Honda CL500A (2025) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Honda CL500A (2025) (122 pagina’s), behorend tot de categorie Motor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 42 mensen. Heb je een vraag over Honda CL500A (2025) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Honda |
| Categorie: | Motor |
| Model: | CL500A (2025) |
Handleiding Honda CL500A (2025) – volledige tekst
Dit instructieboekje dient als een permanent onderdeel van hetvoertuig te worden beschouwd en moet bij doorverkoop van hetvoertuig aan de nieuwe eigenaar worden verstrekt.Deze publicatie bevat de meest recente productinformatie diebeschikbaar was voor het ter perse gaan. Honda Motor Co., Ltd.behoudt zich het recht voor om te allen tijde wijzigingen aan tebrengen zonder voorafgaande kennisgeving en zonder het aangaanvan enige verplichting.Niets uit deze publicatie mag zonder schriftelijke toestemmingworden gereproduceerd.Het kan zijn dat het afgebeelde voertuig in dit instructieboekjeverschilt van uw voertuig.© 2024 Honda Motor Co., Ltd.
Door te kiezenvoor een Honda maakt u deel uit van eenwereldwijde familie van tevreden klanten dieHonda's reputatie voor het leveren vanhoogwaardige producten waarderen.Met het oog op uw veiligheid en rijplezier:●Lees dit instructieboekje aandachtig door.●Volg alle aanbevelingen op en voer alleprocedures uit die in dit instructieboekjezijn vermeld.●Besteed extra aandacht aanveiligheidsinformatie in ditinstructieboekje en op het voertuig.●De volgende codes in dit instructieboekjeduiden elke bestemming aan.●De afbeeldingen hierin zijn gebaseerd ophet type CL500A ED.BestemmingscodesCode BestemmingCL500AEDDirecte verkoop Europa,Hong Kong, Singapore,Nieuw-Zeeland, Verenigd Koninkrijk,Servië, Israël, Gibraltar,Montenegro, Noord-Macedonië,Oekraïne, Argentinië,Peru, ColombiaTH Thailand*De specificaties kunnen van land tot landverschillen.
Enkele opmerkingen over veiligheidUw veiligheid en de veiligheid van anderen zijnzeer belangrijk. Het veilig rijden op dit voertuig iseen belangrijke verantwoordelijkheid.Om u te helpen goed geïnformeerde veiligheidsbe-slissingen te nemen, hebben wij bedieningsproce-dures en andere informatie in dit instructieboekjeen op veiligheidslabels verstrekt. Deze informatiemaakt u attent op potentiële gevaren waardoor uof anderen letsel kunnen oplopen.Het is vanzelfsprekend niet praktisch of niet mogelijk om ute waarschuwen voor alle gevaren die kunnen optreden bijhet rijden op en onderhouden van een voertuig.
U moetdan ook uw eigen gezonde verstand gebruiken.U zult belangrijke veiligheidsinformatie inverschillende vormen tegenkomen, waaronder:● Veiligheidslabels op het voertuig● Veiligheidsinformatie voorafgegaan dooreen waarschuwingssymbool en eenvan de drie waarschuwingswoorden:GEVAAR, WAARSCHUWING of LET OP.Deze signaalwoorden betekenen:3GEVAARU ZULT DODELIJK of ERNSTIG LETSELOPLOPEN als u de instructies niet opvolgt.3WAARSCHUWINGU KUNT DODELIJK of ERNSTIG LETSELOPLOPEN als u de instructies niet opvolgt.3LET OPU KUNT LETSEL OPLOPEN als u deinstructies niet opvolgt.Andere belangrijke informatie vindt uonder de volgende koppen:LET OPInformatie om beschadiging van uwvoertuig, andere eigendommen ofhet milieu te voorkomen.
VeiligheidsrichtlijnenVolg deze richtlijnen met het oog op uw veiligheid:● Voer alle routine- en periodieke inspecties uitdie in dit instructieboekje zijn beschreven.● Zet de motor uit en houd vonken en vuur uitde buurt als u tankt.● Laat de motor niet draaien in afgesloten ofgedeeltelijk afgesloten ruimten. Koolmonoxidein uitlaatgassen is giftig en kan uw doodveroorzaken.Draag altijd een helmHet is bewezen dat helmen en beschermende kledinghet aantal en de ernst van hoofdletsel en ander letselaanzienlijk kunnen verminderen. Draag dus altijd eengoedgekeurde helm en beschermende kleding.2 BLZ. 13Voordat u gaat rijdenZorg ervoor dat u in goede lichamelijke conditiebent, geconcentreerd bent en niet onder deinvloed van alcohol of drugs verkeert. Zorg ervoordat u en uw duopassagier allebei eengoedgekeurde helm en beschermende kledingdragen.
Draag duopassagiers op om zich aan dezadelriem of aan uw middel vast te houden, met umee te leunen tijdens het schuinleggen van demotorfiets in bochten en hun voeten altijd op devoetsteunen te houden, zelfs wanneer het voertuigstilstaat.Neem de tijd om te leren en te oefenenZelfs als u al op andere voertuigen hebt gereden,kunt u het beste in een veilige omgeving oefenen omvertrouwd te raken met de werking en hetstuurgedrag van dit voertuig en om gewend te rakenaan de afmetingen en het gewicht van het voertuig.VeiligheidsrichtlijnenVeiligheid van het voertuig3Vervolg
Rijd defensiefBesteed altijd aandacht aan ander verkeer om uheen en veronderstel niet dat andere bestuurdersu zien. Zorg dat u snel kunt stoppen of eenuitwijkmanoeuvre kunt maken.Zorg dat u goed zichtbaar bentZorg ervoor dat u beter zichtbaar bent, vooral's avonds, door heldere reflecterende kleding tedragen, te rijden op plaatsen waar anderebestuurders u kunnen zien, uw richting aan tegeven voordat u afslaat of van rijstrook veranderten uw claxon te gebruiken indien nodig.Rijd binnen uw grenzenRijd nooit harder dan u aankunt of sneller dan deverkeersomstandigheden toestaan.
Vermoeidheiden onoplettendheid kunnen afbreuk doen aan uwbeoordelingsvermogen en het veilig rijden.Rijd niet onder de invloed van alcoholof drugsAlcohol of drugs en motorrijden gaan niet samen.Zelfs één alcoholisch drankje kan uw vermogen omop wisselende omstandigheden te reagerenverminderen en uw reactiesnelheid wordt minderna elk aanvullend drankje. Hetzelfde geldt voor hetgebruik van drugs. Rijd niet onder de invloed vanalcohol of drugs en laat uw vrienden dit ook nietdoen.VeiligheidsrichtlijnenVeiligheid van het voertuig4
Houd uw Honda in veilige staatHet is belangrijk voor uw veiligheid en uw rijplezierdat u het voertuig goed onderhoudt.Inspecteer uw voertuig voor elke rit en voer al hetaanbevolen onderhoud uit. Houd u aan debeladingslimieten (2 BLZ. 19), bouw uw voertuigniet om en installeer geen accessoires die uwvoertuig onveilig maken (2 BLZ. 18).Betrokken zijn bij ongevallenPersoonlijke veiligheid is uw eerste prioriteit. Als uof iemand anders letsel heeft opgelopen, neemdan de tijd om de ernst van het letsel tebeoordelen en te bepalen of het veilig is om doorte rijden. Schakel indien nodig de hulpdiensten in.Volg tevens de geldende wet- en regelgevingindien een andere persoon of een ander voertuigbij het ongeval is betrokken.Als u besluit verder te rijden, zet dan eerst decontactschakelaar in de stand (Off) encontroleer de staat van uw voertuig.
Inspecteer opvloeistoflekkage, controleer of cruciale moeren enbouten goed vastzitten en controleer het stuur, debedieningshendels, remmen en wielen. Rijdlangzaam en voorzichtig.Het kan zijn dat uw voertuig schade heeftopgelopen die niet onmiddellijk zichtbaar is. Laatuw voertuig zo snel mogelijk grondig inspecterendoor een erkend reparatiebedrijf.VeiligheidsrichtlijnenVeiligheid van het voertuig5Vervolg
Gevaar voor koolmonoxideUitlaatgassen bevatten giftig koolmonoxide, eenkleurloos, reukloos gas. Het inademen vankoolmonoxide kan bewusteloosheid veroorzakenen tot uw dood leiden.Als u de motor in een besloten of zelfs gedeeltelijkafgesloten ruimte laat draaien, kan de lucht die uinademt een gevaarlijke hoeveelheidkoolmonoxide bevatten.Laat uw voertuig nooit in een garage of anderebesloten ruimte draaien.3WAARSCHUWINGHet laten draaien van de motor van uwvoertuig in een afgesloten of zelfs ineen gedeeltelijk afgesloten ruimte, kanleiden tot een snelle opbouw van hetgiftige gas koolmonoxide.Het inademen van dit kleur- engeurloze gas kan leiden totbewusteloosheid en zelfs tot de dood.Laat de motor van uw voertuig alleendraaien in een goed geventileerderuimte buiten.VeiligheidsrichtlijnenVeiligheid van het voertuig6
AfbeeldingslabelsOp de volgende pagina's wordt de betekenisvan de labels beschreven. Sommige labelswaarschuwen u voor potentiële gevaren dieernstig letsel kunnen veroorzaken. Anderebieden belangrijke veiligheidsinformatie. Leesdeze informatie aandachtig en verwijder delabels niet.Als een label eraf valt of moeilijk te lezen is,neem dan contact op met uw dealer voor eenvervangend label.Elk label is voorzien van een specifiek symbool.De betekenis van elk symbool en elk label is alsvolgt.Lees de instructies in het instructieboekjeaandachtig door.Lees de instructies in de werkplaatshandleidingaandachtig door.
Laat om veiligheidsredenenhet onderhoud aan uw voertuig alleenuitvoeren door uw dealer.GEVAAR (met RODE achtergrond)U ZULT ERNSTIG of zelfs DODELIJK LETSELoplopen als u deze aanwijzingen niet opvolgt.WAARSCHUWING (met ORANJEachtergrond)U KUNT ERNSTIG of zelfs DODELIJK LETSELoplopen als u deze aanwijzingen niet opvolgt.LET OP (met GELE achtergrond)U KUNT GEWOND RAKEN als u dezeaanwijzingen niet opvolgt.AfbeeldingslabelsVeiligheid van het voertuig7Vervolg
ACCULABELGEVAAR•Houd vonken en vlammen uit de buurt van de accu.Accu's produceren gas dat een explosie kanveroorzaken.•Draag een beschermbril en rubberen handschoenenbij het hanteren van de accu, anders kunt ubrandwonden oplopen of uw gezichtsvermogenverliezen door het elektrolyt van de accu.•Laat kinderen en andere personen geen accuaanraken tenzij ze op de hoogte zijn van devoorschriften voor het hanteren van accu's en dehieraan verbonden gevaren.•Wees buitengewoon voorzichtig bij het hanteren vande accuvloeistof aangezien deze verdund zwavelzuurbevat. Contact met uw huid of ogen kanbrandwonden veroorzaken of leiden tot verlies vanuw gezichtsvermogen.•Lees dit instructieboekje aandachtig door en zorgervoor dat u de inhoud begrijpt voordat u de accuhanteert.
Het niet opvolgen van de instructies kanlichamelijk letsel en beschadiging van het voertuigveroorzaken.•Gebruik geen accu met het elektrolyt op of onder hetonderste merkstreepje. De accu kan exploderen enernstig lichamelijk letsel veroorzaken.AfbeeldingslabelsVeiligheid van het voertuig8voorbeeld
WAARSCHUWINGSLABEL ACCESSOIRES EN BELADINGWAARSCHUWINGType EDACCESSOIRES EN BELADING• De veiligheid, stabiliteit en het weggedrag van dit voertuig kunnennadelig worden beïnvloed door de toevoeging van accessoires enbagage.•Lees de instructies in het instructieboekje en de montagehandleidingaandachtig door voordat u een accessoire monteert.• Het totale gewicht van accessoires en bagage en het gewicht van debestuurder en de passagier mag niet meer zijn dan 184 kg, oftewelde maximale gewichtscapaciteit.• Het gewicht van de bagage mag niet meer zijn dan 18 kg onder alleomstandigheden.• Het monteren van grote kuipdelen op de voorvork of het stuur wordtniet aanbevolen.AfbeeldingslabelsVeiligheid van het voertuig10
VEILIGHEIDSLABELType EDDraag altijd een helm en beschermende kleding met het oog op uwveiligheid.BRANDSTOFLABELType EDUitsluitend loodvrije benzineETHANOL tot 10 volumeprocentKENNISGEVING OP LABEL VAN UITLAATDEMPERType EDPlaats geen voorwerpen in de buurt van de uitlaatdemper.Oververhitting kan uw bagage beschadigen.AfbeeldingslabelsVeiligheid van het voertuig12
Rijd defensief enhoud altijd rekening met de weers- enwegomstandigheden.#HelmMoet voldoen aan de veiligheidsnorm, duidelijkzichtbaar zijn en de juiste afmetingen voor uwhoofd hebben● De motorhelm moet comfortabel passen enveilig met de kinriem zijn vastgemaakt● Vizier met een onbelemmerd gezichtsveld ofandere goedgekeurde oogbescherming3WAARSCHUWINGHet niet dragen van een helm verhoogthet risico op ernstig of dodelijk letsel ingeval van een botsing.Zorg ervoor dat u en uw duopassagieraltijd een goedgekeurde helm enbeschermende kleding dragen.#HandschoenenLeren handschoenen met volledige vingers en eenhoge slijtweerstand#Motorlaarzen of -schoenenStevige motorlaarzen met antislipzolen enenkelbeschermers#Motorjas en -broekBeschermende, duidelijk zichtbare motorjas metlange mouwen en duurzame broek voor het rijden(of een beschermend motorpak)VeiligheidsmaatregelenVeiligheid van het voertuig13
Voorzorgsmaatregelenvoor het rijdenInrijperiodeVolg deze richtlijnen tijdens de eerste 500 km omde toekomstige betrouwbaarheid en prestaties vanuw voertuig te waarborgen.● Vermijd het vol gas starten en snel accelereren.● Vermijd sterk afremmen en snelterugschakelen.● Rijd behoedzaam.RemmenNeem de volgende richtlijnen in acht:● Vermijd bijzonder sterk afremmen enterugschakelen.u Door plotseling remmen kan de stabiliteitvan het voertuig verminderen.u Ga waar mogelijk langzamer rijden vooreen bocht; anders bestaat het gevaar dat uuit de bocht vliegt.● Wees voorzichtig op oppervlakken met eenlage tractie.u De banden slippen sneller op dit soortoppervlakken en de remweg is langer.● Vermijd continu remmen.u Door herhaaldelijk te remmen, zoals bijheuvelafwaarts rijden, kunnen de remmenernstig oververhit raken waardoor deremwerking vermindert.
#Antiblokkeersysteem (ABS)Dit model is uitgerust met een antiblokkeersysteem(ABS) dat is ontwikkeld om te voorkomen dat deremmen blokkeren tijdens abrupt remmen.● De remweg is niet korter met het ABS. Inbepaalde gevallen kan het gebruik van het ABSeen langere remweg tot gevolg hebben.● ABS werkt niet bij snelheden lager dan 10 km/h.● Het kan zijn dat de remhendel en hetrempedaal lichtjes terugspringen wanneer u derem bedient. Dit is normaal.● Gebruik altijd de aanbevolen voor-/achterbanden en tandwielen om de werkingvan ABS te waarborgen.#Remmen op de motorRemmen op de motor helpt om de snelheid vanuw voertuig te verminderen wanneer u gasmindert. Schakel terug naar een lagere versnellingom meer snelheid te verminderen.
Rem op demotor en gebruik met tussenpozen de rem omsnelheid te minderen wanneer u lange, steilehellingen afrijdt.#Natte of regenachtige omstandighedenWegoppervlakken zijn glad wanneer ze nat zijn, ennatte remmen zorgen voor een verminderderemwerking.Wees bijzonder voorzichtig bij het remmen ondernatte omstandigheden.Als de remmen nat worden, rem dan tijdens hetrijden op lage snelheid om ze te laten drogen.Voorzorgsmaatregelen voor het rijdenVeiligheid van het voertuig15Vervolg
Parkeren● Parkeer op een stevige, horizontaleondergrond.● Als u op een helling of onverhard terrein moetparkeren, parkeer het voertuig dan zodanig datdit niet kan wegrollen of omvallen.● Zorg ervoor dat hete onderdelen niet incontact kunnen komen met ontvlambarematerialen.● Raak de motor, geluiddemper, remmen enandere hete onderdelen niet aan voordat zezijn afgekoeld.●Zet het stuur altijd op slot en verwijder desleutel als u het voertuig onbewaakt achterlaatom de kans op diefstal te verminderen.Het gebruik van een antidiefstalvoorzieningwordt ook aanbevolen.#Parkeren op de zijstandaard1.Zet de motor uit.2.Klap de zijstandaard omlaag.3.Laat het voertuig langzaam naar links leunentotdat het volle gewicht op de zijstandaardsteunt.4.Draai het stuur volledig naar links.u Het draaien van het stuur naar rechtsreduceert de stabiliteit en kan tot gevolghebben dat het voertuig omvalt.5.Zet de contactschakelaar in de stand (Off)en verwijder de sleutel.6.Vergrendel het stuur.
Richtlijnen voor tanken en brandstofVolg deze richtlijnen om de motor, hetbrandstofsysteem en de katalysator tebeschermen:● Gebruik uitsluitend loodvrije benzine.● Gebruik het aanbevolen octaangetal. Hetgebruik van benzine met een lager octaangetalheeft een verminderde motorprestatie totgevolg.● Gebruik geen brandstof met een hoogalcoholgehalte. 2 BLZ. 112● Gebruik geen oude of verontreinigde benzineof een olie-benzinemengsel.●Laat geen vuil of water in de brandstoftankbinnendringen.Voorzorgsmaatregelen voor het rijdenVeiligheid van het voertuig17
Accessoires &aanpassingenWij raden u ten sterkste aan om geen accessoireste installeren die niet specifiek door Honda vooruw voertuig zijn ontworpen en geen modificatiesaan het oorspronkelijke ontwerp van uw voertuigaan te brengen. Hierdoor kan uw voertuig onveiligworden.Het ombouwen van uw voertuig kan tevens uwgarantie doen vervallen en het gebruik van uwvoertuig op de openbare weg illegaal maken.Voordat u besluit om accessoires op uw voertuig teinstalleren, moet u nagaan of dit veilig en legaal is.3WAARSCHUWINGOndeugdelijke accessoires ofaanpassingen kunnen leiden tot eenongeval waarbij u ernstig of dodelijkletsel kunt oplopen.Volg alle aanwijzingen in ditinstructieboekje betreffende accessoiresen aanpassingen.Trek geen aanhangwagen met uw voertuig enkoppel geen zijspan aan uw voertuig.
Uw voertuigis niet ontworpen voor dit toebehoren en hetgebruik hiervan kan het stuurgedrag van uwvoertuig nadelig beïnvloeden.Accessoires & aanpassingenVeiligheid van het voertuig18
Beladen● Het vervoeren van extra gewicht heeft invloedop het rijgedrag, het remgedrag en destabiliteit van uw voertuig.Rijd altijd met een veilige snelheid en nooitsneller dan 130 km/h voor de lading die uvervoert.● Vermijd overbeladen en houd u aan devoorgeschreven beladingslimieten.Maximale gewichtscapaciteit/maximaalbagagegewicht 2 BLZ. 114●Maak alle bagage stevig vast, verdeel hetgewicht van de bagage gelijkmatig en plaatsde bagage dicht bij het midden van hetvoertuig.●Plaats geen bagage dicht bij de lampen of degeluiddemper.3WAARSCHUWINGOverbelasting of verkeerd beladen kaneen ongeval veroorzaken waarbij uernstig of dodelijk letsel kunt oplopen.Volg alle limieten en richtlijnen voorbelading in dit instructieboekje.BeladenVeiligheid van het voertuig19
InstrumentenBedieningshandleiding22SEL-toets SET-toetsWanneer de contactschakelaar in de stand (On) wordt gezet, worden alle digitalesegmenten weergegeven. Als een deel van deze displays niet wordt weergegeven zoals hethoort, laat dan uw dealer controleren op problemen.DisplaycontroleU kunt de eenheden voorsnelheid en kilometerstandtype ED (BLZ.32) enbrandstofverbruikmeterwijzigen. (BLZ.33)
Bedieningshandleiding23VervolgResterende brandstof wanneer alleen het 1e segment (E)gaat knipperen: ongeveer 2,4 LBrandstofmeterSnelheidsmeteru "-" verschijnt wanneer niet goed ineen versnelling is geschakeld.De schakelstand wordt weergegevendoor de versnellingsstandindicator.VersnellingsstandindicatorKlok instellen: (BLZ.30)Klok (12-uurs- of 24-uursweergave)Kilometerteller [TOTAL] & ritteller [TRIP A/B] &gemiddeld brandstofverbruik [AVG A/B] &huidig brandstofverbruik &reservebrandstofverbruik [RES](BLZ.24)Als het controlelampje van de brandstofmeter knippertof uitgaat: (BLZ.95)LET OPU moet tanken wanneer de waarde segment E (1e)nadert. Als de brandstof opraakt, kan de motoroverslaan en de katalysator beschadigd raken.
Kilometerteller [TOTAL] en Ritteller [TRIP A/B] en Gemiddeld brandstofverbruik [AVG A/B]en Huidig brandstofverbruik en Reservebrandstofverbruik [RES]Met de SEL-toets wisselt u tussen kilometerteller, ritteller A, ritteller B, gemiddeld brandstofverbruik A,gemiddeld brandstofverbruik B, huidig brandstofverbruik en reservebrandstofverbruik.Als het 1e segment (E) van de brandstofmeter begint te knipperen, schakelt de weergave automatischover naar reservebrandstofverbruik, ook als een andere weergave is geselecteerd.Bedieningshandleiding24Instrumenten (Vervolg)KilometertellerRitteller ARitteller BGemiddeldbrandstofverbruik BHuidig brandstofverbruikGemiddeldbrandstofverbruik AWanneer het 1esegment (E) van debrandstofmeter begintte knipperenReservebrandstofverbruik
#Kilometerteller [TOTAL]Totale afgelegde afstand.Als "------" wordt weergegeven, ga dan naar uwdealer voor onderhoud.#Ritteller [TRIP A/B]Afstand gereden na het terugstellen van deritteller.Als "-----.-" wordt weergegeven, ga dan naar uwdealer voor onderhoud.De ritteller terugstellen: (BLZ.27)#Gemiddeld brandstofverbruik [AVG A/B]Het gemiddelde brandstofverbruik A is gebaseerdop ritteller A. Deze indicator toont het gemiddeldebrandstofverbruik A sinds het terugstellen vanritteller A.Het gemiddelde brandstofverbruik B is gebaseerdop ritteller B.
Deze indicator toont het gemiddeldebrandstofverbruik B sinds het terugstellen vanritteller B.Type EDWeergavebereik: 0,0 tot 299,9 L/100km (km/L,mile/gal of mile/L)Type THWeergavebereik: 0,0 tot 299,9 km/L (L/100km)•Meer dan 299,9: “299.9” wordt weergegeven.• Wanneer ritteller A of B wordt teruggesteld:"---.-" wordt weergegeven.Als "---.-" wordt weergegeven in andere dan debovenvermelde gevallen, ga dan naar uw dealervoor onderhoud.Het gemiddelde brandstofverbruikterugstellen: (BLZ.27)Bedieningshandleiding25Vervolg
#Huidig brandstofverbruikToont het huidige brandstofverbruik.Type EDWeergavebereik: 0,0 tot 299,9 L/100km (km/L,mile/gal of mile/L)Type THWeergavebereik: 0,0 tot 299,9 km/L (L/100km)• Wanneer uw snelheid lager is dan 6 km/h,dan wordt: "---.-" weergegeven.•Meer dan 299,9: “299.9” wordt weergegeven.Als "---.-" wordt weergegeven in andere dan debovenvermelde gevallen, ga dan naar uw dealervoor onderhoud.#Reservebrandstofverbruik [RES]Geeft het brandstofverbruik weer sinds het 1esegment (E) van de brandstofmeter is gaanknipperen.Wanneer het 1e (E) segment van de brandstofmeter begintte knipperen, worden de kilometerteller, ritteller A, ritteller B,gemiddeld brandstofverbruik A, gemiddeldbrandstofverbruik B of huidig brandstofverbruikomgeschakeld naar het reservebrandstofverbruik.
U moetzo snel mogelijk bijtanken.Type EDWeergavebereik: 0,0 tot 99,9 L (liter) of 0,0 tot99,9 gal (gallon)Type THWeergavebereik: 0,0 tot 99,9 L (liter)• Meer dan 99,9: "99.9" wordt weergegeven.Nadat er meer dan de reservehoeveelheid isgetankt, wordt de normale weergave hervat.Als "---.-" wordt weergegeven, ga dan naar uwdealer voor onderhoud.Bedieningshandleiding26Instrumenten (Vervolg)
#De ritteller [TRIP A/B] en hetgemiddelde brandstofverbruik [AVG A/B] terugstellenOm ritteller A en het gemiddeldebrandstofverbruik A tegelijk terug te stellen,houdt u de SET-toets ingedrukt terwijl ritteller Aof het gemiddelde brandstofverbruik A wordtweergegeven.Wanneer deze worden teruggesteld, doorloopthet display snel elke weergave om aan te gevendat elk item is teruggesteld. Het display keertvervolgens terug naar de laatst geselecteerdeweergave.Bedieningshandleiding27VervolgRitteller AGemiddeldbrandstofverbruik Aof
Om ritteller B en het gemiddeldebrandstofverbruik B tegelijk terug te stellen,houdt u de SET-toets ingedrukt terwijl ritteller Bof het gemiddelde brandstofverbruik B wordtweergegeven.Wanneer deze worden teruggesteld, doorloopthet display snel elke weergave om aan te gevendat elk item is teruggesteld. Het display keertvervolgens terug naar de laatst geselecteerdeweergave.Bedieningshandleiding28Instrumenten (Vervolg)Ritteller BGemiddeldbrandstofverbruik Bof
Om terug te keren naar de normale weergavedraait u de contactschakelaar in de stand (Off) of drukt u op de SET-toets tot het eindevan de instellingen is bereikt.Als er gedurende 30 seconden geen knoppenworden ingedrukt, keert de weergaveautomatisch terug naar de normale weergaveen worden de geselecteerde instellingenbehalve de klokinstelling opgeslagen entoegepast.1 Instelling van tijdsindeling:U kunt de tijdsindeling omschakelen tussen 12-uursindeling en 24-uursindeling.aZet de contactschakelaar in de stand (On).bHoud de SEL- en SET-toetsen ingedrukt tot dehuidige tijdsindeling begint te knipperen.cDruk op de SEL-toets om "12 hr" of "24 hr" teselecteren.dDruk op de SET-toets. De tijdsindeling isingesteld en het display schakelt over naar hetinstellen van de klok.Bedieningshandleiding30Instrumenten (Vervolg)
3 Helderheid achtergrondverlichtinginstellen:U kunt een van de vijf helderheidsniveausinstellen.aDruk op de SEL-toets. De helderheid wordtomgeschakeld.bDruk op de SET-toets. De achtergrondverlich-ting is ingesteldType EDHet display schakelt over naar het wijzigen vande eenheid van snelheid en afgelegde afstand.Type THHet display schakelt over naar het wijzigen vande eenheid van de brandstofverbruiksmeter.4 Eenheid van snelheid en afgelegdeafstand wijzigen:Type EDaDruk op de SEL-toets om "km/h" en "km" of"mph" en "mile" te selecteren.bDruk op de SET-toets. De eenheid van snelheiden afgelegde afstand is ingesteld en deweergave schakelt over naar het wijzigen vande eenheid van de brandstofverbruiksmeter.Bedieningshandleiding32Instrumenten (Vervolg)
ControlelampjesBedieningshandleiding34Gaat kort branden als de contactschakelaar in de stand (On) wordt gezet.PGM-FI-storingslampje (elektronischgeregelde brandstofinspuiting) (MIL)Gaat branden als de contactschakelaar in de stand (On)wordt gezet. Gaat uit na het starten van de motor. Oliedrukcontrolelampje Controlelampje hoge koelvloeistoftemperatuurGaat kort branden als de contactschakelaar in destand (On) wordt gezet.Type EDAls dit gaat branden of knippert terwijl de motor draait:(BLZ.93)Als één van deze controlelampjes niet gaat branden terwijl dat zou moeten, laat dan uw dealercontroleren op problemen.Als dit gaat branden tijdens het rijden:(BLZ.91)Als dit gaat branden terwijl de motor draait: (BLZ.92)Type THAls dit gaat branden terwijl de motor draait: (BLZ.93)
Bedieningshandleiding35 Controlelampje grootlicht Controlelampje neutraalstandGaat branden als de transmissie in deneutraalstand staat. ABS-controlelampje (antiblokkeersysteem)Gaat branden als de contactschakelaar in de stand (On) wordt gezet. Gaat uit bij een snelheid vanongeveer 10 km/h. Richtingaanwijzer links Richtingaanwijzer rechtsAls dit gaat branden tijdens het rijden:(BLZ.94)
StuurslotVergrendel het stuur wanneer u parkeert omdiefstal te voorkomen.Een U-vormig wielslot of iets vergelijkbaarswordt ook aanbevolen.#VergrendelenaDraai het stuur volledig naar links.bSteek de contactsleutel in het stuurslot.cDuw de contactschakelaar omlaag en draai 180 graden naar rechts.u Draai het stuur als het stuur moeilijkvergrendeld kan worden.dVerwijder de contactsleutel.#OntgrendelenSteek de contactsleutel in het slot, duw desleutel erin en draai deze 180 graden naar links.Bedieningshandleiding38Schakelaars (Vervolg)abDraaienContactsleutelDuwenStuurslot
Motor startenStart de motor volgens de volgende procedure,ongeacht of de motor koud of warm is.LET OP• Als de motor niet binnen 5 seconden start,moet u de contactschakelaar in de stand (Off) zetten en 10 seconden wachten voordat ude motor opnieuw probeert te starten om deaccuspanning te verhogen.•Het langdurig versneld stationair draaien en hetverhogen van het toerental kunnen de motor en hetuitlaatsysteem beschadigen.aZorg ervoor dat de motorstopschakelaar in destand (Run) staat.bZet de contactschakelaar in de stand (On).cZet de versnellingsbak in de neutraalstand (N-controlelampje gaat branden). U kunt ookde koppelingshendel intrekken om uw voertuigte starten met de transmissie in de versnellingwanneer de zijstandaard omhoog is geklapt.dDruk op de startknop met een vollediggesloten gashendel.Bedieningshandleiding39Vervolgabcd
Als u de motor niet kunt starten:Draai de gashendel iets open (ongeveer 3 mm,zonder speling) bij het starten van de motor.Als de motor niet start:aOpen de gashendel volledig en drukgedurende 5 seconden op de startknop.u De motor start op dit moment niet.(Wanneer de gasklep helemaal open is,start de motor niet wanneer de startknopwordt ingedrukt). Laat na 5 seconden degashendel en de startknop los en ga verdermet stap b.bHerhaal de normale startprocedure.cAls de motor start en het stationair toerentalinstabiel is, moet u de gashendel een kleinbeetje openen.dAls de motor niet start, wacht dan 10 secondenvoordat u stappen a en b opnieuwprobeert.#Als de motor niet start (BLZ.90)Bedieningshandleiding40Motor starten (Vervolg)Circa 3 mm, zonder speling
Inschakeling van het systeem:NoodstopsignaalHet noodstopsignaal wordt ingeschakeldwanneer het systeem detecteert dat u hardremt bij een snelheid van ongeveer 50 km/h ofhoger om achteropkomende bestuurders viasnel knipperende richtingaanwijzers tewaarschuwen dat plots geremd wordt. Hiermeekunnen achteropkomende bestuurdersgewaarschuwd worden en de juistemaatregelen treffen om een mogelijke botsingmet uw voertuig te voorkomen.Het noodstopsignaal stopt met werken als:● U de remmen loslaat.● Het ABS wordt uitgeschakeld.● Het afremmen van uw voertuig wordtgematigd.● U op de schakelaar voor dealarmknipperlichten drukt.Bedieningshandleiding42Hard remmenRemlicht gaat brandenBeide richtingaanwijzers knipperenBeide richtingaanwijzerindicatoren knipperen
u Het noodstopsignaal is geen systeem dat eenmogelijke botsing van achteren door te hardremmen voorkomt. Het is altijd raadzaam omhard remmen te voorkomen, tenzij dit absoluutnoodzakelijk is.u Het noodstopsignaal werkt niet wanneer deschakelaar voor de alarmknipperlichten isingedrukt.u Als het ABS een tijdje niet meer werkt tijdenshet remmen, wordt het noodstopsignaalmogelijk helemaal niet geactiveerd.Bedieningshandleiding43
TankenGeen brandstof bijvullen boven hetniveauplaatje.Brandstoftype: uitsluitend loodvrije benzineBrandstof-octaangetal: uw voertuig isontworpen voor het gebruik van een research-octaangetal (RON) van 91 of hoger.Tankinhoud: 12,2 L#Richtlijnen voor tanken en brandstof(BLZ.17)Brandstofvuldop openenOpen de afdekkap van het slot, steek decontactsleutel in het slot en draai deze naarrechts om de brandstofvuldop te openen.Bedieningshandleiding44Afdekkap van slotNiveauplaatjeContactsleutelBrandstofvuldop
Brandstofvuldop sluitenaDruk na het tanken op de brandstofvuldop totdeze vastklikt.bVerwijder de contactsleutel en sluit deafdekkap van het slot.u De contactsleutel kan niet wordenverwijderd als de brandstofvuldop niet isvergrendeld.3WAARSCHUWINGBenzine is een uiterst licht ontvlambare enexplosieve stof. U kunt brandwonden ofernstig letsel oplopen in de omgang metbrandstof.• Zet de motor uit en houd warmte,vonken en vlammen uit de buurt.• Gebruik brandstof alleen buiten.• Verwijder gemorste brandstofonmiddellijk.Bedieningshandleiding45
OpberguitrustingHelmhouderDe helmhouder bevindt zich onder het zadel.u Gebruik de helmhouder uitsluitend bij hetparkeren.3WAARSCHUWINGEen helm die aan de houder is bevestigd,kan tijdens het rijden tegen het achterwielof de vering komen en tot een ongevalleiden.Gebruik de helmhouder uitsluitend bijhet parkeren. Rijd niet met een helmdie aan de helmhouder hangt.#Zadel verwijderen (BLZ.72)Bedieningshandleiding46HelmhouderHelmbevestigingskabel
GereedschapssetDe gereedschapsset bevindt zich achter derechter afdekking.Plaats de gereedschapsset met de opening vande tas naar boven gericht en zet hem vast metde rubberen band zoals afgebeeld.#Rechter afdekking verwijderen(BLZ.73)DocumentzakjeHet documentzakje wordt opgeborgen achterde linker afdekking.Berg het documentzakje op en zet het vast metde rubberen band zoals afgebeeld.#Linker afdekking verwijderen(BLZ.73)Bedieningshandleiding47Rubberen bandGereedschapssetAfdekking rechtsRubberen bandDocumentzakjeAfdekking links
Het belang van onderhoudHet belang van onderhoudHet goed onderhouden van uw voertuig isabsoluut essentieel voor uw veiligheid en hetbeschermen van uw investering, optimaleprestaties, het voorkomen van pech en hetreduceren van luchtverontreiniging. De eigenaar isverantwoordelijk voor het onderhoud. Inspecteeruw voertuig voor elke rit en voer de periodiekecontroles uit die in het onderhoudsschema zijnvermeld. 2 BLZ.
503WAARSCHUWINGHet niet goed onderhouden van uwvoertuig of het niet repareren van eendefect voordat u gaat rijden kan eenbotsing veroorzaken waarbij u ernstigof dodelijk letsel kunt oplopen.Volg altijd de aanwijzingen voorinspectie en onderhoud volgens deschema's die in dit instructieboekjestaan vermeld.OnderhoudsveiligheidLees altijd de onderhoudsvoorschriften voordat uonderhoud uitvoert en zorg ervoor dat u over debenodigde gereedschappen, onderdelen envaardigheden beschikt.Wij kunnen u niet waarschuwen voor alle denkbarerisico's die zich kunnen voordoen tijdens hetuitvoeren van onderhoud.
Alleen u kunt beslissenof u een bepaalde taak wel of niet zou moetenuitvoeren.Volg deze richtlijnen tijdens het uitvoeren vanonderhoud.● Zet de motor uit en verwijder de sleutel.● Plaats uw voertuig op een stevige, vlakkeondergrond met behulp van de zijstandaard ofeen onderhoudsbok voor steun.● Laat de motor, geluiddemper, remmen enandere hete onderdelen afkoelen voor hetuitvoeren van een servicebeurt, anders kunt ubrandwonden oplopen.● Laat de motor uitsluitend draaien wanneer ditwordt aangegeven en alleen in een goedgeventileerde ruimte.Onderhoud49
OnderhoudsschemaHet onderhoudsschema vermeldt deonderhoudsprocedures die vereist zijn voor veilige,betrouwbare prestaties en een goed werkendeemissieregeling.De onderhoudswerkzaamheden moeten wordenuitgevoerd overeenkomstig de normen enspecificaties van Honda door geschoolde enbevoegde monteurs. Uw dealer voldoet aan dezevereisten. Het bijhouden van een nauwkeurigonderhoudsrapport zorgt ervoor dat uw voertuiggoed wordt onderhouden.Zorg ervoor dat de monteur die het onderhouduitvoert dit onderhoudsrapport invult.Het periodieke onderhoud wordt beschouwd alsnormale onderhoudskosten voor de eigenaar diedoor uw dealer in rekening zullen wordengebracht. Bewaar alle facturen. Deze facturenmoeten aan de nieuwe eigenaar worden verstrektwanneer u het voertuig verkoopt.Honda raadt aan om uw dealer een proefrit metuw voertuig te laten maken na het uitvoeren vanhet periodieke onderhoud.Onderhoud50
Type EDItemsInspectie voorhet rijden2 BLZ. 55Frequentie*1JaarlijksecontroleRegelmatigvervangenZiepagina× 1000 km 1 12 24 36 48× 1000 mijl 0,6 8 16 24 32Honda Diagnostic System–Brandstofleiding –Brandstofniveau 44Werking van de gashendel 87Luchtfilter*2–Carterontluchting*3–Bougie –Klepspeling –Motorolie 74Motoroliefilter –Stationair motortoerental –Radiateurkoelvloeistof*43 jaar 76Koelsysteem –Secundair luchttoevoersysteem–Emissieregelsysteem –Onderhoudsniveau Onderhoudslegenda:Tussenniveau. Wij raden u aan het onderhoud uit te laten voerendoor uw dealer, tenzij u over het benodigde gereedschap en demechanische vakkundigheid beschikt.De procedures zijn vermeld in een officiëlewerkplaatshandleiding van Honda.::::Inspecteren (reinigen, afstellen, smeren, of vervangen,indien nodig)VervangenSmerenReinigen:Technisch.
Type THItemsInspectie voorhet rijden2 BLZ. 55Frequentie*1JaarlijksecontroleRegelmatigvervangenZiepagina× 1000 km 1 6 12 18 24 30 36× 1000 mijl 0,6 4 8 12 16 20 24Honda Diagnostic System–Brandstofleiding –Brandstofniveau 44Werking van de gashendel87Luchtfilter*2–Carterontluchting*3–Bougie –Klepspeling –Motorolie 74Motoroliefilter –Stationair motortoerental –Radiateurkoelvloeistof*43 jaar 76Koelsysteem –Secundair luchttoevoersysteem–Emissieregelsysteem –Onderhoudsniveau Onderhoudslegenda:Tussenniveau. Wij raden u aan het onderhoud uit te latenvoeren door uw dealer, tenzij u over het benodigdegereedschap en de mechanische vakkundigheid beschikt.De procedures zijn vermeld in een officiële werkplaatshandleiding van Honda.::::Inspecteren (reinigen, afstellen, smeren, of vervangen,indien nodig)VervangenSmerenReinigen:Technisch.
StandaardonderhoudInspectie voor het rijdenMet het oog op de veiligheid bent uverantwoordelijk om een controle voor het rijdenuit te voeren en alle vastgestelde problemen tecorrigeren. Een controle voor het rijden is eenmust, niet alleen met het oog op de veiligheid,maar omdat pech, of zelfs een lekke band, eenaanzienlijk ongemak kan betekenen.Controleer het volgende voordat u op uw voertuigstapt:● Brandstofniveau - Vul de brandstoftankwanneer dit nodig is 2 BLZ. 44●Gashendel - Controleer of de gashendel in allestuurstanden goed opent en sluit 2 BLZ. 87●Motoroliepeil - Vul indien nodig motorolie bij.Inspecteer op lekken 2 BLZ. 74●Koelvloeistofpeil - Vul indien nodigkoelvloeistof bij. Inspecteer op lekken 2 BLZ. 76●Aandrijfketting - Controleer staat en speling,indien nodig afstellen en smeren 2 BLZ.
Onderdelen vervangenGebruik altijd originele Honda-onderdelen ofgelijkwaardige onderdelen om betrouwbaarheid enveiligheid te waarborgen.Type EDVermeld de modelnaam, kleur en code vermeld ophet kleurenlabel bij het bestellen van gekleurdeonderdelen.Het kleurenlabel bevindt zich onder het zadel.2 BLZ. 723WAARSCHUWINGHet monteren van andere onderdelendan Honda-onderdelen kan uw voertuigonveilig maken en een ongevalveroorzaken waarbij u ernstig of dodelijkletsel kunt oplopen.Gebruik altijd originele Honda-onderdelen of gelijkwaardigeonderdelen die voor uw voertuigwerden ontworpen en goedgekeurd.AccuUw voertuig is uitgerust met een onderhoudsvrijeaccu. U hoeft het elektrolytniveau van de accu niette controleren en geen gedistilleerd water toe tevoegen.
LET OPDe accu is van het onderhoudsvrije type en kanpermanent worden beschadigd als de doppenstripwordt verwijderd.Dit symbool op de accu duidt aandat het product niet met hethuishoudelijk afval mag wordenafgevoerd.LET OPEen verkeerd afgevoerde accu kan schadelijk zijnvoor het milieu en de menselijke gezondheid.Leef altijd de lokale regels voor het correct afvoerenvan accu's na.#Wat te doen in geval van noodAls een van de volgende situaties zich voordoet,dient u onmiddellijk naar uw arts te gaan.● Elektrolyt spat in de ogen:uSpoel uw ogen herhaaldelijk met koudwater gedurende minimaal 15 minuten.
Hetgebruik van water onder druk kan schadetoebrengen aan uw ogen.● Elektrolyt spat op de huid:u Trek de betreffende kleding uit en was dehuid grondig met water.● Elektrolyt spat in de mond:u Spoel uw mond grondig met water en slikniet door.3WAARSCHUWINGUit de accu komt tijdens normaalgebruik explosief waterstofgas vrij.Een vonk of vlam kan het exploderenvan de accu veroorzaken, waardoor uernstig of dodelijk letsel kunt oplopen.Draag beschermende kleding en eengelaatscherm of laat de accuonderhouden door een bevoegdemonteur.StandaardonderhoudOnderhoud57Vervolg
#Reinigen van accupolen1.Verwijder de accu. 2 BLZ. 692.Als de polen door corrosie zijn aangetast enmet een witte aanslag zijn bedekt, moeten zemet warm water worden gewassen enafgeveegd.3.Als de polen sterk zijn gecorrodeerd, moetenze met een staalborstel of schuurpapierworden gereinigd en gepolijst. Draag eenveiligheidsbril.4.Plaats de accu terug na het reinigen.De accu heeft een beperkte levensduur. Raadpleeguw dealer met betrekking tot de vervanging van deaccu. Vervang de accu altijd door een andereonderhoudsvrije accu van hetzelfde type.LET OPHet monteren van elektrische accessoires van andere fabrikantendan Honda kan het elektrische systeem overbelasten, de accudoen ontladen en mogelijk het systeem beschadigen.ZekeringenDe zekeringen beschermen de elektrische circuits van uwvoertuig.
Als een elektrisch systeem op uw voertuiguitvalt, controleer dan op doorgebrande zekeringen envervang deze door nieuwe. 2 BLZ. 98#Inspecteren en vervangen van zekeringenZet de contactschakelaar in de stand (Off) als uzekeringen gaat verwijderen of inspecteren. Vervang eendoorgebrande zekering door een zekering met dezelfdestroomsterkte. Zie "Specificaties" voor de stroomsterktevan zekeringen. 2 BLZ. 114StandaardonderhoudOnderhoud58Doorgebrande zekering
LET OPAls u de zekering vervangt door een zekering meteen hogere stroomsterkte, loopt u meer risico opbeschadiging van het elektrisch systeem.Als een zekering herhaaldelijk doorbrandt, is ditwellicht te wijten aan een elektrische fout. Laat uwvoertuig door uw dealer inspecteren.MotorolieHet motorolieverbruik varieert en de oliekwaliteitverslechtert afhankelijk van de rijomstandighedenen de verstreken tijd.Controleer het motoroliepeil regelmatig en vul bij metaanbevolen motorolie indien nodig. Vuile of oude oliemoet zo snel mogelijk worden ververst.#Motorolie kiezenZie "Specificaties" voor de aanbevolen motorolie.2 BLZ.
115Als u motorolie van andere fabrikanten dan Hondagebruikt, controleer dan op het label of de olie aande volgende normen voldoet:● JASO T 903-norm*1: MA● SAE-norm*2: 10W-30● API-classificatie*3: SJ of hoger*1.De JASO T 903-norm is een index voor motorolievoor 4-taktmotoren van motorfietsen. Er bestaantwee klassen: MA en MB. Het volgende label toontbijvoorbeeld de MA-classificatie.StandaardonderhoudOnderhoud59VervolgOliecodeOlieclassificatie
*2.De SAE-norm stelt de kwaliteit van olie vast aande hand van de viscositeit.*3.De API-classificatie vermeldt de kwaliteit enprestatiegraad van motorolie. Gebruik SJ ofhogere olie, met uitzondering van olie aangeduidals "Energiebesparend" of "Hulpbronbesparend"op het ronde API-servicesymbool.RemvloeistofGeen remvloeistof bijvullen of verversen, behalvein een noodgeval. Gebruik uitsluitend verseremvloeistof uit een afgesloten houder. Als uremvloeistof bijvult, moet het remsysteem zo snelmogelijk door uw dealer worden nagekeken.LET OPRemvloeistof kan kunststof- en gelakte oppervlakkenbeschadigen.Verwijder gemorste remvloeistof onmiddellijk enreinig het oppervlak grondig.Aanbevolen remvloeistof:Honda DOT 4-remvloeistof ofgelijkwaardigAandrijfkettingDe aandrijfketting moet regelmatig wordengecontroleerd en gesmeerd.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Honda CL500A (2025) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Motor Honda
Handleiding Motor
Nieuwste handleidingen voor Motor