandigheden constant houden. 3. Verstellen van de draaiknop op de Select Drive-regelaar [4]:- Met de draaiknop op de Select Drive-regelaar kunt u instellen met welke snelheid de maaier maximaal kan rijden wanneer de Select Drive-regelaar volledig wordt ingedrukt. Het verstelbereik loopt van MIN tot MAX. Bij volledig ingedrukte Select Drive-regelaar en de draaiknop in de stand:- MIN rijdt de maaier op de laagst mogelijke snelheid. - MAX rijdt de maaier op de hoogst mogelijke snelheid. 4.

Om de maaier tot stilstand te brengen, doet u het volgende:- Laat de Select Drive-regelaar [3] los. 5. Om het maaimes te laten stoppen, doet u het volgende:- Laat de mesbedieningsbeugel [2] los.

NB: Het is mogelijk de wielaandrijving uit te schakelen voor maaien in krappe ruimten (paden, perken, etc. ). Op dezelfde manier kan de aandrijfkoppeling worden gebruikt om de maaier te verrijden zonder het maaimes in te schakelen. VOORZICHTIG:• Beweeg de mesbedieningsbeugel altijd in één vloeiende beweging van de ene uiterste stand in de andere, zodat het maaimes ofwel volledig is ingeschakeld of volledig is uitgeschakeld. Dit voorkomt afslaan van de motor en versnelde slijtage van het regelmechanisme van het maaimes. Type QYEJ:Start de motor nooit met de mesbedieningsbeugel en de koppelingsbeugel ingedrukt. Starten van de motor gaat moeilijker wanneer het maaimes is ingeschakeld. Als de aandrijfkoppeling is ingeschakeld, gaat de maaier rijden zodra de motor aanslaat. 1.

Schakel het maaimes in:- Druk op de gele knop [5] aan de bovenzijde van de mesbedieningsbeugel [6], druk tegelijkertijd deze beugel naar voren en houd hem tegen de duwbeugel gedrukt. 2. Duw de maaier naar voren zodra de motor op toeren is:- De koppelingsbeugel [7] werkt als een snelheidsregelaar: door hem verder of minder ver in te drukken kunt u de snelheid variëren van nul tot de maximale snelheid die is ingesteld met de versnellingshendel. De maximale snelheid wordt bereikt door beide beugels [6] en [7] geheel naar voren te duwen. Naarmate het te maaien gras langer is, moet de rijsnelheid van de machine worden beperkt. Dit voorkomt overbelasting van de motor en zorgt voor een beter maairesultaat. 3. Om de maaier tot stilstand te brengen, doet u het volgende:- Laat de koppelingsbeugel [7] los. 4. Om het maaimes te laten stoppen, doet u het volgende:- Laat de mesbedieningsbeugel [6] los.

NB: Het is mogelijk de wielaandrijving uit te schakelen voor maaien in krappe ruimten (paden, perken, etc. ). De aandrijfkoppeling kan worden gebruikt om de maaier te verrijden zonder het maaimes in te schakelen.

VOORZICHTIG:• Beweeg de mesbedieningsbeugel altijd in één vloeiende beweging van de ene uiterste stand in de andere, zodat het maaimes ofwel volledig is ingeschakeld of volledig is uitgeschakeld. Dit voorkomt afslaan van de motor en versnelde slijtage van het regelmechanisme van het maaimes. MINMAX[1][2][3][4]MINMAX[6][5][7].

12 NLNB:• Maaifrequentie: één keer per week voor een speelgazon, twee keer voor een siergazon. • Maai bij voorkeur in de middag of 's avonds voor het sproeien, want het gras moet droog zijn. In stoffige omstandigheden kunt u het best maaien wanneer het gras zelf droog is, maar de bodem nog vochtig is. • Kies een maaihoogte die geschikt is voor het terrein (zie Blz 7). • Voor het verkrijgen van een gelijkmatig gazon moeten de maaistroken elkaar enkele centimeters [1] overlappen. Wanneer het te maaien gras erg lang is, moet een wat grotere overlap worden aangehouden. • Maai volgens het hieronder voorgestelde patroon om zo efficiënt mogelijk te werken. • Als het te maaien terrein onregelmatig van vorm is of veel obstakels bevat, verdeel het dan in percelen waarbinnen u de aanbevolen richting kunt volgen. [2] Met grasopvang: draai rechtsom om zo efficiënt mogelijk te maaien.

[3] Mulching (optioneel, Blz 19): draai linksom. LEGEN VAN DE GRASVANGERWanneer de grasvanger vol raakt, is de grasopvang niet meer optimaal (het geluid van de maaier verandert en de grasvanger wordt niet meer opgeblazen door de luchtwerveling van het draaiende maaimes). Typen HYE, VYE, QYEJ:1. Laat de mesbedieningsbeugel los. Type VKE:1. Laat de mesremkoppeling los. Alle modellen:2. Verwijder de grasvanger (zie Blz 5). 3. Leeg de grasvanger:• Til de grasvanger op aan de metalen handgreep [4]. • Pak met uw andere hand de handgreep [5] vast en schud de grasvanger leeg om het gras te verwijderen. VOORZICHTIG:• Laat het maaisel nooit langdurig in de grasvanger zitten en gooi het niet op een hoop in een afgesloten ruimte of tegen een schuur, garage of ander bouwsel. Composterend tuinafval ontwikkelt namelijk warmte, waardoor er brandgevaar kan ontstaan.

Verwijder voordat u met onderhoudswerkzaamheden aan de maaier begint altijd eerst de bougiedop [6]: zo voorkomt u onbedoeld starten van de motor. VOORZICHTIG:•De motor en de uitlaat worden tijdens het maaien zeer heet. Voorkom brandwonden door aanraking en houd de maaier uit de buurt van brandbare stoffen en materialen om het risico op brand te beperken. • Laat de motor ten minste 15 minuten afkoelen voordat u met onderhoudswerkzaamheden aan de maaier begint. NB: Om een langere levensduur en goede werking van de maaier te waarborgen, dient de onderkant van het maaidek schoon en vrij van maaisel te worden gehouden. Verwijder eventueel grasmaaisel met behulp van een schraper en borstel en reinig de maaier na gebruik grondig voordat u hem opbergt. ONDERHOUD VAN HET LUCHTFILTEREen vervuild luchtfilter beperkt de luchttoevoer naar de carburateur.

Regelmatig onderhoud aan het luchtfilter is daarom belangrijk om een efficiënte werking van de carburateur te waarborgen. Gebruik nooit benzine of ontvlambare oplosmiddelen om het filter te reinigen: dit kan brand of een explosie veroorzaken. 1. Druk de klemmen [7] aan de bovenzijde van het luchtfilterdeksel in en verwijder het deksel [9]. 2. Controleer het luchtfilterelement [8] en vervang dit als het beschadigd is. 3. Klop het filterelement uit op een hard oppervlak om het vuil eruit te verwijderen of blaas het filterelement vanaf de binnenzijde door met perslucht (met een maximale druk van 2,1 kgf/cm2 of 30 psi). NB: Voor een goede filterwerking moet het filterelement [8] droog zijn. Doordrenk het niet met olie. 4. Veeg met een vochtige doek vuil weg van de binnenkant van het luchtfilterdeksel [9] en het filterhuis [10].

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Honda HRX 476 C2 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden