Honda GB350S (2025) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Honda GB350S (2025) (117 pagina’s), behorend tot de categorie Motor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 34 mensen. Heb je een vraag over Honda GB350S (2025) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Honda |
| Categorie: | Motor |
| Model: | GB350S (2025) |
Handleiding Honda GB350S (2025) – volledige tekst
Dit instructieboekje dient als een permanent onderdeel van hetvoertuig te worden beschouwd en moet bij doorverkoop van hetvoertuig aan de nieuwe eigenaar worden verstrekt.Deze publicatie bevat de meest recente productinformatie diebeschikbaar was voor het ter perse gaan. Honda Motor Co., Ltd.behoudt zich het recht voor om te allen tijde wijzigingen aan tebrengen zonder voorafgaande kennisgeving en zonder het aangaanvan enige verplichting.Niets uit deze publicatie mag zonder schriftelijke toestemmingworden gereproduceerd.Het kan zijn dat het afgebeelde voertuig in dit instructieboekjeverschilt van uw voertuig.© 2024 Honda Motor Co., Ltd.
WelkomVan harte gefeliciteerd met de aanschaf vanuw nieuwe Honda-voertuig. Door te kiezenvoor een Honda maakt u deel uit van eenwereldwijde familie van tevreden klanten dieHonda's reputatie voor het leveren vanhoogwaardige producten waarderen.Met het oog op uw veiligheid en rijplezier:●Lees dit instructieboekje aandachtig door.●Volg alle aanbevelingen op en voer alleprocedures uit die in dit instructieboekjezijn vermeld.●Besteed extra aandacht aanveiligheidsinformatie in ditinstructieboekje en op het voertuig.●De volgende codes in dit instructieboekjeduiden elke bestemming aan.● De afbeeldingen hierin zijn gebaseerd ophet type GB350S ED.BestemmingscodesCodeGB350SBestemmingED Nieuw-Zeeland,directe verkoop Europa,Turkije, Israël, Servië,Noord-Macedonië,Montenegro, Singapore,GibraltarE Verenigd Koninkrijk*De specificaties kunnen van land tot landverschillen.
Enkele opmerkingen over veiligheidUw veiligheid en de veiligheid van anderen zijnzeer belangrijk. Het veilig rijden op dit voertuig iseen belangrijke verantwoordelijkheid.Om u te helpen goed geïnformeerde veiligheidsbe-slissingen te nemen, hebben wij bedieningsproce-dures en andere informatie in dit instructieboekjeen op veiligheidslabels verstrekt. Deze informatiemaakt u attent op potentiële gevaren waardoor uof anderen letsel kunnen oplopen.Het is vanzelfsprekend niet praktisch of nietmogelijk om u te waarschuwen voor alle gevarendie kunnen optreden bij het rijden op enonderhouden van een voertuig.
U moet dan ookuw eigen gezonde verstand gebruiken.U zult belangrijke veiligheidsinformatie inverschillende vormen tegenkomen, waaronder:● Veiligheidslabels op het voertuig●Veiligheidsinformatie voorafgegaan dooreen waarschuwingssymbool en eenvan de drie waarschuwingswoorden:GEVAAR, WAARSCHUWING of LET OP.Deze signaalwoorden betekenen:3GEVAARU ZULT DODELIJK of ERNSTIG LETSELOPLOPEN als u de instructies nietopvolgt.3WAARSCHUWINGU KUNT DODELIJK of ERNSTIG LETSELOPLOPEN als u de instructies nietopvolgt.3LET OPU KUNT LETSEL OPLOPEN als u deinstructies niet opvolgt.Andere belangrijke informatie vindt uonder de volgende koppen:LET OPInformatie om beschadiging vanuw voertuig, andereeigendommen of het milieu tevoorkomen.
VeiligheidsrichtlijnenVolg deze richtlijnen met het oog op uw veiligheid:● Voer alle routine- en periodieke inspecties uitdie in dit instructieboekje zijn beschreven.● Zet de motor uit en houd vonken en vuur uitde buurt als u tankt.● Laat de motor niet draaien in afgesloten ofgedeeltelijk afgesloten ruimten. Koolmonoxidein uitlaatgassen is giftig en kan uw doodveroorzaken.Draag altijd een helmHet is bewezen dat helmen en beschermendekleding het aantal en de ernst van hoofdletsel enander letsel aanzienlijk kunnen verminderen. Draagdus altijd een goedgekeurde helm enbeschermende kleding. 2 BLZ. 11Voordat u gaat rijdenZorg ervoor dat u in goede lichamelijke conditiebent, geconcentreerd bent en niet onder deinvloed van alcohol of drugs verkeert. Zorg ervoordat u en uw duopassagier allebei eengoedgekeurde helm en beschermende kledingdragen.
Draag duopassagiers op om zich aan dezadelriem of aan uw middel vast te houden, met umee te leunen tijdens het schuinleggen van demotorfiets in bochten en hun voeten altijd op devoetsteunen te houden, zelfs wanneer het voertuigstilstaat.Neem de tijd om te leren en te oefenenZelfs als u al op andere voertuigen hebt gereden,kunt u het beste in een veilige omgeving oefenenom vertrouwd te raken met de werking en hetstuurgedrag van dit voertuig en om gewend teraken aan de afmetingen en het gewicht van hetvoertuig.VeiligheidsrichtlijnenVeiligheid van het voertuig3Vervolg
Rijd defensiefBesteed altijd aandacht aan ander verkeer om uheen en veronderstel niet dat andere bestuurdersu zien. Zorg dat u snel kunt stoppen of eenuitwijkmanoeuvre kunt maken.Zorg dat u goed zichtbaar bentZorg ervoor dat u beter zichtbaar bent, vooral's avonds, door heldere reflecterende kleding tedragen, te rijden op plaatsen waar anderebestuurders u kunnen zien, uw richting aan tegeven voordat u afslaat of van rijstrook veranderten uw claxon te gebruiken indien nodig.Rijd binnen uw grenzenRijd nooit harder dan u aankunt of sneller dan deverkeersomstandigheden toestaan.
Vermoeidheiden onoplettendheid kunnen afbreuk doen aan uwbeoordelingsvermogen en het veilig rijden.Rijd niet onder de invloed van alcoholof drugsAlcohol of drugs en motorrijden gaan niet samen.Zelfs één alcoholisch drankje kan uw vermogen omop wisselende omstandigheden te reagerenverminderen en uw reactiesnelheid wordt minderna elk aanvullend drankje. Hetzelfde geldt voor hetgebruik van drugs. Rijd niet onder de invloed vanalcohol of drugs en laat uw vrienden dit ook nietdoen.VeiligheidsrichtlijnenVeiligheid van het voertuig4
Houd uw Honda in veilige staatHet is belangrijk voor uw veiligheid en uw rijplezierdat u het voertuig goed onderhoudt.Inspecteer uw voertuig voor elke rit en voer al hetaanbevolen onderhoud uit. Houd u aan debeladingslimieten (2 BLZ. 19), bouw uw voertuigniet om en installeer geen accessoires die uwvoertuig onveilig maken (2 BLZ. 18).Betrokken zijn bij ongevallenPersoonlijke veiligheid is uw eerste prioriteit. Als uof iemand anders letsel heeft opgelopen, neemdan de tijd om de ernst van het letsel tebeoordelen en te bepalen of het veilig is om doorte rijden. Schakel indien nodig de hulpdiensten in.Volg tevens de geldende wet- en regelgevingindien een andere persoon of een ander voertuigbij het ongeval is betrokken.Als u besluit verder te rijden, zet dan eerst decontactschakelaar in de stand (Off) encontroleer de staat van uw voertuig.
Inspecteer opvloeistoflekkage, controleer of cruciale moeren enbouten goed vastzitten en controleer het stuur, debedieningshendels, remmen en wielen. Rijdlangzaam en voorzichtig.Het kan zijn dat uw voertuig schade heeftopgelopen die niet onmiddellijk zichtbaar is. Laatuw voertuig zo snel mogelijk grondig inspecterendoor een erkend reparatiebedrijf.VeiligheidsrichtlijnenVeiligheid van het voertuig5Vervolg
Gevaar voor koolmonoxideUitlaatgassen bevatten giftig koolmonoxide, eenkleurloos, reukloos gas. Het inademen vankoolmonoxide kan bewusteloosheid veroorzakenen tot uw dood leiden.Als u de motor in een besloten of zelfs gedeeltelijkafgesloten ruimte laat draaien, kan de lucht die uinademt een gevaarlijke hoeveelheidkoolmonoxide bevatten.Laat uw voertuig nooit in een garage of anderebesloten ruimte draaien.3WAARSCHUWINGHet laten draaien van de motor van uwvoertuig in een afgesloten of zelfs ineen gedeeltelijk afgesloten ruimte, kanleiden tot een snelle opbouw van hetgiftige gas koolmonoxide.Het inademen van dit kleur- engeurloze gas kan leiden totbewusteloosheid en zelfs tot de dood.Laat de motor van uw voertuig alleendraaien in een goed geventileerderuimte buiten.VeiligheidsrichtlijnenVeiligheid van het voertuig6
WaarschuwingslabelsOp de volgende pagina's wordt de betekenisvan de labels beschreven. Sommige labelswaarschuwen u voor potentiële gevaren dieernstig letsel kunnen veroorzaken. Anderebieden belangrijke veiligheidsinformatie. Leesdeze informatie aandachtig en verwijder delabels niet.Als een label eraf valt of moeilijk te lezen is,neem dan contact op met uw dealer voor eenvervangend label.Elk label is voorzien van een specifiek symbool.De betekenis van elk symbool en elk label is alsvolgt.Lees de instructies in het instructieboekjeaandachtig door.Lees de instructies in de werkplaatshandleidingaandachtig door.
Laat om veiligheidsredenenhet onderhoud aan uw voertuig alleenuitvoeren door uw dealer.GEVAAR (met RODE achtergrond)U ZULT ERNSTIG of zelfs DODELIJK LETSELoplopen als u deze aanwijzingen niet opvolgt.WAARSCHUWING (met ORANJEachtergrond)U KUNT ERNSTIG of zelfs DODELIJK LETSELoplopen als u deze aanwijzingen niet opvolgt.LET OP (met GELE achtergrond)U KUNT GEWOND RAKEN als u dezeaanwijzingen niet opvolgt.WaarschuwingslabelsVeiligheid van het voertuig7Vervolg
ACCULABELGEVAAR•Houd vonken en vlammen uit de buurt van de accu. Accu'sproduceren gas dat een explosie kan veroorzaken.• Draag een beschermbril en rubberen handschoenenbij het hanteren van de accu, anders kunt ubrandwonden oplopen of uw gezichtsvermogenverliezen door het elektrolyt van de accu.•Laat kinderen en andere personen geen accu aanrakentenzij ze op de hoogte zijn van de voorschriften voor hethanteren van accu's en de hieraan verbonden gevaren.• Wees buitengewoon voorzichtig bij het hanteren vande accuvloeistof aangezien deze verdund zwavelzuurbevat. Contact met uw huid of ogen kanbrandwonden veroorzaken of leiden tot verlies vanuw gezichtsvermogen.• Lees dit instructieboekje aandachtig door en zorgervoor dat u de inhoud begrijpt voordat u de accuhanteert.
Het niet opvolgen van de instructies kanlichamelijk letsel en beschadiging van het voertuigveroorzaken.•Gebruik geen accu met het elektrolyt op of onder hetonderste merkstreepje. De accu kan exploderen enernstig lichamelijk letsel veroorzaken.WaarschuwingslabelsVeiligheid van het voertuig8
WAARSCHUWINGSLABEL ACCESSOIRES EN BELADINGWAARSCHUWINGACCESSOIRES EN BELADING• De veiligheid, stabiliteit en het weggedrag van dit voertuigkunnen nadelig worden beïnvloed door de toevoeging vanaccessoires en bagage.•Lees de instructies in het instructieboekje en demontagehandleiding aandachtig door voordat u een accessoiremonteert.• Het totale gewicht van accessoires en bagage toegevoegd aanhet gewicht van de bestuurder en de passagier mag niet meerzijn dan 180 kg, ofwel de maximale gewichtscapaciteit.• Het gewicht van de bagage mag niet meer zijn dan 17 kgonder alle omstandigheden.• Het monteren van grote kuipdelen op de voorvork of het stuurwordt niet aanbevolen.WaarschuwingslabelsVeiligheid van het voertuig9Vervolg
LABEL BANDENINFORMATIE EN AANDRIJFKETTINGBandenspanning in koude toestand:[Alleen bestuurder]VoorAchter250 kPa (2,55 kgf/cm2)250 kPa (2,55 kgf/cm2)[Bestuurder en passagier]VoorAchter250 kPa (2,55 kgf/cm2)250 kPa (2,55 kgf/cm2)Zorg ervoor dat de aandrijfketting juist is afgesteld en gesmeerd.Speling 25 - 35 mmVEILIGHEIDSLABELDraag altijd een helm en beschermende kleding met het oog op uwveiligheid.BRANDSTOFLABELUitsluitend loodvrije benzineETHANOL tot 10 volumeprocentWaarschuwingslabelsVeiligheid van het voertuig10
Rijd defensief enhoud altijd rekening met de weers- enwegomstandigheden.#HelmMoet voldoen aan de veiligheidsnorm, duidelijkzichtbaar zijn en de juiste afmetingen voor uwhoofd hebben● De motorhelm moet comfortabel passen enveilig met de kinriem zijn vastgemaakt● Vizier met een onbelemmerd gezichtsveld ofandere goedgekeurde oogbescherming3WAARSCHUWINGHet niet dragen van een helm verhoogthet risico op ernstig of dodelijk letsel ingeval van een botsing.Zorg ervoor dat u en uw duopassagieraltijd een goedgekeurde helm enbeschermende kleding dragen.VeiligheidsmaatregelenVeiligheid van het voertuig11Vervolg
#HandschoenenLeren handschoenen met volledige vingers en eenhoge slijtweerstand#Motorlaarzen of -schoenenStevige motorlaarzen met antislipzolen enenkelbeschermers#Motorjas en -broekBeschermende, duidelijk zichtbare motorjas metlange mouwen en duurzame broek voor het rijden(of een beschermend motorpak)Voorzorgsmaatregelenvoor het rijdenInrijperiodeVolg deze richtlijnen tijdens de eerste 500 km omde toekomstige betrouwbaarheid en prestaties vanuw voertuig te waarborgen.● Vermijd het vol gas starten en snel accelereren.● Vermijd sterk afremmen en snelterugschakelen.● Rijd behoedzaam.Voorzorgsmaatregelen voor het rijdenVeiligheid van het voertuig12
Vermindersnelheid door afwisselend te remmen opde motor en de remmen te gebruiken.●Bedien de voor- en achterrem tegelijkertijdvoor de meest efficiënte remwerking.#Antiblokkeersysteem (ABS)Dit model is uitgerust met een antiblokkeersysteem(ABS) dat is ontwikkeld om te voorkomen dat deremmen blokkeren tijdens abrupt remmen.● De remweg is niet korter met het ABS. Inbepaalde gevallen kan het gebruik van het ABSeen langere remweg tot gevolg hebben.● ABS werkt niet bij snelheden lager dan 5 km/h.● Het kan zijn dat de remhendel en hetrempedaal lichtjes terugspringen wanneer u derem bedient. Dit is normaal.● Gebruik altijd de aanbevolen voor-/achterbanden en tandwielen om de werkingvan ABS te waarborgen.#Remmen op de motorRemmen op de motor helpt om de snelheid vanuw voertuig te verminderen wanneer u gasmindert. Schakel terug naar een lagere versnellingom meer snelheid te verminderen.
Rem op demotor en gebruik met tussenpozen de rem omsnelheid te minderen wanneer u lange, steilehellingen afrijdt.Voorzorgsmaatregelen voor het rijdenVeiligheid van het voertuig13Vervolg
#Natte of regenachtige omstandighedenWegoppervlakken zijn glad wanneer ze nat zijn, ennatte remmen zorgen voor een verminderderemwerking.Wees bijzonder voorzichtig bij het remmen ondernatte omstandigheden.Als de remmen nat worden, rem dan tijdens hetrijden op lage snelheid om ze te laten drogen.Parkeren● Parkeer op een stevige, horizontaleondergrond.● Als u op een helling of onverhard terrein moetparkeren, parkeer het voertuig dan zodanig datdit niet kan wegrollen of omvallen.● Zorg ervoor dat hete onderdelen niet incontact kunnen komen met ontvlambarematerialen.● Raak de motor, geluiddemper, remmen enandere hete onderdelen niet aan voordat zezijn afgekoeld.●Zet het stuur altijd op slot en verwijder desleutel als u het voertuig onbewaakt achterlaatom de kans op diefstal te verminderen.Het gebruik van een antidiefstalvoorzieningwordt ook aanbevolen.Voorzorgsmaatregelen voor het rijdenVeiligheid van het voertuig14
#Parkeren op de zijstandaard of demiddenbok1.Zet de motor uit.2.Zijstandaard gebruikenKlap de zijstandaard omlaag.Laat het voertuig langzaam naar links leunentotdat het volle gewicht op de zijstandaardsteunt.De middenbok gebruikenGa voor het neerklappen van de middenbokaan de linkerkant van het voertuig staan.Houd de linkerstuurgreep en de handgreepvast.Duw met uw rechtervoet op het uiteinde vande middenbok en trek tegelijkertijd omhoog ennaar achteren.3.Draai het stuur volledig naar links.u Het draaien van het stuur naar rechtsreduceert de stabiliteit en kan tot gevolghebben dat het voertuig omvalt.4.Zet de contactschakelaar in de stand (Lock)en verwijder de sleutel. 2 BLZ. 38Voorzorgsmaatregelen voor het rijdenVeiligheid van het voertuig15VervolgLinkerstuurgreep HandgreepMiddenbok
Richtlijnen voor tanken en brandstofVolg deze richtlijnen om de motor, hetbrandstofsysteem en de katalysator tebeschermen:● Gebruik uitsluitend loodvrije benzine.● Gebruik het aanbevolen octaangetal. Hetgebruik van benzine met een lager octaangetalheeft een verminderde motorprestatie totgevolg.● Gebruik geen brandstof met een hoogalcoholgehalte. 2 BLZ. 107● Gebruik geen oude of verontreinigde benzineof een olie-benzinemengsel.●Laat geen vuil of water in de brandstoftankbinnendringen.Voorzorgsmaatregelen voor het rijdenVeiligheid van het voertuig16
Honda Selectable Torque ControlAls de Honda Selectable Torque Control wielspinvan het achterwiel detecteert tijdens acceleratie,wordt het koppel naar het achterwiel beperkt.Torque Control werkt niet tijdens het vertragen envoorkomt niet dat het achterwiel wegglijdt tijdenshet remmen op de motor. Sluit de gashendel nietabrupt, zeker niet wanneer u op gladdeoppervlakken rijdt.Torque Control biedt mogelijk geen compensatievoor een ruw wegdek of snelle bediening van degashendel.
Houd altijd rekening met de weg- enweersomstandigheden en uw vaardigheden enconditie als u de gashendel bedient.Als uw voertuig is vastgelopen in modder, sneeuwof zand kunt u het mogelijk gemakkelijker losrijdendoor Torque Control tijdelijk uit te schakelen.Het tijdelijk uitschakelen van Torque Control kanook helpen om de controle en het evenwicht tebewaren wanneer u op terrein rijdt.Gebruik altijd de aanbevolen banden enkettingwielen om de juiste werking van TorqueControl te waarborgen.Voorzorgsmaatregelen voor het rijdenVeiligheid van het voertuig17
Accessoires &aanpassingenWij raden u ten sterkste aan om geen accessoireste installeren die niet specifiek door Honda vooruw voertuig zijn ontworpen en geen modificatiesaan het oorspronkelijke ontwerp van uw voertuigaan te brengen. Hierdoor kan uw voertuig onveiligworden.Het ombouwen van uw voertuig kan tevens uwgarantie doen vervallen en het gebruik van uwvoertuig op de openbare weg illegaal maken.Voordat u besluit om accessoires op uw voertuig teinstalleren, moet u nagaan of dit veilig en legaal is.3WAARSCHUWINGOndeugdelijke accessoires ofaanpassingen kunnen leiden tot eenongeval waarbij u ernstig of dodelijkletsel kunt oplopen.Volg alle aanwijzingen in ditinstructieboekje betreffende accessoiresen aanpassingen.Trek geen aanhangwagen met uw voertuig enkoppel geen zijspan aan uw voertuig.
Uw voertuigis niet ontworpen voor dit toebehoren en hetgebruik hiervan kan het stuurgedrag van uwvoertuig nadelig beïnvloeden.Accessoires & aanpassingenVeiligheid van het voertuig18
Beladen● Het vervoeren van extra gewicht heeft invloedop het rijgedrag, het remgedrag en destabiliteit van uw voertuig.Rijd altijd met een veilige snelheid die isafgestemd op de belading.● Vermijd overbeladen en houd u aan devoorgeschreven beladingslimieten.Maximaal draagvermogen 2 BLZ. 109● Maak alle bagage stevig vast, verdeel hetgewicht van de bagage gelijkmatig en plaatsde bagage dicht bij het midden van hetvoertuig.●Plaats geen bagage dicht bij de lampen of degeluiddemper.3WAARSCHUWINGOverbelasting of verkeerd beladen kaneen ongeval veroorzaken waarbij uernstig of dodelijk letsel kunt oplopen.Volg alle limieten en richtlijnen voorbelading in dit instructieboekje.BeladenVeiligheid van het voertuig19
InstrumentenBedieningshandleiding22SnelheidsmeterDisplaycontroleWanneer de contactschakelaar op (On) wordt gezet, slaat de naald van de snelheidsmeter één keer uitnaar de maximale stand op de wijzerplaat en worden alle digitale segmenten weergegeven.Als een deel van deze displays niet wordt weergegeven zoals het hoort, laat dan uw dealer controleren opproblemen.SEL-toetsSET-toetsDeze toont uw rijsnelheid inkilometer per uur (km/h) en/ofmijl per uur (mph), naargelangde uitvoering.
Bedieningshandleiding23VervolgVersnellingsstandindicatorDe versnellingsstandindicator geeft de versnellingsstand aan.u "-" verschijnt wanneer niet goed in een versnelling is geschakeld. BrandstofniveaumeterResterende brandstof wanneer alleen het 1e segment (E) gaatknipperen: ongeveer 1,5 LAls de indicator van de brandstofniveaumeterknippert of uitgaat: (BLZ.88)Klok instellen: (BLZ.31)Klok (12-uursweergave)Kilometerteller [TOTAL], ritteller [TRIP A/B], huidigbrandstofverbruik, gemiddeld brandstofverbruik[AVG], beschikbare rijafstand [RANGE] enaccuspanning []LET OPU moet tanken wanneer de waarde het 1e segment (E) nadert.Als de brandstof opraakt, kan de motor overslaan en dekatalysator beschadigd raken.
#Kilometerteller [TOTAL]Totale afgelegde afstand.Als "------" wordt weergegeven, ga dan naaruw dealer voor onderhoud.#Ritteller [TRIP A/B]Afstand gereden na het resetten van de ritteller.Als "----.-" wordt weergegeven, ga dan naar uwdealer voor onderhoud.De ritteller terugstellen: (BLZ.28)#Huidig brandstofverbruikHet huidige brandstofverbruik wordt weergegevenmet de eenheid "km/L" of "L/100 km".Weergavebereik: 0,0 tot 99,9 km/L (of L/100 km)● Wanneer de snelheid van uw voertuig lageris dan 7 km/u (4 mph), wordt "--.-"weergegevenAls "--.-" wordt weergegeven in andere dan debovenvermelde gevallen, ga dan naar uw dealervoor onderhoud.Uitsluitend type EAls "mile" voor afstand is geselecteerd, wordthet huidige brandstofverbruik weergegeven inde eenheid "mile/gal" of "mile/L".Weergavebereik: 0,0 tot 299,9 mile/gal of0,0 tot 99,9 mijl/l● Wanneer de snelheid van uw voertuig lageris dan 8 km/u (5 mph), wordt "--.-"weergegevenBedieningshandleiding25Vervolg
#Gemiddeld brandstofverbruik [AVG]Het gemiddelde brandstofverbruik op basis vanritteller A wordt weergegeven met de eenheid"km/L" of "L/100 km".Weergavebereik: 0,0 tot 99,9 km/L (of L/100 km)●Beginweergave: "--.-" wordt weergegeven.●Wanneer ritteller A wordt teruggesteld: "--.-"wordt weergegeven.Als "--.-" wordt weergegeven in andere dan debovenvermelde gevallen, ga dan naar uw dealervoor onderhoud.Uitsluitend type EAls "mile" voor afstand is geselecteerd, wordthet gemiddelde brandstofverbruik op basis vande ritteller A weergegeven met de eenheid"mile/gal" of "mile/L".Weergavebereik: 0,0 tot 299,9 mile/gal of0,0 tot 99,9 mijl/lHet gemiddelde brandstofverbruikterugstellen: (BLZ.28)Bedieningshandleiding26Instrumenten (Vervolg)
#Beschikbare rijafstand [RANGE]Geeft de geschatte afstand weer die u kuntafleggen met de resterende brandstof.De aangegeven beschikbare rijafstand wordtberekend op basis van de resterende brandstof.Afhankelijk van de rijomstandigheden is deaangegeven waarde mogelijk niet altijd dewerkelijk beschikbare afstand.Weergavebereik: 999 tot 5 kmUitsluitend type EWeergavebereik: 999 tot 3 mijl●Boven 999 km: "999" wordt weergegeven.Uitsluitend type E●Boven 999 mijl: "999" wordt weergegeven.●Beginweergave: "---" wordt weergegeven.●Als de berekende afstand minder is dan5 km (3 mijl) of de hoeveelheid resterendebrandstof minder is dan 1,0 L: "---" wordtweergegeven.Als "---" wordt weergegeven in andere dan debovenvermelde gevallen, ga dan naar uw dealervoor onderhoud.#Accuspanning [ ]Geeft de huidige accuspanning weer.Bedieningshandleiding27Vervolg
#De ritteller terugstellenWanneer u ritteller A terugstelt, wordt ook hetgemiddelde brandstofverbruik teruggesteld.Om de ritteller A en het gemiddeldebrandstofverbruik A terug te stellen, houdt u deSEL-toets ingedrukt terwijl ritteller A wordtweergegeven.Om de ritteller B terug te stellen, houdt u deSEL-toets ingedrukt terwijl ritteller B wordtweergegeven.Bedieningshandleiding28Instrumenten (Vervolg)
#InstelmodusDe volgende items kunnen sequentieel wordengewijzigd.● ECO-controlelampje instellen● Klok instellen●Helderheid achtergrondverlichting instellen●Uitsluitend type E Eenheid kilometerstandwijzigen● Eenheid van brandstofverbruiksmeterwijzigenAls u ongeveer 30 seconden niet op deschakelaar drukt, schakelt de bedieningautomatisch over van de instelmodus naar denormale weergave.In dit geval blijven de instellingen die u niethebt vastgelegd, niet behouden.De geselecteerde instelling kan ook wordeningesteld door de contactschakelaar in de stand (Off) te zetten.Bedieningshandleiding29VervolgNormale weergaveInstelmodusHelderheid achtergrondverlichting instellenKlok instellenECO-controlelampje instellenEenheid kilometerstand wijzigenUitsluitend type EEenheid van brandstofverbruiksmeter wijzigenHoud de SEL-toets en SET-toetsingedruktDruk op de SET-toets
3 Helderheid achtergrondverlichting instellenU kunt de helderheid van de achtergrondverlichting opeen van de vijf niveaus instellen.aDruk op de SEL-toets om de helderheid van deachtergrondverlichting te selecteren.bDruk op de SET-toets. De helderheid van deachtergrondverlichting is ingesteld.Uitsluitend type EDHet display schakelt over naar het wijzigen vande eenheid van de brandstofverbruiksmeter.Uitsluitend type EHet display schakelt over naar het wijzigenvan de eenheid van de kilometerstand.4 Eenheid kilometerstand wijzigenUitsluitend type EaDruk op de SEL-toets om "mile" of "km" te selecteren.bDruk op de SET-toets. De eenheid voor dekilometerstand is ingesteld en het displayschakelt over naar het wijzigen van de eenheidvan de brandstofverbruikmeter.Bedieningshandleiding32Instrumenten (Vervolg)
IndicatorenBedieningshandleiding34RichtingaanwijzerlinksAls één van deze indicatoren niet gaat branden terwijl dat zou moeten, laat dan uw dealercontroleren op problemen.Richtingaanwijzerrechts Indicator Torque Control● Gaat branden als de contactschakelaar in destand (On) wordt gezet. Gaat uit als uwmotorfiets een snelheid van ongeveer 3 km/hbereikt, om aan te geven dat Torque Controlklaar is voor gebruik.● Knippert als Torque Control in werking is.Als deze gaat branden tijdens hetrijden: (BLZ.87)Gaat branden als Torque Control wordtuitgeschakeld. Torque Control OFF-indicatorAls deze gaat branden tijdens het rijden: (BLZ.86)Gaat branden als de contactschakelaar in de stand (On) wordt gezet.ABS-indicatorGaat uit bij een snelheid van ongeveer 5 km/h.Gaat branden als de transmissie in deneutraalstand staat.Indicator neutraalstand Indicator grootlicht
Bedieningshandleiding35ECO ECO-indicatorECO-indicator instellen (BLZ.29)Als de indicator gaat branden terwijl demotor draait: (BLZ.85)● Gaat kort branden als de contactschakelaar inde stand (On) wordt gezet met demotorstopschakelaar in de stand (Run).PGM-FI-storingslampje (elektronischgeregelde brandstofinspuiting) (MIL)● Gaat branden als de contactschakelaar in destand (On) wordt gezet met demotorstopschakelaar in de stand (Stop).● Gaat kort branden als de contactschakelaar in de stand (On) wordt gezet terwijl deinstelling van de ECO-indicator is geactiveerd.● Gaat branden wanneer het brandstofverbruik verbetert terwijl de instelling van deECO-indicator is geactiveerd.
StuurslotVergrendel het stuur wanneer u parkeert omdiefstal te voorkomen.Een U-vormig wielslot of iets vergelijkbaarswordt ook aanbevolen.#VergrendelenaDraai het stuur volledig naar links.bDuw de sleutel omlaag en zet decontactschakelaar in de stand (Lock).u Draai het stuur als het stuur moeilijkvergrendeld kan worden.cVerwijder de sleutel.#OntgrendelenSteek de sleutel in het slot, duw de sleutel erin enzet de contactschakelaar in de stand (Off).Bedieningshandleiding38Schakelaars (Vervolg)DuwenDraaienContactsleutel
Honda Selectable Torque ControlTorque Control (regeling van motorvermogen)kan worden in-/uitgeschakeld.u Schakel de Torque Control niet in of uit tijdenshet rijden.Breng het voertuig eerst tot stilstand en schakelde Torque Control in of uit.u Torque Control kan niet worden uitgeschakeldwanneer het systeem actief is (Torque Control-indicator knippert).u Telkens wanneer u de contactschakelaar op (On) zet, wordt Torque Control automatischingeschakeld.u De Torque Control-indicator knippert wanneerTorque Control in werking is.Torque Control aan en uitU kunt Torque Control in- en uitschakelen doorde SET-toets ingedrukt te houden.u De Torque Control OFF-indicator gaat brandenals Torque Control is uitgeschakeld.Bedieningshandleiding39SET-toets
Motor startenStart de motor volgens de volgende procedure,ongeacht of de motor koud of warm is.LET OP•Als de motor niet binnen 5 seconden start, moet ude contactschakelaar in de stand (Off) zettenen 10 seconden wachten voordat u de motoropnieuw probeert te starten om de accuspanningte verhogen.• Het langdurig versneld stationair draaien en hetverhogen van het toerental kunnen de motoren het uitlaatsysteem beschadigen.aZorg ervoor dat de motorstopschakelaar in destand (Run) staat.bZet de contactschakelaar in de stand (On).cZet de versnellingsbak in de neutraalstand (N-indicator gaat branden). U kunt ook dekoppelingshendel intrekken om uw voertuig testarten met de transmissie in de versnellingwanneer de zijstandaard omhoog is geklapt.Bedieningshandleiding40acbd
dDruk met volledig gesloten gashendel op destartknop.u Als u de motor niet kunt starten, draai dande gashendel iets open (circa 3 mm,zonder speling) en druk op de startknop.Als de motor niet start:aOpen de gashendel volledig en drukgedurende 5 seconden op de startknop.u De motor start op dit moment niet.(Wanneer de gasklep helemaal open is,start de motor niet wanneer de startknopwordt ingedrukt). Laat na 5 seconden degashendel en de startknop los en ga verdermet stap ②.bHerhaal de normale startprocedure.cAls de motor start en het stationair toerentalinstabiel is, moet u de gashendel een kleinbeetje openen.dAls de motor niet start, wacht dan 10 secondenvoordat u stappen a en b opnieuwprobeert.#Als de motor niet start (BLZ.84)Bedieningshandleiding41Circa 3 mm, zonder speling
Inschakeling van het systeem:NoodstopsignaalHet noodstopsignaal wordt ingeschakeldwanneer het systeem detecteert dat u hardremt bij een snelheid van ongeveer 50 km/h ofhoger om achteropkomende bestuurders viasnel knipperende richtingaanwijzers tewaarschuwen dat plots geremd wordt. Hiermeekunnen achteropkomende bestuurdersgewaarschuwd worden en de juistemaatregelen treffen om een mogelijke botsingmet uw voertuig te voorkomen.Het noodstopsignaal stopt met werken als:● U de remmen loslaat.● Het ABS wordt uitgeschakeld.● Het afremmen van uw voertuig wordtgematigd.● U op de schakelaar voor dealarmknipperlichten drukt.Bedieningshandleiding43VervolgHard remmenBeide richtingaanwijzerindicatoren knipperenRemlicht gaat brandenBeide richtingaanwijzersknipperen
u Het noodstopsignaal is geen systeem dat eenmogelijke botsing van achteren door te hardremmen voorkomt. Het is altijd raadzaam omhard remmen te voorkomen, tenzij dit absoluutnoodzakelijk is.u Het noodstopsignaal werkt niet wanneer deschakelaar voor de alarmknipperlichten isingedrukt.u Als het ABS een tijdje niet meer werkt tijdenshet remmen, wordt het noodstopsignaalmogelijk helemaal niet geactiveerd.Bedieningshandleiding44Noodstopsignaal (Vervolg)
TankenVul geen brandstof bij tot voorbij de ondersterand van de vulhals.Brandstoftype: uitsluitend loodvrije benzineBrandstof-octaangetal: uw voertuig isontworpen voor het gebruik van een research-octaangetal (RON) van 91 of hoger.Tankinhoud: 15,0 L#Richtlijnen voor tanken en brandstof(BLZ.16)Brandstofvuldop openenOpen de afdekkap van het slot, steek decontactsleutel in het slot en draai deze naar rechtsom de brandstofvuldop te verwijderen.Brandstofvuldop sluitenaLijn het slot van de brandstofvuldop na hettanken uit met de gleuf in de vulhals.bDuw de brandstofvuldop in de vulhals totdatdeze dichtklikt en wordt vergrendeld.cVerwijder de contactsleutel en sluit de afdekkap van het slot.u De sleutel kan niet worden verwijderd alsde dop niet is vergrendeld.3WAARSCHUWINGBenzine is een uiterst licht ontvlambare enexplosieve stof.
Opberguitrusting#HelmhouderDe helmhouder bevindt zich aan de linkerkantonder het zadel.#OntgrendelenSteek de contactsleutel in het slot en draai dezelinksom.#VergrendelenaHang uw helm op de houderpen en druk dezein om te vergrendelen.bVerwijder de contactsleutel.u Gebruik de helmhouder uitsluitend bij hetparkeren.3WAARSCHUWINGEen helm die aan de houder is bevestigd,kan tijdens het rijden tegen het achterwielof de vering komen en tot een ongevalleiden.Gebruik de helmhouder uitsluitend bijhet parkeren. Rijd niet met een helmdie aan de helmhouder hangt.Bedieningshandleiding46HouderpenContactsleutelHelmhouder
Het belang van onderhoudHet belang van onderhoudHet goed onderhouden van uw voertuig isabsoluut essentieel voor uw veiligheid en hetbeschermen van uw investering, optimaleprestaties, het voorkomen van pech en hetreduceren van luchtverontreiniging. De eigenaar isverantwoordelijk voor het onderhoud. Inspecteeruw voertuig voor elke rit en voer de periodiekecontroles uit die in het onderhoudsschema zijnvermeld. 2 BLZ.
503WAARSCHUWINGHet niet goed onderhouden van uwvoertuig of het niet repareren van eendefect voordat u gaat rijden kan eenbotsing veroorzaken waarbij u ernstigof dodelijk letsel kunt oplopen.Volg altijd de aanwijzingen voorinspectie en onderhoud volgens deschema's die in dit instructieboekjestaan vermeld.OnderhoudsveiligheidLees altijd de onderhoudsvoorschriften voordat uonderhoud uitvoert en zorg ervoor dat u over debenodigde gereedschappen, onderdelen envaardigheden beschikt.Wij kunnen u niet waarschuwen voor alle denkbarerisico's die zich kunnen voordoen tijdens hetuitvoeren van onderhoud.
Alleen u kunt beslissenof u een bepaalde taak wel of niet zou moetenuitvoeren.Volg deze richtlijnen tijdens het uitvoeren vanonderhoud.●Zet de motor uit en verwijder de sleutel.●Plaats uw voertuig op een stevige, vlakkeondergrond met behulp van de zijstandaard, demiddenbok of een onderhoudsbok voor steun.●Laat de motor, geluiddemper, remmen enandere hete onderdelen afkoelen voor hetuitvoeren van een servicebeurt, anders kunt ubrandwonden oplopen.●Laat de motor uitsluitend draaien wanneer ditwordt aangegeven en alleen in een goedgeventileerde ruimte.Onderhoud49
OnderhoudsschemaHet onderhoudsschema vermeldt deonderhoudsprocedures die vereist zijn voor veilige,betrouwbare prestaties en een goed werkendeemissieregeling.De onderhoudswerkzaamheden moeten wordenuitgevoerd overeenkomstig de normen enspecificaties van Honda door geschoolde enbevoegde monteurs. Uw dealer voldoet aan dezevereisten. Het bijhouden van een nauwkeurigonderhoudsrapport zorgt ervoor dat uw voertuiggoed wordt onderhouden.Zorg ervoor dat de monteur die het onderhouduitvoert dit onderhoudsrapport invult.Het periodieke onderhoud wordt beschouwd alsnormale onderhoudskosten voor de eigenaar diedoor uw dealer in rekening zullen wordengebracht. Bewaar alle facturen. Deze facturenmoeten aan de nieuwe eigenaar worden verstrektwanneer u het voertuig verkoopt.Honda raadt aan om uw dealer een proefrit metuw voertuig te laten maken na het uitvoeren vanhet periodieke onderhoud.Onderhoud50
ItemsInspectievoor hetrijden2 BLZ. 53Frequentie *1JaarlijksecontroleRegelmatigvervangenZiepagina× 1000 km 1 12 24 36 48× 1000 mijl 0,6 8 16 24 32Honda Diagnostic System –Brandstofleiding –Brandstofniveau 45Werking van de gashendel 81Luchtfilter *2–Carterontluchting *3–Bougie –KlepspelingElke 6000 km: –MotorolieEerste = 1000 km: Regulier = 6000 km: 70Motoroliefilter –Stationair motortoerental –Emissieregelsysteem –Onderhoudsniveau Onderhoudslegenda: Tussenniveau. Wij raden u aan het onderhoud uit te latenvoeren door uw dealer, tenzij u over het benodigdegereedschap en de mechanische vakkundigheid beschikt.De procedures zijn vermeld in een officiëlewerkplaatshandleiding van Honda.: Inspecteren (reinigen, afstellen, smeren, ofvervangen, indien nodig):::SmerenVervangenReinigen: Technisch.
StandaardonderhoudInspectie voor het rijdenMet het oog op de veiligheid bent uverantwoordelijk om een controle voor het rijdenuit te voeren en alle vastgestelde problemen tecorrigeren. Een controle voor het rijden is eenmust, niet alleen met het oog op de veiligheid,maar omdat pech, of zelfs een lekke band, eenaanzienlijk ongemak kan betekenen.Controleer het volgende voordat u op uw voertuigstapt:● Brandstofniveau - Vul de brandstoftankwanneer dit nodig is 2 BLZ. 45●Gashendel - Controleer of de gashendel in allestuurstanden goed opent en sluit 2 BLZ. 81●Motoroliepeil - Vul indien nodig motorolie bij.Inspecteer op lekken 2 BLZ. 70● Aandrijfketting - Controleer staat en speling,indien nodig afstellen en smeren 2 BLZ. 76● Remmen − Werkingscontrole;Voor en achter: controleer het remvloeistofpeilen de remblokken op slijtage 2 BLZ. 72,2 BLZ.
Onderdelen vervangenGebruik altijd originele Honda-onderdelen ofgelijkwaardige onderdelen om betrouwbaarheiden veiligheid te waarborgen.Vermeld de modelnaam, kleur en code vermeld ophet kleurenlabel bij het bestellen van gekleurdeonderdelen.Het kleurenlabel is bevestigd op de accubox.2 BLZ. 693WAARSCHUWINGHet monteren van andere onderdelendan Honda-onderdelen kan uwvoertuig onveilig maken en een botsingveroorzaken waarbij u ernstig ofdodelijk letsel kunt oplopen.Gebruik altijd originele Honda-onderdelen of gelijkwaardigeonderdelen die voor uw voertuigwerden ontworpen en goedgekeurd.StandaardonderhoudOnderhoud54Kleurenlabel
AccuUw voertuig is uitgerust met een onderhoudsvrijeaccu. U hoeft het elektrolytniveau van de accu niette controleren en geen gedistilleerd water toe tevoegen. Reinig de accupolen als ze vuil zijngeworden of verroest zijn.Verwijder de afdichtingen van de accudoppen niet.De dop hoeft tijdens het laden niet te wordenverwijderd.LET OPDe accu is van het onderhoudsvrije type en kanpermanent worden beschadigd als de doppenstripwordt verwijderd.Dit symbool op de accu duidt aan dathet product niet met hethuishoudelijk afval mag wordenafgevoerd.LET OPEen verkeerd afgevoerde accu kan schadelijk zijnvoor het milieu en de menselijke gezondheid.Leef altijd de lokale regels voor het correct afvoerenvan accu's na.StandaardonderhoudOnderhoud55Vervolg
#Wat te doen in geval van noodAls een van de volgende situaties zich voordoet,dient u onmiddellijk naar uw arts te gaan.● Elektrolyt spat in de ogen:u Spoel uw ogen herhaaldelijk met koudwater gedurende minimaal 15 minuten. Hetgebruik van water onder druk kan schadetoebrengen aan uw ogen.● Elektrolyt spat op de huid:u Trek de betreffende kleding uit en was dehuid grondig met water.● Elektrolyt spat in de mond:u Spoel uw mond grondig met water en slikniet door.3WAARSCHUWINGUit de accu komt tijdens normaalgebruik explosief waterstofgas vrij.Een vonk of vlam kan het exploderenvan de accu veroorzaken, waardoor uernstig of dodelijk letsel kunt oplopen.Draag beschermende kleding en eengelaatscherm of laat de accuonderhouden door een bevoegdemonteur.StandaardonderhoudOnderhoud56
#Reinigen van accupolen1.Verwijder de accu. 2 BLZ. 662.Als de polen door corrosie zijn aangetast enmet een witte aanslag zijn bedekt, moeten zemet warm water worden gewassen enafgeveegd.3.Als de polen sterk zijn gecorrodeerd, moetenze met een staalborstel of schuurpapierworden gereinigd en gepolijst. Draag eenveiligheidsbril.4.Plaats de accu terug na het reinigen.De accu heeft een beperkte levensduur. Raadpleeguw dealer met betrekking tot de vervanging van deaccu. Vervang de accu altijd door een andereonderhoudsvrije accu van hetzelfde type.LET OPHet monteren van elektrische accessoires van andere fabrikantendan Honda kan het elektrische systeem overbelasten, de accu doenontladen en mogelijk het systeem beschadigen.ZekeringenDe zekeringen beschermen de elektrische circuits van uwvoertuig.
Als een elektrisch systeem op uw voertuiguitvalt, controleer dan op doorgebrande zekeringen envervang deze door nieuwe. 2 BLZ. 91#Inspecteren en vervangen van zekeringenZet de contactschakelaar in de stand (Off) als uzekeringen gaat verwijderen of inspecteren. Vervang eendoorgebrande zekering door een zekering met dezelfdestroomsterkte. Zie "Specificaties" voor de stroomsterktevan zekeringen. 2 BLZ. 111StandaardonderhoudOnderhoud57VervolgDoorgebrandezekering
LET OPAls u de zekering vervangt door een zekering meteen hogere stroomsterkte, loopt u meer risico opbeschadiging van het elektrisch systeem.Als een zekering herhaaldelijk doorbrandt, is ditwellicht te wijten aan een elektrische fout. Laat uwvoertuig door uw dealer inspecteren.MotorolieHet motorolieverbruik varieert en de oliekwaliteitverslechtert afhankelijk van de rijomstandighedenen de verstreken tijd.Controleer het motoroliepeil regelmatig en vul bij metaanbevolen motorolie indien nodig. Vuile of oude oliemoet zo snel mogelijk worden ververst.#Motorolie kiezenZie "Specificaties" voor de aanbevolen motorolie.2 BLZ.
110Als u motorolie van andere fabrikanten dan Hondagebruikt, controleer dan op het label of de olie aande volgende normen voldoet:● JASO T903-norm*1: MA● SAE-norm*2: 10W-30● API-classificatie*3: SJ of hoger*1.De JASO T 903-norm is een index voor motorolievoor 4-taktmotoren van motorfietsen. Er bestaantwee klassen: MA en MB. Het volgende label toontbijvoorbeeld de MA-classificatie.*2.De SAE-norm stelt de kwaliteit van olie vast aande hand van de viscositeit.StandaardonderhoudOnderhoud58OliecodeOlieclassificatie
*3.De API-classificatie vermeldt de kwaliteit enprestatiegraad van motorolie. Gebruik SJ ofhogere olie, met uitzondering van olie aangeduidals "Energiebesparend" of "Hulpbronbesparend"op het ronde API-servicesymbool.RemvloeistofGeen remvloeistof bijvullen of verversen, behalvein een noodgeval. Gebruik uitsluitend verseremvloeistof uit een afgesloten houder. Als uremvloeistof bijvult, moet het remsysteem zo snelmogelijk door uw dealer worden nagekeken.LET OPRemvloeistof kan kunststof- en gelakte oppervlakkenbeschadigen.Verwijder gemorste remvloeistof onmiddellijk enreinig het oppervlak grondig.Aanbevolen remvloeistof:Honda DOT 4-remvloeistof ofgelijkwaardigStandaardonderhoudOnderhoud59Niet aanbevolen Aanbevolen
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Honda GB350S (2025) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Motor Honda
Alle Honda Motor handleidingen