Honda CMX1100 (2024) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Honda CMX1100 (2024) (170 pagina’s), behorend tot de categorie Motor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 24 mensen. Heb je een vraag over Honda CMX1100 (2024) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Honda |
| Categorie: | Motor |
| Model: | CMX1100 (2024) |
Handleiding Honda CMX1100 (2024) – volledige tekst
Dit instructieboekje dient als een permanent onderdeel van hetvoertuig te worden beschouwd en moet bij doorverkoop van hetvoertuig aan de nieuwe eigenaar worden verstrekt.Deze publicatie bevat de meest recente productinformatie diebeschikbaar was voor het ter perse gaan. Honda Motor Co., Ltd.behoudt zich het recht voor om te allen tijde wijzigingen aan tebrengen zonder voorafgaande kennisgeving en zonder het aangaanvan enige verplichting.Niets uit deze publicatie mag zonder schriftelijke toestemmingworden gereproduceerd.Het kan zijn dat het afgebeelde voertuig in dit instructieboekjeverschilt van uw voertuig.Alleen IndiaVoor vragen of hulp kunt u contact opnemen met de klantenservicevia 1800 103 3434 (gratis)© 2022 Honda Motor Co., Ltd.
Door te kiezenvoor een Honda maakt u deel uit van eenwereldwijde familie van tevreden klanten dieHonda's reputatie voor het leveren vanhoogwaardige producten waarderen.Met het oog op uw veiligheid en rijplezier:●Lees deze gebruikershandleidingaandachtig door.●Volg alle aanbevelingen op en voer alleprocedures uit die in deze handleidingzijn vermeld.●Besteed extra aandacht aanveiligheidsinformatie in deze handleidingen op het voertuig.●De volgende codes in dit instructieboekjeduiden de landen aan.●De afbeeldingen hierin zijn gebaseerd ophet type CMX1100D ED.LandcodesCode LandCMX1100AEDDirecte verkoop Europa,Singapore, India, OekraïneGSGCC-landen,Libanon, JordaniëRU RuslandCMX1100A2EDDirecte verkoop Europa,Singapore, India, OekraïneGSGCC-landen,Libanon, JordaniëCMX1100DEDDirecte verkoop Europa,Singapore, India, OekraïneGSGCC-landen,Libanon, JordaniëRU Rusland
Enkele opmerkingen over veiligheidUw veiligheid en de veiligheid van anderen zijnzeer belangrijk. Het veilig rijden op dit voertuig iseen belangrijke verantwoordelijkheid.Om u te helpen goed geïnformeerdeveiligheidsbeslissingen te nemen, hebben wijbedieningsprocedures en andere informatie in dezehandleiding en op veiligheidslabels verstrekt. Dezeinformatie maakt u attent op potentiële gevarenwaardoor u of anderen letsel kunnen oplopen.Het is vanzelfsprekend niet praktisch of nietmogelijk om u te waarschuwen voor alle gevarendie kunnen optreden bij het rijden op enonderhouden van een voertuig.
U moet dan ookuw eigen gezonde verstand gebruiken.U zult belangrijke veiligheidsinformatie inverschillende vormen tegenkomen, waaronder:●Veiligheidslabels op het voertuig●Veiligheidsinformatie voorafgegaan dooreen waarschuwingssymbool en eenvan de drie waarschuwingswoorden:GEVAAR, WAARSCHUWING of LET OP.Deze signaalwoorden betekenen:3GEVAARU ZULT DODELIJK of ERNSTIG LETSELOPLOPEN als u de instructies niet opvolgt.3WAARSCHUWINGU KUNT DODELIJK of ERNSTIG LETSELOPLOPEN als u de instructies niet opvolgt.3LET OPU KUNT LETSEL OPLOPEN als u deinstructies niet opvolgt.Andere belangrijke informatie vindt uonder de volgende koppen:LET OPInformatie om beschadiging van uwvoertuig, andere eigendommen of hetmilieu te voorkomen.
VeiligheidsrichtlijnenVolg deze richtlijnen met het oog op uw veiligheid:● Voer alle routine- en periodieke inspecties uitdie in deze handleiding zijn beschreven.● Zet de motor uit en houd vonken en vuur uitde buurt als u tankt.● Laat de motor niet draaien in afgesloten ofgedeeltelijk afgesloten ruimten. Koolmonoxidein uitlaatgassen is giftig en kan uw doodveroorzaken.Draag altijd een helmHet is bewezen dat helmen en beschermende kledinghet aantal en de ernst van hoofdletsel en ander letselaanzienlijk kunnen verminderen. Draag dus altijd eengoedgekeurde helm en beschermende kleding.2 BLZ. 12Voordat u gaat rijdenZorg ervoor dat u in goede lichamelijke conditiebent, geconcentreerd bent en niet onder deinvloed van alcohol of drugs verkeert. Zorg ervoordat u en uw duopassagier allebei eengoedgekeurde helm en beschermende kledingdragen.
Draag duopassagiers op om zich aan dezadelriem of aan uw middel vast te houden, met umee te leunen tijdens het schuinleggen van demotorfiets in bochten en hun voeten altijd op devoetsteunen te houden, zelfs wanneer het voertuigstilstaat.Neem de tijd om te leren en te oefenenZelfs als u al op andere voertuigen hebt gereden,kunt u het beste in een veilige omgeving oefenen omvertrouwd te raken met de werking en hetstuurgedrag van dit voertuig en om gewend te rakenaan de afmetingen en het gewicht van het voertuig.Rijd defensiefBesteed altijd aandacht aan ander verkeer om uheen en veronderstel niet dat andere bestuurdersu zien. Zorg dat u snel kunt stoppen of eenuitwijkmanoeuvre kunt maken.VeiligheidsrichtlijnenVeiligheid van het voertuig3Vervolg
Zorg dat u goed zichtbaar bentZorg ervoor dat u beter zichtbaar bent, vooral's avonds, door heldere reflecterende kleding tedragen, te rijden op plaatsen waar anderebestuurders u kunnen zien, uw richting aan tegeven voordat u afslaat of van rijstrook veranderten uw claxon te gebruiken indien nodig.Rijd binnen uw grenzenRijd nooit harder dan u aankunt of sneller dan deverkeersomstandigheden toestaan. Vermoeidheiden onoplettendheid kunnen afbreuk doen aan uwbeoordelingsvermogen en het veilig rijden.Rijd niet onder de invloed van alcoholof drugsAlcohol of drugs en motorrijden gaan niet samen. Zelfséén alcoholisch drankje kan uw vermogen om opwisselende omstandigheden te reageren verminderenen uw reactiesnelheid wordt minder na elk aanvullenddrankje. Hetzelfde geldt voor het gebruik van drugs.
Rijdniet onder de invloed van alcohol of drugs en laat uwvrienden dit ook niet doen.Houd uw Honda in veilige staatHet is belangrijk voor uw veiligheid en uw rijplezierdat u het voertuig goed onderhoudt.Inspecteer uw voertuig voor elke rit en voer al hetaanbevolen onderhoud uit. Houd u aan debeladingslimieten (2 BLZ. 19), bouw uw voertuigniet om en installeer geen accessoires die uwvoertuig onveilig maken (2 BLZ. 18).Betrokken zijn bij ongevallenPersoonlijke veiligheid is uw eerste prioriteit. Als uof iemand anders letsel heeft opgelopen, neemdan de tijd om de ernst van het letsel tebeoordelen en te bepalen of het veilig is om doorte rijden. Schakel indien nodig de hulpdiensten in.Volg tevens de geldende wet- en regelgevingindien een andere persoon of een ander voertuigbij het ongeval is betrokken.VeiligheidsrichtlijnenVeiligheid van het voertuig4
Als u besluit verder te rijden, zet dan eerst decontactschakelaar in de stand (Off) encontroleer de staat van uw voertuig. Inspecteer opvloeistoflekkage, controleer of cruciale moeren enbouten goed vastzitten en controleer het stuur, debedieningshendels, remmen en wielen. Rijdlangzaam en voorzichtig.Het kan zijn dat uw voertuig schade heeftopgelopen die niet onmiddellijk zichtbaar is. Laatuw voertuig zo snel mogelijk grondig inspecterendoor een erkend reparatiebedrijf.Gevaar voor koolmonoxideUitlaatgassen bevatten giftig koolmonoxide, eenkleurloos, reukloos gas.
Het inademen vankoolmonoxide kan bewusteloosheid veroorzakenen tot uw dood leiden.Als u de motor in een besloten of zelfs gedeeltelijkafgesloten ruimte laat draaien, kan de lucht die uinademt een gevaarlijke hoeveelheidkoolmonoxide bevatten.Laat uw voertuig nooit in een garage of anderebesloten ruimte draaien.3WAARSCHUWINGHet laten draaien van de motor van uwvoertuig in een afgesloten of zelfs ineen gedeeltelijk afgesloten ruimte, kanleiden tot een snelle opbouw van hetgiftige gas koolmonoxide.Het inademen van dit kleur- engeurloze gas kan leiden totbewusteloosheid en zelfs tot de dood.Laat de motor van uw voertuig alleendraaien in een goed geventileerderuimte buiten.VeiligheidsrichtlijnenVeiligheid van het voertuig5
WaarschuwingslabelsOp de volgende pagina's wordt de betekenisvan de labels beschreven. Sommige labelswaarschuwen u voor potentiële gevaren dieernstig letsel kunnen veroorzaken. Anderebieden belangrijke veiligheidsinformatie. Leesdeze informatie aandachtig en verwijder delabels niet.Als een label eraf valt of moeilijk te lezen is,neem dan contact op met uw dealer voor eenvervangend label.Elk label is voorzien van een specifiek symbool.De betekenis van elk symbool en elk label is alsvolgt.Lees de instructies in het instructieboekjeaandachtig door.Lees de instructies in de werkplaatshandleidingaandachtig door.
Laat om veiligheidsredenenhet onderhoud aan uw voertuig alleenuitvoeren door uw dealer.GEVAAR (met RODE achtergrond)U ZULT ERNSTIG of zelfs DODELIJK LETSELoplopen als u deze aanwijzingen niet opvolgt.WAARSCHUWING (met ORANJEachtergrond)U KUNT ERNSTIG of zelfs DODELIJK LETSELoplopen als u deze aanwijzingen niet opvolgt.LET OP (met GELE achtergrond)U KUNT GEWOND RAKEN als u dezeaanwijzingen niet opvolgt.WaarschuwingslabelsVeiligheid van het voertuig6
ACCULABELGEVAAR•Houd vonken en vlammen uit de buurt van de accu. Accu'sproduceren gas dat een explosie kan veroorzaken.• Draag een beschermbril en rubberen handschoenenbij het hanteren van de accu, anders kunt ubrandwonden oplopen of uw gezichtsvermogenverliezen door het elektrolyt van de accu.•Laat kinderen en andere personen geen accu aanrakentenzij ze op de hoogte zijn van de voorschriften voor hethanteren van accu's en de hieraan verbonden gevaren.•Wees buitengewoon voorzichtig bij het hanteren van deaccuvloeistof aangezien deze verdund zwavelzuur bevat.Contact met uw huid of ogen kan brandwonden veroorzakenof leiden tot verlies van uw gezichtsvermogen.•Lees deze handleiding aandachtig door en zorg ervoor datu de inhoud begrijpt voordat u de accu hanteert.
Het nietopvolgen van de instructies kan lichamelijk letsel enbeschadiging van het voertuig veroorzaken.•Gebruik geen accu met het elektrolyt op of onder hetonderste merkstreepje. De accu kan exploderen enernstig lichamelijk letsel veroorzaken.WaarschuwingslabelsVeiligheid van het voertuig7Vervolg
CMX1100A/DWAARSCHUWINGSLABEL ACCESSOIRES EN BELADINGWAARSCHUWINGType EDACCESSOIRES EN BELADING•De veiligheid, stabiliteit en het weggedrag van dit voertuig kunnen nadeligworden beïnvloed door de toevoeging van accessoires en bagage.• Lees de instructies in de gebruikers- en montagehandleidingaandachtig door voordat u een accessoire monteert.•CMX1100A/DHet totale gewicht van accessoires en bagage en het gewicht van debestuurder en de passagier mag niet meer zijn dan 172 kg, oftewelde maximale gewichtscapaciteit.•CMX1100A2/D2Het totale gewicht van accessoires en bagage en het gewicht van debestuurder en de passagier mag niet meer zijn dan 163 kg, oftewelde maximale gewichtscapaciteit.•CMX1100A/DHet gewicht van de bagage mag niet meer zijn dan 9 kg onder alleomstandigheden.•CMX1100A2/D2Het gewicht van de bagage mag niet meer zijn dan 10 kg onder alleomstandigheden.•Het monteren van grote kuipdelen op de voorvork of het stuur wordtniet aanbevolen.CMX1100A2/D2WaarschuwingslabelsVeiligheid van het voertuig9Vervolg
LABEL BANDENINFORMATIE EN AANDRIJFKETTINGBandenspanning in koude toestand:[Alleen bestuurder]Voor 225 kPa (2,25 kgf/cm2)Achter 225 kPa (2,25 kgf/cm2)[Bestuurder en passagier]Voor 225 kPa (2,25 kgf/cm2)Achter 225 kPa (2,25 kgf/cm2)Zorg ervoor dat de aandrijfketting juist is afgesteld en gesmeerd.Speling 15 - 25 mmVEILIGHEIDSLABELDraag altijd een helm en beschermende kleding met het oog op uwveiligheid.BRANDSTOFLABELUitsluitend loodvrije benzineETHANOL tot 10 volumeprocentWaarschuwingslabelsVeiligheid van het voertuig10
Veiligheidsmaatregelen● Rijd voorzichtig met uw beide handen aan hetstuur en uw voeten op de voetsteunen.● Passagiers moeten zich aan de zadelriem ofaan uw middel vasthouden, en hun voetenmoeten zich tijdens het rijden op devoetsteunen bevinden.●Denk altijd aan de veiligheid van uw passagieren andere bestuurders en rijders.Beschermende uitrustingDraag geen loshangende kleding om het gevaardat er iets tussen de bewegende delen van uwvoertuig komt, te voorkomen.Zorg ervoor dat u en uw duopassagier eengoedgekeurde motorfietshelm, beschermbril enduidelijk zichtbare beschermende kleding dragen.Draag geen loshangende kleding om het gevaardat er iets tussen de bewegende delen van hetvoertuig komt, te voorkomen.
Rijd defensief enhoud altijd rekening met de weers- enwegomstandigheden.#HelmMoet voldoen aan de veiligheidsnorm, duidelijkzichtbaar zijn en de juiste afmetingen voor uwhoofd hebben● De motorhelm moet comfortabel passen enveilig met de kinriem zijn vastgemaakt● Vizier met een onbelemmerd gezichtsveld ofandere goedgekeurde oogbescherming3WAARSCHUWINGHet niet dragen van een helm verhoogthet risico op ernstig of dodelijk letsel ingeval van een botsing.Zorg ervoor dat u en uw duopassagieraltijd een goedgekeurde helm enbeschermende kleding dragen.VeiligheidsmaatregelenVeiligheid van het voertuig12
#HandschoenenLeren handschoenen met volledige vingers en eenhoge slijtweerstand#Motorlaarzen of -schoenenStevige motorlaarzen met antislipzolen enenkelbeschermers#Motorjas en -broekBeschermende, duidelijk zichtbare motorjas metlange mouwen en duurzame broek voor het rijden(of een beschermend motorpak)Voorzorgsmaatregelenvoor het rijdenInrijperiodeVolg deze richtlijnen tijdens de eerste 500 km omde toekomstige betrouwbaarheid en prestaties vanuw voertuig te waarborgen.● Vermijd het vol gas starten en snel accelereren.● Vermijd sterk afremmen en snelterugschakelen.● Rijd behoedzaam.RemmenNeem de volgende richtlijnen in acht:● Vermijd bijzonder sterk afremmen enterugschakelen.u Door plotseling remmen kan de stabiliteitvan het voertuig verminderen.u Ga waar mogelijk langzamer rijden vooreen bocht; anders bestaat het gevaar dat uuit de bocht vliegt.Voorzorgsmaatregelen voor het rijdenVeiligheid van het voertuig13Vervolg
● Wees voorzichtig op oppervlakken met eenlage tractie.u De banden slippen sneller op dit soortoppervlakken en de remweg is langer.● Vermijd continu remmen.u Door herhaaldelijk te remmen, zoals bijheuvelafwaarts rijden, kunnen de remmenernstig oververhit raken waardoor deremwerking vermindert. Vermindersnelheid door afwisselend te remmen opde motor en de remmen te gebruiken.●Bedien de voor- en achterrem tegelijkertijdvoor de meest efficiënte remwerking.#Antiblokkeersysteem (ABS)Dit model is uitgerust met een antiblokkeersysteem(ABS) dat is ontwikkeld om te voorkomen dat deremmen blokkeren tijdens abrupt remmen.● De remweg is niet korter met het ABS. Inbepaalde gevallen kan het gebruik van het ABSeen langere remweg tot gevolg hebben.● ABS werkt niet bij snelheden lager dan 10 km/h.● Het kan zijn dat de remhendel en hetrempedaal lichtjes terugspringen wanneer u derem bedient.
Dit is normaal.● Gebruik altijd de aanbevolen voor-/achterbanden en tandwielen om de werkingvan ABS te waarborgen.Voorzorgsmaatregelen voor het rijdenVeiligheid van het voertuig14
Rem op demotor en gebruik met tussenpozen de rem omsnelheid te minderen wanneer u lange, steilehellingen afrijdt.#Natte of regenachtige omstandighedenWegoppervlakken zijn glad wanneer ze nat zijn, ennatte remmen zorgen voor een verminderderemwerking.Wees bijzonder voorzichtig bij het remmen ondernatte omstandigheden.Als de remmen nat worden, rem dan tijdens hetrijden op lage snelheid om ze te laten drogen.Parkeren●Parkeer op een stevige, horizontaleondergrond.● Als u op een helling of onverhard terrein moetparkeren, parkeer het voertuig dan zodanig datdit niet kan wegrollen of omvallen.● Zorg ervoor dat hete onderdelen niet incontact kunnen komen met ontvlambarematerialen.● Raak de motor, geluiddemper, remmen enandere hete onderdelen niet aan voordat zezijn afgekoeld.●Zet het stuur altijd op slot en verwijder desleutel als u het voertuig onbewaakt achterlaatom de kans op diefstal te verminderen.Het gebruik van een antidiefstalvoorzieningwordt ook aanbevolen.Voorzorgsmaatregelen voor het rijdenVeiligheid van het voertuig15Vervolg
#Parkeren op de zijstandaard1.Zet de motor uit.2.Klap de zijstandaard omlaag.3.Laat het voertuig langzaam naar links leunentotdat het volle gewicht op de zijstandaardsteunt.4.Draai het stuur volledig naar links.u Het draaien van het stuur naar rechtsreduceert de stabiliteit en kan tot gevolghebben dat het voertuig omvalt.5.Zet de contactschakelaar in de stand (Off)en verwijder de sleutel.6.Vergrendel het stuur. 2 BLZ. 51Richtlijnen voor tanken en brandstofVolg deze richtlijnen om de motor, hetbrandstofsysteem en de katalysator tebeschermen:● Gebruik uitsluitend loodvrije benzine.● Gebruik het aanbevolen octaangetal. Hetgebruik van benzine met een lager octaangetalheeft een verminderde motorprestatie totgevolg.● Gebruik geen brandstof met een hoogalcoholgehalte. 2 BLZ.
158● Gebruik geen oude of verontreinigde benzineof een olie-benzinemengsel.●Laat geen vuil of water in de brandstoftankbinnendringen.Voorzorgsmaatregelen voor het rijdenVeiligheid van het voertuig16
Honda Selectable Torque ControlAls de Honda Selectable Torque Control (TorqueControl) wielspin van het achterwiel detecteerttijdens acceleratie, wordt het koppel naar hetachterwiel verlaagd volgens het geselecteerdeTorque Control-niveau.Bovendien vermindert het systeem de snellebeweging tijdens een wheelie op basis van hetgeselecteerde Torque Control-niveau.Torque Control laat enige wielspin tijdensacceleratie toe bij lage instellingsniveaus vanTorque Control. Selecteer een niveau dat geschiktis voor uw vaardigheid en de rijomstandigheden.Torque Control werkt niet tijdens het vertragen envoorkomt niet dat het achterwiel wegglijdt tijdenshet remmen op de motor. Sluit de gashendel nietabrupt, zeker niet wanneer u op gladdeoppervlakken rijdt.Torque Control biedt mogelijk geen compensatievoor een ruw wegdek of snelle bediening van degashendel.
Houd altijd rekening met de weg- enweersomstandigheden en uw vaardigheden enconditie als u de gashendel bedient.Als uw voertuig is vastgelopen in modder, sneeuwof zand kunt u het mogelijk gemakkelijker losrijdendoor Torque Control tijdelijk uit te schakelen.Het tijdelijk uitschakelen van Torque Control kanook helpen om de controle en het evenwicht tebewaren wanneer u op terrein rijdt.Gebruik altijd de aanbevolen banden enkettingwielen om de juiste werking van TorqueControl te waarborgen.Voorzorgsmaatregelen voor het rijdenVeiligheid van het voertuig17
Accessoires &aanpassingenWij raden u ten sterkste aan om geen accessoireste installeren die niet specifiek door Honda vooruw voertuig zijn ontworpen en geen modificatiesaan het oorspronkelijke ontwerp van uw voertuigaan te brengen. Hierdoor kan uw voertuig onveiligworden.Het ombouwen van uw voertuig kan tevens uwgarantie doen vervallen en het gebruik van uwvoertuig op de openbare weg illegaal maken.Voordat u besluit om accessoires op uw voertuig teinstalleren, moet u nagaan of dit veilig en legaal is.3WAARSCHUWINGOndeugdelijke accessoires ofaanpassingen kunnen leiden tot eenongeval waarbij u ernstig of dodelijkletsel kunt oplopen.Volg alle aanwijzingen in ditinstructieboekje betreffende accessoiresen aanpassingen.Trek geen aanhangwagen met uw voertuig enkoppel geen zijspan aan uw voertuig.
Uw voertuigis niet ontworpen voor dit toebehoren en hetgebruik hiervan kan het stuurgedrag van uwvoertuig nadelig beïnvloeden.Accessoires & aanpassingenVeiligheid van het voertuig18
Beladen● Het vervoeren van extra gewicht heeft invloedop het rijgedrag, het remgedrag en destabiliteit van uw voertuig.Rijd altijd met een veilige snelheid en nooitsneller dan 130 km/h voor de lading die uvervoert.● Vermijd overbeladen en houd u aan devoorgeschreven beladingslimieten.Maximaal draagvermogen 2 BLZ. 160● Maak alle bagage stevig vast, verdeel hetgewicht van de bagage gelijkmatig en plaatsde bagage dicht bij het midden van hetvoertuig.●Plaats geen bagage dicht bij de lampen of degeluiddemper.3WAARSCHUWINGOverbelasting of verkeerd beladen kaneen ongeval veroorzaken waarbij uernstig of dodelijk letsel kunt oplopen.Volg alle limieten en richtlijnen voorbelading in deze handleiding.BeladenVeiligheid van het voertuig19
InstrumentenBedieningshandleiding24ToerentellerAls de contactschakelaar op (On) wordt gezet, wordt de opstartanimatie getoond. Als een deel vandeze displays niet wordt weergegeven zoals het hoort, laat dan uw dealer controleren op problemen.DisplaycontroleKlok (12-uurs-of 24-uursweergave)Klok instellen: (BLZ.36)Rode zone toerentellerWeergave rijmodus(BLZ.53)SnelheidsmeterCursor(te hoog motortoerentalbereik)INFO 3-display (BLZ.33)INFO 1-display (BLZ.27)INFO 2-display (BLZ.30)Het INFO-display wijzigen(BLZ.27) (BLZ.30)Het displayselecteren(BLZ.26)LET OPLaat de motor niet draaien met de toe-renteller in de rode zone. Een te hoogmotortoerental kan de levensduur vande motor nadelig beïnvloeden.
Bedieningshandleiding25VervolgResterende brandstof wanneer alleen het 1esegment (E) gaat knipperen: ongeveer 4,0 LBrandstofmeteru "-" verschijnt wanneer niet goed in eenversnelling is geschakeld.De schakelstand wordt weergegeven door deversnellingsstandindicator.VersnellingsstandindicatorAls het controlelampje van de brandstofniveaumeterknippert of uitgaat: (BLZ.132)De schakelstand wordt weergegeven in deversnellingsstandindicator wanneer de MT-MODUS is geselecteerd. De indicator kanknipperen als:u Het voorwiel van de grond komt.u U aan het wiel draait terwijl het voertuigrechtop staat op de middenbok.Dit is normaal. Zet de contactschakelaar inde stand (Off) en weer in de stand (On)om het systeem opnieuw in te schakelen.CMX1100A/A2CMX1100D/D2LET OPU moet tanken wanneer de waarde segment E (1e)nadert. Als de brandstof opraakt, kan de motoroverslaan en de katalysator beschadigd raken.
#Het display selecterenDruk op de MODE-toets om de cursor te verplaatsen en een display te selecteren.Als de automatische resetmodus voor ritteller A is geactiveerd, wordt de ritteller tijdens het tankengereset. (BLZ.36) (BLZ.40)Bedieningshandleiding26Instrumenten (Vervolg)Druk op de MODE-toetsWeergave rijmodus INFO 1-display INFO 2-displayCursorCursor Cursor
#INFO 1-displayU kunt het volgende selecteren:● Kilometerteller [TOTAL]● Huidig brandstofverbruik [CONS.]● Verstreken tijd [ELAPSED]●Beschikbare rijafstand [RANGE]#Het INFO 1-display wijzigenaSelecteer het INFO 1-display. (BLZ.26)bDruk op de SEL -toets (omhoog) of de SEL-toets (omlaag) totdat de gewenste indicatiewordt weergegeven.cDruk op de MODE-toets. Het INFO 1-display isingesteld en het display schakelt over naar hetINFO 2-display. (BLZ.30)Bedieningshandleiding27VervolgDruk op de toets SEL (omhoog)Druk op de toets SEL (omlaag)Kilometerteller Huidig brandstofverbruik Verstreken tijd Beschikbarerijafstand
#Kilometerteller [TOTAL]Totale afgelegde afstand.Als "------" wordt weergegeven, ga dan naaruw dealer voor onderhoud.#Huidig brandstofverbruik [CONS.]Toont het huidige brandstofverbruik.Weergavebereik: 0,0 tot 300,0 L/100km (km/L, mpg of mile/L)● Wanneer uw snelheid lager is dan 5 km/h (3 mph): "---.-" wordt weergegeven.●Wanneer u de eenheid van debrandstofverbruikmeter selecteert "km/L","mpg" of "mile/L"Meer dan 300,0 km/L (mpg of mile/L):"300.0" wordt weergegeven.Wanneer u de eenheid van debrandstofverbruikmeter "L/100 km" selecteertMeer dan 300,0 L/100km : "---.-" wordtweergegeven.Als de berekende waarde lager is dan0,1 L/100km: "0.0" wordt weergegeven.Als "---.-" wordt weergegeven in andere dan debovenvermelde gevallen, ga dan naar uw dealervoor onderhoud.Bedieningshandleiding28Instrumenten (Vervolg)
#Verstreken tijd [ELAPSED]Toont de bedrijfstijd sinds het starten van demotor.Weergavebereik: 00:00 tot 99:59 (uren:minuten)● De verstreken tijd keert terug naar 00:00wanneer de waarde hoger is dan 99:59.Als de contactschakelaar in de stand (Off)staat, wordt de verstreken tijd teruggezet.#Beschikbare rijafstand [RANGE]Geeft de geschatte afstand aan die u kuntafleggen met de resterende brandstof.Weergavebereik: 999 tot 5 km (999 tot 3 mile)● Boven 999 km (mile): "999" wordtweergegeven.●Beginweergave: "---" wordt weergegeven.● Wanneer de beschikbare rijafstand minder isdan 5 km (3 mijl) of de hoeveelheidresterende brandstof minder dan 1,0 L (0,2 gal) is, wordt "---" weergegeven.De aangegeven beschikbare rijafstand wordtberekend op basis van de rijomstandigheden.Het aangegeven cijfer is mogelijk niet altijd dewerkelijke toegestane afstand.Als "---" wordt weergegeven in andere dan debovenvermelde gevallen, ga dan naar uw dealervoor onderhoud.Bedieningshandleiding29Vervolg
#INFO 2-displayU kunt het volgende selecteren:● Trip A [TRIP A]●Gemiddeld brandstofverbruik A [AVG.CONS. A]● Gemiddelde snelheid A [AVG. SPD. A]●Trip B [TRIP B]●Gemiddeld brandstofverbruik B [AVG.CONS. B]● Gemiddelde snelheid B [AVG. SPD. B]#Het INFO 2-display wijzigenaSelecteer het INFO 2-display. (BLZ.26)bDruk op de SEL -toets (omhoog) of de SEL -toets (omlaag) totdat de gewensteindicatie wordt weergegeven.cDruk op de MODE-toets. Het INFO 2-display isingesteld en het display schakelt over naar deweergave van de rijmodus.Bedieningshandleiding30Instrumenten (Vervolg)Druk op de toets SEL (omhoog)Druk op de toets SEL (omlaag)Trip AGemiddeld brandstofverbruik A Gemiddelde snelheid ATrip BGemiddeld brandstofverbruik BGemiddelde snelheid B
#Ritteller A/B [TRIP A/B]Afstand gereden na het resetten van de ritteller.Als "-----.-" wordt weergegeven, ga dan naaruw dealer voor onderhoud.De ritteller terugstellen: (BLZ.34)#Gemiddelde snelheid [AVG.SPD.]Toont de gemiddelde snelheid sinds hetterugstellen van de gemiddelde snelheid.De gemiddelde snelheid wordt berekend opbasis van de waarde die wordt weergegeven opde geselecteerde ritteller (A of B).●Weergavebereik: 0 tot 199 km/h of 0 tot 124 mph● Als u minder dan 0,2 km met uw voertuighebt gereden sinds het starten van demotor: "---" wordt weergegeven.●Als de bedrijfstijd van uw voertuig minderdan 16 seconden is sinds het starten van demotor, wordt "---" weergegeven.De gemiddelde snelheid terugstellen:(BLZ.34)Bedieningshandleiding31Vervolg
#Gemiddeld brandstofverbruik[AVG.CONS.]Toont het gemiddelde brandstofverbruik sindshet terugzetten van het gemiddeldebrandstofverbruik.Het gemiddelde brandstofverbruik wordtberekend op basis van de waarde die wordtweergegeven op de geselecteerde ritteller (A of B).Weergavebereik: 0,0 tot 300,0 L/100km (km/L,mpg of mile/L)●Wanneer u de eenheid van debrandstofverbruikmeter selecteert "km/L","mpg" of "mile/L"Meer dan 300,0 km/L (mpg of mile/L):"300.0" wordt weergegeven.Wanneer u de eenheid van debrandstofverbruikmeter "L/100 km" selecteertMeer dan 300,0 L/100km: "---.-" wordtweergegeven.Als de berekende waarde lager is dan0,1 L/100km: "0.0" wordt weergegeven.●Als het gemiddelde brandstofverbruik wordtteruggezet: "---.-" wordt weergegeven.Als "---.-" wordt weergegeven in andere dan debovenvermelde gevallen, ga dan naar uw dealervoor onderhoud.Het gemiddelde brandstofverbruikterugstellen: (BLZ.34)Bedieningshandleiding32Instrumenten (Vervolg)
#INFO 3-displayDe volgende items worden weergegeven.● Luchttemperatuurmeter● Ingestelde snelheid cruise controlAls de cruise control niet wordt gebruikt, wordtde luchttemperatuurmeter weergegeven.De ingestelde snelheid van de cruise controlwordt weergegeven wanneer u de cruisecontrol gebruikt.#Ingestelde snelheid cruise controlDe ingestelde snelheid voor de cruise controlwordt weergegeven.De ingestelde snelheid van de cruisecontrol instellen: (BLZ.70)#LuchttemperatuurmeterToont de omgevingstemperatuur.Weergavebereik: -10 ºC tot 50 ºC● Onder -10 ºC: "---" wordt weergegeven● Hoger dan 50 ºC: 50 ºC knippert gaat branden wanneer debuitentemperatuur lager is dan 3 ºC, en gaat uitwanneer een buitentemperatuur van 5 ºC wordtbereikt nadat aan ging.u Als u cruise control gebruikt terwijl wordtweergegeven, wordt uitgeschakeld.De hitte die wordt afgegeven door het wegdeken de uitlaatgassen van overig verkeer kunnende temperatuurmeting beïnvloeden wanneeruw voertuig langzamer rijdt dan 30 km/h (19mph).
#De ritteller A/B, het gemiddelde brandstofverbruik A/B en de gemiddelde snelheid terugstellen A/BAls u de ritteller A, het gemiddelde brandstofverbruik A en de gemiddelde snelheid A tegelijkertijd wiltterugstellen, houdt u de MODE-knop ingedrukt terwijl de ritteller A, het gemiddelde brandstofverbruik Aof de gemiddelde snelheid A wordt weergegeven.Wanneer deze zijn teruggesteld, tonen alle meters de teruggestelde waarde. Het display keertvervolgens terug naar de laatst geselecteerde weergave.Als de automatische resetmodus voor ritteller A, gemiddeld brandstofverbruik A en gemiddelde snelheidA is geactiveerd, worden ritteller A, gemiddeld brandstofverbruik A en gemiddelde snelheid A tijdens hettanken gereset. (BLZ.36) (BLZ.40)Bedieningshandleiding34Instrumenten (Vervolg)Ritteller AGemiddeld brandstofverbruik AofGemiddelde snelheid [ A ]of
Als u de ritteller B, het gemiddelde brandstofverbruik B en de gemiddelde snelheid B tegelijkertijdwilt terugstellen, houdt u de MODE-knop ingedrukt terwijl de ritteller B, het gemiddeldebrandstofverbruik B of de gemiddelde snelheid B wordt weergegeven.Wanneer deze zijn teruggesteld, tonen alle meters de teruggestelde waarde. Het display keertvervolgens terug naar de laatst geselecteerde weergave.Bedieningshandleiding35VervolgRitteller BGemiddeld brandstofverbruik BofGemiddelde snelheid [ B ]of
Als de contactschakelaar in de stand (Off)wordt gezet of er ongeveer 30 seconden nietop de toetsen MODE, SEL (omhoog), SEL (omlaag) wordt gedrukt, wordt debediening automatisch omgeschakeld van deinstelmodus naar de normale weergave.Als er niet op de toets wordt gedruktgedurende ongeveer 30 seconden, wordenitems waarvoor de instelling aan de gang isgenegeerd en worden alleen items metvoltooide instellingen toegepast.Houd de toetsen MODE en SEL (omhoog)of de toets SEL (omlaag) ingedrukt omterug te keren naar de normale weergave.Als de contactschakelaar in de stand (Off)wordt gezet of de knop MODE en SEL (omhoog) of SEL (omlaag) ingedrukt wordtgehouden, worden items waarvoor de instellingaan de gang is en die zijn voltooid, toegepast.1 Tijdsindeling instellen:U kunt de tijdsindeling omschakelen tussen 12-uursindeling en 24-uursindeling.aZet de contactschakelaar in de stand (On).bHoud de MODE-toets en de SEL -toets(omhoog) of de SEL -toets (omlaag)ingedrukt, de huidige tijdsindeling begint teknipperen.cDruk op de SEL -toets (omhoog) of de SEL -toets (omlaag) om "12hr" of "24hr" teselecteren.dDruk op de MODE-toets.
2 Klok instellen:aDruk op de SEL -toets (omhoog) of de SEL -toets (omlaag) totdat het gewensteuur wordt weergegeven.u Houd de SEL -toets (omhoog) of deSEL -toets (omlaag) ingedrukt om hetuur versneld in te stellen.bDruk op de MODE-toets. De minutenbeginnen te knipperen.cDruk op de SEL -toets (omhoog) of de SEL -toets (omlaag) totdat de gewensteminuten worden weergegeven.u Houd de SEL -toets (omhoog) of deSEL -toets (omlaag) ingedrukt om deminuten versneld in te stellen.dDruk op de MODE-toets. De klok is ingestelden het display schakelt over naar helderheidachtergrondverlichting instellen.Bedieningshandleiding38Instrumenten (Vervolg)
3 Helderheid achtergrondverlichtinginstellen:U kunt een van de vijf helderheidsniveausinstellen.aDruk op de SEL -toets (omhoog) of de SEL -toets (omlaag). De helderheid wordtomgeschakeld.bDruk op de MODE-toets. Deachtergrondverlichting is ingesteld en deweergave schakelt over naar het instellen vanhet HISS-controlelampje.Bedieningshandleiding39VervolgDruk op de toetsSEL (omlaag)Druk op de toetsSEL (omhoog)
4 HISS-controlelampje instellen:U kunt de knipperfunctie van het HISS-controlelampje aan- of uitzetten.aDruk op de toets SEL (omhoog) of SEL (omlaag) om "ON" (knippert) of "OFF"(uit) te selecteren.bDruk op de MODE-toets. het HISS-controlelampje is ingesteld en het displayschakelt vervolgens over naar de automatischeresetmodus in-uitschakelen voor ritteller A,gemiddeld brandstofverbruik A en gemiddeldesnelheid A.5 Automatische resetmodus in-/uitschakelen voor rittellerA, gemiddeldbrandstofverbruik A en totaal verbruiktebrandstof A:U kunt de automatische resetmodus in-/uitschakelen door twee of meer segmenten vande brandstofmeter toe te voegen.
Deze modusis standaard ingeschakeld.Als de automatische resetmodus na het tanken"ON" (activeren) is, worden de ritteller A,gemiddeld brandstofverbruik A en gemiddeldesnelheid A automatisch gereset wanneer u metuw voertuig 0,06 mile (0,1 km) rijdt en decontactschakelaar wordt gezet op de stand (Uit) en daarna weer op (Aan).Bedieningshandleiding40Instrumenten (Vervolg)
aDruk op de SEL -toets (omhoog) of de SEL -toets (omlaag) om "On"(inschakelen)of "OFF" (uitschakelen) van de automatischeresetmodus te selecteren.bDruk op de MODE-toets. Het in-/uitschakelenvan de automatische resetmodus is ingesteld.De weergave schakelt over naar het wijzigenvan de eenheid voor snelheid en afgelegdeafstand.6 Eenheid van snelheid en afgelegdeafstand wijzigen:aDruk op de SEL -toets (omhoog) of de SEL -toets (omlaag) om "km/h" & "km" of"mph" & "mile" te selecteren.bDruk op de MODE-toets. De eenheid vansnelheid en afgelegde afstand is ingesteld enhet display schakelt over naar het wijzigen vaneenheid van brandstofverbruikmeter.Bedieningshandleiding41Vervolg
ControlelampjesBedieningshandleiding43Vervolg Richtingaan-wijzer links Richtingaan-wijzer rechts Controlelampje neutraalstandGaat branden als de transmissie in deneutraalstand staat. Controlelampje grootlichtPGM-FI-storingslampje (elektronischgeregelde brandstofinspuiting) (MIL)Als dit gaat branden terwijl de motor draait:(BLZ.128)Gaat kort branden als de contactschakelaar in destand (On) wordt gezet met demotorstopschakelaar in de stand (Run).Gaat kort branden als de contactschakelaar in destand (On) wordt gezetGaat kort branden als de contactschakelaar in destand (On) wordt gezet Controlelampje hoge koelvloeistoftemperatuurAls één van deze controlelampjes niet gaat branden terwijl dat zou moeten, laat dan uw dealercontroleren op problemen.
Bedieningshandleiding44Controlelampjes (Vervolg)Gaat branden als de contactschakelaar in destand (On) wordt gezet. Gaat uit na het startenvan de motor.Als dit gaat branden terwijl de motor draait:(BLZ.127) OliedrukcontrolelampjeHandremcontrolelampjeGaat branden om u erop te wijzen datu de parkeerremhendel niet hebtvrijgezet.Als dit gaat branden tijdens het rijden:(BLZ.129)ABS-controlelampje(antiblokkeersysteem)Gaat branden wanneer het elektrische systeemwordt ingeschakeld. Gaat uit bij een snelheid vanongeveer 10 km/h (6 mph).CMX1100D/D2
Bedieningshandleiding45 Controlelampje Torque Control UITGaat branden als Torque Control wordtuitgeschakeld. Torque Control-controlelampje Ingestelde snelheid cruise control● Knippert als Torque Control in werking is.●Gaat branden als de contactschakelaar in de stand (On)wordt gezet. Gaat uit als uw motorfiets een snelheid vanongeveer 5 km/h (3 mph) bereikt om aan te geven datTorque Control klaar is voor gebruik.Gaat branden als u een snelheid hebt ingesteldvoor de cruise control.Gaat branden als u op de schakelaar Cruisecontrol aanhouden drukt. Controlelampje Cruise controlaanhoudenCruise control: (BLZ.69)HISS-controlelampje (BLZ.142)● Gaat kort branden als de contactschakelaar inde stand (On) wordt gezet. Gaat uit als decontactsleutel de juiste code bevat.●Knippert elke 2 seconden gedurende 24 uur als decontactschakelaar in de stand (Off) wordt gezet.
Bedieningshandleiding49Vervolg Richtingaanwijzerschakelaar• : Dimlicht• : GrootlichtDimlichtschakelaar/passing-schakelaar• : Knipperen met het grootlicht. ClaxonknopOm de versnelling terug te schakelen. (BLZ.68)Terugschakelknop (-)Om de versnelling op te schakelen.(BLZ.68)Opschakelknop (+)#Schakelaars op handgreep linksMODE-toetsWordt gebruikt voor het bedienen en instellenvan het display. (BLZ.26) (BLZ.36)Wordt ook gebruikt om de rijmodus in testellen. (BLZ.53)CMX1100D/D2CMX1100D/D2
Bedieningshandleiding50Schakelaars (Vervolg) Alarmknipperlichtschakelaar sel omhoog-schakelaarKan op uit of aan worden gezet wanneer decontactschakelaar in de stand (On) wordt gezet. sel omlaag-schakelaarWordt gebruikt voor het bedienen eninstellen van het display. (BLZ.36)Wordt ook gebruikt om de rijmodus in te stellen.(BLZ.53)Wordt ook gebruikt om de rijmodus in testellen. (BLZ.53)Wordt gebruikt voor het bedienen en instellenvan het display. (BLZ.36)
StuurslotVergrendel het stuur wanneer u parkeert omdiefstal te voorkomen.Een U-vormig wielslot of iets vergelijkbaarswordt ook aanbevolen.#VergrendelenaDraai het stuur volledig naar links.bSteek de contactsleutel in het stuurslot.cDuw de contactschakelaar omlaag en draai 180graden naar rechts.u Draai het stuur als het stuur moeilijkvergrendeld kan worden.dVerwijder de contactsleutel.#OntgrendelenSteek de contactsleutel in het slot, duw het in endraai 180 graden naar rechts.Bedieningshandleiding51StuurslotContactsleutelDuwenDraaien
ParkeerremCMX1100D/D2Parkeerremhendel en ontgrendeltoetsZorg ervoor dat de motorfiets op deparkeerrem staat tijdens het parkeren en hetwarmdraaien van de motor.u Controleer of de parkeerremhendel is vrijgezetvoordat u gaat rijden.#VergrendelenTrek de parkeerremhendel naar achteren omhet achterwiel te blokkeren.u Controleer of de ontgrendelknop uitspringt ende parkeerremhendel niet is ontgrendeld.u De parkeerremvergrendeling werkt niet als deparkeerrem niet juist is afgesteld. (BLZ.113)#OntgrendelenOntgrendel de parkeerremhendel door dehendel (a) lichtjes in te trekken en op deontgrendelknop (b) te drukken.u Controleer voordat u gaat rijden of hetparkeerremcontrolelampje uit is en of deparkeerrem volledig is ontgrendeld zodat hetachterwiel niet zwaar loopt.Bedieningshandleiding52ParkeerremhendelOntgrendelknop
RijmodusU kunt de rijmodus wijzigen.De rijmodus bestaat uit de volgendeparameters.Het niveau van elke parameter verandertafhankelijk van de geselecteerde rijmodus.P: Niveau motorvermogenEB: Niveau motorremT: Torque Control-niveauAlleen CMX1100D/D2D: DCT-niveauRijmodus heeft vier modi.Beschikbare rijmodi: SPORT, STANDARD, RAINen USER.SPORT, STANDARD en RAINu SPORT: Deze modus is geschikt voor sportiefrijden. U voelt de meeste reactie van de motor.u STANDARD: Standaard, allround modus vooruiteenlopende situaties.u RAIN: Goed voor stabiel rijden op gladwegdek, zoals bij regen.Deze niveaus kunnen niet worden gewijzigd.USERDe waarden van de oorspronkelijke instellingkunnen worden gewijzigd.Bedieningshandleiding53VervolgHuidige rijmodusP-niveauT-niveauEB-niveauD-niveauAlleen CMX1100D/D2
Oorspronkelijke instellingP-niveau T-niveau EB-niveauD-niveau*3SPORTHoog Laag Midden HoogSTANDARDMidden Midden Midden MiddenRAINLaag Hoog Laag LaagUSERMidden*1Midden*1, 2Midden*1Midden*1Opmerkingen:*1: Niveau kan worden gewijzigd.*2: Als uit is geselecteerd, verandert het niveau in Midden wanneer het contact weer wordt ingeschakeld.*3: Alleen CMX1100D/D2.Bedieningshandleiding54Rijmodus (Vervolg)
P-niveau (motorvermogensniveau)P-niveau heeft drie instelniveaus.Beschikbaar instelbereik: Laag naar Hoogu Hoog geeft het meeste vermogen.u Laag geeft het minste vermogen.T-niveau (Torque Control-niveau)T-niveau heeft drie instelniveaus of kan wordenuitgeschakeld.Beschikbaar instelbereik: Laag naar Hoog, of Uitu Laag is het minimale Torque Control-niveauu Hoog is het maximale Torque Control-niveau.u Uit schakelt Torque Control uit.EB-niveau (niveau motorrem)EB-niveau heeft drie instelniveaus.Beschikbaar instelbereik: Laag naar Hoogu Hoog geeft het sterkste remeffect.u Laag geeft het zwakste remeffect.Alleen CMX1100D/D2D-niveau (DCT-niveau)D-niveau heeft drie instelniveaus.Beschikbaar instelbereik: Laag naar Hoogu Laag is het laagste motortoerental.u Hoog is het hoogste motortoerental.Bedieningshandleiding55VervolgLaag Midden HoogHoogMiddenLaagUitHoogMiddenLaagHoogMiddenLaag
Rijmodus instellenU kunt de waarden van P, T, EB en D wijzigen inde rijmodus USER.aBreng het voertuig tot stilstand.bSelecteer de rijmodus USER. (BLZ.56)cHoud de MODE-toets ingedrukt tot de P-waarde knippert.dSelecteer de gewenste parameter en hetgewenste instelniveau.u Druk op de MODE-toets om de parameterte selecteren.u Selecteer het instelniveau met de toets SEL (omhoog) of (omlaag).u Het T-niveau kan worden uitgeschakelddoor de toets SEL (omlaag) ingedruktte houden terwijl u de T-parameterselecteert.u Het T-niveau kan worden gewijzigd van Uitnaar Laag door op de toets SEL (omhoog) te drukken.U kunt op elk gewenst moment stoppen metinstellen van de rijmodi door de MODE-toetsingedrukt te houden.Bedieningshandleiding57Vervolg
Motor startenCMX1100A/A2Start de motor volgens de volgende procedure,ongeacht of de motor koud of warm is.LET OP•Als de motor niet binnen 5 seconden start, moet u decontactschakelaar in de stand (Off) zetten en 10seconden wachten voordat u de motor opnieuwprobeert te starten om de accuspanning te verhogen.•Het langdurig versneld stationair draaien en hetverhogen van het toerental kunnen de motor en hetuitlaatsysteem beschadigen.aZorg ervoor dat de motorstopschakelaar in destand (Run) staat.bZet de contactschakelaar in de stand (On).cZet de versnellingsbak in de neutraalstand (N-controlelampje gaat branden). U kunt ookde koppelingshendel intrekken om uw voertuigte starten met de transmissie in de versnellingwanneer de zijstandaard omhoog is geklapt.dDruk op de START -knop met een vollediggesloten gashendel.Bedieningshandleiding59Vervolg
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Honda CMX1100 (2024) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Motor Honda
Alle Honda Motor handleidingen