Honda CBF125M (2024) Handleiding

Honda Motor CBF125M (2024)

Bekijk gratis de handleiding van Honda CBF125M (2024) (115 pagina’s), behorend tot de categorie Motor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 24 mensen. Heb je een vraag over Honda CBF125M (2024) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/115
XXX.XXXX.XX.R
CBF125ME/MEF
CBF125ME
https://www.hondamotopub.com/
NL
INSTRUCTIEBOEKJE
39K0NB10
00X39-K0N-B100
Online instructieboekje
GEDRUKT IN XXXXX

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Honda
Categorie: Motor
Model: CBF125M (2024)

Handleiding Honda CBF125M (2024) – volledige tekst

Dit instructieboekje dient als een permanent onderdeel van hetvoertuig te worden beschouwd en moet bij doorverkoop van hetvoertuig aan de nieuwe eigenaar worden verstrekt.Deze publicatie bevat de meest recente productinformatie die beschikbaarwas voor het ter perse gaan. Honda Motor Co., Ltd. behoudt zich het rechtvoor om te allen tijde wijzigingen aan te brengen zonder voorafgaandekennisgeving en zonder het aangaan van enige verplichting.Niets uit deze publicatie mag zonder schriftelijke toestemmingworden gereproduceerd.Het kan zijn dat het afgebeelde voertuig in dit instructieboekjeverschilt van uw voertuig.© 2023 Honda Motor Co., Ltd.

WelkomVan harte gefeliciteerd met de aanschaf vanuw nieuwe Honda-voertuig. Door te kiezenvoor een Honda maakt u deel uit van eenwereldwijde familie van tevreden klanten dieHonda's reputatie voor het leveren vanhoogwaardige producten waarderen.Met het oog op uw veiligheid en rijplezier:●Lees dit instructieboekje aandachtig door.●Volg alle aanbevelingen op en voer alleprocedures uit die in dit instructieboekjezijn vermeld.●Besteed extra aandacht aanveiligheidsinformatie in ditinstructieboekje en op het voertuig.● De volgende codes in dit instructieboekjeduiden elke bestemming aan.● De afbeeldingen hierin zijn gebaseerd ophet type CBF125ME ED.BestemmingscodesCodeCBF125MEBestemmingEDDirecte verkoop Europa,IsraëlII UAustralië, Nieuw-Zeeland*De specificaties kunnen van land tot landverschillen.

Enkele opmerkingen over veiligheidUw veiligheid en de veiligheid van anderen zijnzeer belangrijk. Het veilig rijden op dit voertuigis een belangrijke verantwoordelijkheid.Om u te helpen goed geïnformeerde veiligheidsbe-slissingen te nemen, hebben wij bedieningsproce-dures en andere informatie in dit instructieboekjeen op veiligheidslabels verstrekt. Deze informatiemaakt u attent op potentiële gevaren waardoor uof anderen letsel kunnen oplopen.Het is vanzelfsprekend niet praktisch of nietmogelijk om u te waarschuwen voor allegevaren die kunnen optreden bij het rijden open onderhouden van een voertuig.

U moet danook uw eigen gezonde verstand gebruiken.U zult belangrijke veiligheidsinformatie inverschillende vormen tegenkomen, waaronder:●Veiligheidslabels op het voertuig●Veiligheidsinformatie voorafgegaan dooreen waarschuwingssymbool en een vande drie waarschuwingswoorden:GEVAAR, WAARSCHUWING of LET OP.Deze signaalwoorden betekenen:3GEVAARU ZULT DODELIJK of ERNSTIG LETSELOPLOPEN als u de instructies niet opvolgt.3WAARSCHUWINGU KUNT DODELIJK of ERNSTIG LETSELOPLOPEN als u de instructies nietopvolgt.3LET OPU KUNT LETSEL OPLOPEN als u deinstructies niet opvolgt.Andere belangrijke informatie vindt uonder de volgende koppen:LET OPInformatie om beschadiging van uwvoertuig, andere eigendommen ofhet milieu te voorkomen.

VeiligheidsrichtlijnenVolg deze richtlijnen met het oog op uw veiligheid:● Voer alle routine- en periodieke inspecties uitdie in dit instructieboekje zijn beschreven.● Zet de motor uit en houd vonken en vuur uitde buurt als u tankt.● Laat de motor niet draaien in afgesloten ofgedeeltelijk afgesloten ruimten. Koolmonoxidein uitlaatgassen is giftig en kan uw doodveroorzaken.Draag altijd een helmHet is bewezen dat helmen en beschermende kledinghet aantal en de ernst van hoofdletsel en ander letselaanzienlijk kunnen verminderen. Draag dus altijd eengoedgekeurde helm en beschermende kleding.2 BLZ. 10Voordat u gaat rijdenZorg ervoor dat u in goede lichamelijke conditiebent, geconcentreerd bent en niet onder deinvloed van alcohol of drugs verkeert. Zorg ervoordat u en uw duopassagier allebei eengoedgekeurde helm en beschermende kledingdragen.

Draag duopassagiers op om zich aan dehandgreep of aan uw middel vast te houden, metu mee te leunen tijdens het schuinleggen van hetvoertuig in bochten en hun voeten altijd op devoetsteunen te houden, zelfs wanneer het voertuigstilstaat.Neem de tijd om te leren en te oefenenZelfs als u al op andere voertuigen hebt gereden,kunt u het beste in een veilige omgeving oefenen omvertrouwd te raken met de werking en hetstuurgedrag van dit voertuig en om gewend te rakenaan de afmetingen en het gewicht van het voertuig.Rijd defensiefBesteed altijd aandacht aan ander verkeer om uheen en veronderstel niet dat andere bestuurdersu zien. Zorg dat u snel kunt stoppen of eenuitwijkmanoeuvre kunt maken.VeiligheidsrichtlijnenVeiligheid van het voertuig3Vervolg

Zorg dat u goed zichtbaar bentZorg ervoor dat u beter zichtbaar bent, vooral 'savonds, door heldere reflecterende kleding te dra-gen, te rijden op plaatsen waar andere bestuurdersu kunnen zien, uw richting aan te geven voordat uafslaat of van rijstrook verandert en uw claxon tegebruiken indien nodig.Rijd binnen uw grenzenRijd nooit harder dan u aankunt of sneller dan deverkeersomstandigheden toestaan. Vermoeidheiden onoplettendheid kunnen afbreuk doen aan uwbeoordelingsvermogen en het veilig rijden.Rijd niet onder de invloed van alcoholof drugsAlcohol of drugs en motorrijden gaan niet samen.Zelfs één alcoholisch drankje kan uw vermogen omop wisselende omstandigheden te reagerenverminderen en uw reactiesnelheid wordt minder naelk aanvullend drankje. Hetzelfde geldt voor hetgebruik van drugs.

Rijd niet onder de invloed vanalcohol of drugs en laat uw vrienden dit ook nietdoen.Houd uw Honda in veilige staatHet is belangrijk voor uw veiligheid en uw rijplezierdat u het voertuig goed onderhoudt.Inspecteer uw voertuig voor elke rit en voer al hetaanbevolen onderhoud uit. Houd u aan debeladingslimieten (2 BLZ. 15), bouw uw voertuigniet om en installeer geen accessoires die uwvoertuig onveilig maken (2 BLZ. 14).Betrokken zijn bij ongevallenPersoonlijke veiligheid is uw eerste prioriteit. Als uof iemand anders letsel heeft opgelopen, neemdan de tijd om de ernst van het letsel tebeoordelen en te bepalen of het veilig is om doorte rijden. Schakel indien nodig de hulpdiensten in.Volg tevens de geldende wet- en regelgevingindien een andere persoon of een ander voertuigbij het ongeval is betrokken.VeiligheidsrichtlijnenVeiligheid van het voertuig4

Als u besluit verder te rijden, zet dan eerst decontactschakelaar in de stand (Off) encontroleer de staat van uw voertuig. Inspecteer opvloeistoflekkage, controleer of cruciale moeren enbouten goed vastzitten en controleer het stuur, debedieningshendels, remmen en wielen. Rijdlangzaam en voorzichtig.Het kan zijn dat uw voertuig schade heeftopgelopen die niet onmiddellijk zichtbaar is. Laatuw voertuig zo snel mogelijk grondig inspecterendoor een erkend reparatiebedrijf.Gevaar voor koolmonoxideUitlaatgassen bevatten giftig koolmonoxide, eenkleurloos, reukloos gas.

Het inademen vankoolmonoxide kan bewusteloosheid veroorzakenen tot uw dood leiden.Als u de motor in een besloten of zelfs gedeeltelijkafgesloten ruimte laat draaien, kan de lucht die uinademt een gevaarlijke hoeveelheidkoolmonoxide bevatten.Laat uw voertuig nooit in een garage of anderebesloten ruimte draaien.3WAARSCHUWINGHet laten draaien van de motor van uwvoertuig in een afgesloten of zelfs ineen gedeeltelijk afgesloten ruimte, kanleiden tot een snelle opbouw van hetgiftige gas koolmonoxide.Het inademen van dit kleur- engeurloze gas kan leiden totbewusteloosheid en zelfs tot de dood.Laat de motor van uw voertuig alleendraaien in een goed geventileerderuimte buiten.VeiligheidsrichtlijnenVeiligheid van het voertuig5

WaarschuwingslabelsOp de volgende pagina's wordt de betekenisvan de labels beschreven. Sommige labelswaarschuwen u voor potentiële gevaren dieernstig letsel kunnen veroorzaken. Anderebieden belangrijke veiligheidsinformatie. Leesdeze informatie aandachtig en verwijder delabels niet.Als een label eraf valt of moeilijk te lezen is,neem dan contact op met uw dealer voor eenvervangend label.Elk label is voorzien van een specifiek symbool.De betekenis van elk symbool en elk label is alsvolgt.Lees de instructies in het instructieboekjeaandachtig door.Lees de instructies in de werkplaatshandleidingaandachtig door.

Laat om veiligheidsredenenhet onderhoud aan uw voertuig alleenuitvoeren door uw dealer.GEVAAR (met RODE achtergrond)U ZULT ERNSTIG of zelfs DODELIJK LETSELoplopen als u deze aanwijzingen niet opvolgt.WAARSCHUWING (met ORANJEachtergrond)U KUNT ERNSTIG of zelfs DODELIJK LETSELoplopen als u deze aanwijzingen niet opvolgt.LET OP (met GELE achtergrond)U KUNT GEWOND RAKEN als u dezeaanwijzingen niet opvolgt.WaarschuwingslabelsVeiligheid van het voertuig6

ACCULABELGEVAAR•Houd vonken en vlammen uit de buurt van de accu.Accu's produceren gas dat een explosie kan veroorzaken.• Draag een beschermbril en rubberen handschoenenbij het hanteren van de accu, anders kunt ubrandwonden oplopen of uw gezichtsvermogenverliezen door het elektrolyt van de accu.•Laat kinderen en andere personen geen accu aanrakentenzij ze op de hoogte zijn van de voorschriften voor hethanteren van accu's en de hieraan verbonden gevaren.•Wees buitengewoon voorzichtig bij het hanteren vande accuvloeistof aangezien deze verdund zwavelzuurbevat.

Contact met uw huid of ogen kanbrandwonden veroorzaken of leiden tot verlies vanuw gezichtsvermogen.•Lees dit instructieboekje aandachtig door en zorg ervoordat u de inhoud begrijpt voordat u de accu hanteert.Het niet opvolgen van de instructies kan lichamelijk letselen beschadiging van het voertuig veroorzaken.• Gebruik geen accu met het elektrolyt op of onder hetonderste merkstreepje. De accu kan exploderen enernstig lichamelijk letsel veroorzaken.WaarschuwingslabelsVeiligheid van het voertuig7VervolgType UType ED

WAARSCHUWINGSLABEL ACCESSOIRES EN BELADINGWAARSCHUWINGUitsluitend type EDACCESSOIRES EN BELADING• De veiligheid, stabiliteit en het weggedrag van dit voertuig kunnennadelig worden beïnvloed door de toevoeging van accessoires enbagage.•Lees de instructies in het instructieboekje en de montagehandleidingaandachtig door voordat u een accessoire monteert.• Het totale gewicht van accessoires en bagage en het gewicht van debestuurder en de passagier mag niet meer zijn dan 170 kg, ofwel demaximale gewichtscapaciteit.• Het gewicht van de bagage mag niet meer zijn dan 13 kg onder alleomstandigheden.• Het monteren van grote kuipdelen op de voorvork of het stuur wordtniet aanbevolen.WAARSCHUWINGSLABEL CBSHet afstellen van de kabel moet worden uitgevoerd door een Honda-dealer.WaarschuwingslabelsVeiligheid van het voertuig8

LABEL BANDENINFORMATIE EN AANDRIJFKETTINGBandenspanning in koude toestand:[Alleen bestuurder]Voor 175 kPa (1,75 kgf/cm2)Achter 225 kPa (2,25 kgf/cm2)[Bestuurder en passagier]Voor 175 kPa (1,75 kgf/cm2)Achter 225 kPa (2,25 kgf/cm2)Zorg ervoor dat de aandrijfketting juist is afgesteld en gesmeerd.Speling 20 - 30 mmVEILIGHEIDSLABELDraag altijd een helm en beschermende kleding met het oog op uwveiligheid.BRANDSTOFLABELUitsluitend loodvrije benzineETHANOL tot 10 volumeprocentWaarschuwingslabelsVeiligheid van het voertuig9

Veiligheidsmaatregelen●Rijd voorzichtig met uw beide handen aan hetstuur en uw voeten op de voetsteunen.● Passagiers moeten zich aan de handgreep ofaan uw middel vasthouden, en hun voetenmoeten zich tijdens het rijden op devoetsteunen bevinden.● Denk altijd aan de veiligheid van uw passagieren andere bestuurders en rijders.Beschermende uitrustingZorg ervoor dat u en uw duopassagier eengoedgekeurde motorfietshelm, beschermbril enduidelijk zichtbare beschermende kleding dragen.Draag geen loshangende kleding om het gevaar dater iets tussen de bewegende delen van het voertuigkomt, te voorkomen.

Rijd defensief en houd altijdrekening met de weers- en wegomstandigheden.#HelmMoet voldoen aan de veiligheidsnorm, duidelijkzichtbaar zijn en de juiste afmetingen voor uwhoofd hebben● De motorhelm moet comfortabel passen enveilig met de kinriem zijn vastgemaakt● Vizier met een onbelemmerd gezichtsveld ofandere goedgekeurde oogbescherming3WAARSCHUWINGHet niet dragen van een helm verhoogthet risico op ernstig of dodelijk letsel ingeval van een botsing.Zorg ervoor dat u en uw duopassagieraltijd een goedgekeurde helm enbeschermende kleding dragen.#HandschoenenLeren handschoenen met volledige vingers en eenhoge slijtweerstand#Motorlaarzen of -schoenenStevige motorlaarzen met antislipzolen enenkelbeschermers#Motorjas en -broekBeschermende, duidelijk zichtbare motorjas metlange mouwen en duurzame broek voor het rijden(of een beschermend motorpak)VeiligheidsmaatregelenVeiligheid van het voertuig10

Voorzorgsmaatregelenvoor het rijdenInrijperiodeVolg deze richtlijnen tijdens de eerste 500 km omde toekomstige betrouwbaarheid en prestaties vanuw voertuig te waarborgen.● Vermijd het vol gas starten en snel accelereren.● Vermijd sterk afremmen en snelterugschakelen.● Rijd behoedzaam.RemmenNeem de volgende richtlijnen in acht:● Vermijd bijzonder sterk afremmen enterugschakelen.u Door plotseling remmen kan de stabiliteitvan het voertuig verminderen.u Ga waar mogelijk langzamer rijden vooreen bocht; anders bestaat het gevaar dat uuit de bocht vliegt.● Wees voorzichtig op oppervlakken met eenlage tractie.u De banden slippen sneller op dit soortoppervlakken en de remweg is langer.● Vermijd continu remmen.u Door herhaaldelijk te remmen, zoals bijheuvelafwaarts rijden, kunnen de remmenernstig oververhit raken waardoor deremwerking vermindert.

Vermindersnelheid door afwisselend te remmen opde motor en de remmen te gebruiken.●Bedien de voor- en achterrem tegelijkertijdvoor de meest efficiënte remwerking.#Combi-remUw voertuig is uitgerust met een remsysteem datde remkracht verdeelt tussen de voorwiel- en deachterwielrem.De verdeling van de remkracht tussen de voor- enachterrem is verschillend wanneer u alleen deremhendel bedient en wanneer u alleen op hetrempedaal trapt.Voorzorgsmaatregelen voor het rijdenVeiligheid van het voertuig11Vervolg

Rem op demotor en gebruik met tussenpozen de rem omsnelheid te minderen wanneer u lange, steilehellingen afrijdt.#Natte of regenachtige omstandighedenWegoppervlakken zijn glad wanneer ze nat zijn, ennatte remmen zorgen voor een verminderderemwerking.Wees bijzonder voorzichtig bij het remmen ondernatte omstandigheden.Als de remmen nat worden, rem dan tijdens hetrijden op lage snelheid om ze te laten drogen.Parkeren●Parkeer op een stevige, horizontaleondergrond.● Als u op een helling of onverhard terrein moetparkeren, parkeer het voertuig dan zodanig datdit niet kan wegrollen of omvallen.● Zorg ervoor dat hete onderdelen niet incontact kunnen komen met ontvlambarematerialen.● Raak de motor, geluiddemper, remmen enandere hete onderdelen niet aan voordat zezijn afgekoeld.●Zet het stuur altijd op slot en verwijder desleutel als u het voertuig onbewaakt achterlaatom de kans op diefstal te verminderen.Het gebruik van een antidiefstalvoorzieningwordt ook aanbevolen.Voorzorgsmaatregelen voor het rijdenVeiligheid van het voertuig12

#Parkeren op de zijstandaard of demiddenbok1.Zet de motor uit.2.Zijstandaard gebruikenKlap de zijstandaard omlaag.Laat het voertuig langzaam naar links leunen totdathet volle gewicht op de zijstandaard steunt.De middenbok gebruikenGa voor het neerklappen van de middenbokaan de linkerkant van het voertuig staan.Houd de linkerstuurgreep en de handgreep vast.Duw met uw rechtervoet op het uiteinde vande middenbok en trek tegelijkertijd omhoog ennaar achteren.3.Draai het stuur volledig naar links.u Het draaien van het stuur naar rechtsreduceert de stabiliteit en kan tot gevolghebben dat het voertuig omvalt.4.Zet de contactschakelaar in de stand (Lock)en verwijder de sleutel. 2 BLZ. 38Richtlijnen voor tanken en brandstofVolg deze richtlijnen om de motor, hetbrandstofsysteem en de katalysator tebeschermen:● Gebruik uitsluitend loodvrije benzine.●Gebruik het aanbevolen octaangetal.

Hetgebruik van benzine met een lager octaangetalheeft een verminderde motorprestatie totgevolg.●Gebruik geen brandstof met een hoogalcoholgehalte. 2 BLZ. 104●Gebruik geen oude of verontreinigde benzineof een olie-benzinemengsel.●Laat geen vuil of water in de brandstoftankbinnendringen.Voorzorgsmaatregelen voor het rijdenVeiligheid van het voertuig13HandgreepMiddenbokLinker stuurgreep

Accessoires &aanpassingenWij raden u ten sterkste aan om geen accessoireste installeren die niet specifiek door Honda vooruw voertuig zijn ontworpen en geen modificatiesaan het oorspronkelijke ontwerp van uw voertuigaan te brengen. Hierdoor kan uw voertuig onveiligworden.Het ombouwen van uw voertuig kan tevens uwgarantie doen vervallen en het gebruik van uwvoertuig op de openbare weg illegaal maken.Voordat u besluit om accessoires op uw voertuigte installeren, moet u nagaan of dit veilig en legaalis.3WAARSCHUWINGOndeugdelijke accessoires ofaanpassingen kunnen leiden tot eenongeval waarbij u ernstig of dodelijkletsel kunt oplopen.Volg alle aanwijzingen in dit instructie-boekje betreffende accessoires en aan-passingen.Trek geen aanhangwagen met uw voertuig enkoppel geen zijspan aan uw voertuig.

Uw voertuigis niet ontworpen voor dit toebehoren en hetgebruik hiervan kan het stuurgedrag van uwvoertuig nadelig beïnvloeden.Accessoires & aanpassingenVeiligheid van het voertuig14

Beladen● Het vervoeren van extra gewicht heeft invloedop het rijgedrag, het remgedrag en destabiliteit van uw voertuig.Rijd altijd met een veilige snelheid die isafgestemd op de belading.● Vermijd overbeladen en houd u aan devoorgeschreven beladingslimieten.Maximale gewichtscapaciteit/maximaalbagagegewicht 2 BLZ. 106● Maak alle bagage stevig vast, verdeel hetgewicht van de bagage gelijkmatig en plaatsde bagage dicht bij het midden van hetvoertuig.●Plaats geen bagage dicht bij de lampen of degeluiddemper.3WAARSCHUWINGOverbelasting of verkeerd beladen kaneen ongeval veroorzaken waarbij uernstig of dodelijk letsel kunt oplopen.Volg alle limieten en richtlijnen voorbelading in dit instructieboekje.BeladenVeiligheid van het voertuig15

BasishandelingenBedieningshandleiding16#Inspectie voor het rijden(BLZ.53)Voor een veilige rit dient u uw voertuigeerst zorgvuldig te inspecteren.#AccelererenDraai het gas geleidelijk open.Houd u aan de snelheidslimiet.#Schakelen (BLZ.42)Het gebruik van basisfuncties.• Instrumenten (BLZ.22)•Controlelampjes (BLZ.33)• Schakelaars (BLZ.36)• Stuurslot (BLZ.38)#Motor starten (BLZ.39)Start de motor en laat dezewarmdraaien.Drijf het toerental niet op.#VoertuigstartenGeef, voor u wegrijdt, uwrichting aan met derichtingaanwijzerschakelaar encontroleer of er ander verkeer is.

Bedieningshandleiding17#RemmenDraai de gashendel dicht enbedien de voor- en achterremtegelijk.u Het remlicht geeft aan dat uremt.#Parkeren (BLZ.12)#StoppenGeef, als u de weg gaat verlaten, tijdigrichting aan. Verlaat de weg soepel.#Bochten nemenRem voordat ueen bocht neemt.Draai de gashendel geleidelijk weeropen zodra u de bocht uit bent.#Tanken (BLZ.43)Parkeer op een stevige, horizon-tale ondergrond. Gebruik destandaard en vergrendel hetstuurslot.

Bedieningshandleiding23VervolgSnelheidsmeterKlok instellen: (BLZ.31)Klok (12-uursweergave)Kilometerteller [TOTAL], ritteller [TRIPA/B], huidig brandstofverbruik,gemiddeld brandstofverbruik [A AVG],beschikbare rijafstand [RANGE](BLZ.24)Indicator SERVICE NODIG (BLZ.27)De schakelstand wordt weergegevendoor de versnellingsstandindicator.VersnellingsstandindicatorAls de indicator van de brandstofniveaumeterknippert of uitgaat: (BLZ.87)BrandstofmeterResterende brandstof wanneer alleen het 1esegment (E) gaat knipperen: ongeveer 0,8 LLET OPU moet tanken wanneer de waarde het 1e segment (E) nadert.Als de brandstof opraakt, kan de motor overslaan en de katalysator beschadigdraken.

#Kilometerteller [TOTAL]Totale afgelegde afstand.Als "------" wordt weergegeven, ga dan naaruw dealer voor onderhoud.#Ritteller [TRIP A/B]Afstand gereden na het resetten van de ritteller.Als "----.-" wordt weergegeven, ga dan naar uwdealer voor onderhoud.De ritteller terugstellen: (BLZ.28)#Huidig brandstofverbruikToont het huidige brandstofverbruik.Weergavebereik: 0.0 tot 99.9 L/100km (km/L ofmile/L) of 0.0 tot 299.9 mile/gal• Meer dan 99,9 L/100km (km/L of mile/L):"99.9" wordt weergegeven.•Meer dan 299,9 mile/gal: "299.9" wordtweergegeven.• Wanneer uw snelheid lager is dan 5 km/h (3 mph) of direct nadat het contact in destand (On) wordt gezet: "--.-" (L/100km,km/L of mile/L) of "---.-" (mile/gal) wordtweergegeven.Als "--.-" (L/100km, km/L of mile/L) of "---.-"(mile/gal) wordt weergegeven in andere dan debovengenoemde gevallen, ga dan naar uwdealer voor onderhoud.Bedieningshandleiding25Vervolg

#Gemiddeld brandstofverbruik [A AVG]Toont het gemiddelde brandstofverbruik sindshet resetten van ritteller A.Het gemiddelde brandstofverbruik is gebaseerdop ritteller A.Weergavebereik: 0.0 tot 99.9 L/100km (km/L ofmile/L) of 0.0 tot 299.9 mile/gal• Meer dan 99,9 L/100km (km/L of mile/L):"99.9" wordt weergegeven.• Meer dan 299,9 mile/gal: "299.9" wordtweergegeven.•Wanneer ritteller A wordt teruggesteld: "--.-"(L/100km, km/L of mile/L) of "---.-" (mile/gal)wordt weergegeven.Als "--.-" (L/100km, km/L of mile/L) of "---.-"(mile/gal) wordt weergegeven in andere dan debovenvermelde gevallen, ga dan naar uw dealervoor onderhoud.Het gemiddelde brandstofverbruikterugstellen: (BLZ.28)#Beschikbare rijafstand [RANGE]Geeft de geschatte afstand weer die u kuntafleggen met de resterende brandstof.Niet beschikbaar wanneer alle segmenten vande brandstofniveaumeter oplichten.Weergavebereik: 999 tot 5 km of 999 tot 3 mile•Boven 999 km (mile): "999" wordt weergegeven.• Minder dan 5 km (3 mile) of de hoeveelheidresterende brandstof is minder dan 0,1 L ofalleen het 1e segment (E) van de brandstof-niveaumeter knippert: "---" wordt weerge-geven.De aangegeven beschikbare rijafstand wordtberekend op basis van de rijomstandigheden.Het aangegeven cijfer geeft niet altijd dewerkelijke beschikbare afstand aan.Enige tijd na het resetten van ritteller A: "---"wordt weergegeven.Als "---" wordt weergegeven in andere dan debovenvermelde gevallen, ga dan naar uw dealervoor onderhoud.Beschikbare rijafstand resetten: (BLZ.28)Bedieningshandleiding26Instrumenten (Vervolg)

#Indicator SERVICE NODIGGaat branden wanneer de afgelegde afstand deeerste keer ongeveer 1000 km bereikt en elke6000 km na het resetten van de indicator.Dit geeft aan dat uw voertuig de opgegevenafstand voor onderhoud heeft bereikt.Als de indicator gaat branden, ga dan naar uwdealer voor onderhoud.Vergeet niet om de indicator na onderhoud aanhet voertuig te resetten.Indicator SERVICE NODIG resettenHoud de SET-schakelaar ingedrukt en draai decontactschakelaar in de stand (On). Houd deSET-schakelaar langer dan 3 secondeningedrukt.u De indicator gaat pas uit nadat deze is gereset.u Als er onderhoud aan uw voertuig wordtuitgevoerd voordat de indicator SERVICENODIG gaat branden, moet u de indicatorSERVICE NODIG na onderhoud aan hetvoertuig resetten.

Display instellenDe volgende items kunnen sequentieel wordengewijzigd.• ECO-indicator in- of uitschakelen• Klok instellen•Eenheid van snelheid en afgelegde afstandwijzigen•Eenheid van brandstofverbruikmeter wijzigenAls er ongeveer 30 seconden niet op de toetsenwordt gedrukt, wordt de bediening automatischomgeschakeld van de instelmodus naar degebruikelijke weergave.Als er gedurende ongeveer 30 seconden nietop de toetsen wordt gedrukt, worden itemswaarvoor de instelling aan de gang isgenegeerd en worden alleen items metvoltooide instellingen toegepast.

2 Klok instellen:aDruk op de SEL-toets totdat het gewenste uurwordt weergegeven.u Houd de SEL-toets ingedrukt om de urenversneld vooruit te laten gaan.bDruk op de SET-toets. De minuten beginnente knipperen.cDruk op de SEL-toets totdat de gewensteminuten worden weergegeven.u Houd de SEL-toets ingedrukt om deminuten versneld vooruit te laten gaan.dDruk op de SET-toets. De klok is ingesteld ende weergave schakelt over naar het wijzigenvan de eenheid van snelheid en afgelegdeafstand.Bedieningshandleiding31Vervolg

ControlelampjesBedieningshandleiding33VervolgAls één van deze controlelampjes niet gaat branden terwijl dat zou moeten, laat dan uwdealer controleren op problemen.Richtingaanwijzer rechts Richtingaanwijzer linksAls dit gaat branden terwijl de motor draait:(BLZ.86)Gaat kort branden als de contactschakelaar in de stand (On) wordt gezet.PGM-FI-storingslampje (elektronischgeregelde brandstofinspuiting) (MIL)

StuurslotVergrendel het stuur wanneer u parkeert omdiefstal te voorkomen.Een U-vormig wielslot of iets vergelijkbaarswordt ook aanbevolen.#VergrendelenaDraai het stuur volledig naar links of rechts.bDuw de sleutel omlaag en zet decontactschakelaar in de stand (Lock).u Draai het stuur als het stuur moeilijkvergrendeld kan worden.cVerwijder de sleutel.#OntgrendelenSteek de sleutel in het slot en zet decontactschakelaar in de stand (Off).Bedieningshandleiding38Schakelaars (Vervolg)DuwenDraaienContactsleutel

Motor startenStart de motor volgens de volgende procedure,ongeacht of de motor koud of warm is.LET OP• Als de motor niet binnen 5 seconden start,moet u de contactschakelaar in de stand (Off) zetten en 10 seconden wachtenvoordat u de motor opnieuw probeert testarten om de accuspanning te verhogen.• Het langdurig versneld stationair draaien en hetverhogen van het toerental kunnen de motoren het uitlaatsysteem beschadigen.•Uitsluitend type UBedien de kickstarter niet terwijl de motor draait,omdat dit schade aan de motor kanveroorzaken. Oefen geen overmatige kracht uitop de kickstarter.•Uitsluitend type UKlap de kickstarter op nadat de kickstarter weertot de pedaalaanslag is terugbewogen.aZorg ervoor dat de motorstopschakelaar in destand (Run) staat.bZet de contactschakelaar in de stand (On).Bedieningshandleiding39Vervolg

cZet de versnellingsbak in de neutraalstand (N-controlelampje gaat branden). U kunt ookde koppelingshendel intrekken om uw voertuigte starten met de transmissie in de versnellingwanneer de zijstandaard omhoog is geklapt.dDe startknop gebruikenDruk op de startknop met een volledig geslotengashendel. Laat de startknop los zodra demotor start.Uitsluitend type UDe kickstarter gebruikenTrap de kickstarter lichtjes in tot u weerstandvoelt. Laat de kickstarter vervolgens terugkerennaar het begin van de slag. Houd de gashendelvolledig dichtgedraaid en gebruik de kickstarter;trap in één snelle en continue beweging vanuithet begin van de slag door naar het einde.Als u de motor niet kunt starten:Draai de gashendel iets open (ongeveer3 mm, zonder speling).Bedieningshandleiding40Motor starten (Vervolg)Ongeveer 3 mm, zonder speling

Als de motor niet start:De startknop gebruikenaOpen de gashendel volledig en drukgedurende 5 seconden op de startknop.bHerhaal de normale startprocedure.cAls de motor start en het stationair toerentalinstabiel is, moet u de gashendel een kleinbeetje openen.dAls de motor niet start, wacht dan 10 secondenvoordat u stappen a en b opnieuwprobeert.Uitsluitend type UDe kickstarter gebruikenaZet de contactschakelaar uit.bOpen de gashendel volledig en laat met dekickstarter de motor enkele slagenronddraaien.cHerhaal de normale startprocedure.dAls de motor start en het stationair toerentalinstabiel is, moet u de gashendel een kleinbeetje openen.eAls de motor niet start, voer dan stappen at/m c opnieuw uit.#Als de motor niet start (BLZ.85)Bedieningshandleiding41

TankenVul geen brandstof bij tot voorbij de ondersterand van de vulhals.Brandstoftype: uitsluitend loodvrije benzineBrandstof-octaangetal: uw voertuig is ontworpenvoor het gebruik van een research-octaangetal (RON)van 91 of hoger.Tankinhoud: 11,0 L#Richtlijnen voor tanken en brandstof(BLZ.13 )Brandstofvuldop openenOpen de afdekkap van het slot, steek decontactsleutel in het slot en draai deze naarrechts om de brandstofvuldop te openen.Brandstofvuldop sluitenaLijn de vergrendeling van de brandstofvuldop nahet tanken uit met de sleuf in de vulhals. Duw debrandstofvuldop in de vulhals totdat dezedichtklikt en wordt vergrendeld.bVerwijder de contactsleutel en sluit deafdekkap van het slot.uDe contactsleutel kan niet worden verwijderdals de brandstofvuldop niet is vergrendeld.3WAARSCHUWINGBenzine is een uiterst licht ontvlambare enexplosieve stof.

#HelmhouderDe helmhouder bevindt zich onder het zadel.u Gebruik de helmhouder uitsluitend bij hetparkeren.#Zadel verwijderen (BLZ.66)3WAARSCHUWINGEen helm die aan de houder is bevestigd,kan tijdens het rijden tegen het achterwielof de vering komen en tot een ongevalleiden.Gebruik de helmhouder uitsluitend bijhet parkeren. Rijd niet met een helmdie aan de helmhouder hangt.Bedieningshandleiding45HelmhouderD-ring helm

Het belang van onderhoudHet belang van onderhoudHet goed onderhouden van uw voertuig isabsoluut essentieel voor uw veiligheid en hetbeschermen van uw investering, optimaleprestaties, het voorkomen van pech en hetreduceren van luchtverontreiniging. De eigenaar isverantwoordelijk voor het onderhoud. Inspecteeruw voertuig voor elke rit en voer de periodiekecontroles uit die in het onderhoudsschema zijnvermeld. 2 BLZ.

483WAARSCHUWINGHet niet goed onderhouden van uwvoertuig of het niet repareren van eendefect voordat u gaat rijden kan eenbotsing veroorzaken waarbij u ernstigof dodelijk letsel kunt oplopen.Volg altijd de aanwijzingen voorinspectie en onderhoud volgens deschema's die in dit instructieboekjestaan vermeld.OnderhoudsveiligheidLees altijd de onderhoudsvoorschriften voordat uonderhoud uitvoert en zorg ervoor dat u over debenodigde gereedschappen, onderdelen envaardigheden beschikt.Wij kunnen u niet waarschuwen voor alle denkbarerisico's die zich kunnen voordoen tijdens hetuitvoeren van onderhoud.

Alleen u kunt beslissen of ueen bepaalde taak wel of niet zou moeten uitvoeren.Volg deze richtlijnen tijdens het uitvoeren vanonderhoud.●Zet de motor uit en verwijder de sleutel.●Plaats uw voertuig op een stevige, vlakkeondergrond met behulp van de zijstandaard, demiddenbok of een onderhoudsbok voor steun.●Laat de motor, geluiddemper, remmen enandere hete onderdelen afkoelen voor hetuitvoeren van een servicebeurt, anders kunt ubrandwonden oplopen.●Laat de motor uitsluitend draaien wanneer ditwordt aangegeven en alleen in een goedgeventileerde ruimte.Onderhoud47

OnderhoudsschemaHet onderhoudsschema vermeldt deonderhoudsprocedures die vereist zijn voor veilige,betrouwbare prestaties en een goed werkendeemissieregeling.De onderhoudswerkzaamheden moeten wordenuitgevoerd overeenkomstig de normen enspecificaties van Honda door geschoolde enbevoegde monteurs. Uw dealer voldoet aan dezevereisten. Het bijhouden van een nauwkeurigonderhoudsrapport zorgt ervoor dat uw voertuiggoed wordt onderhouden.Zorg ervoor dat de monteur die het onderhouduitvoert dit onderhoudsrapport invult.Het periodieke onderhoud wordt beschouwd alsnormale onderhoudskosten voor de eigenaar diedoor uw dealer in rekening zullen wordengebracht. Bewaar alle facturen. Deze facturenmoeten aan de nieuwe eigenaar worden verstrektwanneer u het voertuig verkoopt.Honda raadt aan om uw dealer een proefrit metuw voertuig te laten maken na het uitvoeren vanhet periodieke onderhoud.Onderhoud48

Type EDItemsInspectievoor hetrijden2 BLZ. 53Frequentie *1JaarlijksecontroleRegelma-tig ver-vangenZiepagina× 1000 km 1 6 12 18 24 30 36× 1000 mijl 0,6 4 8 12 16 20 24Brandstofleiding –Brandstofniveau 43Werking van de gashendel 82Luchtfilter *2–Carterontluchting*3–Bougie –Klepspeling –Motorolie 68Motoroliefiltergaasje –Motoroliefilter –Stationair motortoerental –Benzinedampafzuigsysteem–Aandrijfketting1000 km : 77Onderhoudsniveau Onderhoudslegenda:Tussenniveau. Wij raden u aan het onderhoud uit te latenvoeren door uw dealer, tenzij u over het benodigdegereedschap en de mechanische vakkundigheid beschikt.De procedures zijn vermeld in een officiëlewerkplaatshandleiding van Honda.::::Inspecteren (reinigen, afstellen, smeren of vervangen,indien nodig)VervangenReinigenSmeren:Technisch.

Type UItemsInspectievoor hetrijden2 BLZ. 53Frequentie *1JaarlijksecontroleRegelmatigvervangenZiepagina× 1000 km 1 6 12 18 24 30 36× 1000 mijl 0,6 4 8 12 16 20 24Brandstofleiding –Brandstofniveau 43Werking van de gashendel 82Luchtfilter *2–Carterontluchting*3–Bougie –Klepspeling –Motorolie 68Motoroliefiltergaasje –Motoroliefilter –Stationair motortoerental –Emissieregelsysteem –Aandrijfketting1000 km : 78Onderhoudsniveau Onderhoudslegenda:Tussenniveau. Wij raden u aan het onderhoud uit te latenvoeren door uw dealer, tenzij u over het benodigdegereedschap en de mechanische vakkundigheid beschikt.De procedures zijn vermeld in een officiëlewerkplaatshandleiding van Honda.::::Inspecteren (reinigen, afstellen, smeren of vervangen, indien nodig)VervangenReinigenSmeren:Technisch.

StandaardonderhoudInspectie voor het rijdenMet het oog op de veiligheid bent uverantwoordelijk om een controle voor het rijdenuit te voeren en alle vastgestelde problemen tecorrigeren. Een controle voor het rijden is eenmust, niet alleen met het oog op de veiligheid,maar omdat pech, of zelfs een lekke band, eenaanzienlijk ongemak kan betekenen.Controleer het volgende voordat u op uw voertuigstapt:● Brandstofniveau - Vul de brandstoftankwanneer dit nodig is 2 BLZ. 43●Gashendel - Controleer of de gashendel in allestuurstanden goed opent en sluit 2 BLZ. 82●Motoroliepeil - Vul indien nodig motorolie bij.Inspecteer op lekken 2 BLZ. 68●Aandrijfketting - Controleer staat en speling,indien nodig afstellen en smeren 2 BLZ. 77● Remmen − Werkingscontrole;Voor: remvloeistofniveau en remblokslijtagecontroleren 2 BLZ. 70, 2 BLZ.

Onderdelen vervangenGebruik altijd originele Honda-onderdelen ofgelijkwaardige onderdelen om betrouwbaarheiden veiligheid te waarborgen.Vermeld de modelnaam, kleur en code vermeld ophet kleurenlabel bij het bestellen van gekleurdeonderdelen.Het kleurenlabel bevindt zich op het frame onderhet zadel. 2 BLZ. 663WAARSCHUWINGHet monteren van andere onderdelendan Honda-onderdelen kan uwvoertuig onveilig maken en een botsingveroorzaken waarbij u ernstig ofdodelijk letsel kunt oplopen.Gebruik altijd originele Honda-onderdelen of gelijkwaardigeonderdelen die voor uw voertuigwerden ontworpen en goedgekeurd.StandaardonderhoudOnderhoud54Kleurenlabel

AccuUw voertuig is uitgerust met een onderhoudsvrijeaccu. U hoeft het elektrolytniveau van de accu niette controleren en geen gedistilleerd water toe tevoegen. Reinig de accupolen als ze vuil zijngeworden of verroest zijn.Verwijder de afdichtingen van de accudoppen niet.De dop hoeft tijdens het laden niet te wordenverwijderd.LET OPDe accu is van het onderhoudsvrije type en kanpermanent worden beschadigd als de doppenstripwordt verwijderd.Dit symbool op de accu duidt aan dathet product niet met het huishoudelijkafval mag worden afgevoerd.LET OPEen verkeerd afgevoerde accu kan schadelijk zijnvoor het milieu en de menselijke gezondheid.Leef altijd de lokale regels voor het correct afvoerenvan accu's na.StandaardonderhoudOnderhoud55Vervolg

#Wat te doen in geval van noodAls een van de volgende situaties zich voordoet,dient u onmiddellijk naar uw arts te gaan.● Elektrolyt spat in de ogen:u Spoel uw ogen herhaaldelijk met koudwater gedurende minimaal 15 minuten. Hetgebruik van water onder druk kan schadetoebrengen aan uw ogen.● Elektrolyt spat op de huid:u Trek de betreffende kleding uit en was dehuid grondig met water.● Elektrolyt spat in de mond:u Spoel uw mond grondig met water en slikniet door.3WAARSCHUWINGUit de accu komt tijdens normaalgebruik explosief waterstofgas vrij.Een vonk of vlam kan het exploderenvan de accu veroorzaken, waardoor uernstig of dodelijk letsel kunt oplopen.Draag beschermende kleding en eengelaatscherm of laat de accuonderhouden door een bevoegdemonteur.#Reinigen van accupolen1.Verwijder de accu. 2 BLZ.

3.Als de polen sterk zijn gecorrodeerd, moetenze met een staalborstel of schuurpapierworden gereinigd en gepolijst. Draag eenveiligheidsbril.4.Plaats de accu terug na het reinigen.De accu heeft een beperkte levensduur. Raadpleeguw dealer met betrekking tot de vervanging van deaccu. Vervang de accu altijd door een andereonderhoudsvrije accu van hetzelfde type.LET OPHet monteren van elektrische accessoires vanandere fabrikanten dan Honda kan het elektrischesysteem overbelasten, de accu doen ontladen enmogelijk het systeem beschadigen.ZekeringenDe zekeringen beschermen de elektrische circuits van uwvoertuig. Als een elektrisch systeem op uw voertuiguitvalt, controleer dan op doorgebrande zekeringen envervang deze door nieuwe. 2 BLZ. 92#Inspecteren en vervangen van zekeringenZet de contactschakelaar in de stand (Off) als uzekeringen gaat verwijderen of inspecteren.

Vervangeen doorgebrande zekering door een zekering metdezelfde stroomsterkte. Zie "Specificaties" voor destroomsterkte van zekeringen. 2 BLZ. 108LET OPAls u de zekering vervangt door een zekering meteen hogere stroomsterkte, loopt u meer risico opbeschadiging van het elektrisch systeem.StandaardonderhoudOnderhoud57VervolgDoorgebrande zekeringen

Als een zekering herhaaldelijk doorbrandt, is ditwellicht te wijten aan een elektrische fout. Laat uwvoertuig door uw dealer inspecteren.MotorolieHet motorolieverbruik varieert en de oliekwaliteitverslechtert afhankelijk van de rijomstandighedenen de verstreken tijd.Controleer het motoroliepeil regelmatig en vul bij metaanbevolen motorolie indien nodig. Vuile of oude oliemoet zo snel mogelijk worden ververst.#Motorolie kiezenZie "Specificaties" voor de aanbevolen motorolie.2 BLZ. 107Als u motorolie van andere fabrikanten dan Hondagebruikt, controleer dan op het label of de olie aande volgende normen voldoet:● JASO T 903-norm*1: MA● SAE-norm*2: 10W-30● API-classificatie*3: SJ of hoger*1.De JASO T 903-norm is een index voor motorolievoor 4-taktmotoren van motorfietsen. Er bestaantwee klassen: MA en MB.

Het volgende label toontbijvoorbeeld de MA-classificatie.*2.De SAE-norm stelt de kwaliteit van olie vast aande hand van de viscositeit.*3.De API-classificatie vermeldt de kwaliteit enprestatiegraad van motorolie. Gebruik SJ ofhogere olie, met uitzondering van olie aangeduidals "Energiebesparend" of "Hulpbronbesparend"op het ronde API-servicesymbool.StandaardonderhoudOnderhoud58OliecodeOlieclassificatieNiet aanbevolen Aanbevolen

RemvloeistofGeen remvloeistof bijvullen of verversen, behalvein een noodgeval. Gebruik uitsluitend verseremvloeistof uit een afgesloten houder. Als uremvloeistof bijvult, moet het remsysteem zo snelmogelijk door uw dealer worden nagekeken.LET OPRemvloeistof kan kunststof- en gelakte oppervlakkenbeschadigen.Verwijder gemorste remvloeistof onmiddellijk enreinig het oppervlak grondig.Aanbevolen remvloeistof:Honda DOT 3- of DOT 4-remvloeistof ofgelijkwaardigAandrijfkettingDe aandrijfketting moet regelmatig wordengecontroleerd en gesmeerd. Controleer deaandrijfketting vaker als u vaak op slechtewegdekken rijdt, of met een hoge snelheid rijdt, ofherhaaldelijk snel accelereert. 2 BLZ.

77Als de ketting niet soepel beweegt, vreemdegeluiden voortbrengt, beschadigde spanrollenheeft of losse pennen of ontbrekende O-ringen ofknikken, laat de ketting dan door uw dealerinspecteren.Inspecteer ook het aandrijfkettingwiel en het aan-gedreven tandwiel. Laat de tandwielen door uwdealer vervangen als de tanden hiervan versletenof beschadigd zijn.LET OPHet gebruik van een nieuwe ketting met versletenkettingwielen veroorzaakt snelle slijtage van deketting.StandaardonderhoudOnderhoud59VervolgNormaal(GOED)Versleten(VERVANGEN)Beschadigd(VERVANGEN)

#Reiniging en smeringReinig de ketting en kettingwielen na het inspecterenvan de speling terwijl u het achterwiel draait. Gebruikeen droog doekje met een kettingreiniger diespeciaal is ontworpen voor O-ringkettingen of eenneutraal reinigingsmiddel. Gebruik een zachte borstelals de ketting vuil is.Veeg droog na het reinigen en smeer met hetaanbevolen smeermiddel.Aanbevolen smeermiddel:Smeermiddel voor aandrijfketting speciaalontworpen voor O-ringkettingen.Indien niet beschikbaar, gebruik dan SAE80 of 90 tandwielolie.Type EDType UGebruik geen stoomreiniger, hogedrukreiniger,staalborstel, vluchtig oplosmiddel zoals benzine enwasbenzine, schurend reinigingsmiddel, kettingreinigerof smeermiddel dat NIET speciaal ontworpen is voorO-ringkettingen aangezien deze de rubberenO-ringafdichtingen kunnen beschadigen.Vermijd het morsen van smeermiddel op deremmen of banden.

CarterontluchtingVoer hieraan vaker onderhoud uit als u in de regen ofmet vol gas rijdt of nadat het voertuig is gewassen ofis gevallen. Voer een servicebeurt uit als hetaanslagniveau in het transparante gedeelte van deaftapslang te zien is.Als de aftapslang overloopt, kan het luchtfilterverontreinigd worden door motorolie, wat slechtemotorprestaties tot gevolg heeft.Banden (inspecteren/vervangen)#Bandenspanning controlerenControleer uw banden met het blote oog engebruik een bandenspanningsmeter om debandenspanning ten minste één keer per maandte meten of wanneer u constateert dat debandenspanning laag is. Controleer debandenspanning altijd wanneer uw banden koudzijn.#Controleren op beschadigingControleer de bandenop sneden, scheuren ofbarsten die dekoordlaag van de bandzichtbaar maken ofspijkers of anderevreemde voorwerpendie in de zijkant van deband of het bandloopvlak zijn ingebed.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Honda CBF125M (2024) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden