Gazelle Impulse 2016 Handleiding

Gazelle Fiets E-bike Impulse 2016

Bekijk gratis de handleiding van Gazelle Impulse 2016 (32 pagina’s), behorend tot de categorie Fiets E-bike. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 124 mensen. Heb je een vraag over Gazelle Impulse 2016 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/32
GAZELLE HANDLEIDING
MET IMPULSE SYSTEEM

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Gazelle
Categorie: Fiets E-bike
Model: Impulse 2016

Handleiding Gazelle Impulse 2016 – volledige tekst

4GAZELLE HANDLEIDINGINLEIDINGGefeliciteerd met uw Gazelle met het innovatieve Impulse systeem. Deze ets ondersteunt u tijdens het etsen door middel van een innovatieve elektrische aandrijving. Op deze manier zult u bij hellingen, tegenwind of het transport van uw spullen veel meer rijplezier beleven. U kunt zelf kiezen hoe groot het steuntje in de rug moet zijn.Deze gebruiksaanwijzing helpt u alle voordelen van uw ets te ontdekken en op de juiste manier te gebruiken zoals u dat zelf wilt.Wij raden u ten zeerste aan deze handleiding en de algemene gebruiks aanwijzing volledig door te lezen. De handleiding is in algemene zin geschreven. Dit houdt in dat bepaalde artikelen voor uw ets van toepassing zijn terwijl andere artikelen dit niet zijn. OPBOUW VAN DE HANDLEIDINGIn de bijgeleverde “Snelstart” vindt u een korte instructie als u meteen van start wilt gaan.

Ook wanneer u meteen wilt beginnen met etsen dient u voor uw eigen veiligheid in elk geval dit snelstart door te lezen. In de hoofdstukken van deze handleiding worden de belangrijkste onderdelen van de ets uitvoerig beschreven.In hoofdstuk 10 “Technische specicaties” vindt u de technische gegevens van uw ets. Deze gebruiksaanwijzing heeft alleen betrekking op specieke informatie over uw Gazelle met het Impulse systeem. ALGEMENE GEBRUIKSAANWIJZINGOp de website www.gazelle.nl/service/handleidingen kunt u de algemene gebruiksaan-wijzing downloaden.

5IMPULSE SYSTEEM1 VEILIGHEIDIn de gebruiksaanwijzing treft u de volgen-de symbolen aan die wijzen op gevaren of belangrijke informatie. WAARSCHUWING voor mogelijk letsel, verhoogd val- of overig letselrisico. VERWIJZING naar mogelijke materiële of milieu schade. BELANGRIJKE AANVULLENDE INFORMATIEof speciale informatie over het gebruik van de ets.1.1 ALGEMEEN Wees voorzichtig wanneer er kinde-ren in de buurt zijn, vooral als zij voorwerpen door openingen in de behui-zing van de motor kunnen steken. Er bestaat het risico van een elektrische schok.Wanneer u denkt dat uw elektrische ets niet meer veilig in gebruik is, schakel het systeem dan uit en ga naar uw Gazelle-spe-cialist voor inspectie.

Een veilig gebruik is niet meer mogelijk, als stroom voerende onderdelen of de accu zichtbare beschadi-gingen vertonen1.2 WETTELIJKE BEPALINGEN De ets moet, zoals alle etsen, voldoen aan de eisen van het natio-nale wegenverkeersreglement.De onderstaande wettelijke bepalingen zijn van toepassing op de ets:• De motor mag alleen als traponder-steuning dienen, d.w.z. hij mag alleen “helpen” als de gebruiker van de ets zelf op de pedalen trapt.• Het gemiddelde motorvermogen mag niet hoger zijn dan 250 W.• Bij toenemende snelheid moet het motorvermogen steeds verder afnemen.• Bij (circa) 25 km/uur moet de motor worden uitgeschakeld.Zie ook de EG-Conformiteitsverklaring op pagina 31.1.2.1 Betekenis voor de gebruiker Er bestaat geen helmplicht. Voor uw eigen veiligheid raden wij u echter aan niet zonder helm te etsen.Voor een elektrische ets is geen apart rijbewijs vereist.

Voor een elektrische ets is geen verzekering verplicht. Een elektrische ets mag zonder leeftijds-beperking worden gebruikt.Het gebruik van etspaden is net als voor normale etsen geregeld.

6GAZELLE HANDLEIDINGDeze regelingen gelden voor uw ets als u de ets binnen Nederland gebruikt. In andere landen kunnen andere bepalingen gelden. Informeer vóór gebruik van uw ets in het buitenland welke wetten hier van toepassing zijn. 1. 3 ACCU Probeer nooit een accu te repareren; hiervoor is specialistische kennis vereist. Als de accu beschadigd is, neemt u contact op met uw Gazelle-specialist. Hij zal de verdere afhandeling met u bespre-ken. U mag geen beschadigde accu transporte-ren. De veiligheid van beschadigde accu’s kan niet worden gegarandeerd. Krassen en kleine beschadigingen aan de behuizing vormen geen ernstige beschadiging. Laat de accu door uw Gazelle-specialistcontroleren, wanneer u met uw ets ten valt bent gekomen. Ook wanneer u de accu heeft laten vallen, moet u naar uw Gazelle-specialist gaan.

Beschadigde accu’s mogen niet worden opgeladen en ook niet meer worden gebruikt. Tijdens het opladen moeten de accu en het oplaadapparaat op een een en niet-brandbare ondergrond staan. De accu en het oplaadapparaat mogen niet afge-dekt zijn. In de directe nabijheid mogen zich geen licht ontvlambare materialen bevinden. Dit geldt ook, wanneer de accu in de ets wordt opgeladen. Dan moet u de ets zodanig neerzetten dat een mogelijke brand zich niet snel kan verspreiden. Lithium reageert erg sterk bij direct contact met water. Daarom is bij beschadigde en nat geworden accu’s extra voorzichtigheid geboden. De accu zelf mag niet met water worden geblust, maar alleen de mogelijk bran-dende omgeving. Beter geschikt zijn brandblussers met metaalbrandpoeder (klasse D). Als de accu zonder gevaar naar buiten kan worden getransporteerd, kan het vuur ook met zand worden verstikt.

Een accu mag niet worden opgeladen indien deze niet goed functioneert. Laad de accu niet langdurig op indien deze niet wordt gebruikt. Bij rook of bij een ongebruikelijke geur, moet u de stekker van de oplader van de oplader meteen uit het stopcontact halen.

De accu kan tijdens het opladen warm worden. Er kan een tempera-tuur van maximaal 45°C worden bereikt. Als de accu warmer wordt, dient u het oplaad-proces onmiddellijk te onderbreken. De ets werkt op een lage spanning (36 V). U mag nooit proberen de ets met een andere spanningsbron dan de bijbeho-rende originele accu te gebruiken. De omschrijvingen van de toegestane accu’s vindt u in hoofdstuk 10 “Technische speci-caties”. Gebruik uitsluitend het meegeleverde originele oplaadapparaat.

7IMPULSE SYSTEEMZorg ervoor dat de accu bij het verwijderen niet uit de ets valt. Hierdoor kan de behui-zing van de accu namelijk onherstelbaar worden beschadigd. 1. 4 MOTOR Houd er rekening mee dat de motor bij een lange (berg)rit warm kan worden. Zorg ervoor dat u de motor niet met uw handen, voeten of benen aanraakt. U kunt hierbij brandwonden oplopen. Bij het openen van afdekkingen of het verwijderen van onderdelen kunnen onder spanning staande onderdelen worden blootgelegd. Ook aansluitingen kunnen spanning geleidend zijn. Onderhouds- of reparatiewerkzaamheden aan de geopen-de motor mogen alleen door een erkende etsenmaker worden uitgevoerd. 1.

5 INSTELLINGSWERKZAAMHEDEN/ ONDERHOUD/REPARATIE Houd er bij instellings-, onderhouds- of reinigingswerkzaamheden reke-ning mee dat er geen kabels geklemd en/of geknikt mogen worden en dat zij niet door scherpe randen mogen worden bescha-digd. Laat alle montage- en instellingswerk-zaamheden door uw Gazelle-specialist uitvoeren. 1. 6 TRANSPORT VAN DE FIETS Voor het transport van uw ets raden wij u aan de accu van de ets te halen en apart te vervoeren. 1. 6. 1 De ets transporteren met de autoAls u uw ets met een etsendrager wilt transporteren, moet u erop letten dat de drager ook geschikt is voor het hogere gewicht van de ets. Bij de vervoer van de elektrische ets op een etsdrager dient u de accu uit de ets te halen. Zorg ervoor dat de ets niet de wettelijke verlichting van de auto bedekt. 1. 6.

2 De ets transporteren in de treinU kunt uw ets meenemen in treinstellen die van een etssymbool zijn voorzien. Bij vragen kunt u contact opnemen met de vervoerder. 1. 6. 3 De ets transporteren in het vliegtuigVoor uw ets gelden doorgaans de etsbe-palingen van de desbetreende luchtvaart-maatschappij. Accu’s vallen onder de wet voor vervoer van gevaarlijke stoen.

9IMPULSE SYSTEEM3 EERSTE STAPPEN3. 1 BOUTEN EN MOEREN CONTROLERENControleer voor gebruik of alle bouten en moeren en andere belangrijke onderdelen goed vastzitten. 3. 2 PEDALEN MONTERENHet kan zijn dat bij uw ets nog achteraf de pedalen moeten worden gemonteerd. Het rechterpedaal (markering “R”) wordt met de klok mee in de rechter crank geschroefd. Het linker pedaal (markering “L”) wordt tegen de klok in/op de linker crank geschroefd. Beide pedalen worden met een steeksleutel of een geschikte inbussleutel in de richting van het voor-wiel vastgeschroefd. Het aanhaalkoppel bedraagt 40 Nm. Door scheef inschroeven kan de schroefdraad in de krukarm worden beschadigd. 3. 3 ZADELHOOGTE VERANDEREN3. 3. 1 KlemschroefWanneer op de klem van de zadelpen een aandraaimoment (in Nm) is aangegeven, draait u de klemschroef met deze waarde vast.

Als geen aanhaalkoppel is aangege-ven, draait u een M6-schroef (Ø 6 mm) en een M5-schroef (Ø 5 mm) met 5,5 Nm vast. 3. 3. 2 Snel spannerOm deze te openen moet de spanhendel 180° worden omgeklapt – u ziet de tekst “OPEN”. Om deze te sluiten klapt u de spanhendel weer 180° dicht – u ziet de tekst “CLOSE”. Er kan grofweg worden bepaald dat het zadel stevig genoeg zit vastge-klemd, wanneer de spanhendel alleen met de bal van de hand en enige kracht kan worden gesloten. Bij het sluiten voelt u dan een toenemende tegendruk van de hendel op het moment dat u de hendel ongeveer half heeft gesloten. Wanneer de zadelpen niet stevig of veilig genoeg wordt vastge-klemd, draait u bij geopende snelspanner de klemmoer of schroef met de klok mee telkens een halve slag verder. Sluit de snelspanner en test opnieuw of het zadel stevig genoeg zit.

10 GAZELLE HANDLEIDING4 DE ACCUUw accu is een lithium-ion-accu, de meest praktische vorm van accu’s voor deze toepassing. Een van de hoofd- voordelen van dit accutype is het lage gewicht bij een hoge capaciteit.4.1 DRAGERACCUHoofdstuk 4.1 beschrijft handelingen die speciek voor de drageraccu gelden. Deze handelingen verschillen dus van de zit-buisaccu, zie hoofdstuk 4.2 “Zitbuisaccu”.4.1.1 Drageraccu opladenU kunt de accu alleen los van de ets opla-den. De accu kan bij temperaturen tussen 0°C en 45°C worden geladen.4.1.2 Drageraccu verwijderenVoor het verwijderen van de drageraccu A2 schakelt u deze uit en opent u het slot met de sleutel A5.A2A5Drageraccu ontgrendelenTrek de accu uit de houder A1.A1Drageraccu verwijderen4.1.3 LaadprocesHaal het meegeleverde oplaadapparaat uit de verpakking en sluit de netstekker aan op een stopcontact (230 tot 240 V).

Sluit het oplaadapparaat aan op de accu. Voor een veilig oplaadproces moet het oplaadapparaat op een geschikt oppervlak staan; de ondergrond moet droog en niet-brandbaar zijn. De LED’s van de accu beginnen naarmate het oplaadproces vordert één voor één te branden. Wanneer alle vijf LED’s weer gedoofd zijn, is de accu volledig opgela-den.Om stroom te besparen, trekt u de stekker van het oplaadapparaat na het opladen uit het stopcontact. Beschadigde accu’s mogen niet worden opgeladen en ook niet meer worden gebruikt.

11IMPULSE SYSTEEMDe accu kan tijdens het opladen warm wor-den. Er kan een temperatuur van maximaal 45°C worden bereikt. Als de accu warmer wordt, dient u het oplaadproces onmiddel-lijk te onderbreken. U kunt de accu na elke rit weer opladen. Zo bent u altijd startklaar.U kunt de accu het beste bij temperaturen tussen 10°C en 30°C opladen. Bij lagere laadtemperaturen wordt de oplaadtijd langer. De accucapaciteit wordt minder eciënt gebruikt en daardoor de actie-radius van de accu verkleind. Bij temperaturen boven 45°C wordt de accu niet geladen. Bewaar en laad uw accu in huis of in een warme garage.Plaats de accu in pas net voor vertrek in de ets. Wij raden aan een nieuwe accu na aanschaf drie keer leeg te rijden en vervolgens weer volledig vol te laden. Daarna kan het geen kwaad uw accu te laden wanneer deze bijvoorbeeld nog 40% vol is, want de accu sluit zichzelf namelijk af.

Vervolgens raden wij aan het leeg rijden van de accu een keer per kwartaal te her-halen.4.1.4 Drageraccu plaatsen1. Duw de accu terug in de houder totdat hij vastklikt.Drageraccu plaatsen2. Draai nu de sleutel rechtsom en trek de sleutel uit het slot. Nu is de accu ver-grendeld.Drageraccu vergrendelen3. Controleer of de accu goed vastzit en of de sleutel uit het slot is verwijderd.4.2 ZITBUISACCUHoofdstuk 4.2 beschrijft handelingen die speciek voor de zitbuisaccu gelden. Deze handelingen verschillen dus van de drager-accu, zie hoofdstuk 4.1 “Drageraccu”.

12 GAZELLE HANDLEIDING4.2.1 Zitbuisaccu opladenU kunt de accu opladen terwijl deze op de ets zit, zie ook de bijgeleverde Snelstart zitbuisaccu.U kunt de accu ook uit de houder halen en extern opladen. Bij lage buitentemperatu-ren raden wij u deze methode aan, zodat u de accu in een warmere ruimte kunt opla-den. De accu kan bij temperaturen tussen 0°C en 45°C worden geladen.4.2.2 Zitbuisaccu verwijderen1. Pak de accu vast aan de greep, steek de sleutel in het slot en draai de sleutel tegen de richting van de wijzers van de klok. De accu is nu ontgrendeld. Accu ontgrendelen2. Pak de accu aan de greep vast en kantel hem via de zijkant uit de ets. Houd de accu goed vast, zodat deze niet uit de houder kan vallenAccu verwijderen3.

Wij raden u aan nu de sleutel uit het slot te halen en te bewaren, zodat hij niet kan afbreken of kwijt kan raken.4.2.3 LaadprocesHaal het meegeleverde oplaadapparaat uit de verpakking en sluit de netstekker aan op een stopcontact (230 tot 240 V). Sluit het oplaadapparaat aan op de accu. Voor een veilig oplaadproces moet het oplaadapparaat op een geschikt oppervlak staan; de ondergrond moet droog en niet-brandbaar zijn. De LED’s van de accu beginnen naarmate het oplaadproces vordert één voor één te branden. Wanneer alle vijf LED’s weer gedoofd zijn, is de accu volledig opgela-den.Om stroom te besparen, trekt u de stekker van het oplaadapparaat na het opladen uit het stopcontact. De accu niet uren aan de lader laten liggen wanneer deze volge-laden is, maar ontkoppel de lader zo snel spoedig. nadat de accu volgeladen is.

13IMPULSE SYSTEEM Beschadigde accu’s mogen niet worden opgeladen en ook niet meer worden gebruikt. De accu kan tijdens het opladen warm wor-den. Er kan een temperatuur van maximaal 45°C worden bereikt. Als de accu warmer wordt, dient u het oplaadproces onmiddel-lijk te onderbreken. U kunt de accu na elke rit weer opladen. Zo bent u altijd startklaar.U kunt de accu het beste bij temperaturen tussen 10°C en 30°C opladen. Bij lagere laadtemperaturen wordt de oplaadtijd langer. De accucapaciteit wordt minder eciënt gebruikt en daardoor de actieradi-us van de accu verkleind. Bij temperaturen boven 45°C wordt de accu niet geladen. Bewaar en laad uw accu in huis of in een warme garage.Plaats de accu in pas net voor vertrek in de ets. Wij raden aan een nieuwe accu na aanschaf drie keer leeg te rijden en vervolgens weer volledig vol te laden.

Daarna kan het geen kwaad uw accu te laden wanneer deze bijvoorbeeld nog 40% vol is, want de accu schakelt zichzelf uit. Vervolgens raden wij aan het leeg rijden van de accu een keer per kwartaal te herha-len.4.2.4 Zitbuisaccu plaatsen1. Plaats de accu vanaf de linkerkant, ca. 45° naar buiten gekanteld in de hou-der van de ets.Accu plaatsen2. Duw de accu naar beneden in de hou-der totdat hij vastklikt. Draai nu de sleutel met de klok mee en trek hem uit het slot. Nu is de accu vergrendeld.Accu vergrendelen3. Controleer of de accu goed vastzit en of de sleutel uit het slot is verwijderd.De komende hoofdstukken geven informa-tie die voor de drageraccu en de zitbuis-accu identiek zijn.

Het aantal lampjes dat brandt en het lichtpatroon geven informatie over de laadstatus en de capaciteit van de accu.Push-toets drageraccuPush-toets zitbuisaccu4.3.1 Laadstatus controlerenWanneer u de push-toets kort indrukt, gaan de LED’s branden en ziet u als de lader gekoppeld is aan de accu de actuele oplaadstatus van de accu.Accu weergave Laadstatus accu5 LED’s branden 100 – 84%4 LED’s branden 83 – 68%3 LED’s branden 67 – 51% 2 LED’s branden 50 – 34% 1 LED brandt 33 – 17%1 LED knippert 16 – 0%5 LED’s knipperen snel 0% of overbelasting*1e LED knippert snel Laadfout *** Alle 5 LED’s knipperen snel: de accu is a) leeg en wordt uitgeschakeld of de accu is b) overbe-last.a) Wanneer de accu leeg is, zal deze na een korte rustperiode nog even werken en zal zich hierna weer uitschakelen.

De accu moet nu worden opgeladen.b) Wanneer de accu overbelast is, schakelt de accu zichzelf na een korte rustperiode weer in en kan hierna zoals gewoonlijk worden gebruikt.** De 1e LED knippert snel: er is sprake van een laadfout. In dit geval sluit u de stekker van het oplaadapparaat aan op de accu. Wanneer de LED hierna blijft knipperen, brengt u de accu naar uw Gazelle-specialist.4.3.2 Capaciteit controlerenWanneer u drie seconden lang de pushtoets indrukt, laten de LED’s de huidige capaci-teit van de accu zien.Accu weergave Capaciteit5 LED’s branden 100 – 97%4 LED’s branden 96 – 80%3 LED’s branden 79 – 60% 2 LED’s branden 59 – 40% 1 LED brandt 39 – 20%1 LED knippert < 20%

15IMPULSE SYSTEEM In de winter is de actieradius van de accu op grond van de lagere tempe-raturen minder groot. Plaats de accu (uit een warme ruimte) pas net voor vertrek in de ets. Zo voorkomt u dat u op grond van de lagere tempera- turen een minder grote actieradius hebt, zie hoofdstuk 4. 5 “Garantie en levensduur”. 4. 4 ACCUBEHEERHet accubeheer controleert de tempera-tuur van uw accu en waarschuwt u bij een onjuist gebruik. Mocht een externe kortsluiting bij de con-tacten of de oplaadaansluiting zijn veroor-zaakt, neem dan contact op met uw Gazelle-specialist. Laad de accu altijd onder toezicht op en verwijder het oplaadapparaat na het laadproces. 4. 4. 1 SlaapstandOm een diepteontlading te voorkomen, zal de accu zichzelf beschermen door automatisch in de slaapstand te gaan. Na uiterlijk twee dagen zonder gebruik activeert het accubeheer de slaapstand.

De slaapstand wordt beëindigd, als u de accu op het oplaadapparaat aansluit of als u op de push-toets op de accu drukt. 4. 5 LEVENSDUURDe levensduur van de accu is afhankelijk van verschillende factoren. De belangrijk-ste slijtagerelevante factoren zijn:• • Het aantal laadprocessen. Volgens de technische definitie is de accu verbruikt, wanneer minder dan 60% van de oorspronkelijke capaciteit beschikbaar is zie “hoofdstuk 4. 3. 2 Capaciteit controleren”. Wanneer de resterende actieradius voor u voldoen-de is, kunt u de accu natuurlijk blijven gebruiken. Wanneer de capaciteit voor u niet meer voldoende is, kunt u de accu voor verwijdering bij uw Gazel-le-specialist afgeven en een nieuwe accu kopen. • De leeftijd van de accu. Een accu veroudert ook tijdens de opslag. Dat betekent dat zelfs als u een accu niet gebruikt, de capaciteit toch min-der wordt.

Bij een alledaags gebruik moet u met een veroudering van de accu van ca. 3-5% per jaar door ver-oudering en laadprocessen rekening houden. Let erop dat de accu niet te heet wordt.

De veroudering van de accu neemt sterk toe vanaf temperaturen boven 40°C. Directe bestraling door de zon kan de accu zeer sterk verhit-ten. Let erop dat u de accu niet in een hete auto laat liggen en zet uw fiets bij fiets- tochten in de schaduw. Als u een verwarming niet kunt verhinderen, let er dan a. u. b. op dat u de accu niet ook nog gaat opladen. Een volgeladen accu veroudert nog sterker bij hoge temperaturen dan een gedeeltelijk geladen accu.

16 GAZELLE HANDLEIDING• Ook door een gericht gebruik van de ondersteuning kunt u de levensduur van uw accu verlengen. Fiets met een gering ondersteuningsniveau. De ontladingsstroom ligt hierdoor lager, waardoor u de accu minder snel leeg is en u dus minder vaak hoeft te laden. Let erop dat de accu vóór de eerste rit of na een langere gebruikspau-ze volledig is opgeladen.4.6 OPSLAGWanneer u de accu gedurende een lan-gere periode niet gebruikt, slaat u hem met een laadstatus van ongeveer 60% en bij een temperatuur boven de 10°C op. Wanneer u de accu zes maanden niet gebruikt, moet u deze weer bijladen.4.7 VERZENDING U mag accu’s niet opsturen! Een accu behoort tot de gevaarlijke goederen die onder bepaalde omstan-digheden oververhit kunnen raken en in brand kunnen vliegen.De voorbereiding en de verzending van een accu mag uitsluitend door uw Gazelle- specialist worden uitgevoerd.

Als u een klacht hebt over uw accu, dient u deze via uw Gazelle-specialist af te handelen. Uw Gazelle- specialist heeft de mogelijkheid om de accu onder naleving van de wet voor vervoer van gevaarlijke stoffen op te laten halen.4.8 VERWIJDERINGAccu’s mogen niet via het huisvuil wor-den verwijderd. Consumenten zijn er wettelijk toe verplicht om afgedankte of beschadigde accu’s bij de hiervoor bestemde plaatsen af te geven (inzamel-plaats voor accu’s of bij uw Gazelle-spe-cialist).

17IMPULSE SYSTEEM5 OPLAADAPPARAAT Een verkeerde bediening kan tot schade aan het apparaat of tot letsel leiden.Om oververhitting, elektrischeschokken of ontvlammen te voorkomen,hou de volgende veiligheidsvoorschriftenin acht:• Gebruik het oplaadapparaat alleen voor de opgegeven elektrische ets.• Sluit de stekker correct aan.• Raak de stekker niet aan met natte handen.• Bewaar het oplaadapparaat niet met het netsnoer eromheen gewikkeld. Het netsnoer of de stekker kunnen hierdoor beschadigd raken.• Raak de oplaadcontacten niet aan met metalen voorwerpen om kortsluiting te voorkomen.• Stel het oplaadapparaat niet bloot aan mechanische schokken.• Gebruik het oplaadapparaat niet op vochtige plaatsen.• Zorg ervoor dat het oplaadapparaat tijdens het opladen uw huid nooit lang-durig op dezelfde plaats blijft raken.• Houd het oplaadapparaat buiten het gebruik van kinderen.

Gebruik geen andere oplaad appa-raten. Laad uw accu uitsluitend met het meegeleverde of een door ons erkend oplaadapparaat op. Lees vóór het eerste gebruik van het oplaadapparaat de op het apparaat aangebrachte typeplaatjes.De drageraccu kan alleen gescheiden van de ets geladen worden.De zitbuisaccu daarentegen kan tijdens het laadproces in de ets blijven zitten. De zitbuisaccu kunt u ook gescheiden van de ets opladen. Bij lage buitentemperaturen raden wij u aan de accu in een warmere ruimte op te laden. De accu kan bij temperaturen tussen 0°C en 45°C worden geladen.

18 GAZELLE HANDLEIDING6 BEDIENINGSELEMENT EN DISPLAYEen Gazelle met Impulse systeem is met twee verschillende bedieningselementen verkrijgbaar: Met LED- of LCD-display. Bij het LED-bedieningselement geven lichtdioden de informatie aan en bij het LCD-display wordt meer informatie weer-gegeven. In hoofdstuk 6.1 wordt bediening met het LED-bedieningselement toegelicht; in hoofdstuk 6.2 en 6.3 wordt bediening met het LCD- display toegelicht. 6.1 LED-BEDIENINGSELEMENT2634511 Duw hulp2 Waarde verhogen3 Weergave acculaadstatus4 Weergave ondersteuningsniveau5 Aan/uit-toets6 Waarde verlagenHet bedieningselement op het stuur heeft vier knoppen en twee LED-weergavebal-ken. Links op het bedieningselement zitten de knoppen waarmee u de sterkte van de ondersteuning kunt regelen.

Rechts daarnaast ziet u boven de weerga-vebalken die via LED’s de sterkte van de ingeschakelde ondersteuning en de actue-le oplaadstatus van de accu weergeven. Weergavebalk voor laadstatus en ondersteuningHieronder zit de aan/uit-toets. Hiermee schakelt u het elektrische systeem aan en uit. Knop voor in- en uitschakelenAan de bovenzijde van het bedieningsele-ment zit een knop voor de duw hulp. 6.1.1 In-/uitschakelenDoor een druk op de knop aan/uit-toets wordt het elektrische systeem in- en uit-geschakeld. Alleen voor etsen met een terugtraprem geldt: het systeem voert nu een systeemcontrole uit. Gedurende deze tijd brandt de linker LED ca. twee seconden, daarna alle LED’s gedurende ca. 1 seconde. Wanneer u nu vertrekt, herkent

19IMPULSE SYSTEEMhet systeem doorgaans een pedaalbewe-ging in de richting “aandrijving” en “terug-traprem”. De systeemcontrole is beëindigd en u kunt zoals gewoonlijk met ondersteu-ning etsen. Wanneer u geen ondersteuning opmerkt, dient u even terug te trap-pen en daarna weer naar voren, zodat de systeemcontrole wordt uitgevoerd. Wanneer de LED’s blijven knipperen en er geen sprake is van ondersteuning, dient u contact op te nemen met uw Gazelle- specialist.6.1.2 Duw hulpDe duw hulp beweegt de ets langzaam vooruit zonder dat u op de pedalen hoeft te trappen, bijvoorbeeld in de parkeergara-ge of wanneer u berg op loopt met de ets aan de hand. Om de duw hulp te activeren, drukt u drie seconden lang op de -toets. De duw hulp dient niet als vertrek hulp.6.1.3 Knoppen voor het niveau van de motorondersteuningMet de pijlknoppen kunt u het niveau van de motorondersteuning instellen.

Knoppen voor het niveau van de motorondersteuningMet elke druk op de pijlknop verandert de kracht van de motorondersteuning met één niveau. Wanneer u op de knop pijl-omhoog drukt, neemt de kracht van de ondersteuning met één niveau toe, van “geen ondersteuning / stand-by” naar het hoogste niveau: POWER.Motorondersteuning verhogenWanneer u op de knop pijl-omlaag drukt, wordt de kracht van de ondersteuning met elke druk zwakker, van POWER tot aan het niveau zonder ondersteuning STAND-BY.Motorondersteuning verlagen6.1.4 Weergave van het ondersteunings-niveauDe onderste LED-balk rechts naast de knoppen voor het niveau van de motoron-dersteuning geeft aan hoe sterk u momen-teel door de motor wordt ondersteund. Weergave van het ondersteuningsniveau

20 GAZELLE HANDLEIDINGWeergave Ondersteunings niveauPOWERDe rechter LED van de weerga-ve brandt. De ondersteuning werkt sterk.SPORTDe middelste LED van de weer-gave brandt. De ondersteuning staat op een gemiddeld niveau ingesteld.ECODe linker LED van de weergave brandt. De ondersteuning staat op een laag niveau ingesteld.STAND -BYGeen ondersteuning. De accu-weergave brandt nog. ( )Ondersteuningsniveau• Op het niveau met de sterkste onder-steuning (POWER) brandt de rechter LED van de weergave. De ondersteuning werkt sterk.• Op het middelste ondersteuningsniveau (SPORT) brandt de middelste LED van de weergave. De ondersteuning staat op een gemiddeld niveau ingesteld.• Op het laagste niveau (ECO) brandt de linker LED van de weergave.

De onder-steuning werkt slechts op een laag niveau.• Wanneer de ondersteuning uitgescha-keld is (standby), branden alleen nog de LED’s van de laadstatusweergave. De motor ondersteunt u nu helemaal niet.6.1.5 Weergave van acculaadstatusBoven de LED-balk voor de weergave van het ondersteuningsniveau ziet u de weer-gave van de acculaadstatus.Weergave van de acculaadstatusWeergave Laadstatus Accu100 % – 80 %80 % – 60 %60 % – 40 %40 % – 20 %20 % – 10 %< 10 % LED brandt LED knippert LED uitLaadstatus accuWanneer de accu onder een minimale laad-status komt, wordt het systeem uitgescha-keld. Op het bedieningselement branden dan geen LED’s meer. Wanneer uw ets gedurende 10 minuten niet wordt bewogen, schakelt het systeem zich automatisch uit.

Wanneer u weer met ondersteuning wilt etsen, moet u deze via het bedieningselement opnieuw inscha-kelen.6.1.6 Foutdiagnose en fouten oplossenHet bedieningselement laat zien als er sprake is van een fout. Dan vertonen de LED’s op de accuweergave bepaalde knipper patronen:

21IMPULSE SYSTEEMAls direct na het inschakelen van het systeem alle LED’s van de accuweergave tegelijkertijd knipperen, betekent dat dat er sprake is van een fout in de accu-communicatie. • Schakel het systeem in een dergelijk geval nog een keer uit en daarna weer in. • Wanneer de fout opnieuw optreedt, koppelt u de accu even aan het oplaadapparaat, zodat het accubeheer de fout kan verhelpen. U kunt ook een andere toegestane accu plaatsen. • Wanneer het knippersignaal niet stopt, moet het systeem door uw Gazelle- specialist worden gecontroleerd. Wanneer direct na vertrek of tijdens het etsen de linker LED kort en daarna alle LED’s lang knipperen, betekent dit dat er sprake is van een van de onderstaande fouten:Oorzaak OplossingSpaakmagneet verschovenControleer of de spaakmagneet is verschoven.

De magneet moet op een zo klein mogelijke afstand tot de sensor op de liggende achtervork zitten (max. 5 mm). Snelheidssensor defect Uw Gazelle-specialist controleert dit en voert indien nodig een reparatie uit Kabelverbinding defect Uw Gazelle-specialist controleert dit en voert indien nodig een reparatie uitMotoreenheid maakt geen verbinding met accu• Sluit de accu op het oplaad apparaat aan• Plaats een andere accu• Uw Gazelle-specialist controleert de besturingskabels van de accustek-ker naar de motoreenheid121 Spaakmagneet2 Sensor aan liggende achtervorkAlleen bij etsen met terugtraprem:Wanneer meteen in het begin de linker LED lang en daarna alle LED’s kort knipperen, betekent dit dat u de veiligheidstest voor de pedaalposities “aandrijving” of “terug-traprem” nog moet uitvoeren of dat de posities niet correct worden herkend.

• Beweeg in dit geval de pedalen een keer naar voren en een keer naar achteren totdat u een weerstand voelt. Wanneer het knippersignaal verdwijnt, kunt u gewoon etsen. Als het knippersignaal niet stopt, kunt u etsen als op een ets zonder motorondersteuning.

22 GAZELLE HANDLEIDINGlende functies, afhankelijk van het feit op welk instellingspunt u zich bevindt. 12341. Aan/uit-toets 2. Waarde verhogen + duwhulp (drie secon-den indrukken) 3. Waarde verlagen 4. SET-toets6.2.1 In-/uitschakelenDoor een druk op de -toets van het bedieningselement schakelt u het systeem in. Na enkele seconden verschijnt een welkomstmelding, gevolgd door het start-menu. Na het inschakelen staat het systeem altijd in de weergavemodus waarin u het systeem hebt uitgeschakeld.Om uw ets uit te schakelen, drukt u op de -toets van het bedieningselement.6.2.2 Duw hulpDe duw hulp beweegt de ets langzaam vooruit zonder dat u op de pedalen hoeft te trappen, bijvoorbeeld in de parkeergara-ge of wanneer u berg op loopt met de ets aan de hand. Om de duw hulp te activeren, drukt u drie seconden lang op de -toets.

De duw hulp dient niet als vertrek hulp.6.2.3 / -toetsen• Met de / -toetsen kunt u het niveau van de motorondersteuning instellen.• Met elke druk op één van de beide toetsen verandert de kracht van de motorondersteuning met één niveau. Als u op de -toets drukt, gaat het niveau van de ondersteuning met elke druk op de knop met één niveau omhoog. Als u op de -toets drukt, wordt de ondersteuning met elke druk op de knop zwakker.6.3 LCD-DISPLAY 1 2 31 Fietssnelheid 2 Ondersteuningsniveau3 Oplaadstatus van de accuHet display in het midden van het stuur is verdeeld in vier verschillende weergave-velden. • Linksboven ziet u de actuele etssnel-heid 1.• Daaronder staat aangegeven welk ondersteuningsniveau 2 u hebt geko-

23IMPULSE SYSTEEMzen, zie hoofdstuk 6.3.1 “Weergave van de ondersteuning”.• Rechtsboven informeert het accusym-bool 3 u over de actuele oplaadstatus van de accu van uw ets, zie hoofdstuk 6.3.2 “Weergave van de oplaadstatus accu”.6.3.1 Weergave van de ondersteuningHet display geeft aan hoe sterk u momen-teel door de motor wordt ondersteund.Weergave display OndersteuningDe ondersteuning staat op het hoogste niveau ingesteld.De ondersteuning staat op een gemiddeld niveau ingesteld.De ondersteuning staat op een laag niveau ingesteld.Geen ondersteuning. De accu-weergave brandt nog.U kunt met de / -toetsen heen en weer schakelen tussen de afzonderlijke ondersteuningsniveaus.6.3.2 Weergave van de oplaadstatus accuRechtsboven op het display ziet u de weer-gave van de acculaadstatus. Deze geeft via een batterijtekening in zeven segmenten aan hoe vol de accu nog is.

Hoe lager de laadstatus van de accu, des te minder seg-menten worden weergegeven:Weergave display Laadstatus accu100 – 85,5%85,5 – 71,5%71,5 – 57,5%57,5 – 42,4%42,5 – 28,5%28,5 – 14,5%Wanneer de accu onder een minimale laad-status komt, wordt de motorondersteuning uitgeschakeld. Dan dooft het hele scherm. Wanneer u uw ets gedurende tien minuten niet gebruikt, schakelt het systeem zich automatisch uit.Wanneer u weer met ondersteuning wilt etsen, moet u deze via het bedienings-element opnieuw inschakelen.6.3.3 EenhedenDoor drie seconden op de -toets te druk-ken, kunt u wisselen tussen km/h (ets-snelheid), km (weergave van de resterende actieradius) en tussen mph/mi.6.3.4 Resetten kilometerstandDoor drie seconden op de -toets te druk-ken kunt u de kilometerstand resetten.

24 GAZELLE HANDLEIDING7 DE MOTOR7.1 W ER K W I J Z EWanneer u de ondersteuning inschakelt en de ets in beweging wordt gebracht, wordt de ets door de motor ondersteund.Schakelen met de ets gaat extra soepel, dankzij de Shift Sensor. De elektrische ondersteuning wordt tijdens het schakelen kort onderbroken, waardoor dit soepel en feilloos verloopt.Hoeveel stuwkracht de motor ontwikkelt, is afhankelijk van drie factoren:• Hoe krachtig u op de pedalen trapt De motor past zich aan het door u geleverde vermogen aan. Wanneer u harder trapt, bijvoorbeeld berg op of bij het wegrijden, registreert de krachtsensor dit en levert meer kracht dan wanneer u slechts weinig pedaaldruk uitoefent. De ondersteuning wordt proportioneel sterker wanneer u zelf zwaarder op de pedalen trapt.

De ontwikkeling van deze ondersteuning wordt sterker naarmate u het ondersteuningsniveau hoger hebt ingesteld.• Welke ondersteuning u gekozen hebt Op het hoogste ondersteuningsniveau (POWER) ondersteunt de motor u met het hoogste vermogen, maar verbruikt dan ook de meeste energie. Wanneer u voor het niveau SPORT kiest, levert de motor iets minder vermogen. Wanneer u kiest voor ECO wordt u het minste ondersteund, maar hebt u wel de groot-ste actieradius.• Hoe snel u etst Wanneer u etst en de snelheid opvoert, SnelheidPedaalkrachtMax. ondersteuning Uitschakelsnelheidelektrische ondersteuning)Elektrische ondersteuningImpulseToenemende trapkracht en ondersteuningAfnemende ondersteuningOndersteuning uitgeschakeldVerhouding pedaalkracht en elektrische ondersteuning

25IMPULSE SYSTEEMneemt de ondersteuning toe totdat deze net voor de hoogste ondersteunde snelheid haar maximum heeft bereikt. Dan wordt ze automatisch verlaagd en bij ca. 25 km/uur in alle versnellingen uitgeschakeld. 7. 2 ACTIERADIUSHoe ver u met een volledig opgeladen accu met motorondersteuning kunt etsen, wordt door meerdere factoren beïnvloed:• Gekozen ondersteuning Wanneer u een grote afstand met motorondersteuning wilt aeggen, etst u dan zoveel mogelijk met lagere versnellingen. Dit vergt minder kracht van de motor. Stel het niveau bovendien in op een lagere ondersteuning (ECO). • Rijstijl Wanneer u in een hoge versnelling rijdt en een krachtige ondersteuning instelt, wordt u door de motor met veel kracht ondersteund. Dat leidt echter tot een hoger verbruik. Dit heeft tot gevolg dat u de accu eerder dient op te laden opladen.

Bij veel korte ritjes zal een elek-trische ets meer energie verbruiken, waardoor de totale actieradius minder kan worden. • Omgevingstemperatuur De actieradius met een opgeladen accu is kleiner wanneer het kouder is. Voor een zo groot mogelijke actieradius dient de accu in een verwarmde ruimte te worden opgeslagen, zodat de accu op kamertemperatuur in de ets kan wor-den geplaatst. De ontladingstempera-tuur van de accucellen kan -15 tot +60°C bedragen. • Technische staat van uw ets Zorg voor een juiste bandenspanning van uw banden (4 bar). Wanneer uw banden te zacht zijn, is de rolweerstand veel hoger. Ook als de remmen aanlo-pen, is de actieradius kleiner. Informeer bij uw Gazelle-specialist voor meer informatie. • Accucapaciteit Door de huidige capaciteit van de accu hoofdstuk 4. 3. 2 “Capaciteit controleren”. • Topograe Wanneer u bergop rijdt, trapt u harder door.

26 GAZELLE HANDLEIDINGDrageraccuAantal Wattuur 313 Wh 416 Wh 482 WhAmpères 8,6 Ah 11,4 Ah 13,4 AhActieradius Eco 70-100 km 90 -130 km 110 -16 0 k mActieradius Sport 60-85 km 81-115 k m 95-140 kmActieradius Power 50-70 km 65-90 km 8 0 -110 k m7.3 GARANTIE EN LEVENSDUURDe Impulse middenmotor is een duurza-me en onderhoudsvrije aandrijving. Het gaat hierbij wel om een slijtageonderdeel waarvoor een garantie van twee jaar geldt. Door de aanvullende prestaties worden de slijtageonderdelen zoals aandrijving en remmen sterker belast dan bij een normale ets. Door de verhoogde krachtwerking slijten de onderdelen sneller.Meer informatie over de garantie van uw elektrische ets vind u in het bijgeleverde veiligheid & garantie boekje.

27IMPULSE SYSTEEM8 FOUTDIAGNOSE EN FOUTEN OPLOSSENTekst Oorzaak OplossingAccu wordt bij het opladen warmer dan 45°C.Hoge omgevingstempe-raturenOnderbreek het laadproces en laat de accu afkoelen. Laad daarna in een koelere omgeving op. Als het probleem zich dan nog steeds voordoet, neem dan contact op met uw Gazelle-specialist, eventueel moet de accu worden vervangen.Beschadigde accu Beschadigde accu’s mogen niet worden opgeladen en ook niet meer worden gebruikt. Neem dan contact op met uw Gazelle-specialist, eventueel moet de accu worden vervangen.Accu kan niet worden opgeladen. Te hoge of te lage omgevings temperatuurU kunt de accu laden bij temperaturen tussen 0°C en 45°C.Accu is beschadigd. Ongeluk of vallen met de ets of u heeft de accu laten vallen.Een beschadigde accu mag niet worden opgeladen en ook niet meer worden gebruikt.

Neem dan contact op met uw Gazelle-specialist, eventueel moet de accu worden vervangen.Actieradius van de accu lijkt gering.Capaciteit van de accucellen is afhankelijk van tempe-ratuur.Bescherm de accu tegen hitte door uw ets bijvoor-beeld in de schaduw te zetten.“Geen signaal van snel-heidssensor”/ “SPEED”Spaakmagneet verschoven Controleer of de spaakmagneet is verschoven. De magneet moet op een zo klein mogelijke afstand tot de sensor op de liggende achtervork zitten (max. 5 mm). 121 Spaakmagneet 2 Sensor aan liggende achtervorkSnelheidssensor defect Breng een bezoek aan uw Gazelle-specialist.Kabelverbinding defect Breng een bezoek aan uw Gazelle-specialist.“Communicatiefout met de accu” Motor heeft geen verbinding met de accuPlaats een andere accu.Breng een bezoek aan uw Gazelle-specialist.“Motortemperatuur te hoog” De motor heeft een te hoge temperatuur bereikt.

Bijvoorbeeld door een lange, steile helling die in een hoge versnelling werd opgereden.Laat de motor afkoelen. Daarna kunt u uw tocht voortzetten.Constante weergave “PEDAL” Defecte terugtrapschakelaar Breng een bezoek aan uw Gazelle-specialist.

28 GAZELLE HANDLEIDING9 ONDERHOUD Voor de reiniging van de ets moet u de accu uit de ets verwijderen. Gebruik voor de reiniging nooit schoon-maakbenzine, verdunmiddelen, aceton of soortgelijke middelen. U mag ook geen schuurmiddelen of agressieve schoon-maakmiddelen gebruiken. Gebruik uitsluitend de gebruikelijke, huishoudelijke reinigings- en desinfectie-middelen (isopropanol) of water. Bij uw Gazelle-specialist zijn geschikte reinigings-middelen verkrijgbaar. Hij kan u ook advies geven. Wij raden u aan uw ets met een vochtige doek, een spons of een borstel te reinigen. 9. 1 ACCUZorg ervoor dat tijdens de reiniging geen water in de accu komt. De elektrische onderdelen zijn afgedicht, maar wij raden u toch af om de ets met een waterslang af te spuiten of met een hogedrukreiniger te reinigen. Hierdoor kan schade ontstaan.

Als u de accu afveegt, mag u de contacten niet aanraken of met elkaar in aanraking brengen. Dat zou tot het uitschakelen van de accu kunnen leiden. 9. 2 MOTORU dient de motor van uw ets regelmatig te reinigen. Eventueel vuil kunt u het beste met een droge borstel of een vochtige (geen natte) doek verwijderen. De reiniging mag niet met stromend water, zoals een slang, of een hogedrukreiniger worden uitgevoerd. Als er water in de motor komt, kan deze kapot gaan. Zorg er tijdens de reiniging daarom altijd voor dat er geen vloeistof of vocht in de motor terecht kan komen. Reinig de motor niet als deze warm is, bij-voorbeeld net na een rit. Wacht totdat de motor is afgekoeld. Anders kan hij schade oplopen. Wanneer de motor, bijvoorbeeld voor reinigingsdoeleinden is gedemonteerd, mag deze in geen enkel geval aan de kabels worden vastgehouden resp. worden getransporteerd.

De kabels kunnen hier-door namelijk breken. Wanneer de motor van het frame van de ets is verwijderd, moeten de stekker van de motor en de aansluiting van de kabel naar de accu vóór het in elkaar zetten worden gecontroleerd m. b. t. mogelijke ver-ontreinigingen.

2,6 kg 2,6 kgWij wensen u veel plezier bij het gebruik van uw nieuwe ets met Impulse-aandrijving.Copyright © Koninklijke Gazelle NVNadruk, ook gedeeltelijk, alleen met toestemming van Koninklijke Gazelle NVDrukfouten, fouten en technische wijzigingen voorbehouden.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Gazelle Impulse 2016 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden