Ghost Bikes KATO Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Ghost Bikes KATO (57 pagina’s), behorend tot de categorie Fiets E-bike. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 24 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Ghost Bikes KATO of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Ghost Bikes |
| Categorie: | Fiets E-bike |
| Model: | KATO |
Handleiding Ghost Bikes KATO – volledige tekst
2 3Gebruiksaanwijzing voor GHOST fietsenVersie 11/151. Algemene informatie over uw nieuwe fiets en over deze gebruiksaanwijzing. 7 1. 1 Toepassingsgebied. 7 1. 2 Leveringsomvang. 7 1. 2. 1 Basisuitvoering. 7 1. 2. 2 Optionele accessoires voor de montage door uw fietsspecialist. 7 1. 3 Andere van toepassing zijnde documenten. 7 1. 4 Wettelijke voorschriften. 8 1. 5 Conventies. 9 1. 5. 1 Symbolen en signaalwoorden. 9 1. 5. 2 Afkortingen. 9 1. 5. 3 Vakbegrippen. 10 1. 5. 4 Weergave. 112. Voor uw veiligheid. 11 2. 1 Volg de aanwijzingen in deze gebruiksaanwijzing op. 11 2. 2 Raadpleeg hiervoor uw fietsspecialist. 12 2. 3 Gebruik uw fiets voor het doel waarvoor hij is gemaakt. 12 2. 3. 1 Welke werkzaamheden mag u zelf aan uw fiets uitvoeren. 12 2. 3. 2 Waarop moet u letten bij latere montage van accessoires en bij aanpassingen. 12 2. 3. 3 Wie mag er op uw fiets rijden. 13 2. 3.
1 Bandenspanning instellen. 59 8. 2. 1. 2 Vering uit- en inschakelen. 60 8. 2. 2 Geveerde voorvorken zonder luchtvering. 60 8. 3 Achterwielvering afstellen. 61 8. 4 Versnellingen bedienen. 61 8. 4. 1 Kettingschakeling. 61 8. 4. 1. 1 Naar een groter(e) kettingblad/pignon schakelen. 61 8. 4. 1. 2 Naar een kleiner(e) kettingblad/pignon schakelen. 64 8. 4. 2 Naafschakeling. 67 8. 4. 2. 1 Naar een lagere versnelling schakelen. 67 8. 4. 2. 2 Naar een hogere versnelling schakelen. 68 8. 5 Remmen bedienen. 68 8. 6 Klemsystemen voor wielen en zadelpen bedienen. 69 8. 6. 1 Snelspanas op het voorwiel openen en sluiten. 69 8. 6. 1. 1 Snelspanas openen. 69 8. 6. 1. 2 Snelspanas sluiten. 70 8. 6. 2 Steekas op het voorwiel openen en sluiten. 72 8. 6. 2. 1 Steekas openen. 72 8. 6. 2. 2 Steekas sluiten. 73 8. 6. 3 Snelspanas op de zadelstrop openen en sluiten. 74 8. 6. 3.
1 Versnellingen, aandrijvingen. 98 15. 2 Remmen. 99 15. 3 Frame, zadelpen en vering. 100 15. 4 Spatschermen, bagagedrager, verlichting. 102 15. 5 Wielen en banden. 102 15. 5. 1 Binnenband en buitenband vervangen. 10316. Fiets niet gebruiken gedurende een langere periode. 10517. Fiets afvoeren. 10518. Waarborg, garantie. 105 18. 1 Algemeen. 105 18. 2 Houdbaarheidsgarantie op frame vanaf modeljaar 2015. 10519. Overzichtsafbeeldingen met alle fietsonderdelen. 10720. Colofon. 112Geachte klant,Graag willen wij u feliciteren met uw keuze voor een fiets uit ons bedrijf en u danken voor het in ons gestelde vertrouwen. Met uw fiets hebt u een hoogwaardig, milieuvriendelijk en sportief voortbewegingsmiddel gekocht waaraan u veel plezier zult beleven en waarmee u tevens uw gezondheid ondersteunt. 1.
Algemene informatie over uw nieuwe fiets en over deze gebruiksaanwijzingDeze gebruiksaanwijzing vormt een zeer belangrijk document. Lees hem voor het eerste gebruik aandachtig door en bewaar hem goed. 1.
1 ToepassingsgebiedDeze gebruiksaanwijzing geldt alleen voor fietsen van de firma GHOST vanaf modeljaar 2016, zoals in par. 4. 1 tot 4. 1. 5 genoemd. Deze gebruiksaanwijzing geldt niet voor GHOST Epac’s en Pedelecs. 1. 2 Leveringsomvang1. 2. 1 Basisuitvoering• Complete fiets (diverse modellen zonder pedalen) of frameset• Bij carbonframes: Montagepasta• Indien schijfremmen voorhanden: een transportbeveiliging• Gebruiksaanwijzing in uw eigen taal1. 2. 2 Optionele accessoires voor de montage door uw fietsspecialistLees in par. 2. 3. 2. Waarop moet u letten bij latere montage van accessoires en bij aanpassingen. met welke optionele accessoires u uw fiets kunt laten uitbreiden. 1. 3 Andere van toepassing zijnde documenten• Leveringsdocument Het bevat karakteristieke en andere gegevens van uw fiets. • Gebruiksaanwijzingen voor componenten Hierin vindt u productspecifieke gegevens.
Door de diversiteit kunnen niet alle op uw fiets gemonteerde componenten in deze gebruiksaanwijzing worden beschreven. Voor u belangrijke gebruikersinformatie is als apart document bijgevoegd en is in het leveringsdocument genoemd. De aanwijzingen in dit hoofdstuk en informatie moeten altijd als eerste worden opgevolgd en aangehouden. • Nieuwe technische inzichten kunnen leiden tot wijzigingen aan modellen, in de technische gegevens en tot volledig nieuwe modellen. Als deze wijziging voor de omgang en uw veiligheid relevant is, is de bijbehorende.
8 9gebruikersinformatie als apart document bijgevoegd en in het leveringsdocument genoemd. • Vraag uw fietsspecialist naar de geldigheid van deze technische gegevens. 1. 4 Wettelijke voorschriftenAls verkeersdeelnemer moet u de in uw land geldende verkeersregels naleven. In Duitsland hebt u voor uw fiets geen officiële goedkeuring nodig. Op openbare wegen mag u met uw fiets alleen maar rijden als u daarvoor de uitrusting aanbrengt die in uw land wettelijk is voorgeschreven. In Duitsland zijn deze vereisten geregeld in het wegenverkeersreglement (StVZO). Dit reglement schrijft de volgende uitrusting voor:• twee onafhankelijk van elkaar werkende remmen• een bel• door middel van een dynamo gevoede verlichting voor (wit licht) en achter (rood licht)• van de dynamoverplichting ontheven zijn racefietsen die minder wegen dan 11 kg.
Ook voor racefietsen die van de dynamoverplichting ontheven zijn, moet u overdag goedgekeurde batterijverlichting meevoeren. Voor de duur van deelname aan wedstrijden zijn racefietsen van deze verplichting ontheven. • witte reflector voor (vaak in de koplamp geïntegreerd) evenals twee rode reflectoren achter (een daarvan vaak in het achterlicht geïntegreerd)• zowel op het voor- als achterwiel twee geel stralende reflectoren; als alternatief: buitenband met aan beide zijden aangebrachte zijdelingse reflectiestrepen• zowel op het rechter- als linkerpedaal twee geel stralende reflectoren• alle verlichtings- en reflectordelen moet voor fietsen uitdrukkelijk goedgekeurd zijn. Raadpleeg hiervoor uw fietsspecialist. • de volledige tekst van de voorschriften kunt u voor het rijden in Duitsland vinden in de StVZO of informeer bij uw fietsspecialist.
• de letterlijke wettekst met detailinformatie vindt u onder andere op het internet op het volgende adres: http//www. gesetze-im-internet. de/stvzo/ (versie: 01/2012)• bij gebruik buiten Duitsland dient u de in uw land geldende verkeersregels na te leven.
2 AfkortingenAfkorting Betekenis°Graden, hoekmaatBar Gebruikelijke eenheid voor bandenspanning°C Graden Celsius, eenheid voor temperatuurDIN Duits instituut voor normeringEN Europese normEPACElectric Power Assisted Cycles, ook Pedelec (pedal electric)Fiets met een elektrische hulpaandrijving die alleen actief wordt als de fietser de pedalen beweegthUur (uren)HWK Duitse Kamer van Ambachten en NeringenIHK Kamer van Koophandel en Industrie (in Duitsland)km/h Kilometer per uur, eenheid voor snelheidkg Kilogram, eenheid voor gewichtMTB MountainbikeNm Newtonmeter; eenheid voor aandraaimomentPedelec zie EPACpsi pound per square Inch, Amerikaanse eenheid voor druk (1 psi = 0,06897 bar)RH FramehoogteStVO Wegenverkeersreglement (in Duitsland)SW Sleutelwijdte, gereedschapsmaat1. 5 Conventies1. 5.
1 Symbolen en signaalwoordenSymbool en signaalwoord BetekenisWijst u op de inachtneming en de uitwerking van veilig-heidsinformaties. WAARSCHUWING Wijst u op een gevaarlijke situatie die als zij niet wordt vermeden tot ernstig letsel of tot de dood kan leiden. VOORZICHTIG Wijst u op een gevaarlijke situatie die als zij niet wordt vermeden tot licht tot ernstig letsel kan leiden. OPMERKING Wijst u op mogelijke schade aan objecten en andere belangrijke informatie.
10 111. 5. 4 WeergaveIn deze gebruiksaanwijzing maken wij gebruik van de volgende opmaakregels:• Veiligheidsaanwijzingen zijn met een symbool, een signaalwoord en vetgedrukt weergegeven, zie par. 1. 5. 1, Symbolen en signaalwoorden. • Instruerende teksten hebben een nummervolgorde. • Opmerkingen en verwijzingen worden cursief weergegeven. • Weergaven op afbeeldingen zijn modelneutraal. Ze gelden voor alle fietsmodellen in deze gebruiksaanwij-zing. • Hier vindt u een afbeelding met alle in de tekst genoemde fietsonderdelen Hfst. 19, Overzichtsafbeeldingen met alle fietsonderdelen. • Positieaanduidingen: In deze gebruiksaanwijzing gebruiken wij de volgende aanduidingen voor de positie van onderdelen in de tekening/afbeelding (positieaanduidingen): Aanduidingen zoals links, rechts, voor en achter hebben altijd betrekking op de positie in rijrichting. 2. Voor uw veiligheid2.
1 Volg de aanwijzingen in deze gebruiksaanwijzing op• Lees deze gebruiksaanwijzing aandachtig door alvorens uw fiets voor de eerste keer te gebruiken. • Controleer of uw fietsspecialist het leveringsdocument voor uw fiets volledig heeft ingevuld en of u alle documenten hebt ontvangen die in het leveringsdocument genoemd zijn. • Neem contact op met uw fietsspecialist als iets mocht ontbreken. • Neem uw fiets pas in gebruik nadat u de volledige documentatie ontvangen en de gebruiksaanwijzing zorgvuldig gelezen hebt. • Als u uw fiets ooit verkoopt of aan een ander schenkt, geef dan ook deze gebruiksaanwijzing samen met uw fiets door aan de nieuwe eigenaar/eigenares. • Gebruiksaanwijzing voor kinder- en jeugdfietsen:• Deze gebruiksaanwijzing is gericht aan de ouders/voogden van de kinderen en jongeren die van deze fiets gebruikmaken. • Wanneer in deze gebruikaanwijzing bijv. sprake is van '.
• Neem deze gebruiksaanwijzing samen door en leg uw kind alle punten uit, vooral de gevareninstructies. • Als degene die bevoegd is de ouderlijke macht uit te oefenen, bent u verantwoordelijk voor de veiligheid en het gebruik van de fiets. 2. 2 Raadpleeg hiervoor uw fietsspecialist1. 5. 3 VakbegrippenVakbegrip BetekenisSlag (in het wiel) Omgangstaal voor een rondloopafwijking aan de velgDraaimoment ook aandraaimoment. Geeft aan, hoe vast een schroef/bout moet worden aangedraaidSpecialist/ fiets-specialistBedrijf dat door de overheid en door de fabrikant geautoriseerd is zich te be-titelen als specialist voor de verkoop en reparatie van conventionele fietsen.
Handkracht Gemiddelde kracht die een volwassen mens met matige tot gemiddelde inspanning met één hand opbrengtManometer BandenspanningmeterCorrecte schroefverbin-dingVaste schroefverbinding waarbij de schroefkoppen over het hele oppervlak vast tegen het onderdeel liggen. Incorrecte schroefverbin-dingTe losse schroefverbinding waarbij de schroefkoppen niet over het hele op-pervlak vast tegen het onderdeel liggen. In de regel is dit herkenbaar aan een spleet tussen schroefkop en onderdeel.
12 13OPMERKING:Ook na het koopadvies en de eindmontage is uw fietsspecialist heel belangrijk voor u. Hij is uw contactpersoon voor onderhoud, inspecties, aanpassingen en allerlei reparaties. Neem contact op met uw fietsspecialist als u vragen over ons product mocht hebben. 2. 3 Gebruik uw fiets voor het doel waarvoor hij is gemaaktAls u uw fiets niet volgens de voorschriften gebruikt, kan dat leiden tot gevaarlijke rijsituaties, valpartijen, ongevallen en schade aan objecten. Gebruik uw fiets altijd zoals in de gebruiksaanwijzing en in de eventuele extra documentatie beschreven staat. 2. 3. 1 Welke werkzaamheden mag u zelf aan uw fiets uitvoeren. Fouten door ondeskundig uitgevoerde werkzaamheden aan uw fiets kunnen uw fiets beschadigen en de bedrijfszekerheid belemmeren. Dit kan leiden tot gevaarlijke rijsituaties, valpartijen en ongevallen.
• U mag alleen zelf werkzaamheden aan uw fiets uitvoeren als dat in deze gebruiksaanwijzing beschreven staat en u over het daarvoor benodigde gereedschap beschikt. • Verander nooit iets aan de hoedanigheid van afzonderlijke componenten van uw fiets. • Alle andere werkzaamheden mogen alleen door een fietsspecialist worden uitgevoerd. 2. 3. 2 Waarop moet u letten bij latere montage van accessoires en bij aanpassingen. Latere montage van accessoires en uitgevoerde aanpassingen die voor uw fiets niet zijn goedgekeurd, kun-nen uw fiets beschadigen en de bedrijfszekerheid belemmeren. Dit kan leiden tot gevaarlijke rijsituaties, valpartijen en ongevallen. • Monteer nooit zelf later iets aan uw fiets en voer nooit zelf aanpassingen uit. • Kies accessoires en ombouwdelen steeds samen met een fietsspecialist uit.
De volgende accessoires mag u achteraf laten monteren – Klikpedalen – Fietscomputer – Fleshouder (alleen indien bevestigingsmogelijkheid voorhanden) – Uitrusting voor het rijden op openbare wegen volgens de in uw land van toepassing zijnde voorschriften (alleen indien bevestigingsmogelijkheden voorhanden) – Fleshouder (alleen indien bevestigingsmogelijkheid voorhanden) – Kinderzitje – als u een bagagedrager hebt die is goedgekeurd voor de montage van een kinderzitje. Vraag uw fietsspecialist om advies. Hij geeft u graag advies. – Fietstassen – als u een bagagedrager hebt die is goedgekeurd voor de montage van fietstassen. Vraag uw fietsspecialist om advies. Hij geeft u graag advies. • De firma GHOST verbiedt het gebruik van reserveonderdelen, die qua afmetingen ten opzichte van de originele onderdelen afwijken (bijv.
geveerde voorvorken of veerelementen met meer of minder monta-gehoogte/montagelengte/veerweg, remsystemen met grotere remschijven, bredere banden enz. ). • Er mogen ten behoeve van de vervanging c. q. van de ombouw alleen onderdelen worden gebruikt, die door de firma GHOST voor uw model fiets goedgekeurd zijn. Raadpleeg hiervoor uw erkende GHOST fietsspecialist. • Naderhand monteren van elektrische aandrijvingen is op fietsen van de firma GHOST niet toegestaan. • Verander in geen geval de bestaande fietsonderdelen in hun hoedanigheid. • Zorg dat u van uw fietsspecialist de documentatie voor het accessoires en de aanpassingscomponenten ontvangt. • Let erop dat uw fietsspecialist in het leveringsdocument vermeldt, welke documentatie u van hem hebt ontvangen. • Neem uw leveringsdocument altijd mee als u accessoires en ombouwdelen bij uw fietsspecialist pas later koopt.
dat hij basiskennis over het gebruik van een fiets moet heb-ben en over het vereiste evenwichtsgevoel moet beschikken om een fiets te kunnen besturen. • De fietser moet bij het stoppen veilig kunnen op- en afstappen. Dit geldt in het bijzonder bij ergonomisch afgestelde zadels als de voeten van de bestuurder vanuit zit de grond niet bereiken. • De fietser moet de juiste lichaamsgrootte voor de fiets hebben en het maximaal toelaatbare totaal gewicht (zie par. 3. 1, Toelaatbare temperaturen en toelaatbaar totaal gewicht) mag niet worden overschre-den:LICHAAMSLENGTE 135 140 145 150 155 160 165 170 175 180 185 190 195XXS S LFRAMEHOOGTE XS MXLLICHAAMSLENGTE 135 140 145 150 155 160 165 170 175 180 185 190XS MXLFRAMEHOOGTE S LLICHAAMSLENGTE 90 95 100 105 110 115 120 125 130 13512" KIDDY 16"24"FRAMEHOOGTE 12"20"AGE 3 4 6 8MANNENVROUWENKINDEREN.
14 15OPMERKING:De hier genoemde waarden dienen alleen ter oriëntatie. Afhankelijk van verschillende factoren kan ook een kleinere of grotere framehoogte zinvol zijn. Raadpleeg hiervoor uw fietsspecialist. Hij adviseert u graag. • Kinderen en jongeren moeten de fiets feilloos kunnen bedienen. Fietstype, grootte en de bedieningsele-menten (bijv. remhendels) moeten geschikt zijn voor kinderhanden. Wend u hiervoor tot uw fietsspecia-list. Hij geeft u graag advies. • Lichamelijk en geestelijk vermogen als de bestuurder op de openbare weg wil rijden: De bestuurder moet lichamelijk en geestelijk in staat zijn om aan het wegverkeer deel te nemen. OPMERKING:In par. 1. 4, Wettelijke voorschriften vindt u informatie over de technische goedkeuringsvereisten voor de deel-name aan het wegverkeer. 2. 3. 4 Waar mag u op uw fiets rijden.
Als u uw fiets te sterk belast door ermee over straten, wegen en pistes te rijden waarvoor uw fiets niet geschikt is, kunnen delen van uw fiets breken of hun dienst weigeren. Dit kan leiden tot gevaarlijke rijsitu-aties, valpartijen en ongevallen. Rij met uw fiets alleen op de voor uw model toegestane straten, wegen en pistes zoals in onderstaande tabel vermeld staat. OPMERKING:Alle fietsen zijn in categorieën ingedeeld (zie daarvoor de onderstaande indeling en ook par. 4. 1, Typen, categorieën, series). Toelichtingen bij de onderstaande categoriseringSymbool BetekenisX toegestaan- niet toegestaanX* Op de openbare weg alleen toegestaan met wettelijk voorgeschreven extra uitrusting, zie par. 1. 4, Wettelijke voorschriften. Aanduiding DefinitieWegen Geasfalteerde wegenVerharde wegen Wegen met vaste ondergrond zoals zand, steenslag of soortgelijke (bijv.
bosweg, veldweg)Cross-CountryTerrein omvat straten, bos-, veld, kiezel-, steenslagwegen meerdere hellingen en afdalin-genWegen met losse ondergrond, wortels, drempels, stenen, hellingen enz. Met toenemende veerweg wordt het terrein, waarin de wielen worden bewogen, ook in toenemende mate grover.
De rij-eigenschappen bergaf in zwaar terrein staan meer en meer op de voorgrond. De kwaliteit van de rij-eigenschappen bergop wordt door ge-avanceerde rijwerken hoog gehouden, verliest echter uiterlijk bij de categorie Freeride aan betekenis. De wielen zijn overeenkomstig de extremere rij-om-standigheden constructief aangepast. All Mountain TourAll Mountain TrailEnduroFreerideDownhillHoge snelheid bergaf in grof terrein, los gesteente, hoge wortels, verre sprongen en sterke slagen definiëren dit toepassingsgebiedDirt Speciaal voor dit type fiets uitgezette routes (BMX-routes)Sportpark Voor Freeriding, Downhill, BMX en Dirt aangewezen terreinSprongenOPMERKING: Het uitvoeren van sprongen is met deze wielen altijd toegestaan, vindt echter plaats op eigen risico.
Bezoek hiervoor speciale vaktechniekseminars om een gevoel ervoor te ontwikkelen, welke sprongen met de betreffende fiets mogelijk zijn. Kundigheid en ervaring zijn voorwaarden voor het gebruik van dit sportartikel.
16 17OPMERKING:Ook fietsen van andere categorieën kunnen met racefiets- of racefietsachtige banden uitgerust zijn. Dergelijke banden herkent men aan een max. breedte van 28 mm, die bijv. door middel van twee getallen zoals 28-622 of 28-559 op de band is aangegeven. Voor deze fietsen gelden de aanwijzingen voor NIVOLET. De bandmaat is op de bandflank weergegeven. Uw veiligheid tijdens het rijden op deze wegen en paden hangt af van uw snelheid. Hoe hoger uw tempo, des te groter wordt het risico. • Let erop dat alle wegen en paden beschadigd kunnen zijn en obstakels kunnen bevatten die de veiligheid tijdens het rijden kunnen belemmeren en uw fiets kunnen beschadigen. • Rij in dergelijke situaties bijzonder langzaam en voorzichtig. Duw of draag uw fiets desnoods over derge-lijke obstakels heen. Gebruik de fiets alleen als middel om u voort te bewegen.
• Bij sportieve rijstijl, sprongen en hoge snelheid bestaat altijd het gevaar voor valpartijen. Pas het gebruik van uw fiets aan uw rijvaardigheid aan. 3. Technische gegevens3. 1 Toelaatbare temperaturen en toelaatbaar totaal gewicht 3.
20 21• Serie FR AMR, PathRIOT:• Fullies met 160-170 mm veerweg voor en 150-170 mm veerweg achter. Zowel bergop als berg-af goed berijdbaar. Er wordt echter meer waarde gehecht aan de eigenschappen bergaf.4.1.1.2 Hardtail• Series SONA, KATO, TACANA, LAWU, LANAO:• Hardtails met 100 - 120 mm veerweg voor. • Solide alledaagse fietsen geschikt voor de vrijetijdsrijder die graag tochten maakt.• Serie HTX, HTX EBS, NILA, KATO X, TACANA X, LECTOR, ASKET:• Hardtails met 100-130 mm veerweg voor. • Op het gewicht afgestemde fietsen voor de sportief georiënteerde fietser.4.1.2 Crossbike (serie SQUARE CROSS)geen uitrusting volgens de StVZO, kettingschakeling, velg- of schijfremmen, wielen met een bandbreedte van 622 mm/ 40-42 mm.• Serie SQUARE CROSS• Hardtails met 60 mm veerweg voor. Alledaagse fietsen om vlot vooruit te komen op wegen en paden
26 27• Hardtail geveerd frame ongeveerd, maar geveerde voorvork• Fully Frame geveerd en geveerde voorvorkBij volgeveerde fietsen zijn verschillende veersystemen met verschillende aantallen scharnierpunten. Het aantal scharnierpunten kunt u gemakkelijk tellen. De steun naar het veerelement telt niet als scharnier-punt.4.3 Remmen 4.3.1 Remtoewijzing• Uw fiets beschikt over twee van elkaar onafhankelijke schijfremmen.• Bij sommige modellen wordt de achterwielrem door ‘terugtrappen’ bediend (terugtraprem).• In de regel bedient de linker op de stuur aangebrachte remhendel de voorwielrem en de rechter remhen-del de achterwielrem. Afhankelijk van de specificaties en nationale voorschriften kan de toewijzing echter variëren. Maak uzelf in elk geval met de toewijzing vertrouwd en wen hieraan.
30 314.4 VersnellingenOp onze fietsen zijn de volgende typen versnellingen (schakelingen) gemonteerd• Kettingschakeling• Naafschakeling• Geen schakeling (Single-Speed)4.4.1 KettingschakelingEen kettingschakeling stelt voor elke snelheid de optimale versnelling ter beschikking en zorgt onder andere dat hellingen makkelijker kunnen worden bedwongen.Bij het schakelen wordt de ketting op een ander tandwiel gelegd/geworpen. Aan het crankstel heten de tand-wielen 'kettingbladen' en aan de tandkrans 'pignons'.De versnelling kan alleen tijdens het rijden worden veranderd. De kettingwielgarnituur moet daarbij in aandrijfrichting draaien.De schakelaar aan de linkerzijde van het stuur bedient de derailleur op het crankstel. Hier heeft het schake-len naar een groter kettingblad een grotere overbrenging tot gevolg (= hogere versnelling).
De trapweerstand wordt groter, maar u kunt ook een hogere snelheid bereiken.De schakelaar aan de rechterzijde van het stuur bedient het schakelmechanisme. Hier heeft het schakelen naar een grotere pignon een kleinere overbrenging tot gevolg (= kleinere versnelling). De trapweerstand wordt geringer en u kunt slechts een lagere snelheid behalen, maar gemakkelijker hellingen oprijden.Het aantal versnellingen bepaalt u als volgt: Aantal kettingbladen voor, vermenigvuldigd met het aantal tand-wielen achter. Bijv. 2 kettingbladen x 10 tandwielen = 20 versnellingen.4.4.2 NaafschakelingBij een naafschakeling is in de achterwielnaaf een overbrenging gemonteerd. Door bediening van de schake-
34 354. 5 Klemsystemen voor wielen en zadelpennenOp onze fietsen gebruiken wij de volgende asklemsystemen voor de wiel- en zadelpenbevestiging• Snelspanassen• Snelspanas zadelpen• Steekassen• Schroefklemming 4. 6 Materialen4. 6. 1 VerdelingWij gebruiken voor onze fietsframes aluminiumlegeringen en carbonmaterialen. Fietsen van ons merk met carbonframe herkent u aan de toevoeging ‘LECTOR’ in de typeaanduiding. Alle overige fietsen worden met aluminium frame gebouwd. 4. 6. 2 Informatie en aanwijzingen voor het materiaal carbon WAARSCHUWING Gevaar door valpartijen en ongevallenCarbon is een modern materiaal dat wordt gebruikt voor de constructie van fietsen en voertuigen. Car-bononderdelen reageren echter gevoelig op beschadigingen. Fouten bij de montage of tijdens het gebruik kunnen leiden tot breuk en dus tot gevaarlijke rijsituaties, valpartijen, ongevallen en schade aan objecten.
Slag- en stootbelastingen bij niet-bedoeld gebruik of bij valpartijen en ongevallen evenals bij steenslag kunnen voorkomen, kunnen tot onzichtbare beschadigingen in het carbonweefsel en/of tot delaminaties (= loskomen van de verlijmde carbonlagen) leiden. Door zulke voorbeschadigingen samen met de krachten die tijdens het gebruik optreden, kunnen carbon-onderdelen plotseling breken en zo leiden tot gevaarlijke rijsituaties, valpartijen, ongevallen en schade aan objecten. • Neem beslist alle onderstaande aanwijzingen met betrekking tot het gebruik van onderdelen van carbon in acht. • Na valpartijen of andere grote mechanische belastingen die niet tot het normale fietsgebruik behoren, mag er niet meer met carbonframes en -onderdelen worden gereden.
Carbon is in de omgangstaal een benaming voor een koolstofvezelversterkte kunststof. Dit is de aanduiding voor een vezel-kunststof-composiet waarbij de koolstofvezels in meerdere lagen in een kunststofmatrix worden ingebed. Deze matrix bestaat uit duromeren (epoxyhars). Tot de primaire taken van het matrixmateriaal behoren het overbrengen en verdelen van de optredende krachten en de fixatie van de vezels. De trekvastheid is net zoals bij alle vezelcomposieten in de richting van de vezels aanzienlijk hoger dan dwars op de richting van de vezels. Daarom worden de carbonvezels in allerlei richtingen gerangschikt om alle optredende krachten te kunnen opvangen. 4. 6. 2. 1 Informatie m. b. t. de frameconstructieDoor nauwkeurige analyses en realistische simulaties van de krachten die bij het frame kunnen optreden, konden de vezeloriëntaties in de verschillende gedeelten, zoals bijv.
in het traplager of in de stuurbuis, nog efficiënter worden vormgegeven. Deze high-end-producten worden met de hand vervaardigd. Daardoor kunnen zich verschillen in de finish voordoen, die echter geen reden tot reclamatie vormen.
36 374. 6. 2. 2 Zo gaat u op de juiste manier met uw carbononderdelen om1. Monteer in geen geval beugels, schroefverbindingen, klemmingen of andere elementen die mechani-sche krachten op de carbonbuis uitoefenen. Uitgezonderd daarvan zijn de expliciet hiervoor bestemde zones op componenten zoals bijv. sturen en zadelpennen. Hier moet echter op het exact aanhouden van de aandraaimomenten worden gelet. 2. Spannen in montagestandaards of andere klemmingen:• Span uw fiets nooit aan een carbonbuis of een carbonzadelpen in de klemklauwen van een montage-standaard. • Gebruik voor het inspannen in een montagestandaard tijdelijk een zadelpen met dezelfde diameter van aluminium. De aanwijzingen voor het demonteren en monteren vindt u in par. 13. 2, Zadelpen met zadel monteren en demonteren. 3. Wees voorzichtig bij het gebruik van beugelsloten. Deze kunnen in sommige gevallen uw frame bescha-digen.
• Let er bij het gebruik van beugelsloten op dat ze de desbetreffende carbonbuis hoogstens raken, maar niet door kracht belasten. 4. Zadelklem/zadelpen:• Het voorgeschreven aandraaimoment voor de zadelklembout bedraagt 5 – 6 Nm. • De zitbuis mag niet worden uitgeboord of op een andere manier mechanisch worden bewerkt. • Zadelpen en zitbuis mogen niet worden ingevet. Alleen de bijgeleverde carbonmontagepasta mag worden gebruikt. • Zadelpennen mogen alleen met behulp van de bijgeleverde carbonmontagepasta in een carbonframe worden gemonteerd. • De zadelklem mag bij een gedemonteerde zadelpen niet worden gesloten omdat anders onherstel-bare schade aan de zitbuis het gevolg kan zijn. • Neem de zadelpen ongeveer elke twee maanden uit het frame, reinig hem en breng nieuwe carbon-montagepasta aan. Zie hiervoor par. 13. 2, Zadelpen met zadel monteren en demonteren. 5.
Het maximale aandraaimoment van de bouten ter bevestiging van de bidonhouders op het frame bedraagt 4 Nm. 6. Rollentraining:• Het gebruik van rollentrainers met een vaste inspanning is niet toegestaan. Door de vaste inspanning van de uitval- resp. snelspanas treden er belastingen op, die duidelijk afwijken van de belastingen die zich voordoen bij het toegestane rijgebruik. Daarbij kan het fietsframe beschadigd raken. • Het gebruik op een losse rol zonder vaste inspanning van het frame is toegestaan. 7. Transport Zie hfst. 13, Fiets transporteren. 4. 7 BandenGHOST fietsen kunnen standaard voorzien zijn van verschillende banden. Bandenmerk, type, grootte en ban-denspanningvermeldingen vindt u op de bandflanken weergegeven.
Met betrekking tot de ventielsoorten gebruiken wij hoofdzakelijk binnenbanden met Sclaverand-ventiel (SV) dat in de omgangstaal ook onder de naam ‘Frans ventiel’ bekend is. Bij de modellen uit de serie POWERKID kunnen zowel binnenbanden met Sclaverand-ventiel (SV) als met Autoventiel (AV) gemonteerd zijn. De uit-voering vindt u in de onderstaande afbeelding. Bij gebruik van reservebinnenbanden moet erop worden gelet dat alleen binnenbanden worden gebruikt, die hetzelfde ventiel hebben als de originele binnenband omdat de diameters van de ventielen SV en AV verschil-lend zijn. Autoventiel (AV) Snelventiel (DV) Sclaverand-ventiel (SV) (Frans).
38 395. Framesets WAARSCHUWING Gevaar door valpartijen en ongevallenFouten bij de montage van uw fiets en het gebruik van ongeschikte aanbouwdelen kunnen tot ernstige valpartijen leiden. Sommige GHOST fietsframes kunt u ook apart bestellen en volgens uw persoonlijke wensen laten opbou-wen. De persoon die een fietsframe tot een complete fiets opbouwt, wordt beschouwd als fabrikant; bij eventuele montagefouten en gebreken is deze persoon aansprakelijk. • UITSLUITEND DOOR DE FIRMA GHOST ERKENDE SPECIAALZAKEN MOGEN UW FRAME OPBOUWEN. • Deze gebruiksaanwijzing is geen montagehandleiding voor de opbouw van uw framesets tot een com-plete fiets. • Er mogen alleen onderdelen voor opbouw van een frame worden gebruikt, die qua constructiewijze en afmetingen met de in de betreffende serie gebruikte onderdelen overeenkomen. • Kies uw componenten alleen samen met uw fietsspecialist uit.
Hij weet, welke onderdelen voor uw frame geschikt zijn. 6. Voor het eerste gebruik WAARSCHUWING Gevaar door valpartijen en ongevallenUw fiets wordt voorgemonteerd aan de leverancier geleverd. Veiligheidsrelevante onderdelen zijn deels nog niet naar behoren/volledig gemonteerd en/of afgesteld. Uw fietsspecialist moet de montage van uw fiets eerst nog voltooien, d. w. z. hem bedrijfszeker maken. • Let erop dat uw fietsspecialist de 'Inspectie-checklist voor de overdracht' in het leveringsdocument voor uw fiets volledig heeft ingevuld. • Rij op uw fiets alleen in de voor u geschikte zitpositie. • Laat de voor u juiste zadelhoogte en -positie afstellen door uw fietsspecialist. • Laat u door uw fietsspecialist wegwijs maken in de techniek van uw fiets. • Bescherm uw fiets met sproeiwas. Zie par. 14. 2, Zo reinigt en verzorgt u uw fiets. 7.
• Controleer voor elke rit of uw fiets bedrijfszeker is. Bedenk hierbij ook de mogelijkheid dat uw fiets in een onbewaakt moment omgevallen kan zijn of dat vreemden eraan gemanipuleerd kunnen hebben. • Onthoud de juiste toestand van uw fiets zoals deze in nieuwstaat is zodat u afwijkingen hiervan later gemakkelijker kunt herkennen. OPMERKING:Zelfgemaakte foto's kunnen hierbij een waardevol hulpmiddel zijn. • Neem direct contact op met uw fietsspecialist als bij de controles gebreken worden vastgesteld. Kleine gebreken kunt u zelf verhelpen als de maatregelen daarvoor onderstaand beschreven staan. • Neem direct contact op met uw fietsspecialist als de betreffende maatregelen hier niet beschreven staan, u deze niet zelf kunt uitvoeren of als de maatregelen geen succes hebben. • Gebruik uw fiets pas weer als hij weer bedrijfszeker is gemaakt. 1.
Controleer visueel of alle bevestigingsbouten goed zijn vastgeschroefd. Zie par. 1. 5. 3, Vakbegrippen. 2. Controleer uw fiets visueel op inkervingen, weggebroken stukjes, diepe krassen en andere mechanische beschadigingen. 3. Neem direct contact op met uw fietsspecialist als bij de controles gebreken worden vastgesteld. OPMERKING:In de volgende hoofdstukken zijn de controles voor de standaard uitrustingen van alle GHOST fietsen beschreven. Enkele hoofdstukken gelden alleen als uw fiets de genoemde uitrusting heeft. Deze vindt u in hfst. Opbouw en werking. Als u niet zeker weet, welke controles voor uw model fiets van toepassing zijn, wend u dan tot uw fiets-specialist. Hij geeft u graag advies. Als uw fiets omgebouwd is of met enkele onderdelen achteraf aangepast, kunnen nieuwe of andere controles noodzakelijk zijn.
Een wiel bestaat uit • Naaf• Alleen op de achterwielnaaf tandkrans/pignon of tandkranscassette/pignoncasse, vaak kort ook ‘cassette’ genoemd• Remschijf (alleen bij schijfremsysteem)• Spaken• Velg• Banden (zie onderstaand veld)Momenteel zijn drie verschillende soorten banden leverbaar:• Draad- of opvouwbare buitenband:Dit meest voorkomende type band bestaat uit – buitenband – binnenband en – velglint (alleen bij velgen met spaakboringen)In de band bevindt zich een staaldraad of een verstevigde rand die bij het oppompen in de velgkraal wordt.
40 41gedrukt. Toepassingsgebied: Alle categorieën• Tubelessbanden:Speciale velgen (zonder of met luchtdicht gesloten spaakboringen) en banden sluiten luchtdicht af en maken een binnenband overbodig. Bij panne kan een dergelijke band toch worden gemonteerd. Toepassingsgebied: Mountainbikes, crossbikes, racefiets/weg• Binnenband:De binnenband is in de buitenband genaaid. De buitenband inclusief binnenband wordt bij de montage op de speciaal hiervoor gebouwde velg gelijmd. Hierbij moeten de montagevoorschriften van de banden-, lijm- en velgenfabrikant worden opgevolgd. Toepassingsgebied: Mountainbikes, crossbikes, racefiets/wegBij vragen betreffende uw type band en uw bandmaat raadpleegt u de fietsspecialistBij fietsen met een uitrusting volgens de StVZO kunnen velgreflectoren zijn gemonteerd. 7. 1. 1 Vastzitten en positie controleren1.
Beweeg beide wielen stevig heen en weer dwars op de rijrichting. • De wielen mogen niet in de klemming bewegen. • De snelspanhendel c. q. de steekas moet gesloten zijn Zie par. 8. 6, Klemsystemen voor wielen en zadel-pennen bedienen. 2. U mag geen krakende of knarsende geluiden horen. 3. Voer een visuele controle van de wielmontage uit. • De wielen moeten gecentreerd tussen frame en rem zitten. • De wielen moeten gecentreerd tussen de bagagedragersteunen zitten, indien een bagagedrager ge-monteerd is. • De banden moeten parallel met spatborden lopen, indien deze gemonteerd zijn. • Geen werkstuk van het wiel mag frame, spatschermen, bagagedrager of andere delen raken. De minimale afstand tot alle delen moet bij racefietsen 4 mm en bij alle overige fietsen 6 mm bedragen. Uitzondering Remvoeringen en remrubbers mogen zich zo dicht bij de remschijf of velg bevinden dat ze deze net niet raken.
Ga met uw vingernagel dwars over de velgflank. Er mogen geen groeven voelbaar zijn. 7. 1. 2. 2 Velgen op slag controleren1. Til de fiets omhoog en draai eerst het voorwiel- en vervolgens het achterwiel rond. 2. Let op de afstand tussen velg en remschoenen, bij schijfremmen tussen velg en framebuis of vorkbeen. Maximaal toelaatbare afwijking per omwenteling• 0,5 mm bij velgen met velgrem• 2,0 mm bij velgen met velgrem7. 1. 2. 3 Velgen op verontreinigingen controleren (geldt alleen voor fietsen met velgremmen)1. Controleer uw velgen op vervuilingen, met name op oliën en vetten. Vervuilde velgen moeten direct worden gereinigd. Zie par. 14. 2, Zo reinigt en verzorgt u uw fiets). 7. 1. 2. 4 Banden controleren1. Controleer de banden op zichtbare beschadigingen, vreemde objecten en slijtage • Het bandenrubber moet over het gehele oppervlak van het oorspronkelijke profiel voorzien zijn.
42 432. Verwijder eventuele vreemde objecten (dorens, steentjes, glasscherven enz. ) voorzichtig met de hand of met een kleine schroevendraaier. Let erop of daarna lucht ontsnapt. • Als lucht ontsnapt, moet de binnenband vervangen worden. De binnenband op het wiel mag u zelf vervangen. Aanwijzingen hiervoor vindt u in par. 15. 5. 1, Binnenband en buitenband vervangen. 7. 1. 2. 5 Ligging van de banden controleren1. Til het voorwiel omhoog. 2. Draai het voorwiel met de hand. Het wiel moet rond lopen. Er mag geen hoogte- of zijslag in het wiel zit-ten. 3. Controleer het achterwiel op dezelfde wijze. 7. 1. 2. 6 Ventielstand controleren (geldt niet bij tubeless band)1. Verwijder indien nodig de ventielmoer. 2. Controleer de stand van het ventiel: de ventielen moeten naar het middelpunt van het wiel wijzen. 7. 1. 2.
7 Bandenspanning controlerenDoor een lage bandenspanning • kunnen buiten- en binnenband van de velg loslaten en zo een scheefstand van het ventiel veroorzaken. Tij-dens het rijden kan de ventielvoet afscheuren, waardoor een plotseling drukverlies in de band ontstaat. • kan de band in de bocht loslaten van de velg• stijgt het risico op pech. OPMERKING: De voorgeschreven bandenspanning kan afhankelijk van de fabrikant en bandmodel verschillend zijn. Houd u aan de aanwijzingen van de betreffende fabrikant voor juiste bandenspanning op de bandflank. Bij vragen wendt u zich tot de fietsspecialist. Hij geeft u graag advies. Sommige bandenspanningsgegevens worden aangegeven in ‘psi’. Reken de bandenspanning om met behulp van de volgende tabel. psi 30 40 50 60 70 80 90 100 110 120 130 140bar 2,1 2,8 3,5 4,1 4,8 5,5 6,2 6,9 7,6 8,3 9,0 9,7Controleer de bandenspanning met een bandenspanningsmeter.
Geschikte apparaten vindt u in de vakhan-del. Het gebruik kunt u vinden in de desbetreffende gebruiksaanwijzing of laat het personeel van de fietsspe-cialist een demonstratie geven.
Bij banden met autoventielen kunt u de bandenspanning ook op tankstations controleren en corrigeren. • Bij te lage bandenspanning: Verhoog de bandenspanning met behulp van een geschikte pomp. • Bij te hoge bandenspanning: Laat via het ventiel wat lucht ontsnappen en controleer de bandenspanning daarna opnieuw. OPMERKING: Met een fietspomp met manometer kunt u de bandenspanning al tijdens het oppompen controleren. Laat eerst wat lucht uit de band ontsnappen en verhoog de bandenspanning vervolgens tot de gewenste waarde. Er zijn verschillende ventieltypes. (zie par. 4. 7, Banden). Alle ventielen kunnen van een stofdopje voorzien zijn. Na-dat u dit verwijderd heeft, kunt u de pompkop direct op het zogenaamde autoventiel, maar ook op het zogenaamde blitzventiel (Dunlop) plaatsen.
Bij het Sclaverand (Frans) ventiel moet u daarvoor het kleine borgmoertje tot aan de aanslag van het ventiel afschroeven en na het vullen weer helemaal op het ventiel vastschroeven. Laat het perso-neel van uw fietsspecialist demonstreren hoe de ventielen moeten worden bediend. 7. 1. 3 Overige zaken controleren1. Controleer of zich losse objecten, bijv. takjes, stofresten enz. in de wielen bevinden. 2. Verwijder dergelijke objecten voorzichtig. 3. Controleer de eventueel bevestigde spaakreflectoren op goede montage. 4. Verwijder ze helemaal als ze los zitten. 5. 6. Controleer of uw wielen door deze losse delen beschadigd werden. 7. 2 Zadel en zadelpen controleren WAARSCHUWING Gevaar door ernstige valpartijenAls de insteekdiepte van de zadelpen te gering is, kan de zadelpen tijdens het rijden uit het frame losra-ken en tot gevaarlijke situaties, valpartijen en ongevallen leiden.
44 45diepte onherstelbare schade aan zadelpen en frame tot gevolg hebben. • Let op de juiste insteekdiepte van de zadelpen.1. Voer een visuele controle van de zadelpen uit. Het ‘STOP’- of ‘MAX’-merkteken mag niet te zien zijn. 2. Probeer het zadel met zadelpen door middel van handkracht in het frame te verdraaien.Het zadel plus de zadelpen mogen daarbij niet verdraaien.3. Probeer het zadel door tegengestelde op- en neergaande bewegingen d.m.v. handkracht in zijn klem-ming te bewegen. Het zadel mag niet bewegen.4. Als zadel en/of zadelpen toch kunnen worden bewogen, zet ze dan vast (zie par. 8.6.3, Snelspanas op de zadelstrop openen en sluiten en par.
8.1, Zadelhoogte afstellen).7.3 Stuur, stuurpen controleren WAARSCHUWING Gevaar door valpartijen en ongevallenEen niet op de juiste manier gemonteerd/e of beschadigd/e stuur/stuurpen kan tot gevaarlijke situaties, valpartijen en ongevallen leiden.• Wanneer u aan deze onderdelen gebreken vaststelt of er twijfels over heeft, mag u uw fiets in geen geval verder gebruiken. • Neem direct contact op met een gespecialiseerde werkplaats.1. Controleer stuurpen en stuur visueel. • De stuurpen moet parallel ten opzichte van de voorwielvelg verlopen.• Het stuur moet in een rechte hoek ten opzichte daarvan zijn afgesteld.2. Klem het voorwiel tussen uw benen.3. Pak het stuur aan beide uiteinden vast.4. Probeer het stuur door middel van handkracht in beide richtingen te verdraaien.5. Probeer het stuur in de stuurpen door middel van handkracht te verdraaien.
46 47• Geen van de delen mag gedraaid of verschoven kunnen worden.• Er mogen geen krakende of knarsende geluiden hoorbaar zijn.Op de volgende modellen is een schachtvoorbouw gemonteerd• POWERKID 12"• POWERKID 16"6. Voer een visuele controle van de voorbouwschacht uit. Het ‘STOP’- of ‘MAX’-merkteken mag niet te zien zijn. 7.4 Stuuraanbouwdelen controlerenZo controleert u de bevestiging van schakelhendel, remhendel en handvaten:1. Klem het voorwiel vast tussen uw benen of houd met één hand het stuur vast.2. Probeer met uw andere hand de remhendels te verdraaien.3. Probeer met uw andere hand de schakelhendels te verdraaien.4. Probeer met uw andere hand de handvaten en de bar ends van het stuur af te trekken.5.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Ghost Bikes KATO stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Fiets E-bike Ghost Bikes
Handleiding Fiets E-bike
Nieuwste handleidingen voor Fiets E-bike