Gazelle General Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Gazelle General (52 pagina’s), behorend tot de categorie Fiets E-bike. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 33 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Gazelle General of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Gazelle |
| Categorie: | Fiets E-bike |
| Model: | General |
Handleiding Gazelle General – volledige tekst
Gefeliciteerd met uw nieuwe Gazelle-fiets! Met uw nieuwe Gazelle heeft u zich verzekerd van duizenden kilometers ontspannen en onbezorgd fietsplezier. Al sinds de eerste fiets die Gazelle in 1892 produceerde staan uw comfort en veiligheid bij Gazelle voorop. Gazelle heeft als eerste fietsmerk in Nederland het ISO 9001-2000 certificaat voor haar kwaliteits-systeem ontvangen.Uw Gazelle-fiets is uiteraard met de grootst mogelijke zorgvuldigheid ontworpen en geproduceerd, met gebruik van hoogwaardige en duurzame materialen. Gazelle biedt u dan ook een langdurige garantie. U vindt onze garantie voorwaarden in de handleiding Veiligheid & Garantie (zie www.gazelle.nl/service/handleidingen).Om optimaal van uw nieuwe fiets te kunnen blijven genieten is het belangrijk haar goed te onderhouden en regelmatig te laten controleren door uw Gazelle-specialist.
In dit boekje leest u hoe u dat het beste kunt doen, en hoe u eventuele kleine reparaties zelf kunt verrichten. Ook vindt u alle informatie die u nodig heeft om uw fiets exact op uw maat en wensen af te stellen.Wij raden u dan ook aan deze gebruikershandleiding goed door te lezen en zorgvuldig te bewaren. Uw Gazelle-specialist is altijd bereid u met raad en daad bij te staan.Wij wensen u veel fietsplezier!Koninklijke Gazelle N.V.
Algemene informatieHet is raadzaam om uw fiets regelmatig door uw Gazel-le-specialist te laten controleren. Wij adviseren om circa zes weken tot uiterlijk drie maanden na de ingebruikname van uw fiets een eerste servicebeurt te laten uitvoeren. Vervolgens is het gewenst de fiets één keer per jaar voor een servicebeurt bij uw Gazelle-specialist aan te bieden. Er wordt dan bijvoorbeeld gekeken of de spanning van de spaken nog in orde is en gecontroleerd of er speling zit in de naven, de trapas of het balhoofd. Voelt u tijdens het fietsen speling dan kunt u het beste direct naar uw Gazelle-specialist gaan. Als u te lang met mankementen doorfietst, kunnen de problemen vererge-ren en uiteindelijk zorgen voor schade.
Door uw fiets regel-matig af te laten stellen en te laten controleren voorkomt u hoge reparatiekosten.Uiteraard kunnen wij ons voorstellen dat u ook zelf het een en ander wilt doen aan onderhoud of kleine reparaties. In deze gebruikershandleiding vindt u uitleg over hoe u uw fiets onderhoudt, afstelt en repareert. Komt u er zelf niet uit of twijfelt u over de juiste handelingen, wendt u zich dan tot uw Gazelle-specialist. Verkeerd uitgevoerde onderhouds-, reparatie- en afstellingszaken kunnen leiden tot defecten.
Let op• Bouten, schroeven en moeren moeten worden vast-gedraaid volgens voorgeschreven aanhaalmomenten. Draait u deze te hard aan dan kan dit leiden tot scheu-ren en breuken! In hoofdstuk 21, tabel 1 vindt u een overzicht van alle voorgeschreven aanhaalmomenten.• Reinig uw fiets NOOIT met een hogedrukreiniger. Doet u dit wel dan kan het vet en/of de olie uit onderdelen weggespoten worden, met als mogelijk resultaat roest of ernstige beschadigingen.• Niet elk fietstype is voor elk terrein geschikt. Fietsen zijn niet bedoeld voor extreme belastingen zoals sprin-gen of rijden over trappen. Trekkingfietsen kunnen op verharde wegen en in het verkeer worden gebruikt. Zij zijn tevens geschikt voor gebruik op licht terrein, zoals veldwegen. Stads-, toer- en kinderfietsen kunnen in het verkeer en op verharde wegen gebruikt worden.
De fabrikant en de Gazelle-specialist zijn niet aansprakelijk voor een niet-reglementair gebruik van de fiets, met name het niet naleven van veiligheidsrichtlijnen, en de hieruit ontstane schade.• Pas op dat losse kleding, sjaals, veters etc. niet tussen bewegende delen zoals de spaken of de pedalen klem komen te zitten.• Zoals alle mechanische systemen is een fiets onder-hevig aan slijtage. De diverse onderdelen kunnen verschillend reageren op slijtage. Intensiever gebruik zal de levensduur van bepaalde onderdelen verkorten. • Voor extra veiligheid is het aan te raden een fietshelm te gebruiken. Houd in elk geval rekening met de natio-nale regels en normen voor het gebruik van een helm.• Neem altijd de lokale en nationale verkeersregels in acht die van toepassing zijn in het land waar u de fiets gaat gebruiken.
1. Het stuur. AfstellingDe hoogte van het stuur bepaalt onder meer de druk op uw handen en de houding van uw rug, en heeft daarom veel invloed op uw rijcomfort. Gazelle-fietsen zijn uitgerust met verschillende soorten sturen. Uiteraard kunt u deze allemaal naar wens in hoogte verstellen. Let op• Als u het stuur in hoogte verstelt, zorg er dan voor dat de veiligheidsaanduiding MAX op de stuurpen niet zichtbaar is (zie a. 1). Is deze wel zichtbaar dan staat het stuur te hoog. Bij de Switch stuurpen dient de binnen balhoofdbuis minimaal tot de aangegeven min/insert- markering te lopen. • Voorkom ongelukken, verstel de stuurpen niet tijdens het rijden! Switch en Switch SL De hoogte van de Switch stuurpen is op twee manieren te veranderen: door het kantelen van het stuur, of door het omhoog zetten van de stuurpen zelf.Wilt u de stuurpen zelf in hoogte verstellen? De reguliere Switch (a.
2 t/m 3) draait u met een 6 mm inbussleutel de bout (C) los. Deze bout wordt zichtbaar als u de hendel omhoog haalt. Om de Switch SL (a. 4) stuurpen in hoogte te verstellen draait u de boutjes (D) los met een 5 mm inbussleutel. Nu kunt u de stuurpen verstellen. Draai ver-volgens de boutjes (D) weer vast. Het gemakkelijkst is het verstellen door middel van het kantelsysteem; u heeft hiervoor geen gereedschap nodig. Trek eerst de veiligheidsschuif (a. 2, A) bovenop het stuur naar beneden. Haal vervolgens de volledige hendel (a. 3, B) omhoog. U kunt nu het stuur op de gewenste hoogte kantelen. Het stuur zit vast op het moment dat u de hendel weer naar beneden duwt. Magix en Smica (verstelbaar)Bij de Magix en Smica stuurpennen (zie a. 5) is de stuurvoorbouw rechtstreeks op de binnenbalhoofdbuis
(dit is de buis die aan de voorvork vast zit) gemonteerd. U verstelt het stuur in hoogte middels de bouten (A). Door de bout (B) los te draaien kan de hoek van de voorbouw en daarmee de hoogte van het stuur worden ingesteld. Tot slot kunt u de stuurbocht zelf kantelen. Hiertoe draait u de bout (C) los. Heeft u een Smica stuurpen dan kunt u de bouten losdraaien met een 5 mm inbussleutel, bij de Magix is dit een 6 mm inbus. Shuttle en New ShuttleOm de hoogte van de (New) Shuttle stuurpen (zie a. 6) te verstellen dient u als eerste het dopje van de pen te lichten. Vervolgens kunt u de voorbouw zo verdraaien dat de bout (A) zichtbaar wordt. Deze draait u los met een lan-ge inbussleutel (6 mm), waarna u de hoogte van het stuur naar de gewenste hoogte kunt aanpassen. Zet daarna de bout weer stevig vast. Met de bout (B) verstelt u de positie van de voorbouw en met de bout (C) de stuurbocht.
Ook hiervoor gebruikt u een 6 mm inbus sleutel. Stuurpen CQS-JM3358-2Middels de bout (a. 7, A) bovenop de stuurpen kunt u de hoogte van de stuurpen wijzigen. Om de voorbouw aan te passen draait u bout (B) los. Wilt u de stuurbocht zelf kan-telen, dan doet u dit middels de bout (C). Voor alle bouten gebruikt u een 6 mm inbussleutel. Vaste stuurpenOm de stuurpen zelf in hoogte te verstellen draait u de bout (A) met een 6 mm inbussleutel een paar slagen los (zie a. 8 en 9). Vervolgens geeft u met een (rubberen) hamer een paar klapjes op de bout. U kunt het stuur nu op de door u gewenste hoogte plaatsen door een draaiende heen en weer beweging. Zet daarna de bout weer stevig vast. U kunt door middel van de klembout (B) de stand van de stuurbocht aanpassen. StuurblokkeringOp diverse Gazelle modellen zit een stuurblokkering. Deze zorgt ervoor dat het stuur niet kan omklappen.
rode band. Rijdt u onverhoopt weg terwijl het stuur nog geblokkeerd is, dan kunt u het stuur nog wel verdraaien zodat er geen ongelukken gebeuren. U hoort een ratelend geluid, bedoeld om u erop te attenderen dat u het stuurslot nog vast heeft staan. U deblokkeert het stuurslot door de zwarte ring rechtsom te draaien (met de klok mee), waarna er weer normaal gestuurd kan worden.. OnderhoudDe stuurpen en het balhoofd moeten eens in de zoveel tijd gesmeerd worden. Merkt u dat het stuur stroef loopt, kraakt of anderszins niet naar behoren functioneert, dan moet deze mogelijk weer gesmeerd worden. U kunt hier-voor bij uw Gazelle-specialist terecht.. Veiligheid & reparatiesNa langdurig gebruik kan het gebeuren dat het stuur een beetje los komt te zitten. Bezoek in dat geval uw Gazelle-specialist. Die beschikt over de kennis en het gereedschap om dit probleem direct te verhelpen.
Mocht u onverhoopt ten val komen, en daarbij het stuur verbuigen of beschadigen, dan moet het stuur worden vervangen. Het terugbuigen van het stuur kan ertoe leiden dat het breekt. Diepe krassen in aluminium sturen geven risico op stuurbreuk. Ook dan dient het stuur vervangen te worden.
2. HandvattenOm te voorkomen dat handvatten los gaan zitten heeft Gazelle handvatten ontwikkeld die met een boutje (zie a. 11 en 12) vastgezet kunnen worden. Wanneer u het prettig vindt uw handvatten iets over de stuurbocht te verdraaien dient u bout (A) eerst iets los te draaien met een 4 mm inbussleutel. Na het instellen in de gewenste positie zet u het handvat weer vast door het boutje aan te draaien.
3. Vering voorvork/ balhoofdSommige Gazelle-fietsen zijn voorzien van een voorvork met vering. Er zijn twee soorten vering: voorvorkvering en binnenbalhoofdvering. Hier leest u hoe u beide in kunt stellen. Bij de voorvorkvering bevindt het veringsmechanis-me zich in de poten van de voorvork; heeft u een binnen-balhoofdvering dan is het veringsmechanisme geïnte-greerd in de binnenbalhoofdbuis.. InstellenVoorvorkveringDe stugheid van de vering van de voorvork stelt u in met de draaiknop (a. 13, A) op de voorvork. Om de vering stijver te maken draait u rechtsom; door linksom te draaien maakt u de vering zachter. Let erop dat de veren aan beide kanten dezelfde spanning hebben. Indien nodig kunt u hiertoe de vering aan beide kanten eerst naar het nulpunt draaien.
Als u er vervolgens op toe ziet dat u de beide zij-den evenveel slagen draait dan weet u zeker dat de beide veren een gelijke spanning hebben. BinnenbalhoofdveringDe stugheid van de vering stelt u in middels het boutje onder de balhoofdbuis, tussen de twee vorkpoten (zie a. 15). Door rechtsom te draaien maakt u de vering stijver; om de vering zachter te maken draait u linksom.Wanneer u de binnenbalhoofdvering wilt afstellen dient u als eerste de rubberen hoes naar beneden te schuiven om het aanpassingssysteem te onthullen (zie a. 14). Draai de moeren (A) los met een steeksleutel 14. Draai de 4 schroe-ven (B) vast met een 6 mm inbussleutel om speling te ver-wijderen. Draai elk tegenoverliggend paar schroeven (B) tezamen vast. Herhaal tot alle speling weg is. Mochten de schroeven (B) juist te vast zitten, draai ze dan beurtelings los om overmatige wrijving te verwijderen.
de bouten los kunnen raken. Plaats de rubberen hoes weer terug om de vork af te sluiten.Controleer de beweging van de vork nu. Als het goed is, is de verticale beweging soepel en is er geen speling zijwaarts of van voor naar achteren. Als aan een van deze criteria niet wordt voldaan, herhaal dan het volledige pro-ces zo vaak als nodig is om een soepele beweging zonder speling te bereiken.. OnderhoudDoor de verende beweging kan er vuil en vocht in het mechanisme terechtkomen, waardoor de werking vermin-dert. Daarom dient de vering regelmatig, ook onder de rubbers, gereinigd te worden. U kunt de vering het beste met een vochtige, zachte borstel schoonhouden. Na het reinigen dient het veringsmechanisme opnieuw van teflon-houdende olie voorzien te worden.Om de voorvork zelf te smeren moet deze uit elkaar worden gehaald. Dit is specialistisch werk!
4. Verlichting Om als fietser veilig aan het verkeer deel te kunnen nemen is het van groot belang dat u door andere weggebruikers wordt opgemerkt. In dit hoofdstuk leest u alles over de werking van de verschillende types verlichting die u op uw Gazelle-fiets kunt aantreen. . Bediening KoplampDe meeste koplampen worden aangedreven met een naaf-dynamo. Alleen de Trelock LS 330 en de Spanninga Swingo koplamp worden van stroom voorzien door een batterij. De Tung Lin werkt via een banddynamo; deze dient u eerst tegen de fietsband aan te klikken.De Gazelle-koplampen schakelt u aan via de aan-uit-, schuif- of draaiknop (A). Zie aeelding 16 t/m 24 voor een overzicht van alle koplampen en de locatie van de aan-uitschakelaar. Wanneer u eenmaal op de schakelaar (A) drukt schakelt u de verlichting in; druk nogmaals om de verlichting volledig uit te schakelen. De Busch & Müller koplamp (a.
25, zie volgen-de bladzijde) beschikt niet over een aan-uitschakelaar: deze bedient u via de display van de e-bike. AXA Blue Line FenderVision LightVision Spanninga Smart Move Retro AXA Pico Trelock LS Spanninga Swingo Thung Lin Fenderlight
Heeft u een Trelock LS 330 koplamp? Dan beschikt uw lamp over drie standen. Druk eenmaal om de lamp in te schakelen; druk tweemaal voor de knipperlichtfunctie en driemaal om de lamp uit te zetten. Bij de meeste koplampen kunt u simpelweg de lamp bewegen om de lichtstraal te richten. Heeft u een fiets met Gazelle FenderVision-koplamp, dan kunt u de positie van de koplamp c.q. lichtstraal veranderen met het zwarte schuie aan de linkerzijde. In de Tung Lin koplamp ziet u twee peertjes zitten; de tweede is een reservelamp.Verlichting achter De nieuwste generatie Gazelle-achterlichten is ontwor-pen om lang te blijven branden. De gebruikte ledlampjes gebruiken maar weinig energie en hebben een zeer lange levensduur. Door het gebruik van batterijen bij de achter-lichten behoren problemen met de bedrading bovendien definitief tot het verleden.
U schakelt de verlichting achter aan via de knop (A) (a. 26 t/m 33). Beschikt u over een Hermans, SlimVision of AXA Ri achterlicht dan heeft u drie standen: aan, auto en uit:Aan: hiermee kunt u het achterlicht altijd laten branden. Dit kan van belang zijn bij bijvoorbeeld mistig weer waarbij Busch&Muller Lumotec IQ Cyo Hermans/Racktime Gazelle LED XB & Gazelle nr. AXA Spark Gazelle SoloVision BE Vision & SlimVision AXA Ri Spanninga Brasa Spanninga O-GUARD
een brandend achterlicht gewenst is, terwijl er nog teveel licht is om de automaat in te schakelen.Auto: in deze stand schakelt het achterlicht automatisch aan wanneer het donker wordt en de fiets in beweging komt. Wanneer u weer stil gaat staan, bijvoorbeeld bij een verkeerslicht of aan het einde van uw rit, dan blijft het ach-terlicht nog 1 minuut doorbranden (standlichtfunctie).Uit: hiermee schakelt u het achterlicht altijd geheel uit. Handig wanneer u uw fiets op een drager aan de auto vervoert: in die omstandigheden is het inschakelen van de lamp niet gewenst omdat u hiermee mogelijk andere weggebruikers hindert. U kiest de stand via de schuinop of door het aantal keer drukken (1x is aan, 2x is auto, 3x is uit).
Bij het Hermans achterlicht ziet u een geel ledje op de reflector branden als u de auto stand heeft ingeschakeld.De overige achterlichten (Spanning Brasa, Gazelle BE Visi-on, Axa Spark, en Gazelle nr. 7,) hebben alleen een aan- en uitstand, te bedienen via de knop (A). Heeft u de Spanning Brasa lamp? Op deze lamp zit een indicator. Wanneer uw batterijen nog een restcapaciteit van 6 uur (of minder) over hebben wordt de indicator rood.. ReparatiesVoorverlichtingMocht de verlichting niet werken, dan zit het probleem mogelijk in de bedrading. Er kan sprake zijn van een kabelbreuk, of de verbindingen kunnen los zijn komen te zitten. Controleer als eerste de dynamoaansluiting: zit de kabel goed op de dynamo aangesloten? Kijk vervolgens de aansluiting van de kabel op de lamp na.
Wanneer beide aansluitingen in orde lijken, is de kabel wellicht gebroken; in dat geval zal de kabel vervangen moeten worden. U kunt zich hiervoor wenden tot uw Gazelle-specialist.Beschikt u over een Trelock LS 330 of Spanninga Swingo koplamp? Dan dient u mogelijk de batterij te vervangen. Heeft u een Trelock LS 330 koplamp (zie a. 34 en 35) Trelock LS Trelock LS
dan doet u dit als volgt: druk (B) in en schuif de lamp van de houder af. Onderaan de losgekoppelde lamp vindt u een rode knop (C); schuif deze knop naar voren. Nu kunt u het kapje van de lamp af schuiven en de batterijen vervan-gen.Heeft u een Spanninga Swingo koplamp (zie a. 36 en 37)? Om de batterij te vervangen dient u het glaasje van de lamp los te klikken met een muntje bij de inkeping (B) Zijn de kabels en/of de batterijen in orde maar brandt de ledverlichting nog niet, dan kan de storing in de elektronica zitten. Ook kan het zijn dat het lampje is doorgebrand. Uw Gazelle-specialist kan dit voor u nakijken en indien nodig de defecte onderdelen vervangen.Achterlicht De achterlichten van Gazelle-fietsen zijn voorzien van ledlampjes met een zeer lange levensduur.
Vervolgens kunt u de kap of slede verwijderen waarna u de batterijen kunt vervangen. Let op: bij de Solo Vision en de AXA Ri bevindt de schroef zich achter de aan-uit-schuinop; de schroef is zichtbaar als de lamp uit staat.Heeft u een AXA Spark of Spanninga O-GUARD achter-licht (zie a. 48 t/m 51), dan verwijdert u de kap middels een muntje bij de inkeping (B) (AXA) of bij de aan-uitknop (Spanninga).Let er altijd op dat u de batterijen plaatst op in het achter-licht aangegeven manier. Gebruik bovendien uitsluitend Alkaline batterijen. Die lekken namelijk niet waardoor beschadiging voorkomen kan worden.Als uw achterlicht met de nieuwe batterijen niet brandt, dan zijn wellicht de contactpunten van de batterijen vuil geworden.
Is dat ook niet het geval, raadpleeg dan uw Gazelle-specialist. Spanninga O-GUARD AXA Spark Gazelle SoloVision Gazelle SoloVision Spanninga O-GUARD AXA Ri AXA Spark Gazelle LED XB & Gazelle nr.
5. RemmenRemmen zijn zeer belangrijk voor uw veiligheid. In dit hoofdstuk leest u alles wat u moet weten over het afstellen en onderhouden van uw remmen. Heeft u handremmen? Dan is de linkerhendel voor bediening van de achterste rem; met de rechterhendel bedient u de voorrem. Let op• Heeft u een fiets met voorvering? Als u hard remt dan zorgt de voorvering voor een voor- en neerwaartse beweging die met name in bochten gevaar kan ople-veren. Dit eect wordt verminderd door zowel de voor- als de achterrem te gebruiken. Rem dus nooit alleen met de voorrem!• Uw remmen hebben met vochtig weer een langere remweg, houd hier rekening mee!. AfstellingAls u voelt dat u de handrem helemaal indrukt maar nog niet voluit remt, dan dient u de kabel aan te spannen via de stelschroef (a. 52, A) bij de remgreep aan het stuur. Draai de stelschroef een paar slagen naar buiten.
Draai vervolgens de contramoer terug tegen de remgreep zodat de stelschroef niet losloopt tijdens het fietsen. Let erop dat de inkeping van de stelschroef naar beneden wijst, anders kan deze vollopen met regenwater.Wilt u de positie van de remhendel ten opzichte van de handvatten verstellen? Gebruik het stelboutje (a. 52, B) om de positie van de remhendel te wijzigen.. Onderhoud & reparatiesFunctioneren uw remmen minder goed in de winter? Mogelijk vriezen uw remkabels vast. In dat geval moeten de kabels opnieuw gesmeerd worden. Dit is een specia-listische klus; wij adviseren u dan ook hiervoor langs uw Gazelle-specialist te gaan.
V-brake Het V-brake remsysteem is relatief eenvoudig: u remt door middel van de remblokjes die bij het indrukken van de rem tegen de velg aan drukken. Als u merkt dat het rem-vermogen van uw V-Brakes afneemt, dan kan het zijn dat uw remblokjes versleten zijn. Controleer de slijtage door te kijken of er nog groeven aanwezig zijn op de remblokjes. Zijn de blokjes tot op de bodem van de groeven afgesle-ten (tot ca. een halve millimeter) dan moeten ze worden vervangen.Om de remblokjes te vervangen maakt u eerst de kabel (A) boven de rem los (zie a. 53). Draai vervolgens de bout (B) los met een 5 mm inbussleutel. U kunt nu de remblokjes verwijderen en vervangen voor nieuwe. Zorg er voor dat u het juiste type remblok monteert! Koopt u de verkeerde blokken dan kunt u de velg beschadigen.
Let erop dat u het linker remblokje aan de linkerkant monteert en de rechter aan de rechterkant.Controleer na het vervangen van de remblokjes de afstand tussen de remblokjes en de velg. Is deze te groot, dan heeft u onvoldoende remkracht; is de afstand te klein dan kan de rem gaan aanlopen. Ga uit van een ideale afstand van 2 mm. Als de afstand groter is, dan kan deze verkleind worden door middel van de stelschroef (A) op de rem-hendel (zie a. 52). Zorg ervoor dat de voorkant van de remblokjes iets dichter bij de velg zit dan de achterkant, anders gaat de rem piepen.V-brakes kunnen zorgen voor slijtage aan de velgen. Dat eect wordt versneld door bijvoorbeeld zand of straat-vuil.
Reinig uw remmen daarom frequent, bijvoorbeeld door middel van water of een borstel, en laat uw Gazelle- specialist regelmatig controleren of uw velgen nog stabiel zijn of dat zij vervangen moeten worden.Let opV-brakes hebben een zeer krachtige werking. Rem daarom nooit alleen met de voorrem maar gebruik altijd voor- en achterrem samen! Sommige Gazelle V-brakes zijn uitgerust met een power modulator om de kracht iets geleidelijker te laten werken. Deze voorkomt dat de rem
direct krachtig aangrijpt en zorgt dus voor een kleine ver-traging voordat de rem maximale kracht geeft. TrommelremmenDe trommelrem is gemonteerd op de as van het wiel. Het remsysteem bestaat uit een met het wiel meedraaiende remtrommel; binnen de remtrommel bevinden zich twee remschoenen die niet met het wiel meedraaien. Als u remt dan worden de remschoenen tegen de trommel gedrukt; hierdoor wordt het wiel tot stilstand gebracht. Trommel-remmen slijten na verloop van tijd. Dat merkt u doordat de remhendels bijna het stuur kunnen raken. Meestal volstaat het nastellen van de remmen. Duw de hevel (A) omhoog (zie a. 54). Draai dan moer (B) zo ver aan dat de rem net aangrijpt; draai hem vervolgens een tikje terug zodat hij nét niet afremt en het wiel vrijloopt. Knijp tijdens het afstellen de rem regelmatig krachtig in.
Zorg ervoor dat de remkabel of -pen goed in de hevel valt zodat deze niet losschiet. Til de fiets vervolgens op en draai het wiel rond. Als het wiel zonder haperingen rond blijft draaien, dan heeft u de rem goed afgesteld. Is dat niet het geval, dan zal het wiel abrupt stoppen. In dat geval moet u de moer weer een of meerdere slagen terugdraaien. Als uw rem door middel van stangen wordt bediend dan kan dezelfde procedure worden gevolgd. U moet er dan alleen op letten dat u eerst de voorrem afstelt, voordat u met de achterrem begint. De eventuele vervanging van de remschoen dient te wor-den overgelaten aan de Gazelle-specialist. Alleen hij kan nagaan welk type remschoen er moet worden gebruikt. RollerbrakeDe rollerbrake (zie a. 55) van Shimano is een soort trom-melrem. De juiste afstelling bereikt u door de stelnippels bij de naaf (A) en bij de remgreep aan het stuur (zie hoofdstuk 5.
1, a. 52) te verdraaien. Op de rollerbrake zit ook een smeernippel (B) voor het toevoegen van vet om de rem te smeren. Wij raden u aan hiervoor naar uw specialist te gaan.
rekening mee dat u enkel speciaal Shimano rollerbrake vet mag gebruiken.Hydraulische remmenGazelle-fietsen kunnen uitgerust zijn met hydraulische schijf-remmen (a. 56) of hydraulische velgremmen (a. 57). De schijfrem bestaat uit 2 beweegbare rem blokjes. Een afnemende remkracht kan duiden op lucht in de leidingen; u dient zich hiermee tot uw Gazelle-specialist te wenden.Heeft u hydraulische velgremmen, controleer dan regel-matig de remblokjes. Wanneer de remblokjes tot de bodem van de groeven versleten zijn (tot ca. een halve millimeter) dan dienen deze vervangen te worden. Draai eerst het bovenste boutje (A) van de bevestiging van de remcilinder met een torxsleutel 25 los verwijder dit. Draai vervolgens het onderste boutje (B) met dezelfde torxsleutel iets los zodat de remcilinder een kwartslag kan draaien.
Nu kunt u het remblokje verwijderen en vervangen.Nadat u de remblokjes heeft vervangen drukt u de rem-men tegen de velg, zodat de remblokken parallel tegen de velg liggen. Controleer of de remblokken recht op de velg drukken. Let er ook op dat de remunits niet scheef staan, maar recht naar elkaar wijzen.Knijp voorzichtig in de remgreep en draai de bouten aan wanneer de remblokken ongeveer 2 mm van de velg vandaan geduwd zijn. Let op de voorgeschreven aanhaal-momenten!Let op• Er mag geen olie, vet of was op de remschijven komen! • Heeft u oliesporen op de hendels of leidingen, dan dient u zich zo snel mogelijk te wenden tot uw Gazelle-specialist. Dit kan namelijk wijzen op lekkage!TerugtrapremAls u merkt dat de kracht van uw terugtraprem afneemt, raadpleeg dan uw Gazelle-specialist.
6. VersnellingenGazelle-fietsen kunnen voorzien zijn van een Shimano, NuVinci of Sturmey-Archer versnellingsnaaf met 3, 7, 8 of 11 versnellingen, of een derailleursysteem. De versnellin-gen zijn bij aflevering vanzelfsprekend goed afgesteld. Na verloop van tijd kan het echter nodig zijn de versnellingen opnieuw af te stellen. In dit hoofdstuk leest u hoe u dit doet; tevens vindt u informatie over het onderhoud van uw versnellingen.. Afstelling versnellingsnaafShimano (Nexus 3,7,8 en Premium 8, Alfine 8 & 11)Zet de fiets eerst in de juiste versnelling (zie a. 58): Shimano Nexus 3 versnellingsnaven worden afgesteld in de tweede versnelling; alle Shimano 7-speed en 8-speed naven moet u in de vierde versnelling afstellen. Heeft u een Shimano 11-speed versnellingsnaaf? Dan stelt u af in de zesde versnelling.
Draai de pedalen enkele slagen zodat u er zeker van bent dat de naaf ook daadwerkelijk in de juiste versnelling staat. Controleer vervolgens of de gekleurde balkjes op de scha-kelunit (zie a. 59 en 61) op één lijn staan. Is dat niet het geval, draai dan aan de stelschroef (A) aan de schakelunit (a. 59) of aan de versteller (a. 60) tot de balkjes op één lijn staan. Nu zijn uw versnellingen correct afgesteld.NuVinci Harmony (automatisch) & ManualIn de automatische modus past het NuVinci Harmony systeem (zie a. 62) automatisch de overbrengingsver-houding aan zodat u de gewenste cadans kunt vasthou-den. U stelt de ideale cadans in door aan de handgreep te draaien. De blauwe led “RPM”-display geeft de cadansin-stelling aan. In de handmatige modus kunt u zelf schakelen met behulp van de “ride by wire”-technologie.
Met de NuVinci Manual versteller (zie a. 63) kunt u genieten van traploos schakelen. U schakelt dus niet in sprongen (van 2 naar 3), maar heel geleidelijk. Dit heeft als resultaat dat u licht en moeiteloos schakelt en dat u in iedere situatie een ideale versnelling kunt kiezen. Ook heeft de NuVinci naaf een groter bereik dan vele traditionele schakelsystemen. Let opMerkt u dat u in de lichtste versnelling zwaarder trapt en/of in de zwaarste versnelling lichter. Uw bereik is dan minder geworden (zie tabel 3, hoofdstuk 21); de versnel-ling moet in dit geval via de stelschroef afgesteld worden. Het beste kunt u hiervoor naar uw specialist gaan, dit is namelijk een secuur werk. Als het NuVinci Harmony systeem opnieuw is geïnstal-leerd, of als het systeem niet consistent of zelfs onjuist werkt, moet u het systeem kalibreren. Zet hiertoe eerst het systeem aan.
Fiets tijdens de gehele kalibratieprocedure rustig met de fiets. Om het kalibreerprogramma te starten drukt u op de “modus”-knop (a. 62, A) op de Harmony H8-controller en houdt deze vast totdat de achternaaf begint te schakelen (meestal 5-7 seconden). Laat de knoppen daarna los. Blijf licht doortrappen terwijl het systeem zelf meerdere malen van “laag” naar “hoog” schakelt en het kalibratieproces afrondt. N. B. : de Harmony manual is niet te kalibreren. Sturmey ArcherHeeft uw fiets een Sturmey Archer versnellingsnaaf, zet de versteller (a. 64) dan in de middelste stand. Draai de pedalen vervolgens enkele slagen rond; zo weet u zeker dat de naaf ook in de middelste stand staat. Draai nu de moer (A) los, en verdraai de huls (zie a. 65). Het eindvlak van de controlestift (B) moet gelijk zijn met het uiteinde van de as. U kunt dat zien door de opening van de asmoer.
. Onderhoud van de versnellingsnaafSchakelt uw fiets minder goed in de winter? Mogelijk vriezen uw versnellingskabels vast. In dat geval moeten de kabels opnieuw gesmeerd worden. Smeren van de kabels is een specialistische klus; wij adviseren u hiervoor langs uw specialist te gaan. Ook als de olie van de naaf zelf vervangen of gevuld moet worden dan is dit een klus voor uw Gazelle-specialist.. Bediening van de derailleurversnellingOp de indicator geeft het hoogste getal de zwaarste over-brenging aan en het laagste getal de lichtste. De versteller die de voorderailleur bedient (A) zit altijd links en de ver-steller van de achterderailleur (B) rechts (zie a. 66). Als u de versteller eenmaal indrukt of de positie verzet, dan schakelt u de voor- of achterderailleur altijd één tandwiel voor- of achteruit. Bij het schakelen op een derailleurfiets moet u tijdens het schakelen doortrappen.
Wel is het gewenst de pedaaldruk tijdens het schakelen te beperken.. Afstelling van de derailleurVerwijder als eerste het kettingscherm door de 3 schroe-ven, aangegeven door blauwe pijlen (zie a. 67), los te draaien.Afstellen van de laagste versnelling voorderailleurLeg de ketting achter op het grootste, en voor op het kleinste kettingwiel. Zorg er door middel van stelschroef (a. 68, A) voor dat de speling tussen de binnenkant van de kettinggeleider en de ketting maximaal een halve milli-meter bedraagt.Afstellen van de hoogste versnelling voorderailleur Leg de ketting achter op het kleinste, en voor op het grootste kettingwiel. Zorg er door middel van stelschroef (a. 68, B) voor dat de speling tussen de binnenkant van de kettinggeleider en de ketting maximaal een halve milli-meter bedraagt.
Afstellen van de middelste versnelling voorderailleurLeg de ketting achter op het grootste, en voor op het mid-delste kettingwiel. Met de stelschroef op de versteller op het stuur (zie a. 60, hoofdstuk 6) kan de speling tussen de binnenkant van de kettinggeleider en de ketting op een halve millimeter worden afgesteld. Afstellen van de hoogste versnelling achterderailleurVoor het afstellen van de hoogste versnelling draait u aan de afstelschroef (a. 69, A). Zorg ervoor dat de ketting op het buitenste tandwieltje ligt en verdraai de stelschroef zodanig dat het geleidewieltje, vanaf de achterzijde van de fiets gezien, hier recht onder komt te staan.Afstellen van de laagste versnelling achterderailleurVoor het afstellen van de laagste versnelling draait u aan de stelschroef (a. 69, B).
Zorg ervoor dat de ketting op het binnenste tandwieltje ligt en verdraai de stelschroef zodanig dat het geleidewieltje, vanaf de achterzijde van de fiets gezien, hier recht onder komt te staan. Controleer nu de tweede versnelling. Loopt de ketting aan tegen een naastliggend tandwieltje dan kan dit nagesteld worden met kabelstelschroef (a. 69, C). Bij sommige uitvoerin-gen zitten de afstelschroeven in een andere positie op de derailleur. Het afstellen gaat zoals hierboven beschreven.Let opDe ketting moet zo veel mogelijk een rechte lijn volgen. Dat betekent dat het schakelen van sommige combinaties zinloos is en zorgt voor onnodige slijtage van ketting en kettingwielen. Als de ketting voor op het kleinste ketting-wiel ligt, voorkom dan dat die achter op de kleinste twee kettingwielen rust.
Ligt de ketting voor op het grootste kettingwiel, voorkom dan dat die achter op de twee groot-ste kettingwielen ligt. Ook de combinatie van het mid-delste wiel voor en de kleinste of grootste kettingwielen achter is af te raden (zie a. 70).
. Onderhoud van de derailleurDe cassette brengt de draaiende beweging van de ketting over op het achterwiel. Die cassette kan bij onze derailleur-fietsen 8, 9 of 10 tandwieltjes hebben. Door opgehoopt vuil of een slechte kettingspanning kunnen deze tandwieltjes snel slijten. Is dat het geval, dan kan de ketting beschadigd raken, of hinderlijk “doorslaan”. Er zit in dat geval niets anders op dan de cassette te laten vervangen. Goed en regelmatig onderhoud verlengt de levensduur van de cassette. Verwijder daarom regelmatig en zorgvul-dig het vuil dat zich bij de cassette ophoopt. Het ergste vuil verwijdert u met een borstel, daarna kunt u er een speciale ketting- of derailleurreinigersvloeistof op loslaten. Let er daarbij ook op dat er geen vuil tussen de kransjes achter-blijft. Dat kunt u het beste met een kwast verwijderen.
7. Ketting en beltdrive. Afstelling: spannen van de kettingOm comfortabel te kunnen fietsen is het van groot belang dat de ketting de goede spanning heeft. Staat de ketting te strak dan kost het u extra kracht om de fiets in beweging te zetten. Bovendien loopt u het risico dat de wiellagers, de kettingwielen of de trapaslagers worden beschadigd. Staat de ketting te slap, dan bestaat de kans dat hij van de tandwielen loopt. Laat de kettingspanning regelmatig door uw Gazelle-specialist controleren. De Gazelle Flowline kettingkast (zie a. 80 en 81, hoofdstuk 8) is voorzien van een automatische kettingspanner; deze hoeft u niet te spannen. Bij alle overige kettingkasten dient dit wel hand-matig gedaan te worden.Om de ketting te spannen draait u eerst de asmoeren (A) los. Door de moer (B) aan te draaien kan de ketting gespannen worden (zie a.
71) Bij sommige modellen kunt u direct bij de ketting; bij andere fietsen moet u eerst het kapje van de kettingkast verwijderen. In hoofdstuk 8 (kettingkasten) leest u meer over de verschillende soortenkettingkasten en hoe u het kapje hiervan verwijdert.Als de ketting op de juiste spanning is gebracht hoeft u alleen nog maar de beide asmoeren (A) en de remarm-beugel (C) weer goed aan te draaien. Let er daarbij op dat het wiel volkomen recht staat en één lijn vormt met het voorwiel. Dat is het geval als de ruimte tussen het wiel en de achtervork aan beide zijden gelijk is.
. OnderhoudHet is belangrijk dat de ketting (a. 72) nu en dan schoon-gemaakt en gesmeerd wordt. Dit doet u als volgt: zorg dat het achterwiel van de grond is door de fiets op een bokje te plaatsen, op te hangen aan een haak of op zijn kop te zetten. Draai de trapper naar achteren en spuit de ketting op de achtertandwielen in met een ontvetter. Die zorgt voor een beschermend, vuilafstotend laagje. Smeer daarna de ketting in met dunne olie, teflon- of siliconenspray. Draai de ketting een paar keer rond, voor- en achteruit, zodat de olie zich goed verspreidt. Verwijder met een droge doek het overtollige smeermiddel.. ReparatiesIs uw ketting versleten en dus aan vervanging toe? Wij raden aan een ketting van hetzelfde merk en type te kopen.
Let er in elk geval op dat de ketting evenveel scha-kels en de juiste schakeldikte heeft.. Afstelling beltdriveHet beltdrivesysteem (zie a.73) is geschikt voor alle soorten weersomstandigheden en is dan ook het hele jaar door te gebruiken. Zorg ervoor dat de riem niet vervormd wordt of onder spanning staat, bijvoorbeeld doordat er een object tegen de riem aan leunt wanneer u de fiets stalt. Een te lage riemspanning kan tot “overspringen“ leiden. Tijdens het overspringen schuiven de tanden van de riem over de tandwielen en krijgt de fietser een gevoel van slippen. Het overspringen houdt een risico op letsel in. Een te hoge voorspanning kan door overbelasting tot grotere slijtage van de onderdelen leiden. Zo kunnen het trapas-lager en de lagers van de achternaaf beschadigd raken. De optimale riemspanning bedraagt ca. 75 N. Dit komt overeen met een doorbuiging van de riem van max.
25 mm bij een centrale, verticale belasting van 5 kg op het bovenste riemdeel. Voor het spannen van de beltdrive raden wij u aan naar uw Gazelle-specialist te gaan. Wilt u de beltdrive toch zelf spannen, raadpleeg dan de speciale beltdrive handleiding op www.gazelle.nl/service.
. Onderhoud beltdrive Om een lange levensduur van het systeem te bereiken, raden wij u aan het beltdrivesysteem periodiek te reini-gen van stof en vuil. De tussenruimten van de tandwiel-verbindingen zijn zo gefreesd dat vuildeeltjes doorgaans uit de daarboven schuivende riemtand worden gedrukt. Toch kunnen compacte steentjes of takjes in het systeem worden ingeklemd. Residuen op de riem of aan de tand-wielen kunnen leiden tot verhoogde slijtage en lawaai (bijv. piepen en kraken).Droogreiniging Zorg dat de riemtanden (zie a. 73) en de tandprofielen van de beide tandwielen door middel van een hand borstel van vuil ontdaan worden. Ingeklemde deeltjes of vast zittende steentjes kunt u voorzichtig loshalen bijvoorbeeld met een kleine schroevendraaier.
Natreiniging Om hardnekkig vuil te verwijderen kunnen ook in de handel vrij verkrijgbare fietsreinigingsproducten (biologisch areekbaar) worden gebruikt, omdat de riem bestand is tegen zeep. Spuit het aandrijfsysteem in, laat het even inwerken, gebruik dan een spons om schuim te verkrij-gen en te reinigen. Een oude tandenborstel is bijzonder geschikt voor hardnekkig vuil in de tussenruimten op de riem- en tandwielen. Was het aandrijfsysteem vervolgens met veel water af. Wanneer de geluidsontwikkeling ondanks een grondige reiniging nog steeds aanhoudt, kan de binnenzijde van de riem worden voorzien van een dunne laag droge siliconen-spray. Deze beschermt tegen verdere inslagen, verbe-tert de glijeigenschappen van de riem en vermindert de geluidsontwikkeling.Wilt u nog meer te weten komen over de werking, onder-houd en afstelling van de beltdrive?
8. KettingkastSoms is het nodig om de kettingkast gedeeltelijk te verwij-deren, bijvoorbeeld als u het achterwiel wilt uitnemen of wanneer u de ketting wil smeren. In dit hoofdstuk leest u hoe u dit bij de verschillende modellen kettingkasten doet.Bij de Gazelle Next kettingkasten kunt u het kapje aan de achterzijde van de kast met de hand van de kettingkast af schuiven (a. 74 en 75).Wanneer uw fiets is uitgerust met een Gazelle Linea kettingkast dan dient u met een schroevendraaier het eind-kapje van het bovenste lipje los te klikken (zie a. 76 en 77). Daarna kunt u met de hand het eindkapje losklikken bij de onderste lip. Vervolgens kunt u het kapje naar achteren schuiven.De kettingkast van de Gazelle Balance is alleen in zijn geheel te verwijderen. Dit doet u door alle vier de schroef-jes los te draaien (zie a. 78 en 79).
Vervolgens kunt u de gehele kettingkast van de fiets nemen.Wanneer uw fiets is uitgerust met een Gazelle Flowline, Finura, Agudo, Xcero, Delgado of Cadena kettingkast dan kunt u het eindkapje demonteren door als eerste het schroee met een schroevendraaier los te draaien (zie a. 80 t/m 87). Trek aan de onderzijde het kapje met de hand verder los en schuif het kapje naar achteren. Next
9. Trapas, cranks en pedalen. OnderhoudDe pedalen van uw fiets zitten met de cranks vast aan de trapas, die ook wel bracketas wordt genoemd. Hier heeft u eigenlijk geen omkijken naar. Zowel de trapas als de pedalen zijn “gesloten” gefabriceerd. Dat betekent dat u ze nooit hoeft te smeren. Toch is het goed om af en toe wat aandacht aan deze onderdelen te besteden. Zo moeten de cranks goed vastzitten en mogen ze geen speling vertonen. Is dat wel het geval, dan zult u tijdens het fietsen een irritant krakend geluid horen of speling voelen. Bovendien kan een losse crank de trapas onherstelbaar beschadigen. De pedaal-lagers mogen wel een beetje speling hebben. Dat komt omdat de pedaalas door de kracht die erop wordt uitgeoe-fend na verloop van tijd een beetje zal buigen.Als de pedalen of de cranks verbogen of beschadigd zijn, bijvoorbeeld door een val, dan zullen ze vervangen moe-ten worden.
Als u ze terugbuigt kan de materiaalstructuur namelijk zodanig veranderen dat het mogelijk is dat ze op een later tijdstip spontaan zullen breken.. ReparatiesWilt u de pedalen vervangen? Dan kunt u deze losmaken (zie a. 88 en 89) met de moer (A) (15 mm steeksleutel) of de inbusmoer (B) (6 mm inbussleutel). De pedalen moeten wel aan de goede kant worden gemonteerd. Daarom zijn ze gemerkt met L en R. Als u de pedalen goed plaatst, draait u ze in de richting van het voorwiel vast en in de richting van het achterwiel los. Let opBij nat weer kunnen uw pedalen glad worden, ook als u antislippedalen heeft.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Gazelle General stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Fiets E-bike Gazelle
Handleiding Fiets E-bike
Nieuwste handleidingen voor Fiets E-bike